( ... - ... )
De Vlaamse Regering, Gelet op de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015, artikel 88; Gelet op het koninklijk besluit van 22 oktober 2012 tot vaststelling van de procedure voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 29 oktober 2015; Gelet op advies 58.611/VR/3 van de Raad van State, gegeven op 20 januari 2016, met toepassing van art. 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad Van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; Na beraadslaging, Besluit :
Artikel 1. ( 01/06/2023 - ... )
In dit besluit wordt verstaan onder:
1° administratie: het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg;
2° ...;
3° erkenningscommissie: de erkenningscommissie voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker;
4° secretaris-generaal: het hoofd van de administratie.
Artikel 2. ( 01/06/2023 - ... )
Bij de administratie wordt een erkenningscommissie opgericht. De erkenningscommissie stelt een huishoudelijk reglement op. De erkenningscommissie heeft als taak gemotiveerde adviezen te verstrekken aan de administratie over: De erkenningscommissie kan de administratie machtigen om voor bepaalde categorieën van aanvragen een beslissing te nemen zonder daarover voorafgaandelijk het advies van de erkenningscommissie in te winnen.
1° de aanvragen tot voorlopige erkenning als ziekenhuisapotheker;
2° de aanvragen tot volledige erkenning als ziekenhuisapotheker, alsook tot verlenging van die erkenning.
Artikel 3. ( 01/06/2023 - ... )
§ 1. De erkenningscommissie is samengesteld uit: § 2. De leden van de erkenningscommissie worden door de secretaris-generaal benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Ze blijven in functie tot de secretaris-generaal over de hernieuwing van hun mandaten een beslissing heeft genomen. In geval van overlijden, ontslag of intrekking van een mandaat van een lid benoemt de secretaris-generaal een nieuw lid, voorgedragen door een beroepsvereniging of door de Vlaamse Interuniversitaire Raad. De secretaris-generaal benoemt dat vervangend lid voor de resterende duur van het mandaat van het lid dat hij vervangt. § 3. De erkenningscommissie kiest uit haar leden een voorzitter en een ondervoorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter en van de ondervoorzitter wordt de erkenningscommissie voorgezeten door het oudste lid in leeftijd. § 4. Om geldig te beraadslagen moet ten minste de helft van de leden van de erkenningscommissie aanwezig zijn. Als er niet voldoende leden aanwezig zijn, organiseert de voorzitter een nieuwe vergadering met dezelfde agenda. De erkenningscommissie kan dan geldig vergaderen ongeacht het aantal aanwezige leden. De erkenningscommissie spreekt zich uit bij meerderheid van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend. De erkenningscommissie kan, als ze dat nuttig acht en na akkoord van de administratie, een beroep doen op externe deskundigen. Die personen hebben een raadgevende stem. § 5. De beraadslagingen van de erkenningscommissie, alsook het verslag ervan, zijn geheim. De adviezen van de erkenningscommissie moeten gemotiveerd worden. § 6. De functie van secretaris van de erkenningscommissie wordt waargenomen door een personeelslid van de administratie.
1° vier werkende leden en vier plaatsvervangers, ziekenhuisapothekers, die sedert ten minste tien jaar over de volledige erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker beschikken. Ze worden voorgedragen door hun beroepsverenigingen;
2° vier werkende leden en vier plaatsvervangers, (ziekenhuis)apothekers, die ten minste vijf jaar onderwijservaring in een universitaire instelling kunnen bewijzen. Ze worden voorgedragen door de Vlaamse Interuniversitaire Raad.
Artikel 4. ( 01/06/2023 - ... )
§ 1. De voorzitter en de leden van de erkenningscommissie, en de eventuele externe deskundigen, ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding per vergadering waarop ze aanwezig zijn. § 2. De vergoeding, vermeld in paragraaf 1, bedraagt 5 euro, behalve voor de voorzitter, aan wie een vergoeding van 7,5 euro wordt toegekend. De vergoeding wordt voor maximaal twaalf vergaderingen, die plaatsvinden op initiatief van de administratie, per jaar toegekend. Verschillende vergaderingen van de erkenningscommissie die op dezelfde dag plaatsvinden, gelden maar als één vergadering.
Artikel 5. ( 01/05/2016 - ... )
De voorzitter en de leden van de erkenningscommissie, en de eventuele externe deskundigen, ontvangen een vergoeding voor de reiskosten die verbonden zijn aan de deelname aan de vergaderingen, overeenkomstig de op dat moment geldende regeling voor de kilometervergoeding van personeelsleden van de Vlaamse overheid.
Artikel 6. ( 01/06/2023 - ... )
Als de secretaris-generaal in de onmogelijkheid verkeert om tot de benoeming van de leden van een nieuw op te richten erkenningscommissie over te gaan omdat niet voldoende leden worden voorgedragen door de beroepsverenigingen en door de Vlaamse Interuniversitaire Raad, wordt de bevoegdheid om advies te verlenen over de aanvragen, vermeld in artikel 2, derde lid, tijdelijk toegewezen aan de administratie. De administratie kan voor de uitvoering van de adviserende bevoegdheid om het even welke ambtenaar, expert of organisatie raadplegen of belasten met een adviesopdracht. De uiteindelijke beslissing over het te verlenen advies behoort toe aan de administratie. De tijdelijke bevoegdheid van de administratie neemt een einde op de eerste dag dat de leden van de erkenningscommissie benoemd zijn.
Artikel 7. ( 01/06/2023 - ... )
§ 1. De kandidaat die de voorlopige erkenning wil verkrijgen, dient daarvoor uiterlijk binnen zes maanden na de start van de academische opleiding zijn aanvraag in bij de administratie. de administratie stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking.
De administratie kan voor de indiening van de aanvragen, vermeld in het eerste lid, een digitaal platform ter beschikking stellen dat het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, aanvult of vervangt.
Bij de aanvraag moet het stageplan voor de drie jaar durende praktische opleiding gevoegd zijn, vermeld in het ministerieel besluit van 22 oktober 2012 tot vaststelling van de erkenningscriteria voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker.
§ 2. Alleen volledige dossiers worden aan de erkenningscommissie voorgelegd.
De administratie vraagt bij de aanvrager, in geval van onvolledigheid van het dossier, de ontbrekende documenten op. Als de aanvrager die documenten niet binnen drie maanden na de opvraging bezorgt, kan de aanvraag administratief worden afgesloten.
De kandidaat kan worden uitgenodigd voor de vergadering van de erkenningscommissie waarbij hem gevraagd wordt om eventuele bijkomende inlichtingen te verstrekken over het stageplan.
Als de kandidaat die voor de vergadering van de erkenningscommissie is uitgenodigd, niet aanwezig kan zijn, kan de erkenningscommissie adviseren op basis van het dossier.
§ 3. De administratie beslist, na advies van de erkenningscommissie, over de goedkeuring van het stageplan. Bij de goedkeuring van het stageplan verkrijgt de kandidaat een voorlopige erkenning. Het gemotiveerde advies van de erkenningscommissie wordt bij de beslissing gevoegd.
§ 4. Als het stageplan tijdens de eerste zes maanden na de start van de academische opleiding wordt ingediend, wordt de stageperiode gerekend vanaf de datum waarop de praktische opleiding werkelijk begonnen is.
Als het stageplan na de zes maanden, vermeld in het eerste lid, wordt ingediend, wordt de datum van de indiening beschouwd als de datum waarop de stage is begonnen, tenzij de erkenningscommissie in specifieke omstandigheden anders adviseert.
§ 5. De voorlopige erkenning geldt voor drie jaar. De voorlopige erkenning kan door de administratie maximaal één keer met drie jaar worden verlengd, na advies van de erkenningscommissie.
Artikel 7/1. ( 01/06/2023 - ... )
De kandidaat legt elke wijziging van zijn stageplan vooraf aan de administratie ter goedkeuring voor. Alle bepalingen die betrekking hebben op een nieuw stageplan, zijn ook van toepassing op de wijziging van een stageplan.
Artikel 7/2. ( 01/06/2023 - ... )
De kandidaat houdt een exemplaar bij van de stageovereenkomst die de kandidaat heeft gesloten met de stagedienst en de stagemeester die hem bij de uitvoering van zijn stageplan begeleiden, en bezorgt dat op verzoek van de administratie.
Artikel 8. ( 01/06/2023 - ... )
§ 1. De stage wordt in principe ononderbroken gevolgd. § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de administratie, na het advies van de erkenningscommissie, een onderbreking toestaan. De kandidaat meldt daarvoor onmiddellijk een onderbreking van de stage aan de administratie.
Voor elke onderbreking, vermeld in het eerste lid, wordt de stage verlengd.
De kandidaat legt een voorstel van stageverlenging ter goedkeuring voor aan de administratie. De administratie beslist na advies van de erkenningscommissie. Het gemotiveerde advies van de erkenningscommissie wordt bij de beslissing gevoegd.
§ 3. Tijdens de effectieve opleidingsduur heeft de kandidaat bovendien recht op een onderbreking van in totaal maximaal vijftien weken, wegens zwangerschapsverlof als vermeld in de Arbeidswet van 16 maart 1971, wegens palliatief verlof als vermeld in de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, en om medische redenen, zonder verlenging van de stage.
Voor elke onderbreking, vermeld in het eerste lid, van meer dan vijftien weken wordt de stage verlengd naar rato van het deel van de onderbreking dat de vijftien weken overschrijdt.
De kandidaat legt een voorstel van stageverlenging voor het deel van de onderbreking dat de vijftien weken overschrijdt, ter goedkeuring voor aan de administratie. de administratie beslist na advies van de erkenningscommissie. Het gemotiveerde advies van de erkenningscommissie wordt bij de beslissing gevoegd.
§ 4. ....
Artikel 9. ( 01/06/2023 - ... )
§ 1. De kandidaat bezorgt aan het eind van elk stagejaar zijn stageschrift, met inbegrip van de evaluatie door de stagemeester, aan de administratie. § 2. In geval van een meningsverschil tussen de stagemeester en de kandidaat kan elk van beiden het geschil schriftelijk aanhangig maken bij de administratie. De erkenningscommissie hoort de kandidaat en de stagemeester. Als het geschil blijft bestaan, kan de erkenningscommissie een onderzoekscommissie, die bestaat uit ten minste twee van haar leden, belasten met een onderzoek ter plaatse. Als een onderzoek ter plaatse gebeurt, woont een personeelslid van de administratie dat onderzoek ter plaatse bij. Als er een onderzoek ter plaatse gebeurt, bezorgt de onderzoekscommissie een verslag aan de erkenningscommissie. De administratie bezorgt zijn definitieve beslissing, na advies van de erkenningscommissie, aan de kandidaat en aan de stagemeester. § 3. Als de stagemeester in de loop van of op het einde van de stageperiode van oordeel is dat de kandidaat niet geschikt is om de functie van ziekenhuisapotheker uit te oefenen, of ongewenst is geworden in zijn dienst, deelt hij dat schriftelijk mee aan de kandidaat en aan de administratie, met vermelding van de motieven waarop hij zijn beoordeling baseert. De erkenningscommissie hoort de kandidaat en de stagemeester. Als de stagemeester bij zijn standpunt blijft, kan de erkenningscommissie een onderzoekscommissie, die bestaat uit ten minste twee van haar leden, belasten met een onderzoek ter plaatse. Als een onderzoek ter plaatse gebeurt, woont een personeelslid van de administratie dat onderzoek ter plaatse bij. De erkenningscommissie adviseert ofwel om een einde te maken aan de stage, ofwel om de stage verder te laten zetten. In het laatste geval adviseert de erkenningscommissie dat de kandidaat een nieuwe stagemeester zoekt en in welke mate de stage, gevolgd bij de eerste stagemeester, in aanmerking zal worden genomen bij het berekenen van de totale stageduur. De kandidaat legt een wijziging van het stageplan ter goedkeuring voor aan de administratie. Als ook de tweede stagemeester na de uitvoering van het gewijzigde stageplan een ongunstige evaluatie geeft, kan de erkenningscommissie adviseren zonder onderzoeksprocedure een einde te stellen aan de opleiding van de kandidaat en kan de kandidaat zijn voorlopige erkenning verliezen.
Als er een onderzoek ter plaatse gebeurt, bezorgt de onderzoekscommissie een verslag aan de erkenningscommissie.
De administratie bezorgt zijn definitieve beslissing, na een advies van de erkenningscommissie als vermeld in het zesde en het zevende lid, aan de kandidaat en de stagemeester.
Artikel 10. ( 01/06/2023 - ... )
§ 1. De kandidaat die de volledige erkenning, waarbij hij gemachtigd wordt om de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker te dragen, wil verkrijgen na de uitvoering van een stageplan dat tot de voorlopige erkenning heeft geleid, dient daarvoor binnen drie maanden na de beëindiging van de stage zijn aanvraag in bij de administratie. de administratie stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking. De administratie kan voor de indiening van de aanvragen, vermeld in het eerste lid, een digitaal platform ter beschikking stellen dat het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, aanvult of vervangt. De aanvrager voegt bij zijn aanvraag alle bewijsstukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de erkenningscriteria, vermeld in het ministerieel besluit van 22 oktober 2012 tot vaststelling van de erkenningscriteria voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker. § 2. Alleen volledige dossiers worden aan de erkenningscommissie voorgelegd. De administratie vraagt bij de aanvrager, in geval van onvolledigheid van het dossier, de ontbrekende documenten op. Als de aanvrager die documenten niet binnen drie maanden na de opvraging bezorgt, kan de aanvraag administratief worden afgesloten. De erkenningscommissie evalueert in het bijzonder of de kandidaat de minimale theoretische kennis en praktische vaardigheden bezit, vermeld in het ministerieel besluit van 22 oktober 2012 tot vaststelling van de erkenningscriteria voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker. § 3. De administratie beslist, na advies van de erkenningscommissie, over de aanvraag tot volledige erkenning. Het gemotiveerde advies van de erkenningscommissie wordt bij de beslissing gevoegd. § 4. De volledige erkenning vangt aan op de datum van de aanvraag, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en wordt verleend voor een periode van vijf jaar.
Artikel 11. ( 01/06/2023 - ... )
De administratie kan, na advies van de erkenningscommissie, een volledige erkenning toestaan als niet tijdig een volledige erkenning is aangevraagd, een volledige erkenning niet is verlengd of als een erkenning is ingetrokken. De ziekenhuisapotheker dient daarvoor een gemotiveerde aanvraag in bij de administratie. In voorkomend geval kan de nieuwe volledige erkenning afhankelijk worden gemaakt van het doorlopen van een individueel ad-hoc opleidingsprogramma.
Artikel 12. ( 01/06/2023 - ... )
§ 1. De aanvrager die een verlenging van de volledige erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker wil verkrijgen, dient daarvoor ten minste zes maanden voor het verstrijken van de volledige erkenning zijn aanvraag in bij de administratie. De administratie stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking. De administratie kan voor de indiening van de aanvragen, vermeld in het eerste lid, een digitaal platform ter beschikking stellen dat het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, aanvult of vervangt. De aanvrager voegt bij zijn aanvraag alle bewijsstukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de erkenningscriteria, vermeld in het ministerieel besluit van 22 oktober 2012 tot vaststelling van de erkenningscriteria voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker. § 2. Alleen volledige dossiers worden aan de erkenningscommissie voorgelegd. De administratie vraagt bij de aanvrager, in geval van onvolledigheid van het dossier, de ontbrekende documenten op. Als de aanvrager die documenten niet binnen drie maanden na de opvraging bezorgt, kan de aanvraag administratief worden afgesloten. § 3. De administratie beslist, na advies van de erkenningscommissie, over de aanvraag tot verlenging van de erkenning. Het gemotiveerde advies van de erkenningscommissie wordt bij de beslissing gevoegd. § 4. De verlenging van de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker wordt verleend voor een periode van vijf jaar.
Artikel 13. ( 01/06/2023 - ... )
§1. Als de erkenningscommissie een negatief advies geeft en de administratie beslist om dat advies te volgen, bezorgt de administratie een voornemen tot negatieve beslissing aan de aanvrager met een aangetekende brief.
§2. De aanvrager kan binnen dertig dagen na de dag waarop hij het voornemen tot negatieve beslissing, vermeld in paragraaf 1, heeft ontvangen, een bezwaarnota met zijn opmerkingen bezorgen aan de administratie.
De bezwaarnota van de aanvrager, vermeld in het eerste lid, wordt, samen met het negatieve advies en het voornemen tot negatieve beslissing, vemeld in paragraaf 1, en het aanvraagdossier, vermeld in artikel 7, §1, artikel 10, §1, of artikel 12, §1, of het stageschrift, vermeld in artikel 9, §1, opnieuw voorgelegd aan de erkenningscommissie, die op basis van die stukken een nieuw advies uitbrengt.
De administratie bezorgt zijn definitieve beslissing aan de aanvrager.
§3. Als de aanvrager geen bezwaarnota indient binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, wordt het voornemen tot negatieve beslissing, vermeld in paragraaf 1, van rechtswege geacht een weigeringsbeslissing te zijn.
Artikel 14. ( 01/06/2023 - ... )
§1. Als de erkenningscommissie een positief advies geeft en als de administratie van oordeel is dat het advies van de erkenningscommissie niet gevolgd kan worden, brengt het de erkenningscommissie daarvan op de hoogte.
Als de erkenningscommissie na de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, bij haar oorspronkelijke positieve advies blijft, bezorgt de administratie een voornemen tot negatieve beslissing, samen met het positieve advies, aan de aanvrager.
§2. De aanvrager kan binnen dertig dagen na de dag waarop hij het voornemen tot negatieve beslissing, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, heeft ontvangen, een bezwaarnota met zijn opmerkingen bezorgen aan de administratie.
De bezwaarnota van de aanvrager, vermeld in het eerste lid, wordt, samen met het positieve advies en het voornemen tot negatieve beslissing, vermeld in paragraaf 1, en het aanvraagdossier, vermeld in artikel 7, §1, artikel 10, §1, of artikel 12, §1, of het stageschrift, vermeld in artikel 9, §1, voorgelegd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, die op basis van die stukken een definitieve beslissing neemt over het dossier in kwestie.
De administratie bezorgt de definitieve beslissing van de minister aan de aanvrager.
§3. Als de aanvrager geen bezwaarnota indient binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, wordt het voornemen tot negatieve beslissing, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, van rechtswege geacht een weigeringsbeslissing te zijn.
Artikel 15. ( 01/06/2023 - ... )
Als een ziekenhuisapotheker niet meer aan de erkenningscriteria voldoet, kan de administratie de voorlopige erkenning als ziekenhuisapotheker of de volledige erkenning als ziekenhuisapotheker intrekken. De administratie kan een erkenning pas intrekken nadat het daarover het advies van de erkenningscommissie heeft ingewonnen, en nadat het, na het advies van de erkenningscommissie ontvangen te hebben, zijn voornemen tot intrekking aan de ziekenhuisapotheker heeft bekendgemaakt. De ziekenhuisapotheker van wie de administratie de erkenning wil intrekken conform het tweede lid, kan binnen dertig dagen na de ontvangst van het voornemen een bezwaarnota indienen. De bezwaarnota wordt, samen met het voornemen tot intrekking, voorgelegd aan de erkenningscommissie, die op basis van die stukken een advies uitbrengt. Na het advies van de erkenningscommissie wordt de definitieve beslissing van de administratie aan de ziekenhuisapotheker bezorgd.
Artikel 16. ( 01/06/2023 - ... )
Als de ziekenhuisapotheker een erkenning die conform dit besluit is gegeven, niet wil behouden, brengt hij de administratie daarvan schriftelijk op de hoogte. De administratie trekt, op basis van die uitdrukkelijke vraag van de ziekenhuisapotheker, de erkenning in.
Artikel 17. ( 01/06/2023 - ... )
De ziekenhuisapotheker van wie de erkenning is ingetrokken conform artikel 15 of 16, kan altijd bij de administratie een nieuwe erkenning aanvragen. In dat geval verloopt de erkenningsprocedure volgens de bepalingen van dit besluit.
Artikel 18. ( 01/05/2016 - ... )
In artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 oktober 2012 tot vaststelling van de procedure voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker wordt punt 1° opgeheven.
Artikel 19. ( 01/05/2016 - ... )
In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 4 tot en met 21, opgeheven.
Artikel 20. ( 01/05/2016 - ... )
In artikel 34 van hetzelfde besluit worden punt 1° en punt 2° opgeheven.
Artikel 21. ( 01/05/2016 - ... )
Artikel 37 en 38 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Artikel 22. ( 01/05/2016 - ... )
Artikel 46 tot en met 49 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Artikel 23. ( 01/05/2016 - ... )
De dossiers die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit al in behandeling zijn, worden vanaf de inwerkingtreding verder behandeld conform dit besluit.
Artikel 24. ( 01/06/2023 - ... )
Tot op het ogenblik dat de leden van de nieuw op te richten erkenningscommissie benoemd zijn, wordt de bevoegdheid om advies te verlenen over de aanvraag tot voorlopige erkenning als ziekenhuisapotheker, over de aanvraag tot volledige erkenning als ziekenhuisapotheker, alsook tot verlenging van die erkenning, tijdelijk toegewezen aan de administratie. De administratie kan voor de uitvoering van de adviserende bevoegdheid om het even welk personeelslid of om het even welke expert of organisatie raadplegen of belasten met een adviesopdracht. De uiteindelijke beslissing over het te verlenen advies behoort toe aan de administratie.
Artikel 25. ( 01/05/2016 - ... )
De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 04/04/2025