Besluit van de Vlaamse Regering houdende bepaling van de nadere regels voor de opmaak, de actualisering en de financiering van het register van de onbebouwde percelen

Datum 10/07/2008

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I Opmaak en actualisatie van het register van de onbebouwde percelen
  2. HOOFDSTUK II Financiering
  3. HOOFDSTUK III Samenstelling en gebruik van het register
  4. HOOFDSTUK IV Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, inzonderheid op artikelj 62, gewijzigd bij het decreet van 10 maart 2006;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1980 betreffende de inventaris van onbebouwde percelen in verkavelingen en in woongebieden gelegen in het Vlaamse Gewest;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1996 houdende de tegemoetkoming van het Vlaamse Gewest voor maatregelen in het kader van het grond- en pandenbeleid;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 27 mei 2008;

Gelet op de adviezen 41.085/1/V en 44.373/1 van de Raad van State, gegeven op 23 augustus 2006 en 24 april 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State op 12 januari 1973;

Op voorstel van de viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I Opmaak en actualisatie van het register van de onbebouwde percelen

Artikel 1. (01/04/2017- ...)

De gemeenten houden een register bij van alle onbebouwde percelen in het woongebied, vermeld op de uitvoeringsplannen of plannen van aanleg, evenals van alle percelen op hun grondgebied waarvoor een niet-vervallen verkavelingsvergunning of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden bestaat. Daarbij worden de individuele loten van de verkaveling geïdentificeerd. Dat register vormt een grondbeleidsinstrument dat onontbeerlijk is om een efficiënt beleid inzake ruimtelijke ordening te voeren op alle bestuurlijke niveaus. Potentiële bouwgrondreserves die in aanmerking kunnen komen voor bebouwing worden in het register opgenomen.

Het register bestaat uit gemeentelijke registers die in een regionale databank worden samengebracht. Het register wordt opgemaakt als een digitale databank conform de technische richtlijnen die het beleidsdomein Omgeving ter beschikking stelt van de gemeente.
 

Artikel 2. (01/04/2017- ...)

De gemeente neemt in het register de unieke identificatiecode van de kadastrale percelen op conform de technische richtlijnen die het beleidsdomein Omgeving ter beschikking stelt van de gemeente.

Voor percelen waarvoor geen specifieke identificatiecode ter beschikking wordt gesteld, neemt de gemeente in het register de perceelscontouren op conform de technische richtlijnen die het beleidsdomein Omgeving ter beschikking stelt van de gemeente.
 

Artikel 3. (01/09/2008- ...)

De gemeente neemt in het register alle onbebouwde percelen op die binnen het woongebied van het geactualiseerde gewestplan liggen, evenals alle niet-bebouwde loten in niet-vervallen verkavelingen, ongeacht de ligging ervan in het geactualiseerde gewestplan.

Artikel 4. (01/09/2008- ...)

De gemeente neemt in haar register alle onbebouwde percelen op, evenals alle niet-bebouwde loten in niet-vervallen verkavelingen die gelegen zijn in de gedeelten van de geactualiseerde algemene en bijzondere plannen van aanleg die bestemd zijn voor wonen.

Artikel 5. (01/09/2008- ...)

De gemeente neemt in het register alle onbebouwde percelen op, evenals alle niet-bebouwde loten in niet-vervallen verkavelingen die gelegen zijn in de gedeelten van de geactualiseerde Vlaamse, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen die bestemd zijn voor wonen. Daarbij zijn de gemengde bestemmingszones binnen de verschillende bestemmingsplannen inbegrepen.

Artikel 6. (01/09/2008- ...)

Voor elk onbebouwd perceel of niet-bebouwd lot in een niet-vervallen verkaveling wordt aangegeven welke uitvoeringsplannen of plannen van aanleg uit de gemeentelijke planneninventaris van toepassing zijn.

Alle uitvoeringsplannen of plannen van aanleg waarnaar wordt verwezen, moeten geïdentificeerd worden conform de regels voor de opmaak en de actualisering van het plannenregister, door een geactualiseerde versie van de gemeentelijke planneninventaris aan te leveren.

Artikel 7. (01/09/2008- ...)

Voor elk niet-bebouwd lot in een niet-vervallen verkaveling wordt aangegeven welke gegevens uit het gemeentelijke vergunningenregister van toepassing zijn. Alle gegevens waarnaar wordt verwezen moeten geïdentificeerd worden conform de regels voor de opmaak en de actualisering van het vergunningenregister, door een geactualiseerde versie van de desbetreffende data uit het gemeentelijke vergunningenregister aan te leveren.

Artikel 8. (01/04/2017- ...)

Onbebouwde percelen en niet-bebouwde loten in niet-vervallen verkavelingen, opgenomen op ontwerpplannen en op plannen die worden opgeheven of op een andere wijze hun rechtskracht verliezen, worden uit het register geschrapt.

Het register moet elk jaar op 30 juni en 31 december bijgewerkt zijn. De wijzigingen worden jaarlijks vóór 31 juli en 31 januari gevalideerd of digitaal bezorgd via de door het beleidsdomein Omgeving ter beschikking gestelde applicatie.

Artikel 9. (01/04/2017- ...)

Bij elk eerste register bezorgt de gemeente aan het beleidsdomein Omgeving in digitale vorm een afschrift van de digitale perceelsplannen die werden aangewend voor de opmaak van het register. Die plannen worden opgemaakt conform de technische richtlijnen die het beleidsdomein Omgeving ter beschikking stelt van de gemeente. In geval van actualisatie van een bestaand register hoeven die digitale plannen enkel te worden bezorgd als ernaar wordt gevraagd.

Als de gemeente geen digitale perceelsplannen aanwendt voor de opmaak van het register, moeten alle onbebouwde percelen die opgenomen zijn in het register, evenals alle niet-bebouwde loten in niet-vervallen verkavelingen, op recente kadasterkaarten worden aangegeven conform de technische richtlijnen die het beleidsdomein Omgeving ter beschikking stelt van de gemeente. De gemeente legt die plannen ter controle voor als ernaar wordt gevraagd.
 

HOOFDSTUK II Financiering

Artikel 10. (01/04/2017- ...)

De gemeente kan een tegemoetkoming krijgen voor de opmaak en de actualisatie van het gemeentelijke register van onbebouwde percelen, vermeld in artikel 1.

Die tegemoetkoming kan worden toegekend als :
1° de gemeente beschikt over een eerste geactualiseerde inventaris;
2° de gemeente de digitale inventaris heeft bezorgd aan het beleidsdomein Omgeving;
3° de inventaris volledig is;
4° de gegevens voldoen aan de richtlijnen.
 

Artikel 11. (01/09/2009- ...)

§ 1. Als de eerste geactualiseerde inventaris, vermeld in artikel 10, 1°, is opgemaakt in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit, bedraagt de tegemoetkoming 2500 euro, vermeerderd met 0,5 euro per perceel dat opgenomen is in de eerste nieuwe inventaris na de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.

Voor elke eerste geactualiseerde inventaris als vermeld in artikel 10, 1°, die niet conform de bepalingen van dit besluit wordt opgemaakt maar op een wijze die vormelijk vergelijkbaar is met de bepalingen van dit besluit, bedraagt de tegemoetkoming 1250 euro, vermeerderd met 0,25 euro per perceel dat opgenomen is in de eerste geactualiseerde inventaris na de datum van de inwerkingtreding van dit besluit. In voorkomend geval zijn de opgenomen gegevens dezelfde en is de weergave van die gegevens vormelijk vergelijkbaar met de bepalingen van dit besluit.

Voor de jaarlijkse bijwerking van de inventaris wordt een tegemoetkoming toegekend van 100 euro, vermeerderd met 0,5 euro per perceel dat opgenomen is in de geactualiseerde inventaris, op basis de bijwerkingen op 31 december.

Gemeenten die de inventaris bijwerken conform de nieuwe technische richtlijnen, hebben recht op de vergoeding voor de jaarlijkse bijwerking. Gemeenten kunnen niet opnieuw aanspraak maken op de vergoeding voor een eerste geactualiseerde inventaris.

§ 2. Voor de opmaak van de bijkomende module, vermeld in artikel 15, eerste lid, 8°, wordt een tegemoetkoming toegekend van 1.250 euro, vermeerderd met :
a) 0,25 euro per geïnventariseerde onbebouwde bouwgrond of kavel van een Vlaamse semipublieke rechtspersoon,
b) 0,50 euro per geïnventariseerde onbebouwde bouwgrond of kavel van een Vlaams bestuur, met opgave van de aanwezigheid of afwezigheid van bijzondere karakteristieken in de zin van artikel 3.2.1, 1°, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid.

Voor de actualisering van de bijkomende module wordt, op basis de bijwerkingen op 31 december, een tegemoetkoming toegekend van 100 euro, vermeerderd met :
a) 0,25 euro per geïnventariseerde onbebouwde bouwgrond of kavel van een Vlaamse semipublieke rechtspersoon,
b) 0,50 euro per geïnventariseerde onbebouwde bouwgrond of kavel van een Vlaams bestuur, met opgave van de aanwezigheid of afwezigheid van bijzondere karakteristieken in de zin van artikel 3.2.1, 1°, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid.

§ 3. Indien het register van onbebouwde percelen conform artikel 21/1 opgemaakt of bijgewerkt wordt door een intergemeentelijk samenwerkingsverband, dan worden de subsidies, vermeld in § 1 en § 3, aan dat intergemeentelijk samenwerkingsverband toegekend.

Artikel 12. (01/09/2008- ...)

Nadat de kopie van de eerste nieuwe geactualiseerde inventaris, vermeld in artikel 10, 1°, werd opgestuurd of nadat de wijzigingen naar aanleiding van de jaarlijkse bijwerking werden opgestuurd naar de administratie, dient de gemeente met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een aanvraag tot uitbetaling van de tegemoetkoming in bij de administratie.

Artikel 13. (01/09/2008- ...)

De minister of de daartoe door hem aangewezen ambtenaar van de administratie stelt het bedrag van de tegemoetkoming betaalbaar.

HOOFDSTUK III Samenstelling en gebruik van het register

Artikel 14. (01/09/2008- ...)

De gegevens van het register worden ingevoerd, aangepast en eventueel geschrapt onder de verantwoordelijkheid van de respectieve colleges van burgemeester en schepenen of hun gemachtigde. De gegevens worden samengebracht en eventueel geaggregeerd onder de verantwoordelijkheid van de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, of zijn gemachtigde.

Artikel 15. (01/04/2017- ...)

Het register bevat de volgende gegevens :
1° informatie over de administratieve toestand en de locatie van het perceel;
2° informatie over de bestemming van het perceel;
3° informatie over de fysieke kenmerken van het perceel;
4° informatie met een specifiek stedenbouwkundig karakter;
5° informatie over de actualiteit van de gegevens;
6° informatie over de toepasselijke uitvoeringsplannen zoals beschikbaar in het gemeentelijke plannenregister;
7° voor onbebouwde percelen gelegen in verkavelingen, informatie over het verkavelingsdossier, zoals beschikbaar in het gemeentelijke vergunningenregister;
8° een overzicht van de onbebouwde bouwgronden en kavels in de zin van artikel 1.2, 3° en 10°, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid dewelke eigendom zijn van Vlaamse besturen respectievelijk Vlaamse semipublieke rechtspersonen in de zin van artikel 1.2, 20° en 21°, van voormeld decreet van 27 maart 2009, met dien verstande dat, wat de onbebouwde bouwgronden en kavels van Vlaamse besturen betreft, vermeld wordt of zij al dan niet beantwoorden aan bijzondere karakteristieken, vermeld in artikel 3.2.1, 1°, van voormeld decreet van 27 maart 2009.

Die gegevens worden gedetailleerd beschreven in de technische richtlijnen die het beleidsdomein Omgeving ter beschikking stelt van de gemeente.

Bij het onderzoek of onbebouwde bouwgronden en kavels van Vlaamse besturen al dan niet beantwoorden aan bijzondere karakteristieken, vermeld in artikel 3.2.1, 1°, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, gelden volgende richtlijnen :
1° een onderzoek op stukken volstaat :
a) indien de aanwezigheid of afwezigheid van bijzondere karakteristieken eenvoudig kan worden afgeleid uit stukken waarover de gemeente beschikt, zoals bijvoorbeeld het geval is wanneer de juridische onbebouwbaarheid van de bouwgrond of kavel voortvloeit uit een reeds voorlopig vastgesteld of voorlopig aangenomen ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg waardoor het gebied een met wonen onverenigbare bestemming krijgt;
b) indien de aanwezigheid of afwezigheid van bijzondere karakteristieken eenvoudig kan worden afgeleid uit stukken of verklaringen die door het Vlaamse bestuur worden bezorgd of die bij het Vlaamse bestuur kunnen worden opgevraagd, zoals bijvoorbeeld het feit dat de bouwgronden of kavels al dan niet bezwaard zijn met een recht van erfpacht, van opstal, van vruchtgebruik, of al dan niet het voorwerp uitmaken van een pacht ingevolge de Pachtwet van 4 november 1969;
2° een eenvoudige vaststelling door een gemeentelijke ambtenaar volstaat indien de aanwezigheid of afwezigheid van bijzondere karakteristieken duidelijk visueel vaststelbaar is, zoals bijvoorbeeld het geval is wanneer de onbebouwbaarheid van de bouwgrond of kavel voortvloeit uit de inrichting als collectieve voorziening;
3° in andere gevallen dan deze vermeld in 1° en 2° volstaat een gemotiveerde verklaring van het Vlaamse bestuur.

De Vlaamse besturen en Vlaamse semipublieke rechtspersonen bezorgen de gemeenten uiterlijk op 31 maart 2010 een overzicht van hun onbebouwde bouwgronden en kavels. De Vlaamse besturen geven daarbij aan welke van hun onbebouwde bouwgronden en kavels beantwoorden aan bovenvermelde bijzondere karakteristieken, overeenkomstig een door de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving vastgesteld model, dat ten minste bekendgemaakt wordt in het Belgisch Staatsblad en op de website van de Vlaamse overheid inzake ruimtelijke ordening.
 

Artikel 16. (01/09/2008- ...)

De gegevens worden bewaard zolang ze nodig zijn om de administratieve taken van organisatie van het grondbeleid uit te voeren, en om de ontwikkeling van het grondgebruik beleidsmatig op te volgen. Het register wordt jaarlijks bijgewerkt.

Artikel 17. (01/08/2018- ...)

Elke gemeentelijke omgevingsambtenaar en elke gemeentelijke ambtenaar, bevoegd voor de opmaak van het register, is gemachtigd het register te consulteren of te actualiseren voor zijn gebied.

Elke gewestelijke omgevingsambtenaar respectievelijk elke provinciale omgevingsambtenaar is gemachtigd het register te consulteren voor zijn gebied.

De gewestelijke coördinator van het register is gemachtigd om het register te consulteren of te actualiseren.

De Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening, of zijn gemachtigde kan gewestelijke ambtenaren aanwijzen die het register geheel of gedeeltelijk mogen consulteren om hun taken te vervullen.

Het register kan worden aangewend voor beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek. De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, of zijn gemachtigde kan daartoe toegang verlenen binnen de perken van de opdrachten en met inachtneming van de wetgeving die betrekking heeft op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Afgeleide statistische informatie kan in geaggregeerde vorm worden gebruikt om het publiek te informeren.
 

HOOFDSTUK IV Slotbepalingen

Artikel 18. (01/10/2009- ...)

Hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1996 houdende de tegemoetkoming van het Vlaamse Gewest voor maatregelen in het kader van het grond- en pandenbeleid wordt opgeheven.

Artikel 19. (01/09/2008- ...)

Het koninklijk besluit van 8 januari 1980 betreffende de inventaris van onbebouwde percelen in verkavelingen en in woongebieden gelegen in het Vlaamse Gewest wordt opgeheven.

Artikel 20. (01/04/2017- ...)

In afwijking van artikel 19 blijft het koninklijk besluit van 8 januari 1980 van kracht voor de registers waarvan de opmaak is gestart voor de inwerkingtreding van dit besluit en die uiterlijk op 28 februari 2009 aan het beleidsdomein Omgeving worden bezorgd.
 

Artikel 21. (01/09/2009- ...)

Alle registers van onbebouwde percelen moeten uiterlijk op 1 maart 2009 conform dit besluit worden opgemaakt.

Alle registers van onbebouwde percelen worden uiterlijk op 30 juni 2010 aangevuld met de gegevens, vermeld in artikel 15, eerste lid, 8°.

Artikel 21/1. (01/09/2009- ...)

Wanneer een gemeente, of een intergemeentelijk samenwerkingsverband waaraan de opmaak en de actualisering van het register zijn opgedragen overeenkomstig artikel 5.6.1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zich niet gedraagt naar de bepalingen van dit besluit, dan wordt dat vastgesteld door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar. Deze vaststelling wordt bezorgd aan de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband, met de vermelding dat het gesignaleerde gebrek hersteld moet worden binnen een redelijke termijn, die vastgelegd wordt op grond van een overleg tussen de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar en de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband.

De vaststelling, vermeld in het eerste lid, is een schriftelijke ingebrekestelling in de zin van artikel 261 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, respectievelijk een uitdrukkelijke waarschuwing in de zin van artikel 75 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking.

Indien het in de vaststelling gesignaleerde gebrek niet tijdig hersteld wordt, dan meldt de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar zulks aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, en aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, die aan de Vlaamse Regering een voorstel overmaken over de verder te stellen toezichtshandelingen.

Artikel 22. (01/09/2008- ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2008, met uitzondering van artikel 18, dat in werking treedt op 1 oktober 2009.

Artikel 23. (01/09/2008- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.