Decreet inzake bijzondere jeugdbijstand

Datum 07/03/2008

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK II Doel en basisprincipes van de bijzondere jeugdbijstand
    1. Afdeling I Doel
    2. Afdeling II Basisprincipes
  3. HOOFDSTUK III Vrijwillige jeugdbijstand
    1. [Afdeling I Werkingsprincipe (verv. decr. 21 juli 2013, art. 16, I: 24 augustus 2013)]
    2. Afdeling II Comité voor Bijzondere Jeugdzorg
      1. Onderafdeling I Algemene bepalingen
      2. Onderafdeling II Bureau voor Bijzondere Jeugdbijstand
      3. Onderafdeling III Preventiecel
      4. Onderafdeling IV Sociale dienst voor vrijwillige jeugdbijstand
      5. Onderafdeling V Secretariaat
    3. Afdeling III Bemiddelingscommissie voor Bijzondere Jeugdbijstand
      1. Onderafdeling I Algemene bepalingen
      2. Onderafdeling II Secretariaat
      3. Onderafdeling III Taken
      4. Onderafdeling IV Bemiddelingsprocedure
    4. Afdeling IV Voortzetting van de hulp- en bijstandsverlening vanaf achttien jaar
  4. HOOFDSTUK IV Gerechtelijke jeugdbijstand
    1. Afdeling I De bevoegdheid van de jeugdrechtbank voor het nemen van afdwingbare pedagogische maatregelen
    2. Afdeling II De afdwingbare pedagogische maatregelen
      1. Onderafdeling I Algemene maatregelen
      2. Onderafdeling II Maatregelen in geval van hoogdringendheid
    3. Afdeling III Sociale dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand
  5. HOOFDSTUK V Voorzieningen
    1. Afdeling I [Gemeenschapsinstellingen en Vlaamse detentiecentra (verv. decr. 15 juli 2016, art. 60, I: 29 augustus 2016)]
    2. Afdeling II Private voorzieningen
    3. Afdeling III Preventieve vaccinaties
  6. HOOFDSTUK VI Financiering
    1. Afdeling I Fonds Jongerenwelzijn
      1. Onderafdeling I Oprichting
      2. Onderafdeling II Missie, taken en bevoegdheden
      3. Onderafdeling III Bestuur en werking
      4. Onderafdeling IV Financiële middelen
      5. Onderafdeling V Algemene bepalingen
    2. Afdeling II Bijdragen en bestemming loon
  7. HOOFDSTUK VII Slotbepalingen

Inhoud

HOOFDSTUK I Algemene bepalingen

Artikel 1. (02/03/2009- ...)

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Artikel 2. (29/08/2016- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder :
1° ondersteuningscentrum : het ondersteuningscentrum Jeugdzorg, opgericht bij artikel 33 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
2° ...
3° ...
4° ...
5° erkende voorzieningen : voorzieningen die met toepassing van artikel 49 erkend zijn;
6° Fonds : het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Fonds Jongerenwelzijn, vermeld in artikel 54;
7° gemeenschapsinstellingen : voorzieningen als vermeld in artikel 47, die hoofdzakelijk residentiële opvang of hulpverlening in residentieel verband aanbieden;
8° jeugdbijstandsregeling : het geheel van de wetten betreffende de opgave van maatregelen voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
9° kaderdecreet : het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003;
10° minderjarige : elke natuurlijke persoon die jonger is dan achttien jaar. Voor de toepassing van dit decreet wordt de persoon die de maximumleeftijden, bepaald in artikel 36, § 2, niet heeft bereikt, gelijkgesteld met een minderjarige;
11° ...
12° ...
13° projecten : bijzondere initiatieven die zich richten tot een specifieke doelgroep of op een bijzondere probleemsituatie;
14° toegangspoort : een orgaan als vermeld in artikel 17 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
15° ...
16° ...
17° ...
18° voorzieningen : initiatieven die hulp- of dienstverlening aanbieden aan minderjarigen en gezinnen;
19° wet betreffende de opgave van maatregelen ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd : een wet die een aangelegenheid regelt, als vermeld in artikel 5, § 1, II, 6°, d), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988;
20° agentschap : het intern verzelfstandigd agentschap, vermeld in artikel 59;
21° opvoedingsverantwoordelijken : de natuurlijke personen, andere dan de ouders of de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige, die de minderjarige op duurzame wijze in feite onder hun bewaring hebben of bij wie de minderjarige geplaatst is door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid;
22° Vlaamse detentiecentra: voorzieningen als vermeld in artikel 47/1 die bestemd zijn voor de opvang van personen als vermeld in artikel 606 van het Wetboek van Strafvordering.
 

HOOFDSTUK II Doel en basisprincipes van de bijzondere jeugdbijstand

Afdeling I Doel

Artikel 3. (01/03/2014- ...)

De bijzondere jeugdbijstand heeft tot doel overeenkomstig de bepalingen van dit decreet :
1° hulp en bijstand te organiseren of te verlenen ten behoeve van minderjarigen die zich in een problematische opvoedingssituatie bevinden of die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en eventueel van de personen die over hen het ouderlijk gezag uitoefenen of hen onder hun bewaring hebben;
2° voorzieningen en projecten te organiseren, te erkennen of te subsidiëren met het oog op de hulp- en bijstandsverlening, vermeld in 1°;
3° initiatieven op te zetten, te bevorderen, te ondersteunen of te coördineren om problematische opvoedingssituaties te voorkomen of te bestrijden;
4° een beleid te voeren, gericht op de realisatie van de doeleinden, vermeld in 1° tot en met 3°.

Artikel 4. (01/03/2014- ...)

...

Afdeling II Basisprincipes

Artikel 5. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 5/1. (29/08/2016- ...)

...

Artikel 6. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 7. (02/03/2009- ...)

Elke persoon die, in welke hoedanigheid ook, zijn medewerking verleent aan de toepassing van dit decreet zorgt voor de geheimhouding van de feiten die hem in de uitoefening van zijn opdracht worden toevertrouwd en die hiermee verband houden.

Elke overtreding van dit artikel wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro.

Artikel 8. (02/03/2009- ...)

Elke persoon die, in welke hoedanigheid ook, zijn medewerking verleent aan de toepassing van de jeugdbijstandsregeling moet de godsdienstige, de ideologische en de wijsgerige overtuiging van de minderjarigen en de gezinnen waartoe zij behoren, eerbiedigen.

Artikel 9. (01/03/2014- ...)

Aan het Fonds wordt kennis gegeven van iedere beslissing die overeenkomstig het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp genomen wordt als ze uitgaven ten gevolge heeft die ten laste komen van het Fonds.

HOOFDSTUK III Vrijwillige jeugdbijstand

[Afdeling I Werkingsprincipe (verv. decr. 21 juli 2013, art. 16, I: 24 augustus 2013)]

Artikel 10. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 11. (24/08/2013- ...)

...

Afdeling II Comité voor Bijzondere Jeugdzorg

Onderafdeling I Algemene bepalingen

Artikel 12. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 13. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 14. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 15. (01/03/2014- ...)

...

Onderafdeling II Bureau voor Bijzondere Jeugdbijstand

Artikel 16. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 17. (01/03/2014- ...)

...

Onderafdeling III Preventiecel

Artikel 18. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 19. (01/03/2014- ...)

...

Onderafdeling IV Sociale dienst voor vrijwillige jeugdbijstand

Artikel 20. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 21. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 22. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 23. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 24. (01/03/2014- ...)

...

Onderafdeling V Secretariaat

Artikel 25. (01/03/2014- ...)

...

Afdeling III Bemiddelingscommissie voor Bijzondere Jeugdbijstand

Onderafdeling I Algemene bepalingen

Artikel 26. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 27. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 28. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 29. (01/03/2014- ...)

...

Onderafdeling II Secretariaat

Artikel 30. (01/03/2014- ...)

...

Onderafdeling III Taken

Artikel 31. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 32. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 33. (01/03/2014- ...)

...

Onderafdeling IV Bemiddelingsprocedure

Artikel 34. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 35. (01/03/2014- ...)

...

Afdeling IV Voortzetting van de hulp- en bijstandsverlening vanaf achttien jaar

Artikel 36. (01/03/2014- ...)

...

HOOFDSTUK IV Gerechtelijke jeugdbijstand

Afdeling I De bevoegdheid van de jeugdrechtbank voor het nemen van afdwingbare pedagogische maatregelen

Artikel 37. (01/03/2014- ...)

...

Afdeling II De afdwingbare pedagogische maatregelen

Onderafdeling I Algemene maatregelen

Artikel 38. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 39. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 40. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 41. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 42. (01/03/2014- ...)

...

Onderafdeling II Maatregelen in geval van hoogdringendheid

Artikel 43. (01/03/2014- ...)

...

Afdeling III Sociale dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand

Artikel 44. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 45. (01/03/2014- ...)

...

Artikel 46. (01/03/2014- ...)

...

HOOFDSTUK V Voorzieningen

Afdeling I [Gemeenschapsinstellingen en Vlaamse detentiecentra (verv. decr. 15 juli 2016, art. 60, I: 29 augustus 2016)]

Artikel 47. (01/03/2014- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering richt gemeenschapsinstellingen op. De Vlaamse Regering bepaalt de maximumcapaciteit van elke gemeenschapsinstelling.

§ 2. De gemeenschapsinstellingen zijn, tot ze hun maximumcapaciteit bereikt hebben, belast met :
1° het uitvoeren van opdrachten, als vermeld in artikel 48, § 1, eerste lid, 8°, 9°, 11° en 12°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
2° het uitvoeren van opdrachten inzake opvang, oriëntatie, observatie en residentiële begeleiding, bepaald in een wet betreffende de opgave van maatregelen ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.

Artikel 47/1. (29/08/2016- ...)

De Vlaamse Regering richt Vlaamse detentiecentra op. De Vlaamse Regering bepaalt de maximumcapaciteit van elk Vlaams detentiecentrum.

De Vlaamse detentiecentra zijn, tot ze hun maximumcapaciteit bereikt hebben, belast met de tenlasteneming van personen tot maximaal de leeftijd van drieëntwintig jaar tegen wie een uithandengeving is uitgesproken of die veroordeeld zijn tot een gevangenisstraf na een uithandengeving die uitgesproken is door de jeugdrechtbank met toepassing van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade.

Afdeling II Private voorzieningen

Artikel 48. (01/01/2017- ...)

§ 1. Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich voorneemt doorgaans minderjarigen op te nemen of te begeleiden in het raam van dit decreet, moet daartoe door de Vlaamse Regering worden erkend.

§ 2. De Vlaamse Regering stelt per categorie van voorzieningen de algemene erkenningsvoorwaarden vast. Die voorwaarden kunnen betrekking hebben op :
1° de personele en materiële infrastructuur;
2° het opleidingsniveau en de aanvullende vorming van het personeel;
3° de verzorging, het onderwijs, de beroepsopleiding en het opvoedingsregime van de minderjarigen;
4° het pedagogische concept en programma;
5° de door haar bepaalde programmatie inzake de voorzieningen.

 § 3. De voorzieningen kunnen voor een onbepaalde duur erkend worden. De projecten kunnen worden erkend voor een hernieuwbare erkenningstermijn van maximaal vijf jaar..
 

Artikel 49. (29/08/2016- ...)

De Vlaamse Regering beslist over de erkenningsaanvragen. De Vlaamse Regering stelt de erkenningsprocedure vast.

Elk erkenningsdossier bevat, behoudens de vereiste administratieve inlichtingen, het pedagogische concept en programma, een verslag van het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp, vermeld in artikel 65 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, in wiens werkgebied de aanvrager is gevestigd.
 

Artikel 50. (02/03/2009- ...)

Als een erkende voorziening niet meer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan een aanmaning volgen van de Vlaamse Regering om zich, naar gelang van het geval, binnen een termijn van acht dagen tot zes maanden aan die voorwaarden te conformeren.

Als de voorwaarden niet vervuld worden, ondanks de termijn van respijt, kan de Vlaamse Regering de erkenning intrekken.

Artikel 51. (29/08/2016- ...)

De Vlaamse Regering laat de voorzieningen, vermeld in artikel 48, § 1, en de organisaties, vermeld in artikel 52/1, inspecteren door personeelsleden van Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein.

Artikel 52. (02/03/2009- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de subsidies aan de erkende voorzieningen, de projecten en de gelijkgestelde voorzieningen.

De subsidiëringsnormen worden, overeenkomstig de door haar vastgestelde procedure, door de Vlaamse Regering vastgesteld.

Artikel 52/1. (01/03/2014- ...)

Binnen de beschikbare begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering organisaties erkennen en subsidiëren die voor specifieke categorieën van minderjarigen de hulp- en dienstverlening ondersteunen die door de toegangspoort en het ondersteuningscentrum wordt verstrekt.

Afdeling III Preventieve vaccinaties

Artikel 53. (01/03/2014- ...)

Buiten de gevallen waarin er een medische tegenaanwijzing bestaat, mogen aan de minderjarigen die in een gemeenschapsinstelling of door bemiddeling van een erkende voorziening geplaatst zijn overeenkomstig de bepalingen van de jeugdbijstandsregeling preventieve vaccinaties en inentingen worden toegediend overeenkomstig de regels die door de Vlaamse Regering worden bepaald.

HOOFDSTUK VI Financiering

Afdeling I Fonds Jongerenwelzijn

Onderafdeling I Oprichting

Artikel 54. (02/03/2009- ...)

Er wordt een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid opgericht als vermeld in artikel 10 van het kaderdecreet. Dat agentschap draagt als naam Fonds Jongerenwelzijn.

De Vlaamse Regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het Fonds behoort en kan een afwijking toestaan op het principe van de operationele autonomie, vermeld in artikel 10, § 1, van het kaderdecreet.

De bepalingen van het kaderdecreet zijn van toepassing op het Fonds, met uitzondering van artikelen 4, § 2, 1°, en 6, § 3.

Onderafdeling II Missie, taken en bevoegdheden

Artikel 55. (01/01/2014- ...)

Het Fonds heeft als missie de financiering te garanderen van de zorg die wordt aangeboden aan de doelgroep zoals bepaald in het tweede lid.

De doelgroep wordt gevormd door :
1° personen tot de leeftijd van 25 jaar voor wie de maatschappelijke integratie en participatie in het gedrang is gekomen of dreigt te komen door een problematische leefsituatie, of door een verschillende leefcultuur of door andere maatschappelijk niet aanvaardbare situaties;
2° personen die worden onderworpen aan maatregelen, opgesomd in een wet betreffende de opgave van maatregelen ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;
2°/1 de pleeggasten en pleegkinderen als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg;
3° de ouders, de opvoedingsverantwoordelijken en de natuurlijke personen die bij de personen, vermeld in 1°, 2° en 2°/1, inwonen of met die personen een affectieve band hebben, of in de buurt wonen of die er geregeld contact mee hebben, onder meer bij het schoolgaan, in de werksituatie of tijdens de vrijetijdsbesteding.

Artikel 56. (02/03/2009- ...)

De kerntaken van het Fonds omvatten :
1° het op zich nemen van de financiële lasten van de zorgtaken voor de doelgroep, bepaald in artikel 55, tweede lid;
2° het aanleggen en beheren van financiële reserves met het oog op de dekking van toekomstige en onvoorziene uitgaven;
3° het innen van de kinderbijslagen en de bijdragen van personen ten aanzien van wie hulp wordt georganiseerd of van onderhoudsplichtige personen.

Artikel 57. (01/01/2014- ...)

De taken, vermeld in artikel 56, omvatten in elk geval het opnemen van de financiële lasten ten gevolge van de jeugdbijstandsregeling en van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg.

In die financiële lasten zijn de wedden, de voorschotten daarop en de vergoedingen of uitkeringen, die een toebehoren van de wedden vormen of ermee gelijkstaan, van het personeel van de diensten van de Vlaamse Regering niet inbegrepen.

Artikel 58. (02/03/2009- ...)

Binnen het raam van de missie en de taken van het Fonds kan de Vlaamse Regering specifieke taken aan het Fonds toewijzen.

Onderafdeling III Bestuur en werking

Artikel 59. (02/03/2009- ...)

Het Fonds wordt beheerd door de Vlaamse Regering, middels een door haar op te richten intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid.

Artikel 60. (02/03/2009- ...)

De Vlaamse Regering regelt de werking van het Fonds. In afwijking van artikel 6, § 3, van het kaderdecreet belast ze een hoofd van een agentschap van het beleidsdomein, vermeld in artikel 54, § 2, met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het Fonds.

Artikel 61. (02/03/2009- ...)

De beheersovereenkomst, vermeld in artikel 8 van het kaderdecreet, vormt een onderdeel van de beheersovereenkomst van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 59.

Onderafdeling IV Financiële middelen

Artikel 62. (24/08/2013- ...)

De middelen waarover het Fonds beschikt, zijn :
1° dotaties;
2° het eventuele saldo op het einde van het voorgaande begrotingsjaar;
3° schenkingen en legaten in speciën;
4° inkomsten uit eigen participaties en uit door het Fonds verstrekte leningen aan derden;
5° opbrengsten uit de verkoop van eigen participaties;
6° ontvangsten die voortvloeien uit de daden van beheer of beschikking met betrekking tot eigen domeingoederen;
7° de subsidies waarvoor het Fonds als begunstigde in aanmerking komt;
8° de opbrengst uit sponsoring;
9° de terugvordering van ten onrechte gedane betalingen;
10° de bijdragen van personen ten aanzien van wie hulp wordt georganiseerd of van onderhoudsplichtige personen;
11° de geïnde kinderbijslagen en de ontvangsten die voortvloeien uit tussenkomsten in de geneeskundige zorgen;
12° vergoedingen voor andere prestaties aan derden, volgens de voorwaarden bepaald in de beheers-overeenkomst;
13° leningen;
14° huurgelden betreffende gronden of gebouwen waarvan de lasten van het eigenaarsonderhoud werden toevertrouwd aan het Fonds, alsook de volledige opbrengst uit de verkoop van die gronden of gebouwen.

Tenzij het anders bepaald is in een decreet worden de ontvangsten genoemd in het eerste lid, beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven.

Voor een persoon als vermeld in artikel 55, tweede lid, 1° en 2°, kan het Fonds, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, tegemoetkomen in de kosten van geneeskundige verzorging als vermeld in het eerste lid, 11°, in afwachting dat die kosten daadwerkelijk worden vergoed volgens de regelgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Het Fonds treedt, voor het bedrag van die vergoeding, in de rechten en rechtsvorderingen van die persoon of zijn rechthebbende tegen het ziekenfonds dat de vergoeding verschuldigd is. Als de tegemoetkoming wordt verleend met een subsidie aan een erkende of gelijkgestelde voorziening waaraan de persoon was toevertrouwd, vordert die voorziening namens het Fonds de vergoeding van het ziekenfonds.

Artikel 63. (02/03/2009- ...)

Het agentschap kan schenkingen of legaten aanvaarden. Het hoofd van het agentschap beoordeelt vooraf de opportuniteit en de risico's die aan de aanvaarding verbonden zijn.

Artikel 64. (02/03/2009- ...)

Het Fonds wordt gemachtigd om een reservefonds aan te leggen op het niveau van het agentschap.

De middelen in het reservefonds mogen worden aangewend voor :
1° de taken die krachtens artikelen 56 tot en met 58 aan het Fonds zijn opgedragen of die door de Vlaamse Regering aan het Fonds worden gegeven;
2° het verwerven en beheren van patrimonium dat wordt aangewend voor de realisatie van de taken, vermeld in 1°.

De financiering van het reservefonds is afhankelijk van een machtiging door het parlement in de jaarlijkse begroting.

Die machtiging tot financiering kan alleen betrekking hebben op het deel van de uitgavenkredieten dat in de begroting aan het Fonds wordt toegekend en dat in het begrotingsjaar zelf niet wordt aangewend.

Onderafdeling V Algemene bepalingen

Artikel 65. (02/03/2009- ...)

Behoudens andersluidende bepalingen worden de begroting en de rekeningen opgemaakt en goedgekeurd, en wordt de controle door het Rekenhof uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op de instellingen van openbaar nut, die op de instellingen van categorie A betrekking hebben.

Afdeling II Bijdragen en bestemming loon

Artikel 66. (01/03/2014- ...)

De Vlaamse Regering vaardigt algemeen geldende regels uit betreffende de bijdrage van de minderjarigen en van de onderhoudsplichtige personen in de onderhouds-, opvoedings- en behandelingskosten van de minderjarigen, evenals betreffende de bestemming van het loon dat wordt toegekend aan de minderjarigen die werden geplaatst overeenkomstig de bepalingen van de jeugdbijstandsregeling.

Het ondersteuningscentrum, de toegangspoort of de jeugdrechter bepaalt overeenkomstig deze regels de bijdrage van de minderjarige en van de onderhoudsplichtige personen, evenals de bestemming die aan het loon zal worden gegeven. Met betrekking tot de beslissing van het ondersteuningscentrum of de toegangspoort hebben de betrokkenen het recht zich bij verzoekschrift tot de jeugdrechtbank te wenden.

Artikel 67. (01/03/2014- ...)

Als voor de minderjarigen die werden geplaatst overeenkomstig de jeugdbijstandsregeling, geldsommen op een spaar- of depositoboekje worden ingeschreven, worden die sommen ingeschreven op een boekje dat op hun naam wordt geopend bij een kredietinstelling. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nadere regels bepalen.

Tijdens de minderjarigheid kunnen de bedragen van het loon die op een spaar- of depositoboekje bij een kredietinstelling werden ingeschreven, niet worden afgehaald zonder de uitdrukkelijke machtiging van het ondersteuningscentrum, de toegangspoort of de jeugdrechter.

HOOFDSTUK VII Slotbepalingen

Artikel 68. (02/03/2009- ...)

In artikel 6 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming wordt het vierde lid opgeheven.

Artikel 69. (02/03/2009- ...)

De volgende regelingen worden opgeheven :
1° de decreten inzake bijzondere jeugdbijstand, gecoördineerd op 4 april 1990, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1990, 25 juni 1992, 15 juli 1997 en 7 mei 2004;
2° het decreet van 7 mei 2004 tot omvorming van het Fonds Bijzondere Jeugdbijstand tot het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Fonds Jongerenwelzijn en tot wijziging van de decreten inzake bijzondere jeugdbijstand, gecoördineerd op 4 april 1990, gewijzigd bij het decreet van 2 juni 2006, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 14, 16, 17 en 19.

Artikel 70. (02/03/2009- ...)

De besluiten die genomen zijn ter uitvoering van de decreten, vermeld in artikel 69, blijven van kracht zolang ze niet zijn opgeheven of zolang hun geldigheidsduur niet verstreken is.

Artikel 70/1. (01/01/2017- ...)

De voorzieningen, vermeld in artikel 48, § 1, die erkend zijn op 1 januari 2017, worden van rechtswege geacht voor een onbepaalde duur erkend te zijn.

Artikel 71. (02/03/2009- ...)

De Vlaamse Regering stelt voor elke bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding vast.