( ... - ... )
Rechtsgrond
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters, artikel 12, §1, tweede lid, en §3, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2016.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor het budgettair beleid, heeft zijn akkoord gegeven op 6 november 2025.
- De Raad van State heeft advies 78.466/16 gegeven op 12 december 2025, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Motivering
Dit besluit is gebaseerd op het volgende motief:
- De Vlaamse overheid heeft als doelstelling om tot meer gekwalificeerde kinderbegeleiders te komen. In het kader van die doelstelling wordt voorzien in subsidies aan de organisatoren van kinderopvang om te fungeren als praktijkcentra die zij-instromers tijdelijk tewerkstellen in een ondersteunende functie tot ze de kwalificatie van kinderbegeleider hebben behaald.
Juridisch kader
Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving:
- de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof;
- de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019;
- het Besluit Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 17 mei 2019.
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk en de Vlaamse minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
Artikel 1. ( 01/01/2026 - ... )
In dit besluit wordt verstaan onder:
1° decreet van 20 april 2012: het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters;
2° geografisch gebied: de vijf Vlaamse provincies en het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad;
3° groepsopvang: de kinderopvang die plaatsvindt buiten de gezinswoning van het kind, waarbij er minimaal negen tegelijk aanwezige kinderen kunnen zijn;
4° kwalificerend traject: een traject om de kwalificatie van kinderbegeleider te behalen, dat bestaat uit een voortraject, gecombineerd met een traject van opleiding tot kinderbegeleider in het volwassenenonderwijs, met inbegrip van de ontwikkeling van de kennis van het Nederlands;
5° zij-instromer: een persoon zonder kwalificatiebewijs als vermeld in artikel 43, §2, 4°, a) van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt die onder meer door langdurige werkloosheid, lage opleiding, taalproblemen, weinig werkervaring, of sociale belemmeringen moeite heeft om zelfstandig een reguliere baan te vinden, te behouden of uit te voeren. Deze persoon wordt ingeschakeld boven op de ratio, vermeld in artikel 42, eerste lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, en wordt in een kwalificerend traject ingeschakeld.
Artikel 2. ( 01/01/2026 - ... )
Aan de organisator van groepsopvang die minstens vier leefgroepen realiseert, al dan niet in samenwerking met een andere organisator van groepsopvang, en die geselecteerd is conform hoofdstuk 4, kent het agentschap een subsidie toe van maximaal 246.911,59 euro per jaar. De subsidie wordt aangerekend op begrotingsartikel GDF-AGEF2UA-WT van de begroting van het agentschap.
Artikel 3. ( 01/01/2026 - ... )
De subsidie, vermeld in artikel 2, heeft betrekking op de periode van 1 juni 2026 tot en met 31 december 2028.
Artikel 4. ( 01/01/2026 - ... )
De subsidie, vermeld in artikel 2 van dit besluit, wordt toegekend met inachtneming van besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde ondernemingen die met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belast zijn.
Artikel 5. ( 01/01/2026 - ... )
De organisator, vermeld in artikel 2 van dit besluit, fungeert als praktijkcentrum kinderopvang en heeft de volgende opdrachten gedurende de subsidieperiode, vermeld in artikel 3 van dit besluit:
1° één persoon als competente leercoach met minstens een halftijds contract tewerkstellen;
2° vier zij-instromers tewerkstellen in een voorbereidende functie als kinderbegeleider, waarvan één zij-instromer per leefgroep, met minstens een viervijfdecontract en daaraan gekoppeld:
a) de beëindiging van het arbeidscontract van de zij-instromer als die gekwalificeerd is of als die geen perspectief op het behalen of het tijdig behalen van de kwalificatie heeft;
b) in geval van punt a), de vrijgekomen plaats opnieuw invullen;
3° een ervaren kinderbegeleider met een kwalificatiebewijs als vermeld in artikel 43, §2, eerste lid, 4°, a), van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, inzetten per leefgroep waar de zij-instromer wordt ingezet;
4° in voldoende aanwezigheid van de verantwoordelijke op de werkvloer voorzien;
5° communiceren en samenwerken met alle betrokkenen, en minstens met het centrum voor volwassenonderwijs waar de zij-instromer de opleiding volgt alsook met de VDAB die mee instaat voor de toeleiding van de zij-instromers.
De leercoach, vermeld in het eerste lid, 1°, heeft de volgende opdrachten:
1° kandidaat zij-instromers aantrekken en hen screenen op de competenties, vermeld in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 tot erkenning van de beroepskwalificatie kinderbegeleider baby’s en peuters, en op hun kennis van het Nederlands;
2° voortgaand op de screening, vermeld in punt 1°: de zij-instromer individueel en op maat begeleiden gedurende het kwalificerende traject en nadat die zij-instromer de kwalificatie richting tewerkstelling in de kinderopvang heeft behaald;
3° de samenwerking tussen de zij-instromer, de opleidingsinstantie, de werkplek en andere relevante actoren bevorderen;
4° deelnemen aan uitwisseling met andere leercoaches.
Artikel 6. ( 01/01/2026 - ... )
De opdrachten, vermeld in artikel 5 van dit besluit, worden door het agentschap geëvalueerd op basis van al de volgende indicatoren:
1° de volgende kwantitatieve indicatoren:
a) het aantal gestarte en gestopte zij-instromers en de duurtijd van hun tewerkstelling;
b) het aantal zij-instromers dat de kwalificatie als kinderbegeleider heeft behaald;
2° de volgende kwalitatieve indicatoren:
a) de kwalificatie van de leercoach;
b) de reden van de stopzetting, vermeld in punt 1°, a);
c) de manier waarop de organisator, vermeld in artikel 2 van dit besluit, het praktijkcentrum organiseert op basis van de paramaters van beleidsvoerend vermogen, vermeld in artikel 13/0 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
d) de manier waarop de organisator, vermeld in artikel 2 van dit besluit, het pedagogische beleid, vermeld in artikel 31 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, en het medewerkersbeleid, vermeld in artikel 46 en 47 van het voormelde besluit, met onder meer het gerealiseerde leerbeleid en taalbeleid, realiseert.
Artikel 7. ( 01/01/2026 - ... )
De organisator, vermeld in artikel 2, erkent het belang van het gebruik van het Nederlands bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel 8. ( 01/01/2026 - ... )
De subsidie, vermeld in artikel 2, is gebaseerd op een halftijdse leercoach en op vier voltijdse zij-instromers en wordt enkel aangewend ter dekking van de loonkosten van de halftijdse leercoach en de vier voltijdse zij-instromers, met uitzondering de werkingskosten zoals vervat in het tweede lid van artikel 8. Als een zij-instromer vier vijfde aangesteld wordt, wordt de subsidie verhoudingsgewijs aangepast.
Van de subsidie, vermeld in artikel 2 kan maximaal 5427,72 euro aangewend worden als werkingskosten ter ondersteuning van het kwalificerend traject, waaronder niet verstaan wordt inschrijvingskost en cursusgeld voor de zij-instromer.
Reservevorming ten laste van de subsidie, vermeld in artikel 2, wordt niet aanvaard.
Artikel 9. ( 01/01/2026 - ... )
Om het gebruik van de subsidie, vermeld in artikel 2, te verantwoorden, bezorgt de organisator, vermeld in artikel 2, aan het agentschap een digitaal inhoudelijk en financieel verslag op al de volgende tijdstippen:
1° uiterlijk op 1 april 2027;
2° uiterlijk op 1 april 2028;
3° uiterlijk op 1 april 2029.
Het inhoudelijke verslag, vermeld in het eerste lid, bevat een omstandige verslaggeving over de wijze waarop de opdrachten, vermeld in artikel 5, en de indicatoren, vermeld in artikel 6, zijn bereikt.
Het financiële verslag, vermeld in het eerste lid, bevat een gedetailleerd overzicht van de loonkosten, het tewerkstellingspercentage, de start en de einddata van de tewerkstelling, met telkens de vermelding van het bedrag en de datum.
Artikel 10. ( 01/01/2026 - ... )
De subsidie, vermeld in artikel 2, wordt betaald met voorschotten per kwartaal en een saldoafrekening.
De voorschotten, vermeld in het eerste lid, bedragen telkens 90% van het kwartaalbedrag en worden de eerste maand van elk kwartaal betaald. Het saldo wordt betaald uiterlijk op 15 mei van het jaar dat volgt op het kalenderjaar in kwestie.
In geval van een vermoeden van ernstige problemen, en minstens als er een risico is op plotse stopzetting van de opdrachten of bij een vermoeden van fraude kan het agentschap, in afwijking van het eerste en tweede lid, beslissen om over te schakelen op maandelijkse voorschotten of om geen voorschot of een lager voorschot te betalen of om de subsidie integraal terug te vorderen.
Als de organisator, vermeld in artikel 2, of het agentschap het praktijkcentrum stopzet, wordt het saldo in afwijking van het tweede lid berekend in het kwartaal dat volgt op de stopzetting.
Artikel 11. ( 01/01/2026 - ... )
Activiteiten waarvoor met toepassing van andere regelingen van de Vlaamse Gemeenschap of andere overheden subsidies worden ontvangen, komen niet in aanmerking voor de toekenning van de subsidie op grond van dit besluit als dat ertoe leidt dat dezelfde uitgaven voor die activiteit dubbel worden gesubsidieerd.
Artikel 12. ( 01/01/2026 - ... )
Het bedrag van de subsidie, vermeld in artikel 2, is gekoppeld aan het spilindexcijfer 133,28.
Het bedrag van de subsidie wordt gekoppeld aan de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in artikel 2, §2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van ’s lands concurrentievermogen, die wordt berekend en toegepast conform artikel 2 tot en met 2quater van het voormelde besluit.
Artikel 13. ( 01/01/2026 - ... )
Het agentschap ziet toe op de naleving van de bepalingen van dit besluit conform artikel 15/1 van het decreet van 20 april 2012.
Artikel 14. ( 01/01/2026 - ... )
Als de verantwoording, vermeld in artikel 9, te laat wordt ingediend, kan het agentschap de subsidie, vermeld in artikel 2, met 5% verminderen.
Artikel 15. ( 01/01/2026 - ... )
Het agentschap kan de subsidie, vermeld in artikel 2 van dit besluit, verminderen, schorsen of stopzetten overeenkomstig artikel 20 van het decreet van 20 april 2012.
Het agentschap kan de uitkering van subsidies opschorten conform artikel 14 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.
Artikel 16. ( 01/01/2026 - ... )
Het agentschap maakt in 2026 een oproep bekend bij de organisatoren van groepsopvang voor de toekenning van de subsidie, vermeld in artikel 2. Hierbij wordt een standaard vergelijkende procedure toegepast.
De subsidie, vermeld in artikel 2, is bestemd voor de organisatie van maximaal honderd praktijkcentra kinderopvang.
Artikel 17. ( 01/01/2026 - ... )
De organisator van groepsopvang kan een aanvraag indienen uiterlijk zestig dagen na de bekendmaking van de oproep, vermeld in artikel 16, met een aanvraagformulier dat het agentschap ter beschikking stelt.
Het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator, vermeld in artikel 2;
2° de kinderopvanglocatie of kinderopvanglocaties waar het praktijkcentrum georganiseerd wordt;
3° het aantal leefgroepen per kinderopvanglocatie dat deel uitmaakt van het praktijkcentrum;
4° de informatie over de werking met betrekking tot al de volgende criteria:
a) de uitsluitingscriteria, vermeld in artikel 20;
b) het voorrangscriterium, vermeld in artikel 21, §5;
c) de vergelijkingscriteria, vermeld in artikel 21, §6;
5° een verklaring op erewoord dat de aanvraag naar waarheid wordt ingevuld;
6° de naam en handtekening van de organisator, vermeld in artikel 2.
De organisator, vermeld in artikel 2, voegt bij zijn aanvraag alle vereiste bewijsstukken die de informatie, vermeld in het tweede lid, documenteren.
Artikel 18. ( 01/01/2026 - ... )
De aanvraag, vermeld in artikel 17, is ontvankelijk als ze voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° de aanvraag is tijdig ingediend conform artikel 17, eerste lid;
2° het aanvraagformulier, vermeld in artikel 17, eerste en tweede lid, is volledig ingevuld;
3° de aanvraag is naar het e-mailadres gestuurd dat vermeld wordt op het aanvraagformulier, vermeld in artikel 17, eerste en tweede lid;
4° de aanvraag is ingediend door een organisator van groepsopvang;
5° de organisator van groepsopvang heeft een vergunning voor minstens één kinderopvanglocatie groepsopvang en realiseert, al dan niet in samenwerking met maximaal één andere organisator van groepsopvang, kinderopvang in minstens vier leefgroepen in de vergunde kinderopvanglocaties waar de zij-instromers zullen werken. De vier leefgroepen, die zich in maximaal twee verschillende kinderopvanglocaties bevinden, liggen in dezelfde gemeente of de aangrenzende gemeenten van eenzelfde geografisch gebied.
Artikel 19. ( 01/01/2026 - ... )
Het agentschap beslist over de ontvankelijkheid conform artikel 64 tot en met 67 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014.
Artikel 20. ( 01/01/2026 - ... )
Een aanvraag die conform artikel 18 en 19 van dit besluit ontvankelijk is, wordt uitgesloten als er ernstige indicaties in het dossier zijn dat de organisator, vermeld in artikel 2 van dit besluit, in de kinderopvanglocatie waar de zij-instromers zullen werken, aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
1° de organisator toont onvoldoende beleidsvoerend vermogen, als vermeld in artikel 13/0 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
2° de organisator zal niet alle vergunningsvoorwaarden vermeld in het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, met specifieke aandacht voor de realisatie van het pedagogische beleid, vermeld in artikel 31 van het voormelde besluit, en het medewerkersbeleid, vermeld in artikel 46 en 47 van het voormelde besluit, of de voorwaarden, vermeld in artikel 5 van dit besluit, kunnen naleven.
Artikel 21. ( 01/01/2026 - ... )
§1. Het agentschap beoordeelt de gegrondheid van de ontvankelijke en niet-uitgesloten aanvragen op basis van de stappen, vermeld in paragraaf 2 tot en met 8.
§2. Als er in totaal maximaal honderd aanvragen zijn, die ontvankelijk zijn conform artikel 18 en 19 van dit besluit en die niet uitgesloten werden op basis van artikel 20, wordt aan elke ontvankelijke en niet-uitgesloten aanvraag de subsidie toegekend.
§3. Als er in totaal meer dan honderd aanvragen zijn, die ontvankelijk zijn conform artikel 18 en 19 van dit besluit en die niet uitgesloten werden op basis van artikel 20, worden de aanvragen gesorteerd per geografisch gebied en worden de aanvragen beoordeeld conform paragraaf 4 tot en met 6.
Per geografisch gebied kan er een subsidie toegekend worden voor het volgende maximale aantal praktijkcentra:
1° de provincie Antwerpen: 25 praktijkcentra;
2° de provincie Vlaams-Brabant: 23 praktijkcentra;
3° de provincie Oost-Vlaanderen: 21 praktijkcentra;
4° de provincie West-Vlaanderen: 14 praktijkcentra;
5° het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: 10 praktijkcentra;
6° de provincie Limburg: 7 praktijkcentra.
§4. Per geografisch gebied geldt er voorrang voor de aanvragen, vermeld in artikel 17, eerste lid, die betrekking hebben op een praktijkcentrum dat volledig gerealiseerd wordt in één kinderopvanglocatie.
§5. Per geografisch gebied onderzoekt en beoordeelt het agentschap de aanvragen, vermeld in artikel 17, eerste lid, op basis van de volgende vergelijkingscriteria met de bijbehorende totaalscore:
1° het gerealiseerde medewerkersbeleid en taalbeleid van de organisator, vermeld in artikel 2, op 10 punten:
a) de organisator heeft een medewerkersbeleid en taalbeleid zonder specifieke aandacht voor kinderbegeleiders in een kwalificerend traject: 2 punten;
b) de organisator heeft een medewerkersbeleid en taalbeleid met aandacht voor kinderbegeleiders in een kwalificerend traject: 7 punten;
c) de organisator heeft een medewerkersbeleid en taalbeleid met aandacht voor kinderbegeleiders in een kwalificerend traject én een taalbeleid met aandacht voor taalstimulering op de werkvloer voor de kinderbegeleiders: 10 punten;
2° de ervaring van de organisator, vermeld in artikel 2, met het werken met kinderbegeleiders in een kwalificerend traject in de periode van 1 januari 2021 tot de datum van de oproep, over al zijn kinderopvanglocaties heen, op 10 punten:
a) in de periode van 1 januari 2021 tot de datum van de oproep heeft de organisator geen enkele kinderbegeleider in een kwalificerend traject begeleid: 0 punten;
b) in de periode van 1 januari 2021 tot de datum van de oproep heeft de organisator één kinderbegeleider in een kwalificerend traject begeleid, zonder dat de kwalificatie is behaald: 1 punt;
c) in de periode van 1 januari 2021 tot de datum van de oproep heeft de organisator minstens één kinderbegeleider in een kwalificerend traject begeleid, waarvan er minstens één kinderbegeleider de kwalificatie behaald heeft: 5 punten;
d) in de periode van 1 januari 2021 tot de datum van de oproep heeft de organisator minstens twee kinderbegeleiders in een kwalificerend traject begeleid, waarvan minstens twee kinderbegeleiders de kwalificatie behaald hebben: 10 punten;
3° de aanwezigheid van de verantwoordelijke in de leefruimtes van de kinderopvanglocatie, niet als kinderbegeleider, in de huidige werking en in de toekomst, op 5 punten:
a) minder dan 8 uur per week: 0 punten;
b) 8 uur of meer dan 8 uur en minder dan 16 uur per week: 3 punten;
c) minstens 16 uur per week: 5 punten;
4° de ervaring in de ondersteuning van een kinderbegeleider in een kwalificerend traject, door de gekwalificeerde kinderbegeleiders die de zij-instromers ondersteunen, in de periode van 1 januari 2021 tot de datum van de oproep, op 5 punten:
a) in geen enkele leefgroep hebben de gekwalificeerde kinderbegeleiders ervaring met die ondersteuning: 0 punten;
b) in een,twee of drie van de vier leefgroepen hebben de gekwalificeerde kinderbegeleiders ervaring met die ondersteuning: 3 punten;
c) in elk van de vier leefgroepen hebben de gekwalificeerde kinderbegeleiders ervaring met die ondersteuning: 5 punten;
5° het netwerk van de organisator, vermeld in artikel 2, in het kader van de specifieke dienstverlening als praktijkcentrum, op 2 punten:
a) de organisator werkt nog niet samen met instanties die ongekwalificeerde kinderbegeleiders toeleiden, en met opleidingsinstanties: 0 punten;
b) de organisator werkt al samen met een opleidingsinstantie die ongekwalificeerde kinderbegeleiders toeleidt, of met een opleidingsinstantie: 1 punt;
c) de organisator werkt samen met instanties die ongekwalificeerde kinderbegeleiders toeleiden, en met opleidingsinstanties: 2 punten.
Het agentschap rangschikt de aanvragen, vermeld in artikel 17, eerste lid, op basis van de behaalde totaalscore op de vergelijkingscriteria, vermeld in het eerste lid. De aanvraag met de hoogste score wordt bovenaan gerangschikt en de aanvraag met de laagste score wordt onderaan gerangschikt. De aanvragen met voorrang en de aanvragen zonder voorrang worden gerangschikt.
De aanvraag met een score van minder dan 15 punten, wordt geweigerd.
§6. Als twee of meer aanvragen dezelfde totaalscore behalen, wordt de rangschikking bepaald door de score van elke aanvraag op het vergelijkingscriterium, vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 1°, afzonderlijk te vergelijken. De aanvraag met de hoogste score wordt bovenaan gerangschikt. Als het vergelijkingscriterium, vermeld in paragraaf 5, eerste lid, 1°, geen rangorde kan bepalen, wordt telkens de score op het volgende vergelijkingscriterium vergeleken tot er een rangorde bepaald kan worden, waarbij de volgorde van de vergelijkingscriteria, vermeld in paragraaf 5, eerste lid, gevolgd wordt.
Als er na de toepassing van de werkwijze, vermeld in het eerste lid, nog altijd aanvragen met dezelfde score zijn, wordt de aanvraag van de organisator met in totaal het grootste aantal vergunde kinderopvangplaatsen over al de kinderopvanglocaties van die organisator op de datum van de oproep samen hoger gerangschikt.
§7. Het agentschap kent de subsidie, vermeld in artikel 2, per geografisch gebied eerst toe aan de aanvragen met voorrang, vermeld in paragraaf 4, op basis van hun rangschikking die is bepaald conform paragraaf 5 en 6, en rekening houdend met het aantal praktijkcentra waarvoor een subsidie toegekend kan worden, conform paragraaf 3, tweede lid.
Als na de behandeling van de aanvragen met voorrang, vermeld in paragraaf 4, de subsidie voor het aantal praktijkcentra, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, nog niet is toegekend, wordt de subsidie toegekend aan de aanvragen zonder voorrang, op basis van hun rangschikking die is bepaald conform paragraaf 5 en 6.
§8. Als in een of meer geografische gebieden het aantal praktijkcentra, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, niet kan worden toegekend, worden de resterende middelen overgeheveld naar een of meer andere geografische gebieden waar nog openstaande aanvragen zijn. De overheveling gebeurt op de volgende wijze:
1° de resterende middelen worden eerst verhoudingsgewijs verdeeld over de geografische gebieden met nog openstaande aanvragen op basis van de verhouding van het aantal praktijkcentra dat per geografisch gebied met openstaande aanvragen toegekend kan worden, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, ten opzichte van de som van het aantal praktijkcentra dat aan alle geografische gebieden met openstaande aanvragen samen toegekend kan worden;
2° als na de toepassing van de werkwijze, vermeld in punt 1°, nog niet alle subsidies toegekend kunnen worden, worden de geografische gebieden waar nog openstaande aanvragen zijn, gerangschikt op basis van het aantal praktijkcentra waarvoor een subsidie toegekend kan worden, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, waarbij het geografische gebied waaraan het grootste aantal praktijkcentra toegekend kan worden, het hoogst gerangschikt wordt conform paragraaf 3, tweede lid.
Artikel 22. ( 01/01/2026 - ... )
Het agentschap beslist uiterlijk negentig dagen na de einddatum voor de indiening van de aanvraag, vermeld in artikel 17, eerste lid, over de toekenning of de weigering van een subsidie. Als de termijn van negentig dagen volledig of gedeeltelijk in de maand juli of augustus valt, wordt de termijn met dertig dagen verlengd.
Artikel 23. ( 01/01/2026 - ... )
De beslissing, vermeld in artikel 22, bevat al de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator, vermeld in artikel 2;
2° de beslissing, met inbegrip van de rechtsgronden;
3° in geval van toekenning:
a) de startdatum en de einddatum van de subsidie;
b) in welke kinderopvanglocatie het praktijkcentrum gerealiseerd wordt;
4° in geval van weigering:
a) de vermelding van het gevolg daarvan, namelijk dat er geen subsidie toegekend kan worden;
b) de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen en de wijze waarop dat moet gebeuren;
5° de datum van de beslissing en de elektronische handtekening van het agentschap.
Artikel 24. ( 01/01/2026 - ... )
De beslissing, vermeld in artikel 22 van dit besluit, wordt conform artikel 73 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014 bezorgd aan de organisator, vermeld in artikel 2 van dit besluit.
Op een bezwaar tegen een weigeringsbeslissing als vermeld in artikel 22 van dit besluit, zijn artikel 2 en artikel 108 tot en met 112 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014 van toepassing.
Artikel 25. ( 01/01/2026 - ... )
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 26. ( 01/01/2026 - ... )
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 12/01/2026