Decreet inzake bijzondere jeugdbijstand

Datum 07/03/2008

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK II Doel en basisprincipes van de bijzondere jeugdbijstand
    1. Afdeling I Doel
    2. Afdeling II Basisprincipes
  3. HOOFDSTUK III Vrijwillige jeugdbijstand
    1. [Afdeling I Werkingsprincipe (verv. decr. 21 juli 2013, art. 16, I: 24 augustus 2013)]
    2. Afdeling II Comité voor Bijzondere Jeugdzorg
      1. Onderafdeling I Algemene bepalingen
      2. Onderafdeling II Bureau voor Bijzondere Jeugdbijstand
      3. Onderafdeling III Preventiecel
      4. Onderafdeling IV Sociale dienst voor vrijwillige jeugdbijstand
      5. Onderafdeling V Secretariaat
    3. Afdeling III Bemiddelingscommissie voor Bijzondere Jeugdbijstand
      1. Onderafdeling I Algemene bepalingen
      2. Onderafdeling II Secretariaat
      3. Onderafdeling III Taken
      4. Onderafdeling IV Bemiddelingsprocedure
    4. Afdeling IV Voortzetting van de hulp- en bijstandsverlening vanaf achttien jaar
  4. HOOFDSTUK IV Gerechtelijke jeugdbijstand
    1. Afdeling I De bevoegdheid van de jeugdrechtbank voor het nemen van afdwingbare pedagogische maatregelen
    2. Afdeling II De afdwingbare pedagogische maatregelen
      1. Onderafdeling I Algemene maatregelen
      2. Onderafdeling II Maatregelen in geval van hoogdringendheid
    3. Afdeling III Sociale dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand
  5. HOOFDSTUK V Voorzieningen
    1. Afdeling I [... (opgeh. decr. 1 maart 2019, art. 28, I: 1 september 2019)]
    2. Afdeling II Private voorzieningen
    3. Afdeling III Preventieve vaccinaties
  6. HOOFDSTUK VI Financiering
    1. Afdeling I Fonds Jongerenwelzijn
      1. Onderafdeling I Oprichting
      2. Onderafdeling II Missie, taken en bevoegdheden
      3. Onderafdeling III Bestuur en werking
      4. Onderafdeling IV Financiële middelen
      5. Onderafdeling V Algemene bepalingen
    2. Afdeling II Bijdragen en bestemming loon
  7. HOOFDSTUK VII Slotbepalingen

Inhoud

HOOFDSTUK I Algemene bepalingen

Artikel 1. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 2. (18/04/2019- ...)

...

HOOFDSTUK II Doel en basisprincipes van de bijzondere jeugdbijstand

Afdeling I Doel

Artikel 3. (14/04/2019- ...)

...

Artikel 4. (18/04/2019- ...)

...

Afdeling II Basisprincipes

Artikel 5. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 5/1. (29/08/2016- ...)

...

Artikel 6. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 7. (14/04/2019- ...)

...

Artikel 8. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 9. (18/04/2019- ...)

...

HOOFDSTUK III Vrijwillige jeugdbijstand

[Afdeling I Werkingsprincipe (verv. decr. 21 juli 2013, art. 16, I: 24 augustus 2013)]

Artikel 10. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 11. (18/04/2019- ...)

...

Afdeling II Comité voor Bijzondere Jeugdzorg

Onderafdeling I Algemene bepalingen

Artikel 12. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 13. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 14. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 15. (18/04/2019- ...)

...

Onderafdeling II Bureau voor Bijzondere Jeugdbijstand

Artikel 16. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 17. (18/04/2019- ...)

...

Onderafdeling III Preventiecel

Artikel 18. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 19. (18/04/2019- ...)

...

Onderafdeling IV Sociale dienst voor vrijwillige jeugdbijstand

Artikel 20. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 21. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 22. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 23. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 24. (18/04/2019- ...)

...

Onderafdeling V Secretariaat

Artikel 25. (18/04/2019- ...)

...

Afdeling III Bemiddelingscommissie voor Bijzondere Jeugdbijstand

Onderafdeling I Algemene bepalingen

Artikel 26. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 27. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 28. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 29. (18/04/2019- ...)

...

Onderafdeling II Secretariaat

Artikel 30. (18/04/2019- ...)

...

Onderafdeling III Taken

Artikel 31. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 32. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 33. (18/04/2019- ...)

...

Onderafdeling IV Bemiddelingsprocedure

Artikel 34. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 35. (18/04/2019- ...)

...

Afdeling IV Voortzetting van de hulp- en bijstandsverlening vanaf achttien jaar

Artikel 36. (18/04/2019- ...)

...

HOOFDSTUK IV Gerechtelijke jeugdbijstand

Afdeling I De bevoegdheid van de jeugdrechtbank voor het nemen van afdwingbare pedagogische maatregelen

Artikel 37. (18/04/2019- ...)

...

Afdeling II De afdwingbare pedagogische maatregelen

Onderafdeling I Algemene maatregelen

Artikel 38. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 39. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 40. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 41. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 42. (18/04/2019- ...)

...

Onderafdeling II Maatregelen in geval van hoogdringendheid

Artikel 43. (18/04/2019- ...)

...

Afdeling III Sociale dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand

Artikel 44. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 45. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 46. (18/04/2019- ...)

...

HOOFDSTUK V Voorzieningen

Afdeling I [... (opgeh. decr. 1 maart 2019, art. 28, I: 1 september 2019)]

Artikel 47. (01/03/2014- 31/08/2019)

§ 1. De Vlaamse Regering richt gemeenschapsinstellingen op. De Vlaamse Regering bepaalt de maximumcapaciteit van elke gemeenschapsinstelling.

§ 2. De gemeenschapsinstellingen zijn, tot ze hun maximumcapaciteit bereikt hebben, belast met :
1° het uitvoeren van opdrachten, als vermeld in artikel 48, § 1, eerste lid, 8°, 9°, 11° en 12°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
2° het uitvoeren van opdrachten inzake opvang, oriëntatie, observatie en residentiële begeleiding, bepaald in een wet betreffende de opgave van maatregelen ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.

Artikel 47/1. (29/08/2016- 31/08/2019)

De Vlaamse Regering richt Vlaamse detentiecentra op. De Vlaamse Regering bepaalt de maximumcapaciteit van elk Vlaams detentiecentrum.

De Vlaamse detentiecentra zijn, tot ze hun maximumcapaciteit bereikt hebben, belast met de tenlasteneming van personen tot maximaal de leeftijd van drieëntwintig jaar tegen wie een uithandengeving is uitgesproken of die veroordeeld zijn tot een gevangenisstraf na een uithandengeving die uitgesproken is door de jeugdrechtbank met toepassing van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade.

Afdeling II Private voorzieningen

Artikel 48. (14/04/2019- ...)

...

Artikel 49. (14/04/2019- ...)

...

Artikel 50. (14/04/2019- ...)

...

Artikel 51. (14/04/2019- ...)

...

Artikel 52. (14/04/2019- ...)

...

Artikel 52/1. (14/04/2019- ...)

...

Afdeling III Preventieve vaccinaties

Artikel 53. (14/04/2019- ...)

...

HOOFDSTUK VI Financiering

Afdeling I Fonds Jongerenwelzijn

Onderafdeling I Oprichting

Artikel 54. (01/01/2019- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

Er wordt een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid opgericht als vermeld in artikel III.4 van het Bestuursdecreet. Dat agentschap draagt als naam Fonds Jongerenwelzijn.

De Vlaamse Regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het Fonds behoort en kan een afwijking toestaan op het principe van de operationele autonomie, vermeld in artikel III.4, § 1, van het Bestuursdecreet.

Artikel III.6 van het Bestuursdecreet is niet van toepassing.

Onderafdeling II Missie, taken en bevoegdheden

Artikel 55. (01/01/2014- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

Het Fonds heeft als missie de financiering te garanderen van de zorg die wordt aangeboden aan de doelgroep zoals bepaald in het tweede lid.

De doelgroep wordt gevormd door :
1° personen tot de leeftijd van 25 jaar voor wie de maatschappelijke integratie en participatie in het gedrang is gekomen of dreigt te komen door een problematische leefsituatie, of door een verschillende leefcultuur of door andere maatschappelijk niet aanvaardbare situaties;
2° personen die worden onderworpen aan maatregelen, opgesomd in een wet betreffende de opgave van maatregelen ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;
2°/1 de pleeggasten en pleegkinderen als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg;
3° de ouders, de opvoedingsverantwoordelijken en de natuurlijke personen die bij de personen, vermeld in 1°, 2° en 2°/1, inwonen of met die personen een affectieve band hebben, of in de buurt wonen of die er geregeld contact mee hebben, onder meer bij het schoolgaan, in de werksituatie of tijdens de vrijetijdsbesteding.

Artikel 56. (02/03/2009- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

De kerntaken van het Fonds omvatten :
1° het op zich nemen van de financiële lasten van de zorgtaken voor de doelgroep, bepaald in artikel 55, tweede lid;
2° het aanleggen en beheren van financiële reserves met het oog op de dekking van toekomstige en onvoorziene uitgaven;
3° het innen van de kinderbijslagen en de bijdragen van personen ten aanzien van wie hulp wordt georganiseerd of van onderhoudsplichtige personen.

Artikel 57. (01/01/2014- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

De taken, vermeld in artikel 56, omvatten in elk geval het opnemen van de financiële lasten ten gevolge van de jeugdbijstandsregeling en van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg.

In die financiële lasten zijn de wedden, de voorschotten daarop en de vergoedingen of uitkeringen, die een toebehoren van de wedden vormen of ermee gelijkstaan, van het personeel van de diensten van de Vlaamse Regering niet inbegrepen.

Artikel 58. (02/03/2009- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

Binnen het raam van de missie en de taken van het Fonds kan de Vlaamse Regering specifieke taken aan het Fonds toewijzen.

Onderafdeling III Bestuur en werking

Artikel 59. (18/04/2019- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

Het Fonds wordt beheerd door het agentschap Opgroeien regie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie.
 

Artikel 60. (18/04/2019- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

De Vlaamse Regering regelt de werking van het Fonds. In afwijking van artikel III.6 van het Bestuursdecreet belast ze het hoofd van het agentschap Opgroeien regie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het Fonds.
 

Artikel 61. (02/03/2009- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

De beheersovereenkomst, vermeld in artikel 8 van het kaderdecreet, vormt een onderdeel van de beheersovereenkomst van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 59.

Onderafdeling IV Financiële middelen

Artikel 62. (24/08/2013- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

De middelen waarover het Fonds beschikt, zijn :
1° dotaties;
2° het eventuele saldo op het einde van het voorgaande begrotingsjaar;
3° schenkingen en legaten in speciën;
4° inkomsten uit eigen participaties en uit door het Fonds verstrekte leningen aan derden;
5° opbrengsten uit de verkoop van eigen participaties;
6° ontvangsten die voortvloeien uit de daden van beheer of beschikking met betrekking tot eigen domeingoederen;
7° de subsidies waarvoor het Fonds als begunstigde in aanmerking komt;
8° de opbrengst uit sponsoring;
9° de terugvordering van ten onrechte gedane betalingen;
10° de bijdragen van personen ten aanzien van wie hulp wordt georganiseerd of van onderhoudsplichtige personen;
11° de geïnde kinderbijslagen en de ontvangsten die voortvloeien uit tussenkomsten in de geneeskundige zorgen;
12° vergoedingen voor andere prestaties aan derden, volgens de voorwaarden bepaald in de beheers-overeenkomst;
13° leningen;
14° huurgelden betreffende gronden of gebouwen waarvan de lasten van het eigenaarsonderhoud werden toevertrouwd aan het Fonds, alsook de volledige opbrengst uit de verkoop van die gronden of gebouwen.

Tenzij het anders bepaald is in een decreet worden de ontvangsten genoemd in het eerste lid, beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven.

Voor een persoon als vermeld in artikel 55, tweede lid, 1° en 2°, kan het Fonds, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, tegemoetkomen in de kosten van geneeskundige verzorging als vermeld in het eerste lid, 11°, in afwachting dat die kosten daadwerkelijk worden vergoed volgens de regelgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Het Fonds treedt, voor het bedrag van die vergoeding, in de rechten en rechtsvorderingen van die persoon of zijn rechthebbende tegen het ziekenfonds dat de vergoeding verschuldigd is. Als de tegemoetkoming wordt verleend met een subsidie aan een erkende of gelijkgestelde voorziening waaraan de persoon was toevertrouwd, vordert die voorziening namens het Fonds de vergoeding van het ziekenfonds.

Artikel 63. (02/03/2009- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

Het agentschap kan schenkingen of legaten aanvaarden. Het hoofd van het agentschap beoordeelt vooraf de opportuniteit en de risico's die aan de aanvaarding verbonden zijn.

Artikel 64. (02/03/2009- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

Het Fonds wordt gemachtigd om een reservefonds aan te leggen op het niveau van het agentschap.

De middelen in het reservefonds mogen worden aangewend voor :
1° de taken die krachtens artikelen 56 tot en met 58 aan het Fonds zijn opgedragen of die door de Vlaamse Regering aan het Fonds worden gegeven;
2° het verwerven en beheren van patrimonium dat wordt aangewend voor de realisatie van de taken, vermeld in 1°.

De financiering van het reservefonds is afhankelijk van een machtiging door het parlement in de jaarlijkse begroting.

Die machtiging tot financiering kan alleen betrekking hebben op het deel van de uitgavenkredieten dat in de begroting aan het Fonds wordt toegekend en dat in het begrotingsjaar zelf niet wordt aangewend.

Onderafdeling V Algemene bepalingen

Artikel 65. (02/03/2009- Datum te bepalen door Vlaamse Regering)

Behoudens andersluidende bepalingen worden de begroting en de rekeningen opgemaakt en goedgekeurd, en wordt de controle door het Rekenhof uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op de instellingen van openbaar nut, die op de instellingen van categorie A betrekking hebben.

Afdeling II Bijdragen en bestemming loon

Artikel 66. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 67. (18/04/2019- ...)

...

HOOFDSTUK VII Slotbepalingen

Artikel 68. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 69. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 70. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 70/1. (18/04/2019- ...)

...

Artikel 71. (18/04/2019- ...)

...