Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 4 februari 2021 tot vastlegging voor de diensten voor gezinszorg van de voorwaarden voor de toekenning van een subsidiabel urencontingent gezinszorg, vermeld in artikel 49, en van de ontvankelijkheidscriteria voor de aanvraag van extra uren gezinszorg, vermeld in artikel 50 van bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, wat betreft de criteria met betrekking tot de onderbenutting en de verdeling van de uren gezinszorg over de diensten voor gezinszorg

Datum 22/12/2023

Inhoud

( ... - ... )

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, artikel 55, §1, eerste lid, en artikel 56, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2019;
- bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, artikel 49, derde lid, en artikel 50, tweede lid.

Vormvereiste
De volgende vormvereiste is vervuld:
- Er is op 14 december 2023 bij de Raad van State een aanvraag ingediend voor een advies binnen 30 dagen, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. De Raad van State heeft op 15 december 2023 beslist geen advies te geven, met toepassing van artikel 84, §5, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Motivering
Dit besluit is gebaseerd op het volgende motief:
- De diensten voor gezinszorg zijn door de COVID-19-pandemie in 2021 en 2022 en door de krapte op de arbeidsmarkt in 2023 geconfronteerd met een moeilijke realisatie van de urencontingenten gezinszorg die aan hen toegewezen zijn op het niveau van de dienst en de regionale steden, zoals gedefinieerd in de bijlage bij het Zorgregiodecreet van 23 mei 2003. Overgangsmaatregelen voor de criteria van de onderbenutting en de toekenning van de uren gezinszorg aan de diensten voor gezinszorg zijn nodig.

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN BESLUIT:

Artikel 1. ( 01/01/2024 - ... )

Aan artikel 2 van het ministerieel besluit van 4 februari 2021 tot vastlegging voor de diensten voor gezinszorg van de voorwaarden voor de toekenning van een subsidiabel urencontingent gezinszorg, vermeld in artikel 49, en van de ontvankelijkheidscriteria voor de aanvraag van extra uren gezinszorg, vermeld in artikel 50 van bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 25 augustus 2023, wordt een twaalfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

“Het tweede lid is niet van toepassing op de urencontingenten gezinszorg die aan de diensten zijn toegewezen voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.”.

Artikel 2. ( 01/01/2024 - ... )

In hetzelfde besluit wordt een artikel 2/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 2/1. Voor de werkingsjaren 2024, 2025 en 2026 kan een dienst een gemotiveerde aanvraag tot afwijking van artikel 2, tweede lid, indienen.

De gemotiveerde aanvraag, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° een beknopte omschrijving van de reden van de toegewezen uren gezinszorg die niet zijn gerealiseerd in het derde en tweede kalenderjaar die voorafgaan aan het werkingsjaar in kwestie; 
2° een voorstel van uren gezinszorg op het niveau van een regionale stad die de dienst in de toekomst wil realiseren. Het voorstel kan nooit hoger zijn dan het aantal uren dat aan de dienst voor die regionale stad is toegewezen in het kalenderjaar dat voorafgaat aan het werkingsjaar waarop het voorstel betrekking heeft;
3° een inspanningsverbintenis om het voorgestelde urencontingent gezinszorg te realiseren en een puntsgewijze opsomming van de mogelijkheden die de dienst daarvoor ziet.

De dienst bezorgt de gemotiveerde aanvraag, vermeld in het eerste lid, via het mailadres thuiszorg@vlaanderen.be aan de administratie vóór 1 februari 2024. 

Vanaf 2025 bezorgt de dienst de gemotiveerde aanvraag, vermeld in het eerste lid, via het mailadres thuiszorg@vlaanderen.be aan de administratie vóór 1 november van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de gemotiveerde aanvraag betrekking heeft.

Als de minister de gemotiveerde aanvraag, vermeld in het eerste lid, heeft goedgekeurd, behoudt de dienst het urencontingent gezinszorg dat aan hem toegewezen is op het niveau van een regionale stad, in het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop die gemotiveerde aanvraag betrekking had.”.

Artikel 3. ( 01/01/2024 - ... )

In artikel 3 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt:

Ҥ3. De dienst heeft op het niveau van een regionale stad minstens 85% van zijn urencontingent van het derde of tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de aanvraag, vermeld in paragraaf 1, voor die regionale stad betrekking heeft, gerealiseerd.

In het werkingsjaar 2026 wordt het percentage, vermeld in het eerste lid, vervangen door 90%.

Vanaf het werkingsjaar 2027 wordt het percentage, vermeld in het eerste lid, vervangen door 95%.

De realisatie van het urencontingent, vermeld in het eerste lid, wordt berekend op de wijze, vermeld in artikel 2, zevende tot en met tiende lid.”.

Artikel 4. ( 01/01/2024 - ... )

In artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord “tweede” vervangen door het woord “eerste”.

Artikel 5. ( 01/01/2024 - ... )

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2024.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 04/04/2025