Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 19 mei 2006 betreffende de Winwinlening (citeeropschrift: "het Winwinleningbesluit")

Datum 20/07/2006

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I Toepassingsgebied en algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK II Voorwaarden en procedure voor de registratie van de Winwinlening
  3. HOOFDSTUK III Inrichting van het Winwinleningregister
  4. [HOOFDSTUK III/1. Schrapping van de registratie (ing. BVR 4 februari 2011, art. 6)]
  5. [HOOFDSTUK III/2. COVID-19 crisismaatregelen (ing. BVR 13 november 2020, art. 11, I: 20 november 2020)
  6. HOOFDSTUK IV Berekening en betaling van de interesten
  7. HOOFDSTUK V Criteria betreffende het ondernemingsdoel en het achtergestelde karakter van de Winwinlening
  8. HOOFDSTUK VI Bepalingen inzake bewijs
  9. [HOOFDSTUK VII. Het Vriendenaandeel (ing. BVR 22 januari 2021, art. 2, I: 11 februari 2021)]
    1. [Afdeling 1. Voorwaarden en procedure voor de registratie van de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel (ing. BVR 22 januari 2021, art. 2, I: 11 februari 2021)]
    2. [Afdeling 2. Inrichting van het Vriendenaandelenregister (ing. BVR 22 januari 2021, art. 2, I: 11 februari 2021)]
    3. [Afdeling 3. Schrapping van de registratie (ing. BVR 22 januari 2021, art. 2, I: 11 februari 2021)]
    4. [Afdeling 4. Bepalingen over het bewijs, vermeld in artikel 7/1 van het decreet van 19 mei 2006 (ing. BVR 22 januari 2021, art. 2, I: 11 februari 2021)]
    5. [Afdeling 5. Controleorgaan (ing. BVR 22 januari 2021, art. 2, I: 11 februari 2021)]
  10. [HOOFDSTUK VIII Slotbepalingen (verv. BVR 22 januari 2021, art. 3, I: 11 februari 2021)]
  11. Bijlage: modelformulier als vermeld in artikel 2, § 2

Inhoud

Aanhef (... - ...)

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 20;

Gelet op het decreet van 19 mei 2006 betreffende de Winwinlening, inzonderheid op artikel 4, § 1, artikel 5, § 1 en § 2, artikel 6, 7, 9, § 5 en artikel 10;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 30 maart 2006;

Gelet op het advies van de Vlaamse minister bevoegd voor de begroting, gegeven op 28 april 2006;

Gelet op het advies door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 17 mei 2006;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 29 juni 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel;

HOOFDSTUK I Toepassingsgebied en algemene bepalingen

Artikel 1. (11/02/2021- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder :
1° decreet van 19 mei 2006 : het decreet van 19 mei 2006 betreffende de Winwinlening;
2° de waarborgvennootschap: PMV/z-Waarborgen nv, dochtervennootschap van Participatiemaatschappij Vlaanderen NV. 
3° uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel: de schriftelijke verklaring waarin de Vriendenaandeelhouder en de emittent bevestigen dat de Vriendenaandeelhouder door middel van een kapitaalinbreng heeft ingetekend op nieuw uitgegeven aandelen van de emittent, in overeenstemming met de voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
4° controleorgaan: het Agentschap Innoveren & Ondernemen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
5° Vriendenaandelenregister: het register, vermeld in artikel 14/5, § 1.

HOOFDSTUK II Voorwaarden en procedure voor de registratie van de Winwinlening

Artikel 2. (20/11/2020- ...)

 § 1. Om in aanmerking te komen voor de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk VI van het decreet van 19 mei 2006, moeten de kredietgever en de kredietnemer bewijzen dat ze voldoen aan alle voorwaarden en voorschriften, vastgelegd in het voormelde decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

§ 2. Het bewijs, vermeld in paragraaf 1, kan alleen geleverd worden als de Winwinlening is vastgesteld in een onderhandse of authentieke akte. Die akte is opgesteld aan de hand van het modelformulier dat de waarborgvennootschap ter beschikking stelt. In het modelformulier worden ten minste de volgende gegevens opgenomen :
1° de identificatiegegevens van de kredietgever;
2° de identificatiegegevens van de kredietnemer die een zelfstandige is;
3° de identificatiegegevens van de kredietnemer die een rechtspersoon is;
4° de identificatiegegevens van de kredietnemer die een zaakvoerder is;
5° precieze vermelding van het doel van de Winwinlening;
6° de hoofdsom van de Winwinlening;
7° de begin- en einddatum van de Winwinlening;
8° het bankrekeningnummer waarop het bedrag van de Winwinlening werd gestort of zal worden gestort;
9° het bankrekeningnummer waarop de interesten en de kapitaalsaflossingen moeten worden gestort;
10° de bedragen en de vervaldata van de interesten die op de Winwinlening moeten worden betaald of, in voorkomend geval, de aflossingstabel, ondertekend door de kredietgever en de kredietnemer;
11° een verklaring van zowel de kredietgever als de kredietnemer dat aan alle voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan voldaan wordt en voldaan zal worden;
12° de verklaring van de kredietgever dat het bedrag dat wordt uitgeleend of ter beschikking wordt gesteld, niet afkomstig is van de activiteiten, vermeld in artikel 4, 23° van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.

De kredietgever en de kredietnemer kunnen aan het modelformulier aanvullende voorwaarden of bepalingen toevoegen, op voorwaarde dat die niet strijdig of onverenigbaar zijn met de voorwaarden en voorschriften van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan.

§ 3. De akte wordt in drie originele exemplaren opgesteld, waarvan één bestemd is voor elke partij, en één moet worden bezorgd aan de waarborgvennootschap.

Als de kredietgever en de kredietnemer voorzien in een systeem van tussentijdse aflossingen, wordt de aflossingstabel bij de akte gevoegd. de waarborgvennootschap stelt de aflossingsmodellen ter beschikking.

§ 4. De akte wordt alleen als geldig beschouwd als :
1° de akte opgesteld is aan de hand van het modelformulier, vermeld in paragraaf 2, dat de waarborgvennootschap ter beschikking stelt;
2° de toegevoegde aflossingstabel opgesteld is aan de hand van de aflossingsmodellen, vermeld in paragraaf 3, die de waarborgvennootschap ter beschikking stelt;
3° het originele exemplaar van de akte en de toegevoegde aflossingstabel volledig en correct ingevuld zijn;
4° de kredietgever binnen drie maanden nadat de Winwinlening gesloten is, een origineel exemplaar van de akte en de toegevoegde aflossingstabel aangetekend verstuurt aan de waarborgvennootschap of, als de waarborgvennootschap in die mogelijkheid voorziet, door middel van elektronische briefwisseling dan wel door middel van enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk, gericht aan de waarborgvennootschap, waarop een digitale handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten van het Burgerlijk Wetboek. De poststempel op het afschrift van de zending of het ontvangstbewijs van de elektronische verzending geldt als bewijs.

Artikel 3. (20/11/2020- ...)

De waarborgvennootschap gaat binnen een maand na de ontvangst van een originele exemplaar van de akte, op basis van de akte na of voldaan is aan de voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Alleen als aan alle voorwaarden voldaan is, gaat de waarborgvennootschap over tot de registratie van de akte.

De registratie bestaat uit het toekennen van een nummer aan de Winwinlening en het opnemen van de Winwinlening in het Winwinleningregister, vermeld in hoofdstuk III. Binnen een week na de registratie van de akte brengt de waarborgvennootschap de kredietgever op de hoogte van de registratie door middel van een brief of door middel van elektronische briefwisseling, waarin minstens het nummer vermeld wordt dat bij de registratie aan de Winwinlening werd toegekend. Die brief wordt gestuurd naar het adres of e-mailadres van de kredietgever dat vermeld wordt in de akte of, in geval van een adreswijziging, naar het nieuwe adres dat de kredietgever heeft meegedeeld aan de waarborgvennootschap.

Artikel 4. (20/11/2020- ...)

§ 1. De waarborgvennootschap kan de akte niet registreren als :
1° niet aan alle voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan voldaan is;
2° ondanks het feit dat de akte volledig is opgesteld, de waarborgvennootschap een gegronde reden heeft om te twijfelen aan de verklaringen van de kredietgever of kredietnemer, inzonderheid aan de waarachtigheid of accuraatheid ervan.

Als de waarborgvennootschap de akte niet registreert, brengt ze de kredietgever daarvan op de hoogte door middel van een brief of door middel van elektronische briefwisseling. De brief vermeldt de redenen waarom er geen registratie kon plaatsvinden en wordt verstuurd binnen een week nadat besloten werd om niet tot registratie over te gaan. De brief wordt gestuurd naar het adres of e-mailadres van de kredietgever, dat vermeld wordt in de akte of, in geval van een adreswijziging, naar het nieuwe adres dat de kredietgever heeft meegedeeld aan de waarborgvennootschap.

§ 2. Als het feit dat de akte niet geregistreerd werd, uitsluitend zijn oorzaak vindt in een materiële vergissing of louter formele fout die kan worden rechtgezet, heeft de kredietgever de mogelijkheid die vergissing of fout recht te zetten. De kredietgever moet in dat geval binnen twee weken na ontvangst van de brief, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, het bewijs dat de materiële vergissing of louter formele fout is rechtgezet, aangetekend versturen aan de waarborgvennootschap of, als de waarborgvennootschap in die mogelijkheid voorziet, door middel van elektronische briefwisseling dan wel door middel van enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk, gericht aan de waarborgvennootschap, waarop een digitale handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten van het Burgerlijk Wetboek. De poststempel op het afschrift van de zending of het ontvangstbewijs van de elektronische verzending geldt als bewijs.

Artikel 5. (01/09/2006- ...)

Enkel de kredietgever wordt op de hoogte gesteld van de niet-registratie of registratie van de Winwinlening, zoals in dit hoofdstuk bepaald. Als de kredietnemer op de hoogte gesteld wil worden, moeten kredietgever en kredietnemer daartoe onderling afspraken maken.

Artikel 6. (20/11/2020- ...)

De kredietgever moet iedere wijziging aan de geregistreerde akte die geen afbreuk doet aan de voorwaarden en voorschriften van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan, binnen drie maanden aangetekend versturen aan de waarborgvennootschap of, als de waarborgvennootschap in die mogelijkheid voorziet, door middel van elektronische briefwisseling dan wel door middel van enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk, gericht aan de waarborgvennootschap, waarop een digitale handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten van het Burgerlijk Wetboek. De poststempel op het afschrift van de zending of het ontvangstbewijs van de elektronische verzending geldt als bewijs.

HOOFDSTUK III Inrichting van het Winwinleningregister

Artikel 7. (20/11/2020- ...)

Er wordt een register aangelegd van alle geregistreerde Winwinleningen. Dat register draagt de benaming « Winwinleningregister » en wordt beheerd door de waarborgvennootschap.
 

Artikel 8. (20/11/2020- ...)

Elke registratie in het Winwinleningregister bestaat uit een nummer, dat individueel wordt toegekend aan elke geregistreerde Winwinlening, alsook uit de identificatiegegevens met betrekking tot de geregistreerde Winwinleningen, de kredietnemers en de kredietgevers, en de informatie zoals opgenomen in de akte van kredietovereenkomst en in de overeenkomst tot verlenging van de looptijd zoals vermeld in artikel 10/3.
 

Artikel 9. (20/11/2020- ...)

Om de praktische voorwaarden van het beheer van het Winwinleningregister te bepalen, zal tussen het Vlaamse Gewest en de waarborgvennootschap een samenwerkingsovereenkomst gesloten worden, die onder meer de beheervergoeding vaststelt. De waarborgvennootschap zal over dat beheer jaarlijks rapporteren aan het Vlaamse Gewest.
 

Artikel 10. (20/11/2020- ...)

De personeelsleden van de waarborgvennootschap en de hiertoe door de waarborgvennootschap aangestelde personen zijn gemachtigd om de gegevens van het Winwinleningregister in te kijken en, op basis daarvan, verificaties en controles te doen bij de kredietnemer en de kredietgever met het oog op het toezicht op de naleving van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Bovendien heeft de belastingadministratie een inzagerecht in het Winwinleningregister.
 

[HOOFDSTUK III/1. Schrapping van de registratie (ing. BVR 4 februari 2011, art. 6)]

Artikel 10/1. (20/11/2020- ...)

§ 1. In geval van vervroegde terugbetaling als vermeld in artikel 4, § 1, tweede lid, van het decreet van 19 mei 2006, en in de gevallen, vermeld in artikel 4, § 2, van het voormelde decreet, verstuurt de kredietgever binnen drie maanden na de beëindiging van de Winwinlening een bericht met opgave van de reden aan de waarborgvennootschap met een aangetekende brief of, als de waarborgvennootschap in die mogelijkheid voorziet, door middel van elektronische briefwisseling dan wel door middel van enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk, gericht aan de waarborgvennootschap, waarop een digitale handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten van het Burgerlijk Wetboek. De poststempel op het afschrift van de zending of het ontvangstbewijs van de elektronische verzending geldt als bewijs.

Binnen een maand nadat de waarborgvennootschap het bericht van beëindiging heeft ontvangen, schrapt ze de registratie.

Binnen een week nadat de waarborgvennootschap de registratie heeft geschrapt, brengt ze de kredietgever op de hoogte van de schrapping door middel van een brief of elektronische briefwisseling. Die kennisgeving wordt gestuurd naar het adres of e-mailadres van de kredietgever dat vermeld staat in de akte of, in geval van een adreswijziging, naar het nieuwe adres dat de kredietgever heeft meegedeeld aan de waarborgvennootschap.

Alleen de kredietgever wordt op de hoogte gebracht van de schrapping. Als de kredietnemer daarvan op de hoogte gebracht wil worden, maken de kredietgever en de kredietnemer daarover onderling afspraken.

§ 2. Als de waarborgvennootschap van oordeel is dat niet meer voldaan is aan de voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan, brengt ze de kredietgever en de kredietnemer op de hoogte van het voornemen om de registratie van de Winwinlening te schrappen. Die kennisgeving vermeldt de redenen voor de schrapping. De kennisgeving wordt gestuurd naar het adres of e-mailadres van de kredietgever en de kredietnemer dat vermeld staat in de akte of, in geval van een adreswijziging, naar het nieuwe adres dat de kredietgever en kredietnemer hebben meegedeeld aan de waarborgvennootschap.

De kredietgever en de kredietnemer kunnen binnen veertien dagen vanaf de ontvangst van de voormelde kennisgeving eventuele bezwaren tegen de schrapping aangetekend versturen aan de waarborgvennootschap of, als de waarborgvennootschap in die mogelijkheid voorziet, door middel van elektronische briefwisseling of enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk, gericht aan de waarborgvennootschap, waarop een digitale handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten van het Burgerlijk Wetboek. De poststempel op het afschrift van de zending of het ontvangstbewijs van de elektronische verzending geldt als bewijs.

Nadat de termijn, vermeld in het tweede lid, is verstreken, beslist de waarborgvennootschap om de registratie ambtshalve te schrappen, als ze oordeelt dat niet langer voldaan is aan de voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan. De waarborgvennootschap brengt de kredietgever en de kredietnemer van die beslissing op de hoogte door middel van een brief of elektronische briefwisseling. Die kennisgeving vermeldt de redenen van de ambtshalve schrapping. De kennisgeving wordt gestuurd naar het adres of e-mailadres van de kredietgever en de kredietnemer dat vermeld staat in de akte of, in geval van een adreswijziging, naar het nieuwe adres dat de kredietgever en de kredietnemer hebben meegedeeld aan de waarborgvennootschap.

§ 3. De waarborgvennootschap brengt de administratie die bevoegd is voor de vestiging van de inkomstenbelastingen op de hoogte van de schrappingen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid en paragraaf 2, derde lid.

Artikel 10/2. (30/04/2015- ...)

...

[HOOFDSTUK III/2. COVID-19 crisismaatregelen (ing. BVR 13 november 2020, art. 11, I: 20 november 2020)

Artikel 10/3. (20/11/2020- ...)

§ 1. Als de partijen gebruik willen maken van de mogelijkheid om de looptijd van de Winwinlening te verlengen, vermeld in artikel 9/1 van het decreet van 19 mei 2006, stelt de waarborgvennootschap een modelformulier ter beschikking.

§ 2. De akte van verlenging wordt in drie originele exemplaren opgesteld, waarvan één bestemd is voor elke partij en één wordt bezorgd aan de waarborgvennootschap.

§ 3. De wijziging van de looptijd van de Winwinlening wordt alleen als geldig beschouwd als:
1° de verlenging gepaard gaat met een opschorting van betaling voor eenzelfde periode.
2° de akte van verlenging aan alle voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan voldoet;
3° de akte van verlenging opgesteld is aan de hand van het modelformulier, vermeld in paragraaf 1, dat door de waarborgvennootschap ter beschikking wordt gesteld;
4° het originele exemplaar van de akte van verlenging en de nieuwe aflossingstabel volledig en correct ingevuld is;
5° de kredietgever binnen drie maanden nadat de akte van verlenging is ondertekend, een origineel exemplaar van de akte en de nieuwe aflossingstabel aangetekend verstuurt aan de waarborgvennootschap of via elektronische briefwisseling dan wel door middel van enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk waarop een digitale handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten van het Burgerlijk Wetboek. De poststempel op het afschrift van de zending of het ontvangstbewijs van de elektronische verzending geldt als bewijs.

§ 4. Binnen een maand nadat de waarborgvennootschap de akte van verlenging en de nieuwe aflossingstabel heeft ontvangen, registreert ze de akte van verlenging.

§ 5. Binnen een week na de registratie brengt de waarborgvennootschap de kredietgever op de hoogte van de verlenging door middel van een brief of elektronische briefwisseling. Die kennisgeving wordt gestuurd naar het adres of e-mailadres van de kredietgever dat vermeld staat in de akte of, in geval van een adreswijziging, naar het nieuwe adres dat de kredietgever heeft medegedeeld aan de waarborgvennootschap.

Alleen de kredietgever wordt op de hoogte gebracht van de registratie. Als de kredietnemer daarvan op de hoogte gebracht wil worden, maken de kredietgever en de kredietnemer daarover onderling afspraken.

§ 6. De waarborgvennootschap brengt de belastingadministratie op de hoogte van de wijzigingen, vermeld in paragraaf 1.

HOOFDSTUK IV Berekening en betaling van de interesten

Artikel 11. (30/04/2015- ...)

De interesten die de kredietnemer verschuldigd is, worden berekend door het bedrag dat in het kader van een Winwinlening is uitgeleend of ter beschikking gesteld, te vermenigvuldigen met de vaste rentevoet die is vastgelegd in de akte overeenkomstig artikel 4, § 1, vijfde lid, van het decreet van 19 mei 2006.

De interesten zijn betaalbaar op de overeengekomen vervaldagen.

HOOFDSTUK V Criteria betreffende het ondernemingsdoel en het achtergestelde karakter van de Winwinlening

Artikel 12. (30/04/2015- ...)

De in het kader van de Winwinlening geleende of ter beschikking gestelde middelen mogen uitsluitend voor ondernemingsdoeleinden van de kredietnemer gebruikt worden. Daarmee wordt bedoeld dat de middelen integraal moeten worden aangewend door de kredietnemer, binnen het kader van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten, als rechtspersoon of als zelfstandige, op een wijze die in het belang van de rechtspersoon is en rechtstreeks of onrechtstreeks bijdraagt tot de verwezenlijking van zijn maatschappelijk doel of, als het een zelfstandige betreft, op een wijze die hoofdzakelijk bijdraagt tot de verwezenlijking van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten.

De activiteit die bestaat in het verstrekken door de kredietnemer van een of meer leningen of zekerheden kan niet gekwalificeerd worden als ondernemingsdoel in de zin van artikel 6 van het decreet van 19 mei 2006, tenzij het maatschappelijk doel van de kredietnemer uitsluitend of hoofdzakelijk bestaat uit die activiteit.

Artikel 13. (20/11/2020- ...)

De Winwinlening is zowel achtergesteld ten aanzien van de bestaande als van de toekomstige verplichtingen en schulden van de kredietnemer. De kredietgever wordt geacht hiermee onvoorwaardelijk akkoord te gaan door zijn verzoek om de akte als Winwinlening te laten registreren. De achterstelling geldt enkel voor de hoofdsom en geldt niet voor de interesten. De kredietgever zal in de hypothese van samenloop voor het einde van de looptijd van de Winwinlening, pari passu behandeld worden met de andere achtergestelde schuldeisers, als die er zijn, en, met name zonder daartoe beperkt te zijn, met alle andere schuldeisers die met dezelfde kredietnemer een Winwinlening hebben gesloten, ongeacht of dergelijke Winwinleningen voor of na het sluiten van de Winwinlening tussen de kredietgever en de kredietnemer zijn ontstaan.
 

HOOFDSTUK VI Bepalingen inzake bewijs

Artikel 14. (20/11/2020- ...)

§ 1. De kredietgevers die met toepassing van artikel 8 van het decreet van 19 mei 2006 aanspraak maken op het daarin toegekende belastingkrediet, leveren het bewijs, vereist in artikel 7 van het voormelde decreet, door :
1° voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de Winwinlening is gesloten, de geregistreerde Winwinlening, de aflossingstabel en de brief, vermeld in artikel 3, tweede lid, van dit besluit, ter beschikking van de belastingadministratie te houden;
2° in hun aangifte in de personenbelasting voor ieder belastbaar tijdperk waarvoor om het belastingkrediet verzocht wordt, het bedrag van de openstaande saldi van alle uitgeleende of ter beschikking gestelde bedragen op 1 januari en op 31 december van het belastbare tijdperk in kwestie te vermelden in de daarvoor in het aangifteformulier opgenomen vakken;
3° de brief houdende registratie van de akte van verlenging, de akte van verlenging en de nieuwe aflossingstabel ter beschikking van de belastingadministratie te houden.

De kredietgevers kunnen door de belastingadministratie verzocht worden om het bewijs te leveren dat voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 3, 5°, van het decreet van 19 mei 2006.

§ 2. Voor de toepassing van artikel 9 van het decreet van 19 mei 2006, leveren de kredietgever of zijn rechtverkrijgenden het bewijs aan de hand van de bewijsmiddelen, vermeld in artikel 340 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.

De kredietgever houdt het bewijs waaruit blijkt dat een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de Winwinlening definitief verloren is gegaan en, in voorkomend geval, de schrappingsbrief, vermeld in artikel 10/1, § 1, derde lid, ter beschikking van de belastingadministratie.

De rechtverkrijgenden van een overleden kredietgever houden elk het bewijs waaruit blijkt dat een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de Winwinlening definitief verloren is gegaan, in voorkomend geval, de schrappingsbrief, vermeld in artikel 10/1, § 1, derde lid, alsook een kopie van hetzij de verdelingsakte, hetzij een verklaring van de notaris die belast is met de verdeling, hetzij een verklaring, ondertekend door alle erfgenamen, waaruit de identiteit van de rechtverkrijgenden en het door hen verkregen deel van de Winwinlening duidelijk blijkt, ter beschikking van de belastingadministratie.

[HOOFDSTUK VII. Het Vriendenaandeel (ing. BVR 22 januari 2021, art. 2, I: 11 februari 2021)]

[Afdeling 1. Voorwaarden en procedure voor de registratie van de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel (ing. BVR 22 januari 2021, art. 2, I: 11 februari 2021)]

Artikel 14/1. (11/02/2021- ...)

§ 1. De emittent en de Vriendenaandeelhouder komen in aanmerking voor het belastingkrediet, vermeld in artikel 8/1 van het decreet van 19 mei 2006, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de emittent en de Vriendenaandeelhouder bewijzen dat ze voldoen aan alle voorwaarden en voorschriften van het voormelde decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel is vastgesteld in een onderhandse akte conform paragraaf 2 tot en met 4 en is door beide partijen ondertekend binnen een periode van drie maanden na de kapitaalinbreng.

§ 2. De akte, vermeld in paragraaf 1, is opgesteld aan de hand van het modelformulier dat de waarborgvennootschap ter beschikking stelt. In het modelformulier worden de volgende gegevens opgenomen:
1° de identificatiegegevens van de Vriendenaandeelhouder;
2° de identificatiegegevens van de emittent;
3° het aantal Vriendenaandelen die het voorwerp uitmaken van de overeenkomst;
4° de uitgifteprijs van het Vriendenaandeel;
5° de totale prijs van de uitgegeven Vriendenaandelen die het voorwerp uitmaken van de overeenkomst;
6° de stemrechten die verbonden zijn aan elk Vriendenaandeel;
7° het totale aantal uitgegeven aandelen van de emittent;
8° het totale aantal stemrechten die verbonden zijn aan alle aandelen van de emittent;
9° de verklaring van de Vriendenaandeelhouder dat het bedrag waarmee wordt ingeschreven op de Vriendenaandelen, niet afkomstig is van een criminele activiteit als vermeld in artikel 4, 23°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;
10° de verklaring van zowel de emittent als de Vriendenaandeelhouder dat voldaan wordt en voldaan zal worden aan alle voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
11° een uitdrukkelijke verwijzing naar de voorwaarden, vermeld in artikel 3/1 van het decreet van 19 mei 2006;
12° een verslag over de uitgifteprijs van de Vriendenaandelen, dat positief beoordeeld is door een bedrijfsrevisor of een externe accountant;
13° het akkoord van de Vriendenaandeelhouder en de emittent met het controlerecht, vermeld in artikel 14/5, § 4, van dit besluit.

De Vriendenaandeelhouder en de emittent kunnen in de akte aanvullende voorwaarden of bepalingen toevoegen, op voorwaarde dat die niet strijdig of onverenigbaar zijn met de voorwaarden en voorschriften van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan.

§ 3. De akte wordt samen met het verslag, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 12°, in drie originele exemplaren opgesteld, waarvan één bestemd is voor elke partij en één wordt bezorgd aan de waarborgvennootschap.

§ 4. De akte wordt alleen als geldig beschouwd als ze voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° ze voldoet aan alle voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° ze is opgesteld aan de hand van het modelformulier, vermeld in paragraaf 2;
3° de originele exemplaren van de akte zijn volledig en correct ingevuld;
4° de Vriendenaandeelhouder verstuurt binnen drie maanden na de dag van de ondertekening van de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel een origineel exemplaar van de akte en het verslag, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 12°, aangetekend naar de waarborgvennootschap of via elektronische briefwisseling of een ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk, dat gericht is aan de waarborgvennootschap en waarop een digitale handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten, vermeld in het Burgerlijk Wetboek. De poststempel op het afschrift van de zending of het ontvangstbewijs van de elektronische verzending geldt als bewijs van de verzending.

Artikel 14/2. (11/02/2021- ...)

De waarborgvennootschap controleert op basis van de akte binnen dertig dagen na de dag waarop ze een origineel exemplaar van de akte heeft ontvangen of voldaan is aan de voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Alleen als aan al de voormelde voorwaarden voldaan is, gaat de waarborgvennootschap over tot de registratie van de akte.

De registratie bestaat uit het toekennen van een nummer aan de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel en het opnemen ervan in het Vriendenaandelenregister, vermeld in afdeling 2 van dit hoofdstuk. Binnen een week na de registratie van de akte brengt de waarborgvennootschap de Vriendenaandeelhouder met een brief of via elektronische briefwisseling op de hoogte van de registratie. In die brief of elektronische briefwisseling wordt minstens het nummer vermeld dat bij de registratie aan de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel is toegekend. Die kennisgeving wordt gestuurd naar het adres of e-mailadres van de Vriendenaandeelhouder dat vermeld wordt in de akte of, in geval van een adreswijziging, naar het nieuwe adres dat de Vriendenaandeelhouder heeft meegedeeld aan de waarborgvennootschap.

Artikel 14/3. (11/02/2021- ...)

§ 1. In de volgende gevallen kan de waarborgvennootschap de akte niet registreren:
1° de akte voldoet niet aan alle voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° ondanks het feit dat de akte volledig is opgesteld, heeft de waarborgvennootschap of het controleorgaan een gegronde reden om te twijfelen aan de waarachtigheid of de accuraatheid van de verklaringen van de Vriendenaandeelhouder of de emittent.

Als de waarborgvennootschap de akte niet registreert, brengt ze de Vriendenaandeelhouder daarvan met een brief of via elektronische briefwisseling op de hoogte. De kennisgeving vermeldt de redenen waarom er geen registratie kon plaatsvinden en wordt verstuurd binnen een week nadat is besloten om niet tot registratie over te gaan. De kennisgeving wordt gestuurd naar het adres of e-mailadres van de Vriendenaandeelhouder dat vermeld wordt in de akte of, in geval van een adreswijziging, naar het nieuwe adres dat de Vriendenaandeelhouder heeft meegedeeld aan de waarborgvennootschap.

§ 2. Als een materiële vergissing of louter formele fout die kan worden rechtgezet, de enige reden is waarom de akte niet wordt geregistreerd, kan de Vriendenaandeelhouder die vergissing of fout rechtzetten. In dat geval verstuurt de Vriendenaandeelhouder binnen twee weken na de dag waarop hij de kennisgeving, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, heeft ontvangen, het bewijs dat de materiële vergissing of louter formele fout is rechtgezet. Dat bewijs wordt aangetekend verstuurd aan de waarborgvennootschap of via elektronische briefwisseling of enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk dat gericht is aan de waarborgvennootschap, waarop een digitale handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten, vermeld in het Burgerlijk Wetboek. De poststempel op het afschrift van de zending of het ontvangstbewijs van de elektronische verzending geldt als bewijs van de verzending.

§ 3. Alleen de Vriendenaandeelhouder wordt op de hoogte gebracht van de niet-registratie of registratie van de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel als vermeld in dit hoofdstuk. Als de emittent op de hoogte gebracht wil worden, maken de Vriendenaandeelhouder en de emittent daarover onderling afspraken.

Artikel 14/4. (11/02/2021- ...)

De Vriendenaandeelhouder brengt de waarborgvennootschap binnen negentig dagen op de hoogte van iedere wijziging aan de geregistreerde akte die geen afbreuk doet aan de voorwaarden en voorschriften van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Die kennisgeving gebeurt aangetekend, of via elektronische briefwisseling of enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk, dat gericht is aan de waarborgvennootschap, waarop een digitale handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten, vermeld in het Burgerlijk Wetboek. De poststempel op het afschrift van de zending of het ontvangstbewijs van de elektronische verzending geldt als bewijs van de kennisgeving.

[Afdeling 2. Inrichting van het Vriendenaandelenregister (ing. BVR 22 januari 2021, art. 2, I: 11 februari 2021)]

Artikel 14/5. (11/02/2021- ...)

§ 1. Er wordt een register aangelegd van alle geregistreerde uitgifteovereenkomsten Vriendenaandeel, hierna het Vriendenaandelenregister te noemen. De waarborgvennootschap beheert het register.

§ 2. Bij de registratie van uitgifteovereenkomsten Vriendenaandeel in het Vriendenaandelenregister wordt een nummer toegekend aan elke uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel en worden al de volgende gegevens ervan bijgehouden:
1° de identificatiegegevens over de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel, de Vriendenaandeelhouders en de emittenten;
2° de informatie zoals opgenomen in de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel.

§ 3. Om de praktische voorwaarden van het beheer van het Vriendenaandelenregister te bepalen, wordt tussen het Vlaamse Gewest en de waarborgvennootschap een samenwerkingsovereenkomst gesloten, die onder meer de beheervergoeding vaststelt. De waarborgvennootschap rapporteert jaarlijks aan het Vlaamse Gewest over dat beheer.

§ 4. De personeelsleden van de waarborgvennootschap en van het controleorgaan en ook de personen die de waarborgvennootschap en het controleorgaan daarvoor aanwijst, zijn gemachtigd om de gegevens van het Vriendenaandelenregister in te kijken en op basis daarvan verificaties en controles te verrichten bij de Vriendenaandeelhouder en de emittent met het oog op het toezicht op de naleving van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan.

De belastingadministratie heeft een inzagerecht in het Vriendenaandelenregister.

[Afdeling 3. Schrapping van de registratie (ing. BVR 22 januari 2021, art. 2, I: 11 februari 2021)]

Artikel 14/6. (11/02/2021- ...)

§ 1. In de volgende gevallen schrapt de waarborgvennootschap de registratie:
1° de Vriendenaandeelhouder draagt de Vriendenaandelen over;
2° de emittent wordt ontbonden;
3° de emittent is failliet verklaard;
4° de Vriendenaandeelhouder is gestorven.

§ 2. De Vriendenaandeelhouder of zijn erfgenamen brengen de waarborgvennootschap binnen negentig dagen na de gevallen, vermeld in paragraaf 1, op de hoogte met een aangetekende brief of via elektronische briefwisseling of enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk dat gericht aan de waarborgvennootschap en waarop een digitale handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten, vermeld in het Burgerlijk Wetboek. De poststempel op het afschrift van de zending of het ontvangstbewijs van de elektronische verzending geldt als bewijs van de kennisgeving.

Binnen dertig dagen na de dag waarop de waarborgvennootschap de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, heeft ontvangen of na de dag waarop de waarborgvennootschap heeft kennisgenomen van een van de gevallen, vermeld in paragraaf 1, gaat de waarborgvennootschap over tot schrapping van de registratie.

Binnen een week na de schrapping van de registratie brengt de waarborgvennootschap de Vriendenaandeelhouder of zijn erfgenamen met een brief of via elektronische briefwisseling op de hoogte van de schrapping. Die kennisgeving wordt gestuurd naar het adres of e-mailadres van de Vriendenaandeelhouder dat vermeld staat in de akte of naar het nieuwe adres dat de Vriendenaandeelhouder of zijn erfgenamen hebben meegedeeld aan de waarborgvennootschap.

§ 3. De schrapping heeft uitwerking vanaf:
1° de dag van de overdracht van de Vriendenaandelen;
2° de dag van de beslissing tot ontbinding van de emittent;
3° de dag van het faillissementsvonnis;
4° de dag van het overlijden van de Vriendenaandeelhouder.

Artikel 14/7. (11/02/2021- ...)

§ 1. In de volgende gevallen schrapt de waarborgvennootschap de registratie ambtshalve uit het Vriendenaandelenregister:
1° als de periode, vermeld in artikel 8/1, § 5, eerste lid, van het decreet van 19 mei 2006, is verstreken;
2° als de waarborgvennootschap kennis heeft genomen van de niet-naleving van de voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan.

§ 2. In het geval, vermeld in paragraaf 1, 2°, brengt de waarborgvennootschap de Vriendenaandeelhouder op de hoogte van het voornemen om de registratie van het Vriendenaandeel te schrappen. Die kennisgeving vermeldt de redenen waarom de waarborgvennootschap meent tot schrapping te moeten overgaan. De kennisgeving wordt gestuurd naar het adres of e-mailadres van de Vriendenaandeelhouder dat vermeld staat in de akte of, in geval van een adreswijziging, naar het nieuwe adres dat de Vriendenaandeelhouder heeft meegedeeld aan de waarborgvennootschap.

De Vriendenaandeelhouder kan binnen veertien dagen na de dag waarop hij de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, heeft ontvangen, eventuele bezwaren tegen de schrapping aangetekend versturen aan de waarborgvennootschap of via elektronische briefwisseling of enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk, dat gericht is aan de waarborgvennootschap, waarop een digitale handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten, vermeld in het Burgerlijk Wetboek. De poststempel op het afschrift van de zending of het ontvangstbewijs van de elektronische verzending geldt als bewijs van de verzending.

Na het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, beslist de waarborgvennootschap tot ambtshalve schrapping van de registratie, als ze oordeelt dat niet langer voldaan is aan de voorwaarden van het decreet van 19 mei 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan. De waarborgvennootschap brengt de Vriendenaandeelhouder op de hoogte met een brief of via elektronische briefwisseling. Die kennisgeving vermeldt de redenen van de ambtshalve schrapping. De kennisgeving wordt gestuurd naar het adres of e-mailadres van de Vriendenaandeelhouder dat vermeld staat in de akte of, in geval van een adreswijziging, naar het nieuwe adres dat de Vriendenaandeelhouder heeft meegedeeld aan de waarborgvennootschap.

§ 3. De ambtshalve schrapping van de registratie heeft uitwerking vanaf de dag van de schrapping, vermeld in paragraaf 2, derde lid.

Artikel 14/8. (11/02/2021- ...)

De waarborgvennootschap brengt de belastingadministratie op de hoogte van de schrappingen, vermeld in artikel 14/6 en 14/7.

[Afdeling 4. Bepalingen over het bewijs, vermeld in artikel 7/1 van het decreet van 19 mei 2006 (ing. BVR 22 januari 2021, art. 2, I: 11 februari 2021)]

Artikel 14/9. (11/02/2021- ...)

De Vriendenaandeelhouder die aanspraak wil maken op het belastingkrediet, vermeld in artikel 8/1 van het decreet van 19 mei 2006, levert op een van de volgende wijzen het bewijs, vermeld in artikel 7/1 van het voormelde decreet:
1° door voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel is gesloten, de geregistreerde uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel en de briefwisseling, vermeld in artikel 14/2, tweede lid, van dit besluit, ter beschikking van de belastingadministratie te houden;
2° door in de aangifte in de personenbelasting voor ieder belastbaar tijdperk waarvoor om het belastingkrediet verzocht wordt, het rekenkundig gemiddelde van de volgestorte bedragen van de Vriendenaandelen die zijn aangehouden in het belastbare tijdperk, te vermelden in de vakken van het aangifteformulier die daarvoor zijn bestemd.

De belastingadministratie kan de Vriendenaandeelhouder vragen om het bewijs te leveren dat voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3/1, § 1, 4°, van het decreet van 19 mei 2006.

[Afdeling 5. Controleorgaan (ing. BVR 22 januari 2021, art. 2, I: 11 februari 2021)]

Artikel 14/10. (11/02/2021- ...)

Het controleorgaan kan op elk moment de naleving van de voorwaarden door de emittent en de Vriendenaandeelhouder controleren. Het controleorgaan kan daarvoor bij de emittent en de Vriendenaandeelhouder alle nodige en nuttige bewijsdocumenten opvragen.

Het controleorgaan heeft voor de uitvoering van zijn taken het recht om kennis te nemen van de gegevens van de emittent en van de Vriendenaandeelhouder die opgenomen zijn in het Vriendenaandelenregister en het Winwinleningregister. Het kan bij de waarborgvennootschap een kopie opvragen van de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel en van de Winwinlening en ook een kopie van de relevante briefwisseling over de registratie en de schrapping van de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel en van de Winwinlening.

[HOOFDSTUK VIII Slotbepalingen (verv. BVR 22 januari 2021, art. 3, I: 11 februari 2021)]

Artikel 15. (30/04/2015- ...)

Het decreet van 19 mei 2006 treedt in werking op de datum waarop dit besluit in werking treedt.

Artikel 16. (01/09/2006- ...)

Dit besluit wordt aangehaald als het Winwinleningbesluit.

Artikel 17. (01/09/2006- ...)

Dit besluit treedt in werking vijftien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 18. (01/09/2006- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage: modelformulier als vermeld in artikel 2, § 2

(30/04/2015- ...)

...