Decreet betreffende het hergebruik van overheidsinformatie

Datum 27/04/2007

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I Algemene bepalingen, definities en toepassingsgebied
  2. HOOFDSTUK II Algemene beginselen inzake hergebruik van bestuursdocumenten
  3. HOOFDSTUK III Aanvraagprocedure
  4. HOOFDSTUK IV Discriminatieverbod en eerlijke handel
  5. HOOFDSTUK V De beroepsprocedure
  6. HOOFDSTUK VI Slotbepaling

Inhoud

HOOFDSTUK I Algemene bepalingen, definities en toepassingsgebied

Artikel 1. (05/11/2007- ...)

Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid. Het zet de bepalingen om van de Richtlijn 2003/98 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie.

Artikel 2. (10/07/2015- ...)

Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :
1° instantie : de instantie vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
2° bestuursdocument : het bestuursdocument zoals gedefinieerd in artikel 3 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
3° hergebruik : het gebruik door natuurlijke personen of rechtspersonen van bestuursdocumenten voor andere commerciële of niet-commerciële doeleinden dan het oorspronkelijke doel binnen de publieke taak waarvoor de bestuursdocumenten zijn geproduceerd. Het gebruik van bestuursdocumenten binnen de instantie uitsluitend voor andere doeleinden binnen de publieke taak en de uitwisseling van bestuursdocumenten tussen instanties uitsluitend met het oog op de vervulling van hun publieke taak zijn geen hergebruik;
4° machinaal leesbaar formaat : een bestandsformaat dat zodanig is gestructureerd dat softwaretoepassingen specifieke gegevens, met inbegrip van individuele feitenbeschrijvingen, en hun interne structuur gemakkelijk kunnen identificeren, herkennen en extraheren;
5° open formaat : een bestandsformaat dat platformonafhankelijk is en voor het publiek beschikbaar is zonder enige beperking die het hergebruik van informatie verhindert;
6° metagegevens : de informatie waarin bestuursdocumenten worden beschreven en die het mogelijk maakt die bestuursdocumenten te zoeken, te inventariseren en te gebruiken;
7° archieven : instanties waarbij bestuursdocumenten worden neergelegd overeenkomstig wettelijke verplichtingen of instanties waarvan de belangrijkste taak het archiefbeheer, vermeld in artikel 3, 1°, van het Archiefdecreet van 9 juli 2010, van bestuursdocumenten is;
8° instellingen voor hoger onderwijs : instanties die postsecundair hoger onderwijs verstrekken dat tot een academische graad leidt.

Artikel 2/1. (10/07/2015- ...)

Dit decreet is niet van toepassing op de volgende bestuursdocumenten :
1° de bestuursdocumenten waarvan de verstrekking een activiteit is die niet valt onder de publieke taak van de betrokken instanties, mits de omvang van de publieke taken transparant is en aan toetsing is onderworpen;
2° de bestuursdocumenten waarop een instantie niet de nodige rechten heeft om hergebruik toe te staan;
3° de bestuursdocumenten of onderdelen ervan waarvoor de toegang is uitgesloten op basis van de geldende regeling inzake toegang tot bestuursdocumenten;
4° de bestuursdocumenten waarover openbare omroepen of hun dochterondernemingen en andere instellingen of hun dochterondernemingen beschikken om een publiekeomroeptaak te vervullen;
5° de bestuursdocumenten waarover onderwijs- of onderzoeksinstellingen beschikken, met inbegrip van instanties die zijn opgericht voor de overdracht van onderzoeksresultaten, scholen en instellingen voor hoger onderwijs, met uitzondering van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs;
6° de bestuursdocumenten waarover andere culturele instellingen dan musea, bibliotheken en archieven beschikken;
7° de gedeelten van bestuursdocumenten die alleen logo's, wapens en insignes bevatten.

HOOFDSTUK II Algemene beginselen inzake hergebruik van bestuursdocumenten

Artikel 3. (10/07/2015- ...)

Elke instantie staat het hergebruik van de bestuursdocumenten waarover ze beschikt toe, zowel voor commerciële als niet-commerciële doeleinden, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.

In afwijking van het eerste lid bepalen de bibliotheken, met inbegrip van de bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, de musea en de archieven, met betrekking tot de bestuursdocumenten waarover ze beschikken en waarop ze de nodige rechten hebben om hergebruik toe te staan, autonoom of het hergebruik van deze bestuursdocumenten is toegestaan voor zowel commerciële als niet-commerciële doeleinden en onder welke voorwaarden.

In geval van hergebruik stelt de instantie de bestuursdocumenten zoveel mogelijk via elektronische weg beschikbaar in de al bestaande formaten of talen en, voor zover mogelijk en passend, in een open en machinaal leesbaar formaat, samen met hun metagegevens. Zowel het formaat als de metagegevens voldoen voor zover mogelijk aan formele open standaarden. Onder een formele open standaard wordt verstaan een standaard die schriftelijk is vastgesteld, met vermelding van specificaties voor de vereisten betreffende de wijze waarop de interoperabiliteit van de software moet worden gegarandeerd.

Artikel 4. (05/11/2007- ...)

Als de bestuursdocumenten voor hergebruik in aanmerking komen en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 3, stelt de instantie de bestuursdocumenten ter beschikking in de door de aanvrager gevraagde vorm.

Als ze niet in de gevraagde vorm beschikbaar zijn, deelt de instantie in haar beslissing aan de aanvrager mee in welke andere vorm of vormen de bestuursdocumenten beschikbaar zijn of redelijkerwijze ter beschikking gesteld kunnen worden.

Artikel 5. (05/11/2007- ...)

Instanties kunnen op grond van dit decreet niet worden verplicht om bestuursdocumenten te creëren of aan te passen om aan een aanvraag tot hergebruik te voldoen, of om uittreksels van bestuursdocumenten te verstrekken, als dat een onevenredige inspanning vereist die verder gaat dan een eenvoudige handeling.

Artikel 6. (10/07/2015- ...)

Instanties kunnen op grond van dit decreet niet worden verplicht een bepaalde categorie van bestuursdocumenten te blijven produceren en te bewaren met het oog op hergebruik van de bestuursdocumenten.

Als een instantie beslist om een categorie van bestuursdocumenten niet meer te produceren of te bewaren, brengt ze zo spoedig als redelijkerwijze mogelijk is, de bestaande hergebruikers van de bestuursdocumenten hiervan op de hoogte.

Artikel 7. (10/07/2015- ...)

Als een vergoeding wordt gevraagd voor het hergebruik van bestuursdocumenten, blijft deze vergoeding beperkt tot de marginale kosten voor hun vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding.

Het eerste lid is niet van toepassing op :
1° de instanties die verplicht zijn inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten van de uitoefening van hun publieke taken te dekken;
2° bij wijze van uitzondering, documenten waarvoor de betrokken instantie bij of krachtens een decreet verplicht is voldoende inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging en verspreiding ervan te dekken. Die verplichtingen worden vooraf vastgesteld en voor zover mogelijk en passend, worden zij langs elektronische weg bekendgemaakt;
3° bibliotheken, met inbegrip van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, musea en archieven.

In de gevallen, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, berekenen de betrokken instanties de totale vergoeding aan de hand van objectieve, transparante en controleerbare criteria die door de Vlaamse Regering worden vastgesteld. De totale inkomsten van die instanties uit het verstrekken en het verlenen van toestemming voor hergebruik van documenten mogen over de desbetreffende berekeningsperiode genomen niet hoger zijn dan de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging en verspreiding, vermeerderd met een redelijk rendement op investeringen. De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de boekhoudkundige beginselen die op de betrokken instanties van toepassing zijn. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nodige verduidelijkingen uitwerken.

Als er door de instanties, vermeld in het tweede lid, 3°, een vergoeding wordt gevraagd, mogen de totale inkomsten uit het verstrekken en het verlenen van toestemming voor hergebruik van documenten over de desbetreffende berekeningsperiode genomen niet hoger zijn dan de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging, verspreiding, conservering en vereffening van rechten, vermeerderd met een redelijk rendement op investeringen. De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de boekhoudkundige beginselen die op de betrokken instanties van toepassing zijn. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nodige verduidelijkingen uitwerken.

Artikel 7/1. (10/07/2015- ...)

In geval van standaardvergoedingen voor het hergebruik van documenten in het bezit van instanties, worden de eventuele voorwaarden en het eigenlijke bedrag van die vergoedingen, met inbegrip van de berekeningsgrondslag ervoor, vooraf vastgesteld en bekendgemaakt, voor zover mogelijk en passend langs elektronische weg.

In geval van andere vergoedingen dan de vergoedingen voor hergebruik, vermeld in het eerste lid, geeft de betrokken instantie vooraf aan met welke factoren rekening wordt gehouden bij de berekening van die vergoedingen. Op verzoek geeft de betrokken instantie ook aan hoe die vergoedingen zijn berekend met betrekking tot het specifieke verzoek om hergebruik.

Artikel 8. (26/09/2017- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt een of meerdere modellicenties met voorwaarden voor hergebruik.

De modellicenties, vermeld in het eerste lid, die aan specifieke licentieaanvragen kunnen worden aangepast, worden in digitaal formaat beschikbaar gesteld en kunnen elektronisch worden verwerkt.

§ 2. De voorwaarden voor hergebruik mogen de mogelijkheden van hergebruik niet nodeloos beperken noch gebruikt worden om de mededinging aan banden te leggen.

De voorwaarden voor hergebruik bevatten de toestemming om de bestuursdocumenten in hun geheel of ten dele te hergebruiken op eender welke wijze, in oorspronkelijke of in gewijzigde of bewerkte vorm, zonder uitsluiting van enige categorieën van aanvragers, zonder beperkingen in de tijd of in geografische draagwijdte van het hergebruik, tenzij het om juridische, technische of zeer gegronde redenen niet mogelijk is.

§ 3. In geval van hergebruik als vermeld in artikel 3, derde lid, hanteert de instantie een van de modellicenties, vermeld in paragraaf 1.

In afwijking van het eerste lid kan de instantie, met behoud van toepassing van artikel 8, § 2, zonder motivering de toestemming geven voor onvoorwaardelijk hergebruik of kan de instantie, mits motivering, andere voorwaarden voor het hergebruik bepalen. De motivering wordt voorafgaand aan het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel 3 van het decreet van 23 december 2016 houdende de oprichting van het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, ter goedkeuring voorgelegd.

§ 4. ...

Artikel 9. (10/07/2015- ...)

Om het zoeken naar voor hergebruik beschikbare bestuursdocumenten te vereenvoudigen, wordt met betrekking tot de belangrijkste bestuursdocumenten waarover de Vlaamse administratie, vermeld in artikel 1, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, beschikt, voorzien in overzichtslijsten met relevante meta-gegevens, die, voor zover mogelijk en passend, online en in machinaal leesbare formaten toegankelijk zijn, en in portaalsites met links naar die overzichtslijsten. Voor zover mogelijk, wordt het taaloverschrijdend zoeken naar documenten vergemakkelijkt. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nadere bepalingen vastleggen.

HOOFDSTUK III Aanvraagprocedure

Artikel 10. (05/11/2007- ...)

§ 1. De aanvraag tot hergebruik wordt schriftelijk ingediend.

§ 2. De aanvraag tot hergebruik vermeldt de naam en het correspondentieadres van de aanvrager, de informatie die nodig is om de gevraagde bestuursdocumenten te identificeren, een beschrijving van het beoogde hergebruik en de vorm waarin de bestuursdocumenten bij voorkeur ter beschikking worden gesteld.

§ 3. De aanvraag tot hergebruik wordt gericht aan de instantie die over het bestuursdocument beschikt of die het in een archief heeft neergelegd. Ze kan ook gericht worden aan de communicatieambtenaar, vermeld in artikel 31, § 1, van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.

Als de aanvraag tot hergebruik wordt gericht aan een instantie die het bestuursdocument niet in haar bezit heeft of aan de communicatieambtenaar, stuurt de instantie of de communicatieambtenaar de aanvraag tot hergebruik zo spoedig mogelijk door naar de instantie die het bestuursdocument vermoedelijk in haar bezit heeft. De aanvrager wordt hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. Als de aanvraag tot hergebruik wordt gericht aan een archief en betrekking heeft op een bestuursdocument dat door een instantie in een archief werd neergelegd, stuurt het archief de aanvraag tot hergebruik onmiddellijk door naar die instantie.

§ 4. De instantie die een aanvraag tot hergebruik ontvangt en het bestuursdocument in haar bezit heeft of het in een archief heeft neergelegd, registreert deze aanvraag, met vermelding van datum van ontvangst.

Artikel 11. (05/11/2007- ...)

Als de aanvraag tot hergebruik kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze is geformuleerd, verzoekt de instantie zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag de aanvrager om zijn aanvraag tot hergebruik te specificeren of te vervolledigen.

De instantie deelt mee waarom de aanvraag tot hergebruik kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze geformuleerd is. Voor zover dat mogelijk is, geeft ze tevens aan welke gegevens over de gevraagde bestuursdocumenten nodig zijn om op de aanvraag tot hergebruik te kunnen ingaan.

Artikel 12. (10/07/2015- ...)

§ 1. Na de ontvangst van de aanvraag tot hergebruik gaat de instantie na of het bestuursdocument ter beschikking mag worden gesteld met toepassing van de bepalingen van dit decreet. De aanvraag tot hergebruik brengt voor de instantie geen verplichting mee om het gevraagde bestuursdocument te verwerken of te analyseren.

Als een aanvraag tot hergebruik overeenkomstig artikel 11 kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze geformuleerd is, begint een nieuwe termijn van vijftien kalenderdagen te lopen vanaf het moment dat de aanvrager zijn aanvraag tot hergebruik gespecificeerd of vervolledigd heeft.

§ 2. Zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen vijftien kalenderdagen na de registratie van de aanvraag neemt de instantie een beslissing over de aanvraag tot hergebruik.

Als de instantie oordeelt dat de bestuursdocumenten, vermeld in de aanvraag tot hergebruik, moeilijk tijdig te verzamelen zijn, of als de toetsing van de aanvraag tot hergebruik moeilijk tijdig uit te voeren is, dan deelt de instantie binnen vijftien dagen na de ontvangst van de aanvraag aan de aanvrager mee dat de termijn van vijftien kalenderdagen verlengd wordt tot een termijn van dertig kalenderdagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de redenen voor het uitstel.

§ 3. Als de instantie in het kader van een concrete aanvraag als vermeld in paragraaf 1 en 2, beslist dat hergebruik toegestaan is, dan stelt ze in geval van onvoorwaardelijk hergebruik uiterlijk binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de aanvraag de bestuursdocumenten in kwestie ter beschikking van de aanvrager. In geval van voorwaardelijk hergebruik, bezorgt de instantie aan de aanvrager een modellicentie als vermeld in artikel 8, § 1. Als de instantie afwijkt van de modellicenties, vermeld in artikel 8, § 1, dan bezorgt de instantie de motivering van die afwijking aan de aanvrager, samen met een voorstel van voorwaarden conform artikel 8, § 2. Iedere beslissing wordt geregistreerd.

Bij een verlengingsbeslissing, als vermeld in § 2, wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, op vijfenveertig kalenderdagen gebracht.

§ 4. De aanvrager moet schriftelijk zijn akkoord met de voorgestelde licentievoorwaarden kenbaar maken. De instantie registreert dat akkoord.

§ 5. In geval van afwijzende beslissing deelt de instantie de aanvrager de gronden voor de afwijzing van het verzoek mee.

In geval van een afwijzende beslissing op grond van artikel 2/1, 2°, verwijst de instantie in haar beslissing naar de natuurlijke of rechtspersoon bij wie de intellectuele eigendomsrechten berusten, als die bekend is, of naar de licentiegever van wie de instantie de gevraagde bestuursdocumenten heeft verkregen. Bibliotheken, met inbegrip van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, musea en archieven zijn niet verplicht deze verwijzing op te nemen.

In elke beslissing in het kader van een concrete aanvraag tot hergebruik wordt verwezen naar de beroepsmogelijkheden en de modaliteiten van het beroep conform hoofdstuk V. Bij ontstentenis daarvan neemt de termijn voor het indienen van het beroep een aanvang vier maanden nadat de betrokkene in kennis werd gesteld van de beslissing over hergebruik.

HOOFDSTUK IV Discriminatieverbod en eerlijke handel

Artikel 13. (05/11/2007- ...)

De voorwaarden voor het hergebruik van bestuursdocumenten mogen niet discriminerend zijn voor vergelijkbare categorieën van hergebruik.

Als bestuursdocumenten door een instantie worden hergebruikt als basismateriaal voor activiteiten van die instantie die buiten de publieke taak vallen, zijn op de verstrekking van die bestuursdocumenten voor de activiteiten dezelfde vergoedingen en voorwaarden van toepassing als die welke gelden voor andere gebruikers.

Artikel 14. (10/07/2015- ...)

§ 1. Het hergebruik van bestuursdocumenten staat open voor alle potentiële marktdeelnemers, zelfs als één of meer marktdeelnemers die bestuursdocumenten al hergebruiken in producten of diensten met toegevoegde waarde.

Contracten of andere overeenkomsten tussen de instantie die de bestuursdocumenten in haar bezit heeft en derden mogen in principe geen exclusiviteitsrechten verlenen.

§ 2. Als een exclusief recht echter noodzakelijk is om een dienst van algemeen belang te verlenen, moet periodiek, en in ieder geval om de drie jaar, worden nagegaan of de redenen daarvoor nog steeds geldig zijn. Exclusiviteitsregelingen die na de datum van inwerkingtreding van dit decreet worden gesloten, zijn transparant en worden openbaar gemaakt.

§ 2/1. Op de digitalisering van culturele hulpbronnen is paragraaf 2 niet van toepassing.

§ 2/2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, duurt de periode van exclusiviteit in het algemeen niet langer dan tien jaar, als een exclusief recht betrekking heeft op de digitalisering van culturele hulpbronnen. Als die periode meer dan tien jaar bedraagt, wordt de duur ervan tijdens het elfde jaar en, voor zover dat van toepassing is, daarna om de zeven jaar, getoetst.

Die regelingen die exclusieve rechten toekennen, zijn transparant en worden openbaar gemaakt.

In geval van een exclusief recht als vermeld in het eerste lid, wordt in de desbetreffende overeenkomst vastgesteld dat de desbetreffende instantie gratis een kopie van de gedigitaliseerde culturele hulpbronnen krijgt. Die kopie is na afloop van de exclusiviteitsperiode beschikbaar voor hergebruik.

§ 3. Exclusiviteitsregelingen die al bestaan op 1 juli 2005 en die niet onder de uitzonderingsregeling, vermeld in § 2, vallen, worden aan het eind van het contract of in elk geval uiterlijk op 31 december 2008 beëindigd.

§ 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 3 worden exclusiviteitsregelingen die al bestaan op 17 juli 2013 en die niet vallen onder een uitzonderingsregeling als vermeld in paragraaf 2 en 2/2, aan het eind van het contract of in elk geval uiterlijk op 18 juli 2043 beëindigd.

HOOFDSTUK V De beroepsprocedure

Artikel 15. (05/11/2007- ...)

§ 1. De aanvrager kan beroep instellen tegen :
1° een afwijzende beslissing die gebaseerd is op artikel 2, tweede lid;
2° de beslissing waarbij het bedrag van de vergoedingen, vermeld in artikel 7, wordt vastgesteld;
3° de beslissing waarbij de voorwaarden, vermeld in artikel 8, worden vastgesteld;
4° het niet-naleven van de termijnen, vermeld in artikel 12, § 2, of in artikel 12, § 3.

Hij stelt het beroep in bij de beroepsinstantie zoals gedefinieerd in artikel 22 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.

§ 2. Het beroep moet schriftelijk worden ingediend binnen een termijn van dertig kalenderdagen die, naar gelang van het geval, ingaat :
1° de dag na het versturen van een beslissing;
2° de dag na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 12, § 3.

De termijn om beroep in te stellen neemt geen aanvang bij ontstentenis van een beslissing.

Artikel 16. (05/11/2007- ...)

De beroepsinstantie die een beroep ontvangt, registreert dit beroep met vermelding van de datum van ontvangst van dit beroep. De registratie is openbaar voor de aanvrager die het beroep heeft ingesteld en voor de betrokken instantie. De beroepsinstantie brengt de betrokken instantie onmiddellijk op de hoogte van het beroep.

Artikel 17. (05/11/2007- ...)

§ 1. De beroepsinstantie spreekt zich uit over het beroep en brengt haar beslissing schriftelijk, binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de registratie, ter kennis van de aanvrager en de betrokken instantie. De instantie aan wie de beslissing wordt betekend registreert de ontvangst van die beslissing.

§ 2. Als de beroepsinstantie oordeelt dat ze niet over alle elementen beschikt om een beslissing te nemen, of als de toetsing van de aanvraag aan de uitzonderingsgronden op het toepassingsgebied, vermeld in artikel 2, tweede lid, moeilijk tijdig uit te voeren is, deelt de beroepsinstantie aan de indiener van het beroep mee dat de termijn van dertig kalenderdagen verlengd wordt tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen van het uitstel.

Artikel 18. (05/11/2007- ...)

De instantie verricht, betreffende het individuele verzoek tot hergebruik en conform artikel 12, § 2, de nieuwe noodzakelijke bestuurshandelingen die in overeenstemming zijn met de elementen waarover de beroepsinstantie zich uitgesproken heeft, binnen vijftien kalenderdagen na de registratie van de ontvangst van de beslissing van de beroepsinstantie.

Artikel 19. (05/11/2007- ...)

De beroepsinstantie kan, als een beroep aanhangig wordt gemaakt, alle bestuursdocumenten ter plaatse inzien of ze opvragen bij de betrokken instantie. De beroepsinstantie kan alle betrokken partijen en deskundigen horen en de personeelsleden van de instantie om extra inlichtingen vragen.

Artikel 20. (05/11/2007- ...)

De beroepsinstantie oefent haar taak volledig onafhankelijk en neutraal uit. Bij de behandeling van de beroepen kan ze geen instructies ontvangen. Haar leden kunnen evenmin geëvalueerd of tuchtrechtelijk vervolgd worden op basis van de motieven die aan de beslissingen ten grondslag liggen in het kader van de taken die hun zijn toegewezen in dit decreet.

Artikel 21. (05/11/2007- ...)

Jaarlijks wordt een verslag over de beroepen die werden ingesteld conform dit decreet opgemaakt. Dit verslag kan gebundeld worden met het jaarverslag van de beroepen die werden ingesteld inzake de toepassing van de passieve openbaarheid, overeenkomstig artikel 27 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.
 

Artikel 21/1. (10/07/2015- ...)

De Vlaamse Regering brengt om de drie jaar aan het Vlaams Parlement verslag uit over de beschikbaarheid van overheidsinformatie voor hergebruik, de voorwaarden waaronder deze beschikbaar wordt gesteld, de praktijk op het vlak van rechtsmiddelen en in het bijzonder de toepassing van artikel 7, namelijk met betrekking tot vergoedingen die de marginale kosten overstijgen. Dat verslag wordt ook telkens aan de Europese Commissie bezorgd.

HOOFDSTUK VI Slotbepaling

Artikel 22. (05/11/2007- ...)

In artikel 20, § 3, van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur wordt het vierde lid opgeheven.

Artikel 23. (05/11/2007- ...)

Dit decreet treedt in werking op de dag van bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.