Decreet jachtdecreet

Datum 24/07/1991

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
  2. HOOFDSTUK II JACHTTIJDEN
  3. HOOFDSTUK III HOUDER VAN HET JACHTRECHT JACHTTERREINEN
  4. HOOFDSTUK IV HET JACHTVERLOF
  5. HOOFDSTUK V DE JACHTMIDDELEN
  6. HOOFDSTUK VI BESTRIJDING VAN WILD
  7. HOOFDSTUK VII WILDSCHADE
  8. HOOFDSTUK VIII VERVOER EN HANDEL IN WILD
  9. HOOFDSTUK IX HET TOEZICHT
  10. [HOOFDSTUK IX/1 HET JACHTFONDS (ing. decr. 30 juni 2017, art. 11, I: 1 juli 2017)]
  11. HOOFDSTUK X BIJZONDERE BEPALINGEN
  12. HOOFDSTUK XI ALGEMENE STRAFBEPALINGEN
  13. HOOFDSTUK XII WIJZIGINGS- EN OPHEFFINGSBEPALINGEN
  14. HOOFDSTUK XIII SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

Inhoud

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. (... - ...)

Dit decreet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet.

(lees: artikel 39 van de gecoördineerde Grondwet)

Artikel 2. (... - ...)

Dit decreet beoogt het verstandig gebruik van wildsoorten en hun leefgebieden.

De jachtdaad is de handeling waarbij het wild gedood of gevangen wordt, alsmede de handeling waarbij dat wild met dat doel opgespoord en achtervolgd wordt. In dit decreet wordt het woord jagen gebruikt in de betekenis van het stellen van een jachtdaad.

Artikel 3. (... - ...)

Dit decreet verstaat onder wild alle dieren die behoren tot de in dit artikel bepaalde soorten.

Het wild wordt in de volgende categorieën gerangschikt:

a) Grof wild: edelherten (Cervus elaphus), reeën (Capreolus capreolus), damherten (Dama dama), moeflons (Ovis musimon), wilde zwijnen (Sus scrofa);

b) Klein wild: hazen (Lepus europaeus), fazanten (Phasianus colchicus), korhoenders (Lyrurus tetrix), patrijzen (Perdix perdix);

c) Waterwild: wilde eenden (Anas platyrhynchus), krakeenden (Anas strepera), slobeenden (Anas clypeata), kuifeenden (Aythya fuligula), tafeleenden (Aythya ferina), pijlstaarten (Anas acuta), wintertalingen (Anas crecca), smienten (Anas penelope), grauwe ganzen (Anser anser), rietganzen (Anser fabalis), watersnippen (Gallinago gallinago), meerkoeten (Fulica atra), toppereenden (Aythya marila), kolganzen (Anser albifrons), kleine rietganzen (Anser brachyrhynchus), Canadaganzen (Branta canadensis), waterhoenen (Gallinula chloropus), kieviten (Vanellus vanellus), zomertalingen (Anas querquedula), bokjes (Lymnocryptes minimus), goudplevieren (Pluvialis apricaria);

d) Overig wild: houtduiven (Columba palumbus), konijnen (Oryctolagus cuniculus), vossen (Vulpes vulpes), verwilderde katten (Felis catus), bunzings (Putorius putorius), hermelijnen (Mustela erminea), wezels (Mustela nivalis), boommarters (Martes martes), steenmarters (Martes foina).

HOOFDSTUK II JACHTTIJDEN

Artikel 4. (30/07/2015- ...)

De Vlaamse regering bepaalt, na advies van de MiNa-Raad, voor het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Vlaamse Gewest, voor elke categorie, soort, type of geslacht van wild en voor elke jachtwijze de data van opening en van de sluiting van de jacht.

De Vlaamse Regering kan bepalen dat ten aanzien van bepaalde wildsoorten bijzondere jacht kan worden uitgeoefend in de gevallen waarbij dat noodzakelijk is één of meerdere van de volgende gevallen:
1° ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
2° ter voorkoming van belangrijke schade aan andere goederen in eigendom of gebruik;
3° ter bescherming van de wilde fauna of flora, of ter instandhouding van de natuurlijke habitats;
4° voor de veiligheid van het luchtverkeer.

Ten aanzien van de vogelsoorten vermeld in artikel 3 bestaat de mogelijkheid voor het uitoefenen van bijzondere jacht niet voor het geval vermeld in punt 2° van het tweede lid.

Bijzondere jacht als vermeld in het tweede lid kan worden uitgeoefend als de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° er mag geen andere bevredigende oplossing bestaan;
2° er mag geen afbreuk worden gedaan aan het streefdoel om de populaties van de soort in kwestie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor het uitoefenen van bijzondere jacht als vermeld in het tweede lid.

Artikel 5. (25/06/2009- ...)

De Vlaamse regering kan het jagen op de door haar aan te duiden wildsoorten per beheerseenheid zoals bedoeld in artikel 12 of per jachtterrein, afhankelijk stellen van het bezit van een door of namens haar goedgekeurd afschotplan. Voor het jagen op grof wild is een afschotplan verplicht.

Zij bepaalt de inhoud, de vorm en de voorwaarden van toekenning of weigering van het afschotplan, evenals de maatregelen vereist voor het toezicht op de naleving van het goedgekeurde afschotplan.

Artikel 6. (30/07/2015- ...)

Het is verboden te jagen tussen de officiële zonsondergang en de officiële zonsopgang.

De Vlaamse regering kan echter het schieten van wild in het kader van een door of namens haar goedgekeurd afschotplan toestaan van één uur voor de officiële zonsopgang tot één uur na de officiële zonsondergang. De Vlaamse Regering kan het uitoefenen van bijzondere jacht in het kader van een door of namens haar goedgekeurd afschotplan toestaan vanaf de officiële zonsondergang tot de officiële zonsopgang of gedurende een deel van die periode.

De Vlaamse regering kan evenwel in het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Gewest de jacht op door haar bepaalde waterwildsoorten één uur na de officiële zonsondergang en één uur voor de officiële zonsopgang toestaan buiten de gebieden, die op grond van de internationale verdragen vermeld in artikel 36 van dit decreet en van de krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten, werden aangewezen.

HOOFDSTUK III HOUDER VAN HET JACHTRECHT JACHTTERREINEN

Artikel 7. (08/01/2016- ...)

Het is verboden te eniger tijd en op enigerlei wijze te jagen op andermans grond zonder uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbende. In geval van betwisting inzake het jachtrecht op hetzelfde perceel heeft hij die een schriftelijk bewijs van het jachtrecht kan voorleggen, het jachtrecht.

Elke houder van het jachtrecht die op welke wijze ook van zijn recht gebruikmaakt, is verplicht een door hem opgemaakt plan van zijn jachtterrein met aanduiding van de percelen waarbinnen hij geen jachtrecht heeft, in te dienen bij de door de Vlaamse Regering aan te wijzen ambtenaar, in wiens ambtsgebied het jachtterrein of het grootste gedeelte ervan, is gelegen.

Het plan wordt door die ambtenaar en door anderen door de Vlaamse Regering aan te wijzen ambtenaren ter inzage gehouden.

De Vlaamse Regering bepaalt de vorm, het tijdstip en de wijze waarop de plannen worden neergelegd bij de in het tweede lid aangewezen ambtenaar, en de extra informatie die moet worden verstrekt. Elke houder van het jachtrecht die een plan heeft neergelegd dat de toestand van zijn jachtterrein niet juist weergeeft, is verplicht op verzoek van de door de Vlaamse Regering aan te wijzen ambtenaar, om binnen de gestelde termijn de juiste gegevens neer te leggen. De Vlaamse Regering kan in bepaalde omstandigheden eisen dat een schriftelijk bewijs van het jachtrecht wordt voorgelegd bij het neerleggen of het aanpassen van het plan.

Artikel 7/1. (30/07/2015- ...)

De Vlaamse Regering kan aan elke houder van het jachtrecht die op welke wijze ook van zijn recht gebruik maakt, opleggen dat hij aan bepaalde administratieve voorwaarden moet voldoen. Die voorwaarden zijn gericht op een beter wildbeheer, op het natuurbehoud en op een verbeterd toezicht.

Artikel 8. (30/07/2015- ...)

§ 1. De jacht met het geweer is verboden op elk jachtterrein waarvan de aaneengesloten oppervlakte minder bedraagt dan veertig hectaren.

Voor de toepassing van het eerste lid worden ook als aaneengesloten jachtterreinen beschouwd waarop over geheel hun uitgestrektheid mag worden gejaagd de jachtterreinen die doorsneden worden door een openbare of privé-weg, een niet bevaarbare waterloop of een spoorweg.

Niet als aaneengesloten worden echter alleen beschouwd, de jachtterreinen:
1° die hetzij door een autosnelweg hetzij door een bevaarbare waterloop hetzij door een spoorweg met een breedte, bermen inbegrepen van meer dan vijftig meter, worden doorsneden;
2° die verbonden zijn door delen waarin omwille van hun afmetingen geen cirkel met een straal van tenminste vijfentwintig meter kan worden getrokken.

De jacht met het geweer is eveneens verboden op elk gedeelte van een jachtterrein, welke ook de oppervlakte van dit laatste zij, waarin omwille van zijn afmetingen geen cirkel met een straal van tenminste vijfentwintig meter kan worden getrokken.

Het is verboden op minder dan hondervijftig meter van woningen of gebouwen vuurwapens af te vuren in de richting van deze laatste.

§ 2. De jacht met het geweer op waterwild is evenwel toegestaan op jachtterreinen van geringere oppervlakte dan bepaald in § 1, mits deze jachtterreinen, op het ogenblik dat de jacht wordt uitgeoefend, een minimum aaneengesloten wateroppervlakte van drie hectare omvatten waarop de jacht toegestaan is.

Voor de toepassing van het eerste lid worden als aaneengesloten beschouwd alle ononderbroken wateroppervlakten evenals de watervlakten die onderling op natuurlijke of kunstmatige wijze door een watergang zijn verbonden.

Artikel 9. (25/06/2009- ...)

Het is verboden te jagen op de spoorwegen en hun aanhorigheden.

Het is aan ieder ander dan de aangelande eigenaar of zijn rechthebbende verboden te jagen op de openbare wegen en op de spoorwegbermen.

De aangelande eigenaar of zijn rechthebbende mag op de spoorwegbermen van dit recht echter alleen gebruik maken om met buidels en fretten op konijnen te jagen.

Artikel 10. (25/06/2009- ...)

Het is verboden om honden te laten jagen of rondlopen op gronden waarvan het jachtrecht aan een ander toebehoort.

Het feit dat honden over andermans erf lopen bij het vervolgen van grof wild of ander wild dat op het eigendom of het jachtrecht van hun meester respectievelijk werd opgejaagd of aangeschoten wordt geacht niet onder toepassing te vallen van dit artikel noch van artikel 7 behoudens de burgerlijke rechtsvordering in geval van schade.

Artikel 11. (30/07/2015- ...)

Het jagen op de domeinen van openbare besturen is alleen geoorloofd ingevolge jachtrecht toegekend volgens de principes van mededinging en transparantie.

De zittende jager en een wildbeheerseenheid zoals bedoeld in artikel 12, hebben het recht bij een aanbesteding voor zover zij deelgenomen hebben aan de aanbesteding een hoger bod te doen. Voor een wildbeheereenheid geldt de voorwaarde dat het domein in kwestie binnen het werkingsgebied van die wildbeheereenheid gelegen moet zijn of aan het werkingsgebied ervan moet grenzen. Het jachtrecht moet worden toegekend aan de hoogst biedende zo dit hoger bod, gedaan binnen de tien dagen volgend op de aanbesteding meer dan één tiende hoger ligt dan de bij de openbare aanbesteding verkregen prijs. Bij gelijk hoger bod geniet de zittende jager de voorkeur zo hij geen inbreuk heeft gepleegd op de vroegere verpachtingsvoorwaarden.

Het recht tot jagen in het Zoniënbos is voorbehouden aan de Kroon.

Artikel 12. (14/02/2009- ...)

De Vlaamse Regering kan grotere beheereenheden, die ontstaan als gevolg van de vrijwillige samenvoeging van afzonderlijke jachtterreinen, erkennen als wildbeheereenheden en de werking ervan subsidiëren.

De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen met betrekking tot deze erkenning en subsidiëring. Deze voorwaarden zijn gericht op een beter wildbeheer, op het natuurbehoud en op een verbeterd toezicht, en hebben onder meer betrekking op het door de wildbeheereenheid op te maken wildbeheerplan.

De Vlaamse Regering kan in functie van een gerichter wildbeheer, de instandhouding van leefgebieden en het verbeterd toezicht, de jacht op alle of bepaalde wildsoorten, het gebruik van bepaalde jachttechnieken of -tuigen, en bepaalde maatregelen beperken tot jachtterreinen van leden van een erkende wildbeheereenheid, zoals bedoeld in artikel 12.

HOOFDSTUK IV HET JACHTVERLOF

Artikel 13. (28/02/2011- ...)

Wie met een geweer jaagt, moet het jachtverlof bij zich dragen.

Het jachtverlof is persoonlijk; het is maar geldig voor een jaar, te rekenen vanaf 1 juli.

De Vlaamse Regering regelt de wijze, de vorm en de voorwaarden van de afgifte van het jachtverlof. Zolang de Vlaamse Regering daarvoor geen nieuwe regelen heeft opgesteld, blijven de bestaande regelen geldig.

De Vlaamse Regering kan het deelnemen aan het jachtexamen of aan een gedeelte ervan afhankelijk stellen van de betaling van een inschrijvingsgeld waarvan zij het bedrag en de wijze van betaling vaststelt, en waarvoor ze de betalingsplichtige aanwijst.

Artikel 14. (30/07/2015- ...)

§ 1. Het jachtverlof bedoeld in artikel 13 wordt afgegeven door de daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar.

§ 2. De in het Waalse Gewest en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geldig afgegeven jachtverloven kunnen door de Vlaamse regering onder de door haar te bepalen voorwaarden gelijkgesteld worden met de in het Vlaamse Gewest geldige jachtverloven mits ook de in het Vlaamse Gewest geldig afgegeven jachtverloven door het Waalse Gewest respectievelijk het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gelijkgesteld worden met de door hen afgegeven geldige jachtverloven.

 § 3. De Vlaamse Regering legt aan de hoofden van de parketten een informatieplicht op ten aanzien van de ambtenaar, vermeld in paragraaf 1. Het doel van die informatieplicht is om de ambtenaar op de hoogte te brengen van veroordelingen wegens een jachtmisdrijf of wegens een misdrijf waarbij daden van geweld of weerspannigheid zijn gepleegd door personen die een jachtverlof hebben aangevraagd.

Artikel 15. (25/06/2009- ...)

§ 1. De houders van een jachtverlof afgegeven in het Vlaamse Gewest kunnen als gastheer een jachtvergunning verkrijgen voor hun niet in het Vlaamse Gewest wonende genodigden. De jachtvergunning, die wordt afgegeven door de ambtenaar bedoeld in artikel 14, § 1, is slechts geldig voor de vijf vooraf bepaalde data van het jachtseizoen vermeld op de jachtvergunning.

De Vlaamse regering regelt de wijze, de vorm en de voorwaarden van de afgifte van de jachtvergunningen.

§ 2. De genodigde die jagend wordt aangetroffen, evenals de gastheer die samen met de genodigde jagend wordt aangetroffen zonder dat een voor de genodigde geldige jachtvergunning kan worden voorgelegd worden gestraft op grond van artikel 37.

Artikel 16. (... - ...)

De belasting op de afgifte van de jachtverloven en de jachtvergunningen wordt vanaf het jachtseizoen 1992-1993 als volgt vastgesteld:

1. voor het jachtverlof dat elke dag van het jachtseizoen geldig is: 150 euro; [ (verv. decr. 21 december 2001, art. 35, I: 1 januari 2002) ]

2. voor het jachtverlof dat elke zondag van het jachtseizoen geldig is: 105 euro; [ (verv. decr. 21 december 2001, art. 35, I: 1 januari 2002) ]

3. voor de jachtvergunning die vijf vooraf bepaalde dagen in het jachtseizoen geldig is: 40 euro. [ (verv. decr. 21 december 2001, art. 35, I: 1 januari 2002) ]

Artikel 17. (... - ...)

De vastgestelde belasting wordt betaald door storting of overschrijving van het verschuldigde bedrag op het daartoe bestemde rekeningnummer van de bevoegde dienst van de Vlaamse regering. De opbrengsten hiervan worden rechtstreeks en integraal toegewezen aan de gewestdienst met afzonderlijk beheer Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur.

Artikel 18. (... - ...)

De op grond van artikel 16 geïnde belasting wordt niet terugbetaald.

HOOFDSTUK V DE JACHTMIDDELEN

Artikel 19. (30/07/2015- ...)

De Vlaamse Regering treft een regeling voor de middelen die kunnen worden gebruikt bij de uitoefening van de jacht in het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest of in een gedeelte ervan en dit met het oog op het verstandig gebruik van wildsoorten en hun leefgebieden.

Het is verboden om niet door de Vlaamse Regering toegestane middelen voor het doden of vangen van wild te gebruiken.

Het is verboden om niet door de Vlaamse Regering toegestane middelen voor het doden of vangen van wild onder zich te hebben, te vervoeren, te verhandelen, te ruilen of te koop of in ruil aan te bieden.

Artikel 20. (30/07/2015- ...)

...

Artikel 21. (30/07/2015- ...)

...

HOOFDSTUK VI BESTRIJDING VAN WILD

Artikel 22. (08/01/2016- ...)

Het is verboden op enigerlei wijze te jagen buiten de door de Vlaamse regering bepaalde tijden onverminderd het recht van de eigenaar of de grondgebruiker om jaagbaar wild dat schade toebrengt aan zijn gewassen, teelten, bossen of eigendommen terug te drijven. De eigenaar of de grondgebruiker mag zijn inwonende familieleden daarmede belasten.

Indien de eigenaar of de grondgebruiker kan aantonen dat geen andere bevredigende oplossing bestaat kan hij het jaagbaar wild eveneens doden of laten doden onder de in het voorgaande lid vermelde voorwaarden. Het doden mag alleen gebeuren:
- door personen die voldoen aan de voorwaarden opgelegd door de Vlaamse regering tot het verkrijgen van een jachtverlof of, in geval dat het doden gebeurt met vuurwapens, door personen die in het bezit zijn van een jachtverlof;
- met vuurwapens en andere door de Vlaamse regering te bepalen middelen;
- tussen het officiële uur van zonsopgang en het officiële uur van zonsondergang;
- na voorafgaande schriftelijke ingebrekestelling van de houder van het jachtrecht op de grond waarop de bestrijding gebeurt en na voorafgaande schriftelijke verwittiging van de ambtenaar die daartoe door de Vlaamse regering is aangewezen. Deze laatste kan, bij gemotiveerde beslissing, de bestrijding zo nodig beperken of verbieden.

De Vlaamse Regering stelt een code van goede praktijk vast met het oog op specificering van andere bevredigende oplossingen ter voorkoming van schade door wild.

Artikel 23. (08/01/2016- ...)

Elk beding dat strijdig is met de door dit decreet aan de grondgebruiker toegekende rechten is nietig.

De houder van het jachtrecht of zijn gemachtigde mag, indien hij voorzien is van een jachtverlof, te allen tijde, één uur voor de officiële zonsopgang en één uur na de officiële zonsondergang konijnen op de loer schieten.

Het is verboden, behoudens machtiging van de Vlaamse regering, levende wilde konijnen of vossen uit te zetten, te verkopen, te kopen, te koop te stellen, te vervoeren of te venten met welk middel ook.

Het is verboden om afsluitingen, die geplaatst zijn om het in- en uitgaan van wild te beletten, kwaadwillig te vernielen of te beschadigen. Het is ook verboden om kwaadwillig in die afsluitingen een opening te maken of het doorgaan van wild door, onder of boven de afsluitingen op enigerlei wijze te vergemakkelijken.

HOOFDSTUK VII WILDSCHADE

Artikel 24. (14/02/2009- ...)

De vergoeding van de belangrijke wildschade wordt vastgesteld volgens de gewone rechtsregels.

Onder wildschade wordt verstaan: de volledige schade veroorzaakt door de dieren die behoren tot de in artikel 3 bedoelde soorten.

Op verzoek van eigenaars van gronden waarvan de aaneengesloten oppervlakte kleiner is dan veertig hectare, kan de houder van het jachtrecht van het aangrenzende jachtterrein bij afwezigheid van een minnelijke regeling, verplicht worden het jachtrecht op eerstvernoemde gronden te verwerven, zulks nadat de Vlaamse regering of de door haar aangestelde ambtenaar of de beheerder van de wildbeheerseenheid deze verwerving opportuun oordeelt in het kader van de doelstellingen van dit decreet en de voorwaarden heeft vastgesteld.

Artikel 25. (01/06/2012- ...)

§ 1. De belangrijke wildschade wordt, in die mate dat de schade redelijkerwijze niet kon worden voorkomen, vergoed door het Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur in elk van de volgende gevallen :
1° indien de schade veroorzaakt is door wild waarop de jacht het gehele voorbije jaar niet geopend was en waarvan ook de bestrijding niet werd toegelaten, telkens op de percelen waar de schade geleden is;
2° indien de schade veroorzaakt is door wild afkomstig uit een bos- of natuurreservaat of een door de Vlaamse overheid of een erkende terreinbeherende vereniging om natuurbehoudsredenen beheerd gebied, waarin de jacht op dat wild het gehele voorbije jaar niet geopend was en ook de bestrijding van dat wild niet werd toegelaten.

§ 2. Om aanspraak te kunnen maken op de in § 1 bedoelde vergoeding, dient de schadelijder tijdig een. aanvraag in bij een door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos.

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop en de termijn waarbinnen de aanvraag moet worden ingediend en welke gegevens hij moet bevatten.

§ 3. De in § 2 bedoelde ambtenaar neemt een beslissing over de aanvraag na een plaatsbezoek en het inwinnen van advies bij één of meerdere door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren. Indien en in die mate dat de voorwaarden van § 1 zijn vervuld en op voorwaarde dat de aanvraag tijdig werd ingediend, stelt deze beslissing het bedrag vast van de schade die op grond van § 1 recht geeft op vergoeding.

De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor het onderzoek van de aanvraag en kan bepalen hoe de schade geschat moet worden. Zij bepaalt de wijze waarop en de personen aan wie de beslissing moet worden meegedeeld en welke vermeldingen de beslissing minstens moet bevatten.

§ 4. Tegen de in § 3 bedoelde beslissing kan de aanvrager beroep indienen bij de minister.

De Vlaamse Regering regelt de nadere regelen voor het beroep.

§ 5. De in § 3 bedoelde beslissing die een bedrag heeft vastgesteld van de schade die op grond van § 1 recht geeft op vergoeding, en waartegen geen of niet tijdig een beroep werd ingediend, vormt de titel voor vergoeding door het Fonds.

Bij het tijdig indienen van beroep, vormt de ministeriële beslissing, voor zover zij een bedrag heeft vastgesteld van de schade die op grond van § 1 recht geeft op vergoeding, de titel voor vergoeding door het Fonds.

§ 6. De Vlaamse Regering voorziet, wat betreft de in § 3 bedoelde beslissing waartegen geen of niet tijdig beroep is ingediend, in een herzieningsprocedure, ter verbetering van materiële vergissingen in die beslissing, en ter vernietiging van die beslissing indien er bedrog werd gepleegd of de beslissing genomen werd op basis van valse of klaarblijkelijk onjuiste stukken of verklaringen. In het geval van vernietiging wordt bij dezelfde beslissing opnieuw uitspraak gedaan over de grond van de zaak.

De beslissing inzake vernietiging of verbetering is vatbaar voor hetzelfde beroep als de vernietigde of verbeterde beslissing en vormt de titel voor vergoeding door het Fonds of geeft aanleiding tot terugbetaling van de ten onrechte ontvangen sommen, zodra zij niet meer vatbaar is voor dat beroep of na de beëindiging van het beroep.

Artikel 25/1. (30/07/2015- ...)

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor een algemene aanpak van bepaalde wildsoorten die in aanzienlijke delen van het Vlaamse Gewest een bepaalde vorm van schade veroorzaken.

HOOFDSTUK VIII VERVOER EN HANDEL IN WILD

Artikel 26. (08/01/2016- ...)

In het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Gewest is het verboden wild levend of dood te vervoeren of in de handel te brengen. Op dat verbod gelden de volgende uitzonderingen:
1° wild mag worden vervoerd of verhandeld vanaf de opening van de jacht op dit wild tot en met de tiende dag die volgt op de sluiting ervan;
2° wild mag worden vervoerd als het gaat om specimens die het voorwerp zijn geweest van bestrijding als vermeld in artikel 22;
3° wild mag worden vervoerd als het gaat om specimens die het voorwerp zijn geweest van een afwijking met toepassing van artikel 33.

Het verbod van het eerste lid slaat niet op wildpreparaten met bedoelde wildsoorten, wanneer het wild dat er in is verwerkt volledig onherkenbaar is.

De Vlaamse regering kan jaarlijks bepalen dat het vervoeren of het in de handel brengen van levend of dood wild eveneens verboden is of alleen onder door haar te stellen voorwaarden geoorloofd is in de periode vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.

Wanneer de jacht in een beperkt gebied geopend is, kan de Vlaamse regering tijdens de betrokken periode machtiging verlenen tot het vervoer van geschoten wild en de voorwaarden bepalen waaronder dit vervoer mag geschieden.

De Vlaamse regering kan eveneens de voorwaarden bepalen waaronder het vervoer en de handel van wildsoorten of delen van wildsoorten waarvoor zij een afschotplan gesteld heeft, mogen plaatshebben.

Het is eveneens verboden aan handelaars in eetwaren, traiteurs en restaurateurs het in het eerste lid genoemde wild bij zich te houden, zelfs buiten hun woning, en het is aan iedereen verboden de genoemde wildsoorten te verbergen of bij zich te houden voor rekening van de voormelde handelaars, traiteurs en restaurateurs.

Onder de door de Vlaamse regering voorgeschreven voorwaarden en het door haar geregelde toezicht, is het vervoer, de opslag en de handel van diepgevroren wild geoorloofd buiten de periode vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.

Artikel 27. (25/06/2009- ...)

...

Artikel 28. (... - ...)

Het vervoer van het in artikel 26, eerste lid, bedoelde levend wild en van de in artikel 35, bedoelde eieren, kan in gesloten jachttijd door de Vlaamse regering worden toegestaan onder de voorwaarden die zij voorschrijft.

Artikel 29. (01/09/2009- ...)

Het is te allen tijde en overal verboden wild uit te zetten.

De Vlaamse regering kan hierop met het oog op het behoud van wildsoorten uitzonderingen toestaan na advies te hebben ingewonnen van de MiNa-Raad. In voorkomend geval stelt ze regels op voor het aantal en de soorten wild, alsmede voor de terreinen.

HOOFDSTUK IX HET TOEZICHT

Artikel 30. (25/06/2009- ...)

...

Artikel 31. (08/01/2016- ...)

Op aanvraag van de aansteller, met akkoord van de aansteller van de andere bijzondere wachters en van de provinciegouverneur, mag de bijzondere wachter zich laten bijstaan door één of twee bijzondere wachters van omliggende gebieden.

De identiteit en hoedanigheid van de bijzondere wachters die bijstand mogen verlenen en de aard en de ligging van de goederen die in groepen van ten hoogste drie wachters mogen worden bewaakt, dienen op de aanstellingsakte te worden vermeld en te worden goedgekeurd door de provinciegouverneur.

Bijzondere wachters zijn wachters aangesteld door bijzondere personen zoals bedoeld in de artikelen 61 tot 63 van het Veldwetboek en in artikel 110 van het Bosdecreet.

Artikel 32. (... - ...)

De jagers mogen niet worden ontwapend, behalve in de volgende gevallen:

1. wanneer de verdachte verkleed of gemaskerd is, of weigert zijn naam kenbaar te maken of geen bekende woonplaats heeft;

2. wanneer het misdrijf bij nacht wordt gepleegd;

3. wanneer de verdachte bedreigingen, smaad of geweld pleegt tegen de agenten van het openbaar gezag of van de openbare macht.

[HOOFDSTUK IX/1 HET JACHTFONDS (ing. decr. 30 juni 2017, art. 11, I: 1 juli 2017)]

Artikel 32/1. (01/07/2017- ...)

Bij het Agentschap voor Natuur en Bos wordt een Jachtfonds ingesteld, dat kan worden aangewend om de volgende doelstellingen te realiseren:
1° het streven naar stabiele populaties van wildsoorten binnen hun leefgebieden;
2° sensibilisering met betrekking tot de inpassing van het wildbeheer in het bredere kader van natuurbehoud;
3° vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen realiseren die een verbetering van de leefgebieden van wildsoorten met zich meebrengen;
4° de werking van de wildbeheereenheden bevorderen en ondersteunen;
5° de praktische organisatie van de jacht ondersteunen, namelijk de volgende aspecten:
a) jachtexamens organiseren;
b) een jachtverlof uitreiken;
c) een jachtvergunning uitreiken;
d) een plan als vermeld in artikel 7 van dit decreet, opmaken en indienen;
e) de dienstverlening aan de jachtsector bevorderen;
6° maatschappelijk onaanvaardbare schade en impact door jachtwild, invasieve uitheemse soorten en beschermde soorten voorkomen en inperken;
7° wetenschappelijk onderzoek in het kader van de doelstellingen, vermeld in punt 1° tot en met 6°, uitvoeren;
8° verscherping van het toezicht op de toepassing van de jachtreglementering.

Artikel 32/2. (01/07/2017- ...)

Het Jachtfonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 12 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof. Het wordt gespijsd door:
1° de prijs van de jachtverloven en jachtvergunningen;
2° de opbrengst van de inschrijvingsgelden voor het jachtexamen.

Artikel 32/3. (01/07/2017- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels inzake de volgende aspecten:
1° wie instaat voor het beheer van het Jachtfonds;
2° de wijze waarop het aandeel van het Jachtfonds wordt bepaald dat wordt toebedeeld aan elk van de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1;
3° het instellen van een Centraal Comité van het Jachtfonds, de samenstelling ervan, de werking ervan en de taken ervan;
4° de procedure waarmee de middelen uit het Jachtfonds kunnen worden aangewend voor de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1.

HOOFDSTUK X BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel 33. (30/07/2015- ...)

De Vlaamse Regering kan afwijken van de bepalingen van dit decreet onder de door haar bepaalde voorwaarden en toezicht, en dit om een of meer van de volgende redenen :
1° in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
2° in het kader van dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale en economische aard, en voor het milieu gunstige effecten;
3° in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
4° ter bescherming van de wilde fauna of flora, of ter instandhouding van de natuurlijke habitats;
5° voor doeleinden in verband met onderzoek of onderwijs, repopulatie of herintroductie, alsook voor de daartoe benodigde kweek;
6° om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt en vastgesteld aantal van bepaalde specimens te vangen of in bezit te hebben;
7° ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren of aan andere goederen in eigendom of gebruik.

Ten aanzien van de vogelsoorten, vermeld in artikel 3, zijn de volgende mogelijkheden tot afwijking niet van toepassing:
1° de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, 2° ;
2° de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, 7°, voor wat betreft de voorkoming van belangrijke schade aan andere goederen dan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren.

Afwijkingen op grond van dit artikel kunnen alleen maar toegestaan worden als de volgende voorwaarden zijn vervuld :
1° er mag geen andere bevredigende oplossing bestaan;
2° de afwijking mag geen afbreuk doen aan het streefdoel om de populaties van de soort in kwestie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, op lokaal niveau of op Vlaams niveau.

Artikel 34. (25/06/2009- ...)

De Vlaamse regering kan alle maatregelen treffen die zij nuttig acht voor de bescherming van alle in het wild levende vogelsoorten andere dan deze vermeld in artikel 3, evenals hun eieren, zelfs uitgeblazen, en van hun jongen. Deze maatregelen kunnen zowel op levende als op dode of geprepareerde vogels betrekking hebben.

Artikel 35. (25/06/2009- ...)

Het is verboden nesten en broedsels van vogels, gerangschikt bij het wild, weg te nemen of opzettelijk te vernielen, te vervoeren of in de handel te brengen.

Artikel 36. (... - ...)

De Vlaamse regering kan inzake jacht en vogelbescherming alle vereiste maatregelen treffen voor de uitvoering van bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, gesloten te Rome op 25 maart 1957, uit het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, ondertekend te 's-Gravenhage op 3 februari 1958, uit het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten, gedaan te Bonn op 23 juni 1979 en uit het Verdrag inzake het behoud van wilde planten en dieren en hun natuurlijk leefmilieu, ondertekend te Bern op 19 september 1979, en de krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten. Deze maatregelen kunnen de opheffing en de wijziging van wets- en decreetsbepalingen inhouden.

HOOFDSTUK XI ALGEMENE STRAFBEPALINGEN

Artikel 37. (25/06/2009- ...)

Voor dit decreet en haar uitvoeringsbesluiten gebeurt het uitoefenen van toezicht, het opleggen van bestuurlijke maatregelen, het onderzoeken van milieu-inbreuken, het opleggen van bestuurlijke geldboeten, het innen en invorderen van verschuldigde bedragen, het opsporen van milieumisdrijven, het strafrechtelijk sanctioneren van milieumisdrijven en het opleggen van veiligheidsmaatregelen volgens de regels bepaald in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Artikel 38. (25/06/2009- ...)

...

Artikel 39. (25/06/2009- ...)

...

Artikel 40. (25/06/2009- ...)

...

HOOFDSTUK XII WIJZIGINGS- EN OPHEFFINGSBEPALINGEN

Artikel 41. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Wijzigt de jachtwet van 28 februari 1882 wat het Vlaamse Gewest betreft)

Artikel 42. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Heft artikel 13 van het Veldwetboek van 7 oktober 1886, wat het Vlaamse Gewest betreft op)

Artikel 43. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Heft de wet van 14 juli 1961 tot regeling van het herstel der door grof wild aangerichte schade, wat het Vlaamse Gewest betreft op)

Artikel 44. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Heft het decreet van 23 mei 1990 betreffende de afgifte van jachtverloven op)

Artikel 45. (... - ...)

Wat het Vlaamse Gewest betreft, worden in de wets- en verordeningsbepalingen inzake de jacht, de vermeldingen "de wet van 30 juli 1922 waarbij het zegelrecht gesteld op de verlofbrieven voor het dragen van jachtwapens en voor het jagen met de hazewind verhoogd wordt en waarbij een verlofbrief voor het vogelvangen met netten en een taxe op de inrichtingen van eendekooien ingevoerd wordt" en "de artikelen 184-186 van het wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen" als "het Jachtdecreet van 24 juli 1991" gelezen.

Artikel 46. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Wijzigt artikel 4 van het decreet van 23 januari 1991 tot oprichting van het Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur als Gewestdienst met Afzonderlijk Beheer)

Artikel 47. (... - ...)

De reglementaire bepalingen getroffen in uitvoering van de Jachtwet van 28 februari 1882 blijven geldig voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van dit decreet en zolang zij door de Vlaamse regering niet worden opgeheven.

HOOFDSTUK XIII SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 48. (... - ...)

Elk beding strijdig met een bepaling van dit decreet is nietig.

Artikel 49. (... - ...)

§ 1. Dit decreet treedt in werking op 1 juli 1992.

§ 2. Bij wijze van overgangsmaatregel is het in afwijking van artikel 8, § 1, eerste lid, tot 30 juni 1995 geoorloofd te jagen met het geweer op terreinen waarvan de aaneengesloten oppervlakte tenminste vijfentwintig hectare bedraagt.

§ 3. In afwijking van artikel 29, eerste lid is het bij wijze van overgangsbepaling tot de datum van de officiële opening van de jacht in 1996 slechts verboden wild uit te zetten vanaf dertig dagen voor de opening van de jacht op dit wild en tot en met de laatste dag van de opening van de jacht.