( ... - ... )
Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20 , gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
- het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, artikel 10, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2024;
- het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, artikel 2, 3°, artikel 8, §2 en §3, artikel 9, §5, artikel 10, §2, derde lid, artikel 22, §1, artikel 62, §1, eerste lid, 1°, en §2, artikel 67, §2, vierde lid, en artikel 76, eerste lid.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor het budgettair beleid, heeft zijn akkoord gegeven op 8 mei 2025.
- Het Adviescomité van het toeristische logies heeft advies ACTL2025/02 gegeven op 10 juni 2025.
- De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen heeft advies gegeven op 23 juni 2025.
- De Raad van State heeft advies 77.950/1/V gegeven op 18 augustus 2025, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Initiatiefnemers
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Wonen, Energie en Klimaat, Toerisme en Jeugd en de Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
Artikel 1. ( 01/04/2026 - ... )
In dit besluit wordt verstaan onder decreet van 5 februari 2016: het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies.
Artikel 2. ( 01/04/2026 - ... )
Dit besluit is van toepassing op de handhaving van het decreet van 5 februari 2016.
Artikel 3. ( 01/04/2026 - ... )
Toezichthouders sturen een afschrift van hun verslagen van vaststelling naar Toerisme Vlaanderen en de gemeente op het grondgebied waarvan de vaststellingen betrekking hebben.
Toezichthouders sturen een afschrift van de waarschuwing, vermeld in artikel 10, §2, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, naar Toerisme Vlaanderen.
Artikel 4. ( 01/04/2026 - ... )
De leidend ambtenaar van Toerisme Vlaanderen kan personeelsleden van Toerisme Vlaanderen, vermeld in artikel 8, §2, eerste lid, 1°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, aanstellen als toezichthouder bevoegd voor de handhaving van het decreet van 5 februari 2016.
Daarnaast kunnen de personen vermeld in artikel 8, § 2, eerste lid, 5°, van het voormelde decreet worden aangesteld als toezichthouders, zonder bijkomende voorwaarden.
Artikel 5. ( 01/04/2026 - ... )
Toezichthouders die zijn aangesteld overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van dit besluit verkrijgen de hoedanigheid van toezichthouder als vermeld in artikel 22, §1, eerste lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, als ze daarvoor worden aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, op voordracht van de leidend ambtenaar van Toerisme Vlaanderen.
Artikel 6. ( 01/04/2026 - ... )
§1. In dit artikel wordt verstaan onder agentschap: het Agentschap Justitie en Handhaving dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Justitie en Handhaving".
§2. Personen kunnen alleen worden aangewezen als toezichthouder als ze een opleiding hebben gevolgd die al de volgende modules omvat:
1° het proportionele gebruik van de bevoegdheden voor het toezicht en de opsporing, vermeld in hoofdstuk 2 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023;
2° processen-verbaal en verslagen van vaststelling opstellen;
3° communicatievaardigheden en conflictbeheersing;
4° verdachten en getuigen verhoren;
5° het gebruik van de bevoegdheid om beveiligingsmaatregelen op te leggen, vermeld in hoofdstuk 5 van het voormelde decreet.
§3. De modules, vermeld in paragraaf 2, worden aangeboden door instellingen die de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, daarvoor heeft erkend.
§4. Met het oog op hun erkenning richten de instellingen, vermeld in de paragraaf 3, een aanvraag tot de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, waarin ze aantonen dat al de volgende erkenningsvoorwaarden zijn vervuld:
1° ze beschikken over gekwalificeerde medewerkers;
2° ze beschikken over de nodige lokalen en materiële uitrusting;
3° ze beschikken over leerplannen die een adequate invulling geven aan de leerdoelen van de modules, vermeld in paragraaf 2.
De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.
De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan de erkenning van de instellingen, vermeld in paragraaf 3, opheffen, als de instelling in kwestie niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid. De besluiten van de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, over de erkenning of opheffing van de erkenning van de instellingen, vermeld in paragraaf 3, worden bekendgemaakt op de website van het agentschap.
Wijzigingen van de leerplannen, vermeld in het eerste lid, 3°, voor de modules, vermeld in paragraaf 2, worden ter goedkeuring voorgelegd aan het agentschap.
§5. De instelling die de opleiding of modules, vermeld in paragraaf 2, heeft verstrekt, verleent een attest als bewijs dat de opleidingen of modules zijn gevolgd.
§6. De opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 2, worden van toepassing één jaar nadat een of meer instellingen erkend zijn conform paragraaf 3.
De opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 2, gelden niet voor de personeelsleden van het operationele kader van de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992.
De opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 2, gelden niet voor de aanwijzing als toezichthouder van personen vermeld in artikel 107, eerste lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023. Deze personen volgen niettemin modules en opleidingen, vermeld in dit artikel, zodra ze daarvoor worden opgeroepen door het agentschap.
§7. De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan opleidingen, die zijn georganiseerd vóór de opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 2, van toepassing waren, gelijkstellen met alle of bepaalde opleidingen of modules, vermeld in paragraaf 2.
De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan een lijst bepalen met gelijkwaardige diploma’s en getuigschriften, waarvan de houders vrijgesteld zijn van alle of bepaalde opleidingen of modules, vermeld in paragraaf 2.
§8. In afwijking van paragraaf 2 en met behoud van de toepassing van paragraaf 6 kunnen personen die over de nodige kennis en eigenschappen beschikken maar de vereiste opleiding nog niet hebben gevolgd, worden aangesteld als toezichthouder voor een niet-verlengbare termijn van vijf jaar.
§9. Toezichthouders, met inbegrip van de toezichthouders vermeld in artikel 107, eerste lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, volgen bijscholing voor de onderwerpen van de modules, vermeld in paragraaf 2, als ze daarvoor worden opgeroepen door het agentschap. Deze paragraaf is niet van toepassing op de personeelsleden van het operationele kader van de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992.
Artikel 7. ( 01/04/2026 - ... )
De leidend ambtenaar van Toerisme Vlaanderen en de personeelsleden van Toerisme Vlaanderen die de leidend ambtenaar aanwijst, treden op als beboetingsinstantie als vermeld in artikel 13, tweede lid, van het decreet van 5 februari 2016.
Artikel 8. ( 01/04/2026 - ... )
De leidend ambtenaar van Toerisme Vlaanderen en de personeelsleden van Toerisme Vlaanderen die de leidend ambtenaar aanwijst, treden op als herstelinstantie als vermeld in artikel 13, eerste lid, van het decreet van 5 februari 2016.
Artikel 9. ( 01/04/2026 - ... )
Als de financiële tegenwaarde van de publieke schade, vermeld in artikel 2, 24°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die niet feitelijk hersteld is, conform artikel 48, §2, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, een begroot bedrag van 500.000 euro niet overstijgt, wordt de herstelschikking gesloten met de door de leidend ambtenaar aangewezen personeelsleden, zoals vermeld in artikel 8, en bekrachtigd door de leidend ambtenaar.
Als de financiële tegenwaarde van de publieke schade, vermeld in artikel 2, 24°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die niet feitelijk hersteld is, conform artikel 48, §2, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, een begroot bedrag van 500.000 euro overstijgt, wordt de herstelschikking gesloten met de leidend ambtenaar, en bekrachtigd door de minister, bevoegd voor het toerisme, of door de gemachtigde van de minister.
Artikel 10. ( 01/04/2026 - ... )
De beveiligingsmaatregelen die genomen zijn door toezichthouders als vermeld in artikel 8, §2, eerste lid, 1° en 5°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, worden vrijgesteld van bekrachtiging ter uitvoering van artikel 67, §2, vierde lid, van het voormelde decreet.
Artikel 11. ( 01/04/2026 - ... )
De Vlaamse minister, bevoegd voor het toerisme, en de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kunnen, elk wat hem of haar betreft, de algemene beleidslijnen, vermeld in artikel 76, eerste lid van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, vaststellen bij ministerieel besluit, als ze alleen de gewenste toepassing of de voorgenomen interpretatie betreffen van de regels voor de handhaving van het decreet van 5 februari 2016.
Artikel 12. ( 01/04/2026 - ... )
In het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2024, wordt hoofdstuk 6, dat bestaat uit artikel 28 tot en met 33, opgeheven.
Artikel 13. ( 01/04/2026 - ... )
Dit besluit treedt in werking op 1 april 2026.
Artikel 14. ( 01/04/2026 - ... )
De Vlaamse minister, bevoegd voor het toerisme, en de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 13/08/2026