Wet op de riviervisserij

Datum 01/07/1954

Inhoudstafel

  1. Hoofdstuk I. Het visrecht en de uitoefening daarvan
    1. Afdeling I. Bevaarbare en vlotbare waterlopen waarvan het onderhoud ten laste van de Staat of diens rechthebbenden komt
    2. Afdeling II. Andere waterlopen dan die aangeduid in artikel 2
    3. [Afdeling III. Kreken en kunstmatige waterwegen waarvan het onderhoud ten laste van polders of wateringen valt (ing. W. 1 april 1977, enig artikel, I: 2 mei 1977)]
  2. Hoofdstuk II. Het visverlof
  3. Hoofdstuk III. De visserijpolitie
  4. [Hoofdstuk IV. Handhaving (verv. decr. 30 april 2009, art. 61, I: 25 juni 2009)]
  5. Hoofdstuk V. Het visserijfonds

Inhoud

Artikel 1. ( 01/01/1955 - ... )

Deze wet regelt de visserij in de binnenwateren, met uitzondering van die welke beoefend wordt op de vijvers, visputten, sloten en kanalen, van welke aard ook, wanneer de vissen die er leven, zich niet vrij kunnen bewegen tussen deze plaatsen en de stromen, rivieren en andere openbare waterlopen.

Hoofdstuk I. Het visrecht en de uitoefening daarvan (... - ...)

Afdeling I. Bevaarbare en vlotbare waterlopen waarvan het onderhoud ten laste van de Staat of diens rechthebbenden komt (... - ...)

Artikel 2. ( 01/01/1955 - ... )

Het visrecht behoort aan de Staat in de met schip, schuit of vlot bevaarbare of vlotbare stromen, rivieren en vaarten, waarvan het onderhoud ten laste is van de Staat of van zijn rechthebbenden.

Artikel 3. ( 01/01/1955 - ... )

Onverminderd de bepalingen van de internationale overeenkomsten betreffende de uitoefening van het visrecht in de Beneden-Schelde en in de grensscheidende Maas, bepaalt de Koning de bevaarbare of vlotbare waterlopen, of de gedeelten van die waterlopen, waarvoor vergunningen tegen geld met het oog op de palingvangst kunnen verleend worden.

Hij regelt insgelijks de voorwaarden van aflevering en van gebruik der vergunningen.

Artikel 4. ( 01/01/1955 - ... )

In de waterlopen aangeduid in artikel 2, mag ieder die van een visverlof voorzien of vrijgesteld is, vissen met een of twee hengels en met de peur, al naar de rechten die hij bezit op grond van het verlof of de vrijstelling; het gebruik van de voornfles en van het kreeftennet is geoorloofd onder de voorwaarden door de Koning te bepalen.

Artikel 5. ( 01/01/1955 - ... )

Zij die krachtens de bepalingen van deze wet het visrecht uitoefenen in de waterlopen aangeduid in artikel 2, mogen voor de uitoefening van dit recht gebruik maken van de oever over een breedte van 1,50 m maximum berekend vanaf de boord die de waterloop bespoelt in zijn hoogst bereikbare peil zonder te overstromen. 

Afdeling II. Andere waterlopen dan die aangeduid in artikel 2 (... - ...)

Artikel 6. ( 01/01/1955 - ... )

In al de andere waterlopen dan die aangewezen in artikel 2 hebben de oevereigenaars het visrecht, ieder van zijn kant en tot in het midden van de waterloop.

[Afdeling III. Kreken en kunstmatige waterwegen waarvan het onderhoud ten laste van polders of wateringen valt (ing. W. 1 april 1977, enig artikel, I: 2 mei 1977)] (... - ...)

Artikel 6bis. ( 02/05/1977 - ... )

[In kreken en kunstmatige waterwegen waarvan het onderhoud ten laste van polders of wateringen valt, behoort het visrecht aan die besturen.

Bij verpachting van dit visrecht, hebben de provinciale visserijcommissies het eerste recht tot pachten, tegen het hoogste bod (ing. W. 1 april 1977, enig artikel, I: 2 mei 1977)].

Hoofdstuk II. Het visverlof (... - ...)

Artikel 7. ( 25/06/2009 - ... )

Niemand mag vissen in de wateren waarop deze wet van toepassing is, zonder voorzien te zijn van een regelmatig visverlof.

Artikel 8. ( 01/01/2019 - ... )

§ 1. De Vlaamse Executieve regelt de vorm van de visverloven, hun geldigheidsduur en de wijze waarop zij worden afgegeven, evenals de voorwaarden van afgifte en intrekking ervan.

§ 2. Jongeren tot en met zeventien jaar worden vrijgesteld van het visverlof onder de volgende voorwaarden:
1° ze vissen met maximaal één hengel;
2° ze vissen uitsluitend vanaf de oever, inclusief vanop een plateau of een steiger die verankerd of verbonden is met de oever;
3° ze vissen uitsluitend van twee uur voor zonsopgang tot twee uur na zonsondergang;
4° ze gebruiken geen aasvissen;
5° ze laten elke gevangen vis onmiddellijk en voorzichtig vrij in het water van herkomst;
6° ze vervoeren geen vissen en ze houden geen vissen in hun bezit tijdens het hengelen..

§ 3. De Vlaamse Executieve kan andere algemene vrijstellingen verlenen voor het bezit van een visverlof.

§ 4. De Vlaamse regering kan vissersverenigingen erkennen.

§ 5. De Vlaamse regering stelt de voorwaarden op waaronder ze erkenning kan verlenen.
 

Artikel 9. ( 01/01/2019 - ... )

De belasting op de afgifte van visverloven wordt als volgt vastgesteld:
1° voor het jeugdvisverlof: 5 euro. Dit visverlof wordt afgegeven aan jongeren tot en met zeventien jaar. Het jeugdvisverlof geeft het recht om met maximaal twee hengels te vissen, zowel overdag als 's nachts, vanaf de oever, vanop een plateau of een steiger die verankerd of verbonden is met de oever, en op een andere wijze dan vanaf de oever. Elke gevangen vis wordt onmiddellijk en voorzichtig vrijgelaten in het water van herkomst. Het jeugdvisverlof geeft geen recht om aasvissen te gebruiken, noch om vissen te vervoeren en tijdens het hengelen in bezit te houden;
2° voor het gewone visverlof: 13 euro. Dit visverlof geeft het recht om met maximaal twee hengels te vissen vanaf de oever, inclusief vanop een plateau of een steiger die verankerd of verbonden is met de oever. Elke gevangen vis wordt onmiddellijk en voorzichtig vrijgelaten in het water van herkomst. Het gewone visverlof geeft geen recht om aasvissen te gebruiken, noch om te vissen van twee uur na de officiële zonsondergang tot twee uur voor de officiële zonsopgang. Het gewone visverlof geeft geen recht om vissen te vervoeren en tijdens het hengelen in bezit te houden;
3° voor het grote visverlof: 48 euro. Dit visverlof geeft het recht om te vissen volgens de wijze van het gewone visverlof. Het grote visverlof geeft bijkomend het recht om aasvissen te gebruiken, om te vissen op andere wijzen dan vanaf de oever, alsook om te vissen van twee uur na de officiële zonsondergang tot twee uur voor de officiële zonsopgang. Het grote visverlof geeft bijkomend het recht om vissen te vervoeren en tijdens het hengelen in bezit te houden conform de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.

Hoofdstuk III. De visserijpolitie (... - ...)

Artikel 10. ( 25/06/2009 - ... )

...

Artikel 11. ( 01/01/1955 - ... )

De Koning geeft een omschrijving van de hengel.

Artikel 12. ( 01/01/1955 - ... )

De Koning bepaalt:
1° De tijd, de seizoenen en de uren tijdens welke het vissen verboden is, hetzij overal, hetzij op sommige waterlopen of gedeelten van waterlopen, evenals de vissoorten waarop dit verbod van toepassing is;
2° De wijzen van vissen en de vistuigen en -toestellen de verboden zijn;
3° De gebruiksvoorwaarden, de afmetingen evenals de wijze van keuring van de geoorloofde vistuigen;
4° De maten beneden welke sommige vissoorten in het water teruggeworpen moeten worden;
5° De lokazen waarvan het gebruik verboden is als aas aan de vistuigen.

Artikel 13. ( 25/06/2009 - ... )

...

Artikel 14. ( 01/01/1955 - ... )

De Minister tot wiens bevoegdheid de riviervisserij behoort, kan, met het oog op proefnemingen of op het gewestelijk of plaatselijk nut, het vissen, sommige wijzen van vissen, het vangen van sommige vissoorten of -categorieën evenals het gebruik van bijzondere lokazen of tuigen tijdelijk toestaan of verbieden.

Artikel 14bis. ( 01/01/2015 - ... )

De Vlaamse Regering kan, ten behoeve van de preventie, de bewaking en de bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren, met als doel de bescherming en vrijwaring van de volksgezondheid, de economische welvaart van beroepsmatige dierenhouders en de natuur, afwijken van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, onder de door haar te bepalen voorwaarden en onder haar toezicht.

Afwijkingen op grond van dit artikel kunnen alleen maar toegestaan worden als de volgende voorwaarden zijn vervuld :
1° er mag geen andere bevredigende oplossing bestaan;
2° de afwijking mag geen afbreuk doen aan het streefdoel om de populaties van de soort in kwestie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, op lokaal niveau of op Vlaams niveau.

Artikel 15. ( 25/06/2009 - ... )

Het is verboden om het even welke levende vis, behalve paling, afkomstig uit viswater waarop de wetgeving van toepassing is, aan dit viswater te onttrekken en te vervoeren.

Artikel 16. ( 01/01/2019 - ... )

In afwijking van artikel 15 mag elke hengelaar maximaal vijf levende aasvisjes kleiner dan of gelijk aan 15 centimeter vervoeren en tijdens het hengelen in zijn bezit houden. De Vlaamse Regering kan het gebruik, de wijze van transport en de soorten aasvisjes nader omschrijven.

Artikel 17. ( 01/01/1955 - ... )

De Minister tot wiens bevoegdheid de riviervisserij behoort, kan machtiging verlenen om te allen tijde vissen en kreeften van om het even welke maten, die voor bepoting bestemd zijn, te vangen en te vervoeren.

Artikel 18. ( 25/06/2009 - ... )

De houders van vergunningen mogen, terwijl zij vissen, in hun vaartuigen, korven of om het even welke benodigdheden, geen andere vissen hebben dan die waarvan de vangst geoorloofd is krachtens de vergunning.

Artikel 19. ( 25/06/2009 - ... )

De schippers op de bevaarbare of vlotbare stromen, rivieren of kanalen, mogen in hun schepen of uitrustingen generlei zelfs geoorloofd visnet of vistuig hebben, behalve een hengel.

Artikel 20. ( 25/06/2009 - ... )

Het is verboden buiten zijn woning voorzien te zijn van verboden vistuigen of -toestellen, tenzij bewezen wordt dat die tuigen of toestellen bestemd zijn voor de visvangst in wateren waarop deze wet niet van toepassing is voor de zeevisserij of voor de visserij die krachtens internationale overeenkomsten beoefend wordt in vreemde wateren waar het gebruik er van niet verboden is.

In de laatste twee gevallen moeten de vissers die op de binnenwateren varen om de plaats van hun bestemming te bereiken, deze tuigen of toestellen in het ruim wegzetten.

Artikel 21. ( 25/06/2009 - ... )

...

Artikel 22. ( 08/01/2016 - ... )

Het is verboden om in stromen, rivieren of kanalen, of in delen ervan stoffen te werpen met als bedoeling de vissen te bedwelmen, of te doden.

Artikel 23. ( 25/06/2009 - ... )

Het is verboden om te vissen in de wateren die vallen onder het toepassingsgebied van deze wet zonder de toestemming van degene aan wie het visrecht behoort.

Artikel 24. ( 25/06/2009 - ... )

...

Artikel 25. ( 25/06/2009 - ... )

Het is verboden vis uit te storten in de wateren waarop deze wet van toepassing is, zonder de machtiging van de Minister, die de riviervisserij  in zijn bevoegdheid heeft, of van zijn afgevaardigde.

Artikel 26. ( 25/06/2009 - ... )

...

Artikel 27. ( 25/06/2009 - ... )

...

Artikel 28. ( 25/06/2009 - ... )

...

[Hoofdstuk IV. Handhaving (verv. decr. 30 april 2009, art. 61, I: 25 juni 2009)] (... - ...)

Artikel 29. ( 01/04/2026 - ... )

Titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid is van toepassing op de handhaving van deze wet en de uitvoerings-besluiten ervan, met inbegrip van de verplichtingen die op grond daarvan worden opgelegd.

Artikel 30. ( 25/06/2009 - ... )

...

Artikel 31. ( 01/01/1955 - ... )

De houder van het visrecht kan eigen visserijwachters benoemen met inachtneming van artikel 177 van het Boswetboek.

Die wachters worden met de private boswachters gelijkgesteld.

Artikel 32. ( 25/06/2009 - ... )

...

Artikel 33. ( 25/06/2009 - ... )

...

Artikel 34. ( 01/01/1955 - ... )

De vervolgingen worden ambtshalve ingesteld; is het in artikel 23 omschreven misdrijf, afgezien van enig ander misdrijf, gepleegd in een in artikel 6 bedoelde waterloop, dan geschieden de vervolgingen slechts op klachte van de rechthebbende van het visrecht.

Artikel 35. ( 01/01/1955 - ... )

Worden opgeheven:
1° De wet van 19 januari 1883 op de riviervisserij;
2° De wet van 5 juli 1899 tot wijziging van de wet van 19 januari 1883 op de riviervisserij;
3° Artikel 29 van de wet van 10 augustus 1923 tot wijziging van de wetten op de zegel-, registratie-, griffie-, hypotheek- en successierechten;
4° Artikel 5, derde lid, van de wet van 30 januari 1924 tot herinrichting der landelijke politie;
5° Het koninklijk besluit nr 232 van 26 december 1935 houdende wijziging van de wet op de riviervisserij;
6° De wet van 1 juni 1937 waarbij de wet van 19 januari 1883, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1899, wordt aangevuld.

Hoofdstuk V. Het visserijfonds (... - ...)

Artikel 36. ( 01/01/1991 - ... )

Bij het Ministerie tot welks bevoegdheid de riviervisserij behoort, wordt een fonds ingesteld ter bepoting van de waterlopen waarop deze wet van toepassing is, ter verscherping van het toezicht, tot steun aan de strijd tegen de verontreiniging en tot verbetering van de visserij in het algemeen.

[Dit fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 19 van de wet van 28 juni 1963 tot wijziging en aanvulling van de wetten op de rijkscomptabiliteit. Het wordt gestijfd door:
a) een afneming op de prijs van de visverloven;
b) de vrijwillige, contractuele, reglementaire of decretale bijdragen van natuurlijke personen,  rechtspersonen, openbare besturen en instellingen ter verwezenlijking van de doelstellingen inzake het beleid van de Vlaamse Executieve ten aanzien van de riviervisserij;
c) de opbrengst van administratieve geldboeten en alle andere bedragen, welke door de diensten van het Vlaamse Gewest en door de rechtbanken gevorderd worden lastens de overtreders van  de wetgeving en reglementering inzake de riviervisserij;
d) de opbrengst van concessies van verhuur en van vervreemdingen van eigendommen, installaties en aanhorigheden, die aangewend of verworven werden met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen inzake de riviervisserij (verv. decr. 21 december 1990, art. 17, I: 1 januari 1991)].

Op de gezamenlijke voordracht van de Minister van Financiën en van de Minister tot wiens bevoegdheid de riviervisserij behoort, bepaalt de Koning het bedrag van de afhouding, dat niet lager mag zijn dan 55 t. h. van de prijs der verloven.

Artikel 37. ( 01/01/1991 - ... )

[De Vlaamse Executieve beschikt over de kredieten  van het Visserijfonds voor al wat kan dienen in het raam van het beleid inzake riviervisserij in de ruime zin (verv. decr. 21 december 1990, art. 18, I: 1 januari 1991)].

Een bijzonder reglement betreffende de boekhouding van het fonds wordt gezamenlijk opgesteld door de Minister van Financiën en de Minister tot wiens bevoegdheid de riviervisserij behoort. Dit reglement kan van de bepalingen betreffende de rijkscomptabiliteit afwijken voor zover betreft de aanwending, de liquidatie, de betaling en de verantwoording van de uitgaven.

Artikel 38. ( 14/01/2008 - ... )

In de hoofdplaats van elke provincie wordt, onder het voorzitterschap van de gouverneur of van zijn afgevaardigde, een commissie ingesteld, "Provinciale Visserijcommissie genoemd.

Het aantal leden mag niet lager zijn dan vier, noch hoger dan tien. Er zijn zoveel plaatsvervangende als gewone leden. Zij worden door de gouverneur gekozen onder de candidaten, aangewezen door de meest gequalificeerde vissersverenigingen; zij vertegenwoordigen zoveel mogelijk de verschillende streken van de provincie en de belangrijk van de groeperingen. Ten hoogste één vijfde van de leden  mag echter worden gekozen onder de kandidaten, aangewezen door de vissersverenigingen waarvan de leden in andere wateren vissen dan die vermeld in artikel 2, behalve wanneer in de provincie slechts één vissersvereniging mocht bestaan.

De commissies verlenen, binnen het kader van de opdracht van het bij artikel 36 ingestelde fonds en volgens door de Koning te bepalen regelen, hun medewerking aan het Agentschap voor Natuur en Bos voor de aanwending van dat fonds.

Artikel 39. ( 01/01/1955 - ... )

Bij het Ministerie tot welks bevoegdheid de riviervisserij behoort, wordt een centraal comité van het vissersfonds ingesteld, waarvan de bevoegdheid en de organisatie door de Koning worden geregeld. Iedere provinciale commissie is daarin door één afgevaardigde of diens plaatsvervanger vertegenwoordigd.

Artikel 40. ( 01/01/1955 - ... )

De Koning stelt de datum van inwerkingtreding van deze wat vast.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 23/09/2026