Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de berekening en de betaling van de meerwaarde

Datum 05/05/2000

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
  2. HOOFDSTUK II BEREKENING VAN DE MEERWAARDE
  3. HOOFDSTUK III BETALING EN INVORDERING VAN DE MEERWAARDE
  4. HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN

Inhoud

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. (01/09/2009- ...)

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° ...;
2° meerwaardebedrag: het voor de rechtbank te vorderen bedrag van de meerwaarde;
3° ruimtelijk kwetsbare gebieden : de gebieden, vermeld in artikel artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
4° handelingen: handelingen bedoeld in artikel 6.1.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

HOOFDSTUK II BEREKENING VAN DE MEERWAARDE

Artikel 2. (01/09/2009- ...)

Voor de berekening van het meerwaardebedrag wordt rekening gehouden met de volgende factoren:
1° de kosten voor het uitvoeren van de handelingen berekend overeenkomstig artikel 3;
2° de bestemmings-, inrichtings- en/of beheersvoorschriften van het gebied waarin de handelingen werden uitgevoerd;
3° de bestemming waaraan de handelingen beantwoorden;
4° de verbetering van de welstand, in de vorm van comfortverbetering, materiaalgebruik, concurrentievoordelen of welke vorm ook, die werd bereikt door de handelingen.

Het meerwaardebedrag wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
(Kosten x coëfficiënt A x coëfficiënt B) - Kosten
In deze formule staat "Kosten" voor de kosten, bedoeld in eerste lid, 1° en berekend overeenkomstig artikel 3;
"coëfficiënt A" voor de coëfficiënt, berekend met toepassing van artikel 4;
"coëfficiënt B" voor de coëfficiënt, berekend met toepassing van artikel 5.

Artikel 3. (01/09/2009- ...)

§ 1. De onder artikel 2, eerste lid, 1° bedoelde kosten bedragen voor de vermelde handelingen:
1° 750 euro per m2 bruto vloeroppervlakte voor alle delen van woningen en appartementen, andere dan onbewoonbare kelders en onbewoonbare zolders. Voor onbewoonbare kelders bedragen de kosten 250 euro per m2 bruto vloeroppervlakte. Voor onbewoonbare zolders bedragen de kosten 375 euro per m2 bruto vloeroppervlakte;
2° 375 euro per m2 bruto vloeroppervlakte voor handelsgebouwen, kantoren of winkels;
3° 250 euro per bruto m2 vloeroppervlakte voor agrarische gebouwen, industriële gebouwen of andere bedrijfsgebouwen;
4° 125 euro per m2 bruto vloeroppervlakte voor garages, bergplaatsen, tuinhuizen of soortgelijke constructies;
5° 50 euro per m2 voor het aanleggen of wijzigen van openluchtrecreatieve terreinen, bedoeld in artikel 4.2.1, 8°, van het de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Dit bedrag wordt verhoogd tot 62,5 euro per m2 wanneer deze terreinen bijzondere infrastructuren of verhardingen van de grond vereisen;
6° 50 euro per m2 voor het aanleggen of inrichten van gronden, bedoeld in artikel 4.2.1, 5°, van het de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Dit bedrag wordt verhoogd tot 62,5 euro per m2 wanneer de gronden werden verhard;
7° 250 euro per gevelde hoogstammige boom, zoals bedoeld in artikel 4.2.1, 3°, van het de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
8° 12,5 euro per m2 voor reliëfwijzigingen;
9° 12,5 euro per strekkende meter voor afsluitingen.

De vloeroppervlakte wordt berekend over de verschillende bouwlagen van een constructie. De bruto vloeroppervlakte wordt buitenmaats berekend.

Voor andere werken, handelingen of wijzigingen worden de kosten geraamd op basis van de in het eerste lid vermelde bedragen voor de werken, handelingen of wijzigingen waarmee ze vergelijkbaar zijn.

§ 2. De in § 1 vermelde bedragen worden vanaf 1 januari 2001 jaarlijks aangepast aan de evolutie van het cijfer van de gezondheidsindex volgens de hierna volgende formule:

Nieuw bedrag: basisbedrag x gezondheidsindex van de maand december voorafgaand aan de maand januari waarin de aanpassing plaatsvindt / 104,02 (= gezondheidsindex december 1999)

De bedragen die volgens deze formule berekend zijn, worden naar de hogere eenheid afgerond.

Artikel 4. (... - ...)

§ 1. Wanneer in een ruimtelijk kwetsbaar gebied werken, handelingen of wijzigingen worden uitgevoerd, worden de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid 1°, minimaal vermenigvuldigd met een coëfficiënt 1,5 en maximaal met 2.

§ 2. Wanneer in een agrarisch gebied of een landschappelijk waardevol agrarisch gebied werken, handelingen of wijzigingen worden uitgevoerd worden de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, minimaal vermenigvuldigd met een coëfficiënt 1,25 en maximaal met 1,75.

§ 3. Wanneer in een zone met een andere dan in de § 1 en § 2 bedoelde bestemming werken, handelingen of wijzigingen worden uitgevoerd worden de kosten, bedoeld in artikel 2, 1°, minimaal vermenigvuldigd met een coëfficiënt 1,1 en maximaal met 1,6.

Artikel 5. (... - ...)

Onverminderd de toepassing van artikel 4, worden de kosten, bedoeld in artikel 2, 1°, vermenigvuldigd met een welstandscoëfficiënt van minimum 1,1 en maximum 2 naar gelang van de toename van de welstand die door de werken, handelingen of wijzigingen werd bereikt.

Artikel 6. (01/04/2017- ...)

De vordering die krachtens artikel 6.1.41 of 6.1.43 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt ingeleid, vermeldt het totale meerwaardebedrag en de berekening ervan.

De stedenbouwkundige inspecteur en het college van burgemeester en schepenen bezorgen gelijktijdig met de inleiding van de vordering van het meerwaardebedrag aan de rekenplichtige ambtenaar van het Grondfonds, vermeld in artikel 5.6.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, die daartoe wordt aangewezen door de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving onder de personeelsleden belast met de taken van uitvoering van de handhaving van de ruimtelijke ordening binnen zijn entiteit een afschrift hiervan. Zodra ze kennis krijgen van de gerechtelijke uitspraak over deze vordering, sturen ze ook een afschrift hiervan aan de rekenplichtige ambtenaar van het Grondfonds.

HOOFDSTUK III BETALING EN INVORDERING VAN DE MEERWAARDE

Artikel 7. (01/09/2016- ...)

Tenzij bij kwijting door herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand of door staking van het strijdige gebruik binnen een jaar na de uitspraak door de rechter, dient de veroordeelde het door de rechter bepaalde bedrag van de meerwaarde uiterlijk bij het verstrijken van deze termijn te storten op het rekeningnummer van het Grondfonds.

De rekenplichtige ambtenaar van het Grondfonds zoals vermeld in artikel 6, tweede lid brengt de stedenbouwkundige inspecteur die of het college van burgemeester en schepenen dat het meerwaardebedrag heeft gevorderd op de hoogte van de storting.

Vanaf het verstrijken van de in het eerste lid vermelde termijn, is zonder verdere ingebrekestelling, de wettelijke verwijlintrest verschuldigd op het door de rechter bepaalde bedrag van de meerwaarde.

HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN

Artikel 8. (... - ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2000.

Artikel 9. (... - ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.