Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de instellingen en administraties die adviseren over voorontwerpen van ruimtelijke uitvoeringsplannen

Datum 11/05/2001

Inhoud

Artikel 1. (01/09/2013- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° ruimtelijk kwetsbare gebieden:
a) de groengebieden, natuurgebieden, natuurgebieden met wetenschappelijke waarde, natuurreservaten, natuurontwikkelingsgebieden, parkgebieden, bosgebieden, valleigebieden, brongebieden, agrarische gebieden met ecologische waarde of belang, agrarische gebieden met bijzondere waarde, grote eenheden natuur, grote eenheden natuur in ontwikkeling en de met al deze gebieden vergelijkbare gebieden, aangeduid op de plannen van aanlag of de ruimtelijke uitvoeringsplannen;
b) de beschermde duingebieden en voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, aangeduid krachtens het decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen;
2° ...;
3° vogelrichtlijngebieden: de in het Vlaamse Gewest aangewezen speciale beschermingszones in de zin van artikel 4 van de richtlijn 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand.

Artikel 2. (01/04/2017- ...)

De instellingen en administraties die over een voorontwerp van een gewestelijk, provinciaal of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een advies uitbrengen, zijn:
1° de bevoegde commissie voor ruimtelijke ordening;
2° het agentschap van het beleidsdomein Omgeving dat belast is met het uitvoeren van het beleid inzake onroerend erfgoed als de gronden of de erop aanwezige constructies, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan,
a) geheel of ten dele zijn beschermd als monument, of eraan palen;
b) geheel of ten dele beschermd zijn als cultuurhistorisch landschap, dorps- of stadsgezicht;
c) ...;
d) ...;
e) geheel of ten dele deel uitmaken van een in het voorontwerp afgebakend erfgoedlandschap, van een reeds eerder afgebakend erfgoedlandschap of geheel of ten dele opgenomen zijn in de vastgestelde landschapsatlas;
f) geheel of ten dele beschermd zijn als archeologische site;
3° ...
4° het departement Landbouw en Visserij, als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan:
a) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele zijn bestemd als agrarisch gebied of als een ermee vergelijkbaar gebied;
b) deze bestemming verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
5° het Agentschap voor Natuur en Bos, als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan:
a) geheel of ten dele gelegen zijn binnen ruimtelijk kwetsbare gebieden;
b) geheel of ten dele gelegen zijn binnen de perimeter van de vogelrichtlijngebieden, met uitzondering van de bestaande woongebieden in de ruime zin;
c) geheel of ten dele gelegen zijn in een gebied aangeduid krachtens de Overeenkomst inzake watergebieden die van internationale betekenis zijn, ondertekend in Ramsar op 2 februari 1971;
d) geheel of ten delen gelegen zijn binnen de perimeter van de door de Vlaamse regering voorgestelde habitatgebieden in het kader van de EG-richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna;
e) een bestemming verkrijgen zoals bedoeld in artikel 1, 1°, a), in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
f) gelegen zijn in parken en bossen, zoals gedefinieerd in het bosdecreet van 13 juni 1990, alsmede in gebieden die op de plannen van aanleg of op de ruimtelijke uitvoeringsplannen zijn bestemd voor parken en bossen;
g) de bestemming parkgebied of bosgebied verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
6° ...
7° het Agentschap Innoveren en Ondernemen, als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan:
a) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele zijn bestemd als industriegebied, bedrijventerrein of een ermee vergelijkbaar gebied;
b) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele specifiek zijn bestemd voor de vestiging van kleinhandelsbedrijven of voorzien in een concentratie van kleinhandelsbedrijven;
c) een van de bestemmingen, vermeld in punt a) of b), verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
8° het Departement Omgeving, als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan:
a) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele zijn bestemd als ontginningsgebied, uitbreiding van ontginningsgebied, of een ermee vergelijkbaar gebied;
b) deze bestemming verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
9° het agentschap Wonen Vlaanderen, als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan:
a) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele zijn bestemd als woonuitbreidingsgebied, woonreservegebied, of een ermee vergelijkbaar gebied;
b) de bestemming woongebied of een ermee vergelijkbaar gebied verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen, voor zover de bestemmingswijziging betrekking heeft op een oppervlakte van ten minste een halve hectare;
10° het Departement Omgeving, voorzover het uitvoeringsplan de vestiging van bedrijven of activiteiten toelaat die onderworpen zijn aan de milieuvergunningsplicht klasse I;
11° De Scheepvaart, Waterwegen en Zeekanaal, het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust of het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, telkens binnen hun werkgebied, als:
a) er bevaarbare waterlopen gelegen zijn binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan;
b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, gelegen zijn binnen de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
c) het uitvoeringsplan een deel van het strand omvat of eraan grenst;
d) het uitvoeringsplan een deel van het strand omvat of eraan grenst;
e) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele afstromen naar een bevaarbare waterloop of naar het strand en geheel of ten dele in effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
12° de Vlaamse Milieumaatschappij, als:
a) er onbevaarbare waterlopen van eerste categorie gelegen zijn binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan;
b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan geheel of ten dele gelegen zijn binnen de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
c) ...
d) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, gelegen zijn binnen waterwingebieden en beschermingszones type I, II en III, afgebakend volgens het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende nadere regelen voor de afbakening van waterwingebieden en de beschermingszones;
e) er oppervlaktewater voor oppervlaktewaterwinning bestemd voor drinkwaterproduktie gelegen is binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan;
f) het uitvoeringsplan betrekking heeft op nieuwe infrastructuren die gevolgen hebben op de behandeling, de collectorisering en de zuivering van afvalwaters;
g) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele afstromen naar een onbevaarbare waterloop van eerste categorie en geheel of ten dele in effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
h) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele gelegen zijn in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en voor zover binnen het plan een oppervlakte van meer dan 1 ha een bestemming als woongebied, industriegebied, bedrijventerrein, recreatiegebied, gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, gebied voor wegeninfrastructuur of gebied voor spoorwegeninfrastructuur verkrijgt in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
13° de bevoegde provinciale administratie, voorzover:
a) er onbevaarbare waterlopen van tweede categorie gelegen zijn binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan;
b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, gelegen zijn in de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
c) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele afstromen naar een onbevaarbare waterloop van tweede categorie en geheel of ten dele in effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
14° het Agentschap Infrastructuur, als:
a) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van of onmiddellijk grenzend aan het uitvoeringsplan, volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele zijn bestemd als bestaande of aan te leggen autosnelweg, bestaande of aan te leggen hoofdverkeersweg, bestaande of aan te leggen primaire weg categorie I of II en de aan deze infrastructuur verbonden reservatie- of erfdienstbaarbeidsgebieden;
b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, palen aan een bestaande gewestweg;
15° de bevoegde provinciale administratie, als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, palen aan een bestaande provincieweg;
16° de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van of onmiddellijk grenzend aan het uitvoeringsplan:
a) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele zijn bestemd als bestaande of aan te leggen spoorweglijn en de aan deze infrastructuur verbonden gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en reservatie- en erfdienstbaarheidsgebieden;
b) deze bestemming verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
c) gelegen zijn binnen een straal van 250 meter van een stationsgebouw;
17° [de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, voorzover het uitvoeringsplan betrekking heeft op:
a) een gebied waarin zich minstens 250 bestaande en/of geplande woongelegenheden bevinden;
b) en gebied waarin zich minstens 250 bestaande en/of geplande arbeidsplaatsen bevinden;
c) de geografische afbakening van een grootstedelijk gebied, een stedelijk gebied, een randstedelijk gebied, een kleinstedelijk gebied of een buitengebied zoals bedoeld in het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg;
18° het Bestuur van de Luchtvaart van het federaal Ministerie van Verkeer en Infrastructuur en het Departement Omgeving, voorzover het uitvoeringsplan betrekking heeft op de nationale luchthaven, of een invloed heeft op de afwikkeling van het vliegverkeer;
19° het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en het Departement Omgeving, voorzover het uitvoeringsplan betrekking heeft op een regionale luchthaven, of een betekenisvolle invloed heeft op de afwikkeling van het vliegverkeer;
20° Toerisme Vlaanderen en Sport Vlaanderen als de gronden, gelegen binnen de grenzen van het uitvoeringsplan:
a) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele bestemd zijn als recreatiegebied, gebied voor verblijfsrecreatie of ermee vergelijkbaar gebied;
b) deze bestemming verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
21° de bevoegde exploitant van de grondwaterwinning, vermeld in artikel 5 van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer voor zover de gronden gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele gelegen zijn binnen een afgebakende beschermingszone, als vermeld in het artikel 20 van het besluit van 27 maart 1985 houdende de nadere regelen voor de afbakening van waterwingebieden en de beschermingszones type I en II;
22° het polderbestuur of het bestuur van de Watering, voor zover de gronden gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele gelegen zijn binnen het werkingsgebied van het polderbestuur of de Watering en als :
a) er onbevaarbare waterlopen van tweede of derde categorie gelegen zijn binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan;
b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele gelegen zijn binnen de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
c) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele afstromen naar een naar een onbevaarbare waterloop van tweede of derde categorie en geheel of ten dele in effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;

Artikel 3. (01/01/2015- ...)

De bepalingen van artikel 2, 4°, b), 5°, e) en 8°, b), gelden niet voor voorontwerpen van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen.

Artikel 4. (... - ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.