Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten

Datum 01/07/1997

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I DEFINITIES EN ALGEMENE BEPALINGEN
  2. HOOFDSTUK II INVENTARISATIE
    1. AFDELING 1 OPSTELLEN VAN DE INVENTARIS
    2. AFDELING 2 SCHRAPPING UIT DE INVENTARIS
  3. HOOFDSTUK III HEFFING
    1. AFDELING 1 INNING VAN DE HEFFING
    2. AFDELING 2 OPSCHORTING VAN DE HEFFING
  4. HOOFDSTUK IV ...
    1. AFDELING 1 ...
    2. AFDELING 2 ...
    3. AFDELING 3 ...
    4. AFDELING 4 ...
  5. HOOFDSTUK V ONTEIGENING TOT ALGEMEEN NUT
  6. SLOTBEPALINGEN

Inhoud

HOOFDSTUK I DEFINITIES EN ALGEMENE BEPALINGEN (... - ...)

Artikel 1. ( 01/01/2025 - ... )

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° Minister: de Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening;
2° departement: het Departement Omgeving;
3° Inventaris: het instrument dat alle leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten bevat die aan een heffing kunnen worden onderworpen;
4° ...;
5° Registratieattest: het attest dat door het departement wordt betekend waarbij wordt vermeld dat de bedrijfsruimte officieel in de Inventaris is geregistreerd met vermelding van de reden van inventarisatie en de datum van registratie;
6° Instrumenterende ambtenaar: iedere persoon of instelling die ertoe gemachtigd is aktes van eigendomsoverdracht te verlijden;
7° ...;
8° Decreet: het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

Artikel 2. ( 01/10/2021 - ... )

§ 1. De verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, die als één geheel te beschouwen zijn en die toebehoren aan dezelfde eigenaar, vallen onder de toepassing van dit besluit. De verzameling heeft een minimale oppervlakte van vijf are.

§ 2. De activiteit in het in paragraaf 1 vernoemde bedrijfsgebouw behelst iedere industriële, ambachtelijke, handels-, diensten-, landbouw- of tuinbouw-, opslag- of administratieve activiteit. Terzake is bepalend de laatste hoofdactiviteit of voor nieuwe bedrijfsgebouwen de bestemming die aan de gebouwen in de uitgevoerde stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen werd gegeven.

Artikel 3. ( 01/01/2018 - ... )

§ 1. Zijn uitgesloten van de toepassing van dit besluit en worden bijgevolg niet geregistreerd in de Inventaris:
1° het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar(s) een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt van het gebouw en dat nog effectief wordt benut als verblijfsplaats;
2° de bedrijfsruimten waarvoor door een openbare rechtspersoon een definitief onteigeningsbesluit werd genomen;
3° ...

§ 2. Een woning wordt als afsplitsbaar beschouwd ten opzichte van het bedrijfsgebouw indien zij na sloping van het bedrijfsgebouw als een afzonderlijke volwaardige woning kan worden beschouwd die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

Artikel 4. ( ... - ... )

Een bedrijfsruimte wordt als leegstaand beschouwd vanaf het ogenblik dat [meer dan (verv. B.V.R. 19 december 1998, art. 2, I: 5 februari 1999) ] 50 % van de totale vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen niet effectief benut wordt.

Artikel 5. ( 01/03/2014 - ... )

§ 1. Uitgesproken gebreken van algemene of beperkte omvang zijn deze gebreken die te maken hebben met de toestand waarin buitenmuren, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitentimmerwerk, kroonlijst, dakgoten, trappen en liften zich bevinden.

De uitgesproken gebreken zijn beperkt indien ze betrekking hebben op de helft of minder dan de helft van de oppervlakte, de lengte of breedte, met andere woorden plaatselijk, niet-uitgebreid, gelokaliseerd.

De uitgesproken gebreken zijn algemeen indien ze zich voordoen over meer dan de helft van de oppervlakte, de lengte of de breedte.

§ 2. Een bedrijfsruimte wordt slechts beschouwd als verwaarloosd en kan slechts op de gemeentelijke lijst geregistreerd worden, indien ze minimaal twee beperkte gebreken of één algemeen gebrek vertoont.

§ 3. Gebreken van welke omvang ook die de stabiliteit of de veiligheid in het gedrang brengen, geven steeds aanleiding tot registratie op de gemeentelijke lijst. Hetzelfde geldt voor vochtindringing.

HOOFDSTUK II INVENTARISATIE (... - ...)

AFDELING 1 OPSTELLEN VAN DE INVENTARIS (... - ...)

Artikel 6. ( 05/09/2026 - ... )

§ 1. Jaarlijks stelt elke gemeente een lijst op van de leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten op haar grondgebied. Die lijst vermeldt voor elke leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimte minimaal de volgende gegevens :
1° het adres;
2° ...;
3° ...;
4° ...;
5° in geval van leegstand : de totale vloeroppervlakte met het werkelijke benuttingspercentage van de bedrijfsgebouwen;
6° in geval van verwaarlozing : een exhaustieve beschrijving van de aard en de omvang van de vastgestelde gebreken, vermeld in artikel 5;
7° een beschrijving van de laatste hoofdactiviteit(en) die in de bedrijfsgebouwen plaatsvond(en), of, bij nieuwe bedrijfsgebouwen, de bestemming in de uitgevoerde stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen die aan de gebouwen gegeven is;
8° ...;
9° als op de bedrijfsruimte een onteigeningsmachtiging rust : de datum van de machtiging en de instantie met onteigeningsbevoegdheid;
10° ...;
11° een omschrijving van de aard van de bedrijfsruimte.

De gegevens, vermeld in het eerste lid, hebben niet alleen betrekking op het kadastraal perceel zelf waarop de bedrijfsgebouwen liggen, maar ook op alle aangrenzende percelen die als één geheel te beschouwen zijn en die aan dezelfde eigenaar(s) toebehoren. Al die percelen moeten evenwel deel uitmaken of deel hebben uitgemaakt van de economische activiteit.

De gemeente actualiseert jaarlijks de door haar opgestelde lijst.

§ 2. De gemeente kan ter verduidelijking de volgende stukken bij de gemeentelijke lijst, vermeld in paragraaf 1, voegen :
1° het proces-verbaal van het plaatsbezoek;
2° foto's die de leegstand of de verwaarloosde toestand aantonen;
3° alle relevante stukken die uitsluitsel geven over de laatste economische activiteit.

§ 3. Op de lijst, vermeld in paragraaf 1, maakt de gemeente afzonderlijk melding van de bedrijfsruimten die al in de inventaris zijn geregistreerd, maar die volgens haar niet meer voldoen aan de criteria van leegstand of verwaarlozing.

§ 4. Vóór 1 maart van het kalenderjaar stuurt het college van burgemeester en schepenen de gemeentelijke lijst, vermeld in paragraaf 1 en 3, en de stukken, vermeld in paragraaf 2, door naar het departement.

Een afschrift van die lijst wordt gelijktijdig opgestuurd naar de erkende provinciale ontwikkelingsmaatschappij van de provincie waartoe de gemeente behoort.

§ 5. Als er in de gemeente geen bedrijfsruimten voorkomen die in aanmerking komen voor registratie op de gemeentelijke lijst, stuurt het college van burgemeester en schepenen een lijst als vermeld in paragraaf 1, met de vermelding "nihil" door.

§ 6. Als een gemeente de lijst niet, niet tijdig of niet volgens de bepalingen van dit besluit doorstuurt, verliest de gemeente gedurende 3 jaar haar aanspraak op de forfaitaire doorstorting zoals bepaald in artikel 3.1.0.0.1 van het Besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013 .

Artikel 7. ( 01/10/2011 - ... )

Binnen negentig kalenderdagen na ontvangst van de lijsten van de gemeenten, zoals vermeld in artikel 6, § 3, besluit het departement tot al dan niet registratie in de Inventaris.

Artikel 7/1. ( 05/09/2026 - ... )

Voor de uitvoering van taken van algemeen belang die het Decreet en zijn uitvoeringsbesluiten opdragen aan het departement inzake de opmaak en beheer van de inventaris, verwerkt het departement de informatie, met inbegrip van de persoonsgegevens, die daartoe noodzakelijk is. Het departement doet dit als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. Onder algemene verordening gegevensbescherming wordt verstaan: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG. 

Dat houdt met name in dat het departement belast is met:
1° het bijhouden van de inventaris; 
2° het opmaken van het registratieattest;  
3° het behandelen van de beroepen tegen de opname in de inventaris, derdenbezwaren tegen de niet-opname in de inventaris en de aanvragen tot schrapping uit de inventaris als vermeld in artikel 7 tot en met 14 van het Decreet;
4° het behandelen van verzoeken tot opschorting van de leegstandsheffing als vermeld in artikel 2.6.7.1.1 tot en met 2.6.7.6.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 en artikel 2.6.7.0.1 tot en met 2.6.7.0.4 van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013.

De te verwerken informatie omvat met name de volgende categorieën van persoonsgegevens:
1° de identificatiegegevens, met inbegrip van het rijksregisternummer, van de eigenaar, vermeld in artikel 2, 9°, van het Decreet;
2° het bedrag van het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen van de bedrijfsruimte;
3° de kadastrale gegevens (ligging en oppervlakte).

Het departement deelt de informatie, met inbegrip van persoonsgegevens, die ze in het kader van dit besluit verwerkt, volgens de voorwaarden die in dit besluit zijn opgenomen, mee aan:
1° de betrokken gemeente;
2° de betrokken erkende provinciale ontwikkelingsmaatschappij;
3° de Vlaamse Belastingdienst, met het oog op de inkohiering en invordering van de leegstandsheffing.

De gegevens, vermeld in dit artikel, worden maximaal dertig jaar bewaard conform artikel III. 87, §1/1, vierde lid, 4° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. De termijn neemt een aanvang vanaf de inning van de leegstandsheffing bedrijfsruimten, vermeld in artikel 1.1.0.0.2, 13°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.

Artikel 8. ( 05/09/2026 - ... )

Binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na de officiële registratie betekent het departement, via een beveiligde zending, een registratieattest aan de eigenaar(s). Dit attest vermeldt de motivering van de registratie, de datum van de registratie, de beroepsmogelijkheid en een indicatie van het heffingsbedrag bij in gebreke blijven.

Artikel 9. ( 05/09/2026 - ... )

Bij overdracht van een bedrijfsruimte die in de Inventaris is geregistreerd, is de instrumenterende ambtenaar er toe gehouden om binnen dertig kalenderdagen, na het verlijden van de akte, via een beveiligde zending, naar het departement de volgende gegevens op te sturen:
1° een afschrift van het registratieattest;
2° de volledige identiteit en het adres van de vroegere en van de nieuwe eigenaar(s);
3° ingeval van vennootschappen de statuten van zowel de overdragende als de overnemende vennootschap en de lijst van de bestuurders en de aandeelhouders;
4° de datum van de akte;
5° een verklaring onder ede dat:
a) de vroegere eigenaars wel of niet rechtstreeks of onrechtstreeks participeren in de verwervende vennootschap;
b) de vroegere eigenaar(s) wel of niet bloed- en aanverwantschapsbanden heeft (hebben) met de verwervende eigenaar tot en met de derde graad.

Het departement vermeldt binnen dertig kalenderdagen na betekening van de in het eerste lid vermelde informatie de datum van het verlijden van de authentieke akte in de Inventaris. Het departement betekent binnen dezelfde termijn aan de nieuwe eigenaar de opschorting van de heffing.

Artikel 10. ( 05/09/2026 - ... )

Het departement stuurt jaarlijks, uiterlijk op 31 augustus, aan iedere gemeente via een beveiligde zending een uittreksel van de in de Inventaris geregistreerde bedrijfsruimten die op haar grondgebied liggen. De gemeente legt deze uittreksels ter inzage van het publiek voor 1 oktober.

Binnen dezelfde periode krijgen de erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen een uittreksel van de in de Inventaris geregistreerde bedrijfsruimten in de betrokken provincie.

Artikel 10/1. ( 05/09/2026 - ... )

§1. In dit artikel wordt verstaan onder externe deskundige: een externe deskundige als vermeld in artikel 4, tweede lid, van het Decreet.

§2. Een persoon kan als externe deskundige, worden aangesteld, als die voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
1° beschikken over een diploma of getuigschrift dat toegang geeft tot niveau B;
2° beschikken over een relevante beroepservaring van minstens twee jaar.

§3. De externe deskundige voert diens taken uit op een actieve, constructieve, loyale en correcte wijze om de opdracht en de doelstellingen van de diensten van de Vlaamse overheid te realiseren. In de omgang met anderen respecteert de externe deskundige de persoonlijke waardigheid en handelt die zonder discriminatie.

De externe deskundige kan het leegstaande en/of verwaarloosde karakter van bedrijfsruimten en bedrijfsgebouwen vaststellen in het kader van registratie in de Inventaris.

De gemachtigde personeelsleden van het departement behouden het toezicht over de einduitspraak. Alleen de leidend ambtenaar van het departement kan een definitieve beslissing nemen over het beroep dat wordt ingesteld tegen registratieattesten.

§4. Het aanstellingsbesluit vermeldt uitdrukkelijk de bevoegdheid van de externe deskundige om de nodige vaststellingen te doen.

De externe deskundige kan tijdens de uitoefening van diens opdracht altijd een aanstellingsbewijs of legitimatiekaart voorleggen.

Artikel 11. ( 05/09/2026 - ... )

§ 1. Iedere derde kan binnen dertig dagen na bekendmaking van het ter inzage liggen van het uittreksel van de in de Inventaris geregistreerde bedrijfsruimten, via een beveiligde zending, een bezwaarschrift indienen bij de Vlaamse regering wanneer een bedrijfsruimte niet werd geregistreerd.

§ 2. Het departement nodigt binnen dertig kalenderdagen na betekening van het derden-bezwaar de eigenaar(s) en/of de gemeente via een beveiligde zending voor een hoorzitting uit. In haar uitnodiging maakt zij melding van de inhoud van het bezwaar en verzoekt de betrokkenen uiterlijk op de hoorzitting de noodzakelijke bewijsstukken over te leggen.

AFDELING 2 SCHRAPPING UIT DE INVENTARIS (... - ...)

Artikel 12. ( 05/09/2026 - ... )

Als er aan de verwaarlozing of leegstand van een bedrijfsruimte een einde komt, stelt de eigenaar via een beveiligde zending het departement hiervan in kennis en vraagt uit de Inventaris te worden geschrapt. Hij kan hiertoe alle bewijsstukken bijvoegen die hij nodig acht. Zijn aanvraag tot schrapping dient gestaafd te worden door een verklaring van de burgemeester die de beëindiging van de leegstand en/of verwaarlozing bevestigt.

Overeenkomstig artikel 11, 1°, van het Decreet, kan alleen de wettelijk toegestane benutting van het bedrijfsgebouw daarbij in aanmerking worden genomen.

Artikel 13. ( 05/09/2026 - ... )

§ 1. Het departement onderzoekt de aanvraag tot schrapping, zoals omschreven in artikel 12 van dit besluit, en betekent de al dan niet aanvaarding ervan aan de indiener binnen 30 dagen na de betekening van de aanvraag.

Als het departement zijn beslissing niet betekent binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, kan de aanvrager van de schrapping via een beveiligde zending een herinneringsbrief sturen naar het departement. Het departement bezorgt binnen dertig dagen na de betekening van de herinneringsbrief zijn beslissing via een beveiligde zending aan de aanvrager van de schrapping.

Als een geregistreerde bedrijfsruimte uit de Inventaris wordt geschrapt, wordt aan de eigenaar(s) een attest betekend. Binnen dezelfde termijn krijgen de betrokken gemeente en de erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij hiervan een afschrift.

§ 2. Bij ontstentenis van een uitspraak binnen de termijn vermeld in §1, tweede lid wordt de aanvraag tot schrapping geacht te zijn aanvaard. Het attest van schrapping wordt op eenvoudig verzoek aan de belanghebbende betekend.

HOOFDSTUK III HEFFING (... - ...)

AFDELING 1 INNING VAN DE HEFFING (... - ...)

Artikel 14. ( 01/01/2014 - ... )

...

Artikel 15. ( 01/01/2014 - ... )

...

Artikel 16. ( 01/01/2014 - ... )

...

Artikel 17. ( 01/01/2006 - ... )

...

AFDELING 2 OPSCHORTING VAN DE HEFFING (... - ...)

Artikel 18. ( 01/01/2014 - ... )

...

Artikel 18bis. ( 01/01/2014 - ... )

...

Artikel 18ter. ( 01/01/2014 - ... )

...

Artikel 19. ( 01/01/2014 - ... )

...

HOOFDSTUK IV ... (01/01/2025 - ...)

AFDELING 1 ... (01/01/2025 - ...)

Artikel 20. ( 01/01/2025 - ... )

...

Artikel 21. ( 01/01/2025 - ... )

...

Artikel 22. ( 01/01/2025 - ... )

...

Artikel 23. ( 01/01/2025 - ... )

...

AFDELING 2 ... (01/01/2025 - ...)

Artikel 24. ( 01/01/2025 - ... )

...

AFDELING 3 ... (01/01/2025 - ...)

Artikel 25. ( 01/01/2025 - ... )

...

Artikel 26. ( 01/01/2025 - ... )

...

AFDELING 4 ... (01/01/2025 - ...)

Artikel 27. ( 01/01/2025 - ... )

...

Artikel 28. ( 01/01/2025 - ... )

...

Artikel 28bis. ( 01/10/2021 - ... )

...

Artikel 29. ( 01/10/2021 - ... )

...

Artikel 30. ( 01/10/2021 - ... )

...

HOOFDSTUK V ONTEIGENING TOT ALGEMEEN NUT (... - ...)

Artikel 31. ( 01/01/2025 - ... )

Een onteigening ten algemenen nutte kan gebeuren als:
1° de eigenaar geen voorstel tot vernieuwing, zoals bepaald in artikel 2.6.7.0.1 van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013, ingediend heeft binnen een periode van 1 jaar vanaf de registratie van de bedrijfsruimte in de Inventaris;
2° de vernieuwingswerkzaamheden, zoals vermeld in het vernieuwingsvoorstel, vermeld in artikel 2.6.7.0.1 van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013, definitief zijn stopgezet zonder dat aan de leegstand en/of de verwaarlozing een einde is gekomen.

SLOTBEPALINGEN (... - ...)

Artikel 32. ( ... - ... )

(niet opgenomen)

(Heft het besluit van de Vlaamse regering van 19 mei 1993 tot regeling van de tegemoetkoming van het Vlaamse Gewest voor de uitvoering van vernieuwingsprojecten van verlaten bedrijfsruimten op)

Artikel 33. ( ... - ... )

(niet opgenomen)

(Heft het besluit van de Vlaamse regering van 10 mei 1995 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten op)

Artikel 34. ( 01/01/2025 - ... )

...

Artikel 34/1. ( 01/01/2025 - ... )

...

Artikel 35. ( ... - ... )

Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Artikel 36. ( ... - ... )

De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 20/09/2026