Besluit van de Vlaamse Regering [betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsaanvragen en aanvragen tot verkavelingswijziging (verv. BVR 9 september 2011, art. 1)]

Datum 05/05/2000

Versie geldig op 22/02/2017

Inhoudstafel

  1. Bijlage 1
  2. Bijlage 2
  3. Bijlage 3
  4. Bijlage 4
  5. Bijlage 5

Inhoud

Artikel 1. (01/09/2009- 22/02/2017)

...

Artikel 2. (17/10/2011- 22/02/2017)

Dit besluit is van toepassing op de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsaanvragen en aanvragen tot verkavelingswijziging, hierna de aanvragen te noemen.

Indien een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning samengevoegd wordt met een aanvraag voor een milieuvergunning conform artikel 4.7.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, dan gelden voor de toepassing van artikel 4.7.9, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening volgende regelen :
1°artikel 3 blijft van toepassing om uit te maken of de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning al dan niet aan een openbaar onderzoek moet worden onderworpen;
2° indien zowel de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning als de aanvraag tot milieuvergunning aan een openbaar onderzoek moet worden onderworpen, wordt dat openbaar onderzoek georganiseerd overeenkomstig de procedureregelen, bepaald in artikel 17 tot en met 19bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning.

Artikel 3. (01/01/2015- 22/02/2017)

§ 1. De aanvragen die de Vlaamse Regering onderwerpt aan een milieu-effectrapportering, worden overeenkomstig artikel 4.7.15, § 1, tweede volzin, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening steeds aan een openbaar onderzoek onderworpen.

§ 2. Indien voor het gebied waarin het goed gelegen is een bijzonder plan van aanleg of een niet-vervallen verkaveling bestaat, is een openbaar onderzoek niet vereist; § 3 is niet van toepassing.

Hetzelfde geldt indien voor het gebied een gemeentelijk of provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan bestaat, dat voor het goed niet enkel bestemmingsvoorschriften omvat, maar ook voorschriften inzake de inplanting, de grootte en het uiterlijk van de constructies.

Bij de toepassing van het eerste en het tweede lid geldt telkens dat de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning in overeenstemming moet zijn met de bepalingen van het bijzonder plan van aanleg, de niet-vervallen verkaveling of het gemeentelijk of provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan.

§ 3. De volgende aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning worden onderworpen aan een openbaar onderzoek:
1° het oprichten van gebouwen of constructies met een hoogte van meer dan 20 meter; het verbouwen van lagere gebouwen en constructies waardoor deze dezelfde hoogte bereiken; het verhogen van gebouwen of constructies die hoger zijn dan 20 meter met meer dan 5 meter;
2° het oprichten en wijzigen van infrastructuurwerken met een lengte van meer dan 200 meter;
3° het oprichten van gebouwen of constructies met een bruto grondoppervlakte van meer dan 500 vierkante meter; het verbouwen van kleinere gebouwen en constructies waardoor deze dezelfde oppervlakte bereiken; het uitbreiden van gebouwen of constructies met meer dan 500 vierkante meter. Deze verplichting geldt niet in een industriegebied in de ruime zin, zoals gebied voor vervuilende industrie, gebied voor milieubelastende industrie, gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen, regionaal bedrijventerrein of lokaal bedrijventerrein;
4° het oprichten van gebouwen of constructies met een bruto volume van meer dan 2000 kubieke meter; het verbouwen van kleinere gebouwen en constructies waardoor deze hetzelfde volume bereiken; het uitbreiden van gebouwen of constructies met meer dan 2000 kubieke meter. Deze verplichting geldt niet in een industriegebied in de ruime zin, zoals gebied voor vervuilende industrie, gebied voor milieubelastende industrie, gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen, regionaal bedrijventerrein of lokaal bedrijventerrein;
5° het ontbossen, het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem, het gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van een grond, het aanleggen of wijzigen van recreatieve terreinen, telkens met een grondoppervlakte van meer dan 500 vierkante meter. Deze verplichting geldt niet indien een openbaar onderzoek over hetzelfde project is gehouden in het kader van de regelgeving inzake de landinrichting of de natuurinrichting; de verplichting geldt ook niet in een industriegebied in de ruime zin, zoals gebied voor vervuilende industrie, gebied voor milieubelastende industrie, gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen, regionaal bedrijventerrein of lokaal bedrijventerrein;
6° het geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie van een onroerend bebouwd goed met het oog op een nieuwe functie, met een bruto grondoppervlakte van meer dan 500 vierkante meter;
7° werken, handelingen en wijzigingen aan of palend aan een beschermd monument;
8° aanvragen waarvoor de toepassing is vereist van de artikelen 4.4.1, 4.4.3, 4.4.6, 4.4.7, 4.4.10 tot en met 4.4.23 en 4.4.26, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
9° ...
10° ...
11° ...
12° aanvragen waarvoor de toepassing is vereist van artikel 20 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, voorzover het bovengrondse constructies betreft met een grondoppervlakte groter dan 10 vierkante meter of een hoogte van meer dan 10 meter;
13° aanvragen waarbij scheimuren of muren, die in aanmerking komen voor mandeligheid of gemene eigendom, worden opgericht, uitgebreid of afgebroken;
14° aanvragen voor het plaatsen van vergunningsplichtige tuinafsluitingen op de perceelsscheiding.

§ 4. Verkavelingsaanvragen en aanvragen tot verkavelingswijziging worden onderworpen aan een openbaar onderzoek, behalve als voldaan is aan alle hieronder vermelde voorwaarden :
1° de kavels waarop de aanvraag betrekking heeft, liggen in een gebied waarvoor een goedgekeurd provinciaal of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg geldt;
2° de aanvraag is in overeenstemming met het voor de kavels geldende plan, vermeld in punt 1°;
3° het voor de kavels geldende plan, vermeld in punt 1°, bevat zowel bestemmingsvoorschriften als voorschriften voor de inplanting, de grootte en het uiterlijk van de constructies.

§ 5. Aanvragen van de militaire overheid voor het oprichten van militaire installaties en gebouwen in gebieden die op de plannen van aanleg of op de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn als militair domein, worden niet onderworpen aan een openbaar onderzoek indien ze voorkomen op een lijst, gevoegd bij een protocol, gesloten tussen de minister van Landsverdediging en de Vlaamse minister voor de ruimtelijke ordening, en voor zover voor de aanvragen geen milieu-effectrapport moet worden opgemaakt. Dit protocol dient in het Belgisch Staatsblad te zijn bekendgemaakt.

Artikel 4. (25/05/2014- 22/02/2017)

Voor de in artikel 3 omschreven aanvragen die aan een openbaar onderzoek moeten worden onderworpen, vermeldt een document uitdrukkelijk dat de aanvrager de formaliteiten van dit besluit dient na te leven. Naar gelang van het geval gaat het om één van de onderstaande documenten:
1° het ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs in de zin van artikel 4.7.14, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, indien de aanvraag overeenkomstig dat artikel wordt behandeld;
2° het ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs in de zin van artikel 4.7.26, § 3, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, indien de aanvraag overeenkomstig dat artikel wordt behandeld.

Als de aanvragen, vermeld in het eerste lid, zijn ingediend via het omgevingsloket, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 houdende de digitalisering van het ruimtelijke vergunningenbeleid, worden de formaliteiten van dit besluit meegedeeld via het voormelde omgevingsloket.

Artikel 5. (25/05/2014- 22/02/2017)

Minstens vanaf de dag na de ontvangst van één van de documenten, genoemd in artikel 4, tot de dag van de beslissing over deze aanvraag, moet de aanvrager een bekendmaking aanplakken op een plaats waar het betrokken goed paalt aan een openbare weg, of indien het goed aan verschillende openbare wegen paalt, aan elk van die openbare wegen. Indien het goed niet paalt aan een openbare weg, gebeurt de aanplakking aan de dichtstbijzijnde openbare weg. De aanvrager houdt hierbij rekening met de onderstaande voorwaarden.

Indien de aanvraag strekt tot het uitvoeren van werken en handelingen op het openbaar domein, moet de bekendmaking worden aangebracht aan elke zijde waar men van op de openbare weg de grens van de werken bereikt.

Deze bekendmaking wordt met zwarte letters gedrukt op een gele affiche van minimaal A2 formaat met als opschrift `BEKENDMAKING VERGUNNINGSAANVRAAG'.

De aanvrager gebruikt een correct ingevuld formulier volgens model I, gevoegd als bijlage I bij dit besluit, in geval van een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning. Hij gebruikt een correct ingevuld formulier, volgens model II, gevoegd als bijlage II bij dit besluit, ingeval van een verkavelingsaanvraag of een aanvraag tot verkavelingswijziging.

De bekendmaking wordt aangebracht op een schutting, op een muur of op een aan een paal bevestigd bord, op de grens tussen het terrein of de toegang tot het terrein en de openbare weg en evenwijdig met de openbare weg, op ooghoogte en met de tekst gericht naar de openbare weg. De bekendmaking wordt tijdens de hele duur van de aanplakking goed zichtbaar en goed leesbaar gehouden.

De aanvrager zendt voor het einde van het openbaar onderzoek een dubbel van de aangeplakte bekendmaking naar de instantie bij wie hij de aanvraag heeft ingediend.

Artikel 6. (25/05/2014- 22/02/2017)

Indien de Vlaamse Regering de aanvraag onderwerpt aan een milieu-effectrapportering en de aanvraag, overeenkomstig artikel 4.7.15, § 1, tweede volzin, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, samen met het milieu-effectrapport moet worden onderworpen aan een openbaar onderzoek, dan zorgt de aanvrager voor de aankondiging van het voorwerp en de plaats van het openbaar onderzoek in ten minste drie kranten. Deze verplichting geldt niet voor aanvragen die vergezeld gaan van een goedgekeurd verzoek tot ontheffing van de milieueffectrapportage. Die bekendmaking gebeurt uiterlijk op de dag van de aanvang van het openbaar onderzoek. De aanvrager bezorgt een exemplaar van de kranten waarin de aankondiging staat aan de instantie bij wie hij de aanvraag heeft ingediend. Hij doet dat voor het einde van het openbaar onderzoek.

Artikel 6/1. (01/09/2009- 22/02/2017)

§ 1. Wanneer om op het even welke wijze door de bevoegde vergunningverlenende overheid wordt vastgesteld dat de aanvraag negatieve en significante effecten op het milieu van een ander Gewest en/of van een andere EU-lidstaat en/of een Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo zou kunnen hebben, of wanneer een ander Gewest en/of een EU-lidstaat en/of een Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo die daardoor in belangrijke mate getroffen kan worden terzake een verzoek indient, bezorgt deze bevoegde vergunningverlenende overheid een exemplaar van de aanvraag en de bijbehorende bijlagen aan de bevoegde autoriteit van het bedoelde Gewest en/of EU-lidstaat en/of een verdragspartij bij het Verdrag van Espoo.

Daarbij worden de volgende gegevens meegedeeld :
1° het feit dat de aanvraag onderworpen is aan een milieueffectrapportage, of in voorkomend geval, het feit dat het voorgenomen project niet onderworpen is aan de milieueffectrapportage, of aan het hieronder vermelde overleg tussen lidstaten;
2° nadere gegevens betreffende de bevoegde overheid voor de aanvraag;
3° nadere gegevens betreffende de overheid waarbij relevante informatie kan worden verkregen en waaraan opmerkingen of vragen kunnen worden voorgelegd;
4° nadere gegevens betreffende de termijnen voor het toezenden van opmerkingen of vragen;
5° tijd, plaats en wijze van verstrekking van de relevante informatie;
6° nadere gegevens inzake de regelingen betreffende inspraak en raadpleging van het publiek.

Deze gegevens dienen als basis voor het nodige overleg in het kader van de bilaterale betrekkingen tussen de gewesten en/of EU-lidstaten en/of een Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo volgens het beginsel van wederkerigheid en gelijke behandeling.

§ 2. Als het college van burgemeester en schepenen niet de bevoegde vergunningverlenende overheid is, dan gaat de vergunningverlenende overheid over tot de toezending, bedoeld in § 1, op het tijdstip waarop zij het vergunningsaanvraagdossier toezendt aan de gemeente met opdracht tot het instellen van het openbaar onderzoek.

De gemeente maakt de tijd, plaats en wijze van verstrekking van relevante informatie, in het bijzonder over het openbaar onderzoek, aan de bevoegde autoriteit van de andere lid-Staat bekend.

§ 3. Als het college van burgemeester en schepenen wel de bevoegde vergunningverlenende overheid is, dan gaat ze over tot de toezending, bedoeld in § 1, vooraleer ze het openbaar onderzoek start. De gemeente maakt de tijd, plaats en wijze van verstrekking van relevante informatie, in het bijzonder over het openbaar onderzoek, aan de bevoegde autoriteit van de andere lid-Staat bekend.

§ 4. De belanghebbende inwoners van het betrokken Gewest en/of EU-lidstaat en/of een Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo kunnen :
1° deelnemen aan het openbaar onderzoek;
2° deelnemen aan het openbaar onderzoek dat de bevoegde autoriteit van het betrokken Gewest en/of EU-lidstaat en/of een Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo op basis van het ontvangen vergunningsaanvraagdossier eventueel op haar eigen grondgebied organiseert.

De bevoegde autoriteit van het betrokken Gewest en/of EU-lidstaat en/of een Verdragspartij bij het Verdrag van Espoo kan haar opmerkingen samen met de resultaten van het eventueel door haar georganiseerde openbaar onderzoek aan de bevoegde vergunningverlenende overheid ter kennis brengen binnen een termijn van twee maanden na de datum van de toezending, bedoeld in het eerste lid.

§ 5. Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een MER-plichtige inrichting wordt overeenkomstig de EU-richtlijn 97/11/EG van 3 maart 1997 met het betrokken gewest en/of EU-lidstaat overleg gepleegd over onder andere de potentiële grensoverschrijdende effecten van de inrichting en de maatregelen die worden overwogen om die effecten te beperken of teniet te doen en wordt een redelijke termijn overeengekomen waarbinnen het overleg moet plaatsvinden.

Artikel 7. (25/05/2014- 22/02/2017)

§ 1. Indien de aanvraag betrekking heeft op een perceel met een kadastraal nummer, dan worden de eigenaars van alle aanpalende percelen voor de aanvang van het openbaar onderzoek door het gemeentebestuur bij een ter post aangetekende brief of bij een individueel bericht tegen ontvangstbewijs in kennis gesteld van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsaanvraag. De aanvrager betaalt de kosten van de aangetekende zendingen.

Indien het een aanvraag tot wijziging van de verkaveling betreft dan moeten enkel de eigenaars van de aanpalende percelen die geen deel uitmaken van de verkaveling door de gemeente worden in kennis gesteld.

De gemeente zoekt de namen en adressen van de eigenaars op. Onder het begrip eigenaar mag worden begrepen de eigenaar volgens de meest recente door de diensten van het kadaster aan de gemeente verstrekte informatie, tenzij de gemeente beschikt over recentere informatie.

Onder het begrip aanpalend perceel wordt begrepen, een gekadastreerd perceel dat op minstens één punt grenst aan de plaats van de aanvraag en/of aan percelen in eigendom van de aanvrager, die palen aan die plaats.

§ 2. Als de aanvraag betrekking heeft op percelen zonder een kadastraal nummer of op lijninfrastructuren, is de inkennisstelling niet verplicht.

§ 3. Als de aanvrager de aanvraag analoog indient, is de inkennisstelling van de eigenaars van aanpalende percelen niet verplicht als de eigenaars het aanvraagformulier en alle plannen voor akkoord ondertekenen.

Als de aanvrager de aanvraag digitaal indient conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 houdende de digitalisering van het ruimtelijke vergunningenbeleid, is de inkennisstelling van de eigenaars van aanpalende percelen niet verplicht als de eigenaars zich akkoord verklaren met de aanvraag op een van de volgende wijzen:
1° door de aanvraag via het omgevingsloket digitaal voor akkoord te ondertekenen;
2° door een verklaring voor akkoord te ondertekenen waarin staat dat ze hebben kennisgenomen van het digitale aanvraagdossier. De eigenaar vermeldt daarbij zijn naam, domicilieadres en het perceelnummer van de eigendom in kwestie. De aanvrager voegt de ondertekende verklaring in pdf-formaat bij het aanvraagdossier voor hij de aanvraag indient.

§ 4. Als de aanvraag alleen openbaar moet worden gemaakt met toepassing van artikel 3, § 3, 13° of 14°, worden alleen de eigenaars van de aanpalende percelen in kwestie in kennis gesteld, en vervallen de formaliteiten van aanplakking, vermeld in artikel 4, 5 en 8, tweede, derde en vierde lid. Als deze eigenaars zich met toepassing van paragraaf 3 akkoord verklaren met de aanvraag, hoeven ze niet in kennis worden gesteld en vervalt ook de formaliteit van het openbaar onderzoek, vermeld in artikel 8.

Artikel 8. (27/09/2014- 22/02/2017)

Naar gelang van het geval vangt het openbaar onderzoek aan minstens 5 dagen en maximaal 10 dagen na :
a) de verzending van het ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs in de zin van artikel 4.7.14, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, indien de aanvraag overeenkomstig dat artikel wordt behandeld;
b) de ontvangst door de gemeente van het aanvraagdossier van de Vlaamse Regering of de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, indien de aanvraag wordt behandeld overeenkomstig de bijzondere procedure in de zin van artikel 4.7.26 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Gedurende dertig dagen vanaf de aanvang van het openbaar onderzoek, hangt het gemeentebestuur op de gewone aanplakplaatsen en in ieder geval aan het gemeentehuis een bekendmaking uit.

Het gemeentebestuur gebruikt een correct ingevuld formulier volgens model IV, gevoegd als bijlage IV bij dit besluit, ingeval van een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning. Het gebruikt een correct ingevuld formulier volgens model V, gevoegd als bijlage V bij dit besluit, ingeval van een verkavelingsaanvraag of een aanvraag tot verkavelingswijziging.

Gedurende die periode van dertig dagen kan iedereen zijn bezwaren of opmerkingen in verband met het ontwerp schriftelijk ter kennis van het (de) college(s) van burgemeester en schepenen brengen of via het omgevingsloket, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 houdende de digitalisering van het ruimtelijke vergunningenbeleid, indienen, conform de bepalingen van het voormelde besluit.

Als de aanvraag behandeld wordt overeenkomstig de bijzondere procedure in de zin van artikel 4.7.26 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en ook vergezeld gaat van een milieueffectrapport, dan wordt de termijn van dertig dagen op zestig dagen gebracht.

Artikel 9. (25/05/2014- 22/02/2017)

Als de verkavelingsaanvraag vermeldt dat de inhoud ervan strijdig is met het bestaan van door de mens gevestigde erfdienstbaarheden of van bij overeenkomst vastgestelde verplichtingen met betrekking tot het grondgebruik, worden de in de aanvraag vermelde begunstigden van de erfdienstbaarheden of verplichtingen bovendien voor de aanvang van het openbaar onderzoek door het gemeentebestuur per aangetekende brief of met een individueel bericht tegen ontvangstbewijs in kennis gesteld van de verkavelingsaanvraag.

Als die begunstigden het verkavelingsaanvraagformulier en alle verkavelingsplannen voor akkoord ondertekenen, moeten ze niet in kennis worden gesteld.

De begunstigden kunnen hun akkoord ook verlenen op de wijze, vermeld in artikel 7, § 3. In dat geval hoeven ze evenmin in kennis te worden gesteld.

Artikel 10. (27/09/2014- 22/02/2017)

Als het een vergunningsaanvraag betreft die wegeniswerken omvat als vermeld in artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, neemt de gemeenteraad een gemotiveerd besluit over de zaak van de wegen. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de ingediende bezwaren en opmerkingen.

Artikel 11. (01/09/2009- 22/02/2017)

§ 1. De vergunningverlenende overheid spreekt zich uit over de ingediende bezwaren en opmerkingen. Indien het een aanvraag betreft waarover het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 4.7.26 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, dient te adviseren, spreekt dat zich er ook over uit, behalve indien de aanvraag van de gemeente zelf uitgaat of de adviestermijn verstreken is.

§ 2. Het college voegt de geschreven bezwaren en opmerkingen, de in artikel 10 vermelde eventuele beslissingen van de gemeenteraad, alsook een verklaring dat het gemeentebestuur de bekendmaking heeft aangeplakt, aan het dossier toe.

Artikel 12. (01/09/2009- 22/02/2017)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, wordt gemachtigd om de bijlagen bij dit besluit te wijzigen.

Artikel 13. (... - 22/02/2017)

Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2000. Het is niet van toepassing op de dossiers waarvoor het ontvangstbewijs werden afgeleverd voor 1 mei 2000.

Artikel 14. (... - 22/02/2017)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage 1

BIJLAGE 1 (27/09/2014- 22/02/2017)

Model I
BEKENDMAKING AANVRAAG TOT STEDENBOUWKUNDIGE VERGUNNING

M. . . . . ., met als adres . . . . ., deelt mee dat hij op . . . . . een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning heeft ingediend bij de (1) gemeente . . . . . ., (1) gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar.
(1) De aanvraag heeft betrekking op een terrein met als adres . . . . . . en met als kadastrale omschrijving afdeling . . . . . . sectie . . . . . nummer(s) . . . . .
(1) De aanvraag heeft betrekking op terreinen gelegen . . . . .
Het betreft een aanvraag tot . . . . .
De bezwaren of opmerkingen over de aanvraag moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen of via het omgevingsloket, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 houdende de digitalisering van het ruimtelijke vergunningenbeleid, vóór het einde van het openbaar onderzoek, dat (1) dertig (1) zestig dagen duurt.
De aanvraag kan worden ingekeken bij het gemeentebestuur tijdens het openbaar onderzoek.
Te . . . . ., de . . . . . .

(1) Een van beide mogelijkheden schrappen of weglaten.

Bijlage 2

BIJLAGE 2 (27/09/2014- 22/02/2017)

Model II

BEKENDMAKING (1) VERKAVELINGSAANVRAAG - (1) AANVRAAG TOT WIJZIGING VAN EEN VERKAVELING

M......., met als adres......, deelt mee dat hij op...... een verkavelingsaanvraag heeft ingediend bij de (1) gemeente...., (1) gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar.

De aanvraag heeft betrekking op een terrein met als adres.... en met als kadastrale omschrijving afdeling...... sectie...... nummer(s)......
(1) Het betreft een nieuwe verkavelingsaanvraag, die strekt tot......
(1) Het betreft een aanvraag tot wijziging van een verkaveling, die strekt tot......
(2) Het betreft een verkaveling voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare inrichtingen die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
(2) Het betreft een verkaveling voor de bouw of aanleg van industriële, ambachtelijke of commerciële gebouwen, constructies of terreinen.
(2) Het betreft een verkaveling zowel bestemd voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare inrichtingen die voor bewoning kunnen worden gebruikt, als bestemd voor de bouw of aanleg van industriële, ambachtelijke of commerciële gebouwen, constructies of terreinen.

De bezwaren of opmerkingen over de aanvraag moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen of via het omgevingsloket, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 houdende de digitalisering van het ruimtelijke vergunningenbeleid, vóór het einde van het openbaar onderzoek, dat (1) dertig (1) zestig dagen duurt.

De aanvraag kan worden ingekeken bij het gemeentebestuur tijdens het openbaar onderzoek.

Te...., de....

Bijlage 3

BIJLAGE 3 (27/09/2014- 22/02/2017)

Model III

GEMEENTE (N) . . . . . . (1)
AANKONDIGING VAN EEN OPENBAAR ONDERZOEK OVER EEN AANVRAAG WAAR EEN MILIEU-EFFECTRAPPORT BIJGEVOEGD IS
M. . . . . ., met als adres . . . . ., deelt mee dat hij op . . . . . een (2) aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning (2) verkavelingsaanvraag heeft ingediend bij de (2) gemeente. . . . . . ., (2) gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar.
(2) De aanvraag heeft betrekking op een terrein met als adres . . . . . en met als kadastrale omschrijving afdeling . . . . . sectie . . . . . nummer(s) . . . . .
(2) De aanvraag heeft betrekking op terreinen gelegen . . . . .
Het betreft een aanvraag tot . . . . .
De bezwaren of opmerkingen over de aanvraag moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente(n) . . . . . . (1) of via het omgevingsloket, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 houdende de digitalisering van het ruimtelijke vergunningenbeleid, vóór het einde van het openbaar onderzoek, dat zestig dagen duurt.
De aanvraag kan worden ingekeken bij het (de) gemeentebestu(u)r(en) tijdens het openbaar onderzoek.
Te . . . . ., de . . . . .



(1) Alle betrokken gemeenten vermelden.
(2) Eén van beide mogelijkheden schrappen of weglaten.

Bijlage 4

BIJLAGE 4 (27/09/2014- 22/02/2017)

Model IV
GEMEENTE . . . . .
BEKENDMAKING AANVRAAG TOT STEDENBOUWKUNDIGE VERGUNNING

Het gemeentebestuur deelt mee dat door . . . . ., met als adres . . . . . een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning werd ingediend bij de (1) gemeente . . . . . ., (1) gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar.
(1) De aanvraag heeft betrekking op een terrein met als adres . . . . . . en met als kadastrale omschrijving afdeling . . . . . . sectie . . . . . nummer(s) . . . . .
(1) De aanvraag heeft betrekking op terreinen gelegen . . . . .
Het betreft een aanvraag tot . . . . .
De bezwaren of opmerkingen over de aanvraag moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen of via het omgevingsloket, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 houdende de digitalisering van het ruimtelijke vergunningenbeleid, vóór . . . . .
De aanvraag kan tot de sluiting van het openbaar onderzoek worden ingekeken bij het gemeentebestuur.
Te . . . . ., de . . . . .
De secretaris, De burgemeester,


(1) Een van beide mogelijkheden schrappen of weglaten.

Bijlage 5

BIJLAGE 5 (27/09/2014- 22/02/2017)

Model V

GEMEENTE......

BEKENDMAKING (1) VERKAVELINGSAANVRAAG -
(1) AANVRAAG TOT WIJZIGING VAN EEN VERKAVELING

Het gemeentebestuur deelt mee dat door M......., met als adres...... een verkavelingsaanvraag werd ingediend bij de (1) gemeente...., (1) gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar.

De aanvraag heeft betrekking op een terrein met als adres..... en met als kadastrale omschrijving afdeling....... sectie....... nummer(s).......
(1) Het betreft een nieuwe verkavelingsaanvraag, die strekt tot......
(1) Het betreft een aanvraag tot wijziging van een verkaveling, die strekt tot......
(2) Het betreft een verkaveling voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare inrichtingen die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
(2) Het betreft een verkaveling voor de bouw of aanleg van industriële, ambachtelijke of commerciële gebouwen, constructies of terreinen.
(2) Het betreft een verkaveling zowel bestemd voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare inrichtingen die voor bewoning kunnen worden gebruikt, als bestemd voor de bouw of aanleg van industriële, ambachtelijke of commerciële gebouwen, constructies of terreinen.

De bezwaren of opmerkingen over de aanvraag moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen of via het omgevingsloket, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 houdende de digitalisering van het ruimtelijke vergunningenbeleid, vóór het einde van het openbaar onderzoek, dat duurt tot....

De aanvraag kan worden ingekeken bij het gemeentebestuur tijdens het openbaar onderzoek.

Te...., de....

De secretaris,

De burgemeester,