Decreet [betreffende een waarborgregeling voor kleine, middelgrote en grote ondernemingen]

Datum 06/02/2004

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I INLEIDENDE BEPALINGEN
  2. HOOFDSTUK II [GENERIEKE WAARBORGREGELING TEN GUNSTE VAN KLEINE, MIDDELGROTE EN GROTE ONDERNEMINGEN (verv. decr. 20 februari 2009, art. 4, I: 6 april 2009)]
    1. AFDELING 1 [VOORWAARDEN WAARONDER WAARBORGEN BEDOELD IN DIT HOOFDSTUK WORDEN VERLEEND (verv. decr. 20 februari 2009, art. 4, I: 6 april 2009)]
    2. AFDELING 2 [MODALITEITEN EN PROCEDURE VAN DE TOEKENNING VAN WAARBORGEN BEDOELD IN DIT HOOFDSTUK TEN GUNSTE VAN KLEINE, MIDDELGROTE EN GROTE ONDERNEMINGEN (verv. decr. 20 februari 2009, art. 9, I: 6 april 2009)]
    3. AFDELING 3 PERIODIEKE RAPPORTERING
    4. AFDELING 4 [AFROEP VAN DE WAARBORG BEDOELD IN DIT HOOFDSTUK (verv. decr. 20 februari 2009, art. 16, I: 6 april 2009)]
    5. AFDELING 5 [BETALING VAN DE WAARBORG BEDOELD IN DIT HOOFDSTUK (verv. decr. 20 februari 2009, art. 18, I: 6 april 2009)]
    6. AFDELING 6 [BEREKENING VAN HET SALDO VAN DE WAARBORG BEDOELD IN DIT HOOFDSTUK NADAT EEN UITBETALING HEEFT PLAATSGEVONDEN (verv. decr. 20 februari 2009, art. 19, I: 6 april 2009)]
  3. HOOFDSTUK III WAARBORGBEHEER N.V.
  4. [HOOFDSTUK III/1 AD-HOC WAARBORGEN VOOR ONDERNEMINGEN (verv. decr. 23 december 2010, art. 56, I: 1 november 2011)]
    1. [AFDELING 1 ALGEMENE BEPALINGEN (ing. decr. 20 februari 2009, art. 22, I: 15 april 2009]
    2. [AFDELING 2 VERHOOGDE CRISISWAARBORG (ing. decr. 20 februari 2009, art. 22, I: 15 april 2009)]
    3. [AFDELING 3 DE CRISISWAARBORG (ing. decr. 20 februari 2009, art. 22, I: 15 april 2009)]
  5. [HOOFDSTUK III/2. WAARBORG VOOR FINANCIERINGSFONDSEN EN KREDIETPORTEFEUILLES (ing. decr. 12 juli 2013, art. 7, I: 14 september 2013)]
    1. [AFDELING 1 ALGEMENE BEPALINGEN (ing. decr. 12 juli 2013, art. 7, I: 14 september 2013)]
    2. [AFDELING 1 WAARBORG VOOR ONDERNEMINGSFONDSEN (ing. decr. 12 juli 2013, art. 7, I: 14 september 2013)]
    3. [AFDELING 3 WAARBORG VOOR INFRASTRUCTUURFONDSEN (ing. decr. 12 juli 2013, art. 7, I: 14 september 2013)]
    4. [AFDELING 4 WAARBORG VOOR KWALITATIEVE KREDIETPORTEFEUILLES (ing. decr. 12 juli 2013, art. 7, I: 14 september 2013)]
  6. HOOFDSTUK IV OVERGANGSBEPALINGEN
  7. HOOFDSTUK V MIDDELEN BESTEMD TER FINANCIERING VAN DE WAARBORGREKENING
  8. [HOOFDSTUK V/1 IMEC (ing. decr. 20 februari 2009, art. 25, I: 6 april 2009)]
  9. HOOFDSTUK VI SLOT-, WIJZIGINGS- EN OPHEFFINGSBEPALINGEN

Inhoud

HOOFDSTUK I INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1. (... - ...)

Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Artikel 2. (14/09/2013- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder:
1° waarborg: een waarborg die met toepassing van het bepaalde in dit decreet wordt verleend;
2°waarborghouder: een rechtspersoon die door de Vlaamse regering als begunstigde van een waarborg werd aangeduid;
3° kandidaat-waarborghouder: een rechtspersoon die, met naleving van de gestelde procedureregels, op formele wijze zijn belangstelling om waarborghouder te worden heeft laten blijken en waaraan geen, of nog geen, waarborg is toegekend;
4° kredietnemer : een kleine, middelgrote of grote onderneming die financiering bekomt krachtens een financieringsovereenkomst;
5° financieringsovereenkomst : een overeenkomst tussen, enerzijds, een kredietnemer en, anderzijds, een kredietgever strekkende tot financiering, in om het even welke vorm, van investeringen of activiteiten van een kleine, middelgrote of grote onderneming;
5° /1 kredietgever : een financiële instelling, kredietverlenende vennootschap voor de sociale economie of financieringsfonds die één of meer financieringsovereenkomsten toekent aan kredietnemers;
5° /2 financieringsfonds : een entiteit die financiële middelen ophaalt om die overeenkomstig een bepaald beleid te investeren in financieringsovereenkomsten volgens het beginsel van risicospreiding;
5° /3 factoringmaatschappij : een onderneming die geen kredietinstelling is en waarvan de hoofdbedrijvigheid bestaat in factoring als vermeld in artikel 3, § 2, 2), van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;
5° /4 financiële instelling : een kredietinstelling, leasingmaatschappij of factoringmaatschappij;
6° kleine onderneming en middelgrote onderneming : een kleine, middelgrote of micro-onderneming als vermeld in bijlage I bij verordening (EG) Nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 9 augustus 2008 in L 214/3, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard, met inbegrip van alle latere wijzigingen daarvan en elke latere akte die de verordening vervangt;
6°/1 grote onderneming : ondernemingen die niet ressorteren onder de categorie kleine of middelgrote onderneming als vermeld in bijlage I bij verordening (EG) Nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 9 augustus 2008 in L 214/3, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard, met inbegrip van alle latere wijzigingen daarvan en elke latere akte die de verordening vervangt;
7° specifieke doelgroep : een groep van kleine en/ of middelgrote en/of grote ondernemingen, die door de Vlaamse Regering kan worden omschreven op basis van sector of ontwikkelingsfase, op basis van doel of aard van investering, of op basis van een combinatie van voorgaande elementen;
7°/1 uitbetalingsplafond : een maximum uitbetalingsbedrag dat berekend wordt als een voor iedere waarborghouder gelijk percentage van de aan elke waarborghouder toegekende waarborg onder een welbepaalde oproep;
8° de-minimisverordening : verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 28 december 2006 in L379/5, betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun, de latere wijzigingen ervan en elke latere akte die de verordening vervangt;
9° kredietinstelling: een kredietinstelling die de vergunning bedoeld in artikel 7 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen heeft bekomen, en de ermee verbonden vennootschappen in de zin van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen, alsmede iedere kredietinstelling die sorteert onder een andere lidstaat van de Europese Unie en die in overeenstemming met de Titel III van de voormelde wet van 22 maart 1993, haar werkzaamheden op het Belgisch grondgebied mag uitoefenen;
10° leasingmaatschappijen : ondernemingen waarvan een van de bedrijfsactiviteiten het stellen van handelingen of verrichtingen van financieringshuur of leasing is als vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 55 van 10 november 1967 tot regeling van het juridisch statuut der ondernemingen, gespecialiseerd in financieringshuur, en die daartoe de erkenning, vermeld in artikel 2 van voormeld koninklijk besluit, hebben verkregen, alsmede de financiële instellingen en kredietinstellingen, afkomstig van een andere lidstaat van de Europese Unie, die voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 2, § 2, van het voormelde koninklijk besluit;
11° maatschappijen voor onderlinge borgstelling: de vennootschappen bedoeld in artikel 57 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, alsmede de soortgelijke ondernemingen afkomstig van een andere lidstaat van de Europese Unie die er onder een gelijkaardige regeling sorteren;
12° andere verrichtingen: transacties zoals bedoeld in artikel 5, § 1, 2°;
13° geldingsduur: de periode, vastgesteld door de Vlaamse regering, tijdens dewelke een waarborghouder een hem toegekende waarborg kan afroepen;
14° sociale economie: economische activiteiten uitgeoefend door vennootschappen, hoofdzakelijk coöperatieve vennootschappen, en onderlinge maatschappijen van vereniging met de volgende principes als ethiek:
a) gerichtheid op dienstverlening aan de leden of de gemeenschap in plaats van winst;
b) autonoom beheer;
c) democratisch beslissingsproces;
d) de personen en het werk hebben voorrang op het kapitaal bij de verdeling van de inkomsten;
14° /1 onderneming in moeilijkheden : een onderneming die voldoet aan de voorwaarden opgesomd in punt 2.1 van de communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 1 oktober 2004 in C 244/2, met inbegrip van alle latere wijzigingen daarvan en elke latere akte die de richtsnoeren vervangt;
14°/2 safe harbour-premie : de premie opgenomen in de Rectificatie van de mededeling van de Commissie betreffende de. toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van garanties, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 25 september 2008 in C 244/32, met inbegrip van alle latere wijzigingen daarvan en elke latere akte die de mededeling vervangt;
14°/3 verlaagde safe harbour-premie : de safe harbour-premie, verminderd met 25 % voor kleine en middelgrote ondernemingen en verminderd met 15 % voor grote ondernemingen. Dit bedrag wordt afgerond tot op 2 cijfers na de komma;
14°/4 verhoogde crisiswaarborg : de waarborg die voldoet aan de voorwaarden opgesomd in afdeling 2 van hoofdstuk III/1;
14°/5 crisiswaarborg : de waarborg die voldoet aan de voorwaarden opgesomd in afdeling 3 van hoofdstuk III/1;
15° waarborgbeheer N.V.: de naamloze vennootschap die wordt opgericht met toepassing van het bepaalde in artikel 20;
16° decreet betreffende de Vlaamse investeringsmaatschappijen: het decreet betreffende de Vlaamse investeringsmaat-schappijen, het Limburgfonds en de permanente werkgroep Limburg van 13 juli 1994;
17° wet van 4 augustus 1978: wet tot economische heroriëntering van 4 augustus 1978.
18° decreet van 15 april 1997: decreet tot regeling van de toekenning van een waarborg als verliesgarantie voor het verstrekken van risicokapitaal van 15 april 1997.
19° eerste verliesbuffer : dat deel van de middelen die aan het financieringsfonds ter beschikking worden gesteld, via financieringen, schuldinstrumenten of kapitaalinstrumenten, waarvan de hoofdsom, behoudens in de door de Waarborgvennootschap goedgekeurde uitzonderingsgevallen, slechts zal worden terugbetaald nadat alle andere schulden en verbintenissen, met inbegrip van alle werkingskosten, definitief en volledig zijn voldaan of hiervoor de nodige reserves werden aangelegd;
20° infrastructuurfonds : een financieringsfonds dat beheerd wordt door een professionele partij die ervaring heeft met het verstrekken en beheren van financieringsovereenkomsten en dat zijn middelen prioritair zal aanwenden voor het aangaan van of voor het overnemen van rechten uit financieringsovereenkomsten met een looptijd tot vijfentwintig jaar ter financiering van infrastructuurinvesteringen in door de Vlaamse Regering bepaalde domeinen;
21° kwalitatieve kredietportefeuille : een door een financiële instelling op haarbalans aangehouden selectie van financieringsovereenkomsten die beantwoorden aan een door de Waarborgvennootschap bepaalde minimale kredietbeoordeling en die zijn aangegaan met kredietnemers die beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest;
22° kredietbeoordeling : een door een externe kredietbeoordelingsinstelling of een intern door de financiële instelling of beheerder van een financieringsfonds gegeven beoordeling van de kredietwaardigheid van een bepaalde partij, schuld of financieel instrument;
23° ondernemingsfonds : een financieringsfonds dat beheerd wordt door een professionele partij die ervaring heeft met het verstrekken en beheren van financieringsovereenkomsten en dat zijn middelen prioritair zal aanwenden voor het aangaan van of voor het overnemen van rechten uit al dan niet deels achtergestelde financieringsovereenkomsten met een looptijd van vijf tot vijftien jaar met kredietnemers die beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest;
24° initiatiefnemende instelling : de professionele partij die ervaring heeft met het verstrekken en beheren van financieringsovereenkomsten en die het initiatief neemt voor de oprichting van een ondernemingsfonds of infrastructuurfonds.

HOOFDSTUK II [GENERIEKE WAARBORGREGELING TEN GUNSTE VAN KLEINE, MIDDELGROTE EN GROTE ONDERNEMINGEN (verv. decr. 20 februari 2009, art. 4, I: 6 april 2009)]

AFDELING 1 [VOORWAARDEN WAARONDER WAARBORGEN BEDOELD IN DIT HOOFDSTUK WORDEN VERLEEND (verv. decr. 20 februari 2009, art. 4, I: 6 april 2009)]

Artikel 3. (06/04/2009- ...)

Binnen de perken van dit hoofdstuk kan de Vlaamse Regering waarborgen verschaffen aan kandidaat-waarborghouders met het oog op de stimulering van de oprichting, ontwikkeling en financiering van kleine, middelgrote en grote ondernemingen die beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest.

Het maximale totale bedrag van die waarborgen wordt vastgelegd in de desbetreffende uitgavenbegrotingen van de Vlaamse Gemeenschap.

Artikel 4. (06/04/2009- ...)

§ 1. De volgende rechtspersonen komen in aanmerking voor het verwerven van de hoedanigheid van waarborghouder:
1° kredietinstellingen;
2° maatschappijen voor onderlinge borgstelling;
3° leasingmaatschappijen;
4° kredietverlenende vennootschappen voor de sociale economie.

§ 2. Een waarborg kan enkel worden toegekend aan de in § 1 bedoelde rechtspersonen die gebruikelijk ten gunste van kleine, middelgrote of grote ondernemingen financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen aangaan, respectievelijk stellen.

Artikel 5. (06/04/2009- ...)

§ 1. Een waarborg wordt slechts verleend tot zekerheid van:
1° verbintenissen van kleine, middelgrote en grote ondernemingen voortvloeiend uit financieringsovereenkomsten die strekken tot een investering op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of tot de financiering van de activiteiten van een op het voormeld grondgebied gelegen exploitatiezetel;
2° andere verrichtingen, vastgelegd door de Vlaamse Regering, die strekken tot een investering op het grondgebied van het Vlaamse Gewest van een kleine, middelgrote of grote onderneming of tot de financiering van de activiteiten van een op het voormeld grondgebied gelegen exploitatiezetel van een kleine, middelgrote of grote onderneming.

§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de soort van financieringsovereenkomsten en andere verrichtingen waaraan een waarborg kan gehecht worden.

De Vlaamse Regering kan per soort van financieringsovereenkomst en andere verrichting de nadere criteria en voorwaarden bepalen waaraan zij moeten voldoen.

Elk van die soorten van financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen verzekert in elk geval de doelstelling bepaald in artikel 3.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt per specifieke doelgroep of soort van financieringsovereenkomst en andere verrichting het percentage van de wanbetaling van de kredietnemer waarvoor de afroep van een waarborg gevraagd kan worden.

Voor geen van de specifieke doelgroepen of soorten van financieringsovereenkomsten en andere verrichtingen mag het voormelde percentage meer dan 75 per cent bedragen van de wanbetaling van de kredietnemer waarvoor de afroep gevraagd wordt.

§ 4. De Vlaamse Regering kan per specifieke doelgroep of soort van financieringsovereenkomst en andere verrichtingen bepalen dat op de waarborg een uitbetalingsplafond van toepassing is.

§ 5. Elk van de verbintenissen, vermeld in § 1, 1°, elk van de andere verrichtingen, vermeld in § l, 2°, en elk van de waarborgen moeten beantwoorden aan de vereisten van de de-minimisverordening. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop aan die vereisten moet worden voldaan.

§ 6. Als het plafond van de op grond van de de-minimisverordening toegestane steun wordt overschreden door het verlenen van steun, toegekend op basis van dit hoofdstuk, kan Waarborgbeheer nv de aldus onrechtmatig verleende steun terugvorderen van de kredietnemer.

Artikel 6. (06/04/2009- ...)

§ 1. Een waarborg kan slechts verleend worden mits de betaling van premies die, per soort van financieringsovereenkomst en andere verrichting, door de Vlaamse regering vastgesteld worden volgens de aard, de gewichtigheid en de geldingsduur van de door de waarborg gedekte risico's en in voorkomend geval volgens de specifieke doelgroep.

Bij wege van uitzondering op het bepaalde in het eerste lid, kan de Vlaamse regering, ten behoeve van door haar geïdentificeerde specifieke doelgroepen en onder door haar vastgestelde voorwaarden en modaliteiten, bepalen dat geen of een verminderde premie verschuldigd is.

§ 2. Ongeacht de duur en de aard van de financieringsovereenkomsten en de andere verrichtingen tot zekerheid waarvan een waarborg verstrekt wordt, moet de waarborghouder deelnemen in de risico's verbonden aan de kredieten en andere verrichtingen tot zekerheid waarvan de waarborg verleend wordt.

De Vlaamse regering kan het bepaalde in het eerste lid nader preciseren of concretiseren.

§ 3. In geval van een openbare ramp of crisis die bij besluit van de Vlaamse regering als dusdanig is erkend, kan door de Vlaamse regering conform de door haar vastgestelde voorwaarden en modaliteiten, van de verplichtingen bedoeld in artikel 5, § 3, tweede lid, en artikel 6, § 2, eerste lid, afgeweken worden voor de gehele of gedeeltelijke geldingsduur tijdens dewelke een reeds toegekende waarborg geldt.

De toekenning van een nieuwe waarborg door de Vlaamse regering kan in dezelfde omstandigheden gebeuren zonder het opleggen van een verplichting tot het betalen van premies, of met een tijdelijke vrijstelling van de voormelde verplichtingen.

Artikel 7. (... - ...)

§ 1. Een waarborg kan slechts worden verleend voor financieringsovereenkomsten en andere verrichtingen waarin de kredietnemer en de waarborghouder uitdrukkelijk hebben aanvaard dat de uitbetaling van de waarborg door het Vlaamse Gewest niet bevrijdend werkt ten opzichte van de kredietnemer en andere borgen. De waarborghouder verbindt zich ertoe na afroep van de waarborg de schuldvordering verder te innen en de gerecupereerde bedragen ten belope van het in artikel 5, § 3, eerste lid, bedoelde percentage door te storten aan het Vlaamse Gewest.

§ 2. De Vlaamse regering kan, wat bestaande waarborgen betreft, in de in artikel 6, § 3, bedoelde gevallen een afwijking van het bepaalde in § 1 toestaan.

De toekenning van een nieuwe waarborg door de Vlaamse regering kan in dezelfde omstandigheden gebeuren zonder de naleving van de in de § 1 bedoelde verplichting, dan wel met een tijdelijke vrijstelling van die verplichting.

AFDELING 2 [MODALITEITEN EN PROCEDURE VAN DE TOEKENNING VAN WAARBORGEN BEDOELD IN DIT HOOFDSTUK TEN GUNSTE VAN KLEINE, MIDDELGROTE EN GROTE ONDERNEMINGEN (verv. decr. 20 februari 2009, art. 9, I: 6 april 2009)]

Artikel 8. (06/04/2009- ...)

§ 1. Op bij besluit van de Vlaamse regering vastgestelde tijdstippen doet de Vlaamse regering een openbare oproep die ertoe strekt te achterhalen welke rechtspersonen belangstelling vertonen om kandi-daat-waarborghouder te worden.

Aan de oproep bedoeld in het eerste lid wordt de gepaste ruchtbaarheid verleend.

§ 2. Terzelfder tijd met de bekendmaking van de voormelde oproep maakt de Vlaamse regering volgende gegevens bekend:
1° het maximumbedrag van het geheel van de waarborgen die zij naar aanleiding van de betreffende oproep zal verlenen;
2° de soort van financieringsovereenkomsten, andere verrichtingen of de specifieke doelgroep waaraan de waarborgen die zij naar aanleiding van de betreffende oproep zal verlenen, gekoppeld kunnen worden;
3° de sleutel van verdeling van het totaal bedrag aan waarborgen dat daadwerkelijk zal toegekend worden, onder de kandidaat- waarborghouders waaraan een waarborg verleend wordt;
3°/1 in voorkomend geval, de specifieke doelgroep waarvoor de oproep geldt;
4° de geldingsduur van de toe te kennen waarborgen;
5° de periode gedurende de welke de waarborgen die zij naar aanleiding van de betreffende oproep zal verlenen, gekoppeld kunnen worden aan nieuwe financieringsovereenkomsten of nieuwe andere verrichtingen, die aan de in artikel 5 gestelde voorwaarden voldoen;
6° de premies en de modaliteiten van betaling ervan die de waarborghouder, per soort van financieringsovereenkomst of per specifieke doelgroep of andere verrichting, als tegenprestatie voor de waarborgen verschuldigd zal zijn;
7° het dekkingspercentage, vermeld in artikel 5, § 3, dat voor de verschillende soorten van financieringsovereenkomsten of andere ver-richtingen en, in voorkomend geval, voor de specifieke doelgroepen werd vastgesteld;
7°/1 in voorkomend geval, het uitbetalingsplafond, vermeld in artikel 5, § 4;
8° de termijn waarbinnen op de oproep moet gereageerd worden teneinde in aanmerking te komen voor de toekenning van een waarborg;
9° de datum waarop de Vlaamse regering zal beslissen over de toekenning van de waarborgen in het kader van de betref-fende oproep.
10° in voorkomend geval, het feit dat de toekenning van de waarborg voorwaardelijk is op basis van vooraf door de Vlaamse Regering bepaalde criteria.

§ 3. De sleutel van verdeling bedoeld in § 2, 3°, wordt vóór het uitbrengen van een oproep als bedoeld § 1 vastgesteld bij besluit van de Vlaamse regering op basis van objectieve en economisch verantwoorde criteria.

Artikel 9. (06/04/2009- ...)

§ 1. Rechtspersonen die waarborghouder willen worden, dienen zich, op straffe van onontvankelijkheid, binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn na datum van bekendmaking van de oproep en op de wijze bepaald in die oproep, bij Waarborgbeheer N.V. kenbaar te maken.

§ 2. De in § 1 bedoelde kenbaarmaking vermeldt minstens:
1° de bewijslevering van één van de hoedanigheden bedoeld in artikel 4, § 1;
2° een omschrijving van het soort van financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen, en de uitvoeringsregels daarvan, waarvoor de rechtspersoon die zijn belangstelling laat blijken, de waarborg wil bekomen;
3° de ontwerpen van modelovereenkomsten van die financieringsovereenkomsten en andere verrichtingen die in elk geval het bepaalde in artikel 7, § 1, vermelden en waarvan tevens blijkt dat zij voldoen aan het bepaalde in dit hoofdstuk en de uitvoeringsregels ervan;
4° de verbintenis om bij de toekenning van kredieten, of het aangaan van de andere verrichtingen, waarvoor mogelijker-wijze een afroep van de waarborg zal worden verricht, van de sub 3° bedoelde modellen gebruik te maken.

De Vlaamse regering kan nadere regels uitvaardigen aangaande het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 10. (06/04/2009- ...)

§ 1. Na kennisname van een advies daaromtrent van Waarborgbeheer N.V., kent de Vlaamse regering, op de datum bedoeld in artikel 8, § 2, 9°, aan elke kandidaat-waarborghouder die aan de gestelde voorwaarden voldoet, een waarborg toe ten belope van een deel van het totaal bedrag aan waarborgen dat op dat ogenblik kan worden toegekend.

§ 2. Het bedrag van de waarborg die aan elk van de kandidaat-waarborghouders wordt toegekend, wordt berekend met toe-passing van de in artikel 8, § 3, bedoelde sleutel van verdeling.

§ 3. De toekenning van een waarborg aan een kandidaat-waarborghouder waaraan reeds in het kader van een eerdere oproep een waarborg is toegekend, kan neerkomen op een herbepaling van de voorwaarden, onder meer op het vlak van het bedrag en van de geldingsduur, van de eerder toegekende waarborg. De aldus herbepaalde waarborg vervangt in een dergelijk geval de eerder toegekende waarborg die daarbij herroepen wordt.

De Vlaamse regering kan nadere regelen uitvaardigen aangaande het bepaalde in het eerste lid.

De herbepaling van de waarborg kan uitsluitend betrekking hebben op dat gedeelte van de eerder toegekende waarborg dat nog niet gekoppeld werd aan financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen.

§ 4. De beslissing van de Vlaamse regering waarbij een waarborg toegekend wordt, vermeldt uitdrukkelijk de geldingsduur waarvoor die waarborg wordt verleend.

Tevens vermeldt de in het eerste lid bedoelde beslissing de verschuldigde premies, alsmede de modaliteiten van betaling ervan.

Artikel 11. (06/04/2009- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering deelt aan de waarborghouder mee voor welk bedrag, onder welke voorwaarden en volgens welke procedure de waarborg toegekend wordt.

In voorkomend geval deelt de Vlaamse regering aan kandidaat-waarborghouders waaraan geen waarborg verleend wordt, de beslissing van weigering mee onder vermelding van de motivering van deze weigering.

§ 2. De Vlaamse regering maakt de wijze van verdeling van het totaal bedrag dat per oproep wordt toebedeeld, bekend in het Belgisch Staatsblad.

§ 3. De Vlaamse regering brengt de in § 1 bedoelde beslissingen ter kennis van Waarborgbeheer N.V.

§ 4. Als het totaal van de waarborgbedragen, vermeld in artikel 10, § 2, lager is dan het bedrag, vermeld in artikel 8, § 2, 1 °, kan het restant van dat bedrag over de kandidaat-waarborghouders worden verdeeld, overeenkomstig de bij de initiële toekenning toepasselijke verdeelsleutel.

De kandidaat-waarborghouders zullen door de Vlaamse Regering op de hoogte worden gebracht van het resultaat van de toekenningsprocedure van het restant.

§ 5. Als de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaald heeft overeenkomstig § l, niet vervuld worden, kan de waarborg of een gedeelte van de waarborg teruggenomen worden en herverdeeld worden op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering.

Artikel 12. (06/04/2009- ...)

De Vlaamse regering kan de modaliteiten en procedure van de toekenning van waarborgen met toepassing van dit hoofdstuk aan nadere regelen onderwerpen.

AFDELING 3 PERIODIEKE RAPPORTERING

Artikel 13. (06/04/2009- ...)

§ 1. Een waarborghouder verstrekt, op periodieke tijdstippen, aan Waarborgbeheer N.V. inlichtingen over alle financieringsovereenkomsten en andere verrichtingen, waarvan de waarborghouder meent dat hij de hem toegekende waarborgen zal kunnen afroepen ingeval de kredietnemer in de omstandigheid, bedoeld in artikel 14, § 1, komt te verkeren.

De in het eerste lid bedoelde inlichtingen bevatten tevens het totale bedrag waarvoor de waarborghouder de hem toegekende waarborgen zal kunnen afroepen in geval de kredietnemer in de voormelde omstandigheid komt te verkeren. Dat totale bedrag is ten hoogste het totale bedrag van de waarborgen die aan de waarborghouder werden toegekend en waarvoor de geldingsduur nog loopt.

§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de inhoud, nadere modaliteiten en periodiciteit van de informatieverstrekking, bedoeld in § 1.

§ 3. De Vlaamse regering bepaalt de wijze waarop Waarborgbeheer N.V. onderzoekt of de in § 1 bedoelde inlichtingen correct zijn en of de financieringsovereenkomsten en andere verrichtingen waarover inlichtingen verstrekt werden aan de gestelde voorwaarden voldoen.

AFDELING 4 [AFROEP VAN DE WAARBORG BEDOELD IN DIT HOOFDSTUK (verv. decr. 20 februari 2009, art. 16, I: 6 april 2009)]

Artikel 14. (06/04/2009- ...)

§ 1. Een waarborghouder kan de waarborg afroepen onder de volgende voorwaarden:
1° er is een volledig eisbaar stellen van de verbintenissen van een kredietnemer voortvloeiend uit een financieringsovereenkomst of andere verrichting waarover de inlichtingen verstrekt werden als bedoeld in artikel 13, § 1;
2° de afroep betreft ten hoogste het percentage van het bedrag van de wanbetaling dat voor de betreffende specifieke doelgroep of voor de betreffende soort van financieringsovereenkomst, of andere verrichting, is vastgesteld door de Vlaamse regering met toepassing van het bepaalde in artikel 5, § 3, eerste lid.

§ 2. Het afroepen van de waarborg is slechts mogelijk:
1° ten belope van het bedrag van de toegekende waarborg;
2° ten belope van het percentage vermeld in § 1, 2°;
3° totdat het bedrag van de waarborg, eventueel beperkt tot het uitbetalingsplafond, of, indien er voorheen reeds meerdere uitbetalingen van afroepen zijn geweest, het saldo daarvan volledig is uitbetaald.

§ 3. Het afroepen van de waarborg is slechts mogelijk tijdens de geldingsduur van de waarborg.

Artikel 15. (... - ...)

Een afroep van de waarborg gebeurt, volgens de nadere modaliteiten bepaald door de Vlaamse re-gering, door een kennisgeving aan Waarborgbeheer N.V.

AFDELING 5 [BETALING VAN DE WAARBORG BEDOELD IN DIT HOOFDSTUK (verv. decr. 20 februari 2009, art. 18, I: 6 april 2009)]

Artikel 16. (... - ...)

De Vlaamse regering bepaalt op welke wijze Waarborgbeheer N.V. onderzoekt of de afroep van de waarborg voldoet aan de in artikel 14 bedoelde voorwaarden.

Artikel 17. (... - ...)

§ 1. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden en de procedure van gehele of gedeeltelijke betaalbaarstelling, door Waarborgbeheer N.V., van een afroep van een waarborg.

In elk geval dient een beslissing van gehele of gedeeltelijke weigering van betaalbaarstelling van een dergelijke afroep nader te worden gemotiveerd en aan de waarborghouder ter kennis te worden gebracht volgens de modaliteiten bepaald door de Vlaamse regering.

§ 2. Bij besluit van de Vlaamse regering worden de voorwaarden, de termijnen en de procedure van een hoger beroep bij de Vlaamse regering van een beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van betaalbaarstelling nader geregeld.

Artikel 18. (... - ...)

§ 1. Voor de gevallen dat is beslist tot een uitbetaling van een afroep van een waarborg, gebeurt de uitbetaling ervan volgens de modaliteiten bepaald door de Vlaamse regering.

§ 2. Een uitbetaling verloopt in een eerste fase in elk geval ten provisionele titel en onder voorbehoud van een definitieve afrekening.

AFDELING 6 [BEREKENING VAN HET SALDO VAN DE WAARBORG BEDOELD IN DIT HOOFDSTUK NADAT EEN UITBETALING HEEFT PLAATSGEVONDEN (verv. decr. 20 februari 2009, art. 19, I: 6 april 2009)]

Artikel 19. (... - ...)

Conform de nadere modaliteiten bepaald door de Vlaamse regering, berekent Waarborgbeheer N.V., in geval een provisionele uitbetaling plaats gevonden heeft, de omvang van het nog beschikbare saldo van het bedrag van de waarborg van de waarborghouder en deelt de uitkomst van die berekening mee aan de waarborghouder.

Telkens na een definitieve afrekening als bedoeld in artikel 18, § 2, verricht Waarborgbeheer N.V., volgens de nadere mo-daliteiten bepaald door de Vlaamse regering, een herberekening van het uitstaande saldo.

HOOFDSTUK III WAARBORGBEHEER N.V.

Artikel 20. (... - ...)

§ 1. Participatiemaatschappij Vlaanderen N.V. richt een gespecialiseerde dochteronderneming op die de naam "Waarborgbeheer N.V." draagt.

§ 2. Participatiemaatschappij Vlaanderen N.V. heeft het recht om, met toepassing van de regels van het vennootschapsrecht, de naam van Waarborgbeheer N.V. te wijzigen.

Artikel 21. (06/04/2009- ...)

Waarborgbeheer nv heeft als doel :
1° het beheer, in opdracht van het Vlaamse Gewest, van de dossiers voortvloeiend uit de waarborgregeling vastgelegd in hoofdstuk II;
2° het beheer, in opdracht van het Vlaamse Gewest, van de dossiers voortvloeiend uit andere waarborgregelingen die strekken tot de stimulering van de oprichting, ontwikkeling en financiering van kleine, middelgrote of grote ondernemingen, voor zover hiervoor geen afwijkende bepalingen werden vastgesteld;
3° het verlenen van advies over waarborgverlening ten gunste van ondernemingen, voor zover hierover geen afwijkende bepalingen werden vastgesteld.

Artikel 22. (06/04/2009- ...)

§ 1. Voor wat niet uitdrukkelijk anders geregeld is in dit decreet, is Waarborgbeheer N.V. on-derworpen aan de bepalingen van het decreet betreffende de Vlaamse investeringsmaatschappijen.

§ 2. In afwijking van artikel 10, § 3 en § 4, van het decreet betreffende de Vlaamse investeringsmaatschappijen worden de opdrachten, financiering, financiële doelstellingen en rapporteringsverplichtingen van Waarborgbeheer N.V. geregeld in een overeenkomst tussen Waarborgbeheer N.V., Participatiemaatschappij Vlaanderen N.V. en het Vlaamse Gewest.

In de in het eerste lid bedoelde overeenkomst wordt bepaald dat Waarborgbeheer N.V., volgens de modaliteiten vastgelegd in die overeenkomst, belast wordt met onder meer de volgende taken:
1° het per kandidaat-waarborghouder of per waarborghouder, aanleggen en bijhouden van een dossier waarin alle mede-delingen die een belanghebbende op grond van, of krachtens hoofdstuk II en de uitvoeringsmaatregelen ervan verricht, worden bijgehouden;
2° het inzamelen van de mededelingen bedoeld in artikel 9, § 1;
3° het uitbrengen van de adviezen bedoeld in artikel 10, § 1;
4° het voeren van het onderzoek bedoeld in artikel 13, § 3;
5° het voeren van het onderzoek bedoeld in artikel 16;
6° het beslissen over de betaalbaarstelling van een afroep van een waarborg als bedoeld in de eerste paragraaf van artikel 17;
7° het verrichten van de berekeningen bedoeld in artikel 19;
8° het beheer van de middelen toegekend krachtens het bepaalde in artikel 25.

§ 3. In afwijking van artikel 12, § 1, van het decreet betreffende de Vlaamse investeringsmaatschappijen, staat Waarborg-beheer N.V. niet onder het toezicht van de Vlaamse regering door toedoen van een regeringscommissaris, maar onder het toezicht van Participatiemaatschappij Vlaanderen N.V.

[HOOFDSTUK III/1 AD-HOC WAARBORGEN VOOR ONDERNEMINGEN (verv. decr. 23 december 2010, art. 56, I: 1 november 2011)]

[AFDELING 1 ALGEMENE BEPALINGEN (ing. decr. 20 februari 2009, art. 22, I: 15 april 2009]

Artikel 22/1. (14/09/2013- ...)

§ 1. In de mate een van de Participatiemaatschappij Vlaanderen afhangende dochteronderneming of een dochteronderneming die afhangt van het Vlaamse Gewest die hiertoe door de Vlaamse Regering kan worden opgericht, hierna de 'Waarborgvennootschap' genoemd, bij het toekennen van haar in dit hoofdstuk bedoelde waarborgen de voorwaarden bepaald in § 2 en in de artikelen 22/2 tot en met 22/4 naleeft, zal de Vlaamse Regering via maatregelen die zij ten aanzien van het kapitaal van de Waarborgvennootschap lastens de begroting van de Vlaamse Gemeenschap neemt, te allen tijde de continuïteit van de Waarborgvennootschap en het minimum nettoactief zoals bedoeld in artikel 634 van het Wetboek van Vennootschappen verzekeren.

§ 2. Het bepaalde in § 1 geldt slechts op voorwaarde dat het maximale totale bedrag dat de Waarborgvennootschap met haar waarborgen dekt, niet meer bedraagt dan 1500 miljoen euro.

Artikel 22/2. (14/09/2013- ...)

Het bepaalde in artikel 22/1, § 1, geldt slechts op voorwaarde dat al de in dit hoofdstuk bedoelde waarborgen toegekend door de Waarborgvennootschap, naast te voldoen aan de voorwaarden van respectievelijk artikel 22/3 of artikel 22/4, ook voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden :
1° de waarborgen worden toegekend aan kredietgevers voor financieringsovereenkomsten van kredietnemers en dit in het kader van de ondersteuning van de economie in het Vlaamse Gewest;
2° de waarborgen hebben een maximale geldingsduur die de duurtijd bepaald door de Vlaamse Regering niet overschrijdt;
3° de waarborgen worden niet toegekend voor de financieringsovereenkomsten van ondernemingen die actief zijn in de sectoren visserij en landbouw;
4° de waarborgen worden toegekend voor financieringsovereenkomsten;
5° de waarborgen worden toegekend tegen betaling door de betrokken onderneming aan de Waarborgvennootschap van een marktconforme waarborgpremie die in voorkomend geval kan overeenstemmen met een safe harbour-premie; deze waarborgpremie wordt door de Waarborgvennootschap met een nader door de Vlaamse Regering te bepalen percentage of bedrag verhoogd indien de niet naleving van het engagement, bedoeld in 7°, wordt vastgesteld;
6° de waarborgen worden toegekend mits indiening door de betrokken onderneming van een speciaal hiertoe opgesteld businessplan waarin in ieder geval de solvabiliteit, terugbetalingscapaciteit, beschikbare zekerheden, evenals andere elementen die kunnen overtuigen inzake de intrinsieke gezondheid van de onderneming, worden toegelicht;
7° de waarborgen worden toegekend mits het engagement van de betrokken onderneming tot het daadwerkelijk realiseren of behouden van de in het businessplan aangegeven werkgelegenheid op het Vlaamse grondgebied gedurende de looptijd van de garantie;
8° de waarborgen worden toegekend mits het aannemelijk maken dat voor de financieringsovereenkomst geen waarborg kan worden bekomen zoals bedoeld in hoofdstuk II;
9° de waarborgen worden toegekend onder voorwaarde :
a) dat ze slechts kunnen worden afgeroepen vergezeld van een waardeschatting van de zakelijke en persoonlijke zekerheden door de kredietgever en;
b) dat de afgeroepen waarborg slechts voorlopig uitbetaald wordt ten belope van het bedrag van de toegekende waarborg, verminderd met het bedrag van deze waardeschatting en;
c) dat de definitieve afrekening inzake de waarborg plaats heeft na de uitwinning van de zakelijke en persoonlijke zekerheden door de kredietgever of nadat een definitieve regeling met de Waarborgvennootschap werd overeengekomen over het al dan niet uitwinnen van de zakelijke en persoonlijke zekerheden;
10° de waarborgen voldoen aan de nadere voorwaarden en de procedurevoorschriften die de Vlaamse Regering kan vaststellen.
11° de waarborgen voldoen aan de dossierspecifieke voorwaarden en nadere procedurevoorschriften die de Waarborgvennootschap dossier per dossier kan bepalen.

[AFDELING 2 VERHOOGDE CRISISWAARBORG (ing. decr. 20 februari 2009, art. 22, I: 15 april 2009)]

Artikel 22/3 (14/09/2013- ...)

§ 1. Deze afdeling is van toepassing op de in artikel 22/2 bedoelde waarborgen, toegekend door de Waarborgvennootschap, waarbij :
1° het bedrag van de financiering maximaal de totale jaarlijkse bruto loonmassa voor 2008 van de onderneming bedraagt; of
2° bij op of na 1 januari 2008 opgerichte ondernemingen, het maximumbedrag van de financiering niet hoger is dan de geraamde totale jaarlijkse bruto loonmassa van de eerste twee exploitatiejaren;

De loonmassa, bedoeld in het eerste lid, omvat eveneens sociale premies en de kosten van personeel dat werkzaam is op het terrein van de onderneming, maar formeel in dienst is bij toeleveranciers.

§ 2. Het bepaalde in artikel 22/1, § 1, geldt slechts op voorwaarde dat de in § 1 bedoelde waarborgen toegekend door de Waarborgvennootschap, naast aan de voorwaarden bepaald in artikel 22/2, bovendien voldoen aan de hierna opgesomde cumulatieve voorwaarden :
1° de waarborg houdt verband met een welbepaalde financiële transactie;
2° de waarborg dekt niet meer dan 90 % van de financiering;
3° de waarborg betreft een vast maximumbedrag;
4° de waarborg is beperkt in de tijd;
5° indien de omvang van de financiering mettertijd afneemt, moet het gegarandeerde bedrag in evenredigheid afnemen, zodat de verhoogde crisiswaarborg op ieder tijdstip niet meer dan 90 % van de uitstaande financiering dekt;
6° de verliezen moeten evenredig en op dezelfde wijze worden gedragen door de financieringverstrekker en de Waarborgvennootschap. De opbrengsten afkomstig van de uitwinning van de door de onderneming ter dekking van de schulden gestelde zekerheden, na aftrek van de door de financieringsverstrekker gedragen uitwinningskosten, moeten de door de financieringsverstrekker en de Waarborgvennootschap gedragen verliezen evenredig doen dalen;
7° ter vergoeding van de waarborg, betaalt de onderneming gedurende de eerste twee jaar, te rekenen vanaf het ogenblik van het toekennen van de waarborg, een marktconforme waarborgpremie aan de Waarborgvennootschap ten belope van de verlaagde safe harbour-premie; na het verstrijken van de eerste periode van twee jaar na het toekennen van de waarborg, betaalt de kleine en middelgrote onderneming aan de Waarborgvennootschap een marktconforme waarborgpremie ten belope van de safe harbour-premie en de grote onderneming een martkconforme waarborgpremie vastgesteld door de Waarborgvennootschap;
7°/1 de waarborg wordt ten laatste op 31 december 2010 toegekend. De voormelde datum van 31 december 2010 kan door de Vlaamse Regering worden verlengd indien en in de mate dat de Europese Commissie daartoe een goedkeuring heeft verleend;
7°/2 de waarborgen worden niet toegekend voor de financieringsovereenkomsten van een onderneming die op 1 juli 2008 een onderneming in moeilijkheden was;
8° de waarborgen voldoen aan de nadere voorwaarden en de procedurevoorschriften die de Vlaamse Regering kan vaststellen.

[AFDELING 3 DE CRISISWAARBORG (ing. decr. 20 februari 2009, art. 22, I: 15 april 2009)]

Artikel 22/4. (14/09/2013- ...)

Het bepaalde in artikel 22/1, § 1, geldt op voorwaarde dat de waarborgen van de Waarborgvennootschap bedoeld in dit hoofdstuk, andere dan de waarborgen bedoeld in artikel 22/3, naast aan de voorwaarden bepaald in artikel 22/2, bovendien voldoen aan de hierna opgesomde cumulatieve voorwaarden :
1° de waarborg houdt verband met een welbepaalde financiële transactie;
2° de waarborg dekt niet meer dan 80 % van de betrokken financiering;
3° de waarborg betreft een vast maximumbedrag;
4° de waarborg is beperkt in de tijd;
5° indien de omvang van de financiering mettertijd afneemt, moet het gegarandeerde bedrag in evenredigheid afnemen, zodat de waarborg op ieder tijdstip niet meer dan 80 % van de uitstaande financiering dekt;
6° de verliezen moeten evenredig en op dezelfde wijze worden gedragen door de financieringsverstrekker en de Waarborgvennootschap. De opbrengsten afkomstig van de uitwinning van de door de onderneming ter dekking van de schulden gestelde zekerheden, na aftrek van de door de financieringsverstrekker gedragen uitwinningskosten, moeten de door de financieringsverstrekker en de Waarborgvennootschap gedragen verliezen evenredig doen dalen;
6°/1 de waarborgen worden niet toegekend voor de financieringsovereenkomsten van een onderneming die op datum van toekenning van de waarborg een onderneming in moeilijkheden is;
7° ter vergoeding van de waarborg betaalt de kredietnemer een marktconforme waarborgpremie vastgesteld door de Waarborgvennootschap.

[HOOFDSTUK III/2. WAARBORG VOOR FINANCIERINGSFONDSEN EN KREDIETPORTEFEUILLES (ing. decr. 12 juli 2013, art. 7, I: 14 september 2013)]

[AFDELING 1 ALGEMENE BEPALINGEN (ing. decr. 12 juli 2013, art. 7, I: 14 september 2013)]

Artikel 22/5. (14/09/2013- ...)

§ 1. In de mate de Waarborgvennootschap bij het toekennen van haar in dit hoofdstuk bedoelde waarborgen de voorwaarden bepaald in § 2 en in de artikelen 22/6 toten met 22/8 naleeft, zal de Vlaamse Regering via maatregelen die zij ten aanzien van het kapitaal van de Waarborgvennootschap lastens de begroting van de Vlaamse Gemeenschap neemt, te allen tijde de continuïteit van de Waarborgvennootschap en het minimum netto-actief zoals bedoeld in artikel 634 van het Wetboek van Vennootschappen verzekeren.

§ 2. Het bepaalde in § 1, geldt slechts op voorwaarde dat bij de toekenning van de in dit hoofdstuk bedoelde waarborgen aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan :
1° de toekenning van een waarborg heeft niet tot gevolg dat het maximale totale bedrag dat de Waarborgvennootschap met haar in hoofdstuk III/l en III/2 bedoelde waarborgen dekt, meer dan 1.500 miljoen euro bedraagt;
2° voor waarborgen boven een door de Vlaamse Regering bepaald bedrag of percentage, die desgevallend kunnen verschillen per type, is de voorafgaande goedkeuring van de Vlaamse Regering verkregen;
3° het totaal bedrag aan waarborgen dat, in voorkomend geval, door de Vlaamse Regering per type waarborg bepaald is, wordt niet overschreden.

§ 3. Jegens derden, met inbegrip van de persoon ten gunste van wie de waarborg wordt toegekend en diens rechtsopvolgers ten bijzondere of ten algemene titel, geldt de beslissing van de Waarborgvennootschap tot toekenning van de waarborg als een onweerlegbaar vermoeden dat aan alle voorwaarden bedoeld in § 2 en, naar gelang het geval, in de artikelen 22/6 en 22/7 werd voldaan en zal blijven voldaan zijn. Het voorgaande belet niet dat de Waarborgvennootschap, overeenkomstig de regeling uitgewerkt in de waarborgovereenkomst, zich desgevallend tegen de initiatief-nemende instellingen kan keren indien deze de voorwaarden bedoeld in de artikelen 22/6 of 22/7 niet of niet langer naleven.

[AFDELING 1 WAARBORG VOOR ONDERNEMINGSFONDSEN (ing. decr. 12 juli 2013, art. 7, I: 14 september 2013)]

Artikel 22/6. (14/09/2013- ...)

 § 1. Deze afdeling is van toepassing op waarborgen die worden toegekend tot zekerheid van schuldinstrumenten, kapitaalinstrumenten of schulden van een ondernemingsfonds en ten gunste van de houders van die instrumenten en de schuldeisers van die schulden.

§ 2. Op het ogenblik van de in § 1 bedoelde waarborgverlening moet een onherroepelijke verbintenis ten aanzien van de Waarborgvennootschap voorliggen en dit, naar keuze van de Waarborgvennootschap, vanwege de beheerder van het betrokken ondernemingsfonds of van één of elk van de initiatief-nemende instellingen en die naar voldoening van de Waarborgvennootschap voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden :
1° het betrokken ondernemingsfonds beschikt over een eerste verliesbuffer die door één of meerdere van de initiatief-nemende instellingen ter beschikking is gesteld;
2° het betrokken ondernemingsfonds wordt beheerd met inachtneming van een gezonde risicospreiding;
3° de kredietnemers onder de door het ondernemingsfonds overgenomen of aangegane financieringsovereenkomsten hebben op het ogenblik van de toekenning van de waarborg geen concrete plannen aangekondigd tot de lokalisatie, die gepaard zouden gaan met aanzienlijke personeelssaneringen in het Vlaamse Gewest;
4° de financieringsovereenkomsten die door het ondernemingsfonds worden overgenomen of aangegaan, zijn aanvankelijk aangegaan door één of meerdere van de initiatief-nemende instellingen of zullen door het ondernemingsfonds worden aangegaan met kredietnemers die werden aangebracht met tussenkomst van één of meer van de initiatief-nemende instellingen, onder dezelfde voorwaarden inzake onder meer verschaffing van persoonlijke en zakelijke zekerheden en rentebetaling, als de voorwaarden die de initiatief-nemende instellingen zelf in hun normale bedrijfsvoering toepassen voor financieringsovereenkomsten van hetzelfde type en voor vergelijkbare kredietdossiers zonder overheidswaarborg;
5° de beheerder van het betrokken ondernemingsfonds zal, behoudens voorafgaande goedkeuring door de Waarborgvennootschap, slechts financieringsovereenkomsten overnemen die zijn aangegaan na de inwerkingtreding van hoofdstuk III/2 van dit decreet en na de start van het ondernemingsfonds;
6° de dossierspecifieke voorwaarden en nadere procedurevoorschriften die de Waarborgvennootschap dossier per dossier kan bepalen.

§ 3. Op het ogenblik van de in § 1 bedoelde waarborgverlening moeten, naast de voorwaarde neergelegd in § 2, ook de volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn :
1° de waarborg heeft een geldigheidsduur die een door de Vlaamse Regering bepaald maximum niet overschrijdt;
2° de waarborg dekt een percentage van de gewaarborgde schuld- of kapitaalinstrumenten of schulden, dat nooit hoger mag zijn dan een door de Vlaamse Regering bepaald maximumpercentage;
3° het betrokken ondernemingsfonds betaalt aan de Waarborgvennootschap een marktconforme of door de Europese Commissie toegelaten waarborgpremie, waarvan de omvang en de modaliteiten bepaald worden in de waarborgovereenkomst;
4° de beheerder van het betrokken ondernemingsfonds dient voorafgaand aan de toekenning van de waarborg een businessplan in waarin volgens de Waarborgvennootschap op afdoende wijze de deugdelijkheid en geschiktheid van het ondernemingsfonds wordt aangetoond, dit aan de hand van de criteria qua aanwending van de middelen, de risicospreiding van de portefeuille van financieringsovereenkomsten, de risico-opvolgingsprocedure, de historiek van de beheerder wat betreft kredietverlening en percentages van financieringsovereenkomsten waarvan de voorwaarden door de kredietnemers niet worden nageleefd, en eventuele andere elementen;
5° de waarborg moet vrij overdraagbaar zijn samen met de gewaarborgde schuld- of kapitaalinstrumenten of met de gewaarborgde schuld;
6° andere voorwaarden en nadere procedurevoorschriften die de Vlaamse Regering kan vaststellen, waaronder de voorwaarden waaraan de waarborgaanvraag dient te voldoen, aangaande de inwerkingtreding van de waarborg en het maximaal gewaarborgd percentage.

[AFDELING 3 WAARBORG VOOR INFRASTRUCTUURFONDSEN (ing. decr. 12 juli 2013, art. 7, I: 14 september 2013)]

Artikel 22/7. (14/09/2013- ...)

§ 1. Deze afdeling is van toepassing op waarborgen die worden toegekend tot zekerheid van schuldinstrumenten, kapitaalinstrumenten of schulden van een infrastructuurfonds en ten gunste van de houders van die instrumenten en de schuldeisers van die schulden.

§ 2. Op het ogenblik van de in § 1 bedoelde waarborgverlening moet een onherroepelijke verbintenis ten aanzien van de Waarborgvennootschap voorliggen en dit, naar keuze van de Waarborgvennootschap, vanwege de beheerder van het betrokken infrastructuurfonds of van één of elk van de initiatief-nemende instellingen en die naar voldoening van de Waarborgvennootschap voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden :
1° het betrokken infrastructuurfonds beschikt over een eerste verliesbuffer die door één of meerdere van de initiatief-nemende instellingen ter beschikking is gesteld;
2° het betrokken infrastructuurfonds wordt beheerd met inachtneming van een gezonde risicospreiding;
3° de kredietnemers onder de door het infrastructuurfonds overgenomen of aangegane financieringsovereenkomsten hebben op het ogenblik van de toekenning van de waarborg geen concrete plannen aangekondigd tot delokalisatie, die gepaard zouden gaan met aanzienlijke personeelssaneringen in het Vlaamse Gewest;
4° de financieringsovereenkomsten die door het infrastructuurfonds worden overgenomen of aangegaan zijn aanvankelijk aangegaan door één of meerdere van de initiatief-nemende instellingen of zullen door het infrastructuurfonds worden aangegaan met kredietnemers die werden aangebracht met tussenkomst van één of meer van de initiatiefnemende instellingen, onder dezelfde voorwaarden inzake onder meer verschaffing van persoonlijke en zakelijke zekerheden en rentebetaling, als de voorwaarden die de initiatief-nemende instellingen zelf in hun normale bedrijfsvoering toepassen voor financieringsovereenkomsten van hetzelfde type en voor vergelijkbare kredietdossiers zonder overheidswaarborg;
5° de beheerder van het betrokken infrastructuurfonds zal, behoudens voorafgaande goedkeuring door de Waarborgvennootschap, slechts financieringsovereenkomsten overnemen die zijn aangegaan na de inwerkingtreding van hoofdstuk III/2 van dit decreet en na de start van het infrastructuurfonds;
6° de dossierspecifieke voorwaarden en nadere procedurevoorschriften die de Waarborgvennootschap dossier per dossier kan bepalen.

§ 3. Op het ogenblik van de in § 1 bedoelde waarborgverlening moeten, naast de voorwaarde neergelegd in § 2, ook de volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn :
1° de waarborg heeft een geldigheidsduur die een door de Vlaamse Regering bepaald maximum niet overschrijdt;
2° de waarborg dekt een percentage van de gewaarborgde schuld- of kapitaalinstrumenten of schulden, dat nooit hoger mag zijn dan een door de Vlaamse Regering bepaald maximumpercentage;
3° het betrokken infrastructuurfonds betaalt aan de Waarborgvennootschap een marktconforme of door de Europese Commissie toegelaten waarborgpremie, waarvan de omvang en de modaliteiten bepaald worden in de waarborgovereenkomst;
4° de beheerder van het betrokken infrastructuurfonds dient voorafgaand aan de toekenning van de waarborg een businessplan in waarin volgens de Waarborgvennootschap op afdoende wijze de deugdelijkheid en geschiktheid van het infrastructuurfonds wordt aangetoond, dit aan de hand van de criteria qua aanwending van de middelen, de risicospreiding van de portefeuille van financieringsovereenkomsten, de risico-opvolgingsprocedure, de historiek van de beheerder wat betreft kredietverlening en percentages van financieringsovereenkomsten waarvan de voorwaarden door de kredietnemers niet worden nageleefd, en eventuele andere elementen;
5° de waarborg moet vrij overdraagbaar zijn samen met de gewaarborgde schuld- of kapitaalinstrumenten of met de gewaarborgde schuld;
6° andere voorwaarden en nadere procedurevoorschriften die de Vlaamse Regering kan vaststellen, waaronder de voorwaarden waaraan de waarborgaanvraag dient te voldoen, aangaande de inwerkingtreding van de waarborg en het maximaal gewaarborgd percentage.

[AFDELING 4 WAARBORG VOOR KWALITATIEVE KREDIETPORTEFEUILLES (ing. decr. 12 juli 2013, art. 7, I: 14 september 2013)]

Artikel 22/8. (14/09/2013- ...)

§ 1. Deze afdeling is van toepassing op waarborgen die worden toegekend ten gunste van financiële instellingen tot zekerheid van kwalitatieve kredietportefeuilles.

§ 2. Op het ogenblik van de in § 1 bedoelde waarborgverlening en verlenging moet voldaan zijn aan de volgende cumulatieve voorwaarden :
1° de kredietnemers van de financieringsovereenkomsten die zijn opgenomen in de kwalitatieve kredietportefeuille bieden een reële tewerkstelling in het Vlaamse Gewest;
2° de betrokken financiële instelling heeft een lijst overgemaakt aan de Waarborgvennootschap met de financieringsovereenkomsten opgenomen in de kwalitatieve kredietportefeuille die beantwoorden aan een door de Waarborgvennootschap bepaalde minimale kredietbeoordeling en heeft er zich ten aanzien van de Waarborgvennoot-schap toe verbonden om deze lijst periodiek op de momenten bepaald in de waarborgovereenkomst te actualiseren;
3° de financieringsovereenkomsten die de kwalitatieve kredietportefeuille uitmaken mogen op geen andere manier genieten van overheidswaarborgen uit hoofde van dit decreet;
4° de betrokken financiële instelling toont aan dat de kwalitatieve kredietportefeuille is samengesteld met inachtneming van een gezonde risicospreiding;
5° de betrokken financiële instelling verbindt er zich ten aanzien van de Waarborgvennootschap toe om de financieringsovereenkomsten die zijn opgenomen in de kwalitatieve kredietportefeuille en waarvan de kredietbeoordeling verlaagd wordt tot beneden de door de Waarborgvennootschap bepaalde minimale kredietbeoordeling op de momenten bepaald in de waarborgovereenkomst overeenkomstig het bepaalde onder 2° te vervangen door andere financieringsovereenkomsten met de door de Waarborgvennootschap bepaalde minimale kredietbeoordeling;
6° de waarborgen hebben een geldigheidsduur van maximaal 1 jaar met de mogelijkheid om deze telkens op de jaarlijkse vervaldag mits instemming van beide partijen teverlengen met eenzelfde termijn en dit tot een maximale duur van 3 jaar. De Vlaamse Regering kan de maximale geldigheidsduur van 1 en 3 jaar aanpassen;
7° de waarborgen dekken de kwalitatieve kredietportefeuille ten belope van een welbepaald bedrag, te bepalen als een percentage van de kwalitatieve kredietportefeuille te bepalen door de Waarborgvennootschap bij de toekenning van de waarborg, dat in elk geval 80% van de waarde van de gewaarborgde kwalitatieve kredietportefeuille niet mag overschrijden;
8° de betrokken financiële instelling betaalt aan de Waarborgvennootschap een marktconforme of door de Europese Commissie toegelaten waarborgpremie, waarvan de omvang en de modaliteiten bepaald worden in de waarborgovereenkomst;
9° de betrokken financiële instelling verbindt er zich ten aanzien van de Waarborgvennootschap toe om het bedrag aan eigen vermogen dat door de verlening van de waarborg vrijgemaakt wordt opnieuw als eigen vermogen aan te wenden voor nieuwe financieringsovereenkomsten aan ondernemingen en entiteiten die de economie in het Vlaamse Gewest ondersteunen;
10° de waarborgen voldoen aan andere voorwaarden en de nadere procedurevoorschriften die de Vlaamse Regering kan vaststellen, waaronder de voorwaarden waaraan de waarborgaanvraag dient te voldoen, aangaande de inwerkingtreding van de waarborgen het maximaal gewaarborgd percentage;
11° de waarborgen voldoen aan de dossierspecifieke voorwaarden en nadere procedurevoorschriften die de Waarborgvennootschap dossier per dossier kan bepalen.

HOOFDSTUK IV OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 23. (... - ...)

Vanaf de datum van inwerkingtreding van het Hoofdstuk III van dit decreet, is, voor wat betreft het Vlaamse Gewest, Waarborgbeheer N.V. belast met het beheer en de verdere afwikkeling van de dossiers inzake de waarborgen die voor datum van de voormelde inwerkingtreding toegekend werden op grond van Afdeling 2 van Hoofdstuk I van de wet van 4 augustus 1978, alsmede inzake de waarborgen die na deze datum toegekend worden op grond van het bepaalde in artikel 24.

Vanaf de datum, bedoeld in het eerste lid, is Waarborgbeheer N.V. belast met het beheer en de verdere afwikkeling van de dossiers inzake de waarborgen die toegekend werden op grond van het decreet van 15 april 1997.

Het beheer en de verdere afwikkeling van de in het eerste en tweede lid bedoelde dossiers gebeurt, in zoverre mogelijk, met toepassing van de regels bepaald in artikel 22, § 2, tweede lid, en in de artikelen van dit decreet waarnaar in voormeld artikel wordt verwezen.

In zoverre nodig voor de behartiging van de in het eerste, het tweede en derde lid bedoelde taken, worden de taken en be-voegdheden die in Afdeling 2 van Hoofdstuk I van de wet van 4 augustus 1978 en in de artikelen 5 tot en met 10 van het decreet van 15 april 1997 zijn toevertrouwd aan het Waarborgfonds bedoeld in artikel 12 van die wet, respectievelijk aan het Comité van het Waarborgfonds bedoeld in artikel 13 van die wet, tijdens de periode waarbinnen de in dit artikel bedoelde overgangsregelen van kracht zijn, waargenomen, respectievelijk uitgeoefend, door Waarborgbeheer N.V., respectievelijk door het bestuursorgaan van deze vennootschap.

Artikel 24. (06/04/2009- ...)

...

HOOFDSTUK V MIDDELEN BESTEMD TER FINANCIERING VAN DE WAARBORGREKENING

Artikel 25. (06/04/2009- ...)

§ 1. Lastens de begroting van de Vlaamse Gemeenschap ontvangt Waarborgbeheer N.V., onder de voorwaarden nader bepaald in de in artikel 22, § 2, bedoelde overeenkomst, een vergoeding voor alle kosten verbonden aan het verrichten van de taken bepaald in voormelde overeenkomst.

Er kunnen aan Waarborgbeheer N.V. voor het verrichten van haar taken, lastens de daarvoor voorziene kredieten, kwartaalvoorschotten worden toegekend.

§ 2. De eventuele verliezen voortvloeiend uit het toekennen van waarborgen volgens de waarborgregeling, vastgelegd in hoofdstuk II, worden gedragen lastens de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. Die verliezen worden bepaald rekening houdend met de premieontvangsten krachtens artikel 6, § 1.

[HOOFDSTUK V/1 IMEC (ing. decr. 20 februari 2009, art. 25, I: 6 april 2009)]

Artikel 25/1. (06/04/2009- ...)

De Vlaamse minister bevoegd voor financiën en begroting wordt, op voordracht van de Vlaamse minister bevoegd voor wetenschap en innovatie, ertoe gemachtigd de waarborg van het Vlaamse Gewest te hechten aan financieringen voor uitbreidingsinvesteringen van IMEC. Het plafond van de gewaarborgde financieringen mag een totaal bedrag van 35 miljoen euro niet overschrijden.

HOOFDSTUK VI SLOT-, WIJZIGINGS- EN OPHEFFINGSBEPALINGEN

Artikel 26. (... - ...)

§ 1. De Vlaamse regering wordt ermee belast om de bestaande wets- en decreetsbepalingen waarin het Waarborgfonds bedoeld in artikel 12 van de wet van 4 augustus 1978 en de regeling bedoeld in Afdeling 2 van Hoofdstuk I van de wet van 4 augustus 1978, nader zijn geregeld, te wijzigen, aan te vullen, te vervangen of op te heffen, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van dit decreet.

De Vlaamse regering wordt er in dat kader inzonderheid mee belast om de in het eerste lid bedoelde wets- en decreetsbe-palingen gehanteerde terminologie aan te passen, door, inzonderheid, waar nodig, de verwijzing naar het waarborgfonds, of naar de regeling, als bedoeld in het eerste lid, te vervangen door een verwijzing naar die kadert in de terminologie van dit decreet.

De besluiten die krachtens deze paragraaf worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben indien zij niet bij decreet zijn bekrachtigd binnen de negen maanden na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging werkt terug tot deze laatste datum.

De in deze paragraaf aan de Vlaamse regering opgedragen bevoegdheid vervalt negen maanden na de inwerkingtreding van dit decreet. Na die datum kunnen de besluiten die krachtens deze paragraaf zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd alleen bij een decreet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.

§ 2. De Vlaamse regering wordt ermee belast de bepalingen van de wetten en decreten betreffende de regeling en het Waarborgfonds als bedoeld in het eerste lid van de eerste paragraaf te coördineren, alsook de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgende wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van coördinatie. Te dien einde kan zij:

1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;

2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;

3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen;

4° de verwijzingen naar de in de coördinatie opgenomen bepalingen die in andere niet in coördinatie opgenomen bepa-lingen voorkomen, naar de vorm aanpassen.

De in het eerste lid bedoelde co÷rdinatie treedt pas in werking nadat zij bekrachtigd is door het Vlaams Parlement.

Artikel 27. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Heft artikel 14 van het decreet van 15 december 1993 tot bevordering van de economische expansie in het Vlaamse Gewest op)

Artikel 28. (06/04/2009- ...)

...

Artikel 29. (06/04/2009- ...)

...

Artikel 30. (... - ...)

De Vlaamse regering bepaalt de datum waarop dit decreet, of elk van de Hoofdstukken, Afdelingen binnen Hoofdstukken, dan wel artikelen ervan, in werking treedt.

(Hoofdstuk I, III, IV, V en VI treden in werking op 1 maart 2004 - zie B.V.R. 20 februari 2001, art. 5)