Besluit van de Vlaamse Regering betreffende bepaalde procedurele aspecten van de waarborgregeling voor kleine en middelgrote ondernemingen die hinder ondervinden als gevolg van openbare werken (citeeropschrift: "het Derde Waarborgbesluit")

Datum 27/05/2005

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied en algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK II. Modaliteiten en procedure van toekenning van waarborgen
  3. HOOFDSTUK III. Categorieën van financieringsovereenkomsten en andere verrichtingen waarvan verbintenissen van de KMO onder toepassing van een waarborg kunnen worden gebracht en de criteria waaraan ze moeten voldoen
  4. HOOFDSTUK IV. Regels inzake de aanmelding van dossiers bij Waarborgbeheer NV
    1. Afdeling I. Wijze van aanmelding van een financieringsovereenkomst of andere verrichting waarvan verbintenissen van de KMO onder toepassing van een waarborg worden gebracht
    2. Afdeling II. Administratieve verwerking van de aangemelde dossiers door Waarborgbeheer NV
    3. Afdeling III. Premies inzake de geregistreerde dossiers
    4. Afdeling IV. Rechtsgevolgen van een geregistreerde financieringsovereenkomst of andere verrichting na registratie
    5. Afdeling V. Schrappen van een registratie
  5. HOOFDSTUK V. Regels inzake de afroep van een waarborg
    1. Afdeling I. Bedrag van de onder toepassing van een waarborg gebrachte verbintenissen van de KMO
    2. Afdeling II. Regels voor de afroep
    3. Afdeling III. Onderzoek naar de conformiteit van een afroep van een waarborg aan de bepalingen van het Waarborgdecreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan
    4. Afdeling IV. Beslissing over het al dan niet betaalbaarstelling, ten provisionele titel, van een afroep
    5. Afdeling V. Hoger beroep tegen een geheel of ten dele ongunstige beslissing over een afroep
    6. Afdeling VI. Betaling van recuperaties en kosten na datum van de betaling ten provisionele titel
    7. Afdeling VII. Onderzoekstaken van Waarborgbeheer NV
  6. HOOFDSTUK VI. Algemene onderzoeksbevoegdheid van Waarborgbeheer NV
  7. HOOFDSTUK VII. Algemene bepalingen aangaande de raamovereenkomsten
  8. HOOFDSTUK VIII. Diverse bepalingen
  9. HOOFDSTUK IX. Slotbepalingen

Inhoud

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied en algemene bepalingen

Artikel 1. (06/05/2009- ...)

§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° de-minimisverordening : verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 28 december 2006 in L379/5, betreffende de toepassing van artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun, de latere wijzigingen ervan en elke latere akte die de verordening vervangt;
2° Waarborgdecreet : het decreet van 6 februari 2004 betreffende een waarborgregeling voor kleine, middelgrote en grote ondernemingen, met inbegrip van alle latere wijzigingen;
3° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het Economisch Beleid;
4° premie : een premie als bedoeld in artikel 6, § 1, van het Waarborgdecreet;
5° openbare werken : werkzaamheden uitgevoerd op het openbaar domein, of werkzaamheden van openbaar nut;
6° raamovereenkomst : bilaterale overeenkomst tussen de waarborghouder en Waarborgbeheer NV waarin, rekening houdend met de bepalingen van het Waarborgdecreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan, nadere voorwaarden voor de waarborgen worden geregeld;
7° onder toepassing van een waarborg brengen : de mededeling door een waarborghouder aan Waarborgbeheer NV dat, wat hem betreft, een financieringsovereenkomst of andere verrichting voldoet aan de voorwaarden bepaald in het Waarborgdecreet, het derde Waarborgbesluit en de uitvoeringsmaatregelen ervan, zodat, op het ogenblik dat de KMO in gebreke blijft om de uit die financieringsovereenkomst of andere verrichting voortvloeiende verbintenissen aan de waarborghouder te betalen, op grond van de waarborg, de betaling vanwege het Vlaamse Gewest van de verbintenissen van de KMO kan worden gevorderd, gevolgd door de registratie van die mededeling en de premiebetaling in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit;
8° een afroep van een waarborg : het onder toepassing van een waarborg, formeel vorderen van de betaling vanwege het Vlaamse Gewest van verbintenissen die voortvloeien uit hetzij een financieringsovereenkomst, hetzij een andere verrichting als bedoeld in dit besluit;
9° wet van 16 januari 2003 : wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;
10° de totale verbintenissen van de KMO : het geheel van de verbintenissen van de KMO die voortvloeien uit een financieringsovereenkomst of andere verrichting;
11° verbintenissen van de KMO : het gedeelte van de totale verbintenissen van de KMO dat overeenstemt met het percentage dat de waarborghouder met toepassing van dit besluit meedeelt aan Waarborgbeheer NV;
12° KMO : kleine of middelgrote onderneming;
13° hinder ondervinden als gevolg van openbare werken : de K.M.O. is minstens gedurende één maand zonder onderbreking moeilijk bereikbaar voor de klanten en de leveranciers als gevolg van werkzaamheden, uitgevoerd op het openbare domein, of werkzaamheden van openbaar nut;
14° hinderattest : attest, uitgereikt door het Agentschap Economie met hierin een verklaring van de stad of gemeente waar de getroffen exploitatiezetel ligt, dat de K.M.O. gedurende ten minste één maand, zonder onderbreking, moeilijk bereikbaar is voor de klanten en de leveranciers als gevolg van werkzaamheden, uitgevoerd op het openbaar domein, of werkzaamheden van openbaar nut.

§ 2. De definities, vermeld in artikel 1, punt 2, van de de-minimisverordening en in artikel 2 van het Waarborgdecreet, zijn eveneens van toepassing in dit besluit.

HOOFDSTUK II. Modaliteiten en procedure van toekenning van waarborgen

Artikel 2. (28/01/2012- ...)

Hoogstens vier keer per jaar doet de minister namens de Vlaamse Regering de oproep, bedoeld in artikel 8, § 1, van het Waarborgdecreet.

De oproep wordt gepubliceerd in ten minste een Nederlandstalig financieel-economisch dagblad dat zich richt tot de rechtspersonen die in aanmerking komen om, naar aanleiding van de oproep, de hoedanigheid van waarborghouder te verwerven.

De minister kan beslissen om naast de bovengenoemde oproepkanalen ook gebruik te maken van andere kanalen om ruchtbaarheid aan de oproep te geven.

Artikel 3. (06/05/2009- ...)

§ 1. De minister vult de gegevens, bedoeld in artikel 8, § 2, van het Waarborgdecreet, nader in en maakt die gegevens bekend, terzelfdertijd met de bekendmaking van de bovengenoemde oproep.

§ 2. Het maximumbedrag, bedoeld in artikel 8, § 2, 1°, van het Waarborgdecreet kan niet hoger zijn dan het maximale bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede lid van het Waarborgdecreet, dat op het moment van de oproep van toepassing is.

§ 3. De sleutel van verdeling, bedoeld in artikel 8, § 2, 3°, van het Waarborgdecreet wordt vastgelegd op basis van :
1° het gebruikt waarborgbedrag zoals nader te bepalen door de minister;
2° het gebruikt waarborgbedrag, zoals vermeld in 1°, ten opzichte van het toegekend waarborgbedrag, zoals nader te bepalen door de minister;
3° een benchmark, waarvan de parameters nader te bepalen zijn door de minister;
4° ...
5° andere criteria die de minister nader kan bepalen.

§ 4. De geldigheidsduur van de toe te kennen waarborgen bedraagt ten hoogste 20 jaar.

§ 5. De termijn, bedoeld in artikel 8, § 2, 8°, van het Waarborgdecreet bedraagt minstens 10 werkdagen.

§ 6. De datum, bedoeld in artikel 8, § 2, 9°, van het Waarborgdecreet wordt vastgelegd hoogstens 2 maanden na het verstrijken van de termijn, bedoeld in § 5.

Artikel 4. (10/06/2005- ...)

De minister kan nadere regels uitvaardigen aangaande de modaliteiten van de kenbaarmaking bij Waarborgbeheer NV van de rechtspersonen die waarborghouder willen worden.

Artikel 5. (10/06/2005- ...)

Na kennisname van een advies daaromtrent van Waarborgbeheer NV, kent de minister op de datum, bedoeld in artikel 3, § 6, namens de Vlaamse Regering, aan elke kandidaat-waarborghouder die aan de voorwaarden voldoet, een waarborg toe ten belope van een deel van het totaal bedrag aan waarborgen dat op dat ogenblik kan worden toegekend.

De minister beslist of en op welke wijze bij de toekenning van een waarborg aan een kandidaat-waarborghouder waaraan al in het kader van een eerdere oproep een waarborg is toegekend, de voorwaarden van de eerder toegekende waarborg herbepaald worden.

Artikel 6. (28/01/2012- ...)

§ 1. De minister deelt aan de waarborghouder mee ten belope van welk bedrag en onder welke voorwaarden en modaliteiten, hem in voorkomend geval een waarborg toegekend wordt.

In voorkomend geval deelt de minister aan kandidaat-waarborghouders waaraan geen waarborg verleend wordt, de beslissing van weigering mee onder vermelding van de motivering van die weigering.

§ 2. De minister maakt de wijze van verdeling van het totaal bedrag dat per oproep wordt toebedeeld en herbepaald, bekend in het Belgisch Staatsblad.

§ 3. De minister brengt de beslissingen, bedoeld in § 1, ter kennis van Waarborgbeheer NV.

HOOFDSTUK III. Categorieën van financieringsovereenkomsten en andere verrichtingen waarvan verbintenissen van de KMO onder toepassing van een waarborg kunnen worden gebracht en de criteria waaraan ze moeten voldoen

Artikel 7. (06/05/2009- ...)

§ 1. Onverminderd de bepalingen van het Waarborgdecreet kunnen de verbintenissen van de KMO die voortvloeien uit de onderstaande categorieën van financieringovereenkomsten of andere verrichtingen die voldoen aan de voorwaarden bepaald in het Waarborgdecreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan, onder toepassing van een waarborg worden gebracht :
1° overeenkomsten in het kader waarvan de waarborghouder een krediet verleent voor de financiering van het bedrijfskapitaal.
2° overeenkomsten in het kader waarvan de waarborghouder een krediet verleent voor de herfinanciering van schulden op korte termijn, zijnde de schulden op minder dan 1 jaar of die jaarlijks hernieuwbaar zijn, aan Belgische of buitenlandse kredietinstellingen die volgens de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen gerechtigd zijn in België kredieten te verstrekken.
3° kaderovereenkomsten die een combinatie bevatten van de overeenkomsten vermeld in punt 1° en 2°.

§ 2. De volgende verbintenissen van de KMO die voortvloeien uit financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen die strekken tot het verschaffen van middelen voor de betaling van achterstallige of al bestaande schulden kunnen niet onder toepassing van een waarborg worden gebracht, voorzover het schulden betreft :
1° aan aandeelhouders, zaakvoerders of bestuurders van de KMO, zowel om hun rekening-courantverhouding aan te vullen als om gewone schulden (zoals leningen) te betalen;
2° aan Belgische of buitenlandse kredietinstellingen die volgens de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen gerechtigd zijn in België kredieten te verstrekken, die over een periode van langer dan 1 jaar terugbetaalbaar zijn.

Artikel 8. (06/05/2009- ...)

§ 1. De verbintenissen van de KMO kunnen enkel onder toepassing van een waarborg worden gebracht, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden :
1° de KMO bevond zich niet in de voorwaarden voor faillissement of gerechtelijk akkoord één jaar voor de datum van het indienen van een aanvraag voor het bekomen van een waarborg;
1°bis de K.M.O. beschikt over een hinderattest;
2° een in het Vlaamse Gewest gevestigde exploitatiezetel van de KMO ondervindt hinder als gevolg van openbare werken;
2°bis de K.M.O. heeft voor de aanvang van de openbare werken geen achterstallen, zoals nader bepaald door de minister, inzake betalingen op grond van financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen die door de waarborghouder werden toegestaan;
3° ingeval de medecontractant of wederpartij van de financieringsovereenkomst of andere verrichting activiteiten verricht die aan de BTW onderworpen zijn, dan moet hij een BTW-inschrijvingsnummer hebben verkregen;
4° voor zover dat wettelijk verplicht is, moet de K.M.O. ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen, vermeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003, en moet ze daarenboven over de vereiste milieu-, beroeps- en exploitatievergunningen beschikken;
5° de minister kan per soort van financieringsovereenkomst en andere verrichtingen nadere criteria en voorwaarden bepalen waaraan zij moeten voldoen.

§ 2. De financieringsovereenkomst of andere verrichting moet minstens de volgende clausules bevatten en bovendien moet elk van die clausules zijn uitwerking behouden zolang, enerzijds, de aan de waarborghouder verleende waarborg van kracht is en, anderzijds, het individuele dossier dat over de voormelde financieringsovereenkomst of andere verrichting door Waarborgbeheer NV is geopend, niet definitief is afgesloten :
1° een beding op grond waarvan zowel de minister of diens bijzonder lasthebber, de waarborghouder, als Waarborgbeheer NV gerechtigd zijn om inzage te nemen in de boekhouding, alsmede in alle stukken en documenten van de KMO die de medecontractant of wederpartij is van de financieringsovereenkomst of andere verrichting;
2° een beding op grond waarvan de KMO die de medecontractant of wederpartij is van de financieringsovereenkomst of andere verrichting, zich ertoe verbindt om een regelmatige boekhouding te voeren;
3° een beding op grond waarvan de waarborghouder gerechtigd is om, onverminderd andere bepalingen in de financieringsovereenkomst of andere verrichting, die op te zeggen en over te gaan tot de onmiddellijke opeisbaarstelling van de uit de betreffende overeenkomst of andere verrichting voortvloeiende verbintenissen, ingeval er onjuistheden of onvolledigheden blijken inzake een of meer gegevens die op grond van het Waarborgdecreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan aan Waarborgbeheer NV moeten worden meegedeeld, dan wel ingeval aan de door de waarborghouder verstrekte middelen een andere bestemming wordt gegeven dan die welke met toepassing van de bepalingen in het Waarborgdecreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan aan Waarborgbeheer NV is meegedeeld.
4° een beding waarin uitdrukkelijk gestipuleerd wordt dat de steun, toegekend op basis van het Waarborgdecreet of de uitvoeringsmaatregelen ervan, de-minimissteun betreft, toegekend op basis van de de-minimisverordening;
5° een beding op grond waarvan Waarborgbeheer NV gerechtigd is, bij overschrijding van de plafonds, vermeld in de de-minimisverordening, de betaling van de kredietnemer te vorderen van de onrechtmatig verleende steun, zijnde het brutosubsidie-equivalent van de steun, toegekend op basis van het Waarborgdecreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan.

§ 3. De voorwaarden, bedoeld in § 1 en § 2, moeten vervuld zijn op het ogenblik dat de financieringsovereenkomst of andere verrichting wordt gesloten, tenzij, voor wat de inschrijving in de Kruispuntbank van ondernemingen en de milieu-, beroeps- en exploitatievergunningen betreft, een dergelijke overeenkomst of andere verrichting precies wordt aangegaan met het oog op de financiering van investeringen die nodig zijn voor het verkrijgen van een dergelijke inschrijving of van dergelijke vergunningen.

§ 4. Waarborgbeheer NV kan op gemotiveerde aanvraag van een waarborghouder algemene of bijzondere afwijkingen toestaan van een of meer van de voorwaarden, vermeld in § 1 of § 2.

Een afwijking bedoeld in het eerste lid moet nader worden gemotiveerd in het belang van de KMO en kan slechts worden toegestaan in zoverre de afwijking geen risico op niet-betaling van de verbintenissen van de KMO tegenover de waarborghouder inhoudt of doet ontstaan en mits als gevolg van de afwijking geen concurrentieverstorend effect optreedt.

§ 5. De som van de lopende verbintenissen van de K.M.O., die onder toepassing van een waarborg zijn gebracht, mag in hoofdsom het bedrag van 500.000 euro niet overschrijden.

§ 6. Het feit dat een andere waarborghouder al eerder verbintenissen van de KMO onder toepassing van zijn waarborg heeft gebracht, vormt geen beletsel voor een waarborghouder om eveneens verbintenissen van de KMO onder toepassing van de waarborg te brengen, met dien verstande dat aan § 5 voldaan moet zijn.

§ 7. Een waarborghouder is gerechtigd om bij Waarborgbeheer NV te informeren of er niet reeds verbintenissen van de KMO onder toepassing van de waarborg van een andere waarborghouder zijn gebracht.

Een verzoek om informatie als bedoeld in het eerste lid wordt geformuleerd op de wijze vastgelegd in de raamovereenkomsten en Waarborgbeheer NV is ertoe gebonden om de gevraagde informatie binnen twee werkdagen te verlenen.

HOOFDSTUK IV. Regels inzake de aanmelding van dossiers bij Waarborgbeheer NV

Afdeling I. Wijze van aanmelding van een financieringsovereenkomst of andere verrichting waarvan verbintenissen van de KMO onder toepassing van een waarborg worden gebracht

Artikel 9. (10/06/2005- ...)

De minister stelt een modelformulier vast voor de aanmelding bij Waarborgbeheer NV van de financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen waarvan verbintenissen van de KMO onder toepassing van een waarborg kunnen worden gebracht.

Het modelformulier bedoeld in het eerste lid moet ervoor zorgen dat over een aangemelde financieringsovereenkomst of andere verrichting, alsmede over de KMO die er de medecontractant of wederpartij van is, de gegevens die nodig zijn voor de vlotte afhandeling van het dossier, kunnen worden opgevraagd.

Artikel 10. (06/05/2009- ...)

Om verbintenissen van de K.M.O. onder toepassing van zijn waarborg te brengen, meldt de waarborghouder de financieringsovereenkomst of andere verrichting aan binnen een termijn van drie maanden na de ondertekening van de authentieke akte en, bij ontstentenis daarvan, van de onderhandse akte of de andere documenten waarin ze is vervat. Die aanmelding gebeurt bij Waarborgbeheer NV door middel van een correct ingevuld formulier als vermeld in artikel 9 en moet ingediend zijn uiterlijk zes maanden na de beëindiging van de openbare werken.

De minister bepaalt de praktische wijze van indiening van het formulier, vermeld in artikel 9.

Artikel 11. (22/11/2012- ...)

§ 1. Onverminderd het bepaalde in het Waarborgdecreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan vermeldt het ingediende formulier ten minste de volgende gegevens :
1° de identificatie van de waarborg van de waarborghouder, onder toepassing waarvan verbintenissen van de KMO worden gebracht;
2° het bedrag, in hoofdsom, van de totale verbintenissen van de KMO;
3° het door de waarborghouder gekozen percentage op basis waarvan de verbintenissen van de KMO in hoofdsom, die onder toepassing van de waarborg zullen worden gebracht, berekend worden;
4° het bedrag van de verbintenissen van de KMO in hoofdsom, dat rekening houdend met de voorgaande elementen, volgens de berekening van de waarborghouder, onder toepassing van de waarborg zal worden gebracht;
5° de duurtijd waarvoor verbintenissen van de KMO onder toepassing van de waarborg worden gebracht en die in geen geval langer kan zijn dan de resterende geldingsduur van de waarborg van de waarborghouder;
6° het totale bedrag van de verbintenissen van de KMO dat, rekening houdend met de voorgaande elementen, volgens de berekening van de waarborghouder, onder toepassing van de waarborg zal worden gebracht;
7° de duurtijd van de financieringsovereenkomst of andere verrichting;
8° het delgingsprogramma, gehanteerd in het kader van de financieringsovereenkomst of andere verrichting.

§ 2. Ingeval van neerlegging van een kaderovereenkomst, als bedoeld in artikel 7, § 1, 3°, dient het totale bedrag van alle betrokken voorwerpen te worden vermeld, alsmede voor elk betrokken voorwerp de gegevens, vermeld in § 1.

§ 3. De minister kan per specifieke doelgroep of per soort van financieringsovereenkomst of andere verrichting het percentage, vermeld in paragraaf 1, 3°, bepalen. Het percentage, vermeld in paragraaf 1, 3°, bedraagt ten hoogste 75 %.

Afdeling II. Administratieve verwerking van de aangemelde dossiers door Waarborgbeheer NV

Artikel 12. (06/05/2009- ...)

Waarborgbeheer NV gaat na of het formulier, bedoeld in artikel 9, vanuit formeel oogpunt volledig en correct is ingevuld.

Daarnaast onderzoekt Waarborgbeheer NV of de registratie van de financieringsovereenkomst of andere verrichting niet tot gevolg zou hebben dat het maximumbedrag, bedoeld in artikel 8, § 5, overschreden wordt. In voorkomend geval wordt de registratie geweigerd en wordt de reden hiervan meegedeeld aan de waarborghouder. Hij kan vervolgens de financieringsovereenkomst of andere verrichting opnieuw aanmelden, op voorwaarde dat door de registratie van die nieuwe melding het voormelde maximumbedrag niet overschreden wordt.

Artikel 13. (06/05/2009- ...)

Waarborgbeheer NV beschikt over een periode van tien werkdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het formulier, bedoeld in artikel 9, om een van de beslissingen bedoeld in artikel 12 te nemen en die, op de wijze die de minister bepaalt, aan de waarborghouder mee te delen.

Artikel 14. (10/06/2005- ...)

Nadat is beslist dat een met toepassing van artikel 10 aangemelde financieringsovereenkomst of andere verrichting wordt geregistreerd, opent Waarborgbeheer NV een dossier over die financieringsovereenkomst of andere verrichting.

Aan elk dossier als bedoeld in het eerste lid wordt een apart volgnummer toegekend.

Afdeling III. Premies inzake de geregistreerde dossiers

Artikel 15. (10/06/2005- ...)

Voor de geregistreerde financieringsovereenkomst of andere verrichting als bedoeld in artikel 14, is de waarborghouder geen premie verschuldigd.

Afdeling IV. Rechtsgevolgen van een geregistreerde financieringsovereenkomst of andere verrichting na registratie

Artikel 16. (06/05/2009- ...)

De verbintenissen van een K.M.O. worden beschouwd als zijnde onder de toepassing van de waarborg van een waarborghouder zodra de waarborghouder bij Waarborgbeheer NV een volledig ingevuld formulier heeft ingediend als vermeld in artikel 9 en Waarborgbeheer NV tot de registratie daarvan heeft beslist.

Afdeling V. Schrappen van een registratie

Artikel 17. (10/06/2005- ...)

Wanneer vóór de afsluiting van het aangemelde dossier, blijkt dat, na de datum van de registratie, bedoeld in artikel 12, tweede lid, een of meer van de op het ingediende formulier ingevulde gegevens niet overeenstemmen met de werkelijkheid, of als blijkt dat de financieringsovereenkomst of andere verrichting niet voldoet aan de voorwaarden van het Waarborgdecreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan, dan kan Waarborgbeheer NV ertoe beslissen om de registratie van de overeenkomst of andere verrichting te schrappen.

Een schrapping van een registratie als bedoeld in het eerste lid heeft tot gevolg dat de waarborghouder, voor wat betreft de verbintenissen van de KMO die voortvloeien uit de financieringsovereenkomst of andere verrichting waarvan de registratie is geschrapt, geen afroep van de waarborg kan verrichten.

HOOFDSTUK V. Regels inzake de afroep van een waarborg

Afdeling I. Bedrag van de onder toepassing van een waarborg gebrachte verbintenissen van de KMO

Artikel 18. (06/05/2009- ...)

Het maximumbedrag van de verbintenissen van de KMO ten belope waarvan de waarborghouder de hem toegekende waarborg kan afroepen, wordt als volgt bepaald :
1° een waarborghouder kan de verbintenissen van de K.M.O. die onder toepassing van zijn waarborg werden gebracht, in hoofdsom afroepen ten hoogste voor het bedrag, vermeld in artikel 11, § 1, 4°;
2° de waarborghouder kan daarenboven, wat betreft een individuele financieringsovereenkomst of andere verrichting waarvan verbintenissen van de KMO onder de toepassing van zijn waarborg werden gebracht, ten hoogste het door de waarborghouder zelf voorgestelde percentage, als bedoeld in artikel 11, § 1, 3°, van de verbintenissen van de KMO waarvoor hij in gebreke gebleven is, onder die waarborg afroepen.

Artikel 19. (10/06/2005- ...)

Voor de toepassing van dit besluit en de uitvoeringsmaatregelen ervan gelden als onder toepassing van de waarborg gebrachte verbintenissen van de KMO, waarvoor de waarborghouder de hem toegekende waarborg kan afroepen :
1° de verbintenis tot terugbetaling, in hoofdsom, op de datum van opzegging, van de gelden die de waarborghouder hetzij aan de KMO zelf, hetzij aan een derde, heeft uitbetaald;
2° de verbintenis tot de betaling van achterstallige interesten, berekend op de verbintenis, bedoeld in punt 1°, over een periode van ten hoogste het laatste jaar dat voorafgaat aan de datum van opzegging van de aangemelde overeenkomst of andere verrichting;
3° de door de minister nader te bepalen kosten van inning van de verbintenissen, vermeld in punt 1° en 2°.

Afdeling II. Regels voor de afroep

Artikel 20. (10/06/2005- ...)

§ 1. Een waarborghouder kan een hem verleende waarborg een of meer keren afroepen ten belope van, elk van die keren, het met toepassing van dit besluit en de uitvoeringsmaatregelen ervan berekende bedrag van de onder de toepassing van de waarborg gebrachte verbintenissen van de KMO, of een fractie daarvan, zolang de hem verleende waarborg, als gevolg van eerdere dergelijke afroepen, niet integraal werd uitbetaald.

§ 2. Indien een waarborghouder, conform § 1, een hem verleende waarborg wenst af te roepen, moet hij dat telkens doen binnen een periode van drie maanden na de datum waarop de waarborghouder de onder toepassing van de waarborg gebrachte verbintenissen van de KMO opeisbaar heeft gesteld.

§ 3. Voor de toepassing van § 2 gelden de onder toepassing van de waarborg gebrachte verbintenissen van de KMO als opeisbaar gesteld op het ogenblik dat de waarborghouder, enerzijds, de financieringsovereenkomst of andere verrichting waaruit zij voortvloeien, formeel heeft opgezegd én, anderzijds, de KMO op formele wijze in gebreke heeft gesteld om de op dat ogenblik niet betaalde verbintenissen die voortvloeien uit die overeenkomst of andere verrichting, te betalen.

§ 4. De termijn, bedoeld in § 2, is een vervaltermijn.

Artikel 21. (10/06/2005- ...)

§ 1. Bij elke afroep van een waarborg deelt de waarborghouder het bedrag van de afroep mee en voegt hij daarbij een nota die de wijze van berekening van het bedrag van de afroep uiteenzet.

§ 2. De afroep van een waarborg vindt plaats op de wijze bepaald door de minister, waarbij de datum van de afroep onbetwistbaar vast komt te staan.

§ 3. Uiterlijk op het ogenblik van de afroep moet de waarborghouder de relevante stukken en documenten die betrekking hebben op de financieringsovereenkomst of andere verrichting waarop de afroep betrekking heeft, aan Waarborgbeheer NV hebben bezorgd.

De minister bepaalt de lijst van de stukken en documenten, bedoeld in het eerste lid, die de waarborghouder op het ogenblik van de afroep in elk geval aan Waarborgbeheer NV moet hebben bezorgd.

§ 4. De minister kan de vormvereisten voor de afroep van een waarborg nader regelen.

Afdeling III. Onderzoek naar de conformiteit van een afroep van een waarborg aan de bepalingen van het Waarborgdecreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan

Artikel 22. (06/05/2009- ...)

§ 1. Na de ontvangst van een afroep als bedoeld in artikel 20, § 1, onderzoekt Waarborgbeheer NV of die afroep voldoet aan de bepalingen van artikel 21 en de uitvoeringsmaatregelen ervan.

Waarborgbeheer NV verifieert tevens of de berekeningwijze bedoeld in artikel 21, § 1, juist is en of het bedrag van de afroep gerechtvaardigd is.

§ 2. Waarborgbeheer NV beschikt voor de verificaties, bedoeld in § 1, over een periode van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de afroep van de waarborg.

§ 3. Als er aanwijzingen zijn dat het bedrag van de afroep niet voorlopig betaalbaar kan worden gesteld, kan Waarborgbeheer NV de termijn van drie maanden, vermeld in § 2, eenmalig met drie maanden verlengen, om het dossier grondig te onderzoeken. De waarborghouder wordt daarvan met een brief voorafgaandelijk op de hoogte gebracht.

Afdeling IV. Beslissing over het al dan niet betaalbaarstelling, ten provisionele titel, van een afroep

Artikel 23. (28/01/2012- ...)

§ 1. Binnen de termijn, bedoeld in artikel 22, § 2 en § 3, beslist Waarborgbeheer NV om al dan niet over te gaan tot een voorlopige betaalbaarstelling van het bedrag van de afroep.

Waarborgbeheer NV kan naar aanleiding van een onderzoek van het dossier, er tevens toe beslissen om het bedrag van de afroep slechts ten dele voorlopig betaalbaar te stellen.

§ 2. De waarborghouder wordt, door middel van een aangetekende brief, onverwijld op de hoogte gebracht van een beslissing als bedoeld in § 1.

§ 3. De betaalbaarstelling van een waarborg en elke betaling die daarop volgt, bevrijden de KMO niet van haar verbintenissen tegenover de waarborghouder, die voortvloeien uit de financieringsovereenkomst of andere verrichting in kwestie.

Artikel 24. (10/06/2005- ...)

§ 1. Ingeval Waarborgbeheer NV beslist om de afroep van de waarborg in zijn geheel voorlopig betaalbaar te stellen, gaat het Vlaamse Gewest binnen tien werkdagen na de datum waarop die beslissing is genomen, ten provisionele titel, over tot de betaling ervan.

Ingeval Waarborgbeheer NV beslist om de afroep van de waarborg slechts ten dele voorlopig betaalbaar te stellen, gaat het Vlaamse Gewest, binnen tien werkdagen na de datum waarop die beslissing is genomen, ten provisionele titel, over tot de betaling van het betaalbaar gestelde deel van de afroep.

§ 2. De beslissing van Waarborgbeheer NV om niet over te gaan tot de gehele of gedeeltelijke betaalbaarstelling van het bedrag van de afroep kan worden genomen als :
1° aan de voorwaarden voor het onder de waarborg brengen van de verbintenis voortvloeiend uit een financieringsovereenkomst of andere verrichting niet is voldaan;
2° de waarborghouder onjuiste verklaringen heeft afgelegd;
3° de waarborghouder zonder toestemming van Waarborgbeheer NV de oorspronkelijke voorwaarden of modaliteiten van de financieringsovereenkomst of andere verrichting zodanig wijzigt dat de initiële voorwaarden niet meer vervuld zijn en/of het risico voor het Vlaamse Gewest substantieel is verzwaard.

Afdeling V. Hoger beroep tegen een geheel of ten dele ongunstige beslissing over een afroep

Artikel 25. (10/06/2005- ...)

§ 1. Een beslissing als bedoeld in artikel 23, waarin de voorlopige betaalbaarstelling van de afroep van de waarborg wordt geweigerd, dan wel de beslissing waarin de voorlopige betaalbaarstelling van de afroep van de waarborg slechts gedeeltelijk wordt toegekend, wordt nader gemotiveerd en vermeldt in elk geval de redenen waarom niet tot de gehele voorlopige betaling van de afroep zal worden overgegaan, dan wel waarom slechts tot een gedeeltelijke voorlopige betaling van de afroep zal worden overgegaan.

§ 2. De waarborghouder heeft, te rekenen vanaf de datum waarop hij op de hoogte werd gebracht van de beslissing, bedoeld in artikel 23, § 1, een maand de tijd om hoger beroep tegen die beslissing aan te tekenen bij de Vlaamse Regering.

Een hoger beroep als bedoeld in het eerste lid, wordt ingesteld door middel van een aangetekende brief, gericht aan de minister.

De aangetekende brief, bedoeld in het vorige lid, vermeldt de grieven en nadere argumenten van de waarborghouder.

§ 3. Het hoger beroep tegen een beslissing als bedoeld in artikel 23, § 1, tweede lid, schorst de tenuitvoerlegging van de gedeeltelijke voorlopige betaalbaarstelling waartoe is beslist, niet op.

§ 4. Na de ontvangst van een aangetekende brief, als bedoeld in § 2, tweede lid, verzoekt de minister, namens de Vlaamse Regering, onverwijld aan Waarborgbeheer NV haar opmerkingen aangaande de grieven en argumenten van de waarborghouder mee te delen.

Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt aan Waarborgbeheer NV bezorgd door middel van een aangetekende brief.

Waarborgbeheer NV beschikt over een termijn van zes weken, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aangetekende brief van de minister, bedoeld in het tweede lid, om de gevraagde opmerkingen aan de minister mee te delen.

§ 5. De Vlaamse Regering heeft, te rekenen vanaf de datum vermeld op de poststempel van de aangetekende brief, bedoeld in § 2, tweede lid, vier maanden de tijd om uitspraak te doen over het hoger beroep.

Bij ontstentenis van een uitspraak binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt het hoger beroep geacht te zijn ingewilligd en wordt er tot de gehele voorlopige betaling van de afroep overgegaan.

§ 6. De minister deelt de uitspraak van de Vlaamse Regering over het hoger beroep in een aangetekende brief mee aan de waarborghouder en aan Waarborgbeheer NV.

§ 7. Ingeval het hoger beroep wordt ingewilligd, beschikt het Vlaamse Gewest, te rekenen vanaf de datum van de uitspraak of, in het geval, bedoeld in § 5, tweede lid, vanaf het verstrijken van de termijn om een uitspraak te doen, over een termijn van tien werkdagen om het bedrag van de afroep, dan wel het nog verschuldigd saldo daarvan, ten provisionele titel, aan de waarborghouder uit te betalen.

Afdeling VI. Betaling van recuperaties en kosten na datum van de betaling ten provisionele titel

Artikel 26. (10/06/2005- ...)

§ 1. De betalingen ten provisionele titel, bedoeld in artikel 23 en in artikel 25, § 7, geschieden onder voorbehoud van een eventuele herroeping die Waarborgbeheer NV kan verrichten met toepassing van het bepaalde in § 5, eerste lid.

§ 2. Een betaling als bedoeld in § 1 laat de verplichting van de waarborghouder onverlet om, mede in het belang van het Vlaamse Gewest en teneinde aan de verbintenissen tot terugbetaling aan het Vlaamse Gewest te kunnen voldoen, het nodige te doen teneinde de betaling van de vordering op de KMO te verkrijgen.

§ 3. De waarborghouder moet de betalingen van de verbintenissen die voortvloeien uit de financieringsovereenkomst of andere verrichting in kwestie die hij nog na de datum van de afroep, bedoeld in artikel 20, § 1, uit handen van de KMO of van een derde persoon, het Vlaamse Gewest uitgezonderd, ontvangt, meedelen aan Waarborgbeheer NV.

De mededeling, bedoeld in het eerste lid, omvat tevens de kosten van inning, bedoeld in artikel 19, 3°.

De betalingen, bedoeld in het eerste lid, betreffen zowel de betalingen waartoe de KMO, of de derde, op vrijwillige basis overgaat, als die welke in rechte worden afgedwongen.

De wijze waarop de mededeling gebeurt en de periodiciteit ervan worden vastgelegd in de raamovereenkomst.

§ 4. De waarborghouder is er, volgens nadere voorwaarden die vastgelegd worden in de raamovereenkomst, toe gebonden om aan het Vlaamse Gewest een evenredig deel van het bedrag van de betalingen die hij van de KMO of een derde persoon ontvangen heeft, door te storten.

Het Vlaamse Gewest is er, volgens nadere voorwaarden die vastgelegd worden in de raamovereenkomst, toe gebonden om aan de waarborghouder een evenredig deel van het bedrag van de kosten van inning, bedoeld in artikel 19, 3°, door te storten.

Het evenredig deel van het bedrag van de door de waarborghouder ontvangen betalingen en gemaakte kosten van inning, bedoeld in het eerste en tweede lid, is gelijk aan het percentage, bedoeld in artikel 11, § 1, 3°, van die bedragen.

§ 5. Waarborgbeheer NV beschikt over een termijn van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van de betaling ten provisionele titel, bedoeld in § 1, om eventueel de provisionele betaling geheel of gedeeltelijk te herroepen omdat een voorwaarde van het Waarborgdecreet of de uitvoeringsmaatregelen ervan niet vervuld is.

In voorkomend geval is de waarborghouder ertoe gebonden om, volgens de voorwaarden die de minister bepaalt, de ontvangen provisionele betaling geheel of gedeeltelijk terug te betalen aan het Vlaamse Gewest.

§ 6. Waarborgbeheer NV kan er, eventueel op verzoek van de waarborghouder, in de gevallen dat zij er redelijkerwijze kan van uitgaan dat er, hetzij op vrijwillige basis, hetzij op gerechtelijk afgedwongen basis, uit handen van de KMO, geen verdere betalingen als bedoeld in § 2, te verwachten zijn, toe beslissen om een dossier voortijdig af te sluiten.

Waarborgbeheer NV deelt haar eventuele beslissing tot voortijdige afsluiting van een dossier binnen tien werkdagen nadat die beslissing is genomen, mee aan de waarborghouder.

Vanaf het tijdstip van een voortijdige afsluiting van een dossier zijn de waarborghouder en het Vlaamse Gewest niet langer onderworpen aan de verplichtingen, bedoeld in § 4.

§ 7. De minister kan nadere regels aangaande de bepalingen van dit artikel uitwerken.

Afdeling VII. Onderzoekstaken van Waarborgbeheer NV

Artikel 27. (10/06/2005- ...)

De minister kan nader bepalen op welke wijze Waarborgbeheer NV onderzoekt of een afroep van een waarborg voldoet aan de voorwaarden, bepaald in het Waarborgdecreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan.

HOOFDSTUK VI. Algemene onderzoeksbevoegdheid van Waarborgbeheer NV

Artikel 28. (06/05/2009- ...)

§ 1. Om na te gaan of de informatie, vermeld in artikel 11, zoals die wordt ingevuld op het formulier, vermeld in artikel 9, correct is, alsmede om na te gaan of een financieringsovereenkomst of een andere verrichting voldoet aan de voorwaarden, vermeld in § 3 en in artikel 7 en 8, is de waarborghouder ertoe gehouden om, op verzoek van Waarborgbeheer NV, de boeken open te leggen voor onderdelen die betrekking hebben op de K.M.O. waarvoor binnen Waarborgbeheer NV een dossier is geopend.

§ 2. Voor de doelstellingen, bedoeld in § 1, kan Waarborgbeheer NV te allen tijde inzage nemen in de krediet- of andere overeenkomsten die de waarborghouder heeft gesloten met de KMO waarvan verbintenissen onder de toepassing van een waarborg van de waarborghouder werden gebracht.

Voor de doelstellingen, bedoeld in § 1, kan Waarborgbeheer NV kopieën maken en bijhouden van alle stukken en documenten die zich bevinden in het kredietdossier of in een ander dossier dat de waarborghouder aangaande de krediet- of andere overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, heeft aangelegd.

§ 3. De waarborghouder waakt erover dat de financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen ten gunste van de KMO gewag maken van het bepaalde in dit artikel, wat een voorwaarde is om ze onder toepassing van de waarborg te kunnen brengen.

§ 4. In de raamovereenkomst wordt vastgelegd op welke wijze Waarborgbeheer NV kan nagaan of de mededelingen, bedoeld in artikel 26, § 3, op correcte wijze gebeurd zijn.

HOOFDSTUK VII. Algemene bepalingen aangaande de raamovereenkomsten

Artikel 29. (06/05/2009- ...)

§ 1. Een instelling als bedoeld in artikel 4 van het Waarborgdecreet kan slechts waarborghouder worden na de sluiting van een raamovereenkomst.

In de in het eerste lid bedoelde raamovereenkomst wordt nader uitgewerkt op welke wijze de waarborghouder en Waarborgbeheer NV uitvoering geven aan de bepalingen van het Waarborgdecreet en de uitvoeringsmaatregelen ervan.

De in het eerste lid bedoelde raamovereenkomst regelt in elk geval de volgende punten :
1° de wijze waarop en de vorm waarin de waarborghouder rapporteert over het gebruik van de toegekende waarborgen;
2° de wijze en het tijdstip waarop de waarborghouder het aan de K.M.O. uitgereikt hinderattest moet bezorgen aan Waarborgbeheer NV;
3° de wijze waarop de waarborghouder kan aantonen dat de K.M.O. voor de aanvang van de openbare werken geen achterstallen had, zoals door de minister nader bepaald, inzake betalingen op grond van financieringsovereenkomsten of andere verrichtingen die door de waarborghouder werden toegestaan;
4° de wijze waarop de waarborghouder kan aantonen dat de KMO zich niet in de voorwaarden voor faillissement of gerechtelijk akkoord bevond één jaar voor datum van het indienen van een aanvraag voor het bekomen van een waarborg;
5° de inhoudelijke en vormelijke afspraken over de informatievoorziening door Waarborgbeheer NV aan de waarborghouder en de dienstverlening die de waarborghouder van Waarborgbeheer NV mag verwachten, inzonderheid, zij het niet beperkt tot, een omschrijving van de helpdeskfunctie en de bereikbaarheid van Waarborgbeheer NV;
6° procedures inzake het afsluiten van financieringsovereenkomsten en andere verbintenissen waarvan het de bedoeling is deze onder de waarborg te brengen;
7° ...
8° de inhoudelijke en vormelijke procedures die gelden inzake de neerlegging van een formulier als bedoeld in artikel 9 tot en met 11;
9° de door de waarborghouder te hanteren procedures inzake het beheer van de aangemelde dossiers vóór opzegging;
10° de door de waarborghouder te hanteren procedures inzake de opzegging en opeisbaarstelling van een onder de waarborg gebrachte verbintenis;
11° procedures inzake de afroep van de waarborg, alsmede inzake het berekenen van en het aanvragen van de provisie;
12° procedures inzake het behandelen van de provisieaanvraag en de uitbetaling daarvan;
13° regels inzake de uitwinning van waarborgen en inzake het toerekenen van recuperaties en kosten na opzegging;
14° procedures inzake het aanvragen van de afsluiting van een dossier en inzake de afsluiting van een dossier;
15° regels inzake de beschikbaarheid en de toegankelijkheid van dossiers en relevante gegevens teneinde Waarborgbeheer NV toe te laten relevante gegevens te verifiëren en de naleving te toetsen aan de bepalingen van het Waarborgdecreet, de uitvoeringsbesluiten en de raamovereenkomst zelf;
16° regels inzake het melden, door de waarborghouder, van afwijkingen op de bepalingen van het Waarborgdecreet, de uitvoeringsmaatregelen en het raamakkoord waarvoor een meldingsplicht geldt;
17° regels inzake het vooraf aanvragen van de goedkeuring voor voorgenomen afwijkingen aan de bevoegde instantie;
18° regels inzake een eventuele herziening of wijziging van de raamovereenkomst.

HOOFDSTUK VIII. Diverse bepalingen

Artikel 30. (10/06/2005- ...)

De minister bepaalt de inhoud, de nadere voorwaarden en de periodiciteit van de informatieverstrekking, bedoeld artikel 13, § 2, van het Waarborgdecreet.

HOOFDSTUK IX. Slotbepalingen

Artikel 31. (10/06/2005- ...)

Dit besluit wordt aangehaald als het Derde Waarborgbesluit.

Artikel 32. (10/06/2005- ...)

Dit besluit treedt in werking op de dag van bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 33. (10/06/2005- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Economisch Beleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.