Artikel 1. ( ... - ... )
Onverminderd de bepalingen in Afdeling 5 van bijlage VII van het besluit van de Vlaamse regering van 18 december 1998 houdende de erkenning en subsidiring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg, worden, bij het beoordelen of een aanvraag tot erkenning van een vereniging van gebruikers en mantelzorgers voldoet aan de programmatie, de evaluatiecriteria gehanteerd die in de hierna volgende artikelen vervat liggen.
Artikel 2. ( ... - ... )
Een ontvankelijke aanvraag die een toename van het totaal aantal erkende verenigingen van gebruikers en mantelzorgers tot gevolg zou hebben, kan enkel voldoen aan de programmatie, indien bij inwilliging van de aanvraag het totaal aantal erkende plus het aantal geplande verenigingen van gebruikers en mantelzorgers waarvoor een ontvankelijke, nog niet afgehandelde, erkenningsaanvraag ingediend werd die voldoet aan de programmatie, lager dan of gelijk is aan 4. Indien dit totaal hoger is dan 4, voldoet de aanvraag niet aan de programmatie en dient ze niet verder te worden getoetst aan de overige evaluatie-criteria.
Artikel 3. ( ... - ... )
Een initiatiefnemer die een ontvankelijke aanvraag voor het verkrijgen van een erkenning als een vereniging voor gebruikers en mantelzorgers indient, kan maximaal één erkenning als vereniging van gebruikers en mantelzorgers verkrijgen.
Artikel 4. ( ... - ... )
Een ontvankelijke aanvraag tot het verkrijgen van een erkenning als vereniging van gebruikers en mantelzorgers heeft, met betrekking tot het passen in de programmatie, voorrang op andere ontvankelijke aanvragen indien uit deze aanvraag blijkt dat de initiatiefnemer reeds voor het indienen van zijn aanvraag geen selectie maakte wat de doelgroep betreft.
Artikel 5. ( ... - ... )
Een ontvankelijke aanvraag tot het verkrijgen van een erkenning als vereniging van gebruikers en mantelzorgers heeft, met betrekking tot het passen in de programmatie, voorrang op andere ontvankelijke aanvragen indien uit deze aanvraag blijkt dat de initiatiefnemer reeds voor het indienen van zijn aanvraag, zijn activiteiten in een hogere mate ontplooide over alle Vlaamse provincies en in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad, dan de andere aavragen.
Artikel 6. ( ... - ... )
Indien na toetsing conform art. 2. tot art. 5 van dit besluit zou blijken dat twee of meerdere aanvragen dezelfde graad van voorrang wordt toegekend, is de volgorde van datum van indienen van hun ontvankelijk aanvraagdossier, bepalend voor het al dan niet passen in de programmatie.
Artikel 7. ( ... - ... )
Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999.
Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 04/04/2025