Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand en het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003

Datum 24/10/2008

Inhoudstafel

  1. BOEK I DEFINITIES
  2. BOEK II INTERN VERZELFSTANDIGD AGENTSCHAP JONGERENWELZIJN
    1. TITEL I Benaming, doel en taakstelling van het agentschap
    2. TITEL II Aansturing en leiding van het agentschap
    3. TITEL III Delegatie van beslissingsbevoegdheden
    4. TITEL IV Controle, opvolging en toezicht
    5. TITEL V Raadgevend Comité
  3. BOEK III GEMEENSCHAPSINSTELLINGEN
    1. TITEL I Oprichting
    2. TITEL II Capaciteit
  4. BOEK IV VRIJWILLIGE JEUGDBIJSTAND
    1. TITEL I Werkingsprincipes
    2. TITEL II Comité voor bijzondere jeugdzorg
      1. HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
        1. Afdeling I Oprichting, werkgebied en zetel
        2. Afdeling II Leden
          1. Onderafdeling Benoemingsvoorwaarden
          2. Onderafdeling II Beëindiging van het mandaat
        3. Afdeling III Werking
        4. Afdeling IV Vergoeding
      2. HOOFDSTUK II Bureau voor bijzondere jeugdbijstand
        1. Afdeling I Werking
        2. Afdeling II Bekrachtigingen en beslissingen
      3. HOOFDSTUK III Preventiecel
      4. HOOFDSTUK IV Sociale dienst voor vrijwillige jeugdbijstand
        1. Afdeling I Zetel
        2. Afdeling II Leden
        3. Afdeling III Taken
          1. Onderafdeling I Caseonderzoek
          2. Onderafdeling II Casemanagement
      5. HOOFDSTUK V Secretariaat
    3. TITEL III BEMIDDELINGSCOMMISSIE
      1. HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
        1. Afdeling 1 Oprichting, werkgebied en zetel
        2. Afdeling II Leden
          1. Onderafdeling I Benoemingsvoorwaarden
          2. Onderafdeling II Beëindiging van het mandaat
        3. Afdeling III Werking
        4. Afdeling IV Vergoeding
      2. HOOFDSTUK II Bemiddelingsprocedure
      3. HOOFDSTUK III Secretariaat
        1. Afdeling I Leden en werking
        2. Afdeling II Registratie
  5. BOEK V GERECHTELIJKE JEUGDBIJSTAND
    1. TITEL I Beginselen
    2. TITEL II Sociale dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand
      1. HOOFDSTUK I Zetel
      2. HOOFDSTUK II Leden en werking
      3. HOOFDSTUK III Taken
        1. Afdeling I Algemene bepaling
        2. Afdeling II De navorsingsopdrachten
        3. Afdeling III Het hulpverleningsprogramma en het begeleidingsplan
        4. Afdeling IV De opdrachten van sociale aard
        5. Afdeling V De bewaking van de uitvoering van de opgelegde pedagogische maatregelen.
      4. HOOFDSTUK IV Secretariaat
  6. BOEK VI FINANCIERING
    1. TITEL I Werkingskosten
    2. TITEL II Spaargelden
  7. BOEK VII SLOTBEPALINGEN

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse Regering,

Gelet op de Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen inzonderheid op artikel 20 en 87, § 1;

Gelet op het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003, inzonderheid op artikel 6, § 2, eerste lid, en artikel 7, derde lid;

Gelet op het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1988 houdende oprichting en werkwijze van de bemiddelingscommissie voor bijzondere jeugdbijstand en van het administratief secretariaat, gewijzigd bij de Besluiten van de Vlaamse Regering van 23 december 1988, 31 mei 1989, 10 oktober 1990, 22 mei 1991, 11 maart 1992, 19 januari 1994, 23 juli 1997 en 13 december 2002 en 15 december 2006;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1991 houdende organisatie en werkwijze van de sociale diensten van de Vlaamse Gemeenschap bij de jeugdrechtbanken, gewijzigd bij de Besluiten van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 en 31 maart 2006, 8 december 2006 en 15 december 2006;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1998 betreffende de organisatie en de werking van de comités voor bijzondere jeugdzorg, gewijzigd bij de Besluiten van de Vlaamse Regering van 13 december 2002, 31 maart 2006, 8 december 2006 en 15 december 2006;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende financiële bepalingen inzake uitgaven voor werkingskosten van de comités voor bijzondere jeugdzorg, de bemiddelingscommissies voor bijzondere jeugdbijstand, de sociale diensten van de Vlaamse Gemeenschap bij de jeugdrechtbanken en de regionale diensten van het intern verzelfstandigd agentschap Jongerenwelzijn en inzake uitgaven voor de preventiewerking van de comités voor bijzondere jeugdzorg en de regionale preventiewerking van het intern verzelfstandigd agentschap Jongerenwelzijn, gewijzigd bij het Besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006, 8 december 2006 en 15 december 2006;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Jongerenwelzijn, inzonderheid op artikel 16;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot vaststelling van de capaciteit van de gemeenschapsinstellingen voor bijzondere jeugdbijstand;

Gelet op het advies van Inspectie van Financiën, gegeven op 25 januari 2008;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 20 mei 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging,

Besluit :

BOEK I DEFINITIES

Artikel 1. (02/03/2009- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder :
1° administrateur-generaal : het personeelslid dat belast is met de leiding van het agentschap en het Fonds.
2° agentschap : het intern verzelfstandigd agentschap Jongerenwelzijn, vermeld in artikel 59 van het decreet;
3° bemiddelingscommissie : de bemiddelingscommissie voor bijzondere jeugdbijstand, vermeld in artikel 26 van het decreet;
4° betrokken partijen : de minderjarige, de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige of de minderjarige onder hun bewaring hebben en degenen die in het raam van de jeugdbijstandsregeling eveneens bij de hulpverlening zijn betrokken;
5° bureau : Bureau voor Bijzondere Jeugdbijstand, vermeld in artikel 16, § 1, van het decreet;
6° comité : het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg, vermeld in artikel 12 van het decreet;
7° consulenten : personeelsleden van het agentschap, vermeld in artikel 21, § 1, van het decreet;
8° decreet : het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand;
9° erkende voorzieningen : voorzieningen die met toepassing van artikel 49 van het decreet zijn erkend door de Vlaamse Gemeenschap;
10° Fonds : het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Fonds Jongerenwelzijn, vermeld in artikel 54 van het decreet;
11° gelijkgestelde voorzieningen : voorzieningen, gelijkgesteld met erkende voorzieningen voor wat betreft de toelating om minderjarigen op te nemen;
12° handelingsplan : het handelingsplan, vermeld in artikel 46, eerste lid van het decreet;
13° jeugdbijstandsregeling : het decreet en het geheel van de wetten betreffende de opgave van maatregelen ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, vermeld in punt 27°;
14° kaderdecreet : het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003;
15° minderjarige : elke natuurlijke persoon die jonger is dan achttien jaar. Voor de toepassing van dit besluit wordt de persoon die de maximumleeftijden, vermeld in artikel 36, § 2, van het decreet niet heeft bereikt, gelijkgesteld met een minderjarige;
16° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
17° preventiecel : de Preventiecel, vermeld in artikel 18 van het decreet van 7 maart 2008;
18° problematische opvoedingssituatie : een toestand waarin de fysieke integriteit, de affectieve, morele, intellectuele of sociale ontplooiingskansen van minderjarigen in het gedrang komen door bijzondere gebeurtenissen, door relationele conflicten of door de omstandigheden waarin zij leven;
19° regio : het grondgebied van een provincie. Het grondgebied van de provincie Vlaams-Brabant en het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest vormen samen één regio;
20° regioverantwoordelijke : een directeur (A2) van het agentschap die belast is met het operationele management van een regio;
21° secretaris : het personeelslid van het agentschap dat de leiding heeft van het secretariaat van de bemiddelingscommissie;
22° sociale diensten : de sociale dienst voor vrijwillige jeugdbijstand en de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand;
23° sociale dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand : de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand, vermeld in artikel 44 van het decreet;
24° sociale dienst voor vrijwillige jeugdbijstand : de sociale dienst voor vrijwillige jeugdbijstand, vermeld in artikel 20 van het decreet
25° teamverantwoordelijke : de persoon, vermeld in artikel 21, § 3, van het decreet;
26° voorzieningen : initiatieven die hulp- of dienstverlening aanbieden aan minderjarigen en gezinnen;
27° wet betreffende de opgave van maatregelen ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd : een wet die een aangelegenheid regelt, vermeld in artikel 5, § 1, II, 6°, d, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.

BOEK II INTERN VERZELFSTANDIGD AGENTSCHAP JONGERENWELZIJN

TITEL I Benaming, doel en taakstelling van het agentschap

Artikel 2. (02/03/2009- ...)

In het Vlaams Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt een intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Jongerenwelzijn opgericht. Het agentschap wordt opgericht voor de uitvoering van het beleid inzake welzijn en volksgezondheid.

Het agentschap behoort tot het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Artikel 3. (01/01/2014- ...)

Het agentschap heeft als missie om samen met zijn partners, op grond van een behoefte of een vraag, een continuum van zorg aan te bieden aan de doelgroep om zo de ontplooiingskansen van de doelgroep te vrijwaren.

De doelgroep van de activiteiten van het agentschap wordt gevormd door :
1° jeugd voor wie de maatschappelijke integratie en participatie in het gedrang is of dreigt te komen door een problematische leefsituatie, door een verschillende leefcultuur of door andere, maatschappelijk niet aanvaardbare situaties; Met jeugd wordt bedoeld, kinderen en jongeren tot de leeftijd van 25 jaar;
2° personen die worden onderworpen aan maatregelen als vermeld in de federale wetten houdende maatregelen ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;
2°/1 de pleeggasten en pleegkinderen, vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg;
3° de ouders, de opvoedingsverantwoordelijken en de natuurlijke personen die bij de personen, vermeld in punt 1°, 2° en 2°/1, inwonen of die met die personen een affectieve band hebben, of die in de buurt ervan wonen of die er geregeld contact mee hebben, onder meer bij het schoolgaan, in de werksituatie of tijdens de vrijetijdsbesteding.

Bij het uitvoeren van zijn missie stelt het agentschap de volgende uitgangspunten centraal :
1° respect tonen voor de rechten van de doelgroep en van de personen die deel uitmaken van de doelgroep;
2° maximaal een beroep doen op de eigen verantwoordelijkheid en de mogelijkheden van de doelgroep en van de personen die deel uitmaken van de doelgroep;
3° zich richten op het behoud of het herstel van de maatschappelijke integratie van de personen die deel uitmaken van de doelgroep en hun participatie aan de samenleving.

Het agentschap en de aangestuurde voorzieningen eerbiedigen bij hun optreden de ideologische, filosofische en godsdienstige overtuiging van de personen waartoe ze zich richten.

Artikel 4. (01/01/2014- ...)

De kerntaken van het agentschap omvatten :
1° het organiseren van een kwaliteitsvolle hulpverlening aan de doelgroep;
2° het uitvoeren en coördineren van taken met toepassing van het beleid betreffende de integrale jeugdhulp, als vermeld in het decreet van 7 mei 2004 betreffende de integrale jeugdhulp;
3° het uitvoeren van een beleid ten aanzien van jeugddelinquentie;
4° het uitvoeren van het preventiebeleid om te voorkomen dat de doelgroep in een problematische leefsituatie terechtkomt;
5° het beheren van het Fonds;
6° het uitvoeren en coördineren van taken met toepassing van het beleid betreffende de pleegzorg, vermeld in het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg.

Artikel 5. (02/03/2009- ...)

De taken, vermeld in artikel 4, omvatten in elk geval :
1° het uitvoeren van taken met toepassing van het decreet;
2° het organiseren en het beheren van de gemeenschapsinstellingen;
3° het uitvoeren van opdrachten inzake opvang, oriëntatie, observatie en begeleiding van personen tot de leeftijd van maximaal 20 jaar, bepaald in een federale wet houdende opgave van maatregelen ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;
4° het organiseren van de hulpverlening in de door de federale overheid georganiseerde gesloten centra voor opvang van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;
5° de programmatie, de erkenning en de subsidiëring van voorzieningen en van de pleegzorg, en de subsidiëring van projecten.

Artikel 6. (02/03/2009- ...)

Overeenkomstig artikel 9, § 1, 1°, van het kaderdecreet regelt de beheersovereenkomst de concretisering van de kwalitatieve en kwantitatieve wijze waarop het agentschap zijn taken moet vervullen, met strategische en operationele doelstellingen, beschreven aan de hand van meetbare criteria.

Artikel 7. (02/03/2009- ...)

Bij het uitoefenen van zijn missie en taken treedt het agentschap op namens de rechtspersoon Vlaamse Gemeenschap. Bij het uitoefenen van de taak, vermeld in artikel 4, 5°, treedt het agentschap op namens het Fonds.

Artikel 8. (02/03/2009- ...)

Onverminderd de behandeling van klachten met betrekking tot de eigen werking en dienstverlening, vermeld in het decreet van 1 juni 2001 houdende toekenning van een klachtrecht ten aanzien van bestuursinstellingen, moet het agentschap klachten, geuit ten aanzien van de voorzieningen die het erkend heeft, opnemen en behandelen.

Artikel 9. (02/03/2009- ...)

§ 1. Voor de invulling van de taken, vermeld in artikelen 4 en 5, vervult het agentschap zijn beleidsuitvoerende taken ten aanzien van de doelgroep in samenhang met :
1° het door de Vlaamse Gemeenschap gevoerde beleid inzake welzijn, volksgezondheid en gezin;
2° het door andere beleidsdomeinen en beleidsniveaus gevoerde beleid.

§ 2. Het agentschap ontwikkelt terreinexpertise met betrekking tot de taken, vermeld in artikelen 4 en 5.

Het agentschap stelt kennis en expertise die het verworven heeft, ter beschikking van de beleidsondersteuning.

Het agentschap zorgt voor de permanente optimalisering en vernieuwing van zijn dienstverlening op basis van actuele ontwikkelingen op het terrein van kennis en expertise.

§ 3. Het agentschap registreert en verwerkt alle gegevens, verzameld in het kader van zijn opdracht, die noodzakelijk zijn om :
1° de taken, vermeld in artikelen 4 en 5, uit te voeren;
2° de beleidsgerichte input, vermeld in artikel 4, § 3, van het kaderdecreet te leveren.

De minister bepaalt de nadere regels met betrekking tot de gegevensregistratie en verwerking, onverminderd de toepassing van de regelgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van de persoonsgegevens.

Artikel 10. (02/03/2009- ...)

Het agentschap werkt voor de realisatie van zijn missie en taken samen en sluit samenwerkingsovereenkomsten met instanties, instellingen, diensten en verenigingen die op het vlak van de toegewezen taak actief zijn.

Artikel 11. (01/01/2015- ...)

Het agentschap is verplicht alle noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen van Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein. Tussen het agentschap en het voormelde departement wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De minister bepaalt de nadere regels met betrekking tot die samenwerkingsovereenkomst.

TITEL II Aansturing en leiding van het agentschap

Artikel 12. (02/03/2009- ...)

Het agentschap ressorteert onder het hiërarchisch gezag van de minister.

Artikel 13. (02/03/2009- ...)

De minister stuurt het agentschap aan, inzonderheid via de beheersovereenkomst.

Artikel 14. (02/03/2009- ...)

Het hoofd van het agentschap is belast met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap, onverminderd de mogelijkheid tot delegatie en subdelegatie van die bevoegdheid.

Het hoofd van het agentschap wordt bijgestaan door een algemeen directeur.

TITEL III Delegatie van beslissingsbevoegdheden

Artikel 15. (01/01/2015- ...)

Het hoofd van het agentschap heeft delegatie van beslissingsbevoegdheid voor de aangelegenheden die zijn vastgesteld het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid.

Met betrekking tot de aangelegenheden, vermeld in het eerste lid, wordt aan het hoofd van het agentschap een aanvullende delegatie verleend voor het toekennen van gereglementeerde subsidies waarvoor de reglementering geen vast recht instelt voor de mogelijke begunstigden.

De algemene delegatie aan het hoofd van het agentschap betreffende de toezichts-, controle- en inspectietaken, vermeld in artikel 16, 6°, van het besluit, vermeld in het eerste lid, wordt, ter uitvoering van artikel 17 van voormelde besluit, beperkt tot de taken die niet uitgeoefend worden door Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 11 van dit besluit.

Artikel 16. (02/03/2009- ...)

Naast de delegaties betreffende de aangelegenheden, vermeld in artikel 14, worden aan het hoofd van het agentschap de volgende specifieke delegaties verleend :
1° het beheren van het Fonds;
2° het beslissen tot toevoeging van vrijwillige consulenten aan :
a) de sociale diensten voor vrijwillige jeugdbijstand, overeenkomstig artikel 65;
b) de sociale diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand, overeenkomstig artikel 116;
3° het nemen van beslissingen als vermeld in artikel 42, § 3, en artikel 55, § 1, tweede lid, van het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand;
4° het verlenen van niet-gereglementeerde subsidies die niet nominatim in de begroting zijn ingeschreven, tot een maximum bedrag van 150.000 euro;
5° het verlenen van subsidies die nominatim in de begroting zijn vermeld;
6° binnen de perken van de bepalingen van het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand, het spreiden van de terugbetalingstermijnen van vorderingen over maximaal 60 maanden;
7° in afwachting van de wettelijke annulatie, de invordering van vorderingen voor een bedrag van ten hoogste 7.450 euro per dossier, op te schorten als de inning of de terugvordering ervan strijdig is met een goed financieel beheer. Die vorderingen hebben betrekking op :
a) de terugvordering van ten onrechte betaalde subsidies;
b) de terugvordering van kinderbijslagen of van vergoedingen die een gedeelte van de kinderbijslagen vervangen;
c) de inning van bijdragen van personen ten aanzien van wie hulp wordt georganiseerd of van de onderhoudsplichtige personen.

Artikel 17. (02/03/2009- ...)

Bij het gebruik van de delegaties gelden de algemene regelingen, voorwaarden en beperkingen, vermeld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid, met inbegrip van de bepalingen inzake subdelegatie, de regeling bij vervanging en de verantwoording.

Daarnaast gelden nog de volgende bepalingen voor het gebruik van de delegaties :
1° wat betreft de delegatie inzake de beslissingen, vermeld in artikel 16, 3°, kunnen voor de bevoegdheden, vermeld in artikel 42, § 3, van het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand, geen subdelegaties worden toegekend;
2° wat betreft de delegatie inzake de invordering, vermeld in artikel 16, 7°, dient het hoofd van het agentschap :
a) eerst met een gewone brief de betrokkene aan te manen tot betaling;
b) met een aangetekende brief de betrokkene een tweede maal aan te manen tot betaling;
c) vervolgens naar de financiële toestand van de betrokkene te vragen om eventueel zijn onvermogen om te betalen vast te stellen;
d) ten slotte aan de betrokkene voor te stellen een afbetalingsplan als vermeld in artikel 16, 6°, te volgen.

Als de kosten van de invorderingsprocedure kennelijk de verwachte baten zouden overschrijden of als de betrokkene niet te bereiken is of in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven, mag het hoofd van het agentschap bij gemotiveerde beslissing geheel of gedeeltelijk afzien van de invorderingsprocedure, vermeld in het tweede lid, 2°.

TITEL IV Controle, opvolging en toezicht

Artikel 18. (02/03/2009- ...)

Onverminderd artikel 9, 33 en 34 van het kaderdecreet met betrekking tot informatieverstrekking, rapportering, interne controle en interne audit, is de minister verantwoordelijk voor de opvolging van en het toezicht op het agentschap.

Artikel 19. (02/03/2009- ...)

De minister kan, in het kader van de opvolging en de uitoefening van het toezicht, op ieder ogenblik het hoofd van het agentschap verzoeken om informatie, rapportering en verantwoording over bepaalde aangelegenheden, zowel op geaggregeerd niveau als op het niveau van individuele onderwerpen en dossiers.

TITEL V Raadgevend Comité

Artikel 20. (02/03/2009- ...)

Bij het agentschap wordt een raadgevend comité opgericht, dat advies verstrekt op verzoek van het hoofd van het agentschap. Het raadgevend comité verstrekt tevens op eigen initiatief advies over alle aangelegenheden die van belang zijn voor de taken van het agentschap.

BOEK III GEMEENSCHAPSINSTELLINGEN

TITEL I Oprichting

Artikel 21. (02/03/2009- ...)

Er worden twee gemeenschapsinstellingen opgericht :
1° de gemeenschapsinstelling voor bijzondere jeugdbijstand De Kempen met zetel in Mol, samengesteld uit de gemeenschapsinstelling voor bijzondere jeugdbijstand De Hutten en de gemeenschapsinstelling voor bijzondere jeugdbijstand De Markt;
2° de gemeenschapsinstelling voor bijzondere jeugdbijstand De Zande met zetel in Ruiselede, samengesteld uit de gemeenschapsinstelling voor bijzondere jeugdbijstand Ruiselede en de gemeenschapsinstelling voor bijzondere jeugdbijstand Beernem.

TITEL II Capaciteit

Artikel 22. (09/07/2013- ...)

De maximumcapaciteit van de gemeenschapsinstellingen wordt vastgesteld als volgt :
1° de gemeenschapsinstelling De Kempen in Mol :
a) 40 gesloten plaatsen voor jongens in de opvoedingsafdeling De Hutten;
b) 72 open plaatsen voor jongens in de opvoedingsafdeling De Markt;
c) 10 gesloten plaatsen voor meisjes in de opvoedingsafdeling De Markt;
2° de gemeenschapsinstelling De Zande :
a) 54 open plaatsen en 26 gesloten plaatsen voor jongens in de opvoedingsafdeling in Ruiselede;
b) 36 gesloten plaatsen en 10 open plaatsen voor meisjes in de opvoedingsafdeling in Beernem.

Artikel 23. (02/03/2009- ...)

Binnen de maximumcapaciteit, vermeld in artikel 22, wordt een buffercapaciteit georganiseerd die voorbehouden wordt om bij voorkeur de maatregelen van opvang in een gesloten opvoedingsafdeling door de jeugdrechter of de jeugdrechtbank, uitgesproken ten aanzien van personen tot de leeftijd van maximaal twintig jaar die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, uit te voeren.

Voor het efficiënte gebruik van die buffercapaciteit bepaalt de minister op basis van de noodwendigheden, het aantal plaatsen dat als buffercapaciteit wordt gehanteerd.
Voor toewijzing van een minderjarige aan een eenheid van de buffercapaciteit moet aan volgende voorwaarden zijn voldaan :
1° de persoon is ouder dan twaalf jaar op het ogenblik van het plegen van het als misdrijf omschreven feit en er bestaan voldoende ernstige aanwijzingen van schuld;
2° het als misdrijf omschreven feit waarvoor hij vervolgd wordt kan, mocht hij meerderjarig zijn, in de zin van het Strafwetboek of de bijzondere wetten, een straf tot gevolg hebben van :
a) opsluiting van vijf jaar tot tien jaar of een zwaardere straf, of
b) een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf indien de jeugdrechtbank tegenover hem een definitieve maatregel heeft genomen als gevolg van een als misdrijf omschreven feit dat strafbaar is met dezelfde straf.
3° er bestaan dringende, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden die betrekking hebben op de vereisten van bescherming van de openbare veiligheid.

BOEK IV VRIJWILLIGE JEUGDBIJSTAND

TITEL I Werkingsprincipes

Artikel 24. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 25. (28/02/2014- ...)

...

TITEL II Comité voor bijzondere jeugdzorg

HOOFDSTUK I Algemene bepalingen

Afdeling I Oprichting, werkgebied en zetel

Artikel 26. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 27. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 28. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 29. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling II Leden

Onderafdeling Benoemingsvoorwaarden

Artikel 30. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 31. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 32. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 33. (28/02/2014- ...)

...

Onderafdeling II Beëindiging van het mandaat

Artikel 34. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 35. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 36. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling III Werking

Artikel 37. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 38. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 39. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 40. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 41. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 42. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 43. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling IV Vergoeding

Artikel 44. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 45. (28/02/2014- ...)

...

HOOFDSTUK II Bureau voor bijzondere jeugdbijstand

Afdeling I Werking

Artikel 46. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 47. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 48. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 49. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 50. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 51. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling II Bekrachtigingen en beslissingen

Artikel 52. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 53. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 54. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 55. (28/02/2014- ...)

...

HOOFDSTUK III Preventiecel

Artikel 56. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 57. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 58. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 59. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 60. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 61. (28/02/2014- ...)

...

HOOFDSTUK IV Sociale dienst voor vrijwillige jeugdbijstand

Afdeling I Zetel

Artikel 62. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling II Leden

Artikel 63. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 64. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 65. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling III Taken

Onderafdeling I Caseonderzoek

Artikel 66. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 67. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 68. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 69. (28/02/2014- ...)

...

Onderafdeling II Casemanagement

Artikel 70. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 71. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 72. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 73. (28/02/2014- ...)

...

HOOFDSTUK V Secretariaat

Artikel 74. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 75. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 76. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 77. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 78. (28/02/2014- ...)

...

TITEL III BEMIDDELINGSCOMMISSIE

HOOFDSTUK I Algemene bepalingen

Afdeling 1 Oprichting, werkgebied en zetel

Artikel 79. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 80. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling II Leden

Onderafdeling I Benoemingsvoorwaarden

Artikel 81. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 82. (28/02/2014- ...)

...

Onderafdeling II Beëindiging van het mandaat

Artikel 83. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 84. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 85. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling III Werking

Artikel 86. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 87. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 88. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 89. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 90. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 91. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling IV Vergoeding

Artikel 92. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 93. (28/02/2014- ...)

...

HOOFDSTUK II Bemiddelingsprocedure

Artikel 94. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 95. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 96. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 97. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 98. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 99. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 100. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 101. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 102. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 103. (28/02/2014- ...)

...

HOOFDSTUK III Secretariaat

Afdeling I Leden en werking

Artikel 104. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 105. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling II Registratie

Artikel 106. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 107. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 108. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 109. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 110. (28/02/2014- ...)

...

BOEK V GERECHTELIJKE JEUGDBIJSTAND

TITEL I Beginselen

Artikel 111. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 112. (28/02/2014- ...)

...

TITEL II Sociale dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand

HOOFDSTUK I Zetel

Artikel 113. (28/02/2014- ...)

...

HOOFDSTUK II Leden en werking

Artikel 114. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 115. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 116. (28/02/2014- ...)

...

HOOFDSTUK III Taken

Afdeling I Algemene bepaling

Artikel 117. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling II De navorsingsopdrachten

Artikel 118. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 119. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling III Het hulpverleningsprogramma en het begeleidingsplan

Artikel 120. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 121. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 122. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 123. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 124. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 125. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 126. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 127. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling IV De opdrachten van sociale aard

Artikel 128. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 129. (28/02/2014- ...)

...

Afdeling V De bewaking van de uitvoering van de opgelegde pedagogische maatregelen.

Artikel 130. (28/02/2014- ...)

...

HOOFDSTUK IV Secretariaat

Artikel 131. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 132. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 133. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 134. (28/02/2014- ...)

...

BOEK VI FINANCIERING

TITEL I Werkingskosten

Artikel 135. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 136. (28/02/2014- ...)

...

TITEL II Spaargelden

Artikel 137. (28/02/2014- ...)

...

BOEK VII SLOTBEPALINGEN

Artikel 138. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 139. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 140. (28/02/2014- ...)

...

Artikel 141. (02/03/2009- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.