(
19/03/2025
-
...
)
Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, artikel 37;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten en kmo-groeitrajecten, artikel 29, eerste lid, 2°, artikel 36, tweede lid, artikel 38, tweede lid, en artikel 43.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 18 december 2024.
- De Raad van State heeft advies 77.453/1 gegeven op 14 februari 2025, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Juridisch kader
Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving:
- het ministerieel besluit van 10 maart 2021 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten en kmo-groeitrajecten, wat betreft de kmo-groeitrajecten.
DE VLAAMSE MINISTER VAN ECONOMIE, INNOVATIE EN INDUSTRIE, BUITENLANDSE ZAKEN, DIGITALISERING EN FACILITAIR MANAGEMENT BESLUIT:
Artikel 1.
(
19/03/2025
-
...
)
In dit besluit wordt verstaan onder:
1° besluit van 10 maart 2021: het ministerieel besluit van 10 maart 2021 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten en kmo-groeitrajecten, wat betreft de kmo-groeitrajecten;
2° digitalisering: het aanwenden van nieuwe digitale technologieën en innovaties om de digitale maturiteit van de kleine of middelgrote onderneming te verhogen;
3° duurzaam en circulair ondernemen: het aanwenden van duurzame strategieën gericht op milieubescherming, energie- of klimaattransitie of het sluiten van materiaalkringlopen;
4° innovatie: het uitwerken van een innoverend bedrijfsmodel aan de hand van vernieuwende producten, diensten of bedrijfsprocessen;
5° internationalisering: het aanwenden van internationale afzetmarkten om een duurzame economische groei op het vlak van investeringen, omzet of tewerkstelling in Vlaanderen te bestendigen;
6° kleine of middelgrote ondernemingen: de ondernemingen, vermeld in artikel 3, 2° en 3°, van het decreet van 16 maart 2012;
7° kmo-groeitrajecten: de kmo-groeitrajecten, vermeld in artikel 29, eerste lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten en kmo-groeitrajecten;
8° oproep: een oproep als vermeld in artikel 1, 10°, van het besluit van 10 maart 2021 die bij dit ministerieel besluit wordt gelanceerd.
Artikel 2.
(
19/03/2025
-
...
)
Er worden twee oproepen georganiseerd voor de indiening van subsidieaanvragen voor kmo-groeitrajecten die gericht zijn op de volgende thema’s:
1° digitalisering;
2° internationalisering;
3° duurzaam en circulair ondernemen;
4° innovatie.
Artikel 3.
(
19/03/2025
-
...
)
Ter uitvoering van artikel 4, eerste lid, 4°, van het besluit van 10 maart 2021 wordt voor het beoordelingscriterium, vermeld in artikel 26, eerste lid, 1°, van het voormelde besluit, voor het kmo-groeitraject digitalisering bepaald dat dat kmo-groeitraject leidt tot een duurzame economische groei op het vlak van investeringen, omzet of tewerkstelling in Vlaanderen of tot een verhoging van de digitale maturiteit waardoor de kleine of middelgrote onderneming zich kan onderscheiden in de relevante markt.
Ter uitvoering van artikel 4, eerste lid, 4°, van het besluit van 10 maart 2021 wordt voor het beoordelingscriterium, vermeld in artikel 26, eerste lid, 1°, van het voormelde besluit, voor het kmo-groeitraject internationalisering bepaald dat dat kmo-groeitraject leidt tot een duurzame economische groei op het vlak van investeringen, omzet of tewerkstelling in Vlaanderen. Dat kmo-groeitraject gaat uit van een langetermijnstrategie.
Ter uitvoering van artikel 4, eerste lid, 4°, van het besluit van 10 maart 2021 wordt voor het beoordelingscriterium, vermeld in artikel 26, eerste lid, 1°, van het voormelde besluit, voor het kmo-groeitraject duurzaam en circulair ondernemen bepaald dat dat kmo-groeitraject betrekking heeft op energietransitie, klimaattransitie, circulair ondernemen, milieu of biodiversiteit.
Ter uitvoering van artikel 4, eerste lid, 4°, van het besluit van 10 maart 2021 wordt voor het beoordelingscriterium, vermeld in artikel 26, eerste lid, 1°, van het voormelde besluit, voor het kmo-groeitraject innovatie bepaald dat dat kmo-groeitraject ertoe leidt dat de kleine of middelgrote onderneming een concurrentieel voordeel krijgt dat leidt tot een duurzame economische groei op het vlak van investeringen, omzet of tewerkstelling voor de onderneming in Vlaanderen.
Artikel 4.
(
19/03/2025
-
...
)
De periode voor de indiening van de aanvragen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het besluit van 10 maart 2021, loopt als volgt:
1° voor de eerste oproep: van 20 maart tot en met 22 april 2025;
2° voor de tweede oproep: van 1 juli tot en met 1 september 2025.
Artikel 5.
(
19/03/2025
-
...
)
Het budget, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van het besluit van 10 maart 2021, bedraagt voor beide oproepen telkens 4.500.000 euro (vier miljoen vijfhonderdduizend euro).
Het budget wordt voor beide oproepen gelijk verdeeld over de vier thema’s. Per thema is er voor iedere oproep een beschikbaar budget van 1.125.000 euro (een miljoen honderdvijfentwintigduizend euro).
Als na de beslissing over de groeitrajecten, vermeld in artikel 4, vierde lid, van het besluit van 10 maart 2021 binnen een bepaald thema blijkt dat het budget wordt onderbenut, wordt in het belang van een kwaliteitsvolle invulling van de oproep het resterende budget, met uitzondering van toegewezen middelen, voor een ander thema aangewend.
In het zesde lid wordt verstaan onder:
1° thema: een thema als vermeld in artikel 2;
2° toegewezen middelen: de middelen die ingezet worden vanuit de beleidsagenda AI voor het thema digitalisering, vermeld in artikel 2, 1°.
Artikel 6.
(
19/03/2025
-
...
)
De methode van quotering van de beoordelingscriteria, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4°, van het besluit van 10 maart 2021, is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Artikel 7.
(
19/03/2025
-
...
)
Dit besluit treedt in werking op 19 maart 2025.
BIJLAGE
(
19/03/2025
-
...
)
De methode van quotering, vermeld in artikel 6
De ingediende subsidieaanvragen worden gequoteerd aan de hand van de volgende scoreroosters. Ieder scorerooster bestaat uit vier beoordelingscriteria als vermeld in artikel 26, eerste lid, van het besluit van 10 maart 2021.
Per criterium zijn er twee mogelijke scores: uitsluiting en steunbaar.
Een project scoort ‘uitsluiting’ voor een criterium zodra een van de uitsluitingsindicatoren van dat criterium als opgenomen in het scorerooster van toepassing is. Een project dat voor minstens één criterium ‘uitsluiting’ scoort, wordt niet verder geëvalueerd en kan geen subsidie krijgen.
Bij projecten waarbij alle criteria als ‘steunbaar’ worden geëvalueerd, wordt aan alle subcriteria een waardering gegeven door middel van een puntenscore. De scores van alle subcriteria worden per beoordelingscriterium opgeteld. De scores van de vier beoordelingscriteria worden opgeteld om de totaalscore per project te kennen.
Alle steunbare projecten worden gerangschikt op basis van die score. Het budget dat voor de oproep ter beschikking is gesteld, wordt verdeeld over de best gerangschikte subsidieaanvragen, in afnemende volgorde, tot het budget opgebruikt is.
1. Scorerooster kmo-groeitrajecten digitalisering
1. Ambitie: Dit criterium beoordeelt of de aanvrager een concrete en ambitieuze visie heeft op digitalisering én of de aanvrager dankzij die digitalisering een duurzame economische groei zal realiseren of zich door een verhoging van de digitale maturiteit zal kunnen onderscheiden in de markt waarin hij opereert. De economische groei wordt beoordeeld in termen van verhoogde investeringen, omzet of tewerkstelling voor de onderneming. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 35) |
Uitsluitingsgronden:
- Het traject betreft geen digitalisering van producten, diensten, businessmodel of bedrijfsprocessen.
- Er is geen concrete en duidelijke visie op het vlak van digitalisering en het doel dat de aanvrager ermee wil bereiken.
- Het traject heeft betrekking op de eerste, gangbare stappen op het vlak van digitalisering van een traditionele niet-gedigitaliseerde onderneming.
- De digitalisering is beperkt tot de aankoop of implementatie van bekende softwarepakketten of softwarelicenties (ook al is enige aanpassing aan de eigen bedrijfsvoering nodig).
- Het traject reikt niet verder dan gangbare digitaliseringstrajecten binnen de sector waarin de aanvrager opereert.
- Het traject betreft in hoofdzaak de digitalisering van eenvoudige administratieve processen binnen de onderneming (boekhouding, margebepaling, personeelsbeheer …).
|
Subcriteria:
- Hoe ambitieus is het traject op het vlak van het slimmer maken van diensten, producten of processen door middel van data? (/10)
- Heeft de aanvrager de ambitie om op (middel-)lange termijn nog verdere stappen te zetten op het vlak van digitale transformatie? Is de digitaliseringsstrategie niet beperkt tot eenmalige opportuniteiten? (/10)
- Worden in het traject nieuwe digitale sleuteltechnologieën, zoals Artificiële Intelligentie (AI), Extended Reality (XR)[1], big data, Internet of Things (IoT)[2] of robotisering ingezet? (/5)
- Leidt de digitale transformatie tot duurzame economische groei op het vlak van investeringen, omzet of tewerkstelling voor de onderneming in Vlaanderen? (/5)
- Heeft de aanvrager of het project een duidelijk doel om een positieve maatschappelijke impact (ecologische duurzaamheid, circulair ondernemen, milieu, mens, maatschappij …) te verwezenlijken? (/5)
|
2. Transformatie: Dit criterium beoordeelt of het groeitraject een substantiële en nieuwe wending geeft aan de huidige bedrijfsvoering en een impact heeft op meerdere bedrijfsprocessen. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 30) |
Uitsluitingsgronden:
- Er is geen breuklijn met de huidige bedrijfsvoering of die is zeer beperkt.
- Het traject betreft het optimaliseren of het professionaliseren van de bedrijfsprocessen, bijvoorbeeld het digitaliseren van bestaande processen die momenteel manueel of met verouderde technologie verlopen.
- Het traject heeft onvoldoende bedrijfsbrede impact (er zijn maar een beperkt aantal bedrijfsprocessen betrokken of de betrokken bedrijfsprocessen zijn niet of weinig bedrijfskritisch).
- Het traject is makkelijk omkeerbaar.
- Het traject heeft geen langetermijnimpact op de aanvrager.
Voor een Proof of Concept (PoC) in verband met nieuwe digitale sleuteltechnologieën zoals Artificiële Intelligentie (AI), Extended Reality (XR), big data, Internet of Things (IoT) of robotisering worden deze subcriteria geëvalueerd, ervan uitgaande dat de Proof of Concept geïmplementeerd wordt.
|
Subcriteria:
- In welke mate heeft het groeitraject een impact op de bedrijfsprocessen, op het aanbod van producten of diensten, of op het businessmodel van de aanvrager? (/10)
- Is het project vernieuwend voor de sector en heeft het potentieel om een impact te hebben op de relevante markt waarin de aanvrager opereert (of beoogt te opereren)? (/10)
- Heeft de digitale transformatie een onomkeerbaar karakter en een langetermijnimpact op de aanvrager? (/10)
Voor een Proof of Concept (PoC) in verband met nieuwe digitale sleuteltechnologieën zoals Artificiële Intelligentie (AI), Extended Reality (XR), big data, Internet of Things (IoT) of robotisering worden deze subcriteria geëvalueerd, ervan uitgaande dat de Proof of Concept geïmplementeerd wordt. |
3. Onderbouwde aanpak: Dit criterium beoordeelt of de aanvrager beschikt over een doordacht stappenplan om de vooropgestelde digitalisering te realiseren en te bestendigen in de onderneming. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 20) |
Uitsluitingsgronden:
- Het plan van aanpak is weinig concreet of onvoldoende onderbouwd.
- Het plan van aanpak is niet realistisch, noch haalbaar.
- Belangrijke bedrijfsprocessen die door het traject worden geraakt, worden niet of onvoldoende meegenomen in de aanpak.
- Het plan van aanpak is niet consistent met de visie op digitalisering en kan niet leiden tot het realiseren van de geïdentificeerde opportuniteiten.
- Er kan onvoldoende worden aangetoond dat de aanvrager in staat is om het traject duurzaam te realiseren nadat de subsidiabele periode voorbij is:
- de aanvrager beschikt niet (en kan ook niet aantonen dat hij in de toekomst zal beschikken) over voldoende financiële middelen om het groeitraject uit te rollen;
- in het plan van aanpak is er geen of onvoldoende aandacht voor de interne gedragenheid van het groeitraject door het personeel.
|
Subcriteria:
- Is er een doordacht, onderbouwd en bedrijfsbreed plan van aanpak om de vooropgestelde digitale transformatie te doen slagen? (/10)
- Hoe realistisch en haalbaar is het plan van aanpak? (/5)
- Beschikt de aanvrager (of kan hij aantonen dat hij in de toekomst zal beschikken) over voldoende financiële middelen om het traject op een duurzame manier uit te rollen en te bestendigen? (/5)
|
4. Noodzaak van kennis en expertise: Dit criterium beoordeelt of de aanvrager zonder het inwinnen van bepaalde kennis en expertise de digitalisering niet succesvol kan uitvoeren én of de betreffende dienstverlener of het aan te werven strategische profiel wel over die ontbrekende kennis en expertise beschikt. Die kennis en expertise moeten mee wegen op de beslissingen die de aanvrager neemt tijdens het groeitraject én de opdracht mag niet louter betrekking hebben op operationele of uitvoerende werkzaamheden. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 15) |
Uitsluitingsgronden:
- Het project gaat over het inwinnen van extra capaciteit maar niet over het inwinnen van nieuwe kennis en expertise.
- Er is geen sprake van kennisoverdracht van de dienstverlener naar de aanvrager, bijvoorbeeld als de dienstverlener louter als klankbord (second opinion) of coach zal functioneren.
- De in te winnen kennis en expertise zullen niet mee wegen op de beslissingen die de aanvrager zal nemen tijdens het groeitraject.
- De opdracht van de dienstverlener of het aan te werven profiel betreft in hoofdzaak operationele of uitvoerende werkzaamheden en vertoont weinig uitdaging of complexiteit.
- De opdracht van de dienstverlener of het aan te werven profiel staat los van het digitaliseringstraject.
- De gekozen dienstverlener of het aan te werven profiel beschikt niet over de benodigde kennis en expertise.
|
Subcriteria:
- Worden er in het project nieuwe kennis en expertise ingewonnen die momenteel niet aanwezig zijn bij de aanvrager en die rechtstreeks zullen bijdragen tot het realiseren van de vooropgestelde ambitie op het vlak van digitalisering? (/10)
- Is de opdracht van de dienstverlener of het strategische profiel ‘strategisch’ van aard en zal die impact hebben op de beslissingen die de aanvrager zal nemen tijdens het traject? Is de opdracht niet louter operationeel of uitvoerend? (/5)
|
2. Scorerooster kmo-groeitrajecten internationalisering
1. Ambitie: Dit criterium beoordeelt of de aanvrager een concrete en ambitieuze visie heeft over hoe hij in de toekomst zal internationaliseren én of de internationalisatie zal leiden tot duurzame economische groei voor de onderneming. De economische groei wordt beoordeeld in termen van verhoogde investeringen, omzet of tewerkstelling voor de onderneming. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 35) |
Uitsluitingsgronden:
- Het traject betreft geen internationalisering naar nieuwe afzetmarkten.
- Er is geen concrete en duidelijke visie op internationalisering.
- De internationalisering is beperkt tot enkele (losstaande) opportuniteiten, quick wins in het buitenland, of stelt weinig uitdagingen voor de aanvrager.
- De internationalisering zal niet leiden tot duurzame economische groei op het vlak van investeringen, omzet of tewerkstelling voor de onderneming in Vlaanderen.
|
Subcriteria:
- Leidt de internationalisering tot duurzame economische groei op het vlak van investeringen, omzet of tewerkstelling voor de onderneming in Vlaanderen? (/10)
- Hoe ambitieus en uitdagend is het internationaliseringstraject voor de aanvrager, rekening houdend met de stappen die hij al gezet heeft op het vlak van internationalisering? (/10)
- Zullen er na dit traject nog verdere stappen volgen op het vlak van internationalisering? Is de internationale strategie niet beperkt tot eenmalige of ad-hoc-opportuniteiten? (/10)
- Heeft de aanvrager of het project een duidelijk doel om een positieve maatschappelijke impact (ecologische duurzaamheid, circulair ondernemen, milieu, mens, maatschappij …) te verwezenlijken? (/5)
|
2. Transformatie: Dit criterium beoordeelt of het groeitraject een substantiële en nieuwe wending geeft aan de huidige bedrijfsvoering en een impact heeft op meerdere bedrijfsprocessen. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 25) |
Uitsluitingsgronden:
- Er is geen breuklijn met de huidige bedrijfsvoering of die is zeer beperkt.
- Het traject is louter een voortzetting of verdere ontplooiing of uitrol van het huidige businessmodel.
- Het traject betreft het optimaliseren of het professionaliseren van de bedrijfsprocessen, wat een noodzakelijke randvoorwaarde is om te groeien, maar losstaat van het internationale aspect.
- Het traject heeft onvoldoende bedrijfsbrede impact (er zijn maar een beperkt aantal bedrijfsprocessen bij betrokken of de betrokken bedrijfsprocessen zijn niet of weinig bedrijfskritisch).
- Het traject is makkelijk omkeerbaar.
- Het traject heeft geen langetermijnimpact op de aanvrager.
|
Subcriteria:
- In welke mate heeft het groeitraject een impact op de bedrijfsprocessen, op het aanbod van producten of diensten, of op het businessmodel van de aanvrager? (/10)
- Heeft het groeitraject een onomkeerbaar karakter en een langetermijnimpact op de aanvrager? (/10)
- Heeft het groeitraject potentieel om ook een impact te hebben op de relevante markt waarin de aanvrager opereert (of beoogt te opereren)? (/5)
|
3. Onderbouwde aanpak: Dit criterium beoordeelt of de aanvrager beschikt over een doordacht stappenplan om de vooropgestelde economische groei door internationalisering te realiseren en te bestendigen in de onderneming. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 20) |
Uitsluitingsgronden:
- Het plan van aanpak is weinig concreet of onvoldoende onderbouwd.
- Het plan van aanpak is niet realistisch, noch haalbaar.
- Belangrijke bedrijfsprocessen die door het traject worden geraakt, worden niet of onvoldoende meegenomen in de aanpak.
- Het plan van aanpak is niet consistent met de groeivisie en kan niet leiden tot het realiseren van de geïdentificeerde groeiopportuniteiten.
- Er kan onvoldoende worden aangetoond dat de aanvrager in staat is om het traject duurzaam te realiseren nadat de subsidiabele periode voorbij is:
- de aanvrager beschikt niet (en kan ook niet aantonen dat hij in de toekomst zal beschikken) over voldoende financiële middelen om het groeitraject uit te rollen;
- in het plan van aanpak is er geen of onvoldoende aandacht voor de interne gedragenheid van het groeitraject door het personeel.
|
Subcriteria:
- Is er een doordacht, onderbouwd en bedrijfsbreed plan van aanpak om de vooropgestelde internationalisering te doen slagen? (/10)
- Hoe realistisch en haalbaar is het plan van aanpak, onder meer gelet op de uitgangspositie van de aanvrager in de beoogde nieuwe markt(en)? (/5)
- Beschikt de aanvrager (of kan hij aantonen dat hij in de toekomst zal beschikken) over voldoende financiële middelen om het traject op een duurzame manier uit te rollen en te bestendigen? (/5)
|
4. Noodzaak van kennis en expertise: Dit criterium beoordeelt of de aanvrager zonder het inwinnen van bepaalde kennis en expertise het groeitraject niet succesvol kan uitvoeren én of de betreffende dienstverlener of het aan te werven strategische profiel wel over die ontbrekende kennis en expertise beschikt. Die kennis en expertise moeten mee wegen op de beslissingen die de aanvrager neemt tijdens het groeitraject én de opdracht mag niet louter betrekking hebben op operationele of uitvoerende werkzaamheden. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 20) |
Uitsluitingsgronden:
- Het project gaat over het inwinnen van extra capaciteit, maar niet over het inwinnen van nieuwe kennis en expertise.
- Er is geen sprake van kennisoverdracht van de dienstverlener naar de aanvrager, bijvoorbeeld als de dienstverlener louter als klankbord (second opinion) of coach zal functioneren.
- De in te winnen kennis en expertise zullen niet mee wegen op de beslissingen die de aanvrager zal nemen tijdens het groeitraject.
- De opdracht van de dienstverlener of het aan te werven profiel betreft in hoofdzaak operationele of uitvoerende werkzaamheden en heeft geen ‘strategisch’ karakter.
- De opdracht van de dienstverlener of het aan te werven profiel staat los van het internationaliseringstraject.
- De gekozen dienstverlener of het aan te werven profiel beschikt niet over de benodigde kennis en expertise.
|
Subcriteria:
- Worden er in het project nieuwe kennis en expertise ingewonnen die momenteel niet aanwezig zijn bij de aanvrager en die rechtstreeks zullen bijdragen tot het realiseren van de vooropgestelde ambitie op het vlak van internationalisering? (/10)
- Is de opdracht van de dienstverlener of het strategische profiel ‘strategisch’ van aard en zal die impact hebben op de beslissingen die de aanvrager zal nemen tijdens het traject? Is de opdracht niet louter operationeel of uitvoerend? (/10)
|
3. Scorerooster kmo-groeitrajecten duurzaam en circulair ondernemen
1. Ambitie: Dit criterium beoordeelt of de aanvrager een concrete en ambitieuze visie heeft om stappen te zetten richting duurzaam en circulair ondernemen. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 35) |
Uitsluitingsgronden:
- Het traject heeft geen betrekking op acties inzake energietransitie, klimaattransitie, circulair ondernemen, milieu of biodiversiteit.
- Er is geen concrete en duidelijke visie op duurzaam en circulair ondernemen. De aanvrager wil via dit project stappen zetten om de mogelijke opportuniteiten te onderzoeken.
- Het traject is erop gericht om bij te benen met algemeen gangbare trends op het vlak van duurzaam en circulair ondernemen (bijvoorbeeld zonnepanelen, laadpalen, elektrische mobiliteit …).
- Het project heeft een negatieve impact op een van de volgende elementen: de klimaatverandering, de aanpassing aan de klimaatverandering, het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen, circulaire economie en de recyclage en de preventie van afval, de verontreiniging van lucht, water of bodem en de biodiversiteit.
|
Subcriteria:
- Hoe ambitieus is de stap die gezet wordt inzake energietransitie, klimaattransitie, circulair ondernemen, milieu of biodiversiteit? (/10)
- Heeft de aanvrager de ambitie om op (middel-)lange termijn nog verdere stappen te zetten in duurzaam en circulair ondernemen? Is de strategie niet beperkt tot eenmalige opportuniteiten? (/10)
- Geeft het traject aanleiding tot meer duurzaam en circulair ondernemen binnen de waardeketen? Zet het project iets in gang op dat vlak? (/10)
- Leidt het traject tot duurzame economische groei op het vlak van investeringen, omzet of tewerkstelling voor de onderneming of indirect binnen de waardeketen in Vlaanderen? (/5)
|
2. Transformatie: Dit criterium beoordeelt of het groeitraject een substantiële en nieuwe wending geeft aan de huidige bedrijfsvoering en een impact heeft op meerdere bedrijfsprocessen. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 30) |
Uitsluitingsgronden:
- Er is geen breuklijn met de huidige bedrijfsvoering of die is zeer beperkt (bijvoorbeeld als alleen ingezet wordt op flankerende of ondersteunende maatregelen zoals hernieuwbare energie).
- Het traject heeft onvoldoende bedrijfsbrede impact (er zijn maar een beperkt aantal bedrijfsprocessen betrokken of de betrokken bedrijfsprocessen zijn niet of weinig bedrijfskritisch).
- Het traject is makkelijk omkeerbaar.
- Het traject heeft geen langetermijnimpact op de aanvrager.
Voor haalbaarheidsstudies worden deze subcriteria geëvalueerd, ervan uitgaande dat de CE-strategie achteraf geïmplementeerd wordt.
|
Subcriteria:
- In welke mate heeft het groeitraject een impact op de bedrijfsprocessen, op het aanbod van producten of diensten, of op het businessmodel van de aanvrager? (/10)
- Heeft het traject een onomkeerbaar karakter en een langetermijnimpact op de aanvrager? (/10)
- Is dit traject een voorbeeldproject (trendsetter) voor de sector op het vlak van duurzaam en circulair ondernemen? (/10)
Voor haalbaarheidsstudies worden deze subcriteria geëvalueerd, ervan uitgaande dat de CE-strategie achteraf geïmplementeerd wordt.
|
3. Onderbouwde aanpak: Dit criterium beoordeelt of de aanvrager beschikt over een doordacht stappenplan om de vooropgestelde strategieën inzake duurzaam en circulair ondernemen te realiseren en te bestendigen in de onderneming. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 20) |
Uitsluitingsgronden:
- Het plan van aanpak is weinig concreet of onvoldoende onderbouwd.
- Het plan van aanpak is niet realistisch, noch haalbaar.
- Belangrijke bedrijfsprocessen die door het traject worden geraakt, worden niet of onvoldoende meegenomen in de aanpak.
- Het plan van aanpak is niet consistent met de vooropgestelde strategie en kan niet leiden tot het realiseren van de geïdentificeerde opportuniteiten.
- Er kan onvoldoende worden aangetoond dat de aanvrager in staat is om het traject duurzaam te realiseren nadat de subsidiabele periode voorbij is:
- de aanvrager beschikt niet (en kan ook niet aantonen dat hij in de toekomst zal beschikken) over voldoende financiële middelen om het groeitraject uit te rollen;
- in het plan van aanpak is er geen of onvoldoende aandacht voor de interne gedragenheid van het groeitraject door het personeel.
|
Subcriteria:
- Is er een doordacht, onderbouwd en bedrijfsbreed plan van aanpak om de implementatie van de vooropgestelde strategieën inzake duurzaam en circulair ondernemen te doen slagen? (/10)
- Hoe realistisch en haalbaar is het plan van aanpak? (/5)
- Beschikt de aanvrager (of kan hij aantonen dat hij in de toekomst zal beschikken) over voldoende financiële middelen om het traject op een duurzame manier uit te rollen en te bestendigen? (/5)
|
4. Noodzaak van kennis en expertise: Dit criterium beoordeelt of de aanvrager zonder het inwinnen van bepaalde kennis en expertise de vooropgestelde stappen naar meer duurzaam en circulair ondernemen niet succesvol kan uitvoeren én of de betreffende dienstverlener of het aan te werven strategische profiel wel over die ontbrekende kennis en expertise beschikt. Die kennis en expertise moeten mee wegen op de beslissingen die de aanvrager neemt tijdens het groeitraject én de opdracht mag niet louter betrekking hebben op operationele of uitvoerende werkzaamheden. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 15) |
Uitsluitingsgronden:
- Het project gaat over het inwinnen van extra capaciteit, maar niet over het inwinnen van nieuwe kennis en expertise.
- Er is geen sprake van kennisoverdracht van de dienstverlener naar de aanvrager, bijvoorbeeld als de dienstverlener louter als klankbord (second opinion) of coach zal functioneren.
- De in te winnen kennis en expertise zullen niet mee wegen op de beslissingen die de aanvrager zal nemen tijdens het groeitraject.
- De opdracht van de dienstverlener of het aan te werven profiel betreft in hoofdzaak operationele of uitvoerende werkzaamheden en heeft geen ‘strategisch’ karakter.
- De opdracht van de dienstverlener of het aan te werven profiel staat los van het traject inzake duurzaam en circulair ondernemen.
- De gekozen dienstverlener of het aan te werven profiel beschikt niet over de benodigde kennis en expertise.
|
Subcriteria:
- Worden er in het project nieuwe kennis en expertise ingewonnen die momenteel niet aanwezig zijn bij de aanvrager en die rechtstreeks zullen bijdragen tot het realiseren van de vooropgestelde ambitie op het vlak van duurzaam en circulair ondernemen? (/10)
- Is de opdracht van de dienstverlener of het strategische profiel ‘strategisch’ van aard en zal die impact hebben op de beslissingen die de aanvrager zal nemen tijdens het traject? Is de opdracht niet louter operationeel of uitvoerend? (/5)
|
4. Scorerooster kmo-groeitrajecten innovatie
1. Ambitie: Dit criterium beoordeelt of de aanvrager een concrete en ambitieuze visie heeft voor het uitwerken van een vernieuwend businessmodel door innovatieve producten of diensten naar de markt te brengen of door innovatieve bedrijfsprocessen op te zetten én of de aanvrager dankzij die innovatie een concurrentieel voordeel zal genieten, wat kan leiden tot een duurzame economische groei. De economische groei wordt beoordeeld in termen van verhoogde investeringen, omzet of tewerkstelling voor de onderneming. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 35) |
Uitsluitingsgronden:
- Het traject heeft geen betrekking op het uitwerken van een vernieuwend businessmodel door innovatieve producten of diensten naar de markt te brengen of door innovatieve bedrijfsprocessen op te zetten.
- Er is geen concrete en duidelijke visie op innovatie en het doel dat de aanvrager ermee wil bereiken.
- Het traject heeft betrekking op producten of diensten die bekend zijn binnen de sector.
- Het traject heeft betrekking op bedrijfsprocessen die algemeen gangbaar zijn binnen de sector, die niet vernieuwend zijn voor de aanvrager of waarvan de implementatie binnen de onderneming onvoldoende uitdagingen stelt.
- Het traject is gericht op de ontwikkeling van nieuwe producten, diensten of bedrijfsprocessen, waarbij de haalbaarheid van de innovatie wordt onderzocht of waarbij een intensief onderzoek- en ontwikkelingstraject wordt beoogd.
- Het traject is erop gericht om bij te benen met wat gangbaar is binnen de sector of zal niet leiden tot een concurrentieel voordeel voor de aanvrager.
|
Subcriteria:
- Hoe innovatief zijn de producten of diensten die de aanvrager naar de markt wil brengen of hoe uitdagend is het opzetten van de innovatieve bedrijfsprocessen? (/10)
- Leidt de innovatie tot een concurrentieel voordeel voor de aanvrager en mogelijk tot een duurzame economische groei op het vlak van investeringen, omzet of tewerkstelling voor de onderneming in Vlaanderen? (/10)
- Heeft de aanvrager de ambitie om op (middel-)lange termijn nog verdere stappen te zetten inzake innovatie? Is de innovatiestrategie niet beperkt tot eenmalige of ad-hoc-opportuniteiten? (/10)
- Heeft de aanvrager of het project een duidelijk doel om een positieve maatschappelijke impact (ecologische duurzaamheid, circulair ondernemen, milieu, mens, maatschappij …) te verwezenlijken? (/5)
|
2. Transformatie: Dit criterium beoordeelt of het groeitraject een substantiële en nieuwe wending geeft aan de huidige bedrijfsvoering en een impact heeft op meerdere bedrijfsprocessen. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 30) |
Uitsluitingsgronden:
- Er is geen breuklijn met de huidige bedrijfsvoering of die is zeer beperkt.
- Het traject betreft het optimaliseren of het professionaliseren van de bedrijfsprocessen.
- Het traject heeft onvoldoende bedrijfsbrede impact (er zijn maar een beperkt aantal bedrijfsprocessen betrokken of de betrokken bedrijfsprocessen zijn niet of weinig bedrijfskritisch).
- Het traject is makkelijk omkeerbaar.
- Het traject heeft geen langetermijnimpact op de aanvrager.
|
Subcriteria:
- In welke mate heeft het groeitraject een impact op de bedrijfsprocessen, op het aanbod van producten of diensten, of op het businessmodel van de aanvrager? (/10)
- Heeft het groeitraject een onomkeerbaar karakter en een langetermijnimpact op de aanvrager? (/10)
- Hoe vernieuwend is het traject voor de sector en heeft het potentieel om een impact te hebben op de relevante markt waarin de aanvrager opereert (of beoogt te opereren)? (/10)
|
3. Onderbouwde aanpak: Dit criterium beoordeelt of de aanvrager beschikt over een doordacht stappenplan om de vooropgestelde innovatie te realiseren en te bestendigen in de onderneming. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 20) |
Uitsluitingsgronden:
- Het plan van aanpak is weinig concreet of onvoldoende onderbouwd.
- Het plan van aanpak is niet realistisch, noch haalbaar, bijvoorbeeld door een te beperkt marktpotentieel van de innovatie of een te zwakke uitgangspositie van de aanvrager in de beoogde markt.
- Belangrijke bedrijfsprocessen die door het traject worden geraakt, worden niet of onvoldoende meegenomen in de aanpak.
- Het plan van aanpak is niet consistent met de visie op innovatie en kan niet leiden tot het realiseren van de geïdentificeerde opportuniteiten.
- Er kan onvoldoende worden aangetoond dat de aanvrager in staat is om het traject duurzaam te realiseren nadat de subsidiabele periode voorbij is:
- de aanvrager beschikt niet (en kan ook niet aantonen dat hij in de toekomst zal beschikken) over voldoende financiële middelen om het groeitraject uit te rollen;
- in het plan van aanpak is er geen of onvoldoende aandacht voor de interne gedragenheid van het groeitraject door het personeel.
|
Subcriteria:
- Is er een doordacht, onderbouwd en bedrijfsbreed plan van aanpak om de vooropgestelde innovatie te doen slagen? (/10)
- Hoe realistisch en haalbaar is het plan van aanpak, onder meer gelet op de uitgangspositie van de aanvrager in de beoogde markt en het marktpotentieel van de innovatie? (/5)
- Beschikt de aanvrager (of kan hij aantonen dat hij in de toekomst zal beschikken) over voldoende financiële middelen om het traject op een duurzame manier uit te rollen en te bestendigen? (/5)
|
4. Noodzaak van kennis en expertise: Dit criterium beoordeelt of de aanvrager zonder het inwinnen van bepaalde kennis en expertise de innovatie niet succesvol kan uitvoeren én of de betreffende dienstverlener of het aan te werven strategische profiel wel over die ontbrekende kennis en expertise beschikt. Die kennis en expertise moeten mee wegen op de beslissingen die de aanvrager neemt tijdens het groeitraject én de opdracht mag niet louter betrekking hebben op operationele of uitvoerende werkzaamheden. |
UITSLUITING |
STEUNBAAR (score op 15) |
Uitsluitingsgronden:
- Het project gaat over het inwinnen van extra capaciteit, maar niet over het inwinnen van nieuwe kennis en expertise.
- Er is geen sprake van kennisoverdracht van de dienstverlener naar de aanvrager, bijvoorbeeld als de dienstverlener louter als klankbord (second opinion) of coach zal functioneren.
- De in te winnen kennis en expertise zullen niet mee wegen op de beslissingen die de aanvrager zal nemen tijdens het groeitraject.
- De opdracht van de dienstverlener of het aan te werven profiel betreft in hoofdzaak operationele of uitvoerende werkzaamheden en heeft geen ‘strategisch’ karakter.
- De opdracht van de dienstverlener of het aan te werven profiel staat los van het vooropgestelde innovatietraject.
- De gekozen dienstverlener of het aan te werven profiel beschikt niet over de benodigde kennis en expertise.
|
Subcriteria:
- Worden er in het project nieuwe kennis en expertise ingewonnen die momenteel niet aanwezig zijn bij de aanvrager en die rechtstreeks zullen bijdragen tot het realiseren van de vooropgestelde ambitie op het vlak van innovatie? (/10)
- Is de opdracht van de dienstverlener of het strategische profiel ‘strategisch’ van aard en zal die impact hebben op de beslissingen die de aanvrager zal nemen tijdens het traject? Is de opdracht niet louter operationeel of uitvoerend? (/5)
|
[1] Onder ‘Extended Reality’ wordt verstaan de overkoepelende term voor technologieën die de fysieke en digitale wereld verbinden, waaronder Virtual Reality (VR), Augmented Reality (AR) en Mixed Reality (MR).
[2] Onder “Internet of Things” wordt verstaan het geheel aan apparaten en systemen die via internetverbindingen met elkaar verbonden zijn en die onderling gegevens uitwisselen.