Ministerieel besluit betreffende de controle op de bepaling van de samenstelling van melk en de betaling door de kopers van de melk aan de producenten

Datum 25/02/2009

Inhoudstafel

  1. Hoofdstuk I. Definities
  2. Hoofdstuk II. Controle op de bepaling van de samenstelling van de melk
  3. Hoofdstuk III. Betaling van de melk
  4. Hoofdstuk IV. Melkafrekening
  5. Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, inzonderheid op artikel 3, § 1, 2°, gewijzigd bij de wet van 29 december 1990, en op artikel 3, § 2, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007 en het koninklijk besluit van 22 februari 2001;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 houdende de organisatie van de vaststelling van en de controle op de samenstelling van rauwe koemelk, inzonderheid op artikel 3, § 4, artikel 4, § 1, 4° en § 2, artikel 5, § 1, eerste lid en derde lid, artikel 6, § 1, eerste lid, 6°, artikel 7, artikel 8, artikel 10, 2° en artikel 11;

Gelet op het ministerieel besluit van 17 maart 1994 betreffende de officiële bepaling van de kwaliteit en de samenstelling van melk geleverd aan kopers, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 2006 en de ministeriële besluiten van 11 juli 1996, 4 oktober 2000, 6 oktober 2000, 28 december 2000, 21 december 2001, 5 september 2002, 27 februari 2003 en 19 mei 2006;

Gelet op het ministerieel besluit van 1 juli 1994 betreffende de melkafrekeningen aan de producenten, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 20 oktober 2001, 19 oktober 2005 en 19 mei 2006;

Gelet op het ministerieel besluit van 6 november 2001 tot vaststelling van de referentiemethoden en de principes van de routinemethoden voor de officiële bepaling van de kwaliteit en de samenstelling van melk geleverd aan kopers, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 13 september 2004 en 2 oktober 2006;

Gelet op het ministerieel besluit van 6 december 2007 betreffende de melkafrekeningen aan de producenten;

Gelet op het overleg tussen de gewesten en de federale overheid op 18 november 2008;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 2 oktober 2008;

Gelet op het advies van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, gegeven op 10 oktober 2008;

Gelet op het advies 45.530/3 van de Raad van State, gegeven op 9 december 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Besluit :

Hoofdstuk I. Definities

Artikel 1. (01/01/2015- ...)

Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :
1° het besluit van de Vlaamse Regering : het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 houdende de organisatie van de vaststelling van en de controle op de samenstelling van rauwe koemelk;
2° het koninklijk besluit : het koninklijk besluit van 21 december 2006 betreffende de controle van de kwaliteit van de rauwe melk en de erkenning van de interprofessionele organismen;
3° het ministerieel besluit : het ministerieel besluit van 1 februari 2007 houdende goedkeuring van het document opgesteld door de erkende interprofessionele organismen betreffende de modaliteiten van de controle van de kwaliteit van de rauwe koemelk;
4° bevoegde entiteit : het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij;
5° ...
6° vetgehalte : de hoeveelheid melkvet, uitgedrukt in gram per liter melk, tot op een tiende nauwkeurig;
7° gemiddeld vetgehalte : het gewogen gemiddelde van alle vetgehaltes, verkregen in een bepaalde maand;
8° eiwitgehalte : de hoeveelheid totale stikstofhoudende bestanddelen, verkregen door het stikstofgehalte te vermenigvuldigen met de factor 6,38, uitgedrukt in gram per liter melk, tot op een tiende nauwkeurig;
9° gemiddeld eiwitgehalte : het gewogen gemiddelde van alle eiwitgehaltes, verkregen in een bepaalde maand;
10° standaardmelk: melk, diepgekoeld, zonder strafpunten en afhoudingen voor remstoffen, met een vetgehalte van 42,00 gram per liter en een eiwitgehalte van 34,00 gram per liter;
11° standaardprijs : prijs per 100 liter standaardmelk af-hoeve, inclusief eventueel andere prijsbepalende melkcomponenten andere dan vet en eiwit, exclusief BTW en zonder premies en afhoudingen.

Hoofdstuk II. Controle op de bepaling van de samenstelling van de melk

Artikel 2. (01/07/2009- ...)

De criteria voor de bepaling van de samenstelling van de melk, vermeld in artikel 3, § 4, van het besluit van de Vlaamse Regering, zijn :
1° het vetgehalte;
2° het eiwitgehalte;
3° het vriespunt.

Artikel 3. (01/01/2014- ...)

In uitvoering van artikel 4, § 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering, moeten bij de bemonstering de volgende voorschriften in acht genomen worden :
1° het monster moet onmiddellijk na de bemonstering voorzien worden van een unieke elektronische identificatiecode;
2° alleen goedgekeurde bemonsteringsapparaten mogen worden gebruikt;
3° de bewaring en het transport van de monsters moet gebeuren tussen 0 en 4 o C. De koper bewaart de monsters in een speciaal daartoe bestemde koelruimte, die alleen toegankelijk is voor bevoegde personen. De toegang tot deze koelruimte moet worden geregistreerd;
4° de tijd tussen de bemonstering en de start van de analyse bedraagt maximaal 84 uur.

Artikel 4. (01/01/2015- ...)

In uitvoering van artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering, en met toepassing van de criteria, vermeld in artikel 2 :
1° wordt de samenstelling van de melk bepaald voor elk monster;
2° wordt de samenstelling van de melk bepaald volgens de methoden, vermeld in de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd;
3° deelt het interprofessioneel organisme alle analyseresultaten en de navolgende maandbeoordeling mee aan de betrokken producenten en kopers, op de manier die de bevoegde entiteit bepaalt. Personeelsleden van de bevoegde entiteit krijgen, op hun verzoek, eveneens inzage in de resultaten.

Artikel 5. (01/01/2014- ...)

In uitvoering van artikel 5, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering moet een nieuw type bemonsteringsapparaat voldoen aan volgende voorwaarden :
1° het percentage restmelk moet lager liggen dan 0,1 %;
2° uit vergelijking met een reeks van minstens vijftig manuele monsternames moet blijken dat het gemiddelde verschil voor het vet- en het eiwitgehalte tussen de monsters, genomen met het bemonsteringssysteem, en de manueel genomen monsters niet groter is dan 0,2 gram per liter; de standaardafwijking mag niet groter zijn dan 0,4 gram per liter.

Artikel 6. (01/01/2014- ...)

In uitvoering van artikel 5, § 1, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering moeten goedgekeurde bemonsteringsapparaten twee keer per jaar herkeurd worden door een interprofessioneel organisme, erkend met toepassing van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering.

Tussen twee opeenvolgende herkeuringen moet een interval liggen tussen vier en acht maanden.

Artikel 7. (01/01/2015- ...)

Ter uitvoering van artikel 6, § 1, eerste lid, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering wordt de wetenschappelijke begeleiding georganiseerd en uitgevoerd door het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek.

Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, legt de technische procedure van de wetenschappelijke begeleiding vast in een schriftelijk document.

Elke wijziging aan dat document moet vooraf aan de bevoegde entiteit voorgelegd en goedgekeurd worden. Het hoofd van de bevoegde entiteit verleent de goedkeuring, en kan die beslissingsbevoegdheid subdelegeren aan personeelsleden die onder zijn hiërarchisch gezag staan, tot op het meest functionele niveau.

Hoofdstuk III. Betaling van de melk

Artikel 8. (01/01/2015- ...)

...

Artikel 9. (01/09/2019- ...)

Bij de betaling van de melk kan de koper premies toepassen op basis van criteria die uitsluitend gebonden zijn aan de kwaliteit van de melk, als vermeld in het koninklijk besluit.

Om de premies, vermeld in het eerste lid, te mogen toepassen moet aan de volgende drie cumulatieve voorwaarden voldaan zijn:
1° er is geen afhouding gedaan als gevolg van strafpunten of als gevolg van de aanwezigheid van remstoffen;
2° de melklevering is gekoppeld aan een door de Vlaamse overheid erkende voedselkwaliteitsregeling, met toepassing van het ministerieel besluit van 26 maart 2007 houdende de erkenning van voedselkwaliteitsregelingen;
3° ...

Het bedrag van de premie, vermeld in eerste lid, mag niet hoger zijn dan 2 euro per 100 liter.

De premie, vermeld in het eerste lid, wordt op een niet-discriminerende wijze toegepast voor elke melklevering die voldoet aan dezelfde criteria.

Er kunnen andere premies worden toegepast, die echter geen verband mogen houden met de kwaliteitscriteria, vermeld in het koninklijk besluit.

Artikel 10. (01/09/2019- ...)

§ 1. Bij de betaling van de melk past de koper afhoudingen toe op basis van het vriespunt en de criteria die verbonden zijn aan de kwaliteit van de melk als gedefinieerd in het koninklijk besluit. Per strafpunt, toegekend overeenkomstig paragraaf 2, past de koper een afhouding toe van minimaal 0,75 euro per 100 liter melk en maximaal 2 euro per 100 liter melk.

De afhouding per strafpunt, vermeld in het eerste lid, wordt op een niet-discriminerende wijze toegepast voor elke melklevering die niet voldoet aan de criteria, vermeld in paragraaf 2. Een strafpunt krijgt een unieke waarde binnen de vork, vermeld in het eerste lid, telkens voor de periode, vermeld in artikel 11. Die unieke waarde wordt gebruikt voor elk van de afhoudingen, vermeld in paragraaf 2

§ 2. De bacteriologische kwaliteit wordt via de kiemgetalbepaling vastgesteld conform punt 1 van bijlage 2 bij het ministerieel besluit van 6 november 2001 tot vaststelling van de referentiemethoden en de principes van de routinemethoden voor de officiële bepaling van de kwaliteit en de samenstelling van melk geleverd aan kopers. Het maandresultaat dat bepalend is voor de betaling van de melk, is het geometrische gemiddelde van minstens vier resultaten over een periode van maximaal twee maanden. De bepaling van de effectieve resultaten wordt vastgelegd in de procedure tussen kopers en het interprofessionele orgaan. Die effectieve resultaten zijn evenwichtig verspreid in de tijd. De berekening van het maandresultaat wordt voor alle producenten bij dezelfde koper binnen dezelfde periode en op een identieke manier uitgevoerd. De strafpunten worden toegekend volgens de onderstaande tabel :

Resultaat (kiemen/ml)

Strafpunten

1° minder dan of gelijk aan 100 000

0;

2° eenmaal meer dan 100 000

1;

3° twee opeenvolgende keren meer dan 100 000

2;

4° drie opeenvolgende keren meer dan 100 000

4;

5° vier opeenvolgende keren meer dan 100 000

6;

6° meer dan vier opeenvolgende keren meer dan 100 000

8.


Het gehalte aan somatische cellen wordt via de celgetalbepaling vastgesteld conform punt 2 van bijlage 2 bij het ministerieel besluit van 6 november 2001 tot vaststelling van de referentiemethoden en de principes van de routinemethoden voor de officiële bepaling van de kwaliteit en de samenstelling van melk geleverd aan kopers. Het maandresultaat dat bepalend is voor de betaling van de melk voor de celgetalbepaling, is het geometrische gemiddelde van minstens tien resultaten over een periode van maximaal drie maanden. De bepaling van de effectieve resultaten wordt vastgelegd in de procedure tussen kopers en het interprofessionele orgaan. Die effectieve resultaten zijn evenwichtig verspreid in de tijd. De berekening van het maandresultaat wordt voor alle producenten bij dezelfde koper binnen dezelfde periode op een identieke manier uitgevoerd. De strafpunten worden toegekend volgens de onderstaande tabel :

Resultaat (cellen/ml)

Strafpunten

1° minder dan of gelijk aan 400 000

0;

2° eenmaal meer dan 400 000

1;

3° twee opeenvolgende keren meer dan 400 000

2;

4° drie opeenvolgende keren meer dan 400 000

4;

5° vier opeenvolgende keren meer dan 400 000

6;

6° meer dan vier opeenvolgende keren meer dan 400 000

8.


De zichtbare zuiverheid wordt via de filtratieproef bepaald conform punt 5 van bijlage 2 bij het ministerieel besluit van 6 november 2001 tot vaststelling van de referentiemethoden en de principes van de routinemethoden voor de officiële bepaling van de kwaliteit en de samenstelling van melk geleverd aan kopers. Als het onderzoek naar de zichtbare zuiverheid van de melk een "onvoldoende" oplevert, worden twee strafpunten toegekend aan de overeenkomstige maandlevering.

Het vriespunt wordt bepaald overeenkomstig de bijlage van dit besluit. Als het rekenkundig gemiddelde van alle resultaten van de metingen van het vriespunt van de maand in kwestie hoger ligt dan "- 0,510 °C" dan wordt één strafpunt toegekend aan de overeenkomstige maandlevering.

§ 3. De afwezigheid van remstoffen wordt via de remstoffenproef bepaald conform punt 3 van bijlage 2 bij het ministerieel besluit van 6 november 2001 tot vaststelling van de referentiemethoden en de principes van de routinemethoden voor de officiële bepaling van de kwaliteit en de samenstelling van melk geleverd aan kopers. Als in een monster de aanwezigheid van remstoffen in een monster wordt vastgesteld, wordt de totale hoeveelheid van die melklevering niet betaald.

Hoofdstuk IV. Melkafrekening

Artikel 11. (01/01/2015- ...)

In uitvoering van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering moet de koper minimaal maandelijks per type melk de afrekening aan de producent opmaken voor de in die maand geleverde melk.

Artikel 12. (01/01/2015- ...)

De afrekening wordt opgemaakt op basis van de geleverde hoeveelheden vet, eiwit en eventuele andere prijsbepalende melkcomponenten, uitgedrukt in kilogram, en houdt rekening met de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk III.

Artikel 13. (01/01/2015- ...)

In uitvoering van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering vermeldt de afrekening minimum de onderstaande gegevens :
1° de identificatie van de producent en het melkproductiebedrijf, zoals bekend bij de bevoegde entiteit;
2° de standaardprijs, uitgedrukt in euro per 100 liter;
2° /1 bij toepassing van een gedifferentieerde prijs voor een bepaald volume of voor bepaalde volumes binnen dezelfde maand, de respectieve standaardprijs per apart volume;
3° de geleverde hoeveelheid in liter per ophaling;
4° de totale geleverde hoeveelheid in liter;
4° /1 bij toepassing van een gedifferentieerde prijs, de aparte vermelding van de bijbehorende volumes, uitgedrukt in liter;
5° het gemiddelde vet- en eiwitgehalte, uitgedrukt in gram per liter melk, tot op een honderdste nauwkeurig;
6° het aantal strafpunten per criterium, berekend als vermeld in artikel 10, lid 2, 1°, van dit besluit en in het ministerieel besluit;
7° het totale aantal strafpunten;
8° de totale geleverde hoeveelheid in liter, waarop de afhouding als gevolg van de aanwezigheid van remstoffen als vermeld in artikel 10, lid 2, 3°, van toepassing is;
9° de eenheidsprijs van het melkvet en van het melkeiwit of andere prijsbepalende melkcomponenten, uitgedrukt in euro per 100 kilogram;
9° /1 bij toepassing van een gedifferentieerde prijs, de bijbehorende eenheidsprijzen van het melkvet en van het melkeiwit of andere prijsbepalende melkcomponenten, uitgedrukt in euro per 100 kilogram;
10° de geleverde hoeveelheden melkvet en melkeiwit en eventueel andere prijsbepalende melkcomponenten tot op een gram nauwkeurig en de daarmee overeenstemmende te betalen bedragen;
10° /1 bij toepassing van een gedifferentieerde prijs, de bijbehorende geleverde hoeveelheden melkvet en melkeiwit en eventueel andere prijsbepalende melkcomponenten tot op een gram nauwkeurig en de daarmee overeenstemmende bedragen die betaald moeten worden;
11° de aanvullende verplichte bijdrage, vermeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 18 februari 2005 tot vaststelling van de verplichte bijdragen, verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, sector zuivel.

Artikel 14. (01/07/2009- ...)

De koper moet alle andere afhoudingen en premies dan die, vermeld in artikel 13, en die een invloed hebben op het eindbedrag van de afrekening, duidelijk en afzonderlijk vermelden.

Artikel 15. (01/01/2015- ...)

Op verzoek van de de bevoegde entiteit, en volgens haar instructies, stelt de koper alle documenten over de afrekeningen aan de producenten, en alle andere informatie die noodzakelijk is voor de controle ervan, ter beschikking aan de bevoegde entiteit.

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Artikel 16. (01/07/2009- ...)

De volgende regelingen worden opgegeven :
1° het ministerieel besluit van 17 maart 1994 betreffende de officiële bepaling van de kwaliteit en de samenstelling van melk geleverd aan kopers;
2° het ministerieel besluit van 1 juli 1994 betreffende de melkafrekeningen aan de producenten;
3° het ministerieel besluit van 6 november 2001 tot vaststelling van de referentiemethoden en de principes van de routinemethoden voor de officiële bepaling van de kwaliteit en de samenstelling van melk geleverd aan kopers;
4° het ministerieel besluit van 6 december 2007 betreffende de melkafrekeningen aan de producenten.

Artikel 17. (01/07/2009- ...)

Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de derde maand die volgt op de maand waarin het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

BIJLAGE (01/01/2015- ...)

De methoden voor de bepaling van de samenstelling van melk, vermeld in artikel 4, 2°

1 Referentiemethoden

1.1 Bepaling van het vetgehalte

De referentiemethode voor het bepalen van het vetgehalte is de Röse-Gottliebmethode, beschreven in de meest recente versie van de internationale norm IDF 1.

Volgens die methode wordt het vetgehalte van een melkmonster bepaald door extractie van een ammoniak- en ethanolhoudende oplossing van een bepaalde hoeveelheid melk met diethylether en petroleumether. De solventen worden verwijderd door distillatie en verdamping. De massa van het geëxtraheerde vet wordt bepaald.

1.2 Bepaling van het eiwitgehalte

De referentiemethode voor de bepaling van het eiwitgehalte is de Kjeldahlmethode beschreven in de meest recente versie van de internationale norm IDF 20-2.

Volgens die methode wordt een bepaalde hoeveelheid melk gedestrueerd met een mengsel van geconcentreerd zwavelzuur en kaliumsulfaat in de aanwezigheid van koper(II)sulfaat als katalysator. De organische stikstof, aanwezig in het melkmonster, wordt omgezet in ammoniumsulfaat. Een overmaat aan natriumhydroxide wordt toegevoegd aan de zure gekoelde oplossing om de ammoniak vrij te maken. De vrijgemaakte ammoniak wordt gedistilleerd en in een boorzuuroplossing geabsorbeerd. Vervolgens wordt de hoeveelheid overgebrachte ammoniak bepaald door titratie met chloorzuur en het stikstofgehalte wordt berekend op basis van de geproduceerde hoeveelheid ammoniak. Het stikstofgehalte wordt geconverteerd naar eiwitgehalte met behulp van vermenigvuldigingsfactor 6,38.

1.3 Bepaling van het vriespunt

De referentiemethode voor de bepaling van het vriespunt is de cryoscopische methode, beschreven in de meest recente versie van de internationale norm IDF 108.

Volgens die methode wordt een bepaalde hoeveelheid melk onderkoeld tot de, van het toestel afhankelijke, gewenste temperatuur en vervolgens wordt kristallisatie veroorzaakt door mechanische trilling. De temperatuur stijgt snel door de kristallisatie tot een bepaald niveau bereikt wordt dat overeenstemt met het vriespunt van het melkmonster. De cryoscoop wordt geijkt met behulp van twee standaardoplossingen.

2 Routinemethoden

2.1 Bepaling van vet- en eiwitgehalte door midden-infraroodspectrometrie

Het vet en eiwit bevatten elk specifieke bindingen die bij bepaalde golflengten licht absorberen in het midden-infraroodspectrum. De elektromagnetische absorptie, gemeten bij die golflengten, laat de kwantitatieve bepaling van vet en eiwit in de melk toe. De wederzijdse beïnvloeding van de absorptie door de melkbestanddelen vet, eiwit en lactose wordt gecompenseerd met behulp van intercorrectiefactoren. De verkregen absorpties worden gekalibreerd ten opzichte van de referentiemethode.

2.2 Bepaling van het vriespunt

De vriespuntbepaling gebeurt indirect met behulp van een spectrofotometrische meting in het midden-infraroodgebied, gekoppeld aan een geleidbaarheidsmeting.