Decreet basisonderwijs

Datum 25/02/1997

Algemene info

Datum staatsblad 17/04/1997
Pagina staatsblad 8972
Commentaar Arrest Arbitragehof nr. 19/99 van 17 februari 1999 (BS 17/3/1999) vernietigt artikel 172

Errata

Externe linken

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I INLEIDENDE BEPALINGEN
  2. HOOFDSTUK II AFKORTINGEN EN DEFINITIES
  3. HOOFDSTUK III STRUCTUUR VAN HET BASISONDERWIJS
    1. AFDELING 1 KLEUTERONDERWIJS, LAGER ONDERWIJS EN BASISONDERWIJS
    2. [AFDELING 2 GEWOON EN BUITENGEWOON BASISONDERWIJS (verv. decr. 6 juli 2018, art. 11, I: 1 september 2018)]
    3. [AFDELING 3 OVERLEG FUNDAMENTELE ONDERWIJSHERVORMINGEN (ing. decr. 8 mei 2009, art. II.2, I: 1 september 2009)]
    4. [AFDELING 3bis SCREENING NIVEAU ONDERWIJSTAAL, TAALTRAJECT EN TAALBAD (ing. decr. 19 juli 2013, art. II.2, I: 1 september 2014)]
  4. HOOFDSTUK IV LEERLINGEN IN HET BASISONDERWIJS
    1. AFDELING 1 TOELATINGSVOORWAARDEN
      1. [ONDERAFDELING A TOELATINGSVOORWAARDEN TOT HET KLEUTERONDERWIJS (verv. decr. 17 juni 2016, art. II.3, I: 1 september 2016)]
      2. [ONDERAFDELING B TOELATINGSVOORWAARDEN TOT HET LAGER ONDERWIJS (ing. decr. 17 juni 2016, art. II.6, I: 1 september 2016)]
      3. [ONDERAFDELING C VOORWAARDEN VOOR DE TOELATING TOT EEN INDIVIDUEEL AANGEPAST CURRICULUM IN HET GEWOON OF BUITENGEWOON BASISONDERWIJS (verv. decr. 5 mei 2023, art. 90, I: 1 september 2023)]
      4. [ONDERAFDELING D BIJKOMENDE VOORWAARDEN OM IN HET GEWOON BASISONDERWIJS IN AANMERKING TE KOMEN VOOR LEERSTEUN VANUIT HET LEERSTEUNMODEL (verv. decr. 5 mei 2023, art. 92, I: 1 september 2023)]
      5. [... (opgeh. decr. 17 juni 2016, art. II.12, I: 1 september 2016)]
      6. ONDERAFDELING E REGELMATIGE LEERLING
    2. AFDELING 2 RECHTEN EN PLICHTEN VAN LEERLINGEN EN OUDERS
      1. ONDERAFDELING A VRIJE KEUZE, LEERPLICHT EN DE INSCHRIJVING
      2. [Onderafdeling B Preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen (verv. decr. 4 april 2014, art. II.3, I: 1 september 2014)]
      3. ONDERAFDELING C ONDERWIJS AAN HUIS
      4. [ONDERAFDELING C/1. SYNCHROON INTERNETONDERWIJS (ing. decr. 5 april 2019, art. 10, I: 1 september 2019)]
      5. ONDERAFDELING D SCHOOLREGLEMENT
      6. [Onderafdeling E Beroepsmogelijkheid tegen het niet verkrijgen van het getuigschrift basisonderwijs (ing. decr. 4 april 2014, art. II.7, I: 1 september 2014)]
      7. [Onderafdeling F Beroepsmogelijkheid tegen definitieve uitsluiting (ing. decr. 4 april 2014, art. II.11, I: 1 september 2014)]
    3. [AFDELING 3 ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.39, I: 1 september 2019)]
      1. [Onderafdeling A. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.39, I: 1 september 2019)]
      2. [Onderafdeling B. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.39, I: 1 september 2019)]
      3. [Onderafdeling C. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.39, I: 1 september 2019)]
      4. [Onderafdeling D. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.39, I: 1 september 2019)]
    4. [AFDELING 4 ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.2, I: 1 september 2019)]
      1. [Onderafdeling A. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.2, I: 1 september 2019)]
      2. [Onderafdeling B. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.2, I: 1 september 2019)]
      3. [Onderafdeling C. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.2, I: 1 september 2019)]
      4. [Onderafdeling D. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.2, I: 1 september 2019)]
  5. [HOOFDSTUK IV/1 RECHT OP INSCHRIJVING IN HET GEWOON ONDERWIJS VOOR SCHOLEN GELEGEN IN HET NEDERLANDSE TAALGEBIED (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.3, I: 1 september 2022)]
    1. [Afdeling 1 Recht op inschrijving (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.4, I: 1 september 2022)]
    2. [Afdeling 2 Organisatie van de inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.10, I: 1 september 2022)]
      1. [Onderafdeling A Beslissing over kunnen weigeren op basis van capaciteit (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.11, I: 1 september 2022)]
      2. [Onderafdeling B Organisatie van de inschrijvingen in niet-aanmeldende scholen (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.13, I: 1 september 2022)]
      3. [Onderafdeling C Organisatie van de inschrijvingen in aanmeldende scholen (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.16, I: 1 september 2022)]
    3. [Afdeling 3 Weigeren van inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. II. 31, I: 1 september 2022)]
    4. [Afdeling 4 Bemiddelings- en klachtenprocedure (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.34, I: 1 september 2022)]
  6. [HOOFDSTUK IV/2 RECHT OP INSCHRIJVING IN HET BUITENGEWOON ONDERWIJS (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.40, I: 1 september 2022)]
    1. [Afdeling 1 Recht op inschrijving (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.41, I: 1 september 2022)]
    2. [Afdeling 2 Organisatie van de inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.44, I: 1 september 2022)]
    3. [Afdeling 3 Weigeren (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.51, I: 1 september 2022)]
  7. [HOOFDSTUK IV/3 RECHT OP INSCHRIJVING IN HET GEWOON ONDERWIJS VOOR SCHOLEN GELEGEN IN HET TWEETALIGE GEBIED BRUSSEL-HOOFDSTAD (ing. decr. 17 mei 2019, art. V.1, I: 1 september 2022)]
    1. [Afdeling 0. Toepassingsgebied (ing. decr. 18 februari 2022, art. 2, I: 1 september 2022)]
    2. [Afdeling 1 Recht op inschrijving (ing. decr. 17 mei 2019, art. V.2, I: 1 september 2022)]
    3. [Afdeling 2 Organisatie van de inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. V.8, I: 1 september 2022)]
    4. [Afdeling 3 Weigeren van inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. V.25, I: 1 september 2022)]
    5. [Afdeling 4 Bemiddelings- en klachtenprocedure (ing. decr. 17 mei 2019, art. V.28, I: 1 september 2022)]
  8. HOOFDSTUK V OPDRACHT VAN HET BASISONDERWIJS
    1. AFDELING 1 ONDERWIJSAANBOD
    2. AFDELING 2 EINDTERMEN EN ONTWIKKELINGSDOELEN
    3. [AFDELING 2bis GEBRUIK VAN GEVALIDEERDE TOETSEN VOOR INTERNE KWALITEITSZORG (ing. decr. 16 juni 2017, art. II.6, I: 1 september 2017)]
    4. [AFDELING 2ter DE VLAAMSE TOETSEN (ing. decr. 28 april 2023, art. 4, I: 1 april 2023)]
    5. [AFDELING 3 LEERPLAN, INDIVIDUEEL AANGEPAST CURRICULUM EN SCHOOLWERKPLAN (verv. decr. 5 mei 2023, art. 107, I: 1 september 2023)]
    6. [AFDELING 3bis LEERLINGENBEGELEIDING (ing. decr. 27 april 2018, art. 102, I: 1 september 2018)]
    7. AFDELING 4 ORGANISATIE VAN DE SCHOOLTIJD
    8. AFDELING 5 [ZORGVULDIG BESTUUR (verv. decr. 13 juli 2001, art. V. 2)]
    9. AFDELING 6 HET GETUIGSCHRIFT BASISONDERWIJS
  9. HOOFDSTUK VI ORGANISEREN VAN BASISONDERWIJS
  10. HOOFDSTUK VII ERKENNING, FINANCIERING EN SUBSIDIERING VAN SCHOLEN
    1. AFDELING 1 ERKENNING VAN SCHOLEN
    2. AFDELING 2 FINANCIERING EN SUBSIDIERING VAN SCHOLEN
      1. ONDERAFDELING A FINANCIERINGS- EN SUBSIDIERINGSVOORWAARDEN
      2. ONDERAFDELING B AANNEMING VAN WERKEN, LEVERINGEN EN DIENSTEN
      3. ONDERAFDELING C DE SALARISFINANCIERING OF -SUBSIDIERING
      4. ONDERAFDELING D DE WERKINGSBUDGETTEN
        1. 1° ALGEMENE BEPALINGEN
        2. 2° [WERKINGSBUDGETTEN IN HET GEFINANCIERDE EN ESUBSIDIEERDE GEWOON BASISONDERWIJS (verv. Decr. 4 juli 2008, art. 3, I: 1 november 2008)]
          1. [A Vaststelling van het totale werkingsbudget en de verdeling ervan in deelbudgetten (ing. Decr. 4 juli 2008, art. 3, I: 1 november 2008)]
          2. [B. Verdelingsmechanisme van de deelbudgetten (ing. Decr. 4 juli 2008, art. 3, I: 1 november 2008)]
          3. [C. Berekening van het werkingsbudget per school (ing. Decr. 4 juli 2008, art. 3, I: 1 november 2008)]
        3. 3° [WERKINGSBUDGETTEN IN HET GEFINANCIERDE EN GESUBSIDIEERDE BUITENGEWOON ONDERWIJS (verv. Decr.4 juli 2008, art. 3, I: 1 november 2008)]
          1. [A. Vaststelling van het totale werkingsbudget en de verdeling ervan in deelbudgetten (ing. Decr.4 juli 2008, art. 3, I: 1 november 2008)]
          2. [B. Verdelingsmechanisme van de deelbudgetten (ing. Decr.4 juli 2008, art. 3, I: 1 november 2008)]
          3. [C.1. Berekening van het werkingsbudget per school (ing. Decr.4 juli 2008, art. 3, I: 1 november 2008)]
          4. [... (opgeh. decr. 5 april 2019, art. 19, I: 1 januari 2018)]
        4. [4° TELDAGEN (ing. Decr. 4 juli 2008, art.3, I: 1 november 2008)]
        5. [5° EXTRA WERKINGSBUDGET VOOR HET KLEUTERONDERWIJS (ing. Decr. 22 december 2017, art. 91, I: 1 september 2017)]
        6. [6° EXTRA WERKINGSBUDGET VOOR BELEIDSONDERSTEUNING (ing. Decr. 25 februari 2022, art. 2, I: 1 september 2021)]
        7. 7° EXTRA WERKINGSBUDGET VOOR EEN OFFENSIEF NEDERLANDS VOOR LEERLINGEN DIE HET NEDERLANDS ONVOLDOENDE BEHEERSEN
      5. ONDERAFDELING E DE INVESTERINGSMIDDELEN
      6. ONDERAFDELING F SPECIALE ONDERWIJSLEERMIDDELEN
      7. ONDERAFDELING G SOCIALE VOORDELEN EN GEZONDHEIDSTOEZICHT
  11. [HOOFDSTUK VIII PROGRAMMATIE EN RATIONALISATIE VAN SCHOLEN (verv. decr. 10 juli 2003, art. 17)]
    1. AFDELING 1 VRIJE KEUZESCHOOL
    2. AFDELING 2 PROGRAMMATIE
      1. ONDERAFDELING A [PROGRAMMATIE VAN SCHOLEN (verv. Decr. 22 juni 2007, art. II.10, I: 1 september 2008)]
      2. ONDERAFDELING B FUSIES EN HERSTRUCTURERINGEN
    3. [AFDELING 2BIS. OPRICHTEN VAN VESTIGINGSPLAATSEN, NIVEAUS OF TYPES (ing. Decr. 22 juni 2007, art. II.13, I: 1 september 2008)]
      1. [ONDERAFDELING A OPRICHTEN VAN VESTIGINGSPLAATSEN (ing. Decr. 22 juni 2007, art. II.13, I: 1 september 2008)]
      2. [ONDERAFDELING B OPRICHTEN VAN EEN NIVEAU (ing. Decr. 22 juni 2007, art. II.16, I: 1 september 2008)]
      3. [ONDERAFDELING C OPRICHTEN VAN EEN TYPE (ing. Decr. 22 juni 2007, art. II.18, I: 1 september 2008)]
      4. [ONDERAFDELING D OPRICHTEN VAN EEN TYPE DOOR OMVORMING (ing. Decr. 22 juni 2007, art. II.20, I: 1 september 2008)]
    4. AFDELING 3 RATIONALISATIE
      1. ONDERAFDELING A ALGEMEEN
      2. ONDERAFDELING B BEHOUD IN HET BUITENGEWOON ONDERWIJS
      3. ONDERAFDELING C RATIONALISATIENORMEN
    5. AFDELING 4 TELLING
    6. AFDELING 5 [... (opgheh. Decr 22 juni 2007, art. II.32, I: 1 februari 2008)]
  12. [HOOFDSTUK VIIIBIS SCHOLENGEMEENSCHAPPEN (ing. decr. 10 juli 2003, art. 26)]
    1. [AFDELING 1 ALGEMENE BEPALING (ing. decr. 10 juli 2003, art. 26)]
    2. [AFDELING 2 OPRICHTING (ing. decr. 10 juli 2003, art. 26)]
    3. [AFDELING 3 CRITERIA VOOR HET VORMEN VAN SCHOLENGEMEENSCHAPPEN (ing. decr. 10 juli 2003, art. 26)]
    4. [AFDELING 4 BEVOEGDHEDEN VAN DE SCHOLENGEMEENSCHAP (ing. decr. 10 juli 2003, art. 26)]
    5. [AFDELING 5 VOORDELEN VOOR DE SCHOLENGEMEENSCHAP]
    6. [AFDELING 6 INSPRAAK VAN HET PERSONEEL OP NIVEAU VAN DE SCHOLENGEMEENSCHAP]
      1. [Onderafdeling 1 Scholengemeenschappen gesubsidieerd officieel onderwijs]
      2. [Onderafdeling 2 Netoverschrijdende scholengemeenschappen]
  13. HOOFDSTUK IX PERSONEELSFORMATIE IN HET BASISONDERWIJS
    1. AFDELING 1 DIRECTIE
    2. AFDELING 2 ONDERWIJZEND PERSONEEL
      1. ONDERAFDELING A [BASISOMKADERING (verv. decr. 6 juli 2012, art. 6, I: 1 september 2012)]
        1. [Sectie 1 Basisomkadering in het gewoon basisonderwijs (ing. decr. 6 juli 2012, art. 7, I: 1 september 2012)]
          1. [Subsectie 1 Samenstelling van de basisomkadering (ing. decr. 6 juli 2012, art. 8, I: 1 september 2012)]
          2. [Subsectie 2 Lestijden volgens de schalen (ing. decr. 6 juli 2012, art. 10, I: 1 september 2012)]
          3. [Subsectie 3 SES-lestijden (ing. decr. 6 juli 2012, art. 12, I: 1 september 2012)]
          4. [Subsectie 4 Additionele lestijden volgens de schalen (ing. decr. 6 juli 2012, art. 15, I: 1 september 2012)]
          5. [Subsectie 5 Aanwending (ing. decr. 6 juli 2012, art. 17, I: 1 september 2012)]
          6. ...
        2. [Sectie 2 Lestijden volgens de schalen in het buitengewoon basisonderwijs (ing. decr. 6 juli 2012, art. 21, I: 1 september 2012)]
      2. ONDERAFDELING B AANVULLENDE LESTIJDEN
        1. [SECTIE 1. ALGEMENE BEPALINGEN]
        2. [SECTIE 2. LESTIJDEN VOOR HET VOEREN VAN EEN GELIJKEKANSENBELEID (ing. decr. 28 juni 2002, art. IX. 8)] [IN HET GEWOON BASISONDERWIJS (ing. decr. 8 mei 2009, art. II.19, I: 1 september 2009)]
        3. [SECTIE 3. AANVULLENDE LESTIJDEN VOOR HET VOEREN VAN EEN GELIJKEKANSENBELEID IN HET BUITENGEWOON BASISONDERWIJS (ing. decr. 8 mei 2009, art. II.20, I: 1 september 2009)]
          1. [Subsectie 1 Gelijkekansenindicatoren (ing. decr. 8 mei 2009, art. II.20, I: 1 september 2009)]
          2. [Subsectie 2 Toekenning van de middelen (ing. decr. 8 mei 2009, art. II.20, I: 1 september 2009)]
          3. [Subsectie 3 Aanwending van de middelen (ing. decr. 8 mei 2009, art. II.20, I: 1 september 2009)]
        4. [SECTIE 4. AANVULLENDE LESTIJDEN VOOR AANVANGSBEGELEIDING (verv. decr. 25 februari 2022, art. 5, I: 1 september 2021)]
        5. [SECTIE 5. AANVULLENDE LESTIJDEN VOOR DE ONDERSTEUNING VAN DE KERNTAAK VAN HET ONDERWIJZEND PERSONEEL (ing. decr. 25 februari 2022, art. 7, I: 1 september 2021)]
        6. [SECTIE 6. AANVULLENDE LESTIJDEN SAMEN SCHOOL MAKEN (ing. decr. 25 februari 2022, art. 9, I: 1 september 2021)]
      3. ONDERAFDELING C TELLING
      4. ONDERAFDELING D AANWENDING VAN HET LESTIJDENPAKKET
      5. ONDERAFDELING E BIJZONDERE BEPALINGEN BIJ VRIJWILLIGE FUSIES
    3. AFDELING 3 PARAMEDISCH, MEDISCH, SOCIAAL, PSYCHOLOGISCHE EN ORTHOPEDAGOGISCH PERSONEEL
      1. [ONDERAFDELING A GEWOON BASISONDERWIJS]
      2. [ONDERAFDELING B BUITENGEWOON BASISONDERWIJS]
    4. [AFDELING 3BIS BELEIDS- EN ONDERSTEUNEND PERSONEEL (ing. decr. 10 juli 2003, art. 33)]
      1. [ONDERAFDELING A ALGEMEEN]
      2. [ONDERAFDELING B ZORG- EN GELIJKE ONDERWIJSKANSENBELEID (verv. decr. 19 juli 2013, art. II.37, I: 1 september 2013)]
      3. [ONDERAFDELING C ADMINISTRATIEVE EN BELEIDSONDERSTEUNING (verv. decr. 25 februari 2022, art. 13, I: 1 september 2021)]
    5. [AFDELING 3TER VERVANGINGSEENHEDEN VOOR KORTE AFWEZIGHEDEN (ing. decr. 8 mei 2009, art. II.22, I: 1 september 2008)]
    6. [AFDELING 3QUATER LERARENPLATFORM (ing. decr. 6 juli 2018, art. 25, I: 1 oktober 2018)]
      1. [Onderafdeling 1 Toepassingsgebied en definities (ing. decr. 6 juli 2018, art. 25, I: 1 oktober 2018)]
      2. [Onderafdeling 2. Werking (verv. decr. 9 juli 2021, art. 49, I: 1 september 2021)]
      3. [Onderafdeling 3 Berekening van de middelen (ing. decr. 6 juli 2018, art. 25, I: 1 oktober 2018)]
      4. [Onderafdeling 4 Toekenning van de middelen (ing. decr. 6 juli 2018, art. 25, I: 1 oktober 2018)]
      5. [Onderafdeling 5 Aanwending van de middelen (ing. decr. 6 juli 2018, art. 25, I: 1 oktober 2018)]
      6. [Onderafdeling 6. Inwerkingtreding (verv. decr. 9 juli 2021, art. 57, I: 1 september 2021)]
    7. [AFDELING 3QUINQUIES FLEXIBILISERING VAN DE VERVANGINGEN (verv. decr. 14 juli 2023, art. 48, I: 1 september 2023)]
    8. AFDELING 4 PERSONEEL TEN LASTE VAN HET WERKINGSBUDGET
    9. AFDELING 5 AFWIJKINGEN
    10. AFDELING 6 FLEXI-JOBS
  14. HOOFDSTUK X OPDRACHT VAN HET PERSONEEL IN HET BASISONDERWIJS
    1. AFDELING 1 [...]
    2. AFDELING 2 PRESTATIEREGELING
    3. AFDELING 3 BEGELEIDING
  15. [HOOFDSTUK XI PROJECTEN]
    1. [AFDELING 1 RIJDENDE KLEUTERSCHOOL VLAANDEREN (verv. decr. 21 december 2012, art. II.19.)]
    2. [AFDELING 2 BUITENGEWONE ONDERWIJSONTWIKKELINGEN (ing. decr. 10 juli 2003, art. 38)]
    3. [AFDELING 3 ... (opgeh. decr. 6 juli 2018, art. 30, I: 1 september 2018)]
    4. [AFDELING 4 ... (opgeh. decr. 5 mei 2023, art. 120, I: 1 september 2023)]
    5. ...
  16. HOOFDSTUK XII [...]
  17. [HOOFDSTUK XIIBIS BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR GESUBSIDIEERDE OFFICIELE SCHOLEN]
  18. [HOOFDSTUK XIITER DRINGENDE MAATREGELEN IN HET KADER VAN DE CAPACITEITSPROBLEMATIEK (ing. decr. 9 juli 2010, art. II.11)]
  19. ...
  20. [HOOFDSTUK XIIQUATER WAARBORGREGELING LICHAMELIJKE OPVOEDING (ing. decr. 6 juli 2012, art. 34, I: 1 september 2012)]
  21. [HOOFDSTUK XIIQUINQUIES WAARBORGREGELING BIJ DALING VAN HET LEERLINGENAANTAL IN HET BUITENGEWOON ONDERWIJS (ing. decr. 21 maart 2014, art. II.20, I: 1 januari 2015)]
  22. HOOFDSTUK XIII TERUGVORDERINGEN, INHOUDINGEN EN SANCTIES
    1. AFDELING 1 TERUGVORDERINGEN
    2. AFDELING 2 SANCTIES
  23. HOOFDSTUK XIV OPHEFFINGS-, WIJZIGINGS-, OVERGANGS- EN INGANGSBEPALINGEN
    1. AFDELING 1 OPHEFFINGSBEPALINGEN
    2. AFDELING 2 WIJZIGINGSBEPALINGEN
    3. AFDELING 3 OVERGANGSBEPALINGEN
    4. AFDELING 4 INWERKINGTREDING
  24. BIJLAGE 1 LIJST MET MATERIALEN DIE KOSTELOOS TER BESCHIKKING WORDEN GESTELD
  25. [BIJLAGE 2 (ing. decr. 6 juli 2012, art. 39, I 1 september 2012)]
  26. [BIJLAGE 3 (ing. decr. 6 juli 2012, art. 40, I: 1 september 2012)]
  27. [BIJLAGE 4 (ing. decr. 6 juli 2012, art. 41, I: 1 september 2012)]

Relaties

Relaties naar documenten

Type Datum Opschrift Datum BS Pagina BS
Gewijzigd bij 15/07/1997 Decreet betreffende het onderwijs VIII 21/08/1997 21388
Gewijzigd bij 15/07/1997 Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen 29/08/1997 22166
Gewijzigd bij 19/12/1997 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1998 30/12/1997 35235
Gewijzigd bij 14/07/1998 Decreet betreffende het onderwijs IX 29/08/1998 27832
Gewijzigd bij 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 29/08/1998 27870
Gewijzigd bij 01/12/1998 Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding 10/04/1999 11820
Gewijzigd bij 22/12/1999 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2000 30/12/1999 50232
Gewijzigd bij 20/10/2000 Decreet betreffende het onderwijs XII-Ensor 16/12/2000 42126
Gewijzigd bij 22/12/2000 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2001 30/12/2000 43521
Gewijzigd bij 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek 27/11/2001 40481
Gewijzigd bij 28/06/2002 Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I 14/09/2002 40896
Gewijzigd bij 14/02/2003 Decreet betreffende het onderwijs XIV 01/07/2003 35242
Gewijzigd bij 10/07/2003 Decreet betreffende het landschap basisonderwijs 24/10/2003 51821
Gewijzigd bij 02/04/2004 Decreet betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad 06/08/2004 59197
Gewijzigd bij 07/05/2004 Decreet betreffende de regionale technologische centra en houdende noodzakelijke en dringende onderwijsbepalingen 31/08/2004 63811
Gewijzigd bij 07/05/2004 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wat betreft het vreemdetalenonderwijs in het gewoon basisonderwijs 15/10/2004 72081
Gewijzigd bij 24/12/2004 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2004 21/02/2005 6537
Gewijzigd bij 24/06/2005 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2005 24/08/2005 36876
Gewijzigd bij 15/07/2005 Decreet betreffende het onderwijs XV 16/09/2005 40258
Gewijzigd bij 09/12/2005 Decreet betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs 02/02/2006 5774
Gewijzigd bij 30/06/2006 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006 13/12/2006 69308
Gewijzigd bij 07/07/2006 Decreet betreffende het onderwijs XVI 31/08/2006 43624
Gewijzigd bij 15/12/2006 Decreet betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen 06/02/2007 5888
Gewijzigd bij 22/12/2006 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2007 29/12/2006 75680
Gewijzigd bij 22/06/2007 Decreet betreffende het onderwijs XVII 21/08/2007 43721
Gewijzigd bij 06/07/2007 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek en van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad 24/08/2007 44139
Gewijzigd bij 13/07/2007 Decreet houdende dringende maatregelen met betrekking tot functiebeschrijving en evaluatie in het onderwijs 31/08/2007 45454
Gewijzigd bij 30/11/2007 Decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau 11/02/2008 8962
Gewijzigd bij 01/02/2008 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de gegevensuitwisseling in het kader van de stimulering van de kleuterparticipatie 04/03/2008 13096
Gewijzigd bij 06/06/2008 Decreet houdende het instellen van een rookverbod in [onderwijsinstellingen, onderwijsinternaten en centra voor leerlingenbegeleiding] 18/07/2008 38161
Gewijzigd bij 04/07/2008 Decreet betreffende het onderwijs XVIII 01/09/2008 45418
Gewijzigd bij 04/07/2008 Decreet betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wat de werkingsbudgetten betreft 20/10/2008 55718
Gewijzigd bij 19/12/2008 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2009 29/12/2008 68300
Gewijzigd bij 20/03/2009 Decreet houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 06/04/2009 25878
Gewijzigd bij 20/03/2009 Decreet betreffende de toelatingsvoorwaarden voor het gewoon lager onderwijs en de engagementsverklaring tussen de school en de ouders in het basis- en secundair onderwijs 09/04/2009 27170
Gewijzigd bij 08/05/2009 Decreet betreffende het onderwijs XIX 28/08/2009 59047
Gewijzigd bij 08/05/2009 Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs 28/08/2009 58982
Gewijzigd bij 18/12/2009 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010 30/12/2009 82412
Gewijzigd bij 18/12/2009 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de derde aanpassing van de begroting 2009 29/01/2010 4023
Gewijzigd bij 09/07/2010 Decreet betreffende het onderwijs XX 31/08/2010 55763
Gewijzigd bij 17/12/2010 Gecodificeerd Decreet betreffende het secundair onderwijs [citeeropschrift: "Codex Secundair Onderwijs"] 24/06/2011 37030
Gewijzigd bij 23/12/2010 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2011 31/12/2010 83289
Gewijzigd bij 17/06/2011 Decreet betreffende de scholengemeenschappen in het basis- en secundair onderwijs 20/07/2011 42934
Gewijzigd bij 01/07/2011 Decreet betreffende het onderwijs XXI 30/08/2011 55447
Gewijzigd bij 08/07/2011 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2011 25/07/2011 43198
Gewijzigd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht 23/02/2012 12461
Gewijzigd bij 23/12/2011 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2012 30/12/2011 81683
Gewijzigd bij 01/06/2012 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2012 22/06/2012 35095
Gewijzigd bij 29/06/2012 Decreet betreffende de noodzakelijke bepalingen voor de organisatie van het onderwijs 27/07/2012 45071
Gewijzigd bij 06/07/2012 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, met het oog op de invoering van een deels op socio-economische leerlingenkenmerken gebaseerd omkaderingssysteem, waarbij het kleuteronderwijs evenwaardig omkaderd wordt als het lager onderwijs 30/08/2012 53377
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013 31/12/2012 88576
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII 19/02/2013 9448
Gewijzigd bij 05/07/2013 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2013 30/07/2013 47665
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII 27/08/2013 56395
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 28/08/2014 64624
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school 20/08/2014 61050
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV 25/09/2014 76414
Gewijzigd bij 19/12/2014 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015 30/12/2014 106646
Gewijzigd bij 19/12/2014 Decreet houdende diverse bepalingen onderwijs 27/01/2015 7168
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV 21/08/2015 54349
Gewijzigd bij 03/07/2015 Decreet houdende diverse bepalingen onderwijs 28/07/2015 47816
Gewijzigd bij 13/11/2015 Decreet houdende dringende tijdelijke maatregelen in het kader van een stijgend aantal anderstalige kleuters en inzake flexibilisering van de programmatiemogelijkheden onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het secundair onderwijs 23/11/2015 70076
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI 10/08/2016 48367
Gewijzigd bij 15/07/2016 Decreet houdende de verschuiving en aanwending van werkingsmiddelen als gevolg van de toepassing van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, en houdende de verlenging van de aanwendingstermijn voor de extra werkingstoelage voor de stijging van het aantal anderstalige kleuters 06/09/2016 59701
Gewijzigd bij 28/10/2016 Gecodificeerd Decreet sommige bepalingen voor het onderwijs 29/12/2016 90468
Gewijzigd bij 18/11/2016 Decreet houdende de dringende verlenging van een tijdelijke maatregel in het kader van het stijgend aantal anderstalige kleuters 13/12/2016 84915
Gewijzigd bij 23/12/2016 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2017 29/12/2016 91053
Gewijzigd bij 16/06/2017 Decreet betreffende het onderwijs XXVII 18/08/2017 80412
Gewijzigd bij 30/06/2017 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017 03/07/2017 69572
Gewijzigd bij 24/11/2017 Decreet houdende diverse bepalingen onderwijs 15/01/2018 2013
Gewijzigd bij 22/12/2017 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 29/12/2017 116624
Gewijzigd bij 26/01/2018 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs, wat de onderwijsdoelen betreft (opschrift gewijzigd door de commissie:... tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs, wat onderwijsdoelen betreft, en tot wijziging van de decreten Rechtspositie onderwijspersoneel) 09/03/2018 19538
Gewijzigd bij 23/03/2018 Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0 16/04/2018 33745
Gewijzigd bij 27/04/2018 Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding 25/06/2018 51481
Gewijzigd bij 08/06/2018 Decreet houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) 26/06/2018 51728
Gewijzigd bij 15/06/2018 Decreet betreffende het onderwijs XXVIII 17/08/2018 65081
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 20/08/2018 65386
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2018 30/08/2018 67197
Gewijzigd bij 21/12/2018 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019 28/12/2018 105552
Gewijzigd bij 21/12/2018 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de termijnen van de aanmeldingsprocedure betreft 11/01/2019 903
Gewijzigd bij 15/03/2019 Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020 08/05/2019 44300
Gewijzigd bij 22/03/2019 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de afstemming op het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid 15/05/2019 46621
Gewijzigd bij 05/04/2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 24/06/2019 65014
Gewijzigd bij 03/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat de werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs betreft 29/05/2019 52735
Gewijzigd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft 26/07/2019 74048
Gewijzigd bij 22/11/2019 Decreet houdende wijziging van diverse decreten, wat de wijziging van het inschrijvingsrecht betreft 11/12/2019 111241
Gewijzigd bij 20/12/2019 Decreet programmadecreet bij de begroting 2020 30/12/2019 119067
Gewijzigd bij 08/05/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis 14/05/2020 34102
Gewijzigd bij 26/06/2020 Decreet Programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2020 17/07/2020 54226
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 24/08/2020 63533
Gewijzigd bij 18/12/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (V) 24/12/2020 94128
Gewijzigd bij 25/06/2021 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VIII) 06/07/2021 68447
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet Programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2021 20/08/2021 90224
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 26/08/2021 91328
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 16/03/2022 21015
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft bijkomende maatregelen voor het inschrijvingsrecht betreffende voorrangs- en ordeningscriteria 05/05/2022 40917
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 11/05/2022 42196
Gewijzigd bij 25/02/2022 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het onderwijs uit cao XII Leerplicht, cao V Basiseducatie en cao VI Hoger onderwijs vanaf het school- of academiejaar 2021-2022 25/05/2022 44847
Gewijzigd bij 24/06/2022 Decreet over de relancemaatregelen in het onderwijs 22/08/2022 63192
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet tot uitvoering van dringende maatregelen om het lerarenambt in het basis- en secundair onderwijs te herwaarderen 09/08/2022 61693
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 23/08/2022 63307
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 23/08/2022 63330
Gewijzigd bij 03/02/2023 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de rol van de centra voor leerlingenbegeleiding 28/02/2023 25487
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, wat betreft het gebruik van persoonsgegevens in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs 18/07/2023 60316
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet over de Vlaamse toetsen in het onderwijs 18/07/2023 60306
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 02/08/2023 65182
Gewijzigd bij 16/06/2023 Decreet over de onderwijsinternaten 14/08/2023 67495
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 28/08/2023 69846
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt 24/08/2023 69250
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 20/12/2023 120112
Gewijzigd bij 22/12/2023 Decreet programmadecreet bij de begroting 2024 29/12/2023 124783
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 28/06/2024 79141
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 13/06/2024 74294
Gewijzigd bij 17/05/2024 Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat het beheren en bewaren van bestuursdocumenten en persoonsgegevens betreft 11/06/2024 73760
Gewijzigd bij 17/05/2024 Decreet over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht 15/07/2024 84311
Zie ook 02/12/1969 Koninklijk Besluit tot vaststelling van de normen voor de oprichting van betrekkingen van rekenplichtig-correspondenten en geselecteerd rekenplichtig-correspondent in de Rijksonderwijsinrichtingen 30/12/1969 12598
Zie ook 27/05/1997 Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs 28/08/1997 21970
Zie ook 03/06/1997 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van een vergoeding voor begrafeniskosten in geval van overlijden van personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra 19/07/1997 18972
Zie ook 10/06/1997 Besluit van de Vlaamse Regering houdende de taken die niet in de functiebeschrijvingen van het personeel in het basisonderwijs kunnen opgenomen worden 24/06/1997 16831
Zie ook 17/06/1997 Ministerieel besluit tot vaststelling van het bijzonder bestek voor vervoer van de leerlingen die door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde onderwijsinstellingen bezoeken 15/07/1997 18650
Zie ook 17/06/1997 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs 12/09/1997 23775
Zie ook 17/06/1997 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs 11/09/1997 23499
Zie ook 17/06/1997 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie- en de rationalisatienormen in het gewoon basisonderwijs 19/07/1997 18979
Zie ook 17/06/1997 Besluit van de Vlaamse Regering over de wijze van verdeling en de aanvraagprocedure om personeelsleden te krijgen die ten behoeve van het basisonderwijs met verlof zijn voor de ondersteuning van de lokale comités 12/07/1997 18533
Zie ook 17/06/1997 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs [...] 27/08/1997 21881
Zie ook 17/06/1997 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende laakbare praktijken en de samenstelling, de bevoegdheid en de werking van de Commissie Laakbare Praktijken voor het basisonderwijs 02/08/1997 19947
Zie ook 17/06/1997 Besluit van de Vlaamse Regering [betreffende het lager onderwijs aan huis voor zieke kinderen] 02/08/1997 19944
Zie ook 24/06/1997 Besluit van de Vlaamse Regering over de bevoegdheid, de samenstelling en de werking van de commissies van advies voor het buitengewoon onderwijs 17/09/1997 24151
Zie ook 08/07/1997 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning, de financiering en subsidiëring van scholen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs 30/08/1997 22329
Zie ook 23/07/1997 Besluit van de Vlaamse Regering tot nadere bepaling van de afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen 29/08/1997 22171
Zie ook 12/11/1997 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs 06/01/1998 136
Zie ook 09/12/1997 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van extra lestijden voor scholen van het basisonderwijs in de rand- en taalgrensgemeenten 24/01/1998 1797
Zie ook 28/08/2000 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de operationele doelstellingen voor de begeleiding van jongeren met leerplichtproblemen in de centra voor leerlingenbegeleiding 04/11/2000 36747
Zie ook 27/04/2001 Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 8 18/09/2001 31085
Zie ook 04/05/2001 Besluit van de Vlaamse Regering houdende afwijking van de beperking van het prijsindexcijfer tot 75 % voor het basisonderwijs in de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2001 16/06/2001 20541
Zie ook 26/10/2001 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het tijdelijk project voor de informatisering van het basis- en het secundair onderwijs 08/12/2001 42377
Zie ook 19/07/2002 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het geïntegreerd ondersteuningsaanbod in het gewoon basisonderwijs 04/12/2002 54679
Zie ook 31/01/2003 Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 7 01/04/2003 16378
Zie ook 05/12/2003 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende ICT-coördinatie in het onderwijs 29/01/2004 5588
Zie ook 05/03/2004 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de [puntenenveloppen] voor de scholengemeenschappen basisonderwijs 11/06/2004 44068
Zie ook 01/09/2006 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van aanvullende lestijden voor de integratie van anderstaligen 24/11/2006 65630
Zie ook 10/11/2006 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen 15/12/2006 72279
Zie ook 13/07/2007 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het onderwijs aan huis voor zieke kinderen en jongeren 31/08/2007 45501
Zie ook 23/10/2009 Decreet houdende interpretatie van de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 24/11/2009 73169
Zie ook 14/06/2013 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorwaarden en procedure tot de erkenning van de gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen met Vlaamse studiebewijzen uitgereikt in het basisonderwijs en secundair onderwijs, en sommige Vlaamse studiebewijzen uitgereikt in het volwassenenonderwijs 18/07/2013 45220
Zie ook 26/09/2014 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de bepaling van de regels voor de aanvraag en de toekenning van de subsidie voor de Rijdende kleuterschool Vlaanderen 03/11/2014 83735
Zie ook 10/07/2015 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering en tot verdere uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 25/08/2015 54674
Zie ook 17/05/2019 Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type basisaanbod 22/08/2019 80526
Zie ook 06/09/2019 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de werkingsmiddelen van het kleuteronderwijs, ter uitvoering van artikel 76bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 23/09/2019 87812
Zie ook 29/05/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (II) 02/06/2020 38686
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 10/11/2020 79757
Zie ook 12/02/2021 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VI) 17/02/2021 15211
Zie ook 10/12/2021 Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse dringende maatregelen in onderwijs ingevolge COVID-19 16/12/2021 120820
Zie ook 07/10/2022 Besluit van de Vlaamse Regering over het inschrijvingsrecht in het basisonderwijs en het secundair onderwijs 29/12/2022 102805
Zie ook 05/05/2023 Besluit van de Vlaamse Regering m.b.t. de uitvoering van leersteun 04/08/2023 65507
Wijzigt 20/08/1957 Gecoördineerde Wet op het lager onderwijs 0
Wijzigt 29/05/1959 Wet [tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving] 19/06/1959 4586
Wijzigt 14/03/1960 Koninklijk Besluit houdende toepassing van [bepalingen inzake leerlingenvervoer (verv. Gecoörd. Decr. 28 oktober 2016, art. XII.1, I: 1 januari 2017)] 07/05/1960 3410
Wijzigt 06/07/1970 Wet op het buitengewoon [en geïntegreerd] onderwijs 25/08/1970 8660
Wijzigt 20/07/1982 Genummerd koninklijk besluit nr. 65 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald in de inrichtingen voor buitengewoon onderwijs 29/07/1982 8652
Wijzigt 20/07/1982 Genummerd koninklijk besluit nr. 67 [tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel worden bepaald in het buitengewoon secundair onderwijs] 29/07/1982 8666
Wijzigt 29/06/1983 Wet betreffende de leerplicht 06/07/1983 8832
Wijzigt 11/08/1986 Genummerd koninklijk besluit nr. 439 houdende rationalisatie en programmatie van het buitengewoon onderwijs 30/08/1986 11983
Wijzigt 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 18/08/1990 15978
Wijzigt 17/07/1991 Decreet betreffende inspectie, [dienst voor onderwijsontwikkeling] en pedagogische begeleidingsdiensten 31/08/1991 18949
Wijzigt 01/04/1993 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van het gewoon kleuter- en lager onderwijs op basis van een lestijdenpakket 23/06/1993 15264
Wijzigt 28/04/1993 Decreet betreffende het onderwijs IV 28/05/1993 12938
Heft op 17/12/1973 Koninklijk Besluit betreffende de socio-culturele en sportactiviteiten georganiseerd of gesubsidieerd door de Staat in het lager- en kleuteronderwijs 05/02/1974 1645
Heft op 01/02/1978 Koninklijk Besluit houdende organiek reglement van de verbeteringsraad voor het basisonderwijs van de Staat (Nederlands taalstelsel) 18/03/1978 3075
Heft op 12/01/1981 Koninklijk Besluit tot vaststelling van de samenstelling, de bevoegdheid en de werking van de raad van het pluralistisch onderwijs 06/02/1981 1291
Heft op 15/06/1984 Koninklijk Besluit betreffende het kantonnaal examen tot uitreiking van het getuigschrift van basisonderwijs 20/06/1984 8963
Heft op 02/08/1984 Koninklijk Besluit houdende rationalisatie en programmatie van het gewoon kleuter- en lager onderwijs 18/08/1984 11714

Inhoud

HOOFDSTUK I INLEIDENDE BEPALINGEN (... - ...)

Artikel 1. (... - ...)

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Artikel 2. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 07/07/2006 Decreet betreffende het onderwijs XVI II.1.
Gewijzigd bij 22/06/2007 Decreet betreffende het onderwijs XVII II.1.
Gewijzigd bij 09/07/2010 Decreet betreffende het onderwijs XX II.1.
Gewijzigd bij 16/06/2023 Decreet over de onderwijsinternaten 97.

Inhoud

§ 1. De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op het gewoon en het buitengewoon, erkend, gefinancierd en gesubsidieerd basisonderwijs, tenzij het uitdrukkelijk anders vermeld wordt. Het decreet is niet van toepassing op de onderwijsinternaten, semi-internaten, opvangcentra en observatiecentra die verbonden zijn aan basisscholen.

§ 2. ...

HOOFDSTUK II AFKORTINGEN EN DEFINITIES (... - ...)

Artikel 3. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 15/07/2005 Decreet betreffende het onderwijs XV II.1.
Gewijzigd bij 10/07/2003 Decreet betreffende het landschap basisonderwijs 2.
Gewijzigd bij 14/02/2003 Decreet betreffende het onderwijs XIV II. 1.
Gewijzigd bij 28/06/2002 Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I IX.1.
Gewijzigd bij 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek III. 1.
Gewijzigd bij 22/12/2000 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2001 16.
Gewijzigd bij 14/07/1998 Decreet betreffende het onderwijs IX 16.
Gewijzigd bij 14/07/1998 Decreet betreffende het onderwijs IX 17.
Gewijzigd bij 07/07/2006 Decreet betreffende het onderwijs XVI II.2.
Gewijzigd bij 07/07/2006 Decreet betreffende het onderwijs XVI II.2.
Gewijzigd bij 04/07/2008 Decreet betreffende het onderwijs XVIII II.1.
Gewijzigd bij 22/06/2007 Decreet betreffende het onderwijs XVII II.2.
Gewijzigd bij 06/07/2007 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek en van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad 2.
Gewijzigd bij 04/07/2008 Decreet betreffende het onderwijs XVIII II.1.
Gewijzigd bij 22/06/2007 Decreet betreffende het onderwijs XVII II.2.
Gewijzigd bij 08/05/2009 Decreet betreffende het onderwijs XIX II.1.
Gewijzigd bij 08/05/2009 Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs 198.
Gewijzigd bij 09/07/2010 Decreet betreffende het onderwijs XX II.2.
Gewijzigd bij 17/06/2011 Decreet betreffende de scholengemeenschappen in het basis- en secundair onderwijs 6.
Gewijzigd bij 01/07/2011 Decreet betreffende het onderwijs XXI II.1.
Gewijzigd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.1.
Gewijzigd bij 06/07/2012 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, met het oog op de invoering van een deels op socio-economische leerlingenkenmerken gebaseerd omkaderingssysteem, waarbij het kleuteronderwijs evenwaardig omkaderd wordt als het lager onderwijs 2.
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII II.1.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.1.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.1.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften II.1.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.1.
Gewijzigd bij 16/06/2017 Decreet betreffende het onderwijs XXVII II.1.
Gewijzigd bij 23/03/2018 Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0 2.
Gewijzigd bij 27/04/2018 Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding 99.
Gewijzigd bij 15/06/2018 Decreet betreffende het onderwijs XXVIII 25.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 10.
Gewijzigd bij 22/03/2019 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de afstemming op het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid 2.
Gewijzigd bij 05/04/2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 6.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 25.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 75.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 75.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 4.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 5.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 5.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 13.
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet over de Vlaamse toetsen in het onderwijs 2.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 88.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 13.
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt 44.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 2.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 9.
Gewijzigd bij 17/05/2024 Decreet over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht 39.
Zie ook 03/06/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis en tot wijziging van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen - (II) 23.
Zie ook 15/07/2022 Decreet tot het nemen, naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, van dringende maatregelen in het onderwijs voor kleuters, leerlingen en cursisten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (III) 14.
Zie ook 23/12/2022 Decreet tot het nemen, naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, van dringende maatregelen in het onderwijs voor kleuters, leerlingen en cursisten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (IV) 14.
Zie ook 23/12/2022 Decreet tot het nemen, naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, van dringende maatregelen in het onderwijs voor kleuters, leerlingen en cursisten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (IV) 15.

Inhoud

Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
1° aanvullende lestijden: lestijden toegekend voor specifieke behoeften bepaald door de regering;
2° aanvullende uren: uren paramedische, medische, psychologische, sociale of orthopedagogische hulp toegekend voor specifieke behoeften;
3° administratieve vestigingsplaats: vestigingsplaats door het schoolbestuur gekozen als administratieve zetel van de school;
4° afstand: de kortst mogelijke afstand gemeten langs de rijbaan, zoals omschreven in artikel 2.1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, zonder rekening te houden met wegomleggingen, verkeersvrije straten, éénrichtingsverkeer en autosnelwegen;
4°bis Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;
4°ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten;
4° quater anderstalige nieuwkomer :
a) een leerling die uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar of ouder is en die op de dag van de voorziene instap in de school gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet :
1) hij is een nieuwkomer, dit wil zeggen dat hij maximaal één jaar ononderbroken in België verblijft;
2) hij heeft niet het Nederlands als thuistaal of moedertaal;
3) hij beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen;
4) hij is maximaal negen maanden ingeschreven, vakantiemaanden juli en augustus niet inbegrepen, in een school met het Nederlands als onderwijstaal;
b) een leerling die officieel verblijft in een open asielcentrum, zijnde een collectieve opvangstructuur zoals bedoeld in artikel 2, 10°, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde categorieën van vreemdelingen en die uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar of ouder is.
Dat de leerling voldoet aan de voorwaarden, vermeld in punt a), 1) en 2), wordt bewezen aan de hand van een verklaring op eer van de ouders. Met die verklaring op eer wordt voor het beantwoorden aan de voorwaarde vermeld in punt 1) echter geen rekening gehouden, als in het inschrijvings- of leerlingendossier documenten aanwezig zijn die deze verklaring tegenspreken. Dat de leerling voldoet aan de voorwaarde vermeld in punt b) wordt bewezen aan de hand van een attest, uitgereikt door het open asielcentrum waar hij officieel verblijft. De verklaringen die aantonen dat anderstalige nieuwkomers voldoen aan de voorwaarden, worden ten minste vijf jaar in de school bewaard en moeten eventueel ter verificatie worden voorgelegd.
5° het Gemeenschapsonderwijs: een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
6° basisschool: school waar kleuteronderwijs en lager onderwijs georganiseerd wordt;
7° behoudsnorm: gunstige rationalisatienorm die in welbepaalde situaties in het buitengewoon onderwijs mag toegepast worden;
7°bis bevoegd steunpunt: het universitair steunpunt dat erkend en gesubsidieerd wordt voor de ontwikkeling van de Vlaamse toetsen volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 1999 houdende de regeling van de procedure en de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de universitaire steunpunten;
8° bevolkingsdichtheid van een gemeente: het aantal inwoners per vierkante kilometer dat opgenomen is in de gemeentemonitor van de Vlaamse overheid en dat op 1 februari van het schooljaar voorafgaand aan de start van de zesjaarlijkse periode voor scholengemeenschappen, vermeld in artikel 125quinquies, beschikbaar is;
8°bis bijkomende lestijden : lestijden die niet behoren tot het lestijdenpakket en geen extra lestijden zijn;
8°ter bijkomende uren : uren die niet behoren tot het urenpakket en geen extra uren zijn;
8° quater brede basiszorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school vanuit een visie op zorg de ontwikkeling van alle leerlingen stimuleert en problemen tracht te voorkomen door een krachtige leeromgeving te bieden, de leerlin- gen systematisch op te volgen en actief te werken aan het verminderen van risicofactoren en aan het versterken van beschermende factoren;
9° ...;
9°bis CKG-school : school die verbonden is aan een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning;
9°ter CLB: centrum voor leerlingenbegeleiding zoals bedoeld in het decreet van 27 april 2018 betreffende leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
9° quater CLR: de Commissie inzake Leerlingenrechten, vermeld in deel VIII, hoofdstuk 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016;
9° quater/1 consultatieve leerlingenbegeleiding: de kernactiviteit van een centrum voor leerlingenbegeleiding waarbij het versterking biedt aan de school bij problemen van individuele leerlingen of groepen van leerlingen;
9° quinquies compenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school orthopedagogische of orthodidactische hulpmiddelen aanbiedt, waaronder technische hulpmiddelen, waardoor de doelen van het gemeenschappelijk curriculum of de doelen die na dispensatie voor de leerling bepaald zijn, bereikt kunnen worden;
9° sexies : contactonderwijs : onderwijs waarbij er een rechtstreeks en regelmatig contact is tussen de leraar of begeleider van een onderwijsactiviteit en de leerling, gebonden aan een bepaald tijdstip en plaats van onderwijsverstrekking;
10° POV: Provinciaal Onderwijs Vlaanderen;
11° departement: bevoegde dienst of ambtenaar van het departement onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Ge-meenschap;
12° differentiërende maatregelen: maatregelen waarbij de school, binnen het gemeenschappelijk curriculum, een beperkte variatie aanbrengt in het onderwijsleerproces om beter tegemoet te komen aan de behoeften van individuele leerlingen of groepen van leerlingen;
12° bis dispenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school doelen toevoegt aan het gemeenschappelijk curriculum of de leerling vrijstelt van doelen van het gemeenschappelijk curriculum en die, waar mogelijk, vervangt door gelijkwaardige doelen, in die mate dat ofwel de doelen voor de studiebekrachtiging in functie van de finaliteit voor het onderwijsniveau ofwel de doelen voor het doorstromen naar het beoogde vervolgonderwijs, nog in voldoende mate kunnen bereikt worden;
12° ter disproportionaliteit/disproportioneel: onredelijkheid van aanpassingen aangetoond na een proces van afweging met toepassing van de criteria als vermeld in artikel 2, § 2 en § 3, van het Protocol van 19 juli 2007 betreffende het begrip redelijke aanpassingen in België krachtens de wet van 25 februari 2003 ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding;
13° erkend onderwijs : onderwijs dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 62 of artikel 62bis en erkend is door de Vlaamse Regering zoals bepaald in artikel 35 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
14° extra lestijden: lestijden toegekend in het kader van een tijdelijk project;
14°bis extra uren : uren die toegekend zijn in het kader van een tijdelijk project;
14°bis extra-muros activiteiten : activiteiten die plaatsvinden buiten de schoolmuren en georganiseerd worden voor één of meer leerlingengroepen. Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder;
14°ter extra-murosactiviteiten : activiteiten die plaatsvinden buiten de schoolmuren en georganiseerd worden voor één of meer leerlingengroepen. Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder;
14°quater feedbackrapport: een rapport met de resultaten op de Vlaamse toetsen op het schoolniveau, het niveau van de leerlingengroep of het leerlingniveau;
15° fusie van scholen: de samenvoeging tot één nieuwe school van twee of méér scholen die gelijktijdig worden afge-schaft of de samenvoeging tot één school van twee of méér scholen waarbij één van de betrokken scholen blijft bestaan en de andere(n) opslorpt;
15°/1 GC-verslag: een verslag gemeenschappelijk curriculum, een verslag dat toegang geeft tot leersteun bij een gemeenschappelijk curriculum als vermeld in artikel 16;
16° gefinancierd onderwijs: gemeenschapsonderwijs dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 68;
17° Gemeenschap: de Vlaamse Gemeenschap;
17° bis gemeenschappelijk curriculum: de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven en de schoolgebonden planning voor het nastreven van de leergebiedoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen;
17°ter Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR);
18° gemeenschapsonderwijs: onderwijs georganiseerd door of namens de Gemeenschap;
18° bis ...;
19° gesubsidieerd onderwijs: vrij onderwijs of officieel onderwijs, met uitzondering van het gemeenschapsonderwijs, dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 68;
20° godsdienst of levensbeschouwing: een godsdienst of levensbeschouwing erkend door de overheid die terzake bevoegd is;
21° groep: indeling van de scholen en vestigingsplaatsen in het gewoon basisonderwijs en van de scholen in het buiten-gewoon basisonderwijs naargelang ze behoren tot het gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs, het gesubsidieerd vrij onderwijs naargelang van de onderscheidene godsdiensten, of tot het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs;
21° bis handelingsgericht advies: het CLB geeft advies aan de leerling, de ouders of het schoolteam over keuzemogelijkheden en gedragsalternatieven of eventueel bepaalde hulp;
22° herstructurering:
a) in het gewoon onderwijs: wijziging in de structuur van een school op het vlak van vestigingsplaatsen en/of onder-wijsniveaus en/of leerlingengroepen. Een wijziging op het vlak van leerlingengroepen is een herstructurering wanneer er leerlingengroepen afgesplitst worden naar één of meer nieuwe scholen. Een fusie wordt niet als een herstructurering beschouwd;
b) in het buitengewoon onderwijs: wijziging in de structuur van een school op het vlak van vestigingsplaatsen en/of onderwijsniveaus en/of types en/of leerlingengroepen. Een wijziging op het vlak van de leerlingengroepen is een herstructurering wanneer er leerlingengroepen afgesplitst worden naar één of meerdere scholen. Een fusie en veranderingen van bestaande types of niveaus binnen bestaande vestigingsplaatsen in de school zonder dat het bestaande aanbod in de totale school wijzigt, worden niet als een herstructurering beschouwd;
23° hoofdopdracht: lesopdracht voor het onderwijzend personeel, kindgebonden opdracht voor het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. In de hoofdopdracht kunnen bijzondere pedagogische taken en/of lestijden beleidsondersteuning begrepen zijn;
24° huisonderwijs :
- het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school;
- onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in het kader van de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan;
24°/1 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum als vermeld in artikel 15;
24° bis kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen;
25° klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling;
25°bis kleuterparticipatie : de inschrijving in en deelname aan het kleuteronderwijs van niet-leerplichtige leerlingen met het oog op het realiseren van de ontwikkelingsdoelen;
26° kleuterschool: school waar alleen kleuteronderwijs georganiseerd wordt;
27° lagere school: school waar alleen lager onderwijs georganiseerd wordt;
27° bis leefentiteit: leerlingen met ten minste één gemeenschappelijke ouder, als vermeld in 41°, of leerlingen met eenzelfde hoofdverblijfplaats;
27° ter leerlingenbegeleiding: een geheel van preventieve en begeleidende maatregelen. Leerlingenbegeleiding situeert zich op vier domeinen: de onderwijsloopbaan, leren en studeren, psychisch en sociaal functioneren en preventieve gezondheidszorg. De maatregelen vertrekken steeds vanuit een geïntegreerde en holistische benadering voor de vier begeleidingsdomeinen en dit vanuit een continuüm van zorg;
28° leerlingengroep: aantal leerlingen dat samen voor een bepaalde periode eenzelfde opvoedings- of onderwijsactiviteit volgt;
28° /1 leerling met een zorgthuis:
a) een leerling die effectief gebruik maakt van een jeugdhulpverleningsbeslissing als vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp voor:
- een verblijf bij een jeugdhulpaanbieder als vermeld in artikel 2, § 1, 27°, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de onderwijsinternaten, vermeld in artikel 68, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp en met uitzondering van vrijwillige Jeugdhulpverlening in de multifunctionele centra, als bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
- contextbegeleiding in functie van autonoom wonen of begeleiding in een kleinschalige wooneenheid, overeenkomstig artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;
b) een leerling die geplaatst is door de jeugdrechter of jeugdrechtbank in een gemeenschapsinstelling als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht;
c) een niet-begeleide minderjarige vreemdeling voor wie de voorwaarden, vermeld in artikel 5 en 5/1 van hoofdstuk 6 van titel XIII van de Programmawet (I) van 24 december 2002, vervuld zijn
28° bis leerling met specifieke onderwijsbehoeften: leerling met langdurige en belangrijke participatieproblemen die te wijten zijn aan het samenspel tussen:
a) één of meerdere functiebeperkingen op mentaal, psychisch, lichamelijk of zintuiglijk vlak en;
b) beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en;
c) persoonlijke en externe factoren;
29° leergebied: samenhangend geheel van leerinhouden;
29°/1 leerondersteuner: de leerondersteuner, vermeld in artikel 5, 9°, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun;
30° leerplicht: periode binnen de welke men verplicht is onderwijs te volgen, zoals vastgelegd in artikel 1, § 1, § 3, § 7 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht;
31° leerplichtige: jongere onderworpen aan de leerplicht;
31°/1 leersteun: ondersteuning als vermeld in artikel 6 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun;
31°/2 leersteunmodel: het leersteunmodel voor de organisatie van leersteun in scholen voor gewoon onderwijs, vermeld in hoofdstuk 3 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun;
31°bis leerwinst: de verandering in de leerprestaties tussen twee metingen bij dezelfde leerlingen op dezelfde meetschaal. Leerwinst kan verwijzen naar diverse niveaus: het Vlaamse niveau, het schoolniveau en het leerlingniveau;
32° lestijd: periode van vijftig minuten die als eenheid voor de bepaling van de duur van de onderwijsactiviteiten wordt gebruikt;
33° lestijdenpakket :
a) in het gewoon basisonderwijs : pakket lestijden dat bestaat uit de lestijden volgens de schalen, de SES-lestijden en de aanvullende lestijden, toegekend aan een school om de financierbare of subsidieerbare personeelsformatie van het onderwijzend personeel te bepalen, inclusief de eventuele lesopdracht van de directie;
b) in het buitengewoon basisonderwijs : het pakket lestijden dat bestaat uit de lestijden volgens de schalen en de aanvullende lestijden, toegekend aan een school om de financierbare of subsidieerbare personeelsformatie van het onderwijzend personeel te bepalen, inclusief de eventuele lesopdracht van de directie;
34° lestijden volgens de schalen : resultaat van de verrekening van het aantal regelmatige leerlingen op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode aan de hand van schalen of bekomen als additionele lestijden volgens de schalen volgens de berekeningswijzen vermeld in dit decreet;
35° lokaal comité: het lokaal overlegorgaan of onderhandelingsorgaan bevoegd voor arbeidsvoorwaarden en perso-neelsaangelegenheden;
36° LOP: een lokaal overlegplatform als vermeld in deel VIII, hoofdstuk 1, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016;
37° officieel onderwijs: onderwijs georganiseerd door een publiekrechtelijke rechtspersoon;
38° ...
39° onderwijsinspectie: de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs of de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, voor zover belast met taken op het gebied van het basisonderwijs;
39°bis onderwijsnet:
- het gemeenschapsonderwijs: het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
- het gesubsidieerd officieel onderwijs: het onderwijs ingericht door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs en dat in aanmerking komt voor subsidiring van de Vlaamse Gemeenschap;
- het gesubsidieerd vrij onderwijs: het onderwijs ingericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtsper-sonen en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap;
40° onderwijsniveau: indeling van het onderwijs in kleuteronderwijs, lager onderwijs, secundair onderwijs en hoger on-derwijs;
41° ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben;
42° OVSG: Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap;
42° bis pedagogisch project : het geheel van de fundamentele uitgangspunten voor een school en haar werking;
43° periode van normale aanwezigheid van de leerlingen: periode die loopt vanaf 15 minuten voor de eerste les 's mor-gens tot 15 minuten na de laatste les 's middags en vanaf 15 minuten voor de eerste les 's namiddags tot 15 minuten na de laatste les 's avonds;
43°bis plage: lestijden of uren buiten het lestijden- en urenpakket die zich situeren boven het minimum maar binnen het maximum van de hoofdopdracht;
44° preventorium: medische instelling die onder meer in residentieel verband kuurmogelijkheden biedt aan kinderen en jongeren [van twee jaar en zes maanden tot achttien jaar en waar buitengewoon onderwijs van type 5 gegeven wordt;
45° programmatienorm: aantal regelmatige leerlingen dat op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode in een school of een type moet ingeschreven zijn om in de financierings- of subsidiëringsregeling te worden opgenomen;
45°bis puntenenveloppe : het aantal punten waarover een school en/of scholengemeenschap op basis van het aantal regelmatige leerlingen op een welbepaalde teldag of op basis van het gemiddeld aantal leerlingen tijdens de telperiode beschikt en dat het aantal organiseerbare betrekkingen van beleids- en ondersteunend personeel en/of bestuurs- en onderwijzend personeel bepaalt;
45°ter randgemeenten : de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;
45°quater taalgrensgemeenten : de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 3, 1°, van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs;
46° rationalisatienorm : het aantal regelmatige leerlingen dat op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode in een school, een vestigingsplaats, een onderwijsniveau of een type moet ingeschreven zijn om na de programmatieperiode nog gefinancierd of gesubsidieerd te blijven;
47° regering: de Vlaamse regering;
47° bis remediërende maatregelen: maatregelen waarbij de school effectieve vormen van aangepaste leerhulp verstrekt binnen het gemeenschappelijk curriculum;
48° salaris: wedde, weddetoelage, bijwedde, toelagen en vergoedingen;
49° school: pedagogisch geheel, waar onderwijs georganiseerd wordt en dat onder leiding staat van één directeur;
50° schoolbestuur: de inrichtende macht zoals bedoeld in artikel 24, § 4, van de Grondwet, dit is de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen;
51° schooljaar: de periode van 1 september tot en met 31 augustus;
52° schoolopdracht van het personeel: het geheel van taken die een personeelslid in schoolverband uitvoert;
52°bis scholengemeenschap basisonderwijs: is een samenwerkingsverband dat beantwoordt aan de criteria van de artikelen 125sexies tot en met 125octies;
52° bis/0 scholengemeenschapsinstelling: een scholengemeenschapsinstelling is een instelling die geen school is en die uitsluitend opgericht kan worden binnen één scholengemeenschap en zich beperkt tot en als enige doel heeft daar personeelsleden, die werken ter ondersteuning van de scholen van de scholengemeenschap aan te stellen, te affecteren, toe te laten tot de proeftijd en vast te benoemen indien ze daarvoor in aanmerking komen.
52° bis/1 selectieve participatietoeslagen leerling: de selectieve participatietoeslagen, zoals opgenomen in boek 2, deel 2, titel 1, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid;
52° bis/1/1 SES-lestijden : lestijden, toegekend op basis van de socio-economische status van leerlingen in het gewoon basisonderwijs die gevat wordt door leerlingkenmerken;
52° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;
52° bis/2 ...;
52°ter trekkende bevolking: binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden;
53° type: indeling van het buitengewoon onderwijs op basis van de bijzondere opvoedings- en onderwijsbehoeften die een bepaalde groep leerlingen gemeenschappelijk heeft;
53° bis uitbreiding van zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school de maatregelen uit de fase van verhoogde zorg onverkort verderzet en het CLB een proces van handelingsgerichte diagnostiek opstart. Het CLB richt zich daarbij op een uitgebreide analyse van de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerling en op de ondersteuningsbehoeften van de leerkracht(en) en ouders met het oog op het formuleren van adviezen voor het optimaliseren van het proces van afstemming van het onderwijs- en opvoedingsaanbod op de zorgvraag van de leerling. Het CLB bepaalt in samenspraak met de school en de ouders welke bijkomende inzet van middelen, hulp of expertise, hetzij ten aanzien van de school of de leerling, al dan niet in zijn context, wenselijk is alsook de omvang en de duur daarvan;
54° urenpakket:
a) in gewoon onderwijs: het aantal uren toegekend aan een school om de gefinancierde of gesubsidieerde formatie voor kinderverzorgers in het kleuteronderwijs te bepalen;
b) in het buitengewoon onderwijs: het aantal uren toegekend aan een school om de gefinancierde of gesubsidieerde formatie voor het paramedisch, medisch, psychologisch, orthopedagogisch en sociaal personeel te bepalen. Dit pakket bestaat uit uren volgens de richtgetallen en aanvullende uren;
55° uren volgens de richtgetallen: resultaat van de verrekening van het aantal regelmatige leerlingen op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode aan de hand van de richtgetallen door de regering vastgelegd;
55° bis verhoogde zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school extra zorg voorziet onder de vorm van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, afgestemd op de specifieke onder- wijsbehoeften van bepaalde leerlingen, en voorafgaand aan de fase van uitbreiding van zorg;
56° vestigingsplaats: gebouw of gebouwencomplex waarin een school of een gedeelte van een school gehuisvest is;
56°bis de Vlaamse toetsen: gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde, net- en koepeloverschrijdende toetsen die worden afgenomen in bepaalde leerjaren van het basisonderwijs in alle scholen over een selectie van eindtermen;
57° vrij onderwijs: onderwijs georganiseerd door een natuurlijk persoon of een private rechtspersoon;
58° ziekenhuisschool: school voor buitengewoon basisonderwijs van type 5 verbonden aan een ziekenhuis waar kinderen omwille van ernstige medische redenen worden opgenomen;
59° zorgcontinuüm: opeenvolging van de fasen in de organisatie van de onderwijsomgeving op het gebied van brede basiszorg, verhoogde zorg en uitbreiding van zorg;

HOOFDSTUK III STRUCTUUR VAN HET BASISONDERWIJS (... - ...)

AFDELING 1 KLEUTERONDERWIJS, LAGER ONDERWIJS EN BASISONDERWIJS (... - ...)

Artikel 4. (... - ...)

Het basisonderwijs omvat kleuteronderwijs en lager onderwijs. Er is gewoon en buitengewoon basis-onderwijs.

Artikel 5. (... - ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 14/02/2003 Decreet betreffende het onderwijs XIV II. 2.

Inhoud

Het kleuteronderwijs is basisonderwijs voor kinderen vanaf [twee jaar en zes maanden (verv. decr. 14 februari 2003, art. II. 2, I: 1 september 2002) ] en loopt tot de aanvang van het lager onderwijs.

Er is gewoon en buitengewoon kleuteronderwijs.

Artikel 6. (01/09/2020- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 26.

Inhoud

§ 1. Het lager onderwijs is basisonderwijs dat aanvangt vanaf het tweede jaar van de leerplicht, bestemd is voor kinderen na het kleuteronderwijs en loopt tot de aanvang van het secundair onderwijs.

Er is gewoon en buitengewoon lager onderwijs.

§ 2. Het gewoon lager onderwijs duurt zes jaar, het buitengewoon lager onderwijs duurt zeven jaar.

Artikel 7. (01/09/2015- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 10/07/2003 Decreet betreffende het landschap basisonderwijs 3.
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV II.1.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 3.

Inhoud

§ 1. Elk schoolbestuur beslist of het alleen kleuteronderwijs, alleen lager onderwijs of beide orga-niseert.

In nieuwe scholen voor gewoon onderwijs, opgericht vanaf 1 september 2003, moet zowel kleuter- als lager onderwijs worden georganiseerd.

§ 2. Het schoolbestuur bepaalt vrij de organisatie van zijn kleuteronderwijs en lager onderwijs. Het legt die organisatie vast in het schoolwerkplan.

§ 3. In scholen met lager onderwijs moet het lager onderwijs steeds volledig georganiseerd worden. In scholen met kleuteronderwijs moet het kleuteronderwijs steeds volledig georganiseerd worden. Deze verplichting geldt, voor wat het gewoon kleuteronderwijs betreft, vanaf het schooljaar 2016-2017.

In het gewoon basisonderwijs moet het kleuteronderwijs volledig georganiseerd zijn vanaf het derde bestaansjaar van dat onderwijsniveau in de school en het lager onderwijs volledig georganiseerd zijn vanaf het zesde bestaansjaar van dat onderwijsniveau in de school.

[AFDELING 2 GEWOON EN BUITENGEWOON BASISONDERWIJS (verv. decr. 6 juli 2018, art. 11, I: 1 september 2018)] (... - ...)

Artikel 8. (01/03/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school II.1.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften II.2.
Gewijzigd bij 03/02/2023 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de rol van de centra voor leerlingenbegeleiding 2.

Inhoud

Het gewoon basisonderwijs wordt zodanig georganiseerd dat, op grond van een pedagogisch project, in de school een opvoedings- en leeromgeving gecreëerd wordt waarin de leerlingen een ononderbroken leerproces kunnen doormaken. Die omgeving wordt aangepast aan de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. Een school die beslist het ononderbroken leerproces van een leerling te onderbreken door die leerling het aanbod van het afgelopen schooljaar gedurende het daaropvolgende schooljaar nogmaals te laten volgen, motiveert die beslissing schriftelijk ten aanzien van de ouders en licht die beslissing mondeling toe. De school geeft aan welke bijzondere aandachtspunten er voor die leerling zijn in het daaropvolgende schooljaar.

Het gewoon basisonderwijs is in principe verantwoordelijk voor het onderwijs aan alle leerlingen van bedoelde leeftijdscategorie. Het moet door blijvende aandacht en verbreding van de zorg zoveel mogelijk leerlingen blijvend begeleiden. Het werkt hiervoor op een systematische, planmatige en transparante wijze samen met het CLB en de ouders en doet, in het bijzonder voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, gepaste en redelijke aanpassingen, waaronder het inzetten van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen naargelang de noden van de leerling. De specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen en de ondersteuningsbehoeften van het onderwijspersoneel en de ouders staan daarbij centraal.

Artikel 9. (... - ...)

Het buitengewoon basisonderwijs is het onderwijs dat op grond van een pedagogisch project aange-past onderwijs, opvoeding, verzorging en therapie verstrekt aan leerlingen waarvan de totale persoonlijkheids-ontwikkeling tijdelijk of permanent, niet of onvoldoende door het gewoon onderwijs kan verzekerd worden.

Artikel 10. (01/09/2018- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften II.3.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 12.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 5.

Inhoud

§ 1. Het buitengewoon basisonderwijs is ingedeeld in volgende types:
1° type basisaanbod, voor kinderen voor wie de onderwijsbehoeften dermate zijn en voor wie al tijdens het gewoon kleuteronderwijs of tijdens het gewoon lager onderwijs aantoonbaar blijkt dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen ofwel disproportioneel, ofwel onvoldoende zijn om de leerling binnen het gemeenschappelijk curriculum te kunnen blijven meene- men in een school voor gewoon onderwijs;
2° type 2, voor kinderen met een verstandelijke beperking.
Kinderen met een verstandelijke beperking voldoen aan alle onderstaande criteria:
a) ze hebben significante beperkingen in het intellectueel functioneren, wat op basis van een psychodiagnostisch onderzoek tot uiting komt in een totaal intelligentiequotiënt op een gestandaardiseerde en genormeerde intelligentietest dat twee of meer standaarddeviaties beneden het gemiddelde ligt ten opzichte van een normgroep van leeftijdsgenoten, rekening houdend met het betrouwbaarheidsinterval;
b) ze hebben significante beperkingen in het adaptief gedrag, wat op basis van psychodiagnostisch onderzoek tot uiting komt in een uitslag op een gestandaardiseerde en genormeerde schaal voor adaptief gedrag, die twee of meer standaarddeviaties beneden het gemiddelde ligt ten opzichte van een normgroep van leeftijdgenoten, rekening houdend met het betrouwbaarheidsinterval;
c) de functioneringsproblemen zijn ontstaan vóór de leeftijd van 18 jaar;
d) het besluit "verstandelijke beperking" wordt genomen na een periode van procesdiagnostiek;
3° type 3, voor kinderen met een emotionele of gedragsstoornis die geen verstandelijke beperking hebben zoals bepaald in 2°.
Kinderen met een emotionele of gedragsstoornis zijn kinderen bij wie op basis van gespecialiseerde, door een multidisciplinair team aangeleverde diagnostiek, met inbegrip van psychiatrisch onderzoek, een van de volgende problematieken wordt vastgesteld:
a) een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit;
b) een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis;
c) de gedragsstoornis in enge zin, `conduct disorder';
d) een angststoornis;
e) een stemmingsstoornis;
f) een hechtingsstoornis;
4° type 4, voor kinderen met een motorische beperking.
Kinderen met een motorische beperking zijn kinderen bij wie op basis van specifieke medische diagnostiek, een uitval wordt vastgesteld in de neuromusculoskeletale en beweginggerelateerde functies, meer bepaald:
a) de functies van gewrichten en beenderen;
b) de spierfuncties, meer bepaald de spierkracht, de tonus en het uithoudingsvermogen, met gedeeltelijke of volledige uitval van:
1) een van de of beide bovenste of onderste ledematen;
2) de linkerzijde, de rechterzijde of beide zijden;
3) de romp;
4) overige;
c) de bewegingsfuncties;
d) een door medische diagnostiek geobjectiveerde problematiek met weerslag op het beweginggerelateerd functioneren die niet terug te brengen is tot criterium a) tot en met c) maar met een duidelijke impact op schoolse activiteiten;
5° type 5, voor kinderen die opgenomen zijn in een ziekenhuis, een residentiële setting of verblijven in een preventorium.
De regering bepaalt de voorwaarden waaraan de residentiële setting moet voldoen opdat er een school voor buitengewoon onderwijs type 5 aan verbonden kan zijn.
Kinderen in type 5 beantwoorden aan alle onderstaande voorwaarden:
a) de medische, psychiatrische of residentiële opvang of begeleiding laat niet toe dat de kinderen voltijds in een school aanwezig zijn;
b) de kinderen hebben behoefte aan een individueel of geïndividualiseerd aanbod dat in de residentiële omgeving verstrekt wordt;
6° type 6, voor kinderen met een visuele beperking.
Kinderen met een visuele beperking zijn kinderen bij wie op basis van specifieke oogheelkundige diagnostiek een gezichtsstoornis werd vastgesteld die beantwoordt aan minstens een van de volgende criteria:
a) een optimaal gecorrigeerde gezichtsscherpte die kleiner dan of gelijk is aan 3/10 voor het beste oog;
b) een of meer gezichtsvelddefecten die meer dan 50% van de centrale zone van 30° beslaan of die het gezichtsveld concentrisch tot minder dan 20° verkleinen;
c) een volledige altitudinale hemianopsie, een oftalmoplegie, een oculomotorische apraxie of een oscillopsie.
Onder altitudinale hemianopsie wordt verstaan: halfzijdige blindheid of blindheid in de helft van het gezichtsveld met verschillende varianten die door hersenbeschadiging veroorzaakt is.
Onder oculomotorische apraxie wordt verstaan: het niet kunnen fixeren van de ogen op één voorwerp en het niet kunnen volgen van bewegende voorwerpen.
Onder oftalmoplegie wordt verstaan: verlamming van de oogspieren.
Onder oscillopsie wordt verstaan: subjectieve instabiliteit van het gezichtsveld of het symptoom waarbij het beeld dat iemand van de omgeving heeft, beweegt zodra het hoofd wordt bewogen;
d) een ernstige gezichtsstoornis die uit een geobjectiveerde cerebrale pathologie voortvloeit, zoals cerebrale visuele inperking;
e) een door een oogarts geobjectiveerde visuele problematiek die niet tot criterium a) tot en met d) terug te brengen is, maar met een duidelijke impact op schoolse activiteiten;
7° type 7, voor kinderen met een auditieve beperking of een spraak- of taalstoornis.
Kinderen met een auditieve beperking zijn kinderen die, op basis van een audiologisch onderzoek door een neus-, keel- en oorarts, beantwoorden aan een van de onderstaande criteria:
a) volgens de Fletcher-index een gemiddeld gehoorverlies hebben voor de frequenties 500, 1000 en 2000 Hz van 40 dB of meer voor het beste oor zonder correctie;
b) als de Fletcher-index minder dan 40 dB bedraagt: een foneemscore van 80% of minder hebben bij de spraakaudiometrie met woorden met een medeklinker-klinker- medeklinker-samenstelling bij 70 dB geluidsterkte;
c) een door een neus-, keel- en oorarts geobjectiveerde auditieve problematiek hebben die niet terug te brengen is tot criterium a) of b), maar met een duidelijke impact op schoolse activiteiten.
Kinderen met een spraak- of taalstoornis zijn kinderen zonder een verstandelijke beperking, zoals bepaald in 2°, waarvoor, op basis van een multidisciplinair onderzoek door een erkend gespecialiseerd team met minstens een logopedist, audioloog en neus-, keel- en oorarts, een van de volgende problematieken wordt vastgesteld:
a) voor leerlingen jonger dan 6 jaar:
1) kinderafasie met een terugval in de taalontwikkeling of;
2) een vermoeden van ontwikkelingsdysfasie, gebaseerd op de vaststelling van een zeer moeizame spraak- en taalontwikkeling en met een duidelijke impact op schoolse activiteiten;
b) voor leerlingen vanaf 6 jaar: diagnose ontwikkelingsdysfasie of kinderafasie;
8° type 9, voor kinderen met een autismespectrumstoornis en die geen verstandelijke beperking hebben zoals bepaald in 2°.
Kinderen met een autismespectrumstoornis zijn kinderen bij wie op basis van gespecialiseerde, door een multidisciplinair team aangeleverde diagnostiek, met inbegrip van psychiatrisch onderzoek, een van de volgende problematieken wordt vastgesteld:
a) de autistische stoornis;
b) een pervasieve ontwikkelingsstoornis niet-anders-omschreven.

Het basisaanbod buitengewoon onderwijs wordt niet erkend, gefinancierd of gesubsidieerd in het buitengewoon kleuteronderwijs.

§ 2. De regering legt diagnostische protocollen vast voor de oriëntering naar de types als vermeld in § 1, 2° tot 8°.

Artikel 11. (01/09/2018- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 13.
Vervangen bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 4.

Inhoud

...

[AFDELING 3 OVERLEG FUNDAMENTELE ONDERWIJSHERVORMINGEN (ing. decr. 8 mei 2009, art. II.2, I: 1 september 2009)] (... - ...)

Artikel 11bis. (01/09/2009- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 08/05/2009 Decreet betreffende het onderwijs XIX II.2.

Inhoud

De regering informeert de afgevaardigden van de inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties over elke geplande fundamentele onderwijshervorming.

Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de afgevaardigden van de inrichtende machten een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de afgevaardigden van de inrichtende machten.

Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de representatieve vakorganisaties een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de representatieve vakorganisaties.

[AFDELING 3bis SCREENING NIVEAU ONDERWIJSTAAL, TAALTRAJECT EN TAALBAD (ing. decr. 19 juli 2013, art. II.2, I: 1 september 2014)] (... - ...)

Artikel 11ter. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 76.

Inhoud

...

Artikel 11quater. (01/09/2021- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 27.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 6.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 5.

Inhoud

§ 1. Vanaf het schooljaar 2021-2022 voert de school voor elke leerling in het gewoon onderwijs bij het begin van de leerplicht een verplichte screening uit, die nagaat wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Deze screening kan nooit voor de inschrijving van de leerling uitgevoerd worden.

De regering bepaalt met welk instrument de screening bij het begin van de leerplicht gebeurt, alsook het moment en de manier van afname.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de screening niet verplicht voor anderstalige nieuwkomers zoals bepaald in artikel 3, 4° quater. Deze leerlingen krijgen vanaf het schooljaar 2021-2022 in elk geval een actief taalintegratietraject Nederlands, met in beginsel een taalbad zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. Ook voor leerlingen die na de periode van afname van de taalscreening in het basisonderwijs instromen en onvoldoende het Nederlands beheersen om de lessen te kunnen volgen, kan de school beslissen dat zij een taalintegratietraject moeten volgen.

§ 3. Op basis van de resultaten van de taalscreening, moeten leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen vanaf het schooljaar 2021-2022 een actief taalintegratietraject Nederlands volgen met in beginsel een taalbad, zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt.

§ 4. Met taalbad wordt vanaf het schooljaar 2021-2022 bedoeld intensieve onderwijsactiviteiten die tot doel hebben de leerling door onderdompeling in de onderwijstaal deze onderwijstaal te laten verwerven in functie van een snelle integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten. Dit kan een voltijds traject zijn. Een leerling kan gedurende het basisonderwijs maximaal één schooljaar een voltijds taalbad of voltijds gelijkwaardig alternatief volgen.

§ 5. Schoolbesturen kunnen elk taalintegratietraject, dus ook het taalbad, individueel of gezamenlijk organiseren. Het kan ook netoverschrijdend georganiseerd worden.

§ 6. In het geval scholen het taalintegratietraject gezamenlijk organiseren, is er wederzijdse samenwerking tussen de school van inschrijving en de school die het taalintegratietraject aan de leerling verstrekt. Dat houdt onder andere in het organiseren van het vervoer van de ingeschreven leerling naar de school waar het taalintegratietraject wordt georganiseerd, de communicatie tussen de school van inschrijving en de school waar het taalintegratietraject wordt georganiseerd, alsook het opvolgen van de leerling die het taalintegratietraject volgt door de school waar de leerling is ingeschreven.

§ 7. De leerkracht die het onderwijs in het taalintegratietraject verstrekt, wordt betrokken bij de beslissing over de duur en intensiteit van het taalintegratietraject.

§ 8. Na het taalintegratietraject integreert de leerling zich desgevallend in de school van inschrijving waar hij de reguliere onderwijsactiviteiten volgt.

§ 9. In afwijking van artikel 3, 22°, a), wordt het inrichten van een taalintegratietraject niet beschouwd als een herstructurering.

§ 10. De leerlingen die een taalintegratietraject volgen, tellen alleen mee voor financiering of subsidiering in de school waar ze zijn ingeschreven op de teldag.

HOOFDSTUK IV LEERLINGEN IN HET BASISONDERWIJS (... - ...)

AFDELING 1 TOELATINGSVOORWAARDEN (... - ...)

[ONDERAFDELING A TOELATINGSVOORWAARDEN TOT HET KLEUTERONDERWIJS (verv. decr. 17 juni 2016, art. II.3, I: 1 september 2016)] (... - ...)

Artikel 12. (01/09/2016- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 15/07/2005 Decreet betreffende het onderwijs XV II.2.
Gewijzigd bij 14/02/2003 Decreet betreffende het onderwijs XIV II. 3.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.4.

Inhoud

§ 1. Om toegelaten te worden tot het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee jaar en zes maanden zijn.

§ 2. Voor het gewoon kleuteronderwijs gelden voor kinderen tussen twee jaar en zes maanden en drie jaar de volgende instapdata:
1° de eerste schooldag na de zomervakantie;
2° de eerste schooldag na de herfstvakantie;
3° de eerste schooldag na de kerstvakantie;
4° de eerste schooldag van februari;
5° de eerste schooldag na de krokusvakantie;
6° de eerste schooldag na de paasvakantie; 
7° de eerste schooldag na hemelvaartdag.

Artikel 12/1. (01/03/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.5.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 28.
Gewijzigd bij 03/02/2023 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de rol van de centra voor leerlingenbegeleiding 3.

Inhoud

§ 1. In het gewoon onderwijs kan een leerling die 6 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar nog één schooljaar tot het kleuteronderwijs toegelaten worden. De klassenraad adviseert over de toelating tot het kleuteronderwijs en na kennisneming van en toelichting bij het advies nemen de ouders daaromtrent een beslissing.

Voor leerlingen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is geen advies als vermeld in het eerste lid, vereist.

§ 2. In het buitengewoon onderwijs kan een leerling die 6 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar tot het kleuteronderwijs toegelaten worden. Het volgen van kleuteronderwijs kan daarna nog met één schooljaar verlengd worden. De klassenraad adviseert over de toelating tot het kleuteronderwijs en na kennisneming van en toelichting bij het advies nemen de ouders daaromtrent een beslissing.

Voor leerlingen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is geen advies als vermeld in het eerste lid, vereist.

[ONDERAFDELING B TOELATINGSVOORWAARDEN TOT HET LAGER ONDERWIJS (ing. decr. 17 juni 2016, art. II.6, I: 1 september 2016)] (... - ...)

Artikel 13. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 77.

Inhoud

...

Artikel 13/1. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 29.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 78.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 20.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 6.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 3.

Inhoud

§ 1. Voor de toepassing van dit artikel worden vanaf het schooljaar 2020-2021 als voldoende aanwezig beschouwd, de leerlingen die ingeschreven zijn in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs en er 290 halve dagen daadwerkelijk aanwezig zijn. Halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van dit decreet worden beschouwd als aanwezigheid in de erkende school voor Nederlandstalig onderwijs waar de leerling ingeschreven is.

In afwijking van het eerste lid bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn, wanneer de school overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikt.

§ 2. Om toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs vanaf het schooljaar 2021-2022 moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar. Als hij nog niet de leeftijd van zeven jaar heeft bereikt of zal bereiken voor 1 januari van het lopende schooljaar, moet hij bovendien voldoen aan de voorwaarden van de groep waartoe hij behoort:
1° voor leerlingen die voldoende aanwezig waren in het voorafgaande schooljaar:
a) een gunstig advies van de klassenraad van de school waar de leerling voorafgaand aan de instap in het gewoon lager onderwijs kleuteronderwijs gevolgd heeft. Dit advies behelst de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten;
b) bij ongunstig advies van de klassenraad, zoals vermeld in a), wordt de leerling tot het gewoon lager onderwijs toegelaten mits alsnog een taalintegratietraject conform artikel 11quater te doorlopen. Dit kan een voltijds traject zijn, tenzij voorafgaand al een voltijds traject werd doorlopen. De klassenraad lager onderwijs bepaalt hiervan de modaliteiten;
2° voor leerlingen die het voorafgaande schooljaar ingeschreven waren in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs maar niet voldoende aanwezig waren:
a) een gunstig advies van de klassenraad van de school waar de leerling voorafgaand aan de instap in het gewoon lager onderwijs kleuteronderwijs gevolgd heeft. Dit advies behelst in elk geval de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten, evenwel kunnen hier ook andere overwegingen meegenomen worden;
b) bij ongunstige advies van de klassenraad, zoals vermeld in a), een gunstige beslissing van de klassenraad van de school waar de leerling het gewoon lager onderwijs wil volgen. Deze beslissing behelst in elk geval de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten, evenwel kunnen hier ook andere overwegingen meegenomen worden.
Leerlingen met een ongunstig advies van de school voor kleuteronderwijs omwille van de beheersing van het Nederlands kunnen enkel toegelaten worden tot het gewoon lager onderwijs mits deze leerlingen in het lager onderwijs alsnog een taalintegratietraject conform artikel 11quater doorlopen. Dit kan een voltijds traject zijn, tenzij voorafgaand al een voltijds traject werd doorlopen. De klassenraad lager onderwijs bepaalt hiervan de modaliteiten;
3° voor leerlingen die het voorgaande schooljaar niet ingeschreven waren in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs: een gunstige beslissing van de klassenraad van de school waar de leerling het gewoon lager onderwijs wil volgen. Deze beslissing behelst in elk geval de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten, evenwel kunnen hier ook andere overwegingen meegenomen worden.

De klassenraad lager onderwijs beslist eveneens of de leerling in het lager onderwijs toegelaten wordt tot hetzij het reguliere traject, hetzij een taalintegratietraject met in beginsel een taalbad of het volwaardig alternatief.

Bij weigering van toelating tot het lager onderwijs beslist de klassenraad van de school voor kleuteronderwijs of de leerling in het kleuteronderwijs het reguliere traject of een taalintegratietraject met in beginsel een taalbad of een volwaardig alternatief volgt.

§ 3. Het advies door de school voor kleuteronderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk op 30 juni.

De beslissing door de school voor lager onderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk de tiende schooldag van september bij inschrijving vóór 1 september van het lopende schooljaar, of, bij inschrijving vanaf 1 september, uiterlijk tien schooldagen na deze inschrijving. Indien de leerling geen beroep kan doen op het behoud van inschrijving, conform artikel 37/9 of artikel 37bis, § 4, is de leerling in afwachting van deze mededeling ingeschreven onder ontbindende voorwaarde. Bij overschrijding van de genoemde termijn is de leerling ingeschreven of toegelaten. De inschrijving onder ontbindende voorwaarde wordt ontbonden de dag na de mededeling van de negatieve beslissing van de klassenraad lager onderwijs aan de ouders.

De schriftelijke mededeling aan de ouders van een negatief advies of negatieve beslissing bevat tevens de motivatie.

§ 4. Met uitzondering van de eerste zin van paragraaf 2 is dit artikel niet van toepassing op leerlingen die worden ingeschreven in scholen voor Franstalig onderwijs in de randen taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.

§ 5. Om toegelaten te worden tot het buitengewoon lager onderwijs vanaf het schooljaar 2021-2022 moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar.

Artikel 14. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 79.

Inhoud

...

Artikel 14/0 (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 30.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 80.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 21.
Gewijzigd bij 03/02/2023 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de rol van de centra voor leerlingenbegeleiding 4.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 14.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 7.

Inhoud

In afwijking van artikel 13/1, § 2 tot en met § 5, kan een leerling die de leeftijd van 6 jaar voor 1 januari van het lopende schooljaar niet bereikt heeft, tot het lager onderwijs toegelaten worden onder de volgende voorwaarden:
1° in het gewoon onderwijs: op verzoek van de ouders of op initiatief van de school, na toelating conform artikel 13/1, § 2, eerste lid, 2°, en § 3, indien het een leerling betreft die het voorgaande schooljaar ingeschreven was in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs, of conform artikel 13/1, § 2, eerste lid, 3°, en § 3, indien het een leerling betreft die het voorgaande schooljaar niet ingeschreven was in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad kleuteronderwijs of de beslissing van de klassenraad lager onderwijs nemen de ouders daaromtrent een beslissing;
2° in het buitengewoon basisonderwijs op verzoek van de ouders of op initiatief van de school:
a)    voor leerlingen die in het voorafgaande schooljaar ingeschreven waren in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs:
1)    een gunstig advies van de klassenraad van de school waar de leerling voorafgaand aan de instap in het buitengewoon lager onderwijs kleuteronderwijs gevolgd heeft;
2)    bij een ongunstig advies van de klassenraad als vermeld in punt 1), een gunstige beslissing van de klassenraad van de school waar de leerling het buitengewoon lager onderwijs wil volgen;
b)    voor leerlingen die in het voorgaande schooljaar niet ingeschreven waren in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs: een gunstige beslissing van de klassenraad van de school waar de leerling het buitengewoon lager onderwijs wil volgen;
c)    het advies door de school voor kleuteronderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk op 30 juni. De beslissing door de school voor lager onderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk de tiende schooldag van september bij inschrijving vóór 1 september van het lopende schooljaar, of, bij inschrijving vanaf 1 september, uiterlijk tien schooldagen na die inschrijving. Als de leerling geen beroep kan doen op het behoud van inschrijving conform artikel 37bis, §4, is de leerling in afwachting van die mededeling ingeschreven onder ontbindende voorwaarde. Bij overschrijding van de voormelde termijn is de leerling ingeschreven of toegelaten. De inschrijving onder ontbindende voorwaarde wordt ontbonden de dag na de mededeling van de negatieve beslissing van de klassenraad lager onderwijs aan de ouders.

Artikel 14/1. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.8.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 14.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 22.
Gewijzigd bij 03/02/2023 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de rol van de centra voor leerlingenbegeleiding 5.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 89.
Zie ook 12/02/2021 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VI) 2.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 4.

Inhoud

§ 1. Een leerling die het getuigschrift basisonderwijs behaald heeft, kan geen lager onderwijs meer volgen, tenzij na gunstig advies door de klassenraad van de school waar de leerling het voorafgaande schooljaar lager onderwijs heeft gevolgd. De klassenraad geeft het advies op vraag van de ouders. De klassenraad geeft de ouders toelichting bij het advies. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad nemen de ouders daaromtrent een beslissing.

Als de leerling het voorafgaande schooljaar geen les heeft gevolgd in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor het lager onderwijs, wordt het advies verstrekt door de klassenraad van de school waar de leerling het gewoon lager onderwijs wil volgen.

§ 2. In het gewoon lager onderwijs kan een leerling die veertien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, nog één schooljaar het lager onderwijs volgen, na gunstig advies van de klassenraad van de school waar de leerling het voorafgaande schooljaar lager onderwijs heeft gevolgd. De klassenraad geeft advies op vraag van de ouders of op eigen initiatief. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad nemen de ouders daaromtrent een beslissing.

Als de leerling het voorafgaande schooljaar geen les heeft gevolgd in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor het lager onderwijs, wordt het advies verstrekt door de klassenraad van de school waar de leerling het gewoon lager onderwijs wil volgen..

§ 3.In het buitengewoon lager onderwijs kan een leerling die veertien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, nog één schooljaar het lager onderwijs volgen, na advies van de klassenraad van de school waar de leerling het voorafgaande schooljaar lager onderwijs heeft gevolgd. De klassenraad geeft advies op vraag van de ouders of op eigen initiatief. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad nemen de ouders daaromtrent een beslissing.

Als een leerling het voorgaande schooljaar niet ingeschreven was in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor het lager onderwijs, wordt het advies verstrekt door de klassenraad van de school waar de leerling het buitengewoon lager onderwijs wil volgen.

Op basis van het cyclisch proces van handelingsplanmatig werken geeft de school voor buitengewoon basisonderwijs, in samenspraak met de ouders, jaarlijks aan het CLB door voor welke leerlingen een evaluatie aangewezen is van de inschrijving van een leerling in de school voor buitengewoon basisonderwijs. Ouders kunnen de evaluatie ook rechtstreeks aan het CLB vragen. De evaluatie gebeurt door het CLB op basis van een handelingsgericht diagnostisch traject samen met de leerling tenzij dat niet mogelijk is, de ouders en de school, waarbij samen wordt bekeken of de leerling kan terugkeren naar het gewoon basisonderwijs binnen het gemeenschappelijke curriculum, of om een individueel aangepast curriculum te volgen.

Als ouders beslissen voor een leerling om terug te keren naar het gewoon basisonderwijs, ondersteunen de school voor buitengewoon basisonderwijs en het CLB de ouders bij het vinden van en bij de overstap naar een school voor gewoon basisonderwijs waar de leerling wordt ingeschreven in geval van een GC-verslag, of onder ontbindende voorwaarde wordt ingeschreven in geval van een IAC-verslag met het oog op de afweging van redelijke aanpassingen.

§ 4. Een leerling die 15 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan niet meer toegelaten worden tot het lager onderwijs.

[ONDERAFDELING C VOORWAARDEN VOOR DE TOELATING TOT EEN INDIVIDUEEL AANGEPAST CURRICULUM IN HET GEWOON OF BUITENGEWOON BASISONDERWIJS (verv. decr. 5 mei 2023, art. 90, I: 1 september 2023)] (... - ...)

Artikel 15. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 07/07/2006 Decreet betreffende het onderwijs XVI II.4.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften II.4.
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV II.2.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.10.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 16.
Gewijzigd bij 05/04/2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 7.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 81.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 91.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 5.
Zie ook 22/04/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, tot wijziging van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap en tot wijziging van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen 3.

Inhoud

§ 1. Naast de toelatingsvoorwaarden bepaald in artikel 12, § 1, 12/1, § 2, 13/1, § 5, 14/0, 2°, en 14/1, § 1, § 3, § 4, is voor de toelating van een leerling tot het buitengewoon onderwijs, met uitzondering voor de toelating tot type 5, of voor een individueel aangepast curriculum in het gewoon basisonderwijs, het doorlopen van een handelingsgericht diagnostisch traject met de opmaak van een IAC-verslag van een CLB vereist, opgesteld met inachtname van artikel 7 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, waaruit blijkt:
1° dat de fasen van het zorgcontinuüm voor de betreffende leerling werden doorlopen, tenzij de school in uitzonderlijke omstandigheden kan motiveren dat het doorlopen van een bepaalde fase niet relevant is;
2° dat met toepassing van de principes van artikel 8, tweede lid, de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen die nodig zijn om de leerling binnen het gemeenschappelijk curriculum te blijven meenemen, ofwel disproportioneel, ofwel onvoldoende zijn;
3° dat de onderwijsbehoeften van de leerling werden omschreven met toepassing van een classificatiesysteem dat wetenschappelijk onderbouwd is en gebaseerd is op een interactionele visie en een sociaal model van handicap;
4° dat de onderwijsbehoeften niet louter toe te schrijven zijn aan een SES-kenmerk van de leerling, vermeld in artikel 133;
5° welk type voor de leerling van toepassing is, als bepaald in artikel 10, § 1, 1° tot 8°, met uitzondering van 5°.

Voor de toelating van een leerling tot het type 5, als vermeld in artikel 10, § 1, 5°, is een attest vereist dat uitgereikt is door de behandelende arts van de medische of psychiatrische voorziening ofwel door de directeur van de residentiële setting. De Vlaamse Regering bepaalt wat het attest moet inhouden.

§ 2. Voor een leerling die voor het eerst naar school gaat en wil starten in het buitengewoon onderwijs moet in afwijking van § 1, 1° en 2°, worden aangetoond dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen, disproportioneel of onvoldoende zullen zijn om de leerling in het gemeenschappelijk curriculum mee te nemen en moet in afwijking van § 1, 5°, bepaald worden welk type voor de leerling van toepassing is, als bepaald in artikel 10, § 1, 2° tot 8°, met uitzondering van 5°.

Voor een leerling die voor het eerst naar school gaat en met een individueel aangepast curriculum wil starten in het gewoon onderwijs moet in afwijking van paragraaf 1, 1° en 2°, worden aangetoond dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen, disproportioneel of onvoldoende zullen zijn om de leerling in het gemeenschappelijk curriculum mee te nemen en moet in afwijking van paragraaf 1, 5°, bepaald worden welk type voor de leerling van toepassing is, als bepaald in artikel 10, § 1, 2°, 4°, 6° of 7°.

§ 3. Het IAC-verslag bestaat uit een attest en een protocol ter verantwoording. De regering bepaalt wat het attest moet inhouden. Het protocol ter verantwoording bevat de verantwoording van de elementen vermeld in paragraaf 1, 1° tot 5°, en, in voorkomend geval, in paragraaf 2.

Bij de opmaak van een IAC-verslag informeert het CLB de ouders en de leerling actief over het inschrijvingsrecht voor leerlingen met een IAC-verslag.

§ 4. Een leerling kan alleen het buitengewoon onderwijs volgen van het type waarnaar hij in het IAC-verslag georiënteerd wordt, met uitzondering van type 5.

§ 5. Voor leerlingen die tijdens het schooljaar 2014-2015 met een inschrijvingsverslag ingeschreven waren in een school voor buitengewoon onderwijs geldt paragraaf 1 alleen bij wijziging van onderwijsniveau, van type of bij overgang van buitengewoon onderwijs naar gewoon onderwijs.

§6. Als niet meer voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, heft het CLB het IAC-verslag op.

Als voor een leerling die beschikt over een IAC-verslag, een GC-verslag wordt opgemaakt, vervalt het IAC-verslag.

Als een CLB voor een leerling met een IAC-verslag een GC-verslag, IAC-verslag of OV4-verslag opmaakt met het oog op de overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs, vervalt het IAC-verslag dat de leerling had in het basisonderwijs.

§ 7. Bij onenigheid tussen ouders, school en CLB over het afleveren van het IAC-verslag kan, op initiatief van een van de betrokken partijen, een beroep gedaan worden op een Vlaamse Bemiddelingscommissie.

De regering bepaalt de samenstelling, de bevoegdheden en de werkingsprincipes van deze commissie.

§8. Als een leerling, die met toepassing van paragraaf 5 nog beschikt over een inschrijvingsverslag, overgaat van het buitengewoon basisonderwijs naar het gewoon basisonderwijs, heft het CLB het inschrijvingsverslag op of maakt het naargelang de situatie van de leerling een GC-verslag of een IAC-verslag op.

Als een leerling met een IAC-verslag overgaat van het buitengewoon basisonderwijs naar het gewoon basisonderwijs, heft het CLB, naargelang de situatie, het IAC-verslag op, maakt een GC-verslag op of past het bestaande IAC-verslag aan. Aanpassingen aan IAC-verslagen kunnen gebeuren met een addendum, voorzien van de datum van opmaak.

§9. Leerlingen met een IAC-verslag in het gewoon basisonderwijs komen in aanmerking voor leersteun vanuit het leersteunmodel.

§ 10. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 5°, kan voor leerlingen in het gewoon onderwijs voor wie een handelingsgericht diagnostisch traject is afgerond met een vermoeden van een emotionele of gedragsstoornis waarvoor een aanbod in type 3 nodig is, eenmalig een voorlopig IAC-verslag type 3 opgemaakt worden door het CLB, ook al is niet voldaan aan de voorwaarden betreffende diagnostiek, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°. Dit voorlopig IAC-verslag voldoet aan alle vereisten zoals bepaald in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 4°.

De opmaak van een voorlopig IAC-verslag leidt tot de inschrijving van de leerling in een school voor buitengewoon onderwijs type 3. In geval van onenigheid kunnen ouders een beroep doen op de Vlaamse Bemiddelingscommissie, vermeld in paragraaf 7.

Een voorlopig IAC-verslag is geldig gedurende het lopende schooljaar. Als de diagnose, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, nog niet beschikbaar is bij de start van het daaropvolgende schooljaar, kan het CLB het voorlopig IAC-verslag uitzonderlijk met maximaal een schooljaar verlengen.

Indien het handelingsgericht diagnostisch traject leidt tot een diagnose, als vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, wordt het voorlopig IAC-verslag opgeheven en wordt er een IAC-verslag opgesteld dat voldoet aan alle voorwaarden zoals bepaald in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 5°.

Indien het handelingsgericht diagnostisch traject niet leidt tot een diagnose, als vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, wordt het voorlopig IAC-verslag opgeheven door het betrokken CLB. Tenzij de ouders beslissen tot een inschrijving in een school voor gewoon onderwijs, behoudt de leerling het recht om in de school type 3 ingeschreven te blijven tot het einde van het lopende schooljaar.

§11. Leerlingen die beschikken over een verslag voor toegang tot een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs of tot het buitengewoon onderwijs dat is opgemaakt voor 1 september 2023, worden beschouwd als leerlingen met een IAC-verslag.

[ONDERAFDELING D BIJKOMENDE VOORWAARDEN OM IN HET GEWOON BASISONDERWIJS IN AANMERKING TE KOMEN VOOR LEERSTEUN VANUIT HET LEERSTEUNMODEL (verv. decr. 5 mei 2023, art. 92, I: 1 september 2023)] (... - ...)

Artikel 16. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 07/05/2004 Decreet betreffende de regionale technologische centra en houdende noodzakelijke en dringende onderwijsbepalingen 21.
Gewijzigd bij 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek III. 2.
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV II.3.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften II.5.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 18.
Gewijzigd bij 05/04/2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 8.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 82.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 93.
Zie ook 25/06/2021 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VIII) 2.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 6.

Inhoud

§ 1. Om als school voor gewoon basisonderwijs in aanmerking te komen voor leersteun vanuit het leersteunmodel is voor regelmatige leerlingen het doorlopen van een handelingsgericht diagnostisch traject met de opmaak van een GC-verslag door een CLB vereist, tenzij ze al beschikken over een IAC-verslag.   In dat GC-verslag wordt:
1° gemotiveerd dat met toepassing van de principes, vermeld in artikel 8, tweede lid, de fasen van brede basiszorg en verhoogde zorg werden doorlopen en dat het inzetten van de ondersteuning, in combinatie met compenserende of dispenserende maatregelen, nodig en voldoende geacht wordt om de leerling het gemeenschappelijke curriculum te laten volgen;
2° de specifieke deskundigheid omschreven die vereist is vanuit een of meer van de types, vermeld in artikel 10, §1, eerste lid, 1° tot en met 4°, en 6° tot en met 8°.

In afwijking van het eerste lid kan een CLB een GC-verslag opmaken op basis van een handelingsgericht advies indien het door het CLB reeds doorlopen traject met de school, de leerling en de ouders voldoende informatie biedt.

De Vlaamse Regering bepaalt de verdere inhoud en modaliteiten van het GC-verslag.

§ 2. Het GC-verslag wordt geregistreerd in het multidisciplinair dossier van de leerling.

§ 3. Bij wijziging van het onderwijsniveau of het type, vermeld in paragraaf 1, 2°, wordt een nieuw GC-verslag opgesteld. De overgang van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs wordt in dit verband niet beschouwd als een wijziging van onderwijsniveau. 

§ 4. Als niet meer voldaan is aan de criteria, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° of 2°, heft het CLB het GC-verslag op. Als een CLB voor een leerling met een GC-verslag, een GC-verslag, IAC-verslag of OV4-verslag opmaakt met het oog op een overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs, vervalt het GC-verslag dat de leerling had in het basisonderwijs.

§ 5. Leerlingen die beschikken over een gemotiveerd verslag dat is opgemaakt voor 1 september 2023, worden beschouwd als leerlingen met een GC-verslag.

[... (opgeh. decr. 17 juni 2016, art. II.12, I: 1 september 2016)] (... - ...)

Artikel 17. (01/09/2016- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.12.
Ingevoegd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 17.

Inhoud

...

Artikel 18. (01/09/2016- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.12.

Inhoud

...

Artikel 19. (01/09/2016- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.12.

Inhoud

...

ONDERAFDELING E REGELMATIGE LEERLING (... - ...)

Artikel 20. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 10/07/2003 Decreet betreffende het landschap basisonderwijs 4.
Gewijzigd bij 14/02/2003 Decreet betreffende het onderwijs XIV II. 4.
Gewijzigd bij 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek III. 6.
Gewijzigd bij 07/07/2006 Decreet betreffende het onderwijs XVI II.5.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.7.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.13.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 19.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 31.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 83.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 94.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 15.

Inhoud

§1. Een regelmatige leerling is een leerling die:
1° voldoet aan de toelatingsvoorwaarden zoals bepaald in de artikelen 12, 12/1, 13/1, 14/0, 14/1, 15 of 16;
2° slechts in één school is ingeschreven.

§2. Leerplichtigen of leerlingen die niet leerplichtig zijn, maar ingeschreven zijn in het lager onderwijs zijn een regelmatige leerling als ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, en aan al de volgende voorwaarden:
1° als ze in het lager onderwijs zitten, of als zesen zevenjarige in het kleuteronderwijs zitten met toepassing van artikel 12/1, zijn ze altijd aanwezig, behalve bij gewettigde afwezigheid;
2° als ze als vijfjarige in het kleuteronderwijs zitten zijn ze voldoende aanwezig conform artikel 26;
3° deelnemen aan alle onderwijsactiviteiten die voor de leerlingengroep of de leerling worden georganiseerd, behoudens vrijstelling bedoeld in artikel 29. Deelnemen aan het taalbad of een ander taalintegratietraject wordt beschouwd als een onderwijsactiviteit die voor de leerlingengroep of de leerling wordt georganiseerd.

§3. Leerlingen die ingeschreven zijn in het buitengewoon basisonderwijs, met uitzondering van type 5, kunnen gemiddeld per schooljaar maximaal halftijds lessen of activiteiten volgen in een school voor gewoon basisonderwijs. In overleg met de ouders, met betrokkenheid van de leerling en in overleg met het CLB ondersteunt de school voor buitengewoon onderwijs de school voor gewoon onderwijs.

Leerlingen met een IAC-verslag die ingeschreven zijn in het gewoon basisonderwijs, kunnen gemiddeld per schooljaar maximaal halftijds lessen of activiteiten volgen in een school voor buitengewoon basisonderwijs.

In overleg met de ouders, met betrokkenheid van de leerling en in overleg met het CLB werken de scholen samen aan de vormgeving van het onderwijstraject van de leerling. De inzet van omkadering vanuit het leersteunmodel in de school voor buitengewoon onderwijs is daarbij niet mogelijk.

De school voor buitengewoon onderwijs en de school voor gewoon onderwijs maken afspraken over de lesbijwoning van de leerling.

§4. In afwijking van paragraaf 3, eerste lid, kunnen leerlingen die ingeschreven zijn in het buitengewoon basisonderwijs, met uitzondering van type 5, voltijds lessen of activiteiten volgen in een school voor gewoon basisonderwijs voor een periode van maximaal twee schooljaren, met het oog op een overstap naar het gewoon onderwijs. In overleg met de ouders, met betrokkenheid van de leerling en in overleg met het CLB ondersteunt de school voor buitengewoon onderwijs de school voor gewoon onderwijs. De school voor buitengewoon onderwijs en de school voor gewoon onderwijs maken afspraken over de lesbijwoning van de leerling.

Na een periode van twee schooljaren heeft de leerling met een IAC-verslag in afwijking van artikel 37/11, §2, en 37/48, §2, een onverkort recht op inschrijving in de school voor gewoon onderwijs. Als de ouders en de leerling beslissen om de overstap te maken naar het gewoon onderwijs, overleggen de school voor gewoon onderwijs, de school voor buitengewoon onderwijs, het CLB en de ouders, met betrokkenheid van de leerling, met het leersteuncentrum over de overname van de ondersteuning.

Artikel 21. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Vervangen bij 15/06/2018 Decreet betreffende het onderwijs XXVIII 26.
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, wat betreft het gebruik van persoonsgegevens in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs 2.

Inhoud

Een school registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, en uiterlijk op de eerste dag van de effectieve lesbijwoning, in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, met vermelding van het moment van de inschrijving en de datum van de voorziene start van de lesbijwoning. Om de leerlingen uniek te kunnen identificeren bij de registratie van de inschrijving in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, registreert een school de volgende gegevens van de leerling als die beschikbaar zijn:
1° de identificatiegegevens;
2° de nationaliteit;
3° het identificatienummer of rijksregisternummer.

De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zijn de verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in het eerste lid. De maximale bewaartermijnen voor gegevens als vermeld in het eerste lid die worden bewaard conform artikel 5, lid 1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming, worden vastgelegd in beheersregels als vermeld in artikel III.81, §2, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Bij het bepalen van die bewaartermijnen wordt rekening gehouden met het kunnen garanderen van een vlot schooltraject.

Als de leerling in kwestie al was ingeschreven in een school, meldt de administratieve toepassing voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, deze inschrijving automatisch als schoolverandering aan de vorige school, met vermelding van de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.

Bij een inschrijving voor het volgende schooljaar, die plaatsvindt vóór 1 juli van het voorafgaande schooljaar, meldt de administratieve toepassing voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, de schoolverandering aan de oude school op 1 juli.

Een leerling kan uitgeschreven worden op basis van een melding van schoolverandering van de leerling in kwestie door de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Als de voorziene start van de lesbijwoning niet gepland wordt op de eerste schooldag van september, blijft de leerling tot die datum ingeschreven in de oude school.

Artikel 22. (01/02/2008- ...)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 12/11/1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 14/07/1998 Decreet betreffende het onderwijs IX 19.
Gewijzigd bij 30/11/2007 Decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau 27.
Gewijzigd bij 01/02/2008 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de gegevensuitwisseling in het kader van de stimulering van de kleuterparticipatie 2.

Inhoud

§ 1. De regering regelt de controle op de inschrijvingen, ze bepaalt op welke wijze dubbele in-schrijvingen geregulariseerd worden, ze regelt de controle op de leerplicht en op het geregeld schoolbezoek van de leerplichtigen en bepaalt in welke gevallen afwezigheid gewettigd is.

De regering neemt maatregelen om de kleuterparticipatie te stimuleren en kan met dat doel gegevens met betrekking tot niet-ingeschreven kleuters uitwisselen met door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instellingen die het welzijn van kinderen beogen en met de gemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

§ 2. De directie is verplicht medewerking te verlenen aan de controle op de inschrijvingen en het geregeld school-bezoek.

§ 3. ...

Artikel 23. (01/09/2019- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Vervangen bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 32.

Inhoud

In afwijking van artikel 20, § 1, 2°, worden de leerlingen die onderwijs volgen in een school van type 5 beschouwd als regelmatige leerling in de school waar ze zijn ingeschreven. Deze school heeft daardoor de verplichting alle medewerking te verlenen bij het onderwijs dat aan haar leerling verstrekt wordt.

Een leerling is daarenboven een regelmatige leerling:
1° in de vestigingsplaats van de type 5-school bij een ziekenhuis, voor de dagen dat hij ten minste één lestijd onderwijs krijgt;
2° in de vestigingsplaats van de type 5-school bij een preventorium als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20, § 1, 1°, en § 2.

Voor de vestigingsplaats van de type 5-school bij een residentiële setting bepaalt de regering per categorie aan welke voorwaarden de leerling moet voldoen om een regelmatige leerling te zijn.

Artikel 24. (01/09/2018- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 20.

Inhoud

...

AFDELING 2 RECHTEN EN PLICHTEN VAN LEERLINGEN EN OUDERS (... - ...)

ONDERAFDELING A VRIJE KEUZE, LEERPLICHT EN DE INSCHRIJVING (... - ...)

Artikel 25. (01/09/2006- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 14/02/2003 Decreet betreffende het onderwijs XIV II. 5.
Gewijzigd bij 22/06/2007 Decreet betreffende het onderwijs XVII II.3.

Inhoud

§ 1. Ouders kunnen hun kinderen onderwijs laten volgen in een school of ze kunnen kiezen voor huisonderwijs.

Ouders hebben bovendien de vrije keuze tussen officieel onderwijs en vrij onderwijs.

Dit betekent dat de Gemeenschap verplicht is:
1° op verzoek van ouders die officieel onderwijs in een school zoals bedoeld in artikel 97 wensen en dat binnen een afstand van vier kilometer niet vinden, hetzij een officiële school zoals bedoeld in artikel 97 in de financierings- of subsidirings-regeling op te nemen, hetzij tussen te komen in de kosten van het vervoer naar dergelijke officiële school;
2° op verzoek van ouders die vrij onderwijs gebaseerd op een erkende godsdienst of vrij onderwijs gebaseerd op een erkende levensbeschouwing wensen en dat binnen een afstand van vier kilometer niet vinden hetzij dergelijke vrije school in de subsidiringsregeling op te nemen, hetzij tussen te komen in de kosten van het vervoer naar dergelijke vrije school.

§ 1bis. De tussenkomst in de kosten van het vervoer bedoeld in § 1, 1° en 2°, bedraagt voor het gesubsidieerd onderwijs per schooljaar 75 % van de kostprijs van een treinkaart van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. De Vlaamse Regering stelt de nadere uitvoeringsregels met betrekking tot de toekenning en de uitbetaling van deze tussenkomst vast.

Het Gemeenschapsonderwijs neemt de tussenkomst in de kosten van het vervoer bedoeld in § 1, 1°, ten laste van haar werkingsmiddelen.

§ 2. Opdat de Gemeenschap de in § 1, 1° en 2° bedoelde verplichting om een officiële of en vrije school in de financie-rings- of subsidiëringsregeling op te nemen, op zich moet nemen, zijn er ten minste ouders van zestien leerlingen nodig.

§ 3. Het Vlaams Parlement kan de afstandsregeling bedoeld in § 1, 1° en 2° vervangen door regio's of subregio's, door het Vlaams Parlement vastgesteld, waarbinnen de verplichtingen betreffende de vrije keuze moeten worden nagekomen.

Artikel 25bis. (01/04/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften II.7.

Inhoud

...

Artikel 26. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 07/07/2006 Decreet betreffende het onderwijs XVI II.7.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften II.8.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.4.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 33.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 7.

Inhoud

§ 1. Ouders zijn verplicht ervoor te zorgen dat hun leerplichtig kind daadwerkelijk onderwijs volgt, dit wil zeggen ingeschreven is in een school en er regelmatig aanwezig is, of huisonderwijs volgt. Voor leerlingen in het kleuteronderwijs die vijf jaar worden voor 1 januari van het schooljaar is er een leerplicht ten belope van 290 halve dagen aanwezigheid per schooljaar. Voor de berekening van dat aantal halve dagen aanwezigheid in functie van de leerplicht en de regelmatigheid van de leerling kunnen de afwezigheden die door de directie als aanvaardbaar geacht worden meegerekend worden. Voor scholen die overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikken bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn.

Voor zes-en zevenjarigen in het kleuteronderwijs, in toepassing van artikel 12/1, en voor leerlingen in het lager onderwijs is de leerplicht voltijds.

Voor de leerplichtige van vreemde nationaliteit geldt dit vanaf de zestigste dag na de inschrijving in het vreemdelingen- of in het bevolkingsregister zoals bepaald in artikel 1, § 7 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht.

§ 2. Indien het kind in de onmogelijkheid verkeert om onderwijs te volgen, kan de onderwijsinspectie, op vraag van de ouders, beslissen tot een tijdelijke of permanente vrijstelling van de leerplicht.

§ 3. Inbreuken op de regelgeving met betrekking tot de leerplicht worden gesanctioneerd conform artikel 5 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht.

Artikel 26bis. (... - ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 14/02/2003 Decreet betreffende het onderwijs XIV II. 6.

Inhoud

Ouders die opteren voor huisonderwijs zoals voorzien in artikel 25, § 1, verbinden zich ertoe onderwijs te verstrekken of te laten verstrekken dat beantwoordt aan volgende minimumeisen:

1° het onderwijs is gericht op de ontplooiing van de volledige persoonlijkheid en de talenten van het kind en op de voorbereiding van het kind op een actief leven als volwassene;

2° het onderwijs bevordert het respect voor de grondrechten van de mens en voor de culturele waarden van het kind zelf en van anderen. (ing. decr. 14 februari 2003, art. II. 6, I: 1 september 2002) ]

Artikel 26bis/1. (01/09/2016- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.9.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.14.
Zie ook 03/06/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis en tot wijziging van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen - (II) 24.
Zie ook 15/07/2022 Decreet tot het nemen, naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, van dringende maatregelen in het onderwijs voor kleuters, leerlingen en cursisten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (III) 15.
Zie ook 23/12/2022 Decreet tot het nemen, naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, van dringende maatregelen in het onderwijs voor kleuters, leerlingen en cursisten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (IV) 16.

Inhoud

 § 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs moeten uiterlijk op de derde schooldag van het schooljaar waarin de leerplichtige huisonderwijs volgt, een verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie over het huisonderwijs, indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

De informatie over het huisonderwijs moet minstens de volgende elementen bevatten :
1° de persoonsgegevens van de ouders en de leerplichtige die het huisonderwijs volgt;
2° de gegevens van wie het huisonderwijs zal geven, met inbegrip van het opleidingsniveau van de lesgever(s) van het huisonderwijs;
3° de taal waarin het huisonderwijs zal worden verstrekt;
4° de periode wanneer het huisonderwijs zal plaatsvinden;
5° de onderwijsdoelen die met het huisonderwijs zullen worden nagestreefd;
6° de afstemming van het huisonderwijs op de leerbehoeften van de leerplichtige;
7° en, de bronnen en leermiddelen die zullen worden gebruikt voor het huisonderwijs.

In het geval dat voor twee of meerdere leerplichtige kinderen gezamenlijk huisonderwijs wordt georganiseerd en de plaats waar dit huisonderwijs wordt georganiseerd verschilt van het adres waar de kinderen gedomicilieerd zijn, dan kan voor deze leerplichtige kinderen één gezamenlijke verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie over huisonderwijs ingediend worden door de organisator van het huisonderwijs. De bijhorende informatie over het huisonderwijs moet naast de elementen vermeld in het tweede lid ook het adres bevatten waarop het huisonderwijs effectief wordt verstrekt.

De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zullen hiertoe een document ter beschikking stellen.

In afwijking van het eerste lid dienen ouders die hun leerplichtige kinderen inschrijven in één van volgende scholen, geen verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie in te dienen :
1° Europese scholen;
2° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;
3° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;
4° scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.

§ 2. In afwijking van de termijn, vermeld in paragraaf 1, kunnen de ouders van volgende leerplichtigen steeds een verklaring van huisonderwijs en bijhorende informatie over het huisonderwijs indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap :
1° leerplichtigen die zich in de loop van een schooljaar domiciliëren in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Vlaamse Gewest;
2° leerplichtigen die in de loop van een schooljaar naar het buitenland gaan, maar gedomicilieerd blijven in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Vlaamse Gewest;
3° leerplichtigen die begeleid worden door een centrum voor leerlingenbegeleiding en indien dat centrum voor leerlingenbegeleiding na de nodige informatie door de ouders, geen gemotiveerd bezwaar indient tegen het starten met huisonderwijs, binnen de tien werkdagen nadat het betrokken centrum voor leerlingenbegeleiding op de hoogte werd gesteld van de verklaring.

Artikel 26bis/2. (01/09/2016- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.10.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.5.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.15.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 10.

Inhoud

§ 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs zijn verplicht de leerplichtige in te schrijven bij de examencommissie met het oog op het verkrijgen van een getuigschrift Basisonderwijs als vermeld in artikel 56, uiterlijk in het schooljaar waarin de leerplichtige elf jaar is geworden voor 1 januari.

Als de leerplichtige zich niet tijdig aandient bij de examencommissie of na maximaal twee pogingen en uiterlijk in het schooljaar waarin hij of zij dertien jaar is geworden voor 1 januari het getuigschrift Basisonderwijs niet verkrijgt, moeten de ouders de leerplichtige inschrijven, hetzij in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap of Duitstalige Gemeenschap, hetzij in één van volgende scholen :
1° Europese scholen;
2° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;
3° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;
4° scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 moeten ouders van de volgende leerplichtigen, de leerplichtige niet inschrijven bij de examencommissie :
1° leerplichtigen aan wie een centrum voor leerlingenbegeleiding uitdrukkelijk een vrijstelling geeft voor het examen, vermeld in paragraaf 1;
2° indien de leerplichtige in het bezit is van een individuele gelijkwaardigheidsbeslissing met minstens het niveau van het basisonderwijs;
3° leerplichtigen die ingeschreven zijn in één van volgende scholen :
a) Europese scholen;
b) internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;
c) internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;
d) scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.

Artikel 26ter. (01/09/2018- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 14/02/2003 Decreet betreffende het onderwijs XIV II. 6.
Gewijzigd bij 22/06/2007 Decreet betreffende het onderwijs XVII II.4.
Gewijzigd bij 08/05/2009 Decreet betreffende het onderwijs XIX II.5.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.11.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.16.
Gewijzigd bij 27/04/2018 Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding 100.

Inhoud

§ 1. De onderwijsinspectie is bevoegd om te controleren of het verstrekte huisonderwijs be-antwoordt aan de doelstellingen omschreven in artikel 26bis. De regering legt de criteria vast op basis waarvan deze controle gebeurt.

§ 2. De ouders zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de controle op het huisonderwijs.

§ 2bis. De onderwijsinspectie controleert de deelname aan systematische contacten en de medewerking aan profylactische maatregelen zoals vermeld artikel 6, § 4, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

§ 3. Wanneer de controle van de onderwijsinspectie niet aanvaard wordt of wanneer de onderwijsinspectie bij twee op-eenvolgende controles vaststelt dat het verstrekte onderwijs kennelijk niet beantwoordt aan de in artikel 26bis bedoelde doelstellingen, schrijven de ouders de leerling in hetzij in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap of Duitstalige Gemeenschap, hetzij in één van volgende scholen :
1° Europese scholen;
2° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;
3° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;
4° scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.

Het hervatten van huisonderwijs om aan de leerplicht voor de betrokken leerling te voldoen, kan uitsluitend mits de onderwijsinspectie voorafgaandelijk toestemming verleent. Die toestemming wordt verleend als de onderwijsinspectie oordeelt, op basis van elementen aangereikt door de ouders, dat de tekortkomingen die bij de controle destijds aanleiding hebben gegeven tot beëindiging van het huisonderwijs, zijn of worden weggewerkt. De regering legt de aanvraagprocedure voor de ouders vast.

Artikel 26quater. (... - ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 14/02/2003 Decreet betreffende het onderwijs XIV II. 6.

Inhoud

De Vlaamse regering bepaalt de formele voorwaarden die moeten vervuld worden bij het organiseren van huisonderwijs. (ing. decr. 14 februari 2003, art. II. 6, I: 1 september 2002) ]

Artikel 26quater/1. (01/09/2013- 31/08/2025)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.12.
Gewijzigd bij 17/05/2024 Decreet over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht 40.

Inhoud

De artikelen 26bis tot en met 26quater zijn niet van toepassing op het huisonderwijs als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan.

Artikel 27. (01/09/2007- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek V. 1.
Gewijzigd bij 14/07/1998 Decreet betreffende het onderwijs IX 20.
Gewijzigd bij 07/07/2006 Decreet betreffende het onderwijs XVI II.8.
Gewijzigd bij 07/07/2006 Decreet betreffende het onderwijs XVI II.9.
Gewijzigd bij 06/07/2007 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek en van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad 3.

Inhoud

In de door de gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde basis-, kleuter- of lagere scholen kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld worden gevraagd. Evenmin kunnen er bijdragen worden gevraagd voor kosten die gemaakt worden om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven.

De lijst met materialen die bij gebruik kosteloos ter beschikking dienen gesteld te worden om de eindtermen te realiseren of de ontwikkelingsdoelen na te streven, vormt een bijlage 1 bij dit decreet.

Artikel 27bis. (01/09/2015- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 06/07/2007 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek en van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad 3.
Gewijzigd bij 23/12/2011 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2012 27.
Gewijzigd bij 23/12/2011 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2012 28.
Gewijzigd bij 19/12/2014 Decreet houdende diverse bepalingen onderwijs 10.

Inhoud

§ 1. Het schoolbestuur kan aan de ouders een bijdrage vragen voor :
1° activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor het realiseren van de eindtermen of het nastreven van de ontwikkelingsdoelen;
2° verplichte materialen die niet begrepen zitten onder artikel 27 en waarvan de ouders het te besteden bedrag niet zelf kunnen bepalen;
3° meerdaagse extra-muros activiteiten.

 § 2. Voor de berekening van het maximumbedrag van de bijdrage, vermeld in § 1, 1° en 2°, wordt vanaf 1 september 2015 uitgegaan van de volgende basisbedragen per schooljaar:
- voor het kleuteronderwijs: 40 euro;
- voor het lager onderwijs: 80 euro.

Deze basisbedragen zijn per schooljaar aanpasbaar op basis van de gezondheidsindex van de maand maart van hetzelfde kalenderjaar waarin het schooljaar in kwestie begint volgens de volgende formule:
Nx = basisbedrag (Cx/100,60);
waarbij:
Nx gelijk is aan het geïndexeerde bedrag voor schooljaar x-y;
Cx de gezondheidsindex is van de maand maart van hetzelfde kalenderjaar (x) waarin het schooljaar begint;
100,6 de gezondheidsindex is van de maand januari 2014.

Hierbij wordt Nx afgerond naar het hoger gelegen geheel getal dat een veelvoud is van vijf.

§ 3. In afwijking van § 1, 2°, kan het schoolbestuur beslissen om de bijdrage die aan de ouders gevraagd wordt voor verplichte kledij die omwille van een sociale finaliteit aangeboden wordt, niet op te nemen in de maximumfactuur. Deze afwijking is enkel mogelijk mits schriftelijk advies van de schoolraad.

§ 4. Voor de berekening van het maximumbedrag van de bijdrage in § 1, 3°, wordt vanaf 1 januari 2012 uitgegaan van het volgende basisbedrag voor het lager onderwijs : 360 euro.

Dit bedrag is per schooljaar aanpasbaar op basis van de gezondheidsindex van de maand maart van hetzelfde kalenderjaar waarin het schooljaar in kwestie begint volgens de volgende formule :
Nx = 360(Cx/107,85);
waarbij :
Nx gelijk is aan het geïndexeerde bedrag voor schooljaar x-y;
Cx de gezondheidsindex is van de maand maart van hetzelfde kalenderjaar (x) waarin het schooljaar begint;
107,85 de gezondheidsindex is van de maand januari 2008.

Hierbij wordt Nx afgerond naar het hoger gelegen geheel getal dat een veelvoud is van vijf.

Voor het kleuteronderwijs mag er geen bijdrage gevraagd worden voor meerdaagse extra-murosactiviteiten.

Artikel 27ter. (01/01/2017- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 06/07/2007 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek en van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad 3.
Gewijzigd bij 23/12/2011 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2012 29.
Gewijzigd bij 28/10/2016 Gecodificeerd Decreet sommige bepalingen voor het onderwijs XII.1.

Inhoud

§ 1. De kosten die niet vervat zitten in artikel 27bis, § 1, zijn niet onderworpen aan de maximumfactuur. Deze kosten worden kenbaar gemaakt in de bijdrageregeling. De gevraagde kostprijs moet steeds in verhouding zijn tot de geleverde prestatie.

§ 2. Na overleg binnen de schoolraad legt het schoolbestuur de lijst vast van bijdragen die aan de ouders kunnen worden gevraagd, zoals bepaald in artikel 27bis en § 1 van dit artikel evenals de afwijkingen die op deze bijdrageregeling worden toegekend.

Deze bijdragen kunnen niet in één keer aan de ouders gevraagd worden, maar enkel gespreid over minstens drie keer gedurende het schooljaar.

§ 3. Vragen in verband met de toepassing van de beginselen vermeld in de artikelen 27, 27bis en 27ter en klachten in verband met inbreuken op deze beginselen kunnen door iedere belanghebbende ingediend worden bij de Commissie Zorgvuldig Bestuur.

Artikel 27quater. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 16/06/2023 Decreet over de onderwijsinternaten 98.

Inhoud

...

Artikel 28. (01/09/2019- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 10/07/2003 Decreet betreffende het landschap basisonderwijs 5.
Gewijzigd bij 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek III. 7.
Gewijzigd bij 14/07/1998 Decreet betreffende het onderwijs IX 21.
Gewijzigd bij 07/07/2006 Decreet betreffende het onderwijs XVI II.10.
Gewijzigd bij 09/07/2010 Decreet betreffende het onderwijs XX II.5.
Gewijzigd bij 23/03/2018 Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0 3.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 34.

Inhoud

§ 1. Bij de inschrijving van hun kind informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk over onder meer:
1° de juridische aard en de samenstelling van hun schoolbestuur;
2° het pedagogisch project van de school;
3° de organisatie van de schooluren;
4° de voor- en naschoolse opvang indien daarin voorzien is;
5° het leerlingenvervoer indien daarin voorzien is;
6° in voorkomend geval dat voor de school een aanvraag tot voorlopige erkenning bij de bevoegde overheid is ingediend of een voorlopige erkenning voor één schooljaar van de bevoegde overheid is verkregen;
7° het begeleidend CLB;
8° de samenstelling van de scholengemeenschap indien de school behoort tot een scholengemeenschap.
9° de samenstelling van de schoolraad.

Het schoolbestuur informeert de ouders onmiddellijk tijdens het schooljaar van voorlopige erkenning over de beslissing van de bevoegde overheid over de erkenning.

§ 2. In afwijking van § 1 informeert het schoolbestuur van een type 5-school, bij de inschrijving, de ouders schriftelijk over onder meer:
1° de wijze waarop ouders overleg kunnen plegen met de directie van de school en contact kunnen opnemen met de voorzitter van het schoolbestuur;
2° het pedagogisch project van de school;
3° het begeleidend CLB.

Artikel 29. (01/09/2020- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 14/02/2003 Decreet betreffende het onderwijs XIV II. 7.
Gewijzigd bij 16/06/2017 Decreet betreffende het onderwijs XXVII II.3.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 35.

Inhoud

Bij elke inschrijving van hun kind in het officieel lager onderwijs bepalen de ouders, bij ondertekende verklaring, of hun kind een cursus in één der erkende godsdiensten of een cursus niet-confessionele zedenleer volgt. Die keuze kunnen ze uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar wijzigen voor het volgende schooljaar.

Ouders die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer bekomen op aanvraag een vrijstelling.

De regering legt het model van de ondertekende verklaring en de procedure tot het bekomen van de vrijstelling vast en bepaalt op welke wijze de lestijden waarvoor men is vrijgesteld moeten ingevuld worden. De lestijden waarvoor men is vrijgesteld mogen niet worden ingevuld met activiteiten die betrekking hebben op andere leergebieden. 

De leerplichtige leerling in het officieel kleuteronderwijs kan voor het onderricht in een van de erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer lessen bijwonen in de lagere school die zijn ouders daarvoor kiezen.

Artikel 30. (01/01/2015- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften II.9.

Inhoud

...

Artikel 31. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school II.2.
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV II.4.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.17.
Gewijzigd bij 15/06/2018 Decreet betreffende het onderwijs XXVIII 27.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 36.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 84.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 95.

Inhoud

§ 1. Bij verandering van school door een leerling draagt de oude school de leerlingengegevens over aan de nieuwe school, onder de volgende voorwaarden:
1° de gegevens hebben enkel betrekking op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan, meer bepaald de essentiële gegevens die de studieresultaten en de studievoortgang van de leerling bevorderen, monitoren, evalueren en attesteren;
2° de overdracht gebeurt enkel in het belang van de persoon op wie de onderwijsloopbaan betrekking heeft;
3° tenzij de regelgeving de overdracht verplicht stelt, gebeurt de overdracht niet indien de ouders er zich expliciet tegen verzetten, na, op hun verzoek, de gegevens te hebben ingezien.
4° de vorige school van inschrijving brengt de school waar nu wordt ingeschreven op de hoogte van het bestaan en de inhoud van een IAC-verslag of GC-verslag. Het CLB dat verbonden is aan de vorige school van inschrijving brengt het CLB dat verbonden is met de school waar nu wordt ingeschreven op de hoogte van het bestaan en de inhoud van een IAC-verslag of GC-verslag. In het belang van de optimale begeleiding van de betrokken leerling en de organisatie van de school kunnen ouders zich tegen die overdrachten niet verzetten;
5° het schoolbestuur van de onderwijsinstelling of de gemandateerde is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen van de persoonsgegevens voor de looptijd dat deze bewaard dienen te worden;
6° het centrumbestuur van het CLB dat het IAC-verslag of het GC-verslag, vermeld in punt 4°, heeft opgesteld, is verantwoordelijke voor de verwerking door of ter voorbereiding van het IAC-verslag of GC-verslag. Het centrumbestuur van het overnemende CLB is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking na de ontvangst van het IAC-verslag of GC-verslag.

Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling zijn echter nooit tussen scholen overdraagbaar.

De Vlaamse Regering kan de regels bepalen omtrent de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking.

§ 2. Paragraaf 1 is, met uitzondering van het eerste lid, 4°, ook van toepassing bij schoolverandering van basisonderwijs naar secundair onderwijs.

[Onderafdeling B Preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen (verv. decr. 4 april 2014, art. II.3, I: 1 september 2014)] (... - ...)

Artikel 32. (01/09/2020- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.2.
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school II.4.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.18.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 37.

Inhoud

§ 1. Een preventieve schorsing is een uitzonderlijke maatregel die de directeur of zijn afgevaardigde voor een leerplichtige leerling in het lager onderwijs kan hanteren als bewarende maatregel om de leefregels te handhaven en om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is. De leerling mag gedurende maximaal vijf opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De directeur of zijn afgevaardigde kan, mits motivering aan de ouders, beslissen om desbetreffende periode eenmalig met maximaal vijf opeenvolgende schooldagen te verlengen indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond. De preventieve schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en de school stelt de ouders in kennis van de preventieve schorsing. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

§ 2. De directeur of zijn afgevaardigde kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerling in het lager onderwijs tijdelijk uitsluiten. Een tijdelijke uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling gedurende minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen. Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan enkel na een nieuw feit. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

§ 3. De directeur of zijn afgevaardigde kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerling in het lager onderwijs definitief uitsluiten. Een definitieve uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling wordt uitgeschreven op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk één maand, vakantieperioden tussen 1 september en 30 juni niet inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving, vermeld in artikel 33, 5°. In afwachting van een inschrijving in een andere school mag de gesanctioneerde leerling de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

Tegen deze beslissing is beroep mogelijk zoals voorzien in artikel 37/4.

Artikel 33. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school II.5.

Inhoud

Tijdelijke en definitieve uitsluitingen kunnen alleen uitgevoerd worden na een procedure die de rechten van verdediging waarborgt en waarin de volgende principes gerespecteerd worden:
1° het voorafgaandelijke advies van de klassenraad moet worden ingewonnen. In geval van een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft;
2° de intentie tot een tuchtmaatregel wordt aan de ouders schriftelijk ter kennis gebracht;
3° de ouders en de leerling hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling, met inbegrip van het advies van de klassenraad, en worden gehoord, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon;
4° de tuchtstraf moet in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten;
5° de genomen beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd en ter kennis gebracht aan de ouders van de betrokken leerling. De school verwijst in de kennisgeving naar de mogelijkheid tot het instellen van het beroep en neemt de bepalingen uit het schoolreglement die hier betrekking op hebben, op in die kennisgeving.

ONDERAFDELING C ONDERWIJS AAN HUIS (... - ...)

Artikel 34. (01/09/2020- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Vervangen bij 05/04/2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 9.
Gewijzigd bij 20/12/2019 Decreet programmadecreet bij de begroting 2020 72.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 38.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 17.

Inhoud

§ 1. Leerlingen voor wie het door ziekte of ongeval tijdelijk onmogelijk is om onderwijs te volgen in hun school hebben recht op tijdelijk onderwijs aan huis. De regering kan bijkomend mogelijke redenen van de afwezigheid bepalen. Deze redenen dienen gerechtvaardigd en gegrond te zijn en worden gemotiveerd en geattesteerd door een bevoegde derde.

§ 2. De regering legt de voorwaarden vast om in aanmerking te komen voor tijdelijk onderwijs aan huis. De regering maakt hierbij een onderscheid tussen een veelvuldige afwezigheid en een langdurige afwezigheid.

Een afwezigheid van minder dan eenentwintig kalenderdagen is geen langdurige afwezigheid voor de toepassing van dit artikel tenzij het gaat om een veelvuldige afwezigheid.

§ 3. De regering bepaalt hoe het onderwijs aan huis georganiseerd wordt, welke vorm van hulp de school krijgt om het onderwijs aan huis te organiseren en de voorwaarden tot het verkrijgen van lestijden tijdelijk onderwijs aan huis, alsook het aantal en de wijze van berekening ervan.

Een personeelslid dat wordt aangesteld in een betrekking die wordt georganiseerd in de lestijden, vermeld in het eerste lid, wordt altijd aangesteld als tijdelijk personeelslid. De bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 zijn van toepassing op die personeelsleden, met uitzondering van de volgende bepalingen:
1° de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering over de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling. Het schoolbestuur van de school die de betrekking organiseert, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Die aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Voor die reaffectatie of wedertewerkstelling is altijd de toestemming vereist van het ter beschikking gestelde personeelslid;
2° de betrekking kan niet vacant worden verklaard. Het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekking.

§ 4. Het schoolbestuur is verplicht om de ouders van leerlingen die recht hebben of zullen hebben op tijdelijk onderwijs aan huis te informeren over het recht op, en de mogelijkheden en de modaliteiten van het tijdelijk onderwijs aan huis.

§ 5. De uitdrukkelijke vraag van de ouders voor een leerling als vermeld in paragraaf 2, verplicht het schoolbestuur ertoe om tijdelijk onderwijs aan huis te organiseren.

De verplichting om tijdelijk onderwijs aan huis in te richten, vervalt voor de school ten aanzien van de leerling of de kleuter gedurende zijn verblijf in een ziekenhuis, een residentiële setting of een preventorium waar onderwijs van type 5 gefinancierd of gesubsidieerd wordt of bij zijn opname in een dienst als bedoeld in artikel IV 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016 betreffende codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs.

§ 6. Het recht op tijdelijk onderwijs aan huis kan gecombineerd worden met het recht op synchroon internetonderwijs als bedoeld in artikel 36/1.

Artikel 35. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek III. 8.
Gewijzigd bij 08/05/2009 Decreet betreffende het onderwijs XIX II.7.
Gewijzigd bij 09/07/2010 Decreet betreffende het onderwijs XX II.6.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften II.10.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 8.

Inhoud

§ 1. Leerlingen die vijf jaar of ouder geworden zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden bepaald in artikel 15, § 1, maar voor wie het omwille van een handicap permanent onmogelijk is onderwijs te volgen op school, hebben na gunstig advies van de onderwijsinspectie, recht op permanent onderwijs aan huis.

§ 2. De ouders kiezen in overleg met het CLB de dichtstbijzijnde school voor buitengewoon onderwijs van hun vrije keuze om het permanent onderwijs aan huis te organiseren. Deze school wordt aangeduid door de onderwijsinspectie. Omwille van omstandigheden eigen aan het kind en mits omstandige motivering kan een andere school voor buitengewoon onderwijs worden gekozen.

Artikel 36. (... - ...)

De regering bepaalt op welke wijze het permanent onderwijs aan huis georganiseerd wordt en wel-ke vorm van hulp de school krijgt om het permanent onderwijs aan huis te organiseren.

(Zie: B.V.R. 17 juni 1997, B.S., 2 augustus 1997)

[ONDERAFDELING C/1. SYNCHROON INTERNETONDERWIJS (ing. decr. 5 april 2019, art. 10, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 36/1. (01/01/2020- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 05/04/2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 11.
Gewijzigd bij 20/12/2019 Decreet programmadecreet bij de begroting 2020 73.

Inhoud

§ 1. Synchroon internetonderwijs, verder in deze onderafdeling SIO te noemen, biedt leerlingen voor wie het tijdelijk onmogelijk is om onderwijs te volgen in hun school de mogelijkheid om op afstand, via digitale toepassingen, rechtstreeks en in interactie met de leerkrachten en klasgenoten de lessen te volgen.
SIO ondersteunt het leerproces, beperkt de leerachterstand en bereidt de terugkeer naar school voor. Door SIO blijft de band van de afwezige leerling met de school, leerkrachten en medeleerlingen behouden.

§ 2. Leerlingen komen in aanmerking voor SIO als aan volgende voorwaarden voldaan is:
1° de leerling wordt minstens 5 jaar vóór 1 januari van het lopende schooljaar;
2° de leerling is afwezig wegens ziekte of ongeval en de school beschikt over de bewijsstukken;
3° het gebruik van SIO is verenigbaar met de medische toestand van de leerling. De ouders brengen de behandelende arts op de hoogte; de school informeert de CLB-arts;
4° SIO is voor de betrokken leerling haalbaar en zinvol:
a) SIO komt tegemoet aan de ondersteuningsbehoefte van de leerling conform paragraaf 1, tweede lid. SIO wordt niet aangewend als permanent alternatief voor onderwijs op school;
b) op basis van het ziektebeeld en de inschatting van het ziekteverloop mag aangenomen worden dat de leerling die langdurig of veelvuldig afwezig zal zijn, het SIO zal gebruiken voor een periode van minimaal 36 halve lesdagen;
c) de leerling en de school maken er optimaal gebruik van. Het CLB is betrokken.

De regering kan bijkomende criteria met betrekking tot zinvolheid en haalbaarheid voor de leerling vastleggen.

§ 2/1. De Vlaamse Regering kan bijkomende in aanmerking komende leerlingen en de respectieve voorwaarden bepalen. De redenen voor de afwezigheid op school dienen gerechtvaardigd en gegrond te zijn en worden gemotiveerd en geattesteerd door een bevoegde derde.

§ 3. Het schoolbestuur is verplicht om de ouders van leerlingen die recht hebben of zullen hebben op SIO te informeren over het recht op, de mogelijkheden en de modaliteiten van SIO.

§ 4. De uitdrukkelijke vraag van de ouders voor een leerling als vermeld in paragraaf 2, verplicht het schoolbestuur ertoe om SIO te organiseren.

§ 5. Het recht op SIO kan gecombineerd worden met het recht op tijdelijk onderwijs aan huis als bedoeld in artikel 34, een verblijf in een ziekenhuis, een residentiële setting of een preventorium waar onderwijs van type 5 gefinancierd of gesubsidieerd wordt of met een opname in een dienst als bedoeld in artikel IV 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016 betreffende codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs.

Het recht op SIO kan niet gecombineerd worden met permanent onderwijs aan huis als bedoeld in artikel 35.

ONDERAFDELING D SCHOOLREGLEMENT (... - ...)

Artikel 37. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 02/04/2004 Decreet betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad 54.
Gewijzigd bij 28/06/2002 Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I IX.3.
Gewijzigd bij 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek III. 9.
Gewijzigd bij 20/03/2009 Decreet betreffende de toelatingsvoorwaarden voor het gewoon lager onderwijs en de engagementsverklaring tussen de school en de ouders in het basis- en secundair onderwijs 4.
Gewijzigd bij 20/03/2009 Decreet betreffende de toelatingsvoorwaarden voor het gewoon lager onderwijs en de engagementsverklaring tussen de school en de ouders in het basis- en secundair onderwijs 5.
Gewijzigd bij 08/05/2009 Decreet betreffende het onderwijs XIX II.8.
Gewijzigd bij 09/07/2010 Decreet betreffende het onderwijs XX II.7.
Gewijzigd bij 01/07/2011 Decreet betreffende het onderwijs XXI II.3.
Gewijzigd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.3.
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII II.4.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.14.
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school II.6.
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV II.5.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.19.
Gewijzigd bij 28/10/2016 Gecodificeerd Decreet sommige bepalingen voor het onderwijs XII.1.
Gewijzigd bij 08/06/2018 Decreet houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) 68.
Gewijzigd bij 27/04/2018 Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding 101.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 21.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 39.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 39.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 85.
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet over de Vlaamse toetsen in het onderwijs 3.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 96.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 18.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 10.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 7.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur moet, met uitzondering van een vestigingsplaats bij een ziekenhuis en bij categorieën van residentiële settings die de regering bepaalt, voor elk van zijn scholen met toepassing van de regelgeving inzake medezeggenschap een schoolreglement opstellen dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de ouders en leerlingen regelt.

§ 2. Voor het kleuteronderwijs bevat het schoolreglement ten minste de volgende elementen:
1° geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning die niet afkomstig is van de Vlaamse Gemeenschap en de rechtspersonen die daarvan afhangen;
2° de bijdrageregeling bedoeld in artikel 27ter, § 2.
3° de engagementsverklaring tussen de school en de ouders waarin wederzijdse afspraken worden opgenomen over oudercontact, voldoende aanwezigheid, vormen van individuele leerlingenbegeleiding en het positieve engagement ten aanzien van de onderwijstaal.
Met betrekking tot het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal bevat het schoolreglement de bepaling dat leerlingen aangemoedigd worden om Nederlands te leren en dat de ouders positief staan ten aanzien van extra initiatieven en maatregelen die de school neemt om de taalachterstand van hun leerlingen weg te werken. Scholen gelegen in een gemeente waar een lokaal overlegplatform, bedoeld in deel VIII van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover in het lokaal overlegplatform een akkoord is bereikt.
Scholen gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen met dezelfde onderwijstaal gelegen in die gemeente.
4° de afspraken inzake het rookverbod, bedoeld in het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, de controle op de naleving ervan en de sancties die kunnen opgelegd worden bij overtreding van het rookverbod;
5° de bepalingen in verband met onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs;
6° de wijze waarop in voorkomend geval de schoolraad en ouderraad, vermeld in artikel 10 en 46 in het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad, worden samengesteld;
7° het recht op inzage door de ouders en hun recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school. Indien na de toelichting blijkt dat de ouders een kopie willen van de leerlingengegevens, hebben ze kopierecht. Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.
Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) wordt, in de gevallen waarin volledige inzage afbreuk zou doen aan de rechten van derden, inzage in de gegevens verleend in de vorm van een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage;
8° informatie over extra-murosactiviteiten.
9° de vermelding dat bij schoolverandering leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe school tenzij, en voor zover de regelgeving de overdracht niet verplicht stelt, de ouders er zich expliciet tegen verzetten na op hun verzoek deze gegevens te hebben ingezien;
10° de mededeling dat de school bij schoolverandering binnen het basisonderwijs verplicht is de school waar nu wordt ingeschreven op de hoogte te brengen van het bestaan en de inhoud van een IAC-verslag of GC-verslag;
11° de contactgegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de school samenwerkt, en de concrete afspraken over de dienstverlening tussen de school en het centrum voor leerlingenbegeleiding;
12° een korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding, waarmee de school haar visie en werking in verband met leerlingenbegeleiding verduidelijkt.
13° richtlijnen over aanwezigheden, in het bijzonder voor de leerplichtige kleuters, en te laat komen;
14° dat er leersteun kan worden geboden voor leerlingen met een GC-verslag of IAC-verslag en bij welk leersteuncentrum de school aangesloten is.

§ 3. Voor het lager onderwijs bevat het schoolreglement ten minste de volgende elementen:
1° het reglement inzake tucht en schending van de leefregels van de leerlingen met inbegrip van een preventieve schorsing, een tijdelijke uitsluiting of een definitieve uitsluiting en inzake de beroepsprocedure zoals vermeld in onderafdeling F van deze afdeling, inbegrepen het hanteren van redelijke en haalbare termijnen;
2° de procedure volgens dewelke het getuigschrift basisonderwijs wordt toegekend, met inbegrip van de beroepsprocedure vermeld in onderafdeling E van deze afdeling;
3° de bepalingen in verband met onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs;
4° richtlijnen inzake afwezigheden en te laat komen;
5° afspraken in verband met huiswerk, agenda’s, rapporten en leerlingenevaluatie, met inbegrip van de wijze waarop bij de leerlingenevaluatie de klassen- raad al dan niet rekening houdt met de resultaten van de Vlaamse toetsen, onverminderd de bepalingen van artikel 44quater, §2, tweede lid, 4°;
6° geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning die niet afkomstig is van de Vlaamse Gemeenschap en de rechtspersonen die daarvan afhangen;
7° de bijdrageregeling bedoeld in artikel 27ter, § 2;
8° de wijze waarop de leerlingenraad, schoolraad en ouderraad als vermeld in artikel 10 en 46 in het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad, in voorkomend geval worden samengesteld;
9° de engagementsverklaring tussen de school en de ouders waarin wederzijdse afspraken worden opgenomen over oudercontact, voldoende aanwezigheid, vormen van individuele leerlingenbegeleiding en het positieve engagement ten aanzien van de onderwijstaal.
Met betrekking tot het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal bevat het schoolreglement de bepaling dat leerlingen aangemoedigd worden om Nederlands te leren en dat de ouders positief staan ten aanzien van extra initiatieven en maatregelen die de school neemt om de taalachterstand van hun leerlingen weg te werken. Scholen gelegen in een gemeente waar een lokaal overlegplatform, bedoeld in deel VIII van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover in het lokaal overlegplatform een akkoord is bereikt.
Scholen gelegen in een gemeente waar een lokaal overlegplatform, bedoeld in deel VIII van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover in het lokaal overlegplatform een akkoord is bereikt.
Scholen gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen met dezelfde onderwijstaal gelegen in die gemeente.
10° de afspraken inzake het rookverbod, bedoeld in het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, de controle op de naleving ervan en de sancties die kunnen opgelegd worden bij overtreding van het rookverbod;
11° het recht op inzage door de ouders en hun recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school. Indien na de toelichting blijkt dat de ouders een kopie willen van de leerlingengegevens, hebben ze kopierecht. Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.
Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) wordt, in de gevallen waarin volledige inzage afbreuk zou doen aan de rechten van derden, inzage in de gegevens verleend in de vorm van een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage;
12° informatie over extra-murosactiviteiten.
13° de vermelding dat bij schoolverandering leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe school tenzij, en voor zover de regelgeving de overdracht niet verplicht stelt, de ouders er zich expliciet tegen verzetten na op hun verzoek deze gegevens te hebben ingezien;
14° de mededeling dat de school bij schoolverandering binnen het basisonderwijs verplicht is de school waar nu wordt ingeschreven op de hoogte te brengen van het bestaan en de inhoud van een IAC-verslag of GC-verslag;
15° eventuele beroepsprocedures buiten de verplichte beroepsprocedures zoals vermeld in punt 1° en punt 2°;
16° de contactgegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de school samenwerkt, en de concrete afspraken over de dienstverlening tussen de school en het centrum voor leerlingenbegeleiding;
17° een korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding, waarmee de school haar visie en werking in verband met leerlingenbegeleiding verduidelijkt;
18° dat er leersteun kan worden geboden voor leerlingen met een GC-verslag of IAC-verslag en bij welk leersteuncentrum de school aangesloten is.

§ 4. ...

§ 5. Voor materies waarbij ouders een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het schoolreglement geregeld worden.

[Onderafdeling E Beroepsmogelijkheid tegen het niet verkrijgen van het getuigschrift basisonderwijs (ing. decr. 4 april 2014, art. II.7, I: 1 september 2014)] (... - ...)

Artikel 37/1. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school II.8.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 23.

Inhoud

Ouders die niet akkoord gaan met het niet toekennen van een getuigschrift basisonderwijs aan hun kind, hebben toegang tot een beroepsprocedure. De beroepsprocedure is vastgelegd in het schoolreglement, met behoud van de toepassing van de bepalingen van deze onderafdeling. Ouders kunnen evenwel slechts een beroep instellen na het overleg zoals bepaald in artikel 55.

In afwijking van het eerste lid moeten de ouders van kinderen die een negatieve beslissing van de examencommissie, vermeld in artikel 56, hebben ontvangen over het toekennen van het getuigschrift basisonderwijs, geen overleg vragen met de directeur of zijn afgevaardigde als vermeld in artikel 55, eerste lid, voor ze een beroep kunnen instellen. Indien er toch overleg wordt gevraagd door de ouders, kan de directeur of zijn afgevaardigde dit overleg niet weigeren.

De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur. Het beroep wordt gedateerd en ondertekend en vermeldt ten minste het voorwerp van het beroep met beschrijving van de feiten en motivering van de ingeroepen bezwaren. Bij deze beschrijving kunnen overtuigingsstukken worden gevoegd.

Artikel 37/2. (01/09/2015- ...)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 08/05/2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school II.9.
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV II.7.

Inhoud

Het beroep als vermeld in artikel 37/1 dat behandeld wordt door de beroepscommissie leidt tot:
1° hetzij de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:
a) de termijn voor indiening van het beroep, opgenomen in het schoolreglement, is overschreden;
b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;
2° hetzij de bevestiging van het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs, hetzij de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs. Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing van de beroepscommissie.

Het resultaat van het beroep wordt aan de ouders schriftelijk ter kennis gebracht uiterlijk op 15 september daaropvolgend.

Artikel 37/3. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school II.10.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 86.

Inhoud

§ 1. De beroepscommissie wordt opgericht door het schoolbestuur.

§ 2. Het schoolbestuur of zijn afgevaardige bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:
1° de samenstelling kan per te behandelen dossier verschillen, doch kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen;
2° de samenstelling is als volgt: enerzijds "interne leden", zijnde leden van de klassenraad die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, waaronder alleszins de directeur of zijn afgevaardigde, eventueel aangevuld met een lid van het schoolbestuur; anderzijds "externe leden", zijnde personen die extern zijn aan dat schoolbestuur en aan de school die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet uit te reiken.
In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen:
a) wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;
b) wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de schoolraad van de school die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling vermeld in punt a) van toepassing is;
3° de voorzitter wordt door het schoolbestuur onder de externe leden aangeduid.

§ 3. Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van de beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:
1° elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, met dien verstande dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moet zijn; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
2° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;
3° een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;
4° een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die het getuigschrift basisonderwijs niet toegekend heeft;
5° de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van individuele personeelsleden van het onderwijs;
6° een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.

[Onderafdeling F Beroepsmogelijkheid tegen definitieve uitsluiting (ing. decr. 4 april 2014, art. II.11, I: 1 september 2014)] (... - ...)

Artikel 37/4. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school II.12.

Inhoud

§ 1. De ouders die een beslissing tot definitieve uitsluiting betwisten, hebben toegang tot een beroepsprocedure. De beroepsprocedure is vastgelegd in het schoolreglement, met behoud van de toepassing van de bepalingen van deze onderafdeling.

De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur. Het verzoekschrift wordt gedateerd en ondertekend en vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met feitelijke omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren. Bij deze omschrijving kunnen overtuigingsstukken gevoegd worden.

Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie.

§ 2. Het beroep als vermeld in § 1 door een beroepscommissie leidt tot:
1° hetzij de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:
a) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;
b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;
2° hetzij de bevestiging van de definitieve uitsluiting, hetzij de vernietiging van de definitieve uitsluiting. Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor deze beslissing van de beroepscommissie.

§ 3. Het resultaat van het beroep wordt aan de ouders gemotiveerd en schriftelijk ter kennis gebracht binnen de vervaltermijn bepaald in het schoolreglement.

Bij overschrijding van deze vervaltermijn is de omstreden definitieve uitsluiting van rechtswege nietig.

Artikel 37/5. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school II.13.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 87.

Inhoud

§ 1. De beroepscommissie wordt opgericht door het schoolbestuur.

§ 2. Het schoolbestuur of zijn afgevaardigde bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:
1° de samenstelling van de beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen, doch kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen;
2° de samenstelling is als volgt: enerzijds "interne leden", zijnde leden intern aan het schoolbestuur of aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, met uitzondering van de directeur of zijn afgevaardigde die de beslissing heeft genomen; anderzijds "externe leden", zijnde personen die extern zijn aan het schoolbestuur en aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen.
In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen:
a) wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;
b) wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de schoolraad van de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling vermeld in punt a) van toepassing is;
3° de voorzitter wordt door het schoolbestuur onder de externe personen aangeduid.

Artikel 37/6. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school II.14.

Inhoud

§ 1. Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:
1° elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, met dien verstande dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moet zijn; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
2° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;
3° een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;
4° een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die een advies over de definitieve uitsluiting heeft gegeven;
5° de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden van het onderwijs;
6° een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de decretale en reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.

§ 2. Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot uitsluiting niet op.

[AFDELING 3 ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.39, I: 1 september 2019)] (... - ...)

[Onderafdeling A. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.39, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 37bis. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.6.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.7.
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school II.15.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.7.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 24.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 3.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 8.

Inhoud

§ 1. Elke leerling heeft recht op inschrijving in de school of vestigingsplaats, gekozen door zijn ouders. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de schoolkeuze in samenspraak met de leerling. Bij de keuze van vestigingsplaats wordt rekening gehouden met het aanwezige onderwijsaanbod zoals bepaald in afdeling 1 van hoofdstuk III.

§ 2. Voorafgaand aan een inschrijving biedt het schoolbestuur schriftelijk of via elektronische drager het pedagogisch project als vermeld in artikel 28, § 1, 2°, en 47, § 1, 1°, en het schoolreglement, vermeld in artikel 37, aan de ouders en de leerling aan en geeft hierbij, indien de ouders dit wensen, toelichting. Indien het schoolbestuur het pedagogisch project of het schoolreglement via elektronische drager ter beschikking stelt, vraagt het de ouders of ze een papieren versie wensen te ontvangen.

De inschrijving wordt genomen na ondertekening voor akkoord van de ouders van dit pedagogisch project en dit schoolreglement.

Bij elke wijziging van het pedagogisch project of het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en geeft hierbij, indien ouders dit wensen, toelichting. Ouders verklaren zich dan opnieuw schriftelijk of digitaal akkoord. Ouders die erom verzoeken, ontvangen steeds een papieren versie van het pedagogisch project of het schoolreglement. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar.

Een wijziging van het pedagogisch project of schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.

§ 3. Inschrijvingen voor een bepaald schooljaar kunnen ten vroegste starten op de eerste schooldag van maart van het voorafgaande schooljaar.

De inschrijvingen voor de kleuters, die tijdens een bepaald schooljaar wel twee jaar en zes maanden worden maar op de laatste instapdatum van dat schooljaar niet meer kunnen instappen, starten op dezelfde dag als de inschrijvingen voor de andere kleuters van hetzelfde geboortejaar.

Scholen maken de start van hun inschrijvingen bekend aan alle belanghebbenden. Scholen die deel uitmaken van een LOP maken de start van hun inschrijvingen minstens via het LOP bekend.

§ 4. Behoudens de bij decreet of besluit bepaalde gevallen van uitschrijving, geldt een inschrijving van een leerling in een school voor de duur van de hele school-loopbaan in die school.

Het behoud van de inschrijving geldt over de vestigingsplaatsen heen, tenzij de capaciteit van de vestigingsplaats is of wordt overschreden overeenkomstig artikel 37novies of de leerling er niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. De voortgang van het leerproces, waarbij een verandering van vestigingsplaats noodzakelijk is, kan niet worden gestuit.

Het behoud van inschrijving kan, als de vestigingsplaats, het niveau in de vestigingsplaats(en) of het type in de vestigingsplaats(en) van de leerling betrokken is bij een herstructurering en verdwijnt uit de school, ook gegarandeerd worden in een andere school betrokken bij de herstructurering of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur, gelegen op een billijke afstand. Het behoud van inschrijving wordt, als de school van de leerling betrokken is bij een fusie, gegarandeerd in de fusieschool of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur gelegen op een billijke afstand. In voorkomende situaties informeert het schoolbestuur de betrokken ouders.

§ 5. In afwijking van paragraaf 4 kunnen schoolbesturen van basisscholen waarvan de capaciteit van het kleuteronderwijs groter is dan die van het lager onderwijs, opteren voor een nieuwe inschrijving bij de overgang tussen beide onderwijsniveaus. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

§ 6. Indien zijn betrokken scholen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om bij de overgang van een leerling van een autonome kleuterschool naar een lagere of basisschool de inschrijvingen van de ene naar de andere school te laten doorlopen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

§ 7. Indien zijn betrokken scholen of vestigingsplaatsen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om de desbetreffende scholen of vestigingsplaatsen als één geheel te beschouwen en één capaciteit, overeenkomstig artikel 37novies, § 1, te bepalen voor de verschillende scholen of vestigingsplaatsen, gelegen binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden door hetzij maximaal twee kadastrale percelen, hetzij door een weg, samen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheden gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

Artikel 37/6/1. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.1.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 2.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 9.

Inhoud

De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3 en 4, zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2022-2023. De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3 en 4, zijn van toepassing voor inschrijvingen in het buitengewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025.

Voor de toepassing van de termijnen, vermeld in hoofdstuk IV/1, hoofdstuk IV/2 en hoofdstuk IV/3, worden de vakantieperioden die de regering krachtens artikel 50 bepaalt, niet meegerekend, met uitzondering van de termijn, in artikel 37/30, 37/43/1 en 37/66.

De bepalingen van hoofdstuk IV/1 en IV/3 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2023-2024 en de daaropvolgende schooljaren.

De bepalingen van hoofdstuk IV/2 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het buitengewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2025-2026 en de daaropvolgende schooljaren.

[Onderafdeling B. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.39, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 37ter. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.8.
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII II.5.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.8.

Inhoud

§ 1. Elke inschrijvingsperiode begint met de verschillende voorrangsperiodes, waarbij eerst voorrang verleend wordt aan de leerlingen, vermeld in artikel 37quater, dan aan de leerlingen, vermeld in artikel 37quinquies, dan in voorkomend geval aan de leerlingen, vermeld in artikel 37sexies, en dan aan de leerlingen, vermeld in artikel 37septies.

Op voorwaarde dat geen enkele leerling, gevat door de betrokken voorrangsperiodes, geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37novies, § 4, kunnen twee of meerdere voorrangsperiodes voor de inschrijvingen voor een bepaald schooljaar samen genomen worden.

Op voorwaarde dat geen enkele leerling, gevat door de betrokken voorrangsperiodes, geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37novies, § 4, kunnen twee of meerdere voorrangsperiodes voor de inschrijvingen voor een bepaald schooljaar samen of apart starten vanaf de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar. Indien de betrokken scholen gelegen zijn in het werkingsgebied van een LOP, moet de voorrangsperiode voor de leerlingen vermeld in artikel 37septies starten in overeenstemming met artikel 37bis, § 3. Indien de betrokken scholen gelegen zijn buiten het werkingsgebied van een LOP, kunnen de inschrijvingen van de leerlingen die niet gevat worden door een voorrangsperiode, al dan niet samen met de inschrijvingen van de leerlingen gevat door een voorrangsperiode, ook starten vanaf de eerste schooldag van september van het voorgaande schooljaar op voorwaarde dat geen enkele leerling geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37novies, § 4.

In afwijking van het derde lid, kunnen voor scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, enkel de voorrangsperiodes, vermeld in artikel 37quater en artikel 37quinquies, samen genomen worden.

Met uitzondering van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 37quinquies, duurt elke voorrangsperiode minimaal twee weken. Binnen elke voorrangsperiode gebeuren de inschrijvingen chronologisch.

In afwijking van het eerste lid zijn scholen voor type 5 niet verplicht om de voorrangsperiodes te hanteren.

§ 2. Voor de scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP maakt het LOP afspraken over de voorrangsperiodes en worden deze minstens door het LOP bekendgemaakt aan alle belanghebbenden uit het werkingsgebied.

Voor scholen buiten een werkingsgebied van een LOP worden de voorrangsperiodes bepaald in overleg met de schoolbesturen van alle scholen binnen dezelfde gemeente. De schoolbesturen maken de voorrangsperiodes bekend aan alle belanghebbenden.

Artikel 37quater. (01/09/2013- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.9.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.15.

Inhoud

Elke leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling, heeft bij voorrang op alle leerlingen, een recht op inschrijving in de betrokken school of de scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen op basis van artikel 37bis, § 6.

Artikel 37quinquies. (31/08/2012- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.10.

Inhoud

Met behoud van de toepassing van artikel 37quater geeft een schoolbestuur voor zijn scholen voorrang aan kinderen van personeelsleden van de school of van de scholen die de inschrijving van de ene naar de andere school laten doorlopen op basis van artikel 37bis, § 6, op voorwaarde dat er op het ogenblik van de inschrijving sprake is van een lopende tewerkstelling voor meer dan 104 dagen.

Met personeelsleden als vermeld in het eerste lid wordt bedoeld :
1° personeelsleden als vermeld in artikel 2 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leer- lingenbegeleiding, voor zover ze geaffecteerd zijn aan of aangesteld zijn in de school;
2° personeelsleden die via een arbeidsovereenkomst werden aangeworven door een schoolbestuur en tewerkgesteld worden in de school.

Artikel 37sexies. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.11.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.16.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.9.

Inhoud

§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 37quater en artikel 37quinquies, geven schoolbesturen voor hun scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voorrang aan leerlingen met minstens één ouder, als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

§ 2. Om van de voorrangsregeling, vermeld in paragraaf 1, gebruik te kunnen maken, toont de ouder op één van volgende wijzen aan dat hij het Nederlands in voldoende mate machtig is :
1° door het voorleggen van minstens het Nederlandstalig diploma van secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;
2° door het voorleggen van het Nederlandstalig studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;
3° door het voorleggen van het bewijs dat hij het Nederlands beheerst minstens op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. Dit gebeurt op basis van één van volgende stukken :
a) een studiebewijs van door de Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs of een daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs, dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;
b) een attest van niveaubepaling uitgevoerd door een Huis van het Nederlands dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;
c) door het voorleggen van het bewijs van minstens voldoende kennis van het Nederlands na het afleggen van een taalexamen bij het selectiebureau van de federale overheid;
4° ...
5° door het voorleggen van het bewijs dat hij 9 jaar als regelmatige leerling onderwijs heeft gevolgd in het Nederlandstalige lager én secundair onderwijs. Dit gebeurt op basis van attesten daartoe uitgereikt door de betrokken schoolbesturen.

§ 3. Schoolbesturen bepalen voor hun scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, een aantal leerlingen dat wordt vooropgesteld voor de inschrijving bij voorrang van leerlingen met minstens één ouder, als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

Het aantal leerlingen vermeld in het eerste lid moet gericht zijn op het verwerven of het behoud van 55 % leerlingen in de school met minstens één ouder, als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is. Binnen het LOP van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kan afgesproken worden om een hoger percentage dan 55 te hanteren.

Het aantal leerlingen, vermeld in het eerste lid, zal door een schoolbestuur bepaald worden voor elke, overeenkomstig artikel 37novies, § 1, door het schoolbestuur bepaalde capaciteit.

Het LOP maakt het overeengekomen percentage en de bepaalde aantallen bekend aan alle belanghebbenden.

Een reeds ingeschreven leerling of een leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling die op basis van de op het moment van zijn inschrijving geldende regelgeving werd beschouwd als een leerling met de thuistaal Nederlands, mag beschouwd worden als een leerling met minstens één ouder als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is als vermeld in paragraaf 1. Een reeds ingeschreven leerling of een leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling die op basis van de op het moment van zijn inschrijving geldende regelgeving werd beschouwd als een leerling met minstens één ouder als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is, wordt beschouwd als een leerling met minstens één ouder als vermeld in paragraaf 1.

§ 4. Leerlingen die naast de voorwaarde, vermeld in paragraaf 2, ook beantwoorden aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in artikel 37septies, § 3, tellen niet mee voor het bereiken van het in paragraaf 3 vermelde aantal. Deze leerlingen worden ingeschreven tot het contingent voor de leerlingen die beantwoorden aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in artikel 37septies, § 3, bereikt is.

Artikel 37septies. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.12.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.10.
Gewijzigd bij 22/03/2019 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de afstemming op het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid 3.
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 22.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 4.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur bepaalt voor al zijn scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP twee contingenten die worden vooropgesteld voor de gelijktijdige inschrijving van leerlingen die ofwel voldoen aan één of meer ofwel niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3.

Een schoolbestuur kan voor een of meer van zijn scholen gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP twee contingenten als bedoeld in het eerste lid bepalen.

De vooropgestelde contingenten zijn gericht op het verkrijgen van een evenredige verdeling van de leerlingen vermeld in het eerste en het tweede lid in de scholen in het werkingsgebied van het LOP of de betrokken gemeente buiten het werkingsgebied van een LOP.

De twee contingenten samen vormen 100 procent en kunnen door een schoolbestuur bepaald worden op die niveaus waarvoor het schoolbestuur overeenkomstig artikel 37duodecies, § 1, een inschrijvingsregister hanteert. In scholen in het werkingsgebied van een LOP en aanmeldende scholen moeten contingenten bepaald worden voor kleuters geboren in de twee meest recente kalenderjaren waarvoor inschrijvingen voor het betrokken schooljaar mogelijk zijn en voor het eerste jaar van het lager onderwijs. Indien de school geen apart inschrijvingsregister hanteert voor de twee meest recente kalenderjaren waarvoor inschrijvingen voor het betrokken schooljaar mogelijk zijn en voor het eerste jaar van het lager onderwijs moeten de contingenten bepaald worden respectievelijk voor de niveaus als bedoeld in artikel 37novies, § 1. De contingenten worden door het schoolbestuur bekendgemaakt aan alle belanghebbenden.

De reeds ingeschreven leerlingen worden op basis van het voldoen aan één of meer of het niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, opgenomen in hun respectieve contingent.

Leerlingen ingeschreven in toepassing van artikel 37quater, artikel 37quinquies, en in voorkomend geval artikel 37sexies, worden op basis van het voldoen aan één of meer of het niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, opgenomen in hun respectieve contingent, zolang het contingent niet bereikt is.

De inschrijving van leerlingen, met uitzondering van de leerlingen bedoeld in artikel 37sexies, § 4, die zich aandienen nadat het contingent waartoe zij behoren vol is, wordt uitgesteld. Deze leerlingen worden chronologisch in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 37duodecies, als uitgesteld ingeschreven. Een uitgestelde inschrijving is niet gelijk aan een niet-gerealiseerde inschrijving, vermeld in artikel 37novies.

Indien, nog voor de voorrangsperiodes afgesloten worden, beide contingenten vol zijn, wordt voor alle leerlingen die in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 37duodecies, vermeld staan als uitgesteld de inschrijving geweigerd en wordt de uitgestelde inschrijving in het inschrijvingsregister gewijzigd in een niet-gerealiseerde inschrijving. De ouders van de leerlingen die op deze wijze niet ingeschreven kunnen worden en alle volgende leerlingen, ontvangen daarvan, in overeenstemming met artikel 37terdecies, § 1, een schriftelijke bevestiging.

Indien, op het moment dat een voorrangsperiode afgesloten wordt, het andere contingent niet vol is, worden de openstaande plaatsen opgevuld met leerlingen die in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 37duodecies, vermeld staan als uitgesteld, indien de ouders dit nog wensen en met respect voor de in het inschrijvingsregister opgenomen chronologie. De leerlingen die op deze wijze niet ingeschreven kunnen worden, worden geweigerd en de ouders ontvangen daarvan, in overeenstemming met artikel 37terdecies, § 1, een schriftelijke bevestiging.

Het LOP maakt voor de start van de inschrijvingen afspraken over :
1° de berekening van de relatieve aanwezigheid in het werkingsgebied of deelgebieden ervan, zijnde de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen van alle scholen binnen het werkingsgebied of deelgebieden ervan en dit eventueel tot op de niveaus vermeld in artikel 37novies, § 1;
2° de berekening van de relatieve aanwezigheid in vestigingsplaatsen en scholen, zijnde de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen in de vestigingsplaatsen en scholen en dit eventueel tot op de niveaus vermeld in artikel 37novies, § 1;
3° de niveaus, vermeld in artikel 37novies, § 1, van de school waarop de contingenten bepaald zullen worden en de verschillen die er eventueel tussen de verschillende deelgebieden gemaakt worden;
4° de wijze waarop de contingenten bepaald zullen worden;
5° de wijze waarop enerzijds andere actoren betrokken zullen worden bij de werving, toeleiding en ondersteuning van ouders en anderzijds de ondersteuning van scholen zal gebeuren.

Voor scholen gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP is :
1° de relatieve aanwezigheid in de school of vestigingsplaats de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, en het aantal leerlingen in een school of vestigingsplaats;
2° de relatieve aanwezigheid in de gemeente de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen van alle scholen binnen de gemeente.

Als een schoolbestuur er om vraagt, stelt het AgODi gegevens over het al dan niet voldoen aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, van elk van zijn leerlingen ter beschikking van dat schoolbestuur. Daarnaast stelt het AgODi, in voorkomend geval, gegevens ter beschikking van het LOP over het al dan niet voldoen aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, van de leerlingen van de scholen gelegen in het werkingsgebied van het LOP. Deze gegevens zijn afkomstig van de meest recente jaarlijkse centraal georganiseerde telling.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, kan een schoolbestuur voor één of meer van zijn scholen voor buitengewoon onderwijs gelegen in het werkingsgebied van een LOP twee contingenten bepalen die worden vooropgesteld voor de gelijktijdige inschrijving van leerlingen die ofwel voldoen aan één of meer ofwel niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3.

§ 3. De indicatoren op basis waarvan voorrang verleend wordt, zijn:
1° het gezin, vermeld in artikel 3, § 1, 17°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, heeft in het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop de inschrijving van de leerling betrekking heeft, of in het daaraan voorafgaande schooljaar, minstens één selectieve participatietoeslag leerling ontvangen, of het gezin heeft een beperkt inkomen.
2° de moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs.

§ 4. De Vlaamse Regering kan de wijze waarop het voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, aangetoond wordt, bepalen en kan hiervoor een procedure vastleggen.

Voor de indicator, vermeld in § 3, 1°, gelden dan de inkomensgrenzen van de regeling inzake de selectieve participatietoeslagen leerling als richtinggevend.

[Onderafdeling C. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.39, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 37octies. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.14.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 25.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een onderwijszoekende die niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1.

Een inschrijving in de loop van het voorafgaande schooljaar is mogelijk onder de opschortende voorwaarde dat de onderwijszoekende op de dag van de effectieve instap aan de toelatingsvoorwaarden voldoet of onder ontbindende voorwaarde als vermeld in artikel 13/1, § 3.

§ 2. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een leerling die in de loop van hetzelfde schooljaar van school verandert, als deze inschrijving tot doel heeft of er in de feiten toe leidt dat de betrokken leerling in dat schooljaar afwisselend naar verschillende scholen zal gaan.

Artikel 37novies. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.15.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.17.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.11.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.11.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 22.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 40.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 26.
Gewijzigd bij 16/06/2023 Decreet over de onderwijsinternaten 99.
Zie ook 22/04/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, tot wijziging van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap en tot wijziging van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen 4.
Zie ook 03/06/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis en tot wijziging van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen - (II) 26.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur bepaalt voorafgaand aan een inschrijvingsperiode als vermeld in artikel 37bis, § 3, voor al zijn scholen de capaciteit. Dit is het totaal aantal leerlingen dat het schoolbestuur per niveau, zoals bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, als een maximaal aantal leerlingen ziet.

In het gewoon basisonderwijs bepaalt het schoolbestuur de capaciteit op het niveau van de school, van de vestigingsplaats, het niveau kleuteronderwijs en het niveau lager onderwijs. Het schoolbestuur kan de capaciteit voor het kleuteronderwijs ook op niveau van het geboortejaar en voor het lager onderwijs ook op niveau van het leerjaar bepalen.

Een schoolbestuur kan voor anderstalige nieuwkomers, als bedoeld in artikel 3, 4°quater, een capaciteit bepalen, enkel indien aldus geweigerde leerlingen een plaats gegarandeerd wordt binnen een school, gelegen op een redelijke afstand en rekening houdend met de vrije keuze van de ouders. Schoolbesturen met scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP maken daartoe binnen het LOP afspraken. Een schoolbestuur met scholen gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP maakt daartoe afspraken met de schoolbesturen van scholen gelegen in dezelfde gemeente. De capaciteit voor anderstalige nieuwkomers kan nooit minder zijn dan acht leerlingen voor scholen of vestigingsplaatsen met een capaciteit van meer dan honderd leerlingen, en vier leerlingen voor scholen of vestigingsplaatsen met een capaciteit van maximaal honderd leerlingen.

In het buitengewoon basisonderwijs bepaalt het schoolbestuur de capaciteit op het niveau van de school, van de vestigingsplaats, het niveau kleuteronderwijs, het niveau lager onderwijs en voor elk type afzonderlijk.

In afwijking van het vierde lid is een schoolbestuur niet verplicht om voor zijn scholen voor type 5 de capaciteit te bepalen.

§ 2. Met toepassing van paragraaf 1 maakt een schoolbestuur, voor al zijn scholen, de capaciteiten die hij bepaald heeft, bekend aan alle belanghebbenden. Een schoolbestuur deelt voor al zijn scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP de capaciteiten die hij bepaald heeft, mee aan dat LOP.

Daarnaast bepaalt en communiceert een schoolbestuur minstens op volgende momenten het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, desgevallend per contingent:
a) voor de start van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 37quater;
b) in voorkomend geval voor de start van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 37sexies;
c) voor de start van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 37septies;
d) na de voorrangsperiode, vermeld in artikel 37septies.

§ 3. In afwijking van paragraaf 1 kan een schoolbestuur, met toepassing van artikel 37duodecies, § 2, en met toepassing van de overeenkomstig artikel 37septies te bepalen contingenten, de capaciteit, vermeld in paragraaf 1, verhogen na de start van de inschrijvingen.

In gemeenten gelegen in een werkingsgebied van een LOP, moet de verhoging door het LOP zijn goedgekeurd. In gemeenten gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP deelt het schoolbestuur de verhoging ter kennisgeving mee aan de schoolbesturen van de andere scholen gelegen in die gemeente.

§ 4. Een schoolbestuur weigert elke bijkomende inschrijving wanneer de capaciteit, als vermeld in paragraaf 1 en 3, overschreden wordt en als een bijkomende inschrijving na de start van de inschrijvingen voor volgend schooljaar er toe zou leiden dat de capaciteit, als vermeld in paragraaf 1 en 3, voor dat volgend schooljaar overschreden zou worden.

§ 5. In afwijking van paragraaf 4 kan een schoolbestuur in volgende situaties toch overgaan tot een inschrijving :
1° voor de toelating van een anderstalige nieuwkomer in het gewoon onderwijs;
2° voor de toelating van leerlingen die :
a) hetzij geplaatst zijn door de jeugdrechter of door de comités voor bijzondere jeugdzorg;
b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;
c) hetzij opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang;
3° ...;
4° ...;
5° voor de toelating van leerlingen die verblijven in een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning;
6° voor de toelating van leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, indien de ouders deze leerlingen wensen in te schrijven in hetzelfde niveau, vermeld in paragraaf 1, en slechts één van de leerlingen ingeschreven kan worden omwille van de capaciteit, vermeld in paragraaf 1.
7° voor leerlingen van scholen, gelegen in een gemeente waar alle scholen de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, wiens continuïteit van de schoolloopbaan niet gegarandeerd kan worden omwille van het feit dat de enige school van een schoolbestuur ophoudt te bestaan, waarbij dit niet kadert in een herstructurering, op voorwaarde dat alle leerlingen van de betrokken school een plaats in andere scholen aangeboden wordt.
8° voor de toelating van leerlingen in het gewoon basisonderwijs, die beschikken over een verslag als bedoeld in artikel 15 van dit decreet.

§ 5bis. In afwijking van paragraaf 4 moet een schoolbestuur in volgende situaties toch overgaan tot een inschrijving :
1° voor de terugkeer van leerlingen in het buitengewoon onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die met toepassing van artikel 15 of 16, in een school voor gewoon onderwijs ingeschreven waren;
2° voor de terugkeer van leerlingen in het gewoon onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die in een school voor buitengewoon onderwijs ingeschreven waren;
3° voor de terugkeer van leerlingen in het kleuteronderwijs die in het voorafgaande school jaar ingeschreven waren in de school voor het kleuteronderwijs en die terugkeren uit een school voor het lager onderwijs omdat ze niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden voor het lager onderwijs met toepassing van artikel 13/1, § 3.

Artikel 37decies. (01/09/2012- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.16.

Inhoud

Een schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar, overeenkomstig artikel 32 en 33, definitief werd verwijderd.

Artikel 37undecies. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.17.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften II.11.
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV II.6.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI II.20.
Gewijzigd bij 16/06/2017 Decreet betreffende het onderwijs XXVII II.4.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 23.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 27.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 5.

Inhoud

§ 1. Het recht op inschrijving, vermeld in artikel 37bis, § 1, geldt onverkort voor leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen met toepassing van gepaste maatregelen, zoals remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, die proportioneel zijn. Leerlingen voor wie deze aanpassingen worden toegepast, blijven in aanmerking komen voor de gewone studiebekrachtiging toegekend door de klassenraad.

§ 2. Leerlingen die beschikken over een verslag als vermeld in artikel 15 worden door een school voor gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Dit verslag maakt deel uit van de informatie die ouders bij een vraag tot inschrijving aan de school overmaken. Het ter beschikking stellen van het verslag door de ouders gaat samen met de verbintenis van de school tot het organiseren van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, binnen een redelijke termijn na de inschrijving over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum. Ook indien de school pas nadat de inschrijving reeds gerealiseerd werd, kennis neemt van een verslag, ten laatste gedateerd op de dag waarop de leerling in de betreffende school instapt, wordt de inschrijving van de leerling omgezet in een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.

Op basis van het overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in het eerste lid, beslist de school binnen een redelijke termijn en uiterlijk 60 kalenderdagen na de effectieve start van de lesbijwoning of de aanpassingen die de leerling nodig heeft proportioneel dan wel disproportioneel zijn. Als de termijn van zestig kalenderdagen is verstreken zonder dat de school een beslissing heeft genomen, is de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas nadat de inschrijving al is gerealiseerd, kennisneemt van een verslag als vermeld in het eerste lid, start de voormelde termijn van de zestig kalenderdagen op de dag van die kennisneming.

Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum, proportioneel acht, heft het CLB het verslag op of maakt het een gemotiveerd verslag op. Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum of studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum, disproportioneel acht, wordt de inschrijving ontbonden ofwel op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de kennisgeving van de bevestiging van de disproportionaliteit, ofwel met het oog op een daaropvolgend schooljaar. Een school die beslist om te ontbinden met het oog op een daaropvolgend schooljaar beslist eveneens over de termijn waarop ze zullen ontbinden en deelt deze beslissing ook mee aan de ouders.

§ 3. Wanneer tijdens de schoolloopbaan de nood aan aanpassingen voor een leerling wijzigt en de vastgestelde onderwijsbehoeften van die aard zijn dat voor de leerling een verslag dan wel een wijziging van een verslag, als vermeld in artikel 15, nodig is, organiseert de school een overleg met de klassenraad, de ouders en het CLB en beslist op basis daarvan en nadat het verslag of het gewijzigd verslag werd afgeleverd, om de leerling op vraag van de ouders studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum of om de inschrijving van de leerling voor een daaropvolgend schooljaar te ontbinden.

§ 4. Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd in het kader van het geïntegreerd onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon basisonderwijs, geldt een onverkort recht op inschrijving.

Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd met het oog op de toegang tot of de inschrijving in het buitengewoon onderwijs, of met het oog op een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon basisonderwijs of die overgaan van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs, geldt een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.

[Onderafdeling D. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.39, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 37duodecies. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.19.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.12

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke, overeenkomstig artikel 37novies door het schoolbestuur bepaalde capaciteit een inschrijvingsregister waarin hij alle gerealiseerde, uitgestelde en niet-gerealiseerde inschrijvingen chronologisch, in voorkomend geval per contingent, noteert, in dien verstande dat voor een door het schoolbestuur bepaalde capaciteit die exact uit andere door het schoolbestuur bepaalde capaciteiten be- staat er geen inschrijvingsregister gehanteerd moet worden.

Een school, gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, noteert, vanaf de inschrijvingen voor het schooljaar 2015-2016, met behoud van het eerste lid, eveneens de inschrijving in toepassing van artikel 37sexies. Een school, gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, noteert voor de niet-gerealiseerde inschrijvingen, met behoud van het eerste lid, eveneens het behoren tot de leerlingen, gevat door artikel 37sexies.

§ 2. Met uitzondering van de inschrijvingen, vermeld in artikel 37novies, § 5, wordt voor inschrijvingen, door vrijgekomen plaatsen of door verhoogde capaciteit als vermeld in artikel 37novies, § 3, de volgorde van de niet-gerealiseerde inschrijvingen, in voorkomend geval, voor de leerlingen wiens inschrijving tijdens de voorrangsperiodes, vermeld in artikel 37ter, § 1, niet gerealiseerd kon worden, per contingent, gerespecteerd en dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. Voor kleuters geboren in het meest recente kalenderjaar dat mogelijk is voor de inschrijvingen van het betrokken schooljaar, wordt deze volgorde gerespecteerd tot en met 30 juni van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. Uiterlijk vanaf 1 juli geldt de volgorde van de niet-gerealiseerde inschrijvingen van kleuters van hetzelfde geboortejaar voor het volgende schooljaar.

Vanaf de inschrijvingen voor het schooljaar 2015-2016, wordt in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bij inschrijvingen voor vrijgekomen plaatsen van leerlingen, ingeschreven in toepassing van artikel 37sexies, de volgorde van de niet-gerealiseerde inschrijvingen, desgevallend per contingent, in toepassing van § 1, tweede lid, gerespecteerd, met behoud van artikel 37quater en 37quinquies.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister.

§ 4. Het verloop van gerealiseerde en niet-gerealiseerde inschrijvingen kan onderworpen worden aan een controle door het AgODi.

Artikel 37terdecies. (01/09/2014- ...)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 17/07/2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (III) en tot wijziging van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.20.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.13.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 6.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van vier kalenderdagen bij aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs mee aan de ouders van de leerling en volgens afspraak aan de voorzitter van het lokaal overlegplatform. Indien de school of vestigingsplaats gelegen is buiten het werkgebied van een LOP, meldt het schoolbestuur de niet-gerealiseerde inschrijving aan het AgODi.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model waarmee het schoolbestuur de niet-gerealiseerde inschrijving meedeelt aan de ouders en in voorkomend geval het LOP of het AgODi.

Het model, vermeld in het eerste lid, bevat zowel de feitelijke als de juridische grond van de beslissing tot weigering en bevat de melding dat de ouders voor informatie of bemiddeling een beroep kunnen doen op een LOP of klacht kunnen indienen bij de CLR en de wijze waarop men met een van beide in contact kan treden.

Indien de weigering gebeurde op basis van artikel 37novies, of 37vicies quater, deelt het schoolbestuur mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen opgenomen in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 37duodecies, § 1, de betrokken leerling staat. In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad deelt het schoolbestuur eveneens mee welke plaats onder de geweigerde leerlingen, vermeld in artikel 37sexies, de betrokken leerling inneemt.

§ 3. De ouders krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.

Artikel 37quater decies. (01/09/2018- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.21.
Gewijzigd bij 15/06/2018 Decreet betreffende het onderwijs XXVIII 28.

Inhoud

§ 1. Ouders en andere belanghebbenden kunnen naar aanleiding van een niet-gerealiseerde inschrijving of een uitschrijving, een schriftelijke klacht indienen bij de CLR. Klachten die na de termijn van dertig kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.

§ 2. De CLR oordeelt binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen, die ingaat de dag na die van betekening of van poststempel van de schriftelijke klacht, over de gegrondheid van de niet-gerealiseerde inschrijving of de uitschrijving.

Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen en de voorzitter van het LOP.

§ 3. Indien de CLR de niet-gerealiseerde inschrijving of de uitschrijving gegrond acht, schrijven de ouders de leerling in een andere school in.

Indien het om een niet-gerealiseerde inschrijving gaat op basis van artikel 37undecies, schrijven de ouders de leerling in een andere school in uiterlijk vijftien kalenderdagen na de schriftelijke kennisgeving van het oordeel van de CLR, vermeld in paragraaf 2, tweede lid.

Op vraag van de ouders worden zij bij het zoeken naar een andere school bijgestaan door het LOP, inzonderheid door de CLB's die deel uitmaken van dat LOP.

§ 4. Indien de CLR de niet-gerealiseerde inschrijving niet of niet afdoende gemotiveerd acht of de uitschrijving onterecht acht, kan de leerling zijn recht op inschrijving in de school laten gelden.

§ 5. Voor de toepassing van de termijnen bepaald in dit artikel worden zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en de door de Regering, overeenkomstig artikel 50, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.

Artikel 37quindecies. (01/09/2018- ...)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 17/07/2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (III) en tot wijziging van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.22.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften II.12.
Gewijzigd bij 15/06/2018 Decreet betreffende het onderwijs XXVIII 29.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 7.

Inhoud

§ 1. Bij een niet-gerealiseerde inschrijving of een uitschrijving start het LOP een bemiddeling wanneer de ouders er uitdrukkelijk om verzoeken.

§ 2. Het LOP bemiddelt binnen een termijn van tien kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening of afgifte, als vermeld in artikel 37terdecies, tussen de leerling en zijn ouders en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school.

De bemiddeling schort de termijn van dertig kalenderdagen, als vermeld in artikel 37quater decies, § 1, op.

§ 3. Wanneer de bemiddeling van het LOP binnen de termijn, als vermeld in § 2, niet resulteert in een definitieve inschrijving, wordt de CLR gevat om haar oordeel uit te spreken over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing of de uitschrijving. De CLR formuleert dit oordeel binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen die ingaat de dag na het verstrijken van de termijn, als vermeld in § 2.

Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen en de voorzitter van het LOP.

§ 4. Indien de CLR de weigeringsbeslissing of uitschrijving gegrond acht, schrijven de ouders de leerling in een andere school in.

Indien het gaat om een niet-gerealiseerde inschrijving op basis van artikel 37undecies, schrijven de ouders de leerling in een andere school in uiterlijk vijftien kalenderdagen na de schriftelijke kennisgeving van het oordeel van de CLR, als vermeld in § 3, tweede lid.

De ouders kunnen bij het zoeken naar een andere school bijgestaan worden door het LOP, inzonderheid door de CLB's die deel uitmaken van dat LOP.

§ 5. Indien de CLR de niet-gerealiseerde inschrijving niet of niet afdoende gemotiveerd acht of de uitschrijving onterecht acht, kan de leerling zijn recht op inschrijving in de school laten gelden.

§ 6. Voor de toepassing van de termijnen bepaald in dit artikel worden zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en de door de Regering, overeenkomstig artikel 50, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.

Artikel 37sedecies. (01/01/2015- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.23.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften II.13.

Inhoud

§ 1. De CLR kan in een situatie als vermeld in artikel 37quindecies, § 5, de Vlaamse Regering adviseren een bedrag op de werkingsmiddelen van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had van de school terug te vorderen of in te houden.

De CLR stelt de Vlaamse Regering onverwijld in kennis van dit advies.

§ 2. Binnen een termijn van veertien kalenderdagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het advies, beslist de Vlaamse Regering over het opleggen van een financiële sanctie die kan bestaan uit een terugvordering of inhouding op de werkingsmiddelen van de school.

Voorafgaandelijk aan het opleggen van een sanctie gaat de Vlaamse Regering na of de betrokken leerling alsnog in de betrokken school werd ingeschreven.

§ 3. De terugvordering of inhouding, als vermeld in paragraaf 1 en 2 :
1° kan niet meer bedragen dan tien procent van het werkingsbudget van de school;
2° kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou zijn getroffen.

§ 4. Onverminderd de toepassing van § 1 tot § 3, kan de CLR het dossier aanhangig maken bij het orgaan dat in toepassing van artikel 33, § 2, van het VN-verdrag van 13 december 2006 inzake de Rechten van Personen met een Handicap en in toepassing van artikel 40 van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid het mandaat heeft van onafhankelijk mechanisme.

Artikel 37septies decies. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.24.
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 23.

Inhoud

Voor de toepassing van de bemiddeling, vermeld in artikel 37quindecies duidt de Vlaamse Regering per provincie, een LOP-deskundige aan die voor de gemeenten buiten het werkingsgebied van een LOP de taken van het LOP opnemen.

Artikel 37duodevicies. (01/09/2012- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.25.

Inhoud

Voor de toepassing van artikel 37quater decies tot en met artikel 37septies decies bepaalt de Vlaamse Regering de nadere procedureregelen. Zij garandeert daarbij de hoorplicht.

[AFDELING 4 ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.2, I: 1 september 2019)] (... - ...)

[Onderafdeling A. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.2, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 37undevicies. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.28.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.14.

Inhoud

§ 1. Aanmelden is het kenbaar maken van een intentie tot inschrijven voor een bepaald schooljaar in een of meerdere scholen of vestigingsplaatsen waarbij een volgorde van keuze wordt aangegeven.

§ 2. De aanmeldingsperiode kan bestaan uit meerdere deelperiodes voor de leerlingen vermeld in artikel 37quater, artikel 37quinquies, artikel 37sexies en artikel 37septies. In voorkomend geval wordt het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, gecommuniceerd overeenkomstig artikel 37novies, § 2, tweede lid. Met respect voor de bepaalde volgorde kunnen twee of meerdere deelperiodes tegelijk plaatsvinden.

De deelperiodes voor de aanmeldingen van de leerlingen vermeld in artikel 37quater en artikel 37quinquies kunnen ten vroegste starten op de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar.

De deelperiodes voor de aanmeldingen van de leerlingen vermeld in artikel 37sexies en artikel 37septies kunnen ten vroegste starten op de eerste schooldag na de kerstvakantie van het voorafgaande schooljaar.

Voorafgaand aan en tijdens de aanmeldingsperiode kunnen er geen inschrijvingen gebeuren voor het volgende schooljaar. Indien de aanmeldingsperiode bestaat uit meerdere deelperiodes mogen de betrokken leerlingen na elke deelperiode, overeenkomstig artikel 37vicies quater, ingeschreven worden.

In afwijking van het vierde lid kan een schoolbestuur voorafgaand aan de deelperiodes vermeld in het derde lid leerlingen als vermeld in artikel 37quater of artikel 37quinquies inschrijven zonder aanmeldingsperiode vanaf de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar onder de voorwaarde dat geen enkele van de betrokken leerlingen geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de capaciteit, bedoeld in artikel 37novies, § 4.

Voorafgaand aan de aanmeldingsperiode kunnen er inschrijvingen gebeuren voor het huidige schooljaar. Tijdens de aanmeldingsperiode kan een inschrijving voor het huidige schooljaar gebeuren, op voorwaarde dat:
1° op het moment van de vraag tot inschrijving nog een vrije plaats is;
2° de inschrijving gemeld wordt aan het LOP of voor scholen buiten het werkingsgebied van een LOP aan de schoolbesturen van scholen in dezelfde gemeente;
3° alle leerlingen die gunstig gerangschikt werden tijdens de aanmeldingsperiode ook effectief worden ingeschreven.

Na de aanmeldingsperiode gebeuren de inschrijvingen, in afwijking van artikel 37ter, § 1, chronologisch.

Artikel 37vicies. (31/08/2012- ...)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 08/05/2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.29.

Inhoud

Een schoolbestuur kan in één van de volgende situaties een aanmeldingsprocedure instellen :
1° voor het optimaliseren van het inschrijvingsproces;
2° voor het streven naar een evenredige verdeling, zoals bedoeld in artikel 37septies.

Een schoolbestuur kan een aanmeldingsprocedure instellen voor één of meerdere niveaus waarvoor het schoolbestuur overeenkomstig artikel 37duodecies, § 1, een inschrijvingsregister hanteert.

Artikel 37vicies semel. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.30.
Gewijzigd bij 28/10/2016 Gecodificeerd Decreet sommige bepalingen voor het onderwijs XII.1.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 10.

Inhoud

§ 1. In gemeenten waar een LOP aanwezig is, moet de aanmeldingsprocedure bij een dubbele meerderheid door het LOP zijn goedgekeurd.

De dubbele meerderheid is bereikt wanneer de goedkeuring verleend wordt door, enerzijds meer dan de helft van de participanten, bedoeld in artikel VIII.4, §1, 1°, 2° en 3° en anderzijds, meer dan de helft van de participanten, vermeld in artikel VIII.4, §1, 4° tot en met 10°, telkens van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs.

§ 2. In gemeenten zonder LOP kan een schoolbestuur of kunnen meerdere schoolbesturen samen na kennisgeving aan de schoolbesturen van de andere scholen actief binnen die gemeenten een aanmeldingsprocedure instellen.

In gemeenten buiten, maar grenzend aan, een werkingsgebied van een LOP, kan een schoolbestuur, mits akkoord van het betrokken LOP, aansluiten bij de door dat LOP goedgekeurde aanmeldingsprocedure, als vermeld in paragraaf 1.

In het geval van aansluiting bij de door het LOP goedgekeurde aanmeldingsprocedure van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, blijven de respectieve ordeningscriteria zoals opgenomen in artikel 37vicies bis en artikel 37vicies ter, onverminderd gelden.

§ 3. De Vlaamse Regering kan, in situaties als vermeld in artikel 37vicies, 1°, een schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen verplichten tot het instellen van een aanmeldingsprocedure voor hun scholen wanneer de vragen tot inschrijving van onderwijszoekenden de door de schoolbesturen, overeenkomstig artikel 37novies bepaalde capaciteit, benaderen of overschrijden en er als dusdanig een capaciteitsprobleem dreigt of heerst waardoor het recht op inschrijving vermeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk niet meer kan worden gegarandeerd.

In afwijking van het eerste lid moeten de schoolbesturen die een school, scholen voor buitengewoon onderwijs uitgezonderd, hebben binnen het werkingsgebied van het LOP Antwerpen, Brussel-Hoofdstad of Gent een aanmeldingsprocedure instellen die geldt voor alle scholen, scholen voor buitengewoon onderwijs uitgezonderd, gelegen binnen dat respectieve werkingsgebied.

§ 4. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen voorzien ter ondersteuning van het instellen van een aanmeldingsprocedure, en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.

[Onderafdeling B. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.2, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 37vicies bis. (01/09/2013- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.32.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.18.

Inhoud

§ 1. Op het einde van de aanmeldingsperiode of een deelperiode ordent het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP voor elk van zijn scholen gelegen in het Vlaamse Gewest alle aangemelde leerlingen als volgt :
1° eerst de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit;
2° dan de kinderen van personeelsleden van de school, zoals bepaald in artikel 37quinquies;
3° dan de overige kinderen aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria :
a) afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) afstand van het werkadres van één van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of c).

Indien leerlingen overeenkomstig artikel 37undevicies § 2, vijfde lid, worden ingeschreven, kunnen schoolbesturen ervoor kiezen om de ordening van de groepen vermeld in 1° of 2° van het eerste lid al dan niet te behouden.

Voor alle betrokken scholen en vestigingsplaatsen geldt hetzelfde ordeningscriterium of dezelfde combinatie van ordeningscriteria. Daarvan kan, op school- of vestigingsplaatsniveau, gemotiveerd afgeweken worden.

§ 2. Indien de vooraf bepaalde capaciteit, als vermeld in artikel 37novies, § 1, bereikt wordt in een te ordenen groep, zoals opgenomen in paragraaf 1, dan wordt binnen die groep aangemelde leerlingen geordend volgens de volgende stappen binnen de procedure, als vermeld in paragraaf 1.

Indien slechts één van de vooraf bepaalde contingenten zoals bepaald in artikel 37septies bereikt wordt in een te ordenen groep, zoals opgenomen in paragraaf 1, dan worden de leerlingen binnen die groep van dat contingent geordend volgens de volgende stappen binnen de procedure, als vermeld in paragraaf 1, en nemen ze in die volgorde de openstaande plaatsen in het andere contingent in.

§ 3. Van zodra de vooraf bepaalde capaciteit, als vermeld in artikel 37novies, § 1, bereikt wordt, worden de resterende aangemelde leerlingen geordend met toepassing van paragraaf 1 en 2 van dit artikel, en zo in het aanmeldingsregister, als vermeld in artikel 37vicies quater, § 1, opgenomen.

§ 4. Bij de toepassing van paragraaf 1 tot en met 3 moet een schoolbestuur, desgevallend met uitzondering van de schoolbesturen voor haar scholen voor buitengewoon onderwijs, of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP betrokken bij een aanmeldingsprocedure de aangemelde leerlingen ordenen met het oog op een evenredige verdeling overeenkomstig artikel 37septies.

Artikel 37vicies ter. (01/09/2013- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.33.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.19.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.19.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.15.

Inhoud

§ 1. Op het einde van de aanmeldingsperiode ordent het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP voor elk van zijn scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad alle aangemelde leerlingen als volgt :
1° eerst de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit; ;
2° dan de kinderen van personeelsleden van de school, zoals bepaald in artikel 37quinquies;
3° dan kinderen van ouders die in overeenstemming met artikel 37sexies het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
4° dan de overige kinderen aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria :
a) afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) afstand van het werkadres van één van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of c).

Indien leerlingen overeenkomstig artikel 37undevicies § 2, vijfde lid, worden ingeschreven, kunnen schoolbesturen ervoor kiezen om de ordening van de groepen vermeld in 1° of 2° van het eerste lid al dan niet te behouden.

Voor alle betrokken scholen en vestigingsplaatsen geldt hetzelfde ordeningscriterium of dezelfde combinatie van ordeningscriteria. Daarvan kan, op school- of vestigingsplaatsniveau, gemotiveerd afgeweken worden.

§ 2. Indien de vooraf bepaalde capaciteit, als vermeld in artikel 37novies, § 1, bereikt wordt in een te ordenen groep, zoals opgenomen in paragraaf 1, dan wordt binnen die groep aangemelde leerlingen geordend volgens de volgende stappen binnen de procedure, als vermeld in paragraaf 1.  In voorkomend geval gelden de aantallen en het percentage, vermeld in artikel 37sexies, § 3, niet binnen de groep aangemelde leerlingen van dezelfde leefentiteit als vermeld in artikel 37quater of de groep aangemelde kinderen van personeelsleden van de school, vermeld in artikel 37quinquies.

Indien slechts één van de vooraf bepaalde contingenten zoals bepaald in artikel 37septies bereikt wordt in een te ordenen groep, zoals opgenomen in paragraaf 1, dan worden de leerlingen binnen die groep van dat contingent geordend volgens de volgende stappen binnen de procedure, als vermeld in paragraaf 1, en nemen ze in die volgorde de openstaande plaatsen in het andere contingent in.  In voorkomend geval gelden de aantallen en het percentage, vermeld in artikel 37sexies, § 3, niet binnen de groep aangemelde leerlingen van dezelfde leefentiteit als vermeld in artikel 37quater of de groep aangemelde kinderen van personeelsleden van de school, vermeld in artikel 37quinquies.

§ 3. Van zodra de vooraf bepaalde capaciteit, als vermeld in artikel 37novies, § 1, bereikt wordt, worden de resterende aangemelde leerlingen geordend met toepassing van paragraaf 1 en 2, en zo in het aanmeldingsregister, als vermeld in artikel 37vicies quater, § 1, opgenomen.

§ 4. Bij de toepassing van paragraaf 1 tot en met 3 moet een schoolbestuur, desgevallend met uitzondering van de schoolbesturen voor haar scholen voor buitengewoon onderwijs, of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP betrokken bij een aanmeldingsprocedure de aangemelde leerlingen ordenen met het oog op een evenredige verdeling overeenkomstig artikel 37septies.

[Onderafdeling C. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.2, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 37vicies quater. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.35.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.20.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.16.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 16.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke, overeenkomstig artikel 37novies, bepaalde capaciteit betrokken bij de aanmeldingsprocedure, een aanmeldingsregister in dien verstande dat voor een door het schoolbestuur bepaalde capaciteit die exact uit andere door het schoolbestuur bepaalde capaciteiten bestaat er geen aanmeldingssregister gehanteerd moet worden.

Een schoolbestuur komt, per aanmeldingsregister, met toepassing van artikel 37vicies bis of 37vicies ter tot een gunstige of niet-gunstige rangschikking van alle aangemelde leerlingen en neemt die rangschikking op in het aanmeldingsregister. Mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, kan het LOP of buiten het werkingsgebied van een LOP het daartoe gemandateerde schoolbestuur de rangschikking van de aangemelde leerlingen in het aanmeldingsregister uitvoeren.

§ 2. Van de scholen of vestigingsplaatsen waar de aangemelde leerling een gunstige rangschikking heeft gekregen, wijst het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP of buiten het werkingsgebied van een LOP het daartoe gemandateerde schoolbestuur de aangemelde leerling toe aan de school of vestigingsplaats van de hoogste keuze die de ouders bij de aanmelding opgaven.

Deze leerling wordt vervolgens verwijderd uit het aanmeldingsregister van de verschillende scholen en vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een lagere keuze gemaakt hebben. De daardoor vrijgekomen plaatsen in de aanmeldingsregisters worden, voor zover mogelijk, ingenomen door de op basis van dezelfde combinatie van ordeningscriteria, en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad met inachtname van artikel 37sexies, § 4, eerstvolgend gerangschikte leerling.

Het innemen van vrijgekomen plaatsen in het aanmeldingsregister wordt herhaald totdat geen toewijzingen als vermeld in het eerste lid meer mogelijk zijn. Daarna worden de niet-toegewezen leerlingen geordend volgens de ordeningscriteria, vermeld in artikel 37vicies quinquies, § 2, 9°, d).

De ouders krijgen binnen vier werkdagen na de aldus bekomen definitieve toewijzing schriftelijk of via elektronische drager melding over de school of vestigingsplaats waaraan de aangemelde leerling is toegewezen en over de periode waarbinnen de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven. Die periode duurt minimaal vijftien schooldagen.

Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een hogere keuze gemaakt hadden dan de toegewezen school of vestigingsplaats, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

Indien de ouders binnen de periode, vermeld in het vierde lid, geen gebruikmaken van de mogelijkheid tot inschrijving, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven.

Indien bij de inschrijving blijkt dat de leerling niet voldoet aan de door de ouders opgegeven ordeningscriteria die aanleiding gaven tot de gunstige rangschikking en toewijzing, overeenkomstig § 1, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven, tenzij de behandeling van disfuncties en eerstelijnsklachten, bedoeld in artikel 37vivies quinquies, § 2, 10°, b), leidt tot een andere beslissing.

Wanneer een via aanmeldingsprocedure ingeschreven leerling alsnog wordt ingeschreven in een school van hogere keuze, mag de school van lagere keuze de eerder gerealiseerde inschrijving beëindigen.

Leerlingen wiens recht op inschrijving, overeenkomstig het zesde, zevende of achtste lid komt te vervallen worden overeenkomstig artikel 37duodecies, § 2, vervangen. In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad worden, in afwijking van artikel 37duodecies, § 2, leerlingen als vermeld in artikel 37septies die eveneens beantwoorden aan de criteria, vermeld in artikel 37sexies, wiens recht op inschrijving, overeenkomstig het zesde, zevende of achtste lid komt te vervallen vervangen door de eerstvolgend gerangschikte leerlingen als vermeld in artikel 37septies die eveneens beantwoorden aan de criteria, vermeld in artikel 37sexies, met behoud van artikel 37quater en artikel 37quinquies. Deze ouders krijgen binnen vier werkdagen na de nodige vaststellingen door het schoolbestuur of het LOP schriftelijk of via elektronische drager melding dat de aangemelde leerling alsnog is toegewezen. Deze melding bevat informatie over de periode waarbinnen de ouders de betrokken leerling kunnen inschrijven. Die periode duurt minimaal vijf schooldagen.

In afwijking van het zevende lid, kunnen een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP beslissen om uiterlijk na de einddatum van de aanmeldingsperiode en voordat de resultaten van de aanmelding worden bekendgemaakt deze controle te doen.

§ 3. Indien de leerling in geen enkele school of vestigingsplaats gunstig gerangschikt kan worden, krijgen de ouders binnen vier werkdagen, schriftelijk of via elektronische drager melding over het niet kunnen toewijzen van de aangemelde leerling aan een door de ouders gekozen school of vestigingsplaats.

Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders hadden gekozen, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

§ 4. Mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, kan het LOP de schriftelijke meldingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, uitvoeren. De betrokken schoolbesturen kunnen beslissen een niet-gunstige rangschikking gelijk te stellen met een niet-gerealiseerde inschrijving, overeenkomstig artikel 37novies, § 4, en kunnen de mededeling van de niet-gerealiseerde inschrijvingen zoals bepaald in artikel 37ter decies, mandateren aan het LOP, of buiten het werkingsgebied van een LOP aan het daartoe aangeduide schoolbestuur.

§ 5. Overeenkomstig artikel 37duodecies en artikel 37vivies quinquies, § 2, 8°, wordt de volgorde van de toegewezen leerlingen en de volgorde van de niet-toegewezen leerlingen overgenomen in het inschrijvingsregister.

[Onderafdeling D. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. II.2, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 37vicies quinquies. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.37.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII II.21.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.17.
Gewijzigd bij 21/12/2018 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de termijnen van de aanmeldingsprocedure betreft 2.
Gewijzigd bij 22/11/2019 Decreet houdende wijziging van diverse decreten, wat de wijziging van het inschrijvingsrecht betreft 8.
Gewijzigd bij 08/05/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis 9.
Gewijzigd bij 25/06/2021 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VIII) 3.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 11.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 8.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 9.

Inhoud

§ 1. Uiterlijk op 15 november van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, legt een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP een voorstel van aanmeldingsprocedure voor aan de CLR.

§ 2. Het dossier daartoe bevat minstens de volgende onderdelen :
1° de start en de duur van de aanmeldingsperiode of alle deelperiodes en de motivering ervan, overeenkomstig artikel 37undevicies;
2° het middel of de middelen tot aanmelden;
3° de wijze waarop scholen hun capaciteit, het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden hun aanmeldingsmiddelen, de aanmeldingsperiode of alle deelperiodes en inschrijvingsperiodes bekendmaken;
4° de manier waarop de mogelijkheid om een leerling in één aanmeldingsdossier voor verschillende scholen of vestigingsplaatsen tegelijk aan te melden, indien de aanmeldingsprocedure geldt voor meerdere scholen en vestigingsplaatsen, wordt geoperationaliseerd, waarbij tegelijkertijd vermeden wordt dat voor eenzelfde leerling meerdere aanmeldingsdossiers aangelegd kunnen worden binnen het eigen aanmeldingssysteem;
5° een regeling waarbij de aanmeldingen van leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, als vermeld in artikel 37quater, aan elkaar gekoppeld kunnen worden, of een motivering om deze regeling niet te voorzien;
6° de regeling om bij verschillende scholen of vestigingsplaatsen een duidelijke voorkeurorde op te geven;
7° een regeling voor de communicatie aan de ouders, als vermeld in artikel 37vicies quater;
8° een regeling over het bijhouden van het aanmeldingsregister per school of vestigingsplaats en de overdracht van de informatie over de aangemelde leerlingen aan het schoolbestuur;
9° de verdere concretisering van de ordeningscriteria. Dit bestaat uit :
a) het bepalen van de wijze waarop de noties afstand, in afwijking van artikel 3, 4°, en werkadres, bedoeld in artikel 37vicies bis, § 1, 3°, en artikel 37vicies ter, § 1, 4°, gehanteerd worden;
b) de hantering van de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze, bedoeld in artikel 37vicies bis, § 1, 3°, en artikel 37vicies ter, § 1, 4°, gemaakt door de ouders bij de ordening en de toewijzing, als vermeld in artikel 37vicies quater;
c) de hantering van toeval, bedoeld in artikel 37vicies bis, § 1, 3°, en artikel 37vicies ter, § 1, 4°;
d) het bepalen van de verhouding en de volgorde tussen de verschillende gekozen ordeningscriteria, en de ordeningscriteria, in toepassing van artikel 37vicies quater, § 2, derde lid, die gehanteerd worden bij de rangschikking van de niet-toegewezen leerlingen;
e) het maken van afspraken rond het bepalen van de evenredige verdeling, als vermeld in artikel 37septies, van de scholen en vestigingsplaatsen, met onder meer het bepalen van de geografische omschrijving waarbinnen de toetsing zal gebeuren en de elementen die in overweging worden genomen bij de berekening van de contingenten;
f) het bepalen van de mate waarin scholen de vrijheid hebben om hun instroom met het oog op de evenredige verdeling, als vermeld in artikel 37septies, te sturen;
g) de gemotiveerde afwijking, vermeld in artikel 37vicies bis, § 1, derde lid, en artikel 37vicies ter, § 1, derde lid;
10° beslissingen aangaande de uitvoeringsmodaliteiten :
a) de wijze waarop ouders en scholen bij de aanmeldingsprocedure ondersteund zullen worden en wie daarbij betrokken zal zijn;
b) de wijze waarop zal omgegaan worden met de behandeling van disfuncties en eerstelijnsklachten over het verloop van de aanmeldingsprocedure;
c) de wijze waarop enerzijds de werving, de toeleiding en de ondersteuning van ouders en anderzijds de ondersteuning van scholen zal gebeuren met het oog op de evenredige verdeling, als vermeld in artikel 37septies;
d) de wijze waarop de aanmeldingsprocedure gemonitord en geëvalueerd zal worden;
11° de wijze waarop over de aanmeldingsprocedure en alle genomen beslissingen daarin gecommuniceerd wordt aan alle belanghebbenden.
12° het al dan niet door de schoolbesturen mandateren aan het LOP, of buiten het werkingsgebied van een LOP aan het daartoe aangeduide schoolbestuur, van:
a) de rangschikking van de aangemelde leerlingen;
b) het uitreiken van de melding van de definitieve toewijzing of van de melding over het niet kunnen toewijzen van de leerling aan een door de ouders gekozen school of vestigingsplaats;
c) de mededeling van de niet-gerealiseerde inschrijvingen.

§ 3. De CLR toetst het voorstel van aanmeldingsprocedure aan de bepalingen inzake het recht op inschrijving en de aanmeldingsprocedures, vermeld in afdelingen 3 en 4, en de volgende uitgangspunten :
1° het realiseren van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor alle leerlingen en dit, voor zover mogelijk, in een school in hun buurt;
2° het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie;
3° het bevorderen van sociale mix en cohesie;
4° voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad daarnaast ook de bescherming van de gelijke onderwijs- en inschrijvingskansen van Nederlandstaligen en het behoud van het Nederlandstalige karakter van het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs.

§ 4. De CLR neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk twee maanden na de indiening. Enkel indien de einddatum van deze periode van twee maanden valt in de periode tussen 15 juli en 15 augustus, valt de beslissing uiterlijk in de week volgend op 16 augustus.

Artikel 37vicies sexies. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.38.
Gewijzigd bij 21/12/2018 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de termijnen van de aanmeldingsprocedure betreft 3.
Gewijzigd bij 22/11/2019 Decreet houdende wijziging van diverse decreten, wat de wijziging van het inschrijvingsrecht betreft 9.
Gewijzigd bij 08/05/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis 10.
Gewijzigd bij 25/06/2021 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VIII) 4.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 12.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 9.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 10.

Inhoud

§ 1. Bij een negatief besluit van de CLR over het voorstel van aanmeldingsprocedure kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP uiterlijk op 31 januari van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, een van volgende initiatieven nemen :
1° een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3. De CLR neemt over het aangepaste voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;
2° het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 37vicies quinquies voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het verloop van de procedure.

In afwijking van het eerste lid, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk op 31 januari 2022 de initiatieven nemen zoals bepaald in het eerste lid, 1° en 2°.

§ 2. Bij een negatief besluit, van de CLR over het, overeenkomstig paragraaf 1, 1°, voorgelegde aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP uiterlijk dertig kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit het aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure of het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 37vicies quinquies, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3.

De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het verloop van de procedure.

§ 3. Bij een negatief besluit, van de Vlaamse Regering over het, overeenkomstig paragraaf 1, 2°, voorgelegde voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 37vicies quinquies, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP uiterlijk dertig kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure voorleggen aan de CLR. In dat geval toetst de CLR het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3.

De CLR neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.

§ 4. Voor de toepassing van de termijnen bepaald in dit artikel worden zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en de door de Regering, overeenkomstig artikel 50, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.

Artikel 37vicies septies. (01/09/2012- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht II.39.

Inhoud

Bij een positief besluit van de CLR of de Vlaamse Regering blijft de aanmeldingsprocedure van kracht voor de inschrijvingen voor de schooljaren volgend op het schooljaar waarin het positief besluit werd genomen, totdat :
1° de betrokken regelgeving gewijzigd wordt;
2° het betrokken schoolbestuur, groep schoolbesturen of het LOP de lopende aanmeldingsprocedure wil wijzigen of stopzetten.

[HOOFDSTUK IV/1 RECHT OP INSCHRIJVING IN HET GEWOON ONDERWIJS VOOR SCHOLEN GELEGEN IN HET NEDERLANDSE TAALGEBIED (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.3, I: 1 september 2022)] (... - ...)

[Afdeling 1 Recht op inschrijving (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.4, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/7. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.5.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 4.

Inhoud

De gezamenlijke doelstellingen van het inschrijvingsrecht, als instrument van het beleid op gelijke onderwijskansen, zijn:
1° het waarborgen van de vrije schoolkeuze van alle ouders en leerlingen;
2° het realiseren van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor alle leerlingen en dit, voor zover mogelijk, in een school in hun buurt;
3° het bevorderen van sociale cohesie;
4° het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie.

Artikel 37/8. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.6.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 5.
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, wat betreft het gebruik van persoonsgegevens in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs 3.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 11.

Inhoud

§ 1. Elke leerling heeft recht op inschrijving in de school of een vestigingsplaats, gekozen door zijn ouders. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de schoolkeuze in samenspraak met de leerling. Bij de keuze van een vestigingsplaats wordt rekening gehouden met het onderwijsaanbod in de betreffende vestigingsplaats.

§ 2. Voorafgaand aan een inschrijving biedt het schoolbestuur schriftelijk of via elektronische drager het pedagogisch project, vermeld in artikel 28, § 1, 2°, en 47, § 1, 1°, en het schoolreglement, vermeld in artikel 37, aan de ouders en de leerling aan en geeft hierbij, indien de ouders dit wensen, toelichting. Indien het schoolbestuur het pedagogisch project of het schoolreglement via elektronische drager ter beschikking stelt, vraagt het de ouders of ze een papieren versie wensen te ontvangen.

De inschrijving wordt genomen op het moment van ondertekening voor akkoord van de ouders van dit pedagogisch project en dit schoolreglement.

Bij elke wijziging van het pedagogisch project of het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en geeft hierbij, indien ouders dit wensen, toelichting. Ouders geven dan schriftelijk of digitaal akkoord. Ouders die erom verzoeken ontvangen steeds een papieren versie van het pedagogisch project of het schoolreglement. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar.

Een wijziging van het pedagogisch project of schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.

§ 3. De inschrijvingen voor de kleuters, die tijdens een bepaald schooljaar wel twee jaar en zes maanden worden maar op de laatste instapdatum van dat schooljaar niet meer kunnen instappen, starten op dezelfde dag als de inschrijvingen voor de andere kleuters van hetzelfde geboortejaar.

§ 4. Een school registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, en uiterlijk op de eerste dag van de effectieve lesbijwoning, in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, met vermelding van:
1° de datum en het tijdstip van de inschrijving;
2° de datum van de voorziene start van de lesbijwoning in het geval van schoolverandering in de loop van het schooljaar.

Bij registratie van de inschrijving in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, registreert een school, om de leerlingen uniek te kunnen identificeren en als de volgende gegevens beschikbaar zijn, de volgende gegevens van de leerling:
1° de identificatiegegevens;
2° de nationaliteit;
3° het identificatienummer.

De registratie gebeurt conform artikel 21.

De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zijn de verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in het tweede lid. De gegevens, vermeld in tweede lid, worden maximaal dertig jaar bewaard met het oog op het garanderen van een vlot schooltraject, zeker in geval van een verlengd verblijf van de leerling in het onderwijs.

Artikel 37/9. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.7.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 6.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 12.

Inhoud

§ 1. Behoudens de bij decreet bepaalde gevallen van uitschrijving, zoals bepaald in artikel 32, § 3, artikel 37/8, § 2, derde lid, artikel 37/10 en artikel 37/11, § 3, geldt een inschrijving van een leerling in een school voor de duur van de hele schoolloopbaan in die school.

Het behoud van de inschrijving geldt over de vestigingsplaatsen heen, tenzij de capaciteit van de vestigingsplaats is of wordt overschreden of de leerling er niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. De voortgang van het leerproces, waarbij een verandering van vestigingsplaats noodzakelijk is, kan niet worden gestuit.

Het behoud van inschrijving kan, als de vestigingsplaats of het niveau in de vestigingsplaats(en) van de leerling betrokken is bij een herstructurering en verdwijnt uit de school, ook gegarandeerd worden in een andere school betrokken bij de herstructurering of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur, gelegen op een billijke afstand. Het behoud van inschrijving wordt, als de school van de leerling betrokken is bij een fusie, gegarandeerd in de fusieschool of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur gelegen op een billijke afstand. In voorkomende situaties informeert het schoolbestuur de betrokken ouders.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen schoolbesturen van basisscholen waarvan de capaciteit van het kleuteronderwijs groter is dan die van het lager onderwijs, opteren voor een nieuwe inschrijving bij de overgang tussen beide onderwijsniveaus. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

§ 3. Indien zijn betrokken scholen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om bij de overgang van een leerling van een autonome kleuterschool naar een lagere of basisschool de inschrijvingen van de ene naar de andere school te laten doorlopen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

§ 4. Indien zijn betrokken scholen of vestigingsplaatsen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om de desbetreffende scholen of vestigingsplaatsen als één geheel te beschouwen of als één capaciteit te bepalen voor de verschillende scholen of vestigingsplaatsen, gelegen binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden door hetzij maximaal twee kadastrale percelen, hetzij door een weg, samen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheden gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

Artikel 37/10. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.8.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 7.

Inhoud

De vaststelling van een recentere inschrijving voor hetzelfde schooljaar en hetzelfde onderwijsniveau in een andere school voor gewoon onderwijs, via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, beëindigt een eerdere inschrijving van rechtswege.

Een leerling die reeds in de eigen school schoolloopt en van wie een recentere inschrijving voor het volgend schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs en hetzelfde onderwijsniveau wordt vastgesteld via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, wordt pas uitgeschreven in de school waar de leerling schoolloopt vanaf 1 juli van het lopende schooljaar.

Wanneer de voorziene startdatum van de meest recente inschrijving verschilt van de eerste schooldag van september of de voorziene instapdatum voor kleuters van het jongste geboortejaar, wordt de leerling pas uitgeschreven vanaf de datum van de effectieve start van de lesbijwoning.

Artikel 37/11. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.9.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 8.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 97.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 17.

Inhoud

§ 1. Het recht op inschrijving, vermeld in artikel 37/8, § 1, geldt onverkort voor leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen met toepassing van gepaste maatregelen, zoals remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, die proportioneel zijn. Leerlingen voor wie deze aanpassingen worden toegepast, blijven in aanmerking komen voor de gewone studiebekrachtiging toegekend door de klassenraad.

§ 2. Leerlingen die beschikken over een IAC-verslag worden door een school voor gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Dit IAC-verslag maakt deel uit van de informatie die ouders bij een vraag tot inschrijving aan de school overmaken. Het ter beschikking stellen van het IAC-verslag door de ouders gaat samen met de verbintenis van de school tot het organiseren van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, binnen een redelijke termijn na de inschrijving over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum. Ook indien de school pas nadat de inschrijving reeds gerealiseerd werd, kennisneemt van een IAC-verslag, ten laatste gedateerd op de dag waarop de leerling in de betreffende school instapt, wordt de inschrijving van de leerling omgezet in een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.

Op basis van het overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in het eerste lid, beslist de school binnen een redelijke termijn en uiterlijk zestig kalenderdagen na de effectieve start van de lesbijwoning of de aanpassingen die de leerling nodig heeft proportioneel dan wel disproportioneel zijn. Als de voormelde termijn van zestig kalenderdagen is verstreken zonder dat de school een beslissing heeft genomen, is de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas kennisneemt van een IAC-verslag als vermeld in het eerste lid, nadat de leerling is ingeschreven, start die termijn van zestig kalenderdagen op de dag van de kennisneming.

Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum, proportioneel acht, heft het CLB het IAC-verslag op of maakt het een GC-verslag op. Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum of studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum, disproportioneel acht, wordt de inschrijving ontbonden op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de kennisgeving van de bevestiging van de disproportionaliteit.

In afwijking van het derde lid kan een school kiezen om te ontbinden op een van de volgende momenten:
1°    op het einde van het huidige schooljaar;
2°    op het einde van het daaropvolgende schooljaar.

§ 3. Wanneer tijdens de schoolloopbaan de nood aan aanpassingen voor een leerling wijzigt en de vastgestelde onderwijsbehoeften van die aard zijn dat voor de leerling een verslag dan wel een wijziging van een IAC-verslag nodig is, organiseert de school een overleg met de klassenraad, de ouders en het CLB en beslist op basis daarvan en nadat het IAC-verslag of het gewijzigd IAC-verslag werd afgeleverd, om de leerling op vraag van de ouders studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum of om de inschrijving van de leerling op het einde van het huidige schooljaar of op het einde van het daaropvolgende schooljaar te ontbinden.

§ 4. Elk schoolbestuur communiceert actief over het inschrijvingsrecht van leerlingen met een IAC-verslag in het gewoon onderwijs.

[Afdeling 2 Organisatie van de inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.10, I: 1 september 2022)] (... - ...)

[Onderafdeling A Beslissing over kunnen weigeren op basis van capaciteit (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.11, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/12. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.12.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 9.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 13.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur beslist jaarlijks, en uiterlijk op 15 november, voor elk van zijn scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel per geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, of het voor het daaropvolgende schooljaar leerlingen wil kunnen weigeren omwille van bereikte capaciteit. Een schoolbestuur bepaalt eveneens, voor elk van deze scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, of het leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, § 2 en § 3, wil kunnen weigeren.

§ 2. Voor de scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, waarvoor het schoolbestuur beslist geen leerlingen te zullen weigeren omwille van capaciteit gelden de regels voor niet-aanmeldende scholen, vermeld in onderafdeling B, tenzij het schoolbestuur beslist aan te sluiten bij een aanmeldingsprocedure. In dat geval zijn de bepalingen uit onderafdeling C van toepassing.

Voor de scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, waarvoor het schoolbestuur beslist te willen kunnen weigeren omwille van capaciteit, en de scholen, vermeld in § 3, tweede lid, die verplicht worden tot aanmelden worden de inschrijvingen georganiseerd via een aanmeldingsprocedure. Hiervoor gelden de regels voor aanmeldende scholen, vermeld in onderafdeling C.

Voor de onderdelen waarvoor het schoolbestuur besliste dat het ook leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, § 2 en § 3, wil kunnen weigeren, gelden de regels, vermeld in artikel 37/22.

§ 3. De Vlaamse Regering kan, in afwijking van paragraaf 1, en wanneer er een capaciteitsprobleem dreigt of heerst, waardoor het recht op inschrijving, vermeld in artikel 37/8, niet meer kan worden gegarandeerd, een schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen verplichten tot het organiseren van een gezamenlijke aanmeldingsprocedure voor hun scholen.

De verplichting tot een gezamenlijke aanmeldingsprocedure geldt in ieder geval voor alle schoolbesturen die een school hebben binnen het werkingsgebied van het LOP Antwerpen of LOP Gent, voor hun scholen binnen dat respectievelijke werkingsgebied.

[Onderafdeling B Organisatie van de inschrijvingen in niet-aanmeldende scholen (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.13, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/13. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.14.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 10.

Inhoud

§ 1. Inschrijvingen voor een bepaald schooljaar kunnen ten vroegste starten op de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar. Het schoolbestuur bepaalt de startdatum van de inschrijvingen en communiceert deze startdatum aan alle belanghebbenden.

Het schoolbestuur van scholen en vestigingsplaatsen, gelegen in het werkingsgebied van een LOP, respecteert de afspraken over de startdata van de inschrijvingen binnen het LOP.

De Vlaamse Regering kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, gebieden afbakenen waarbinnen een centrale startdatum wordt bepaald voor de inschrijvingen in alle scholen, wanneer het naast elkaar blijven bestaan van verschillende startdata de transparantie van het inschrijvingsgebeuren aantast of de problematiek van de dubbele inschrijvingen in stand houdt.

§ 2. Alle leerlingen worden in chronologische volgorde ingeschreven en genoteerd in het inschrijvingsregister. De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister.

Het verloop van de inschrijvingen en weigeringen kan onderworpen worden aan een controle door de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

§ 3. Een niet-aanmeldende school kan anderstalige nieuwkomers, als bedoeld in artikel 3, 4° quater, weigeren, wanneer het aantal anderstalige nieuwkomers in de betreffende vestigingsplaats minstens vier bedraagt in vestigingsplaatsen tot en met 100 leerlingen, en minstens acht bedraagt in vestigingsplaatsen met meer dan 100 leerlingen, op voorwaarde dat de geweigerde anderstalige nieuwkomers een plaats gegarandeerd wordt binnen een school, gelegen op een redelijke afstand en rekening houdend met de vrije keuze van de ouders.

Schoolbesturen met scholen of vestigingsplaatsen gelegen in het werkingsgebied van een LOP maken daartoe binnen het LOP afspraken.

Artikel 37/14. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.15.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 18.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 14.

Inhoud

Een schoolbestuur dat omwille van uitzonderlijke omstandigheden in de onmogelijkheid verkeert om bijkomende inschrijvingen te realiseren in een of meerdere scholen, vestigingsplaatsen, schooljaren of geboortejaren, moet een aanvraag indienen bij de CLR om alsnog leerlingen te kunnen weigeren op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden.

De CLR beslist, binnen een termijn van veertien kalenderdagen na het ontvangen van de aanvraag, vermeld in het eerste lid, of en onder welke voorwaarden weigeringen op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden, toegestaan worden.

Indien het schoolbestuur reeds leerlingen geweigerd heeft, voorafgaand aan de aanvraag bij de CLR of de beslissing door de CLR, verwerven die leerlingen alsnog een onverkort recht op inschrijving indien de CLR beslist geen weigeringen op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden, toe te staan.

Als de CLR weigeringen op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden toestaat, dan behandelt het schoolbestuur in voorkomend geval ook vragen over een erkenning van een uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling als vermeld in artikel 37/16, §4.

[Onderafdeling C Organisatie van de inschrijvingen in aanmeldende scholen (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.16, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/15. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.17.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 11.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 15.

Inhoud

Aanmelden is het digitaal kenbaar maken door ouders van een intentie tot inschrijven voor een bepaald schooljaar in één of meerdere scholen of vestigingsplaatsen voor de daartoe door het schoolbestuur beschikbaar gestelde plaatsen. Als de betrokken leerling voor meerdere scholen of vestigingsplaatsen wordt aangemeld, wordt een volgorde van keuze aangegeven.

Nadat de aanmeldingsperiode is afgesloten, worden de aangemelde leerlingen geordend, conform artikel 37/23 en 37/25, en, in voorkomend geval, conform artikel 37/22 en 37/24. De leerlingen die gunstig geordend worden, zijnde binnen de door het schoolbestuur bepaalde capaciteit, verwerven een recht op inschrijving voor een beschikbaar gestelde plaats. Binnen gezamenlijke aanmeldingsprocedures wordt slechts één gunstige ordening weerhouden, zijnde de gunstige ordening in de school van hoogste keuze van de betreffende leerling. Leerlingen die niet gunstig geordend worden, worden in de volgorde zoals in het aanmeldingsregister, opgenomen als geweigerde leerlingen in het inschrijvingsregister.

Artikel 37/16. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.18
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 12.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 19.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 16.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur, alle deelnemende schoolbesturen samen of het LOP, meldt uiterlijk op 15 november van het voorafgaande schooljaar, via het daartoe ontwikkelde formulier, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap:
1° voor welke scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, het de inschrijvingen zal organiseren via een aanmeldingsprocedure;
2° voor welke scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, het leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, wil kunnen weigeren;
3° welk standaarddossier het zal hanteren bij de organisatie van de aanmeldingsprocedure, of van welk standaarddossier het schoolbestuur of het LOP wenst af te wijken, als vermeld in artikel 37/18. Een standaarddossier is een dossier waarin de verschillende stappen van een aanmeldingsprocedure concreet worden uitgewerkt.

De Vlaamse Regering bepaalt het model van ieder standaarddossier en het formulier voor de meldingen, vermeld in het eerste lid.

 § 2. Als een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, richten ze een ombudsdienst inschrijvingen op die instaat voor de eerstelijnsbehandeling van:
1° klachten en vaststellingen over technische fouten of zuiver materiële vergissingen voor of na de definitieve toewijzingen;
2° vragen over een erkenning van de uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling.

De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen en regelt de werking ervan. De samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen bestaat minstens uit een vertegenwoordiger van een erkende oudervereniging en een vertegenwoordiging van alle schoolbesturen die de aanmeldingsprocedure organiseren waarvoor de ombudsdienst inschrijvingen instaat voor de eerstelijnsbehandeling als vermeld in het eerste lid.

§ 3. In paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt verstaan onder een technische fout of een zuiver materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen: een geval waarbij een technische fout of een zuiver materiële vergissing tijdens het verloop van de aanmeldingsprocedure, afbreuk doet aan de ordening of toewijzing van de leerling in kwestie. De aanmeldingsprocedure loopt af bij de start van de vrije inschrijvingen. Klachten en vaststellingen die na de termijn van vijftien kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.

Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over of een vaststelling van een technische fout of een zuiver materiële vergissing voor de definitieve toewijzingen een gunstig advies geeft over de correctie van de technische fout of de zuiver materiële vergissing, kan de leerling door het LOP, het schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen met de correctie van de technische fout of de zuiver materiële vergissing worden opgenomen in het aanmeldingsregister voor de definitieve toewijzing gebeurt.

Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over een technische fout of een zuiver materiële vergissing na een definitieve toewijzing een gunstig advies geeft over de correctie van de technische fout of de zuiver materiële vergissing, kan de leerling door het betrokken schoolbestuur in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 37/28.

Als de ombudsdienst inschrijvingen een negatief advies geeft over een klacht over een technische fout of een materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen, hoeft de school niets te wijzigen aan de aanmelding of toewijzing van de leerling in kwestie.

§ 4. In paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt verstaan onder een uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling: een geval waarbij de betrokkene voor een specifieke school die aanmeldt een uitzonderlijke situatie inroept die alleen van toepassing is op de leerling in kwestie in die school en waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.

Als een ouder een vraag voor de erkenning van een uitzonderlijke situatie stelt aan de ombudsdienst inschrijvingen, legt de ombudsdienst de vraag voor aan het schoolbestuur in kwestie. Indien het schoolbestuur in kwestie een eventuele inschrijving in overcapaciteit haalbaar acht, legt ze die vraag voor aan de CLR. De CLR beslist binnen dertig kalenderdagen over de uitzonderlijke situatie waarbij die inschrijving de enige mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.

Alleen als de CLR de uitzonderlijke situatie bevestigt waarbij die inschrijving de enige mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling, kan de leerling in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 37/28.

§ 5. Nadat de klacht over een technische fout of materiële vergissing is behandeld, kan een klacht ingediend worden bij de CLR conform artikel 37/33. De behandeling van de uitzonderlijke situatie zoals bepaald in paragraaf 4, kan geen voorwerp uitmaken van een klacht bij de CLR.

De behandeling van een klacht of vraag bij de ombudsdienst inschrijvingen schort de termijn op voor de indiening van een klacht bij de CLR, vermeld in artikel 37/33, en de termijn van tien kalenderdagen voor de bemiddeling in het LOP, vermeld in 37/32, § 2, eerste lid.

Artikel 37/17. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.19.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 13.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 17.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 19.

Inhoud

§ 1. Aanmeldende scholen die in het werkingsgebied van een LOP liggen, organiseren de aanmeldingsprocedure gezamenlijk. In gemeenten waar een LOP aanwezig is, wordt de aanmeldingsprocedure goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016.

§ 2. Voor scholen in gemeenten, gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP, kan een schoolbestuur of kunnen meerdere schoolbesturen samen een aanmeldingsprocedure instellen na kennisgeving aan de schoolbesturen van de andere scholen in de gemeente, en op voorwaarde dat alle aanmeldende scholen in de betreffende gemeente deelnemen aan de aanmeldingsprocedure.

§ 3. Schoolbesturen kunnen, over scholen, gemeenten en werkingsgebieden van een LOP heen, samen een aanmeldingsprocedure instellen, mits het respecteren van de voorwaarden, vermeld in de eerste en tweede paragraaf.

In het geval van aansluiting bij de door het LOP goedgekeurde aanmeldingsprocedure van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, blijven de respectievelijke voorrangsgroepen en ordeningscriteria, vermeld in artikel 37/22 en 37/23, en, in voorkomend geval, artikel 37/24, onverminderd gelden.

§ 4. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen voorzien ter ondersteuning van het instellen van een aanmeldingsprocedure en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.

§ 5. In aanvulling op paragraaf 1 tot en met 4 kunnen de schoolbesturen werken met een afzonderlijke aanmeldingsprocedure per onderwijstaal.

Artikel 37/18. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.20.

Inhoud

Uiterlijk op 15 november van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, legt een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP, wanneer ze wensen af te wijken van een standaarddossier, de betreffende afwijkingen voor aan de CLR.

De CLR toetst de afwijkingen van een standaarddossier aan de bepalingen, vermeld in afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/7, en neemt hierover een besluit, uiterlijk twee maanden na de indiening, en in ieder geval voor 24 december.

Artikel 37/19. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.21.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 14.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 20.

Inhoud

§ 1. Bij een negatief besluit van de CLR over de afwijkingen van een standaarddossier kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, een van volgende initiatieven nemen:
1° melden aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de CLR dat ze de aanmeldingen zal organiseren conform een standaarddossier als vermeld in artikel 37/16, § 1. Voor die melding wordt het formulier, vermeld in artikel 37/16, § 1, tweede lid, gebruikt;
2° aangepaste afwijkingen indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR de aangepaste afwijkingen aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/7 en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en neemt het een besluit, uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;
3° het voorstel van afwijkingen van het standaarddossier, vermeld in artikel 37/16, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/7, en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure, vermeld in het eerste lid. 

§ 2. Bij een negatief besluit van de CLR over de aangepaste afwijkingen van een standaarddossier die conform paragraaf 1, 2°, zijn voorgelegd, kan het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, een van de volgende beslissingen nemen:
1° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit, beslissen om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier als vermeld in artikel 37/16, § 1;
2° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit, en eenmalig het aangepaste voorstel van afwijkingen van een standaarddossier als vermeld in artikel 37/16, § 1, voorleggen aan de Vlaamse Regering.

De Vlaamse Regering toetst de voorgestelde afwijkingen van het standaarddossier aan de doelstellingen uit artikel 37/7 en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en neemt een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelingen inzake het verloop van de procedure.

Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier als vermeld in artikel 37/16, § 1, of om af te zien van een aanmeldingsprocedure. In dat geval zijn de bepalingen, vermeld in onderafdeling B, van toepassing.

§ 3. Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering over het, overeenkomstig paragraaf 1, 3°, voorgelegde voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 37/16, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit, beslissen de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, of uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, en eenmalig, een aangepast voorstel van afwijkingen van een standaarddossier voorleggen aan de CLR. In dat geval toetst de CLR het aangepaste voorstel aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/7, en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk.

De CLR neemt over het voorstel van afwijkingen van een standaarddossier een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.

Bij een negatief besluit van de CLR beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatieve besluit, om de aanmeldings- procedure te organiseren volgens een standaarddossier als vermeld in artikel 37/16, § 1, of om af te zien van een aanmeldingsprocedure. In dat geval zijn de bepalingen, vermeld in onderafdeling B, van toepassing.

Artikel 37/20. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.22.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 15.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 21.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 18.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur bepaalt uiterlijk op 15 februari van het voorafgaande schooljaar voor elke school en vestigingsplaats, en eventueel geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, waarvoor het de inschrijvingen organiseert via een aanmeldingsprocedure, een capaciteit. Dit is het totaal aantal leerlingen dat het schoolbestuur voor de betreffende scholen, vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, als het maximaal aantal leerlingen ziet.

Bij het bepalen van zijn capaciteit kan een schoolbestuur ervoor kiezen om de capaciteit van kleuters die conform artikel 12/1 nog een schooljaar tot het kleuteronderwijs toegelaten worden, samen te voegen met de capaciteit van het laatste geboortejaar van het kleuteronderwijs waarvoor een kind kan toegelaten worden tot het kleuteronderwijs, zonder een beroep te doen op artikel 12/1.

§ 2. Daarnaast maakt het schoolbestuur de resterende vrije plaatsen, namelijk het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, minstens bekend op de volgende momenten:
1° in voorkomend geval, voor de start van de inschrijvingen of de aanmeldingen van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, § 2 en § 3;
2° voor de start van de aanmeldingsperiode, vermeld in artikel 37/21;
3° voor de start van de vrije inschrijvingsperiode, vermeld in artikel 37/27.

Voor scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP communiceert het schoolbestuur de resterende vrije plaatsen minstens aan het LOP, en respecteert daarbij de binnen het LOP gemaakte afspraken.

§ 3. Een schoolbestuur kan de capaciteit verhogen na de start van de inschrijvingen, mits toepassing van artikel 37/26.

Voor scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP moet de capaciteitsverhoging door het LOP zijn goedgekeurd. Schoolbesturen van scholen, gelegen in gemeenten buiten het werkingsgebied van een LOP, delen de capaciteitsverhoging ter kennisgeving mee aan de schoolbesturen van de andere scholen, gelegen in die gemeente.

§ 4. Een schoolbestuur weigert elke bijkomende inschrijving wanneer de capaciteit als vermeld in paragraaf 1 overschreden wordt en als een bijkomende inschrijving na de start van de inschrijvingen voor volgend schooljaar er toe zou leiden dat de capaciteit voor dat volgende schooljaar overschreden zou worden.

§ 5. Een aanmeldende school kan anderstalige nieuwkomers, als bedoeld in artikel 3, 4° quater, weigeren, wanneer het aantal anderstalige nieuwkomers in de betreffende vestigingsplaats minstens vier bedraagt in vestigingsplaatsen tot en met een capaciteit van 100, en minstens acht bedraagt in vestigingsplaatsen met een capaciteit hoger dan 100, op voorwaarde dat de geweigerde anderstalige nieuwkomers een plaats gegarandeerd wordt binnen een school, gelegen op een redelijke afstand en rekening houdend met de vrije keuze van de ouders.

Schoolbesturen met scholen of vestigingsplaatsen gelegen in het werkingsgebied van het LOP maken hierover afspraken binnen het LOP.

Artikel 37/21. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.23.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 16.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 19.

Inhoud

§ 1. Elk schoolbestuur respecteert de volgende door de Vlaamse Regering bepaalde periodes en data:
1° de start- en de einddatum van de aanmeldingsperiode voor een bepaald schooljaar;
2° de datum waarop de resultaten van de aanmeldingsprocedure uiterlijk worden bekendgemaakt aan ouders;
3° de inschrijvingsperiode voor de gunstig gerangschikte leerlingen;
4° de startdatum van de vrije inschrijvingsperiode, zijnde de periode voor de inschrijvingen voor de eventuele resterende vrije plaatsen.

In afwijking van het eerste lid gelden de volgende periodes en data voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2023-2024:
1° de aanmeldingsperiode voor de inschrijvingen loopt van 28 februari 2023 tot en met 21 maart 2023;
2° de uiterste datum waarop de resultaten van de aanmeldingen van de leerlingen bekend worden gemaakt is 21 april 2023;
3° de gunstig gerangschikte leerlingen kunnen zich inschrijven van 24 april 2023 tot en met 15 mei 2023;
4° de vrije inschrijvingsperiode voor de eventueel resterende vrije plaatsen start op 23 mei 2023.

§ 2. Voorafgaand aan en tijdens de aanmeldingsperiode voor het volgende schooljaar kunnen geen inschrijvingen van leerlingen die niet behoren tot de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, voor het volgende schooljaar gebeuren.

Voorafgaand aan de aanmeldingsperiode kunnen er inschrijvingen gebeuren voor het huidige schooljaar. Tijdens de aanmeldingsperiode kan een inschrijving voor het huidige schooljaar gebeuren, op voorwaarde dat:
1° op het moment van de vraag tot inschrijving nog een vrije plaats is;
2° de inschrijving gemeld wordt aan het LOP of voor scholen buiten het werkingsgebied van een LOP aan de schoolbesturen van scholen in dezelfde gemeente;
3° alle leerlingen die gunstig gerangschikt werden tijdens de aanmeldingsperiode ook effectief worden ingeschreven.

Artikel 37/22. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.24.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 17.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 22.

Inhoud

§ 1. Leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, krijgen voorrang bij inschrijvingen. Een schoolbestuur bepaalt en communiceert aan alle belanghebbenden de periode of desgewenst periodes waarbinnen en de wijze waarop de leerlingen, behorend tot deze voorrangsgroepen, hun vraag tot inschrijving dienen bekend te maken. Deze periode start ten vroegste vanaf de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar.

Een schoolbestuur dat besliste geen leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, te weigeren, schrijft de leerlingen uit beide voorrangsgroepen in chronologische volgorde in en kan deze leerlingen tijdens de voorrangsperiode, vermeld in het eerste lid, niet weigeren op basis van bereikte capaciteit.

Een schoolbestuur dat besliste leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, te willen kunnen weigeren, respecteert bij de inschrijving van deze voorrangsgroepen volgende regels:
1° het ordent deze leerlingen, zoals bepaald in paragraaf 4;
2° het wijst de leerlingen die gunstig geordend zijn, zijnde binnen de door het schoolbestuur bepaalde capaciteit, toe, en noteert de niet-gunstig geordende leerlingen, in de volgorde zoals bepaald in paragraaf 4, op de weigeringslijst.

Scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP respecteren eventuele afspraken binnen het LOP over de organisatie van de inschrijvingen van de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3.

§ 2. Elke leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling, heeft bij voorrang op alle andere leerlingen, recht op inschrijving in de betrokken school of de betrokken scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen, op basis van artikel 37/9.

§ 3. Na de leerlingen, vermeld in paragraaf 2, geeft een schoolbestuur voor zijn scholen voorrang aan kinderen met een ouder die personeelslid is van de school of van de scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen op basis van artikel 37/9, op voorwaarde dat er op het ogenblik van de inschrijving sprake is van een lopende tewerkstelling voor meer dan 104 dagen.

Met personeelslid wordt bedoeld:
1° een personeelslid als vermeld in artikel 2 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, voor zover ze geaffecteerd zijn aan of aangesteld zijn in de school;
2° een personeelslid dat via een arbeidsovereenkomst werd aangeworven door een schoolbestuur en tewerkgesteld wordt in de school.

§ 4. Een schoolbestuur dat besliste leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragrafen 2 en 3, te willen kunnen weigeren op basis van capaciteit, ordent de leerlingen uit de voorrangsgroepen in deze volgorde:
1° leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen;
2° leerlingen die behoren tot de voorrangsgroep, vermeld in paragraaf 2;
3° leerlingen die behoren tot de voorrangsgroep, vermeld in paragraaf 3.

Indien de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/20, reeds bereikt wordt binnen de leerlingengroep, bedoeld in punt 1°, 2° of 3°, worden de leerlingen binnen die betreffende leerlingengroep, geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in artikel 37/23 en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/16.

Artikel 37/23. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.25.
Vervangen bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 18.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft bijkomende maatregelen voor het inschrijvingsrecht betreffende voorrangs- en ordeningscriteria 2.

Inhoud

§ 1. Op het einde van de aanmeldingsperiode die de Vlaamse Regering vastlegt, ordent het schoolbestuur of, na akkoord van de schoolbesturen in kwestie, het LOP voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen op de volgende wijze:
1° in voorkomend geval, de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 37/24;
2° tot slot de overige kinderen, aan de hand van een van de volgende ordeningscriteria of een combinatie ervan, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen die overblijven na de toepassing van het criterium, vermeld in punt 1° :
a) de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) de afstand van het werkadres van een van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de ouders hebben gemaakt. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of c).

Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier dat ze onderschreven hebben, of de eventuele afwijkingen daarop, zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.

Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/20, reeds bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1°, worden de leerlingen binnen die betreffende leerlingengroep, geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in het eerste lid, 2° en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/16.

§ 2. Als het schoolbestuur beslist om de voorrang voor de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, uitsluitend of na een voorafgaande voorrangsperiode, te organiseren via de aanmeldingsprocedure voor alle leerlingen, worden alle aangemelde leerlingen geordend op de volgende wijze:
1° eerst de leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, § 2 en § 3;
2° dan de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, vermeld in artikel 37/22, § 2;
3° dan de kinderen met een ouder die personeelslid is, vermeld in artikel 37/22, § 3;
4° in voorkomend geval, dan de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 37/24;
5° tot slot de overige kinderen, aan de hand van een ordeningscriterium of een combinatie ervan, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen, vermeld in punt 4°, die overblijven na de toepassing van de criteria, vermeld in punt 1° tot en met 4° :
a) de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) de afstand van het werkadres van een van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de ouders hebben gemaakt. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of c).

Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier die ze hebben onderschreven, of de eventuele afwijkingen daarop, zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.

Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/20, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 3° of 4°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie, geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen als vermeld in het eerste lid, 5°, en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/16.

§ 3. Het ordeningscriterium afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 5°, a), kan geoperationaliseerd worden als "eerst de leerlingen gedomicilieerd in dezelfde gemeente als de school of de vestigingsplaats". Desgevallend wordt de ordening van deze leerlingen vervolledigd met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 5°. De ordening kan ook vervolledigd worden door nogmaals het ordeningscriteria afstand, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 5°, a), te operationa liseren op een andere wijze.

De Vlaamse Regering bepaalt de gemeenten waar de operationalisering van het ordeningscriterium afstand, vermeld in het eerste lid, toegepast kan worden. Deze gemeenten grenzen aan een gewestgrens of aan een randgemeente als vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966. De operationalisering, vermeld in het eerste lid, kan enkel gebruikt worden in de gemeenten die zijn aangeduid door de Vlaamse Regering.

Artikel 37/24. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.26.
Vervangen bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 19.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 98.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 22.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur kan ervoor kiezen om voor een of meer van zijn scholen per bepaalde capaciteit als vermeld in artikel 37/12, voorrang te verlenen aan een of meer ondervertegenwoordigde groepen, namelijk een of meer groepen van leerlingen die, op basis van een of meer objectieve kenmerken, in de school relatief ondervertegenwoordigd zijn ten aanzien van een referentiepopulatie, waarbij in afwijking van dit principe leerlingen met een IAC-verslag in een school van het gewoon onderwijs altijd beschouwd mogen worden als een ondervertegenwoordigde groep, ongeacht de referentiepopulatie. De voorrang wordt toegepast tot maximaal 20% van de bepaalde capaciteit bezet wordt door de leerlingen behorende tot één of meerdere ondervertegenwoordigde groepen. Ook in geval van meerdere ondervertegenwoordigde groepen bedraagt de voorrang maximaal 20% van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/12.

Als het LOP of een schoolbestuur opteert voor meer ondervertegenwoordigde groepen, bepaalt het LOP of een schoolbestuur ook telkens welke groep in de ordening voorrang heeft op welke andere groep.

Het LOP kan een voorstel uitwerken over de voorrang van ondervertegenwoordigde groepen in de scholen die in zijn werkingsgebied liggen, zowel wat betreft het aandeel van de capaciteit die scholen voorbehouden als het bepalen van de inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groep. Dit voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. De scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP respecteren hierover de gemaakte afspraken in het LOP. Het LOP legt dit voorstel ter bekrachtiging voor aan de gemeenteraad van de gemeente of van de gemeenten waarin de vestigingsplaatsen liggen die de voorrang toepassen.

Als de gemeenteraad een voorstel van een LOP een eerste keer niet bekrachtigt, werkt het LOP een nieuw voorstel uit. Het nieuwe voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. Het LOP legt dat nieuwe voorstel ter bekrachtiging voor aan de gemeenteraad van de gemeente of van de gemeenten waarin de vestigingsplaatsen liggen die de voorrang toepassen.

Als een eerste voorstel reeds bekrachtigd werd door de gemeenteraad, dan kan die gemeenteraad, wanneer een nieuw voorstel wordt voorgelegd ter bekrachtiging aan die gemeenteraad, ervoor kiezen om dat eerste voorstel te vervangen door het nieuwe voorstel. Als het nieuwe voorstel, vermeld in het vierde lid, bekrachtigd wordt, vervangt het nieuwe voorstel het eerste voorstel.

Als het nieuwe voorstel niet bekrachtigd wordt, wordt het eerste voorstel, vermeld in het derde lid, behouden voor de vestigingsplaatsen die in de gemeente liggen waar de gemeenteraad het eerste voorstel bekrachtigd heeft.

Als de gemeenteraad een voorstel bekrachtigt, passen de vestigingsplaatsen die in die gemeente liggen, het voorstel toe.

Als een gemeenteraad geen voorstel bekrachtigt, kunnen de schoolbesturen zelf beslissen voor de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, welke ondervertegenwoordigde groepen ze toepassen.

§ 2. Scholen die de voorrang, vermeld in paragraaf 1, toepassen, melden dat uiterlijk op 31 januari aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Voor scholen die in het werkingsgebied van een LOP liggen, meldt het LOP de toepassing van die voorrang uiterlijk op 31 januari aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

Scholen en LOP kunnen hun voorstel van inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen ook voor advies voorleggen aan de CLR. Ze doen dat uiterlijk op 15 september voorafgaand aan de aanmeldingen. De inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen maken geen deel uit van het standaarddossier, vermeld in artikel 37/16, of afwijking op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/18.

Artikel 37/25. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.27.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 20.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 23.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 20.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke, overeenkomstig artikel 37/20 bepaalde capaciteit betrokken bij de aanmeldingsprocedure, een aanmeldingsregister.

Een schoolbestuur komt, per aanmeldingsregister, met toepassing van artikel 37/22 tot en met artikel 37/24, tot een gunstige of niet-gunstige rangschikking van alle aangemelde leerlingen en neemt die rangschikking op in het aanmeldingsregister. Mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, kan het LOP of buiten het werkingsgebied van een LOP het daartoe gemandateerde schoolbestuur de rangschikking van de aangemelde leerlingen in het aanmeldingsregister uitvoeren.

§ 2. Voor aanmeldingsprocedures voor meerdere scholen en vestigingsplaatsen geldt dat het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen het LOP, of buiten het werkingsgebied van een LOP het daartoe gemandateerde schoolbestuur, de aangemelde leerling toewijst aan de school of vestigingsplaats van de hoogste keuze die de ouders bij de aanmelding opgaven en waarvoor de leerling gunstig geordend is.

Deze leerling wordt vervolgens verwijderd uit het aanmeldingsregister van de verschillende scholen en vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een lagere keuze gemaakt hebben. De daardoor vrijgekomen plaatsen in de aanmeldingsregisters worden, voor zover mogelijk, ingenomen door de op basis van de volgorde van de voorrangsgroepen en dezelfde combinatie van ordeningscriteria als vermeld in artikel 37/22 tot en met 37/24, eerstvolgend gerangschikte leerling.

Het innemen van vrijgekomen plaatsen in het aanmeldingsregister wordt herhaald totdat geen toewijzingen als vermeld in het eerste lid meer mogelijk zijn. Daarna worden de niet-toegewezen leerlingen geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en de ordeningscriteria, zoals opgenomen in het onderschreven standaarddossier, of in de door de CLR goedgekeurde afwijkingen daarop.

§ 3. De ouders krijgen uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum schriftelijk of via elektronische drager melding over de school of vestigingsplaats waaraan de aangemelde leerling is toegewezen, met vermelding van de door de Vlaamse Regering bepaalde periode waarbinnen de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven. Indien de ouders geen gebruikmaken van de mogelijkheid tot inschrijving binnen de daartoe door de Vlaamse Regering bepaalde periode, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven.

Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een hogere keuze gemaakt hadden dan de toegewezen school of vestigingsplaats, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

Indien bij de inschrijving blijkt dat de leerling niet voldoet aan de door de ouders opgegeven ordeningscriteria of voorrangsgroepen die aanleiding gaven tot de gunstige rangschikking en toewijzing, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven, tenzij de behandeling van klachten, vaststellingen en vragen, zoals bepaald in artikel 37/16, § 2, leidt tot een andere beslissing.

In afwijking van het derde lid, kunnen een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP beslissen om uiterlijk na de einddatum van de aanmeldingsperiode en voordat de resultaten van de aanmelding worden bekendgemaakt deze controle te doen.

Wanneer een via de aanmeldingsprocedure ingeschreven leerling alsnog wordt ingeschreven in een school van hogere keuze, mag de school van lagere keuze de eerdere inschrijving beëindigen.

§ 4. Indien de leerling in geen enkele school of vestigingsplaats gunstig gerangschikt kan worden, krijgen de ouders uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum, schriftelijk of via elektronische drager melding over het niet kunnen toewijzen van de aangemelde leerling aan een door de ouders gekozen school of vestigingsplaats.

Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders hadden gekozen, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

§ 5. Een niet-gunstige rangschikking wordt gelijkgesteld met een weigering op basis van bereikte capaciteit, overeenkomstig artikel 37/20. Binnen het werkingsgebied van het LOP kan het uitreiken van de weigeringsdocumenten gemandateerd worden aan het LOP, buiten het werkingsgebied van een LOP aan een daartoe gemandateerd schoolbestuur.

Artikel 37/26. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.28.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 21.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 23.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke door het schoolbestuur bepaalde capaciteit een inschrijvingsregister waarin het alle inschrijvingen en weigeringen chronologisch noteert.

Overeenkomstig artikel 37/25 wordt de volgorde van de toegewezen leerlingen en de volgorde van de niet-toegewezen leerlingen overgenomen in het inschrijvingsregister.

§ 2. Met uitzondering van leerlingen die zijn ingeschreven in overcapaciteit conform artikel 37/28, wordt bij het invullen van vrijgekomen plaatsen of bijkomende plaatsen door verhoogde capaciteit als vermeld in artikel 37/20, de volgorde van de weigeringen gerespecteerd, met inbegrip van de volgorde van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22 en 37/24, en dat tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. En dit wat de leerlingen, vermeld in artikel 37/24 betreft, met het oog op het bereiken van het respectievelijke aandeel in artikel 37/24, § 1. Voor kleuters geboren in het meest recente kalenderjaar dat mogelijk is voor de inschrijvingen van het betrokken schooljaar, wordt deze volgorde gerespecteerd tot en met 30 juni van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. Uiterlijk vanaf 1 juli geldt de volgorde van de weigeringen van kleuters van hetzelfde geboortejaar voor het volgende schooljaar.

Ouders van leerlingen die alsnog een plaats wordt toegewezen krijgen daar binnen de zeven kalenderdagen schriftelijk of via elektronische drager melding van. Deze melding bevat informatie over de periode waarbinnen de ouders de betrokken leerling kunnen inschrijven. Die periode duurt minimaal zeven kalenderdagen.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister.

§ 4. Het verloop van de inschrijvingen en weigeringen kan onderworpen worden aan een controle door de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

Artikel 37/27. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.29.

Inhoud

Het schoolbestuur noteert eventuele bijkomende inschrijvingen na de start van de door de Vlaamse Regering bepaalde vrije inschrijvingsperiode voor de resterende vrije plaatsen in chronologische volgorde in het inschrijvingsregister.

Artikel 37/28. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.30.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 22.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 99.
Gewijzigd bij 16/06/2023 Decreet over de onderwijsinternaten 100.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 24.

Inhoud

§1. In afwijking van artikel 37/20, § 4, kan een schoolbestuur volgende leerlingen toch inschrijven:
1° leerlingen die voldoen aan de definitie van een anderstalige nieuwkomer in het gewoon onderwijs, vermeld in artikel 3, 4° quater, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie;
2° leerlingen die:
a) hetzij beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf, namelijk aangepaste woon- en leefomgeving onder toezicht en begeleiding, bij een jeugdhulpaanbieder op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank;
b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;
c) hetzij opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang;
d) hetzij geadopteerd zijn in een gezin dat beschikt over een verzoekschrift tot binnen- of buitenlandse adoptie, dat ingediend is bij de bevoegde rechtbank, of, bij gebrek daaraan, een buitenlandse adoptiebeslissing of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie;
e) hetzij beschikken over een IAC-verslag;
3° leerlingen die verblijven in een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning;
4° leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, indien de ouders deze leerlingen wensen in te schrijven in hetzelfde geboortejaar of leerjaar, vermeld in artikel 37/20, § 1, en slechts één van de leerlingen ingeschreven kan worden omwille van de capaciteit;
5° leerlingen van scholen, gelegen in een gemeente waar alle scholen de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, wiens continuïteit van de schoolloopbaan niet gegarandeerd kan worden omwille van het feit dat de enige school van een schoolbestuur ophoudt te bestaan, waarbij dit niet kadert in een herstructurering, op voorwaarde dat alle leerlingen van de betrokken school een plaats in andere scholen aangeboden wordt;
6° leerlingen waarvoor de ombudsdienst inschrijvingen of de CLR, vermeld in artikel 37/16, § 2 tot en met § 4, gunstig advies heeft verleend of de uitzonderlijke situatie heeft bevestigd voor een inschrijving in overcapaciteit;
7° leerlingen die in het lopende schooljaar of na de eerste schooldag van maart van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, verhuisd zijn vanuit een andere gemeente en nu gedomicilieerd zijn in de gemeente van de vestigingsplaats.

§2. In afwijking van artikel 37/20, § 4, moet een schoolbestuur, ook wanneer de capaciteit overschreden werd of wordt, een leerling die in het lopende, het voorafgaande of het daaraan voorafgaande schooljaar in de school ingeschreven was, en die met toepassing van artikel 15 of 16 terugkeert uit het buitengewoon onderwijs, inschrijven. Hetzelfde geldt voor leerlingen van het buitengewoon onderwijs die, met toepassing van artikel 20, §4, gedurende twee schooljaren voltijds les hebben gevolgd in de school voor gewoon onderwijs en zich na twee schooljaren willen inschrijven in die school.

§3. In afwijking van artikel 37/20, §4, schrijft een schoolbestuur, ook wanneer de capaciteit overschreden werd of wordt, een leerling in die in het voorafgaande schooljaar ingeschreven was in de school voor het kleuteronderwijs en die terugkeert uit een school voor het lager onderwijs omdat de leerling niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor het lager onderwijs met toepassing van artikel 13/1.

[Afdeling 3 Weigeren van inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. II. 31, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/29. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.32.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 25.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een onderwijszoekende die niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1.

Een inschrijving in de loop van het voorafgaande schooljaar is mogelijk onder de opschortende voorwaarde dat de onderwijszoekende op de dag van de effectieve instap aan de toelatingsvoorwaarden voldoet.

Als de klassenraad lager onderwijs over de toelating tot het lager onderwijs van de leerling moet beslissen, wordt de leerling ingeschreven onder ontbindende voorwaarde. De inschrijving wordt ontbonden als de leerling niet aan de toelatingsvoorwaarde voldoet.

§ 2. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een leerling die in de loop van hetzelfde schooljaar van school verandert, als deze inschrijving tot doel heeft of er in de feiten toe leidt dat de betrokken leerling in dat schooljaar afwisselend naar verschillende scholen zal gaan.

§ 3. Een schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd verwijderd, overeenkomstig artikel 32 en 33.

Artikel 37/30. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.33.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 23.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 21.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur, of het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model van weigeringsdocument waarmee het schoolbestuur de weigering meedeelt aan de ouders en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

Het model, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° de feitelijke en de juridische grond van de beslissing tot weigering;
2° de informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling, eerstelijnsklachten en de indiening van een klacht bij de CLR.

Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit als vermeld in artikel 37/20 of op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden als vermeld in artikel 37/14, deelt het schoolbestuur mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen de betrokken leerling staat in het inschrijvingsregister.

§ 3. De ouders krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.

[Afdeling 4 Bemiddelings- en klachtenprocedure (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.34, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/31. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.35.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 24.

Inhoud

§ 1. Ouders en alle belanghebbenden kunnen vragen om bemiddeling door het LOP, zoals bepaald in artikel 37/32 of een klacht indienen bij de CLR, zoals bepaald in artikel 37/33, wanneer ze niet akkoord zijn met:
1° een weigering op basis van bereikte capaciteit als vermeld in artikel 37/20;
2° een weigering van inschrijving, op basis van de weigeringsgronden, vermeld in artikel 37/29;
3° een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school als vermeld in artikel 37/10;
4° een ontbinding van inschrijving van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften als vermeld in artikel 37/11;
5° een weigering op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandig-heden als vermeld in artikel 37/14.

In geval van weigeringen, die niet behoren tot de weigeringen bepaald in punt 2°, 3° en 4°, door een school die eerder, conform artikel 37/12, besliste geen leerlingen te zullen weigeren, kunnen ouders van geweigerde leerlingen en eventueel andere belanghebbenden gezamenlijk een klacht indienen.

§ 2. Voor de toepassing van de bemiddelingsprocedure, vermeld in artikel 37/32, duidt de Vlaamse Regering een LOP-deskundige aan die voor de gemeenten buiten het werkingsgebied van een LOP de taken van het LOP opneemt.

Voor de toepassing van de bemiddelingsprocedure, vermeld in artikel 37/32, en de klachtenprocedure, vermeld in artikel 37/33, bepaalt de Vlaamse Regering de nadere procedureregelen. Zij garandeert daarbij de hoorplicht.

Artikel 37/32. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.36.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 25.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 100.

Inhoud

§ 1. Het LOP start wanneer de ouders er uitdrukkelijk om verzoeken een bemiddeling in situaties als vermeld in artikel 37/31.

§ 2. Het LOP bemiddelt binnen tien kalenderdagen na het verzoek van de ouders of een andere belanghebbende of na de afgifte van het weigeringsdocument tussen de leerling en zijn ouders en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school. In geval van bemiddeling bij een ontbinding als vermeld in artikel 37/31, §1, 4°, betrekt het LOP   ook de school die de inschrijving van de leerling ontbond.

De bemiddeling schort de termijn op van dertig kalenderdagen voor de behandeling van klachten door de CLR als vermeld in artikel 37/33.

§ 3. Wanneer de bemiddeling van het LOP binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, niet resulteert in een definitieve inschrijving, wordt de CLR gevat om haar oordeel uit te spreken over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing of de uitschrijving, conform artikel 37/33, § 2.

Artikel 37/33. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.37.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 26.

Inhoud

§ 1. Ouders en andere belanghebbenden kunnen in de situaties, vermeld in artikel 37/31, al dan niet na een bemiddelingsprocedure door het LOP als vermeld in artikel 37/32, of een behandeling door de ombudsdienst inschrijvingen, vermeld in artikel 37/16, § 2, een schriftelijke klacht indienen bij de CLR.

Klachten die na de termijn van dertig kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.

§ 2. De CLR oordeelt binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen, die ingaat de dag na die van betekening of van poststempel van de schriftelijke klacht, over de gegrondheid van de klacht.

Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of elektronisch verstuurd naar de betrokkenen.

In geval van een klacht als vermeld in artikel 37/31, § 1, eerste lid, 4°, blijft de leerling ingeschreven in de school tot het oordeel aan de betrokkenen kenbaar is gemaakt en wordt de termijn van een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, vermeld in artikel 37/11, § 2, derde lid, ook tot dat moment opgeschort.

§ 3. Indien de CLR de weigering, de ontbinding van een inschrijving of de uitschrijving gegrond acht, schrijven de ouders de leerling in een andere school in.

Indien het om een ontbinding van inschrijving van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften gaat omwille van onredelijkheid van de aanpassingen, schrijven de ouders de leerling uiterlijk vijftien kalenderdagen na de schriftelijke kennisgeving van het oordeel van de CLR in een andere school in.

Op vraag van de ouders worden zij bij het zoeken naar een andere school bijgestaan door het LOP, inzonderheid door de CLB's die deel uitmaken van dat LOP.

§ 4. Indien de CLR de weigering of de ontbinding van de inschrijving niet of niet afdoende gemotiveerd acht of de uitschrijving onterecht acht, kan de leerling zijn recht op inschrijving in de school laten gelden.

Artikel 37/34. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.38.

Inhoud

§ 1. De CLR kan, wanneer het een weigering of ontbinding van inschrijving onvoldoende gemotiveerd acht of een uitschrijving onterecht acht, de Vlaamse Regering adviseren een bedrag op de werkingsmiddelen van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had van de school terug te vorderen of in te houden.

De CLR stelt de Vlaamse Regering onverwijld in kennis van dit advies.

§ 2. Binnen een termijn van veertien kalenderdagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het advies, beslist de Vlaamse Regering over het opleggen van een financiële sanctie die kan bestaan uit een terugvordering of inhouding op de werkingsmiddelen van de school.

Voorafgaandelijk aan het opleggen van een sanctie gaat de Vlaamse Regering na of de betrokken leerling alsnog in de betrokken school werd ingeschreven.

§ 3. De terugvordering of inhouding, vermeld in paragraaf 1 en 2:
1° kan niet meer bedragen dan tien procent van het werkingsbudget van de school;
2° kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou zijn getroffen.

§ 4. Onverminderd de toepassing van paragraaf 1 tot en met 3, kan de CLR het dossier aanhangig maken bij het orgaan dat in toepassing van artikel 33, § 2, van het VN-verdrag van 13 december 2006 inzake de Rechten van Personen met een Handicap en in toepassing van artikel 40 van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid het mandaat heeft van onafhankelijk mechanisme.

[HOOFDSTUK IV/2 RECHT OP INSCHRIJVING IN HET BUITENGEWOON ONDERWIJS (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.40, I: 1 september 2022)] (... - ...)

[Afdeling 1 Recht op inschrijving (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.41, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/35. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.42.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 101.

Inhoud

§ 1. Elke leerling die beschikt over een IAC-verslag of over een document opgemaakt door het CLB waaruit blijkt dat het handelingsgericht diagnostisch proces is doorlopen, heeft recht op inschrijving in de school of vestigingsplaats, gekozen door zijn ouders, onder de opschortende voorwaarde dat de onderwijszoekende op de dag van de effectieve instap aan de toelatingsvoorwaarden voldoet voor het onderwijsaanbod in de betreffende vestigingsplaats.

§ 2. Voorafgaand aan een inschrijving biedt het schoolbestuur schriftelijk of via elektronische drager het pedagogisch project, vermeld in artikel 28, § 1, 2°, en 47, § 1, 1°, en het schoolreglement, vermeld in artikel 37, aan de ouders en de leerling aan en geeft hierbij, indien de ouders dit wensen, toelichting. Indien het schoolbestuur het pedagogisch project of het schoolreglement via elektronische drager ter beschikking stelt, vraagt het de ouders of ze een papieren versie wensen te ontvangen. De inschrijving wordt genomen na ondertekening voor akkoord van de ouders van dit pedagogisch project en dit schoolreglement.

Bij elke wijziging van het pedagogisch project of het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en geeft hierbij, indien ouders dit wensen, toelichting. Ouders die erom verzoeken ontvangen steeds een papieren versie van het pedagogisch project of het schoolreglement. Ouders geven opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar.

Een wijziging van het pedagogisch project of schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.

§ 3. Een school registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, en uiterlijk op de eerste dag van de effectieve lesbijwoning, in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, met vermelding van:
1° het type waarvoor wordt ingeschreven;
2° de datum en het tijdstip van de inschrijving;
3° de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.

Artikel 37/36. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.43.

Inhoud

§ 1. Behoudens de bij decreet of besluit bepaalde gevallen van uitschrijving, geldt een inschrijving van een leerling in een school voor de duur van de hele schoolloopbaan in die school.

Het behoud van de inschrijving geldt over de vestigingsplaatsen heen, tenzij de leerling er niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. De voortgang van het leerproces, waarbij een verandering van vestigingsplaats noodzakelijk is, kan niet worden gestuit.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1, beëindigt de vaststelling van een recentere inschrijving voor hetzelfde schooljaar en hetzelfde type in een andere school voor buitengewoon onderwijs, via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, een eerdere inschrijving van rechtswege.

Een leerling die effectief schoolloopt in de school en van wie een recentere inschrijving voor het volgend schooljaar in een school voor buitengewoon onderwijs, voor hetzelfde type, wordt vastgesteld via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, wordt pas uitgeschreven vanaf 1 juli van het lopende schooljaar.

Wanneer de voorziene startdatum van de meest recente inschrijving verschilt van 1 september of de voorziene instapdatum voor kleuters van het jongste geboortejaar, wordt de leerling pas uitgeschreven vanaf de datum van de effectieve start van de lesbijwoning.

[Afdeling 2 Organisatie van de inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.44, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/37. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.45.

Inhoud

Een schoolbestuur beslist jaarlijks voor al zijn scholen voor buitengewoon basisonderwijs, of het voor het daaropvolgende schooljaar leerlingen moet kunnen weigeren op basis van capaciteit. Het schoolbestuur neemt deze beslissing, en bepaalt de betreffende capaciteit, voor een of meer van volgende niveaus:
a) per school;
b) per vestigingsplaats;
c) per niveau, al dan niet per vestigingsplaats;
d) per type, al dan niet per vestigingsplaats.

Voor de niveaus, vermeld in het eerste lid, waarvoor het schoolbestuur oordeelt alle verzoeken tot inschrijving te kunnen realiseren, zijn de bepalingen in artikel 37/38 van toepassing.

Voor de niveaus, vermeld in het eerste lid, waarvoor het schoolbestuur wenst te kunnen weigeren op basis van capaciteit als vermeld in artikel 37/39, en beroep wenst te doen op het platform voor het realiseren van een inschrijving van leerlingen na het bereiken van de capaciteit, zijn de bepalingen van artikel 37/39 tot en met 37/42 van toepassing.

Artikel 37/38. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.46.

Inhoud

§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de startdatum voor de inschrijvingen.

Een schoolbestuur hanteert een inschrijvingsregister per onderdeel waarvoor het besliste geen leerlingen te zullen weigeren op basis van capaciteit, waarin het alle inschrijvingen chronologisch noteert.

De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister.

§ 2. Het verloop van de inschrijvingen kan onderworpen worden aan een controle door de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

Artikel 37/39. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.47.

Inhoud

 § 1. Een schoolbestuur moet de inschrijvingen voor de niveaus, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, waarvoor het besliste leerlingen te moeten kunnen weigeren omwille van capaciteit, laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure.

De Vlaamse Regering bepaalt de start- en einddatum van de aanmeldingsperiode.

§ 2. Het schoolbestuur meldt uiterlijk op 15 februari voor welke niveaus, zoals bepaald in artikel 37/37, het de inschrijvingen zal laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

Artikel 37/40. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.48.

Inhoud

§ 1. Het schoolbestuur rangschikt de binnen de aanmeldingsperiode, zoals bepaald in artikel 37/39, aangemelde leerlingen, die behoren tot de volgende voorrangsgroepen bovenaan en respecteert daarbij onderstaande volgorde:
1° leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit als een reeds ingeschreven leerling;
2° leerlingen met een ouder die personeelslid is van de school of van de scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen op basis van artikel 37/36, op voorwaarde dat er op het ogenblik van de inschrijving sprake is van een lopende tewerkstelling voor meer dan 104 dagen. Met personeelslid wordt bedoeld:
a) een personeelslid als vermeld in artikel 2 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, voor zover ze geaffecteerd zijn aan of aangesteld zijn in de school;
b) een personeelslid dat via een arbeidsovereenkomst werd aangeworven door een schoolbestuur en tewerkgesteld wordt in de school;
3° voor scholen, gelegen in tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, en tot het aandeel van 65 procent van de capaciteit van het betreffende niveau, zoals bepaald in artikel 37/37, bereikt is, leerlingen met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is, zoals bepaald in artikel 37/58;
4° een schoolbestuur kan voor zijn scholen een maximum van 50 procent van de capaciteit van het betreffende niveau, zoals bepaald in artikel 37/39, § 2, voorrang verlenen aan leerlingen die - uiterlijk op het moment van de effectieve lesbijwoning - verblijven of gebruikmaken van dat internaat of semi-internaat. Met internaat of semi-internaat wordt bedoeld:
a) internaten, als bepaald in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016;
b) internaten met permanente openstelling als vermeld in hoofdstuk 6 van dezelfde codificatie;
c) semi-internaten, als bepaald in het koninklijk besluit van 21 augustus 1978 houdende organisatie van de semi-internaten in het buitengewoon onderwijs van de Staat en tot vaststelling van de personeelsnormen;
d) multifunctionele centra, als bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, voor wat de functies dagopvang, verblijf, diagnostiek of intensieve behandeling betreft.

Indien de capaciteit, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, of artikel 37/41, § 4, reeds bereikt werd binnen bovenstaande voorrangsgroepen worden de leerlingen uit de betreffende voorrangsgroep, geordend op basis van de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats.

Indien de capaciteit, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, of artikel 37/41, § 4, bereikt werd binnen de overige aangemelde leerlingen, worden de betreffende leerlingen geordend op basis van de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats.

§ 2. Wanneer meerdere scholen of vestigingsplaatsen samen aanmelden worden de aangemelde leerlingen toegewezen aan de school of vestigingsplaats van de hoogste keuze die de ouders bij de aanmelding opgaven, waarbinnen de leerling een gunstige rangschikking heeft gekregen. De leerling wordt verwijderd uit de lijst van aangemelde leerlingen in de lager gerangschikte scholen of vestigingsplaatsen op zijn voorkeurslijst.

De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen ter beschikking stellen voor gezamenlijke aanmeldingsprocedures.

Artikel 37/41. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.49.

Inhoud

§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop de resultaten van de aanmeldingsprocedure uiterlijk worden bekendgemaakt.

Aan de ouders wordt meegedeeld of de leerling gunstig of ongunstig gerangschikt is, op basis van de capaciteit, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, of de verhoogde capaciteit, vermeld in artikel 37/41, § 4. Indien de leerling ongunstig gerangschikt is, deelt de school eveneens mee welke plaats de leerling inneemt op de lijst van ongunstig gerangschikte leerlingen.

De ouders van de gunstig gerangschikte leerlingen krijgen een melding over de school of vestigingsplaats waaraan de aangemelde leerling is toegewezen, met vermelding van de door de Vlaamse Regering bepaalde periode waarbinnen de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven. Indien de ouders geen gebruikmaken van de mogelijkheid tot inschrijving binnen de daartoe door de Vlaamse Regering bepaalde periode, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven.

§ 2. Het schoolbestuur noteert alle inschrijvingen van de gunstig gerangschikte leerlingen in het inschrijvingsregister, met vermelding van datum en tijdstip en het type waarvoor wordt ingeschreven.

Inschrijvingen voor eventueel resterende vrije plaatsen na de aanmeldingen, binnen de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, of de verhoogde capaciteit, vermeld in artikel 37/41, § 4, worden in chronologische volgorde genoteerd in het inschrijvingsregister, met vermelding van datum en tijdstip van inschrijving, en het type waarvoor wordt ingeschreven en in voorkomend geval vermelding van de toewijzing van de leerling door het platform, vermeld in artikel 37/43/3, § 1.

§ 3. Plaatsen van gunstig gerangschikte leerlingen die zich in deze periode, vermeld in § 1, derde lid, niet zijn komen inschrijven, of wiens inschrijving door een inschrijving in een andere school voor buitengewoon onderwijs ongedaan gemaakt wordt, zoals bepaald in artikel 37/36, worden tot de door de Vlaamse Regering bepaalde datum toegekend aan de hoogst gerangschikte leerlingen van de lijst van niet-gunstig gerangschikte leerlingen.

Deze leerlingen behouden hun recht op inschrijving gedurende veertien kalenderdagen na de melding van de omzetting in een gunstige rangschikking.

§ 4. Het schoolbestuur kan de capaciteit, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, verhogen tot de door de Vlaamse Regering bepaalde datum.

Artikel 37/42. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.50.

Inhoud

§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de uiterlijke datum waarop het schoolbestuur aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap meldt welke leerlingen ongunstig gerangschikt zijn, op basis van de capaciteit, zoals bepaald in artikel 37/37, eerste lid, of de verhoogde capaciteit, zoals bepaald in artikel 37/41, § 4.

§ 2. Voor de niveaus, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, waarvoor ongunstig geordende leerlingen werden gemeld aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in paragraaf 4, kunnen bijkomende inschrijvingen enkel gerealiseerd worden op vraag van, of mits goedkeuring van het platform, zoals bepaald in artikel 37/43/2. Het platform kan hierover afspraken maken.

Elke bijkomende vraag tot inschrijving voor een niveau waarvoor de capaciteit bereikt werd op het einde van deze inschrijvingsperiode, wordt in chronologische volgorde genoteerd in het inschrijvingsregister, en via het digitale weigeringsdocument gemeld aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in artikel 37/43/1.

[Afdeling 3 Weigeren (ing. decr. 17 mei 2019, art. II.51, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/43. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.52.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur kan geen verzoek tot inschrijving weigeren, behoudens in volgende gevallen:
1° wanneer het gaat om een leerling die op het moment van de effectieve start van de lesbijwoning niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, zoals bepaald in hoofdstuk IV, afdeling 1, onderafdeling A, B en C;
2° wanneer het gaat om een leerling die in het lopende schooljaar definitief werd verwijderd uit de betrokken school, overeenkomstig artikel 32 en 33.

§ 2. Een schoolbestuur kan geen verzoeken tot inschrijving weigeren op basis van bereikte capaciteit, van leerlingen:
1° die terugkeren in het buitengewoon onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die met toepassing van artikel 15 of 16, in een school voor gewoon onderwijs ingeschreven waren;
2° voor wie de school door het platformoverleg werd voorgesteld als passend alternatief, zoals bepaald in artikel 37/43/3.

§ 3. Een schoolbestuur kan, ook nadat de capaciteit overschreden werd, en nadat reeds beroep werd gedaan op het platform voor geweigerde leerlingen, alsnog leerlingen inschrijven die:
a) hetzij geplaatst zijn door de jeugdrechter;
b) hetzij als (semi-)internen verblijven in een (semi-)internaat verbonden aan de school;
c) hetzij opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang;
d) behoren tot de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/39, § 3, a) en b).

Artikel 37/43/1. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.53.

Inhoud

Het schoolbestuur meldt, in geval van een weigering van het verzoek tot inschrijving als vermeld in artikel 37/42, § 1, 1° en 2°, of op basis van bereikte capaciteit, de weigering binnen de zeven kalenderdagen aan de ouders en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

Het schoolbestuur meldt, in geval van een definitieve uitsluiting van een leerling als vermeld in artikel 32 en 33, de definitieve uitsluiting binnen de zeven kalenderdagen aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

De Vlaamse Regering bepaalt het digitale model van het weigeringsdocument.

Artikel 37/43/2. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.54.

Inhoud

§ 1. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap roepen, op basis van de informatie in de digitale melding van weigering, of in geval van een definitieve uitsluiting van een leerling als vermeld in artikel 32, § 3, en artikel 33, alle relevante actoren samen voor een platformoverleg.

§ 2. Voor het platformoverleg worden uitgenodigd:
1° de schoolbesturen van alle scholen uit de regio met een aanbod voor het betreffende type;
2° afgevaardigden van het CLB dat de betreffende leerling tot op dat moment begeleid heeft, en van het CLB van de school voor buitengewoon onderwijs die het verzoek tot inschrijving weigerde;
3° de ouders of hun eventuele vertegenwoordiger, en waar mogelijk de leerling;
4° vertegenwoordigers van organisaties die schoolexterne begeleidingsmogelijkheden bieden voor jongeren met bijkomende zorgbehoeften, of verblijfmogelijkheden voorzien, wanneer het weigeringsdocument een vraag naar deze begeleiding of verblijfsmogelijkheid bevat.

Leden die uitgenodigd worden voor het platformoverleg kunnen zich laten bijstaan door externe deskundigen die de leerling, waarvoor het platform een passend alternatief zoekt, begeleiden.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten inzake de werking van het platform.

Artikel 37/43/3. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.55.

Inhoud

§ 1. Het platformoverleg formuleert, binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de weigering of definitieve uitsluiting van de leerling, een passend alternatief voor de leerling die geweigerd of definitief uitgesloten werd, aan de ouders.

Het passend alternatief bestaat uit een voorstel tot inschrijving in één of meerdere scholen. Het platformoverleg houdt daarbij rekening met de vrije schoolkeuze, het onderwijsaanbod, de afstand tussen de woon- of verblijfplaats van de leerling en de school, de vraag van de ouder naar leerlingenvervoer, in voorkomend geval het behoren tot de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/40, § 1, en desgevallend de nood aan schoolexterne begeleidingsmogelijkheden of verblijfmogelijkheden voor kinderen met bijkomende zorgbehoeften.

Het passend alternatief kan ook bestaan uit de beslissing om alsnog in te schrijven in de school waarin de inschrijving initieel niet gerealiseerd werd.

Indien de leerling geweigerd werd in een school, waarnaar de leerling recht op leerlingenvervoer genoot, en de ouders vragen om leerlingenvervoer, dient het platform de regels met betrekking tot het recht op leerlingenvervoer te respecteren bij het zoeken naar een passend alternatief. Het platform kan enkel een gemotiveerde afwijking toestaan op het recht op leerlingenvervoer naar de school of vestigingsplaats die voorgesteld wordt als passend alternatief, op voorwaarde dat het passend alternatief zich bevindt binnen redelijke afstand.

§ 2. Ouders beslissen binnen de zeven kalenderdagen of ze al dan niet ingaan op het passend alternatief dat wordt voorgesteld door het platformoverleg. Indien de ouders akkoord gaan met de voorgestelde school, schrijven ze hun kind er binnen die termijn van zeven kalenderdagen in.

Indien de ouders de inschrijving niet bevestigen binnen de zeven kalenderdagen, of indien de ouders een inschrijving realiseren in een andere school, vervalt de verplichting van het platformoverleg om een plaats te garanderen voor de betreffende leerling.

Artikel 37/43/4. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft II.56.

Inhoud

§ 1. Ouders en andere belanghebbenden kunnen naar aanleiding van een weigering, of wanneer ze niet akkoord gaan met het door het platform voorgesteld passend alternatief, een schriftelijke klacht indienen bij de CLR. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling, bevoegdheden en de werkingsprincipes van deze commissie voor deze klachten.

§ 2. Klachten die worden ingediend na de termijn van zeven kalenderdagen na het ontvangen van de weigering of nadat het passend alternatief aan de ouders werd gecommuniceerd, zijn onontvankelijk.

§ 3. Een klacht bij de CLR schort de termijn van zeven kalenderdagen, waarbinnen ouders de inschrijving in de school die door het platform wordt voorgesteld als passend alternatief, zoals bepaald in artikel 37/43/3, § 1, moeten bevestigen.

§ 4. De CLR oordeelt binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen, die ingaat de dag na die van betekening of van poststempel van de schriftelijke klacht, over de gegrondheid van de weigering.

Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen en de voorzitter van het LOP.
§ 5. Indien de CLR de klacht gegrond acht, wordt het platform opnieuw bevoegd voor het formuleren van een passend alternatief.

Indien de CLR de klacht ongegrond acht, schrijft de leerling zich alsnog in, in de door het platform voorgestelde school, binnen de termijn van zeven kalenderdagen.

[HOOFDSTUK IV/3 RECHT OP INSCHRIJVING IN HET GEWOON ONDERWIJS VOOR SCHOLEN GELEGEN IN HET TWEETALIGE GEBIED BRUSSEL-HOOFDSTAD (ing. decr. 17 mei 2019, art. V.1, I: 1 september 2022)] (... - ...)

[Afdeling 0. Toepassingsgebied (ing. decr. 18 februari 2022, art. 2, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/43/5. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 3.

Inhoud

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing voor de inschrijvingen als regelmatige leerling in het gewoon basisonderwijs in scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad voor lesbijwoning vanaf het schooljaar 2023-2024 of later.

[Afdeling 1 Recht op inschrijving (ing. decr. 17 mei 2019, art. V.2, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/44. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.3.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 4.

Inhoud

De gezamenlijke doelstellingen van het inschrijvingsrecht, als instrument van het beleid op gelijke onderwijskansen, zijn:
1° het waarborgen van de vrije schoolkeuze van alle ouders en leerlingen;
2° het realiseren van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor alle leerlingen en dit voor het basisonderwijs, voor zover mogelijk, in een school in hun buurt;
3° het bevorderen van sociale cohesie;
4° het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie;
5° de bescherming van de gelijke onderwijs- en inschrijvingskansen van Nederlandstaligen en het behoud van het Nederlandstalige karakter van het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

Artikel 37/45. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.4.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 5.
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, wat betreft het gebruik van persoonsgegevens in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs 4.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 24.

Inhoud

§ 1. Elke leerling heeft recht op inschrijving in de school of een vestigingsplaats, gekozen door zijn ouders. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de schoolkeuze in samenspraak met de leerling. Bij de keuze van een vestigingsplaats wordt rekening gehouden met het onderwijsaanbod in de betreffende vestigingsplaats.

§ 2. Voorafgaand aan een inschrijving biedt het schoolbestuur schriftelijk of via elektronische drager het pedagogisch project, vermeld in artikel 28, § 1, 2°, en 47, § 1, 1°, en het schoolreglement, vermeld in artikel 37, aan de ouders en de leerling aan en geeft hierbij, indien de ouders dit wensen, toelichting. Indien het schoolbestuur het pedagogisch project of het schoolreglement via elektronische drager ter beschikking stelt, vraagt het de ouders of ze een papieren versie wensen te ontvangen.

De inschrijving wordt genomen op het moment van ondertekening voor akkoord van de ouders van dit pedagogisch project en dit schoolreglement.

Bij elke wijziging van het pedagogisch project of het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en geeft hierbij, indien ouders dit wensen, toelichting. Ouders geven dan schriftelijk of digitaal akkoord. Ouders die erom verzoeken ontvangen steeds een papieren versie van het pedagogisch project of het schoolreglement. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar.

Een wijziging van het pedagogisch project of schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.

§ 3. De inschrijvingen voor de kleuters, die tijdens een bepaald schooljaar wel twee jaar en zes maanden worden maar op de laatste instapdatum van dat schooljaar niet meer kunnen instappen, starten op dezelfde dag als de inschrijvingen voor de andere kleuters van hetzelfde geboortejaar.

§ 4. Een school registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, en uiterlijk op de eerste dag van de effectieve lesbijwoning, in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, met vermelding van:
1° de datum en het tijdstip van de inschrijving;
2° de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.

Bij registratie van de inschrijving in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, registreert een school, om de leerlingen uniek te kunnen identificeren en als de volgende gegevens beschikbaar zijn, de volgende gegevens van de leerling:
1° de identificatiegegevens;
2° de nationaliteit;
3° het identificatienummer.

De registratie gebeurt conform artikel 21.

De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zijn de verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in het tweede lid. De gegevens, vermeld in het tweede lid, worden maximaal dertig jaar bewaard met het oog op het garanderen van een vlot schooltraject, zeker in geval van een verlengd verblijf van de leerling in het onderwijs.

Artikel 37/46. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.5.
Ingevoegd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 25.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 6.

Inhoud

§ 1. Behoudens de bij decreet bepaalde gevallen van uitschrijving, zoals bepaald in artikel 32, § 3, artikel 37/45, § 2, derde lid, artikel 37/47 en artikel 37/48, § 3, geldt een inschrijving van een leerling in een school voor de duur van de hele schoolloopbaan in die school.

Het behoud van de inschrijving geldt over de vestigingsplaatsen heen, tenzij de capaciteit van de vestigingsplaats is of wordt overschreden of de leerling er niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. De voortgang van het leerproces, waarbij een verandering van vestigingsplaats noodzakelijk is, kan niet worden gestuit.

Het behoud van inschrijving kan, als de vestigingsplaats of het niveau in de vestigingsplaats(en) van de leerling betrokken is bij een herstructurering en verdwijnt uit de school, ook gegarandeerd worden in een andere school betrokken bij de herstructurering of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur, gelegen op een billijke afstand. Het behoud van inschrijving wordt, als de school van de leerling betrokken is bij een fusie, gegarandeerd in de fusieschool of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur gelegen op een billijke afstand. In voorkomende situaties informeert het schoolbestuur de betrokken ouders.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen schoolbesturen van basisscholen waarvan de capaciteit van het kleuteronderwijs groter is dan die van het lager onderwijs, opteren voor een nieuwe inschrijving bij de overgang tussen beide onderwijsniveaus. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

§ 3. Indien zijn betrokken scholen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om bij de overgang van een leerling van een autonome kleuterschool naar een lagere of basisschool de inschrijvingen van de ene naar de andere school te laten doorlopen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

§ 4. Indien zijn betrokken scholen of vestigingsplaatsen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om de desbetreffende scholen of vestigingsplaatsen als één geheel te beschouwen of als één capaciteit te bepalen voor de verschillende scholen of vestigingsplaatsen, gelegen binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden door hetzij maximaal twee kadastrale percelen, hetzij door een weg, samen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheden gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

Artikel 37/47. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.6.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 7.

Inhoud

De vaststelling van een recentere inschrijving voor hetzelfde schooljaar en hetzelfde onderwijsniveau in een andere school voor gewoon onderwijs, via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, beëindigt een eerdere inschrijving van rechtswege.

Een leerling die reeds in de eigen school schoolloopt en van wie een recentere inschrijving voor het volgend schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs en hetzelfde onderwijsniveau wordt vastgesteld via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, wordt pas uitgeschreven in de school waar de leerling schoolloopt vanaf 1 juli van het lopende schooljaar.

Wanneer de voorziene startdatum van de meest recente inschrijving verschilt van de eerste schooldag van september of de voorziene instapdatum voor kleuters van het jongste geboortejaar, wordt de leerling pas uitgeschreven vanaf de datum van de effectieve start van de lesbijwoning.

Artikel 37/48. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.7.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 8.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 102.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 26.

Inhoud

§ 1. Het recht op inschrijving, vermeld in artikel 37/45, § 1, geldt onverkort voor leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen met toepassing van gepaste maatregelen, zoals remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, die proportioneel zijn. Leerlingen voor wie deze aanpassingen worden toegepast, blijven in aanmerking komen voor de gewone studiebekrachtiging toegekend door de klassenraad.

§ 2. Leerlingen die beschikken over een IAC-verslag worden door een school voor gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Dit IAC-verslag maakt deel uit van de informatie die ouders bij een vraag tot inschrijving aan de school overmaken. Het ter beschikking stellen van het IAC-verslag door de ouders gaat samen met de verbintenis van de school tot het organiseren van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, binnen een redelijke termijn na de inschrijving over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum. Ook indien de school pas nadat de inschrijving reeds gerealiseerd werd, kennisneemt van een IAC-verslag, ten laatste gedateerd op de dag waarop de leerling in de betreffende school instapt, wordt de inschrijving van de leerling omgezet in een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.

Op basis van het overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in het eerste lid, beslist de school binnen een redelijke termijn en uiterlijk zestig kalenderdagen na de effectieve start van de lesbijwoning of de aanpassingen die de leerling nodig heeft proportioneel dan wel disproportioneel zijn. Als de voormelde termijn van zestig kalenderdagen is verstreken zonder dat de school een beslissing heeft genomen, is de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas kennisneemt van een IAC-verslag, vermeld in het eerste lid, nadat de leerling is ingeschreven, start die termijn van zestig kalenderdagen op de dag van die kennisneming.

Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum, proportioneel acht, heft het CLB het IAC-verslag op of maakt het een GC-verslag op. Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum of studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum, disproportioneel acht, wordt de inschrijving ontbonden op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de kennisgeving van de bevestiging van de disproportionaliteit.

In afwijking van het derde lid kan een school kiezen om te ontbinden op een van de onderstaande momenten:
1°    op het einde van het huidige schooljaar;
2°    op het einde van het daaropvolgende schooljaar.

§ 3. Wanneer tijdens de schoolloopbaan de nood aan aanpassingen voor een leerling wijzigt en de vastgestelde onderwijsbehoeften van die aard zijn dat voor de leerling een IAC-verslag dan wel een wijziging van een IAC-verslag nodig is, organiseert de school een overleg met de klassenraad, de ouders en het CLB en beslist op basis daarvan en nadat het IAC-verslag of het gewijzigd IAC-verslag werd afgeleverd, om de leerling op vraag van de ouders studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum of om de inschrijving van de leerling op het einde van het huidige schooljaar of op het einde van het daaropvolgende schooljaar te ontbinden.

§ 4. Elk schoolbestuur communiceert actief over het inschrijvingsrecht van leerlingen met een IAC-verslag in het gewoon onderwijs.

[Afdeling 2 Organisatie van de inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. V.8, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/49. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.9.
Vervangen bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 9.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 26.

Inhoud

 Alle schoolbesturen die een school of vestigingsplaats hebben binnen het werkingsgebied van het LOP Brussel-Hoofdstad, zijn voor hun scholen of vestigingsplaatsen voor gewoon onderwijs binnen dat respectievelijke werkingsgebied verplicht tot een gezamenlijke aanmeldingsprocedure.

Artikel 37/50. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.10.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 10.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 27.

Inhoud

Aanmelden is het digitaal kenbaar maken door ouders van een intentie tot inschrijven voor een bepaald schooljaar in één of meerdere scholen of vestigingsplaatsen voor de daartoe door het schoolbestuur beschikbaar gestelde plaatsen. Als de betrokken leerling voor meerdere scholen of vestigingsplaatsen wordt aangemeld, wordt een volgorde van keuze aangegeven.

Nadat de aanmeldingsperiode is afgesloten, worden de aangemelde leerlingen geordend, conform artikel 37/58, 37/59 en 37/61, en in voorkomend geval conform artikel 37/57 en 37/60. De leerlingen die gunstig geordend worden, zijnde binnen de door het schoolbestuur bepaalde capaciteit, verwerven een recht op inschrijving voor een beschikbaar gestelde plaats. Binnen gezamenlijke aanmeldingsprocedures wordt slechts één gunstige ordening weerhouden, zijnde de gunstige ordening in de school van hoogste keuze van de betreffende leerling. Leerlingen die niet gunstig geordend worden, worden in de volgorde zoals in het aanmeldingsregister, opgenomen als geweigerde leerlingen in het inschrijvingsregister.

Artikel 37/51. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.11.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 11.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 27.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 28.

Commentaar

Bij artikel V.33 van het decreet van 17 mei 2019 wordt §1, tweede lid opgeheven met ingang van 1 september 2019. Dat lid luidde als volgt: "  De Vlaamse Regering bepaalt het model van ieder standaarddossier en het formulier voor de meldingen, vermeld in het eerste lid" .

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur meldt uiterlijk op 15 november van het voorafgaande schooljaar, via het daartoe ontwikkelde formulier, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap:
1° voor welke scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, het leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, wil kunnen weigeren;
2° welk standaarddossier het zal hanteren bij de organisatie van de aanmeldingsprocedure, of van welk standaarddossier het schoolbestuur of het LOP wil afwijken conform artikel 37/53. Een standaarddossier is een dossier waarin de verschillende stappen van een aanmeldingsprocedure concreet worden uitgewerkt.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model van ieder standaarddossier en het formulier voor de meldingen, vermeld in paragraaf 1.

§ 3. Als een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen, of het LOP de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, richten ze een ombudsdienst inschrijvingen op die instaat voor de eerstelijnsbehandeling van:
1° klachten en vaststellingen over technische fouten of zuiver materiële vergissingen voor of na de definitieve toewijzingen;
2° vragen over een erkenning van de uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling.

De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen en regelt de werking ervan. De samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen bestaat minstens uit een vertegenwoordiger van een erkende oudervereniging en een vertegenwoordiging van alle schoolbesturen die de aanmeldingsprocedure organiseren waarvoor de ombudsdienst inschrijvingen instaat voor de eerstelijnsbehandeling, vermeld in het eerste lid.

§ 4. In paragraaf 3, eerste lid, 1°, wordt verstaan onder technische fout of zuiver materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen: een geval waarbij een technische fout of een zuivere materiële vergissing tijdens het verloop van de aanmeldingsprocedure afbreuk doet aan de ordening of toewijzing van de leerling in kwestie. De aanmeldingsprocedure loopt af bij de start van de vrije inschrijvingen. Klachten en vaststellingen die na de termijn van vijftien kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.

Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over of een vaststelling van een technische fout of zuiver materiële vergissing voor de definitieve toewijzingen een gunstig advies geeft over de correctie van de technische fout of de zuiver materiële vergissing, kan de leerling door het LOP, het schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen met de correctie van de technische fout of de zuiver materiële vergissing worden opgenomen in het aanmeldingsregister voor de definitieve toewijzing gebeurt.

Als de ombudsdienst inschrijvingen na een klacht over een technische fout of zuiver materiële vergissing na een definitieve toewijzing een gunstig advies geeft over de correctie van de technische fout of de zuiver materiële vergissing, kan de leerling door het betrokken schoolbestuur in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 37/64.

Als de ombudsdienst inschrijvingen een negatief advies geeft over een klacht over een technische fout of materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen, hoeft de school niets te wijzigen aan de aanmelding of toewijzing van de leerling in kwestie.

§ 5. In paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt verstaan onder een uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling: een geval waarbij de betrokkene die zich aanmeldt voor een specifieke school, een uitzonderlijke situatie inroept die alleen van toepassing is op de leerling in kwestie in die school en waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.

Als een ouder een vraag voor de erkenning van een uitzonderlijke situatie stelt aan de ombudsdienst inschrijvingen, legt de ombudsdienst de vraag voor aan het schoolbestuur in kwestie. Indien het schoolbestuur in kwestie een eventuele inschrijving in overcapaciteit haalbaar acht, legt ze die vraag voor aan de CLR. De CLR beslist binnen dertig kalenderdagen over de uitzonderlijke situatie waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.

Alleen als de CLR de uitzonderlijke situatie bevestigt waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling, kan de leerling in overcapaciteit worden ingeschreven conform artikel 37/64.

§ 6. Nadat de klacht over een technische fout of materiële vergissing is behandeld, kan een klacht ingediend worden bij de CLR, conform artikel 37/69. De behandeling van de uitzonderlijke situatie zoals bepaald in paragraaf 5 kan geen voorwerp uitmaken van een klacht bij de CLR.

De behandeling van een klacht of vraag bij de ombudsdienst inschrijvingen schort de termijn op voor de indiening van een klacht bij de CLR, vermeld in artikel 37/69, en de termijn van tien kalenderdagen voor de bemiddeling in het LOP, vermeld in 37/68, § 2, eerste lid.

Artikel 37/52. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.12.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 12.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 29.

Inhoud

§ 1. Aanmeldende scholen die in het werkingsgebied van een LOP liggen, organiseren de aanmeldingsprocedure gezamenlijk. In gemeenten waar een LOP aanwezig is, wordt de aanmeldingsprocedure goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016.

Voor scholen die, conform artikel 37/17, § 3, en na goedkeuring van het LOP Brussel-Hoofdstad, aansluiten bij de aanmeldingsprocedure van het LOP Brussel-Hoofdstad, blijven de respectievelijke ordeningscriteria en voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, artikel 37/23 en, in voorkomend geval, artikel 37/24, onverminderd gelden.

§ 2. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen voorzien ter ondersteuning van het instellen van een aanmeldingsprocedure en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.

Artikel 37/53. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.13.

Inhoud

Uiterlijk op 15 november van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, legt een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP, wanneer ze wensen af te wijken van een standaarddossier, de betreffende afwijkingen voor aan de CLR.

De CLR toetst de afwijkingen van een standaarddossier aan de bepalingen, vermeld in afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/44, en neemt hierover een besluit, uiterlijk twee maanden na de indiening, en in ieder geval voor 24 december.

Artikel 37/54. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.14.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 13.

Inhoud

§ 1. Bij een negatief besluit van de CLR over de afwijkingen van een standaarddossier kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, een van volgende initiatieven nemen:
1° melden aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de CLR dat ze de aanmeldingen zal organiseren conform een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, § 1. Voor die melding wordt het formulier, vermeld in artikel 37/51, § 2, gebruikt;
2° aangepaste afwijkingen indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR de aangepaste afwijkingen aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/44, en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk en neemt het een besluit, uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;
3° het voorstel van afwijkingen van het standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/44, en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. 

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure, vermeld in het eerste lid.

§ 2. Bij een negatief besluit van de CLR over de aangepaste afwijkingen van een standaarddossier die conform paragraaf 1, eerste lid, 2°, zijn voorgelegd, kunnen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, een van de volgende beslissingen nemen:
1° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit beslissen om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier;
2° uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, en eenmalig, het aangepaste voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, § 1, voorleggen aan de Vlaamse Regering.

De Vlaamse Regering toetst de voorgestelde afwijkingen van het standaarddossier aan de doelstellingen uit artikel 37/44 en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en neemt een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelingen inzake het verloop van de procedure.

Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, § 1, eerste lid, 2°. 

§ 3. Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering over het overeenkomstig paragraaf 1, 3°, voorgelegde voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, beslissen de aanmeldingsprocedure organiseren volgens een standaarddossier, of uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, en eenmalig, een aangepast voorstel van afwijkingen van een standaarddossier voorleggen aan de CLR. In dat geval toetst de CLR het aangepast voorstel aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/44, en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk.

De CLR neemt over het voorstel van afwijkingen van een standaarddossier een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.

Bij een negatief besluit van de CLR beslissen het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, om de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, § 1, eerste lid, 2°. 

Artikel 37/55. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.15.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 14.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 28.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 30.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur bepaalt uiterlijk op 15 februari van het voorafgaande schooljaar voor elke school en vestigingsplaats, en eventueel geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, waarvoor het de inschrijvingen organiseert via een aanmeldingsprocedure, een capaciteit. Dit is het totaal aantal leerlingen dat het schoolbestuur voor de betreffende scholen, vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, als het maximaal aantal leerlingen ziet.

Bij het bepalen van zijn capaciteit kan een schoolbestuur ervoor kiezen om de capaciteit van kleuters die conform artikel 12/1 nog een schooljaar tot het kleuteronderwijs toegelaten worden, samen te voegen met de capaciteit van het laatste geboortejaar van het kleuteronderwijs waarvoor een kind kan toegelaten worden tot het kleuteronderwijs, zonder een beroep te doen op artikel 12/1.

§ 2. Daarnaast maakt het schoolbestuur de resterende vrije plaatsen, zijnde het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, minstens bekend op volgende momenten:
1° in voorkomend geval, voor de start van de inschrijvingen of de aanmeldingen van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, § 2 en § 3;
2° voor de start van de aanmeldingsperiode, zoals bepaald in artikel 37/56;
3° voor de start van de vrije inschrijvingsperiode, vermeld in artikel 37/63.

Het schoolbestuur bepaalt en communiceert de resterende vrije plaatsen minstens aan het LOP.

§ 3. Een schoolbestuur kan de capaciteit verhogen na de start van de inschrijvingen.

De capaciteitsverhoging moet door het LOP zijn goedgekeurd.

§ 4. Een schoolbestuur weigert elke bijkomende inschrijving wanneer de capaciteit, vermeld in paragraaf 1, overschreden wordt en als een bijkomende inschrijving na de start van de inschrijvingen voor volgend schooljaar er toe zou leiden dat de capaciteit voor dat volgende schooljaar overschreden zou worden.

§ 5. Een schoolbestuur kan anderstalige nieuwkomers, als bedoeld in artikel 3, 4° quater, weigeren, wanneer het aantal anderstalige nieuwkomers in de betreffende vestigingsplaats minstens vier bedraagt in vestigingsplaatsen tot en met een capaciteit van 100, en minstens acht bedraagt in vestigingsplaatsen met een capaciteit hoger dan 100, op voorwaarde dat de geweigerde anderstalige nieuwkomers een plaats gegarandeerd wordt binnen een school, gelegen op een redelijke afstand en rekening houdend met de vrije keuze van de ouders.

Schoolbesturen maken hierover afspraken binnen het LOP.

Artikel 37/56. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.16.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 15.

Inhoud

§ 1. Elk schoolbestuur respecteert de volgende door de Vlaamse Regering bepaalde periodes en data:
1° de start- en de einddatum van de aanmeldingsperiode voor een bepaald schooljaar;
2° de datum waarop de resultaten van de aanmeldingsprocedure uiterlijk worden bekendgemaakt aan ouders;
3° de inschrijvingsperiode voor de gunstig gerangschikte leerlingen;
4° de startdatum van de vrije inschrijvingsperiode, zijnde de periode voor de inschrijvingen voor de eventuele resterende vrije plaatsen.

In afwijking van het eerste lid gelden de volgende periodes en data voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2023-2024:
1° de aanmeldingsperiode voor de inschrijvingen loopt van 28 februari 2023 tot en met 21 maart 2023;
2° de uiterste datum waarop de resultaten van de aanmeldingen van de leerlingen bekend worden gemaakt, is 21 april 2023;
3° de gunstig gerangschikte leerlingen kunnen zich inschrijven van 24 april 2023 tot en met 15 mei 2023;
4° de vrije inschrijvingsperiode voor de eventueel resterende vrije plaatsen start op 23 mei 2023.

§ 2. Voorafgaand aan en tijdens de aanmeldingsperiode voor het volgende schooljaar kunnen geen inschrijvingen voor het volgende schooljaar gebeuren.

Voorafgaand aan de aanmeldingsperiode kunnen er inschrijvingen gebeuren voor het huidige schooljaar. Tijdens de aanmeldingsperiode kan een inschrijving voor het huidige schooljaar gebeuren, op voorwaarde dat:
1° op het moment van de vraag tot inschrijving er nog een vrije plaats is;
2° de inschrijving gemeld wordt aan het LOP;
3° alle leerlingen die gunstig gerangschikt werden tijdens de aanmeldingsperiode ook effectief worden ingeschreven.

Artikel 37/57. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.17.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 16.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 29.

Inhoud

§ 1. Leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, krijgen voorrang bij inschrijvingen. Een schoolbestuur bepaalt en communiceert aan alle belanghebbenden de periode of desgewenst periodes waarbinnen en de wijze waarop de leerlingen, behorend tot deze voorrangsgroepen, hun vraag tot inschrijving dienen bekend te maken. Deze periode start ten vroegste vanaf de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar.

Een schoolbestuur dat besliste geen leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, te weigeren, schrijft de leerlingen uit beide voorrangsgroepen in chronologische volgorde in en kan deze leerlingen tijdens de voorrangsperiode, vermeld in het eerste lid, niet weigeren op basis van bereikte capaciteit.

Een schoolbestuur dat besliste leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, te willen kunnen weigeren, respecteert bij de inschrijving van deze voorrangsgroepen volgende regels:
1° het communiceert aan alle belanghebbenden de periode waarbinnen en de wijze waarop de leerlingen, behorend tot deze voorrangsgroepen, hun vraag tot inschrijving dienen bekend te maken;
2° ordent deze leerlingen, zoals bepaald in paragraaf 4;
3° wijst de leerlingen die gunstig geordend zijn, zijnde binnen de door het schoolbestuur bepaalde capaciteit, toe, en noteert de niet-gunstig geordende leerlingen, in de volgorde zoals bepaald in paragraaf 4 op de weigeringslijst.

Scholen respecteren de afspraken binnen het LOP over de organisatie van de inschrijvingen van de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3.

§ 2. Elke leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling, heeft bij voorrang op alle andere leerlingen, recht op inschrijving in de betrokken school of de betrokken scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen, op basis van artikel 37/46.

§ 3. Na de leerlingen, vermeld in paragraaf 2, geeft een schoolbestuur voor zijn scholen voorrang aan kinderen met een ouder die personeelslid is van de school of van de scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen op basis van artikel 37/46, op voorwaarde dat er op het ogenblik van de inschrijving sprake is van een lopende tewerkstelling voor meer dan 104 dagen.

Met personeelslid wordt bedoeld:
1° een personeelslid als vermeld in artikel 2 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, voor zover ze geaffecteerd zijn aan of aangesteld zijn in de school;
2° een personeelslid dat via een arbeidsovereenkomst werd aangeworven door een schoolbestuur en tewerkgesteld wordt in de school.

§ 4. Een schoolbestuur dat beslist leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragrafen 2 en 3, te willen kunnen weigeren op basis van capaciteit, ordent de leerlingen uit de voorrangsgroepen in deze volgorde:
1° leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen;
2° leerlingen die behoren tot de voorrangsgroep, vermeld in paragraaf 2;
3° leerlingen die behoren tot de voorrangsgroep, vermeld in paragraaf 3.

Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° of 3°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in artikel 37/59 en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/53.

Artikel 37/58. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.18.
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 24.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 32.

Inhoud

§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 37/59, geven schoolbesturen voor hun scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voorrang aan leerlingen met minstens één ouder als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

§ 2. Om van de voorrangsregeling, vermeld in paragraaf 1, gebruik te kunnen maken, toont de ouder op één van volgende wijzen aan dat hij het Nederlands in voldoende mate machtig is:
1° door het voorleggen van minstens het Nederlandstalig diploma van secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;
2° door het voorleggen van het Nederlandstalig studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;
3° door het voorleggen van het bewijs dat hij het Nederlands beheerst minstens op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. Dit gebeurt op basis van één van volgende stukken:
a) een studiebewijs van door de Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs of een daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs, dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;
b) een attest van niveaubepaling uitgevoerd door een Huis van het Nederlands dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;
c) door het voorleggen van het bewijs van minstens voldoende kennis van het Nederlands na het afleggen van een taalexamen bij het selectiebureau van de federale overheid;
4° door het voorleggen van het bewijs dat hij 9 jaar als regelmatige leerling onderwijs heeft gevolgd in het Nederlandstalige lager én secundair onderwijs. Dit gebeurt op basis van attesten daartoe uitgereikt door de betrokken schoolbesturen.

§ 3. Schoolbesturen bepalen voor hun scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, het aantal leerlingen dat wordt vooropgesteld voor de inschrijving bij voorrang van leerlingen met minstens één ouder als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

Dit aantal moet gericht zijn op het verwerven of het behoud van 65% leerlingen in de school met minstens één ouder als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

Het aantal leerlingen, vermeld in het eerste lid, zal door een schoolbestuur bepaald worden voor elke overeenkomstig artikel 37/55, § 1, door het schoolbestuur bepaalde capaciteit.

Het LOP maakt de bepaalde aantallen bekend aan alle belanghebbenden.

Een reeds ingeschreven leerling of een leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling die op basis van de op het moment van zijn inschrijving geldende regelgeving werd beschouwd als een leerling met de thuistaal Nederlands, mag beschouwd worden als een leerling met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is als vermeld in paragraaf 1. Een reeds ingeschreven leerling of een leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling die op basis van de op het moment van zijn inschrijving geldende regelgeving werd beschouwd als een leerling met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is, wordt beschouwd als een leerling met minstens één ouder als vermeld in paragraaf 1.

§ 4. ...

Artikel 37/59. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.19.
Vervangen bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 17.

Commentaar

Bij artikel V.33 van het decreet van 17 mei 2019 wordt §2 opgeheven met ingang van 1 september 2019. Die paragraaf luidde als volgt:

" § 2. Indien het schoolbestuur besliste de voorrang voor de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57 uitsluitend of na een voorafgaande voorrangsperiode, te organiseren via de aanmeldingsprocedure voor alle leerlingen, worden alle aangemelde leerlingen geordend als volgt:
1° eerst de leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57;
2° dan de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, vermeld in artikel 37/57, § 2;
3° dan de kinderen met een ouder die personeelslid is, zoals bepaald in artikel 37/57, § 3;
4° dan de kinderen van ouders die in overeenstemming met artikel 37/58 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
5° dan de overige kinderen aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria:
a) afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) afstand van het werkadres van één van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of c)".

Inhoud

§ 1. Op het einde van de aanmeldingsperiode die de Vlaamse Regering vastlegt, ordent het schoolbestuur of, na akkoord van de schoolbesturen in kwestie, het LOP voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen op de volgende wijze:
1° eerst de kinderen van de ouders die conform artikel 37/58 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
2° in voorkomend geval de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 37/60;
3° na de ordening op basis van het criterium, vermeld in punt 1°, en in voorkomend geval punt 2°, tot slot de overige kinderen aan de hand van een of een combinatie van de volgende ordeningscriteria, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen die overblijven na de toepassing van de criteria, vermeld in punt 1° en 2° :
a) de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) de afstand van het werkadres van een van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de ouders hebben gemaakt. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of c).

Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier dat ze onderschreven hebben of de eventuele afwijkingen daarop zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.

Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie, geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in het eerste lid, 3°, en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/53.

§ 2. Als het schoolbestuur beslist om de voorrang voor de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, uitsluitend of na een voorafgaande voorrangsperiode, te organiseren via de aanmeldingsprocedure voor alle leerlingen, worden alle aangemelde leerlingen geordend op de volgende wijze:
1° eerst de leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, § 2 en § 3;
2° dan de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, vermeld in artikel 37/57, § 2;
3° dan de kinderen met een ouder die personeelslid is, vermeld in artikel 37/57, § 3;
4° dan de kinderen van ouders die conform artikel 37/58 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
5° in voorkomend geval, dan de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 37/60;
6° tot slot de overige kinderen aan de hand van een of een combinatie van de volgende ordeningscriteria, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen, vermeld in punt 4° en 5°, die overblijven na de toepassing van de criteria, vermeld in punt 1° tot en met 5° :
a) de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;
b) de afstand van het werkadres van een van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;
c) toeval. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of d);
d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de ouders hebben gemaakt. Dit ordeningscriterium kan alleen gekozen worden in combinatie met minstens een van de ordeningscriteria, vermeld in punt a), b) of c).

Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier die ze hebben onderschreven of de eventuele afwijkingen daarop, zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.

Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° of 5°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie, geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, zoals de overige kinderen, vermeld in het eerste lid, 6°, en vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier dat door het schoolbestuur is onderschreven of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/53.

Artikel 37/60. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.20.
Vervangen bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 18.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 103.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 34.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur kan ervoor kiezen om voor een of meer van zijn scholen per bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, voorrang te verlenen aan een of meer ondervertegenwoordigde groepen, namelijk een of meer groepen van leerlingen die, op basis van een of meer objectieve kenmerken, in de school relatief ondervertegenwoordigd zijn ten aanzien van een referentiepopulatie, waarbij in afwijking van dit principe leerlingen met een IAC-verslag in een school van het gewoon onderwijs altijd beschouwd mogen worden als een ondervertegenwoordigde groep, ongeacht de referentiepopulatie. De voorrang wordt toegepast tot maximaal 20 procent van de bepaalde capaciteit bezet wordt door de leerlingen behorende tot een of meerdere ondervertegenwoordigde groepen. Ook in geval van meerdere ondervertegenwoordigde groepen bedraagt de voorrang maximaal 20 procent van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55.

Als het LOP of een schoolbestuur opteert voor meer ondervertegenwoordigde groepen met hetzelfde of verschillend percentage, bepaalt het LOP of een schoolbestuur ook telkens welke groep in de ordening voorrang heeft op welke andere groep.

Het LOP kan een voorstel uitwerken over de voorrang van ondervertegenwoordigde groepen in de scholen die in zijn werkingsgebied liggen, wat betreft zowel het aandeel van de capaciteit die scholen voorbehouden als het bepalen van de inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groep. Dat voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. De scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP respecteren hierover de gemaakte afspraken in het LOP. Het LOP legt het voorstel ter bekrachtiging voor aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een voorstel van het LOP een eerste keer niet bekrachtigt, werkt het LOP een nieuw voorstel uit. Het nieuwe voorstel wordt goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016. Het LOP legt dat nieuwe voorstel ter bekrachtiging voor aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

Als een eerste voorstel reeds bekrachtigd werd door de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, dan kan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, wanneer een nieuw voorstel wordt voorgelegd ter bekrachtiging aan de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, ervoor kiezen om dat eerste voorstel te vervangen door het nieuwe voorstel. Als het nieuwe voorstel, vermeld in het vierde lid, bekrachtigd wordt, vervangt het nieuwe voorstel het eerste voorstel.

Als het nieuwe voorstel niet bekrachtigd wordt, wordt het eerste voorstel, vermeld in het derde lid, behouden, als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie het eerste voorstel bekrachtigd had.

Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een voorstel bekrachtigt, passen de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, het voorstel toe.

Als de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie geen voorstel bekrachtigt, kunnen de schoolbesturen zelf beslissen voor de vestigingsplaatsen die in het werkingsgebied van het LOP liggen, welke ondervertegenwoordigde groepen ze toepassen.

§ 2. Het LOP meldt de toepassing van deze voorrang altijd, en uiterlijk op 31 januari, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

Scholen en het LOP kunnen hun voorstel van inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen ook voor advies voorleggen aan de CLR. Ze doen dat uiterlijk op 15 september voorafgaand aan de aanmeldingen. De inhoudelijke afbakening van de lokaal gekozen ondervertegenwoordigde groepen maken geen deel uit van het standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, of afwijking op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/51.

Artikel 37/61. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.21.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 19.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 30.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 22.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke, overeenkomstig artikel 37/55 bepaalde capaciteit betrokken bij de aanmeldingsprocedure, een aanmeldingsregister.

Een schoolbestuur komt, per aanmeldingsregister, met toepassing van artikel 37/57 tot en met artikel 37/60, tot een gunstige of niet-gunstige rangschikking van alle aangemelde leerlingen en neemt die rangschikking op in het aanmeldingsregister. Mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, kan het LOP de rangschikking van de aangemelde leerlingen in het aanmeldingsregister uitvoeren.

§ 2. Voor aanmeldingsprocedures voor meerdere scholen en vestigingsplaatsen geldt dat het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen het LOP, de aangemelde leerling toewijst aan de school of vestigingsplaats van de hoogste keuze die de ouders bij de aanmelding opgaven en waarvoor de leerling gunstig geordend is.

Deze leerling wordt vervolgens verwijderd uit het aanmeldingsregister van de verschillende scholen en vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een lagere keuze gemaakt hebben. De daardoor vrijgekomen plaatsen in de aanmeldingsregisters worden, voor zover mogelijk, ingenomen door de op basis van de volgorde van de voorrangsgroepen en dezelfde combinatie van ordeningscriteria als vermeld in artikel 37/57 tot en met 37/60, eerstvolgend gerangschikte leerling.

Het innemen van vrijgekomen plaatsen in het aanmeldingsregister wordt herhaald totdat geen toewijzingen als vermeld in het eerste lid meer mogelijk zijn. Daarna worden de niet-toegewezen leerlingen geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en de ordeningscriteria, zoals opgenomen in het onderschreven standaarddossier, of in de door de CLR goedgekeurde afwijkingen daarop.

§ 3. De ouders krijgen uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum schriftelijk of via elektronische drager melding over de school of vestigingsplaats waaraan de aangemelde leerling is toegewezen, met vermelding van de door de Vlaamse Regering bepaalde periode waarbinnen de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven. Indien de ouders geen gebruikmaken van de mogelijkheid tot inschrijving binnen de daartoe door de Vlaamse Regering bepaalde periode, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven.

Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een hogere keuze gemaakt hadden dan de toegewezen school of vestigingsplaats, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

Indien bij de inschrijving blijkt dat de leerling niet voldoet aan de door de ouders opgegeven ordeningscriteria of de opgegeven voorrangsgroep die aanleiding gaven tot de gunstige rangschikking en toewijzing, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven, tenzij de behandeling van klachten, vaststellingen en vragen, vermeld in artikel 37/51, § 3, leidt tot een andere beslissing.

In afwijking van het derde lid, kunnen een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP beslissen om uiterlijk na de einddatum van de aanmeldingsperiode en voordat de resultaten van de aanmelding worden bekendgemaakt deze controle te doen.

Wanneer een via de aanmeldingsprocedure ingeschreven leerling alsnog wordt ingeschreven in een school van hogere keuze, mag de school van lagere keuze de eerdere inschrijving beëindigen.

§ 4. Indien de leerling in geen enkele school of vestigingsplaats gunstig gerangschikt kan worden, krijgen de ouders uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum, schriftelijk of via elektronische drager melding over het niet kunnen toewijzen van de aangemelde leerling aan een door de ouders gekozen school of vestigingsplaats.

Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders hadden gekozen, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

§ 5. Een niet-gunstige rangschikking wordt gelijkgesteld met een weigering op basis van bereikte capaciteit, overeenkomstig artikel 37/55. Binnen het werkingsgebied van het LOP kan het uitreiken van de weigeringsdocumenten gemandateerd worden aan het LOP.

Artikel 37/62. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.22.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 20.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 35.

Commentaar

Bij artikel V.33 van het decreet van 17 mei 2019 wordt § 1, tweede lid opgeheven met ingang van 1 september 2019. Dit lid luidde als volgt: "Overeenkomstig artikel 37/61, §§ 4 en 5, wordt de volgorde van de toegewezen leerlingen en de volgorde van de niet-toegewezen leerlingen overgenomen in het inschrijvingsregister".

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke door het schoolbestuur bepaalde capaciteit een inschrijvingsregister waarin het alle inschrijvingen en weigeringen chronologisch noteert.

Overeenkomstig artikel 37/61, §§ 4 en 5, wordt de volgorde van de toegewezen leerlingen en de volgorde van de niet-toegewezen leerlingen overgenomen in het inschrijvingsregister.

§ 2. Met uitzondering van leerlingen die zijn ingeschreven in overcapaciteit conform artikel 37/64, wordt bij het invullen van vrijgekomen plaatsen of bijkomende plaatsen door een verhoogde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, § 3, de volgorde van de weigeringen gerespecteerd met inbegrip van de volgorde van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, 37/58 en 37/60, en, wat de leerlingen, vermeld in artikel 37/58 en artikel 37/60, betreft, met het oog op het bereiken van hun respectievelijke aandeel, vermeld in artikel 37/58, § 3, en artikel 37/60, § 1, en dat tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. Voor kleuters geboren in het meest recente kalenderjaar dat mogelijk is voor de inschrijvingen van het betrokken schooljaar, wordt deze volgorde gerespecteerd tot en met 30 juni van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. Uiterlijk vanaf 1 juli geldt de volgorde van de weigeringen van kleuters van hetzelfde geboortejaar voor het volgende schooljaar.

Ouders van leerlingen die alsnog een plaats wordt toegewezen krijgen daar binnen de zeven kalenderdagen schriftelijk of via elektronische drager melding van. Deze melding bevat informatie over de periode waarbinnen de ouders de betrokken leerling kunnen inschrijven. Die periode duurt minimaal zeven kalenderdagen.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister.

§ 4. Het verloop van de inschrijvingen en weigeringen kan onderworpen worden aan een controle door de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

Artikel 37/63. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.23.

Inhoud

Het schoolbestuur noteert eventuele bijkomende inschrijvingen na de start van de door de Vlaamse Regering bepaalde vrije inschrijvingsperiode voor de resterende vrije plaatsen in chronologische volgorde in het inschrijvingsregister.

Artikel 37/64. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.24.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 21.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 104.
Gewijzigd bij 16/06/2023 Decreet over de onderwijsinternaten 101.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 31.

Inhoud

§1. In afwijking van artikel 37/55, § 4, kan een schoolbestuur volgende leerlingen toch inschrijven:
1° leerlingen die voldoen aan de definitie van een anderstalige nieuwkomer in het gewoon onderwijs, vermeld in artikel 3, 4° quater, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie;
2° leerlingen die:
a) hetzij beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf, namelijk aangepaste woon- en leefomgeving onder toezicht en begeleiding, bij een jeugdhulpaanbieder op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank;
b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;
c) hetzij opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang;
d) hetzij geadopteerd zijn in een gezin dat beschikt over een verzoekschrift tot binnen- of buitenlandse adoptie dat ingediend is bij de bevoegde rechtbank, of, bij gebrek daaraan, een buitenlandse adoptiebeslissing of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie;
e) hetzij beschikken over een IAC-verslag;
3° leerlingen die verblijven in een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning;
4° leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, indien de ouders deze leerlingen wensen in te schrijven in hetzelfde geboortejaar of leerjaar, vermeld in artikel 37/55, § 1, en slechts één van de leerlingen ingeschreven kan worden omwille van de capaciteit;
5° leerlingen van scholen, gelegen in een gemeente waar alle scholen de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, wiens continuïteit van de schoolloopbaan niet gegarandeerd kan worden omwille van het feit dat de enige school van een schoolbestuur ophoudt te bestaan, waarbij dit niet kadert in een herstructurering, op voorwaarde dat alle leerlingen van de betrokken school een plaats in andere scholen aangeboden wordt;
6° leerlingen waarvoor de ombudsdienst inschrijvingen of de CLR, vermeld in artikel 37/51, § 3 tot en met § 5, gunstig advies heeft verleend of de uitzonderlijke situatie heeft bevestigd voor een inschrijving in overcapaciteit;
7° leerlingen die in het lopende schooljaar of na de eerste schooldag van maart van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, verhuisd zijn vanuit een andere gemeente en nu gedomicilieerd zijn in de gemeente van de vestigingsplaats.

§2. In afwijking van artikel 37/55, § 4, moet een schoolbestuur, ook wanneer de capaciteit overschreden werd of wordt, een leerling die in het lopende, het voorafgaande of het daaraan voorafgaande schooljaar in de school ingeschreven was, en die met toepassing van artikel 15 of 16 terugkeert uit het buitengewoon onderwijs, inschrijven. Hetzelfde geldt voor leerlingen van het buitengewoon onderwijs die, met toepassing van artikel 20, §4, gedurende twee schooljaren voltijds les hebben gevolgd in de school voor gewoon onderwijs en zich na twee schooljaren willen inschrijven in die school.

§3. In afwijking van artikel 37/55, §4, schrijft een schoolbestuur, ook wanneer de capaciteit overschreden werd of wordt, een leerling in die in het voorafgaande schooljaar ingeschreven was in de school voor het kleuteronderwijs en die terugkeert uit een school voor het lager onderwijs omdat de leerling niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor het lager onderwijs met toepassing van artikel 13/1.

[Afdeling 3 Weigeren van inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. V.25, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/65. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.26.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 32.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een onderwijszoekende die niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1.

Een inschrijving in de loop van het voorafgaande schooljaar is mogelijk onder de opschortende voorwaarde dat de onderwijszoekende op de dag van de effectieve instap aan de toelatingsvoorwaarden voldoet.

Als de klassenraad lager onderwijs over de toelating tot het lager onderwijs van de leerling moet beslissen, wordt de leerling ingeschreven onder ontbindende voorwaarde. De inschrijving wordt ontbonden als de leerling niet aan de toelatingsvoorwaarde voldoet.

§ 2. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een leerling die in de loop van hetzelfde schooljaar van school verandert, als deze inschrijving tot doel heeft of er in de feiten toe leidt dat de betrokken leerling in dat schooljaar afwisselend naar verschillende scholen zal gaan.

§ 3. Een schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd verwijderd, overeenkomstig artikel 32 en 33.

Artikel 37/66. (01/09/2022- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.27.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 22.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 23.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur, of het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model van weigeringsdocument waarmee het schoolbestuur de weigering meedeelt aan de ouders en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

Het model, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° de feitelijke en de juridische grond van de beslissing tot weigering;
2° de informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling, eerstelijnsklachten en de indiening van een klacht bij de CLR..

Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit, vermeld in artikel 37/55, deelt het schoolbestuur mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen de betrokken leerling staat in het inschrijvingsregister.

§ 3. De ouders krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.

[Afdeling 4 Bemiddelings- en klachtenprocedure (ing. decr. 17 mei 2019, art. V.28, I: 1 september 2022)] (... - ...)

Artikel 37/67. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.29.

Inhoud

Ouders en alle belanghebbenden kunnen vragen om bemiddeling door het LOP, zoals bepaald in artikel 37/68 of een klacht indienen bij de CLR, zoals bepaald in artikel 37/69, wanneer ze niet akkoord zijn met:
1° een weigering op basis van bereikte capaciteit als vermeld in artikel 37/55;
2° een weigering van inschrijving, op basis van de weigeringsgronden, vermeld in artikel 37/65;
3° een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school als vermeld in artikel 37/47;
4° een ontbinding van inschrijving van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften als vermeld in artikel 37/48.

Voor de toepassing van de bemiddelingsprocedure, vermeld in artikel 37/68, en de klachtenprocedure, vermeld in artikel 37/69, bepaalt de Vlaamse Regering de nadere procedureregelen. Zij garandeert daarbij de hoorplicht.

Artikel 37/68. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.30.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 23.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 105.

Inhoud

§ 1. Het LOP start wanneer de ouders er uitdrukkelijk om verzoeken een bemiddeling in situaties als vermeld in artikel 37/67.

§ 2. Het LOP bemiddelt binnen tien kalenderdagen na het verzoek van de ouders of een andere belanghebbende of na de afgifte van het weigeringsdocument tussen de leerling en zijn ouders en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school. In geval van bemiddeling bij een ontbinding als vermeld in artikel 37/67, §1, 4°, betrekt het LOP ook de school die de weigering uitschreef.

De bemiddeling schort de termijn op van dertig kalenderdagen voor de behandeling van klachten door de CLR, vermeld in artikel 37/69.

§ 3. Wanneer de bemiddeling van het LOP binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, niet resulteert in een definitieve inschrijving, wordt de CLR gevat om haar oordeel uit te spreken over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing of de uitschrijving, conform artikel 37/69, § 2.

Artikel 37/69. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.31.
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 24.

Inhoud

§ 1. Ouders en andere belanghebbenden kunnen in de situaties, vermeld in artikel 37/67, al dan niet na een bemiddelingsprocedure door het LOP als vermeld in artikel 37/68 of na behandeling door de ombudsdienst inschrijvingen, vermeld in artikel 37/51, § 3, een schriftelijke klacht indienen bij de CLR.

Klachten die na de termijn van dertig kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.

§ 2. De CLR oordeelt binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen, die ingaat de dag na die van betekening of van poststempel van de schriftelijke klacht, over de gegrondheid van de klacht.

Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of elektronisch verstuurd naar de betrokkenen.

In geval van een klacht als vermeld in artikel 37/67, eerste lid, 4°, blijft de leerling ingeschreven in de school tot het oordeel van de CLR aan de betrokkenen kenbaar is gemaakt en wordt de termijn van een maand, de vakantieperioden niet inbegrepen, vermeld in artikel 37/48, § 2, derde lid, ook tot dat moment opgeschort.

§ 3. Indien de CLR de weigering, de ontbinding van een inschrijving of de uitschrijving gegrond acht, schrijven de ouders de leerling in een andere school in.

Indien het om een ontbinding van inschrijving van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften gaat omwille van onredelijkheid van de aanpassingen, schrijven de ouders de leerling uiterlijk vijftien kalenderdagen na de schriftelijke kennisgeving van het oordeel van de CLR in een andere school in.

Op vraag van de ouders worden zij bij het zoeken naar een andere school bijgestaan door het LOP, inzonderheid door de CLB's die deel uitmaken van dat LOP.

§ 4. Indien de CLR de weigering of de ontbinding van de inschrijving niet of niet afdoende gemotiveerd acht of de uitschrijving onterecht acht, kan de leerling zijn recht op inschrijving in de school laten gelden.

Artikel 37/70. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft V.32.

Inhoud

§ 1. De CLR kan, wanneer het een weigering of ontbinding van inschrijving onvoldoende gemotiveerd acht of een uitschrijving onterecht acht, de Vlaamse Regering adviseren een bedrag op de werkingsmiddelen van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had van de school terug te vorderen of in te houden.

De CLR stelt de Vlaamse Regering onverwijld in kennis van dit advies.

§ 2. Binnen een termijn van veertien kalenderdagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het advies, beslist de Vlaamse Regering over het opleggen van een financiële sanctie die kan bestaan uit een terugvordering of inhouding op de werkingsmiddelen van de school.

Voorafgaandelijk aan het opleggen van een sanctie gaat de Vlaamse Regering na of de betrokken leerling alsnog in de betrokken school werd ingeschreven.

§ 3. De terugvordering of inhouding, vermeld in paragraaf 1 en 2:
1° kan niet meer bedragen dan tien procent van het werkingsbudget van de school;
2° kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou zijn getroffen.

§ 4. Onverminderd de toepassing van paragraaf 1 tot en met 3, kan de CLR het dossier aanhangig maken bij het orgaan dat in toepassing van artikel 33, § 2, van het VN-verdrag van 13 december 2006 inzake de Rechten van Personen met een Handicap en in toepassing van artikel 40 van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid het mandaat heeft van onafhankelijk mechanisme.

HOOFDSTUK V OPDRACHT VAN HET BASISONDERWIJS (... - ...)

AFDELING 1 ONDERWIJSAANBOD (... - ...)

Artikel 38. (... - ...)

Ieder schoolbestuur bepaalt de inhoud van het basisonderwijs in zijn scholen en bepaalt vrij zijn eigen pedagogische en onderwijskundige methodes.

Artikel 39. (01/09/2015- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.18.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 36.

Inhoud

Het onderwijsaanbod in het gewoon kleuteronderwijs omvat ten minste, en waar mogelijk in sa-menhang, de volgende leergebieden:
- lichamelijke opvoeding;
- muzische vorming;
- Nederlands;
- wetenschappen en techniek;
- mens en maatschappij;
- wiskundige initiatie.

Artikel 40. (01/09/2015- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 22/06/2007 Decreet betreffende het onderwijs XVII II.5.
Gewijzigd bij 08/05/2009 Decreet betreffende het onderwijs XIX II.9.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV II.19.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 37.

Inhoud

Het onderwijsaanbod in het gewoon lager onderwijs omvat ten minste, en waar mogelijk is samen-hang de volgende leergebieden:
- lichamelijke opvoeding;
- muzische vorming;
- Nederlands;
- wiskunde;
- wetenschappen en techniek;
- mens en maatschappij;
- Frans
en volgende leergebiedoverschrijdende thema's:
- leren leren;
- sociale vaardigheden.
- informatie en communicatietechnologie.

Artikel 41. (... - ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 14/02/2003 Decreet betreffende het onderwijs XIV II. 8.

Inhoud

§ 1. In de officiële lagere scholen omvat het onderwijsaanbod bovendien wekelijks ten minste twee lestijden onderwijs in de erkende godsdiensten en in de op die godsdiensten berustende zedenleer en ten minste twee lestijden onderwijs in de niet-confessionele zedenleer.

§ 2. [In de officiële scholen wordt het godsdienstonderwijs verstrekt door bedienaars van de betrokken godsdienst of door hun afgevaardigde, (verv. decr. 14 februari 2003, art. II. 8, I: 1 september 2003) ] in de scholen van het gesubsidieerd officieel onderwijs door bedienaars van de betrokken godsdienst of door hun afgevaardigde of onder hun toezicht door een leerkracht van de school, indien hij daarin toestemt, of door een andere persoon.

In de scholen van het gemeenschapsonderwijs en van het gesubsidieerd officieel onderwijs wordt de cursus in de niet-confessionele zedenleer bij voorrang gegeven door een personeelslid dat daartoe een initiële of voortgezette opleiding heeft gevolgd.

Artikel 42. (... - ...)

In de vrije lagere scholen wordt hetzij onderwijs in één of meer erkende godsdiensten en in de op deze godsdiensten berustende zedenleer, hetzij het onderwijs in de niet-confessionele zedenleer, hetzij beide, hetzij onderwijs in de cultuurbeschouwing verstrekt.

In de vrije lagere scholen wordt de cursus in de niet-confessionele zedenleer bij voorrang gegeven door een perso-neelslid dat daartoe een initiële of voortgezette opleiding heeft gevolgd.

Artikel 43. (01/09/2017- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Vervangen bij 16/06/2017 Decreet betreffende het onderwijs XXVII II.5.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 38.

Inhoud

§ 1. Het leergebied Frans is verplicht in het vijfde en zesde jaar gewoon lager onderwijs. Het leergebied Frans kan aangeboden worden vanaf het eerste jaar gewoon lager onderwijs in de scholen van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en, op voorwaarde dat de leerlingen het Nederlands voldoende beheersen, vanaf het derde jaar gewoon lager onderwijs in de scholen buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

§ 2. De talen Frans en/of Duits en/of Engels kunnen facultatief aangeboden worden vanaf het derde jaar gewoon lager onderwijs, op voorwaarde dat de leerlingen het Nederlands voldoende beheersen.

§ 3. Taalinitiaties in het Frans, Engels en Duits behoren facultatief tot het onderwijsaanbod van het gewoon basisonderwijs.

§ 4. Het in paragraaf 2 en paragraaf 3 bedoelde aanbod wordt bepaald door het schoolbestuur met toepassing van de regelgeving inzake participatie.

§ 5. De onderwijsinspectie waakt over een kwaliteitsvolle invulling van het taalaanbod, vermeld in dit artikel.

AFDELING 2 EINDTERMEN EN ONTWIKKELINGSDOELEN (... - ...)

Artikel 44. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Vervangen bij 26/01/2018 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs, wat de onderwijsdoelen betreft (opschrift gewijzigd door de commissie:... tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs, wat onderwijsdoelen betreft, en tot wijziging van de decreten Rechtspositie onderwijspersoneel) 2.
Gewijzigd bij 05/04/2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 12.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 41.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 13.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 106.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal 39.
Zie ook 23/10/2009