Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de kinderopvang, wat betreft de bouwtechnische en bouwfysische normen

Datum 10/07/2026

Inhoud

( ... - ... )

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 6, §1, en artikel 10, eerste lid.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 30 april 2026.
- De Raad van State heeft advies 79.490/3 gegeven op 1 juli 2026, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen.

Na beraadslaging,
    
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Artikel 1.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

( 10/09/2026 - ... )

In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de kinderopvang, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 november 2016, 16 juli 2021 en 19 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 
 1° aan het eerste lid, 1°, wordt een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt:
“e) een gebouw dat erkend en beschermd is overeenkomstig de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld van 16 november 1972;”; 
2° aan het eerste lid wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
“6° zorggebruiker: de patiënt of cliënt, namelijk de natuurlijke persoon aan wie zorg wordt verstrekt.”;
3° het vierde lid wordt opgeheven.

Artikel 2.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

( 10/09/2026 - ... )

Artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 en 26 september 2025, wordt vervangen door wat volgt:

“Om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen:
1° is de infrastructuur afgestemd op de doelgroep waarvoor die gerealiseerd wordt;
2° voldoet de infrastructuur aan alle regelgeving over de infrastructuur die van toepassing is.”.

Artikel 3.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

( 10/09/2026 - ... )

Artikel 3 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 november 2016 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 en 19 juli 2024, wordt vervangen door wat volgt: 
 
“Art. 3. Een kinderopvanglocatie waarvan de infrastructuur voldoet aan de volgende bouwtechnische en bouwfysische normen komt in aanmerking voor een investeringssubsidie: 
1° in alle leefruimtes bedraagt het raamoppervlak minstens 1/6 van het nettovloeroppervlakte, tenzij de leefruimte meer dan 30 m² bedraagt, dan bedraagt het raamoppervlak minstens 1/7 van de nettovloeroppervlakte. Alleen de lichtdoorlatende glasoppervlaktes van verticale ramen die rechtstreeks verbonden zijn met de open lucht tellen mee in de voormelde berekening. 
Er is zittend altijd een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk. 
Bij minstens 50% van de raamoppervlakte in elke leefruimte ligt de bovenrand van de onderregel van het raam op een maximale hoogte van 15 cm ten opzichte van de vloerpas; 
2° de infrastructuur en de signalisatie die daarbij hoort, zijn zodanig ontworpen, gerealiseerd en onderhouden dat elke zorggebruiker, ongeacht beperking of handicap, op een gelijkwaardige wijze toegang heeft tot de aangeboden zorgfuncties.
In alle ruimtes die voor de zorggebruikers toegankelijk zijn, worden niveauverschillen vermeden. Er is minstens één rolstoeltoegankelijk toilet;
3° de nuttige hoogte van alle verblijfsruimtes is minstens 2,50 meter, gemeten van de vloer tot aan het afgewerkte plafond, of 1,80 meter onder hellende daken, op voorwaarde dat er in de ruimte overwegend een nuttige hoogte van minstens 2,50 meter bereikt wordt;
4° afhankelijk van de doelgroep en de functie, laat de infrastructuur toe dat de privacy van elke zorggebruiker verzekerd kan worden, zowel auditief als visueel, zowel naar de buitenwereld als naar andere zorggebruikers, bezoekers of personeel toe. Afhankelijk van de doelgroep worden daarvoor functies fysiek van elkaar gescheiden. Er zijn voldoende gespreksruimtes voor privaat overleg tussen zorggebruikers, bezoekers of personeel.
5° er is voldoende, veilige en vlot bereikbare buitenruimte, afgestemd op de zorggebruikers, bezoekers en personeel. Kinderopvanglocaties beschikken over ten minste 3 m² buitenruimte per zorggebruiker. Aan elke gemeenschappelijke leefruimte is er een rechtstreeks bereikbare buitenruimte verbonden die volledig omheind is;
6° de technische installaties garanderen dat de temperatuur van het water dat bestemd is voor de zorggebruikers niet hoger is dan 38 °C;
7° er zijn voldoende sanitaire ruimtes voor zorggebruikers, bezoekers en personeel, aangepast aan de behoeften van de doelgroep;
8° er is voldoende bergruimte en afhankelijk van de doelgroep is er ook:
  a) plaats om mogelijke hulpmiddelen op te bergen en op te laden; 
  b) plaats om kinderwagens en draagstoelen dicht bij de ingang te stallen;
9° elke leefgroep binnen de locatie beschikt over een afzonderlijke leefgroepunit, die is samengesteld uit één leefruimte, minstens één afsluitbare rustruimte en één verzorgingszone. Voor leefgroepen vanaf tien plaatsen zijn er minstens twee afsluitbare rustruimtes beschikbaar. De ruimtes van de leefgroepunit zijn rechtstreeks met de leefruimte verbonden; 
10° de nettovloeroppervlakte in de leefruimtes die gebruikt kan worden voor spel, bedraagt minstens 3 m² per plaats. De vorm, de ligging, het gebruik van materialen en de inrichting van de leefruimte maken rechtstreeks visueel toezicht mogelijk vanuit de verzorgingszone op de volledige leefruimte; 
11° de nettovloeroppervlakte in de rustruimte bedraagt minstens 2 m² per plaats en de rustruimte is akoestisch geïsoleerd; 
12° de verzorgingszone van de leefgroep is uitgerust met een verzorgingstafel met minstens één wastafel die geschikt is om baby’s en peuters te wassen; 
13° de leefgroep beschikt over de aansluitingen voor minstens twee kindertoiletten en één wastafel op kindhoogte. Als in de leefgroep peuters worden opgevangen, worden er minstens twee kindertoiletten en één wastafel op kindhoogte geïnstalleerd; 
14° de verblijfsruimtes die bestemd zijn voor de doelgroep vormen een aaneengesloten geheel en zijn toegankelijk via een ingang die alleen voor de doelgroep gebruikt wordt. Er is toezicht mogelijk op die ingang. Elke leefgroep voor kinderen jonger dan drie jaar is alleen bereikbaar vanuit die ingang zonder dat de werking van de leefgroepen of het buitenspelen wordt verstoord; 
15° een verzorgingsruimte of sanitaire ruimte met kindertoiletten kan gedeeld worden tussen leefgroepunits, op voorwaarde dat: 
  a) de gedeelde ruimte fysiek gescheiden is van de leefruimtes; 
  b) de gedeelde ruimte rechtstreeks en gemakkelijk bereikbaar is vanuit beide leefruimtes; 
  c) de verzorgingszones zodanig zijn ingericht dat visueel toezicht op beide leefruimtes mogelijk is; 
  d) de werking van de leefgroepen hierdoor niet wordt verstoord. 
16° er is minstens één omkleedzone voor de kinderen per bouwlaag.

In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° leefruimte: een ruimte die bestemd is voor dagelijkse woon- en dagactiviteiten van zorggebruikers en waarin zorggebruikers aanzienlijke delen van de dag verblijven, behalve om alleen te slapen of te rusten. Afhankelijk van de doelgroep en het voorziene gebruik kan ook de kamer een leefruimte zijn;
2° onderregel van het raam: de onderste rand van het doorzichtige deel van het glasoppervlak;
3° rechtstreeks: op dezelfde verdieping zonder omwegen, zoals gangen of trappen;
4° ruimte: een zone die door deuren en wanden van vloer tot plafond akoestisch van elkaar is gescheiden. Deze definitie geldt niet voor de buitenruimte;
5° verblijfsruimte: een ruimte waarin zorggebruikers, bezoekers of personeel doorgaans langer dan een half uur verblijven;
6° zone: een oppervlakte met een bepaalde functie.
 
Het Fonds kan, op gemotiveerd verzoek, een afwijking van het eerste lid toestaan als de naleving van een norm, vermeld in het eerste lid, niet haalbaar is door de erfgoedwaarde of door bouwtechnische beperkingen, op voorwaarde dat de kwaliteitsvolle werking van de voorziening niet in het gedrang komt.”.

Artikel 4.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

( 10/09/2026 - ... )

Voor de aanvragen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit ontvankelijk zijn verklaard, kunnen de aanvragers ervoor opteren om hun plannen beoordeeld te zien volgens de regels die van kracht waren de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit of hun plannen aan te passen aan de regels die van kracht zijn na de inwerkingtreding van dit besluit. 

Artikel 5.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

( 10/09/2026 - ... )

De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de zorginfrastructuur, zijn, ieder wat de eigen bevoegdheden betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 03/09/2026