( ... - ... )
Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 6, §1, artikel 7bis, §1, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 17 maart 2006 en artikel 12, vervangen bij het decreet van 3 juli 2015 en gewijzigd bij het decreet van 19 december 2025.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor het budgettair beleid, heeft zijn akkoord gegeven op 22 mei 2026.
- De Raad van State heeft advies 79.476/16 gegeven op 24 juni 2026, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
Artikel 1. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, wordt het tweede lid opgeheven.
Artikel 2. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden “met rechtspersoonlijkheid” worden opgeheven;
2° de woorden “Wetboek van Vennootschappen” worden vervangen door de woorden “Wetboek van vennootschappen en verenigingen”.
Artikel 3. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 5° worden de woorden “voor de realisatie van het project is” vervangen door de zinsnede “als het project geen aankoop zonder verbouwing betreft,”;
2° in punt 6° wordt punt b) vervangen door wat volgt:
“b) op de grond waarop het gebouw is opgericht verwerft de aanvrager een eigendomsrecht of een ander zakelijk recht met een duur van minimaal 25 jaar vanaf de ingebruikname;”.
Artikel 4. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt de zin “Daarnaast bezorgt hij plannen in tweevoud op papier.” opgeheven.
Artikel 5. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 10, §2, van hetzelfde besluit worden de woorden “tien kalenderdagen” vervangen door de woorden “veertien dagen”.
Artikel 6. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden “vijftien kalenderdagen” vervangen door de woorden “dertig dagen”;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede “, als het project niet past binnen de beschikbare begrotingskredieten” opgeheven;
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden “vijftien kalenderdagen” vervangen door de woorden “dertig dagen”;
4° in paragraaf 3 worden de woorden “vijftien kalenderdagen” vervangen door de woorden “dertig dagen”.
Artikel 7. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 en 19 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord “werkzaamheden” vervangen door het woord “werken”;
2° in paragraaf 4, eerste lid, wordt het woord “werkzaamheden” vervangen door het woord “werken”;
3° in paragraaf 4 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
“Ook in geval van een gewijzigd akkoord infrastructuurforfait geeft de investeerder het bevel tot aanvang van de werken of verlijdt hij de authentieke akte voor de aankoop binnen twee jaar na de datum van het oorspronkelijke definitieve akkoord infrastructuurforfait, vermeld in artikel 11, §6, tweede lid. Zo niet vervalt het gewijzigde akkoord infrastructuurforfait en het definitieve akkoord infrastructuurforfait. De geldigheidstermijn van het gewijzigde akkoord infrastructuurforfait kan, op gemotiveerd verzoek van de aanvrager, in geval van overmacht door het Fonds worden verlengd als die geldigheidstermijn met maximaal twee jaar wordt verlengd en door de minister als die geldigheidstermijn met meer dan twee jaar wordt verlengd. Nadat de investeerder het bevel gegeven heeft tot aanvang van de werken of de authentieke akte voor de aankoop heeft verleden, bezorgt de aanvrager onmiddellijk een kopie van het bevel en van de stedenbouwkundige vergunning of de omgevingsvergunning of de authentieke akte aan het Fonds en deelt de aanvrager aan het Fonds de geplande datum van de ingebruikname mee.”.
Artikel 8. ( 04/09/2026 - ... )
Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Artikel 9. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
“Als de ingebruikname, vermeld in het eerste lid, plaatsvindt in hetzelfde jaar van het bevel tot aanvang van de werken of in hetzelfde jaar waarin de akte is verleden, kan de aanvraag voor de opstartbeslissing in het jaar van ingebruikname worden gegeven.”.
Artikel 10. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 17, §1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de inleidende zin vervangen door wat volgt:
“Bij het bevel tot aanvang van de werken worden de volgende stukken bezorgd aan het Fonds: “;
2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden “uitgevoerde en” opgeheven;
3° tussen het eerste en tweede lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
“Na het bevel tot aanvang van de werken evalueert het Fonds het dossier. Om het dossier te onderzoeken, doet het Fonds een beroep op de personeelsleden die ter beschikking staan van het Fonds.
De personeelsleden, vermeld in het tweede lid, kunnen aanvullende inlichtingen vragen aan de aanvrager. De personeelsleden maken hun advies op basis van stukken.”.
Artikel 11. ( 04/09/2026 - ... )
In bijlage 2 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 juni 2018 en 16 juli 2021, worden een punt 8° tot en met 11° ingevoegd, die luiden al volgt:
“8° de gebruiker die wordt ondersteund door een observatie-, diagnose- en behandelingsunit als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits, en die ondersteuning krijgt in een gebouw waarop het infrastructuurforfait van toepassing is, wordt verondersteld een gebruiker te zijn die behoort tot zorggroep 1;
9° de gebruiker die wordt ondersteund door een unit voor personen met een handicap met een bijkomende ernstige psychische problematiek als vermeld in artikel 2, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 over de erkenning en subsidiëring van units voor personen met een handicap met een bijkomende ernstige psychische problematiek, wordt verondersteld een gebruiker te zijn die behoort tot zorggroep 1;
10° de gebruiker die wordt ondersteund door een unit die time-outplaatsen aanbiedt als vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits, en die ondersteuning krijgt in een gebouw waarop het infrastructuurforfait van toepassing is, wordt verondersteld een gebruiker te zijn die behoort tot zorggroep 2 als voor de capaciteitseenheid woonondersteuning wordt geboden, of een gebruiker die behoort tot zorggroep 5 als voor de capaciteitseenheid alleen dagondersteuning wordt geboden, tenzij met toepassing van voormeld punt 1° of 1/1° de parameters begeleidingsintensiteit of permanentie bepaald zijn;
11° de gebruiker die wordt ondersteund door een zorgaanbieder door de aanwending van persoonsvolgende middelen als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 over persoonsvolgende middelen voor minderjarige personen met een handicap met dringende noden, wordt verondersteld een gebruiker te zijn die behoort tot zorggroep 2, als voor de capaciteitseenheid woonondersteuning wordt geboden, of een gebruiker die behoort tot zorggroep 5 als voor de capaciteitseenheid alleen dagondersteuning wordt geboden, tenzij met toepassing van voormeld punt 1° of 1/1° de parameters begeleidingsintensiteit of permanentie bepaald zijn.”.
Artikel 12. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 en 19 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 4°, wordt de zinsnede “die tot en met 31 december 2015 erkend was door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, en die onder het internaatstelsel zorgt voor huisvesting, onderhoud, behandeling en opvoeding van de personen met een handicap die jonger zijn dan 21 jaar, vermeld in het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de residentiële en semiresidentiële voorzieningen voor personen met een handicap” vervangen door de zinsnede “waarvan de doelgroep verblijf, vermeld in artikel 10, §1, 1°, van het voormelde besluit, is opgenomen in de modulering, vermeld in artikel 6 van het voormelde besluit”;
2° in paragraaf 1 wordt punt 8° vervangen door wat volgt:
“8° semi-internaat:
a) een voorziening die nu erkend is als een multifunctioneel centrum als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, en waarvan de doelgroep schoolvervangende dagopvang, vermeld in artikel 10, §1, 3°, van het voormelde besluit, is opgenomen in de modulering, vermeld in artikel 6 van het voormelde besluit,
b) een voorziening waarvan alleen de doelgroep schoolaanvullende dagopvang, vermeld in artikel 10, §1, 2°, van het voormelde besluit, is opgenomen in de modulering, vermeld in artikel 6 van het voormelde besluit, of waarvan alleen de doelgroep schoolaanvullende dagopvang, vermeld in artikel 10, §1, 2°, van het voormelde besluit is opgenomen in de modulering, vermeld in artikel 6 van het voormelde besluit, en de erkenning, vermeld in artikel 4 van het voormelde besluit, is gewijzigd sinds 2 januari 2016 door bijkomende capaciteit in de modulering verblijf of schoolvervangende dagopvang als vermeld in artikel 10, §1, 1° en 3°, van het voormelde besluit;”;
3° in paragraaf 1 wordt een punt 13°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“13°/1 unit voor time-outplaatsen: de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits;”;
4° aan paragraaf 2, eerste lid, wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
“9° units voor time-outplaatsen.”.
Artikel 13. ( 04/09/2026 - ... )
In hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 maart 2000, 16 juli 2021, 12 mei 2023 en 19 juli 2024, wordt in het opschrift van afdeling 3 tussen het woord “geïnterneerden” en de woorden “en de units voor observatie” de zinsnede “, de units voor time-outplaatsen" ingevoegd.
Artikel 14. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 4 en 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 wordt tussen het woord “geïnterneerden” en de woorden “en de units voor observatie” de zinsnede “, de units voor time-outplaatsen" ingevoegd.
Artikel 15. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 17, §2, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt tussen het woord “geïnterneerden” en de woorden “en de units voor observatie” telkens de zinsnede “, de units voor time-outplaatsen" ingevoegd.
Artikel 16. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 22, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020, wordt punt 5° opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
“5° voor een unit voor time-outplaatsen: 65 m² per plaats;”.
Artikel 17. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 23, §1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 en 16 juli 2021, wordt punt 6° opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
“6° voor een unit voor time-outplaatsen: 600 euro per m²;”.
Artikel 18. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 24, §1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 en 16 juli 2021, wordt punt 6° opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
“6° voor een unit voor time-outplaatsen: 550 euro per m²;”.
Artikel 19. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het derde lid worden de woorden “testapparatuur en apparatuur voor revalidatietechnieken” vervangen door de zinsnede “apparatuur voor testen, diagnostiek en de behandeling van zintuiglijke, motorische, neurologische aandoeningen en leer- en ontwikkelingsstoornissen”;
2° in het derde lid wordt de zin “Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor die apparatuur bedraagt maximaal 11.900 euro per eenheid.” vervangen door de zin “bureautica-hardware en IT-software vallen niet onder de bijzondere uitrusting.”;
3° in het vierde lid wordt de zin “De aankoop en installatie van een centrale server met aangepaste randapparatuur en software, waarop alle therapeutische werkstations zijn aangesloten, worden gerekend tot de apparatuur, vermeld in het derde lid.” opgeheven.
Artikel 20. ( 04/09/2026 - ... )
In artikel 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de subsidiëring van projecten van preventieve infrastructurele maatregelen inzake agressie, vrijheidsbeperking of vrijheidsberoving in bepaalde voorzieningen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 en 23 juni 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan punt 1° wordt de zinsnede “en aan de hand van de erkenning of wijziging van de erkenning, vermeld in artikel 4 van het voormelde besluit voor de modules verblijf, schoolaanvullende opvang of schoolvervangende dagopvang, vermeld in artikel 10, §1, 1°, 2° en 3° van het voormelde besluit” toegevoegd;
2° in punt 2 wordt tussen de woorden “geïnterneerde personen met een handicap” en de woorden “en de voorzieningen” de zinsnede “, de vergunde zorgaanbieder die is erkend als unit voor personen met een handicap met een bijkomende ernstige psychische problematiek, vermeld in artikel 2, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 over de erkenning en subsidiëring van units voor personen met een handicap met een bijkomende ernstige psychische problematiek, de vergunde zorgaanbieder die is erkend om time-outplaatsen aan te bieden als vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits” ingevoegd;
3° in punt 2° wordt de zinsnede “het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits” vervangen door de woorden “het voormelde besluit”.
Artikel 21. ( 04/09/2026 - ... )
Voor aanvragen van de investeringssubsidie voor de bijzondere uitrusting die zijn ingediend vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit en waarvoor nog geen subsidiebelofte is verleend, is artikel 28 het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, zoals gewijzigd bij artikel 18, 2°, van dit besluit, niet van toepassing.
Artikel 22. ( 04/09/2026 - ... )
De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, en de Vlaamse minister, bevoegd voor zorginfrastructuur, zijn, ieder wat de eigen bevoegdheden betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 28/10/2026