Decreet [betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn]

Datum 31/07/1990

Inhoudstafel

  1. [HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN (verv. decr. 2 april 2004, art. 3) ]
  2. HOOFDSTUK II OPRICHTING [... (geschr. decr. 2 april 2004, art. 6) ]
  3. [HOOFDSTUK III MISSIE, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN (ing. decr. 2 april 2004, art. 10) ]
  4. [HOOFDSTUK IV BESTUUR EN WERKING (verv. decr. 2 april 2004, art. 14) ]
    1. [AFDELING 1 KAPITAAL, LENINGEN EN DOTATIES (ing. decr. 2 april 2004, art. 14) ]
    2. [AFDELING 2 BESTUURSORGANEN (verv. decr. 2 april 2004, art. 16) ]
      1. [ONDERAFDELING 1 ALGEMENE VERGADERING (verv. decr. 2 april 2004, art. 17) ]
      2. [ONDERAFDELING 2 RAAD VAN BESTUUR (verv. decr. 2 april 2004, art. 20) ]
      3. [ONDERAFDELING 3 DIRECTEUR-GENERAAL (verv. decr. 2 april 2004, art. 22)][... (opgeh. decr. 26 april 2019, art. 9, I: 4 juli 2019)]
    3. [AFDELING 3 WERKING (verv. decr. 2 april 2004, art. 23) ]
    4. [AFDELING 3bis. CONTINUÏTEIT VAN DE DIENSTVERLENING IN GEVAL VAN STAKING (ing. Decr. 18 mei 2021, art. 2, I: 26 juni 2021)]
    5. [AFDELING 4 FINANCIËLE CONTROLE (verv. decr. 2 april 2004, art. 31) ]
    6. [AFDELING 5 BEGROTING (verv. decr. 2 april 2004, art. 36) ]
  5. [HOOFDSTUK V OPENBAREDIENSTENCONTRACT EN ONDERNEMINGSPLAN (verv. decr. 26 april 2019, art. 56, I: 22 juni 2019)])]
  6. [HOOFDSTUK VI ADMINISTRATIEVE SANCTIES (verv. decr. 26 april 2019, art. 15, I: 4 juli 2019)]]
  7. [HOOFDSTUK VII OVERGANGSBEPALINGEN (verv. decr. 2 april 2004, art. 41) ]
  8. [HOOFDSTUK VIII SLOTBEPALINGEN (verv. decr. 2 april 2004, art. 43, I:15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Inhoud

[HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN (verv. decr. 2 april 2004, art. 3) ]

Artikel 1. (... - ...)

Dit decreet regelt een [gewestaangelegenheid. (verv. decr. 2 april 2004, art. 4, I:15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 1bis. (04/07/2019- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder:
1° het Bestuursdecreet: het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
2° het decreet basisbereikbaarheid: het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid;
3° het Wetboek van Vennootschappen: de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van Vennootschappen;
4° de Maatschappij: de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn;
5° de reisvoorwaarden: de reisvoorwaarden als vermeld in artikel 2, 20°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid;
6° de lijncontroleur: het personeelslid dat gemachtigd is om de overtredingen, vermeld in artikel 44ter, § 1, eerste lid, vast te stellen;
7° het sanctionerend personeelslid: het personeelslid dat de administratieve geldboetes, vermeld in artikel 44ter, § 1, eerste lid, oplegt;
8° werkdagen: elke dag met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen.

HOOFDSTUK II OPRICHTING [... (geschr. decr. 2 april 2004, art. 6) ]

Artikel 2. (01/01/2019- ...)

Er wordt een publiekrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid opgericht onder de naam "Vlaamse Vervoermaatschappij", afgekort "VVM", hierna te noemen "de Maatschappij".

De krachtens het eerste lid opgerichte publiekrechtelijke vereniging wordt zonder onderbreking van de rechtspersoonlijkheid omgevormd tot een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap als bedoeld in artikel III.7 van het Bestuursdecreet, met als benaming Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn, afgekort VVM - De Lijn.

De Vlaamse regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het agentschap behoort.

De Vlaamse regering stelt de statuten van de Maatschappij vast.

Voor de niet bij dit decreet het Bestuursdecreet of bij de statuten geregelde aangelegenheden zijn de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen die betrekking hebben op de naamloze vennootschappen van overeenkomstige toepassing.

Evenwel, de bepalingen van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord en de faillissementswet van 8 augustus 1997 zijn niet op de Maatschappij van toepassing, evenmin als de rechtsregels die betrekking hebben op een toestand van algemene samenloop van schuldeisers. Dit geldt eveneens voor de wetten en rechtsregels die de voormelde wetten of rechtsregels zouden wijzigen, vervangen of opheffen.

Artikel 2bis. (... - ...)

De Maatschappij wordt opgericht voor onbeperkte duur. Zij kan slechts worden ontbonden door een decreet dat de wijze en de voorwaarden van haar vereffening regelt. (ing. decr. 2 april 2004, art. 8, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 2ter. (... - ...)

De vestiging van de zetel van de Maatschappij wordt door de Vlaamse regering bepaald. (ing. decr. 2 april 2004, art. 9, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

[HOOFDSTUK III MISSIE, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN (ing. decr. 2 april 2004, art. 10) ]

Artikel 3. (22/06/2019- ...)

De maatschappij heeft tot doel elke activiteit die rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk verband houdt met het gemeenschappelijk stads- en streekvervoer verricht in het Vlaamse Gewest, vanuit of naar dit Gewest.

De Maatschappij kan binnen haar normale werkingsgebied alle activiteiten opzetten waartoe haar personeel, haar installaties en haar uitrusting kunnen aangewend worden, in zover deze activiteiten verband houden met gemeenschappelijk stads- en streekvervoer, met inbegrip van het opvangen van piekmomenten in de vraag hetzij vervoer te water. 

De Maatschappij organiseert leerlingenvervoer zoals bedoeld in de wet van 15 juli 1983 houdende de oprichting van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer. De opdracht van de Maatschappij omvat het vastleggen van de reisroutes, het vaststellen van de behoeften en het in eigen beheer of via uitbesteding uitvoeren van de busdiensten. 

Artikel 4. (... - ...)

[... (opgeh. decr. 2 april 2004, art. 12, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 5. (... - ...)

[... (opgeh. decr. 2 april 2004, art. 13, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

[HOOFDSTUK IV BESTUUR EN WERKING (verv. decr. 2 april 2004, art. 14) ]

[AFDELING 1 KAPITAAL, LENINGEN EN DOTATIES (ing. decr. 2 april 2004, art. 14) ]

Artikel 6. (... - ...)

§ 1. Het kapitaal van de Maatschappij bedraagt [negenentwintig miljoen driehonderdzevenendertigdui-zend euro. (verv. decr. 2 april 2004, art. 15, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

§ 2. De activa en passiva van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Antwerpen, van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Gent en van het Vlaamse gedeelte van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen worden, na goedkeuring door de respectieve statutaire organen, ingebracht in de Maatschappij tegen verwerving van aandelen.

Artikel 7. (... - ...)

Behoudens de kapitaalsoverdrachten vanuit de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen, de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Antwerpen en de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Gent, kan het kapitaal enkel verhoogd worden bij beslissing van de Vlaamse regering door inschrijving, van natuurlijke of rechtspersonen op ondeelbare aandelen die onmiddellijk volgestort moeten worden.

[Het Vlaamse Gewest is evenwel vrijgesteld van de verplichting tot onmiddellijke volstorting. (verv. decr. 20 december 1996, art. 38, I: 1 januari 1997) ]

Artikel 8. (... - ...)

Het kapitaal dient te allen tijde voor meer dan drie vierde in handen van publiekrechtelijke rechtsper-sonen te blijven.

[Alle aandelen van de Maatschappij zijn op naam. (verv. decr. 18 december 1992, art. 67) ]

(I: art. 8 lid 2: 1 januari 1992; zie art. 70 decr. 18 december 1992)

Artikel 9. (... - ...)

De Maatschappij kan voor het financieren van materiële investeringen, nodig voor de verwezenlijking van haar doel, zonder voorafgaande machtiging, leningen van allerlei aard en overeenkomsten van financieringshuur en van huurkoop aangegaan. [De maatschappij kan daarenboven andere operaties aangaan die tot doel hebben financiële opbrengsten te realiseren. (ing. decr. 22 december 2000, art. 76, I: 1 januari 2001) ]

De Maatschappij informeert de Vlaamse regering volledig over alle beslissingen ter zake, volgens de regels die door de Vlaamse regering worden vastgesteld.

Voor alle andere leningen, die een duurtijd van tien dagen overtreffen, moet een voorafgaande machtiging door de Vlaamse regering worden verleend.

De Vlaamse regering kan aan de leningen de waarborg van het Vlaamse Gewest verlenen.

Artikel 9bis. (01/01/2009- ...)

Voor de door de Maatschappij aanbestede openbare vervoersprojecten die het voorwerp uitmaken van een, al dan niet participatief, publiek-privaat samenwerkingsverband in de zin van het decreet van 18 juli 2003 betreffende de publiek-private samenwerking, en waarbij de opdrachtnemer op basis van een met de Maatschappij afgesloten DBFM-overeenkomst de te ontwerpen, te bouwen, te financieren en te onderhouden infrastructuur voor het openbaar vervoer ter beschikking dient te stellen onder de vorm van een onroerende financieringshuur overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, b, van het BTW-Wetboek, geldt hetgeen volgt :
1° het Vlaamse Gewest gaat, op eerste verzoek van de opdrachtnemer, in een rechtstreeks met die opdrachtnemer af te sluiten overeenkomst, de verbintenis aan om, na beëindiging van de betrokken DBFM-overeenkomst, voor de resterende looptijd van de zakelijke rechten die de opdrachtnemer geniet op de door hem aangelegde infrastructuur, de betrokken infrastructuur verder te bestemmen voor het gemeenschappelijk stads- en streekvervoer binnen het door de Vlaamse Regering goedgekeurde of vastgestelde netmanagement overeenkomstig het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg, waarin de door de Maatschappij te bewerkstelligen vereisten inzake de basismobiliteit worden vastgelegd.
In die gevallen waarin zulke verbintenis door het Vlaamse Gewest is aangegaan, kunnen ingrijpende wijzigingen in de exploitatievorm, zoals omschakeling van elektrische naar niet-elektrische tractie en omgekeerd, niet worden doorgevoerd dan na te zijn goedgekeurd door de minister onder wiens bevoegdheid de Maatschappij ressorteert; en
2° in het geval waarin na de beëindiging van de in 1° bedoelde DBFM-overeenkomst is komen vast te staan dat de Maatschappij geen optie tot overname of tot verdere huur heeft gelicht ten aanzien van de betrokken infrastructuur, duidt de Vlaamse Regering in naam en voor rekening van het Vlaamse Gewest, op eerste verzoek van de opdrachtnemer en in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving en beginselen inzake mededinging, gelijke behandeling en transparantie, een exploitant aan die, voor de resterende looptijd van de zakelijke rechten die de opdrachtnemer geniet op de betrokken infrastructuur, die infrastructuur verder in gebruik neemt, en dit tegen dezelfde voorwaarden als die welke golden op grond van de DBFM-overeenkomst met de Maatschappij;
3° in het geval dat er, overeenkomstig hetgeen is bepaald onder littera 2°, op eerste verzoek van de opdrachtnemer een exploitant wordt aangeduid door de Vlaamse Regering, worden de beschikbaarheidsvergoedingen, die deze exploitant overeenkomstig het bepaalde in littera 2° aan de opdrachtnemer verschuldigd is voor de ingebruikname van de betrokken infrastructuur voor de resterende looptijd van de zakelijke rechten die laatst genoemde op die infrastructuur geniet, op jaarbasis in mindering gebracht van de werkingsmiddelen (dotatie) van de Maatschappij.

Artikel 10. (22/06/2019- ...)

Aan de Maatschappij wordt jaarlijks door het Vlaamse Gewest een compensatie toegewezen ter aanvulling van de eigen inkomsten.

De Maatschappij kan toelagen van provincies en gemeenten ontvangen.

Artikel 11. (... - ...)

De Maatschappij kan schenkingen en legaten aanvaarden. [De raad van bestuur beoordeelt vooraf de opportuniteit en de risico's verbonden aan de aanvaarding. (ing. decr. 2 april 2004, art. 15ter, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

[AFDELING 2 BESTUURSORGANEN (verv. decr. 2 april 2004, art. 16) ]

Artikel 12. (04/07/2019- ...)

De bestuursorganen van de Maatschappij zijn:
1° de algemene vergadering;
2° de raad van bestuur;
3° de directeur-generaal.

Voor zover niet geregeld in dit decreet wordt de bevoegdheid en de werking van deze organen bepaald in de statuten.

[ONDERAFDELING 1 ALGEMENE VERGADERING (verv. decr. 2 april 2004, art. 17) ]

Artikel 13. (... - ...)

De algemene vergadering bestaat uit de eigenaars van de aandelen.

Elk aandeel geeft recht op één stem.

[Artikel 544 van het Wetboek van Vennootschappen (verv. decr. 2 april 2004, art. 18, I : 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ] is niet van toepassing.

De rechtspersonen, eigenaars van aandelen, worden ieder vertegenwoordigd door één speciaal daartoe aangestelde gevolmachtigde.

Artikel 14. (... - ...)

De algemene vergadering keurt de jaarrekening goed en verleent aan de raad van bestuur kwijting voor de uitoefening van zijn mandaat.

[De Maatschappij deelt de goedgekeurde jaarrekening en de kwijting van de raad van bestuur mee aan de Vlaamse regering. De Vlaamse regering deelt de goedgekeurde jaarrekening en de kwijting van de raad van bestuur mee aan het Vlaams Parlement. (ing. decr. 2 april 2004, art. 19, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 14. (04/07/2019- ...)

De algemene vergadering keurt de jaarrekening goed en verleent aan de raad van bestuur kwijting voor de uitoefening van zijn mandaat.

De Maatschappij deelt de goedgekeurde jaarrekening en de kwijting van de leden van de raad van bestuur mee aan de Vlaamse regering. De Vlaamse regering deelt de goedgekeurde jaarrekening en de kwijting van de leden van de raad van bestuur mee aan het Vlaams Parlement.

De statuten kunnen slechts gewijzigd worden door een besluit van de Algemene Vergadering, genomen met een drie vierde (3/4) meerderheid van stemmen en na goedkeuring door de Vlaamse Regering. De statutenwijziging wordt van kracht op het ogenblik van de bekendmaking van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse Regering, met in bijlage de statutenwijziging, in het Belgisch Staatsblad, behoudens indien het in dat goedkeuringsbesluit anders wordt bepaald.

[ONDERAFDELING 2 RAAD VAN BESTUUR (verv. decr. 2 april 2004, art. 20) ]

Artikel 15. (01/01/2019- ...)

§ 1. De raad van bestuur bestaat uit elf leden waaronder de voorzitter en de ondervoorzitter. De leden worden benoemd door de Vlaamse Regering. Twee bestuurders namens de gemeenten worden benoemd in overleg met de representatieve organisatie van de gemeenten en van het Vlaamse Gewest. Eén bestuurder wordt benoemd op voordracht van de representatieve organisaties van werknemers en werkgevers, vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. Vier onafhankelijke bestuurders worden aangesteld conform artikel III.41 en III.42 van het Bestuursdecreet.

§ 2. De bestuurders kunnen, in aanvulling op de bepalingen van artikel III.12 van het Bestuursdecreet, niet terzelfdertijd zijn:
1° provinciegouverneur;
2° lid van de rechterlijke macht;
3° autobus- of autocarexploitant. 

§ 3. Op de in de statuten bepaalde wijze kunnen waarnemers, benoemd door de Vlaamse regering, de vergaderingen van de raad van bestuur bijwonen. De onverenigbaarheden, opgesomd in § 2, zijn op hen van toepassing.

Artikel 16. (... - ...)

De raad van bestuur is de hoogste bestuursinstantie van de Maatschappij. Zij heeft hiertoe de meest uitgebreide bevoegdheid.

[ONDERAFDELING 3 DIRECTEUR-GENERAAL (verv. decr. 2 april 2004, art. 22)][... (opgeh. decr. 26 april 2019, art. 9, I: 4 juli 2019)]

Artikel 17. (04/07/2019- ...)

§ 1. De directeur-generaal wordt benoemd door de Vlaamse regering, die hem of haar kan schorsen of afzetten. 

De directeur-generaal worden jaarlijks geëvalueerd. Aan de hand van een evaluatierapport opgesteld door een door hem aangewezen extern bureau, formuleert de Raad van Bestuur hiertoe een voorstel tot evaluatie dat hij bezorgt aan de Vlaamse regering. De regering hecht binnen dertig kalenderdagen al dan niet haar goedkeuring aan dit voorstel.

Telkens de mandaatperiode voor de directeur-generaal verstrijkt, wordt de evaluatie doorgevoerd door de Vlaamse regering. De Vlaamse regering kan de Raad van Bestuur en een extern bureau hierover om advies vragen.

§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de modaliteiten van de aanwerving, de herbenoeming, de beëindiging, de voortijdige beëindiging en de evaluatie van het mandaat.

De bezoldigingsregeling van de directeur-generaal wordt vastgelegd door de Vlaamse regering. 

Artikel 18. (04/07/2019- ...)

§ 1. De directeur-generaal voert de beslissingen genomen door de raad van bestuur uit en heeft de dagelijkse leiding van de Maatschappij.

Hij woont van rechtswege de vergaderingen van de raad van bestuur en van de algemene vergadering bij met adviserende stem.

§ 2. ...

[AFDELING 3 WERKING (verv. decr. 2 april 2004, art. 23) ]

Artikel 19. (04/07/2019- ...)

...

Artikel 20. (... - ...)

[... (opgeh. decr. 2 april 2004, art. 25, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 21. (... - ...)

[... (opgeh. decr. 2 april 2004, art. 26, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 22. (... - ...)

[Er (verv. decr. 2 april 2004, art. 27, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ] wordt een raad van advies opgericht, [waarvan het aantal leden (verv. decr. 2 april 2004, art. 27, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ] en de samenstelling wordt bepaald door de [raad van bestuur, (verv. decr. 2 april 2004, art. 27, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ] die de leden ervan benoemt. Deze bespreekt alle vraagstukken met betrekking tot de aangeboden diensten [van de maatschappij. (verv. decr. 2 april 2004, art. 27, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 23. (04/07/2019- ...)

De raad van bestuur kan voorzien in de oprichting van een directiecomité waaraan de raad van bestuur zijn bevoegdheden kan delegeren. Die bevoegdheden mogen evenwel niet betrekking hebben op het algemene beleid van de onderneming, de controle op het directiecomité en de bevoegdheden die door de wetten specifiek zijn voorbehouden aan de raad van bestuur.

De directeur-generaal maakt van rechtswege deel uit van het directiecomité.

De leden van het directiecomité, de directeur-generaal uitgezonderd, worden aangesteld en ontslagen door de raad van bestuur.

Artikel 24. (22/06/2019- ...)

...

Artikel 25. (... - ...)

[... (opgeh. decr. 2 april 2004, art. 29, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 26. (22/06/2019- ...)

De toeslagen voor reizigers die geen geldig vervoerbewijs kunnen tonen, worden vastgesteld door de Vlaamse regering.

Artikel 27. (... - ...)

[Onverminderd de bepalingen van artikel 17, stelt de Raad van Bestuur het administratief en geldelijk statuut van het personeel alsmede de personeelsformatie van de maatschappij vast. (verv. decr. 18 mei 1999, art. 11, I: 10 oktober 1999) ]

Artikel 28. (04/07/2019- ...)

§ 1. De raad van bestuur benoemt, bevordert en ontslaat de personeelsleden van het hoogste niveau in de Maatschappij, op voorstel van de directeur-generaal.

§ 2. De directeur-generaal is bevoegd voor de personeelszaken, mits de regels vastgelegd door de raad van bestuur worden geëerbiedigd, en met uitzondering van de bevoegdheden toegewezen in § 1 van dit artikel.

§ 3. ... 

Artikel 29. (... - ...)

De Maatschappij wordt met het Gewest gelijkgesteld voor de toepassing van de wetten en de decreten betreffende de directe en indirecte belastingen ten bate van het Gewest.

Aan de Maatschappij kan door de provincies en de gemeenten geen enkele retributie uit hoofde van de verleende concessies en vergunningen worden opgelegd.

Artikel 30. (... - ...)

De Maatschappij neemt de rechten en verplichtingen over van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen voor het gedeelte door de Staat overgedragen aan het Vlaamse Gewest, van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Antwerpen en van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Gent, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortkomen uit hangende en toekomstige gerechtelijke procedures.

Artikel 31. (... - ...)

De Maatschappij kan, mits machtiging door de Vlaamse regering, overgaan tot onteigening te algeme-nen nutte van onroerende goederen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van het maatschappelijk doel.

Artikel 32. (... - ...)

De Vlaamse regering kan aan de Maatschappij machtiging geven om werken uit te voeren, die nood-zakelijk zijn voor de aanleg en exploitatie van haar installaties, op of onder de onroerende goederen die behoren tot het openbaar en het privaat domein van de Gemeenschap, het Gewest, de provincies, de gemeenten evenals van de instellingen die ervan afhangen.

Aan deze machtiging kan de Vlaamse regering voorwaarden verbinden.

[AFDELING 3bis. CONTINUÏTEIT VAN DE DIENSTVERLENING IN GEVAL VAN STAKING (ing. Decr. 18 mei 2021, art. 2, I: 26 juni 2021)]

Artikel 32bis. (26/06/2021- ...)

Bij stakingen die worden ingeleid in het kader van de procedure van aanzegging en overleg naar aanleiding van sociale conflicten overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomsten die gesloten zijn binnen het bevoegde paritair comité, wordt een minimumtermijn van acht werkdagen gerespecteerd tussen de indiening van de stakingsaanzegging en het begin van de staking.

Artikel 32ter. (26/06/2021- ...)

§ 1. Dit artikel is van toepassing op stakingen die worden ingeleid conform artikel 32bis.

In dit artikel wordt verstaan onder stakingsdag: elke periode van vierentwintig uur vanaf het uur van het begin van de staking, zoals dat vermeld wordt in de stakingsaanzegging.

§ 2. De raad van bestuur bepaalt, na advies van de ondernemingsraad, welke operationele beroepscategorieën hij essentieel acht om bij een staking een aangepast vervoersaanbod aan de gebruikers te verstrekken.

De ondernemingsraad geeft het advies, vermeld in het eerste lid, binnen dertig dagen na de dag waarop hij de adviesvraag van de raad van bestuur heeft ontvangen.

De raad van bestuur bepaalt de vervoersplannen op basis waarvan bij een staking een aangepast vervoersaanbod aan de gebruikers kan worden verstrekt.

De raad van bestuur evalueert regelmatig de vervoersplannen, vermeld in het derde lid, om de werking ervan in de praktijk te verbeteren.

De Maatschappij doet een beroep op de personeelsleden van de beroepscategorieën, vermeld in het eerste lid, die niet deelnemen aan de staking, om het aangepaste vervoersaanbod te organiseren.

§ 3. Tenzij er een behoorlijk bewezen geldige reden is, delen de personeelsleden van de beroepscategorieën, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, uiterlijk tweeënzeventig uur vóór het begin van de stakingsdag definitief mee dat ze aan de stakingsdag deelnemen.

De intentieverklaring, vermeld in het eerste en derde lid, is alleen van toepassing op de personeelsleden van de beroepscategorieën, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, van wie de aanwezigheid op de bepaalde stakingsdag wordt verwacht.

Bij een staking van verschillende dagen waarop dezelfde aanzegging betrekking heeft, delen de personeelsleden van de beroepscategorieën, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, uiterlijk tweeënzeventig uur vóór de eerste stakingsdag waarop hun aanwezigheid verwacht wordt en voor elke stakingsdag waarop hun aanwezigheid verwacht wordt hun intentieverklaring mee dat ze aan de staking deelnemen. Die personeelsleden kunnen hun verklaring tot uiterlijk achtenveertig uur vóór elke stakingsdag intrekken, met uitzondering van de eerste dag, als ze tijdens die stakingsdag willen werken. De personeelsleden die eerst niet deelnemen, maar die alsnog aan de lopende staking willen deelnemen, delen hun intentieverklaring tot uiterlijk tweeënzeventig uur vóór elke stakingsdag mee.

Na advies van de ondernemingsraad bepaalt de raad van bestuur de concrete nadere regels om de intentieverklaringen, vermeld in het eerste en derde lid, mee te delen. De intentieverklaringen worden vertrouwelijk behandeld. Het enige doel ervan is de dienst te organiseren op basis van de beschikbare personeelsleden op de stakingsdag.

De ondernemingsraad geeft het advies, vermeld in het vierde lid, binnen dertig dagen na de dag waarop hij de adviesvraag van de raad van bestuur heeft ontvangen.

Tenzij er een behoorlijk bewezen geldige reden is, gelden voor de personeelsleden van een van de beroepscategorieën, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, die hun intentie niet hebben meegedeeld om aan de stakingsdag deel te nemen, sancties conform de toepasselijke regelgeving als ze zich niet aandienen op hun arbeidsplaats.

Tenzij er een behoorlijk bewezen geldige reden is, gelden voor de personeelsleden van een van de beroepscategorieën, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, die hun intentie hebben meegedeeld om aan de stakingsdag deel te nemen, sancties conform de toepasselijke regelgeving als ze die verklaring niet naleven.

Voor de personeelsleden van een van de beroepscategorieën, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, die zich op hun arbeidsplaats aandienen, maar die geen toestemming krijgen om hun dienst uit te voeren, omdat ze hun intentie om te staken hebben meegedeeld conform deze paragraaf, gelden sancties conform de toepasselijke regelgeving. De toestemming om hun dienst uit te voeren kan worden verleend als dat alsnog nodig zou blijken om het aangepast vervoersaanbod te kunnen realiseren.

§ 4. Er wordt alleen in een aangepast vervoersaanbod volgens een van de vervoersplannen, vermeld in paragraaf 2, derde lid, voorzien als de Maatschappij over een voldoende aantal personeelsleden in elk van de beroepscategorieën, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, beschikt.

De directeur-generaal geeft op basis van de intentieverklaringen, vermeld in paragraaf 3, de opdracht om het aangepaste vervoersplan tijdens de stakingsdag uit te voeren.

De directeur-generaal kan een plaatsvervanger aanwijzen om de bevoegdheid, vermeld in het tweede lid, uit te oefenen als hij afwezig of verhinderd is.

De Maatschappij deelt de voorwaarden van het aangepaste vervoersplan op een duidelijke manier mee aan de gebruikers uiterlijk vierentwintig uur voor het begin van de stakingsdag.

§ 5. De personeelsleden stellen geen handelingen die ertoe leiden dat het vervoersaanbod niet in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel kan worden uitgevoerd:
1° zij blokkeren de toegang tot de arbeidsplaats voor de personeelsleden die willen werken niet;
2° zij gebruiken geen fysiek of materieel geweld, van welke aard ook, tegen de personeelsleden die willen werken of tegen de gebruikers;
3° zij verhinderen het gebruik van de werkmiddelen en de infrastructuur niet.

[AFDELING 4 FINANCIËLE CONTROLE (verv. decr. 2 april 2004, art. 31) ]

Artikel 33. (... - ...)

[... (opgeh. decr. 2 april 2004, art. 32, I:15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 34. (... - ...)

[... (opgeh. decr. 2 april 2004, art. 32, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 35. (... - ...)

De controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekening, wordt aan een [commissaris (verv. decr. 2 april 2004, art. 33, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ] opgedragen. Deze wordt benoemd door de algemene vergadering uit de leden van het Instituut der Bedrijfsrevisoren.

Artikel 36. (... - ...)

[... (opgeh. decr. 2 april 2004, art. 34, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 37. (... - ...)

[... (opgeh. decr. 2 april 2004, art. 35, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

[AFDELING 5 BEGROTING (verv. decr. 2 april 2004, art. 36) ]

Artikel 38. (22/06/2019- ...)

De Maatschappij stelt jaarlijks een investerings- en een exploitatiebegroting op.

Deze worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse regering.

Het ontwerp van begroting en het openbaredienstencontract worden toegevoegd aan het ontwerp van decreet houdende de begroting van de Vlaamse Gemeenschap.

Artikel 39. (... - ...)

§ 1. De Vlaamse regering waakt erover dat de Maatschappij haar ontvangsten en uitgaven in overeenstemming brengt met het economische, sociale en financiële beleid van het Vlaamse Gewest.

Te dien einde worden de begrotingen van de Maatschappij bij de Vlaamse regering aanhangig gemaakt, onder de voorwaarden die deze bepaalt, hetzij om, vóór de goedkeuring, de algemene inhoud ervan vast te leggen, hetzij om richtlijnen vast te stellen voor de uitvoering.

De Maatschappij zal, met het oog op dit onderzoek, uitgenodigd worden haar activiteitsvooruitzichten voor te stellen alsmede de hiermede verbonden budgettaire gevolgen voor een periode van verschillende jaren.

De Vlaamse regering neemt periodiek kennis van het verslag betreffende de uitvoering van deze begrotingen.

§ 2. De Vlaamse regering stelt de datum vast waarop de ontwerpen van begrotingen worden opgemaakt.

Artikel 40. (... - ...)

Indien op de eerste dag van het begrotingsjaar geen goedkeuring is gegeven, belet zulks niet de aan-wending van kredieten, die op de ontwerpen van begroting zijn ingeschreven, tenzij het principieel nieuwe uitgaven betreft, waartoe geen machtiging is verleend bij de begrotingen van het vorig jaar.

Artikel 41. (... - ...)

Overdracht en overschrijding van de limitatieve kredieten uitgetrokken op de begrotingen moeten, vóór enige tenuitvoerlegging, worden toegestaan door de Vlaamse regering of haar commissarissen.

Zo de kredietoverschrijdingen een hogere financiële bijdrage kunnen medebrengen dan in de gemeenschapsbegroting voorzien is, moeten zij vooraf door de aanneming van een overeenstemmend krediet in de gemeenschapsbegroting worden goedgekeurd.

Artikel 42. (22/06/2019- ...)

De elementen en de wijze van rapportering door de Maatschappij over haar werkzaamheden wordt vastgelegd in het openbaredienstencontract, vermeld in artikel 44bis.

Artikel 43. (... - ...)

De Vlaamse regering kan het voeren van een boekhouding van de vastgelegde [kosten en opbrengsten (verv. decr. 2 april 2004, art. 38, I:15 maart 2006. zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ] voorschrijven. Zij stelt de regeling daarvan vast, eventueel met inachtneming van de eigen behoeften van de Maatschappij.

Artikel 44. (... - ...)

De Vlaamse regering kan de algemene en bijzondere regelen bepalen betreffende:

1° vorm en inhoud van de begrotingen;

2° de overlegging van de rekeningen;

3° de periodieke toestandsopgaven en verslagen.

De boekhouding wordt volgens handelsmethodes gevoerd.

De Maatschappij regelt, met de goedkeuring van de Vlaamse regering:

1° de vaststelling van de aanwending van de winsten;

2° de wijze van schatting van de bestanddelen van het vermogen;

3° de wijze van berekening en de vaststelling van het [bedrag: (verv. decr. 2 april 2004, art. 39, I:15 maart 2006. zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

a) van de afschrijvingen;

b) van de reserves en andere [voorzieningen (verv. decr. 2 april 2004, art. 39, I: 15 maart 2006. zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ] die noodzakelijk zijn wegens de aard van de werkzaamheden.

[HOOFDSTUK V OPENBAREDIENSTENCONTRACT EN ONDERNEMINGSPLAN (verv. decr. 26 april 2019, art. 56, I: 22 juni 2019)])]

Artikel 44bis. (22/06/2019- ...)

De raad van bestuur van de Maatschappij stelt, in samenspraak met de Vlaamse Regering, jaarlijks een ondernemingsplan vast conform artikel III.61, § 2, van het Bestuursdecreet. Jaarlijks wordt een rapport opgesteld over de uitvoering van het ondernemingsplan conform artikel III.62 van het Bestuursdecreet.

Tussen de Vlaamse Regering en de Maatschappij wordt na onderhandeling een openbaredienstencontract gesloten.

[HOOFDSTUK VI ADMINISTRATIEVE SANCTIES (verv. decr. 26 april 2019, art. 15, I: 4 juli 2019)]]

Artikel 44ter. (04/07/2019- ...)

§ 1. Aan elke persoon die
1° een overtreding begaat die is vastgesteld in de reisvoorwaarden als bedoeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid en die op het ogenblik waarop de feiten worden gepleegd veertien jaar is, of;
2° niet beschikt over een geldig vervoerbewijs en die op het ogenblik van de feiten twaalf jaar is;
kan een administratieve geldboete van maximum 300 of 500 euro worden opgelegd naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is.

De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast over de administratieve kosten van de administratieve sanctieprocedure, de wijze van inning en invordering van de administratieve geldboetes en over de termijnen waarover de overtreder beschikt.

De Vlaamse Regering kan het niet bijhebben van een geldig vervoerbewijs alsmede de feiten en handelingen die overlast veroorzaken op en rond het voertuig, de dienstverlening verstoren of kunnen verstoren, of gevaar veroorzaken aanduiden als overtredingen op de reisvoorwaarden. Hiertoe duidt de Vlaamse Regering de reisvoorwaarden aan waarvan de overtreding aanleiding geeft tot het opleggen van een administratieve geldboete.

De ouders of andere personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige worden weerlegbaar vermoed een overtreding te begaan, wanneer minderjarigen, vanaf de leeftijd van zes jaar en tot twaalf jaar, niet beschikken over een geldig vervoerbewijs.

De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om, binnen de grenzen, vermeld in het eerste lid, het boetebedrag te bepalen.

§ 2. Als de overtreding, vermeld in de reisvoorwaarden, plaatsvindt door middel van een voertuig, wordt de houder van de nummerplaat weerlegbaar vermoed de overtreder van de reisvoorwaarden te zijn.

Artikel 44quater. (04/07/2019- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van aanstelling van de lijncontroleurs en de sanctionerende personeelsleden.

De lijncontroleurs hebben de hoedanigheid van agent van gerechtelijke politie. Die personeelsleden leggen voorafgaand aan de uitoefening van hun functie de eed af conform artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie.

De lijncontroleurs kunnen, met het oog op de vaststelling van overtredingen op de reisvoorwaarden, ten aanzien van reizigers en derden, de volgende maatregelen nemen:
1° zij zijn gemachtigd om vervoerbewijzen of verminderingskaarten in beslag te nemen;
2° zij mogen inlichtingen inwinnen en controle uitoefenen door het ondervragen van personen en het inzage nemen van documenten en andere informatiedragers;
3° zij mogen de betrokkenen om hun identiteitskaart vragen. Zij mogen degene die weigert zijn identiteitskaart te tonen of die er geen in zijn bezit heeft, tegenhouden tot de komst van de politie.

De Vlaamse Regering kan bijkomende maatregelen bepalen die de lijncontroleurs ten aanzien van het publiek en de reizigers mogen nemen met het oog op de vaststelling van inbreuken op de reisvoorwaarden.

Het sanctionerend personeelslid vervult zijn ambt in onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Hij kan niet tegelijkertijd de hoedanigheid van lijncontroleur hebben. De Vlaamse Regering kan de vereiste garanties voor onafhankelijkheid en onpartijdigheid preciseren.

Artikel 44quinquies. (04/07/2019- ...)

§ 1. De lijncontroleur stelt de overtredingen van de reisvoorwaarden vast bij proces-verbaal met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. De lijncontroleur brengt, als dat mogelijk is, de overtreder ter plaatse ervan op de hoogte dat hij de administratieve sanctieprocedure voor het opleggen van een administratieve geldboete zal inleiden.

§ 2. Op verzoek van de meerderjarige overtreder kan de lijncontroleur de geldboete, of een gedeelte daarvan, onmiddellijk innen. Het bedrag dat onmiddellijk wordt geïnd, is het basisbedrag van de geldboete voor de overtreding in kwestie, of een gedeelte daarvan. Betaling van de geldboete of een deel ervan, ontneemt de overtreder niet het recht om een administratief of gerechtelijk beroep in te stellen tegen het opleggen van het basisbedrag van de geldboete.

De lijncontroleur bezorgt zijn proces-verbaal aan een sanctionerend personeelslid.

Artikel 44sexies. (04/07/2019- ...)

Op het proces-verbaal, vermeld in artikel 44quinquies, § 1, wordt de identiteit van de lijncontroleur niet vermeld. Dat proces-verbaal vermeldt wel de individuele personeelscode van de lijncontroleur.

Als de overtreder de geldboete met verweermiddelen betwist en in dat kader vraagt om de bekendmaking van de identiteit van de lijncontroleur, worden de naam en het kantooradres van de lijncontroleur aan de overtreder bekendgemaakt. De overtreder bewaart de vertrouwelijkheid van die gegevens ten aanzien van derden.

Artikel 44septies. (04/07/2019- ...)

Het sanctionerend personeelslid zendt een afschrift van het proces-verbaal binnen vijftien werkdagen na de vaststelling van de overtreding naar de overtreder. De Vlaamse Regering stelt de wijze van kennisgeving van het proces-verbaal vast.

Het proces-verbaal gaat vergezeld van een voorstel van beslissing van het sanctionerend personeelslid om de geldboete op te leggen. Als de overtreder de geldboete onmiddellijk aan de lijncontroleur heeft betaald als vermeld in artikel 44quinquies, § 2, bezorgt het sanctionerend personeelslid alleen een voorstel van beslissing als de overtreder maar een gedeelte van het basisbedrag van de geldboete heeft betaald, of, als hij zich in staat van herhaling bevindt, het basisbedrag van de geldboete, of een gedeelte daarvan, heeft betaald. In dat geval legt het sanctionerend personeelslid een bijkomend boetebedrag op, dat gelijk is aan het verschil tussen het bedrag dat al is betaald en het totale verschuldigde boetebedrag.

De overtreder beschikt over dertig dagen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal om ofwel de geldboete of het openstaande saldo te betalen, ofwel schriftelijk of met een e-mail zijn verweermiddelen te formuleren tegen het voorstel van beslissing, vermeld in het tweede lid.

Artikel 44octies. (04/07/2019- ...)

§ 1. Als de overtreder binnen de termijn, vermeld in artikel 44septies, derde lid, de geldboete betaalt of geen verweermiddelen formuleert, wordt het voorstel van beslissing van rechtswege omgezet in een definitieve beslissing bij het verstrijken van die termijn.

§ 2. Als de overtreder tijdig verweermiddelen formuleert tegen het voorstel van beslissing, neemt het sanctionerend personeelslid binnen drie maanden na de ontvangst van het schriftelijk verweer een definitieve beslissing over de administratieve geldboete.

Op straffe van onontvankelijkheid kan de overtreder binnen de dertig dagen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal en het voorstel van beslissing in zijn verweer verzoeken om mondeling gehoord te worden. In voorkomend geval hoort het sanctionerend personeelslid de overtreder mondeling, vooraleer een definitieve beslissing te nemen over de administratieve geldboete, waarna binnen drie maanden na de hoorzitting een definitieve beslissing wordt genomen over de administratieve geldboete.

Artikel 44novies. (04/07/2019- ...)

Voor minderjarige overtreders gelden, in afwijking van artikel 44septies en 44octies, de volgende procedurevoorschriften:
1° het sanctionerend personeelslid zendt een afschrift van het proces-verbaal samen met een voorstel tot beslissing naar de overtreder binnen vijftien werkdagen na de vaststelling van de overtreding. De Vlaamse Regering stelt de wijze van kennisgeving van het proces-verbaal vast;
2° het proces-verbaal vermeldt het recht van de minderjarige overtreder om zich te laten bijstaan door een advocaat, zijn vader, moeder, voogd of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben;
3° de minderjarige overtreder beschikt over dertig dagen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal om ofwel de geldboete te betalen, ofwel schriftelijk of met een e-mail zijn verweermiddelen te formuleren tegen het voorstel van beslissing, vermeld in punt 1° ;
4° op straffe van onontvankelijkheid kan de minderjarige overtreder binnen de dertig dagen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal en het voorstel van beslissing in zijn verweer verzoeken om mondeling gehoord te worden. In voorkomend geval hoort het sanctionerend personeelslid de minderjarige overtreder. De minderjarige overtreder heeft het recht om zich voor de hoorzitting te laten bijstaan door zijn advocaat, en door zijn vader, moeder en voogden of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben;
5° als de geldboete binnen de termijn, vermeld in punt 3°, wordt betaald of geen verweermiddelen worden geformuleerd, wordt het voorstel van beslissing van rechtswege omgezet in een definitieve beslissing bij het verstrijken van die termijn;
6° als de minderjarige overtreder tijdig verweermiddelen formuleert tegen het voorstel van beslissing, en in voorkomend geval na de overtreder mondeling te hebben gehoord, neemt het sanctionerend personeelslid binnen drie maanden na het schriftelijk verweer, of binnen drie maanden na de hoorzitting, een definitieve beslissing over de administratieve geldboete.

De vader, moeder en voogden of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben, worden op dezelfde wijze, vermeld in het eerste lid, op de hoogte gebracht van elk proces-verbaal en van elke schriftelijke mededeling of beslissing. Ze beschikken ook over het recht op verweer, vermeld in het eerste lid, 3°. Ze worden op verzoek als vermeld in het eerste lid, 4°, door het sanctionerend personeelslid gehoord.

De vader, moeder en eventueel andere personen die het ouderlijk gezag over de minderjarige uitoefenen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor het betalen van de administratieve geldboete die aan de minderjarige wordt opgelegd.

Artikel 44decies. (04/07/2019- ...)

§ 1. De minderjarige overtreder kan binnen zestig dagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing met een kosteloos verzoekschrift een beroep instellen tegen de administratieve geldboete bij de jeugdrechtbank.

Als het voorstel van beslissing conform artikel 44novies, eerste lid, 5°, van rechtswege in een definitieve beslissing wordt omgezet, gaat de termijn, vermeld in het eerste lid, in op de dag dat het voorstel van beslissing van rechtswege wordt omgezet in een definitieve beslissing.

De jeugdrechtbank blijft bevoegd als de overtreder op het moment van de uitspraak meerderjarig is geworden.

Het beroep, vermeld in het eerste lid, kan ook worden ingesteld door de vader en moeder, voogden of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben.

§ 2. De jeugdrechtbank beslist in het kader van een tegensprekelijk debat over de beroepen, vermeld in paragraaf 1. De Lijn kan tussenkomen in het tegensprekelijk debat en wordt als een procespartij beschouwd. De Lijn kan bij algemene volmacht vertegenwoordigd worden.

De jeugdrechtbank oordeelt over de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde boete.

De jeugdrechtbank kan de beslissing over de administratieve geldboete ofwel bevestigen, ofwel herzien.

De jeugdrechtbank kan, als een beroep tegen de administratieve geldboete aan haar ter behandeling wordt voorgelegd, in de plaats daarvan de sancties opleggen als vermeld in het artikel 29 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade bevelen. In dat geval is artikel 60 van de wet van 8 april 1965 van toepassing.

De beslissing van de jeugdrechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep. Als de jeugdrechtbank echter beslist om de administratieve geldboete te vervangen door een van de sancties als vermeld in het artikel 29 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, is haar beslissing wel vatbaar voor hoger beroep. In dat geval zijn de procedures, vermeld in hoofdstuk 4 van de wet van 8 april 1965, van toepassing.

§ 3. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 en 2, en hoofdstuk 4 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de jeugdrechtbank.

Artikel 44undecies. (04/07/2019- ...)

De administratieve geldboetes verjaren na verloop van vijf jaar vanaf de datum waarop ze moeten worden betaald. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2244 tot en met artikel 2250 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 44duodecies. (04/07/2019- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden de lijncontroleur bij de vaststelling van een overtreding aan de overtreder een vervoersbewijs geeft.

[HOOFDSTUK VII OVERGANGSBEPALINGEN (verv. decr. 2 april 2004, art. 41) ]

Artikel 45. (... - ...)

§ 1. De personeelsleden van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Antwerpen en van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Gent alsook de overgedragen personeelsleden van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen, gaan over naar de Maatschappij met hun rechten en verplichtingen, met hun graad en in hun hoedanigheid. Zij behouden tenminste de bezoldiging en de anciënniteit, de toelagen en de vergoedingen, die zij hadden of zouden verkregen hebben indien zij in hun Maatschappij van herkomst het ambt hadden blijven uitoefenen dat zij bij hun overgang bekleedden.

[... (opgeh. decr. 2 april 2004, art. 42, I:15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

§ 2. [... (opgeh. decr. 2 april 2004, art. 42, I: 15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

§ 3. [... (opgeh. decr. 2 april 2004, art. 42, I:15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 46. (... - ...)

[... (opgeh. decr. 18 december 1992, art. 69, I : 8 januari 1993) ]

[HOOFDSTUK VIII SLOTBEPALINGEN (verv. decr. 2 april 2004, art. 43, I:15 maart 2006. Zie B.V.R. 10 maart 2006, B.S., 4 april 2006) ]

Artikel 46bis. (01/01/2019- ...)

§ 1. ...

§ 2. De Vlaamse regering kan de bepalingen van de decreten betreffende de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn coördineren, alsook de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.

Te dien einde kan zij:
1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
2° de verwijzigen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen;
4° de verwijzingen naar de in de coördinatie opgenomen bepalingen die in andere niet in de coördinatie opgenomen bepalingen voorkomen, naar de vorm aanpassen.

De coördinatie treedt pas in werking nadat zij bij decreet is bekrachtigd.

Artikel 46ter. (01/01/2020- ...)

...

Artikel 47. (... - ...)

Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse regering vast te stellen datum.

(I: 1 januari 1991; zie B.V.R. 17 oktober 1990, B.S., 7 december 1990)