Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de samenstelling van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed

Datum 26/01/2007

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I Definities
  2. HOOFDSTUK II Procedure tot aanwijzing van de leden van de SARO
  3. HOOFDSTUK III Werking van de SARO
  4. HOOFDSTUK IV Slotbepaling

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse Regering,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 20;

Gelet op het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van strategische adviesraden, gewijzigd bij het decreet van 23 juni 2006 en bij decreet van 22 december 2006;

Gelet op het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, inzonderheid op artikel 4;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 1988 houdende sommige maatregelen tot harmonisatie van de toelagen en presentiegelden aan commissarissen, gemachtigden van financiën, afgevaardigden van de Vlaamse Regering, voorzitters en leden van niet-adviserende bijzondere commissies of van raden van bestuur van instellingen en ondernemingen die onder de Vlaamse Regering behoren, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 1996;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 12 december 2006;

Gelet op het advies [41.981/1] van de Raad van State, gegeven op 11 januari 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke ordening;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I Definities

Artikel 1. (11/03/2007- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder :
1° decreet : het decreet van 10 maart 2006 houdende oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed.
2° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening.

HOOFDSTUK II Procedure tot aanwijzing van de leden van de SARO

Artikel 2. (11/03/2007- ...)

§ 1. De voordracht van de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, overeenkomstig artikel 4, § 2, tweede en derde lid, van het decreet, gebeurt als volgt :
1° vier vertegenwoordigers van de werkgevers en middenstandsorganisaties worden voorgedragen door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
2° vier vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties worden voorgedragen door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
3° twee vertegenwoordigers worden voorgedragen door de milieuverenigingen, zetelend in de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;
4° twee vertegenwoordigers worden voorgedragen door de openruimte organisaties, zetelend in de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;
5° twee vertegenwoordigers worden voorgedragen door de landbouworganisaties, zetelend in de strategische adviesraad voor Landbouw en Visserij en die de exclusieve vertegenwoordigers zijn van de landbouworganisaties;
6° twee vertegenwoordigers van het middenveld worden voorgedragen door de Vlaamse Woonraad;
7° twee vertegenwoordiger van het middenveld worden voorgedragen door de strategische adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media;
8° twee vertegenwoordigers van de Federatie van de Toeristische Industrie worden, voorgedragen door de strategische adviesraad Internationaal Vlaanderen;
9° twee vertegenwoordigers worden voorgedragen door de VCM - Contactforum voor E.rfgoedverenigingen VZW;
10° twee vertegenwoordigers worden voorgedragen door de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning VZW.

Elke voordracht bestaat voor de helft uit mannen en voor de helft uit vrouwen.

§ 2. Als een of meer van bovengenoemde strategische adviesraden nog niet zijn opgericht of definitief zijn samengesteld, kan de Vlaamse Regering overeenkomstig dit besluit bij de eerste samenstelling van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed en in afwachting van een voordracht door de bedoelde adviesraad overeenkomstig artikel 11, § 2, derde lid van het decreet, de vertegenwoordigers voor de desbetreffende sectoren aanstellen.
 

Artikel 3. (11/03/2007- ...)

De Vereniging van Vlaamse Provincies en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten dragen respectievelijk twee en vier vertegenwoordigers voor, telkens voor de helft bestaande uit mannen en voor de helft uit vrouwen.eb

Artikel 4. (11/03/2007- ...)

Deskundigen als vermeld in artikel 9 van het decreet kunnen zich kandidaat stellen na een openbare oproep die in het Belgisch Staatsblad, in minstens drie dagbladen en op de website van de Vlaamse overheid bekendgemaakt worden.

De kandidaatstelling gebeurt bij de Vlaamse minister binnen een maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Bij de kandidaatstelling is een curriculum vitae en een overzicht van de beroepsloopbaan gevoegd waaruit blijkt dat aan de benoemingsvereisten, vermeld in artikel 4, § 1, vierde lid, van het decreet is voldaan.
 

Artikel 5. (11/03/2007- ...)

Uit de voordrachten, vermeld in artikel 2 en 3, benoemt de minister telkens de helft als lid van de SARO en de helft als plaatsvervangend lid. Uit de personen die zich overeenkomstig artikel 4 kandidaat hebben gesteld, benoemt de minister vijf onafhankelijke deskundigen als lid van de SARO en ten hoogste vijf onafhankelijke deskundigen als plaatsvervangend lid.

Ten hoogste twee derde van de leden mag van hetzelfde geslacht zijn.

HOOFDSTUK III Werking van de SARO

Artikel 6. (11/03/2007- ...)

Wanneer een lid van de SARO aan het einde van de duur van het mandaat niet wordt herbenoemd en er niet onmiddellijk in de benoeming van een nieuw lid kan worden voorzien, blijft het lid in functie tot op het ogenblik dat het nieuwe mandaat begint.

Artikel 7. (11/03/2007- ...)

De bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 1988 houdende sommige maatregelen tot harmonisatie van de toelagen en presentiegelden aan commissarissen, gemachtigden van financiën, afgevaardigden van de Vlaamse Regering, voorzitters en leden van nietadviserende bijzondere commissies of van raden van bestuur van instellingen en ondernemingen die onder de Vlaamse Regering behoren, zijn van toepassing op de voorzitters van de SARO, wat de presentiegelden en de toelagen betreft, en op de leden, wat de presentiegelden en de vergoedingen betreft.

Voor de toepassing van de bepalingen, vermeld in het eerste lid, wordt de SARO in categorie III ingedeeld.

Artikel 8. (11/03/2007- ...)

De SARO brengt haar huishoudelijk reglement, en elke wijziging ervan ter kennis aan de Vlaamse Regering.

HOOFDSTUK IV Slotbepaling

Artikel 9. (11/03/2007- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.