Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten

Datum 01/07/1997

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I DEFINITIES EN ALGEMENE BEPALINGEN
  2. HOOFDSTUK II INVENTARISATIE
    1. AFDELING 1 OPSTELLEN VAN DE INVENTARIS
    2. AFDELING 2 SCHRAPPING UIT DE INVENTARIS
  3. HOOFDSTUK III HEFFING
    1. AFDELING 1 INNING VAN DE HEFFING
    2. AFDELING 2 OPSCHORTING VAN DE HEFFING
  4. HOOFDSTUK IV FINANCIELE ONDERSTEUNING VAN DE VERWERVING EN DE SANERINGSWERKZAAMHEDEN IN HET KADER VAN DE VERNIEUWING
    1. AFDELING 1 [RECHTSPERSONEN BEDOELD IN ARTIKEL 42, § 1, VAN HET DECREET (verv. B.V.R. 19 december 1998, art. 5) ]
      1. ONDERAFDELING A DE VERWERVING VAN [BEDRIJFSRUIMTEN (verv. BVR 17 januari 2014, art. 11, I: 1 maart 2014)]
      2. ONDERAFDELING B SANERINGSWERKZAAMHEDEN
    2. AFDELING 2 [RECHTSPERSONEN EN NATUURLIJKE PERSONEN BEDOELD IN ARTIKEL 42, § 3, VAN HET DECREET (verv. B.V.R. 19 december 1998, art. 11) ]
    3. AFDELING 3 [ALGEMENE BEPALING (verv. B.V.R. 19 december 1998, art. 14) ]
    4. AFDELING 4 VOORSCHOTTENREGELING
  5. HOOFDSTUK V ONTEIGENING TOT ALGEMEEN NUT
  6. SLOTBEPALINGEN

Inhoud

HOOFDSTUK I DEFINITIES EN ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. (01/04/2017- ...)

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° Minister: de Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening;
2° departement: het Departement Omgeving;
3° Inventaris: het instrument dat alle leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten bevat die aan een heffing kunnen worden onderworpen en/of voor een financiële steun voor vernieuwing in aanmerking komen;
4° Basisstudie: de studie die de volgende documenten en gegevens bevat:
a) het volledige en gedetailleerde ontwerpdossier van de sanering;
b) de te realiseren herbestemming: meer bepaald : 
1) een stedenbouwkundig attest of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, alsmede het aanvraagdossier van dat attest of die vergunning en een toelichtende nota, of; 
2) een bewijs dat de handelingen, vermeld in artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gemeld zijn, conform hoofdstuk 10 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, alsmede het dossier, vereist voor de melding en een toelichtende nota, of;
3) als het niet mogelijk is een stedenbouwkundig attest of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen te verkrijgen of een melding te verrichten, een definitief gesloten Brownfieldconvenant als vermeld in hoofdstuk III van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten;
c) de geraamde kostprijs van de saneringswerkzaamheden;
d) een tijdtabel voor de uitvoering van de saneringswerkzaamheden;
5° Registratieattest: het attest dat door het departement wordt betekend waarbij wordt vermeld dat de bedrijfsruimte officieel in de Inventaris is geregistreerd met vermelding van de reden van inventarisatie en de datum van registratie;
6° Instrumenterende ambtenaar: iedere persoon of instelling die ertoe gemachtigd is aktes van eigendomsoverdracht te verlijden;
7° Deelgemeente: de gemeente zoals ze bekend was voor de fusie van de gemeenten van 1 januari 1977;
8° Decreet: het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

Artikel 2. (23/02/2017- ...)

§ 1. De verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, die als één geheel te beschouwen zijn en die toebehoren aan dezelfde eigenaar, vallen onder de toepassing van dit besluit. De verzameling heeft een minimale oppervlakte van vijf are.

§ 2. De activiteit in het in paragraaf 1 vernoemde bedrijfsgebouw behelst iedere industriële, ambachtelijke, handels-, diensten-, landbouw- of tuinbouw-, opslag- of administratieve activiteit uitgeoefend door bedrijven, ondernemingen of zelfstandigen. Terzake is bepalend de laatste hoofdactiviteit of voor nieuwe bedrijfsgebouwen de bestemming die aan de gebouwen in de uitgevoerde stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen werd gegeven.

Artikel 3. (01/01/2018- ...)

§ 1. Zijn uitgesloten van de toepassing van dit besluit en worden bijgevolg niet geregistreerd in de Inventaris:
1° het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar(s) een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt van het gebouw en dat nog effectief wordt benut als verblijfsplaats;
2° de bedrijfsruimten waarvoor door een openbare rechtspersoon een definitief onteigeningsbesluit werd genomen;
3° ...

§ 2. Een woning wordt als afsplitsbaar beschouwd ten opzichte van het bedrijfsgebouw indien zij na sloping van het bedrijfsgebouw als een afzonderlijke volwaardige woning kan worden beschouwd die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

Artikel 4. (... - ...)

Een bedrijfsruimte wordt als leegstaand beschouwd vanaf het ogenblik dat [meer dan (verv. B.V.R. 19 december 1998, art. 2, I: 5 februari 1999) ] 50 % van de totale vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen niet effectief benut wordt.

Artikel 5. (01/03/2014- ...)

§ 1. Uitgesproken gebreken van algemene of beperkte omvang zijn deze gebreken die te maken hebben met de toestand waarin buitenmuren, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitentimmerwerk, kroonlijst, dakgoten, trappen en liften zich bevinden.

De uitgesproken gebreken zijn beperkt indien ze betrekking hebben op de helft of minder dan de helft van de oppervlakte, de lengte of breedte, met andere woorden plaatselijk, niet-uitgebreid, gelokaliseerd.

De uitgesproken gebreken zijn algemeen indien ze zich voordoen over meer dan de helft van de oppervlakte, de lengte of de breedte.

§ 2. Een bedrijfsruimte wordt slechts beschouwd als verwaarloosd en kan slechts op de gemeentelijke lijst geregistreerd worden, indien ze minimaal twee beperkte gebreken of één algemeen gebrek vertoont.

§ 3. Gebreken van welke omvang ook die de stabiliteit of de veiligheid in het gedrang brengen, geven steeds aanleiding tot registratie op de gemeentelijke lijst. Hetzelfde geldt voor vochtindringing.

HOOFDSTUK II INVENTARISATIE

AFDELING 1 OPSTELLEN VAN DE INVENTARIS

Artikel 6. (01/01/2015- ...)

§ 1. Jaarlijks stelt elke gemeente per deelgemeente een lijst op van de leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten op haar grondgebied. Die lijst vermeldt voor elke leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimte minimaal de volgende gegevens :
1° het adres;
2° de identificatiegegevens van de eigenaar(s);
3° het bedrag van het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen;
4° de kadastrale gegevens (ligging en oppervlakte);
5° in geval van leegstand : de totale vloeroppervlakte met het werkelijke benuttingspercentage;
6° in geval van verwaarlozing : een exhaustieve beschrijving van de aard en de omvang van de vastgestelde gebreken, vermeld in artikel 5;
7° een beschrijving van de laatste hoofdactiviteit(en) die in de bedrijfsgebouwen plaatsvond(en), of, bij nieuwe bedrijfsgebouwen, de bestemming die aan de gebouwen gegeven is;
8° de bestemmingsvoorschriften die van toepassing zijn volgens de geldende plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen;
9° als op de bedrijfsruimte een onteigeningsmachtiging rust : de datum van de machtiging en de instantie met onteigeningsbevoegdheid;
10° als de bedrijfsruimte krachtens decreet beschermd is als monument of stads- of dorpsgezicht of bij ministerieel besluit is opgenomen in een ontwerp van lijst tot bescherming: de datum van het voormelde ministerieel besluit;
11° een omschrijving van de aard van de bedrijfsruimte.

De gegevens, vermeld in het eerste lid, hebben niet alleen betrekking op het kadastraal perceel zelf waarop de bedrijfsgebouwen liggen, maar ook op alle aangrenzende percelen die als één geheel te beschouwen zijn en die aan dezelfde eigenaar(s) toebehoren. Al die percelen moeten evenwel deel uitmaken of deel hebben uitgemaakt van de economische activiteit.

De gemeente actualiseert jaarlijks de door haar opgestelde lijst.

§ 2. De gemeente kan ter verduidelijking de volgende stukken bij de gemeentelijke lijst, vermeld in paragraaf 1, voegen :
1° het proces-verbaal van het plaatsbezoek;
2° foto's die de leegstand of de verwaarloosde toestand aantonen;
3° alle relevante stukken die uitsluitsel geven over de laatste economische activiteit.

§ 3. Op de lijst, vermeld in paragraaf 1, maakt de gemeente afzonderlijk melding van de bedrijfsruimten die al in de inventaris zijn geregistreerd, maar die volgens haar niet meer voldoen aan de criteria van leegstand of verwaarlozing.

§ 4. Vóór 1 maart van het kalenderjaar stuurt het college van burgemeester en schepenen de gemeentelijke lijst, vermeld in paragraaf 1 en 3, en de stukken, vermeld in paragraaf 2, door naar het departement.

Een afschrift van die lijst wordt gelijktijdig opgestuurd naar de erkende provinciale ontwikkelingsmaatschappij van de provincie waartoe de gemeente behoort.

§ 5. Als er in de gemeente geen bedrijfsruimten voorkomen die in aanmerking komen voor registratie op de gemeentelijke lijst, stuurt het college van burgemeester en schepenen een lijst als vermeld in paragraaf 1, met de vermelding "nihil" door.

§ 6. Als een gemeente de lijst niet, niet tijdig of niet volgens de bepalingen van dit besluit doorstuurt, verliest de gemeente gedurende 3 jaar haar aanspraak op de forfaitaire doorstorting zoals bepaald in artikel 14 van dit besluit .

Artikel 7. (01/10/2011- ...)

Binnen negentig kalenderdagen na ontvangst van de lijsten van de gemeenten, zoals vermeld in artikel 6, § 3, besluit het departement tot al dan niet registratie in de Inventaris.

Artikel 8. (01/03/2014- ...)

Binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na de officiële registratie betekent het departement, via een aangetekend schrijven, een registratieattest aan de eigenaar(s). Dit attest vermeldt de motivering van de registratie, de datum van de registratie, de beroepsmogelijkheid en een indicatie van het heffingsbedrag bij in gebreke blijven.

Artikel 9. (01/03/2014- ...)

Bij overdracht van een bedrijfsruimte die in de Inventaris is geregistreerd, is de instrumenterende ambtenaar er toe gehouden om binnen dertig kalenderdagen, na het verlijden van de akte, via een aangetekend schrijven, naar het departement de volgende gegevens op te sturen:
1° een afschrift van het registratieattest;
2° de volledige identiteit en het adres van de vroegere en van de nieuwe eigenaar(s);
3° ingeval van vennootschappen de statuten van zowel de overdragende als de overnemende vennootschap en de lijst van de bestuurders en de aandeelhouders;
4° de datum van de akte;
5° een verklaring onder ede dat:
a) de vroegere eigenaar(s) wel of niet voor meer dan 10 % van het aandeelhouderschap rechtstreeks of onrechtstreeks participeert in de verwervende vennootschap;
b) de vroegere eigenaar(s) wel of niet bloed- en aanverwantschapsbanden heeft (hebben) met de verwervende eigenaar tot en met de derde graad.

Het departement vermeldt binnen dertig kalenderdagen na betekening van de in het eerste lid vermelde informatie de datum van het verlijden van de authentieke akte in de Inventaris. Het departement betekent binnen dezelfde termijn aan de nieuwe eigenaar de opschorting van de heffing.

Artikel 10. (01/03/2014- ...)

Het departement stuurt jaarlijks, uiterlijk op 31 augustus, aan iedere gemeente via een aangetekend schrijven een uittreksel van de in de Inventaris geregistreerde bedrijfsruimten die op haar grondgebied liggen. De gemeente legt deze uittreksels ter inzage van het publiek voor 1 oktober.

Binnen dezelfde periode krijgen de erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen een uittreksel van de in de Inventaris geregistreerde bedrijfsruimten in de betrokken provincie.

Artikel 11. (01/03/2014- ...)

§ 1. Iedere derde kan binnen dertig dagen na bekendmaking van het ter inzage liggen van het uittreksel van de in de Inventaris geregistreerde bedrijfsruimten, via een aangetekend schrijven, een bezwaarschrift indienen bij de Vlaamse regering wanneer een bedrijfsruimte niet werd geregistreerd.

§ 2. Het departement nodigt binnen dertig kalenderdagen na betekening van het derden-bezwaar de eigenaar(s) en/of de gemeente via een aangetekend schrijven voor een hoorzitting uit. In haar uitnodiging maakt zij melding van de inhoud van het bezwaar en verzoekt de betrokkenen uiterlijk op de hoorzitting de noodzakelijke bewijsstukken over te leggen.

AFDELING 2 SCHRAPPING UIT DE INVENTARIS

Artikel 12. (01/10/2011- ...)

Als er aan de verwaarlozing of leegstand van een bedrijfsruimte een einde komt, stelt de eigenaar via een aangetekend schrijven het departement hiervan in kennis en vraagt uit de Inventaris te worden geschrapt. Hij kan hiertoe alle bewijsstukken bijvoegen die hij nodig acht. Zijn aanvraag tot schrapping dient gestaafd te worden door een verklaring van de burgemeester die de beëindiging van de leegstand en/of verwaarlozing bevestigt.

Artikel 13. (01/03/2014- ...)

§ 1. Het departement onderzoekt de aanvraag tot schrapping, zoals omschreven in artikel 12 van dit besluit, en betekent de al dan niet aanvaarding ervan aan de indiener binnen 30 dagen na de betekening van de aanvraag.

Als een geregistreerde bedrijfsruimte uit de Inventaris wordt geschrapt, wordt aan de eigenaar(s) een attest betekend. Binnen dezelfde termijn krijgen de betrokken gemeente en de erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij hiervan een afschrift.

§ 2. Bij ontstentenis van een uitspraak binnen de termijn vermeld in § 1 wordt de aanvraag tot schrapping geacht te zijn aanvaard. Het attest van schrapping wordt op eenvoudig verzoek aan de belanghebbende betekend.

HOOFDSTUK III HEFFING

AFDELING 1 INNING VAN DE HEFFING

Artikel 14. (01/01/2014- ...)

...

Artikel 15. (01/01/2014- ...)

...

Artikel 16. (01/01/2014- ...)

...

Artikel 17. (01/01/2006- ...)

...

AFDELING 2 OPSCHORTING VAN DE HEFFING

Artikel 18. (01/01/2014- ...)

...

Artikel 18bis. (01/01/2014- ...)

...

Artikel 18ter. (01/01/2014- ...)

...

Artikel 19. (01/01/2014- ...)

...

HOOFDSTUK IV FINANCIELE ONDERSTEUNING VAN DE VERWERVING EN DE SANERINGSWERKZAAMHEDEN IN HET KADER VAN DE VERNIEUWING

AFDELING 1 [RECHTSPERSONEN BEDOELD IN ARTIKEL 42, § 1, VAN HET DECREET (verv. B.V.R. 19 december 1998, art. 5) ]

ONDERAFDELING A DE VERWERVING VAN [BEDRIJFSRUIMTEN (verv. BVR 17 januari 2014, art. 11, I: 1 maart 2014)]

Artikel 20. (01/03/2014- ...)

De aanvraag voor de belofte van subsidie voor de verwerving van bedrijfsruimten wordt ingediend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gemeenten, verenigingen van gemeenten, de erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, vermeld in het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, de erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen of het Vlaams Woningfonds voor de Grote Gezinnen. De aanvraag dient de volgende documenten te bevatten:
1° een kopie van het registratie-attest waaruit blijkt dat de bedrijfsruimte in de Inventaris is geregistreerd;
2° een situering en verantwoording van de beoogde verwerving en van de herbestemming;
3° een raming van de kostprijs van de beoogde verwerving, bepaald op basis van het schattingsverslag opgesteld door het Comité tot Aankoop of door de bevoegde Ontvanger der Registratie;
4° een uittreksel uit de notulen van het beheersorgaan van de initiatiefnemer, waaruit blijkt dat besloten is tot:
a) de verwerving van de bedrijfsruimten en de uitvoering van sanerings- en, herbestemmingswerkzaamheden, eventueel onder voorbehoud van toekenning van een subsidie;
b) de aanvraag voor subsidiëring van de verwerving;
c) de verbintenis om de aanvraag voor subsidiëring van de saneringswerkzaamheden in te dienen samen met de basisstudie, binnen 6 maanden na de betekening van het definitieve voorstel van subsidiebedrag voor de verwerving.

Artikel 21. (01/03/2014- ...)

De minister kan de belofte van subsidie voor de verwerving verlenen, die berekend wordt op basis van de totale kostprijs.

Voor de berekening van de totale kostprijs komt in aanmerking de kostprijs zoals deze blijkt uit de akte van aankoop, de verkoopsovereenkomst of het vonnis van de rechtbank houdende gerechtelijke onteigening.

Indien evenwel deze kostprijs de raming door de Ontvanger der Registratie of het Comité tot Aankoop voor de verwerving van bedrijfsruimten met meer dan 10 % overschrijdt, wordt enkel het bedrag van de raming in aanmerking genomen.

Artikel 22. (01/10/2011- ...)

De aanvraag voor het definitieve voorstel van subsidiebedrag dient te bevatten:
1° een kopie van de belofte van subsidie;
2° een kopie van de akte van aankoop of het vonnis van de rechtbank ingeval van een gerechtelijke onteigening;
3° een schuldvordering.

De subsidie wordt ambtshalve uitbetaald na bepaling van de definitieve subsidie.

De aanvraag voor het verkrijgen van het definitieve subsidiebedrag wordt ingediend bij het departement.

ONDERAFDELING B SANERINGSWERKZAAMHEDEN

Artikel 23. (23/02/2017- ...)

De initiatiefnemer moet de aanvraag voor de belofte van subsidie voor de saneringswerkzaamheden indienen bij het departement. Die aanvraag moet de volgende documenten bevatten:
1° de basisstudie;
1° /1 een kopie van de omgevingsvergunning voor de saneringswerkzaamheden als deze vereist is volgens de aard van de werkzaamheden of een bewijs dat de saneringswerkzaamheden gemeld zijn, conform hoofdstuk 10 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
2° een kopie van de beslissing van het beheersorgaan van de initiatiefnemer, houdende:
a) de goedkeuring van de basisstudie en de vastgestelde gunningswijze, eventueel onder voorbehoud van toekenning van een subsidie en de wettelijke uitvoerbaarheid van die werkzaamheden;
b) de aanvraag tot subsidiëring van de saneringswerkzaamheden;
c) de verbintenis om een aanvang te nemen met de herbestemmingswerkzaamheden uiterlijk twee jaar of vijf jaar in het geval van herbestemmingswerkzaamheden in het kader van een definitief gesloten Brownfieldconvenant, na het verkrijgen van het definitieve voorstel van subsidiebedrag voor de saneringswerkzaamheden;
3° een verklaring omtrent de eigendomssituatie en, indien nodig, de stand van zaken van de verwerving van de bedrijfsruimten;
4° een kopie van het registratieattest waaruit blijkt dat de bedrijfsruimte in de Inventaris is geregistreerd.

Als de aanvrager een subsidie heeft verkregen voor de verwerving van geregistreerde bedrijfsruimten, wordt de aanvraag tot subsidiëring van de saneringswerkzaamheden ingediend binnen zes maanden na de betekening van het definitieve voorstel van subsidiebedrag voor de verwerving van die bedrijfsruimten.

Het besluit van de Vlaamse regering van 21 juni 1989 houdende vaststelling van de procedure inzake de subsidiëring van bepaalde werken, leveringen en diensten die door of op initiatief van regionale of lokale besturen of ermee gelijkgestelde rechtspersonen worden uitgevoerd, is van toepassing op de subsidieaanvragen bedoeld in dit artikel.

Artikel 24. (... - ...)

[De minister kan de belofte van subsidie voor de saneringswerkzaamheden verlenen, die berekend wordt op basis van de raming van de kostprijs van de voorgestelde werkzaamheden, na aftrek van de eventuele opbrengst van de sanering, opgemaakt op basis van de opmetingsstaat, die deel uitmaakt van het ontwerpdossier. (verv. B.V.R. 19 december 1998, art. 9, I: 5 februari 1999) ]

Artikel 25. (01/10/2011- ...)

§ 1. De initiatiefnemer moet de aanvraag voor het definitieve voorstel van subsidiebedrag voor de saneringswerkzaamheden indienen bij het departement. Deze aanvraag moet het gunningsdossier bevatten.

Binnen de perken van de beschikbare kredieten kan de minister het definitieve voorstel van subsidiebedrag voor de saneringswerkzaamheden goedkeuren, dat wordt berekend op basis van het gunningsbedrag inclusief BTW, na aftrek van de eventuele opbrengst van de sanering.

§ 2. De definitieve subsidie wordt bepaald op basis van de totale kostprijs inclusief BTW, zoals berekend in de eindafrekening.

Voor de berekening van de totale kostprijs komen in aanmerking:
1° de kosten van de uitvoering van de saneringswerkzaamheden, bepaald op basis van offertes en facturen, na aftrek van de eventuele opbrengst van de sanering;
2° de kosten van de onvoorziene en noodzakelijke wijzigingen en bijkomende werkzaamheden waarmee het departement voor de voorlopige oplevering zijn instemming heeft betuigd, onder voorbehoud van de goedkeuring van de eindafrekening door de minister;
3° de verrekeningen, voortvloeiend uit de toepassing van de contractuele bepalingen.

Het departement keurt de definitieve subsidie goed, behalve wanneer er kosten zijn zoals bedoeld in het tweede lid, 2°. In dit geval keurt de minister de definitieve subsidie goed.

AFDELING 2 [RECHTSPERSONEN EN NATUURLIJKE PERSONEN BEDOELD IN ARTIKEL 42, § 3, VAN HET DECREET (verv. B.V.R. 19 december 1998, art. 11) ]

Artikel 26. (23/02/2017- ...)

§ 1. De aanvraag voor een subsidie voor de saneringswerkzaamheden kan ingediend worden door elke natuurlijke persoon, privaatrechtelijke rechtspersoon en de niet in artikel 20 vermelde publiekrechtelijke rechtspersonen. De aanvraag wordt ingediend bij het departement en omvat de volgende documenten:
1° de basisstudie;
1° /1 een kopie van de omgevingsvergunning voor de saneringswerkzaamheden als deze vereist is volgens de aard van de werkzaamheden of een bewijs dat de saneringswerkzaamheden gemeld zijn, conform hoofdstuk 10 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
2° voor saneringswerkzaamheden die vallen onder de toepassing van de wetgeving inzake overheidsopdrachten : het gunningsdossier;
3° voor saneringswerkzaamheden waarop de wet, bedoeld in 2°, en haar uitvoeringsbesluiten niet van toepassing zijn: minstens twee originele offertes van aannemers, evenals het bewijs dat minstens drie aannemers geraadpleegd werden. Indien de raming minimaal 124.000 euro bedraagt dient, in afwijking hiervan, het bewijs geleverd te worden dat minstens zes aannemers geraadpleegd werden;
4° de akte van aankoop van de bedrijfsruimte of het vonnis van de rechtbank houdende gerechtelijke onteigening;
5° een raming van de mogelijke opbrengst van de sanering;
6° de verbintenis van de aanvrager geen werken uit te voeren en geen contract te sluiten met een aannemer voor het departement zijn goedkeuring heeft verleend;
7° de verbintenis van de aanvrager de ten onrechte verleende financiële steun terug te storten voor rekening van het Vernieuwingsfonds binnen drie maanden na de terugvordering ervan;
8° de verbintenis om een aanvang te nemen met de herbestemmingswerkzaamheden uiterlijk twee jaar of vijf jaar in het geval van herbestemmingswerkzaamheden in het kader van een definitief gesloten Brownfieldconvenant, na de betekening van de goedkeuring van het definitieve voorstel van subsidiebedrag voor de saneringswerkzaamheden;
9° een kopie van het registratieattest waaruit blijkt dat de bedrijfsruimte in de Inventaris is geregistreerd.

§ 2. Voor de saneringwerkzaamheden bedoeld in § 1, 2° kan de minister het voorstel van subsidiebedrag goedkeuren, dat berekend wordt op basis van het gunningsbedrag exclusief BTW, na aftrek van de eventuele opbrengst van de sanering.

Voor de saneringswerkzaamheden bedoeld in § 1, 3° kan de minister het voorstel van subsidiebedrag goedkeuren, dat berekend wordt op basis van de laagste offerte, exclusief BTW, die overeenstemt met het ontwerpdossier, na aftrek van de eventuele opbrengst van de sanering.

Na ontvangst van de goedkeuring van het subsidiebedrag sluit de aanvrager binnen de 90 kalenderdagen het contract met de aannemer en voor het bedrag zoals vermeld in deze goedkeuring.

§ 3. De definitieve subsidie wordt bepaald op basis van de totale kostprijs exclusief BTW, zoals berekend in de eindafrekening.

Voor de berekening van de totale kostprijs komen in aanmerking:
1° de kosten van de uitvoering van de saneringswerkzaamheden, bepaald op basis van offertes en facturen, na aftrek van de eventuele opbrengst van de sanering;
2° de kosten van de onvoorziene en noodzakelijke wijzigingen en bijkomende werkzaamheden, waarmee het departement voor de voorlopige oplevering zijn instemming heeft betuigd, onder voorbehoud van de goedkeuring van de eindafrekening door de minister;
3° de verrekeningen, voortvloeiend uit de toepassing van de contractuele bepalingen.

Het departement keurt de definitieve subsidie goed, behalve wanneer er kosten zijn zoals bedoeld in het tweede lid, 2°. In dit geval keurt de minister de definitieve subsidie goed.

Artikel 27. (15/06/2013- ...)

Met het oog op de uitbetaling van de subsidie dient de aanvrager de volgende documenten aan het departement op te sturen:
1° foto's die de graad van uitvoering bevestigen;
2° een verklaring van de burgemeester die de uitvoeringsgraad bevestigt;
3° een verzoek om uitbetaling gestaafd met facturen van aannemers;
4° het rekeningnummer bij een financiële instelling waarop de subsidie gestort moet worden.

AFDELING 3 [ALGEMENE BEPALING (verv. B.V.R. 19 december 1998, art. 14) ]

Artikel 28. (01/03/2014- ...)

De saneringswerkzaamheden, vermeld in artikel 2, 7°, eerste lid, b) van het decreet, om het bedrijfsgebouw in een zodanige staat te brengen om de eigenlijke herbestemmingsbouwwerkzaamheden te kunnen beginnen, omvatten:
1° de gedeeltelijke sloping van interne en externe constructies en het verwijderen van uitrustingen, elementen, materialen en puin die niet bruikbaar zijn voor de herbestemmingsbouwwerkzaamheden;
2° stuttings- en schoringswerken, nieuwbouwconstructies voor zover deze laatste noodzakelijk zijn om de stabiliteit van de te behouden constructies en, in voorkomend geval, ook van aanpalende constructies, te verzekeren of om de verdere aftakeling van de te behouden constructies te voorkomen;
3° grondwerken die nodig zijn om het terrein op het gepaste niveau te brengen om de eigenlijke herbestemmingsbouwwerkzaamheden te kunnen beginnen, met uitsluiting van saneringswerken voorzien in het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming;
4° de verwijdering in de bedrijfsgebouwen van elementen die een gevaar inhouden of die de gezondheid kunnen schaden.

Artikel 28bis. (01/10/2011- ...)

§ 1. De initiatiefnemer dient het bewijs te leveren dat hij de verbintenissen, bedoeld in artikel 23, eerste lid, 2°, c) en in artikel 26 § 1, 8° nakomt door aan het departement ofwel kopie te bezorgen van de betekening aan een aannemer van de goedkeuring van zijn offerte voor de herbestemmingswerkzaamheden, ofwel een attest van de burgemeester van ingebruikneming van de herbestemming.

§ 2. Onverminderd de toepassing van artikel 48 van het decreet worden alle overeenkomstig dit besluit uitgekeerde subsidies teruggevorderd, te vermeerderen met de wettelijke verwijlintresten, indien de initiatiefnemer minstens één van de verbintenissen, bedoeld in § 1 of in artikel 20, § 1, 4°, c) niet nakomt, behoudens rechtvaardiging door overmacht.

AFDELING 4 VOORSCHOTTENREGELING

Artikel 29. (... - ...)

Op basis van de definitief toegekende subsidie kunnen de initiatiefnemers voorschotten krijgen tot beloop van:

1° 30 % van het toegekende subsidiebedrag bij ontvangst van een [kopie (verv. B.V.R. 23 april 2004, art. 16, I: 31 maart 2004) ] van het bevel tot aanvang van de werkzaamheden;

2° 60 % van het toegekende subsidiebedrag, eventueel aangepast aan het bedrag van de vastleggingen in min of in meer verricht sedert de datum van het toekennen van de subsidie, wanneer het bedrag van de uitgevoerde werkzaamheden, vermeerderd met de contractuele herzieningen, zoals blijkt uit de vorderingsstaten en de bijbehorende facturen van de aannemer, 75 % van het onder 1° bedoelde voorschot overschrijdt;

3° 90 % van het toegekende subsidiebedrag aan te passen, zoals vermeld in 2° wanneer het bedrag van de uitgevoerde werkzaamheden, vermeerderd met de contractuele herzieningen, zoals blijkt uit de vorderingsstaten en de bijbehorende facturen van de aannemer, 75 % van het gecumuleerde voorschot, zoals bepaald in 2°, overschrijdt.

De bedragen van de voorschotten worden afgerond tot het lager liggend duizendtal.

[... (opgeh. B.V.R. 19 december 1998, art. 17, I: 5 februari 1999) ]

Artikel 30. (... - ...)

[... (opgeh. B.V.R. 19 december 1998, art. 18, I: 5 februari 1999) ]

Indien uit de eindafrekening blijkt dat het totale bedrag van de werkelijk gedragen saneringskosten, uitgevoerd door de initiatiefnemers [bedoeld in artikel 26 § 1, (verv. B.V.R. 19 december 1998, art. 18, I: 5 februari 1999) ] niet minstens [25.000 euro (verv. B.V.R. 13 december 2002, art. 5, I: 1 januari 2002) ] exclusief BTW bedraagt, worden de inmiddels betaalde voorschotten, uitbetaald met toepassing van artikel 29, teruggevorderd.

HOOFDSTUK V ONTEIGENING TOT ALGEMEEN NUT

Artikel 31. (01/03/2014- ...)

Een onteigening ten algemenen nutte kan gebeuren als:
1° de eigenaar geen voorstel tot vernieuwing, zoals bepaald in artikel 2.6.7.0.1 van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013 of artikel 26, ingediend heeft binnen een periode van 1 jaar vanaf de registratie van de bedrijfsruimte in de Inventaris;
2° de vernieuwingswerkzaamheden, zoals vermeld in de basisstudie voorzien in artikel 26, definitief zijn stopgezet zonder dat aan de leegstand en/of de verwaarlozing een einde is gekomen.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 32. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Heft het besluit van de Vlaamse regering van 19 mei 1993 tot regeling van de tegemoetkoming van het Vlaamse Gewest voor de uitvoering van vernieuwingsprojecten van verlaten bedrijfsruimten op)

Artikel 33. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Heft het besluit van de Vlaamse regering van 10 mei 1995 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten op)

Artikel 34. (... - ...)

De beloften van subsidie die werden verleend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 19 mei 1993 tot regeling van de tegemoetkoming van het Vlaamse Gewest voor de uitvoering van vernieuwingsprojecten van verlaten bedrijfsruimten worden verder afgehandeld op basis van de bepalingen van dat besluit.

Artikel 34/1. (05/12/2010- ...)

§ 1. Aanvragen tot subsidiëring van saneringswerkzaamheden in het kader van een definitief gesloten Brownfieldconvenant kunnen worden aangevuld indien :
1° de aanvraag is ingediend voor de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 oktober 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
2° er nog geen beslissing genomen is over de toekenning van een subsidie voor saneringswerkzaamheden.

§ 2. Aanvragen tot subsidiëring van saneringswerkzaamheden in het kader van een gesloten Brownfieldconvenant kunnen worden heropend en aangevuld indien :
1° de aanvraag werd afgewezen voor de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 oktober 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
2° de aanvraag werd afgewezen omdat de ingediende basisstudie onvoldoende gegevens bevatte over de te realiseren herbestemming.

§ 3. De aanvullingen vermeld in paragraaf 1 en 2 zijn beperkt tot het aantonen van de te realiseren herbestemming.

Artikel 35. (... - ...)

Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Artikel 36. (... - ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.