Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de regeling omtrent de afwezigheden, de tucht, de administratieve standen, het verlof, de mandaatsbeëindiging, het onderzoek van de lichamelijke geschiktheid en het geneeskundig toezicht voor het academisch personeel bij de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap

Datum 01/12/1998

Algemene info

Datum staatsblad 13/02/1999
Pagina staatsblad 4262
Datum inwerkingtreding 01/01/1999

Inhoudstafel

  1. AFDELING 1 DE TUCHTREGELING
  2. AFDELING 2 DE ADMINISTRATIEVE STANDEN
  3. AFDELING 3 DE AMBTS- OF MANDAATSBEËINDIGING
  4. AFDELING 4 DE REGELING VAN HET ONDERZOEK NAAR DE LICHAMELIJKE GESCHIKTHEID EN HET GENEESKUNDIG ONDERZOEK
  5. AFDELING 5 OPHEFFINGSBEPALINGEN
  6. AFDELING 6 OVERGANGSMAATREGELEN
  7. AFDELING 7 SLOTBEPALINGEN

Relaties

Relaties naar documenten

Type Datum Opschrift Datum BS Pagina BS
Gewijzigd bij 15/06/2007 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 1998 tot vaststelling van de regeling omtrent de afwezigheden, de tucht, de administratieve standen, het verlof, de mandaatbeëindiging, het onderzoek van de lichamelijke geschiktheid en het geneeskundig toezicht voor het academisch personeel bij de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap 12/07/2007 38165
Gewijzigd bij 09/11/2018 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering met betrekking tot de universiteiten en hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap 14/12/2018 98821
Gewijzigd bij 26/02/2021 Besluit van de Vlaamse Regering over de loopbaanonderbreking voor mantelzorg, over de omzetting van lestijden in uren kinderverzorging, over de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36 en over een meelooptraject voor directeur in het basisonderwijs, deeltijds kunstonderwijs, secundair onderwijs, volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding 19/04/2021 36549
Gewijzigd bij 31/08/2023 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving over het politiek verlof, over de afwezigheid voor verminderde prestaties, over het opvangverlof en over de herindiensttreding voor de personeelsleden van het onderwijs 18/10/2023 94434
Gewijzigd bij 26/04/2024 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 1998 tot vaststelling van de regeling omtrent de afwezigheden, de tucht, de administratieve standen, het verlof, de mandaatsbeëindiging, het onderzoek van de lichamelijke geschiktheid en het geneeskundig toezicht voor het academisch personeel bij de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap 18/06/2024 75796
Gewijzigd bij 24/10/2025 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot vaststelling van de regeling omtrent de afwezigheden, de tucht, de administratieve standen, het verlof, de mandaatsbeëindiging, het onderzoek van de lichamelijke geschiktheid en het geneeskundig toezicht voor het academisch personeel bij de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, het besluit van de Vlaamse regering van 24 mei 2002 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool en het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, wat betreft het ouderschapsverlof voor pleegzorg 03/12/2025 90794
Gewijzigd bij 17/07/2026 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van verschillende besluiten van de Vlaamse Regering over het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de organisatie en het personeel in verschillende onderwijsniveaus 26/08/2026 46891
Heft op 27/02/1992 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de regeling omtrent de afwezigheden, de tucht, de administratieve standen, het verlof, de mandaatsbeëindiging, het onderzoek van de lichamelijke geschiktheid en het geneeskundig toezicht voor het assisterend academisch personeel bij de universiteiten 09/05/1992 10578

Inhoud

AFDELING 1 DE TUCHTREGELING (... - ...)

Artikel 1. ( 28/06/2024 - ... )

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 09/11/2018 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering met betrekking tot de universiteiten en hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap 3.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 1998 tot vaststelling van de regeling omtrent de afwezigheden, de tucht, de administratieve standen, het verlof, de mandaatsbeëindiging, het onderzoek van de lichamelijke geschiktheid en het geneeskundig toezicht voor het academisch personeel bij de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap 1.

Inhoud

§ 1. Ten aanzien van het academisch personeel kan het universiteitsbestuur de volgende tuchtstraffen uitspreken:
1° schriftelijke berisping;
2° gehele of gedeeltelijke schorsing van het dienstverband voor bepaalde tijd met gehele of gedeeltelijke in houding van het salaris;
3° terugzetting in graad;
4° ontslag;
5° afzetting.

§ 2. Onverminderd de regels rond het opleggen van tuchtstraffen kan het universiteitsbestuur een lid van het academisch personeel schorsen in het belang van de dienst als een strafrechtelijke vervolging tegen het betreffende lid is ingesteld, als de universiteit na een melding van grensoverschrijdend gedrag formeel een onderzoek heeft opgestart of als het belang van de universiteit dit vordert.

§ 3. Het universiteitsbestuur bepaalt de gronden die kunnen leiden tot een tuchtstraf. Het universiteitsbestuur stelt de tuchtrechtelijke procedure vast. Deze procedure moet ten minste voorzien in een voorafgaandelijke schriftelijke mededeling van de bezwarende gronden, in een voorafgaandelijke hoorplicht en in een mogelijkheid tot beroep. De tuchtregeling mag geen afbreuk doen aan de academische vrijheid.

§ 4. Tevens bepaalt het universiteitsbestuur de voorwaarden waaronder eerder uitgesproken tuchtstraffen uit het personeelsdossier kunnen worden geschrapt.

AFDELING 2 DE ADMINISTRATIEVE STANDEN (... - ...)

Artikel 2. ( 01/07/2025 - ... )

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 15/06/2007 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 1998 tot vaststelling van de regeling omtrent de afwezigheden, de tucht, de administratieve standen, het verlof, de mandaatbeëindiging, het onderzoek van de lichamelijke geschiktheid en het geneeskundig toezicht voor het academisch personeel bij de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap 1.
Gewijzigd bij 09/11/2018 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering met betrekking tot de universiteiten en hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap 4.
Gewijzigd bij 26/02/2021 Besluit van de Vlaamse Regering over de loopbaanonderbreking voor mantelzorg, over de omzetting van lestijden in uren kinderverzorging, over de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36 en over een meelooptraject voor directeur in het basisonderwijs, deeltijds kunstonderwijs, secundair onderwijs, volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding 4.
Gewijzigd bij 31/08/2023 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving over het politiek verlof, over de afwezigheid voor verminderde prestaties, over het opvangverlof en over de herindiensttreding voor de personeelsleden van het onderwijs 5.
Gewijzigd bij 24/10/2025 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot vaststelling van de regeling omtrent de afwezigheden, de tucht, de administratieve standen, het verlof, de mandaatsbeëindiging, het onderzoek van de lichamelijke geschiktheid en het geneeskundig toezicht voor het academisch personeel bij de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, het besluit van de Vlaamse regering van 24 mei 2002 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool en het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, wat betreft het ouderschapsverlof voor pleegzorg 1.

Inhoud

§ 1. De administratieve standen zijn:
1° dienstactiviteit;
2° onderbreking van de ambtsvervulling:
a) gehele of gedeeltelijke onderbreking van de ambtsvervulling met behoud van salaris;
b) gehele of gedeeltelijke onderbreking van de ambtsvervulling met geheel of gedeeltelijk verlies van salaris.

Deze onderbrekingen van de ambtsvervulling worden met dienstactiviteit gelijkgesteld.

§ 2. Dienstactiviteit is de toestand waarbij het academisch personeelslid effectieve prestaties verricht of zich in een hiermee gelijkgestelde toestand bevindt. Elk personeelslid wordt geacht in actieve dienst te zijn, tenzij het, met toepassing van uitdrukkelijke bepalingen, van rechtswege hetzij bij beslissing van het universiteitsbestuur in een andere stand is geplaatst.

Gelijkgestelde toestanden met dienstactiviteit zijn de periodes van gewettigde afwezigheid onverminderd het bepaalde in § 1, jaarlijkse vakantie, het zorgverlof en omstandigheidsverlof.

Onder gewettigde afwezigheid moet worden verstaan:
1° ziekte en ongeval;
2° zwangerschapsverlof;
Deze periodes van afwezigheid moeten gedekt zijn door een geneeskundig getuigschrift.
3° arbeidsongeval.

Het universiteitsbestuur stelt regels vast omtrent de duur van de vakantie en het omstandigheidsverlof en hetgeen daarop betrekking heeft. Het universiteitsbestuur kan regels vastleggen omtrent de duur van het verlof om dwingende redenen en hetgeen daarop betrekking heeft.

§2/1. Het academisch personeelslid heeft ieder jaar recht op vijf dagen zorgverlof. Het universiteitsbestuur neemt hiertoe de nodige uitvoeringsmaatregelen.

Het in het eerste lid vermelde zorgverlof is een verlof voor het personeelslid om persoonlijke zorg of steun te verlenen aan een persoon die met het personeelslid samenwoont, aan de echtgenoot van het personeelslid of de persoon met wie het personeelslid wettelijk samenwoont of aan een bloedverwant van het personeelslid in de eerste graad die om een gezondheidstoestand, al dan niet het gevolg van een ziekte of medische ingreep, behoefte heeft aan aanzienlijke zorg of steun.

§ 3. Het academisch personeelslid heeft recht op loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen, voor de bijstand aan of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid en voor ouderschapsverlof volgens de regeling die opgenomen is in het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen en heeft recht op loopbaanonderbreking voor mantelzorg conform artikel 100ter en 102ter van de wet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof voor pleegouders, conform artikel 217 van de programmawet van 18 juli 2025.

Het universiteitsbestuur neemt hiertoe de nodige uitvoeringsmaatregelen.

§ 4. Behoren tot de stand gehele of gedeeltelijke onderbreking van de ambtsvervulling met behoud van salaris:

Wat het zelfstandig academisch personeel betreft:
1° het sabbatsverlof;
2° de duur van het gastprofessoraat aan een andere universiteit of het bezetten van een leerstoel aan een buitenlandse universiteit;
3° vervullen van wetenschappelijke opdrachten buiten de universiteiten vermeld in artikel II.2 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.

Onder sabbatsverlof wordt verstaan maximaal twee jaar verlof over de gehele carrière voor herbronning.

In het geval de activiteiten bedoeld in sub 2° en 3° bezoldigd worden, dan komen deze bedragen toe aan de universiteit, zo niet is er geen sprake van een onderbreking van de ambtsvervulling maar van een nevenactiviteit.

§ 5. Behoren tot de stand gehele of gedeeltelijke onderbreking van de ambtsvervulling met geheel of gedeeltelijk verlies van salaris:
1° Wat het assisterend academisch personeel betreft:
a) stage- of proefperiodes die een doctor-assistent doorloopt met het oog op een aanstelling in een andere funtie;
b) de periodes van de door het universiteitsbestuur toegestane onderbreking van de ambtsvervulling voor het vervullen van bezoldigde wetenschappelijke opdrachten;
De totale duur van die onderbreking kan ten hoogste twee jaar bedragen indien de wetenschappelijke opdrachten volledig kaderen in het onderzoeksopzet van het doctoraats proefschrift. In de andere gevallen is de duur beperkt tot ten hoogste één jaar.
c) eriodes van schorsing van het mandaat voor het volbrengen van de militieverplichtingen of vervangende burgerdienst;
2° Wat het zelfstandig academisch personeel betreft: de volledige onderbreking van de ambtsvervulling gedurende maximaal twee jaar om persoonlijke redenen;
3° Wat het zelfstandig en assisterend academisch personeel betreft: de periodes van onderbreking van de ambtsvervulling om sociale of familiale redenen. Sechts twee dergelijke onderbrekingen kunnen worden toegestaan en de totale duur ervan kan ten hoogste één jaar bedragen voor het assisterend academisch personeel en ten hoogste twee jaar voor het zelfstandig academisch personeel.

§ 6. Het universiteitsbestuur kan de in artikel 2, §§ 4 en 5, met uitzondering van § 5, 1°, c, bedoelde onderbrekingen van de ambtsvervulling toestaan op verzoek van het personeelslid. Het universiteitsbestuur stelt hiervoor regels vast.

AFDELING 3 DE AMBTS- OF MANDAATSBEËINDIGING (... - ...)

Artikel 3. ( 01/09/2026 - ... )

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 09/11/2018 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering met betrekking tot de universiteiten en hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap 5.
Gewijzigd bij 09/11/2018 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering met betrekking tot de universiteiten en hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap 5.
Gewijzigd bij 17/07/2026 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van verschillende besluiten van de Vlaamse Regering over het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de organisatie en het personeel in verschillende onderwijsniveaus 11.

Inhoud

De volgende omstandigheden geven aanleiding tot ambts- of mandaatsbeëindiging:
1° het vrijwillig ontslag;
2° het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd;
3° verstrijken van de mandaatsperiode zonder verlenging of omdat geen verlenging toegelaten is;
4° bij het ontbreken van een gunstige beoordeling van een academisch personeelslid in tijdelijk dienstverband voor een duur van ten hoogste drie jaar met uitzicht op een vaste benoeming als vermeld in artikel V.28, derde lid, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 en van een docent in het tenure trackstelsel na afloop van de aanstellingstermijn vermeld in artikel V.29 van voormelde codex;
5° het ontslag of de afzetting bij wege van tuchtstraf.
6° beëindiging wegens afwezigheid door ziekte van meer dan 666 werkdagen wanneer de definitieve ongeschiktheid werd vastgesteld door de administratieve gezondheidsdienst op voorstel van het controle orgaan ingesteld krachtens artikel 4;
7° beëindiging wegens afwezigheid door ziekte van meer dan 365 kalenderdagen vanaf de dag dat de betrokkene de leeftijd van 63 jaar heeft bereikt;
8° de beëindiging na een voortdurende onverenigbaarheid als vermeld in artikel V.17/1, derde lid, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
9° het ontslag na evaluatie als vermeld in artikel V.46 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
10° het ontslag om dringende redenen.

De vanaf 1 januari 1994 geregistreerde dagen afwezigheid door ziekte worden meegerekend bij de vaststelling van het totaal aantal ziektedagen.

Artikel 3/1. ( 01/09/2026 - ... )

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/07/2026 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van verschillende besluiten van de Vlaamse Regering over het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de organisatie en het personeel in verschillende onderwijsniveaus 12.

Inhoud

Het universiteitsbestuur kan elk lid van het academisch personeel zonder opzegging om dringende redenen ontslaan. Onder dringende redenen wordt verstaan de ernstige tekortkoming die het voortduren van de aanstelling of benoeming onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Het ontslag mag geen afbreuk doen aan de bescherming van de academische vrijheid van het personeelslid.

Wanneer het universiteitsbestuur kennis heeft van feiten die aanleiding kunnen geven tot een ontslag om dringende redenen van een personeelslid, nodigt het dat personeelslid uit om gehoord te worden. De uitnodiging vermeldt dat het gaat om een procedure in het kader van een mogelijk ontslag om dringende redenen. Het personeelslid wordt binnen vijf werkdagen na de dag van de kennisgeving van de uitnodiging gehoord. Het horen van het personeelslid kan mondeling of schriftelijk uitgeoefend worden. Het personeelslid heeft het recht om mondeling gehoord te worden. Het personeelslid mag zich tijdens het horen laten bijstaan door een persoon naar keuze of kan zich, in geval van gewettigde verhindering, laten vertegenwoordigen door een persoon naar keuze.

Vanaf het moment van de kennisgeving van de uitnodiging om gehoord te worden, wordt het dienstverband van het personeelslid geschorst met behoud van loon.

Binnen drie werkdagen als vermeld in artikel V.1, 3°, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 na het horen van het personeelslid, vermeld in het tweede lid, of na afloop van de termijn om gehoord te worden, brengt het universiteitsbestuur het betrokken personeelslid op de hoogte van de beslissing het personeelslid om dringende redenen te ontslaan. Het universiteitsbestuur brengt het personeelslid op een van de volgende manieren op de hoogte van de ontslagbeslissing:
1° door afgifte van een geschrift aan het personeelslid, dat tekent voor ontvangst;
2° bij aangetekend schrijven;
3° bij deurwaardersexploot.

Binnen drie werkdagen volgend op de dag van de ontslagbeslissing, vermeld in het derde lid, brengt het universiteitsbestuur het personeelslid bij aangetekend schrijven of bij deurwaardersexploot op de hoogte van de dringende redenen die aanleiding geven tot het ontslag.

Het betrokken personeelslid kan binnen zes werkdagen vanaf de eerste werkdag na de kennisgeving van de motivering, vermeld in het vijfde lid, bij een aangetekend schrijven een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij een onafhankelijke beroepsinstantie. De beroepsinstantie spreekt zich uit over de gegrondheid van het ontslag om dringende redenen binnen twintig werkdagen na de ontvangst van het bezwaarschrift. De kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie aan het personeelslid gebeurt bij aangetekend schrijven of bij deurwaardersexploot.

Voor de berekening van de in het zesde lid vermelde beroepstermijn heeft het aangetekend schrijven uitwerking op de derde werkdag na de datum van de verzending.

Het ontslag om dringende redenen heeft uitwerking:
1° wanneer het betrokken personeelslid niet of niet tijdig een bezwaarschrift indient tegen de beslissing om het personeelslid te ontslaan;
2° wanneer de in het zesde lid vermelde beroepsinstantie het ontslag bevestigt.

Wanneer de in het zesde lid vermelde beroepsinstantie het ontslag ongegrond verklaart of wanneer de beroepsinstantie geen uitspraak doet binnen de beroepstermijn eindigt de in het derde lid vermelde schorsing van het dienstverband van het betrokken personeelslid.

Bij een ontslag om dringende redenen van benoemde personeelsleden betaalt het universiteitsbestuur de werkgevers- en werknemersbijdragen die nodig zijn om het betrokken personeelslid in de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering, met inbegrip van de sector uitkeringen en de moederschapsbescherming, op te nemen. De duur van de periode die gedekt is door de betaling van werkgevers- en werknemersbijdragen voor de werkloosheidsverzekering en de ziekteverzekering, met inbegrip van de sector uitkeringen mag de duur van de benoeming van het ontslagen personeelslid niet overschrijden.

AFDELING 4 DE REGELING VAN HET ONDERZOEK NAAR DE LICHAMELIJKE GESCHIKTHEID EN HET GENEESKUNDIG ONDERZOEK (... - ...)

Artikel 4. ( ... - ... )

Het universiteitsbestuur stelt een regeling vast voor het onderzoek van de lichamelijke geschiktheid van en het geneeskundig toezicht op het academisch personeel.

Voor de toepassing van dit artikel en van het artikel 3, 6° en 7° wijst het universiteitsbestuur een "controleorgaan" aan.

AFDELING 5 OPHEFFINGSBEPALINGEN (... - ...)

Artikel 5. ( ... - ... )

(niet opgenomen)

(Heft het besluit van de Vlaamse regering van 27 februari 1992 tot vaststelling van de regeling omtrent de afwezigheden, de tucht, de administratieve standen, het verlof, de mandaatsbeëindiging, het onderzoek van de lichamelijke geschiktheid en het geneeskundig toezicht voor het assisterend academisch personeel bij de universiteiten op)

AFDELING 6 OVERGANGSMAATREGELEN (... - ...)

Artikel 6. ( 01/09/2018 - ... )

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 09/11/2018 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering met betrekking tot de universiteiten en hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap 6.

Inhoud

De beslissingen van het universiteitsbestuur inzake de terbeschikkingstelling van leden van het vast benoemd wetenschappelijk personeel wegens bijzondere opdracht, genomen op grond van de vorige regelgeving, worden geacht een regelmatige onderbreking van de ambtsvervulling te zijn zoals bedoeld in dit besluit.

AFDELING 7 SLOTBEPALINGEN (... - ...)

Artikel 7. ( 01/09/2018 - ... )

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 09/11/2018 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering met betrekking tot de universiteiten en hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap 6.

Inhoud

...

Artikel 8. ( ... - ... )

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1999.

Artikel 9. ( ... - ... )

De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 01/09/2026