Decreet betreffende de Winwinlening

Datum 19/05/2006

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK II Voorwaarden betreffende de partijen bij de Winwinlening
  3. HOOFDSTUK III Vormvoorwaarden en voorschriften betreffende de Winwinlening
  4. HOOFDSTUK IV Bestemming [... (geschr. decr. 10 december 2010, art. 6)] van het kapitaal
  5. HOOFDSTUK V Jaarlijkse bewijslevering
  6. HOOFDSTUK VI Fiscale bepalingen
    1. [Afdeling 1. Jaarlijks belastingkrediet (verv. Decr. 19 december 2014, art. 15, I: aanslagjaar 2015)]
    2. [Afdeling 2. Eenmalig belastingkrediet (verv. Decr. 19 december 2014, art. 16, I: aanslagjaar 2015)]
  7. HOOFDSTUK VII Slotbepaling

Inhoud

HOOFDSTUK I Algemene bepalingen

Artikel 1. (01/09/2006- ...)

§ 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

§ 2. De verplichtingen en voorwaarden die dit decreet en de in uitvoering ervan genomen maatregelen opleggen, moeten enkel worden nageleefd. of vervuld met het oog op de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk VI van dit decreet.

Artikel 2. (08/01/2017- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder :
1° Winwinlening : een kredietovereenkomst die tussen een kredietgever en een kredietnemer wordt gesloten, en die voldoet aan de voorwaarden en voorschriften, vastgelegd in dit decreet;
2° kredietovereenkomst : een overeenkomst waarbij een kredietgever aan een kredietnemer krediet verleent of toezegt; hieronder wordt tevens verstaan een lening waarbij een kredietgever aan een kredietnemer geldmiddelen ter beschikking stelt onder de verbintenis van terugbetaling door de kredietnemer;
3° kredietnemer : een KMO die, in het kader van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten, een kredietovereenkomst sluit;
4° kredietgever : een natuurlijk persoon die, buiten het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten, een kredietovereenkomst sluit;
5° KMO : een kleine, middelgrote of micro-onderneming, met inbegrip van de coöperatieve vennootschap, vermeld in artikel 350 tot en met artikel 436 van het wetboek van 7 mei 1999 van vennootschappen, als gedefinieerd in aanbeveling 2003/361/ EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, met inbegrip van alle latere wijzigingen daarvan, die hetzij wordt gevoerd door een zelfstandige, hetzij door een rechtspersoon;
6° zelfstandige : een natuurlijk persoon die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit nr. 38 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
7° bestaande schulden : schulden die vaststaand en opeisbaar waren voor de datum waarop de Winwinlening gesloten werd;
8° wettelijke rentevoet : de rentevoet, gedefinieerd in artikel 2 van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest;
9° Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992: Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 van 10 april 1992, met inbegrip van alle latere wijzigingen;
10° Bijzondere Financieringswet: bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, met inbegrip van alle latere wijzigingen;
11° federale belastingadministratie: de administratie die instaat voor de dienst van de inkomstenbelastingen.
 

HOOFDSTUK II Voorwaarden betreffende de partijen bij de Winwinlening

Artikel 3. (14/09/2013- ...)

§ 1. De Winwinlening wordt gesloten tussen twee partijen : een kredietgever en een kredietnemer.

§ 2. Op de datum waarop de Winwinlening gesloten wordt, moet de kredietnemer voldoen aan de volgende voorwaarden :
1° de kredietnemer is ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen of bij een organisme voor de sociale zekerheid van de zelfstandigen als een inschrijving bij de Kruispuntbank van Ondernemingen niet verplicht is;
2° een exploitatiezetel van de kredietnemer ligt in het Vlaamse Gewest; en
3° als de kredietnemer de rechtsvorm van een vennootschap heeft, moet dat hetzij een handelsvennootschap, hetzij een burgerlijke vennootschap die de rechtsvorm van een handelsvennootschap heeft aangenomen, zijn.

§ 3. Op de datum waarop de Winwinlening gesloten wordt, moet de kredietgever voldoen aan de volgende voorwaarden :
1° de kredietgever is een natuurlijk persoon die de Winwinlening sluit buiten het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten;
2° de kredietgever is geen werknemer van de kredietnemer;
3° als de kredietnemer een zelfstandige is, dan kan de kredietgever niet de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner van de kredietnemer zijn; en
4° als de kredietnemer een rechtspersoon is, kan de kredietgever geen aandeelhouder zijn van die rechtspersoon, noch benoemd zijn of optreden als bestuurder, zaakvoerder of in een vergelijkbaar mandaat binnen die rechtspersoon. Evenmin mag de echtgenoot of echtgenote of de wettelijk samenwonende partner van de kredietgever aandeelhouder zijn of benoemd zijn of optreden als bestuurder, zaakvoerder of in een vergelijkbaar mandaat binnen de rechtspersoon die kredietnemer is.

§ 4. Gedurende de hele looptijd van de Winwinlening, vermeld in artikel 4, § 1, tweede lid, kan de kredietgever geen kredietnemer zijn bij een andere Winwinlening.

HOOFDSTUK III Vormvoorwaarden en voorschriften betreffende de Winwinlening

Artikel 4. (01/01/2015- ...)

§ 1. De Winwinlening is achtergesteld zowel ten aanzien van de bestaande als van de toekomstige schulden van de kredietnemer.

De Winwinlening heeft een looptijd van acht jaar. Ze kan in één keer na acht jaar terugbetaald worden of volgens een aflossingstabel, ondertekend door de kredietgever en kredietnemer, die wordt gevoegd bij de akte van de Winwinlening. De Winwinlening kan bovendien bepalen dat de kredietnemer een Winwinlening vervroegd kan aflossen door een eenmalige betaling van het openstaande saldo in hoofdsom en in interest.

Het totale bedrag, in hoofdsom, dat in het kader van een of meer Winwinleningen aan een of meer kredietnemers uitgeleend of ter beschikking gesteld wordt, bedraagt ten hoogste 50.000 euro per kredietgever

Het totale bedrag, in hoofdsom, dat in het kader van een of meer Winwinleningen aan een kredietnemer uitgeleend of ter beschikking gesteld wordt, bedraagt ten hoogste 200.000 euro per kredietnemer.

De interesten die de kredietnemer verschuldigd is, worden betaald op de overeengekomen vervaldagen. Ze worden berekend aan de hand van een door de Vlaamse Regering vastgelegde formule en op basis van een vaste rentevoet, vastgelegd in de akte van de Winwinlening. Die rentevoet mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet die van kracht is op de datum waarop de Winwinlening gesloten wordt, en mag niet lager zijn dan de helft van dezelfde wettelijke rentevoet.

§ 2. De kredietgever kan op eerste verzoek de Winwinlening vervroegd opeisbaar stellen bij de kredietnemer in de volgende gevallen :
1° in geval van faillissement, kennelijk onvermogen, of vrijwillige of gedwongen ontbinding of vereffening van de kredietnemer;
2° als de kredietnemer een zelfstandige is, in geval hij zijn activiteit vrijwillig stopzet of overdraagt;
3° als de kredietnemer een rechtspersoon is, ingeval die rechtspersoon onder voorlopig bewindvoerder geplaatst wordt, of
4° in geval van een achterstand van meer dan drie maanden in de betaling van de aflossingen van de hoofdsom of de interesten van de Winwinlening;
5° in geval van schrapping van ambtswege, wegens het niet naleven door de kredietnemer van de voorwaarden van dit decreet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Als de kredietnemer een zelfstandige is, kan de kredietgever, in geval van overlijden van de kredietnemer, de Winwinlening op eerste verzoek vervroegd opeisbaar stellen bij de wettelijke erfgenamen van de kredietnemer.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de vormvoorwaarden en de procedure van registratie en schrapping van de Winwinlening.
 

Artikel 5. (01/01/2015- ...)

...

HOOFDSTUK IV Bestemming [... (geschr. decr. 10 december 2010, art. 6)] van het kapitaal

Artikel 6. (01/09/2006- ...)

De kredietnemer gebruikt de in het kader van de Winwinlening geleende of ter beschikking gestelde middelen uitsluitend voor ondernemingsdoeleinden.

De Vlaamse Regering kan bepalen welke doeleinden als ondernemingsdoeleinden in de zin van het eerste lid in aanmerking komen.

HOOFDSTUK V Jaarlijkse bewijslevering

Artikel 7. (01/01/2015- ...)

Te rekenen vanaf het jaar dat volgt op het jaar waarin een Winwinlening is gesloten, houdt de kredietgever het bewijs, dat hij in het belastbare tijdperk een of meer Winwinleningen heeft uitstaan, ter beschikking van de federale belastingadministratie.

De Vlaamse Regering bepaalt de vormgeving van het bewijs, vermeld in het eerste lid.

De bewijslevering, vermeld in het eerste en tweede lid, is een noodzakelijke voorwaarde om van het fiscale voordeel, vermeld in hoofdstuk VI, te kunnen genieten.

HOOFDSTUK VI Fiscale bepalingen

[Afdeling 1. Jaarlijks belastingkrediet (verv. Decr. 19 december 2014, art. 15, I: aanslagjaar 2015)]

Artikel 8. (01/01/2015- ...)

§ 1. Als de kredietgever onderworpen is aan de personenbelasting, zoals gelokaliseerd in het Vlaamse Gewest overeenkomstig artikel 5/1, § 2, van de Bijzondere Financieringswet, wordt in zijn voordeel een belastingkrediet toegekend.

§ 2. De belastingkrediet wordt berekend op basis van de bedragen die de kredietgever uitgeleend of ter beschikking gesteld heeft in het kader van een of meer Winwinleningen.

§ 3. Het rekenkundig gemiddelde van alle uitgeleende of ter beschikking gestelde bedragen op 1 januari en 31 december van het belastbare tijdperk wordt als berekeningsgrondslag van de belastingkrediet genomen. Die berekeningsgrondslag bedraagt ten hoogste 50.000 euro per belastingplichtige.

§ 4. Het belastingkrediet bedraagt 2,5 percent van de grondslag, vermeld in § 3.

§ 5. Het belastingkrediet wordt toegestaan voor de looptijd van de Winwinlening, te beginnen met het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de Winwinlening werd gesloten.

Het belastingkrediet wordt alleen verleend, als de kredietgever per aanslagjaar conform artikel 7, eerste en tweede lid, het bewijs ter beschikking houdt van de federale belastingadministratie.

Het fiscale voordeel wordt ontzegd voor het aanslagjaar waarvoor de bewijslevering ontbreekt, niet correct is, of onvolledig is.

Er is geen mogelijkheid tot overdracht van het gederfde fiscale voordeel naar volgende aanslagjaren.

Het fiscale voordeel vervalt vanaf het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de kredietgever de Winwinlening vervroegd opeisbaar heeft gesteld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, § 2, of waarin de kredietgever overleden is.

Het fiscale voordeel vervalt vanaf het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de ambtshalve schrapping heeft plaatsgevonden.

§ 6. ....

§ 7. ....

[Afdeling 2. Eenmalig belastingkrediet (verv. Decr. 19 december 2014, art. 16, I: aanslagjaar 2015)]

Artikel 9. (01/01/2015- ...)

§ 1. Aan de kredietgever wordt een eenmalig belastingkrediet onder de volgende voorwaarden toegekend:
a) tijdens of binnen maximaal zes maanden na de looptijd van de lening doet zich een van de gevallen, vermeld in artikel 4, § 2, 1°, voor;
b) de kredietnemer kan een deel of het geheel van de Winwinlening niet terugbetalen;
c) de kredietgever is onderworpen aan de personenbelasting, zoals gelokaliseerd in het Vlaamse Gewest overeenkomstig artikel 5/1, § 2, van de Bijzondere Financieringswet;
d) de kredietgever heeft de Winwinlening opeisbaar gesteld.

§ 2. Het bedrag van de hoofdsom dat tijdens het belastbaar tijdperk definitief verloren is gegaan, wordt genomen als berekeningsgrondslag van het eenmalig belastingkrediet.

§ 3. De grondslag, vermeld in § 2, bedraagt ten hoogste 50.000 euro.

§ 4. Het eenmalig belastingkrediet bedraagt 30 percent van de grondslag, vermeld in § 2.

§ 5. Het eenmalig belastingkrediet wordt toegekend voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin vaststaat dat een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de Winwinlening definitief verloren is.

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop bewezen moet worden dat wegens faillissement, kennelijk onvermogen of vrijwillige of gedwongen ontbinding of vereffening een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de Winwinlening definitief verloren is.

Het recht op het eenmalig belastingkrediet wordt bij overlijden van de kredietgever overgedragen aan zijn rechtverkrijgenden. In dat geval zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing op de rechtverkrijgenden in de verhouding dat zij de Winwinlening hebben verkregen.

Het eenmalig belastingkrediet wordt niet toegekend voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de ambtshalve schrapping heeft plaatsgevonden.

§ 6. ...

HOOFDSTUK VII Slotbepaling

Artikel 10. (01/09/2006- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt.