Decreet over het platform voor overlijdensadministratie

Datum 14/07/2025

Inhoudstafel

  1. Titel 1. Algemene bepalingen
  2. Titel 2. Opdrachten en taken
  3. Titel 3. De aansluiting op het platform
  4. Titel 4. Toepassingen, deeltoepassingen en afgeleide deeltoepassingen in het platform
    1. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
    2. Hoofdstuk 2. Specifieke bepalingen per toepassing, deeltoepassing en afgeleide deeltoepassing
      1. Afdeling 1. De toepassing voor de vaststelling van het overlijden
        1. Onderafdeling 1. De deeltoepassing voor de gegevens van de vaststelling van het overlijden
        2. Onderafdeling 2. Het attest van de arts bij een verzoek tot crematie
        3. Onderafdeling 3. Het verslag van de beëdigd arts bij een verzoek tot crematie
      2. Afdeling 2. De toepassing voor de administratieve afhandeling van de uitvaart
        1. Onderafdeling 1. Retributie
        2. Onderafdeling 2. De deeltoepassing voor het uittreksel of afschrift van de akte van overlijden
        3. Onderafdeling 3. De deeltoepassing voor de laatste wilsbeschikking
        4. Onderafdeling 4. De deeltoepassing voor de toestemming tot begraven of crematie
      3. Afdeling 3. De toepassing voor de gegevens voor overlijdensstatistieken
      4. Afdeling 4. Afgeleide deeltoepassingen
        1. Onderafdeling 1. Gegevens, ontsloten aan een crematorium
        2. Onderafdeling 2. De gegevens ontsloten aan de gemeente waar de overleden persoon wordt begraven
  5. Titel 5. Verwerking van persoonsgegevens
    1. Hoofdstuk 1. Gemeenschappelijke bepalingen
    2. Hoofdstuk 2. Specifieke bepalingen voor de verwerking door het Vlaams Datanutsbedrijf
  6. Titel 6. Retributie
  7. Titel 7. Wijzigingsbepalingen
    1. Hoofdstuk 1. Wijzigingen van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging
    2. Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap
  8. Titel 8. Slotbepaling

Inhoud

Titel 1. Algemene bepalingen (01/11/2025 - ...)

Artikel 1. ( 01/11/2025 - ... )

Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Artikel 2. ( 01/11/2025 - ... )

In dit decreet wordt verstaan onder:
1° aanleverende entiteit: iedere entiteit die aansluit op het platform en gegevens via het platform ontsluit;
2° afschrift van de akte van overlijden: het afschrift, vermeld in artikel 29, §1/1, 1° en 2°, van het oud Burgerlijk Wetboek;
3° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
4° besluit van 14 mei 2004: het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria;
5° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
6° burger: een burger als vermeld in artikel I.4, 7°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
7° declarant: een declarant als vermeld in artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 tot vaststelling van de wijzen van lijkbezorging, de asbestemming en de rituelen van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid die kunnen opgenomen worden in de schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking die aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kan overgemaakt worden;
8° decreet van 16 januari 2004: het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;
9° decreet van 2 december 2022: het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;
10° Departement Zorg: het Departement Zorg, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg;
11° entiteit: een entiteit als vermeld in artikel 2, 15°, van het decreet van 2 december 2022;
12° gegevens in verband met overlijden: de gegevens over het overlijden van een persoon, inclusief gegevens over juridische en administratieve handelingen bij het overlijden van een persoon;
13° koepelorganisatie: een organisatie die namens een groep van aanleverende of ontvangende entiteiten op het platform aansluit en de aansluiting op het platform centraliseert;
14° koninklijk besluit van 17 juni 1999: het koninklijk besluit van 17 juni 1999 waarbij het opmaken van een jaarlijkse statistiek van de overlijdensoorzaken wordt voorgeschreven;
15° lokale overheid: de lokale overheden, vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
16° metagegevens: de metagegevens, vermeld in artikel 2, 5°, van het decreet van 2 december 2022;
17° ontvangende entiteit: iedere entiteit die aansluit op het platform en gegevens via het platform ontvangt;
18° overleden persoon: de persoon waarvan de arts het overlijden ter plaatse heeft vastgesteld;
19° persoonsgegevens: de persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
20° platform: het elektronisch informatiesysteem, vermeld in artikel 3;
21° platformretributie: de retributie die in de gevallen die dit decreet bepaalt verschuldigd is aan het Vlaams Datanutsbedrijf voor de aansluiting op en het gebruik van het platform;
22° uittreksel van de akte van overlijden: het uittreksel, vermeld in artikel 29, §1, 1°, van het oud Burgerlijk Wetboek;
23° uitvaartondernemer: de gemachtigde van diegene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien als vermeld in artikel 15bis, §2, eerste lid, van het decreet van 16 januari 2004;
24° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;
25° Vlaams Datanutsbedrijf: het agentschap, vermeld in artikel 3 van het decreet van 2 december 2022.

Titel 2. Opdrachten en taken (01/11/2025 - ...)

Artikel 3. ( 01/11/2025 - ... )

Het Vlaams Datanutsbedrijf ontwikkelt en beheert een platform. Het platform bestaat uit een elektronisch informatiesysteem.

Het platform, vermeld in het eerste lid, heeft de volgende doelstellingen:
1° het administratief proces in verband met het overlijden van een persoon digitaliseren, en de daarmee verbonden gegevens uitwisselen en ontsluiten;
2° de nabestaanden van de overleden persoon ontzorgen bij het administratief proces.

Het Vlaams Datanutsbedrijf kan alle activiteiten, taken en bedrijvigheden voorbereiden of verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van de opdrachten en de doelstellingen, vermeld in het eerste en tweede lid, en de taken, vermeld in artikel 4.

Artikel 4. ( 01/11/2025 - ... )

Met behoud van de taken van het Vlaams Datanutsbedrijf, bepaald in of krachtens andere decreten, heeft het Vlaams Datanutsbedrijf in het kader van het platform en de opdrachten en doelstellingen, vermeld in artikel 3, de volgende taken:
1° een visie en een strategie ontwikkelen om effectieve, efficiënte en goed beveiligde toepassingen te ontwikkelen en te beheren die de gegevensdeling in een elektronisch informatiesysteem voor gegevens in verband met overlijden ondersteunen en de naleving ervan opvolgen;
2° een elektronisch informatiesysteem voor gegevens in verband met overlijden concipiëren, ontwikkelen, openstellen en beheren. Het elektronisch informatiesysteem maakt de uitwisseling van gegevens in verband met overlijden en afgeleide gegevens of metagegevens en ook de uitwisseling van statistische gegevens tussen een aanleverende entiteit en een ontvangende entiteit mogelijk;
3° aanvullende toepassingen, aanvullende deeltoepassingen of afgeleide deeltoepassingen uitwerken;
4°  pilootprojecten organiseren in eigen opdracht of in opdracht van entiteiten; 5°  het verzoek tot aansluiting tot het platform beoordelen en de aansluiting controleren, schorsen of opheffen zonder voorafgaand advies van het adviescomité, in afwijking van artikel 10, §2, eerste lid, 3° tot en met 5°, van het decreet van 2 december 2022;
6° een informatiestandaard voor het platform ontwikkelen, vaststellen, invoeren, onderhouden en gebruiken;
7° de platformretributies aanrekenen en innen;
8° statistische gegevens en rapporten en analyses die zijn opgemaakt op basis van gegevens die zijn uitgewisseld binnen het platform, of metagegevens over het gebruik van het platform ontwikkelen, produceren en verspreiden;
9° alle andere taken dan de taken, vermeld in punt 1° tot en met 8°, die rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van de taken, vermeld in punt 1° tot en met 7°, en de opdrachten, vermeld in artikel 3.

De Vlaamse Regering kan de taken, vermeld in het eerste lid, en de regels voor de taken, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.

Titel 3. De aansluiting op het platform (01/11/2025 - ...)

Artikel 5. ( ... - ... )

§1. In dit artikel wordt verstaan onder Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022.

§2. Met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij het ontsluiten van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval, op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd, ontsluiten de Vlaamse instanties en de lokale overheden als aanleverende entiteiten de specifieke gegevens, inclusief persoonsgegevens, in voorkomend geval via een koepelorganisatie en in voorkomend geval via het agentschap Digitaal Vlaanderen, dat de functie van dienstenintegrator vervult als vermeld in artikel 3, §1, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, aan het Vlaams Datanutsbedrijf, als een van de volgende voorwaarden is vervuld:
1° de burger in kwestie verzoekt om die gegevens en heeft het Vlaams Datanutsbedrijf verzocht om dat verzoek namens die burger door te geven;
2° de Vlaamse instantie of lokale overheid is gemachtigd tot gegevensdeling bij of krachtens een supranationale of wetskrachtige norm.

§3. Met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd, kan het Vlaams Datanutsbedrijf met overheidsinstanties die geen Vlaamse instanties of lokale overheid zijn, in voorkomend geval en als dat nodig is, akkoorden sluiten zodat specifieke gegevens, inclusief persoonsgegevens, die ze verwerken en ontsluiten, in voorkomend geval via een koepelorganisatie, door de aanleverende entiteiten aan het Vlaams Datanutsbedrijf ontsloten kunnen worden, als een van de volgende voorwaarden is vervuld:
1° de burger in kwestie verzoekt om die gegevens en heeft het Vlaams Datanutsbedrijf verzocht om dat verzoek namens die burger door te geven;
2° de overheidsinstantie die geen Vlaamse instantie of lokale overheid, is gemachtigd tot gegevensdeling bij of krachtens een supranationale of wetskrachtige norm.

§4. Met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd, kan een entiteit die geen overheidsinstantie is als vermeld in paragraaf 2 en 3, specifieke gegevens, inclusief persoonsgegevens, die ze verwerkt, in voorkomend geval via een koepelorganisatie, als aanleverende entiteit ontsluiten aan het Vlaams Datanutsbedrijf, als een van de volgende voorwaarden is vervuld:
1° de burger in kwestie verzoekt om die gegevens en heeft het Vlaams Datanutsbedrijf verzocht om dat verzoek namens die burger door te geven;
2° de aanleverende entiteit is gemachtigd tot gegevensdeling bij of krachtens een supranationale of wetskrachtige norm;
3° de aanleverende entiteit heeft een gerechtvaardigd belang als vermeld in artikel 6, lid 1, f), van de algemene verordening gegevensbescherming op basis waarvan de gegevensdeling noodzakelijk is.

§5. De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop burgers, die natuurlijke personen zijn, als aanleverende entiteit kunnen aansluiten op het platform.

Artikel 6. ( ... - ... )

Met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd, ontsluit het Vlaams Datanutsbedrijf specifieke gegevens, inclusief persoonsgegevens, in voorkomend geval via het agentschap Digitaal Vlaanderen, dat de functie van dienstenintegrator vervult, vermeld in artikel 3, §1, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, aan de ontvangende entiteit, in voorkomend geval via een koepelorganisatie, als een van de volgende voorwaarden is vervuld:
1° de burger in kwestie verzoekt om die gegevens en heeft het Vlaams Datanutsbedrijf verzocht om dat verzoek namens die burger door te geven;
2° de ontvangende entiteit is gemachtigd tot gegevensdeling bij of krachtens een supranationale of wetskrachtige norm;
3° de ontvangende entiteit heeft een gerechtvaardigd belang als vermeld in artikel 6, lid 1, f), van de algemene verordening gegevensbescherming op basis waarvan de gegevensdeling noodzakelijk is.

De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop burgers, die natuurlijke personen zijn, als ontvangende entiteit kunnen aansluiten op het platform.

Artikel 7. ( 01/11/2025 - ... )

Iedere aanleverende en iedere ontvangende entiteit is verantwoordelijk voor de naleving van de regelgeving die van toepassing is op de aanleverende en ontvangende entiteit en de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen die van toepassing is bij de verwerking van persoonsgegevens.

Iedere aanleverende en iedere ontvangende entiteit, of in voorkomend geval een koepelorganisatie, neemt alle passende maatregelen en geeft de volgende garanties:
1° alleen de gegevens die noodzakelijk en juist zijn, worden via het platform meegedeeld;
2° er is een rechtvaardigingsgrond, vermeld in artikel 6, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming, om gegevens mee te delen of te ontvangen;
3° de vertrouwelijkheid van de gegevens wordt bewaakt en de gegevens worden alleen gebruikt voor de doelstellingen, vermeld in artikel 3, tweede lid;
4° onjuiste gegevens worden verbeterd en correcties worden onmiddellijk aan het Vlaams Datanutsbedrijf meegedeeld;
5° de toegang tot gegevens wordt gelogd en onrechtmatig gebruik wordt gecontroleerd;
6° de gegevens worden conform de informatiestandaard, vermeld in artikel 4, eerste lid, 6°, aangeleverd en ontsloten.

Het Vlaams Datanutsbedrijf kan de aansluiting van de aanleverende en ontvangende entiteit, en in voorkomend geval de koepelorganisatie, en de naleving van de verplichtingen, vermeld het eerste en tweede lid, controleren en kan daarvoor in voorkomend geval informatie opvragen bij de koepelorganisatie.

Het Vlaams Datanutsbedrijf kan voor de toepassing van het eerste lid een overeenkomst sluiten met de aanleverende en ontvangende entiteiten, in voorkomend geval via een koepelorganisatie.

Artikel 8. ( 01/11/2025 - ... )

Het Vlaams Datanutsbedrijf kan de aansluiting van een aanleverende of ontvangende entiteit tot het platform in de volgende gevallen schorsen of opheffen, als een onderzoek aantoont dat:
1° de aansluiting op het platform van een aanleverende of ontvangende entiteit niet of niet langer in overeenstemming is met de bepalingen van dit decreet of andere toepasselijke wetgeving;
2° de aanleverende of ontvangende entiteit in strijd met de bepalingen, vermeld in deze titel gegevens ontsluit, raadpleegt of gebruikt;
3° de aanleverende of ontvangende entiteit het voorwerp is van een negatieve beslissing van een toezichthoudende autoriteit voor de bescherming van persoonsgegevens of een negatieve beslissing van een tuchtrechtelijke autoriteit, die verband houdt met het gebruik van het platform door die aanleverende of ontvangende entiteit.

Artikel 9. ( 01/11/2025 - ... )

§1. Het Vlaams Datanutsbedrijf brengt een aanleverende of ontvangende entiteit op de hoogte van zijn voornemen om de aansluiting van een aanleverende of ontvangende entiteit tot het platform te schorsen of op te heffen.

Een aanleverende of ontvangende entiteit kan binnen vijf werkdagen nadere toelichting verstrekken en opmerkingen formuleren bij het voornemen, vermeld in het eerste lid.

Nadat de termijn, vermeld in het tweede lid, is verstreken, neemt het Vlaams Datanutsbedrijf binnen vijf werkdagen een beslissing over de schorsing of de opheffing van de aansluiting. Het Vlaams Datanutsbedrijf geeft kennis van de beslissing aan de aanleverende of ontvangende entiteit. Als de kennisgeving per post gebeurt, wordt zij geacht te zijn gedaan op de tweede werkdag na de verzending.

De schorsing of opheffing begint te lopen vanaf de kennisgeving, vermeld in het derde lid.

In deze paragraaf wordt onder werkdag verstaan: een dag in de week die niet valt op een zaterdag, een zondag, een wettelijke feestdag of in de periode tussen 25 december en 1 januari.

§2. Een schorsing geldt behoudens andersluidende beslissing voor minstens een dag en hoogstens zestig dagen.

Als het Vlaams Datanutsbedrijf ondanks een voorafgaande schorsingsmaatregel vaststelt dat de aanleverende of ontvangende entiteit zich nog altijd in een of meer van de gevallen, vermeld in artikel 8, bevindt, heft het de aansluiting tot het platform op, nadat het de aanleverende of ontvangende entiteit voorafgaandelijk heeft gehoord.
 
§3. Het Vlaams Datanutsbedrijf kan de schorsing of opheffing op elk moment beëindigen als het oordeelt dat de redenen voor de schorsing of opheffing niet meer bestaan. Het Vlaams Datanutsbedrijf brengt de aanleverende of ontvangende entiteit op de hoogte van die beëindiging.

Titel 4. Toepassingen, deeltoepassingen en afgeleide deeltoepassingen in het platform (01/11/2025 - ...)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen (01/11/2025 - ...)

Artikel 10. ( 01/11/2025 - ... )

§1. Het Vlaams Datanutsbedrijf maakt een overzicht van toepassingen, deeltoepassingen en afgeleide deeltoepassingen bekend. Dat overzicht bevat per deeltoepassing en afgeleide deeltoepassing al de volgende informatie:
1°  de aanwijzing van de toepassing waartoe de deeltoepassing behoort;
2° een gedetailleerd overzicht van de persoonsgegevens die de deeltoepassing of de afgeleide deeltoepassing bevat en het doeleinde waarvoor de persoonsgegevens verwerkt worden, als dat niet al is vastgesteld bij of krachtens een supranationale of wetskrachtige norm;
3° de aanleverende entiteiten die conform artikel 5 gegevens ter beschikking stellen aan de ontvangende entiteiten die conform artikel 6 gegevens ontvangen, en de kwalificatie van de aanleverende en ontvangende entiteiten bij de verwerking van persoonsgegevens;
4° in voorkomend geval, het bedrag van de platformretributie, vermeld in artikel 42;
5° de mogelijkheid voor burgers om gegevens in verband met overlijden via het platform voor datakluizen, vermeld in artikel 5, §1, eerste lid, 2°, van het decreet van 2 december 2022, te ontsluiten als ze hun datakluis hebben geactiveerd;
6° de bewaartermijn van de persoonsgegevens.

§2. De Vlaamse Regering kan per deeltoepassing bepalen wanneer een aanleverende entiteit als vermeld in artikel 5, of de ontvangende entiteiten, vermeld in artikel 6, het platform moet gebruiken om gegevens in verband met overlijden te ontsluiten.

De aanleverende of ontvangende entiteit is een platformretributie verschuldigd in de gevallen die dit decreet bepaalt. De Vlaamse Regering kan het bedrag van de platformretributie, vermeld in artikel 42, vastleggen of wijzigen.

§3. Het Vlaams Datanutsbedrijf haalt voor elke deeltoepassing, vermeld in hoofdstuk 2, de gegevens op die nodig zijn om die deeltoepassing op te maken, te ontsluiten, te ontvangen en te raadplegen, in voorkomend geval in de authentieke gegevensbronnen die die gegevens bevatten.

Het Vlaams Datanutsbedrijf is gemachtigd om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken voor de doelstellingen en taken, vermeld in artikel 3 en 4.

Hoofdstuk 2. Specifieke bepalingen per toepassing, deeltoepassing en afgeleide deeltoepassing (01/11/2025 - ...)

Afdeling 1. De toepassing voor de vaststelling van het overlijden (01/11/2025 - ...)

Onderafdeling 1. De deeltoepassing voor de gegevens van de vaststelling van het overlijden (01/11/2025 - ...)

Artikel 11. ( 01/11/2025 - ... )

Deze onderafdeling is van toepassing op de opmaak van de vaststelling van het overlijden en het ontsluiten, ontvangen en raadplegen van de gegevens, vermeld in het koninklijk besluit van 17 juni 1999, via het platform.

Artikel 12. ( 01/11/2025 - ... )

De volgende aanleverende entiteiten ontsluiten de volgende gegevens van de vaststelling van overlijden via het platform:
1° de arts die het overlijden heeft vastgesteld conform artikel 4 van het koninklijk besluit van 17 juni 1999 ontsluit de gegevens, vermeld in artikel 13 van dit decreet;
2° het gemeentebestuur, vermeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 17 juni 1999, kan de gegevens ontsluiten die zijn opgenomen in model IIIC en IIID, vermeld in bijlage 1 en 2, die bij het voormelde besluit zijn gevoegd.

Artikel 13. ( 01/11/2025 - ... )

Een arts die een overlijden vaststelt, maakt via het platform een vaststelling van overlijden op conform artikel 4 van het koninklijk besluit van 17 juni 1999.

Naast de gegevens, vermeld in artikel 11, ontsluit de arts die een overlijden vaststelt, al de volgende gegevens via het platform:
1°  de geboortedatum en geboorteplaats van de overleden persoon;
2° het identificatienummer van het Rijksregister of in voorkomend geval het identificatienummer van het bisregister van de overleden persoon;
3° in voorkomend geval, het identificatienummer van het Rijksregister, de geboortedatum, geboorteplaats en het geslacht van de moeder van een levenloos kind of van een overleden kind tot één jaar;
4° het e-mailadres van de arts;
5° in voorkomend geval, het attest, vermeld in artikel 19, §1, 3°, van het decreet van 16 januari 2004;
6° in voorkomend geval, het attest, vermeld in artikel 58, §1 en §2, van het oud Burgerlijk Wetboek.

Artikel 14. ( 01/11/2025 - ... )

De volgende ontvangende entiteiten kunnen de gegevens van de vaststelling van overlijden via het platform ontvangen:
1° het gemeentebestuur, vermeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 17 juni 1999;
2° de uitvaartondernemer;
3° het Departement Zorg in voorkomend geval conform afdeling 3.

Onderafdeling 2. Het attest van de arts bij een verzoek tot crematie (01/11/2025 - ...)

Artikel 15. ( 01/11/2025 - ... )

Deze onderafdeling is van toepassing op de opmaak, het ontsluiten, ontvangen en raadplegen van het attest, vermeld in artikel 19, §1, 3°, van het decreet van 16 januari 2004, via het platform.

Artikel 16. ( 01/11/2025 - ... )

De arts die het overlijden vaststelt, vermeld in artikel 19, §1, 3°, van het decreet van 16 januari 2004, ontsluit, als aanleverende entiteit, het attest, vermeld in artikel 15 van dit decreet, via het platform.

Artikel 17. ( 01/11/2025 - ... )

De ambtenaar van de burgerlijke stand, of diens gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld, kan als ontvangende entiteit het attest, vermeld in artikel 15, via het platform ontvangen en raadplegen.

Onderafdeling 3. Het verslag van de beëdigd arts bij een verzoek tot crematie (01/11/2025 - ...)

Artikel 18. ( 01/11/2025 - ... )

Deze onderafdeling is van toepassing op de opmaak, het ontsluiten, ontvangen en raadplegen van het verslag van de beëdigd arts, vermeld in artikel 19, §1, 3°, van het decreet van 16 januari 2004, via het platform.

Artikel 19. ( 01/11/2025 - ... )

De beëdigd arts, die het verslag conform artikel 19, §1, 3°, van het decreet van 16 januari 2004, opstelt, ontsluit als aanleverende entiteit dat verslag en het identificatienummer van het Rijksregister van de overleden persoon via het platform.

Artikel 20. ( 01/11/2025 - ... )

De ambtenaar van de burgerlijke stand, of diens gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld, vermeld in artikel 15bis, §1, eerste lid, en artikel 19, §1, van het decreet van 16 januari 2004, kan als ontvangende entiteit het verslag van de beëdigd arts via het platform ontvangen en raadplegen.

Afdeling 2. De toepassing voor de administratieve afhandeling van de uitvaart (01/11/2025 - ...)

Onderafdeling 1. Retributie (01/11/2025 - ...)

Artikel 21. ( 01/01/2026 - ... )

Een uitvaartondernemer betaalt een platformretributie als vermeld in artikel 42, om de toepassing inzake de administratieve afhandeling van de uitvaart, vermeld in deze afdeling, te gebruiken.

Onderafdeling 2. De deeltoepassing voor het uittreksel of afschrift van de akte van overlijden (01/11/2025 - ...)

Artikel 22. ( 01/11/2025 - ... )

Deze onderafdeling is van toepassing op het ontsluiten, ontvangen en raadplegen van een uittreksel van de akte van overlijden of een afschrift van de akte van overlijden via het platform.

Artikel 23. ( 01/11/2025 - ... )

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van overlijden, of diens gemachtigde beambten, kunnen, als aanleverende entiteit, het uittreksel of het afschrift van de akte van overlijden via het platform ontsluiten.

Artikel 24. ( ... - ... )

De uitvaartondernemer kan als ontvangende entiteit het uittreksel of afschrift van de akte van overlijden via het platform ontvangen en raadplegen.

De ontvangende entiteiten, vermeld in artikel 21, §3, derde lid, van het decreet van 2 december 2022, en burgers kunnen via het platform een uittreksel of een afschrift van de akte van overlijden ontvangen en raadplegen. De Vlaamse Regering kan de specifieke categorieën van ontvangende entiteiten die kunnen aansluiten op het platform bepalen.

Onderafdeling 3. De deeltoepassing voor de laatste wilsbeschikking (01/11/2025 - ...)

Artikel 25. ( 01/11/2025 - ... )

Deze onderafdeling is van toepassing op het ontsluiten, ontvangen en raadplegen van de laatste wilsbeschikking van de declarant, vermeld in artikel 15, §1, tweede lid, van het decreet van 16 januari 2004, via het platform.

Artikel 26. ( ... - ... )

Het Vlaams Datanutsbedrijf ontsluit de laatste wilsbeschikking via het platform. De uitvaartondernemer raadpleegt en ontvangt als ontvangende entiteit de laatste wilsbeschikking van de declarant via het platform.

De ambtenaar van de burgerlijke stand, of diens gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld, kan als ontvangende entiteit de laatste wilsbeschikking via het platform ontvangen en raadplegen.

Burgers kunnen hun laatste wilsbeschikking via het platform voor datakluizen, vermeld in artikel 5, §1, eerste lid, 2°, van het decreet van 2 december 2022, ontsluiten als ze hun datakluis hebben geactiveerd.

Onderafdeling 4. De deeltoepassing voor de toestemming tot begraven of crematie (01/11/2025 - ...)

Artikel 27. ( 01/11/2025 - ... )

Deze onderafdeling is van toepassing op de aanvraag van een toestemming tot begraven of crematie, vermeld in artikel 15bis, §2, eerste lid, en 19, §1, van het decreet van 16 januari 2004, en het ontsluiten, ontvangen en raadplegen van de toestemming tot begraven of crematie, vermeld in artikel 15bis, §1, en 19, §1, van het voormelde decreet, via het platform.

Artikel 28. ( 01/11/2025 - ... )

Als aanleverende entiteit dient de uitvaartondernemer de aanvraag van een toestemming tot begraven of crematie in via het platform.

De uitvaartondernemer kan bij de aanvraag van een toestemming tot begraven of crematie de volgende gegevens ontsluiten:
1° het identificatienummer van het Rijksregister van de overleden persoon;
2° de woonsituatie, de hoogste voltooide opleiding, de huidige beroepstoestand, de sociale staat in het laatst uitgeoefende beroep en de uitgeoefende beroepen van de overleden persoon;
3° de woonsituatie, de hoogste voltooide opleiding, de huidige beroepstoestand, de sociale staat in het laatst uitgeoefende beroep en de uitgeoefende beroepen van de ouders als de overleden persoon een kind is;
4° in voorkomend geval, het verzoek, vermeld in artikel 58, §2, van het oud Burgerlijk Wetboek, en het identificatienummer van het Rijksregister van de personen die een verzoek tot het opstellen van een akte van een levenloos geboren kind conform artikel 58, §2, van het oud Burgerlijk Wetboek kunnen indienen of van de ouders van een overleden kind tot één jaar;
5° in voorkomend geval, het verzoek, vermeld in artikel 59, 5° en 6°, van het oud Burgerlijk Wetboek;
6° in voorkomend geval, de toestemmingen, vermeld in artikel 24, §1, eerste lid, 4°, van het decreet van 16 januari 2004;
7°  in voorkomend geval, het gezamenlijk verzoekschrift, vermeld in artikel 24, §2, eerste lid, en §3, eerste lid, van het decreet van 16 januari 2004.

De uitvaartondernemer ontvangt en raadpleegt als ontvangende entiteit de toestemming tot begraven of crematie via het platform.

Artikel 29. ( 01/11/2025 - ... )

Als ontvangende entiteit ontvangen de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van overlijden of diens gemachtigde beambten de aanvraag van een toestemming tot begraven of crematie via het platform en ontsluiten als aanleverende entiteit in voorkomend geval de toestemming tot begraven of crematie via het platform.

Afdeling 3. De toepassing voor de gegevens voor overlijdensstatistieken (01/11/2025 - ...)

Artikel 30. ( 01/11/2025 - ... )

Deze afdeling is van toepassing op het ontsluiten en ontvangen via het platform van de volgende gegevens voor statistische doeleinden:
1° de gepseudonimiseerde gegevens van de overleden persoon, vermeld op stroken B en D van de modellen IIIC en IIID, die zijn opgenomen in bijlage 1 en 2, die bij het koninklijk besluit van 17 juni 1999 zijn gevoegd;
2° de gegevens van de arts die het overlijden vaststelt, vermeld op strook A van de modellen IIIC en IIID, die zijn opgenomen in bijlage 1 en 2, die bij het voormelde besluit zijn gevoegd;
3° de gegevens over de doodsoorzaak van de overleden persoon, vermeld op strook C van de modellen IIIC en IIID, die zijn opgenomen in bijlage 1 en 2, die bij het voormelde besluit zijn gevoegd, en de gegevens van de moeder, vermeld op strook C van het model IIID, dat is opgenomen in bijlage 2, die bij het voormelde besluit is gevoegd;
4° de gegevens van strook D van de modellen IIIC en IIID, die zijn opgenomen in bijlage 1 en 2, die bij het voormelde besluit zijn gevoegd. De hoogste voltooide opleiding, de beroepstoestand, de sociale staat en het uitgeoefende beroep van de overleden persoon, die zijn opgenomen in model IIIC, en in voorkomend geval, de gegevens van de ouders die zijn opgenomen in model IIID, kunnen uit de kruispuntbankregisters, vermeld in artikel 4 en 5 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, worden opgehaald;
5° de woonsituatie van de overleden persoon;
6° de gegevens, vermeld in artikel 13, tweede lid, 4°.

In het eerste lid, 1°, wordt verstaan onder gegevens van de overleden persoon: de gegevens in verband met overlijden van een overleden persoon.

Naast de gegevens, vermeld in het eerste lid, kan de lokale overheid, in voorkomend geval, al de volgende gegevens ontsluiten:
1° het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer zoals gekend door de procureur des Konings;
2° het identificatienummer van het Rijksregister van de overleden persoon;
3° het identificatienummer van het Rijksregister van de personen die een verzoek tot het opstellen van een akte van een levenloos geboren kind conform artikel 58, §2, van het oud Burgerlijk Wetboek, kunnen indienen of van de ouders van een overleden kind tot één jaar.

Artikel 31. ( 01/11/2025 - ... )

Het Departement Zorg kan de gegevens, vermeld in artikel 30, als ontvangende entiteit via het platform ontvangen.

Afdeling 4. Afgeleide deeltoepassingen (01/11/2025 - ...)

Onderafdeling 1. Gegevens, ontsloten aan een crematorium (01/11/2025 - ...)

Artikel 32. ( 01/11/2025 - ... )

Op basis van de gegevens die via de deeltoepassingen, vermeld in artikel 11 tot en met 14 en 27 tot en met 29, worden verkregen, biedt het Vlaams Datanutsbedrijf een afgeleide deeltoepassing aan als vermeld in artikel 33.

Artikel 33. ( 01/11/2025 - ... )

De afgeleide deeltoepassing, vermeld in artikel 32, omvat het ontsluiten, ontvangen en raadplegen van de volgende gegevens via het platform:
1° de toestemming tot crematie, vermeld in artikel 15bis, §1, en 19, §1, van het decreet van 16 januari 2004;
2° de naam van de uitvaartondernemer;
3° het nummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen van de uitvaartondernemer;
4° de metagegevens.

Artikel 34. ( 01/11/2025 - ... )

Het crematorium, vermeld in artikel 24 van het besluit van 14 mei 2004, kan de gegevens, vermeld in artikel 33 van dit decreet, ontvangen en raadplegen via het platform.

Onderafdeling 2. De gegevens ontsloten aan de gemeente waar de overleden persoon wordt begraven (01/11/2025 - ...)

Artikel 35. ( 01/11/2025 - ... )

Op basis van de gegevens die via de deeltoepassing, vermeld in artikel 11 tot en met 14 en 27 tot en met 29, worden verkregen, biedt het Vlaams Datanutsbedrijf een afgeleide deeltoepassing aan als vermeld in artikel 36.

Artikel 36. ( 01/11/2025 - ... )

De afgeleide deeltoepassing, vermeld in artikel 35, omvat het ontsluiten, ontvangen en raadplegen van de volgende gegevens via het platform:
1° de toestemming tot begraven, vermeld in artikel 15bis, §1, en 19, §1, van het decreet van 16 januari 2004;
2° het identificatienummer van het Rijksregister van de overleden persoon;
3° de naam en voornaam van de overleden persoon;
4° de geboortedatum van de overleden persoon;
5° de datum van overlijden;
6° de naam van de uitvaartondernemer;
7° het nummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen van de uitvaartondernemer;
8° de metagegevens.

Artikel 37. ( 01/11/2025 - ... )

De gemeente waar de overleden persoon wordt begraven, kan de gegevens, vermeld in artikel 36, ontvangen en raadplegen via het platform.

Titel 5. Verwerking van persoonsgegevens (01/11/2025 - ...)

Hoofdstuk 1. Gemeenschappelijke bepalingen (01/11/2025 - ...)

Artikel 38. ( 01/11/2025 - ... )

§1. In dit artikel wordt verstaan onder:
1° gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke: een gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 26 van de algemene verordening gegevensbescherming;
2° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.

§2. Elke aanleverende entiteit treedt op als verwerkingsverantwoordelijke om gegevens aan het Vlaams Datanutsbedrijf mee te delen via het platform, met uitzondering van de lokale overheden, vermeld in het tweede lid, tenzij de doelen en middelen van de verwerking van persoonsgegevens door een andere entiteit worden vastgesteld. Het overzicht, vermeld in artikel 10, §1, 3°, vermeldt in dat geval de kwalificatie van de entiteiten bij de verwerking van persoonsgegevens.

Het Vlaams Datanutsbedrijf en de lokale overheden treden op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke voor de terbeschikkingstelling van de deeltoepassingen, vermeld in artikel 11 tot en met 14 en 27 tot en met 29, tenzij de doelen en middelen van de verwerking van persoonsgegevens door een andere entiteit worden vastgesteld. Het overzicht, vermeld in artikel 10, §1, 3°, vermeldt in dat geval de kwalificatie van de entiteiten bij de verwerking van persoonsgegevens.

Het Vlaams Datanutsbedrijf is verwerkingsverantwoordelijke voor de terbeschikkingstelling van de deeltoepassingen, vermeld in artikel 15 tot en met 20, 22 tot en met 26, de toepassing, vermeld in artikel 30 en 31, en de afgeleide deeltoepassingen, vermeld in artikel 32 tot en met 37, tenzij de doelen en middelen van de verwerking van persoonsgegevens door een andere entiteit worden vastgesteld. Het overzicht, vermeld in artikel 10, §1, 3°, vermeldt in dat geval de kwalificatie van de entiteiten bij de verwerking van persoonsgegevens.

§3. In de gevallen waarin het Vlaams Datanutsbedrijf optreedt als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke, bestaat de verantwoordelijkheid voor de nakoming van de verplichtingen met toepassing van de algemene verordening gegevensbescherming voor het Vlaams Datanutsbedrijf uit het fungeren als contactpunt voor de betrokkenen. Het Vlaams Datanutsbedrijf is niet aansprakelijk voor het ontsluiten van foutieve, laattijdige of ontbrekende gegevens door de aanleverende entiteit.

Hoofdstuk 2. Specifieke bepalingen voor de verwerking door het Vlaams Datanutsbedrijf (01/11/2025 - ...)

Artikel 39. ( 01/11/2025 - ... )

§1. Het Vlaams Datanutsbedrijf verwerkt persoonsgegevens voor de volgende doeleinden:
1° de verwezenlijking van de opdrachten, vermeld in artikel 3, en de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 4;
2° het beheer en het gebruik van de aansluiting op het platform;
3° de aanrekening en de inning van de platformretributie, vermeld in artikel 42;
 4° de logging van de activiteit van de aanleverende en ontvangende entiteiten op het platform voor beveiligingsdoeleinden.

§2. Het Vlaams Datanutsbedrijf verwerkt de gegevens met het oog op de verwezenlijking van de opdrachten, vermeld in artikel 3, en de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 4, die de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 24, §1, van het decreet van 2 december 2022, kunnen bevatten.

De Vlaamse Regering kan de categorie gegevens in verband met overlijden, vermeld in artikel 2, 12°, nader bepalen.

§3. De persoonsgegevens die het Vlaams Datanutsbedrijf in het kader van het platform verwerkt, hebben betrekking op de volgende categorieën van betrokkenen:
1° nabestaanden;
2° bijzondere gemachtigden;
3° in voorkomend geval, de vaststellende arts, vermeld in artikel 19, §1, 3°, van het decreet van 16 januari 2004, of de beëdigd arts;
4° de declarant;
5° de ambtenaar van de burgerlijke stand of diens gemachtigde beambten;
6° de uitvaartondernemer;
7° de contactpersoon of medewerker van de crematoria;
8° de contactpersoon of medewerker van de gemeentelijke begraafplaatsen.

Artikel 40. ( 01/11/2025 - ... )

Het Vlaams Datanutsbedrijf bewaart logs over de aanlevering en terbeschikkingstelling van de gegevens via het platform gedurende tien jaar vanaf de mededeling van de gegevens door de aanleverende entiteit of de ontsluiting van de gegevens aan de ontvangende entiteit.

Artikel 41. ( 01/11/2025 - ... )

Het Vlaams Datanutsbedrijf bewaart de persoonsgegevens die het verwerkt niet langer dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 3, en de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 4, of tot de betrokkene vraagt om de persoonsgegevens die het Vlaams Datanutsbedrijf verwerkt, te verwijderen, conform de voorwaarden, vermeld in artikel 17 van de algemene verordening gegevensbescherming.

Voor de verwerkingen van persoonsgegevens wordt de maximale bewaartermijn per deeltoepassing bepaald. De bewaartermijn is maximaal twee jaar vanaf de terbeschikkingstelling van een deeltoepassing in het platform, met uitzondering van de volgende deeltoepassingen:
1° maximaal negentig dagen voor het uittreksel en het afschrift van de akte van overlijden;
2° maximaal negentig dagen voor de laatste wilsbeschikking.

De maximale bewaartermijn voor aanvullende toepassingen, deeltoepassingen of afgeleide deeltoepassingen wordt, in het geval dat een afwijking van de termijnen, vermeld in het tweede lid, noodzakelijk is, geval per geval bepaald op basis van al de volgende elementen:
1° het doeleinde van de verwerking van de persoonsgegevens;
2° de mate waarin een bewaartermijn van gegevens bij of krachtens een wet of decreet is bepaald, of de mate waarin er een voldoende substantieel verband is met de wettelijke, decretale of reglementaire termijnen;
3° de mate waarin kan worden voorzien in de maatregelen die de identificatie van de betrokkene belemmeren.

Titel 6. Retributie (01/11/2025 - ...)

Artikel 42. ( 01/01/2026 - ... )

§1. De exploitatie van het platform wordt gefinancierd door een platformretributie voor het ontsluiten van een toepassing, een deeltoepassing of een afgeleide deeltoepassing.

§2. De platformretributie bedraagt maximaal 25 euro, exclusief btw. De Vlaamse Regering kan het bedrag van de platformretributie en nadere voorwaarden en regels voor de platformretributie vastleggen. Als de Vlaamse Regering geen bedrag van de platformretributie vastlegt, bedraagt de platformretributie 25 euro.

§3. De platformretributie is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer en wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
geïndexeerd tarief = platformretributie x nieuw indexcijfer/basisindexcijfer,
waarbij:
1° nieuwe indexcijfer: het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand voorafgaand aan de maand van de indexatie waarop de platformretributie slaat;
2° basisindexcijfer: het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand voorafgaand aan de maand waarin de platformretributie is vastgelegd overeenkomstig paragraaf 2.

De indexering, vermeld in het eerste lid, gebeurt op 1 januari van elk jaar.

De platformretributie is de retributie zoals vastgelegd overeenkomstig paragraaf 2.

De platformretributie na indexering wordt afgerond naar de hogere tien cent.

§4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 3 is het Vlaams Datanutsbedrijf bevoegd om de platformretributie aan te rekenen en te innen.

Titel 7. Wijzigingsbepalingen (01/11/2025 - ...)

Hoofdstuk 1. Wijzigingen van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging (01/11/2025 - ...)

Artikel 43. ( 01/11/2025 - ... )

In artikel 2, eerste lid, van het decreet van 16 januari 2004, gewijzigd bij de decreten van 28 oktober 2016 en 9 februari 2024, wordt de zinsnede “artikel 24, §1, 3°” vervangen door de zinsnede “artikel 24, §1, eerste lid, 3°”.

Artikel 44. ( 01/11/2025 - ... )

In artikel 15 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 9 december 2011, 22 februari 2013, 28 maart 2014 en 9 februari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
“Degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of diens gemachtigde kan de laatste wilsbeschikking voorafgaand aan de indiening van de toestemming tot begraven of crematie opvragen bij de burgerlijke stand van de gemeente van de hoofdverblijfplaats van de overledene of van de gemeente waar het overlijden plaatsvond.”;
2° in paragraaf 1 wordt het bestaand vijfde lid, dat het zesde lid wordt, vervangen door wat volgt:
“Als het overlijden in een andere gemeente van het Vlaamse Gewest dan de gemeente van de hoofdverblijfplaats heeft plaatsgehad of als de overledene in een andere gemeente dan de gemeente van de hoofdverblijfplaats of van de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad, begraven, bijgezet of uitgestrooid wilde worden, kan de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad of de gemeente waar de overledene begraven, bijgezet of uitgestrooid wilde worden, informatie raadplegen in de laatste wilsbeschikking, vermeld in het tweede lid.”;
3° in paragraaf 2 wordt tussen de woorden “of gecremeerd” en de woorden “De Vlaamse Regering” de zin “Degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of zijn gemachtigde geeft het identificatienummer van het Rijksregister van de personen die een verzoek tot het opstellen van een akte van een levenloos geboren kind conform artikel 58, §2, van het oud Burgerlijk Wetboek, kunnen indienen of van de ouders van een overleden kind tot één jaar door aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.” ingevoegd.

Artikel 45. ( 01/11/2025 - ... )

In artikel 15bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 april 2008 en vervangen bij het decreet van 29 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
“Als het overlijden in het Vlaamse Gewest heeft plaatsgehad, wordt voor de begraving van het stoffelijk overschot toestemming verleend aan degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of diens gemachtigde, door de ambtenaar van de burgerlijke stand, of door zijn gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld op basis van een overlijdensattest. De verlening van de voormelde toestemming is kosteloos, met uitzondering van de retributie, vermeld in artikel 21 van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie.”;
2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
“Iedere aanvraag van een toestemming tot begraving wordt ingediend door degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of door diens gemachtigde. Degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of diens gemachtigde gebruikt het identificatienummer van het Rijksregister om de toestemming tot begraven aan te vragen. Degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of diens gemachtigde bezorgt de aanvraag tot toestemming aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, of diens gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld.”;
3° aan paragraaf 2, vierde lid, worden de volgende zinnen toegevoegd:
“De procureur des Konings kan het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer zoals gekend door de procureur des Konings aan de ambtenaar van de burgerlijke stand bezorgen. De ambtenaar van de burgerlijke stand bezorgt, in voorkomend geval, het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer aan het Departement Zorg, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg.”.

Artikel 46. ( 01/11/2025 - ... )

In artikel 19, §1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 29 maart 2019 en gewijzigd bij het decreet van 9 februari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de eerste zin van punt 3° worden de woorden “bij de aanvraag tot” vervangen door de woorden “voor het verlenen van” en worden de woorden “worden gevoegd” vervangen door de woorden “aanwezig zijn”;
2° in punt 3° wordt tussen de zinsnede “vast te stellen oorzaak.” en de woorden “Het ereloon” de zin “De beëdigd arts geeft via het verslag het identificatienummer van het Rijksregister, de voornaam, de naam, het geslacht, de geboortedatum, de geboorteplaats, de hoofdverblijfplaats en datum en plaats van overlijden door aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, of diens gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld.” ingevoegd;
3°  aan punt 4° worden de volgende zinnen toegevoegd:
“De procureur des Konings kan het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer zoals gekend door de procureur des Konings en, in voorkomend geval, het verslag waarin de procureur des Konings er zich niet tegen verzet, aan de ambtenaar van de burgerlijke stand bezorgen. De ambtenaar van de burgerlijke stand bezorgt, in voorkomend geval, het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer aan het Departement Zorg, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg.”.

Artikel 47. ( 01/11/2025 - ... )

In artikel 24 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 9 februari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“Het identificatienummer van het Rijksregister, de naam, de voornaam en de hoofdverblijfplaats van de nabestaande die de zorg voor de as heeft, wordt door degene die in de lijkbezorging voorziet of diens gemachtigde doorgegeven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand om de verplaatsing van de as, vermeld in het eerste lid, 6°, uit te voeren.”;
2° in paragraaf 2 wordt tussen het tweede lid en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
“Het identificatienummer van het Rijksregister, de naam, de voornaam, de geboortedatum en de datum en plaats van overlijden van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie een feitelijk gezin gevormd werd, wordt doorgegeven via de laatste wilsbeschikking of bij afwezigheid daarvan door degene die in de lijkbezorging voorziet of diens gemachtigde aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.”.
3° in paragraaf 3 wordt de zinsnede “paragraaf 1, 4° tot en met 6°” telkens vervangen door de zinsnede “paragraaf 1, eerste lid, 4° tot en met 6°”;
4° in paragraaf 4 wordt de zinsnede “paragraaf 1, 1° tot en met 3° en 5°” vervangen door de zinsnede “paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, en 5°”;
5° in paragraaf 8 wordt de zinsnede “paragraaf 1, 4° tot en met 6°” vervangen door de zinsnede “paragraaf 1, eerste lid, 4° tot en met 6°”.

Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap (01/11/2025 - ...)

Artikel 48. ( 01/11/2025 - ... )

In artikel 5, §1, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap, gewijzigd bij de decreten van 23 juni 2023 en 22 december 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
“5° platformen ontwikkelen en beheren en diensten verlenen die zorg dragen voor de veilige en gewaarborgde afhandeling van de transacties tussen de betrokken burgers, de overheidsinstanties, de aanvragers, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform, aanleverende entiteiten als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie, of ontvangende entiteiten als vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie en die de eventuele verschuldigde vergoeding verwerken die volgt uit de toegang tot of het gebruik van de platformen of diensten, vermeld in deze paragraaf, door:
  a) de betrokken burgers, de overheidsinstanties, of de aanvragers, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
  b) aanleverende entiteiten als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie;
  c) ontvangende entiteiten als vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie;”;
2° punt 5°/1 wordt vervangen door wat volgt:
“5°/1 de eventuele verschuldigde retributies aanrekenen en innen die volgen uit de toegang tot of het gebruik van de platformen of diensten, vermeld in deze paragraaf, door:
  a) de betrokken burgers, de overheidsinstanties, of de aanvragers, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
  b) aanleverende entiteiten als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie;
  c) ontvangende entiteiten als vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 14 juli 2025 over platform voor overlijdensadministratie.
De Vlaamse Regering kan het bedrag van de retributie en nadere voorwaarden en regels voor de retributie vastleggen;”;
3° er worden een punt 7°/1 en een punt 7°/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
“7°/1 de rol opnemen van vertrouwde derde partij in een datagedreven ecosysteem met het oog op het anonimiseren en pseudonimiseren van persoonsgegevens om de verdere verwerking ervan mogelijk te maken. Het Vlaams Datanutsbedrijf houdt de persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van die opdracht alleen bij zolang dat noodzakelijk is in het kader van de pseudonimisering of de anonimisering;
7°/2 tussenkomen bij de mededeling van persoonsgegevens in een datagedreven ecosysteem. Als dat nodig is, kan het Vlaams Datanutsbedrijf, in overleg met de betrokken actoren, na advies van het adviescomité, vermeld in artikel 10, §1, tijdelijk een kopie maken van de gegevens die het als tussenpersoon verwerkt, met de loutere bedoeling de latere terbeschikkingstelling van die gegevens efficiënter te doen verlopen, op voorwaarde dat het Vlaams Datanutsbedrijf:
  a) de gegevens niet wijzigt;
  b) de gegevens bijwerkt conform de regels die bepaald zijn in overleg met de betrokken actoren;
  c) onmiddellijk de opgeslagen gegevens verwijdert of de toegang ertoe onmogelijk maakt in een van de volgende gevallen:
     1° zodra het Vlaams Datanutsbedrijf daadwerkelijk kennis heeft van de volgende gevallen:
      i) de persoonsgegevens zijn verwijderd van de plaats waar ze zich oorspronkelijk bevonden;
      ii) de toegang tot die gegevens is onmogelijk gemaakt;
    2° zodra een administratieve of gerechtelijke autoriteit heeft bevolen de gegevens te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken.
Het Vlaams Datanutsbedrijf evalueert op regelmatige basis de noodzaak om een tijdelijke kopie te maken van de voormelde gegevens, in overleg met de betrokken actoren.”.

Artikel 49. ( 01/11/2025 - ... )

Aan artikel 21, §3, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 juni 2023, worden een punt 12° tot en met 16° toegevoegd, die luiden als volgt:
“12° lokale overheden;
13° aanbieders van diensten binnen de uitvaartsector;
14° externe overheden;
15° advocaten;
16° verzekeringsinstellingen.”.

Artikel 50. ( 01/11/2025 - ... )

Aan artikel 24, §1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 23 juni 2023 en 22 december 2023, worden een punt 17° en een punt 18° toegevoegd, die luiden als volgt:
“17° gegevens in verband met overlijden als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie;
18° logs.”.

Artikel 51. ( 01/11/2025 - ... )

Aan hoofdstuk 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 23 juni 2023 en 22 december 2023, wordt een artikel 30/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 30/1. Alle personen die door hun functie betrokken zijn bij de inzameling, raadpleging, mededeling, het gebruik of een andere verwerking van gegevens die krachtens wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen onder een beroepsgeheim vallen, eerbiedigen het vertrouwelijke karakter van die gegevens alsof ze zelf onderworpen zijn aan dat beroepsgeheim. Die personen worden in al de volgende gevallen van die plicht ontheven:
1° ze worden geroepen om in rechte getuigenis af te leggen;
2° ze zijn bij of krachtens de wet of het decreet van die plicht ontslagen;
3° ze zijn verplicht bekend te maken wat ze weten;
4° ze hebben het schriftelijke akkoord gekregen van de derde die door de onthulling zal worden getroffen.

Alle personen die door hun functie betrokken zijn bij de inzameling, raadpleging, mededeling, het gebruik of een andere verwerking van gegevens via het Vlaams Datanutsbedrijf, bewaren het vertrouwelijke karakter van de gegevens. Elke schending van de vertrouwelijkheidsverplichting wordt gestraft met een gevangenisstraf van een tot drie jaar en een geldboete van 25 euro tot 625 euro.”.

Titel 8. Slotbepaling (01/11/2025 - ...)

Artikel 52. ( 01/11/2025 - ... )

Dit decreet treedt in werking op 1 november 2025, met uitzondering van:
1° artikel 5, §5, artikel 6, tweede lid, artikel 24, tweede lid, en artikel 26, derde lid, die in werking treden op een datum die de Vlaamse Regering vaststelt;
2° artikel 21 en 42, die in werking treden op 1 januari 2026.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 16/08/2026