Ministerieel besluit tot bepaling van het immunisatieschema voor de Vlaamse Gemeenschap en tot bepaling van de immunisaties, vermeld in artikel 43/1, §2, derde lid, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid

Datum 22/12/2025

Inhoud

( ... - ... )

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, artikel 43, §1 en §2, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2025, en artikel 43/1, §2, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 26 april 2024 en vervangen bij het decreet van 18 juli 2025;
- het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 4, §2, vijfde lid, 2°;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 2024 over initiatieven met betrekking tot biotische factoren, artikel 1/2 tot en met 1/4, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2025.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 3 november 2025.
- De Raad van State heeft advies 78.574/3 gegeven op 19 december 2025, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Motivering
Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven:
- In 2024 is de gezondheidsdoelstelling Vaccinatie vernieuwd. De Vlaamse Regering keurde die vernieuwing goed op 1 maart 2024 en het Vlaams Parlement op 30 april 2024. De hoofddoelstelling van de gezondheidsdoelstelling Vaccinatie bepaalt dat tegen 2030 de bevolking in Vlaanderen nog beter beschermd moet zijn door vaccinatie. Er is een verbetering van de vaccinatiegraad voor welbepaalde vaccinaties en doelgroepen, en er is behoud van de vaccinatiegraad waar die voldoende is, via een kwaliteitsvol en laagdrempelig vaccinatiebeleid, waarin ook wordt overwogen om nieuwe vaccins aan het programma toe te voegen.
- Bij het decreet van 18 juli 2025 en bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2025 is de regelgeving over initiatieven voor biotische factoren gewijzigd. Een van de wijzigingen die daarbij doorgevoerd zijn, is dat de mogelijkheid gecreëerd is om niet alleen een vaccinatiebeleid, maar ruimer, een immunisatiebeleid te voeren. Het gewijzigde artikel 43 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventief gezondheidsbeleid bepaalt dat de Vlaamse Regering het immunisatieschema opstelt, waarin de aanbevolen immunisaties en de doelgroepen voor immunisatie in Vlaanderen zijn opgenomen. Voor een aantal immunisaties wordt een maximale immunisatiegraad nagestreefd door de Vlaamse Gemeenschap. Die immunisaties vormen samen het immunisatieprogramma. De immunisaties voor het immunisatieprogramma worden door de Vlaamse Gemeenschap gratis ter beschikking gesteld van de toedieners. Het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 2024 over initiatieven met betrekking tot biotische factoren delegeert de bevoegdheid om een immunisatieschema en een immunisatieprogramma vast te leggen, aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn.

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN EN ARMOEDEBESTRIJDING, CULTUUR EN GELIJKE KANSEN BESLUIT:

Artikel 1. ( 15/01/2026 - ... )

In dit besluit wordt verstaan onder: 
1° HPV: humaan papillomavirus;
2° immunisatieprogramma: het immunisatieprogramma, vermeld in artikel 1/3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 2024 over initiatieven met betrekking tot biotische factoren;
3° immunisatieschema: het immunisatieschema, vermeld in artikel 43, §1, van het decreet van 21 november 2003;
4° inhaalvaccinatie: een latere vaccinatie om bescherming te bieden als de aanbevolen vaccinatie uit het immunisatieprogramma of uit het immunisatieschema niet op de aanbevolen leeftijd is toegediend;
5° kinderen en jongeren: alle personen tot en met de leeftijd van achttien jaar;
6° SARS-CoV-2: severe acute respiratory syndrome coronavirus 2;
7° volwassenen: alle personen vanaf de leeftijd van negentien jaar.

Artikel 2. ( 15/01/2026 - ... )

Het immunisatieprogramma bestaat uit:
1° een immunisatieprogramma voor kinderen en jongeren; 
2° een immunisatieprogramma voor volwassenen.

Artikel 3. ( 15/01/2026 - ... )

Het immunisatieprogramma voor kinderen en jongeren omvat een volledige vaccinatie tegen al de volgende ziektes of kiemen: 
1° polio;
2° difterie;
3° tetanus;
4° kinkhoest;
5° Haemophilus influenzae type b;
6° hepatitis B;
7° pneumokokken;
8° mazelen;
9° bof;
10° rubella;
11° meningokokken van serogroepen ACWY;
12° HPV.

Binnen het immunisatieprogramma voor kinderen en jongeren, omvatten de immunisaties tegen de ziektes of kiemen, vermeld in het eerste lid, behalve variaties om medische redenen, de toediening van de volgende preventieve geneesmiddelen op de volgende toedieningsmomenten:
1° een hexavalent vaccin tegen polio, difterie, tetanus, kinkhoest, Haemophilus influenzae type b en hepatitis B op al de volgende toedieningsmomenten:
  a) op de leeftijd van acht weken;
  b) op de leeftijd van twaalf weken;
  c) op de leeftijd van zestien weken;
  d) op de leeftijd tussen dertien en vijftien maanden;
2° een geconjugeerd vaccin tegen pneumokokken op al de volgende toedieningsmomenten: 
  a) op de leeftijd van acht weken;
  b) op de leeftijd van zestien weken;
  c) op de leeftijd van twaalf maanden;
3° een vaccin tegen mazelen, bof en rubella op al de volgende toedieningsmomenten:
  a) op de leeftijd van twaalf maanden;
  b) op de leeftijd van vierentwintig maanden;
4° een geconjugeerd vaccin tegen meningokokken van serogroepen ACWY op de leeftijd tussen dertien en vijftien maanden;
5° een tetravalent vaccin tegen polio, difterie, tetanus en kinkhoest in het eerste leerjaar van het lager onderwijs, of op de leeftijd van zes jaar in het bijzonder onderwijs;
6° een volledige vaccinatie tegen HPV ter preventie van baarmoederhalskanker en andere kankers die aan HPV gerelateerd zijn, in het eerste jaar secundair onderwijs of op de leeftijd van twaalf jaar in het bijzonder onderwijs;
7° een vaccinatie tegen difterie, tetanus en kinkhoest in het derde jaar secundair onderwijs of op de leeftijd van veertien jaar in het bijzonder onderwijs;
8° een inhaalvaccinatie met de vaccins, vermeld in punt 1° tot en met 7°, voor alle kinderen en jongeren als bij controle van de vaccinatiestatus vastgesteld wordt dat die onvolledig is, behalve voor: 
  a) de vaccinatie tegen HPV nadat het derde jaar van het secundair onderwijs is doorlopen, en in elk geval nadat de leeftijd van zeventien jaar is bereikt;
  b) de vaccinatie tegen meningokokken van serogroepen ACWY als de kinderen of jongeren in het verleden al zijn gevaccineerd tegen meningokokken van serogroep C;
9° een vaccinatie tegen difterie, tetanus en kinkhoest voor kinderen en jongeren die zullen zorgen voor of zorgen voor een kind dat jonger is dan zes maanden en waarbij de vorige vaccinatie tegen die kiemen meer dan vijf jaar geleden is, of die ongevaccineerd zijn;
10° een vaccinatie tegen difterie, tetanus en kinkhoest voor zwangere meisjes of vrouwen tijdens elke zwangerschap;
11° een volledige hervaccinatie met de vaccins, vermeld in punt 1° tot en met 7°, van personen die hun immuniteit verloren zijn na een beenmerg- of stamceltransplantatie.

In afwijking van het tweede lid, 1°, omvat het immunisatieprogramma voor kinderen en jongeren, voor kinderen en jongeren die het hexavalente vaccin tegen polio, difterie, tetanus, kinkhoest, Haemophilus influenzae type b en hepatitis B weigeren of om een andere reden niet ontvangen, een vaccinatie tegen poliomyelitis met een poliovaccin op al de volgende toedieningsmomenten:
1° op de leeftijd van acht weken;
2° op de leeftijd van zestien weken;
3° op de leeftijd van twaalf maanden.

In afwijking van het tweede lid, 2°, omvat het immunisatieprogramma voor kinderen en jongeren, voor premature kinderen of voor kinderen met een te laag geboortegewicht een geconjugeerd vaccin tegen pneumokokken op al de volgende toedieningsmomenten: 
1° op de leeftijd van acht weken;
2° op de leeftijd van twaalf weken;
3° op de leeftijd van zestien weken;
4° op de leeftijd van twaalf maanden.

In afwijking van het tweede lid, 3°, omvat het immunisatieprogramma voor kinderen en jongeren, die geboren zijn vanaf het jaar 2018 tot en met jaar 2022, een vaccinatie tegen mazelen, bof en rubella in het tweede leerjaar.

In afwijking van het tweede lid, 3° omvat het vaccinatieprogramma voor kinderen en jongeren die geboren zijn in het jaar 2016 of 2017, een vaccinatie tegen mazelen, bof en rubella in het vierde leerjaar.

Artikel 4. ( 15/01/2026 - ... )

In dit artikel wordt verstaan onder personen die zullen zorgen voor of zorgen voor een kind dat jonger is dan zes maanden: personen die behoren tot een van de volgende categorieën:
1° gezinsleden of personen die samenwonen of zullen samenwonen met een kind dat jonger is dan zes maanden;
2° broers, zussen, ouders, grootouders van een kind dat jonger is dan zes maanden; 
3° professionele zorgverleners die zorg verlenen aan kinderen die jonger zijn dan zes maanden.

Het immunisatieprogramma voor volwassenen omvat een vaccinatie of een inhaalvaccinatie tegen al de volgende ziektes of kiemen: 
1° difterie;
2° tetanus;
3° kinkhoest;
4° pneumokokken;
5° mazelen;
6° bof;
7° rubella;
8° influenza.

Binnen het immunisatieprogramma voor volwassenen, omvatten de immunisaties tegen de ziektes of kiemen, vermeld in het tweede lid, behalve variaties om medische redenen, de toediening van de volgende preventieve geneesmiddelen op de volgende toedieningsmomenten:
1° een vaccinatie tegen difterie, tetanus en kinkhoest om de tien jaar;
2° vaccinatie tegen difterie, tetanus en kinkhoest voor zwangere vrouwen tijdens elke zwangerschap;
3° een vaccinatie tegen difterie, tetanus en kinkhoest voor personen die zullen zorgen voor of zorgen voor een kind dat jonger is dan zes maanden en waarbij de vorige vaccinatie tegen die kiemen meer dan vijf jaar geleden is, of die ongevaccineerd zijn;
4° een jaarlijkse vaccinatie tegen influenza voor alle bewoners van residentiële zorginstellingen;
5° een vaccinatie tegen mazelen, bof en rubella bij volwassenen die geboren zijn na 1970, als bij controle van de vaccinatiestatus vastgesteld wordt dat ze geen twee vaccinaties tegen mazelen gehad hebben;
6° een hervaccinatie met alle immunisaties, vermeld in artikel 3, van personen die hun immuniteit verloren zijn na beenmerg- en stamceltransplantatie.

In het derde lid, 4°, wordt verstaan onder residentiële zorginstellingen:
1° de woonzorgcentra, vermeld in artikel 33 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
2° de residentiële centra voor herstelverblijf, vermeld in artikel 28 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
3° de residentiële afdelingen van voorzieningen die erkend, vergund of gesubsidieerd worden door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
4° de revalidatieziekenhuizen, vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging;
5° de psychiatrische verzorgingstehuizen, vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging;
6° de residentiële revalidatievoorzieningen of de residentiële afdelingen van revalidatievoorzieningen, vermeld in artikel 2, 16°, van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging.

Artikel 5. ( 15/01/2026 - ... )

In dit artikel wordt verstaan onder RSV: respiratoir syncytieel virus.

Het immunisatieschema omvat naast de immunisaties, vermeld in artikel 3 en 4, ook de volgende immunisaties voor de volgende specifieke doelgroepen:
1° een vaccinatie tegen het rotavirus bij baby’s die jonger dan zes maanden zijn;
2° een immunisatie tegen RSV bij kinderen in hun eerste levensjaar;
3° een vaccinatie tegen pneumokokken bij:
  a) volwassenen vanaf vijfenzestig jaar;
  b) personen met een verhoogd risico op een ernstig verloop van een pneumokokkeninfectie;
4° een inhaalvaccinatie tegen polio bij personen die ouder dan achttien jaar zijn en die niet volledig zijn gevaccineerd conform artikel 3, tweede lid, 1°, of conform artikel 3, derde lid;
5° een vaccinatie tegen RSV bij personen vanaf vijfenzeventig jaar of vanaf zestig jaar bij een verhoogd risico op een ernstig verloop van een RSV-infectie;
6° een vaccinatie tegen RSV bij zwangere personen;
7° een vaccinatie tegen hepatitis A bij personen die in de voedselketen werken;
8° een vaccinatie tegen influenza bij:
  a) zwangere personen;
  b) volwassenen vanaf vijfenzestig jaar;
  c) personen met een verhoogd risico op een ernstig verloop van een influenza-infectie;
  d) professionele zorgverleners;
9° een vaccinatie tegen SARS-CoV-2 bij:
  a) volwassenen vanaf vijfenzestig jaar;
  b) personen met een verhoogd risico op een ernstig verloop van een SARS-CoV-2-infectie;
  c) professionele zorgverleners.

Artikel 6. ( 15/01/2026 - ... )

De volgende immunisaties maken geen deel uit van het immunisatieschema, maar worden conform artikel 43/1, §2, derde lid, van het decreet van 21 november 2003 geregistreerd in het registratiesysteem, vermeld in artikel 43/1, §2, eerste lid, van het voormelde decreet:
1° elke vaccinatie tegen SARS-CoV-2, naast de vaccinatie, vermeld in artikel 5, tweede lid, 9°, van dit besluit;
2° de toediening van een geconjugeerd vaccin tegen pneumokokken bij kinderen jonger dan twee jaar, boven op de vaccinatie, vermeld in artikel 3, tweede lid, 2°, van dit besluit, of boven op de vaccinatie, vermeld in artikel 3, vierde lid, van dit besluit;
3° een vaccinatie tegen HPV bij personen vanaf zeventien jaar.

Artikel 7. ( 15/01/2026 - ... )

Het ministerieel besluit van 29 januari 2015 tot het bepalen van het vaccinatieschema voor Vlaanderen, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 26 januari 2017 en 11 oktober 2025, wordt opgeheven. 

Artikel 8. ( 15/01/2026 - ... )

Dit besluit treedt in werking op 15 januari 2026.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 15/08/2026