Artikel 1. ( ... - ... )
Registratie is een formaliteit bestaande in het afschrijven, ontleden of vermelden van een akte of van een geschrift, door de ontvanger der registratie in een hiertoe bestemd register [of op elke andere informatiedrager bepaald door de Koning. (ing. W. 22 december 1989, art. 133, I: 1 januari 1990)]
Deze formaliteit geeft aanleiding tot heffing van een belasting genaamd registratierecht.
Artikel 2. ( 01/01/2015 - ... )
De akten worden op de minuten, brevetten of originelen geregistreerd.
Evenwel worden de buitenslands verleden authentieke akten in minuut op de uitgiften, afschriften of uittreksels geregistreerd , en kunnen de akten bedoeld in artikel 19, 3°, worden geregistreerd op een kopie op voorwaarde dat de onroerende goederen bestemd zijn tot huisvesting van een gezin of van één persoon.
De Koning kan voor de door Hem aangewezen categorieën van akten, geschriften en verklaringen die aan de formaliteit van de registratie onderworpen zijn, bepalen dat zij onder de vorm van de minuut, een afschrift of een kopie en al dan niet op gedematerialiseerde wijze, ter registratie kunnen of moeten worden aangeboden. Voor de aldus aangewezen categorieën van akten, geschriften en verklaringen bepaalt Hij de modaliteiten van de aanbieding ter formaliteit en van de uitvoering van de formaliteit. Hij kan daarbij afwijken van de bepalingen van de artikelen 8, 9, 26, 39, 40, 168, 171 en 172 van dit Wetboek. Hij kan echter geen geldboete opleggen met een bedrag hoger dan 25 euro in geval van overtreding van de door hem in afwijking van de artikelen 171 en 172 vastgestelde regels.
De Koning kan bepalen dat wanneer de aanbieding ter registratie van akten of van bepaalde categorieën van akten op gedematerialiseerde wijze geschiedt, de aanbieding vergezeld moet gaan van gestructureerde metagegevens betreffende akte, waaronder in het bijzonder, voor elke partij bij de akte, haar identificatienummer in het Rijksregister of het haar in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid toegekende identificatienummer in het bisregister of, voor een rechtspersoon, zijn ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen.
Artikel 2bis. ( 10/01/2014 - ... )
[De registratie van de notariële akten vereist de vermelding van het identificatienummer of het ondernemingsnummer bedoeld in artikel 2, vierde lid, voor elke partij bij de akte, wanneer dit nummer beschikbaar is.
Deze vermelding geschiedt in de akte of, ten laatste bij de aanbieding ervan ter registratie, in een aanvullende verklaring onderaan de akte, getekend door de betrokken partij of door de instrumenterende notaris, in haar naam (ing. W. 21 december 2013, art. 43, I: 10 januari 2014)].
Artikel 2ter. ( 01/04/2014 - ... )
[De vermeldingsplicht bedoeld in artikel 2bis, eerste lid, geldt ook voor de registratie van de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, wat betreft rechtspersonen.
Indien aan een partij bij een dergelijke akte nog geen ondernemingsnummer is toegekend, bevestigt die partij dit in de akte of in een ondertekende aanvullende verklaring onderaan de akte (ing. W. 21 december 2013, art. 44, I: a) wat de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, a), van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten betreft, 1 april 2014;
b) wat de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, b), van hetzelfde Wetboek betreft, 1 juni 2014)].
Artikel 3. ( ... - ... )
Wordt een in een andere taal dan de landstalen gestelde akte of geschrift ter registratie aangeboden, zo kan de ontvanger eisen dat, op de kosten van de persoon die de formaliteit vordert, een door een beëdigde vertaler voor echt verklaarde vertaling daaraan wordt toegevoegd.
Artikel 4. ( ... - ... )
De registratie is ondeelbaar: zij wordt toegepast op de gehele akte of het geheel geschrift welke tot de formaliteit wordt aangeboden.
Artikel 5. ( ... - ... )
De registratie geschiedt slechts na betaling van de rechten en gebeurlijk van de boeten, zoals zij door de ontvanger worden vereffend.
[De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen dat voor authentieke akten of bepaalde categorieën van authentieke akten de betaling van de in het eerste lid bedoelde rechten en boeten kan geschieden na de registratie van de akte. In voorkomend geval bepaalt hij de termijn en de modaliteiten van de betaling. (ing. W. 22 december 2009, art. 76, I: 10 januari 2010)]
Niemand kan, onder voorwendsel van betwisting over de verschuldigde som of om elke andere reden, die betaling verminderen noch uitstellen, behoudens vordering tot teruggave zo daartoe aanleiding bestaat.
Artikel 5bis. ( 01/01/2016 - ... )
Wanneer een akte die op gedematerialiseerde wijze wordt aangeboden, verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving, wordt deze akte tezelfdertijd en onder de wettelijke voorwaarden aan beide formaliteiten onderworpen, behalve indien de termijnen voor beide formaliteiten van elkaar verschillen.
[De in het eerste lid bepaalde regel geldt tevens voor een akte die op een papieren drager wordt aangeboden en verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving bij toepassing van artikel 1, eerste lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851.
De ontvanger weigert de registratie van de akte zolang de hypotheekbewaarder van het hypotheekkantoor met hetzelfde ambtsgebied als het registratiekantoor, weigert om de formaliteit van de overschrijving voor een akte bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851, te vervullen (ing. W. 21 december 2013, art. 45, I: 1 januari 2016)].
Artikel 6. ( 01/04/2014 - ... )
De ontvanger is gehouden tot het registreren van de akten of geschriften op de datum waarop ze onder de wettelijke voorwaarden tot de formaliteit worden aangeboden.
[Een buiten de openingsuren van de kantoren aangeboden akte of geschrift, wordt geacht aangeboden te zijn bij de eerstvolgende opening van de kantoren (ing. W. 21 december 2013, art. 46, I: 1 april 2014)].
Hij mag ze niet langer houden dan nodig is.
Artikel 7. ( ... - ... )
Zo een akte of geschrift, waarvan er geen minute bestaat, inlichtingen vervat die kunnen dienen om aan ’s Rijks schatkist verschuldigde sommen te ontdekken, heeft de ontvanger het recht er een afschrift van te maken en dit eensluidend met het origineel te doen waarmerken door de werkende openbare officier of, zo het gaat om een onderhandse of buitenlands verleden akte, door de betrokken persoon die de formaliteit heeft gevorderd. Bij weigering, waarmerkt de ontvanger zelf de eensluidendheid van het afschrift, met vermelding van die weigering. Het aldus gewaarmerkt afschrift wordt, behoudens bewijs van het tegendeel, als eensluidend aangezien.
Artikel 8. ( ... - ... )
Vermelding van de registratie wordt op de akte of het geschrift gesteld naar een door de Minister van Financiën bepaalde tekst.
[Indien er toepassing gemaakt wordt van de vrijstelling voorzien in artikel 8bis, wordt de vermelding van de registratie vervangen door de vermelding van de betaling die verricht moet worden volgens de modaliteiten voorzien in uitvoering van dit artikel. Deze vermelding geschiedt naar een door de Minister van Financiën vastgestelde tekst. (ing. W. 22 december 1989, art. 134, I: 1 januari 1990)]
Artikel 8bis. ( ... - ... )
[De Koning kan bepaalde categorieën van de in de artikelen 19, 1° en 6°, 26 en 29 bedoelde akten van de registratieformaliteit vrijstellen zonder dat deze vrijstelling de ontheffing van de op deze akten toepasselijke rechten meebrengt, alsook de betalingsmodaliteiten voor genoemde rechten, binnen de termijnen die Hij bepaalt, regelen, in voorkomend geval afwijkend van de bepalingen van hoofdstuk III en IX van deze titel. Indien er toepassing gemaakt wordt van deze bepaling kan de Koning het neerleggen van een afschrift van de akten voorschrijven en aanvullende regels vaststellen om de juiste heffing van de belasting te verzekeren. (ing. W. 22 december 1989, art. 135, I: 1 januari 1990)]
Artikel 9. ( 01/01/2015 - ... )
Dagen en uren van openstelling der kantoren, belast met de ontvangst der rechten en middelen waarvan de inning toevertrouwd is aan de administratie van [de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (verv. W. 25 april 2014, art. 62, I: 16 mei 2014)], met inbegrip van de hypotheekbewaringen, worden bij koninklijk besluit geregeld.
Valt de laatste dag van de termijn, die door onderhavig Wetboek vastgesteld is voor de uitvoering van een formaliteit, op een sluitingsdag van de kantoren, dan wordt deze termijn verlengd tot de eerste openingsdag der kantoren die volgt op het verstrijken van de termijn.
Artikel 10. ( 01/01/2015 - ... )
Vaste rechten zijn verdeeld in algemeen vast recht en specifieke vaste rechten.
Artikel 11. ( 01/01/2015 - ... )
Het algemeen vast recht is van toepassing op al de in dat tarief niet voorziene akten en geschriften.
Het algemeen vast recht bedraagt 50 EUR.
Artikel 12. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 13. ( ... - ... )
Geven slechts aanleiding tot heffing van het algemeen vast recht, tenzij daarin een toevoeging of wijziging voorkomt welke van dien aard is dat ze de heffing van een nieuw of aanvullende recht ten gevolge heeft:
1° Alle nieuw geschrift opgemaakt om te laten blijken van een rechtshandeling waarop reeds het evenredig of specifiek vast recht werd geheven;
2° Alle geschrift houdende bekrachtiging, bevestiging, uitvoering, aanvulling of voltrekking van geregistreerde vroegere akten, indien het niet laat blijken van nieuwe rechtshandelingen welke als dusdanig aan een evenredig of specifiek vast recht onderhevig zijn.
Geven insgelijks slechts aanleiding tot heffing van het algemeen vast recht, die rechtshandelingen welke ter oorzake van nietigheid, ontbinding of om andere reden opnieuw werden verricht zonder enige verandering welke iets toevoegt aan het aan het voorwerp der overeenkomsten of aan denzelver waarde, ten ware het op de eerste handeling geheven evenredig recht teruggeven werd of voor teruggaaf vatbaar zij.
Artikel 14. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 15. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 16. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 17. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 18. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 19. ( 15/12/2020 - ... )
Moeten binnen de bij artikel 32 gestelde termijnen geregistreerd worden:
1° De akten van notarissen; de exploten en processen-verbaal van deurwaarders [, met uitzondering van de protesten zoals bedoeld in de protestwet van 3 juni 1997 (ing. W. 14 januari 2013, art. 68, I: 1 september 2013)]; de arresten en vonnissen der hoven en rechtbanken die bepalingen bevatten welke door deze titel aan een evenredig recht onderworpen worden;
2° De akten waarbij de eigendom of het vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt;
3° a) de akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur van in België gelegen onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen, die uitsluitend bestemd zijn tot huisvesting van een gezin of van één persoon;
b) de andere dan onder a) bedoelde akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur van in België gelegen onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen.
4° De processen-verbaal van openbare verkoping van lichamelijke roerende voorwerpen;
5° De akten houdende inbreng van goederen in vennootschappen met rechtspersoonlijkheid waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd;
[6° de in het buitenland verleden notariële akten die titel vormen voor een schenking onder de levenden van roerende goederen door een rijksinwoner (ing. Bijz. W. 13 december 2020, art. 2, I: 15 december 2020)];
7° ...
[Onverminderd de bepaling onder 6° van het eerste lid en behoudens wat de bepalingen onder 2°, 3° en 5° van hetzelfde lid betreft, worden in dit artikel alleen de in België verleden akten bedoeld (verv. Bijz. W. 13 december 2020, art. 2, I: 15 december 2020)] .
Artikel 20. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 21.1. ( ... - ... )
[(verv. W. 13 augustus 1947, art. 2)] [Wanneer een onderhandse of in het buitenland verleden akte, als bedoeld in artikel 19, 2°, ter registratie wordt aangeboden, neemt de ontvanger een kopie van de akte, behalve wanneer het gaat om een akte welke onder de minuten van een notaris in België berust of bij zijn minuten is gevoegd.
Dat geldt ook wanneer een onderhandse of in het buitenland verleden akte, als bedoeld in artikel 19, 3°, op een papieren drager ter registratie wordt aangeboden.
De kopie blijft berusten op het registratiekantoor, hetzij de administratie de bewaring van de inhoud van de akte op een andere wijze verzekert. (verv. W. 22 december 2009, art. 77, I: 1 januari 2007)]
Artikel 21.2. ( 01/01/2015 - ... )
Als onroerende goederen worden niet beschouwd:
1° Voor de toepassing van de artikelen 19, 3°, en 83, brandkasten, in huur gegeven door personen, verenigingen, gemeenschappen of vennootschappen die gewoonlijk brandkasten verhuren.
2° ...
Artikel 22. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 23. ( ... - ... )
De exequaturs der scheidsrechterlijke uitspraken en die der buitenlands gewezen rechterlijke beslissingen moeten, bij aanbieding ter registratie, vergezeld zijn van de desbetreffende uitspraken of beslissingen.
Artikel 24. ( ... - ... )
[... (opgeh. W. 12 juli 1960, art. 2, I: 1 januari 1961)]
Artikel 25. ( ... - ... )
Als een onder de voorzieningen van artikel 19, 2° of 3°, vallende onderhandse of buitenlands verleden akte van een andere overeenkomst laat blijken of meteen op in België gelegen onroerende goederen en andere goederen slaat, hebben de betrokkenen het vermogen om slechts een door hen gewaarmerkt uittreksel in beknopte vorm uit de akten te doen registreren, dat alleen vermelding houdt van de overeenkomst of van dat deel er van welk de in België gelegen onroerende goederen betreft.
Het uittreksel wordt in dubbel opgemaakt. Wanneer beide exemplaren ter registratie worden aangeboden, moeten ze vergezeld zijn van de oorspronkelijke akte of, zo het een buitenslands verleden authentieke akte in minuut geldt, van een uitgifte daarvan. De heffing wordt beperkt tot die goederen welke het voorwerp van het uittreksel uitmaken. Een exemplaar van dit uittreksel blijft op het registratiekantoor berusten.
Artikel 26. ( 10/01/2014 - ... )
Geen akte of geschrift mag aan een van de krachtens artikel 19, 1°, verplichtend te registreren akten, andere dan een vonnis of arrest, worden gehecht, of onder de minuten van een notaris worden neergelegd zonder te voren geregistreerd te zijn.
Evenwel staat het de notarissen en de gerechtsdeurwaarders vrij de aangehechte of neergelegde akte tegelijk met de desbetreffende akte ter registratie aan te bieden.
[De in het eerste lid bedoelde verplichting is niet van toepassing :
1° in geval van aanhechting of van neerlegging, onder de vorm van minuut, uitgifte, afschrift of uittreksel, van in België verleden gerechtelijke akten of akten van de burgerlijke stand;
2° in geval van aanhechting of van neerlegging van een plan dat is opgenomen in de databank van plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, op voorwaarde dat de akte, of een door de partijen of de instrumenterende ambtenaar, in hun naam, ondertekende verklaring onderaan de akte, verwijst naar deze opname met vermelding van het refertenummer van het plan en bevestigt dat het plan nadien niet is gewijzigd (verv. W. 21 december 2013, art. 47, I: 10 januari 2014)].
Artikel 27. ( ... - ... )
[... (opgeh. W. 1 juli 1983, art. 19, I: 18 juli 1983)]
Artikel 28. ( ... - ... )
[... (opgeh. W. 10 oktober 1967, art. 2, art.28, I: 10 november 1967)]
Artikel 29. ( 01/01/2018 - ... )
Behoudens het bij artikel 173, 1°, voorziene geval, mag geen overschrijving, inschrijving, doorhaling of randvermelding [in de registers van de hypotheekbewaarders (verv. Wet 25 december 2016, art
54, I: 1 januari 2018)] plaats hebben krachtens niet vooraf geregistreerde akten.
Artikel 30. ( ... - ... )
[Op vorig artikel wordt uitzondering gemaakt voor de overschrijvingen, inschrijvingen, doorhalingen of randvermeldingen gedaan door hypotheekbewaarders krachtens akten in verband met scheepskredietverrichtingen gedaan onder het voordeel der wet van 23 augustus 1948 (verv. W. 23 augustus 1948, art. 11, I: 21 september 1948)] [of met kredietverrichtingen gedaan onder het voordeel der wet tot bevordering van de financiering van de voorraden van de steenkolenmijnen. (ing. W. 5 mei 1958, art. 13, I: 1 augustus 1958)]
[Op vorig artikel wordt eveneens uitzondering gemaakt voor de in België verleden gerechtelijke akten en akten van de burgerlijke stand, in minuut, uitgifte, afschrift of uittreksel. (ing. W. 12 juli 1960, art. 4, I: 1 januari 1961)]
Artikel 31. ( ... - ... )
Er bestaat verplichting tot ondertekening en tot aanbieding ter registratie, binnen de bij artikel 33 gestelde termijnen, van een verklaring in onderstaande gevallen:
1° Wanneer een overeenkomst, waarbij eigendom of vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt, niet bij een akte is vastgesteld;
[1°bis (ing. W. 14 april 1965, art. 2)] [Wanneer een inbreng van goederen in een vennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, niet bij een akte is vastgesteld; (verv. W. 3 juli 1972, art. 2, I: 1 januari 1972)]
[1°ter (ing. K.B. 12 december 1996, art. 10)] [... (opgeh. W. 22 december 1998, art. 58, I: 1 april 1999)]
2° Wanneer de voorwaarde die de heffing van een recht heeft geschorst, vervuld wordt;
3° In de in artikelen 74 en 75 bedoelde gevallen.
Deze door de contracterende partijen of door een harer ondertekende verklaring wordt in dubbel opgemaakt, waarvan een exemplaar ten registratiekantore blijft berusten. Daarin worden vermeld: aard en doel van de overeenkomst, datum er van of datum van het nieuwe feit dat de verschuldigdheid van het recht heeft doen ontstaan, aanwijzing van de partijen, omvang van de goederen, belastbare grondslag en alle voor de vereffening van de belasting nodige gegevens.
Vanaf het verstrijken van vorenstaande termijnen wordt de door een der partijen ondertekende verklaring als van al de partijen uitgaande aangezien.
Artikel 32. ( 01/01/2016 - ... )
De termijnen, binnen welke de aanbieding ter registratie moet plaats hebben van verplichtend aan de formaliteit der registratie onderworpen akten, zijn:
1° voor akten van notarissen, vijftien dagen, behalve in geval van openbare verkoop van een onroerend goed, voor processen-verbaal van het ontbreken van hoger bod en die van definitieve toewijs, voor dewelke deze termijn twee maanden is;
Evenwel is deze termijn gesteld op vier maand ingaande met de dag van het overlijden der erflaters of schenkers, voor testamenten en voor daarmede bij artikel 141, 3°, 2° alinea, gelijkgestelde schenkingen, voor akten van derzelver herroeping, voor verklaringen betreffende testamenten in de internationale vorm en voor akten van bewaargeving van een testament door de erflater.
[Voor de in artikel 5bis, eerste en tweede lid, bedoelde akten die bij de aanbieding ter registratie binnen de in het eerste lid gestelde termijn niet werden geregistreerd ingevolge de toepassing van artikel 5bis, derde lid, bedraagt de termijn zeven dagen te rekenen van de datum van de kennisgeving door de hypotheekbewaarder aan de notaris van de weigering om de akte over te schrijven. Deze nieuwe termijn verstrijkt in geen geval vóór het einde van de termijn gesteld in het eerste lid (ing. W. 21 december 2013, art. 48, I: 1 januari 2016)];
2° voor akten van gerechtsdeurwaarders, vier dagen.
3° voor arresten en vonnissen der hoven en rechtbanken, tien dagen;
3° bis voor akten van bestuursoverheden en agenten van de Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen die verplicht onderworpen zijn aan de formaliteit van de registratie en aan die van de hypothecaire overschrijving, vijftien dagen, behalve in geval van openbare verkoop van een onroerend goed, voor processen-verbaal van het ontbreken van hoger bod en die van definitieve toewijs, voor dewelke de termijn twee maanden is.
[Voor de in artikel 5bis, eerste en tweede lid, bedoelde akten die bij de aanbieding ter registratie binnen de in het eerste lid gestelde termijn niet werden geregistreerd ingevolge de toepassing van artikel 5bis, derde lid, bedraagt de termijn zeven dagen te rekenen van de datum van de kennisgeving door de hypotheekbewaarder aan de bestuursoverheden of agenten van de Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen, van de weigering om de akte over te schrijven. Deze nieuwe termijn verstrijkt in geen geval vóór het einde van de termijn gesteld in het eerste lid (ing. W. 21 december 2013, art. 48, I: 1 januari 2016)].
4° voor akten waarbij de eigendom of het vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt, vier maanden;
5° voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, a), twee maanden en voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, b), vier maanden;
6° voor processen-verbaal van openbare verkoping van lichamelijke roerende goederen opgemaakt door bestuursoverheden en agenten van Staat, provinciën, gemeenten en openbare instellingen, één maand;
7° voor akten houdende inbreng van goederen in vennootschappen met rechtspersoonlijkheid waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, vier maanden;
8° ...
9° ...
Artikel 33. ( ... - ... )
De termijn, binnen welke de in artikel 31 voorziene verklaringen ter registratie moeten aangeboden worden, is [vier maand (verv. W. 25 juni 1973, art. 1, I: 23 juli 1973)] ingaande met de datum van de overeenkomst of, in voorkomend geval, van de vervulling van de voorwaarde welke de heffing van het recht heeft geschorst.
[... (opgeh. W. 22 december 1998, art. 60, I: 1 april 1999)]
Artikel 34. ( 07/01/2016 - ... )
[... (opgeh. W. 18 december 2015, art. 77, I: 7 januari 2016)]
Artikel 35. ( 15/12/2020 - ... )
De verplichting tot aanbieding ter registratie van akten of verklaringen en tot betaling van de desbetreffende rechten en gebeurlijk de geldboeten, waarvan de vorderbaarheid uit bewuste akten of verklaringen blijkt, berust ondeelbaar:
1° op de notarissen en gerechtsdeurwaarders ten aanzien van de akten van hun ambt;
2° ...
3° ...
4° de notarissen en gerechtsdeurwaarder, ten aanzien van de akten, overeenkomstig artikel 26 aan hun akten gehecht of in hun handen neergelegd, zonder voorafgaande registratie;
5° op de bestuursoverheden en agenten van Staat, provinciën, gemeenten en openbare instellingen, ten aanzien van de door hen opgemaakte akten;
6° op de contracterende partijen, ten aanzien van de onderhandse of buitenlands verleden akten, waarvan sprake in artikel 19, 2°, 3°, b), en 5°;
7° op de verhuurder ten aanzien van de onderhandse of buitenlands verleden akten waarvan sprake in artikel 19, 3°, a);
[8° op de contracterende partijen ten aanzien van de in artikel 19, eerste lid, 6°, bedoelde akten (ing. Bijz. W. 13 december 2020, art. 3, I: 15 december 2020)].
De verplichting tot aanbieding ter registratie van de arresten en vonnissen van hoven en rechtbanken berust op de griffiers. In afwijking van artikel 5 worden deze arresten en vonnissen in debet geregistreerd.
De verplichting tot betaling van de rechten waarvan de vorderbaarheid blijkt uit arresten en vonnissen van hoven en rechtbanken houdende veroordeling, vereffening of rangregeling rust:
1° op de verweerders, elkeen in de mate waarin de veroordeling, vereffening of rangregeling te zijnen laste wordt uitgesproken of vastgesteld, en op de verweerders hoofdelijk in geval van hoofdelijke veroordeling;
2° op de eisers naar de mate van de veroordeling, vereffening of rangregeling, die ieder van hen heeft verkregen, zonder evenwel de helft van de sommen of waarden die ieder van hen als betaling ontvangt te overschrijden.
De rechten en, in voorkomend geval, de geldboeten worden betaald binnen de termijn van één maand, te rekenen vanaf de dag van de verzending van het betalingsbericht bij ter post aangetekende brief door de ontvanger der registratie.
Artikel 36. ( ... - ... )
[Artikel 35, eerste lid, vindt geen toepassing op de voor notaris opgemaakte testamenten en andere taken als bedoeld in artikel 32, 1°, tweede lid, wanneer de betrokkenen het bedrag van de rechten en eventueel van de boeten uiterlijk daags vóór het verstrijken van de voor de registratie gestelde termijn in handen der notarissen niet hebben geconsigneerd. (verv. W. 19 juni 1986, art. 3, I: 1 november 1986)]
Artikel 37. ( ... - ... )
Wanneer de rechten betreffende testamenten en andere in artikel 32, 1°, 2° alinea, bedoelde akten niet in handen der notarissen werden geconsigneerd, zijn ze ondeelbaar door de erfgenamen, legatarissen of begiftigden zomede door de testamentuitvoerders verschuldigd.
[... (opgeh. W. 19 juni 1986, art. 4, I: 1 november 1986)]
Artikel 38. ( ... - ... )
[... (opgeh. W. 22 december 1989, art. 140, I: 1 januari 1990)]
Artikel 39. ( 01/04/2014 - ... )
De akten en verklaringen worden geregistreerd:
1° de akten van notarissen en gerechtsdeurwaarders op het registratiekantoor bevoegd voor hun standplaats.
[Wanneer een akte die onder de toepassing valt van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 2, derde lid, en bovendien moet worden overgeschreven, krachtens artikel 1 van de hypotheekwet, onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het bovenvermelde kantoor, wordt zij evenwel geregistreerd op het kantoor bevoegd voor de ligging van het goed dat als eerste in de akte wordt vermeld (ing. W. 21 december 2013, art. 49, I: 1 april 2014)];
1°bis. ...
2° de arresten en vonnissen der hoven en rechtbanken, ten kantore in welks gebied de zetel van het hof of de rechtbank gelegen is;
3° de akten die overeenkomstig artikel 26 zonder voorafgaande registratie worden aangehecht of neergelegd, ten kantore waar de akte van de notaris of de gerechtsdeurwaarder moet worden geregistreerd;
4° de akten van bestuursoverheden en agenten van Staat, provinciën, gemeenten en openbare instellingen, ten kantore in welks gebied hun zetel of de zetel van hun functies gelegen is.
[Wanneer een akte die onder de toepassing valt van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 2, derde lid, en bovendien moet worden overgeschreven, krachtens artikel 1 van de hypotheekwet, onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het bovenvermelde kantoor, wordt zij evenwel geregistreerd op het kantoor bevoegd voor de ligging van het goed dat als eerste in de akte wordt vermeld; dezelfde regel geldt voor een akte bedoeld in artikel 5bis, tweede lid (ing. W. 21 december 2013, art. 49, I: 1 april 2014)]
5° de onderhandse of buitenlands verleden akten en de verklaringen betreffende in België gelegen onroerende goederen en welke in artikel 19, 2° en 3°, en in artikel 31, 1° en 3°, zijn bedoeld, ten kantore in welks gebied de goederen gelegen zijn. Zijn die goederen gelegen in het gebied van verscheidene kantoren, dan mogen de akten en verklaringen onverschillig in een van deze kantoren worden geregistreerd;
6° de verklaringen van vervulling van een in artikel 31, 2°, voorziene schorsende voorwaarde, ten kantore waar de akte werd geregistreerd welke van de overeenkomst laat blijken, of, bij gebreke aan geregistreerde akte, ten kantore in het 5° hiervoren aangeduid;
7° de andere akten dan voornoemde, onverschillig in alle kantoren.
Artikel 40. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 41. ( 01/01/2015 - ... )
Verbeuren ondeelbaar een geldboete gelijk aan het bedrag der rechten, zonder dat ze lager dan 25 EUR mag zijn:
1° ...;
2° De in artikel 37 aangewezen personen die, binnen de hun daartoe gestelde termijn, de bij artikel 36 voorziene consignatie niet hebben gedaan.
3° De in artikel 35, derde en vierde lid aangewezen personen die de betaling bedoeld in het vijfde lid van genoemd artikel niet hebben gedaan binnen de voorgeschreven termijn.
Artikel 41bis. ( 16/05/2016 - ... )
[De personen die de rechten, verschuldigd op de akten die van de formaliteit der registratie zijn vrijgesteld niet betaald hebben op de voorgeschreven wijze en binnen de voorgeschreven termijn (ing. W. 22 december 1989, art. 142, I: 1 januari 1990)] [, die geen afschrift van deze akten neergelegd hebben of die zich niet gehouden hebben aan de door de Koning bepaalde aanvullende regels (verv. W. 22 juli 1993, art. 75, I: 5 augustus 1993)] [in uitvoering van artikel 8bis, verbeuren ondeelbaar een boete van (ing. W. 22 december 1989, art. 142, I: 1 januari 1990)] [25 tot 250 EUR (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] [per overtreding.
Het bedrag van de boete wordt, binnen deze grenzen, vastgesteld door de (ing. W. 22 december 1989, art. 142, I: 1 januari 1990)][bevoegde adviseur-generaal van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (verv. W. 27 april 2016, art. 54, I: 16 mei 2016)].
[De in het eerste lid bedoelde personen verbeuren ondeelbaar een boete gelijk aan de ontdoken rechten voor elke akte waarop zij ten onrechte de vrijstelling van de formaliteit bedoeld in artikel 8bis, toegepast hebben (ing. W. 22 december 1989, art. 142, I: 1 januari 1990)].
Artikel 42. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 43. ( ... - ... )
[De griffiers die binnen de voorgeschreven termijn de arresten en vonnissen niet hebben doen registreren welke zij gehouden zijn aan de formaliteit te onderwerpen, verbeuren voor elke overtreding een boete van (verv. W. 19 juni 1986, art. 7, I: 1 november 1986)] [25 EUR. (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)]
Artikel 44. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 45. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 46. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 46bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 46ter. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 47. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 48. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 49. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 50. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 51. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 52. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 53. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 54. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 55. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 56. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 57. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 58. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 59. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 60. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 61.1. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 61.2. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 61.3. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 61.4. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 61.5. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 61.6. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 62. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 63.1. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 63.2. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 64. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 65. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 66. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 67. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 68. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 69. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 70. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 71. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 72. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 73.1. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 73.2. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 74. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 75. ( 01/01/2015 - ... )
De heffing van het vast recht is echter ondergeschikt aan de vermelding, in de akte of in een erbij gevoegd geschrift, vóór de registratie, van het kantoor, waar de verkoper periodiek de aangiften indient die voor de heffing van de belasting over de toegevoegde waarde zijn vereist.
Artikel 76. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 77. ( ... - ... )
[Het recht wordt vastgesteld op 5 t.h. voor de openbare verkopingen van lichamelijke goederen. (verv. W. 23 december 1958, art. 4, I: 17 januari 1959)]
Artikel 78. ( ... - ... )
[... (opgeh. W. 10 juli 1969, art. 5, I: 1 januari 1970)]
Artikel 79. ( ... - ... )
[De heffingsgrondslag wordt bepaald zoals gezegd in de artikelen 45 en 231. (verv. W. 23 december 1958, art. 4, I: 17 januari 1959)]
Artikel 80. ( ... - ... )
[Vrijgesteld van het recht van 5 pct. en onderworpen aan het algemeen vast recht zijn:
1° de openbare verkopingen op verzoek van iemand die handelt als belastingplichtige in de zin van de wetgeving op de belasting over de toegevoegde waarde;
2° de openbare verkopingen van goederen bedoeld in de artikelen 2 en 3 van titel I van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen;
3° de openbare verkopingen van inlands hout, op stam of gekapt.
Voor de onder 1° bedoelde verkopingen wordt het vast recht geheven mits in het proces-verbaal of in een geschrift dat bij het proces-verbaal vóór de registratie is gevoegd, vermeld wordt bij welk kantoor de verkoper de periodieke aangiften voor de belasting over de toegevoegde waarde moet indienen. (verv. W. 27 december 1977, art. 42, I: 1 januari 1978)]
Artikel 81. ( ... - ... )
[... (opgeh. W. 23 december 1958, art. 5, I: 17 januari 1959)]
Artikel 82. ( ... - ... )
[... (opgeh. W. 23 december 1958, art. 5, I: 17 januari 1959)]
Artikel 83. ( 01/07/2013 - ... )
[Het recht wordt vastgesteld op :
1° 0,20 pct. voor contracten van verhuring, onderverhuring en overdracht van huur van onroerende goederen;
2° 1,50 pct. voor jacht- en vispacht;
3° 2 pct. voor contracten tot vestiging van een erfpacht- of opstalrecht en tot overdracht daarvan, behalve wanneer daardoor een vereniging zonder winstoogmerk, een internationale vereniging zonder winstoogmerk of een gelijkaardige rechtspersoon die opgericht is volgens en onderworpen is aan de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die bovendien zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte heeft, titularis van het erfpacht- of opstalrecht wordt, in welk geval het recht wordt vastgesteld op 0,50 pct.
Een rechtspersoon is gelijkaardig aan een VZW wanneer de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld :
1° het doel van de rechtspersoon is belangeloos, zonder winstoogmerk;
2° de activiteit van de rechtspersoon mag niet leiden tot de materiële verrijking van :
a) de stichters, de leden of de bestuurders ervan;
b) de echtgenoot, de wettelijk samenwonende, een bloedverwant in de rechte lijn, een bloedverwant in de zijlijn die tot een stichter in een erfgerechtigde graad staat, of een andere rechtsopvolger van een stichter ervan;
c) de echtgenoot of een wettelijk samenwonende van een persoon bedoeld in a) en b);
3° in geval van ontbinding of vereffening van de rechtspersoon mogen de goederen ervan niet toekomen aan personen vermeld onder 2°, maar moeten ze worden overgedragen aan :
a) hetzij een gelijkaardige rechtspersoon die zelf is opgericht volgens en onderworpen aan de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en bovendien zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte heeft;
b) hetzij een lidstaat is van de Europese Economische Ruimte of een territoriaal gedecentraliseerde overheid van een EER-lidstaat is of nog, een dienstgewijze gedecentraliseerde overheid is van een dergelijke publiekrechtelijke rechtspersoon (verv. W. 28 juni 2013, art. 12, I: van toepassing vanaf 1 juli 2013; deze versie is eveneens van toepassing op de authentieke akten die vanaf 1 juli 2013 tot de formaliteit worden aangeboden indien ze een overeenkomst vaststellen die ook is vastgesteld in een onderhandse akte dagtekenend van voor die datum)].
Contracten tot vestiging van erfpacht- of opstalrecht en overdrachten daarvan worden [, voor het overige, (verv. W. 28 juni 2013, art. 12, I: van toepassing vanaf 1 juli 2013; deze versie is eveneens van toepassing op de authentieke akten die vanaf 1 juli 2013 tot de formaliteit worden aangeboden indien ze een overeenkomst vaststellen die ook is vastgesteld in een onderhandse akte dagtekenend van voor die datum)] met huurcontracten en -overdrachten gelijkgesteld, voor de toepassing van dit wetboek, behalve voor de toepassing van artikel 161, 12°.
Dit recht is evenwel niet verschuldigd in geval van toepassing van artikel 140bis.
Artikel 84. ( ... - ... )
De belastbare grondslag wordt als volgt vastgelegd:
Voor huur van bepaalde duur, geldt als grondslag het voor de duur van het contract of, ter zake overdracht, voor het nog te lopen tijdperk samengevoegd bedrag van huursommen en aan huurder opgelegde lasten;
Is zij levenslang of van onbepaalde duur, zo geldt als grondslag het tienvoudig bedrag van de jaarlijkse huurprijs en lasten, zonder dat de belastbare som minder moge zijn dan het samengevoegd bedrag van huurprijzen en aan huurder opgelegde lasten voor de bij de huurakte voorziene minimumduur.
Bij overdracht van huur, wordt het bedrag of de waarde van de gebeurlijk ten bate van de overdrager bedongen prestatiën gevoegd bij de heffingsgrondslag zoals hij hiervoor is bepaald.
Artikel 85. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 86. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 87. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 88. ( 01/01/2018 - ... )
[De vestigingen van een hypotheek op een schip dat niet naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is, worden aan een recht van 0,50 pct. onderworpen. (verv. Wet 25 december 2016, art. 56, I: 1 januari 2018)]
Artikel 89. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 90. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 91. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 92.1. ( 01/01/2018 - ... )
Onverminderd artikel 91, dekt het in artikelen 87 en 88 bedoeld recht alle vestiging van hypotheek [... (opgeh. Wet 25 december 2016, art. 59, I: 1 januari 2018)] welke naderhand tot zekerheid van eenzelfde schuldvordering en van hetzelfde gewaarborgd bedrag mocht worden toegestaan.
Artikel 92.2. ( 01/01/2018 - ... )
De overdracht van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed met inbegrip van de voorrechten bedoeld bij artikel 27 van de wet van 16 december 1851, [of (ing. Wet 25 december 2016, art. 60, I: 1 januari 2018)] van een hypotheek op een schip dat niet naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is [... (opgeh. Wet 25 december 2016, art. 60, I: 1 januari 2018)], ingevolge de overdracht onder bezwarende titel van de schuldvordering, de contractuele indeplaatsstelling of elke andere verrichting onder bezwarende titel, wordt onderworpen aan een recht van 1 pct. of van 0,50 pct., al naar gelang de overdracht al dan niet een hypotheek op een onroerend goed betreft.
Artikel 93. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 94. ( 01/02/2017 - ... )
Schepen worden niet onderworpen aan het in artikel 88 bepaalde recht op voorwaarde dat:
1° een getuigschrift, afgeleverd door [het Belgisch Scheepsregister (verv. Wet 25 december 2016, art. 11, I; 1 februari 2017)] , ter bevestiging dat het schip is geregistreerd in het Belgisch register der zeeschepen of dat voor het schip een aangifte voor registratie in het Belgisch register der zeeschepen werd ingediend, aan de akte wordt gehecht;
2° de akte, of een door de hypotheeksteller gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte, uitdrukkelijk vermeldt dat het schip naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is.
Artikel 95. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 96. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 97. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 98. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 99. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 100. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 101. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 102. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 103. ( ... - ... )
[§ 1. Elke gehele of gedeeltelijke handlichting van een in België genomen hypothecaire inschrijving, gedaan bij een akte bedoeld in artikel 19, 1°, is onderworpen aan een specifiek vast recht van 75 euro.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 geven slechts aanleiding tot éénmaal de heffing van het recht bedoeld in paragraaf 1, de handlichtingen vastgesteld in één akte:
1° van inschrijvingen genomen lastens éénzelfde schuldenaar-hypotheeksteller;
2° van inschrijvingen genomen lastens een schuldenaar-hypotheeksteller en een persoon-hypotheeksteller als waarborg voor de eerstgenoemde;
3° van inschrijvingen van wettelijke hypotheken lastens éénzelfde schuldenaar;
4° van door een hypotheekbewaarder ambtshalve genomen inschrijvingen;
5° die geschieden in het kader van een openbare verkoping na beslag of van een verkoop uit de hand bedoeld in artikel 1580bis van het Gerechtelijk Wetboek. (verv. W. 19 mei 2010, art. 24, I: 7 juni 2010)]
Artikel 104. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 105. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 106. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 107. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 108. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 109. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 110. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 111. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 111bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 112. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 113. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 114. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 115. ( ... - ... )
[Aan (verv. W. 3 juli 1972, art. 4, I: 1 januari 1972)] [een recht van (verv. W. 1 maart 1977, art. 1, I: 1 januari 1976)] [0 pct. (verv. W. 22 juni 2005, art. 20, I: 1 januari 2006)] [wordt onderworpen de inbreng van (verv. W. 3 juli 1972, art. 4, I: 1 januari 1972)] [roerende (ing. W. 30 maart 1994, art. 44, I: 10 april 1994)] [goederen in burgerlijke of handelsvennootschappen waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, onverschillig of de inbreng bij de oprichting van de vennootschap of naderhand plaats heeft. (verv. W. 3 juli 1972, art. 4, I: 1 januari 1972)]
[Het recht wordt vereffend op het totaal bedrag van de inbrengen.
Bij de inbreng van geldspecie in coöperatieve vennootschappen is het recht desgevallend slechts verschuldigd in de mate dat het bedrag van het nieuw maatschappelijk fonds hoger is dan het voordien belast bedrag van dit fonds. (verv. W. 14 april 1965, art. 6, I: 3 mei 1965)]
Artikel 115bis. ( ... - ... )
[De inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend worden of bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, worden aan het recht van (ing. W. 30 maart 1994, art. 45, I: 10 april 1994)] [0 pct. (verv. W. 22 juni 2005, art. 20, I: 1 januari 2006)] [onderworpen.
In geval van onjuiste verklaring betreffende de aanwending of de bestemming van het onroerend goed, zijn de aanvullende rechten opeisbaar en verbeurt iedere partij een boete gelijk aan de rechten. (ing. W. 30 maart 1994, art. 45, I: 10 april 1994)]
Artikel 116. ( ... - ... )
[Aan (verv. W. 3 juli 1972, art. 5, I: 1 januari 1972)] [een recht van (verv. W. 1 maart 1977, art. 2, I: 1 januari 1976)] [0 pct. (verv. W. 22 juni 2005, art. 20, I: 1 januari 2006)] [wordt onderworpen de vermeerdering van het statutair kapitaal, zonder nieuwe inbreng, van een vennootschap waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd.
Het recht wordt vereffend op het bedrag van de vermeerdering.
Het recht is niet verschuldigd in de mate waarin het statutair kapitaal vermeerderd wordt door inlijving van reserves of provisies, die gevestigd werden, bij gelegenheid van inbrengen gedaan in de vennootschap, ter vertegenwoordiging van het geheel of een gedeelte van het bedrag van die inbrengen dat onderworpen werd aan het bij artikel 115 bedoeld recht. (verv. W. 3 juli 1972, art. 5, I: 1 januari 1972)]
Artikel 117. ( ... - ... )
[§ 1. Het bij artikel 115 bepaalde recht is niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.
Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde:
1° dat de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een lid-Staat van de Europese Gemeenschappen;
2° dat, eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.
§ 2. Het bij artikel 115 bepaalde recht is eveneens niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lid-Staat van de Europese Gemeenschappen van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken. (verv. W. 12 augustus 1985, art. 8, I: 1 januari 1986)]
[§ 3. Het bij artikel 115 bepaalde recht is eveneens niet verschuldigd in geval van inbreng van aandelen (ing. W. 22 december 1998, art. 65, I: 15 januari 1999)], [aandelencertificaten (ing. W. 2 mei 2002, art. 42, I: 1 juli 2003)] [tot deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, die tot gevolg heeft dat de vennootschap bij wie de inbreng gebeurt, ten minste 75 pct. van het maatschappelijk kapitaal verwerft van de vennootschap waarvan de aandelen (ing. 22 december 1998, art. 65, I: 15 januari 1999)], [aandelencertificaten (ing. W. 2 mei 2002, art. 42, I: 1 juli 2003)] [of deelbewijzen zijn aangebracht.
Wanneer dat percentage ten gevolge van verscheidene inbrengen is bereikt, is deze paragraaf alleen toepasselijk op de inbrengen die het bereiken van het percentage mogelijk hebben gemaakt, alsmede op de daaropvolgende inbrengen.
Bovendien vindt deze paragraaf alleen toepassing wanneer voldaan is aan de volgende voorwaarden:
1° de vennootschap die verkrijgt en de vennootschap waarvan de aandelen of deelbewijzen zijn ingebracht, moeten beide hun zetel der werkelijke leiding of hun statutaire zetel hebben op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen;
2° de inbreng moet uitsluitend door uitgifte van aandelen of nieuwe deelbewijzen van de verkrijgende vennootschap vergoed worden, samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt;
3° de akte van inbreng moet vermelden dat bij de inbreng ten minste 75 pct. van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap waarvan de aandelen of deelbewijzen zijn ingebracht, door de verwervende vennootschap wordt verkregen;
4° een attest van een bedrijfsrevisor dat het vermelde feit overeenkomstig het 3° van dit lid bevestigt, moet aan de akte worden aangehecht.
In geval van niet-nakoming van een van de toepassingsvoorwaarden van deze paragraaf uiterlijk wanneer de akte ter formaliteit wordt aangeboden, wordt deze akte tegen het gewoon recht geregistreerd. (ing. W. 22 december 1998, art. 65, I: 15 januari 1999)]
Artikel 118. ( ... - ... )
[Voor de toepassing van dit Wetboek worden beschouwd als oprichtingen van nieuwe vennootschap:
1° de overbrenging naar België van de zetel der werkelijke leiding van een vennootschap waarvan de statutaire zetel in het buitenland is;
2° de overbrenging naar België van de statutaire zetel van een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding in het buitenland is;
3° de overbrenging van het buitenland naar België, van de statutaire zetel en van de zetel der werkelijke leiding van een vennootschap.
In deze gevallen omvat de inbreng de goederen van elke aard die aan de vennootschap toebehoren op het tijdstip van de overbrenging. (verv. W. 3 juli 1972, art. 7, I: 1 januari 1972)]
Artikel 119. ( ... - ... )
[In de gevallen bedoeld (verv. W. 14 april 1965, art. 10, I: 4 mei 1965)] [in de artikelen 115, 115bis en 118 (verv. W. 30 maart 1994, art. 46, I: 10 april 1994)] [wordt de belastbare grondslag vastgesteld met inachtneming van de waarde der als vergelding van de inbrengen toegekende maatschappelijke rechten, zonder dat hij nochtans minder mag bedragen dan de verkoopwaarde van de goederen onder aftrek van de lasten die de vennootschap op zich neemt boven de toekenning van de maatschappelijke rechten.
De inbrengen die bestaan uit andere zaken dan geldspecie of goederen in natura worden geraamd bij vergelijking met de inbrengen van geldspecie of goederen in natura, gelet op de onderscheidene aandelen van de inbrengers in de winst.
De verkoopwaarde van het vruchtgebruik of van de blote eigendom van in België gelegen onroerende goederen wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 47 tot 50. (verv. W. 14 april 1965, art. 10, I: 4 mei 1965)]
Artikel 120. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 121. ( ... - ... )
[Met afwijking van de artikelen 115 (verv. W. 14 april 1965, art. 12, I: 4 mei 1965)] [115bis (ing. W. 30 maart 1994, art. 48, I: 10 april 1994)] [118 en 120, worden van het evenredig recht vrijgesteld:
1° de omvorming van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid in een vennootschap van een verschillende soort (verv. W. 14 april 1965, art. 12, I: 4 mei 1965)] [en de omzetting van een vereniging zonder winstoogmerk in een vennootschap met een sociaal oogmerk. (ing. W. 21 december 1998, art. 66, I: 15 januari 1999)] [Deze bepaling is toepasselijk zelfs wanneer de omvorming plaats heeft bij wege van liquidatie gevolgd door de oprichting van een nieuwe vennootschap, voor zover deze wederoprichting in de akte van in-liquidatie-stellen in het vooruitzicht wordt gesteld en binnen vijftien dagen na die akte plaats heeft;
2° de wijziging van het voorwerp van een vennootschap; (verv. W. 14 april 1965, art. 12, I: 4 mei 1965)]
3° [de overbrenging van de zetel der werkelijke leiding of van de statutaire zetel van een vennootschap, wanneer deze overbrenging geschiedt uit het grondgebied van een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap of wanneer het een overbrenging naar België betreft van de zetel der werkelijke leiding van een vennootschap waarvan de statutaire zetel zich reeds op het grondgebied van de genoemde gemeenschap bevindt. Deze bepaling is slechts toepasselijk in de mate waarin het vaststaat dat de vennootschap behoort tot de soort van die welke onderworpen zijn aan een belasting op het bijeenbrengen van kapitaal in het land dat in aanmerking komt voor het voordeel van de vrijstelling. (verv. W. 3 juli 1972, art. 9, I: 1 januari 1972)]
[In alle gevallen wordt het recht geheven op de vermeerdering van het statutair kapitaal van de vennootschap, zonder nieuwe inbreng, of op de inbrengen van nieuwe goederen, die gedaan worden ter gelegenheid van de omvorming, de wijziging van het voorwerp of de overbrenging van de zetel. (verv. W. 3 juli 1972, art. 9, I: 1 januari 1972)]
Artikel 122. ( ... - ... )
[Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 120, wordt van het evenredig recht vrijgesteld de inbreng gedaan:
1° Aan maatschappijen erkend hetzij door de Nationale Maatschappij voor de huisvesting, hetzij door de (verv. W. 14 april 1964, art. 13, I: 4 mei 1965)] [Nationale Landmaatschappij (verv. W. 22 juli 1970, art. 55, I: 14 september 1970)] [, hetzij door de Gewestelijke Maatschappijen opgericht in uitvoering van de wet van 28 december 1984 tot afschaffing of herstructurering van sommige instellingen van openbaar nut; (ing. W. 22 december 1989, art. 155, I: 1 januari 1990)]
2° [Aan maatschappijen die uitsluitend ten doel hebben leningen te doen met het oog op het bouwen, het aankopen of het inrichten van volkswoningen, kleine landeigendommen of daarmede gelijk gestelde woningen, alsmede de uitrusting ervan met geschikt mobilair; (verv. W. 14 april 1964, art. 13, I: 4 mei 1965)]
3° [Aan de coöperatieve vennootschappen Woningfonds van de bond der kroostrijke gezinnen van België, Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen, Woningfonds van de Kroostrijke Gezinnen van Wallonië en Woningfonds van de gezinnen van het Brusselse Gewest; (verv. W. 22 december 1989, art. 155, I: 1 januari 1990)]
4° [Aan de beleggingsvennootschappen bedoeld in artikel 6 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles. (verv. W. 27 december 2006, art. 343, I: 1 januari 2007)]
[Het evenredig recht, zonder aftrek van het reeds geïnde algemeen vast recht, wordt echter opeisbaar wanneer de in het eerste lid, 4°, bedoelde beleggingsvennootschap de erkenning overeenkomstig de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles niet verkrijgt of verliest, al naar het geval, zulks vanaf de datum van de beslissing tot weigering of tot intrekking van de erkenning. (verv. W. 27 december 2006, art. 343, I: 1 januari 2007)]
Artikel 122.2. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 123. ( ... - ... )
[Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 44 en 120 wordt van het evenredig recht vrijgesteld, de vermeerdering van het statutair kapitaal, met nieuwe inbreng, door een vennootschap bedoeld in artikel 201, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, mits aandelen of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren van die vennootschap ter notering op een Belgische effectenbeurs zijn toegelaten.
Deze vrijstelling is alleen toepasselijk indien in de akte of in een vóór de registratie bij de akte te voegen geschrift wordt bevestigd dat de toepassingsvoorwaarden ervan zijn vervuld.
In geval van onjuistheid van die vermelding verbeurt de vennootschap een boete gelijk aan het ontdoken recht. (verv. W. 10 februari 1998, art. 35, I: 20 juni 1999)]
Artikel 124. ( ... - ... )
[Onder voorbehoud van de voorschriften van de artikelen 44 en 120, worden van het evenredig recht vrijgesteld:
1° de statutaire kapitaalsverhoging, uitgevoerd bij toepassing van een participatieplan bedoeld in artikel 2, 7°, van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen, en ten belope van de kapitaalsparticipaties bedoeld in artikel 2, 17°, van dezelfde wet;
2° de inbreng in een coöperatieve participatievennootschap uitgevoerd volgens artikel 12, § 2, van dezelfde wet.
Deze vrijstelling is slechts toepasbaar voor zover er vermeld is in de akte of in een vóór de registratie bij de akte gevoegd geschrift dat de toepassingsvoorwaarden zijn vervuld.
Ingeval deze vermelding ontbreekt of onjuist is, loopt de vennootschap een boete op gelijk aan het ontdoken recht. (verv. W. 22 mei 2001, art. 31, I: 1 januari 2002)]
Artikel 125. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 126. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 127. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 128. ( ... - ... )
Met afwijking van artikel 2, mogen de onderhandse akten welke de [in de artikelen 115 tot 122 (verv. W. 14 april 1965, art. 15, I: 4 mei 1965)] bedoelde overeenkomsten tot voorwerp hebben, op de originelen of op afschriften of uittreksels worden geregistreerd. [Wanneer de afschriften of uittreksels ter registratie worden aangeboden, moeten ze vergezeld zijn van de oorspronkelijke akte. (ing. W. 23 december 1958, art. 23, I: 17 januari 1959)]
[Artikel 21.1 (verv. W. 23 december 1958, art. 23, I: 17 januari 1959)] wordt toepasselijk gemaakt op de onderhandse of buitenslands verleden akten die dezelfde overeenkomsten tot voorwerp hebben, al hadden deze geen betrekking op in België gelegen onroerende goederen.
Artikel 129. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 130. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 131. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 132.1. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 132.2. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 132.3. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 133. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 134. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 135. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 136. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 137. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 138.1. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 138.2. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 139. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140ter. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140quater. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140quinquies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140sexies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140septies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140octies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140nonies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140decies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140undecies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140undecies.2. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 140duodecies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 141. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 142. ( ... - ... )
[Het recht wordt vastgesteld op (verv. W. 12 juli 1960, art. 10, I: 1 januari 1961)] [3 (verv. W. 24 december 1993, art. 4, I: 10 januari 1994)] [t.h. voor de in alle zaken gewezen arresten en vonnissen der hoven en rechtbanken, houdende definitieve, voorlopige, voornaamste, subsidiaire of voorwaardelijke veroordeling of vereffening gaande over sommen en roerende waarden, met inbegrip van de beslissingen van de rechterlijke overheid houdende rangregeling van dezelfde sommen en waarden.
Het recht wordt vereffend, in geval van veroordeling of vereffening van sommen en roerende waarden, op het samengevoegd bedrag, in hoofdsom, van de uitgesproken veroordelingen of van de gedane vereffeningen. (verv. W. 12 juli 1960, art. 10, I: 1 januari 1961)] [ten laste van zelfde persoon (ing. W. 19 juni 1986, art. 8, I: 1 november 1986)] [afgezien van de intresten waarvan het bedrag niet door de rechter is becijferd (verv. W. 22 december 1989, art. 163, I: 1 januari 1990)] [en kosten, en, in geval van rangregeling, op het totaal bedrag der aan de schuldeisers uitgedeelde sommen. (verv. W. 12 juli 1960, art. 10, I: 1 januari 1961)]
Artikel 143. ( ... - ... )
[De bepalingen van artikel 142 is niet toepasselijk:
1° op de bevelen in kortgeding en op de arresten gewezen op beroep daarvan;
2° op vonnissen en arresten voor zover zij strafboeten, burgerlijke boeten of tuchtboeten uitspreken;
3° op vonnissen en arresten voor zover zij een veroordeling inhouden tot het betalen van een uitkering tot onderhoud. (verv. W. 12 juli 1960, art. 10, I: 1 januari 1961)]
[Zij is niet toepasselijk wanneer het samengevoegd bedrag van de uitgesproken veroordelingen en van de gedane vereffeningen ten laste van een zelfde persoon, of van de aan de schuldeisers van een zelfde persoon uitgedeelde sommen, (verv. W. 19 juni 1986, art. 9, I: 1 november 1986)] [12.500,00 EUR (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] [niet overtreft. (verv. W. 19 juni 1986, art. 9, I: 1 november 1986)]
Artikel 144. ( ... - ... )
[Werd het bij artikel 142 vastgestelde recht op een later veranderd vonnis of arrest geheven, dan wordt voor de nieuwe beslissing het recht van (verv. W. 12 juli 1960, art. 10, I: 1 januari 1961)] [3 (verv. W. 24 december 1993, art. 5, I: 10 januari 1993)] [t.h. alleen geheven op de aanvullende veroordeling, vereffening of rangregeling van sommen of waarden, (verv. W. 12 juli 1960, art. 10, I: 1 januari 1961)] [uitgesproken of vastgesteld ten laste van een zelfde persoon (ing. W. 19 juni 1986, art. 10, I: 1 november 1986)] [en voor zover deze (verv. W. 12 juli 1960, art. 10, I: 1 januari 1961)] [12.500,00 EUR (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] [te boven gaat. (verv. W. 12 juli 1960, art. 10, I: 1 januari 1961)]
[Wanneer een vonnis of arrest een hoofdelijke veroordeling uitspreekt en de op dat vonnis of arrest verschuldigde rechten volledig of gedeeltelijk betaald werden door één van de veroordeelden, maakt de beslissing, waardoor diegene die betaald heeft, buiten zaak wordt gesteld, de rechten die deze betaald heeft opeisbaar in hoofde van de andere hoofdelijke veroordeelden; dit alles onverminderd de toepassing van de voorschriften opgenomen in het eerste lid. (ing. W. 22 december 1989, art. 165, I: 1 januari 1990)]
Artikel 145. ( ... - ... )
[Werd het bij artikel 142 vastgesteld recht op een vonnis of arrest geheven, dan wordt op elke andere veroordeling ten laste van dezelfde persoon of van een derde, welke steunt hetzij op dezelfde oorzaak hetzij op een verplichting tot waarborg, en meer in het algemeen op elke door de in eerste orde veroordeelde persoon uitgeoefende verhaalsvordering, het recht van (verv. W. 12 juli 1960, art. 10, I: 1 januari 1961)] [3 (verv. W. 24 december 1993, art. 6, I: 10 januari 1994)] [t.h. alleen geheven op de aanvullende veroordeling tot sommen of waarden, en voor zover deze (verv. W. 12 juli 1960, art. 10, I: 1 januari 1961)] [12.500,00 EUR (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] [te boven gaat. (verv. W. 12 juli 1960, art. 10, I: 1 januari 1961)]
Artikel 146. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 147. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 148. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 149. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 150. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 151. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 152. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 153. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 154. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 155. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 156. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 157. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 158. ( 01/04/2014 - ... )
[ De aangehechte akten of geschriften bedoeld in artikel 26, tweede lid, worden geregistreerd tegen betaling van één specifiek vast recht van 100 euro voor al die documenten samen, behalve indien sommige ervan een of meer andere in dit hoofdstuk bepaalde rechten verschuldigd maken, in welk geval, naast de rechten verschuldigd voor de registratie van laatstbedoelde documenten, het specifiek vast recht van 100 euro eenmaal verschuldigd is voor de registratie van de overige documenten (ing. W. 21 december 2013, art. 51, I: 1 april 2014)].
Artikel 159. ( 01/01/2015 - ... )
Worden van het evenredig recht vrijgesteld en aan het algemeen vast recht onderworpen:
1°...
2° ...
3° ...
4° ...
5° ...
6° ...
7° ...
8° ...
9° De contracten tussen de Algemene Spaar- en Lijfrentekas en de leden van de landbouwkantoren verleden, met betrekking tot de waarborg door deze laatsten verstrekt.
10° ...
11° ...
12° ...
13° ...
14° de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend worden of bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen met zetel van werkelijke leiding en statutaire zetel buiten België, of met statutaire zetel in België doch met zetel van werkelijke leiding op het grondgebied van één van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap. Deze vrijstelling geldt voor zover de inbreng met maatschappelijke rechten worden vergolden. Indien de inbreng zowel in België gelegen onroerende goederen als andere goederen omvat wordt, niettegenstaande elk strijdig beding, de vergelding die anders dan door toekenning van maatschappelijke rechten geschiedt, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend. In de mate dat de inbreng betrekking heeft op in België gelegen onroerende goederen wordt hij onderworpen aan het recht voorgeschreven voor verkopingen.
Artikel 160. ( ... - ... )
In afwijking van artikel 5, worden in debet geregistreerd:
1° [de akten opgemaakt ten verzoeke van de persoon die rechtsbijstand heeft gekregen voor de rechtspleging waarop bedoelde akten betrekking hebben, met inbegrip van de akten tot tenuitvoerlegging van het vonnis of arrest;
Het gaat evenzo met de rechterlijke beslissingen wanneer rechtsbijstand aan de eisen werd toegestaan. Wanneer bijstand aan de verweerder werd toegestaan en de eiser in gebreke blijft de op het vonnis of arrest verschuldigde rechten te consigneren, kan de verweerder registratie in debet ervan bekomen.
Verlening van bijstand dient te worden vermeld in al de akten die ervan genieten. Deze vermelding moet de datum der beslissing alsmede het gerecht of het bureau voor rechtsbijstand, dat zo heeft getroffen, aanduiden.
De rechten alsmede de andere kosten worden ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.
2° de akten en vonnissen betreffende procedures bij faillissement, wanneer de kosteloosheid door de rechtbank werd bevolen.
De kosteloosheid van de rechtspleging moet vermeld worden in alle akten die ze genieten.
De rechten alsmede de andere kosten worden ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijke Wetboek;
3° de akten betreffende de vorderingen tot interpretatie of tot verbetering van een vonnis of arrest.
De rechten worden ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek; (verv. W. 10 oktober 1967, art. 3, art. 115, I: 1 januari 1969)]
4° de akten opgemaakt ten verzoeke en ter verdediging van de beklaagden of betichten in lijfstraffelijke, boetstraffelijke of politiezaken - er weze al dan niet een burgerlijke partij in het geding - met inbegrip van de akten waartoe de borg, welke dient gesteld om de voorlopige invrijheidstelling van een voorlopig gedetineerd betichte te bekomen, aanleiding geeft.
De rechten worden in de gerechtskosten begrepen en als zodanig ingevorderd ten laste van de tot betaling er van veroordeelde partij;
5° [... (opgeh. W. 12 juli 1960, art. 12, I: 1 januari 1961)]
Artikel 161. ( 03/08/2017 - ... )
Worden kosteloos geregistreerd:
1° Akten in der minne verleden ten name of ten bate van Staat, Kolonie en openbare Staatsinstellingen met uitzondering van de akten verleden in naam of ten gunste van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas voor de verrichtingen van de Spaarkas.
De akten in der minne, die betrekking hebben op onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn voor onderwijs, verleden ten name of ten bate van de inrichtende machten van het gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd onderwijs, alsook ten name of ten bate van verenigingen zonder winstoogmerk voor patrimoniaal beheer die tot uitsluitend doel hebben onroerende goederen ter beschikking te stellen voor onderwijs dat door de voornoemde inrichtende machten wordt verstrekt.
De akten in der minne verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin.
De akten in der minne verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap A.S.T.R.I.D.
De akten verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap BIO.
Hetzelfde geldt voor akten verleden ten name of ten bate van de Nationale Maatschappij voor goedkope woningen en woonvertrekken, de Nationale Landmaatschappij en de Nationale Maatschappij van Belgische spoorwegen.
Deze beschikking is echter slechts van toepassing op de akten waarvan de kosten wettelijk ten laste van bedoelde organismen vallen.
Deze beschikking is niet van toepassing op akten houdende schenking onder de levenden.
1°bis De vonnissen en arresten houdende veroordeling van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, van de openbare instellingen die zijn opgericht door de Staat, en van de inrichtingen van de Gemeenschappen en de Gewesten.
2° ...
3° De akten houdende oprichting, wijziging, verlenging of ontbinding van de Nationale Maatschappij der Waterleidingen, van de verenigingen overeenkomstig de bepalingen der wetten van 18 augustus 1907 en van 1 maart 1922 gevormd, van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel, van de maatschappij voor tussen-gemeentelijk vervoer beheerst door de wet betreffende de oprichting van maatschappijen voor stedelijk gemeenschappelijk vervoer, van de Federale Investeringsmaatschappij, de gewestelijke investeringsmaatschappijen en van de Belgische Naamloze Vennootschap tot Exploitatie van het Luchtverkeer (Sabena).
4° Akten die, bij toepassing van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de overgave vaststellen van goederen aan of de inbreng in openbare centra voor maatschappelijk welzijn ofwel de overgave van goederen aan of de inbreng in op grond van voornoemde wet opgerichte verenigingen, evenals akten houdende verdeling, na ontbinding of splitsing van een bovenbedoelde vereniging.
5° Waarmerkingen en akten van bekendheid, in de gevallen bedoeld in artikel 139 van de hypotheekwet van 16 december 1851;
6° ....
7° ...;
8° ...
9° ...
10° Akten tot vaststelling van een vereniging van kolenmijnconcessies, een afstand, een uitwisseling of een verpachting van een gedeelte van deze concessies.
De kosteloosheid is ondergeschikt aan de voorwaarde dat een eensluidend verklaard afschrift van het koninklijk besluit, waarbij de veerichting toegelaten of bevolen wordt, aan de akte gehecht is op het ogenblik der registratie.
Het eerste lid is mede van toepassing wanneer bedoelde akten terzelfdertijd de afstand vaststellen van goederen die voor de exploitatie van de afgestane concessie of het afgestane concessiegedeelte worden gebruikt.
11° ...
12° a) de in artikel 19, 1°, bedoelde akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur van in België gelegen onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen, die uitsluitend bestemd zijn tot huisvesting van een gezin of van één persoon;
b) de in artikel 19, 3°, a, bedoelde akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur;
c) de plaatsbeschrijvingen opgemaakt naar aanleiding van een onder a of b bedoelde akte;
d) de documenten die krachtens de artikelen 2 en 11bis van boek III, titel VIII, Hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek gevoegd zijn bij een onder a of b bedoelde akte op het ogenblik dat zij ter registratie wordt aangeboden.
13° de overeenkomsten bedoeld in artikel 132bis van het Weboek van de inkomstenbelastingen 1992.
[14° de authentieke volmacht bedoeld in artikel 9, § 3, van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt. (ing. Wet 6 juli 2017, art. 201, I: 3 augustus 2017)]
15° ...
16° ...
17° ...
[18° de verklaring van verwerping ten overstaan van een notaris bedoeld in artikel 784, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, onder de voorwaarden bedoeld in het derde lid van hetzelfde artikel. (ing. Wet 6 juli 2017, art. 119, I: 3 augustus 2017)]
Artikel 161/1. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 162. ( 23/05/2016 - ... )
Zijn, onder in artikel 163 aangewezen voorbehoud, van de formaliteit der registratie vrijgesteld:
1° Akten, vonnissen en arresten in kieszaken;
2° Akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van wetten en reglementen op de militie, de vergoeding inzake militie en de militaire opeisingen;
3° Akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering der wetten en reglementen inzake ’s lands mobilisatie en de bescherming der bevolking in geval van oorlog, de burgerlijke opeisingen en vrijwillige dienstnemingen, alsmede de in vredestijd aangegane uitgestelde contracten;
4° Akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van wetten en reglementen inzake belastingen ten bate van Staat, Kolonie, provinciën, gemeenten , polders en wateringen;
5° Exploten en andere akten, in strafzaken opgemaakt ten verzoeke van ambtenaren van het openbaar ministerie en van andere ambtenaren of besturen waaraan de wet de vordering voor de toepassing der straffen opdraagt; bovenaan op bedoelde akten worden de woorden Pro Justitia aangebracht;
5°bis De akten waartoe de rechtsplegingen in burgerlijke zaken of tuchtzaken aanleiding geven, wanneer het openbaar ministerie of de vrederechte van ambtswege optreedt;
6° Akten betreffende de uitvoering van lijsdwang in strafzaken, met uitzondering van die welke op de schuldvordering van de burgerlijke partij betrekking hebben;
6°bis Akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering der wet op eerherstel in strafzaken en deze betreffende de uitvoering der wet tot bescherming der maatschappij tegen de abnormalen en de gewoonte-misdadigers.
7° Akten, vonnissen en arresten inzake onteigeningen ten algemenen nutte en die welke betrekking hebben op de uitvoering van titel I van de wet houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw, met uitzondering van de in artikel 161, 2°, bedoelde akten.
8° Akten, vonnissen en arresten betreffende ingebruikneming van gronden door de Staat met het oog op de inrichting van ’s lands verdediging;
9° Akten en vonnissen betreffende procedures vóór de onderzoeksraad voor de zeevaart;
10° Akten en beslissingen betreffende procedures vóór het prijsgerecht;
11° De akten, vonnissen en arresten inzake onttrekking van de zaak aan de rechter, zoals bedoeld in het Gerechtelijk Wetboek, deel III, titel IV, hoofdstuk III;
12° De akten, vonnissen en arresten inzake wraking, zoals bedoeld in het Gerechtelijk Wetboek, deel IV, boek II, titel III, hoofdstuk V;
13° Akten en vonnissen betreffende procedures vóór vrederechters, wanneer het bedrag van de hoofdeis het maximum van de laatste aanleg niet te boven gaat, of wanneer het gaat om een procedure inzake uitkering tot onderhoud, of ingesteld overeenkomstig artikel 221 van het Burgerlijk Wetboek, akten en vonnissen betreffende procedures voor de rechtbanken van koophandel wanneer het geschillen geldt die gegrond zijn op de bepalingen van Boek II van het Wetboek van Koophandel of van de wet van 5 mei 1936 op de rivierbevrachting, indien het bedrag van de hoofdeis het bedrag van de laatste aanleg vóór het vredegerecht niet te boven gaat;
13°bis De exploten van gerechtsdeurwaarders opgesteld ter vervanging van een gerechtsbrief in het geval bepaald in artikel 46, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek.
Bovenaan het exploot dient te worden vermeld dat het is opgesteld ter vervanging van een gerechtsbrief en zulks met vermelding van het artikel van het Gerechtelijk Wetboek op grond waarvan de betekening wordt gedaan.
14° Akten, vonnissen en arresten betreffende procedures ingesteld bij de wetten van 10 maart 1900 op de arbeidsovereenkomst, van 7 augustus 1922 op de bediendenarbeidsovereenkomst en van 5 juni 1928 houdende regeling van het arbeidscontract wegens scheepsdienst, met betrekking tot de bekwaamheid van de minderjarige om zijn arbeid te verhuren en zijn loon of bezoldiging te ontvangen.
15° Akten opgemaakt ten verzoeke van de ambtenaren van het openbaar ministerie betreffende de uitvoering van rogatoire opdrachten die uitgaan van buitenlandse rechters;
16° ...
17° De akten, vonnissen en arresten betrekking hebbende op de uitvoering van de wet betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen.
18° De akten, vonnissen en arresten betreffende procedures ingesteld bij de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke en bij de bepalingen van het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X van het Gerechtelijk Wetboek;
19° ...
20° ...
21° Voorzieningen in verbreking van het openbaar ministerie en derzelver betekeningen;
22° ...
23° Akten opgemaakt alsmede vonnissen of arresten gewezen voor de toepassing van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken en bestuurszaken;
24° Akten betreffende de uitvoering van [de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek inzake de inruststelling der magistraten;
25° ...
26° ...
26°bis ...
27° ...
28° ...
29° Getuigschriften, akten van bekendheid, volmachten, machtigingen met inbegrip van de verzoekschriften die er zouden verband mede houden, wanneer die stukken opgemaakt of uitgereikt worden om te worden overgelegd aan de diensten van het Grootboek van de Rijksschuld, aan de Deposito- en Consignatiekas, aan de Lijfrentekas, de Verzekeringskas en de Rentekas voor arbeidsongevallen van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas zomede aan de mutualiteitsverenigingen, spaar- , lijfrent-, voorzorgs- en onderstandskassen erkend door de regering, ingesteld met goedkeuring van de bestuursoverheid of aan deze controle onderworpen.
30° ...
31° ...
32° ...
33°bis Akten, vonnissen en arresten betreffende betwistingen inzake arbeidsovereenkomsten, leerovereenkomsten en overeenkomsten voor versnelde beroepsopleiding betreffende betwistingen tussen werknemers naar aanleiding van het werk alsmede tussen personen die samen een beroep uitoefenen waarbij hoofdzakelijk handenarbeid wordt verricht, en inzonderheid tussen een schipper ter visserij en de schepelingen met wie hij geassocieerd is, betreffende betwistingen van burgerlijke aard die het gevolg zijn van een overtreding van de wetten en verordeningen betreffende de arbeidsreglementering en de aangelegenheden onder de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank.
34° Akten, vonnissen en arresten betrekkelijk de uitvoering van de wetten en reglementen op de kinderbijslagen;
35° Akten, vonnissen en arresten betrekkelijk de uitvoering van de wetten en reglementen op de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige door, op de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood van bedienden en op het pensioenstelsel der mijnwerkers;
35°bis De akten, vonnissen en arresten in verband met de uitvoering van de wetten en verordeningen betreffende het sociaal statuut der zelfstandigen;
35°ter De akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de wetten en verordeningen betreffende de rust-, invaliditeits- en overlevingspensioenen ten laste van de Staat, de provincies, de gemeenten, de openbare instellingen, de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen of alle andere organismen of openbare diensten waarvan het personeel onderworpen is aan een bijzondere pensioenregeling getroffen bij of krachtens een wet;
35°quater De akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de wetten, decreten en verordeningen betreffende de rust-, invaliditeits- en overlevingspensioenen van de leden van het beroepspersoneel der kaders in Afrika en der personeelsleden die zijn bedoeld in artikel 31 van het koninklijk besluit van 21 mei 1964 tot coördinatie van de wetten betreffende het personeel in Afrika;
36° Akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering der wetten en reglementen op het herstel van schade ten gevolge van arbeidsongevallen, van ongevallen op weg naar of van de arbeid, of van beroepsziekten;
36°bis Akten, vonnissen en arresten betreffende betwistingen in verband met de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wet op de sociale reclassering van de minder-validen;
36°ter Akten, vonnissen en arresten betreffende betwistingen in verband met de oprichting en de inrichting van de ondernemingsraden, alsmede van de diensten en comités tot veiligheid, hygiëne en verfraaiing der werkplaatsen, daarin begrepen de diensten en comités opgericht in mijnen, groeven en graverijen;
37° Akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering der wetten en reglementen op de onvrijwillige werkloosheid;
37°bis Akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering der wetten en reglementen in verband met de maatschappelijke zekerheid;
38° Akten en beslissing betreffende [het verzoek om rechtsbijstand of de betwisting er van; akten van schikking inzake uitkering tot onderhouden verleden op het bureel van bijstand;
39° Akten, vonnissen en arresten betreffende de invordering van de voorschotten van Rijkswege gedaan in uitvoering van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de gerechtelijke bijstand;
40° Akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen;
41° Akten nodig voor het huwelijk van personen wier onvermogen blijkt uit een getuigschrift van de burgemeester van hun verblijfplaats of van deze gelastigde;
42° Akten, vonnissen en arresten betreffende procedures inzake de voogdij van minderjarigen;
43° Akten betreffende de vrijwillige erkenning van een natuurlijk kind of de ontvoogding, wanneer het onvermogen der kinderen en van hun ouders vastgesteld is overeenkomstig bovenstaand nr 41;
44° Akten, vonnissen en arresten betreffende de verklaringen van nationaliteit of van keuze van vaderland, wanneer het onvermogen der belanghebbenden vastgesteld is overeenkomstig bovenstaand nr 41;
45° De akten, vonnissen en arresten betreffende betwistingen in verband met een maatregel van sociale bescherming;
46° de overdrachten tussen de componenten van een politieke partij zoals die zijn bepaald bij artikel 1, 1°, tweede lid, van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen;
46° De akten, vonnissen en arresten, betreffende de procedure van collectieve schuldenregeling ingesteld overeenkomstig de artikelen 1675/2 tot en met 1675/19 van het Gerechtelijk Wetboek;
47° De akten, vonnissen en arresten betreffende de tegemoetkomingen bedoeld in de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën;
47° De akten, de vonnissen en arresten, betreffende het toestaan van betalingsfaciliteiten inzake consumentenkrediet, ingesteld overeenkomstig de artikelen 1337bis tot en met 1337octies van het Gerechtelijk Wetboek;
48° De akten en vonnissen betreffende de procedures voor de strafuitvoeringsrechters en de strafuitvoeringsrechtbanken, alsook de arresten gewezen als gevolg van een cassatieberoep tegen een beslissing van de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank.
[48° de akten en vonnissen betreffende de procedures voor de rechters voor de bescherming van de maatschappij en de strafuitvoeringsrechtbanken, alsook de arresten gewezen als gevolg van een cassatieberoep tegen een beslissing van de rechter voor de bescherming van de maatschappij of de kamer voor de bescherming van de maatschappij (ing. W. 5 mei 2014, art. 120, I: 1 januari 2016)].
51° De akten, vonnissen en arresten betreffende de overeenkomstig de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen ingestelde procedure van gerechtelijke organisatie, behalve :
a) de akten die tot bewijs strekken van een overeenkomst onderworpen aan een registratierecht bedoeld in artikel 3 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten;
b) de in artikelen 146 en 147 bedoelde vonnissen en arresten.
[52° De exploten en processen-verbaal van de gerechtsdeurwaarders in verband met de invordering van onbetwiste geldschulden bedoeld in de artikelen 1394/20 tot 1394/27 van het Gerechtelijk Wetboek (ing. W. 4 mei 2016, art. 6, I: 23 mei 2016)].
Artikel 163. ( ... - ... )
De bij voorgaand artikel ingevoerde vrijstelling is niet toepasselijk op de in dit artikel opgesomde akten, vonnissen en arresten, in zover zijn tot bewijs van een overeenkomst strekken voorzien in artikel 19, 2°.
Zij is [niet (verv. W. 23 december 1958, art. 33, I: 17 januari 1959)] van toepassing op andere dan gerechtelijke akten inzover zij tot bewijs van een [in artikel 19, 3° of 5° (verv. W. 14 april 1965, art. 16, I: 4 mei 1965)]bedoelde overeenkomst strekken.
[Tenzij er anders over beschikt wordt, is ze niet van toepassing op: a) processen-verbaal van verkoop van in beslag genomen roerende of onroerende goederen en alle nakomende handelingen welke derde verkrijgers aanbelangen; b) processen-verbaal van rangregeling en van verdeling bij aandelen. (ing. W. 23 december 1958, art. 33, I: 17 januari 1959)]
Artikel 164. ( ... - ... )
Zijn mede van de formaliteit der registratie vrijgesteld, de uitgiften, afschriften van een uittreksels uit akten welke geregistreerd werden of die krachtens artikel 162 van de formaliteit zijn vrijgesteld.
Artikel 165. ( ... - ... )
Indien een bij artikelen 162 en 164 van de formaliteit der registratie vrijgestelde akte of geschrift toch ter registratie wordt aangeboden, geeft zij aanleiding tot het heffen van het algemeen vast recht.
Artikel 166. ( ... - ... )
[... (geschr. W. 20 januari 1999, art. 4, I: 1 januari 1999)]
In geval van openbare verkoping van roerende of onroerende goederen of van openbare verhuring, in verschillende loten, wordt het recht vereffende op het samengevoegd bedrag der aan hetzelfde tarief onderworpen loten, [… (geschr. W. 20 januari 1999, art. 4, I: 1 januari 1999)]
[Het bedrag van het vereffende recht wordt desvoorkomend (verv. W. 20 januari 1999, art. 4, I: 1 januari 1999)] [tot de hogere eurocent (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 5, I: 1 januari 2002)] [afgerond. (verv. W. 20 januari 1999, art. 4, I: 1 januari 1999)]
Artikel 167. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 168. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 169. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 169bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 170. ( 01/01/2015 - ... )
Indien die akte niet geregistreerd werd, dan wordt, daarvan in de authentieke akte melding gemaakt.
Artikel 170bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 171. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 172. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 173. ( 01/01/2015 - ... )
1°...
1°bis. ...
2° ...
3° Niet ondertekende afschriften van vonnissen en arresten;
4° Vonnissen en arresten die, met het oog op de dringende noodzakelijkheid, op de minuut en vóór de registratie uitvoerbaar verklaard worden;
5° voor eensluidend verklaarde afschriften van vonnissen en arresten slechts afgeleverd ten einde de verhaalstermijnen te doen lopen. Die afschriften moeten vermelding van hun bijzondere bestemming dragen en mogen tot geen andere doeleinden worden gebruikt;
6° Uitgiften van vonnissen en arresten die worden uitgereikt aan het openbaar ministerie, alsmede uitgiften, afschriften of uittreksel die in strafzaken worden uitgereikt aan de Rijksagenten welke belast zijn met de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten;
Artikel 174. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 175. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 176. ( ... - ... )
[Notarissen en (verv. Wet 12 juli 1960, art. 18, I: 1 januari 1961)] [gerechtsdeurwaarders (verv. Wet 5 juli 1963, art. 48, I: 27 juli 1963)] [moeten een kolomsgewijze ingedeeld repertorium houden, waarin zij dagelijks zonder openlaten van tussenruimte, noch tussenregel, noch vervalsing, en in de volgorde der nummers, alle akten van hun ambt inschrijven. (verv. Wet 12 juli 1960, art. 18, I: 1 januari 1961)]
Artikel 177. ( 10/01/2014 - ... )
In elk artikel van het repertorium dienen vermeld:
1° volgnummer;
2° datum en aard van de akte;
3° naam, voornamen [woonplaats en identificatienummer of ondernemingsnummer bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de (verv. W. 21 december 2013, art. 53, I: 10 januari 2014)] partijen;
4° bondige aanduiding der onroerende goederen;
5° vermelding van de registratie;
6° wat aangaat de gerechtsdeurwaarders, de kosten van hun akten en exploten na aftrek van hun verschotten.
De Koning kan aanvullende vermeldingen voorschrijven [of afwijkingen toestaan (ing. W. 21 december 2013, art. 53, I: 10 januari 2014)].
Artikel 178. ( ... - ... )
Een boete van [25,00 EUR (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] wordt verbeurd voor elke weggelaten of te laat in het repertorium ingeschreven akte, voor elke akte ingeschreven met tussenregel of met vervalsing, alsmede voor elke akte van vroegere datum dan die van het proces-verbaal van nummering en waarmerk van het repertorium.
Artikel 179. ( ... - ... )
[De in artikel 176 bedoelde repertoria die moeten worden gehouden door de notarissen, mogen overeenkomstig artikel 29 van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt hetzij op papier, hetzij op een gedematerialiseerde wijze die is vastgesteld door de Nationale Kamer van notarissen in een door de Koning goedgekeurd reglement, worden gehouden.
De Koning kan bepalen dat de repertoria die door de gerechtsdeurwaarders moeten worden gehouden, mogen worden gehouden op een gedematerialiseerde wijze die vastgesteld is door de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders in een door de Koning goedgekeurd reglement. (verv. Wet 22 december 2009, art. 82, I: 10 januari 2010)]
Artikel 180. ( 01/04/2014 - ... )
De in artikel 176 aangeduide personen zijn er toe gehouden, om de drie maand, hun repertorium voor te leggen aan de ontvanger van het kantoor aangeduid [in artikel 39, 1°, eerste lid (verv. W. 21 december 2013, art. 54, I: 1 april 2014)], die het viseert en in zijn visum het aantal ingeschreven akten vermeldt.
Deze voorlegging geschiedt binnen de eerste tien dagen van de maanden januari, april, juli en oktober van elk jaar.
De Koning kan voor de op gedematerialiseerde wijze gehouden repertoria bijzondere regels vaststellen wat de modaliteiten van de voorlegging en het visum van het repertorium betreft.
Bij laattijdige voorlegging van het repertorium wordt een boete verbeurd van 25 euro per week vertraging.
Artikel 180bis.
Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".
( Datum afhankelijk van externe gebeurtenis - ... )[Een kopie van de geregistreerde uitgifte en van de geregistreerde bijlagen wordt, samen met het registratierelaas, gedurende twintig jaar bewaard door de instrumenterende notaris.
Indien de akte op gedematerialiseerde wijze ter registratie aangeboden werd, gebeurt deze bewaring door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat of haar gedelegeerde, voor rekening van de notaris (ing. W. 21 december 2013, art. 56, I: op de dag van de inwerkingtreding van het KB dat de aanbieding van de uitgifte van de akte toelaat, in uitvoering van artikel 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten)].
[Die bewaring geschiedt :
1° voor de akten waarvan de gedematerialiseerde minuut of het gedematerialiseerde afschrift bewaard wordt in de Notariële Aktebank, bedoeld in artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, door die Notariële Aktebank;
2° voor de andere akten, door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat of haar gedelegeerde, op elektronische wijze, voor rekening van de notaris (ing. W. 21 december 2013, art. 56, I: op de dag van de inwerkingtreding van artikel 20 van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen)].
[De bewaring moet de onveranderlijkheid en de integriteit van de inhoud van deze stukken waarborgen (ing. W. 21 december 2013, art. 56, I: op de dag van de inwerkingtreding van het KB dat de aanbieding van de uitgifte van de akte toelaat, in uitvoering van artikel 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten)].
Artikel 181.1. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 181.2. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 182. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 182bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 183. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 184. ( 16/05/2014 - ... )
Wanneer de som te betalen door de eigenaar van een muur om deze gemeen te maken, door tussenkomst van een deskundige, bouwkundige, aannemer, landmeter of landmeetkundige werd bepaald, is deze ertoe gehouden, op verbeurte van een boete van 25,00 EUR, de bevoegde ambtenaar van de administratie van [de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (verv. W. 25 april 2014, art. 68, I: 16 mei 2014)] daarvan bericht te geven.
Een koninklijk besluit bepaalt de wijze waarop dit bericht dient gegeven en duidt de ambtenaar aan ertoe bevoegd hetzelve te ontvangen.
Artikel 184bis. ( ... - ... )
[De notarissen, gerechtsdeurwaarders en griffiers, de vereffenaars en curatoren alsook de ambtenaren van de Deposito- en Consignatiekas mogen slechts de betaling, overschrijving of teruggave van sommen of waarden die voorkomen van een veroordeling, van een vereffening of van een rangregeling, verrichten na de aflevering, door de ontvanger van de registratie, van een getuigschrift houdende verklaring dat geen enkele som eisbaar blijft als registratierecht of als boete uit hoofde van die veroordeling, vereffening of rangregeling. (verv. Wet 22 december 1989, art. 180, I: 1 januari 1990)]
[Het eerste lid is slechts van toepassing op de vereffenaars en de curators in het geval dat de veroordeling, de vereffening of rangregeling die de betaling, overschrijving, of teruggave tot gevolg heeft, hen ter kennis wordt gebracht. (ing. W. 8 augustus 1997, art. 126, I: 1 januari 1998)]
[Indien de personen bepaald in het eerste lid de voorschriften van dit artikel niet zijn nagekomen, zijn zij persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de sommen die opeisbaar blijven. (verv. Wet 22 december 1989, art. 180, I: 1 januari 1990)]
Artikel 185. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 186. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 187. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 188. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 189. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 190. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 191. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 192. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 193. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 194. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 195. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 196. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 197. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 198. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 199. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 200. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 201. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 202. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 203. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 204. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 205. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 206. ( 01/01/2015 - ... )
Wanneer de overtreding werd begaan in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt het bedrag van het in het eerste lid bepaalde maximum van de boete gebracht op 500.000 euro.
Artikel 206bis. ( 01/01/2015 - ... )
Wanneer het misdrijf werd begaan in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt het bedrag van het in het eerste en het tweede lid bepaalde maximum van de boete gebracht op 500.000 euro.
Artikel 207. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 207bis. ( 01/01/2015 - ... )
Wanneer het verbod werd opgelegd in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt het bedrag van het in het eerste lid bepaalde maximum van de boete gebracht op 500.000 euro.
Artikel 207ter. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 207quater. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 207quinquies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 207sexies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 207septies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 207octies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 208. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 209. ( 01/01/2015 - ... )
Zijn vatbaar voor teruggaaf:
1°...;
2° ...;
2°bis ...;
3° ...;
4° ...
5° de bij toepassing van de artikelen 115, 115bis, 116 en 120 aan het tarief van 0,5 % geheven rechten naar aanleiding van een vermeerdering van het statutair kapitaal, met nieuwe inbreng, door een vennootschap bedoeld in artikel 201, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, mits die vermeerdering van het statutair kapitaal is geschied binnen het jaar vóór de datum van de toelating tot de notering op een Belgische effectenbeurs van aandelen of met aandelen gelijk te stellen waardepapieren van de vennootschap;
Artikel 210. ( 01/01/2015 - ... )
Het recht wordt volledig teruggegeven indien het samengevoegd bedrag van de veroordelingen, vereffeningen of rangregelingen, waarop de heffing werd gedaan, herleid wordt tot een som die het bij artikel 143, laatste lid, vastgestelde bedrag niet overschrijdt.
Artikel 211. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 212. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 212bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 212ter. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 212quater. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 212quinquies. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 213. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 214. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 215. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 216. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 217.1. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 217.2. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 218. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 219. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 220. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 221. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 222.
Dit artikel is nog niet in werking getreden
Artikel 223. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 224. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 225. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 225bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 225ter. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 22quater. ( 09/04/2018 - ... )
[De bepalingen van dit Wetboek doen geen afbreuk aan het recht van de Staat om het herstel van de schade te vorderen die kan bestaan uit de niet-betaling van de rechten, interesten, fiscale geldboeten en bijbehoren door een burgerlijke partijstelling of door een aansprakelijkheidsvordering. (ing. Wet 26 maart 2018, art. 97, I: 9 april 2018)]
Artikel 226. ( ... - ... )
Meubelen, koopwaren, hout, vruchten, oogsten en alle andere lichamelijke roerende voorwerpen mogen bij openbare toewijzing slechts ten overstaan en door het ambt van een notaris of een [gerechtsdeurwaarder (verv. Wet 5 juli 1963, art. 48, I: 27 juli 1963)] verkocht worden.
Nochtans kunnen Staat, provinciën, gemeenten en openbare instellingen de hun toebehorende roerende voorwerpen openbaar door hun ambtenaren doen verkopen.
Artikel 227. ( ... - ... )
Ieder openbaar officier die met de openbare verkoop van roerende voorwerpen belast is, moet, op straffe van een geldboete van [25,00 EUR, (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] vooraf daarvan kennis geven aan de ontvanger der registratie in wiens ambtsgebied de verkoping moet worden gehouden.
Die kennisgeving moet te gepasten tijde aan de ontvanger, tegen ontvangstbewijs, worden overhandigd, ofwel hem bij ter post aangetekende schrijven worden toegezonden.
Zij moet gedateerd en ondertekend zijn, naam, voornamen, hoedanigheid en woonplaats van de werkende openbare ambtenaar en van verzoeker vermelden, plaats zomede dag en uur aangeven waarop de verkoping zal worden gehouden.
Deze formaliteit geldt niet voor de verkoop van aan Staat, provinciën, gemeenten of openbare instellingen toebehorende roerende voorwerpen.
Artikel 228. ( ... - ... )
De werkende openbare officier of ambtenaar vermeldt, in zijn proces-verbaal, naam, voornamen, hoedanigheid en woonplaats van de verzoeker, van de personen wier mobilair te koop wordt gesteld en, indien het gaat om een verkoop na overlijden, van de overleden eigenaar, zomede, desvoorkomend, de datum van de overhandiging of de verzending van de in artikel 227 voorziene kennisgeving.
Artikel 229. ( ... - ... )
Voor alle overtreding van artikelen 227, 3° alinea, en 228, wordt door de werkende openbare officier of ambtenaar een geldboete van [25,00 EUR, (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] verbeurd.
Artikel 230. ( ... - ... )
De werkende openbare officier of ambtenaar moet van de openbare verkoop een proces-verbaal opmaken.
Ieder toegewezen voorwerp wordt onmiddellijk in dat proces-verbaal opgetekend; de prijs wordt voluit in letterschrift en buiten de linie nog eens in cijfers aangeduid.
Na elke zitting wordt het proces-verbaal afgesloten en ondertekend.
Artikel 231. ( ... - ... )
[Wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk als toegewezen beschouwd en is aan het (verv. Wet 13 augustus 1947, art. 17, I: 27 september 1947)] [door artikel 77 vastgesteld (verv. Wet 22 december 1989, art. 190, I: 1 januari 1990)] [evenredig recht onderworpen, ieder roerend voorwerp (verv. Wet 13 augustus 1947, art. 17, I: 27 september 1947)] waarvan het openbaar tekoopstellen van een openbaar aanbod of een openbaar gemaakt aanbod is gevolgd, ongeacht wie het aanbod heeft gedaan en welke de modaliteiten van de verkoop zijn en ongeacht of al dan niet toewijzing plaats heeft.
Het recht is evenwel niet verschuldigd indien de werkende openbare officier of ambtenaar onmiddellijk na ontvangst en bekendmaking van de aanbiedingen [… (geschr. Wet 16 juni 1947, art. 2, I: 14 augustus 1947)] verkondigt, en zulks in het proces-verbaal aantekent, dat het te koop gesteld voorwerp “ingehouden” wordt.
Het recht wordt geheven op de toewijzingsprijs en, bij gebreke daaraan, op het hoogste aanbod.
Wanneer het een verkoop geldt, gedaan op verzoek van een rechtspersoon, wordt nochtans niet afgeweken van artikelen 16 en 17 voor zover zij beschikken voor het geval van voorbehoud van machtiging, goedkeuring of bekrachtiging van de overheid.
Artikel 232. ( ... - ... )
Worden door de werkende openbare officier of ambtenaar verbeurd:
1° Een geldboete, gelijk aan twintigmaal het ontdoken recht, zonder dat ze minder dan [25,00 EUR (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] mag bedragen: a) voor elk toegewezen of bij artikel 231 als dusdanig beschouwd lot, welk niet onmiddellijk in het proces-verbaal wordt opgetekend; b) voor elk lot welk in het proces-verbaal als aan de verkoop onttrokken wordt opgegeven, wanneer de verklaring van inhouding niet werd gedaan in de bij artikel 231, 2° alinea, voorziene vorm; c) voor elk lot waarvan de belastbare grondslag in het proces-verbaal vervalst of onvolkomen opgetekend werd; dit alles onverminderd het ontdoken recht;
2° Een boete van [12,50 EUR (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] voor elk toegewezen lot waarvan de prijs in het proces-verbaal niet voluit in letters of niet in cijfers buiten de linie is aangeduid.
Artikel 233. ( ... - ... )
Iedere persoon die, buiten de aanwezigheid van een openbaar officier, roerende voorwerpen openbaar te koop heeft gesteld of doen stellen,loopt een geldboete op gelijk aan twintigmaal het ontdoken recht, zonder dat deze boete, voor elk toegewezen of als dusdanig beschouwd lot, minder dan 100 frank mag bedragen.
De overtreders zijn daarbij hoofdelijk gehouden tot de betaling van het ontdoken recht.
Artikel 234. ( 16/05/2016 - ... )
[Ambtenaren (verv. W. 27 april 2016, art. 63, I: 16 mei 2016)] van de administratie van [de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (verv. W. 25 april 2014, art. 71, I: 16 mei 2014)] hebben steeds toegang tot alle plaatsen waar roerende voorwerpen openbaar worden verkocht. Zij hebben het recht zich de processen-verbaal van verkoop te doen overleggen en van hun bevindingen proces-verbaal op te maken. Dit proces-verbaal geldt als bewijs tot het tegenbewijs.
Artikel 235. ( ... - ... )
[De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de openbare verkopingen:
1° van alle landbouwprodukten, in instellingen waar de koopwaren uitsluitend openbaar bij opbod of bij afbod verkocht worden op bepaalde dagen en uren, die op bestendige wijze in de lokalen aangeplakt zijn;
2° van eetwaren en van afgesneden bloemen in de voornoemde instellingen of op de markten;
3° van voorwerpen welke in de openbare kassen van lening in pand werden gegeven;
4° van zee- en binnenschepen. (verv. Wet 3 juli 1962, art. 1, I: 27 juli 1962)]
Artikel 236. ( 10/01/2014 - ... )
Onverminderd de in de bijzondere wetten vervatte bepalingen, moeten de ontvangers der registratie, ten verzoeke van de partijen of van hun rechthebbenden en, mits bevel van de vrederechter, ten verzoeke van derden die een rechtmatig belang inroepen, afschriften of uittreksels afleveren uit hun formaliteitsregisters en uit akten en verklaringen in hun kantoor geregistreerd en aldaar in origineel, afschrift of uittreksel berustend.
[De Koning kan bepalen dat de afschriften of uittreksels op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering (ing. W. 21 december 2013, art. 58, I: 10 januari 2014)].
Deze afschriften of uittreksels kunnen aan de lasthebbers van de belanghebbenden worden verstrekt, indien zij van de lastgeving laten blijken.
Het uitreiken van voormelde stukken geeft recht op een door de minister van Financiën te bepalen [retributie (verv. W. 21 december 2013, art. 58, I: 10 januari 2014)] .
Artikel 236bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 237. ( 01/01/2013 - ... )
Een speciaal registratierecht wordt geheven op [de nationaliteit, en (ing. Wet 4 december 2012, art. 24, I: 1 januari 2013)] adelbrieven, met inbegrip van die tot begeving van een hogere adeldomsrang of van opneming onder ’s Rijks adel met of zonder titel, en op vergunningen om van naam of voornamen te veranderen naar de bij dit hoofdstuk vastgestelde bedragen en modaliteiten.
Artikel 238. ( 01/01/2013 - ... )
[Er wordt een recht geheven op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit, die worden bepaald bij hoofdstuk III van het Wetboek van de Belgische nationaliteit.
Het recht bedraagt 150 euro.
Het recht moet gekweten worden vóór de indiening van het verzoek of vóór de aflegging van de verklaring (verv. W. 4 december 2012, art. 25, I: 1 januari 2013)].
Artikel 239. ( ... - ... )
[... (opgeh. Wet 6 augustus 1993, art. 9, I: 3 oktober 1993)]
Artikel 240. ( ... - ... )
[... (opgeh. Wet 24 december 1999, art. 7, I: 1 februari 2000)]
Artikel 240bis. ( ... - ... )
[(ing. Wet 28 juni 1984, art. 14)] [... (opgeh. Wet 24 december 1999, art. 7, I: 1 februari 2000)]
Artikel 241. ( ... - ... )
[... (opgeh. Wet 24 december 1999, art. 7, I: 1 februari 2000)]
Artikel 242. ( ... - ... )
[... (opgeh. Wet 28 juni 1984, art. 21, I: 1 januari 1985)]
Artikel 243. ( ... - ... )
[... (opgeh. Wet 28 juni 1984, art. 21, I: 1 januari 1985)]
Artikel 244. ( ... - ... )
[... (opgeh. Wet 24 december 1999, art. 7, I: 1 februari 2000)]
Artikel 245. ( ... - ... )
[... (opgeh. Wet 28 juni 1984, art. 21, I: 1 januari 1985)]
Artikel 246. ( ... - ... )
[... (opgeh. Wet 28 juni 1984, art. 21, I: 1 januari 1985)]
Artikel 247. ( ... - ... )
[... (opgeh. Wet 22 december 1989, art. 195, I: 1 januari 1990)]
Artikel 248. ( ... - ... )
Voor open brieven van verlening van adeldom of van een hogere adeldomsrang of van opneming onder ’s Rijks adel met of zonder titel, wordt het recht op [740,00 EUR (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] vastgesteld.
[De Koning kan bij een met redenen omkleed besluit dat recht verminderen, met dien verstande dat het aldus verminderde recht niet minder dan (ing. Wet 15 mei 1987, art. 13, I: 20 juli 1987)] [490,00 EUR (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] [mag bedragen voor de gezamenlijke personen in de open brief bedoeld.
De vermindering kan slechts worden verleend wanneer de begunstigde of een van de begunstigden, of een van hun bloedverwanten in de opgaande of nederdalende lijn, aan het Land buitengewone diensten heeft bewezen van vaderlandslievende, wetenschappelijke, culturele, economische, sociale of humanitaire aard. (ing. Wet 15 mei 1987, art. 13, I: 20 juli 1987)]
Artikel 249. ( 01/11/2013 - ... )
§ 1. Voor vergunningen tot verandering of tot toevoeging van een of meer voornamen bedraagt het recht 490,00 EUR.
Het recht wordt bepaald op 49 euro voor de vergunningen tot verandering van voornaam verleend aan de personen bedoeld in artikel 2, derde lid, van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen.
De minister van Justitie kan dat recht verminderen tot 49,00 EUR indien de voornamen waarvan de wijziging wordt gevraagd:
1° op zichzelf of samengenomen met de naam, belachelijk of hatelijk zijn, of dit zijn omdat ze manifest ouderwets zijn;
2° vreemdklinkend zijn;
3° tot verwarring aanleiding kunnen geven of
4° enkel aangepast worden door een diakritisch teken of leesteken toe te voegen of weg te nemen.
5° afgekort worden.
In het ministerieel besluit wordt de reden van de vermindering vermeld.
§ 2. Voor vergunningen om van naam te veranderen bedraagt het recht 49,00 EUR.
§ 3. Voor vergunningen om aan een naam een andere naam of partikel toe te voegen of een hoofdletter door een kleine letter te vervangen bedraagt het recht 740,00 EUR.
Het in de tweede paragraaf vastgestelde recht is evenwel toepasselijk op vergunningen om een naam aan een andere naam toe te voegen wanneer de gevraagde naam overeenstemt met de regels betreffende de vaststelling van de naam van toepassing in de Staat waarvan de begunstigde eveneens de nationaliteit bezit.
De Koning kan het in het eerste lid vastgestelde recht verminderen, met dien verstande dat het aldus verminderde recht niet minder dan 490,00 EUR mag bedragen voor de gezamenlijke personen in het besluit bedoeld.
Deze vermindering mag slechts worden toegestaan onder de voorwaarde bepaald bij artikel 248, derde lid.
In het koninklijk besluit wordt de reden van de vermindering vermeld.
[§ 4. Het recht is niet verschuldigd ingeval van een verandering van naam of voornaam als bedoeld in de artikelen 15 en 21 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (ing. W. 4 december 2012, art. 26, I: 1 januari 2013)].
Artikel 250. ( ... - ... )
[In de gevallen bedoeld in artikel 248, eerste lid, en in artikel 249, § 1, § 2 en § 3, eerste lid, is elke begunstigde een recht verschuldigd. (verv. Wet 15 mei 1987, art. 15, I: 20 juli 1987)]
De door de kinderen of afstammelingen verschuldigde rechten worden evenwel met de twee vijfden verminderd wanneer [van hetzelfde recht onderworpen vergunningen bij één zelfde besluit verleend worden (verv. Wet 2 juli 1974, art. 3, I: 23 augustus 1974)] aan een persoon en aan zijn kinderen of afstammelingen waarvan het aantal drie overschrijdt.
Artikel 251. ( ... - ... )
[Wanneer een ministerieel besluit houdende vergunning tot verandering van voornaam wordt ingetrokken of vernietigd terwijl de registratierechten reeds geïnd zijn, betaalt de verzoeker, behalve als hij te kwader trouw was, geen rechten meer wanneer hem een nieuwe vergunning wordt verleend.
Het eerste lid is van toepassing in geval van intrekking van een koninklijk besluit houdende vergunning tot verandering van naam. (verv. Wet 15 mei 1987, art. 16, I: 20 juli 1987)]
Artikel 252. ( ... - ... )
[Het recht wordt berekend volgens het tarief van kracht op de datum van het besluit tot verheffing in de adelstand, dat aan de ondertekening van de adelbrieven voorafgaat, of op de datum van het besluit houdende vergunning tot verandering of toevoeging van naam of voornamen. (verv. Wet 15 mei 1987, art. 17, I: 20 juli 1987)]
Artikel 253. ( ... - ... )
De in artikel 248 voorziene open brieven, zomede de afschriften van of uittreksels uit [Koninklijke of ministeriële besluiten houdende vergunning tot verandering van naam of van voornamen (verv. Wet 15 mei 1987, art. 18, I: 20 juli 1987)] worden geregistreerd, tegen betaling van het recht door de beneficianten, namelijk:
De open brieven ten kantore Brussel, binnen zes maand na hun datum;
De afschriften van of uittreksels uit [Koninklijke of ministeriële besluiten houdende vergunning tot verandering van naam of van voornamen (verv. Wet 15 mei 1987, art. 18, I: 20 juli 1987)] ten kantore in welks gebied de verblijfplaats ligt van de beneficianten of één hunner, of, bij gebrek aan verblijfplaats in België, ten kantore Brussel, binnen zes maand te rekenen [van de dag waarop het koninklijk of ministerieel besluit definitief is geworden. (verv. Wet 15 mei 1987, art. 18, I: 20 juli 1987)]
Wordt de registratie gevorderd na het verstrijken van hierboven gestelde termijnen, zo geeft deze formaliteit aanleiding tot het heffen van een geldboete gelijk aan het recht, onverminderd ditzelve.
Artikel 254. ( ... - ... )
Na betaling van het recht en, gebeurlijk, van de geldboete, wordt vermelding van registratie gesteld op de open brief van adeldom of op het afschrift van of het uittreksel uit het besluit houdende vergunning [tot verandering van naam of van voornamen (verv. Wet 2 juli 1974, art. 3, I: 23 augustus 1974)]
Zolang aan de formaliteit van registratie niet is voldaan, mogen deze bescheiden niet aan beneficianten worden uitgereikt.
Artikel 255. ( ... - ... )
De algemene bepalingen van deze titel betreffende de formaliteit van de registratie, de verplichting van inzageverlening, bewijsmiddelen, verjaring, rechtsvervolgingen en gedingen, moratoire interesten zijn van toepassing in de mate waarin daarvan bij dit hoofdstuk niet wordt afgeweken.
Artikel 256. ( 08/01/2018 - ... )
[... (opgeh. Wet 25 december 2017, art. 28, I: 8 januari 2018)]
Artikel 257. ( 08/01/2018 - ... )
[... (opgeh. Wet 25 december 2017, art. 29, I: 8 januari 2018)]
Artikel 258. ( 08/01/2018 - ... )
[... (opgeh. Wet 25 december 2017, art. 30, I: 8 januari 2018)]
Artikel 259. ( ... - ... )
Onder de benaming hypotheekrecht wordt een belasting gevestigd op de inschrijvingen van hypotheken en voorrechten op onroerende goederen.
De heffing van dit recht wordt door de hypotheekbewaarders verricht.
Artikel 260. ( 10/01/2014 - ... )
Inschrijving van hypotheek wordt slechts verleend, tegen voorafbetaling door de verzoeker, van de uit dien hoofde verschuldigde [lonen (verv. W. 21 december 2013, art. 59, I: 10 januari 2014)] en recht.
Op het inschrijvingsborderel wordt daarvan kwitantie gegeven. De bewaarder schrijft daarop [... (geschr. W. 21 december 2013, art. 59, I: 10 januari 2014)] het detail en [... (geschr. W. 21 december 2013, art. 59, I: 10 januari 2014)] het totaal van de voor recht en [lonen (verv. W. 21 december 2013, art. 59, I: 10 januari 2014)] ontvangen sommen.
[De Koning kan de wijze van kwitantie geven aanvullen of wijzigen voor het geval het inschrijvingsborderel op gedematerialiseerde wijze wordt aangeboden (ing. W. 21 december 2013, art. 59, I: 10 januari 2014)].
Artikel 261. ( 10/01/2014 - ... )
Wanneer, tot zekerheid van één en dezelfde som, aanleiding tot inschrijving op verschillende kantoren bestaat, dekt het recht geheven op het geheel dier som ten kantore waar de inschrijving in de eerste plaats wordt gevorderd, de in de overige kantoren te vorderen inschrijvingen.
[Wanneer, tot zekerheid van één en dezelfde som, aanleiding tot inschrijving op verschillende kantoren bestaat en de inschrijving op gedematerialiseerde wijze tegelijkertijd op verschillende kantoren wordt gevorderd, dekt het recht geheven op het geheel van die som op het kantoor waar de inschrijving wordt gevorderd voor het goed dat als eerste in het inschrijvingsborderel wordt vermeld, de in de overige kantoren gevorderde inschrijvingen (ing. W. 21 december 2013, art. 60, I: 10 januari 2014)].
Artikel 262. ( ... - ... )
Het hypotheekrecht is [op 0,30 pct (verv. Wet 22 december 1989, art. 196, I: 1 januari 1990)] gesteld.
Artikel 263. ( ... - ... )
Het recht is vereffend op het bedrag in hoofd- en bijkomende sommen waarvoor de inschrijving genomen of hernieuwd wordt.
Artikel 264. ( ... - ... )
[Het bedrag van het vereffende recht wordt, desvoorkomend (verv. Wet 20 januari 1999, art. 5, I: 1 januari 1999)] [tot de hogere eurocent (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 5, I: 1 januari 2002)] [afgerond.
Het in te vorderen recht mag niet minder dan (verv. Wet 20 januari 1999, art. 5, I: 1 januari 1999)] [5,00 EUR (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] [bedragen. (verv. Wet 20 januari 1999, art. 5, I: 1 januari 1999)]
Artikel 265. ( ... - ... )
Zijn vrijgesteld van hypotheekrecht:
1° Inschrijvingen van wettelijke hypotheken en hun vernieuwingen;
2° Inschrijvingen ambtshalve door de hypotheekbewaarder genomen;
3° Inschrijvingen genomen om de invordering te waarborgen van aan de Staat, aan de Kolonie, aan provinciën, aan gemeenten, aan polders en wateringen verschuldigde belastingen, en vernieuwingen van die inschrijvingen;
4° Inschrijvingen genomen ten laste van de Staat, van openbare instellingen van de Staat en andere in artikel 161, 1°, aangewezen rechtspersonen, en hun vernieuwingen.
[5° De inschrijvingen van de voorrechten en hypotheken ingesteld bij de wet betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen. (ing. Wet 12 juli 1976, art. 57, I: 1 januari 1976)]
Artikel 266. ( ... - ... )
Er is verjaring:
1° Voor de invordering van hypotheekrechten die op het tijdstip van de inschrijving niet zouden geheven zijn geweest, na twee jaar, te rekenen van de dag der inschrijvingen;
2° Voor de vordering tot teruggaaf van ten onrechte geheven rechten, na twee jaar, te rekenen van de dag der betaling.
[Die verjaringen worden gestuit overeenkomstig artikel 217.1 en 217.2. (verv. Wet 23 december 1958, art. 37, I: 17 januari 1959)]
Artikel 267. ( ... - ... )
Zijn toepasselijk op het hypotheekrecht, de bepalingen van titel I, betreffende de rechtsvervolgingen en gedingen en de moratoire interesten.
Artikel 268. ( 01/06/2015 - ... )
[Onder de benaming van griffierecht wordt een belasting gevestigd op de hiernavolgende in de hoven en rechtbanken gedane verrichtingen: (verv. Wet 12 juli 1960, art. 25, I: 1 januari 1961)]
1° [de inschrijving van zaken op de algemene rol, op de rol van de verzoekschriften of op de rol van de vorderingen in kort geding (verv. W. 28 april 2015, art. 2, I: 1 juni 2015)];
2° [het opstellen van akten van de griffiers, van vóór hen verleden akten, van zekere akten van de rechters en van de ambtenaren van het openbaar ministerie;
3° het afleveren van uitgiften (verv. Wet 12 juli 1960, art. 25, I: 1 januari 1961)], [kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [of uittreksels uit akten, vonnissen en arresten (verv. Wet 12 juli 1960, art. 25, I: 1 januari 1961)] [en van kopieën van andere stukken die op de griffie worden bewaard; (ing. Wet 27 december 2006, art. 308, I: 7 januari 2007)]
4° [... (opgeh. Wet 22 december 1989, art. 198, I: 1 januari 1990)]
5° [... (opgeh. K.B. 28 mei 2003, art. 5, I: 1 juli 2003)]
Artikel 269.1. ( 01/06/2015 - ... )
[Voor elke zaak die op de algemene rol, op de rol van de verzoekschriften of op de rol van de vorderingen in kort geding wordt ingeschreven, wordt er per eisende partij, zoals bedoeld in de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek, een rolrecht geheven waarvan het bedrag overeenkomstig de hieronder vermelde tabel wordt vastgesteld.
Aard van het gerecht Waarde van de vordering Vredegerecht, politierechtbank tot 2 500 € of niet in geld waardeerbare vorderingen 40 €
boven 2 500 € 80 € Rechtbank eerste aanleg (met uitzondering van de familierechtbank), rechtbank van koophandel tot 25 000 € of niet in geld waardeerbare vorderingen 100 €
van 25 000,01 € tot 250 000 € 200 €
van 250 000,01€ tot 500 000 € 300 €
boven 500 000 € 500 € Arbeidsrechtbank en fiscale geschillen, indien de waarde van de vordering hoger is dan 250 000 € van 250 000,01€ tot 500 000 € 300 €
boven 500 000 € 500 € Hof van beroep tot 25 000 € of niet in geld waardeerbare vorderingen 210 €
van 25 000,01 € tot 250 000 € 400 €
van 250 000,01 € tot 500 000 € 600 €
boven 500 000 € 800 € Arbeidshof en fiscale geschillen in beroep, indien de waarde van de vordering hoger is dan 250 000 € van 250 000,01 € tot 500 000 € 600 €
boven 500 000 € 800 € Hof van Cassatie, met uitzondering van voorzieningen tegen beslissingen van arbeidsgerechten of beslissingen in fiscale geschillen tot 25 000 € of niet in geld waardeerbare vorderingen 375 €
van 25 000,01 € tot 250 000 € 500 €
van 250 000,01 € tot 500 000 € 800 €
boven 500 000 € 1 200 €
Hof van Cassatie voor voorzieningen tegen beslissingen van arbeidsgerechten of beslissingen in fiscale geschillen, indien de waarde van de vordering hoger is dan 250 000€ van 250 000,01 € tot 500 000 € 800 €
boven 500 000 € 1 200 €
Voor de toepassing van het eerste lid, voegt elke eisende partij bij de akte die ter inschrijving op de rol wordt aangeboden, een pro-fiscoverklaring, opgemaakt onder de vorm door de Koning bepaald, van de schatting van de waarde van zijn definitieve vordering, zoals bepaald in artikel 557 van het Gerechtelijk Wetboek, of desgevallend, het feit dat zijn vordering niet in geld waardeerbaar is.
Indien de vordering is vrijgesteld van het rolrecht, wordt hiervan melding gemaakt in de pro-fiscoverklaring met opgave van de wettelijke grondslag
Voor zaken aanhangig bij het Hof van Cassatie, bedraagt de waarde van de vordering de waarde van de vordering in hoger beroep
Zonder deze pro-fiscoverklaring wordt de akte niet ingeschreven.
Geen enkel recht wordt geïnd bij de zaken voor de beslagrechter of de vrederechter in het kader van de toepassing van artikelen 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Geen recht wordt geïnd bij de zaken voor de arbeidsgerechten en voor fiscale geschillen, behalve indien de waarde van de vordering hoger is dan 250 000 euro.
In afwijking van het derde lid, wordt er geen pro-fiscoverklaring van vrijstelling van rolrecht toegevoegd voor zaken voor de arbeidsgerechten en voor fiscale geschillen waarvan de waarde niet hoger is dan 250 000 euro (verv. W. 28 april 2015, art. 3, I: 1 juni 2015)].
Artikel 269.2. ( 01/06/2015 - ... )
[In afwijking van artikel 2691 en ongeacht de waarde van de vordering en ongeacht het aantal eisende partijen, wordt er een rolrecht van 100 euro geheven voor elke zaak die in de familierechtbank op de algemene rol, op de rol van de verzoekschriften of op de rol van de vorderingen in kort geding wordt ingeschreven, en die betrekking heeft op geschillen zoals bedoeld in artikelen 572bis en 577, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek. De zaken die worden geacht spoedeisend te zijn, zoals bedoeld in artikel 1253ter/7, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, worden onderworpen aan een eenmalig recht dat bij de inleiding van de eerste vordering wordt geïnd.
Wordt hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de familierechtbank, dan wordt er een rolrecht van 210 euro geheven.
Stelt men een voorziening in cassatie in tegen in hoger beroep gewezen arresten of in hoger beroep gewezen vonnissen van de familierechtbank, dan wordt er een rolrecht van 375 euro geheven (verv. W. 28 april 2015, art. 4, I: 1 juni 2015)].
Artikel 269.3. ( 01/06/2015 - ... )
[... (opgeh. W. 28 april 2015, art. 5, I: 1 juni 2015)]
Artikel 269/4. ( 31/12/2014 - ... )
[Voor elke inschrijving van een in de artikelen 17 en 59 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen bedoeld verzoek tot opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, wordt een recht van 1.000 euro geheven (ing. W. 27 mei 2013, Art. 44, I: 31 december 2014)].
Artikel 270.1. ( 08/07/2012 - ... )
Op akten van griffiers van hoven en rechtbanken of op akten die buiten bemoeiing van rechters vóór hen zijn verleden, wordt een opstelrecht geheven van [35 euro. (verv. W. 22 juni 2012, art. 98, I: 8 juli 2012)]
Met akten van griffiers van hoven en rechtbanken worden gelijkgesteld; overschrijvingen gedaan door griffiers in hun registers, van de verklaringen van beroep of van voorziening in verbreking in strafzaken, door gedetineerden of geïnterneerden afgelegd.
Artikel 270.2. ( 08/07/2012 - ... )
De akten van bekendheid, de akten van aanneming en de akten waarbij een minderjarige machtiging wordt verleend om handel te drijven, die verleden worden ten overstaan van de vrederechters, zijn onderworpen aan een opstelrecht, waarvan het bedrag op [35 euro (verv. W. 22 juni 2012, art. 99, I: 8 juli 2012)] wordt bepaald.
Artikel 270.3 ( 08/07/2012 - ... )
Artikel 271. ( 08/07/2012 - ... )
Op de uitgiften , kopieën of uittreksels die in de griffies worden afgegeven wordt een expeditierecht geheven van:
1° [1,75 euro (verv. W. 22 juni 2012, art. 101, I: 8 juli 2012)] per bladzijde, in de vredegerechten en politierechtbanken;
2° [3 euro (verv. W. 22 juni 2012, art. 101, I: 8 juli 2012)] per bladzijde, in de hoven van beroep, de hoven van assisen, het militair gerechtshof, de arrondissementsrechtbanken, de rechtbanken van eerste aanleg, de rechtbanken van koophandel en de krijgsraden;
3° [5,55 euro (verv. W. 22 juni 2012, art. 101, I: 8 juli 2012)] per bladzijde, in het Hof van cassatie.
Artikel 272. ( 08/07/2012 - ... )
Ongeacht op welke griffie en ongeacht op welke informatiedrager de aflevering geschiedt, wordt het recht op [0,85 euro (verv. W. 22 juni 2012, art. 102, I: 8 juli 2012)] per bladzijde bepaald, zonder dat het verschuldigd bedrag aan rechten lager mag zijn dan [1,75 euro (verv. W. 22 juni 2012, art. 102, I: 8 juli 2012)] per afgifte op papier en [5,75 euro (verv. W. 22 juni 2012, art. 102, I: 8 juli 2012)] op een andere drager:
1° voor de niet ondertekende kopieën. Indien echter bij één en hetzelfde verzoek en voor één en dezelfde zaak meer dan twee kopieën worden aangevraagd, wordt het tarief vanaf het derde kopie bepaald op [0,30 euro (verv. W. 22 juni 2012, art. 102, I: 8 juli 2012)] per bladzijde, zonder dat het globaal bedrag aan verschuldigde expeditierechten alsdan meer dan [1450 euro (verv. W. 22 juni 2012, art. 102, I: 8 juli 2012)] kan bedragen.
2° voor uitgiften, kopieën of uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand of uit de registers welke de akten betreffende het verkrijgen, het herkrijgen, het behoud en het verlies van nationaliteit bevatten;
3° voor uitgiften, kopieën of uittreksels uit akten, vonnissen en arrest die krachtens artikel 162, 33°bis tot 37°bis, vrijstelling genieten van de formaliteit der registratie;
4° voor de uitgiften, kopieën of uittreksels van akten en stukken betreffende rechtspersonen ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Hetzelfde recht is verschuldigd voor uitgiften, kopieën en uittreksels uit akten, vonnissen en arresten afgeleverd in kieszaken of militiezaken. Deze stukken dragen bovenaan de vermelding van hun bestemming; zij mogen tot geen andere doeleinden dienen.
Hetzelfde recht is eveneens verschuldigd voor de kopie van een elektronisch bestand. Het recht is verschuldigd voor elke gekopieerde elektronische bladzijde van het brondocument. De parameters van het brondocument, die de elektronische bladzijde bepalen, mogen bij het maken van de kopie niet gewijzigd worden.
Artikel 273. ( ... - ... )
[Het recht wordt berekend per bladzijde van het arrest, het vonnis of de akte, welke in de uitgifte, (verv. Wet 12 juli 1960, art. 28, I: 1 januari 1961)] [kopie (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [of het uittreksel wordt weergegeven.
Het recht wordt evenwel éénvormig berekend alsof er slechts één bladzijde was, voor de uittreksels die worden afgeleverd ter uitvoering van artikel 121 van het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in strafzaken. (verv. Wet 12 juli 1960, art. 28, I: 1 januari 1961)]
Artikel 274. ( ... - ... )
[Wanneer in een uitgifte, (verv. Wet 12 juli 1960, art. 28, I: 1 januari 1961)] [kopie (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [of uittreksel meerdere arresten, vonnissen of akten worden weergegeven, wordt het recht berekend per bladzijde van elk deze documenten, zonder dat er, voor ieder van deze documenten, minder mag geheven worden dan het recht verschuldigd voor één bladzijde. (verv. Wet 12 juli 1960, art. 28, I: 1 januari 1961)]
Artikel 274bis. ( 08/07/2012 - ... )
Voor kopieën van audiovisueel materiaal is, ongeacht op welke informatiedrager de kopie wordt afgeleverd, per gekopieerde minuut [1,15 euro (verv. W. 22 juni 2012, art. 103, I: 8 juli 2012)] verschuldigd, zonder dat de verschuldigde rechten minder mogen bedragen dan [5,75 euro (verv. W. 22 juni 2012, art. 103, I: 8 juli 2012)] Een begonnen minuut telt voor een volle minuut.
Artikel 274ter. ( 08/07/2012 - ... )
De expeditierechten die verschuldigd zijn op één en hetzelfde verzoek voor één en dezelfde zaak, mogen [1450 euro (verv. W. 22 juni 2012, art. 104, I: 8 juli 2012)] niet overschrijden.
Artikel 275. ( ... - ... )
[... (opgeh. Wet 22 december 1989, art. 205, I: 1 januari 1990)]
Artikel 276. ( ... - ... )
[... (opgeh. Wet 22 december 1989, art. 205, I: 1 januari 1990)]
Artikel 277. ( ... - ... )
[... (opgeh. K.B. 28 mei 2003, art. 5, I: 1 juli 2003)]
Artikel 278. ( ... - ... )
[... (opgeh. K.B. 28 mei 2003, art. 5, I: 1 juli 2003)]
Artikel 279.1. ( 01/06/2015 - ... )
Zijn vrijgesteld van het rolrecht:
1° De inschrijving van zaken waarvan de vonnissen en arresten, krachtens artikelen 161 en 162, vrijstelling genieten van het recht of van de formaliteit der registratie.
Het recht is echt verschuldigd voor de onder artikel 162, 13°, bedoelde procedures [... (verv. Wet 28 juni 1948, art. 3, I: 10 augustus 1948)].[Het recht is eveneens verschuldigd voor de procedures bedoeld in artikel 162, 4°, 14°, 33° bis, 34°, 35°, 35° bis, 35° ter, 35° quater, 36°, 36° bis, 36° ter, 37°, 37° bis, 40° en 45°, wanneer de waarde van de vordering bij toepassing van artikel 2691 het rolrecht verschuldigd maakt bij fiscale geschillen of in zaken gebracht voor de arbeidsgerechten (ing. W. 28 april 2015, art. 6, I: 1 juni 2015)].
2° [De inschrijving van een zaak door de griffier van het gerecht waarnaar de zaak verwezen werd overeenkomstig de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken of ingevolge een rechterlijke beslissing van onttrekking. (verv. Wet 10 oktober 1967, art. 3, art. 123, I: 10 november 1967)]
Artikel 279.2. ( ... - ... )
[Zijn vrijgesteld van het opstelrecht:
1° de akten verleden in de gevallen voorzien door artikelen 161 en 162;
2° de akten of ontvangbewijzen ten blijke van het neerleggen of mededelen van stukken, sommen of voorwerpen ter griffie van de hoven en rechtbanken;
3° de faillissementsbekentenissen, alsmede de afsluitingen of vermelding die worden aangebracht op de registers, titels en stukken tot staving daarvan; (ing. Wet 12 juli 1960, art. 29, I: 1 januari 1961)]
4° [... (geschr. Wet 10 oktober 1967, art. 2, art. 30, I: 10 november 1967)]
[5° De processen-verbaal van nummering en visum van de handelaarsboeken. (ing. Wet 17 juli 1975, art. 23, I: 4 oktober 1975)]
Artikel 280. ( ... - ... )
Zijn van expeditierecht vrijgesteld:
1° [uitgiften, (verv. Wet 10 oktober 1967, art. 3, art. 123, I: 10 november 1967)] [kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [of uittreksels van of uit akten, vonnissen en arresten, die krachtens de artikelen 161 en 162 van het recht of van de formaliteit der registratie zijn vrijgesteld.
Deze bepaling is echter niet van toepassing: a) op de in artikel 272, laatste alinea, bedoelde uitgiften (verv. Wet 10 oktober 1967, art. 3, art. 123, I: 10 november 1967)] [kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [of uittreksels; b) op de [uitgiften, (verv. Wet 10 oktober 1967, art. 3, art. 123, I: 10 november 1967)] [kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [of uittreksels van of uit de in artikel 162, 5°, 6°, 13°, 27° en 33°bis tot 37°bis bedoelde akten en vonnissen; (verv. Wet 10 oktober 1967, art. 3, art. 123, I: 10 november 1967)]
2° [de uitgiften (verv. Wet 15 juli 1970, art. 72, I: 9 augustus 1970)] [kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [of uittreksels van of uit vonnissen, arresten, beschikkingen of andere akten van rechtspleging, die de griffier ambtshalve of op verzoek van een der partijen toezendt aan de partijen, aan hun advokaten of aan derden, in uitvoering van het Gerechtelijk Wetboek of van andere wettelijke of reglementaire bepalingen. (verv. Wet 15 juli 1970, art. 72, I: 9 augustus 1970)]
3° [de (verv. Wet 22 december 1989, art. 209, I: 1 januari 1990)] [kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [van verklaringen met het oog op de inschrijving of tot wijziging van een inschrijving (verv. Wet 22 december 1989, art. 209, I: 1 januari 1990)] [in het rechtspersonenregister van de Kruispuntbank van Ondernemingen (verv. K.B. 28 mei 2003, art. 5, I: 1 juli 2003)] [ambtshalve afgegeven of toegezonden aan de personen die de inschrijving of de wijziging aanvragen; de oorzaak van de vrijstelling moet op (verv. Wet 22 december 1989, art. 209, I: 1 januari 1990)] [de kopie (verv. Wet 27 december 2006, art. 132, I: 7 januari 2007)] [vermeld worden; (verv. Wet 22 december 1989, art. 209, I: 1 januari 1990)]
4° [uitgiften (verv. Wet 13 augustus 1947, art. 19, I: 27 september 1947)] [kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [of uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand of uit de registers welke de akten betreffende het verkrijgen, het herkrijgen, het behoud en het verlies van nationaliteit bevatten (verv. Wet 13 augustus 1947, art. 19, I: 27 september 1947)] [… (geschr. Wet 19 december 2006, art. 68, I: 1 januari 2007)]
5° [de kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [of uittreksels van vonnissen en arresten die afgeleverd worden aan juridische tijdschriften, aangewezen door de Minister van Financiën. (ing. Wet 22 december 1989, art. 209, I: 1 januari 1990)]
6° [de uitgiften, (ing. Wet 6 augustus 1967, art. 3, I: 30 september 1967)] [kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [uittreksels afgegeven door de griffie van het Hof van Beroep te Brussel, met het oog op de tenuitvoerlegging in België van de arresten en beschikkingen die een uitvoerbare titel uitmaken en gewezen zijn op grond van de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, van de Europese Economische Gemeenschap of van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, alsmede bij de Overeenkomst betreffende bepaalde instellingen welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, en welke luidens de bewoordingen van die Verdragen vatbaar zijn voor gedwongen tenuitvoerlegging; (ing. Wet 6 augustus 1967, art. 3, I: 30 september 1967)]
7° [de grossen of (ing. Wet 17 juli 1970, art. 4, I: 4 oktober 1970)] [kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [afgeleverd door de griffie van het Hof van beroep te Brussel, met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging in België van de scheidsrechterlijke beslissingen geveld krachtens het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, opgemaakt te Washington op 18 maart 1965. (ing. Wet 17 juli 1970, art. 4, I: 4 oktober 1970)]
8° [de (ing. Wet 26 februari 2003, art. 3, I: 1 maart 2003)] [kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [ in strafzaken, afgeleverd aan de vader of de moeder , aan een adoptant of aan de voogd in hun hoedanigheid van burgerlijke partij of van persoon die zich op grond van het dossier zou kunnen beroepen op een nadeel, wanneer de zaak betrekking heeft op een misdrijf gepleegd tegen een minderjarige en dat naar de wetten strafbaar is gesteld met een criminele of correctionele straf. (ing. Wet 26 februari 2003, art. 3, I: 1 maart 2003)]
Artikel 281. ( 31/12/2014 - ... )
[Onverminderd artikel 269/4, worden de akten, vonnissen en arresten, betreffende de overeenkomstig de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen ingestelde procedure van gerechtelijke reorganisatie vrijgesteld van griffierechten (gew. W. 27 mei 2013, art. 45, I: 31 december 2014)]
Artikel 282. ( ... - ... )
[… (opgeh. Wet 22 december 1989, art. 211, I: 1 januari 1990)]
Artikel 283. ( ... - ... )
In de in artikel 160 voorziene gevallen, worden de griffierechten in debet vereffend en ingevorderd volgens de regelen die van toepassing zijn op de onder dezelfde voorwaarden vereffende registratierechten.
Artikel 284. ( ... - ... )
Worden eveneens in debet vereffend, de griffierechten verschuldigd op uitgiften, [kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] van en uittreksels uit akten, vonnissen en arresten, wanneer die stukken in strafzaken worden afgeleverd aan het openbaar ministerie of aan de Rijksagenten belast met de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten.
De rechten worden onder de gerechtskosten begrepen en als dusdanig ingevorderd ten laste van de partij die er toe veroordeeld werd.
Artikel 284bis. ( ... - ... )
[In debet worden eveneens vereffend, de griffierechten verschuldigd op de (ing. Wet 7 januari 1998, art. 6, I: 4 april 1998)] [kopieën (verv. Wet 27 december 2006, art. 312, I: 7 januari 2007)] [in strafzaken die worden afgegeven met toepassing van de artikelen 674bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek. De rechten alsmede de andere kosten worden ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van hetzelfde Wetboek. (ing. Wet 7 januari 1998, art. 6, I: 4 april 1998)]
Artikel 285. ( ... - ... )
De wijze van heffing der griffierechten en het houden der registers in de griffies van de hoven en rechtbanken worden bij koninklijk besluit geregeld.
Daarbij kan de medewerking van de griffiers bij de heffing van de griffierechten worden voorzien, zonder dat zij daardoor de hoedanigheid van Staatsrekenplichtige verkrijgen.
Inbreuken op de voorschriften van evenbedoeld koninklijk besluit kunnen worden bestraft met boeten waarvan het bedrag per inbreuk [250,00 EUR (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)] niet mag te boven gaan.
Artikel 286. ( ... - ... )
Er is verjaring:
1° Voor het invorderen der griffierechten en -boeten, na twee jaar, te rekenen van de dag waarop zij aan de Staat verworven zijn;
2° Voor de vordering tot teruggaaf van ten onrechte geheven rechten en boeten, na twee jaar, te rekenen van de dag der betaling.
[Die verjaringen worden gestuit overeenkomstig artikelen 217.1 en 217.2. (verv. Wet 23 december 1958, art. 37, I: 17 januari 1959)]
Verjaring voor het invorderen der in debet vereffende rechten ontstaat echter zoals die voor de onder dezelfde voorwaarden vereffende registratierechten.
Artikel 287. ( ... - ... )
De bepalingen van titel I betreffende de vervolgingen en gedingen en de moratoire interesten, zijn toepasselijk op de griffierechten.
Artikel 288. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 289. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 289bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 290. ( ... - ... )
Onder voorbehoud van de bijzondere fiscale bepalingen voortvloeiend hetzij uit door de Staat gesloten en bij een wet goedgekeurde contracten, hetzij uit internationale overeenkomsten, worden alle vroegere wetsbepalingen betreffende registratie-, hypoteek- of griffierechten ingetrokken.
Artikel 291. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 292. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 293. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 294. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 295. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 296. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 297. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 298. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 299. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 300. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 301. ( ... - ... )
Zijn van de formaliteit van registratie vrijgesteld:
1° [Akten in der minne betreffende de leningen toegestaan door (verv. Wet 30 juni 1951, art. 10)] [het Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden, Oudstrijders en Oorlogsslachtoffers; (verv. Wet 8 augustus 1981, art. 34, I: 1 januari 1982)]
2° [Akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de wetten op het herstel van oorlogsschade; minnelijke akten betreffende leningen en kredietopeningen toegekend aan de geteisterden om hun toe te laten de schade te herstellen die zij geleden hebben ingevolge oorlogsfeiten, wanneer deze leningen en kredietopeningen worden toegestaan volgens de voorzieningen van de ter zake geldende wettelijke beschikkingen, door een in deze beschikkingen bedoelde kredietinstelling. (verv. B.S.G. 30 juni 1941, art. 23, I: 23 juli 1941)]
3° Akten van overdracht en inpandgeving van vorderingen tot herstel van oorlogsschade;
4° Akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de wet van 27 maart 1924 aangaande de nationale Vereniging der nijveraars en handelaars voor het herstel der oorlogsschade en de akten waarin het om de werking van die vereniging gaat;
5° Akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de wet van 28 juli 1921 op de geldigverklaring van de akten van de burgerlijke stand, de verbetering van de tijdens de oorlog opgemaakte akten van overlijden en de rechterlijke bevestiging van het overlijden;
6° Akten van procedure voor de gemengde scheidsgerechten ingesteld bij de vredesverdragen, waaronder de beslissingen en de betekening ervan.
[7° Akten, vonnissen en arresten betreffende de rechtsplegingen tot wettiging van de kinderen wier ouders, ten gevolge van de oorlog zich in de onmogelijkheid hebben bevonden een huwelijk aan te gaan; (ing. Wet 14 november 1947, art. 21, I: 15 december 1947)]
8° [De akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de wet tot regeling van de financiële staatstussenkomst wegens schade aan private goederen veroorzaakt in verband met de overgang van de Democratische Republiek Kongo tot de onafhankelijkheid; (verv. Wet 14 april 1965, art. 66, I: 26 juni 1965)]
[8°bis De akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de wet houdende uitgifte van een tweede tranche van de lening van het Belgisch-Kongolees Fonds voor Delging en Beheer en tot regeling van de problemen betreffende de leningen in Kongolese frank “Koloniale Schuld 4 ¼ pct. 1954-1974” en “Kongolese Schuld 4 pct. 1955-1975”; (ing. Wet 5 januari 1977, art. 10, I: 22 februari 1977)]
[9° De akten, vonnissen en arresten, die betrekking hebben op de tenuitvoerlegging van de wet betreffende de verklaringen van overlijden en van vermoedelijk overlijden, alsmede betreffende de overschrijving en de verbetering van sommige akten van de burgerlijke stand; (ing. Wet 20 augustus 1948, art. 19, I: 27 augustus 1948)]
10° [Akten en vonnissen betreffende de rechtsplegingen vóór de vrederechters bedoeld bij de wet houdende uitzonderingsbepalingen in zake huishuur, wanneer het jaarlijks bedrag van de huurprijs, eisbaar op het ogenblik van de indiening van de eis, niet hoger is dan (verv. Gecoörd. Wetten 31 januari 1949, art. 39, I: 5 maart 1949)] [300,00 EUR. (verv. K.B. 20 juli 2000, art. 2, I: 1 januari 2002)]
Artikel 301bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 301ter. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 301quater. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 302. ( ... - ... )
Akten betreffende de ambtshalve tenuitvoerlegging van de beslissingen van de bij de vredesverdragen ingestelde, gemengde scheidsgerechten worden in debet geregistreerd.
Artikel 302bis. ( ... - ... )
[(ing. Wet 20 juli 1955)] [§ 1. (verv. Wet 4 augustus 1978, art. 9)] [Wordt van het evenredig recht vrijgesteld, de inbreng in vennootschappen die de rechtspersoonlijkheid bezitten en die de verwezenlijking nastreven van verrichtingen als bedoeld bij artikel 10 van de wet betreffende de economische expansie.
Te dien einde zal de Minister die Economische zaken, Streekeconomie of Middenstand in zijn bevoegdheid heeft, vóór het verlijden van de akte een bewijsstuk afgeven, waarvan de afgiftemodaliteiten door de Koning worden bepaald. Dit stuk moet aan de akte worden gehecht op het ogenblik van de registratie. (ing. Wet 30 december 1970, art. 17, I: 11 januari 1971)]
[§ 2. Wordt, overeenkomstig de voorwaarden en toepassingsmodaliteiten als bepaald in § 1, van het evenredig recht vrijgesteld, de inbreng in vennootschappen die de rechtspersoonlijkheid bezitten en die in titel I, artikel 2, van de wet tot economische heroriëntering zijn bedoeld. (ing. Wet 4 augustus 1978, art. 9, I: 27 augustus 1978)]
Artikel 302ter. ( ... - ... )
[(ing. Wet 30 januari 1957)] [§ 1. Het in artikel 116 bepaalde recht wordt verlaagd tot 0,50 t.h. voor de akten houdende vermeerdering van het statutair kapitaal, zonder nieuwe inbreng, uiterlijk verleden op 30 juni 1968.
§ 2. De inbrengen beoogd bij artikel 117, §§ 1 en 2, worden onderworpen aan een recht van 0,50 t.h. op voorwaarde dat de akten die deze inbrengen vaststellen uiterlijk worden verleden op 30 juni 1968. (verv. K.B. nr. 45, 24 oktober 1967, art. 1, I: 27 oktober 1967)]
Artikel 302quater. ( ... - ... )
[(ing. Wet 10 oktober 1967, art. 3, art. 17)] [... (opgeh. Wet 24 december 1993, art. 15, I: 1 januari 1994)]
Artikel 303. ( ... - ... )
Worden van hypotheekrecht vrijgesteld:
1° [Hypothecaire inschrijvingen genomen tot waarborg van de in artikel 301, 1° en 2°, bedoelde leningen en kredietopeningen. (verv. B.S.G. 30 juni 1941, art. 23, I: 23 juli 1941)]
2° Inschrijvingen genomen ter uitvoering van de wet van 27 maart 1924, betreffende de nationale Vereniging van nijveraars en handelaars voor het herstel der oorlogsschade.
Artikel 304. ( ... - ... )
Is vrij van rolrecht, de inschrijving van de zaken waarvan vonnissen en arresten krachtens artikel 301 vrijstelling van de registratieformaliteit genieten.
De vonnissen en arresten zijn vrij van expeditierecht.
[Die vrijstellingen zijn evenwel niet toepasselijk in het geval bedoeld bij artikel 301, 10°. (ing. Besluit van de Regent 31 januari 1949, art. 39, I: 5 maart 1949)]
Artikel 304bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 305. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 305bis. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 306. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 307. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 308. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 309. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 310. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 311. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 312. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 313. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 314. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 315. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 316. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 317. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 318. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 319. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 320. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 321. ( 01/01/2015 - ... )
...
Artikel 322. ( 01/01/2015 - ... )
...
Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 13/03/2026