Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie

Datum 03/06/2005

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I Definities
  2. [HOOFDSTUK Ibis. Vlaamse ministeries (ing. BVR 25 januari 2019, art. 2, I: 1 januari 2019)]
  3. [HOOFDSTUK II Vaststelling van de beleidsdomeinen (verv. BVR 2 oktober 2019, art. 1, I: 2 oktober 2019)]
  4. [HOOFDSTUK III Oprichting van de Vlaamse ministeries en departementen en indeling van de agentschappen per beleidsdomein (verv. BVR 25 januari 2019, art. 3, I: 1 januari 2019)]
  5. HOOFDSTUK IV Taakstelling van de departementen, agentschappen en wisselwerking tussen departementen en agentschappen
  6. HOOFDSTUK V Oprichting en wijze van samenstelling van de beleidsraad
  7. HOOFDSTUK VI Projectwerking
  8. HOOFDSTUK VII Wijzigings- en slotbepalingen

Inhoud

HOOFDSTUK I Definities

Artikel 1. (01/01/2019- ...)

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° de bijzondere wet: de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
2° het decreet van 7 december 2018: het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
3° beleidsdomein: een homogeen beleidsdomein als vermeld in artikel III.1 van het decreet van 7 december 2018, bestaande uit een verzameling van beleidsvelden die zowel vanuit politiek als maatschappelijk oogpunt een herkenbaar en samenhangend geheel vormen;
4° beleidsveld: een verzameling van beleidsitems die zowel vanuit politiek als maatschappelijk oogpunt een herkenbaar en samenhangend geheel vormen;
5° Vlaamse administratie: de Vlaamse administratie, vermeld in artikel III.1 van het decreet van 7 december 2018;
6° ...;
7° departement: het onderdeel van een Vlaams ministerie dat, onder het rechtstreekse gezag en de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de bevoegde minister valt;
8° agentschap: een verzelfstandigd agentschap als vermeld in artikel III.1 van het decreet van 7 december 2018;
9° project: een geheel van activiteiten dat in een tijdelijk samenwerkingsverband wordt uitgevoerd door meerdere specialisten of specialistische groepen, en dat gericht is op een duidelijk gespecificeerd resultaat.

[HOOFDSTUK Ibis. Vlaamse ministeries (ing. BVR 25 januari 2019, art. 2, I: 1 januari 2019)]

Artikel 1bis. (01/01/2019- ...)

Per beleidsdomein kan een Vlaams ministerie worden opgericht.

De Vlaamse ministeries bestaan in voorkomend geval uit departementen en intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid.

Artikel 1ter. (01/01/2019- ...)

Aan de departementen en intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid kunnen zowel beleidsondersteunende taken als taken van beleidsuitvoering worden toevertrouwd.

Artikel 1quater. (01/01/2019- ...)

§ 1. De intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid zijn diensten van de Vlaamse Gemeenschap die beschikken over operationele autonomie als vermeld in artikel 1quinquies.

Intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid worden opgericht bij besluit. Het oprichtingsbesluit omvat een opsomming van de doelstellingen en taken die aan het intern verzelfstandigde agentschap worden toevertrouwd.

§ 2. Het hoofd van een intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid is het personeelslid dat, met behoud van de toepassing van de mogelijkheid tot delegatie en subdelegatie van die bevoegdheid, en in voorkomend geval bijgestaan door een adjunct, die de algemeen directeur wordt genoemd, door de Vlaamse Regering wordt belast met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap.

Artikel 1quinquies. (01/01/2019- ...)

De departementen en intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid beschikken over operationele autonomie voor:
1° de vaststelling en wijziging van de organisatiestructuur van het departement of het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid;
2° de organisatie van de operationele processen met het oog op de realisatie van de afgesproken doelstellingen;
3° de uitvoering van het personeelsbeleid;
4° de aanwending van de ter beschikking gestelde middelen voor:
a) de werking van het departement of het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid;
b) de uitvoering van de doelstellingen en taken van het departement of het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid;
c) het sluiten van contracten om de opdrachten van het departement of het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid uit te voeren;
5° de organisatiebeheersing binnen het departement of het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid.

[HOOFDSTUK II Vaststelling van de beleidsdomeinen (verv. BVR 2 oktober 2019, art. 1, I: 2 oktober 2019)]

Artikel 2. (02/10/2019- ...)

De beleidsdomeinen, op basis waarvan de Vlaamse administratie wordt gestructureerd, zijn de volgende:
1° Kanselarij en Bestuur;
2° Financiën en Begroting;
3° Internationaal Vlaanderen;
4° Economie, Wetenschap en Innovatie;
5° Onderwijs en Vorming;
6° Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
7° Cultuur, Jeugd, Sport en Media;
8° Werk en Sociale Economie;
9° Landbouw en Visserij;
10° Mobiliteit en Openbare werken;
11° Omgeving.

Artikel 3. (02/10/2019- ...)

  § 1. Het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur omvat de volgende beleidsvelden en bevoegdheden:
 

beleidsveld bevoegdheid
ondersteuning Vlaamse Regering de ondersteuning van het algemeen regeringsbeleid, waaronder:
1° de werking van de Vlaamse Regering en haar relaties met andere overheden op regeringsniveau;
2° de coördinatie van het evidence-informed beleid op basis van openbare statistieken en beleidsdomeinoverschrijdend beleidsonderzoek;
3° het beleid op regeringsniveau rond complexe maatschappelijke uitdagingen met een hoge maatschappelijke impact;
4° de ontwikkeling en vernieuwing van beleidsinstrumenten
gelijke kansen en integratie en inburgering 1° het gelijkekansenbeleid, gericht op de thema's gender, seksuele diversiteit, toegankelijkheid en handicap
2° het gelijkebehandelingsbeleid gericht op de bestrijding van discriminatie
3° het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen, vermeld in artikel 5, § 1, II, 3°, van de bijzondere wet
Brussel de coördinatie van het beleid met betrekking tot Brussel-Hoofdstad
Vlaamse rand de coördinatie van het beleid met betrekking tot de Vlaamse rand rond Brussel
binnenlands bestuur en stedenbeleid 1° de binnenlandse aangelegenheden, vermeld in artikel 6, § 1, VIII, en artikel 7 van de bijzondere wet
2° de bestuurlijke organisatie van en het administratief toezicht op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
3° het gebruik van de talen in de lokale besturen
4° het stedenbeleid
5° de audit van de lokale besturen
rampenschade de financiële tegemoetkoming naar aanleiding van schade, veroorzaakt door algemene rampen, vermeld in artikel 6, § 1, II, eerste lid, 5°, van de bijzondere wet
digitalisering 1° het e-government
2° de informatiemaatschappij, informatie structureren, opslaan, uitwisselen en ontsluiten, en de infolijn
3° de uitbouw van een geografische-informatie-infrastructuur
bestuursrechtspraak 1° de deelname aan het algemeen beleid inzake strafrecht, vermeld in artikel 11bis van de bijzondere wet
2° de ondersteuning van de dienst van de bestuursrechtscolleges
interne dienstverlening Vlaamse overheid 1° het algemeen beleid inzake de facilitaire dienstverlening in de Vlaamse administratie
2° het algemeen beleid inzake het vastgoedbeheer in de Vlaamse administratie
3° het algemeen beleid inzake informatie- en communicatietechnologie in de Vlaamse administratie
4° het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie, inclusief het interne diversiteitsbeleid inzake personeel
5° de audit van de Vlaamse administratie

§ 2. Het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur omvat de volgende inhoudelijke structuurelementen:
 
beleidsveld inhoudelijk structuurelement
ondersteuning Vlaamse Regering ondersteuning Vlaamse Regering
gelijke kansen en integratie en inburgering 1° gelijke kansen
2° integratie en inburgering
Brussel Brussel
Vlaamse rand Vlaamse rand
binnenlands bestuur en stedenbeleid 1° binnenlands bestuur
2° stedenbeleid
3° audit lokale besturen
rampenschade rampenschade
digitalisering digitalisering
bestuursrechtspraak bestuursrechtspraak
interne dienstverlening Vlaamse overheid 1° facilities
2° vastgoed
3° ICT
4° overheidsopdrachten
5° HR
6° audit Vlaamse overheid

Artikel 4. (02/10/2019- ...)

 § 1. Het beleidsdomein Financiën en Begroting omvat de volgende beleidsvelden en bevoegdheden:
 

beleidsveld bevoegdheid
budgettair beleid het voorbereiden, opstellen en opvolgen van de Vlaamse begroting in het kader van houdbare Vlaamse openbare financiën, evenals de transparante rapportering hierover
fiscaliteit de fiscaliteit
financiële operaties 1° het kas-, schuld- en waarborgbeheer
2° het vermogensbeheer
3° de gewestelijke aspecten van het kredietbeleid, met inbegrip van de oprichting en het beheer van openbare kredietinstellingen, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 2°, van de bijzondere wet
4° de authenticatie van handelingen met een onroerend karakter, vermeld in artikel 6quinquies van de bijzondere wet
boekhouding de algemene boekhouding

§ 2. Het beleidsdomein Financiën en Begroting omvat de volgende inhoudelijke structuurelementen:
 
beleidsveld inhoudelijk structuurelement
budgettair beleid budgettair beleid
fiscaliteit fiscaliteit
financiële operaties financiële operaties
boekhouding boekhouding

Artikel 5. (02/10/2019- ...)

 § 1. Het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen omvat de volgende beleidsvelden en bevoegdheden:
 

beleidsveld bevoegdheid
buitenlands beleid 1° de internationale diplomatieke vertegenwoordiging van Vlaanderen
2° het buitenlandse beleid en de Europese aangelegenheden, met inbegrip van:
a) de algemene leiding van de relaties van Vlaanderen met buitenlandse overheden, de Europese Unie en internationale organisaties
b) de coördinatie en coherentiebewaking van het internationale en Europese optreden van Vlaanderen
c) het verdedigen van de Vlaamse standpunten over horizontale beleidsthema's op internationale en Europese fora
d) de algemene rapportering over het Vlaamse beleid aan internationale instanties
e) de institutionele aspecten van de Europese Unie
f) het Europese gemeenschappelijke handelsbeleid
g) het Europese meerjarig financieel kader (MFK) en het Europese cohesiebeleid
h) het Europese semester en de Europa 2020-strategie, in samenwerking met het beleidsdomein Financiën en Begroting en het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur
i) het sluiten en goedkeuren van verdragen, vermeld in artikel 16, § 1 en § 2, en 81, § 1, van de bijzondere wet en in het samenwerkingsakkoord van 8 maart 1994 tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten over de nadere regelen voor het sluiten van gemengde verdragen
j) de coördinatie van de omzetting van Europese regelgeving en van de maatregelen in het kader van inbreukprocedures
3° het protocol
4° de controle op de handel in strategische goederen, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 4°, van de bijzondere wet
ontwikkelingssamenwerking de ontwikkelingssamenwerking, met inbegrip van de verankering van de internationale ontwikkelingsagenda in Vlaanderen, en humanitaire acties
toerisme het toerisme, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 9°, van de bijzondere wet, met inbegrip van de vestigingsvoorwaarden, en de aangelegenheden, vermeld in artikel 4bis en 6sexies van de bijzondere wet, en met inbegrip van vrijetijdsbesteding in het kader van toerisme
internationaal ondernemen 1° het afzet- en uitvoerbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 3°, van de bijzondere wet, met uitzondering van het afzet- en uitvoerbeleid van landbouw-, tuinbouw- en visserijproducten, maar met inbegrip van het verkennen van buitenlandse markten voor de afzet en uitvoer van die producten
2° het aantrekken van buitenlandse investeringen
3° de vertegenwoordiging van het Vlaamse Gewest in federale instellingen en organen voor het verstrekken van waarborgen tegen uitvoer-, invoer- en investeringsrisico's, en in het Agentschap voor Buitenlandse Handel

§ 2. Het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen omvat de volgende inhoudelijke structuurelementen:
 
beleidsveld inhoudelijk structuurelement
buitenlands beleid buitenlands beleid
ontwikkelingssamenwerking ontwikkelingssamenwerking
toerisme toerisme
internationaal ondernemen 1° internationale economische belangenbehartiging en vertegenwoordiging
2° financiële hefbomen internationalisering Vlaamse economie

Artikel 6. (02/10/2019- ...)

§ 1. Het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie omvat de volgende beleidsvelden en bevoegdheden:
 

beleidsveld bevoegdheid
economie 1° het economisch beleid, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 1°, van de bijzondere wet, met inbegrip van het economisch overheidsinstrumentarium en de begeleiding en advisering van economische actoren maar met uitzondering van de gewestelijke aspecten inzake de overheidsopdrachten en de erkenning van aannemers
2° het verkrijgen, de aanleg en de uitrusting van gronden voor industrie, ambachtswezen en diensten, of van andere onthaalinfrastructuren voor investeerders, vermeld in artikel 6, § 1, I, 3°, van de bijzondere wet
3° de vestigingsvoorwaarden, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 6°, van de bijzondere wet met uitzondering van de vestigingsvoorwaarden op het vlak van toerisme en inzake mobiliteit en logistiek
4° de specifieke regels voor de handelshuur, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 7°, van de bijzondere wet
5° de activiteiten van het Participatiefonds, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 8°, van de bijzondere wet
6° het algemene prijsbeleid
wetenschappelijk onderzoek 1° de aanmoediging van de vorming van navorsers, vermeld in artikel 4, 2°, van de bijzondere wet
2° de structurele financiering van het wetenschappelijk onderzoek aan de Vlaamse universiteiten en onderzoekscentra, met inbegrip van de onderzoeksinfrastructuren, maar met uitzondering van financiering via de eerste geldstroom
3° het algemeen beleid inzake wetenschappelijk onderzoek, met inbegrip van het onderzoek ter uitvoering van internationale of supranationale overeenkomsten of akten, vermeld in artikel 6bis, § 1, van de bijzondere wet
innovatie het technologisch innovatiebeleid
wetenschapscommunicatie 1° het algemeen beleid inzake wetenschapscommunicatie, -popularisering en STEM
2° de financiering van de structurele en occasionele partners ter aanmoediging van wetenschapscommunicatie, -popularisering en STEM d.m.v. convenanten, subsidiebesluiten en oproepen
3° het bekendmaken en de externe communicatie m.b.t. wetenschappelijk onderzoek en innovatie bij het grote publiek en bij jongeren en andere specifieke doelgroepen

§ 2. Het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie omvat de volgende inhoudelijke structuurelementen:
 
beleidsveld inhoudelijk structuurelement
economie 1° financiering ondernemingen
2° ondernemerschap
3° groei-ondersteuning KMO's en groeibedrijven
4° vergroening/klimaat
5° ruimtelijke economie
wetenschappelijk onderzoek 1° algemeen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek
2° domeinspecifiek fundamenteel wetenschappelijk onderzoek
3° strategisch basisonderzoek
4° onderzoeksinfrastructuur
5° post initieel onderwijs
innovatie 1° brugfunctie fundamenteel en toegepast onderzoek
2° valorisatie onderzoeksresultaten
3° innovatiekracht ondernemingen
wetenschapscommunicatie wetenschapscommunicatie

Artikel 7. (02/10/2019- ...)

§ 1. Het beleidsdomein Onderwijs en Vorming omvat de volgende beleidsvelden en bevoegdheden:
 

beleidsveld bevoegdheid
kleuter- en leerplichtonderwijs 1° het onderwijs, vermeld in artikel 127, § 1, eerste lid, 2°, van de Grondwet
2° het gebruik van de talen voor het onderwijs in de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde of erkende instellingen, vermeld in artikel 129, § 1, 2°, van de Grondwet
3° de voorschoolse vorming in de peutertuinen, vermeld in artikel 4, 11°, van de bijzondere wet
4° de post- en parascolaire vorming, vermeld in artikel 4, 12°, van de bijzondere wet
5° de sociale promotie, vermeld in artikel 4, 15°, van de bijzondere wet
6° de basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen
7° het volwassenenonderwijs
8° de structurele financiering van het wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten en de hogescholen via de eerste geldstroom
9° de studiefinanciering
10° de leerlingenbegeleiding met inbegrip van het medisch schooltoezicht
11° de coördinatie van het vormingsbeleid
12° de stelsels van alternerend leren, vermeld in artikel 4, 17°, van de bijzondere wet, onverminderd de bevoegdheid van het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 10, § 1
hoger onderwijs
deeltijds kunstonderwijs en volwassenenonderwijs
ondersteuning van het onderwijsveld

§ 2. Het beleidsdomein Onderwijs en Vorming omvat de volgende inhoudelijke structuurelementen:
 
beleidsveld inhoudelijk structuurelement
kleuter- en leerplichtonderwijs kleuter- en leerplichtonderwijs
hoger onderwijs hoger onderwijs
deeltijds kunstonderwijs en volwassenenonderwijs 1° deeltijds kunstonderwijs
2° volwassenenonderwijs
ondersteuning van het onderwijsveld 1° onderwijsinfrastructuur
2° onderwijsinspectie
3° ondersteuning onderwijsinstellingen en onderwijsveld
4° studietoelagen

Artikel 8. (02/10/2019- ...)

§ 1. Het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin omvat de volgende beleidsvelden en bevoegdheden:
 

beleidsveld bevoegdheid
welzijn 1° de organisatie, de werking en de opdrachten van de justitiehuizen en van de dienst die de uitwerking en de opvolging van het elektronische toezicht verzekert, vermeld in artikel 5, § 1, III, van de bijzondere wet
2° de bijstand aan personen, vermeld in artikel 5, § 1, II, 2°, 7° en 8°, van de bijzondere wet:
a) het beleid inzake maatschappelijk welzijn, met inbegrip van:
1) de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van de bestuurlijke organisatie van en het administratief toezicht op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
2) het algemeen welzijnswerk
3) de samenlevingsopbouw
b) het doelgroepenbeleid:
1) de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale re-integratie
2) het beleid inzake kansarmoede
c) de juridische eerstelijnsbijstand
gezondheids- en woonzorg 1° het bejaardenbeleid, vermeld in artikel 5, § 1, II, 5°, van de bijzondere wet
2° het gezondheidsbeleid, vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 1°, 6°, 7° en 8°, van de bijzondere wet, met uitzondering van het medisch schooltoezicht en de medisch verantwoorde sportbeoefening
opgroeien 1° de jeugdbescherming, vermeld in artikel 5, § 1, II, 6°, van de bijzondere wet, met inbegrip van de sociale bescherming en de gerechtelijke bescherming
2° het gezinsbeleid, vermeld in artikel 5, § 1, II, 1°, van de bijzondere wet, met inbegrip van alle vormen van hulp en bijstand aan gezinnen en kinderen
3° de gezinsbijslagen, vermeld in artikel 5, § 1, IV, van de bijzondere wet
personen met een beperking het beleid inzake mindervaliden, vermeld in artikel 5, § 1, II, 4°, van de bijzondere wet, met uitzondering van:
1° de beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden
2° het vervoer van mindervaliden
3° de mobiliteitshulpmiddelen
4° het basisondersteuningsbudget, het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood en het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden
sociale bescherming 1° het gezondheidsbeleid, vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 2° tot en met 5°, van de bijzondere wet:
a) het beleid betreffende de verstrekkingen van geestelijke gezondheidszorg in de verplegingsinrichtingen buiten de ziekenhuizen
b) het beleid betreffende de zorgverstrekkingen in oudereninstellingen, met inbegrip van de geïsoleerde geriatriediensten
c) het beleid betreffende de zorgverstrekkingen in geïsoleerde diensten voor behandeling en revalidatie
d) het beleid inzake long term care revalidatie
2° het beleid inzake mindervaliden, vermeld in artikel 5, § 1, II, 4°, van de bijzondere wet, wat betreft:
a) de mobiliteitshulpmiddelen
b) het basisondersteuningsbudget, het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood en het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden
zorginfrastructuur de financiering van de infrastructuur voor de zorg- en dienstverlening in het kader van persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in deze paragraaf

§ 2. Het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin omvat de volgende inhoudelijke structuurelementen:
 
beleidsveld inhoudelijk structuurelement
welzijn 1° justitiehuizen en elektronisch toezicht
2° Vlaams intersectoraal akkoord
3° welzijnswerk
4° armoedebeleid
5° beleidsondersteuning
gezondheids- en woonzorg 1° algemeen gezondheidsbeleid
2° gespecialiseerde zorg
3° preventie
4° woonzorg en eerste lijn
opgroeien 1° jeugdhulp
2° geïntegreerd gezinsbeleid
3° groeipakket
personen met een beperking personen met een beperking
sociale bescherming sociale bescherming
zorginfrastructuur zorginfrastructuur

Artikel 9. (02/10/2019- ...)

§ 1. Het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media omvat de volgende beleidsvelden en bevoegdheden:
 

beleidsveld bevoegdheid
cultuur de culturele aangelegenheden, vermeld in artikel 4, 1°, 3°, 4°, 5°, 8°, 10°, 13° en 14°, van de bijzondere wet:
1° de bescherming en de luister van de taal
2° de schone kunsten
3° het cultureel patrimonium, de musea en de andere wetenschappelijk-culturele instellingen, met uitzondering van het archeologisch patrimonium en het varend erfgoed
4° de bibliotheken, discotheken en soortgelijke diensten
5° de permanente opvoeding en de culturele animatie
6° de vrijetijdsbesteding
7° de artistieke vorming
8° de intellectuele, morele en sociale vorming
9° de filmkeuring met het oog op de toegang van minderjarigen tot bioscoopzalen, vermeld in artikel 5, § 1, V, van de bijzondere wet
jeugd 1° het jeugdbeleid, vermeld in artikel 4, 7°, van de bijzondere wet
2° de coördinatie van het kinderrechtenbeleid
media 1° het mediabeleid, met inbegrip van de inhoudelijke en technische aspecten van de audiovisuele en de auditieve mediadiensten en de hulp aan de geschreven pers, vermeld in artikel 4, 6° en 6° bis, van de bijzondere wet, waaronder ook:
a) mediawijsheid
b) steun aan de mediaorganisaties en media-projecten
c) bepaalde aspecten van media-innovatie
2° toezicht en controle op de media, onder meer de naleving van de mediaregelgeving, waaronder ook marktregulering
sport de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven, vermeld in artikel 4, 9°, van de bijzondere wet, alsook de medisch verantwoorde sportbeoefening

§ 2. Het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media omvat de volgende inhoudelijke structuurelementen:
 
beleidsveld inhoudelijk structuurelement
cultuur 1° culturele organisaties
2° culturele projecten
3° internationaal en interregionaal cultuurbeleid
jeugd 1° jeugdorganisaties
2° jeugdprojecten
3° internationaal en interregionaal jeugdbeleid
media 1° mediaorganisaties
2° mediaprojecten
3° internationaal en interregionaal mediabeleid
4° onafhankelijke toezichthouder
5° openbare omroep
sport 1° topsport
2° sport voor allen
3° sportinfrastructuur
4° gezond en ethisch sporten
5° anti-doping
6° internationaal en interregionaal sportbeleid

Artikel 10. (02/10/2019- ...)

§ 1. Het beleidsdomein Werk en Sociale Economie omvat de volgende beleidsvelden en bevoegdheden:
 

beleidsveld bevoegdheid
werk 1° het tewerkstellingsbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, IX, van de bijzondere wet, met uitzondering van:
a) het stelsel waarbij werknemers het recht hebben om op het werk afwezig te zijn met behoud van hun loon om erkende opleidingen te volgen, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 10°
b) de programma's voor wedertewerkstelling in de sociale economie, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 2°
c) het doelgroepenbeleid ingezet voor de sociale economie en competentieversterking, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 7°
2° het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden, vermeld in artikel 5, § 1, II, 4°, van de bijzondere wet, met uitzondering van de tewerkstelling in de sociale economie.
3° het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en hun personeel en voor de akten en bescheiden van ondernemingen die door de wet en de verordeningen voorgeschreven zijn, vermeld in artikel 129, § 1, 3°, van de Grondwet.
competenties de professionele vorming:
1° de beroepsomscholing en -bijscholing, vermeld in artikel 4, 16°, van de bijzondere wet, met inbegrip van de middenstands- en ondernemersopleiding, maar met uitzondering van de land- en tuinbouwvorming
2° de beroepsopleiding, de omscholing en de herscholing van mindervaliden, vermeld in artikel 5, § 1, II, 4°, van de bijzondere wet
3° de stelsels van alternerend leren, vermeld in artikel 4, 17°, van de bijzondere wet, onverminderd de bevoegdheid van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7, § 1
4° de toekenning van de premies aan de werkgevers en de leerlingen, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 7°, d), van de bijzondere wet
5° het stelsel waarbij werknemers het recht hebben om op het werk afwezig te zijn met behoud van hun loon om erkende opleidingen te volgen, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 10°, van de bijzondere wet
6° de werkgeversbijdrageverminderingen ter ondersteuning van dat beleid, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 7°, a), van de bijzondere wet
sociale economie 1° de ondersteuning van de sociale-economieondernemingen en de sociale-economie-initiatieven
2° de tewerkstelling in de sociale economie van de mindervaliden, vermeld in artikel 5, § 1, II, 4°, van de bijzondere wet, en van de niet-werkende werkzoekenden, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 2°, van de bijzondere wet 3° de bijdragenverminderingen en de activering van uitkeringen ter ondersteuning van de sociale economie, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 7°, a en b, van de bijzondere wet

§ 2. Het beleidsdomein Werk en Sociale Economie omvat de volgende inhoudelijke structuurelementen:
 
beleidsveld inhoudelijk structuurelement
werk 1° activering (werk)
2° loopbanen
3° duurzame arbeidsmarkt (werk)
competenties competenties
sociale economie 1° activering (sociale economie)
2° duurzame arbeidsmarkt (sociale economie)

Artikel 11. (02/10/2019- ...)

§ 1. Het beleidsdomein Landbouw en Visserij omvat de volgende beleidsvelden en bevoegdheden:
 

beleidsveld bevoegdheid
landbouw en zeevisserij 1° de landbouw, vermeld in artikel 6, § 1, V, eerste lid, van de bijzondere wet:
a) het landbouwbeleid en de zeevisserij;
b) de financiële tegemoetkoming naar aanleiding van schade, veroorzaakt door landbouwrampen;
c) de specifieke regels betreffende de pacht en de veepacht
2° de land- en tuinbouwvorming in het kader van beroepsomscholing en -bijscholing, vermeld in artikel 4, 16°, van de bijzondere wet
3° het afzet- en uitvoerbeleid van landbouw-, tuinbouw- en visserijproducten, met uitzondering van de verkenning van buitenlandse markten voor de afzet en uitvoer van die producten, maar met inbegrip van de toekenning van kwaliteitslabels en oorsprongsbenamingen van regionale of lokale aard
landbouw- en zeevisserijonderzoek het onderzoek met betrekking tot de landbouw, vermeld in artikel 6, § 1, V, eerste lid, van de bijzondere wet:
1° het landbouwbeleid en de zeevisserij
2° de financiële tegemoetkoming naar aanleiding van schade, veroorzaakt door landbouwrampen
3° de specifieke regels betreffende de pacht en de veepacht
promotie landbouw, tuinbouw en zeevisserij het afzet- en uitvoerbeleid van landbouw-, tuinbouw- en visserijproducten, met uitzondering van het verkennen van buitenlandse markten voor de afzet en uitvoer van die producten, maar met inbegrip van de toekenning van kwaliteitslabels en oorsprongsbenamingen van regionale of lokale aard

§ 2. Het beleidsdomein Landbouw en Visserij omvat de volgende inhoudelijke structuurelementen:
 
beleidsveld inhoudelijk structuurelement
landbouw en zeevisserij 1° land- en tuinbouw
2° visserij en Aquacultuur
landbouw- en zeevisserijonderzoek landbouw- en zeevisserijonderzoek
promotie landbouw, tuinbouw en zeevisserij promotie landbouw, tuinbouw en zeevisserij

Artikel 12. (02/10/2019- ...)

 § 1. Het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken omvat de volgende beleidsvelden en bevoegdheden:
 

beleidsveld bevoegdheid
regionale luchthavens 1° de uitrusting en de uitbating van de luchthavens en de openbare vliegvelden, vermeld in artikel 6, § 1, X, 7° van de bijzondere wet
2° de vestigingsvoorwaarden met betrekking tot mobiliteit en logistiek
gemeenschappelijk vervoer 1° het gemeenschappelijke stads- en streekvervoer, met inbegrip van de bijzondere vormen van geregeld vervoer, het taxivervoer en het verhuren van auto's met chauffeur, vermeld in artikel 6, § 1, X, 8°, van de bijzondere wet, met inbegrip van het prijsbeleid
2° de bijkomende financiering voor investeringen in de aanleg, aanpassing of modernisering van de spoorlijnen, vermeld in artikel 6, § 1, X, 14°, van de bijzondere wet
3° de vestigingsvoorwaarden met betrekking tot mobiliteit en logistiek
4° het vervoer van mindervaliden
algemeen mobiliteitsbeleid 1° het beleid inzake multimodale mobiliteit, synchro- en combimobiliteit, integrale mobiliteit en logistiek
2° de vestigingsvoorwaarden met betrekking tot mobiliteit en logistiek
weginfrastructuur en beleid 1° het verkeersveiligheidsbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, XII, van de bijzondere wet
2° het mobiliteitsbeleid en de openbare werken en het vervoer, vermeld in artikel 6, § 1, X, 1°, 2° bis, 12° en 13°, van de bijzondere wet:
a) de wegen en hun aanhorigheden
b) het juridische stelsel van de landwegen
c) de minimale technische veiligheidsnormen inzake het bouwen en onderhouden van wegen en hun aanhorigheden
d) de reglementering inzake het vervoer van gevaarlijke goederen en uitzonderlijk vervoer over de weg
3° de gemeentewegen, met inbegrip van de rooiplannen van de gemeentewegen, vermeld in artikel 6, § 1, I, 2°, van de bijzondere wet
4° de vestigingsvoorwaarden met betrekking tot mobiliteit en logistiek
waterinfrastructuur en beleid 1° het mobiliteitsbeleid en de openbare werken en het vervoer, vermeld in artikel 6, § 1, X, 2°, 2° bis, 3°, 4°, 5°, 6°, 9°, 10°, 11° en 12°, van de bijzondere wet:
a) de waterwegen en hun aanhorigheden
b) het juridische stelsel van de land- en waterwegen
c) de havens en hun aanhorigheden
d) de zeewering
e) de dijken
f) de veerdiensten
g) de loodsdiensten en de bebakeningsdiensten van en naar de havens, alsook de reddings- en sleepdiensten op zee
h) de regels van politie over het verkeer op waterwegen
i) de regels met betrekking tot de bemanningsvoorschriften inzake de binnenvaart en de regels inzake de veiligheid van binnenschepen en binnenschepen die ook voor niet-internationale reizen op zee worden gebruikt
j) de minimale technische veiligheidsnormen inzake het bouwen en onderhouden van waterwegen en hun aanhorigheden
2° de vestigingsvoorwaarden met betrekking tot mobiliteit en logistiek

§ 2. Het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken omvat de volgende inhoudelijke structuurelementen:
 
beleidsveld inhoudelijk structuurelement
regionale luchthavens 1° luchthavenbeleid
2° uitbating regionale luchthavens
3° luchthaveninfrastructuur
gemeenschappelijk vervoer 1° basisbereikbaarheid
2° investeringen basisbereikbaarheid
3° kernnet
4° aanvullend net
5° vervoer op maat
6° treinnet
algemeen mobiliteitsbeleid 1° algemene beleidsondersteuning
2° modi-overschrijdend mobiliteitsbeleid
weginfrastructuur en beleid 1° verkeersveiligheid
2° verkeersbeleid
3° weginfrastructuur algemeen
4° onderhoud weginfrastructuur
5° investeringen weginfrastructuur
waterinfrastructuur en beleid 1° haven en waterbeleid
2° waterinfrastructuur algemeen
3° onderhoud waterinfrastructuur
4° investeringen waterinfrastructuur
5° scheepvaartverkeer

Artikel 13. (02/10/2019- ...)

 § 1. Het beleidsdomein Omgeving omvat de volgende beleidsvelden en bevoegdheden:
 

beleidsveld bevoegdheid
onroerend erfgoed de monumenten en de landschappen, vermeld in artikel 6, § 1, I, 7°, van de bijzondere wet, alsook het archeologisch patrimonium en het varend erfgoed
omgeving en natuur 1° het leefmilieu en het waterbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, II, eerste lid, 1° tot en met 4°, van de bijzondere wet, met inbegrip van de inning en invordering van milieuheffingen:
a) de bescherming van het leefmilieu, onder meer die van de bodem, de ondergrond, het water en de lucht tegen verontreiniging en aantasting, alsook de strijd tegen de geluidshinder, met uitzondering van het klimaatbeleid
b) het afvalstoffenbeleid alsook het duurzaam beheer van materiaalkringlopen
c) de politie van de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke bedrijven
d) de waterproductie en watervoorziening, met inbegrip van de technische reglementering inzake de kwaliteit van het drinkwater, de zuivering van het afvalwater en de riolering, alsook de coördinatie en de organisatie van de planning van het integraal waterbeleid en het prijsbeleid
2° de landinrichting en het natuurbehoud, vermeld in artikel 6, § 1, III, van de bijzondere wet:
a) de ruilverkaveling van landeigendommen en de landinrichting
b) de natuurbescherming en het natuurbehoud
c) de groengebieden, parkgebieden en groene ruimten
d) de bossen
e) de jacht en de vogelvangst
f) de visvangst
g) de visteelt
h) de landbouwhydraulica en de onbevaarbare waterlopen, met inbegrip van de bermen ervan
i) de ontwatering
j) de polders en wateringen
3° het plattelandsbeleid
4° de ruimtelijke ordening, vermeld in artikel 6, § 1, I, 1°, 4°, 5° en 6°, van de bijzondere wet:
a) de stedenbouw en de ruimtelijke ordening
b) de stadsvernieuwing
c) de vernieuwing van afgedankte bedrijfsruimten
d) het grondbeleid
5° de natuurlijke rijkdommen, vermeld in artikel 6, § 1, VI, eerste lid, 5°, van de bijzondere wet
klimaat de bescherming van het leefmilieu, onder meer die van de bodem, de ondergrond, het water en de lucht tegen verontreiniging en aantasting, alsook de strijd tegen de geluidshinder, vermeld in artikel 6, § 1, II, eerste lid, 1°, van de bijzondere wet, wat het klimaatbeleid betreft
energie het energiebeleid, vermeld in artikel 6, § 1, VII, eerste lid, van de bijzondere wet
dierenwelzijn het dierenwelzijn, vermeld in artikel 6, § 1, XI, van de bijzondere wet
wonen de huisvesting, vermeld in artikel 6, § 1, IV, van de bijzondere wet

§ 2. Het beleidsdomein Omgeving omvat de volgende inhoudelijke structuurelementen:
 
beleidsveld inhoudelijk structuurelement
onroerend erfgoed 1° partnerschappen onroerenderfgoedzorg
2° kwaliteit onroerenderfgoedzorg
omgeving en natuur 1° water
2° bodem en ondergrond
3° natuur en biodiversiteit
4° plattelandsbeleid
5° lucht
6° afval en materialen
7° omgevingsbeleid ruimte en milieu
klimaat klimaat
energie energie
dierenwelzijn dierenwelzijn
wonen 1° vraagzijde woningmarkt
2° aanbodzijde woningmarkt
3° woningkwaliteit

Artikel 14. (02/10/2019- ...)

De aangelegenheden die bij artikel 3 tot en met 13 aan de verschillende beleidsdomeinen zijn toegewezen, omvatten ook de middelen en instrumenten waarmee die aangelegenheden binnen ieder beleidsdomein effectief gerealiseerd kunnen worden, onder meer wat betreft:
1° de relaties en de samenwerking met derden, met de federale overheid en met de andere gemeenschappen en gewesten;
2° internationale en Europese initiatieven;
3° de wetenschappelijke onderzoeksprojecten en wetenschappelijke studies;
4° het specifiek administratief toezicht;
5° het specifiek beleid inzake personeel, organisatieontwikkeling, facilitaire dienstverlening, middelenbeheer, vastgoedbeheer en informatie- en communicatietechnologie;
6° de interne en externe communicatie.

Artikel 15. (02/10/2019- ...)

...

Artikel 16. (02/10/2019- ...)

...

[HOOFDSTUK III Oprichting van de Vlaamse ministeries en departementen en indeling van de agentschappen per beleidsdomein (verv. BVR 25 januari 2019, art. 3, I: 1 januari 2019)]

Artikel 17. (01/01/2019- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur wordt het Vlaams ministerie met de naam "Kanselarij en Bestuur" opgericht, dat bestaat uit het departement "Kanselarij en Bestuur", de Dienst van de Bestuursrechtscolleges en vijf agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid:
1° Audit Vlaanderen.
2° Agentschap Overheidspersoneel;
3° Agentschap Facilitair Bedrijf;
4° Agentschap Binnenlands Bestuur;
5° agentschap Informatie Vlaanderen.

§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur behoren, zijn :
1° ...;
2° de Rand;
3° Muntpunt;
4° Toegankelijk Vlaanderen;
5° ...
6° Vlaamse Vereniging voor ICT-personeel (Vlaanderen connect.);
7° Agentschap Integratie en Inburgering;
8° het Vlaams Pensioenfonds.

§ 3. ....

Artikel 18. (01/04/2015- ...)

...

Artikel 19. (31/12/2015- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Financiën en Begroting wordt het Vlaams Ministerie van Financiën en Begroting opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en een agentschap zonder rechtspersoonlijkheid : Vlaamse Belastingdienst.

§ 2. ....

Artikel 20. (01/01/2017- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen wordt het Vlaams Ministerie van Buitenlandse Zaken opgericht, dat bestaat uit het Departement Buitenlandse Zaken.

§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen behoren zijn :
1° het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen;
2° Toerisme Vlaanderen.

Artikel 21. (01/01/2017- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie wordt het Vlaams ministerie van Economie, Wetenschap en Innovatie opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en het agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap Innoveren en Ondernemen.

§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein economie, wetenschap en innovatie behoren, zijn :
1° Participatiemaatschappij Vlaanderen;
2° Limburgse Reconversiemaatschappij;
3° Vlaamse Participatiemaatschappij;
3° bis Vlaams Energiebedrijf;
4° ...;
5° ...;
6° Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen;
7° Agentschap Plantentuin Meise.

§ 3.....

Artikel 22. (01/01/2019- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming wordt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement, de Onderwijsinspectie en de volgende twee agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid:
1° Agentschap voor Onderwijsdiensten;
2° Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen.

§ 2. Het agentschap met rechtspersoonlijkheid dat tot het beleidsdomein Onderwijs en Vorming behoort, is het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs.

§ 3. ....

Artikel 23. (01/01/2019- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en twee agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid :
1° Zorg en Gezondheid;
2° Jongerenwelzijn.

§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin behoren, zijn :
1° Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel;
2° Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem;
3° Kind en Gezin;
4° Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
5° het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming;
6° Fonds Jongerenwelzijn;
7° Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
8° Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid;
9° Vlaams Agentschap voor Samenwerking rond Gegevensdeling tussen de Actoren in de Zorg.

§ 3. ...

Artikel 24. (18/05/2019- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media wordt het Vlaams Ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media opgericht, dat bestaat uit het Departement Cultuur, Jeugd en Media. 

§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media behoren, zijn :
1° Sport Vlaanderen;
2° Vlaamse Regulator voor de Media;
3° Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.

§ 3. ...

§ 4. ...

Artikel 25. (01/06/2014- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Werk en Sociale Economie wordt het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement.

§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Werk en Sociale Economie behoren, zijn :
1° Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
2° Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen;
3° ESF-Agentschap

Artikel 26. (01/01/2019- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Landbouw en Visserij wordt het Vlaams ministerie van Landbouw en Visserij opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en het agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek.

§ 2. Het agentschap met rechtspersoonlijkheid dat tot het beleidsdomein Landbouw en Visserij behoort, is het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing.

§ 3. ...

Artikel 27. (01/04/2017- ...)

...

Artikel 28. (01/01/2019- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken wordt het Vlaams ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en twee agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid :
1° Agentschap Wegen en Verkeer;
2° Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust.

§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken behoren, zijn :
1° Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn;
2° De Vlaamse Waterweg;
3° ...;
4° ...;
5° Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Oostende-Brugge;
6° Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Kortrijk-Wevelgem;
7° Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Antwerpen;
8° Vlaamse Havens.

§ 3. ....

Artikel 29. (01/01/2019- ...)

§ 1. Voor het beleidsdomein Omgeving wordt het Vlaams Ministerie van Omgeving opgericht, dat bestaat uit het gelijknamige departement en vijf agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid:
1° Wonen-Vlaanderen;
2° Onroerend Erfgoed;
3° Vlaams Energieagentschap;
4° Agentschap voor Natuur en Bos;
5° Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

§ 2. De agentschappen met rechtspersoonlijkheid die tot het beleidsdomein Omgeving behoren, zijn:
1° Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;
2° Vlaamse Milieumaatschappij;
3° Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;
4° Vlaamse Landmaatschappij;
5° ....

§ 3. ....

§ 4.....

HOOFDSTUK IV Taakstelling van de departementen, agentschappen en wisselwerking tussen departementen en agentschappen

Artikel 30. (01/01/2019- ...)

§ 1. Onder beleidsondersteunende taken wordt verstaan het ondersteunen van de minister:
1° bij de uitwerking van zijn beleid: het betreft een beleidsvoorbereidende en een beleidsevaluerende opdracht;
2° bij de aansturing en de opvolging van de beleidsuitvoering.

Om de taken, vermeld in het eerste lid, te vervullen is het nodig te voorzien in:
1° de organisatie van de beheerscontrole;
2° kennisbeheer en managementinformatiesysteem;
3° de onderlinge afstemming van de beleidsondersteuning en de beleidsuitvoering.

§ 2. De volgende activiteiten die uitgevoerd worden voor de minister zijn beleidsondersteunende taken;
1° op het vlak van beleidsvoorbereiding en -evaluatie:
a) het ontwikkelen van een beleidsvoorbereidend instrumentarium, met inbegrip van de permanente monitoring en het informatiemanagement van het beleidsdomein, de aansturing van het beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek, het opbouwen van netwerken binnen en buiten het beleidsdomein en op internationale fora;
b) het uitwerken van inhoudelijke voorstellen met het oog op de beleidsbepaling: de beleidsnota's, beleidsbrieven, beleidsvoorstellen, de gecoördineerde begrotingsvoorstellen, de ontwerpen van regelgeving, voorstellen met betrekking tot instrumenten, middelen, financiëringsmechanismen, periodiek benodigde beleids- en beheersinformatie, verantwoordings- en toezichtsmechanismen, adviezen en activiteiten met het oog op de beleidscoördinatie en -afstemming;
c) de evaluatie op macroniveau van de beleidsuitvoering (ingezette instrumenten, effecten, enz.) met het oog op eventuele bijsturing van het beleid;
d) het secretariaat van de beleidsraad en de beleidsmatige informatie en communicatie van het beleidsdomein;
2° op het vlak van de aansturing en de opvolging van de beleidsuitvoering:
a) de omzetting van de strategische doelstellingen uit het regeerakkoord, de beleidsnota's en de jaarlijkse beleidsbrieven in operationele doelstellingen op het niveau van het beleidsdomein of van de beleidsvelden die behoren tot het beleidsdomein
b) de voorbereiding van ondernemingsplannen en samenwerkingsovereenkomsten met de verzelfstandigde agentschappen en het verlenen van advies bij de onderhandelingen daarover
c) de opvolging en monitoring van de beleidsuitvoering.

§ 3. ...

§ 4. Beleidsondersteuning en beleidsuitvoering vereisen een optimale samenwerking. Hiertoe bouwen departementen en agentschappen een gestructureerde samenspraak en samenwerking uit, met het oog op de optimale realisatie van de beleidsdoelstellingen, en met respect voor ieders taakstelling en verantwoordelijkheid.

De departementen nemen de beleidsondersteunende taken op, tenzij de beleidsraad een andere taakverdeling vaststelt en onverminderd de toewijzing van taken in de oprichtingsbesluiten en -decreten.

HOOFDSTUK V Oprichting en wijze van samenstelling van de beleidsraad

Artikel 31. (01/01/2019- ...)

Per homogeen beleidsdomein wordt een beleidsraad opgericht als vermeld in artikel III.1, vijfde lid, van het decreet van 7 december 2018.

Artikel 32. (01/01/2019- ...)

§ 1. De beleidsraad wordt voorgezeten door de minister(s), bevoegd voor het beleidsdomein in kwestie, eventueel bijgestaan door de kabinetschef.

De leidinggevende personeelsleden die aan het hoofd staan van het departement of van een agentschap van het beleidsdomein in kwestie maken deel uit van de beleidsraad. Daarnaast kan de minister ook andere leidinggevende personeelsleden die behoren tot het middenkader van het beleidsdomein in kwestie aanwijzen om deel uit te maken van de beleidsraad.

Naar gelang van de behoeften en de te bespreken agendapunten kan de bevoegde minister andere personeelsleden van de Vlaamse administratie uitnodigen op de vergaderingen van de beleidsraad. De beleidsraad kan externen uitnodigen om te worden gehoord met het oog op advies.

§ 2. Als de bevoegde minister of zijn gedelegeerde deelneemt aan vergaderingen van het managementorgaan van het beleidsdomein, vermeld in artikel I 8 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, komt die vergadering in de plaats van de beleidsraad.

Artikel 32bis. (01/01/2019- ...)

In afwijking van artikel 32, tweede lid, maken de leidinggevende personeelsleden die aan het hoofd staan van de agentschappen, vermeld in artikel 23, § 2, 1° en 2° en artikel 28, § 2, 5° tot en met 8°, geen deel uit van de beleidsraad van het beleidsdomein in kwestie.

HOOFDSTUK VI Projectwerking

Artikel 33. (... - ...)

Voor het beheer van specifieke projecten die de administratieve opdeling in onderscheiden entiteiten overstijgen kunnen tijdelijke samenwerkingsverbanden worden opgezet met een aangepaste projectorganisatie en met een eigen projectbegroting.

HOOFDSTUK VII Wijzigings- en slotbepalingen

Artikel 34. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Wijzigt artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 maart 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Studiedienst van de Vlaamse Regering")

Artikel 35. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Wijzigt artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Interne Audit van de Vlaamse Administratie" en tot omvorming van het auditcomité van de Vlaamse Gemeenschap tot het Auditcomité van de Vlaamse Administratie)

Artikel 36. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Wijzigt artikel 1, 2, 3, 6 en 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 maart 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Inspectie Welzijn en Volksgezondheid)

Artikel 37. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Wijzigt de artikelen 1 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid)

Artikel 38. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Wijzigt de artikelen 1 en 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het Intern Verzelfstandigd Agentschap Jongerenwelzijn)

Artikel 39. (... - ...)

(niet opgenomen)

(Wijzigt artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap, het Vlaams Energieagentschap)

Artikel 40. (... - ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2006.

Artikel 41. (... - ...)

De leden van de Vlaamse Regering zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.