Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de samenstelling, organisatie en werking van de Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening (VLACORO)

Datum 26/09/2008

DOCUMENT

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, inzonderheid artikel 7;

Gelet op het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid, inzonderheid artikel 133;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van nadere regels voor de organisatie en de werkwijze van de Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 1983 houdende sommige maatregelen tot harmonisatie van de werking en van de presentiegelden en vergoedingen van adviesorganen, zoals gewijzigd;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 15 juli 2008;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen

Art. 1.

In dit besluit wordt verstaan onder :
1° ...
2° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening;
3° Vlacoro : de Vlaamse commissie voor ruimtelijke ordening, zijnde de gewestelijke adviescommissie voor ruimtelijke ordening;
4° VLACORO : de Vlaamse commissie voor ruimtelijke ordening, zijnde de gewestelijke technische adviescommissie voor ruimtelijke ordening, zoals bedoeld in artikel 1.3.1van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
5° SARO : de Strategische Adviesraad voor Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, zoals bedoeld in het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed;
6° het beleidsdomein RWO : het homogeen beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend erfgoed.

Art. 2.

De effectieve leden van de VLACORO worden aangewezen uit de voordracht op dubbeltal van :
1° twee onafhankelijke deskundigen, afgevaardigd door de SARO uit de onafhankelijke deskundigen;
2° twee deskundigen van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed;
3° één provinciale deskundige ambtenaar, voorgedragen de Vereniging van Vlaamse Provincies, afgekort VVP;
4° twee gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren, voorgedragen door de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten, afgekort VVSG;
5° één deskundige inzake ruimtelijke ordening, voorgedragen door de beleidsraad van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie;
6° één deskundige inzake ruimtelijke ordening, voorgedragen door de beleidsraad van het beleidsdomein Cultuur, Jeugd en Sport en Media;
7° één deskundige inzake ruimtelijke ordening, voorgedragen door de beleidsraad van het beleidsdomein Buitenlands Beleid, Buitenlandse Handel, Internationale Samenwerking en Toerisme;
8° één deskundige uit het Agentschap Wonen-Vlaanderen, van het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed;
9° één deskundige inzake ruimtelijke ordening, voorgedragen door de beleidsraad van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken;
10° één deskundige inzake ruimtelijke ordening, voorgedragen door de beleidsraad van het beleidsdomein Landbouw en Visserij;
11° één deskundige inzake ruimtelijke ordening, voorgedragen door de beleidsraad van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie;
12° één deskundige van het agentschap van het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed dat belast is met de uitvoering van het beleid inzake onroerend erfgoed.

Elke voordracht bestaat voor de helft uit mannen en voor de helft uit vrouwen.

Op basis van bovenvernoemde voordrachten, stelt de minister de voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden aan.

HOOFDSTUK II. Nadere regels voor de werking en de organisatie van de VLACORO

Art. 3.

De voorzitter roept de vergaderingen van de VLACORO bijeen en leidt ze.

Art. 4.

In geval van verhindering worden de taken van de voorzitter waargenomen door de ondervoorzitter.

In tegenstelling tot de voorzitter is de ondervoorzitter niet één van de leden van de SARO.

Art. 5.

§1. In toepassing van artikel 2.2.7, § 6, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn de voorzitter en de tweede afgevaardigde vanuit de SARO niet stemgerechtigd, maar wel de twaalf vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van de SARO.

§ 2. In toepassing van § 1 van dit artikel is ingeval van staking van stemmen de stem van de ondervoorzitter doorslaggevend.

Art. 6.

De voorzitter moet de VLACORO bijeenroepen binnen vijftien dagen volgend op een verzoek van het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering of de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening. Hij moet dit ook doen bij een verzoek dat uitgaat van minstens negen leden van de VLACORO.

Art. 7.

De VLACORO kan alleen maar geldig beslissen als bij de stemming ten minste de helft van de leden aanwezig is. De VLACORO kan echter, als niet het vereiste aantal leden aanwezig is voor een geldige stemming, na een tweede oproep, ongeachte het aantal aanwezige leden, op geldige wijze stemmen over de onderwerpen die voor de tweede maal op de agenda voorkomen. De termijn bedoeld in artikel 6 is niet van toepassing voor deze tweede oproep.

Art. 8.

Het lid dat een persoonlijk belang heeft bij een besproken onderwerp, mag noch de bespreking ervan, noch de beraadslaging over het advies van de VLACORO en de stemming erover bijwonen. Het huishoudelijk reglement kan nadere regels bevatten over het vermijden van belangenvermenging.

Art. 9.

De VLACORO neemt haar huishoudelijk reglement met eenparigheid van stemmen aan. Het kan ook slechts met eenparigheid van stemmen gewijzigd worden.

Het huishoudelijk reglement regelt minstens :
1° de aanduiding van een ondervoorzitter die niet één van de leden van de SARO is;
2° de wijze van besluitvorming;
3° de wijze van agenderen, uitnodigen en notuleren;
4° de wijze van formuleren van de adviezen;
5° de aanwezigheid van externen;
6° de oprichting en werking van interne werkgroepen;
7° de nadere regels inzake het beheer en de aanwending van de middelen.

Het huishoudelijk reglement en zijn wijzigingen worden, na goedkeuring door de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 1.3.1, § 7, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Art. 10.

De presentiegelden, reis- en verblijfkosten die de leden ontvangen komen ten laste van de werkingsmiddelen van de VLACORO.

HOOFDSTUK III. Wijzigingsbepaling

Art. 11.

In de bijlage, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 1983 houdende sommige maatregelen tot harmonisatie van de werking en van de presentiegelden en vergoedingen van adviesorganen, zoals tot op heden gewijzigd, worden onder rubriek 7 " ruimtelijke ordening en Leefmilieu ", de woorden " Vlaamse Commissie voor de ruimtelijke ordening " vervangen door de woorden " Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening ".

Art. 12.

Van zodra de vaste secretaris aangeduid is geworden, neemt deze in afwijking van de bepalingen van de artikelen 13 en 14 van dit besluit, de taakstelling en bevoegdheden van de vaste secretaris van de Vlacoro over.

HOOFDSTUK IV. Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen

Art. 13.

De Vlacoro zal in haar huidige samenstelling, onverminderd artikel 14 en overeenkomstig de regelgeving van kracht voor de inwerkingtreding van dit besluit verder werken tot alle leden van de nieuwe VLACORO benoemd zijn.

Art. 14.

De procedures tot opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, zoals bedoeld bij artikel 130 § 3 van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid, worden voortgezet door de Vlacoro in haar samenstelling overeenkomstig de regelgeving van kracht voor de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 15.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van nadere regels voor de organisatie en de werkwijze van de Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening wordt, onverminderd artikel 14, opgeheven.

Art. 16.

Zolang de Vlacoro in haar samenstelling overeenkomstig de artikelen 13 en 14 blijft verder werken, blijven de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van de nadere regels voor de organisatie en de werkwijze van de Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening van kracht.

Art. 17.

Wanneer een lid of een plaatsvervangend lid aan het einde van het mandaat niet wordt herbenoemd en er niet onmiddellijk in de benoeming van een nieuw lid kan worden voorzien, blijft het lid of het plaatsvervangend lid in functie tot op het ogenblik dat het nieuwe mandaat begint.

Art. 18.

Artikel 93, 1° van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid, treedt in werking op de datum van bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

Art. 19.

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Art. 20.

De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.