Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het geregeld vervoer, de bijzondere vormen van geregeld vervoer, het vervoer voor eigen rekening en het ongeregeld vervoer

Datum 19/07/2002

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I DEFINITIES
  2. HOOFDSTUK II GEREGELD VERVOER
  3. HOOFDSTUK III BIJZONDERE VORMEN VAN GEREGELD VERVOER
    1. AFDELING 1 NIET-GRENSOVERSCHRIJDEND VERVOER
      1. ONDERAFDELING 1 OVEREENKOMST
      2. ONDERAFDELING 2 VERGUNNING
    2. AFDELING 2 GRENSOVERSCHRIJDEND VERVOER
      1. ONDERAFDELING 1 OVEREENKOMST
      2. ONDERAFDELING 2 VERGUNNING
  4. HOOFDSTUK IV BEPALINGEN GEMEEN AAN DE HOOFDSTUKKEN II EN III: VERVOER VOOR EIGEN REKENING
  5. HOOFDSTUK V UITZONDERINGSBEPALING
  6. HOOFDSTUK VI ONGEREGELD VERVOER
  7. HOOFDSTUK VII BEVOEGDE AMBTENAREN
  8. HOOFDSTUK VIII ADMINISTRATIEVE GELDBOETE
  9. HOOFDSTUK IX OPHEFFINGSBEPALINGEN
  10. HOOFDSTUK X OVERGANGS- EN INWERKINGSTREDINGSBEPALINGEN

Inhoud

HOOFDSTUK I DEFINITIES

Artikel 1. (... - ...)

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

1° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de mobiliteit;

2° decreet: het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen;

3° bevoegde administratie: de afdeling Personenvervoer en Luchthavens van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu en Infrastructuur, administratie Wegen en Verkeer;

4° wegeninspecteurs: de ambtenaren, bedoeld in artikel 64 van het decreet;

5° wegeninspecteurs-controleurs: de ambtenaren, bedoeld in artikel 64 en 66 van het decreet;

6° VVM: de Vlaamse Vervoermaatschappij "De Lijn".

HOOFDSTUK II GEREGELD VERVOER

Artikel 2. (... - ...)

Versterkingsritten van geregeld vervoer worden door de VVM georganiseerd.

Onder versterkingsritten wordt verstaan: de ritten, uitgevoerd om tegemoet te komen aan de vraag naar meer vervoermogelijkheden met inzet van extra materieel langs een bepaald traject van geregeld vervoer, naar aanleiding van een toevallige of een geplande verhoging van de vervoersvraag.

Artikel 3. (... - ...)

De minister is, ter uitvoering van artikel 17 van het decreet, belast met het nemen van een beslissing, respectievelijk het afleveren van de vergunning, het verlenen van instemming en het vernieuwen van de vergunning voor grensoverschrijdend geregeld vervoer.

In het geval van artikel 17, § 1, tweede lid van het decreet, beslist de minister binnen twee maanden overeenkomstig de bepalingen van artikel 7, lid 2 van verordening (EEG) nr. 684/92 van de Raad van 16 maart 1992 houdende gemeenschappelijke regels voor het internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen, gewijzigd bij verordening (EG) nr. 11/98 van de Raad van 11 december 1997.

Het model van aanvraagformulier voor het verkrijgen of vernieuwen van een vergunning voor het grensoverschrijdend vervoer is als bijlage I bij dit besluit gevoegd.

Artikel 4. (... - ...)

De ambtenaren die met de controle belast zijn, kunnen de vergunning voorlopig intrekken, in afwachting van het onderzoek ten gronde, als de vervoerder:

1° onjuiste inlichtingen heeft verstrekt met betrekking tot gegevens die noodzakelijk waren voor de afgifte of de vernieuwing van de vergunning;

2° niet meer voldoet aan een van de voorwaarden die vereist waren voor het afleveren van de bestaande vergunning;

3° een ernstige inbreuk of kleinere herhaalde inbreuken heeft gemaakt op de regelgeving inzake vervoer en verkeersveiligheid zoals bedoeld in artikel 16, lid 3 van de hogervermelde Verordening (EEG) nr. 684/92.

Artikel 5. (... - ...)

De bevoegde administratie stelt een grondig onderzoek in en hoort de vergunninghouder.

De minister deelt zijn beslissing mee aan de vergunninghouder uiterlijk drie maanden nadat de ambtenaar die met de controle belast is, de vergunning heeft ingetrokken.

Artikel 6. (... - ...)

Als de minister vaststelt dat niet is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 4, wordt de bestaande vergunning beëindigd.

Artikel 7. (... - ...)

De bevoegde administratie verbiedt de vergunninghouder om op het Vlaamse grondgebied grensoverschrijdend vervoer te doen indien hij herhaaldelijk ernstige inbreuken heeft gemaakt op de reglementering inzake de verkeersveiligheid, onder andere ten aanzien van de normen voor de voertuigen en de rij- en rusttijden van de bestuurders.

HOOFDSTUK III BIJZONDERE VORMEN VAN GEREGELD VERVOER

AFDELING 1 NIET-GRENSOVERSCHRIJDEND VERVOER

ONDERAFDELING 1 OVEREENKOMST

Artikel 8. (... - ...)

Voor de exploitatie van niet-grensoverschrijdende bijzondere vormen van geregeld vervoer is geen vergunning vereist als er een overeenkomst is gesloten tussen de organisator en de vervoerder.

De modelovereenkomst is als bijlage II bij dit besluit gevoegd en bevat minimale gegevens, die de contracterende partijen nog kunnen aanvullen.

Artikel 9. (... - ...)

De overeenkomst kan maximaal voor vijf jaar worden afgesloten.

Artikel 10. (... - ...)

Een [kopie (verv. B.V.R. 23 april 2004, art. 29, I: 31 maart 2004) ] van de overeenkomst wordt binnen vijftien dagen na het sluiten van de overeenkomst opgestuurd aan de bevoegde administratie. Ook als de overeenkomst wordt vernieuwd moet er een [kopie (verv. B.V.R. 23 april 2004, art. 29, I: 31 maart 2004) ] van de overeenkomst worden opgestuurd.

ONDERAFDELING 2 VERGUNNING

Artikel 11. (... - ...)

Voor de exploitatie van niet-grensoverschrijdende bijzondere vormen van geregeld vervoer is een vergunning vereist als er geen overeenkomst tussen de vervoerder en de organisator werd afgesloten. Die vergunning kan enkel worden afgeleverd aan exploitanten die in Vlaanderen gevestigd zijn.

Het model van aanvraagformulier voor het verkrijgen of het vernieuwen van een vergunning voor niet-grensoverschrijdend vervoer is als bijlage I bij dit besluit gevoegd.

Artikel 12. (... - ...)

De minister is ter uitvoering van artikel 19, § 1, tweede lid, van het decreet, belast met het afleveren van de vergunning.

De minister neemt een beslissing binnen één maand na de datum waarop de vervoerder de vergunningsaanvraag heeft ingediend. De aanvrager wordt hiervan op de hoogte gebracht binnen tien dagen na afloop van bovenvermelde termijn.

De vergunning wordt geweigerd indien blijkt dat:

1° het vervoer waarvoor de vergunning wordt aangevraagd niet beantwoordt aan de bepalingen van artikel 2, 2° van het decreet;

2° het modelaanvraagformulier, dat als bijlage I bij dit besluit is gevoegd, niet is gebruikt of niet volledig werd ingevuld;

3° er niet is voldaan aan de wettelijke bepalingen inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van personenvervoer over de weg;

4° er niet is voldaan aan de verplichting om de op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geldende collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven.

Artikel 13. (... - ...)

De maximale geldigheidsduur van de vergunning bedraagt vijf jaar.

Artikel 14. (... - ...)

De vergunning of een [kopie (verv. B.V.R. 23 april 2004, art. 29, I: 31 maart 2004) ] ervan moet in het voertuig aanwezig zijn en getoond worden op verzoek van de ambtenaren die met de controle zijn belast.

Artikel 15. (... - ...)

De vergunninghouder is voor de hele duur van de vergunning ertoe gehouden:

1° de bepalingen van de vergunning na te leven, in het bijzonder de bepalingen betreffende de te verzorgen verbindingen, de continuïteit, de frequentie, de reisweg en de categorie van reizigers;

2° te voldoen aan de wettelijke bepalingen inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van personenvervoer over de weg;

3° de op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geldende collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven;

4° de geldende reglementering inzake verkeersveiligheid te respecteren.

Artikel 16. (... - ...)

De vergunning wordt ingetrokken en beëindigd overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 tot en met 6 van dit besluit. Tevens kan aan de vergunninghouder een verbod worden opgelegd zoals bedoeld in artikel 7 van dit besluit.

AFDELING 2 GRENSOVERSCHRIJDEND VERVOER

ONDERAFDELING 1 OVEREENKOMST

Artikel 17. (... - ...)

Voor de exploitatie van grensoverschrijdende bijzondere vormen van geregeld vervoer is geen vergunning vereist als er een overeenkomst is gesloten tussen de organisator en de vervoerder.

De modelovereenkomst is als bijlage II bij dit besluit gevoegd.

Artikel 18. (... - ...)

De overeenkomst kan maximaal voor vijf jaar worden afgesloten.

Artikel 19. (... - ...)

Een [kopie (verv. B.V.R. 23 april 2004, art. 29, I: 31 maart 2004) ] van de overeenkomst wordt binnen vijftien dagen na het sluiten van de overeenkomst opgestuurd aan de bevoegde administratie. Ook als de overeenkomst wordt vernieuwd, moet er een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst worden opgestuurd.

ONDERAFDELING 2 VERGUNNING

Artikel 20. (... - ...)

Als er geen overeenkomst werd afgesloten tussen de vervoerder en de organisator, is er voor de exploitatie van de grensoverschrijdende bijzondere vormen van geregeld vervoer een vergunning vereist, die wordt afgeleverd door de minister, voorzover het vertrekpunt in Vlaanderen is gelegen.

De minister neemt een beslissing binnen vier maanden na de datum waarop de vervoerder de vergunningsaanvraag heeft ingediend. De aanvrager wordt hiervan op de hoogte gebracht binnen tien dagen na afloop van bovenvermelde termijn.

De vergunning wordt geweigerd indien blijkt dat niet is voldaan aan de bepalingen van artikel 12, derde lid van dit besluit.

Het model van aanvraagformulier voor het verkrijgen of vernieuwen van een vergunning voor grensoverschrijdend vervoer is als bijlage I bij dit besluit gevoegd.

Artikel 21. (... - ...)

De minister is, ter uitvoering van artikel 19, § 1, vijfde lid, van het decreet, belast met het verlenen van instemming. De minister beslist binnen twee maanden overeenkomstig de bepalingen van artikel 7, lid 2 van de hogervermelde Verordening (EEG) nr. 684/92.

Artikel 22. (... - ...)

De maximale geldigheidsduur van de vergunning bedraagt vijf jaar.

Artikel 23. (... - ...)

De vergunning of een [kopie (verv. B.V.R. 23 april 2004, art. 29, I: 31 maart 2004) ] ervan en een [kopie (verv. B.V.R. 23 april 2004, art. 29, I: 31 maart 2004) ] van de communautaire vergunning moeten in het voertuig aanwezig zijn en getoond worden op verzoek van de ambtenaren die met de controle zijn belast.

Artikel 24. (... - ...)

De vergunninghouder is voor de hele duur van de vergunning ertoe gehouden de bepalingen van artikel 15 van dit besluit na te leven.

Artikel 25. (... - ...)

De vergunning wordt ingetrokken en beëindigd overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 tot en met 6 van dit besluit. Tevens kan aan de vergunninghouder een verbod worden opgelegd zoals bedoeld in artikel 7 van dit besluit.

HOOFDSTUK IV BEPALINGEN GEMEEN AAN DE HOOFDSTUKKEN II EN III: VERVOER VOOR EIGEN REKENING

Artikel 26. (... - ...)

Een attest kan enkel worden afgeleverd aan diegene die het bewijs levert dat er is voldaan aan de voorwaarden van artikel 22 van het decreet en die kan aantonen dat de vorm van vervoer waarvoor hij een attest aanvraagt, geregeld vervoer dan wel een bijzondere vorm van geregeld vervoer betreft.

Artikel 27. (... - ...)

De minister is, ter uitvoering van artikel 23 van het decreet, belast met het afleveren van het attest.

De minister neemt een beslissing binnen één maand na de datum waarop de vervoerder de vergunningsaanvraag heeft ingediend. De aanvrager wordt hiervan op de hoogte gebracht binnen tien dagen na afloop van bovenvermelde termijn.

Het attest wordt geweigerd indien blijkt dat:

1° het vervoer waarvoor de vergunning wordt aangevraagd niet beantwoordt aan de bepalingen van artikel 2, 3° van het decreet en artikel 26 van dit besluit;

2° het modelattest, dat als bijlage III bij dit besluit is gevoegd, niet is gebruikt of niet volledig werd ingevuld;

3° er niet is voldaan aan de wettelijke bepalingen inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van personenvervoer over de weg;

4° er niet is voldaan aan de verplichting om de op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geldende collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven.

Artikel 28. (... - ...)

De maximale geldigheidsduur van het attest is vijf jaar.

Artikel 29. (... - ...)

Het attest of een [kopie (verv. B.V.R. 23 april 2004, art. 29, I: 31 maart 2004) ] ervan moet in het voer-tuig aanwezig zijn en getoond worden op verzoek van de ambtenaren die met de controle zijn belast.

Artikel 30. (... - ...)

Het attest wordt ingetrokken en beëindigd overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 tot en met 6 van dit besluit. Tevens kan aan de houder van het attest een verbod worden opgelegd zoals bedoeld in artikel 7 van dit besluit.

HOOFDSTUK V UITZONDERINGSBEPALING

Artikel 31. (... - ...)

De bepalingen van artikel 12, derde lid, 3°, artikel 15, 2°, artikel 20, derde lid en artikel 27, derde lid, 3° zijn niet van toepassing op de personen die niet het beroep van vervoerder over de weg uitoefenen, zoals bedoeld in artikel 20 van het decreet.

HOOFDSTUK VI ONGEREGELD VERVOER

Artikel 32. (... - ...)

De VVM kan, mits ze beschikt over een machtiging voor ongeregeld vervoer overeenkomstig artikel 15 van de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en met autocar, ongeregeld vervoer organiseren overeenkomstig de in artikel 33 tot en met 36 vermelde voorwaarden.

Artikel 33. (... - ...)

Het in artikel 32 vermelde ongeregeld vervoer kan enkel worden georganiseerd voor evenementenvervoer. Hieronder wordt verstaan: het vervoer dat door de VVM wordt georganiseerd van en naar een publieke gebeurtenis met een sterk mobiliteitsgenererend effect.

Artikel 34. (... - ...)

Als de VVM kennis heeft van een bepaalde vervoervraag naar het in artikel 33 bedoelde evenementenvervoer, maakt ze dit minstens bekend op haar website via het internet. De VVM wacht gedurende veertien dagen de reactie af van de autocarondernemers. De VVM mag dit evenementenvervoer enkel geheel of gedeeltelijk organiseren als blijkt dat de autocarondernemers geen of geen passend aanbod kunnen garanderen.

De VVM moet, binnen een termijn van zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit, een ontwerp van procedure ter goedkeuring aan de Minister voorleggen, waarin de praktische werkwijze voor de uitvoering van dit hoofdstuk wordt vastgelegd. Indien de VVM in gebreke blijft, stelt de Minister de procedure vast.

Artikel 35. (... - ...)

Het in artikel 33 bedoelde evenementenvervoer moet minstens de exploitatiekosten dekken.

Artikel 36. (... - ...)

Tussen de VVM en de organisator van het evenement moet een contract worden gesloten waarin de reisweg met de bijbehorende afstand en de prijs is bepaald. Het ritorder van de VVM moet in het voertuig aanwezig zijn.

HOOFDSTUK VII BEVOEGDE AMBTENAREN

Artikel 37. (01/01/2009- ...)

De wegeninspecteurs en de wegeninspecteurs-controleurs zijn ambtenaren van de administratie Wegen en Verkeer van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die worden aangewezen door de minister. Zij houden toezicht op de bepalingen van artikel 15 tot en met 24 van het decreet.

De aanstelling blijkt uit een legitimatiekaart als bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 betreffende de legitimatiekaarten van de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid die belast zijn met inspectie- of controlebevoegdheden.

HOOFDSTUK VIII ADMINISTRATIEVE GELDBOETE

Artikel 38. (... - ...)

§ 1. De wegeninspecteur of wegeninspecteur-controleur die een inbreuk vaststelt op artikel 66, § 1, van het decreet, stelt de overtreder ter plaatse in kennis van het voornemen om een administratieve geldboete van 250 euro op te leggen. Gelijktijdig licht hij de bevoegde wegeninspecteur-controleur hierover in.

De overtreder kan binnen dertig dagen na de vaststelling van de inbreuk zijn opmerkingen aan de wegeninspecteur-controleur laten kennen.

§ 2. De overtreder wordt, binnen zestig dagen na de vaststelling van de inbreuk, door de wegeninspecteur-controleur van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete op de hoogte gebracht via een aangetekende brief met ontvangstbewijs.

§ 3. De administratieve geldboete moet worden betaald binnen dertig dagen na de kennisgeving bedoeld in § 2 van dit artikel.

§ 4. Bij gebrek aan betaling binnen de vastgestelde termijn wordt door het afdelingshoofd van de bevoegde administratie een dwangbevel uitgevaardigd en uitvoerbaar verklaard.

§ 5. De directeur-generaal van de administratie Wegen en Verkeer beslist over de gemotiveerde verzoeken tot vermindering of kwijtschelding van de boetes. Het verzoekschrift dient via een aangetekende brief te worden ingediend binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving, bedoeld in § 2 van dit artikel. Als de betrokkene daarom verzoekt, kan hij gehoord worden en zich laten bijstaan door een raadsman.

§ 6. Gedurende het onderzoek van het verzoekschrift is de verplichting tot het betalen van de administratieve geldboete geschorst.

§ 7. De beslissing betreffende de verzoeken, bedoeld in § 5 van dit artikel, wordt genomen binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift. Deze termijn kan eenmaal voor dezelfde duur verlengd worden op voorwaarde dat die verlenging omstandig wordt gemotiveerd. Indien binnen de verlengde termijn geen beslissing werd genomen, wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd.

§ 8. De definitieve beslissing over het verzoek wordt met redenen omkleed en aan de indiener van het verzoekschrift ter kennis gebracht via een aangetekende brief met ontvangstbewijs.

§ 9. Vanaf de kennisgeving, bedoeld in § 8 van dit artikel, vangt een nieuwe termijn van dertig dagen aan waarna overeenkomstig § 4 van dit artikel een dwangbevel kan worden uitgevaardigd en uitvoerbaar verklaard.

HOOFDSTUK IX OPHEFFINGSBEPALINGEN

Artikel 39. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Heft de artikelen 1 tot en met 9 en artikel 12 tot en met 14 van het koninklijk besluit van 29 november 1974 houdende vaststelling van bijzondere regels voor het internationaal vervoer van reizigers met autocars en autobussen op, voorzover ze betrekking hebben op het grensoverschrijdend geregeld vervoer en de bijzondere vormen van geregeld vervoer)

Artikel 40. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Heft het koninklijk besluit van 31 juli 1980 tot vaststelling van de voorwaarden voor de afgifte van machtigingen voor de bijzondere autobusdiensten op)

Artikel 41. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Wijzigt artikel 2, 1° van het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg voorzover het betrekking heeft op het niet-grensoverschrijdend en grensoverschrijdend geregeld vervoer en op de bijzondere vormen van geregeld vervoer)

HOOFDSTUK X OVERGANGS- EN INWERKINGSTREDINGSBEPALINGEN

Artikel 42. (... - ...)

De machtigingen die werden afgeleverd op basis van artikel 13 van de besluitwet van 30 december 1946 blijven nog geldig tot de einddatum van die machtigingen.

Artikel 43. (... - ...)

De overeenkomsten, genoemd in artikel 8 en 17 van dit besluit, die reeds zijn afgesloten, blijven maximaal vijf jaar geldig vanaf de inwerkingtreding van dit besluit, voorzover de inhoud van deze overeenkomsten rechtsgeldig is overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.

Artikel 44. (... - ...)

Artikel 2, 1°, 2°, 3°, 7° en 8°, artikel 3, artikel 15 tot en met 24, artikel 63 tot en met 67, en artikel 70, 1° tot en met 13°, 15° en 24° van het decreet treden in werking.

Artikel 45. (... - ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de mobiliteit, is belast met de uitvoering van dit besluit.