Decreet houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid

Datum 22/12/2006

Inhoud

Artikel 1. (01/01/2007- ...)

Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Artikel 2. (17/07/2017- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder:
1° verordening (EU) nr. 1307/2013: verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad;
2° ...;
3° ...;
4° verordening (EU) nr. 1305/2013: verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad;
5° verordening (EU) nr. 1306/2013: verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad;
6° ...;
7° landbouwer: de landbouwer, vermeld in artikel 4, lid 1, a), van verordening (EU) nr. 1307/2013, die bestaat uit een of meer exploitanten en die zijn bedrijf op autonome wijze beheert, als vermeld in artikel 4, § 3, van dit decreet;
8° exploitant: een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een groepering van natuurlijke personen of rechtspersonen, die een exploitatie exploiteert of voor wiens rekening een exploitatie wordt geëxploiteerd;
9° exploitatie: de uitbating van een geheel van activiteiten en bijbehorende infrastructuur door een welbepaalde exploitant en op een welbepaalde locatie, met inbegrip van de door de exploitant in gebruik zijnde landbouwgronden;
10° activiteiten: de landbouwactiviteiten, vermeld in artikel 4, lid 1, c), van verordening (EU) nr. 1307/2013, inzonderheid het houden van dieren vermeld in artikel 27, § 1, van het Mestdecreet van 22 december 2006, het gebruiken van landbouwgronden en het telen van planten op andere groeimediums dan landbouwgrond;
11° locatie: een geografisch afgebakende plaats waar activiteiten plaatsvinden of waar bijbehorende infrastructuur staat;
12° landbouwgrond: grond behorend tot landbouwareaal als vermeld in artikel 4, lid 1, e), van verordening (EU) nr. 1307/2013;
13° bedrijf: het bedrijf, vermeld in artikel 4, lid 1, b), van de verordening (EU) nr. 1307/2013 en dat bestaat uit één of meer exploitaties;
14° GBCS: het Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem, vermeld in titel V, hoofdstuk II, van verordening (EU) nr. 1306/2013;
14° /1 sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie: de sectorale landbouwwetgeving, vermeld in artikel 2, lid 1, f), van verordening (EU) nr. 1306/2013;
15° VLM: het publiekrechtelijk vormgegeven verzelfstandigd agentschap Vlaamse Landmaatschappij, vermeld in artikel 2 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij;
16° afwijking: afwijking van de registratie- en identificatieverplichting, vermeld in hoofdstuk VI, VII en VIII, van het koninklijk besluit van 23 maart 2011 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen, en van artikel 3, van het koninklijk besluit van 28 februari 1999 houdende bijzondere maatregelen van epidemiologisch toezicht op en preventie van aangifteplichtige runderziekten;
17° veebeslag: een geheel van dieren gehouden in een geografisch omschreven entiteit, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 10 april 2000 houdende bepalingen betreffende de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding, en die een duidelijk omschreven eenheid vormt op basis van epidemiologische banden, vastgesteld door de officiële dierenarts;
18° sanitair verantwoordelijke: de persoon, eigenaar of houder van een dier die er, permanent of tijdelijk, een onmiddellijk beheer of toezicht op uitoefent, tijdens het vervoer of op een verzamelplaats of in het slachthuis inbegrepen.
 

Artikel 3. (17/07/2017- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering is bevoegd voor de identificatie en registratie in het GBCS van de landbouwers, vermeld in artikel 4, en voor de identificatie en registratie van de landbouwgronden die de landbouwer per exploitatie in gebruik heeft. De Vlaamse Regering duidt binnen het beleidsdomein Landbouw en Visserij de bevoegde instantie aan voor die identificatie en registratie in het GBCS van de landbouwers en van de landbouwgronden.

§ 2. Met behoud van de toepassing van artikel 67, lid 2, van verordening 1306/2013 worden in het GBCS alle noodzakelijke gegevens opgenomen over de identificatie van landbouwers, exploitanten, exploitaties en landbouwgronden die vereist zijn voor een correcte uitvoering van het Mestdecreet van 22 december 2006 en van sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de noodzakelijke gegevens, vermeld in § 2, en de wijze waarop die gegevens worden aangegeven en beheerd, alsook nadere regels met betrekking tot het vaststellen van het gebruik van landbouwgronden.

§ 4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen omtrent de identificatie bij het starten, het stopzetten en het overnemen van een exploitatie.
 

Artikel 3/1. (... - ...)

Een eigenaar kan op uitdrukkelijk verzoek, gericht aan de bevoegde instantie, vermeld in artikel 3, de naam en het adres verkrijgen van de persoon die of het bedrijf dat zijn percelen aangeeft in de verzamelaanvraag, vermeld in artikel 11 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden.

De persoon of het bedrijf waarvan gegevens worden meegedeeld, wordt van die mededeling op de hoogte gebracht.

De Vlaamse Regering kan:
1° de indieningswijze van het verzoek, vermeld in het eerste lid, uitwerken;
2° bepalen op welke wijze het eigenaarschap wordt aangetoond;
3° de procedure voor de beoordeling van het verzoek, vermeld in het eerste lid, verder uitwerken;
4° bepalen op welke wijze de landbouwer van het verzoek, vermeld in het eerste lid, op de hoogte wordt gebracht.

Artikel 4. (17/07/2017- ...)

§ 1. Eenieder die tot aangifte verplicht is overeenkomstig artikel 23 van het Mestdecreet van 22 december 2006, of eenieder die steun wenst te verkrijgen ter uitvoering van de sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie, wordt op unieke wijze als landbouwer geïdentificeerd in het GBCS.

De Vlaamse Regering kan bepalen dat ook andere personen dan degenen, omschreven in het eerste lid, onderworpen worden aan een identificatie- en registratieplicht in het GBCS.

§ 2. Om als landbouwer te worden geïdentificeerd in het GBCS, beheert men, met behoud van de toepassing van artikel 60 van verordening (EU) nr. 1306/2013 zijn bedrijf op autonome wijze zodat elke verwarring op het vlak van beheer, uitvoering van landbouwactiviteiten, productiemiddelen of het gebruik ervan, tussen twee of meer landbouwers uitgesloten is.

§ 3. Het op autonome wijze beheren van een bedrijf houdt in dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de landbouwer baat noch als natuurlijke persoon noch als rechtspersoon, hetzij afzonderlijk hetzij als lid van een groepering, twee of meer bedrijven uit;
2° de landbouwer heeft zijn productiemiddelen in exclusief gebruik en beheert ze exclusief;
3° de sanitair verantwoordelijke op het bedrijf is hetzij de landbouwer, hetzij iemand die deel uitmaakt van de landbouwer als bedoeld in artikel 1, 7°. In afwijking hiervan is het, voor een beslag dat betrekking heeft op verschillende landbouwers, voldoende dat de sanitair verantwoordelijke hetzij één van de landbouwers is die het beslag deelt, hetzij deel uitmaakt van één van de landbouwers als bedoeld in artikel 1, 7°, die het beslag deelt;
4° bedrijven waarvoor tussen de overeenkomstige beslagen een afwijking bestaat, worden als één bedrijf beschouwd;
5° de landbouwers die over dieren van dezelfde diersoort beschikken, en van wie de dieren tot een zelfde beslag behoren:
a) houden naast het bedrijfsregister van het beslag een apart register bij dat aangeeft welk dier bij welke landbouwer hoort;
b) actualiseren voor elk rund de relatie tussen rund en exploitatie op permanente en conforme wijze;
6° de fiscale boekhouding van een landbouwer mag geen betrekking hebben op de landbouwactiviteiten van verschillende bedrijven.

§ 4. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen met betrekking tot de voorwaarden vermeld in § 1, eerste lid, § 2, en § 3, zoals het exclusief gebruik en het exclusief beheer van de productiemiddelen en de wijze waarop een identificatie wordt aangevraagd en verleend, en kan bepalen in welke gevallen een registratie wordt gewijzigd of een nieuwe registratie kan worden aangevraagd.
 

Artikel 5. (17/07/2017- ...)

§ 1. Wie niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 4:
1° kan in het GBCS niet geïdentificeerd worden als landbouwer;
2° wordt op het vlak van de identificatie ambtshalve samengevoegd met degenen met wie hij samen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4, voldoet. De samengevoegde groep landbouwers wordt bijgevolg in het GBCS geïdentificeerd als één landbouwer en de bedrijven worden beschouwd als één geheel in het kader van de uitvoering, van dit decreet;
3° kan geen betalingen of voordelen toegekend krijgen, behalve in geval van samenvoeging als vermeld in punt 2°. In voorkomend geval worden betalingen teruggevorderd of toegekende voordelen ontnomen die in strijd met het autonome beheer zijn verkregen.

Wie kunstmatig de voorwaarden heeft gecreëerd om voordelen te verkrijgen in het kader van het Mestdecreet van 22 december 2006 of van de sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie, kan geen betalingen of voordelen toegekend krijgen waarvoor de voorwaarden kunstmatig zijn gecreëerd. In voorkomend geval worden betalingen teruggevorderd of toegekende voordelen ontnomen.

De Vlaamse Regering kan de gevallen bepalen waarbij het kunstmatig creëren van voorwaarden om voordelen te verkrijgen, wordt vermoed behoudens tegenbewijs, en bepaalt daarbij de wijze waarop het tegenbewijs gegeven wordt.

§ 2. Het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij brengt degenen die ambtshalve samengevoegd worden als vermeld in § 1, van die ambtshalve samenvoeging op de hoogte en deelt tezelfdertijd de datum mee vanaf wanneer de ambtshalve samenvoeging in werking treedt.

Wie niet akkoord gaat met de ambtshalve samenvoeging, kan daartegen bezwaar indienen.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels omtrent de mededeling en de bezwaarprocedure.
 

Artikel 6. (08/01/2016- ...)

Het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij en de VLM zijn, elk wat hun bevoegdheden betreft, belast met de controle op de naleving van de voorwaarden van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Artikel 7. (01/01/2007- ...)

Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2007.