Besluit van de Vlaamse Regering over de nadere regeling van de handhaving van het verbod op de beschadiging of verduistering van elektronisch toezichtsmateriaal, vermeld in artikel 25/2 van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand

Datum 26/09/2025

Inhoudstafel

  1. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
  2. Hoofdstuk 2. Toezicht en opsporing
    1. Afdeling 1. Aanstelling van de toezichthouders en officieren van gerechtelijke politie-hulpofficieren van de procureur des Konings
    2. Afdeling 2. Opleiding
  3. Hoofdstuk 3. Bestuurlijke sanctionering
  4. Hoofdstuk 4. Beveiliging
  5. Hoofdstuk 5. Beleidslijnen
  6. Hoofdstuk 6. Slotbepaling

Inhoud

( ... - ... )

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
- het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand, artikel 25/2, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 4 juli 2025;
- het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, artikel 2, 3°, artikel 8, §1, tweede lid, §2, eerste lid, 1° en 5°, §2, tweede lid, §3, artikel 67, §2, vierde lid, en artikel 76, tweede lid.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 17 april 2025. 
- De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen heeft advies gegeven op 26 mei 2025.
- De Raad van State heeft advies 77.949/1/V gegeven op 18 augustus 2025, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Initiatiefnemer 
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen (03/11/2025 - ...)

Artikel 1. ( 03/11/2025 - ... )

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° het agentschap: het Agentschap Justitie en Handhaving, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Justitie en Handhaving”;
2° het decreet van 26 april 2019: het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand.

Artikel 2. ( 03/11/2025 - ... )

Dit besluit is van toepassing op de handhaving van het decreet van 26 april 2019. 

Hoofdstuk 2. Toezicht en opsporing (03/11/2025 - ...)

Afdeling 1. Aanstelling van de toezichthouders en officieren van gerechtelijke politie-hulpofficieren van de procureur des Konings (03/11/2025 - ...)

Artikel 3. ( 03/11/2025 - ... )

De leidend ambtenaar van het agentschap kan personeelsleden van het agentschap, vermeld in artikel 8, §2, eerste lid, 1° van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, aanstellen als toezichthouder bevoegd voor de handhaving van het decreet van 26 april 2019.

Daarnaast kunnen de personen vermeld in artikel 8, §2, eerste lid, 5° van het voormelde decreet worden aangesteld als toezichthouder, zonder bijkomende voorwaarden.

Artikel 4. ( 03/11/2025 - ... )

Toezichthouders, die zijn aangesteld overeenkomstig artikel 3, eerste lid van dit besluit, verkrijgen de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie-hulpofficier van de procureur des Konings, als ze daarvoor worden aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, op voordracht van het agentschap.

Toezichthouders, die zijn aangesteld overeenkomstig artikel 3 van dit besluit, verkrijgen de hoedanigheid van toezichthouder als vermeld in artikel 22, §1, eerste lid, van het voormelde decreet, als ze daarvoor worden aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, op voordracht van het agentschap.

Afdeling 2. Opleiding (03/11/2025 - ...)

Artikel 5. ( 03/11/2025 - ... )

§1. Personen kunnen alleen worden aangewezen als toezichthouder als ze een opleiding hebben gevolgd die al de volgende modules omvat:
1° het proportionele gebruik van de bevoegdheden voor het toezicht en de opsporing, vermeld in hoofdstuk 2 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023;
2° processen-verbaal en verslagen van vaststelling opstellen;
3° communicatievaardigheden en conflictbeheersing;
4° verdachten en getuigen verhoren.

§2. De modules, vermeld in paragraaf 1, worden aangeboden door instellingen die daarvoor erkend zijn door de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving.

§3. Toezichthouders kunnen alleen worden bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie-hulpofficier van de procureur des Konings als ze een opleiding hebben gevolgd over het gebruik van de specifieke bevoegdheden die verbonden zijn aan die hoedanigheid, die wordt aangeboden door instellingen die daarvoor erkend zijn door de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving.

§4. Met het oog op hun erkenning richten de instellingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, een aanvraag tot de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, waarin ze aantonen dat al de volgende erkenningsvoorwaarden zijn vervuld:
1° ze beschikken over gekwalificeerde medewerkers;
2° ze beschikken over de nodige lokalen en materiële uitrusting;
3° ze beschikken over leerplannen die een adequate invulling geven aan de leerdoelen van de modules, vermeld in paragraaf 1.

De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.

De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan de erkenning van de instellingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, opheffen, als de instelling in kwestie niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid. De besluiten van de bevoegde minister over de erkenning of de opheffing van de erkenning van de instellingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, worden bekendgemaakt op de website van het agentschap.

Wijzigingen van de leerplannen, vermeld in het eerste lid, 3°, voor de modules, vermeld in paragraaf 1, worden ter goedkeuring voorgelegd aan het agentschap.

§5. De instelling die de opleiding of modules, vermeld in paragraaf 1 en 3, heeft verstrekt, verleent een attest als bewijs dat de opleidingen of modules zijn gevolgd.

§6. De opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 1 en 3, worden van toepassing één jaar nadat een of meer instellingen zijn erkend conform paragraaf 2 en 3. 

De opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 1 en 3, gelden niet voor de personeelsleden van het operationele kader van de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992. 

§7. De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan opleidingen die zijn georganiseerd vóór de opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 1 en 3, van toepassing waren, gelijkstellen met alle of bepaalde opleidingen of modules, vermeld in paragraaf 1 en 3. 

De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan een lijst bepalen met gelijkwaardige diploma’s en getuigschriften, waarvan de houders vrijgesteld zijn van alle of bepaalde opleidingen of modules, vermeld in paragraaf 1 en 3.

§8. In afwijking van paragraaf 1 en met behoud van de toepassing van paragraaf 6 kunnen personen die over de nodige kennis en eigenschappen beschikken, maar de vereiste opleiding nog niet hebben gevolgd, worden aangesteld als toezichthouder voor een niet-verlengbare termijn van vijf jaar.

§9. Toezichthouders volgen bijscholing voor de onderwerpen van de modules, vermeld in paragraaf 1, als ze daarvoor worden opgeroepen door het agentschap. Deze paragraaf is niet van toepassing op de personeelsleden van het operationele kader van de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992.

Hoofdstuk 3. Bestuurlijke sanctionering (03/11/2025 - ...)

Artikel 6. ( 03/11/2025 - ... )

De leidend ambtenaar van het agentschap en de personeelsleden van het agentschap die de leidend ambtenaar bijkomend aanwijst, treden op als beboetingsinstantie. 

Hoofdstuk 4. Beveiliging (03/11/2025 - ...)

Artikel 7. ( 03/11/2025 - ... )

De beveiligingsmaatregelen die genomen zijn door toezichthouders als vermeld in artikel 8, §2, eerste lid, 1° en 5°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, worden vrijgesteld van bekrachtiging ter uitvoering van artikel 67, §2, vierde lid, van het voormelde decreet.

Hoofdstuk 5. Beleidslijnen (03/11/2025 - ...)

Artikel 8. ( 03/11/2025 - ... )

De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan de algemene beleidslijnen, vermeld in artikel 76, eerste lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, vaststellen bij ministerieel besluit, als ze alleen de gewenste toepassing of de voorgenomen interpretatie betreffen van de regels voor de handhaving van het decreet van 26 april 2019. 

Hoofdstuk 6. Slotbepaling (03/11/2025 - ...)

Artikel 9. ( 03/11/2025 - ... )

De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, is belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 14/08/2026