Gecodificeerd Decreet betreffende het secundair onderwijs [citeeropschrift: "Codex Secundair Onderwijs"]

Datum 17/12/2010

Algemene info

Datum staatsblad 24/06/2011
Pagina staatsblad 37030

Externe linken

Inhoudstafel

  1. DEEL I. INLEIDENDE BEPALINGEN
  2. DEEL II. BEGRIPPEN
  3. DEEL III. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN BETREFFENDE HET SECUNDAIR ONDERWIJS
    1. TITEL 1. BEPALINGEN BETREFFENDE DE SCHOLEN
      1. HOOFDSTUK 1. Algemeen
      2. HOOFDSTUK 2. Erkenningsvoorwaarden
      3. HOOFDSTUK 3. Financiering en subsidiëring
        1. Afdeling 1. Voorwaarden
        2. Afdeling 2. Financiering en subsidiering van de personeelsleden
          1. Onderafdeling 1. Salariëring
          2. [Onderafdeling 2. Onderwijzend personeel - herverdeling en overdracht van uren (verv. decr. 6 juli 2018, art. 27, I: 1 oktober 2018)]
          3. ...
          4. [Onderafdeling 2/2 Flexibilisering van de vervangingen (verv. decr. 14 juli 2023, art. 70, I: 1 september 2023)]
          5. [Onderafdeling 2/3 Aanvangsbegeleiding (ing. decr. 15 maart 2019, art. 38, I: 1 september 2019)]
          6. [Onderafdeling 2/4. Aanvullende uren-leraar en lesuren voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel (ing. decr. 25 februari 2022, art. 24, I: 1 september 2021)]
          7. [Onderafdeling 2/5. Aanvullende uren-leraar en lesuren samen school maken (ing. decr. 25 februari 2022, art. 27, I: 1 september 2021)]
          8. Onderafdeling 2/6. Flexi-jobs
          9. Onderafdeling 3. Globale puntenenveloppe
          10. Onderafdeling 4. Puntenenveloppe Raad van het Gemeenschapsonderwijs
          11. Onderafdeling 5. Bedrijfsstages
          12. [Onderafdeling 6. Extra financiering en subsidiëring in het kader van de maatregelen VV15 Digisprong en VV17 Van kwetsbaar naar weerbaar, van het Vlaams relanceplan voor schooljaren 2021-2022 en 2022- 2023 (ing. decr. 9 juli 2021, art. 36, I: 1 september 2021)]
        3. Afdeling 3. Financiering en subsidiëring van de werking
          1. Onderafdeling 1. Algemeen
          2. [Onderafdeling 2. Naadloze flexibele trajecten onderwijs-welzijn (verv. decr. 3 juli 2015, art. 16, I: 1 september 2015)]
          3. Onderafdeling 3. Brussels ondersteuningscentrum secundair onderwijs
          4. Onderafdeling 4. Bijzondere maatregelen voor technisch of beroepsgerichte opleidingen
          5. [Onderafdeling 5. Extra financiering en subsidiëring in het kader van de maatregelen VV15 Digisprong en VV17 Van kwetsbaar naar weerbaar van het Vlaams relanceplan voor schooljaren 2021-2022 en 2022- 2023 (ing. decr. 9 juli 2021, art. 37, I: 1 september 2021)]
          6. Onderafdeling 6. Extra werkingsbudget voor een offensief Nederlands voor leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen
          7. Onderafdeling 7. Bijzondere maatregelen in het kader van de capaciteitsproblematiek
      4. HOOFDSTUK 4. Scholengemeenschappen
        1. Afdeling 1. Algemeen
        2. Afdeling 2. Vorming van een scholengemeenschap
        3. Afdeling 3. Bevoegdheden van een scholengemeenschap
        4. Afdeling 4. Diverse voordelen voor scholengemeenschappen
      5. HOOFDSTUK 5. Organen
        1. [... (opgeh. decr. 21 maart 2014, art. III.4, I: 1 april 2014)]
        2. [Afdeling 1. (verv. decr. 21 maart 2014, art. III.4, I: 1 april 2014)] Representatieve vakorganisaties
        3. [Afdeling 2. (verv. decr. 21 maart 2014, art. III.4, I: 1 april 2014)] Overlegorganen inzake fundamentele onderwijshervormingen
        4. [Afdeling 3. (verv. decr. 21 maart 2014, art. III.4, I: 1 april 2014)] Lokaal comité op het niveau van de scholengemeenschap
          1. Onderafdeling 1. Scholengemeenschap gesubsidieerd officieel onderwijs
          2. Onderafdeling 2. Netoverschrijdende scholengemeenschappen
          3. Onderafdeling 3. Inzagerecht lokaal comité
      6. HOOFDSTUK 6. Levensbeschouwelijk onderricht
      7. HOOFDSTUK 6/1. Bijzondere bepalingen over het officieel onderwijs
      8. HOOFDSTUK 7. Sancties
    2. TITEL 2. BEPALINGEN BETREFFENDE LEERLINGEN
      1. HOOFDSTUK 1. Vrije keuze
      2. [HOOFDSTUK 1/1. Recht op inschrijving (ing. decr. 25 november 2011, art. V.3, I: 1 september 2012)]
        1. [Afdeling 1. Beginselen (ing. decr. 25 november 2011, art. V.4, I: 1 september 2012)]
        2. [Afdeling 2. Voorrangsregelingen (ing. decr. 25 november 2011, art. V.6., I: 1 september 2012)]
        3. [Afdeling 3. Weigeren (ing. decr. 25 november 2011, art. V.13., I: 1 september 2012)]
        4. [Afdeling 4. Procedure (ing. decr. 25 november 2011, art. V. 18, I: 1 september 2012)]
      3. [HOOFDSTUK 1/2. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. III.2, I: 1 september 2019)]
        1. [Afdeling 1. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. III.2, I: 1 september 2019)]
        2. [Afdeling 2. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. III.2, I: 1 september 2019)]
        3. [Afdeling 3. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. III.2, I: 1 september 2019)]
        4. [Afdeling 4. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. III.2, I: 1 september 2019)]
      4. [HOOFDSTUK 1/3. Huisonderwijs (ing. decr.19 juli 2013, art. III.17, I: 1 september 2013)]
      5. HOOFDSTUK 2. School- en centrumreglement
      6. HOOFDSTUK 3. [Toelatingsvoorwaarden, evaluatie en studiebekrachtiging (verv. decr. 4 april 2014, art. V.6, I: 1 september 2014)]
      7. [HOOFDSTUK 3/1. De Vlaamse toetsen (ing. decr. 28 april 2023, art. 11, I: 1 april 2023)]
      8. HOOFDSTUK 4. [Specifieke maatregelen voor bepaalde doelgroepen (verv. decr. 17 juni 2016, art. III.15, I: 1 september 2016)]
      9. [HOOFDSTUK 4/1. Interactief afstandsonderwijs (ing. decr. 24 maart 2023, art. 5, I: 17 april 2023)]
      10. HOOFDSTUK 5. [Leerplicht (verv. decr. 25 april 2014, art. III.27, I: 1 september 2014)]
      11. [HOOFDSTUK 6. Toegang tot en verwerking van persoonsgegevens (ing. decr. 4 april 2014, art. V.11, I: 1 september 2014)]
      12. [HOOFDSTUK 7. Maatregelen bij schending van leefregels (ing. decr. 4 april 2014, art. V.14, I: 1 september 2014)]
      13. [HOOFDSTUK 8. Beroepsmogelijkheden (ing. decr. 4 april 2014, art. V.19, I: 1 september 2014)]
        1. [Afdeling 1. Beroep tegen beslissing tot definitieve uitsluiting uit een school, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een vestigingsplaats van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen (ing. decr. 4 april 2014, art. V.20, I: 1 september 2014)]
        2. [Afdeling 2. Beroep tegen beslissing tot uitsluiting uit de leertijd (ing. decr. 4 april 2014, art. V.23, I: 1 september 2014)]
        3. [Afdeling 3. Beroep tegen een evaluatiebeslissing (ing. decr. 4 april 2014, art. V.25, I: 1 september 2014)]
        4. [Afdeling 4. Beroep tegen andere beslissingen (ing. decr. 4 april 2014, art. V. 30, I: 1 september 2014)]
      14. [HOOFDSTUK 9. Leerlingenstages (ing. decr. 19 juni 2015, art. III.6, I: 1 september 2015)]
      15. [HOOFDSTUK 10. Leerlingenbegeleiding (ing. decr. 27 april 2018, art. 114, I: 1 september 2018)]
      16. HOOFDSTUK 11. Principieel verbod op afzondering en fixatie
  4. DEEL IV. SPECIFIEKE BEPALINGEN BETREFFENDE HET VOLTIJDS GEWOON SECUNDAIR ONDERWIJS
    1. TITEL 1. BEPALINGEN BETREFFENDE DE SCHOLEN
      1. [HOOFDSTUK 1. Structuur en organisatie van het secundair onderwijs (verv. decr. 14 juli 2023, art. 15, I: 1 september 2023)]
        1. [Afdeling 1. Structuur en organisatie op macroniveau - transitieperiode (verv. decr. 20 april 2018, art. 6, I: 1 september 2019)]
        2. [Afdeling 1/1. Structuur en organisatie op macroniveau (ing. decr. 20 april 2018, art. 8, I: 1 september 2019)]
        3. Afdeling 2. Structuur en organisatie op schoolniveau
        4. [Afdeling 3. Doelen, curriculumdossiers en leerplannen (verv. decr. 26 januari 2018, art. 6, I: 19 maart 2018)]
          1. [Onderafdeling 1. Algemene bepaling (ing. decr. 26 januari 2018, art. 6, I: 19 maart 2018)]
          2. [Onderafdeling 2. Doelen (ing. decr. 26 januari 2018, art. 6, I: 19 maart 2018)]
          3. [Onderafdeling 3. Curriculumdossiers (ing. decr. 26 januari 2018, art. 6, I: 19 maart 2018)]
          4. [Onderafdeling 4. Leerplannen (ing. decr. 26 januari 2018, art. 6, I: 19 maart 2018)]
        5. [Afdeling 4. Lessenrooster - transitieperiode (verv. decr. 20 april 2018, art. 19, I: 1 september 2019)]
        6. [Afdeling 4/1. Lessenrooster (ing. decr. 20 april 2019, art. 22, I: 1 september 2019)]
        7. [Afdeling 4/2. CLIL (Content and Language Integrated Learning) (ing. decr. 20 april 2016, art. 30, I: 1 september 2019)]
        8. Afdeling 5. Experimenteel modulair onderwijs
        9. ...
      2. [HOOFDSTUK 1/1. Structuur en organisatie van het hoger beroepsonderwijs in scholen voor voltijds secundair onderwijs (ing. decr. 14 juli 2023, art. 16, I: 1 september 2023)]
      3. HOOFDSTUK 2. Teldata
      4. HOOFDSTUK 3. Programmatie
        1. Afdeling 1. Toepassingsgebied
        2. Afdeling 2. Programmatie van scholen [... (geschr. decr. 19 juli 2013, art. III.3, I: 1 januari 2014)]
        3. Afdeling 3. Programmatie van structuuronderdelen [... (geschr. decr. 19 juli 2013, art. III.38, I: 1 september 2014)]
        4. Afdeling 4. Programmatie van scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren
        5. Afdeling 5. Programmatie van structuuronderdelen door scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren
      5. HOOFDSTUK 4. Rationalisatie en fusie
        1. Afdeling 1. Rationalisatienormen
        2. Afdeling 2. Fusie van scholen
      6. HOOFDSTUK 5. [... (geschr. decr. 19 juli 2013, art. III.49, I: 1 januari 2014)] Overheveling
        1. Afdeling 1. Toepassingsgebied
        2. Afdeling 2. Omvorming
        3. Afdeling 3. Overheveling
      7. HOOFDSTUK 6. Financiering en subsidiëring
        1. Afdeling 1. Financiering en subsidiëring van de personeelsleden
          1. Onderafdeling 1. Directeur
          2. Onderafdeling 2. Onderwijzend personeel
          3. [Onderafdeling 3. Scholen met studierichting Binnenvaart en Beperkte Kustvaart (verv. decr. 20 april 2018, art. 45, I: 1 september 2019)]
          4. Onderafdeling 4. Topsportscholen
          5. Onderafdeling 5 : Onthaalonderwijs
          6. Onderafdeling 6 : Kunstsecundaire scholen
          7. Onderafdeling 7 : Geïntegreerd ondersteuningsaanbod, gelijke onderwijskansen, eerste graad
          8. Onderafdeling 8 : Geïntegreerd ondersteuningsaanbod, gelijke onderwijskansen, tweede en derde graad
        2. Afdeling 2 : Financiering en subsidiëring van de werking
          1. Onderafdeling 1 : Leerlingen- en schoolkenmerken
          2. Onderafdeling 2 : Vaststelling van het totale werkingsbudget en van de voorafnamen
          3. Onderafdeling 3 : Verdeling van het krediet voor schoolkenmerken en leerlingenkenmerken
          4. Onderafdeling 4 : Berekening van het werkingsbudget per school
          5. Onderafdeling 5 : Evaluatie
          6. [Onderafdeling 6. Personeel ten laste van het werkingsbudget (ing. decr. 21 december 2012, art. III.24)]
    2. TITEL 2. BEPALINGEN BETREFFENDE LEERLINGEN
      1. HOOFDSTUK 1. Regelmatige versus vrije leerling
      2. [HOOFDSTUK 1/1. Inschrijvingsrecht voor scholen gelegen in het Nederlandse taalgebied (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.3, I: 1 september 2022)]
        1. [Afdeling 1. Inwerkingtreding (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.4, I: 1 september 2022)]
        2. [Afdeling 2. Recht op inschrijving (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.6, I: 1 september 2022)]
        3. [Afdeling 3. Organisatie van de inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.12, I: 1 september 2022)]
          1. [Onderafdeling 1. Inschrijvingen voor het eerste leerjaar van de eerste graad: gemeenschappelijke bepalingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.13, I: 1 september 2022)]
          2. [Onderafdeling 2. Inschrijvingen voor het eerste leerjaar van de eerste graad zonder aanmeldingsprocedure (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.16, I: 1 september 2022)]
          3. [Onderafdeling 3. Inschrijvingen voor het eerste leerjaar van de eerste graad met aanmeldingsprocedure (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.19, I: 1 september 2022)]
          4. [Onderafdeling 4. Inschrijvingen voor andere leerjaren dan het eerste leerjaar van de eerste graad (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.30, I: 1 september 2022)]
        4. [Afdeling 4. Weigeren van inschrijving (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.35, I: 1 september 2022)]
        5. [Afdeling 5. Bemiddelings- en klachtenprocedure (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.38, I: 1 september 2022)]
      3. [HOOFDSTUK 1/2. Inschrijvingsrecht voor scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad (ing. decr. 17 mei 2019, art. VI.1, I: 1 september 2022)]
        1. [Afdeling 1. Inwerkingtreding (ing. decr. 17 mei 2019, art. VI.2, I: 1 september 2022)]
        2. [Afdeling 2. Recht op inschrijving (ing. decr. 17 mei 2019, art. VI.4, I: 1 september 2022)]
        3. [Afdeling 3. Organisatie van de inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. VI.10, I: 1 september 2022)]
          1. [Onderafdeling 1. Inschrijvingen voor het eerste leerjaar van de eerste graad: gemeenschappelijke bepalingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. VI.11, I: 1 september 2022)]
          2. [Onderafdeling 2. Inschrijvingen voor andere leerjaren dan het eerste leerjaar van de eerste graad (ing. decr. 17 mei 2019, art. VI.26, I: 1 september 2022)]
        4. [Afdeling 4. Weigeren van inschrijving (ing. decr. 17 mei 2019, art. VI.31, I: 1 september 2022)]
        5. [Afdeling 5. Bemiddelings- en klachtenprocedure (ing. decr. 17 mei 2019, art. VI.34, I: 1 september 2021)]
      4. [HOOFDSTUK 1/3. Specifieke bepalingen over cursisten van het hoger beroepsonderwijs in scholen voor voltijds secundair onderwijs (ing. decr. 14 juli 2023, art. 23, I: 1 september 2023)]
      5. [HOOFDSTUK 2. Diploma van secundair onderwijs (verv. decr. 4 april 2014, art. V.32, I: 1 september 2014)]
      6. [HOOFDSTUK 3. Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het secundair onderwijs (ing. Decr. 29 juni 2012, art. III.4, I: 1 oktober 2012)]
      7. [HOOFDSTUK 4. Screening niveau onderwijstaal (ing. decr. 19 juli 2013, art. III.57, I: 1 september 2014)]
  5. DEEL V. SPECIFIEKE BEPALINGEN BETREFFENDE HET BUITENGEWOON SECUNDAIR ONDERWIJS
    1. [TITEL 1. BEGRIPPEN (verv. decr. 21 maart 2014, art. III.18, I: 1 september 2014)]
    2. TITEL 2. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN BETREFFENDE DE OPLEIDINGSVORMEN 1, 2, 3 EN 4
      1. HOOFDSTUK 1. Bepalingen betreffende scholen van de opleidingsvormen 1, 2, 3 en 4
        1. Afdeling 1. Structuur en organisatie
        2. [Afdeling 2. Doelen (verv. decr. 26 januari 2018, art. 7, I: 19 maart 2018)][... (opgeh. decr. 5 mei 2023, art. 169, I: 1 september 2023)]
          1. [Onderafdeling 1. Doelen van opleidingsvormen 1, 2 en 3 (ing. decr. 26 januari 2018, art. 7, I: 19 maart 2018)]
          2. [Onderafdeling 2. Doelen van opleidingsvorm 4 (ing. decr. 26 januari 2018, art. 7, I: 19 maart 2018)]
          3. [Onderafdeling 3. ... (opgeh. decr. 5 mei 2023, art. 171, I: 1 september 2023)]
        3. Afdeling 3. Programmatie en rationalisatie
          1. Onderafdeling 1. Begrippen en inleidende bepalingen
          2. Onderafdeling 2. Fusie
          3. Onderafdeling 3. Rationalisatie
          4. Onderafdeling 4. Programmatie
      2. HOOFDSTUK 2. Bepalingen betreffende leerlingen van de opleidingsvormen 1, 2, 3 en 4
        1. Afdeling 1. Toelatingsvoorwaarden
          1. Onderafdeling 1. Leeftijd
          2. [Onderafdeling 2. [IAC-verslag en OV4-verslag (verv. decr. 5 mei 2023, art. 174, I: 1 september 2023)] [en attest (verv. decr. 21 maart 2014, art. III.46, I: 1 januari 2015)]
          3. Onderafdeling 3. Type 5
        2. [Afdeling 2. Recht op inschrijving (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.44, I: 1 september 2020)]
          1. [Onderafdeling 1. Inwerkingtreding (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.45, I: 1 september 2020)]
          2. [Onderafdeling 2. Beginselen (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.47, I: 1 september 2020)]
          3. [Onderafdeling 3. Organisatie van de inschrijvingen (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.51, I: 1 september 2020)]
          4. [Onderafdeling 4. Weigeren (ing. decr. 17 mei 2019, art. III.58, I: 1 september 2020)]
      3. HOOFDSTUK 3. [Financiering, subsidiëring en waarborgregeling (verv. decr. 15 juli 2016, art. 5, I: 1 september 2015)]
        1. Afdeling 1. Financiering en subsidiëring van de personeelsleden
          1. Onderafdeling 1. Directeur
          2. Onderafdeling 2. Onderwijzend personeel
          3. Onderafdeling 3. Paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel
          4. ...
          5. [Onderafdeling 3/2. Waarborgregeling bij daling van het leerlingenaantal in het buitengewoon onderwijs (ing. decr. 21 maart 2014, art. III.56, I: 1 januari 2015)]
          6. [Onderafdeling 3/3. ... (opgeh. decr. 6 juni 2018, art. 48, I: 1 september 2018)]
          7. [Onderafdeling 3/4. .. (opgeh. decr. 5 mei 2023, art. 178, I: 1 september 2023)]
          8. Onderafdeling 4. Plage uren
          9. Onderafdeling 5. Geïntegreerd ondersteuningsaanbod, gelijke onderwijskansen
        2. Afdeling 2. Financiering en subsidiëring van de werking
          1. Onderafdeling 1. Schoolkenmerken
          2. Onderafdeling 2. Vaststelling van het totale werkingsbudget en de voorafnamen
          3. Onderafdeling 3. Verdeling van het werkingsbudget voor schoolkenmerken
          4. Onderafdeling 4. Berekening van het werkingsbudget per school
          5. Onderafdeling 5. [Berekening van de werkingsmiddelen voor scholen buitengewoon onderwijs actief in het kader van het ondersteuningsmodel (verv. decr. 5 april 2019, art. 95, I: 1 januari 2018)]
          6. Onderafdeling 6. Evaluatie
          7. [Onderafdeling 7. Personeel ten laste van het werkingsbudget (ing. decr. 21 december 2012, art. III.29)]
    3. TITEL 3. SPECIFIEKE BEPALINGEN BETREFFENDE DE OPLEIDINGSVORMEN 1, 2 EN 3
      1. HOOFDSTUK 1. Bepalingen betreffende de scholen van de opleidingsvormen 1, 2 en 3
        1. Afdeling 1. Structuur en organisatie
      2. [HOOFDSTUK 1/1. Bepalingen betreffende de scholen van opleidingsvorm 1 (ing. decr. 21 maart 2014, art. III.61, I: 1 september 2014)]
        1. [Afdeling 1. Structuur en organisatie (ing. decr. 21 maart 2014, art. III.62, I: 1 september 2014)]
      3. [HOOFDSTUK 1/2. Bepalingen betreffende de scholen van opleidingsvorm 2 (ing. decr. 21 maart 2014, art. III.64, I: 1 september 2014)]
        1. [Afdeling 1. Structuur en organisatie (ing. decr. 21 maart 2014, art. III.65, I: 1 september 2014)]
      4. HOOFDSTUK 2. Bepalingen betreffende de scholen van de opleidingsvorm 3
        1. Afdeling 1. Structuur en organisatie
        2. Afdeling 2. Experimenteel modulair onderwijs
    4. TITEL 4. SPECIFIEKE BEPALINGEN BETREFFENDE DE OPLEIDINGSVORM 4
      1. HOOFDSTUK 1. Bepalingen betreffende de scholen van de opleidingsvorm 4, met uitzondering van de ziekenhuisscholen
        1. Afdeling 1. Structuur en organisatie
      2. [HOOFDSTUK 2. Bepalingen betreffende de scholen van opleidingsvorm 4, in de ziekenhuisscholen (ing. decr. 21 maart 2014, art. III.70, I: 1 september 2014)]
    5. [TITEL 5. SPECIFIEKE BEPALINGEN OVER DE ONDERSTEUNING VOOR HET GEWOON ONDERWIJS VANUIT HET BUITENGEWOON ONDERWIJS EN DE SPECIALE ONDERWIJSLEERMIDDELEN (verv. decr. 6 juli 2018, art. 52, I: 1 september 2018)]
      1. [HOOFDSTUK 1. De ondersteuning voor het gewoon onderwijs vanuit het buitengewoon onderwijs (verv. decr. 6 juni 2018, art. 53, I: 1 september 2018)]
      2. [HOOFDSTUK 2. De speciale onderwijsleermiddelen (verv. decr. 16 juni 2017, art. III.21, I: 1 september 2017)]
  6. [DEEL V/1. SPECIFIEKE BEPALINGEN OVER DUALE STRUCTUURONDERDELEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS (ing. decr. 30 maart 2018, art. 9, I: 1 september 2019)]
    1. [TITEL 1. INLEIDENDE BEPALINGEN (ing. decr. 30 maart 2018, art. 10, I: 1 september 2019)]
    2. [TITEL 2. OPZET (ing. decr. 30 maart 2018, art. 13, I: 1 september 2019)]
    3. [TITEL 3. STRUCTUUR EN ORGANISATIE (ing. decr. 30 maart 2018, art. 16, I: 1 september 2019)]
    4. [TITEL 4. PROGRAMMATIE (ing. decr. 30 maart 2018, art. 20, I: 1 september 2019)]
    5. [TITEL 5. LEERLINGEN (ing. decr. 30 maart 2018, art. 22, I: 1 september 2019)]
    6. [TITEL 6. ARBEIDSDEELNAME (ing. decr. 30 maart 2018, art. 34, I: 1 september 2019)]
    7. [TITEL 7. FINANCIERING OF SUBSIDIËRING VAN DE AANBIEDERS (ing. decr. 30 maart 2018, art. 40, I: 1 september 2019)]
    8. [TITEL 8. SUBSIDIËRING VAN DE ORGANISATOREN (ing. decr. 30 maart 2018, art. 45, I: 1 september 2019)]
    9. [TITEL 9. KWALITEITSTOEZICHT (ing. decr. 30 maart 2018, art. 47, I: 1 september 2019)]
    10. [TITEL 10. MONITORING (ing. decr. 30 maart 2018, art. 49, I: 1 september 2019)]
    11. [TITEL 11. OVERLEGFORUM (ing. decr. 30 maart 2018, art. 51, I: 1 september 2019)]
  7. [DEEL V/2. SPECIFIEKE BEPALINGEN OVER DE AANLOOPSTRUCTUURONDERDELEN NAAR DUALE STRUCTUURONDERDELEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS (ing. decr. 30 maart 2018, art. 57, I: 1 september 2019)]
    1. [TITEL 1. INLEIDENDE BEPALING (ing. decr. 30 maart 2018, art. 58, I: 1 september 2019)]
    2. [TITEL 2. OPZET (ing. decr. 30 maart 2018, art. 61, I: 1 september 2019)]
    3. [TITEL 3. STRUCTUUR EN ORGANISATIE (ing. decr. 30 maart 2018, art. 64, I: 1 september 2019)]
    4. [TITEL 4. ... (opgeh. decr. 7 juli 2023, art. 117, I: 1 september 2023)]
    5. [TITEL 5. LEERLINGEN (ing. decr. 30 maart 2018, art. 70, I: 1 september 2019)]
    6. [TITEL 6. FINANCIERING OF SUBSIDIËRING VAN DE AANBIEDERS EN ORGANISATOREN (ing. decr. 30 maart 2018, art. 78, I: 1 september 2019)]
    7. [TITEL 7. KWALITEITSTOEZICHT (ing. decr. 30 maart 2018, art. 81, I: 1 september 2019)]
    8. [TITEL 8. MONITORING (ing. decr. 30 maart 2018, art. 83, I: 1 september 2019)]
  8. [DEEL V/3. SPECIFIEKE BEPALINGEN OVER DUALE STRUCTUURONDERDELEN IN HET BUITENGEWOON SECUNDAIR ONDERWIJS VAN OPLEIDINGSVORM 3 EN 4 (ing. decr. 30 november 2018, art. 6, I: 1 september 2019)]
    1. [TITEL 1. INLEIDENDE BEPALINGEN (ing. decr. 30 november 2018, art. 7, I: 1 september 2019)]
    2. [TITEL 2. OPZET (ing. decr. 30 november 2018, art. 10, I: 1 september 2019)]
    3. [TITEL 3. STRUCTUUR EN ORGANISATIE (ing. decr. 30 november 2018, art. 13, I: 1 september 2019)]
    4. [TITEL 4. PROGRAMMATIE EN RATIONALISATIE (ing. decr. 30 november 2018, art. 17, I: 1 september 2019)]
    5. [TITEL 5. LEERLINGEN (ing. decr. 30 november 2018, art. 20, I: 1 september 2019)]
    6. [TITEL 6. ARBEIDSDEELNAME (ing. decr. 30 november 2018, art. 22, I: 1 september 2019)]
    7. [TITEL 7. FINANCIERING OF SUBSIDIËRING VAN DE AANBIEDERS (ing. decr. 30 november 2018, art. 24, I: 1 september 2019)]
    8. [TITEL 8. SUBSIDIËRING VAN DE ORGANISATOREN (ing. decr. 30 november 2018, art. 27, I: 1 september 2019)]
    9. [TITEL 9. KWALITEITSTOEZICHT (ing. decr. 30 november 2018, art. 29, I: 1 september 2019)]
    10. [TITEL 10. MONITORING (ing. decr. 30 november 2018, art. 31, I: 1 september 2019)]
    11. [TITEL 11. OVERLEGFORUM (ing. decr. 30 november 2018, art. 33, I: 1 september 2019)]
  9. DEEL VI. UITWERKINGSDATA
  10. DEEL VII. AANPASSINGEN VAN DE VERWIJZINGEN NAAR ARTIKELEN OPGENOMEN IN DE CODIFICATIE
  11. Bijlage
  12. ADDENDUM BIJ DE CODIFICATIE
    1. ADDENDUM I. OVERZICHT ARTIKELEN NIET OPGENOMEN IN DE CODIFICATIE
    2. ADDENDUM II. CONCORDANTIETABEL VROEGERE ARTIKELEN GERANGSCHIKT VOLGENS DE NIEUWE ARTIKELEN
    3. ADDENDUM III. CONCORDANTIETABEL NIEUWE ARTIKELEN GERANGSCHIKT VOLGENS DE VROEGERE ARTIKELEN
    4. ADDENDUM IV. OVERZICHT WETTELIJKE EN DECRETALE BEPALINGEN OPGENOMEN IN DE CODIFICATIE BETREFFENDE HET SECUNDAIR ONDERWIJS
    5. ADDENDUM V. BEPALINGEN NA DE CODIFICATIE OP TE HEFFEN
    6. ADDENDUM VI. INHOUDSTABEL CODIFICATIE BETREFFENDE HET SECUNDAIR ONDERWIJS

Relaties

Relaties naar documenten

Type Datum Opschrift Datum BS Pagina BS
Bekrachtigd bij 27/05/2011 Decreet aangaande de bekrachtiging van de bepalingen betreffende het secundair onderwijs, gecodificeerd op 17 december 2010 17/06/2011 35972
Gewijzigd bij 17/06/2011 Decreet betreffende de scholengemeenschappen in het basis- en secundair onderwijs 20/07/2011 42934
Gewijzigd bij 01/07/2011 Decreet betreffende het onderwijs XXI 30/08/2011 55447
Gewijzigd bij 08/07/2011 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2011 25/07/2011 43198
Gewijzigd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht 23/02/2012 12461
Gewijzigd bij 01/06/2012 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2012 22/06/2012 35095
Gewijzigd bij 29/06/2012 Decreet betreffende de noodzakelijke bepalingen voor de organisatie van het onderwijs 27/07/2012 45071
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013 31/12/2012 88576
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII 19/02/2013 9448
Gewijzigd bij 05/07/2013 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2013 30/07/2013 47665
Gewijzigd bij 12/07/2013 Decreet betreffende de versterking van het hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen 30/08/2013 60135
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII 27/08/2013 56395
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 28/08/2014 64624
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school 20/08/2014 61050
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV 25/09/2014 76414
Gewijzigd bij 19/12/2014 Decreet houdende wijziging van de Codex Secundair Onderwijs, wat het recht op inschrijving betreft 30/12/2014 106674
Gewijzigd bij 19/12/2014 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015 30/12/2014 106646
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV 21/08/2015 54349
Gewijzigd bij 03/07/2015 Decreet houdende diverse bepalingen onderwijs 28/07/2015 47816
Gewijzigd bij 13/11/2015 Decreet houdende dringende tijdelijke maatregelen in het kader van een stijgend aantal anderstalige kleuters en inzake flexibilisering van de programmatiemogelijkheden onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het secundair onderwijs 23/11/2015 70076
Gewijzigd bij 13/11/2015 Decreet houdende wijziging van artikel 110/5 van de Codex Secundair Onderwijs, wat het recht op inschrijving betreft 23/11/2015 70079
Gewijzigd bij 10/06/2016 Decreet tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen 17/08/2016 52296
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI 10/08/2016 48367
Gewijzigd bij 15/07/2016 Decreet houdende de verschuiving en aanwending van werkingsmiddelen als gevolg van de toepassing van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, en houdende de verlenging van de aanwendingstermijn voor de extra werkingstoelage voor de stijging van het aantal anderstalige kleuters 06/09/2016 59701
Gewijzigd bij 25/11/2016 Decreet houdende wijziging van artikel 110/5 van de Codex Secundair Onderwijs, wat het recht op inschrijving betreft 22/12/2016 88053
Gewijzigd bij 23/12/2016 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2017 29/12/2016 91053
Gewijzigd bij 16/06/2017 Decreet betreffende het onderwijs XXVII 18/08/2017 80412
Gewijzigd bij 24/11/2017 Decreet houdende diverse bepalingen onderwijs 15/01/2018 2013
Gewijzigd bij 22/12/2017 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 29/12/2017 116624
Gewijzigd bij 26/01/2018 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs, wat de onderwijsdoelen betreft (opschrift gewijzigd door de commissie:... tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs, wat onderwijsdoelen betreft, en tot wijziging van de decreten Rechtspositie onderwijspersoneel) 09/03/2018 19538
Gewijzigd bij 23/03/2018 Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0 16/04/2018 33745
Gewijzigd bij 30/03/2018 Decreet betreffende duaal leren en de aanloopfase 23/05/2018 42375
Gewijzigd bij 20/04/2018 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft de modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs 07/06/2018 47928
Gewijzigd bij 27/04/2018 Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding 25/06/2018 51481
Gewijzigd bij 04/05/2018 Decreet betreffende de uitbouw van de graduaatsopleidingen binnen de hogescholen en de versterking van de lerarenopleidingen binnen de hogescholen en universiteiten 16/07/2018 56726
Gewijzigd bij 08/06/2018 Decreet houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) 26/06/2018 51728
Gewijzigd bij 15/06/2018 Decreet betreffende het onderwijs XXVIII 17/08/2018 65081
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 20/08/2018 65386
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2018 30/08/2018 67197
Gewijzigd bij 30/11/2018 Decreet betreffende het duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4 21/12/2018 101698
Gewijzigd bij 21/12/2018 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019 28/12/2018 105552
Gewijzigd bij 21/12/2018 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de termijnen van de aanmeldingsprocedure betreft 11/01/2019 903
Gewijzigd bij 15/03/2019 Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020 08/05/2019 44300
Gewijzigd bij 22/03/2019 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de afstemming op het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid 15/05/2019 46621
Gewijzigd bij 05/04/2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 24/06/2019 65014
Gewijzigd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft 26/07/2019 74048
Gewijzigd bij 22/11/2019 Decreet houdende wijziging van diverse decreten, wat de wijziging van het inschrijvingsrecht betreft 11/12/2019 111241
Gewijzigd bij 13/12/2019 Decreet programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2019 09/01/2020 327
Gewijzigd bij 20/12/2019 Decreet programmadecreet bij de begroting 2020 30/12/2019 119067
Gewijzigd bij 08/05/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis 14/05/2020 34102
Gewijzigd bij 19/06/2020 Decreet tot opheffing van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming Syntra Vlaanderen, tot regeling van de taken en bevoegdheden en tot wijziging van de naam Hermesfonds 08/07/2020 50467
Gewijzigd bij 26/06/2020 Decreet Programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2020 17/07/2020 54226
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 24/08/2020 63533
Gewijzigd bij 18/12/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (V) 24/12/2020 94128
Gewijzigd bij 12/02/2021 Decreet betreffende de onderwijsdoelen voor de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs en diverse andere verwante maatregelen 26/05/2021 53462
Gewijzigd bij 25/06/2021 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VIII) 06/07/2021 68447
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet Programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2021 20/08/2021 90224
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 26/08/2021 91328
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 16/03/2022 21015
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft bijkomende maatregelen voor het inschrijvingsrecht betreffende voorrangs- en ordeningscriteria 05/05/2022 40917
Gewijzigd bij 18/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad 11/05/2022 42196
Gewijzigd bij 25/02/2022 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het onderwijs uit cao XII Leerplicht, cao V Basiseducatie en cao VI Hoger onderwijs vanaf het school- of academiejaar 2021-2022 25/05/2022 44847
Gewijzigd bij 10/06/2022 Decreet tot wijziging van de regelgeving over duaal leren, de aanloopfase en het stelsel van leren en werken 13/07/2022 55678
Gewijzigd bij 24/06/2022 Decreet over de relancemaatregelen in het onderwijs 22/08/2022 63192
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet tot uitvoering van dringende maatregelen om het lerarenambt in het basis- en secundair onderwijs te herwaarderen 09/08/2022 61693
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 23/08/2022 63307
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 23/08/2022 63330
Gewijzigd bij 28/10/2022 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de voorrangsgroepen voor leerlingen met een voortraject in het Nederlandstalig basisonderwijs bij de inschrijvingen in het gewoon secundair onderwijs betreft 13/01/2023 6359
Gewijzigd bij 24/03/2023 Decreet over het hybride onderwijs in het secundair onderwijs 07/04/2023 36794
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, wat betreft het gebruik van persoonsgegevens in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs 18/07/2023 60316
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet over de Vlaamse toetsen in het onderwijs 18/07/2023 60306
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 02/08/2023 65182
Gewijzigd bij 16/06/2023 Decreet over de onderwijsinternaten 14/08/2023 67495
Gewijzigd bij 30/06/2023 Decreet Programmadecreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begrotingsaanpassing 2023 29/08/2023 70628
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 28/08/2023 69846
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, wat de opleiding Basisverpleegkunde betreft 28/08/2023 70098
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt 24/08/2023 69250
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet over de onderwijsdoelen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs 28/08/2023 69889
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 20/12/2023 120112
Gewijzigd bij 22/12/2023 Decreet programmadecreet bij de begroting 2024 29/12/2023 124783
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 28/06/2024 79141
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, wat de opleiding Basisverpleegkunde betreft 05/06/2024 70388
Gewijzigd bij 03/05/2024 Decreet tot vervanging van bijlagen bij het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs en de Codex Secundair Onderwijs en tot wijziging van het decreet van 19 april 2024 over het onderwijs XXXIV 01/07/2024 79516
Gewijzigd bij 17/05/2024 Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat het beheren en bewaren van bestuursdocumenten en persoonsgegevens betreft 11/06/2024 73760
Gewijzigd bij 17/05/2024 Decreet over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht 15/07/2024 84311
Zie ook 15/12/1959 Koninklijk Besluit houdende toepassing van [artikel 37 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs (verv. gecoörd. decr. 17 december 2010, art. 359)] 18/01/1960 313
Zie ook 17/12/2010 Besluit van de Vlaamse Regering houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs 24/06/2011 37028
Zie ook 14/06/2013 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorwaarden en procedure tot de erkenning van de gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen met Vlaamse studiebewijzen uitgereikt in het basisonderwijs en secundair onderwijs, en sommige Vlaamse studiebewijzen uitgereikt in het volwassenenonderwijs 18/07/2013 45220
Zie ook 10/07/2015 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering en tot verdere uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 25/08/2015 54674
Zie ook 16/03/2018 Besluit van de Vlaamse Regering houdende goedkeuring van de programmatie van structuuronderdelen van het voltijds secundair onderwijs 03/04/2018 31799
Zie ook 01/06/2018 Besluit van de Vlaamse Regering houdende sommige maatregelen betreffende de modernisering van het secundair onderwijs 28/09/2018 74219
Zie ook 13/07/2018 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de selectie van samenwerkingsplatformen voor het lerarenplatform in het secundair onderwijs 22/08/2018 65858
Zie ook 29/05/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (II) 02/06/2020 38686
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 10/11/2020 79757
Zie ook 12/02/2021 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VI) 17/02/2021 15211
Zie ook 10/12/2021 Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse dringende maatregelen in onderwijs ingevolge COVID-19 16/12/2021 120820
Zie ook 07/10/2022 Besluit van de Vlaamse Regering over het inschrijvingsrecht in het basisonderwijs en het secundair onderwijs 29/12/2022 102805
Zie ook 05/05/2023 Besluit van de Vlaamse Regering m.b.t. de uitvoering van leersteun 04/08/2023 65507
Wijzigt 15/04/1958 Koninklijk Besluit houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs 20/04/1958 2932
Wijzigt 15/12/1959 Koninklijk Besluit houdende toepassing van [artikel 37 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs (verv. gecoörd. decr. 17 december 2010, art. 359)] 18/01/1960 313
Wijzigt 27/07/1971 Koninklijk Besluit houdende organisatiemodaliteiten van de begeleiding der leerlingen die instellingen of afdelingen voor buitengewoon onderwijs volgen 06/10/1971 11663
Wijzigt 07/02/1974 Koninklijk Besluit betreffende de wijze waarop de reisonkosten van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs ten laste genomen worden door de Staat 12/03/1974 3578
Wijzigt 28/06/1978 Koninklijk Besluit houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs 29/08/1978 9594
Wijzigt 01/09/1980 Wet betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de overheidssector[... (geschr. W. 15 december 1998, art. 9)] 10/09/1980 10371
Wijzigt 29/06/1983 Wet betreffende de leerplicht 06/07/1983 8832
Wijzigt 13/09/1983 Koninklijk Besluit betreffende het verlof voor opdrachten in het belang van het onderwijs en de terbeschikkingstelling wegens bijzondere opdracht van de personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs 20/12/1983 15779
Wijzigt 31/03/1984 Genummerd koninklijk besluit nr. 297 betreffende de opdrachten, de wedden, de weddetoelagen en de verloven voor verminderde prestaties in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra 17/04/1984 4895
Wijzigt 26/04/1990 Besluit van de Vlaamse Regering [betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties (verv. BVR 30 augustus 2016, art. 10, I: 1 september 2017)] 25/07/1990 14638
Wijzigt 31/07/1990 Besluit van de Vlaamse Regering [betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs] 27/04/1991 8912
Wijzigt 31/07/1990 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 augustus 1978 houdende organisatie van de semi-internaten in het buitengewoon onderwijs van de Staat en tot vaststelling van de personeelsnormen 04/01/1991 79
Wijzigt 31/07/1990 Besluit van de Vlaamse Regering tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs [...] 20/10/1990 20108
Wijzigt 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 18/08/1990 15978
Wijzigt 26/09/1990 Besluit van de Vlaamse Regering [betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars] 15/02/1991 3011
Wijzigt 09/01/1991 Besluit van de Vlaamse Regering houdende de controlemaatregelen inzake de aanwending van de werkingstoelagen in het gesubsidieerd onderwijs 06/06/1991 12586
Wijzigt 27/03/1991 Decreet betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs (citeeropschrift: "decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs") 25/05/1991 11454
Wijzigt 27/03/1991 Decreet betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding (citeeropschrift: "decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs") 25/05/1991 11481
Wijzigt 24/07/1991 Besluit van de Vlaamse Regering houdende bepaling van de begrippen gezondheidstoezicht en sociale voordelen [... (geschr. gecoörd. decr. 17 december 2010, art. 359)] 06/09/1991 19535
Wijzigt 23/10/1991 Decreet betreffende de medezeggenschap in het gesubsidieerd onderwijs 14/11/1991 25527
Wijzigt 07/01/1992 Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de toepassingsregels van de sancties [inzake programmatie of rationalisatie (verv. gecoörd. decr. 17 december 2010, art. 359)] 02/04/1992 7413
Wijzigt 29/04/1992 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende [de verdeling van betrekkingen], de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage 01/07/1992 14939
Wijzigt 25/06/1992 Decreet houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992 11/07/1992 15893
Wijzigt 22/07/1993 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de tegemoetkoming van de werkgevers in de onderwijssector in de vervoerkosten van hun personeelsleden 15/09/1993 20443
Wijzigt 01/12/1993 Decreet betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken 21/12/1993 28198
Wijzigt 15/12/1993 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken 08/02/1994 2975
Wijzigt 21/12/1994 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de bekwaamheidsbewijzen, [de salarisschalen (verv. BVR 7 september 2012, art. 9)], het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 11/03/1995 5577
Wijzigt 05/04/1995 Decreet tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs 08/06/1995 16427
Wijzigt 25/02/1997 Decreet basisonderwijs 17/04/1997 8972
Wijzigt 24/06/1997 Besluit van de Vlaamse Regering over de bevoegdheid, de samenstelling en de werking van de commissies van advies voor het buitengewoon onderwijs 17/09/1997 24151
Wijzigt 15/07/1997 Decreet betreffende het onderwijs VIII 21/08/1997 21388
Wijzigt 23/07/1997 Besluit van de Vlaamse Regering tot nadere bepaling van de afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen 29/08/1997 22171
Wijzigt 16/09/1997 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs [of in het stelsel van leren en werken (verv. BVR 24/10/2008, art. 23)] 31/10/1997 29038
Wijzigt 16/12/1997 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de [centra voor leerlingenbegeleiding] 19/02/1998 4693
Wijzigt 01/12/1998 Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding 10/04/1999 11820
Wijzigt 02/02/1999 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de werking en de organisatie van het paritair college van onderwijsinspecteurs belast met het advies betreffende de opheffing van de erkenning van een school of een vestigingsplaats ervan, een onderwijsinstelling of een onderdeel ervan 27/03/1999 9930
Wijzigt 02/02/1999 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de wijze waarop sommige bevoegdheden van de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap worden uitgevoerd 01/04/1999 10944
Wijzigt 28/08/2000 Besluit van de Vlaamse Regering houdende oprichting en samenstelling van de lokale comités voor de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs 26/10/2000 36091
Wijzigt 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek 27/11/2001 40481
Wijzigt 24/05/2002 Besluit van de Vlaamse Regering inzake de organisatie van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs 11/09/2002 40211
Wijzigt 28/06/2002 Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I 14/09/2002 40896
Wijzigt 19/07/2002 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs 04/12/2002 54486
Wijzigt 06/09/2002 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het geïntegreerd ondersteuningsaanbod in het gewoon secundair onderwijs 07/11/2002 50628
Wijzigt 27/09/2002 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de Commissie Zorgvuldig bestuur 31/10/2002 49839
Wijzigt 24/01/2003 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling en indeling van de ambten in het buitengewoon onderwijs 11/04/2003 18469
Wijzigt 14/02/2003 Decreet betreffende het onderwijs XIV 01/07/2003 35242
Wijzigt 12/12/2003 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de [inclusie (verv. BVR 10 juli 2015, art. 30, I: 1 september 2015)] van leerlingen met een [... (opgeh. BVR 10 juli 2015, art. 30, I: 1 september 2015)] verstandelijke [beperking (verv. BVR 10 juli 2015, art. 30, I: 1 september 2015)] in het gewoon lager en secundair onderwijs 02/03/2004 11641
Wijzigt 02/04/2004 Decreet betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad 06/08/2004 59197
Wijzigt 30/04/2004 Decreet betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid 26/11/2004 78132
Wijzigt 03/02/2006 Besluit van de Vlaamse Regering houdende de controlemaatregelen inzake de aanwending van de werkingsmiddelen in het vrij gesubsidieerd onderwijs 19/04/2006 21023
Wijzigt 31/03/2006 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende tijdelijke projecten inzake kunstinitiatie voor kansarme en/of allochtone minderjarigen 16/06/2006 30661
Wijzigt 08/06/2007 Decreet betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap 19/07/2007 38879
Wijzigt 06/07/2007 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de indienings- en adviseringsprocedure voor voorstellen van nieuwe structuuronderdelen in het [secundair onderwijs dat niet of niet automatisch tot een onderwijskwalificatie leidt] 03/08/2007 40936
Wijzigt 13/07/2007 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het onderwijs aan huis voor zieke kinderen en jongeren 31/08/2007 45501
Wijzigt 30/11/2007 Decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau 11/02/2008 8962
Wijzigt 04/07/2008 Decreet betreffende het onderwijs XVIII 01/09/2008 45418
Wijzigt 10/07/2008 Decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap 03/10/2008 52835
Wijzigt 18/07/2008 Besluit van de Vlaamse Regering houdende organisatie van het experimenteel voltijds gewoon secundair onderwijs volgens een modulair stelsel 14/11/2008 59474
Wijzigt 05/09/2008 Besluit van de Vlaamse Regering houdende organisatie van het experimenteel buitengewoon secundair onderwijs volgens een modulair stelsel 14/11/2008 60446
Wijzigt 06/02/2009 Besluit van de Vlaamse Regering houdende de werkingsbudgetten in het basisonderwijs en de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs 02/04/2009 25491
Wijzigt 30/04/2009 Decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs 20/07/2009 49999
Wijzigt 30/04/2009 Decreet betreffende de kwalificatiestructuur 16/07/2009 49597
Wijzigt 08/05/2009 Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs 28/08/2009 58982
Wijzigt 19/06/2009 Besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorwaarden tot toekenning van de subsidies en houdende de wijze van selectie, de duur en de evaluatie van kortdurende en langdurige time-outprogramma's 05/10/2009 65886
Wijzigt 04/09/2009 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs 16/10/2009 68050
Wijzigt 30/10/2009 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het ondersteuningsaanbod voor gelijke onderwijskansen in het buitengewoon secundair onderwijs 29/12/2009 82187
Wijzigt 06/07/2012 Decreet houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal sportbeleid 16/08/2012 48256

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Datum BS Pagina BS Artnr
Zie ook 27/05/2011 Decreet aangaande de bekrachtiging van de bepalingen betreffende het secundair onderwijs, gecodificeerd op 17 december 2010 17/06/2011 35972 2.

Inhoud

DEEL I. INLEIDENDE BEPALINGEN (... - ...)

Artikel 1. (04/07/2011- ...)

De codificatie van de wettelijke en decretale bepalingen betreffende het secundair onderwijs regelt gemeenschapsaangelegenheden.

Artikel 2. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 01/07/2011 Decreet betreffende het onderwijs XXI III.1.
Gewijzigd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.1.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.1.
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII III.1.
Gewijzigd bij 12/07/2013 Decreet betreffende de versterking van het hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen 87.
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school V.1.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften III.1.
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV III.1.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.1.
Gewijzigd bij 30/03/2018 Decreet betreffende duaal leren en de aanloopfase 2.
Gewijzigd bij 27/04/2018 Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding 109.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 33.
Gewijzigd bij 30/11/2018 Decreet betreffende het duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4 2.
Gewijzigd bij 04/05/2018 Decreet betreffende de uitbouw van de graduaatsopleidingen binnen de hogescholen en de versterking van de lerarenopleidingen binnen de hogescholen en universiteiten 66.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 93.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 27.
Gewijzigd bij 17/05/2019 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft III.1.
Gewijzigd bij 10/06/2022 Decreet tot wijziging van de regelgeving over duaal leren, de aanloopfase en het stelsel van leren en werken 3.
Gewijzigd bij 24/03/2023 Decreet over het hybride onderwijs in het secundair onderwijs 2.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 49.
Gewijzigd bij 16/06/2023 Decreet over de onderwijsinternaten 121.
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, wat de opleiding Basisverpleegkunde betreft 2.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 143.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 78.
Gewijzigd bij 17/05/2024 Decreet over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht 47.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 2bis.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 64.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 3.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 47.
Zie ook 16/03/2018 Besluit van de Vlaamse Regering houdende goedkeuring van de programmatie van structuuronderdelen van het voltijds secundair onderwijs 1.

Inhoud

§ 1. De bepalingen van deel III van de codificatie zijn van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs, buitengewoon secundair onderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs.

In afwijking van het eerste lid:
1° ...
2° gelden artikel 96 tot en met 99, 115/1 en 116 tot en met 120 niet voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
3° gelden artikel 110/1 tot en met 110/18, 111 en 112, 122/2 tot en met 122/6, 123/2 tot en met 123/4, 123/6 tot en met 123/25 ook voor de leertijd.

§ 2. De bepalingen van deel IV van de codificatie zijn van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs.

De artikelen 216 en 242 tot en met 251/1 gelden ook voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs.

De artikelen 253/1 tot en met 253/31 zijn enkel van toepassing op de scholen gelegen in het Nederlandse taalgebied. De artikelen 253/33 tot en met 253/63 zijn enkel van toepassing op de scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

Artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, en artikel 253/52 tot en met 253/61 gelden ook voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd.

Artikel 253/1 tot en met 253/61 zijn niet van toepassing op de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die worden georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs.

§ 2/1. De bepalingen van deel III en deel IV van de codificatie zijn ook van toepassing op de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die worden georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld en met behoud van toepassing van de bepalingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.

§ 3. De bepalingen van deel V van de codificatie zijn van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd buitengewoon secundair onderwijs, met uitzondering van artikel 357, dat niet van toepassing is op het buitengewoon secundair onderwijs, maar enkel op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs.

De artikelen 295/1 tot en met 295/15 zijn niet van toepassing op de ziekenhuisscholen.

De artikelen 351 tot en met 356 gelden ook voor het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die worden georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs.

§ 3/1. De bepalingen van deel V/1 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.

De bepalingen van deel V/2 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.

§ 3/2. De bepalingen van deel V/3 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 3 en 4 met duale structuuronderdelen.".

§ 4. Deel VI bevat een overzicht van de uitwerkingsdatum van de artikelen van de codificatie en deel VII wijzigt de verwijzingen naar artikelen die opgenomen zijn in de codificatie betreffende het secundair onderwijs.

§ 5. De codificatie is niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde onderwijsinternaten en semi-internaten. (1)

§ 6. Op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen, ingericht door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, zijn de volgende artikelen van toepassing: artikel 4 tot en met 10, artikel 12, artikel 14, § 1 en § 3, artikel 15, uitgezonderd paragraaf 1, 16°, artikel 35 tot en met 38, artikel 41 tot en met 43, artikel 47, 48, artikel 70, artikel 100 tot en met 103, artikel 106 tot en met 108, artikel 110/1 tot en met 110/18, artikel 111, 112, artikel 115 tot en met 117/1, artikel 122 tot en met 123/19, artikel 136 tot en met 136/6, artikel 150, artikel 157/1, artikel 169 tot en met 173, artikel 252, 252/1, 253, artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, artikel 253/54 tot en met 253/63 en 256/11.
 

DEEL II. BEGRIPPEN (... - ...)

Artikel 3. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 01/07/2011 Decreet betreffende het onderwijs XXI III.2.
Gewijzigd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.2.
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII III.2.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.2.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.2.
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school V.2.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften III.2.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.1.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften III.2.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.2.
Gewijzigd bij 16/06/2017 Decreet betreffende het onderwijs XXVII III.1.
Gewijzigd bij 30/03/2018 Decreet betreffende duaal leren en de aanloopfase 3.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 34.
Gewijzigd bij 23/03/2018 Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0 59.
Gewijzigd bij 27/04/2018 Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding 110.
Gewijzigd bij 21/12/2018 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019 41.
Gewijzigd bij 20/04/2018 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft de modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs 2.
Gewijzigd bij 22/03/2019 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de afstemming op het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid 38.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 94.
Gewijzigd bij 19/06/2020 Decreet tot opheffing van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming Syntra Vlaanderen, tot regeling van de taken en bevoegdheden en tot wijziging van de naam Hermesfonds 40.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 147.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 147.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 25.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 26.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 26.
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet over de Vlaamse toetsen in het onderwijs 9.
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet over de Vlaamse toetsen in het onderwijs 9.
Gewijzigd bij 24/03/2023 Decreet over het hybride onderwijs in het secundair onderwijs 3.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 144.
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, wat de opleiding Basisverpleegkunde betreft 3.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 50.
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt 69.
Gewijzigd bij 26/04/2024 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, wat de opleiding Basisverpleegkunde betreft 3.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 79.
Gewijzigd bij 17/05/2024 Decreet over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht 48.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 46.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 48.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 2.
Zie ook 18/12/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (V) 3.
Zie ook 03/06/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis en tot wijziging van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen - (II) 35.
Zie ook 15/07/2022 Decreet tot het nemen, naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, van dringende maatregelen in het onderwijs voor kleuters, leerlingen en cursisten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (III) 16.
Zie ook 23/12/2022 Decreet tot het nemen, naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, van dringende maatregelen in het onderwijs voor kleuters, leerlingen en cursisten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (IV) 17.

Inhoud

Voor de toepassing van de bepalingen opgenomen in de codificatie betreffende het secundair onderwijs worden de volgende begrippen gebruikt :
1° administratieve groep : entiteit binnen de onderwijsstructuur geïdentificeerd door een uniek administratief groepsnummer;
1° /1 afstand : de kortst mogelijke afstand tussen de hoofdingang van de hoofdvestigingsplaats van de ene school tot de hoofdingang van de hoofdvestigingsplaats van de andere school gemeten langs de rijbaan, zoals omschreven in artikel 2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, zonder rekening te houden met wegomleggingen, verkeersvrije straten, eenrichtingsverkeer en autosnelwegen;
2° algemeen vormende component : het deel van het opleidingsprofiel dat tot doel heeft een lerende persoonsvorming en een maatschappelijk-culturele vorming bij te brengen;
2° /1 anderstalige nieuwkomer :
a) in het voltijds gewoon secundair onderwijs : een leerling die gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet :
1) op 31 december volgend op de aanvang van het schooljaar enerzijds minstens twaalf jaar en anderzijds geen achttien jaar geworden is;
2) een nieuwkomer is, dat wil zeggen maximaal één jaar ononderbroken in België verblijven;
3) niet het Nederlands als thuistaal of moedertaal heeft;
4) onvoldoende de onderwijstaal beheerst om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen;
5) maximaal negen maanden ingeschreven is (vakantiemaanden juli en augustus niet inbegrepen) in een onderwijsinstelling met het Nederlands als onderwijstaal;
b) in het deeltijds beroepssecundair onderwijs : een leerling zoals gedefinieerd in artikel 3, 1°, het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap;
c) in het voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs: een leerling die officieel verblijft in een open asielcentrum, zijnde een collectieve opvangstructuur als vermeld in artikel 2, 10°, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde categorieën van vreemdelingen en die op 31 december volgend op de aanvang van het schooljaar respectievelijk voor het voltijds gewoon secundair onderwijs minstens twaalf jaar en geen achttien jaar geworden is en voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;
3° basisoptie : een groep leervakken die in de eerste graad een bredere observatie en oriëntatie van de leerling mogelijk maakt;
4° basisvorming : de vakken die aan elke leerling van een bepaald leerjaar zonder uitzondering dienen te worden onderwezen;
5° ...;
6° beroepsgerichte component : het deel van het opleidingsprofiel dat tot doel heeft één of meer beroepsopleidingen te realiseren;
6° /1 beroepskwalificatie: een beroepskwalificatie zoals gedefinieerd in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur;
7° beroepsopleiding : een samenhangend geheel van beroepsgerichte opleidingsactiviteiten;
8° bestuurspersoneel : de selectie- en bevorderingsambten van de personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel die door de Vlaamse Regering zijn bepaald voor het secundair onderwijs;
9° betrokken personen : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben of de meerderjarige leerling zelf;
9°/0 bevoegd steunpunt: het universitair steunpunt dat erkend en gesubsidieerd wordt voor de ontwikkeling van de Vlaamse toetsen volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 1999 houdende de regeling van de procedure en de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de universitaire steunpunten;
9° /1 brede basiszorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school vanuit een visie op zorg de ontwikkeling van alle leerlingen stimuleert en problemen tracht te voorkomen door een krachtige leeromgeving te bieden, de leerlingen systematisch op te volgen en actief te werken aan het verminderen van risicofactoren en aan het versterken van beschermende factoren;
10° centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs :
- hetzij een autonome entiteit die deeltijds beroepssecundair onderwijs en, wat het voltijds gewoon secundair onderwijs betreft, duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen organiseert en die door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd en daartoe aan de hand van een uniek nummer wordt geïdentificeerd;
- hetzij een aan een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs verbonden entiteit die deeltijds beroepssecundair onderwijs en, wat het voltijds gewoon secundair onderwijs betreft, duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen organiseert en die door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd;
10° /1 CLR: de Commissie inzake leerlingenrechten, vermeld in deel VIII, hoofdstuk 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016;
10° /2 compenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school orthopedagogische of orthodidactische hulpmiddelen aanbiedt, waaronder technische hulpmiddelen, waardoor de doelen van het gemeenschappelijk curriculum of de doelen die na dispensatie voor de leerling bepaald zijn, bereikt kunnen worden;
10° /2/1 consultatieve leerlingenbegeleiding: de kernactiviteit van een centrum voor leerlingenbegeleiding waarbij het versterking biedt aan de school bij problemen van individuele leerlingen of groepen van leerlingen;
10° /3 contactonderwijs : onderwijs waarbij er een rechtstreeks en regelmatig contact is tussen de leraar of begeleider van een onderwijsactiviteit en de leerling, gebonden aan een bepaald tijdstip en plaats van onderwijsverstrekking;
11° cursist : een regelmatige leerling in het hoger beroepsonderwijs;
12° deeltijds beroepssecundair onderwijs : het onderwijs dat minder weken per jaar of minder lesuren per week omvat dan bepaald is voor het voltijds secundair onderwijs;
12° /0 Departement Werk en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
12° /1 differentiërende maatregelen: maatregelen waarbij de school, binnen het gemeenschappelijk curriculum, een beperkte variatie in het onderwijsleerproces aanbrengt om beter tegemoet te komen aan de behoeften van individuele leerlingen of groepen van leerlingen;
12° /2 dispenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school doelen toevoegt aan het gemeenschappelijk curriculum of de leerling vrijstelt van doelen van het gemeenschappelijk curriculum en die, waar mogelijk, vervangt door gelijkwaardige doelen, in die mate dat ofwel de doelen voor de studiebekrachtiging in functie van de finaliteit voor het betreffende structuuronderdeel ofwel de doelen voor het doorstromen naar het beoogde vervolgonderwijs of naar de arbeidsmarkt nog in voldoende mate kunnen bereikt worden;
12° /3 disproportionaliteit/disproportioneel: onredelijkheid van aanpassingen aangetoond na een proces van afweging met toepassing van de criteria, als vermeld in artikel 2, § 2 en § 3, van het Protocol van 19 juli 2007 betreffende het begrip redelijke aanpassingen in België krachtens de wet van 25 februari 2003 ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding;
13° doorstroomcomponent : het deel van het opleidingsprofiel dat tot doel heeft een lerende voor te bereiden op de vereisten van vervolgonderwijs en/of -opleiding;
14° extra lesuren : een eenheid waarin de omkadering voor het voeren van een gelijke onderwijskansenbeleid in het buitengewoon secundair onderwijs uitgedrukt wordt;
14° /0 finaliteit: een begrip dat aangeeft waarop studierichtingen prioritair voorbereiden, namelijk op het hoger onderwijs, op de arbeidsmarkt of op beide;
14°/0/0 feedbackrapport: een rapport met de resultaten op de Vlaamse toetsen op het schoolniveau, het niveau van de leerlingengroep of het leerlingniveau;
14°/0/1 GC-verslag: een verslag gemeenschappelijk curriculum, een verslag dat toegang geeft tot leersteun bij een gemeenschappelijk curriculum als vermeld in artikel 352 van deze codex;
14° /1 gemeenschappelijk curriculum: de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven en de schoolgebonden planning voor het nastreven van de vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen;
14° /2 ...;
14°/3 Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR).
15° hoofdvestigingsplaats : vestigingsplaats waar de administratieve zetel van de school wordt ondergebracht;
15° /1 huisonderwijs :
- het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school of centrum;
- onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in het kader van één van volgende regelingen :
   1° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan;
   2° het koninklijk besluit van 1 maart 2002 tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;
   3° het koninklijk besluit van 12 november 2009 tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;
15°/2 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 294, §2, 1°, van deze codex;
16° inhaallessen : de lessen die facultatief kunnen georganiseerd worden met het oog op een bijkomende gedifferentieerde benadering van de leerling;
16° /2 kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen;
17° Koninklijk besluit nummer 66 : het koninklijk besluit nummer 66 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel worden bepaald in de inrichtingen voor buitengewoon onderwijs met uitzondering van de internaten of semi-internaten;
17° /1 leefentiteit : leerlingen met ten minste één gemeenschappelijke ouder of leerlingen met eenzelfde hoofdverblijfplaats;
17° /1/1 leerlingenbegeleiding: een geheel van preventieve en begeleidende maatregelen. Leerlingenbegeleiding situeert zich op vier domeinen: de onderwijsloopbaan, leren en studeren, psychisch en sociaal functioneren en preventieve gezondheidszorg. De maatregelen vertrekken steeds vanuit een geïntegreerde en holistische benadering voor de vier begeleidingsdomeinen en dit vanuit een continuüm van zorg;
17° /2 leerlingenstage : een vorm van opleiding :
a) buiten een vestigingsplaats van de school;
b) in een reële arbeidsomgeving bij een werkgever;
c) onder gelijkaardige omstandigheden als reguliere werknemers van die werkgever;
d) waarbij effectieve arbeid wordt verricht;
e) met de bedoeling beroepservaring op te doen;
17° /2/1 leerling met een zorgthuis:
a) een leerling die effectief gebruik maakt van een jeugdhulpverleningsbeslissing als vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp voor:
- een verblijf bij een jeugdhulpaanbieder als vermeld in artikel 2, § 1, 27°, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de onderwijsinternaten, vermeld in artikel 68, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp en met uitzondering van vrijwillige Jeugdhulpverlening in de multifunctionele centra, als bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
- contextbegeleiding in functie van autonoom wonen of begeleiding in een kleinschalige wooneenheid, overeenkomstig artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;
b) een leerling die geplaatst is door de jeugdrechter of jeugdrechtbank in een gemeenschapsinstelling als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht;
c) een niet-begeleide minderjarige vreemdeling voor wie de voorwaarden, vermeld in artikel 5 en 5/1 van hoofdstuk 6 van titel XIII van de Programmawet (I) van 24 december 2002, vervuld zijn;
17° /3 leertijd: de opleiding, vermeld in artikel 2, 15°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
17° /3 leerling met specifieke onderwijsbehoeften: leerling met langdurige en belangrijke participatieproblemen die te wijten zijn aan het samenspel tussen:
a) één of meerdere functiebeperkingen op mentaal, psychisch, lichamelijk of zintuiglijk vlak en;
b) beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en;
c) persoonlijke en externe factoren;
17°/4/1 leerondersteuner: de leerondersteuner, vermeld in artikel 5, 9°, van
het decreet van 5 mei 2023  over leersteun;
17°/4/2 leersteun: ondersteuning als vermeld in artikel 6 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun;
17°/4/3 leersteunmodel: het leersteunmodel voor de organisatie van leersteun in scholen voor gewoon onderwijs, vermeld in hoofdstuk 3 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun;
17°/5 leerwinst: de verandering in de leerprestaties tussen twee metingen bij dezelfde leerlingen op dezelfde meetschaal. Leerwinst kan verwijzen naar diverse niveaus: het Vlaamse niveau, het schoolniveau, en het leerlingniveau;
18° lesuur : een prestatie van vijftig minuten;
19° lokaal comité : het inzake arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden bevoegde lokaal overlegorgaan of onderhandelingsorgaan;
19° /1 LOP: een lokaal overlegplatform als vermeld in deel VIII, hoofdstuk 1, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016;
20° ...
21° ...
22° ...
23° ...
24° ondersteunend personeel : de ambten van de personeelscategorie van het ondersteunend personeel die door de Vlaamse Regering zijn bepaald voor het secundair onderwijs;
24° /1 onderwijsinspectie : de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs of de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, voor zover belast met taken op het gebied van het secundair onderwijs;
24° /1 onderwijskwalificatie: een onderwijskwalificatie als gedefinieerd in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur;
25° onderwijsnet :
- het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
- het gesubsidieerd officieel onderwijs : het onderwijs ingericht door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs en dat in aanmerking komt voor subsidiëring van de Vlaamse Gemeenschap;
- het gesubsidieerd vrij onderwijs : het onderwijs ingericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap;
26° onderwijsvormen : het algemeen secundair onderwijs, het beroepssecundair onderwijs, het kunstsecundair onderwijs en het technisch secundair onderwijs;
27° onderwijzend personeel : de wervingsambten van de personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel die door de Vlaamse Regering zijn bepaald voor het secundair onderwijs;
28° opleiding : een geheel van onderwijs- en studieactiviteiten, erkend door de overheid en bestaande uit één of meer van volgende componenten : een algemeen vormende, een beroepsgerichte en een doorstroomgerichte component;
29° opleidingsprofiel : een geheel van vaardigheden, kennis en attitudes, geformuleerd als eindtermen, die binnen een opleiding verworven moeten worden;
30° opleidingsstructuur : het geheel van alle per studiegebied geordende opleidingen met bijhorende modules;
31° ...;
32° ouders : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in recht of in feite de leerling onder hun bewaring hebben.
In het geval de leerling meerderjarig is, wordt onder dit begrip de meerderjarige leerling verstaan;
32°/1    OV4-verslag: het verslag, vermeld in artikel 294, §2, 2;
33° ...
33° /0 pakket: een of meerdere vakken waarmee de doelen van de overeenstemmende basisoptie worden gerealiseerd;
33° /1 pedagogisch project : het geheel van de fundamentele uitgangspunten voor een school, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of, voor wat de opleiding in de leertijd betreft, een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, en haar werking;
34° plage-uren : uren die zich situeren boven het minimum maar binnen het maximum aantal uren van de opdracht zoals bepaald in de onderwijsreglementering;
34° /1 preventorium: medische instelling die onder meer in residentieel verband kuurmogelijkheden biedt aan jongeren waar buitengewoon onderwijs van type 5 gegeven wordt;
35° programmatie: een wijziging van het onderwijsaanbod door middel van:
a)    hetzij de oprichting van een school die nog niet bestond op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, met de bedoeling die school in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring;
b)    hetzij de oprichting van een op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren niet georganiseerd structuuronderdeel dat niet onder toepassing van punt c) of d) valt, met de bedoeling dat structuuronderdeel in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring. Als het een structuuronderdeel betreft van het derde leerjaar van de derde graad dat op semesterbasis wordt georganiseerd, is de desbetreffende datum 1 oktober of 1 maart, naargelang het geval, van de twee voorafgaande schooljaren;
c)    hetzij de heroprichting op 1 oktober van een structuuronderdeel dat minstens drie schooljaren terug is opgeheven doordat de toepasbare leerlingennorm niet werd bereikt, met de bedoeling dat structuuronderdeel in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring. Als het een structuuronderdeel betreft van het derde leerjaar van de derde graad dat op semesterbasis wordt georganiseerd, is de desbetreffende datum 1 oktober of 1 maart, naargelang het geval;
d)    hetzij de oprichting van een op 1 oktober van de zes voorafgaande schooljaren niet georganiseerd structuuronderdeel met in de benaming de component ‘topsport’, met de bedoeling dat structuuronderdeel in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring. Opdat de heroprichting van een structuuronderdeel, conform deze definitie, niet als een programmatie wordt beschouwd, organiseert de betrokken school ten minste één sportdiscipline die eerder ook al aan die school is toegewezen;
36° ...
36° /1 remediërende maatregelen: maatregelen waarbij de school effectieve vormen van aangepaste leerhulp verstrekt binnen het gemeenschappelijk curriculum;
37° secundair onderwijs : het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
37° /1 selectieve participatietoeslagen leerling: de selectieve participatietoeslagen, zoals opgenomen in boek 2, deel 2, titel 1, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid;
38° school : een autonome entiteit die voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs organiseert en die door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd en daartoe aan de hand van een uniek nummer wordt geïdentificeerd. Voor de toepassing van deel III, titel II, hoofdstuk 1/1 en hoofdstuk 4/1, wordt onder school en school voor gewoon secundair onderwijs ook een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor wat de opleiding in de leertijd betreft ook een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen begrepen;
39° scholengemeenschap : één school of een groep van scholen die binnen een geografische omschrijving gezamenlijk instaat voor de onderwijsvoorziening;
39° /1 scholengemeenschapsinstelling: een scholengemeenschapsinstelling is een instelling die geen onderwijsinstelling is en die uitsluitend opgericht kan worden binnen één scholengemeenschap en zich beperkt tot en als enige doel heeft daar personeelsleden, die werken ter ondersteuning van de scholen van de scholengemeenschap aan te stellen, te affecteren, toe te laten tot de proeftijd en vast te benoemen indien ze daarvoor in aanmerking komen.
40° schoolbestuur: de rechtspersoon of natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen; wat de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen betreft, kan het schoolbestuur ook worden vermeld onder de benaming centrumbestuur;
40° /1 sociaal maatschappelijke training : een buitenschoolse training voor leerlingen van opleidingsvorm 1 met als doel ervaring op te doen met het oog op een zinvolle dagbesteding in het kader van wonen, werken en vrije tijd, maar niet om beroepservaring op te doen gericht op latere betaalde arbeid;
41° ...
42° structuuronderdeel: een onderverdeling in het onderwijsaanbod die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd kan worden;
42° /1 studiedomein: een inhoudelijk samenhangend thematisch geheel van studierichtingen die van abstract tot praktisch geordend zijn;
43° ...
43° /0 studierichting: de combinatie van basisvorming, specifiek gedeelte en complementair gedeelte;
43° /1 ...;
43° /1/1 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;
43° /2 ...;
44° trekkende bevolking : de binnenschippers, de kermis- en circusexploitanten en Bartiesten en de woonwagenbewoners bedoeld in artikel 2, 3° van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaams beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden;
44° /1 uitbreiding van zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school de maatregelen uit de fase van verhoogde zorg onverkort verderzet en het centrum voor leerlingenbegeleiding een proces van handelingsgerichte diagnostiek opstart. Het centrum voor leerlingenbegeleiding richt zich daarbij op een uitgebreide analyse van de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerling en op de ondersteuningsbehoeften van de leerkracht(en) en ouders met het oog op het formuleren van adviezen voor het optimaliseren van het proces van afstemming van het onderwijs- en opvoedingsaanbod op de zorgvraag van de leerling. Het centrum voor leerlingenbegeleiding bepaalt in samenspraak met de school en de ouders welke bijkomende inzet van middelen, hulp of expertise, hetzij ten aanzien van de school, de leerling, al dan niet in zijn context, wenselijk is alsook de omvang en de duur daarvan;
45° vacature : elke volledige of onvolledige betrekking die ofwel definitief vacant is ofwel tijdelijk vacant is voor een periode van ten minste tien werkdagen;
45° /0 vakkencluster: een groep van twee of meer vakken die zijn vastgelegd in uitvoering van artikel 157/4;
45° /1 verhoogde zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school extra zorg voorziet onder de vorm van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, afgestemd op de specifieke onderwijsbehoeften van bepaalde leerlingen, en voorafgaand aan de fase van uitbreiding van zorg;
46° vestigingsplaats: een geografische afbakening die bestaat uit een geheel van gebouwde en ongebouwde onroerende goederen in gebruik van een onderwijsinstelling dat voldoet aan alle volgende voorwaarden:
1° gelegen zijn binnen eenzelfde of aansluitende kadastrale percelen of gescheiden zijn door één van volgende mogelijkheden:
a) maximaal twee kadastrale percelen;
b) een weg;
2° volledig of gedeeltelijk gebruikt door personeelsleden van de onderwijsinstelling voor onderwijsactiviteiten, met uitzondering van:
a) extra-murosactiviteiten;
b) leerlingenstages;
c) lessen, al dan niet gegeven door personeelsleden van de onderwijsinstelling, in een bedrijf of in een opleidingsof vormingsinstelling die geen onderwijsinstelling is;
d) sporten bewegingsactiviteiten, voor zover de aanwezige sportinfrastructuur buiten het schooldomein ligt en ook door derden wordt gebruikt.
In afwijking van punt 1° geldt voor de bepalingen aangaande het `recht op inschrijving' dat een vestigingsplaats enkel betrekking heeft op eenzelfde of aansluitende kadastrale percelen.
46°/1 de Vlaamse toetsen: gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde, net- en koepeloverschrijdende toetsen die worden afgenomen in bepaalde leerjaren van het secundair onderwijs in alle scholen en centra over een selectie van eindtermen;
47° voltijds secundair onderwijs :
- het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van het gewoon secundair onderwijs en van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 28 wekelijkse lesuren gedurende hetzij 40 weken per jaar hetzij 20 weken per jaar in die structuuronderdelen waarvoor de duurtijd in semesters wordt uitgedrukt;
- het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van opleidingsvormen 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 32 wekelijkse lesuren gedurende 40 weken per jaar en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt;
- het onderwijs dat aan regelmatige cursisten van de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs wordt verstrekt gedurende ten minste 36 wekelijkse lesuren en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt;
47° /1 ziekenhuisschool: school voor buitengewoon secundair onderwijs van type 5, opleidingsvorm 4, verbonden aan een ziekenhuis of een residentiële setting of een preventorium;
47° /2 zorgcontinuüm: opeenvolging van de fasen in de organisatie van de onderwijsomgeving van brede basiszorg, verhoogde zorg en uitbreiding van zorg;
48° 1 februari : hetzij 1 februari, hetzij de eerstvolgende lesdag indien 1 februari een vrije dag is, waarbij een facultatieve verlofdag of een pedagogische studiedag ook als een lesdag wordt beschouwd;
49° 1 oktober : hetzij 1 oktober, hetzij de eerstvolgende lesdag indien 1 oktober een vrije dag is, waarbij een facultatieve verlofdag of een pedagogische studiedag ook als een lesdag wordt beschouwd. (2)

DEEL III. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN BETREFFENDE HET SECUNDAIR ONDERWIJS (... - ...)

TITEL 1. BEPALINGEN BETREFFENDE DE SCHOLEN (... - ...)

HOOFDSTUK 1. Algemeen (... - ...)

Artikel 4. (01/09/1989- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 46.

Inhoud

Het secundair onderwijs omvat :
1° het voltijds secundair onderwijs;
2° het deeltijds beroepssecundair onderwijs. (3)

Artikel 5. (01/09/1958- ...)

In het gewoon, buitengewoon en het deeltijds beroepssecundair onderwijs bestaan er officiële en vrije scholen. Vrije scholen worden opgericht door een natuurlijk persoon of een privaatrechtelijk rechtspersoon. Officiële scholen worden opgericht door een publiekrechtelijk rechtspersoon. (4)

Artikel 6. (01/09/1958- ...)

§ 1. Krachtens het bijzonder decreet betreffende het gemeenschapsonderwijs wordt gewoon, buitengewoon, deeltijds secundair onderwijs ingericht en wordt waar daaraan behoefte bestaat, de daartoe nodige scholen of centra en afdelingen van scholen of centra tot stand gebracht.

§ 2. De Vlaamse Gemeenschap financiert en subsidieert, overeenkomstig de decretale bepalingen betreffende het secundair onderwijs, de scholen, afdelingen of structuuronderdelen of andere onderdelen van scholen, die aan de decretale normen beantwoorden en door provincies, gemeenten, verenigingen van gemeenten, andere publiekrechtelijke personen en private personen, zijn tot stand gebracht.

Waar er reglementaire programmatie- of rationalisatienormen gelden kunnen geen scholen, afdelingen of structuuronderdelen of andere onderdelen van scholen in stand gehouden of opgericht worden indien zij niet beantwoorden aan de gestelde normen. Evenmin kunnen scholen en centra of afdelingen ervan nieuw of verder gefinancierd of gesubsidieerd worden indien zij niet beantwoorden aan de gestelde normen.

§ 3. Voor de toepassing van reglementaire programmatie- of rationalisatienormen wordt met karakter van het onderwijs verstrekt door een school of centrum bedoeld, het behoren ervan tot één van de categorieën van officiële of vrije scholen, zoals deze in de artikelen 5 en 110 gedefinieerd werden. (5)

Artikel 7. (01/09/2020- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 95.
Zie ook 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek V. 9.

Inhoud

Een schoolbestuur mag informatie verstrekken over het eigen opvoedingsproject en het onderwijsaanbod, maar het mag geen oneerlijke concurrentie voeren. (6)

Bij die informatieverstrekking, met inbegrip van de studiebekrachtiging, hanteert een schoolbestuur minstens de benamingen van structuuronderdelen en vakken, die zijn vastgelegd door of krachtens een decreet. Het clusteren van vakken is mogelijk. Indien vakken worden geclusterd, blijft het in alle communicatie met ouders, leerkrachten en leerlingen duidelijk welke vakken daarvan onderdeel uitmaken.
 

Artikel 8. (01/09/2011- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 01/07/2011 Decreet betreffende het onderwijs XXI III.3.
Zie ook 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek V. 10.

Inhoud

Er mag in de school geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd.

In afwijking van het vorige lid kunnen politieke activiteiten in de school worden toegelaten buiten de periodes waarin er schoolactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en leerlingen worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het schoolbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.

Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Artikel 9. (01/09/2001- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek V. 11.

Inhoud

Een schoolbestuur kan handelsactiviteiten verrichten, voorzover deze geen daden van koophandel zijn en voorzover ze verenigbaar zijn met zijn onderwijsopdracht. (8)

Artikel 10. (01/09/2001- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek V. 12.

Inhoud

Een schoolbestuur dat sponsoring of mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, toelaat, waakt erover dat :
1° door het schoolbestuur verstrekte leermiddelen vrij blijven van bedoelde mededelingen;
2° activiteiten vrij blijven van bedoelde mededelingen, behoudens indien deze mededelingen louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht onder reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging;
3° sponsoring en bedoelde mededelingen kennelijk niet onverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school;
4° sponsoring en bedoelde mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen. (9)

Artikel 11. (01/09/1997- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 15/07/1997 Decreet betreffende het onderwijs VIII 71.

Inhoud

De overheveling van een school naar een ander schoolbestuur heeft ten aanzien van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming uitwerking op 1 september. (10)

Artikel 12. (01/09/1958- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de verlofregeling en de aanwending van de schooltijd voor het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en voor het deeltijds secundair onderwijs in de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde scholen en centra. (11)

HOOFDSTUK 2. Erkenningsvoorwaarden (... - ...)

Artikel 13. (01/09/2006- ...)

Erkenning is de toekenning van de bevoegdheid aan het schoolbestuur om aan regelmatige leerlingen de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen.
Financiering of subsidiëring impliceert een erkenning. (12)

Artikel 14. (01/09/2018- ...)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 08/05/2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII III.3.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.2.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.2.
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV III.2.
Gewijzigd bij 23/03/2018 Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0 60.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 19.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 19.

Inhoud

§ 1. Een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs dat alleen voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15, § 1, 1° tot en met 12°, 17° uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs, 20° en 21°, wordt niet gefinancierd of gesubsidieerd maar wel erkend.

§ 2. Alleen voor een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs dat wordt opgericht in het kader van de oprichting van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen, dient het schoolbestuur, uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting, een aanvraag tot erkenning in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Die termijn geldt als vervaltermijn. De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de voormelde aanvraag vast.

De onderwijsinspectie gaat na of het structuuronderdeel voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15, § 1, 1°, 2°, 3°, 6°, 9° en 11°. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, neemt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 augustus voorafgaand aan de oprichting een van de volgende beslissingen :
1° hetzij voorlopige erkenning voor één schooljaar;
2° hetzij geen voorlopige erkenning.

Artikel 13, eerste lid, is ook op voorlopig erkende structuuronderdelen van toepassing.

In de loop van het schooljaar van voorlopige erkenning gaat de onderwijsinspectie na of het structuuronderdeel voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15, § 1, 1° tot en met 12°, 17°, uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs, 20° en 21°. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, neemt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 maart van het schooljaar van voorlopige erkenning een van de volgende beslissingen :
1° hetzij erkenning vanaf het daaropvolgend schooljaar;
2° hetzij niet-erkenning vanaf het daaropvolgend schooljaar.

§ 3. De in de erkenning opgenomen structuuronderdelen gewoon of buitengewoon secundair onderwijs worden per schooljaar met een dienstbrief van het Agentschap voor Onderwijsdiensten bevestigd en meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur. De dienstbrief bevat de vestigingsplaatsen waar de erkende structuuronderdelen kunnen worden georganiseerd.

§ 4. De ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats door een school wordt gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname. In de melding wordt verklaard dat :
1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid;
2° de school op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als ze een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien gevestigd was. De school vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats.

De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de melding, vermeld in het eerste lid, vast.

Deze paragraaf geldt niet voor een school die wordt opgericht.

HOOFDSTUK 3. Financiering en subsidiëring (... - ...)

Afdeling 1. Voorwaarden (... - ...)

Artikel 15. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.3.
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII III.4.
Gewijzigd bij 12/07/2013 Decreet betreffende de versterking van het hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen 88.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.3.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften III.3.
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV III.3.
Gewijzigd bij 26/01/2018 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs, wat de onderwijsdoelen betreft (opschrift gewijzigd door de commissie:... tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs, wat onderwijsdoelen betreft, en tot wijziging van de decreten Rechtspositie onderwijspersoneel) 5.
Gewijzigd bij 23/03/2018 Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0 61.
Gewijzigd bij 27/04/2018 Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding 111.
Gewijzigd bij 30/03/2018 Decreet betreffende duaal leren en de aanloopfase 4.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 96.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 148.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 51.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 145.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 19.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 19.
Zie ook 16/07/2021 Besluit van de Vlaamse Regering tot goedkeuring van de programmaties voor de oprichting van een nieuwe school type 5 in het buitengewoon secundair onderwijs, en vestigingsplaatsen type 5 in het buitengewoon basis- en secundair onderwijs, voor het schooljaar 2021-2022 3.
Zie ook 22/04/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, tot wijziging van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap en tot wijziging van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen 16.

Inhoud

§ 1. Een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs wordt gefinancierd of gesubsidieerd als aan alle onderstaande voorwaarden, die betrekking hebben hetzij op het structuuronderdeel in kwestie hetzij op de vestigingsplaats van de school die het organiseert, samen is voldaan :
1° georganiseerd zijn onder de verantwoordelijkheid van een schoolbestuur;
2° gevestigd zijn in gebouwen en lokalen die aan de voorwaarden op het gebied van hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid voldoen;
3° de controle door de onderwijsinspectie of, indien het gaat om opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, een ander daarvoor door de Vlaamse Regering aangewezen orgaan mogelijk maken;
4° beschikken over voldoende didactisch materiaal en over een aangepaste schooluitrusting;
5° bepalingen naleven over de onderwijstaal en de taalkennis van het personeel;
6° een structuur aannemen zoals vastgesteld bij decreet. Onder structuur wordt begrepen de grote indelingen binnen een onderwijsniveau en de duur van die indelingen;
7° de reglementering betreffende verlofregeling en aanwending van de schooltijd in acht nemen;
8° beantwoorden aan de op het structuuronderdeel toepasbare decretale en reglementaire bepalingen inzake erkende onderwijskwalificaties, eindtermen, ontwikkelingsdoelen, specifieke eindtermen, erkende beroepskwalificaties, curriculumdossiers, leerplannen of individueel aangepaste curricula;
9° samenwerkingsafspraken maken met een centrum voor leerlingenbegeleiding en een beleid op leerlingenbegeleiding voeren;
10° ...
11° als school in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen op het gebied van de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder eerbiedigen;
12° voor wat het gemeenschapsonderwijs en het gesubsidieerd officieel onderwijs betreft :
a) een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerling;
b) de leerplannen volgen van het Gemeenschapsonderwijs, het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap of het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen, of eigen leerplannen volgen die ermee verenigbaar zijn vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum;
c) een schoolwerkplan, schoolreglement en schoolboeken gebruiken in overeenstemming met het open karakter vermeld in punt a);
d) begeleid worden door de begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs, het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap of het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum;
13° voldoen aan de reglementaire programmatie- of rationalisatienormen;
14° deelnemen aan en samenwerken binnen een lokaal overlegplatform, opgericht overeenkomstig artikel IV.2, § 2, eerste lid, van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I. Onder samenwerken wordt verstaan de in artikel IV.4, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet vermelde gegevens leveren, en de in het kader van artikel IV.4, eerste lid, van hetzelfde decreet gemaakte afspraken naleven;
Dit punt is niet van toepassing op ziekenhuisscholen en op leersteuncentra die deel uitmaken van een school voor buitengewoon onderwijs als vermeld in artikel 20, §2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.
15° wat het gemeenschapsonderwijs betreft : de bevoegdheden van de schoolraad respecteren;
16° wat het gesubsidieerd onderwijs betreft : geen afbreuk doen aan de besluitvormingsprocedures, vermeld in artikelen 19 tot en met 22 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad. Deze voorwaarde sluit tevens in dat de directeur met betrekking tot de hem door het schoolbestuur gedelegeerde bevoegdheden die voorwerp uitmaken van advies of overleg, voldoende gemandateerd wordt om in de verhouding tot de schoolraad autonoom te kunnen optreden;
17° ...;
18° uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs : deelnemen aan en samenwerken binnen een of meer overlegfora als vermeld in artikel 357/32 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
19° uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs : maximale inspanningen leveren om het voltijds engagement voor elke jongere te realiseren;
20° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod, bedoeld in het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school-, centrum- of arbeidsreglement;
21° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen betreffende de organisatie van het onderwijs.

§ 2. Alleen voor een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs dat wordt opgericht in het kader van de oprichting van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen, dient het schoolbestuur, uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting, een aanvraag tot financiering of subsidiëring in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Die termijn geldt als vervaltermijn. De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de voormelde aanvraag vast.

De onderwijsinspectie gaat na of het structuuronderdeel voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, 1°, 2°, 3°, 6°, 9° en 11°. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, neemt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 augustus voorafgaand aan de oprichting een van de volgende beslissingen :
1° hetzij financiering of subsidiëring met inbegrip van voorlopige erkenning voor één schooljaar;
2° hetzij niet-financiering of niet-subsidiëring met inbegrip van geen voorlopige erkenning.

Artikel 13, eerste lid, is ook op voorlopig erkende structuuronderdelen van toepassing.

In de loop van het schooljaar van voorlopige erkenning gaat de onderwijsinspectie na of het structuuronderdeel voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, neemt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 maart van het schooljaar van voorlopige erkenning een van de volgende beslissingen :
1° hetzij financiering of subsidiëring met inbegrip van erkenning vanaf het daaropvolgend schooljaar;
2° hetzij niet-financiering of niet-subsidiëring met inbegrip van niet-erkenning vanaf het daaropvolgend schooljaar.

Een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering tot financiering of subsidiëring heeft maar uitwerking als voldaan is aan de vigerende programmatieregels voor scholen en structuuronderdelen. Als aan die programmatieregels niet is voldaan, slaat een gunstige beslissing uitsluitend op erkenning.

In een gefinancierd of gesubsidieerd structuuronderdeel, met inbegrip van voorlopige erkenning, is affectatie, mutatie of vaste benoeming van personeelsleden niet mogelijk.

§ 3. De in de financiering of subsidiëring opgenomen structuuronderdelen secundair onderwijs worden per schooljaar met een dienstbrief van het Agentschap voor Onderwijsdiensten bevestigd en meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur. De dienstbrief bevat de vestigingsplaatsen waar de gefinancierde of gesubsidieerde structuuronderdelen kunnen worden georganiseerd.

§ 4. De ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats wordt door het schoolbestuur bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap:
1° hetzij gemeld uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname: als de nieuwe vestigingsplaats in dezelfde of aangrenzende gemeente ligt van de bestaande hoofdvestigingsplaats van de school;
2° hetzij gemotiveerd aangevraagd: als de nieuwe vestigingsplaats niet in dezelfde of aangrenzende gemeente ligt van de bestaande hoofdvestigingsplaats van de school.

In de melding of aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt verklaard dat:
1° de vestigingsplaats bij ingebruikname beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid;
2° het schoolbestuur op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen als een vestigingsplaats in gebruik wordt genomen waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien was. Het schoolbestuur vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats.

Bij de melding of aanvraag, vermeld in het eerste lid, worden de volgende documenten gevoegd:
1°    het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité;
2°    als de school tot een scholengemeenschap behoort: een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de nieuwe vestigingsplaats in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.

In geval van een aanvraag als vermeld in het eerste lid, 2°, beslist de Vlaamse Regering uiterlijk drie maanden na de indiening van die aanvraag en nadat ze het advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap heeft ontvangen. De voormelde beslissingstermijn geldt als ordetermijn.

Deze paragraaf geldt niet voor het schooljaar waarin een school, al dan niet als gevolg van een herstructurering van bestaande scholen, wordt opgericht.

Afdeling 2. Financiering en subsidiering van de personeelsleden (... - ...)

Onderafdeling 1. Salariëring (... - ...)

Artikel 16. (01/09/1958- ...)

De Vlaamse Gemeenschap verleent aan de gesubsidieerde scholen van het secundair onderwijs die aan de bij decreet en uitvoeringsbesluiten gestelde voorwaarden voldoen, salaristoelagen en betaalt, overeenkomstig artikel 65, § 2, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs, de salarissen van de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs die krachtens de geldende decretale en reglementaire bepalingen in dienst zijn genomen.

De Vlaamse Gemeenschap betaalt aan de betrokken personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en van het gesubsidieerd onderwijs, rechtstreeks en maandelijks respectievelijk de salarissen en de salaristoelagen. (15)

Artikel 17. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.4.

Inhoud

§ 1. De Vlaamse Regering verleent salarissen en salaristoelagen voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, de leden van de pedagogische begeleidingsdiensten, de leden van het opvoedend hulppersoneel, de leden van het ondersteunend personeel en de leden van het administratief personeel.

§ 2. In het buitengewoon onderwijs worden ook salarissen of salaristoelagen toegekend aan het medisch, paramedisch, psychologisch, orthopedagogisch en sociaal personeel, overeenkomstig de normen toepasselijk op de verschillende types van het gefinancierd of gesubsidieerd buitengewoon onderwijs.

§ 3. Elke aanvraag om salaris of salaristoelage voor het personeel moet vergezeld zijn van een verklaring van het schoolbestuur waarvan de tekst, vastgelegd door de Vlaamse Regering, moet bevestigen dat voor de betrokken ambten, noch door een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon, noch door enig ander orgaan toelagen worden verleend. (16)

Artikel 18. (01/01/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 149.
Zie ook 03/06/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis en tot wijziging van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen - (II) 36.

Inhoud

§ 1. Een school ontvangt slechts financiering of subsidiering voor haar personeelsleden :
1° die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling;
2° die de burgerlijke en politieke rechten genieten, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1°;
3° die in het bezit zijn van de vereiste, voldoende geachte of de andere door de Vlaamse Regering vastgelegde bekwaamheidsbewijzen;
4° ...
5° die aangeworven zijn mits eerbiediging van de reglementering inzake terbeschikkingstelling, reaffectatie en wedertewerkstelling.

§ 2. Wanneer het arbeidsgerecht, bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest, een beslissing van een schoolbestuur van het gesubsidieerd vrij onderwijs houdende beëindiging of vermindering van de opdracht van een door het schoolbestuur vastbenoemd personeelslid, strijdig acht met het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, bekomt dit personeelslid de salaristoelage voor het geheel of voor een deel van de opdracht die hem ontnomen werd, alsof hij in dienstactiviteit was gebleven, en verliest het schoolbestuur de salaristoelage voor het geheel of voor een deel van de betrekking, zolang het de betrekking aan een ander niet-rechthebbend personeelslid toewijst.

Deze bepaling heeft ook uitwerking wanneer de kamer van beroep, zoals bedoeld in artikel 69 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, het ontslag van een vastbenoemd personeelslid door het schoolbestuur als gevolg van een tuchtmaatregel vernietigt.

Deze bepaling heeft ook uitwerking wanneer het college van beroep, zoals bedoeld in artikel 47septies decies van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, één van de evaluaties met eindconclusie 'onvoldoende' die tot het ontslag hebben geleid, zoals bedoeld in hoofdstuk Vter van hetzelfde decreet, van een vastbenoemd personeelslid heeft vernietigd.

Het verlies van de salaristoelage voor een betrekking neemt een einde voor het schoolbestuur :
1° ofwel op het ogenblik dat de onregelmatige handeling door het schoolbestuur is hersteld;
2° ofwel indien hetzelfde of een ander schoolbestuur het benadeelde personeelslid, met zijn akkoord, overneemt;
3° ofwel op het ogenblik dat het benadeelde personeelslid zonder geldige reden weigert een door hetzelfde schoolbestuur of een ander schoolbestuur aangeboden betrekking in hetzelfde ambt met dezelfde statutaire toestand te aanvaarden;
4° ofwel op het ogenblik dat het benadeelde personeelslid zich, om redenen vreemd aan het geschil, in de voorwaarden voor definitieve ambtsneerlegging bevindt.

De salaristoelage, die gedurende de periode tussen het onrechtmatig ontslag en de betekening aan de diensten van de Vlaamse Regering bevoegd voor het onderwijs van het vonnis of arrest, of van de uitspraak van de hierboven vermelde kamers van beroep of het hierboven vermelde college van beroep, aan het schoolbestuur werd toegekend, wordt van dit schoolbestuur teruggevorderd en wordt vervolgens toegekend aan het ten onrechte ontslagen personeelslid.

Vanaf de hogervermelde betekening betalen de diensten van de Vlaamse Regering bevoegd voor onderwijs de salaristoelage rechtstreeks aan het ten onrechte ontslagen personeelslid tot op het ogenblik dat voldaan wordt aan één van de vier voorwaarden, hierboven vermeld. (17)

[Onderafdeling 2. Onderwijzend personeel - herverdeling en overdracht van uren (verv. decr. 6 juli 2018, art. 27, I: 1 oktober 2018)] (... - ...)

Artikel 19. (01/09/2020- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.5.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 97.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur kan van de aan zijn scholen toegekende uren-leraar gewoon onderwijs respectievelijk lesuren buitengewoon onderwijs maximaal twee procent respectievelijk maximaal drie procent herverdelen onder zijn scholen.

Die twee procent voor het gewoon onderwijs en drie procent voor het buitengewoon onderwijs worden berekend op basis van het totaal aantal uren-leraar of lesuren dat gedurende het vorig schooljaar aan het schoolbestuur werd toegekend op basis van de geldende reglementaire normen.

Het schoolbestuur kan alleen uren-leraar of lesuren herverdelen tussen scholen die behoren tot dezelfde scholengemeenschap, als:
1° de herverdeling in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;
2° er een onderhandeling in het lokaal comité heeft plaatsgevonden.

In afwijking van paragraaf 3 kan deze herverdeling gepaard gaan met bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel.

§ 2. Het schoolbestuur kan alleen uren-leraar of lesuren herverdelen tussen scholen die niet behoren tot dezelfde scholengemeenschap, als:
1° de herverdeling in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;
2° er een onderhandeling in het lokaal comité heeft plaatsgevonden.
3° daarvan melding gemaakt is aan de betrokken scholengemeenschap waartoe de begunstigde school behoort.

In afwijking van paragraaf 3 kan deze herverdeling gepaard gaan met bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel op voorwaarde dat het lokaal comité daarmee akkoord gaat.";

§ 3. Bij de in § 1 en § 2 bedoelde herverdeling, mag een schoolbestuur het aantal aan een school toegekende uren-leraar of lesuren niet verminderen indien het in dat schooljaar in die school overeenkomstig de geldende reglementering nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel dient uit te spreken.

§ 4. Met het oog op de controle door het Agentschap voor Onderwijsdiensten dienen de schoolbesturen een verklaring op eer af te leggen die er toe strekt dat ze de bepalingen van § 3 in acht nemen bij deze herverdeling. De niet-naleving van deze bepalingen heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de Vlaamse overheid.

In de bijkomende uren-leraar of lesuren die een school via deze herverdeling verkregen heeft, kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden. Het betrokken schoolbestuur dient een verklaring op eer af te leggen die er toe strekt dat in de bedoelde uren-leraar of lesuren geen personeelsleden vastbenoemd worden. De niet-naleving van deze bepalingen heeft tot gevolg dat de vaste benoemingen geen uitwerking kunnen hebben ten aanzien van de Vlaamse overheid. In afwijking van deze bepaling is vaste benoeming in uren-leraar mogelijk op 1 januari 2021.

§ 5. De herverdeling dient plaats te vinden tegen uiterlijk 1 november van het betrokken schooljaar. (18)

Artikel 20. (01/09/2020- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.6.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 98.

Inhoud

§ 1. Binnen dezelfde scholengemeenschap kunnen uren-leraar of lesuren tot uiterlijk 1 november van het betrokken schooljaar van een school aan een andere school worden overgedragen, als:
1° de overdracht in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;
2° er een onderhandeling heeft plaatsgevonden in het lokaal comité.

In afwijking van paragraaf 2 kan deze overdracht gepaard gaan met bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel.

Binnen hetzelfde net kunnen uren-leraar of lesuren tot uiterlijk 1 november van het betrokken schooljaar worden overgedragen van een school aan een andere school die niet behoort tot dezelfde scholengemeenschap, als:
1° de overdracht in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;
2° er een onderhandeling in het lokaal comité heeft plaatsgevonden.
3° daarvan melding gemaakt is aan de betrokken scholengemeenschap waartoe de begunstigde school behoort.

In afwijking van paragraaf 2 kan deze overdracht gepaard gaan met bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel op voorwaarde dat het lokaal comité hiermee akkoord gaat.

§ 2. De in dit artikel bedoelde overdracht is slechts mogelijk indien het betrokken schoolbestuur van de school die uren-leraar of lesuren overdraagt op eer verklaart dat het gedurende dat schooljaar in de betrokken school overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel dient uit te spreken.

In de overgedragen uren-leraar of lesuur kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden. In afwijking van deze bepaling is vaste benoeming in uren-leraar mogelijk op 1 januari 2021.

Indien een schoolbestuur van een school het vastbenoemd personeel van deze school op datum van 30 juni van het voorafgaand schooljaar, behoudt, op 1 september bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling of indien deze personeelsleden op 1 september gereaffecteerd of wedertewerkgesteld zijn in een andere school, is overdracht wel mogelijk.

§ 3. Met het oog op de controle door het Agentschap voor Onderwijsdiensten dient het betrokken schoolbestuur een verklaring op eer af te leggen die er toe strekt dat het de bepalingen van dit artikel in acht neemt bij de overdracht. De niet-naleving van deze bepalingen heeft tot gevolg dat nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel geen uitwerking hebben ten aanzien van de Vlaamse overheid of dat de vaste benoemingen geen uitwerking hebben ten aanzien van de Vlaamse overheid. (19)

Artikel 21. (01/09/2020- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.3.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.7.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 99.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 59bis.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 59ter.

Inhoud

§ 1. Een school kan tijdens een bepaald schooljaar niet ingerichte uren-leraar of lesuren overdragen naar het daaropvolgende schooljaar mits te voldoen aan alle volgende voorwaarden:
1° het maximum aantal uren-leraar of lesuren van een bepaald schooljaar dat wordt overgedragen naar het daaropvolgende schooljaar dient vastgelegd uiterlijk op 1 november van dat schooljaar;
2° het maximum aantal uren-leraar of lesuren van een bepaald schooljaar dat wordt overgedragen naar het daaropvolgende schooljaar kan nooit hoger liggen dan twee procent van het aantal aanwendbare uren-leraar of lesuren van dat bepaald schooljaar;
3° het in 1° en 2° bedoelde maximum aantal overgedragen uren-leraar of lesuren, of een gedeelte ervan, mag, in afwijking van artikel 20, na 1 november van dat schooljaar zowel gebruikt worden in de eigen school als overgedragen worden naar een andere school binnen hetzelfde net of binnen eenzelfde scholengemeenschap.

§ 2. De overdracht van uren-leraar of lesuren tijdens een bepaald schooljaar, vermeld in paragraaf 1, is alleen mogelijk als het betrokken schoolbestuur van de school op erewoord verklaart dat het tijdens dat schooljaar in de betrokken school overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel dient uit te spreken of als de leden van het onderwijzend personeel die nieuw of bijkomend ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in de scholengemeenschap en dit voor de duur van het volledig schooljaar. Daarenboven kan een schoolbestuur van een school voor buitengewoon secundair onderwijs die in het lopende schooljaar bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten een aanvraag heeft ingediend met het oog op het bekomen van extra lesuren, geen lesuren overdragen.

§ 3. De niet-naleving van de bepalingen van § 2 heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de Vlaamse overheid.

§ 4. In de overgedragen uren-leraar of lesuren kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden.

§ 5. Met het oog op de controle van § 4 door het Agentschap voor Onderwijsdiensten, dienen de schoolbesturen van de betrokken scholen een verklaring op eer af te leggen die ertoe strekt dat in de bedoelde uren-leraar of lesuren geen personeelsleden vastbenoemd worden.

§ 6. De niet-naleving van de bepalingen van § 4 en § 5 heeft tot gevolg dat de vaste benoemingen geen uitwerking kunnen hebben ten aanzien van de overheid. (20)

§ 7. In afwijking van de bepalingen van paragraaf 4, 5 en 6 is vaste benoeming in uren-leraar mogelijk op 1 januari 2021.

Artikel 22. (01/09/2007- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 59quinquies.

Inhoud

De uren-leraar die worden berekend voor een erkende godsdienst, voor niet-confessionele zedenleer, voor cultuurbeschouwing respectievelijk voor eigen cultuur en religie, dienen voor de desbetreffende cursus te worden aangewend, hetzij als lesuren hetzij als uren die geen lesuren zijn doch ermee gelijkgesteld worden. Het principe van de aanwending voor de desbetreffende cursus geldt ook indien de uren-leraar het voorwerp uitmaken van herverdeling of overdracht. Uitsluitend indien de voor de betrokken cursus bevoegde onderwijsinspectie zich akkoord verklaart, kunnen de uren-leraar voor aanwending naar een andere levensbeschouwelijke cursus worden overgeheveld. (21)

... (01/09/2023 - ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Artikel 22/1. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/2. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/3. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/4. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/5. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/6. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/7. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/8. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/9. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/10. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/11. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/12. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/13. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

Artikel 22/14. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 46.

Inhoud

...

[Onderafdeling 2/2 Flexibilisering van de vervangingen (verv. decr. 14 juli 2023, art. 70, I: 1 september 2023)] (... - ...)

Artikel 22/15. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 06/07/2018 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2018 29.
Vervangen bij 14/07/2023 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt 71.

Inhoud

Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 in een school voor gewoon secundair onderwijs of in een centrum voor deeltijds onderwijs de uren-leraar van de betrekkingen in een wervingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel in een school die in aanmerking komen voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 22/2, 1°, omzetten in punten voor de aanwending in de school of in het centrum in ambten van het ondersteunend personeel.

Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 in een school voor buitengewoon secundair onderwijs de lesuren van de betrekkingen in een wervingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel die in aanmerking komen voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 22/2, 1°, omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel of in uren voor de aanwending in ambten van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel.

De omzetting, vermeld in het eerste en tweede lid, geldt altijd maximaal voor de duur van de afwezigheid van de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 22/2, 1°, en maximaal voor de duur van het lopende schooljaar.

In afwijking van het derde lid eindigt de omzetting, vermeld in het eerste en tweede lid:
1° vanaf het ogenblik dat de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging vervroegd terugkeert uit zijn afwezigheid. Het personeelslid dat tijdelijk aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd ingericht in een ambt van het ondersteunend personeel of in een ambt van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel wordt bij de terugkeer van de titularis ontslagen volgens artikel 23, eerste lid, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 21, §1, eerste lid, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
2° als het personeelslid dat tijdelijk aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd ingericht in een ambt van het ondersteunend personeel of in een ambt van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de lestijden vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de uren-leraar, vermeld in het eerste lid, kunnen worden omgezet in punten voor het ondersteunend personeel en de wijze waarop de lesuren, vermeld in het tweede lid, kunnen worden omgezet in punten voor het ondersteunend personeel en in uren voor het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel.

De criteria om het tekort aan onderwijzend personeel te bepalen en de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel als vermeld in het eerste lid, of in ambten van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel als vermeld in het tweede lid, worden vastgelegd na onderhandeling in het bevoegde lokale comité.

De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het ondersteunend personeel als vermeld in het eerste lid, of in ambten van het paramedisch, sociaal, medisch, psychologisch en orthopedagogisch personeel als vermeld in het tweede lid, komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

Artikel 22/16. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 06/07/2018 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2018 29.
Vervangen bij 14/07/2023 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt 72.

Inhoud

Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs of een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs kan tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 de uren-leraar van een betrekking in een wervingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 22/2, 1°, omzetten in een krediet voor de aanwending voor een gastleraar als vermeld in artikel 211, §3, of in artikel 211/1.

Een school voor buitengewoon secundair onderwijs kan de lesuren van een betrekking in een wervingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 22/2, 1°, omzetten in een krediet voor de aanwending voor een gastleraar als vermeld in artikel 308/4 of in artikel 308/5.

De omzetting, vermeld in het eerste en tweede lid, geldt steeds maximaal voor de duur van de afwezigheid van de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging als vermeld in artikel 22/2, 1°, en maximaal voor de duur van het lopende schooljaar.

In afwijking van het derde lid eindigt de omzetting, vermeld in het eerste en tweede lid:
1° vanaf het ogenblik dat de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging vervroegd terugkeert uit zijn afwezigheid. Hierdoor eindigt ook de aanstelling van de gastleraar;
2°   als de gastleraar vrijwillig een einde maakt aan zijn aanstelling.
 
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de uren-leraar, vermeld in het eerste lid, en de lesuren, vermeld in het tweede lid, kunnen worden omgezet in een krediet, de wijze van melding van voormelde omzetting aan de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, de grootte van het krediet per uur-leraar of per lesuur dat wordt omgezet en de wijze van toekenning van het krediet.

Artikel 22/17. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 47.

Inhoud

...

[Onderafdeling 2/3 Aanvangsbegeleiding (ing. decr. 15 maart 2019, art. 38, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 22/18. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 15/03/2019 Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020 39.
Gewijzigd bij 25/02/2022 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het onderwijs uit cao XII Leerplicht, cao V Basiseducatie en cao VI Hoger onderwijs vanaf het school- of academiejaar 2021-2022 21.

Inhoud

Aan scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs worden vanaf het schooljaar 2021-2022 een aantal organieke uren-leraar aanvangsbegeleiding toegekend.

Aan scholen voor buitengewoon secundair onderwijs worden vanaf het schooljaar 2021-2022 een aantal organieke lesuren aanvangsbegeleiding toegekend.

Als de uren-leraar en lesuren niet kunnen worden aangewend voor aanvangsbegeleiding, moeten de scholen die aanwenden voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel, vermeld in artikel 22/21. Bij een overdracht of herverdeling kunnen die uren ook alleen voor aanvangsbegeleiding of ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel worden aangewend. De uit aanvangsbegeleiding toegekende uren-leraar, lesuren, en uren, inclusief de omgezette punten, kunnen, in afwijking van artikel 21 en artikel 313, § 1, niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar..

De uren-leraar aanvangsbegeleiding worden aangewend in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel of van het ondersteunend personeel. Voor de aanwending in het ondersteunend personeel worden uren-leraar omgezet naar punten als vermeld in artikel 22/20.

De lesuren aanvangsbegeleiding worden aangewend in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel, het paramedisch personeel, het medisch personeel, het sociaal personeel, het orthopedagogisch personeel of het psychologisch personeel. Voor de aanwending in het ondersteunend personeel worden lesuren omgezet naar punten als vermeld in artikel 22/20. Voor de aanwending in het paramedisch personeel, het medisch personeel, het sociaal personeel, het orthopedagogisch personeel of het psychologisch personeel worden lesuren omgezet naar uren als vermeld in artikel 22/20.

Voor de toepassing van de personeelsregelgeving wordt, voor wat het bestuurs- en onderwijzend personeel betreft, aanvangsbegeleiding beschouwd als uren die geen lesuren zijn maar ermee gelijkgesteld worden.

Artikel 22/19. (01/09/2021- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 15/03/2019 Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020 40.
Vervangen bij 25/02/2022 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het onderwijs uit cao XII Leerplicht, cao V Basiseducatie en cao VI Hoger onderwijs vanaf het school- of academiejaar 2021-2022 22.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 80.

Inhoud

Voor het schooljaar 2021-2022 bedraagt het globaal beschikbare aantal uren aanvangsbegeleiding 5646 uren. Die uren worden verdeeld op de volgende wijze:
1° voltijds gewoon secundair onderwijs: 4795 uren-leraar;
2° buitengewoon secundair onderwijs: 732 lesuren;
3° deeltijds beroepssecundair onderwijs: 119 uren-leraar.

Vanaf het schooljaar 2022-2023 wordt het globaal beschikbare aantal uren en de verdeling over de onderwijstypes, vermeld het eerste lid, 1° tot en met 3°, evenredig aangepast aan eventuele leerlingenfluctuaties ten opzichte van het voorafgaande schooljaar. Bij die aanpassing wordt de eerste lesdag van februari altijd als teldatum genomen.

Het globaal beschikbare aantal uren wordt op volgende wijze verdeeld over de scholen en centra:
1° voltijds gewoon secundair onderwijs: in verhouding tot het pakket uren-leraar van de school en het schooljaar in kwestie in de totaliteit van de pakketten uren-leraar van alle scholen. Voor de toepassing van deze bepaling omvat het pakket uren-leraar:
a) de uren-leraar voor de levensbeschouwelijke vakken, vermeld in artikel 209;
b) de uren-leraar voor de niet-levensbeschouwelijke vakken, vermeld in artikel 209;
c) de uren-leraar geïntegreerd ondersteuningsaanbod, vermeld in artikel 226, 227, 234 en 235;
2° buitengewoon secundair onderwijs: in verhouding tot het pakket lesuren van de school en het schooljaar in kwestie in de totaliteit van de pakketten lesuren van alle scholen. Voor de toepassing van deze bepaling omvat het pakket lesuren:
a) de lesuren voor de levensbeschouwelijke vakken, vermeld in artikel 300;
b) de lesuren niet-levensbeschouwing, vermeld in artikel 298, 299, 301, 302 en 303;
c) de lesuren geïntegreerd ondersteuningsaanbod, vermeld in artikel 318 en 319;
3° deeltijds beroepssecundair onderwijs: in verhouding tot het pakket uren-leraar van het centrum en het schooljaar in kwestie in de totaliteit van de pakketten uren-leraar van alle centra. Voor de toepassing van deze bepaling omvat het pakket uren-leraar de uren-leraar, vermeld in artikel 89 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.

Artikel 22/20. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 15/03/2019 Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020 41.
Vervangen bij 25/02/2022 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het onderwijs uit cao XII Leerplicht, cao V Basiseducatie en cao VI Hoger onderwijs vanaf het school- of academiejaar 2021-2022 23.

Inhoud

De uren-leraar of lesuren aanvangsbegeleiding kunnen, met toepassing van artikel 22/18, vierde lid, worden omgezet naar punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel, het paramedisch personeel, het medisch personeel, het sociaal personeel, het orthopedagogisch personeel of het psychologisch personeel. Deze omzetting gebeurt op basis van een omzettingstabel die de Vlaamse Regering vastlegt.

[Onderafdeling 2/4. Aanvullende uren-leraar en lesuren voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel (ing. decr. 25 februari 2022, art. 24, I: 1 september 2021)] (... - ...)

Artikel 22/21. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/02/2022 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het onderwijs uit cao XII Leerplicht, cao V Basiseducatie en cao VI Hoger onderwijs vanaf het school- of academiejaar 2021-2022 25.

Inhoud

§ 1. Vanaf het schooljaar 2021-2022 worden aan scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs een aantal organieke uren-leraar voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel toegekend.

Vanaf het schooljaar 2021-2022 worden aan scholen voor buitengewoon secundair onderwijs een aantal organieke lesuren voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel toegekend.

De aanvullende uren-leraar en lesuren voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel, vermeld in artikel 47quinquies van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en artikel 73quinquies van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, dienen aangewend te worden om de werkdruk van het onderwijzend personeel te verminderen met een effect op de lesopdracht. Ook bij een overdracht of herverdeling kunnen die uren-leraar en lesuren alleen voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel worden aangewend. De aanvullende uren-leraar, lesuren, en uren, inclusief de omgezette punten ter ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel, kunnen, in afwijking van artikel 21 en artikel 313, § 1, niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar.

Er kan aan een onderwijzend personeelslid maximaal één uur-leraar of lesuur toegekend worden. Van dat principe kan alleen worden afgeweken tot maximaal drie uren-leraar of lesuren per onderwijzend personeelslid op grond van een gemotiveerd verzoek en na onderhandeling in het lokaal comité. Dit gemotiveerd verzoek kan zowel van de afvaardiging van het schoolbestuur als van de afvaardiging van het personeel komen.

De uren-leraar en lesuren voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel worden aangewend in wervingsambten van het onderwijzend personeel.

Voor de toepassing van de personeelsregelgeving worden, voor het onderwijzend personeel, uren voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel beschouwd als uren die geen lesuren zijn, maar ermee gelijkgesteld worden.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kan een schoolbestuur tijdens de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 bij een tekort aan onderwijzend personeel de aanvullende uren-leraar of lesuren voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel ook aanwenden in ambten van het ondersteunend personeel. De criteria voor de bepaling van het tekort aan onderwijzend personeel worden bepaald in het bevoegd lokaal comité en de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel kan enkel worden toegepast na onderhandeling in het bevoegd lokaal comité.

De betrekkingen die ingericht worden in ambten van het ondersteunend personeel als vermeld in het eerste lid, komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen.

De Vlaamse Regering bepaalt de omzettingen van uren-leraar en lesuren naar punten.

Artikel 22/22. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/02/2022 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het onderwijs uit cao XII Leerplicht, cao V Basiseducatie en cao VI Hoger onderwijs vanaf het school- of academiejaar 2021-2022 26.

Inhoud

Voor het schooljaar 2021-2022 bedraagt het globaal beschikbare aantal uren voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel 9564 uren. Die uren worden verdeeld op de volgende wijze:
1° voltijds gewoon secundair onderwijs: 8188 uren-leraar;
2° buitengewoon secundair onderwijs: 1146 lesuren;
3° deeltijds beroepssecundair onderwijs: 230 uren-leraar.

Vanaf het schooljaar 2022-2023 wordt het globaal beschikbare aantal uren en de verdeling over de onderwijstypes, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, evenredig aangepast aan eventuele leerlingenfluctuaties ten opzichte van het voorafgaande schooljaar. Bij die aanpassing wordt de eerste lesdag van februari altijd als teldatum genomen.

§ 3. Die uren worden conform artikel 22/19, derde lid, over de scholen en centra verdeeld.

[Onderafdeling 2/5. Aanvullende uren-leraar en lesuren samen school maken (ing. decr. 25 februari 2022, art. 27, I: 1 september 2021)] (... - ...)

Artikel 22/23. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/02/2022 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het onderwijs uit cao XII Leerplicht, cao V Basiseducatie en cao VI Hoger onderwijs vanaf het school- of academiejaar 2021-2022 28.

Inhoud

Vanaf het schooljaar 2021-2022 worden aan scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs een aantal organieke uren-leraar samen school maken toegekend.

Vanaf het schooljaar 2021-2022 worden aan scholen voor buitengewoon secundair onderwijs een aantal organieke lesuren samen school maken toegekend.

De organieke uren-leraar of lesuren samen school maken dienen aangewend te worden om het sociaal overleg en onderhandeling te versterken. De uren-leraar of lestijden worden aangewend voor de vertegenwoordigers van het personeel die aangesteld zijn in de school, conform de toepasselijke vigerende Vlaamse of federale regelgeving.

Voor de aanwending van de uren-leraar en de lesuren samen school maken kunnen de scholen samenwerken. Ook bij een overdracht of herverdeling kunnen die uren-leraar en lesuren alleen voor het samen school maken worden aangewend. De uren-leraar, lesuren en uren, inclusief de omgezette punten samen school maken, kunnen, in afwijking van artikel 21 en artikel 313, § 1, niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar.

De Vlaamse Regering bepaalt de ambten en personeelscategorieën waarbinnen betrekkingen kunnen worden opgericht met de uren-leraar samen school maken. De Vlaamse Regering bepaalt de omzettingen van lesuren en uren-leraar naar uren en punten.

Voor de toepassing van de personeelsregelgeving wordt, voor het bestuurs- en onderwijzend personeel, het samen school maken beschouwd als uren die geen lesuren zijn, maar ermee gelijkgesteld worden.

Artikel 22/24. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/02/2022 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het onderwijs uit cao XII Leerplicht, cao V Basiseducatie en cao VI Hoger onderwijs vanaf het school- of academiejaar 2021-2022 29.

Inhoud

§ 1. Het aantal organieke uren-leraar dat wordt toegekend aan de scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, wordt berekend met de formule 0,003190777*B.

In het eerste lid wordt verstaan onder B: het totaalpakket uren-leraar van de school in het voorgaande schooljaar.

Voor de toepassing van het eerste lid omvat het pakket uren-leraar:
1° de uren-leraar voor de levensbeschouwelijke vakken, vermeld in artikel 209;
2° de uren-leraar voor de niet-levensbeschouwelijke vakken, vermeld in artikel 209;
3° de uren-leraar geïntegreerd ondersteuningsaanbod, vermeld in artikel 226, 227, 234 en 235;
4° de uren-leraar vermeld in artikel 89, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel voor leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, wanneer het een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs betreft.

De uren-leraar, vermeld in het eerste lid, worden binnen een school of centrum afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 hebben scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, die conform paragraaf 1 recht hebben op meer dan drie, maar minder dan zeven, organieke uren-leraar voor het samen school maken, recht op drie organieke uren-leraar.

In afwijking van paragraaf 1 hebben scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, die conform paragraaf 1 recht hebben op zeven organieke uren-leraar of meer, recht op zes organieke uren-leraar.

In afwijking van paragraaf 1 hebben scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, die conform paragraaf 1 recht hebben op minder dan één organiek uur-leraar voor het samen school maken, recht op één organiek uur-leraar.

§ 3. Het aantal lesuren samen school maken waarop de school voor buitengewoon secundair onderwijs recht heeft, wordt berekend met de formule 0,003048098*D.

Voor de toepassing van het eerste lid is D=E+F+G, waarbij:
1° E: het totaalpakket lesuren van de school in het voorgaande schooljaar. Voor de toepassing van E omvat het pakket lesuren:
a) de lesuren voor de levensbeschouwelijke vakken, vermeld in artikel 300;
b) de lesuren niet-levensbeschouwing, vermeld in artikel 298, 299, 301, 302 en 303;
c) de lesuren geïntegreerd ondersteuningsaanbod, vermeld in artikel 318 en 319;
2° F: de uren paramedisch personeel, medisch personeel, sociaal personeel, orthopedagogisch personeel en psychologisch personeel, volgens de richtgetallen/32*22. F wordt binnen een school afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal;
3° G: de lesuren, uren en begeleidingseenheden zoals toegekend aan de school in het kader van het ondersteuningsmodel op de eerste schooldag van februari van het vorige schooljaar, conform artikel 314/8, § 3 en § 5, en artikel 314/9, § 3. G wordt berekend met de formule G=A+B+C, waarbij:
a) A: de lesuren toegekend in kader van het ondersteuningsmodel;
b) B: de uren toegekend in het kader van het ondersteuningsmodel*22/32;
c) C: 90,43% van de begeleidingseenheden toegekend in het kader van het ondersteuningsmodel*1 gesommeerd met 9,57% van de begeleidingseenheden toegekend in het kader van het ondersteuningsmodel*22/32.

De term G van de som, vermeld in het tweede lid, wordt binnen een school afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

Het aantal lesuren samen school maken waarop een school voor buitengewoon secundair onderwijs recht heeft, zoals vermeld in het eerste lid, worden binnen een school afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

§ 4. In afwijking van paragraaf 3 hebben scholen voor buitengewoon secundair onderwijs die conform paragraaf 3 recht hebben op meer dan drie organieke lesuren voor het samen school maken, recht op drie organieke lesuren.

In afwijking van paragraaf 3 hebben scholen voor buitengewoon secundair onderwijs die conform paragraaf 3 recht hebben op minder dan één organiek lesuur voor het samen school maken, recht op één organiek lesuur.

Artikel 22/25. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/02/2022 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het onderwijs uit cao XII Leerplicht, cao V Basiseducatie en cao VI Hoger onderwijs vanaf het school- of academiejaar 2021-2022 30.

Inhoud

De uren-leraar of lesuren samen school maken in wervingsambten van het ondersteunend personeel worden aangewend op basis van een omzettingstabel die de Vlaamse Regering vastlegt.

De Vlaamse Regering keurt het afsprakenkader tussen het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs en de representatieve vakorganisaties over de wijze van toekenning, de verdeling en de inzet van de aanvullende lestijden samen school maken die specifiek gericht zijn op het versterken van het lokale sociaal overleg goed.

Onderafdeling 2/6. Flexi-jobs (01/04/2024 - ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 81.

Artikel 22/26. (01/04/2024- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 82.

Inhoud

§1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° flexi-jobwerknemer: een werknemer als vermeld in artikel 3, 3°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken;
2° flexi-jobarbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst als vermeld in artikel 3, 4°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken.

§2. Een schoolbestuur kan bij een tekort aan onderwijzend of ondersteunend personeel op de arbeidsmarkt eigen middelen, werkingsbudget als vermeld in artikel 249 of 329, of een deel van zijn omkadering dat omgezet kan worden naar een krediet, voor de wervingsambten van het onderwijzend of ondersteunend personeel van een of meer van zijn scholen aanwenden om via een flexi-jobarbeidsovereenkomst in die school of scholen een flexi-jobwerknemer in dienst te nemen.

Het tekort aan onderwijzend of ondersteunend personeel op de arbeidsmarkt, vermeld in het eerste lid, blijkt uit het feit dat het schoolbestuur in de school waar het de flexi-jobwerknemer, vermeld in het eerste lid, in dienst wil nemen voor een vacature in een wervingsambt van het onderwijzend of ondersteunend personeel, de voormelde vacature niet kan invullen via een reguliere aanstelling van een personeelslid dat daarvoor beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.

In het tweede lid wordt verstaan onder vacature: een volledige of onvolledige betrekking die vacant is of waarvan de afwezige titularis of zijn vervanger regulier kan worden vervangen.

§3. Het schoolbestuur sluit met de flexi-jobwerknemer een flexi-jobarbeidsovereenkomst af. De bepalingen in het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten van die decreten zijn, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, niet van toepassing op de voormelde werknemers.
 
In afwijking van het eerste lid, moet een flexi-jobwerknemer voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 17, §1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 19, §1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.

De flexi-jobwerknemer mag daarnaast geen andere tewerkstelling bij het schoolbestuur hebben.

§4. Voor het aanwenden van een deel van de omkadering als vermeld in paragraaf 2 kan een schoolbestuur enkel het krediet gebruiken dat het verkrijgt via de omzetting van die omkadering, vermeld in artikel 22/16, 211, §3 en §3bis, en artikel 308/5.

De mogelijkheid om het krediet, vermeld in het eerste lid, te gebruiken, eindigt: 1°    vanaf het ogenblik dat de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging vervroegd terugkeert uit zijn afwezigheid. Hier-
door eindigt ook de aanstelling van de flexi-jobwerknemer; 2°    als de flexi-jobwerknemer ontslag neemt.
 

Onderafdeling 3. Globale puntenenveloppe (... - ...)

Artikel 23. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 17/06/2011 Decreet betreffende de scholengemeenschappen in het basis- en secundair onderwijs 13.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.8.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 93.

Inhoud

§ 1. Deze onderafdeling is niet van toepassing op het ambt van bode-kamerbewaarder.

§ 2. ...

Artikel 24. (01/09/2015- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 03/07/2015 Decreet houdende diverse bepalingen onderwijs 15.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 94.

Inhoud

In het secundair onderwijs wordt elk schooljaar aan een scholengemeenschap respectievelijk aan een school doch enkel indien deze niet tot een scholengemeenschap behoort, een globale puntenenveloppe toegekend. Bij toekenning aan een scholengemeenschap wordt de globale puntenenveloppe, na eventuele voorafname bedoeld in artikel 29, § 1, door de scholengemeenschap verdeeld over de scholen die ertoe behoren.

De globale puntenenveloppe strekt ertoe enerzijds om op het niveau van de school het kader bestuurspersoneel en ondersteunend personeel in te vullen en anderzijds om op het niveau van de school en van de scholengemeenschap een beleid inzake taak- en functiedifferentiatie gestalte te geven.

Op het resultaat van de berekening van de globale puntenenveloppe als vermeld in, naargelang van het geval, artikel 25, 26, 27 of 28, wordt een aanwendings-percentage toegepast dat wordt vastgesteld op 96,57%. De Vlaamse Regering kan op basis van de budgettaire mogelijkheden dit aanwendingspercentage wijzigen.

Artikel 25. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 17/06/2011 Decreet betreffende de scholengemeenschappen in het basis- en secundair onderwijs 14.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.4.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 146.
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, wat de opleiding Basisverpleegkunde betreft 4.
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt 73.
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 48.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 83.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 95.

Inhoud

§ 1. De globale puntenenveloppe toegekend aan een scholengemeenschap is samengesteld uit de onderdelen vermeld in § 2 tot en met § 12 hierna.

§ 2. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor voltijds gewoon secundair onderwijs die ten minste 600 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 550 regelmatige leerlingen. Desbetreffend aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3 dan wel 4 indien het minimum aantal leerlingen respectievelijk 1.200 en 1.150, 1.800 en 1.750, of 2.400 en 2.350 bedraagt. Het aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt.

§ 3. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is en dat ten minste 600 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 550 regelmatige leerlingen. Desbetreffend aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3 dan wel 4 indien het minimum aantal leerlingen respectievelijk 1.200 en 1.150, 1.800 en 1.750, of 2.400 en 2.350 bedraagt.

Het aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt.

§ 4. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor buitengewoon secundair onderwijs die ten minste 300 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 275 regelmatige leerlingen. Dit aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt.

§ 5. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met hoger beroepsonderwijs, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 7 maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar blijft dat aantal punten toegekend indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school niet lager ligt dan 6 maal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.

Het in het eerste lid bedoeld aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 15, 19, 22, 29, 31, 33, 36, 43 respectievelijk 50 (en zo verder per schijf van 7) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.

Vanaf het daaropvolgende schooljaar gebeurt de vermenigvuldiging van het in het eerste lid bedoeld aantal punten met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 14, 18, 21, 28, 30, 32, 35, 41 respectievelijk 47 (en zo verder per schijf van 6) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.

Het aantal punten blijft toegekend indien het minimum gedurende twee opeenvolgende schooljaren niet wordt bereikt.

Voor de toepassing van deze bepalingen :
1° worden de volgende praktische vakken of daaraan gelijkgesteld niet in aanmerking genomen : stage algemene verpleegkunde, stage medische wetenschappen, stage psychiatrische verpleegkunde, stage sociale wetenschappen, stage verzorging, stage ziekenhuisverpleegkunde;
2° komen de ingerichte uren-leraar praktische vakken of daaraan gelijkgesteld van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan een school met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs, in aanmerking in de school voor voltijds gewoon secundair onderwijs waar ze worden ingericht. De uren-leraar, aangewend voor gastleraren, worden voor een derde als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld beschouwd;
3° mogen de ingerichte uren-leraar praktische vakken of daaraan gelijkgesteld van een school die uitsluitend de eerste graad of de eerste en de tweede graad organiseert gevoegd worden bij één school die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die geen eerste graad organiseert.

§ 6. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum 7 maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daar aan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar blijft dat aantal punten toegekend indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum niet lager ligt dan 6 maal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.

Het in het eerste lid bedoeld aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum 15, 19, 22, 29, 31, 33, 36, 43 respectievelijk 50 (en zo verder per schijf van 7) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.

Vanaf het daaropvolgende schooljaar gebeurt de vermenigvuldiging van het in het eerste lid bedoeld aantal punten met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum 14, 18, 21, 28, 30, 32, 35, 41 respectievelijk 47 (en zo verder per schijf van 6) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.

Het aantal punten blijft toegekend indien het minimum gedurende twee opeenvolgende schooljaren niet wordt bereikt.

Voor de toepassing van deze bepalingen worden de uren-leraar, aangewend voor gastleraren, voor een derde als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld beschouwd.

§ 7. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor buitengewoon secundair onderwijs, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse lesuren ingericht als beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school ten minste 210 bedraagt. Dat aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 4, 5, 6, 8, 9, 10 respectievelijk 12 (en zo telkens per 1 verder), indien het totaal aantal wekelijkse lesuren ingericht als beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school ten minste 420, 630, 840, 1.050, 1.260, 1.470, 1.680, 1.890 (en zo verder per schijf van 210) bedraagt.

In afwijking van het eerste lid van deze paragraaf, wordt voor de berekening van de globale puntenenveloppe voor schooljaar 2023-2024 geen rekening gehouden met de lesuren beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld waarin ondersteuners zijn aangesteld in schooljaar 2022-2023.

§ 8. De door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde wekelijkse uren-leraar of lesuren, ingericht als beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld, bedoeld in § 5, § 6 en § 7, die in een school of centrum ontoereikend zijn om het door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten, of een veelvoud daarvan, te genereren, kunnen op het niveau van de scholengemeenschap samengevoegd worden om alsnog tot desbetreffend aantal punten, of een veelvoud daarvan, te leiden.

§ 9. Een aantal punten wordt toegekend dat als volgt wordt berekend :
1° de som van het aantal regelmatige leerlingen van de tot de scholengemeenschap behorende scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs op de gebruikelijke teldatum vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. Deze coëfficiënt ligt alleszins hoger voor een school die in toepassing van de bepalingen inzake gelijke onderwijskansen recht heeft op extra uren-leraar, dan voor een school die dat niet heeft. Het resultaat van elke vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; en
2° de som van het aantal wekelijkse uren-leraar van de tot de scholengemeenschap behorende scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs van het betreffende schooljaar, berekend in uitvoering van de bepalingen van artikel 209, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. Deze coëfficiënt ligt alleszins hoger voor een school die in toepassing van de bepalingen inzake gelijke onderwijskansen recht heeft op extra uren-leraar dan voor een school die dat niet heeft. Het resultaat van elke vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; en
3° de som van het aantal regelmatige leerlingen van de tot de scholengemeenschap behorende scholen voor buitengewoon secundair onderwijs op de gebruikelijke teldatum, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt die varieert naargelang van de omvang van de leerlingenpopulatie. Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal.

§ 10. Een aantal punten wordt toegekend dat als volgt wordt berekend :
1° de som van het aantal regelmatige leerlingen van de tot de scholengemeenschap behorende scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs op de gebruikelijke teldatum vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. De coëfficiënt is dezelfde voor alle scholen die onder toepassing van deze bepaling vallen. Het resultaat van de vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; en
2° de som van het aantal wekelijkse uren-leraar van de tot de scholengemeenschap behorende scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs van het betreffende schooljaar, berekend in uitvoering van de bepalingen van artikel 209, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. De coëfficiënt is dezelfde voor alle scholen die onder toepassing van deze bepaling vallen. Het resultaat van elke vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; en
3° de som van het aantal regelmatige leerlingen van de tot de scholengemeenschap behorende scholen voor buitengewoon secundair onderwijs op de gebruikelijke teldatum, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. De coëfficiënt is dezelfde voor alle scholen die onder toepassing van deze bepaling vallen. Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal.

§ 11. Een aantal punten wordt toegekend afhankelijk van het aantal regelmatige leerlingen van alle scholen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs,op de gebruikelijke teldatum, meer bepaald :
a) tussen 900 en 3999 leerlingen : 120 punten;
b) tussen 4.000 en 6.499 leerlingen : 180 punten;
c) tussen 6.500 en 7.999 leerlingen : 240 punten;
d) tussen 8.000 en 9.499 leerlingen : 300 punten;
e) tussen 9.000 en 10.999 leerlingen : 360 punten;
f) vanaf 11.000 leerlingen : 420 punten.

Het aantal van 120 punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum van 900 leerlingen niet meer wordt bereikt.

§ 12. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan een school met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs.

§ 13. Bij het bepalen van de diverse coëfficiënten, zoals vermeld in § 9 en § 10, houdt de Vlaamse Regering er rekening mee dat, op vergelijkbare basis, het eindresultaat van de berekening van de globale puntenenveloppe voordeliger is voor scholengemeenschappen dan voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren.

§ 14. ...

Artikel 26. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.5.
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt 74.
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, wat de opleiding Basisverpleegkunde betreft 5.
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 49.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 96.

Inhoud

§ 1. De globale puntenenveloppe toegekend aan een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoort is samengesteld uit de onderdelen vermeld in § 2 tot en met § 5 hierna.

§ 2. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor voltijds gewoon secundair onderwijs die ten minste 600 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 550 regelmatige leerlingen. Desbetreffend aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3 dan wel 4 indien het minimum aantal leerlingen respectievelijk 1.200 en 1.150, 1.800 en 1.750, of 2.400 en 2.350 bedraagt.

Het aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt.

§ 3. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met hoger beroepsonderwijs, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 7 maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar blijft dat aantal punten toegekend indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school niet lager ligt dan 6 maal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.

Het in het eerste lid bedoeld aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 15, 19, 22, 29, 31, 33, 36, 43 respectievelijk 50 (en zo verder per schijf van 7) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar gebeurt de vermenigvuldiging van het in het eerste lid bedoeld aantal punten met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 14, 18, 21, 28, 30, 32, 35, 41 respectievelijk 47 (en zo verder per schijf van 6) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.

Het aantal punten blijft toegekend indien het minimum gedurende twee opeenvolgende schooljaren niet wordt bereikt.

Voor de toepassing van deze bepalingen :
1° worden de volgende praktische vakken of daaraan gelijkgesteld niet in aanmerking genomen : stage algemene verpleegkunde, stage medische wetenschappen, stage psychiatrische verpleegkunde, stage sociale wetenschappen, stage verzorging, stage ziekenhuisverpleegkunde;
2° komen de ingerichte uren-leraar praktische vakken of daaraan gelijkgesteld van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan een school met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs, in aanmerking in de school voor voltijds gewoon secundair onderwijs waar ze worden ingericht. De uren-leraar, aangewend voor gastleraren, worden voor een derde als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld beschouwd.

§ 4. Een aantal punten wordt toegekend dat als volgt wordt berekend :
1° de som van het aantal regelmatige leerlingen van de school op de gebruikelijke teldatum, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. Deze coëfficiënt ligt alleszins hoger voor een school die in toepassing van de bepalingen inzake gelijke onderwijskansen recht heeft op extra uren-leraar dan voor een school die dat niet heeft. Het resultaat van elke vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; en
2° de som van het aantal wekelijkse uren-leraar van de school van het betreffende schooljaar, berekend in uitvoering van de bepalingen van artikel 209, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. Deze coëfficiënt ligt alleszins hoger voor een school die in toepassing van de bepalingen inzake gelijke onderwijskansen recht heeft op extra uren-leraar dan voor een school die dat niet heeft. Het resultaat van elke vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal.

§ 5. Een aantal punten wordt toegekend dat als volgt wordt berekend :
1° de som van het aantal regelmatige leerlingen van de school op de gebruikelijke teldatum, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. De coëfficiënt is dezelfde voor alle scholen die onder toepassing van deze bepaling vallen. Het resultaat van de vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; en
2° de som van het aantal wekelijkse uren-leraar van de school van het betreffende schooljaar, berekend in uitvoering van de bepalingen van artikel 209, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. De coëfficiënt is dezelfde voor alle scholen die onder toepassing van deze bepaling vallen. Het resultaat van de vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal.

§ 6. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan een school met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs.

§ 7. Bij het bepalen van de diverse coëfficiënten, zoals vermeld in § 4 en § 5, houdt de Vlaamse Regering er rekening mee dat, op vergelijkbare basis, het eindresultaat van de berekening van de globale puntenenveloppe voordeliger is voor scholengemeenschappen dan voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren.

§ 8. De invoering van een globale puntenenveloppe per 1 september 2009 wordt niet geassocieerd met het programmatieprincipe, wat betekent dat de toepassing, in voorkomend geval, van de meer voordelige normen of het tijdelijk niet hanteren van normen zoals vermeld in § 2 en § 3, ook voor het schooljaar 2009-2010 gehandhaafd blijft. (25)

Artikel 27. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 50.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 147.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 97.

Inhoud

§ 1. De globale puntenenveloppe toegekend aan een school voor buitengewoon secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoort is samengesteld uit de onderdelen vermeld in § 2 tot en met § 5 hierna.

§ 2. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor buitengewoon secundair onderwijs die ten minste 300 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 275 regelmatige leerlingen. Dit aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt.

§ 3. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor buitengewoon secundair onderwijs, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse lesuren ingericht als beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school ten minste 210 bedraagt. Dat aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 4, 5, 6, 8, 9, 10 respectievelijk 12 (en zo telkens per 1 verder), indien het totaal aantal wekelijkse lesuren ingericht als beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school ten minste 420, 630, 840, 1.050, 1.260, 1.470, 1.680, 1.890 (en zo verder per schijf van 210) bedraagt.

In afwijking van het eerste lid wordt voor de berekening van de globale puntenenveloppe voor schooljaar 2023-2024 geen rekening gehouden met de lesuren beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld waarin ondersteuners zijn aangesteld in schooljaar 2022-2023.

§ 4. Een aantal punten wordt toegekend dat bestaat uit de som van het aantal regelmatige leerlingen van de school op de gebruikelijke teldatum, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt die varieert naargelang van de omvang van de leerlingenpopulatie. Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal. In afwijking hierop heeft een school voor buitengewoon secundair onderwijs van type 5 die beschouwd wordt als een ziekenhuisschool elk schooljaar recht op 82 punten.

§ 5. Een aantal punten wordt toegekend dat bestaat uit de som van het aantal regelmatige leerlingen van de school op de gebruikelijke teldatum, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. De coëfficiënt is dezelfde voor alle scholen die onder toepassing van deze bepaling vallen. Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal.

§ 6. Bij het bepalen van de diverse coëfficiënten, zoals vermeld in § 4 en § 5, houdt de Vlaamse Regering er rekening mee dat, op vergelijkbare basis, het eindresultaat van de berekening van de globale puntenenveloppe voordeliger is voor scholengemeenschappen dan voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren.

§ 7. ...

Artikel 28. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.6.
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt 75.
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 51.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 98.

Inhoud

§ 1. De globale puntenenveloppe toegekend aan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is en dat niet tot een scholengemeenschap behoort is samengesteld uit de onderdelen vermeld in § 2 en § 3 hierna.

§ 2. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is en dat ten minste 600 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 550 regelmatige leerlingen. Desbetreffend aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3 dan wel 4 indien het minimum aantal leerlingen respectievelijk 1.200 en 1.150, 1.800 en 1.750, of 2.400 en 2.350 bedraagt.

Het aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt.

§ 3. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum 7 maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar blijft dat aantal punten toegekend indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum niet lager ligt dan 6 maal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.

Het in het eerste lid bedoeld aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum 15, 19, 22, 29, 31, 33, 36, 43 respectievelijk 50 (en zo verder per schijf van 7) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.

Vanaf het daaropvolgende schooljaar gebeurt de vermenigvuldiging van het in het eerste lid bedoeld aantal punten met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum 14, 18, 21, 28, 30, 32, 35, 41 respectievelijk 47 (en zo verder per schijf van 6) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.

Het aantal punten blijft toegekend indien het minimum gedurende twee opeenvolgende schooljaren niet wordt bereikt.

Voor de toepassing van deze bepalingen worden de uren-leraar, aangewend voor gastleraren, voor een derde als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld beschouwd.

§ 4. ...

Artikel 29. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 17/06/2011 Decreet betreffende de scholengemeenschappen in het basis- en secundair onderwijs 15.
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 52.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 99.

Inhoud

§ 1. De scholengemeenschap verdeelt jaarlijks haar globale puntenenveloppe, bedoeld in artikel 25, over haar scholen op basis van criteria die worden onderhandeld in het bevoegde lokaal comité. Als in de scholengemeenschap geen akkoord wordt bereikt, verdeelt de scholengemeenschap de punten over haar scholen overeenkomstig de parameters die werden gebruikt voor de toekenning van de puntenenveloppe.

Voordat de scholengemeenschap overgaat tot de verdeling van de punten, kan ze een aantal punten voorafnemen om haar beleid inzake taak- en functiedifferentiatie op niveau van de scholengemeenschap gestalte te geven. Deze voorafname bedraagt maximum 10% van de puntenenveloppe.

Een overschrijding van de 10% voorafname is mogelijk :
1° als de voorafname minder bedraagt dan het aantal punten bedoeld in artikel 25, § 11. In dat geval kan de scholengemeenschap de 10% overschrijden tot het aantal punten overeenkomt met de punten die haar volgens artikel 25, § 11, toekomen op basis van het aantal leerlingen van de scholengemeenschap;
2° als zowel over de besteding van de punten als over de gevolgen hiervan op de personeelsleden, binnen het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap een akkoord wordt bereikt.

De scholengemeenschap verschaft ten aanzien van het lokaal comité van de scholengemeenschap en ten aanzien van het personeel van de scholen die tot de scholengemeenschap behoren, volledige klaarheid over de betrekkingen die ze op basis van voorafname van de puntenenveloppe creëert op het niveau van de scholengemeenschap. Tevens toont de scholengemeenschap aan dat de aldus ingerichte betrekkingen haar beleid inzake taak- en functiedifferentiatie op het niveau van de scholengemeenschap daadwerkelijk gestalte geven.

De verdeling van de puntenenveloppe mag niet tot gevolg hebben dat bijkomend personeelsleden wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking moeten worden gesteld, tenzij ze onmiddellijk kunnen gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in de scholengemeenschap en dit voor de duur van het volledige schooljaar.

§ 2. ...

Artikel 30. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 17/06/2011 Decreet betreffende de scholengemeenschappen in het basis- en secundair onderwijs 16.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.3.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 150.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 27.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet tot uitvoering van dringende maatregelen om het lerarenambt in het basis- en secundair onderwijs te herwaarderen 6.
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, wat de opleiding Basisverpleegkunde betreft 6.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 99bis.

Inhoud

§ 1. De school wendt de punten die ze in toepassing van artikel 29 van de scholengemeenschap ontvangt als volgt aan :
1° in eerste instantie moet ze de punten steeds aanwenden voor de instandhouding van betrekkingen van vastbenoemde personeelsleden in ambten :
- van het bestuurspersoneel;
- van het ondersteunend personeel;
- van wervingambten van het onderwijzend of het ondersteunend personeel voor zover het gaat om taak- en functiedifferentiatie. In een school voor buitengewoon secundair onderwijs omvat dit daarenboven ook de instandhouding van betrekkingen in ambten van het paramedisch, medisch, sociaal, orthopedagogisch en psychologisch personeel die in het kader van taak- en functiedifferentiatie werden toegewezen;
2° als de school na toepassing van 1° nog punten ter beschikking heeft, kan ze deze als volgt en naar keuze aanwenden :
- voor de oprichting van betrekkingen in ambten bedoeld in § 1, met uitzondering van het
bevorderingsambt van directeur;
- voor het klasvrij maken van een personeelslid;
- voor taak- en functiedifferentiatie;
- voor de toekenning van een hogere salarisschaal in een ambt van het ondersteunend personeel in toepassing van artikel 55 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of artikel 44 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs;
- voor de tijdelijke verhoging van de puntenwaarde van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel, vermeld in § 1, waarvan de titularis een dienstonderbreking heeft, zodat aan de vervanger een hogere salarisschaal kan worden toegekend.

De school moet bij de aanwending van haar punten daarenboven rekening houden met volgende principes :
- ambten van het bestuurspersoneel kunnen alleen per halftijdse of voltijdse betrekking opgericht worden;
- als een school punten aanwendt voor ambten in het ondersteunend personeel moeten de personeelsleden van deze categorie uit tenminste 50% opvoeders bestaan; Voor het bepalen van dit percentage wordt geen rekening gehouden met de personeelsleden aangesteld in het ambt van ICT-coördinator.
- een betrekking in het ambt van technisch adviseur- coördinator kan slechts worden opgericht in een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met hoger beroepsonderwijs, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is en een school voor buitengewoon secundair onderwijs. In voormelde scholen kan ook slechts maximum één voltijdse betrekking in het ambt technisch adviseur-coördinator worden opgericht. De school verschaft ten aanzien van haar lokaal comité en ten aanzien van haar personeel volledige klaarheid over de betrekkingen die ze op basis van haar punten zal oprichten.
- als een titularis van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel bij een dienstonderbreking niet of gedeeltelijk wordt vervangen, kan de school de puntenwaarde van de niet-ingevulde opdracht van de titularis gebruiken om aan een vervanger in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel een hogere salarisschaal toe te kennen.

§ 2. Als de scholengemeenschap, conform artikel 63/1, geen scholengemeenschapsinstelling heeft opgericht, kan ze de punten van de voorafname, bedoeld in artikel 29, § 1, als volgt en naar keuze aanwenden:
- voor de oprichting van betrekkingen in ambten van het bestuurspersoneel, het ondersteunend personeel, en in het kader van taak- en functiedifferentiatie in wervingsambten van het onderwijzend, het paramedisch, medisch, sociaal, orthopedagogisch en psychologisch personeel;
- voor het school- of klasvrij maken van een personeelslid;
- voor de tijdelijke verhoging van de puntenwaarde van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel, vermeld in § 1, waarvan de titularis een dienstonderbreking heeft, zodat aan de vervanger een hogere salarisschaal kan worden toegekend.

Bij de aanwending van deze puntenenveloppe moet de scholengemeenschap rekening houden met volgende principes :
1° ambten van het bestuurspersoneel kunnen alleen per halftijdse of voltijdse betrekking opgericht worden;
2° het personeelslid dat wordt aangesteld in een betrekking opgericht met punten van de voorafname wordt steeds als tijdelijk personeelslid aangesteld in een school van de scholengemeenschap en werkt voor de totaliteit van de scholengemeenschap;
3° als een titularis van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel bij een dienstonderbreking niet of gedeeltelijk wordt vervangen, kan de scholengemeenschap de puntenwaarde van de niet-ingevulde opdracht van de titularis gebruiken om aan een vervanger in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel een hogere salarisschaal toe te kennen.

De bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, blijven verder van toepassing, met uitzondering van volgende bepalingen :
- de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering inzake ter beschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling. Het schoolbestuur van de school waaraan de betrekking wordt toegewezen, kan echter op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Deze aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Deze reaffectatie of wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid;
- het schoolbestuur van de school waaraan de betrekking wordt toegewezen, is niet verplicht om in deze betrekking een personeelslid aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven, overeenkomstig artikel 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of artikel 23bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs;
- de betrekking kan niet worden vacant verklaard.

Het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.

§2bis. Als de scholengemeenschap, conform artikel 63/1, een scholengemeenschapsinstelling heeft opgericht, kan ze de punten van de voorafname, vermeld in artikel 29, § 1, op de volgende wijze aanwenden:
- voor de oprichting van betrekkingen in de scholengemeenschapsinstelling in ambten van het bestuurspersoneel, het ondersteunend personeel, en in het kader van taak- en functiedifferentiatie in wervingsambten van het onderwijzend, paramedisch, medisch, sociaal, orthopedagogisch en psychologisch personeel;
- voor het school- of klasvrij maken van een personeelslid in een school van de scholengemeenschap, dat belast is met het mandaat van algemeen directeur of van een personeelslid dat belast is met het mandaat van coördinerend directeur;
- voor de tijdelijke verhoging van de puntenwaarde van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel in de scholengemeenschapsinstelling, waarvan de titularis een dienstonderbreking heeft, zodat aan de vervanger een hogere salarisschaal kan worden toegekend.

Bij aanwending van de punten van de voorafname in de scholengemeenschapsinstelling moet de scholengemeenschap rekening houden met volgende principes:
1° in eerste instantie moeten de punten steeds worden aangewend voor de instandhouding van betrekkingen van vastbenoemde personeelsleden in ambten, bedoeld in het eerste lid;
2° als de scholengemeenschapsinstelling na toepassing van punt 1° nog punten ter beschikking heeft, kan ze deze als volgt en naar keuze aanwenden:
- voor de oprichting van betrekkingen in ambten bedoeld in het eerste lid;
- voor de toekenning van een hogere salarisschaal in een ambt van het ondersteunend personeel in toepassing van artikel 55, § 2, van het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of artikel 44, § 2, van het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs;
- voor de tijdelijke verhoging van de puntenwaarde van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel, waarvan de titularis een dienstonderbreking heeft, zodat aan de vervanger een hogere salarisschaal kan worden toegekend;
3° ambten van het bestuurspersoneel kunnen alleen per halftijdse of voltijdse betrekking opgericht worden;
4° als een titularis van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel bij een dienstonderbreking niet of gedeeltelijk wordt vervangen, kan de scholengemeenschapsinstelling de puntenwaarde van de niet-ingevulde opdracht van de titularis gebruiken om aan een vervanger in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel een hogere salarisschaal toe te kennen.

De betrekkingen die in de scholengemeenschapsinstelling of scholengemeenschapsinstellingen, al naar gelang het geval, worden ingericht in de punten van de voorafname komen in totaal tot een maximum van 10% van de globale puntenenveloppe in aanmerking voor vacantverklaring, toelating tot de proeftijd, vaste benoeming of mutatie. Als de scholengemeenschap voor haar voorafname meer dan 10% van de globale puntenenveloppe overschrijdt, als vermeld in artikel 29, § 1, dan komen de betrekkingen die in de scholengemeenschapsinstelling of scholengemeenschapsinstellingen, al naar gelang het geval, worden ingericht boven deze 10% niet in aanmerking voor vacantverklaring, toelating tot de proeftijd, vaste benoeming of mutatie. Er kan maximaal vacant verklaard worden in deze punten tot het percentage dat op 1 september 2020 vooraf genomen werd. Dit percentage kan verhoogd worden na akkoord binnen het bevoegd lokaal comité, zonder dat het percentage van 10% overschreden kan worden.

§ 3. In het gemeenschapsonderwijs is de scholengroep verplicht om het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur school- of klasvrij te maken. De scholengroep heeft de keuze om hiervoor punten aan te wenden van de voorafname van de globale puntenenveloppe, bedoeld in artikel 29, en/of punten van de enveloppe bedoeld in artikelen 125duodecies, § 4, en 153sexies, § 4, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997. Als een scholengroep ten minste één netoverschrijdende scholengemeenschap telt, wordt in de overeenkomst van deze scholengemeenschap vastgelegd op welke wijze aan voormelde verplichting wordt voldaan. De Vlaamse Regering bepaalt het aantal punten dat nodig is om het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur school- of klasvrij te maken.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de ambten en de puntenwaarde die aan elk ambt wordt toegekend. De puntenwaarde van een ambt wordt bepaald op basis van een bekwaamheidsbewijs of een salarisschaal.

De Vlaamse Regering bepaalt eveneens het aantal punten dat nodig is om een personeelslid school- of klasvrij te maken. (29)

Artikel 31. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.4.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 151.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet tot uitvoering van dringende maatregelen om het lerarenambt in het basis- en secundair onderwijs te herwaarderen 7.
Gewijzigd bij 14/07/2023 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, wat de opleiding Basisverpleegkunde betreft 7.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 99ter.

Inhoud

§ 1. De school die niet tot een scholengemeenschap behoort, wendt de punten bedoeld in artikelen 26 of 27 als volgt aan :
1° in eerste instantie moet ze haar punten steeds aanwenden voor de instandhouding van betrekkingen van vastbenoemde personeelsleden :
- van het bestuurspersoneel;
- van het ondersteunend personeel;
- van wervingsambten van het onderwijzend of het ondersteunend personeel voor zover het gaat om taak- en functiedifferentiatie. In een school voor buitengewoon secundair onderwijs omvat dit daarenboven ook de instandhouding van betrekkingen in ambten van het paramedisch, medisch, sociaal, orthopedagogisch en psychologisch personeel die in het kader van taak- en functiedifferentiatie werden toegewezen;
2° als de school na toepassing van 1° nog punten ter beschikking heeft, kan ze deze als volgt en naar keuze aanwenden :
- voor de oprichting van betrekkingen in ambten van het bestuurspersoneel, met uitzondering van het bevorderingsambt van directeur, en het ondersteunend personeel;
- voor de oprichting van betrekkingen in wervingsambten van het onderwijzend en het ondersteunend personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie. In een school voor buitengewoon secundair onderwijs kunnen in het kader van taak- en functiedifferentiatie daarenboven ook betrekkingen in wervingsambten van het paramedisch, medisch, sociaal, orthopedagogisch en psychologisch personeel in stand worden gehouden of worden opgericht;
- voor het klasvrij maken van een personeelslid;
- voor de toekenning van een hogere salarisschaal in een ambt van het ondersteunend personeel in toepassing van artikel 55 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of artikel 44 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs;
- voor de tijdelijke verhoging van de puntenwaarde van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel waarvan de titularis een dienstonderbreking heeft, zodat aan de vervanger een hogere salarisschaal kan worden toegekend.

De school moet bij de aanwending van haar punten daarenboven rekening houden met volgende principes :
- ambten van het bestuurspersoneel kunnen alleen per halftijdse of voltijdse betrekking opgericht worden;
- als een school punten aanwendt voor ambten in het ondersteunend personeel moeten de personeelsleden van deze categorie uit tenminste 50% opvoeders bestaan; Voor het bepalen van dit percentage wordt geen rekening gehouden met de personeelsleden aangesteld in het ambt van ICT-coördinator.
- een betrekking in het ambt van technisch adviseur-coördinator kan slechts worden opgericht in een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met hoger beroepsonderwijs, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is en een school voor buitengewoon secundair onderwijs. In voormelde scholen kan ook slechts maximum één voltijdse betrekking in het ambt technisch adviseur-coördinator worden opgericht.
- als een titularis van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel bij een dienstonderbreking niet of gedeeltelijk wordt vervangen, kan de school de puntenwaarde van de niet-ingevulde opdracht van de titularis gebruiken om aan een vervanger in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel een hogere salarisschaal toe te kennen.

De school verschaft ten aanzien van haar lokaal comité en ten aanzien van haar personeel volledige klaarheid over de betrekkingen die ze op basis van haar punten zal oprichten.

§ 2. Een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is en niet tot een scholengemeenschap behoort, wendt de punten bedoeld in artikel 28 als volgt aan :
1° in eerste instantie moet ze de punten aanwenden voor de instandhouding van betrekkingen van vastbenoemde personeelsleden in ambten van het bestuurspersoneel;
2° als het centrum na de toepassing van 1° nog punten ter beschikking heeft, kan ze betrekkingen oprichten in ambten van het bestuurspersoneel, met uitzondering van het bevorderingsambt van directeur.

Het centrum voor deeltijds beroepsonderwijs moet bij de aanwending van zijn punten daarenboven rekening houden met volgende principes :
- ambten van het bestuurspersoneel kunnen alleen per halftijdse of voltijdse betrekking opgericht worden;
- er kan slechts maximum één voltijdse betrekking in het ambt technisch adviseur-coördinator worden opgericht.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de ambten en de puntenwaarde die aan elk ambt wordt toegekend. De puntenwaarde van een ambt wordt bepaald op basis van een bekwaamheidsbewijs of een salarisschaal.

De Vlaamse Regering bepaalt het aantal punten dat nodig is om een personeelslid school- of klasvrij te maken. (30)

Onderafdeling 4. Puntenenveloppe Raad van het Gemeenschapsonderwijs (... - ...)

Artikel 32. (01/09/2015- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.5.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 99quater.

Inhoud

§ 1. Aan de Raad van het Gemeenschapsonderwijs wordt, ter uitvoering van de rekenplichtigheid, elk schooljaar een forfaitaire enveloppe van 5.330 punten toegekend, bestemd voor verdeling over de scholengroepen.

§ 2. De Raad van het Gemeenschapsonderwijs verdeelt de forfaitaire puntenenveloppe, bedoeld in § 1, over de scholengroepen na onderhandeling in het daartoe bevoegde onderhandelingscomité.

Met deze punten worden in de scholengroepen betrekkingen opgericht in het ambt van administratief medewerker. De betrekking is onderhevig aan de regelgeving die van kracht is op het ambt van administratief medewerker in het gewoon secundair onderwijs.

De scholengroep is niet verplicht om op deze betrekkingen de bepalingen inzake reaffectatie en wedertewerkstelling, opgenomen in artikel 36 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, toe te passen.

De scholengroep kan in deze betrekkingen een personeelslid vast benoemen. Op het ogenblik dat de scholengroep waaraan de punten zijn toegekend het personeelslid in dergelijke betrekking vast benoemt, blijven de punten toegekend aan deze scholengroep.

De scholengroep deelt de vacantverklaring van voormelde betrekkingen mee aan de afgevaardigd-bestuurder. Deze toetst de stabiliteit van de vacant verklaarde betrekkingen aan de mogelijke evolutie van de verdelingscriteria. In toepassing van artikel 43, § 1, 2°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs is de afgevaardigd-bestuurder belast met het goedkeuringstoezicht ter zake. (31)

Onderafdeling 5. Bedrijfsstages (... - ...)

Artikel 33. (01/09/2012- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII III.5.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 99duodecies.

Inhoud

...

Artikel 34. (01/09/2012- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII III.5.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 99ter decies.

Inhoud

...

[Onderafdeling 6. Extra financiering en subsidiëring in het kader van de maatregelen VV15 Digisprong en VV17 Van kwetsbaar naar weerbaar, van het Vlaams relanceplan voor schooljaren 2021-2022 en 2022- 2023 (ing. decr. 9 juli 2021, art. 36, I: 1 september 2021)] (... - ...)

Artikel 34/1. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 09/07/2021 Decreet Programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2021 36.
Gewijzigd bij 24/06/2022 Decreet over de relancemaatregelen in het onderwijs 4.

Inhoud

§ 1. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: een toekomstgerichte en veilige ICT-infrastructuur, speerpunt 2: een sterk ondersteunend en doeltreffend ICT-schoolbeleid, speerpunt 3: ICT-competente leerkrachten en lerarenopleiders en aangepaste digitale leermiddelen en speerpunt 4: een kennisen adviescentrum Digisprong ten dienste van het onderwijsveld binnen de maatregel VV 15 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Digisprong. Van achterstand naar voorsprong, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 11 december 2020 (VR 2020 1112 DOC.1425/2QUATER), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 375 miljoen euro bijkomende omkadering toekennen aan de scholen voor gewoon secundair onderwijs, scholen voor buitengewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroeps secundair onderwijs, centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, wat duaal leren en de leertijd betreft of, wat speerpunten 3 en 4 betreft, ter ondersteuning van deze scholen en centra. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.

§ 2. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: van achterstand naar voorsprong, speerpunt 2: versterking van leraren, lerarenopleiders en schoolleiders en speerpunt 3: bevorderen van het mentaal welzijn van leerlingen, scholieren en studenten binnen de maatregel VV 17 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Van kwetsbaar naar weerbaar, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 en 2), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 90 miljoen euro desgevallend aangevuld met middelen uit de provisie versterking onderwijs en/of de AGODI-provisie bijkomende omkadering toekennen aan de scholen voor gewoon secundair onderwijs, scholen voor buitengewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroeps secundair onderwijs, centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, wat duaal leren en de leertijd betreft. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.

Afdeling 3. Financiering en subsidiëring van de werking (... - ...)

Onderafdeling 1. Algemeen (... - ...)

Artikel 35. (01/09/2019- 31/08/2025)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 05/04/2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 64.
Gewijzigd bij 17/05/2024 Decreet over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht 49.
Zie ook 13/07/2001 Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek V. 13.

Inhoud

In het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd voltijds secundair onderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld worden gevraagd.

Na overleg binnen de schoolraad bepalen de schoolbesturen de lijst van bijdragen die aan de betrokken personen kunnen worden gevraagd, evenals de afwijkingen die op deze bijdrageregeling worden toegekend. De bijdrageregeling wordt door middel van het school- of centrumreglement aan de betrokken personen meegedeeld. Zowel de bijdrageregeling als de schoolfacturen vermelden dat gespreide betaling mogelijk is evenals een contactpersoon tot wie de betrokken personen die dergelijke gespreide betaling wensen, zich kunnen richten.
 

Artikel 36. (01/09/1958- ...)

De kosten van het onderwijs, verstrekt in scholen en centra of afdelingen voor onderwijs, tot stand gebracht door openbare of private personen, vallen ten laste van de schoolbesturen.

Aan de gefinancierde of gesubsidieerde scholen en die aan de bij de decreet en uitvoeringsbesluiten gestelde voorwaarden voldoen, verleent de Vlaamse Gemeenschap salarissen, salaristoelagen en werkingsbudget. (35)

Artikel 37. (01/09/1958- ...)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 12/06/2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs en van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, ter compensatie van geannuleerde schooluitstappen en -reizen en gederfde inkomsten en aan de studentenvoorzieningen van de hogeronderwijsinstellingen ingevolge COVID-19
Zie ook 04/09/2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs, de CLB's en de internaten omwille van de genomen maatregelen en hieraan verbonden extra onkosten gemaakt door de scholen tegen verspreiding van COVID19 voor de periode september - december 2020
Zie ook 30/10/2020 houdende diverse dringende maatregelen in onderwijs ingevolge COVID-19 en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 4 september 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs, de CLB 's en de internaten omwille van de genomen maatregelen en hieraan verbonden extra onkosten gemaakt door de scholen tegen verspreiding van COVID-19 voor de periode september-december 2020

Inhoud

Jaarlijks wordt een forfaitair werkingsbudget verleend om de kosten te dekken die verbonden zijn aan de werking en de uitrusting van de school, aan het kosteloos verstrekken van leerboeken en schoolbehoeften aan de leerplichtige leerlingen en aan de uitgaven voor de financiering van de investeringen. (36)

Artikel 38. (01/09/1973- ...)

Wat de overeenkomsten betreft voor aanneming van werken, leveringen en diensten met betrekking tot uitgaven op de dotatie van het Gemeenschapsonderwijs en met betrekking tot uitgaven die geheel of gedeeltelijk ten laste van het werkingsbudget, de uitrustingstoelagen, de bouwtoelagen of de rentetoelagen worden gelegd, zijn de bestuursorganen van het Gemeenschapsonderwijs en de schoolbesturen ertoe gehouden de overeenkomsten af te sluiten volgens de procedure en onder de voorwaarden die voor de federale overheid gelden met dien verstande dat de bestuursorganen van het Gemeenschapsonderwijs en de schoolbesturen :
- de bevoegdheden uitoefenen die in de federale reglementering aan een Minister zijn toegekend;
- het in dezelfde reglementering bepaald advies niet hoeven in te winnen vooraleer een overeenkomst ingevolge offerteaanvragen of onderhands af te sluiten;
- onderhandse overeenkomsten mogen sluiten voor de aankoop van didactisch materieel, welke ook de prijs hiervan is;
- van de regels betreffende de keuze van een aannemer mogen afwijken bij openbare of beperkte aanbesteding, als de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs zich binnen de dertig dagen na de aanvraag hiertegen niet verzet. (37)

Artikel 39. (01/09/1986- ...)

Aan het Gemeenschapsonderwijs wordt jaarlijks een globale dotatie toegekend, bestemd om de kosten te dekken die verbonden zijn aan de werking en de uitrusting van de school en aan het kosteloos verstrekken van leerboeken en schoolbehoeften aan de leerplichtige leerlingen. Deze dotatie bestaat uit een forfaitair bedrag per school en een forfaitair bedrag per leerling. Deze bedragen kunnen verschillen per niveau en vorm van onderwijs. (38)

Artikel 40. (01/01/1991- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 5.

Inhoud

De Raad van het Gemeenschapsonderwijs, de scholengroepen en de schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs kunnen voor de aanschaf van uitrustingsapparatuur leningsovereenkomsten en leasingsovereenkomsten aangaan bij de door de Vlaamse Regering daartoe erkende financiële instellingen. (39)

Artikel 41. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 152.

Inhoud

Het werkingsbudget wordt uitbetaald aan het schoolbestuur van elke school. Het kan worden aangewend ten behoeve van al de scholen behorende tot hetzelfde schoolbestuur. Bij deze aanwending dient het schoolbestuur rekening te houden met een gelijke behandeling van zijn scholen en van de leerlingen of studenten die tot deze scholen behoren.

Het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken, zoals vermeld in artikel 242, kan enkel worden aangewend in het kader van een gelijke onderwijskansenbeleid.

De Vlaamse Regering bepaalt :
1° de wijze waarop de school zijn aanvraag tot financiering of subsidiëring indient;
2° de controlemaatregelen inzonderheid wat de aanwending van het werkingsbudget betreft. Deze controle mag evenwel geen betrekking hebben op de opportuniteit van de aanwending. (40)

Artikel 42. (01/09/1991- ...)

In geval van overname van een school door een ander schoolbestuur, wordt het bedrag van het werkingsbudget waarop de overgenomen school recht had volgens de vigerende bepalingen ter zake, voor het eerste schooljaar van de overname, aan het nieuwe schoolbestuur toegekend. (41)

Artikel 43. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 153.
Zie ook 15/07/2005 Decreet betreffende het onderwijs XV X.5.

Inhoud

§ 1. De representatieve verenigingen van de schoolbesturen of schoolbesturen van de gesubsidieerde vrije scholen bepalen, voor de schoolbesturen of schoolbesturen die dit wensen, de boekhoudkundige verplichtingen inzake de vereenvoudigde boekhouding en de dubbele boekhouding zoals bepaald in de wettelijke verplichtingen voor verenigingen zonder winstoogmerk.

Deze boekhoudkundige verplichtingen dienen in bijkomende orde er mee rekening te houden dat de saldi, zoals bepaald conform het Europees Rekening Stelsel, door de Vlaamse Gemeenschap kunnen worden afgeleid uit de afgelegde rekeningen, zodat de Vlaamse Gemeenschap kan voldoen aan de terzake geldende Europese verplichtingen.

§ 2. De onder § 1 bedoelde vereenvoudigde boekhouding omvat, rekening houdend met de aard en de omvang van de schoolbesturen, ten minste alle verrichtingen betreffende de mutaties in contant geld of op de rekeningen.

§ 3. De onder § 1 bedoelde regels voor de vereenvoudigde boekhouding omvatten minimaal :
1° basisregels met betrekking tot het voeren van een vereenvoudigde boekhouding;
2° de staat van de ontvangsten en de uitgaven;
3° de jaarrekening;
4° de inventaris.

§ 4. De onder § 1 bedoelde dubbele boekhouding omvat, rekening houdend met de aard en de omvang van de scholen, alle verrichtingen, bezittingen en schulden, rechten en verplichtingen van welke aard ook, betreffende de door de subsidiërende overheid verstrekte toelagen en de eigen middelen van elk schoolbestuur.

§ 5. De onder § 1 bedoelde regels voor de economische boekhouding omvatten minimaal :
1° de vorm en de inhoud van de jaarrekening;
2° de waarderingsregels;
3° de structuur van de jaarrekening;
4° het schema van de balans;
5° het schema van de resultatenrekening;
6° de inhoud van de toelichting;
7° de inhoud van de rubrieken van de balans en van de resultatenrekening;
8° het minimum algemeen rekeningenstelsel.

§ 6. De in § 1 bedoelde regels worden door elke representatieve vereniging van de schoolbesturen of schoolbesturen van de gesubsidieerde vrije scholen meegedeeld aan de Vlaamse Regering.

§ 7. Voor de eerste maal vervullen de representatieve verenigingen van de schoolbesturen of schoolbesturen van de gesubsidieerde vrije scholen binnen 30 dagen na de inwerkingtreding van deze bepalingen, de in § 6 bedoelde verplichtingen. (42)

[Onderafdeling 2. Naadloze flexibele trajecten onderwijs-welzijn (verv. decr. 3 juli 2015, art. 16, I: 1 september 2015)] (... - ...)

Artikel 44. (01/07/2018- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 15/06/2018 Decreet betreffende het onderwijs XXVIII 71.
Zie ook 22/06/2007 Decreet betreffende het onderwijs XVII X.3.

Inhoud

...

Onderafdeling 3. Brussels ondersteuningscentrum secundair onderwijs (... - ...)

Artikel 45. (01/09/2007- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 22/06/2007 Decreet betreffende het onderwijs XVII X.6.

Inhoud

De vzw Brussels ondersteuningscentrum secundair onderwijs ontvangt de in deze onderafdeling bedoelde subsidiëring voor zover zij voldoet aan volgende voorwaarden :
1° zij stelt zich tot doel een netoverschrijdende structuur uit te bouwen ter ondersteuning van de Nederlandstalige scholen voor secundair onderwijs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
Deze structuur is in het bijzonder gericht op het ondersteunen van de taalvaardigheid van de leerlingen, en zal taaltoetsen afnemen bij leerlingen, begeleidingsinitiatieven ontwikkelen en uitvoeren voor het taalvaardigheidsonderricht;
2° zij legt uiterlijk op de eerste dag van de zesde maand na afsluiting van het boekjaar de jaarrekening en het jaarverslag voor aan de Vlaamse Regering. (44)

Artikel 46. (01/09/2007- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 22/06/2007 Decreet betreffende het onderwijs XVII X.7.

Inhoud

§ 1. De Vlaamse Regering waarborgt tot en met 31 december 2010 een subsidiëring voor de loonkosten van de personeelsleden en de werkingsmiddelen binnen de door de Vlaamse Gemeenschap voorziene begrotingskredieten.

§ 2. De Vlaamse Regering kan beslissen over de uitvoering van de subsidiëring bedoeld in § 1 een samenwerkingsakkoord te sluiten met de Vlaamse Gemeenschapscommissie. (45)

Onderafdeling 4. Bijzondere maatregelen voor technisch of beroepsgerichte opleidingen (... - ...)

Artikel 47. (01/01/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 19/06/2020 Decreet tot opheffing van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming Syntra Vlaanderen, tot regeling van de taken en bevoegdheden en tot wijziging van de naam Hermesfonds 41.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 103.

Inhoud

§ 1. De Vlaamse Regering kan, afhankelijk van de beschikbare begrotingskredieten, aan scholen met technisch of beroepsgerichte opleidingen, extra middelen toekennen die bestemd zijn voor investeringen in didactische uitrusting. Onder investering in didactische uitrusting wordt verstaan : de aankoop van didactische uitrusting of de beveiliging van reeds aanwezige didactische uitrusting.

De Vlaamse Regering bepaalt de lijst van structuuronderdelen die onder de investeringsoperatie vallen.

§ 2. Per regelmatige leerling op de door de Vlaamse Regering te bepalen teldatum worden extra middelen toegekend.

Om voor extra middelen in aanmerking te kunnen komen, moeten de betrokken scholen een investeringsplan opstellen. Het investeringsplan moet voldoen aan de door de Vlaamse Regering vastgelegde, minimale onderdelen.

§ 3. De beoordeling van de ingediende investeringsplannen gebeurt door een commissie die paritair is samengesteld uit drie afgevaardigden van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming en twee afgevaardigden van de onderwijsinspectie, enerzijds, en één afgevaardigde per onderwijsnet, voorgedragen door het Gemeenschapsonderwijs en de betrokken representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, en één afgevaardigde van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, anderzijds.

De commissie stelt haar huishoudelijk reglement op en kan experten toelaten tot de vergadering.

De commissie garandeert dat een aanvankelijk als « onvoldoende » bevonden plan, bijgestuurd kan worden en éénmaal opnieuw mag worden ingediend binnen een door haar vooropgestelde termijn, die evenwel nooit minder kan zijn dan 10 werkdagen te rekenen vanaf de beslissing van de commissie.

§ 4. De Vlaamse Regering kan verdere regels vastleggen inzake de toekenning, de uitbetaling en de controle op de aanwending van deze extra middelen. (46)
 

Artikel 47/1. (01/01/2024- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 22/12/2023 Decreet programmadecreet bij de begroting 2024 62.

Inhoud

§1. Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget van 10.000.000 euro toegekend aan de scholen voor het voltijds gewoon secundair onderwijs, de scholen voor buitengewoon secundair onderwijs, de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en de centra voor de vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, voor materiaalintensieve structuuronderdelen. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 243, §3, derde lid, 2°.

Met materiaalintensieve structuuronderdelen wordt bedoeld:
1° groep 1:
a)    alle niet-duale structuuronderdelen van de finaliteit arbeidsmarkt, behalve binnen het studiedomein taal en cultuur en het studiedomein economie en organisatie;
b)    alle niet-duale structuuronderdelen van de onderwijsvorm bso, behalve de studiegebieden toerisme, handel en maatschappelijke veiligheid;
c)    alle niet-duale structuuronderdelen van de opleidings-, kwalificatie- en integratiefase van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs;
2°   groep 2:
a)    alle niet-duale structuuronderdelen van de dubbele finaliteit, behalve binnen het studiedomein economie en organisatie, het studiedomein maatschappij en welzijn met uitzondering van het niet-duale structuuronderdeel mode, het studiedomein taal en cultuur, de niet-duale structuuronderdelen ballet, creatie en mode en fotografie binnen het studiedomein kunst en creatie en het niet-duale structuuronderdeel toerisme binnen het studiedomein voeding en horeca;
b)    alle niet-duale structuuronderdelen binnen het studiegebied beeldende kunsten van de onderwijsvorm kso;
c)    alle niet-duale structuuronderdelen van de onderwijsvorm tso, behalve de studiegebieden handel, personenzorg, toerisme en maatschappelijke veiligheid;
3°   groep 3:
a)    alle duale structuuronderdelen van de finaliteit arbeidsmarkt, behalve binnen het studiedomein taal en cultuur en het studiedomein economie en organisatie;
b)    alle duale structuuronderdelen van de dubbele finaliteit, behalve binnen het studiedomein economie en organisatie, het studiedomein maatschappij en welzijn met uitzondering van het duale structuuronderdeel mode, het studiedomein taal en cultuur, de duale structuuronderdelen ballet, creatie en mode en fotografie binnen het studiedomein kunst en creatie en het duale structuuronderdeel toerisme binnen het studiedomein voeding en horeca;
c)    alle duale structuuronderdelen binnen de onderwijsvormen bso en tso, behalve binnen het studiegebied handel, het studiegebied personenzorg tso en het studiegebied toerisme;
d)    alle opleidingen binnen het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
e)    alle duale structuuronderdelen van de kwalificatie- en integratiefase van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs.

§2. Een basisbedrag per gewogen regelmatige leerling wordt bekomen door het extra werkingsbudget, vermeld in paragraaf 1, te delen door het aantal gewogen regelmatige leerlingen op de teldatum voor de berekening van de werkingsbudgetten voor het schooljaar 20TT-1 - 20TT, vermeld in artikel 169 tot en met 172 en artikel 357/26 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en in artikel 86, §1, 2°, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel voor leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.
 
De regelmatige leerlingen, vermeld in het eerste lid, worden als volgt gewogen: 1°    de regelmatige leerlingen die ingeschreven zijn in structuuronderdelen uit de groep 1, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, worden gewogen aan factor 1;
2° de regelmatige leerlingen die ingeschreven zijn in structuuronderdelen uit de groep 2, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, worden gewogen aan factor 0,75;
3° de regelmatige leerlingen die ingeschreven zijn in structuuronderdelen uit de groep 3, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°, worden gewogen aan factor 0,50.

§3. Het extra werkingsbudget per school of centrum is het resultaat van de vermenigvuldiging van het basisbedrag per gewogen regelmatige leerling, vermeld in paragraaf 2, met het aantal gewogen regelmatige leerlingen in de school of het centrum op de reguliere teldatum voor de berekening van de werkingsbudgetten voor het schooljaar 20TT-1 - 20TT, vermeld in artikel 169 tot en met 172 en artikel 357/26 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en in artikel 86, §1, 2°, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel voor leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.

De regelmatige leerlingen, vermeld in het eerste lid, worden als volgt gewogen:
1° de regelmatige leerlingen die ingeschreven zijn in structuuronderdelen uit de groep 1, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, worden gewogen aan factor 1;
2° de regelmatige leerlingen die ingeschreven zijn in structuuronderdelen uit de groep 2, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, worden gewogen aan factor 0,75;
3° de regelmatige leerlingen die ingeschreven zijn in structuuronderdelen uit de groep 3, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°, worden gewogen aan factor 0,50.

§4. Het extra werkingsbudget wordt aan de school- en centrumbesturen uitbetaald uiterlijk op 30 juni van het jaar 20TT.

Artikel 48. (01/09/2010- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 103bis.

Inhoud

De Vlaamse Regering kan, afhankelijk van de beschikbare begrotingskredieten, voorzien in bijkomende financiering voor scholen met technisch of beroepsgerichte opleidingen die leiden tot de invulling van knelpuntberoepen, ten einde de kost voor leerlingen in voormelde opleidingen te verminderen. Op basis van criteria die verband houden met de kostprijzen van de opleidingen, bepaalt de Vlaamse Regering de lijst van opleidingen die voor deze bijkomende financiering in aanmerking komen en modaliteiten van deze bijkomende financiering. (47)

[Onderafdeling 5. Extra financiering en subsidiëring in het kader van de maatregelen VV15 Digisprong en VV17 Van kwetsbaar naar weerbaar van het Vlaams relanceplan voor schooljaren 2021-2022 en 2022- 2023 (ing. decr. 9 juli 2021, art. 37, I: 1 september 2021)] (... - ...)

Artikel 48/1. (01/09/2021- ...)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 12/11/2021 tot vaststelling van de regels voor de toekenning van extra ICT-middelen 2021 voor de scholen in het buitengewoon secundair onderwijs OV1 en OV2 ,de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en de centra voor de vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, tot toekenning van extra middelen aan de Centra voor Leerlingenbegeleiding, in het kader van de uitvoering van het plan "Van kwetsbaar naar weerbaar" en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs, wat betreft de verhoging van het aantal uur kinderverzorging
Zie ook 15/07/2022 tot vastlegging van de regels voor de toekenning van extra ICT-middelen 2022 in het kader van de DIGISPRONG voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en de hbo5-opleiding Verpleegkunde

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 09/07/2021 Decreet Programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2021 37.
Gewijzigd bij 24/06/2022 Decreet over de relancemaatregelen in het onderwijs 5.

Inhoud

§ 1. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: een toekomstgerichte en veilige ICT-infrastructuur, speerpunt 2: een sterk ondersteunend en doeltreffend ICT-schoolbeleid, speerpunt 3: ICT-competente leerkrachten en lerarenopleiders en aangepaste digitale leermiddelen en speerpunt 4: een kennisen adviescentrum Digisprong ten dienste van het onderwijsveld binnen de maatregel VV 15 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Digisprong. Van achterstand naar voorsprong, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 11 december 2020 (VR 2020 1112 DOC.1425/2QUATER), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 375 miljoen euro bijkomende werkingsbudgetten of investeringsmiddelen toekennen aan de scholen voor gewoon secundair onderwijs, scholen voor buitengewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroeps secundair onderwijs, centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, wat duaal leren en de leertijd betreft of, wat speerpunten 3 en 4 betreft, ter ondersteuning van deze scholen en centra. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.

§ 2. Ter uitvoering van de acties vervat in het speerpunt 1: van achterstand naar voorsprong, speerpunt 2: versterking van leraren, lerarenopleiders en schoolleiders en speerpunt 3: bevorderen van het mentaal welzijn van leerlingen, scholieren en studenten binnen de maatregel VV 17 van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, zoals opgenomen in de visienota Van kwetsbaar naar weerbaar, goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 (VR 2021 0705 VV DOC.0055-1 en 2), kan de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 binnen de perken van de beschikbare deelenveloppe van 90 miljoen euro desgevallend aangevuld met middelen uit de provisie versterking onderwijs en/of de AGODI-provisie bijkomende werkingsbudgetten of investeringsmiddelen toekennen aan de scholen voor gewoon secundair onderwijs, scholen voor buitengewoon secundair onder- wijs, centra voor deeltijds beroeps secundair onderwijs, centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, wat duaal leren en de leertijd betreft. De Vlaamse Regering stelt per actie de verdere modaliteiten vast.

Onderafdeling 6. Extra werkingsbudget voor een offensief Nederlands voor leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen (01/01/2024 - ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 22/12/2023 Decreet programmadecreet bij de begroting 2024 56.

Artikel 48/2. (01/01/2024- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 22/12/2023 Decreet programmadecreet bij de begroting 2024 57.

Inhoud

Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs voor het schooljaar 20TT-1– 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van februari van 20TT-4 of 20TT-3 of 20TT-2 meer dan 50 procent regelmatige leerlingen telden die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 242, §1, eerste lid, 1°, c), van deze codex.

Voor de maatregel, vermeld in het eerste lid en in artikel 87quinquies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wordt voor het basis- en secundair onderwijs samen vanaf 2024 jaarlijks een bedrag van 20 miljoen euro voorzien. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 79, §3, derde lid, 2°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.

Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt over het basis- en secundair onderwijs verdeeld op basis van het aandeel van het onderwijsniveau in het totale aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van februari van het jaar 20TT-2 die voldoen aan het leerlingenkenmerk 3, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en in artikel 242, §1, eerste lid, 1°, c), van deze codex, en voor zover zij ingeschreven zijn in de scholen of centra die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid of in artikel 87quinquies, eerste lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.

Het extra werkingsbudget per school of centrum voor het betrokken schooljaar is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige leerlingen dat beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 242, §1, eerste lid, 1°, c), van deze codex, op de eerste schooldag van februari van jaar 20TT-2 in de school of het centrum met het binnen de begroting voorziene werkingsbudget, vermeld in dit artikel, voor het secundair onderwijs voor dat schooljaar gedeeld door het totale aantal regelmatige leerlingen gewoon secundair onderwijs in de scholen of centra die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, dat op de eerste schooldag van februari van jaar 20TT-2 beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 242, §1, eerste lid, 1°, c), van deze codex.

Het extra werkingsbudget wordt aangewend om leerlingen met een te beperkte kennis van het Nederlands extra te ondersteunen.

Het extra werkingsbudget voor het betrokken schooljaar wordt aan de school-of centrumbesturen in minstens twee schijven uitbetaald, waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50% van het extra werkingsbudget van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt.

De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten het extra werkingsbudget, vermeld in dit artikel, verhogen.

Onderafdeling 7. Bijzondere maatregelen in het kader van de capaciteitsproblematiek (01/01/2024 - ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 22/12/2023 Decreet programmadecreet bij de begroting 2024 71.

Artikel 48/3. (01/01/2024- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 22/12/2023 Decreet programmadecreet bij de begroting 2024 72.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 84.

Inhoud

Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotingsjaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onder- wijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste dertig regelmatige leerlingen meer dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in de eerste graad B-stroom, alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen;
2° de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in de eerste graad B-stroom, alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.

Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotings- jaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onder- wijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan een van de volgende voorwaarden: 1° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste 30 procent meer regelmatige leerlingen dan op de eerste schooldag
van februari van 20TT-1 in de eerste graad B-stroom;
2° de school of centrum had op de eerste schooldag van februari 20TT-1 nog geen aanbod eerste graad B-stroom, en heeft wel een aanbod eerste graad B-stroom op de eerste schooldag van oktober 20TT-1.
 
Een school die aan een van de in het tweede lid bepaalde voorwaarden voldoet, komt slechts in aanmerking indien de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in de eerste graad B-stroom het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.

Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotingsjaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onder- wijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste 30 procent meer regelmatige leerlingen dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen;
2° de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.

Voor de maatregelen, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid, wordt vanaf 2024 jaarlijks in een bedrag van 10 miljoen euro voorzien. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 243, §3, derde lid, 2°.

Het extra werkingsbudget per school of centrum voor het betrokken schooljaar is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal bijkomende regelmatige leerlingen in de school of het centrum in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten opzichte van het aantal regelmatige leerlingen in de school of het centrum in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 met het binnen de begroting voorziene werkingsbudget, vermeld in dit artikel, gedeeld door het totale aantal bijkomende regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 in alle scholen en centra die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid, ten opzichte van het aantal regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in alle scholen en centra die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid.

Het bedrag dat een school of centrum ontvangt per bijkomende regelmatige leerling kan niet meer bedragen dan 11.000 euro. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 243, §3, derde lid, 2°.

Scholen en centra die voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT de eerste schooldag van oktober hanteren als teldatum als vermeld in artikel 86, §2, derde lid, van het decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap en in artikel 171 en 172, §1, komen voor het betrokken schooljaar niet in aanmerking voor het extra werkingsbudget, vermeld in dit artikel.

Het extra werkingsbudget voor het betrokken schooljaar wordt aan de school- of centrumbesturen vóór 1 februari van het betrokken schooljaar betaald.
 
De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten het bedrag, vermeld in het vijfde lid, verhogen.

HOOFDSTUK 4. Scholengemeenschappen (... - ...)

Afdeling 1. Algemeen (... - ...)

Artikel 49. (01/09/1999- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 62.

Inhoud

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, met uitzondering van de bepalingen van de artikelen 59, 62 en 64 die niet van toepassing zijn op het buitengewoon secundair onderwijs.

Binnen de bepalingen van dit hoofdstuk wordt onder "school" verstaan : een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs, met inbegrip van het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat eventueel aan deze school is gehecht, een autonoom centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, of een school voor buitengewoon secundair onderwijs. (48)

Afdeling 2. Vorming van een scholengemeenschap (... - ...)

Artikel 50. (01/09/1999- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 63.

Inhoud

Een scholengemeenschap omvat één of meer scholen die al dan niet behoren tot hetzelfde schoolbestuur en/of hetzelfde onderwijsnet. (49)

Artikel 51. (01/09/2020- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Vervangen bij 05/04/2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 65.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 85.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 64.

Inhoud

Scholengemeenschappen komen vrijwillig tot stand voor een periode van zes schooljaren vanaf 1 september volgend op de datum van de beslissing of de schriftelijke overeenkomst tot vorming van die scholengemeenschap. Indien de scholengemeenschap bestaat uit een of meer scholen van hetzelfde schoolbestuur, dan gebeurt de vorming ervan bij beslissing van dat schoolbestuur. Indien de scholengemeenschap bestaat uit scholen van verschillende schoolbesturen, dan gebeurt de vorming ervan bij schriftelijke overeenkomst tussen die schoolbesturen. Als onmiddellijk na voormelde periode de samenstelling van de scholengemeenschap niet wijzigt, wordt de scholengemeenschap van rechtswege verlengd voor een nieuwe periode van zes schooljaren.

Scholengemeenschappen die op 31 augustus 2020 bestaan, kunnen op 1 september 2020 onder de voorwaarden van het eerste lid van rechtswege worden verlengd voor een periode van zes schooljaren.

Tijdens voormelde periode kan de beslissing of overeenkomst inzake de vorming van een scholengemeenschap worden gewijzigd, in die zin dat een school alsnog tot een scholengemeenschap kan toetreden of uit een scholengemeenschap kan stappen. Een uitstap uit de scholengemeenschap kan alleen in volgende gevallen:
1° indien de scholengemeenschap minder dan 900 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke tellingsdatum;
2° indien de school wordt overgenomen door een schoolbestuur van een ander onderwijsnet, waarbij voor wat het gesubsidieerd vrij onderwijs betreft een onderscheid wordt gemaakt tussen elke erkende godsdienst en het niet-confessioneel onderwijs, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt;
3° indien de school met een vereniging van gemeenten als schoolbestuur wordt overgenomen door een schoolbestuur dat geen vereniging van gemeenten is.

Elke beslissing of overeenkomst met betrekking tot de vorming of de wijziging van een scholengemeenschap wordt uiterlijk 31 maart van het schooljaar voorafgaand aan de inwerkingtreding getroffen, aan de betrokken personeelsleden meegedeeld en schriftelijk aan de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid gemeld. Ook een verlenging van rechtswege wordt uiterlijk op voormelde datum aan de betrokken personeelsleden meegedeeld en schriftelijk aan de bevoegde diensten gemeld.

Een scholengemeenschap neemt al dan niet een rechtspersoonlijkheid of een rechtsvorm aan.

Artikel 52. (01/09/1999- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 65.

Inhoud

§ 1. Scholengemeenschappen zijn samenwerkingsverbanden waarvan de werking geregeld wordt in hetzij de beslissing van het enig betrokken schoolbestuur, hetzij de overeenkomst tussen de verschillende betrokken schoolbesturen.

Indien het gaat om samenwerkingsverbanden zonder beheersoverdracht, vallen de scholengemeenschappen onder de verantwoordelijkheid en het hiërarchisch toezicht van het betrokken schoolbestuur.

Indien het gaat om samenwerkingsverbanden met beheersoverdracht, vallen de scholengemeenschappen onder de toezichtsvormen bepaald in het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs of de organieke regelgeving op de lokale besturen, respectievelijk de toezichtsvormen georganiseerd door het betrokken schoolbestuur.

§ 2. Beheersoverdracht is enkel mogelijk ten aanzien van de bevoegdheden bedoeld in artikel 57, 4°, 6°, 7°, 8° en 9°. (51)

Artikel 53. (01/09/1999- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 66.

Inhoud

Een scholengemeenschap is qua inplanting van de hoofdvestigingsplaats van elk van de betrokken scholen gelegen binnen maximaal vijf aangrenzende onderwijszones die zijn vastgelegd in de bijlage I gevoegd bij de codificatie betreffende het secundair onderwijs. (52)

Artikel 54. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 20/04/2018 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft de modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs 3.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 52.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 67.

Inhoud

Een scholengemeenschap organiseert een multisectoraal onderwijsaanbod, waaronder ten minste wordt verstaan :
1° de eerste graad bestaande uit : een eerste leerjaar A en B, een tweede leerjaar A en een tweede leerjaar B;
2° de tweede graad, die bestaat uit een eerste en tweede leerjaar van de finaliteit doorstroom, met drie studierichtingen van het algemeen secundair onderwijs, een eerste en tweede leerjaar van de dubbele finaliteit met twee studiedomeinen en een eerste en tweede leerjaar van de finaliteit arbeidsmarkt met twee studiedomeinen. De studiedomeinen van de dubbele finaliteit en de finaliteit arbeidsmarkt mogen dezelfde zijn;
3° de derde graad, die bestaat uit een eerste en tweede leerjaar van de finaliteit doorstroom, met drie studierichtingen van het algemeen secundair onderwijs, een eerste en tweede leerjaar van de dubbele finaliteit met twee studiedomeinen en een eerste en tweede leerjaar van de finaliteit arbeidsmarkt met twee studiedomeinen. De studiedomeinen van de dubbele finaliteit en de finaliteit arbeidsmarkt mogen dezelfde zijn. Voor het schooljaar 2023-2024 bestaat het tweede leerjaar van de derde graad nog uit het algemeen secundair onderwijs, met drie opties, het technisch en het beroepssecundair onderwijs met elk twee studiegebieden. De studiegebieden van het technisch en beroepssecundair onderwijs mogen dezelfde zijn.

Als een scholengemeenschap vanaf 1 september 2023 door de omschakeling van studiegebieden naar studiedomeinen niet meer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, wordt ze van rechtswege beschouwd te voldoen aan die voorwaarden tot en met het schooljaar 2025­2026.

Na gemotiveerde aanvraag van het betrokken schoolbestuur, kan de Vlaamse Regering volgens de hierna vermelde criteria afwijking verlenen van de bepalingen van het eerste lid :
1° het niet voldoen aan de voorwaarde van multisectoraliteit houdt in:
a)    hetzij het niet of te weinig organiseren van studierichtingen in het eerste en tweede leerjaar van de tweede respectievelijk de derde graad van het algemeen secundair onderwijs;
b)    hetzij het te weinig organiseren van studiedomeinen of studiegebieden in het eerste en tweede leerjaar van de tweede respectievelijk de derde graad van de dubbele finaliteit of het technisch secundair onderwijs;
c)    hetzij het te weinig organiseren van studiedomeinen of studiegebieden in het eerste en tweede leerjaar van de tweede respectievelijk de derde graad van de finaliteit arbeidsmarkt of het beroepssecundair onderwijs; en
2° de scholengemeenschap werkt op het vlak van leerlingenoriëntering samen met één of meer andere aangrenzende scholengemeenschappen die het in de eerstbedoelde scholengemeenschap in het kader van de multisectoraliteit ontbrekend onderwijsaanbod, wèl organiseren.

Na gemotiveerde aanvraag van het betrokken schoolbestuur, kan de Vlaamse Regering volgens het hierna vermeld criterium afwijking verlenen van de bepalingen van het eerste lid :

De scholengemeenschap bestaat uitsluitend uit scholen van het gesubsidieerd vrij onderwijs, met dien verstande dat elk van bedoelde scholen beantwoordt aan de voorwaarde de enige school van het gesubsidieerd vrij onderwijs te zijn in één der 44 onderwijszones vastgelegd in bijlage I, die bij deze codex is gevoegd, die een bepaalde erkende godsdienst organiseert of levensbeschouwing aanhangt. Bij de toepassing van de voorwaarde "enige school" worden de scholen die noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie organiseren, én enkel eigen leerplannen van het schoolbestuur hanteren die door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd, buiten beschouwing gelaten.

Na gemotiveerde aanvraag van het betrokken schoolbestuur, kan de Vlaamse Regering volgens het hierna vermeld criterium afwijking verlenen van de bepalingen van het eerste lid :
De scholengemeenschap bestaat uitsluitend uit scholen van het gesubsidieerd vrij onderwijs, met dien verstande dat elk van bedoelde scholen beantwoordt aan de voorwaarden noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie te organiseren, én uitsluitend eigen leerplannen van het schoolbestuur te hanteren die door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd. (53)

Artikel 55. (01/09/1999- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 68.

Inhoud

§ 1. Een scholengemeenschap behoort tot één van de volgende contingenten :
1° gemeenschapsonderwijs : maximum 40 scholengemeenschappen, waarvan één in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad;
2° gesubsidieerd officieel onderwijs : maximum 15 scholengemeenschappen, waarvan één in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad;
3° gesubsidieerd confessioneel vrij onderwijs : maximum 80 scholengemeenschappen, waarvan één in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad;
4° gesubsidieerd niet-confessioneel vrij onderwijs : maximum 5 scholengemeenschappen, waarvan één in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.

§ 2. Een scholengemeenschap bestaande uit scholen die behoren tot verschillende groepen bedoeld in § 1, wordt verrekend op het contingent van die groep waartoe de meeste scholen van de scholengemeenschap behoren.

Is het aantal scholen uit de verschillende groepen evenwel gelijk, dan wordt door het Gemeenschapsonderwijs en/of de betrokken representatieve verenigingen van de schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, naargelang van het geval, bepaald op welk contingent de scholengemeenschap wordt verrekend.

§ 3. Het Gemeenschapsonderwijs of de betrokken representatieve vereniging van de schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, naargelang van het geval, beslist welke voorgestelde scholengemeenschappen niet kunnen worden gevormd indien het vastgestelde contingent in de betrokken groep wordt overschreden. (54)

Artikel 56. (01/09/1999- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 70.

Inhoud

Een scholengemeenschap die op 1 oktober van twee opeenvolgende schooljaren niet langer voldoet aan de criteria genoemd in dit hoofdstuk, wordt met ingang van het derde schooljaar van rechtswege niet meer tegenstelbaar aan de overheid. (55)

Afdeling 3. Bevoegdheden van een scholengemeenschap (... - ...)

Artikel 57. (01/09/2019- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 17/06/2011 Decreet betreffende de scholengemeenschappen in het basis- en secundair onderwijs 18.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.10.
Gewijzigd bij 15/03/2019 Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020 42.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 71.

Inhoud

Een scholengemeenschap :
1° maakt afspraken over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod, eventueel gespreid over de verschillende scholen die de scholengemeenschap vormen;
2° maakt afspraken over een objectieve leerlingenoriëntering en -begeleiding. Met het oog daarop en voor zover in de scholengemeenschap een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs is opgenomen, heeft de scholengemeenschap een overlegplicht ten aanzien van elk regionaal overlegplatform, vermeld in het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, waarvan het werkingsgebied geheel of gedeeltelijk samenvalt met dat van de scholengemeenschap;
3° maakt afspraken over het personeelsbeleid, meer bepaald over de criteria voor het aanwerven, functioneren en evalueren van personeelsleden en over de aanvangsbegeleiding van personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn voor bepaalde duur;
4° maakt afspraken/beslist over de verdeling van de extra uren-leraar over haar scholen. De verdelingscriteria worden onderhandeld in het lokaal comité. Bij ontstentenis van een akkoord binnen de scholengemeenschap over de verdelingscriteria, worden de extra uren-leraar recht evenredig verdeeld volgens het aandeel dat het pakket uren-leraar van elke afzonderlijke school uitmaakt binnen de totaliteit van de pakketten uren-leraar van de diverse scholen die tot de scholengemeenschap behoren;
5° maakt afspraken/beslist over de verdeling over haar scholen van de puntenenveloppe bedoeld in artikel 23 tot en met 31. Met inachtname van de bepalingen van voormelde onderafdeling worden de verdelingscriteria onderhandeld in het bevoegde lokaal onderhandelingscomité van de scholengemeenschap. Bij ontstentenis van een akkoord binnen de scholengemeenschap over de verdelingscriteria, worden de punten verdeeld overeenkomstig de parameters volgens welke ze toegekend zijn;
6° brengt advies uit inzake investeringen in schoolgebouwen en infrastructuur waarbij het schoolbestuur een beroep doet op de investeringsmiddelen van, naargelang van het geval, het Gemeenschapsonderwijs of het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;
7° kan een samenwerkingsakkoord sluiten met een of meer scholen voor buitengewoon secundair onderwijs die buiten de desbetreffende scholengemeenschap zijn gebleven; een school voor buitengewoon secundair onderwijs kan samenwerkingsakkoorden sluiten met verschillende scholengemeenschappen;
8° kan een samenwerkingsakkoord sluiten met één of meer scholen voor secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoren en/of met één of meer scholen voor basisonderwijs, met één of meer scholen van deeltijds kunstonderwijs en/of één of meer centra voor volwassenenonderwijs;
9° maakt afspraken/beslist over de aanwending van de punten voor ICT-coördinatie;
10° ...
11° kan afspraken maken over de engagementsverklaring vermeld in artikel 111. (56)

Artikel 58. (01/09/1999- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 72.

Inhoud

Schoolbesturen kunnen aan de scholengemeenschappen andere bevoegdheden toewijzen dan hier bepaald, tenzij dit bij decretale of reglementaire bepalingen wordt verboden.

Voor wat betreft het gemeenschapsonderwijs gebeurt deze toewijzing op grond van artikel 4, § 2, van het bijzonder decreet.

Indien bij de scholengemeenschap verschillende schoolbesturen zijn betrokken, dan zullen die de extra bevoegdheden bij schriftelijke overeenkomst vastleggen. (57)

Afdeling 4. Diverse voordelen voor scholengemeenschappen (... - ...)

Artikel 59. (01/09/1999- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 73.

Inhoud

Zoals bepaald in artikel 191 wordt de gewone rationalisatienorm per school met 15 % verminderd voor een school die tot een scholengemeenschap behoort. (58)

Artikel 60. (01/09/1999- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 74.

Inhoud

§ 1. Tot 1 november van het betrokken schooljaar kunnen door het betrokken schoolbestuur tussen scholen die behoren tot eenzelfde scholengemeenschap, uren-leraar worden overgedragen, mits :
1° in overeenstemming met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;
2° onderhandeling in het lokaal comité.

§ 2. Tot 1 november van het betrokken schooljaar kunnen door het betrokken schoolbestuur tussen scholen die niet behoren tot eenzelfde scholengemeenschap, uren-leraar worden overgedragen, mits :
1° in overeenstemming met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;
2° onderhandeling in het lokaal comité. Indien er bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel worden uitgesproken, kan de overdracht evenwel enkel na akkoord in het lokaal comité;
3° melding aan de betrokken scholengemeenschap waartoe de begunstigde school behoort. (59)

Artikel 61. (01/09/1999- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 75.

Inhoud

§ 1. Tot 1 november van het betrokken schooljaar kunnen door het betrokken schoolbestuur uren-leraar worden herverdeeld tussen scholen die behoren tot eenzelfde scholengemeenschap, mits :
1° in overeenstemming met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;
2° onderhandeling in het lokaal comité.

§ 2. Tot 1 november van het betrokken schooljaar kunnen door het betrokken schoolbestuur uren-leraar worden herverdeeld tussen scholen die niet behoren tot eenzelfde scholengemeenschap, mits :
1° in overeenstemming met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;
2° onderhandeling in het lokaal comité. Indien er bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel worden uitgesproken, dan kan de herverdeling evenwel enkel na akkoord in het lokaal comité;
3° melding aan de betrokken scholengemeenschap waartoe de begunstigde school behoort. (60)

Artikel 62. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 53.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 76.

Inhoud

De gewone leerlingencoëfficiënten tot vaststelling van het aantal wekelijkse uren-leraar voor scholen die behoren tot een scholengemeenschap en gelegen zijn in het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad, worden verhoogd met :
1° 0,10 : voor de eerste graad;
2° 0,20 : voor de tweede en de derde graad en het hoger beroepsonderwijs. (61)

Artikel 63. (01/09/2011- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 17/06/2011 Decreet betreffende de scholengemeenschappen in het basis- en secundair onderwijs 19.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 77.

Inhoud

...

Artikel 63/1. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 154.

Inhoud

In een scholengemeenschap kunnen de betrokken schoolbesturen beslissen om één scholengemeenschapsinstelling op te richten.

Voor zover de samenstelling van de scholengemeenschap niet wijzigt kan deze scholengemeenschapsinstelling niet opgeheven worden.

Een voorwaarde voor de oprichting van deze scholengemeenschapsinstelling of in het geval van het vijfde lid de scholengemeenschapsinstellingen, is dat elk schoolbestuur uit de scholengemeenschap, voor wat betreft de betrokken scholengemeenschap, mede oprichter is van een scholengemeenschapsinstelling conform het derde, vierde of vijfde lid.

Als de scholen van de scholengemeenschap tot hetzelfde schoolbestuur behoren dan is dit schoolbestuur verantwoordelijk voor de scholengemeenschapsinstelling.

Als de scholen van de scholengemeenschap tot verschillende schoolbesturen behoren, wordt een rechtspersoon opgericht die verantwoordelijk is voor de scholengemeenschapsinstelling, vermeld in het eerste lid. Deze nieuwe rechtspersoon beperkt zich tot en heeft uitsluitend als doel om ten aanzien van de personeelsleden aangesteld of geaffecteerd aan de scholengemeenschapsinstelling de bevoegdheden uit te oefenen die zijn vastgelegd in het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

In afwijking van het eerste en het vierde lid wordt er, als de scholen van de scholengemeenschap behoren tot schoolbesturen van verschillende onderwijsnetten en er door de betrokken schoolbesturen gekozen wordt voor de oprichting van scholengemeenschapsinstellingen, één scholengemeenschapsinstelling opgericht per onderwijsnet. De scholengemeenschapsinstelling behoort tot het betrokken onderwijsnet. Als de scholen, van het betrokken onderwijsnet in de scholengemeenschap tot hetzelfde schoolbestuur behoren dan is dit schoolbestuur verantwoordelijk voor de scholengemeenschapsinstelling. Als de scholen van het betrokken onderwijsnet in de scholengemeenschap tot verschillende schoolbesturen behoren, wordt voor die scholengemeenschap door alle betrokken schoolbesturen in de scholengemeenschap van dat onderwijsnet, een rechtspersoon opgericht die verantwoordelijk is voor de betrokken scholengemeenschapsinstelling. Deze nieuwe rechtspersoon beperkt zich tot en heeft uitsluitend als doel om ten aanzien van de personeelsleden aangesteld of geaffecteerd aan de scholengemeenschapsinstelling de bevoegdheden uit te oefenen die zijn vastgelegd in het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

In scholengemeenschappen die conform dit artikel een scholengemeenschapsinstelling hebben opgericht maken de betrokken directies van de scholengemeenschap, binnen de geldende regelgeving, afspraken over de werking van deze scholengemeenschapsinstelling of -instellingen.

Artikel 64. (01/09/1999- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 78.

Inhoud

§ 1. Vastbenoemde directeurs en adjunct-directeurs van scholen van een scholengemeenschap, die door een herstructurering van scholen of van het onderwijsaanbod ter beschikking zijn gesteld of worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking kunnen op persoonlijke titel worden tewerkgesteld in een niet-organieke personeelsformatie die aan de scholengemeenschap wordt toegevoegd, op voorwaarde dat deze personeelsleden volgens de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling, binnen de scholengemeenschap geen reaffectatie als directeur of adjunct-directeur of wedertewerkstelling als adjunct-directeur in een organiek ambt, kunnen bekomen.

De aanstelling in de niet-organieke personeelsformatie schort alle reaffectatie- en wedertewerkstellingsverplichtingen buiten de scholengemeenschap op. De aanstelling wordt beschouwd als reaffectatie of wedertewerkstelling.

§ 2. De personeelsformatie bedoeld in § 1 wordt samengesteld op basis van één personeelslid per schijf van 1.500 regelmatige leerlingen (in het voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs) op 1 februari van het voorafgaand schooljaar in de scholengemeenschap, met een maximum van vier personeelsleden per scholengemeenschap.

§ 3. De § 1 en § 2 zijn ook van toepassing op directeurs en adjunct-directeurs die op 30 juni 1999 zijn wedertewerkgesteld in het ambt van directiesecretaris of onderdirecteur van de scholengemeenschap, op voorwaarde dat zij op 1 september 1999 personeelslid worden van een schoolbestuur binnen de scholengemeenschap. (63)

Artikel 65. (01/09/1999- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 86.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 80.

Inhoud

§ 1. Aan de scholengemeenschappen wordt 20.000 extra wekelijkse uren-leraar toegekend vanaf het schooljaar 2004-2005. Deze extra uren-leraar worden aangewend om :
1° het aantal plage-uren, bedoeld in artikel 216 en 315 te reduceren, en/of
2° de werkdruk te verminderen door aanrekening van klassenraad, klassendirectie, splitsing van klassen, lerarenondersteuning, stagebegeleiding en leerlingenbegeleiding op het pakket uren-leraar.

§ 2. De verdeling van deze extra uren-leraar, die uitsluitend voor de scholen van de scholengemeenschap zijn bestemd, gebeurt trapsgewijs als volgt : het aantal uren-leraar dat elke scholengemeenschap ontvangt is recht evenredig met het aandeel van de som van de pakketten uren-leraar van de scholen die de scholengemeenschap vormen in de totaliteit van de pakketten uren-leraar van alle scholen die tot een scholengemeenschap zijn toegetreden. Onder uren-leraar worden de organieke uren-leraar voor het voltijds secundair onderwijs en voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs verstaan.

De scholengemeenschap verdeelt de extra uren-leraar op de wijze zoals bepaald in artikel 57, 4°.

§ 3. De scholengemeenschappen en de scholen informeren de bevoegde onderhandelingsorganen over de verdeling en aanwending van de extra wekelijkse uren-leraar. (64)

Artikel 66. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 16/06/2023 Decreet over de onderwijsinternaten 122.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81.

Inhoud

Indien in een scholengemeenschap door een herstructurering van de school of van het onderwijsaanbod bepaalde infrastructuur niet langer gebruikt wordt voor het secundair onderwijs, dan kan het schoolbestuur deze gebouwen gebruiken voor het eigen niet-secundair onderwijs ofwel overdragen naar of ter beschikking stellen van een ander schoolbestuur van hetzelfde onderwijsnet die onderwijs van een ander niveau organiseert, een centrum voor leerlingenbegeleiding, of een onderwijsinternaat.

Als hierbij de eigendom of het zakelijk recht dat noodzakelijk was om in aanmerking te komen voor een subsidie van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (Agion) overgaat naar het verkrijgende schoolbestuur of deze een zakelijk recht verwerft op het gebouw met een duur gelijk aan de resterende termijn van het zakelijk recht dat het vroeger schoolbestuur bezit, treedt deze laatste in de rechten en verplichtingen ten opzichte van Agion. In dit geval is artikel 19, § 2, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, niet van toepassing.

Als de eigendom of het hiervoor vermelde zakelijk recht niet wordt overgedragen of gevestigd en het gebouw verder voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt, dan is artikel 19, § 2, van dezelfde wet, evenmin van toepassing. Het oorspronkelijke schoolbestuur blijft wel verantwoordelijk ten opzichte van Agion voor de naleving van de verplichtingen die werden aangegaan bij de toekenning van de subsidie.

Indien de infrastructuur waarvoor Agion subsidie heeft toegekend, afgebroken wordt, dan is artikel 19, § 2, van dezelfde wet, evenmin van toepassing.

Wordt de infrastructuur echter onttrokken aan één van de bestemmingen waarvoor een beroep kan worden gedaan op de tegemoetkoming van Agion zoals bepaald in artikel 13, § 1, van dezelfde wet, dan moet het schoolbestuur het gedeelte van de ontvangen subsidie, bedoeld in artikel 19, § 2, van dezelfde wet, terugbetalen. Een terugbetaling wordt evenwel niet opgelegd indien bij verkoop de opbrengst ten bedrage van de terug te betalen subsidie binnen een periode van twee jaar en met behoud van bestemming opnieuw wordt geïnvesteerd in subsidiabele infrastructuur voor het onderwijs, voor een centrum voor leerlingenbegeleiding, of een onderwijsinternaat. (65)

HOOFDSTUK 5. Organen (... - ...)

[... (opgeh. decr. 21 maart 2014, art. III.4, I: 1 april 2014)] (... - ...)

Artikel 67. (01/04/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften III.4.
Zie ook 06/07/1970 Wet op het buitengewoon [en geïntegreerd] onderwijs 6.

Inhoud

...

Artikel 68. (01/04/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften III.4.
Zie ook 06/07/1970 Wet op het buitengewoon [en geïntegreerd] onderwijs 7.
Zie ook 06/07/1970 Wet op het buitengewoon [en geïntegreerd] onderwijs 11.

Inhoud

...

[Afdeling 1. (verv. decr. 21 maart 2014, art. III.4, I: 1 april 2014)] Representatieve vakorganisaties (... - ...)

Artikel 69. (01/09/1998- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 156.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 158.

Inhoud

§ 1. De vakorganisaties aangesloten bij een in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie, kunnen beschikken over personeelsleden uit het onderwijs met verlof wegens bijzondere opdracht in het belang van het onderwijs, ofwel een verlof wegens vakbondsopdracht overeenkomstig de geldende reglementaire bepalingen.

In tegenstelling met de geldende reglementaire bepalingen zijn de representatieve vakorganisaties er evenwel niet toe gehouden, voor de in dit artikel bedoelde personeelsleden die genieten van een verlof, aan de overheid een som terug te storten die gelijk is aan het globaal bedrag van de salarissen, salaristoelagen, vergoedingen en toelagen die door de overheid aan deze personeelsleden werden uitgekeerd.

Deze personeelsleden moeten door die vakorganisaties belast worden met de begeleiding van onderwijsvernieuwingen voor wat betreft de gevolgen ervan voor de personeelsleden en met de begeleiding en de ondersteuning van de lokale comités.

§ 2. Het totaal aantal toegevoegde personeelsleden mag voor de verschillende in § 1 bedoelde vakorganisaties samen niet meer dan vijftien bedragen.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van verdeling van de hier bedoelde personeelsleden over de betrokken organisaties en legt de aanvraagprocedure vast. (68)

[Afdeling 2. (verv. decr. 21 maart 2014, art. III.4, I: 1 april 2014)] Overlegorganen inzake fundamentele onderwijshervormingen (... - ...)

Artikel 70. (01/09/2009- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 46bis.

Inhoud

De Vlaamse Regering informeert de afgevaardigden van de schoolbesturen en de representatieve vakorganisaties over elke geplande fundamentele onderwijshervorming.

Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de afgevaardigden van de schoolbesturen een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de afgevaardigden van de schoolbesturen.

Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de representatieve vakorganisaties een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de representatieve vakorganisaties. (69)

[Afdeling 3. (verv. decr. 21 maart 2014, art. III.4, I: 1 april 2014)] Lokaal comité op het niveau van de scholengemeenschap (... - ...)

Onderafdeling 1. Scholengemeenschap gesubsidieerd officieel onderwijs (... - ...)

Artikel 71. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 155.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81bis.

Inhoud

Deze onderafdeling is van toepassing op de scholengemeenschappen secundair onderwijs die uitsluitend bestaan uit scholen die behoren tot het gesubsidieerd officieel onderwijs, in voorkomend geval aangevuld met een scholengemeenschapsinstelling, zoals vermeld in artikel 63/1.

Artikel 72. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81ter.

Inhoud

In elke scholengemeenschap wordt een lokaal comité opgericht op het niveau van de scholengemeenschap, verder OCSG genoemd.

Het vorige lid is niet van toepassing op de scholengemeenschappen die uitsluitend bestaan uit scholen die behoren tot hetzelfde schoolbestuur. In dat geval worden de bevoegdheden van het OCSG zoals vastgelegd in deze afdeling uitgeoefend door het afzonderlijk bijzonder comité opgericht krachtens artikel 4, § 1, 3° van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. (71)

Artikel 73. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81quater.

Inhoud

§ 1. Elk OCSG is samengesteld uit afgevaardigden van enerzijds de schoolbesturen en anderzijds de representatieve vakorganisaties. Als representatieve vakorganisaties worden beschouwd de vakorganisaties die zitting hebben in het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten B Afdeling 2 B Onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap ».

§ 2. De afvaardiging van de schoolbesturen bestaat uit minstens 1 lid van elk schoolbestuur zonder dat zijn totale afvaardiging groter mag zijn dan de totale afvaardiging van de representatieve vakorganisaties.

De vertegenwoordigers van de schoolbesturen moeten bevoegd zijn om hun respectievelijk schoolbestuur te verbinden.

§ 3. De afvaardiging van de representatieve vakorganisaties bestaat uit maximaal 1 lid per representatieve vakorganisatie per schoolbestuur en wordt vrij door hen samengesteld.

§ 4. De effectieve leden van het OCSG kunnen zich laten vervangen op de wijze zoals bepaald in het werkingsreglement.

De leden van de afvaardiging van de schoolbesturen kunnen zich alleen laten vervangen door een behoorlijk gemachtigde afgevaardigde. (72)

Artikel 74. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81quinquies.

Inhoud

De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties genieten de rechten en plichten voorzien in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en haar uitvoeringsbesluiten. (73)

Artikel 75. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81sexies.

Inhoud

§ 1. De afgevaardigden van de schoolbesturen bepalen wie onder hen het voorzitterschap van het OCSG waarneemt. De voorzitter waakt over de goede werking van het OCSG.

§ 2. Het secretariaat van het OCSG wordt waargenomen door een secretaris die onder en door de vertegenwoordigers van het personeel wordt gekozen. Mits akkoord van alle leden van het OCSG kan het secretariaat ook worden waargenomen door een secretaris die geen deel uitmaakt van het OCSG. (74)

Artikel 76. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 15/03/2019 Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020 43.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 156.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81septies.

Inhoud

§ 1. Het OCSG is bevoegd om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is voor zover deze aangelegenheden een repercussie kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden of de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de onderliggende scholen en/of van de scholengemeenschap zelf.

§ 2. De leden van het OCSG hebben een informatierecht met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is.

Ze hebben bovendien ten minste jaarlijks recht op inlichtingen in verband met de tewerkstelling. Deze inlichtingen hebben betrekking op :
1° inlichtingen over de evolutie van het aantal leerlingen in de scholen van de scholengemeenschap en de weerslag ervan op tewerkstelling en infrastructuur in de scholen die tot de scholengemeenschap behoren;
2° inlichtingen over de structuur van de scholen die tot de scholengemeenschap behoren, inclusief over de mogelijke structuurwijzigingen die een weerslag kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden en/of tewerkstelling;
3° inlichtingen over het personeelsverloop in de scholen van de scholengemeenschap;
4° inlichtingen over het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat in de scholen van de scholengemeenschap:
- het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft op basis van een positieve beoordeling of dat geen beoordeling heeft gekregen;
- het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur nog niet verwerft wegens een beoordeling met werkpunten, met binnen die groep een opsplitsing tussen de personeelsleden die daarna een nieuwe aanstelling verkrijgen en de personeelsleden die daarna geen nieuwe aanstelling verkrijgen;
- het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur niet verwerft wegens een negatieve beoordeling.

§ 3. De afgevaardigden van de schoolbesturen moeten aan de leden van het OCSG inlichtingen verstrekken over beslissingen die een belangrijke weerslag kunnen hebben op de personeelsleden van de scholen van de scholengemeenschap.

§ 4. De leden van het OCSG ontvangen de informatie die nodig is om na te gaan of de onderwijswetgeving met betrekking tot schooloverschrijdende personeelsmateries correct wordt nageleefd.

§ 5. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties kunnen bij de afgevaardigden van de schoolbesturen stappen zetten in het gemeenschappelijk belang van het personeel werkzaam in de scholengemeenschap. (75)

Artikel 77. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81octies.

Inhoud

De aangelegenheden waarover moet onderhandeld worden, worden op de agenda geplaatst door de voorzitter van het OCSG. Ook de andere leden van het OCSG kunnen punten op de agenda zetten. Met het oog op de onderhandelingen ontvangen de leden van het OCSG vooraf alle documenten die nodig en nuttig zijn om met voldoende kennis van zaken standpunten te kunnen innemen. (76)

Artikel 78. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81novies.

Inhoud

Noch de afwezigheid van een of meer regelmatig opgeroepen leden van de afvaardiging van de schoolbesturen, noch die van een of meer regelmatig opgeroepen afgevaardigden van representatieve vakorganisaties, maakt de onderhandelingen ongeldig. (77)

Artikel 79. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81decies.

Inhoud

§ 1. De conclusies van iedere onderhandeling worden vermeld in een protocol waarin worden opgetekend :
1° ofwel het eenparig akkoord van al de afvaardigingen;
2° ofwel het akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties, alsook het standpunt van de afvaardiging van een of meer representatieve vakorganisaties;
3° ofwel het respectieve standpunt van de afvaardiging van de schoolbesturen en dat van de afvaardigingen van de verschillende representatieve vakorganisaties.

§ 2.Ingeval van eenparig akkoord of ingeval van akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties kunnen, noch op het niveau van een individuele schoolbesturen, noch op het niveau van de individuele scholen beslissingen genomen worden die afwijken van het protocol. (78)

Artikel 80. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81undecies.

Inhoud

Maatregelen die na onderhandeling worden genomen vermelden de datum van het protocol bedoeld in artikel 79. (79)

Artikel 81. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81duodecies.

Inhoud

§ 1. Het OCSG neemt bij eenparigheid een werkingsreglement aan. Het bepaalt minimaal :
1° de wijze waarop het OCSG wordt samengeroepen, de termijn van bijeenroeping en het aantal vergaderingen per schooljaar met een minimum van drie;
2° de wijze waarop documenten zullen bezorgd worden;
3° de wijze waarop leden van het OCSG een punt op de agenda van het OCSG kunnen zetten en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren;
4° de taken van de voorzitter;
5° de taken van de secretaris;
6° de termijnen voor het beëindigen van de onderhandeling;
7° de wijze waarop de notulen en protocollen tot stand komen;
8° de wijze waarop de agenda, bijgevoegde documentatie, notulen en protocollen zullen bewaard worden;
9° de wijze waarop de effectieve leden zich kunnen laten vervangen en de wijze waarop en de gevallen waarin de afvaardigingen technici kunnen laten deelnemen aan de vergaderingen.
10° de concretisering van de bevoegdheden zoals vermeld in artikel 76;
11° de concretisering van de rechten en plichten bedoeld in artikel 74;
12° de nominatieve lijst van de effectieve vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de effectieve vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties alsook de vertegenwoordigers die hen kunnen vervangen.

§ 2. Indien er binnen een termijn van drie maanden na de oprichting van het OCSG geen akkoord is over een werkingsreglement, is het model van werkingsreglement bij eenparigheid opgesteld door onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten van toepassing. (80)

Artikel 82. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81ter decies.

Inhoud

De werkingskosten van het OCSG komen ten laste van de schoolbesturen. (81)

Onderafdeling 2. Netoverschrijdende scholengemeenschappen (... - ...)

Artikel 83. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 157.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81quater decies.

Inhoud

Deze onderafdeling is van toepassing op de netoverschrijdende scholengemeenschappen die uitsluitend bestaan uit scholen die secundair onderwijs inrichten, eventueel aangevuld met een scholengemeenschapsinstelling, zoals vermeld in artikel 63/1.
 

Artikel 84. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81quinquies decies.

Inhoud

In elke scholengemeenschap wordt een lokaal comité opgericht op het niveau van de scholengemeenschap, verder OCSG genoemd. (83)

Artikel 85. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81sexies decies.

Inhoud

§ 1. Elk OCSG is samengesteld uit afgevaardigden van enerzijds de schoolbesturen en anderzijds de representatieve vakorganisaties. Als representatieve vakorganisaties worden beschouwd de vakorganisaties die zitting hebben in Sectorcomité X B Onderwijs (Vlaamse Gemeenschap), het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten B Afdeling 2 B Onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" en/of het Overkoepelend Onderhandelingscomité Gesubsidieerd Vrij Onderwijs.

§ 2. De afvaardiging van de schoolbesturen bestaat uit minstens 1 lid van elk schoolbestuur zonder dat zijn totale afvaardiging groter mag zijn dan de totale afvaardiging van de representatieve vakorganisaties.

De vertegenwoordigers van de schoolbesturen moeten bevoegd zijn om hun respectievelijk schoolbestuur te verbinden.

§ 3. De afvaardiging van de representatieve vakorganisaties bestaat uit maximaal 1 lid per representatieve vakorganisatie per schoolbestuur en wordt vrij door hen samengesteld.

In afwijking van het vorig lid mag voor de schoolbesturen van de scholengemeenschap die behoren tot het gesubsidieerd vrij onderwijs waar maar één representatieve vakorganisatie vertegenwoordigd is in het lokaal comité of de lokale comités, deze representatieve vakorganisatie maximaal drie vertegenwoordigers afvaardigen naar het OCSG. Zijn er twee representatieve vakorganisaties vertegenwoordigd in het lokaal comité of de lokale comités, dan mag de representatieve vakorganisatie met het grootst aantal vertegenwoordigers in het lokaal comité of de lokale comités maximaal twee vertegenwoordigers afvaardigden naar het OCSG. De andere representatieve vakorganisatie mag dan maximaal één vertegenwoordiger afvaardigen.

§ 4. De effectieve leden van het OCSG kunnen zich laten vervangen op de wijze zoals bepaald in het werkingsreglement. De leden van de afvaardiging van de schoolbesturen kunnen zich alleen laten vervangen door een behoorlijk gemachtigde afgevaardigde. (84)

Artikel 86. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81septies decies.

Inhoud

De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties vanuit het gesubsidieerd officieel onderwijs of gemeenschapsonderwijs genieten de rechten en plichten voorzien in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en haar uitvoeringsbesluiten. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties vanuit het gesubsidieerd vrij onderwijs genieten de rechten en de plichten voorzien in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs. (85)

Artikel 87. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81duodevicies.

Inhoud

§ 1. De afgevaardigden van de schoolbesturen bepalen wie onder hen het voorzitterschap van het OCSG waarneemt. De voorzitter waakt over de goede werking van het OCSG.

§ 2. Het secretariaat van het OCSG wordt waargenomen door een secretaris die onder en door de vertegenwoordigers van het personeel wordt gekozen. Mits akkoord van alle leden van het OCSG kan het secretariaat ook worden waargenomen door een secretaris die geen deel uitmaakt van het OCSG. (86)

Artikel 88. (01/09/2021- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 15/03/2019 Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020 44.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 158.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81undevicies.

Inhoud

§ 1. Het OCSG is bevoegd om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is voor zover deze aangelegenheden een repercussie kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden of de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de onderliggende scholen en/of van de scholengemeenschap zelf.

§ 2. De leden van het OCSG hebben een informatierecht met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is.

Ze hebben bovendien ten minste jaarlijks recht op inlichtingen in verband met de tewerkstelling. Deze inlichtingen hebben betrekking op :
1° inlichtingen over de evolutie van het aantal leerlingen in de scholen van de scholengemeenschap en de weerslag ervan op tewerkstelling en infrastructuur in de scholen die tot de scholengemeenschap behoren;
2° inlichtingen over de structuur van de scholen die tot de scholengemeenschap behoren, inclusief over de mogelijke structuurwijzigingen die een weerslag kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden en/of tewerkstelling;
3° inlichtingen over het personeelsverloop in de scholen van de scholengemeenschap;
4° inlichtingen over het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat in de scholen van de scholengemeenschap:
- het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft op basis van een positieve beoordeling of dat geen beoordeling heeft gekregen;
- het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur nog niet verwerft wegens een beoordeling met werkpunten, met binnen die groep een opsplitsing tussen de personeelsleden die daarna een nieuwe aanstelling verkrijgen en de personeelsleden die daarna geen nieuwe aanstelling verkrijgen;
- het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur niet verwerft wegens een negatieve beoordeling.

§ 3. De afgevaardigden van de schoolbesturen moeten aan de leden van het OCSG inlichtingen verstrekken over beslissingen die een belangrijke weerslag kunnen hebben op de personeelsleden van de scholen van de scholengemeenschap.

§ 4. De leden van het OCSG ontvangen de informatie die nodig is om na te gaan of de onderwijswetgeving met betrekking tot schooloverschrijdende personeelsmateries correct wordt nageleefd.

§ 5. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties kunnen bij de afgevaardigden van de schoolbesturen stappen zetten in het gemeenschappelijk belang van het personeel werkzaam in de scholengemeenschap. (87)

Artikel 89. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81vicies.

Inhoud

De aangelegenheden waarover moet onderhandeld worden, worden op de agenda geplaatst door de voorzitter van het OCSG. Ook de andere leden van het OCSG kunnen punten op de agenda zetten. Met het oog op de onderhandelingen ontvangen de leden van het OCSG vooraf alle documenten die nodig en nuttig zijn om met voldoende kennis van zaken standpunten te kunnen innemen. (88)

Artikel 90. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81vicies semel.

Inhoud

Noch de afwezigheid van een of meer regelmatig opgeroepen leden van de afvaardiging van de schoolbesturen, noch die van een of meer regelmatig opgeroepen afgevaardigden van representatieve vakorganisaties, maakt de onderhandelingen ongeldig. (89)

Artikel 91. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81vicies bis.

Inhoud

§ 1. De conclusies van iedere onderhandeling worden vermeld in een protocol waarin worden opgetekend :
1° ofwel het eenparig akkoord van al de afvaardigingen;
2° ofwel het akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties, alsook het standpunt van de afvaardiging van een of meer representatieve vakorganisaties;
3° ofwel het respectieve standpunt van de afvaardiging van de schoolbesturen en dat van de afvaardigingen van de verschillende representatieve vakorganisaties.

§ 2. Ingeval van eenparig akkoord of ingeval van akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties kunnen, noch op het niveau van een individuele schoolbesturen, noch op het niveau van de individuele scholen beslissingen genomen worden die afwijken van het protocol. (90)

Artikel 92. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81vicies ter.

Inhoud

Maatregelen die na onderhandeling worden genomen vermelden de datum van het protocol bedoeld in artikel 91. (91)

Artikel 93. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81vicies quater.

Inhoud

§ 1. Het OCSG neemt bij eenparigheid een werkingsreglement aan. Het bepaalt minimaal :
1° de wijze waarop het OCSG wordt samengeroepen, de termijn van bijeenroeping en het aantal vergaderingen per schooljaar met een minimum van drie;
2° de wijze waarop documenten zullen bezorgd worden;
3° de wijze waarop leden van het OCSG een punt op de agenda van het OCSG kunnen zetten en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren;
4° de taken van de voorzitter;
5° de taken van de secretaris;
6° de termijnen voor het beëindigen van de onderhandeling;
7° de wijze waarop de notulen en protocollen tot stand komen;
8° de wijze waarop de agenda, bijgevoegde documentatie, notulen en protocollen zullen bewaard worden;
9° de wijze waarop de effectieve leden zich kunnen laten vervangen en de wijze waarop en de gevallen waarin de afvaardigingen technici kunnen laten deelnemen aan de vergaderingen.
10° de concretisering van de bevoegdheden zoals vermeld in artikel 88;
11° de concretisering van de rechten en plichten bedoeld in artikel 86;
12° de nominatieve lijst van de effectieve vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de effectieve vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties alsook de vertegenwoordigers die hen kunnen vervangen.

§ 2. Indien er binnen een termijn van drie maanden na de oprichting van het OCSG geen akkoord is over een werkingsreglement, is het model van werkingsreglement bij eenparigheid opgesteld door Sectorcomité X, onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en het Overkoepelend Onderhandelingscomité van toepassing. (92)

Artikel 94. (01/04/2008- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 81vicies quinquies.

Inhoud

De werkingskosten van het OCSG komen ten laste van de schoolbesturen. (93)

Onderafdeling 3. Inzagerecht lokaal comité (... - ...)

Artikel 95. (01/09/1999- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 14/07/1998 Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs 159.

Inhoud

Het lokaal comité heeft inzagerecht in de administratieve dossiers van de scholengemeenschap met betrekking tot :
1° de aanstellingen voor doorlopende duur;
2° de vaste benoemingen;
3° de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en wedertewerkstelling. (94)

HOOFDSTUK 6. Levensbeschouwelijk onderricht (... - ...)

Artikel 96. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Vervangen bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 53.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 52sexies.

Inhoud

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn alleen van toepassing op structuuronderdelen met levensbeschouwelijk onderricht in de basisvorming.

Artikel 97. (01/09/2002- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 52septies.

Inhoud

In het officieel voltijds secundair onderwijs omvat het onderwijsaanbod wekelijks ten minste twee lesuren onderwijs in de erkende godsdiensten en in de op die godsdiensten berustende zedenleer en ten minste twee lesuren onderwijs in de niet-confessionele zedenleer. (96)

Artikel 98. (01/01/2017- 31/08/2025)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 16/06/2017 Decreet betreffende het onderwijs XXVII III.2.
Gewijzigd bij 17/05/2024 Decreet over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht 50.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 52octies.

Inhoud

§ 1. Bij elke inschrijving van de leerling in het officieel voltijds secundair onderwijs bepalen de betrokken personen, bij ondertekende verklaring, of de leerling een cursus in één der erkende godsdiensten of een cursus niet-confessionele zedenleer volgt. Die keuze kunnen ze uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar wijzigen voor het volgende schooljaar.

Betrokken personen die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer bekomen op aanvraag een vrijstelling.

De Vlaamse Regering legt het model van de ondertekende verklaring en de procedure tot het bekomen van de vrijstelling vast en bepaalt op welke wijze de lesuren waarvoor men is vrijgesteld moeten ingevuld worden. De lesuren waarvoor men is vrijgesteld mogen niet worden ingevuld met activiteiten die betrekking hebben op andere onderdelen van het leerprogramma.

§ 2. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de keuze voor het onderricht in één der erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer, evenals de eventuele aanvraag tot vrijstelling in samenspraak met de leerling. (97)

Artikel 98/1.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

(01/09/2025- ...)

De betrokken personen van leerlingen die ingeschreven zijn in het vrij voltijds secundair onderwijs, maar die les volgen in een GI-afdeling, kunnen conform artikel 10 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstel-lingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, ervoor kiezen dat de leerling via interactief afstandsonderwijs de lessen godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing die in die vrije school worden ingericht, volgt. De keuze wordt gemaakt in samenspraak met de leerling.

Artikel 99. (01/09/2002- ...)

Een openbaar bestuur kan de onderwijsbevoegdheid van een gesubsidieerde officiële school slechts overdragen aan een schoolbestuur uit het vrij onderwijs, indien het in de nodige garanties voorziet opdat de keuze wordt aangeboden tussen onderricht in één der erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer.

De regelen, bepaald in het eerste lid, betreffen de overdracht van onderwijsbevoegdheid die ingang vinden vanaf 1 september 2002. (98)

HOOFDSTUK 6/1. Bijzondere bepalingen over het officieel onderwijs (01/09/2024 - ...)

Dit hoofdstuk is nog niet in werking. Hierboven vindt u het eerste "toekomstige hoofdstuk"

Artikel 99/1.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

(01/09/2024- ...)

Een openbaar bestuur kan de onderwijsbevoegdheid van een officiële school alleen overdragen aan een vrij schoolbestuur, als in eerste instantie de overdracht naar een andere aanbieder van het officieel onderwijs wordt onderzocht.

Het onderzoek, vermeld in het eerste lid, omvat minstens:
1° een verslag van gevoerde gesprekken met een andere aanbieder van het officieel onderwijs met het oog op de overdracht, of, in ondergeschikte orde en als er geen gesprekken met een dergelijke andere aanbieder konden worden gevoerd, een verslag van de pogingen om een dergelijke andere aanbieder te vinden;
2° de gemotiveerde conclusie over de mogelijkheid tot overdracht.

HOOFDSTUK 7. Sancties (... - ...)

Artikel 100. (01/09/2019- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 20/04/2018 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft de modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs 4.

Inhoud

Als een school, een vestigingsplaats of een structuuronderdeel in strijd met de programmatieregels wordt opgericht, wordt de financiering of subsidiëring van die school, die vestigingsplaats of dat structuuronderdeel ingetrokken.

De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de toepassing van de hiervoor voorziene sancties. (99)

Artikel 101. (01/01/2013- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII III.6.

Inhoud

§ 1. Met behoud van de erkenning wordt de financiering of subsidiëring van een school die niet meer voldoet aan alle financierings- of subsidiëringsvoorwaarden of een structuuronderdeel ervan dat niet meer voldoet aan al die voorwaarden, door de Vlaamse Regering geheel of gedeeltelijk ingehouden.

De inhouding kan alleen op voorstel van de onderwijsinspectie als het gaat om de voorwaarden, vermeld in artikel 15, § 1, 2°, 4° en 5°.

De Vlaamse Regering bepaalt de aanvullende bepalingen met betrekking tot die inhouding en regelt de beroepsprocedure.

§ 2. Met inachtneming van artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, kan de Vlaamse Regering de erkenning van een school of een vestigingsplaats of structuuronderdeel ervan opheffen. In het deeltijds beroepssecundair onderwijs kan de Vlaamse Regering de opheffing van de erkenning ook beperken tot opheffing van de bevoegdheid om bepaalde eindstudiebewijzen, die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, uit te reiken.

Artikel 102. (01/09/2013- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.7.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 192.

Inhoud

Elke ten onrechte uitbetaalde financiering of subsidiëring wordt teruggevorderd van het schoolbestuur. Een ten onrechte uitbetaald salarisgedeelte wordt evenwel teruggevorderd van het betrokken personeelslid indien het schoolbestuur niet verantwoordelijk is voor de onterechte uitbetaling. De terugvordering van ten onrechte uitbetaalde financiering of subsidiëring aan of voor rekening van het schoolbestuur kan ook gebeuren door inhouding op het nog uit te betalen werkingsbudget.

Artikel 103. (01/09/1958- ...)

Onverminderd de strafvervolging waartoe zij aanleiding zou geven, kan elke valse of onnauwkeurige verklaring, afgelegd met de bedoeling om de berekening van het bedrag van een salaristoelage of werkingsbudget te beïnvloeden, voor de betrokken school medebrengen dat de subsidiëring bij gemotiveerd besluit van de Vlaamse Regering wordt ingehouden gedurende een periode van niet meer dan zes maanden voor elke overtreding. De teruggave van de ten onrechte als subsidiëring gestorte bedragen wordt geëist tenzij de fout te wijten is aan de betalende overheid. (102)

Artikel 104. (01/09/2013- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.8.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 198.

Inhoud

...

Artikel 105. (01/09/1990- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 199.

Inhoud

Indien een personeelslid van het gemeenschaps- of van het gesubsidieerd onderwijs in strijd met het personeelsstatuut of buiten de normen is benoemd, kan de Vlaamse Regering binnen een periode van één jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst door de administratieve diensten van de Vlaamse Regering van de beslissing houdende deze benoeming, het salaris of de salaristoelage terugvorderen met betrekking tot de periode.

In het Gemeenschapsonderwijs zijn de aldus wederrechtelijke benoemde personeelsleden van ambtswege ontslagnemend. In het gesubsidieerd onderwijs is deze benoeming niet tegenstelbaar aan de betalende overheid. Daarenboven wordt in het officieel gesubsidieerd onderwijs het onregelmatig vast benoemd personeelslid in zijnen hoofde geacht aangesteld te zijn in een ambt dat opgeheven werd vanaf het ogenblik dat het schoolbestuur door de bevoegde overheid in kennis wordt gesteld dat de benoeming niet voldoet aan de voorwaarden.

Indien de benoeming wordt bekomen door bedrieglijke handelingen of door valse of welbewust onvolledige verklaringen, bedraagt de in het eerste lid vermelde termijn 30 jaar. (104)

Artikel 106. (01/09/2020- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 100.
Zie ook 08/07/1996 Decreet betreffende het onderwijs VII 71.

Inhoud

Het niet-naleven van de verplichting bedoeld in artikel 123 en 7 kan, voor elementen waar de directie niet afhankelijk is van derden, aanleiding geven tot sancties.

De bedoelde sanctie kan een gedeeltelijke terugvordering van het werkingsbudget zijn. Bij een eerste overtreding kan die terugvordering maximum 5 % bedragen van de werkingsbudget van het voorgaand schooljaar. Bij een tweede of volgende overtreding kan de terugvordering maximum 10 % bedragen van het werkingsbudget van het voorgaand schooljaar.

De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de vaststelling van de overtredingen en voor de toepassing van de sancties. Het bedoelde besluit waarborgt het recht op verdediging. (105)

Artikel 107. (01/09/2007- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 74quinquies2.

Inhoud

Het miskennen van het recht op tijdelijk of permanent onderwijs aan huis bedoeld in artikel 117 en 118, is een overtreding die, na aanmaning, aanleiding kan geven tot sancties door de Vlaamse Regering.

De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de vaststelling van de overtredingen en voor de toepassing van de sancties. Ze waarborgt de rechten van verdediging. (106)

Artikel 108. (01/09/1958- ...)

§ 1. De overtreding van de regeling inzake verlofregeling en aanwending van de schooltijd, bedoeld in artikel 12, kan aanleiding geven tot sancties.

De bedoelde sanctie kan voor het Gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd onderwijs een gedeeltelijke terugvordering van het werkingsbudget zijn.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de toepassing van de sancties. (107)

Artikel 109. (01/09/2002- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 52novies.

Inhoud

Het niet-naleven van de bepalingen inzake vrijstelling van de keuze inzake levensbeschouwelijk onderricht, bedoeld in artikel 98, kan na aanmaning aanleiding geven tot sancties.

De sanctie voor het in overtreding zijnde schoolbestuur kan een gedeeltelijke terugbetaling zijn van het werkingsbudget van de betrokken school. De terugvordering of inhouding kan echter niet meer bedragen dan 10 procent van het werkingsbudget en kan er niet toe leiden dat het aandeel in het werkingsbudget dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou getroffen zijn.

De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels voor de vaststelling van de overtreding en voor de toepassing van de sanctie en waarborgt de rechten van verdediging. (108)

Artikel 109/1.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

(01/09/2024- ...)

Het niet naleven van de bepalingen over afzondering en fixatie, vermeld in artikel 123/24/1 tot en met 123/24/5, kan aanleiding geven tot sancties.

De sanctie, vermeld in het eerste lid, is een gedeeltelijke terugvordering van het werkingsbudget. Bij een eerste overtreding kan die terugvordering maximaal 5% bedragen van het werkingsbudget van het voorgaande schooljaar. Bij een tweede of volgende overtreding kan de terugvordering maximaal 10% bedragen van het werkingsbudget van het voorgaande schooljaar.

De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de vaststelling van de overtredingen en voor de toepassing van de sancties, vermeld in het eerste en het tweede lid. Het besluit waarborgt het recht op verdediging.

TITEL 2. BEPALINGEN BETREFFENDE LEERLINGEN (... - ...)

HOOFDSTUK 1. Vrije keuze (... - ...)

Artikel 110. (01/09/1958- ...)

§ 1. Het recht van de ouders om de aard van de opvoeding voor hun kinderen te kiezen, sluit de mogelijkheid in, over een school naar hun keuze op een redelijke afstand te beschikken.

§ 2. Onverminderd het recht van de Vlaamse Gemeenschap om scholen op te richten, is deze verplicht, ten einde de vrije keuze van de ouders te eerbiedigen :
1° op verzoek van ouders die op redelijke afstand geen officiële school vinden die begeleid wordt door een officieel centrum voor leerlingenbegeleidng en waarvan de oudervereniging aangesloten is bij het ondersteuningscentrum van ouderverenigingen van het officieel onderwijs, hetzij in de kosten van het vervoer naar dergelijke officiële school of afdeling tussen te komen; hetzij dergelijke officiële school in de financierings- of subsidieregeling op te nemen;
2° op verzoek van ouders die op een redelijke afstand geen vrije school vinden, een bestaande vrije school in de subsidieregeling op te nemen, hetzij het vervoer te verzekeren naar een dergelijke school of afdeling door middel van een dienst voor leerlingenvervoer. (109)

[HOOFDSTUK 1/1. Recht op inschrijving (ing. decr. 25 november 2011, art. V.3, I: 1 september 2012)] (... - ...)

[Afdeling 1. Beginselen (ing. decr. 25 november 2011, art. V.4, I: 1 september 2012)] (... - ...)

Artikel 110/0. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 22/11/2019 Decreet houdende wijziging van diverse decreten, wat de wijziging van het inschrijvingsrecht betreft 10.
Vervangen bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 28.

Inhoud

De bepalingen in hoofdstuk 1/1 en 1/2 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het gewoon secundair onderwijs voor het schooljaar 2022-2023.

De bepalingen in hoofdstuk 1/1 en 1/2 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het buitengewoon secundair onderwijs voor het schooljaar 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025.

Artikel 110/1. (01/09/2023- 31/08/2025)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.5.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.11.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.7.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 54.
Gewijzigd bij 17/05/2024 Decreet over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht 52.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 20.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 34.

Inhoud

§1. Elke leerling heeft recht op inschrijving in de school of vestigingsplaats, gekozen door zijn ouders. Is de leerling twaalf jaar of ouder, dan gebeurt de schoolkeuze in samenspraak met de leerling. Bij de keuze van de vestigingsplaats wordt rekening gehouden met het aanwezige onderwijsaanbod.

De inschrijving wordt genomen na ondertekening voor akkoord van de ouders van het pedagogisch project en school- of centrumreglement.

§2. Inschrijvingen voor een bepaald schooljaar kunnen ten vroegste starten :
1° op de eerste schooldag van maart van het voorafgaande schooljaar in het eerste leerjaar van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs en in het buitengewoon secundair onderwijs;
2° op de eerste schooldag na de paasvakantie van het voorafgaande schooljaar in het secundair onderwijs dat niet onder toepassing valt van 1° en in de leertijd.

Een schoolbestuur maakt de start van de inschrijvingen bekend aan alle belanghebbenden. Een schoolbestuur dat deel uitmaakt van een LOP, maakt de start van de inschrijvingen alleszins via het LOP bekend.

§3. Behoudens de bij decreet of besluit bepaalde gevallen van uitschrijving, geldt een inschrijving van een leerling in een school voor de duur van de hele schoolloopbaan in die school. Het behoud van de inschrijving geldt over de vestigingsplaatsen en de structuuronderdelen heen, tenzij in geval van overschrijding van de capaciteit of volzetverklaring als vermeld in artikel 110/9.

Indien de voortgang van het leerproces, met inachtname van de studiebewijzen waarover de leerling beschikt en met inachtname van de regelgeving betreffende de toelatings- of instapvoorwaarden in het secundair onderwijs, het behoud of de verandering van vestigingsplaats of structuuronderdeel noodzakelijk maakt, dan kan die niet worden gestuit. Indien zich daarbij verschillende keuzemogelijkheden qua structuuronderdeel voordoen, dan kan de leerling niet tot een welbepaald structuuronderdeel worden gedwongen.

Het verworven recht als ingeschreven leerling blijft behouden indien van de school een deel wordt afgesplitst en ondergebracht in een nieuwe school van hetzelfde schoolbestuur.

§4. Een schoolbestuur met scholen waarvan één of meerdere vestigingsplaatsen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan, afzonderlijk in het gewoon en in het buitengewoon secundair onderwijs, ervoor opteren om bij de overgang van een leerling van de ene secundaire school naar de andere secundaire school de inschrijvingen te laten doorlopen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

§5. Een school- of centrumbestuur met scholen of centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs waarvan één of meerdere vestigingsplaatsen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan ervoor opteren om voor de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 1/1 en 1/2 van deze codex, de desbetreffende vestigingsplaatsen als één school of centrum te beschouwen. Een school- of centrumbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn school- of centrumreglement.

§6. Elke inschrijving vóór 1 september voor het daaropvolgende schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een bepaalde school voor buitengewoon secundair onderwijs maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in hetzelfde schooljaar in een andere school voor buitengewoon onderwijs van rechtswege ongedaan.

Elke inschrijving in de loop van het betrokken schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een school voor buitengewoon onderwijs, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor buitengewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve lesbijwoning, behalve in geval van gewettigde afwezigheid.

[Afdeling 2. Voorrangsregelingen (ing. decr. 25 november 2011, art. V.6., I: 1 september 2012)] (... - ...)

Artikel 110/2. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.7.
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII III.7.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.12.

Inhoud

§ 1. Elke inschrijvingsperiode begint met opeenvolgende voorrangsperiodes, waarbij: 1° in het eerste leerjaar van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs en in het buitengewoon secundair onderwijs eerst voorrang wordt verleend aan de leerlingen, vermeld in artikel 110/3, dan aan de leerlingen vermeld in artikel 110/4, dan in voorkomend geval aan de leerlingen vermeld in artikel 110/5, dan aan de leerlingen vermeld in artikel 110/6 en tot slot aan de leerlingen vermeld in artikel 110/7.

Op voorwaarde dat geen enkele leerling, gevat door de betrokken voorrangsperiodes, geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit of volzetverklaring, vermeld in artikel 110/9, kunnen twee of meerdere voorrangsperiodes voor de inschrijvingen voor een bepaald schooljaar samen genomen worden.

Op voorwaarde dat geen enkele leerling geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit of volzetverklaring, vermeld in artikel 110/9, kunnen twee of meerdere voorrangsperiodes voor de inschrijvingen voor een bepaald schooljaar samen of apart starten vanaf de eerste schooldag na de kerstvakantie van het voorafgaande schooljaar. Indien de betrokken scholen gelegen zijn in het werkingsgebied van een LOP, moet de voorrangsperiode voor de leerlingen, vermeld in artikel 110/7, starten, overeenkomstig artikel 110/1, § 2. Indien de betrokken scholen gelegen zijn buiten het werkingsgebied van een LOP, kunnen de inschrijvingen van de leerlingen die niet gevat worden door een voorrangsperiode, al dan niet samen met de inschrijvingen van de leerlingen gevat door een voorrangsperiode, ook starten vanaf de eerste schooldag na de kerstvakantie van het voorafgaande schooljaar op voorwaarde dat geen enkele leerling wordt geweigerd omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 110/9, § 4.

In afwijking van het derde lid, kunnen voor scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, enkel de voorrangsperiodes, vermeld in artikel 110/3 en artikel 110/4 samen genomen worden.

Met uitzondering van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 110/4, duurt elke voorrangsperiode minimaal twee weken. Binnen elke voorrangsperiode gebeuren de inschrijvingen chronologisch.

In afwijking van het eerste lid, punt 1°, zijn scholen voor type 5 niet verplicht de voorrangsperiodes te hanteren.

§ 2. Voor scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP, maakt het LOP afspraken over de voorrangsperiodes en worden deze minstens door het LOP bekendgemaakt aan alle belanghebbenden uit het werkingsgebied.

Voor scholen buiten een werkingsgebied van een LOP worden de voorrangsperiodes bepaald in overleg met de schoolbesturen van alle scholen binnen dezelfde gemeente. De schoolbesturen maken de voorrangsperiodes bekend aan alle belanghebbenden.

Artikel 110/3. (01/09/2013- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.8.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.9.

Inhoud

Elke leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling, heeft bij voorrang op alle leerlingen, in het eerste leerjaar van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs en in het buitengewoon secundair onderwijs, een recht op inschrijving in de betrokken school of de scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen, als vermeld in artikel 110/1, § 4.

Artikel 110/4. (31/08/2012- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.9.

Inhoud

Een schoolbestuur verleent, met behoud van de toepassing van artikel 110/3, voor zijn scholen in het eerste leerjaar van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs en in het buitengewoon secundair onderwijs voorrang aan kinderen van personeelsleden van de school of van de scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen, als vermeld in artikel 110/1, § 4, op voorwaarde dat er op het ogenblik van de inschrijving sprake is van een lopende tewerkstelling voor meer dan 104 dagen.

Met personeelsleden als vermeld in het eerste lid wordt bedoeld :
1° personeelsleden als vermeld in artikel 2 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leer- lingenbegeleiding, voor zover ze geaffecteerd zijn aan of aangesteld zijn in een school;
2° personeelsleden die via een arbeidsovereenkomst werden aangeworven door een schoolbestuur en tewerkgesteld worden in de school.

Artikel 110/5. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.10.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.10.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.13.
Gewijzigd bij 19/12/2014 Decreet houdende wijziging van de Codex Secundair Onderwijs, wat het recht op inschrijving betreft 2.
Gewijzigd bij 13/11/2015 Decreet houdende wijziging van artikel 110/5 van de Codex Secundair Onderwijs, wat het recht op inschrijving betreft 2.
Gewijzigd bij 25/11/2016 Decreet houdende wijziging van artikel 110/5 van de Codex Secundair Onderwijs, wat het recht op inschrijving betreft 2.
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 54.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur verleent, in voorkomend geval met behoud van de toepassing van artikel 110/3 en 110/4, voor zijn scholen, gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voorrang aan leerlingen met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

§ 2. Om van de voorrangsregeling, vermeld in paragraaf 1, gebruik te kunnen maken, toont de ouder op één van volgende wijzen aan dat hij het Nederlands in voldoende mate machtig is :
1° door het voorleggen van minstens het Nederlandstalig diploma van secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;
2° door het voorleggen van het Nederlandstalig studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;
3° door het voorleggen van het bewijs dat hij het Nederlands beheerst op minstens niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. Dit gebeurt op basis van één van volgende stukken :
a) een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs of een daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs, dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;
b) een attest van niveaubepaling uitgevoerd door een Huis van het Nederlands dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;
c) door het voorleggen van het bewijs van minstens voldoende kennis van het Nederlands na het afleggen van een taalexamen bij het selectiebureau van de federale overheid;
4° door het voorleggen van het bewijs dat hij negen jaar als regelmatige leerling onderwijs heeft gevolgd in het Nederlandstalige lager en secundair onderwijs. Dit gebeurt op basis van attesten daartoe uitgereikt door de betrokken schoolbesturen;
5° ...

§ 3. Een schoolbestuur bepaalt voor zijn scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, een aantal leerlingen dat wordt vooropgesteld voor de inschrijving bij voorrang van leerlingen met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

Het aantal leerlingen, vermeld in het eerste lid, moet gericht zijn op het verwerven of het behoud van 55 % leerlingen in de school met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is. Binnen het LOP van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kan afgesproken worden om een hoger percentage dan 55 te hanteren.

Het aantal leerlingen, vermeld in het eerste lid, kan door een schoolbestuur bepaald worden tot op de niveaus vermeld in artikel 110/9.

Het LOP maakt het overeengekomen percentage en de bepaalde aantallen bekend aan alle belanghebbenden.

Een reeds ingeschreven leerling of een leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling die op basis van de op het moment van zijn inschrijving geldende regelgeving werd beschouwd als een leerling met de thuistaal Nederlands mag beschouwd worden als een leerling met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is als vermeld in paragraaf 1. Een reeds ingeschreven leerling of een leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling die op basis van de op het moment van zijn inschrijving geldende regelgeving werd beschouwd als een leerling met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is, wordt beschouwd als een leerling met minstens één ouder als vermeld in paragraaf 1.

§ 4. Leerlingen die naast de voorwaarde, als vermeld in paragraaf 2, ook beantwoorden aan één of meerdere van de indicatoren, als vermeld in artikel 110/7, § 3, tellen niet mee voor het bereiken van het in paragraaf 3 vermelde aantal. Deze leerlingen worden ingeschreven tot het contingent voor de leerlingen die beantwoorden aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in artikel 110/7, § 3, bereikt is.

Artikel 110/6. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.11.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 29.

Inhoud

Een schoolbestuur met scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP en waarvan één of meerdere vestigingsplaatsen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan, met behoud van de toepassing van artikel 110/3, 110/4, en in voorkomend geval artikel 110/5, voorrang verlenen aan leerlingen bij de overgang van het basisonderwijs naar het eerste leerjaar van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs of naar het buitengewoon secundair onderwijs.

De voorrang, vermeld in het eerste lid, moet bij een dubbele meerderheid door het LOP zijn goedgekeurd na positief advies bij meerderheid van het LOP basisonderwijs of, indien er geen LOP basisonderwijs is, na positief advies bij meerderheid van de schoolbesturen van de lagere scholen en basisscholen gelegen in het werkingsgebied van het LOP.

De dubbele meerderheid te bereiken door het LOP secundair onderwijs is bereikt wanneer de goedkeuring, vermeld in het tweede lid, verleend wordt door, enerzijds meer dan de helft van de participanten, vermeld in artikel VIII.4/1, § 1, 1°, 2° en 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, en anderzijds, meer dan de helft van de participanten vermeld, in artikel VIII.4/1, § 1, 4° tot en met 11°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs. De meerderheid van het LOP basisonderwijs is bereikt wanneer het positief advies, vermeld in het tweede lid, verleend wordt door enerzijds meer dan de helft van de participanten, vermeld in artikel VIII.4, § 1, 1°, 2° en 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, en anderzijds meer dan de helft van alle participanten, vermeld in artikel VIII.4, § 1, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, of, in voorkomend geval, door meer dan de helft van de schoolbesturen van de lagere scholen en basisscholen gelegen in het werkingsgebied van het LOP.

Artikel 110/7. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.12.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.14.
Gewijzigd bij 22/03/2019 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de afstemming op het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid 39.
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 55.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 21.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur bepaalt voor al zijn scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP, twee contingenten die worden vooropgesteld voor de gelijktijdige inschrijving van leerlingen die ofwel voldoen aan één of meer ofwel niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3.

Een schoolbestuur kan, voor een of meer van zijn scholen gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP, twee contingenten als vermeld in het eerste lid bepalen.

De vooropgestelde contingenten zijn gericht op het verkrijgen van een evenredige verdeling van de leerlingen, vermeld in het eerste en het tweede lid, in de scholen in het werkingsgebied van het LOP of in de betrokken gemeente buiten het werkingsgebied van een LOP.

De twee contingenten vormen samen 100 % en worden door een schoolbestuur bepaald op die niveaus waarvoor het schoolbestuur overeenkomstig artikel 110/12, § 1, een inschrijvingsregister hanteert. De contingenten worden door het schoolbestuur bekendgemaakt aan alle belanghebbenden.

De reeds ingeschreven leerlingen worden op basis van het voldoen aan één of meer of het niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, opgenomen in hun respectieve contingent.

Leerlingen die in voorkomend geval zijn ingeschreven in toepassing van artikel 110/3, 110/4, 110/5 en 110/6 worden op basis van het voldoen aan één of meer of het niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, opgenomen in hun respectieve contingent, zolang het contingent niet bereikt is.

De inschrijving van leerlingen, met uitzondering van de leerlingen bedoeld in artikel 110/5 die zich aandienen nadat het contingent waartoe zij behoren vol is, wordt uitgesteld. Deze leerlingen worden chronologisch in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 110/12, als uitgesteld ingeschreven. Een uitgestelde inschrijving is niet gelijk aan een niet-gerealiseerde inschrijving.

Indien beide contingenten, nog voor de voorrangsperiodes afgesloten worden, vol zijn, wordt voor alle leerlingen die in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 110/12, vermeld staan als uitgesteld de inschrijving geweigerd en wordt de uitgestelde inschrijving in het inschrijvingsregister gewijzigd in een niet-gerealiseerde inschrijving. De ouders van de leerlingen die op deze wijze niet ingeschreven kunnen worden en alle volgende leerlingen, ontvangen daarvan, in overeenstemming met artikel 110/13, § 1, een schriftelijke bevestiging.

Indien, op het moment dat een voorrangsperiode afgesloten wordt, het andere contingent niet vol is, worden de openstaande plaatsen opgevuld met leerlingen die in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 110/12, vermeld staan als uitgesteld, indien de ouders dit nog wensen en met respect voor de in het inschrijvingsregister opgenomen chrono- logie. De leerlingen die op deze wijze niet ingeschreven kunnen worden, worden geweigerd en de ouders ontvangen daarvan, in overeenstemming met artikel 110/13, § 1, een schriftelijke bevestiging.

Het LOP maakt, voor de start van de inschrijvingen, afspraken over :
1° de berekening van de relatieve aanwezigheid in het werkingsgebied of deelgebieden ervan, zijnde de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen van alle scholen binnen het werkingsgebied of deelgebieden ervan en dit eventueel tot op de niveaus waarop een capaciteit is vastgelegd.
2° de berekening van de relatieve aanwezigheid in vestigingsplaatsen en scholen, zijnde de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen in de vestigingsplaatsen en scholen en dit eventueel tot op de niveaus, waarop een capaciteit is vastgelegd;
3° de niveaus, waarop een capaciteit is vastgelegd, van de school waarop de contingenten bepaald zullen worden en de verschillen die er eventueel tussen de verschillende deelgebieden gemaakt worden;
4° de wijze waarop de contingenten bepaald zullen worden;
5° de wijze waarop enerzijds andere actoren betrokken zullen worden bij enerzijds de werving, toeleiding en ondersteuning van ouders en anderzijds de ondersteuning van scholen zal gebeuren.

Voor scholen gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP is :
1° de relatieve aanwezigheid in de school of vestigingsplaats de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, en het aantal leerlingen in een school of vestigingsplaats;
2° de relatieve aanwezigheid in de gemeente de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen van alle scholen binnen de gemeente.

Als een schoolbestuur erom vraagt, stelt het Agentschap voor Onderwijsdiensten gegevens over het al of niet voldoen aan één of meer indicatoren als vermeld in paragraaf 3, van elk van zijn leerlingen ter beschikking van dat schoolbestuur. Daarnaast stelt het Agentschap voor Onderwijsdiensten, in voorkomend geval, gegevens ter beschikking van het LOP over het al dan niet voldoen aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, van de leerlingen van de scholen gelegen in het werkingsgebied van het LOP. Deze gegevens zijn afkomstig van de meest recente jaarlijkse centraal georganiseerde telling.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, kan een schoolbestuur voor een of meer van zijn scholen voor buitengewoon secundair onderwijs gelegen in het werkingsgebied van een LOP, twee contingenten bepalen die worden vooropgesteld voor de gelijktijdige inschrijving van leerlingen die ofwel voldoen aan één of meer ofwel niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3.

§ 3. De indicatoren op basis waarvan voorrang verleend wordt, zijn:
1° het gezin, vermeld in artikel 3, § 1, 17°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, heeft in het schooljaar, dat voorafgaat aan het schooljaar waarop de inschrijving van de leerling betrekking heeft, of in het daaraan voorafgaande schooljaar, minstens één selectieve participatietoeslag leerling ontvangen, of het gezin heeft een beperkt inkomen.
2° de moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs of een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs.

§ 4. De Vlaamse Regering kan de wijze waarop het voldoen aan de in paragraaf 3 opgesomde indicatoren aangetoond wordt, bepalen en kan hiervoor een procedure vastleggen.

[Afdeling 3. Weigeren (ing. decr. 25 november 2011, art. V.13., I: 1 september 2012)] (... - ...)

Artikel 110/8. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.14.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 30.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur kan de inschrijving van een onderwijszoekende die niet voldoet aan de bij decreet of besluit bepaalde toelatings-, overgangs- of instapvoorwaarden weigeren.

Een inschrijving in de loop van het voorafgaande schooljaar of in het lopende schooljaar vindt plaats onder de opschortende voorwaarde dat de onderwijszoekende bij de effectieve start van de lesbijwoning aan de toelatings-, overgangs- of instapvoorwaarden voldoet.

Indien een beslissing van de toelatingsklassenraad vereist is, vindt de inschrijving plaats onder ontbindende voorwaarde en wordt de inschrijving ontbonden indien de toelatingsklassenraad beslist dat de onderwijszoekende niet aan de toelatings-, overgangs- of instapvoorwaarden in kwestie voldoet. De inschrijving wordt ontbonden op het moment dat de leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na kennisgeving van de beslissing. De inschrijving wordt evenwel niet ontbonden wanneer het schoolbestuur geen gebruik wenst te maken van deze weigeringsgrond.

§ 2. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een leerling die in de loop van hetzelfde schooljaar van school verandert, als deze inschrijving tot doel heeft of er in de feiten toe leidt dat de betrokken leerling in dat schooljaar afwisselend naar verschillende scholen zal gaan.

Artikel 110/9. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.15.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.11.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.11.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften III.5.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.15.
Gewijzigd bij 16/06/2017 Decreet betreffende het onderwijs XXVII III.3.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 35.
Gewijzigd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 101.
Gewijzigd bij 16/06/2023 Decreet over de onderwijsinternaten 123.
Zie ook 22/04/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, tot wijziging van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap en tot wijziging van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen 17.
Zie ook 03/06/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis en tot wijziging van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen - (II) 37.

Inhoud

§ 1. Voorafgaand aan een inschrijvingsperiode als vermeld in artikel 110/1, § 2, moet een schoolbestuur voor al zijn scholen of vestigingsplaatsen met een eerste leerjaar van de eerste graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs een capaciteit bepalen op volgend niveau:
a) hetzij het eerste leerjaar A afzonderlijk en het eerste leerjaar B afzonderlijk en voor alle vestigingsplaatsen van de school samen;
b) hetzij het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B samen en voor alle vestigingsplaatsen van de school samen;
c) hetzij het eerste leerjaar A afzonderlijk en het eerste leerjaar B afzonderlijk en per afzonderlijke vestigingsplaats van de school;
d) hetzij het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B samen en per afzonderlijke vestigingsplaats van de school.

Onder capaciteit wordt het maximaal aantal leerlingen verstaan dat het schoolbestuur als in te schrijven vooropstelt, waardoor bij het overschrijden van die capaciteit elke bijkomende inschrijving wordt geweigerd, behoudens in de gevallen vermeld in paragraaf 6.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1, moet een school- of centrumbestuur voor al zijn scholen, centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad voorafgaand aan een inschrijvingsperiode als vermeld in artikel 110/1, § 2, capaciteit bepalen op een of meer van volgende niveaus:
a) hetzij per school, met uitzondering van het eerste leerjaar van de eerste graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs;
b) hetzij per centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;
c) hetzij per vestigingsplaats, met uitzondering van het eerste leerjaar van de eerste graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs;
d) hetzij per structuuronderdeel of combinatie van structuuronderdelen, met uitzondering van het eerste leerjaar van de eerste graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs, al dan niet per vestigingsplaats.

Onder capaciteit wordt het maximaal aantal leerlingen verstaan dat het school- of centrumbestuur als in te schrijven vooropstelt, waardoor bij het overschrijden van die capaciteit elke bijkomende inschrijving wordt geweigerd, behoudens in de gevallen vermeld in paragraaf 6.

§ 3. Voorafgaand aan een inschrijvingsperiode als vermeld in artikel 110/1, § 2, moet een schoolbestuur voor al zijn scholen voor buitengewoon secundair onderwijs, met uitzondering van de scholen met type 5, een capaciteit bepalen op een of meer van volgende niveaus:
a) hetzij per school;
b) hetzij per vestigingsplaats;
c) hetzij per opleidingsvorm;
d) hetzij per type;
e) hetzij per structuuronderdeel of combinatie van structuuronderdelen, al dan niet per vestigingsplaats;
f) hetzij per pedagogische eenheid, zoals bepaald in artikel 257.

Onder capaciteit wordt het maximaal aantal leerlingen verstaan dat het school- of centrumbestuur als in te schrijven vooropstelt, waardoor bij het overschrijden van die capaciteit elke bijkomende inschrijving wordt geweigerd, behoudens in de gevallen vermeld in paragraaf 6.

§ 4. Een school- of centrumbestuur kan na de start van de inschrijvingen steeds een capaciteit verhogen, op voorwaarde van:
a) goedkeuring door het LOP in het geval de school of het centrum is gelegen in een gemeente die behoort tot het werkingsgebied van een LOP;
b) mededeling aan de school- en centrumbesturen van de andere scholen en centra gelegen in die gemeente indien de school of het centrum is gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP.

§ 5. Een school- of centrumbestuur deelt aan alle belanghebbenden en, indien gelegen in het werkingsgebied van een LOP, aan dat LOP zijn vastgelegde capaciteiten mee.

Een school- of centrumbestuur bepaalt en communiceert daarenboven ten minste op volgende momenten het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, indien van toepassing per contingent:
a) voor de start van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 110/3;
b) voor de start van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 110/5;
c) voor de start van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 110/6;
d) na de voorrangsperiode, vermeld in artikel 110/7.

§ 6. Een schoolbestuur kan, ook bij overschrijding van een vastgelegde capaciteit toch in volgende situaties overgaan tot een inschrijving:
1° voor de toelating van leerlingen in het secundair onderwijs die:
a) hetzij geplaatst zijn door de jeugdrechter of door de comités voor bijzondere jeugdzorg;
b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;
c) hetzij opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang;
2° ...;
3° voor de toelating van leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs en in het buitengewoon secundair onderwijs die behoren tot dezelfde leefentiteit, indien de ouders deze leerlingen wensen in te schrijven in hetzelfde niveau, vermeld in paragraaf 1 of 2, naargelang van het geval, en slechts een van de leerlingen ingeschreven kan worden omwille van de capaciteit.
4° voor de toelating van leerlingen in het gewoon secundair onderwijs, die beschikken over een verslag als bedoeld in artikel 294.

§ 6bis. Een schoolbestuur moet, ook bij overschrijding van een vastgelegde capaciteit in volgende situaties toch overgaan tot een inschrijving :
1° voor de terugkeer van leerlingen in het buitengewoon secundair onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die met toepassing van artikel 294 of 352, in een school voor gewoon secundair onderwijs ingeschreven waren;
2° voor de terugkeer van leerlingen in het gewoon secundair onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die gedurende die periode in het buitengewoon secundair onderwijs ingeschreven waren.

§ 7. Een school- of centrumbestuur, dat niet valt onder de toepassing van paragraaf 2, kan steeds voor al zijn scholen, centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen volzet verklaren op een of meer van volgende niveaus:
a) per school, met uitzondering van het eerste leerjaar van de eerste graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs;
b) per centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;
c) per vestigingsplaats, met uitzondering van het eerste leerjaar van de eerste graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs;
d) per structuuronderdeel of combinatie van structuuronderdelen, met uitzondering van het eerste leerjaar van de eerste graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs, al dan niet per vestigingsplaats.

Onder volzet verklaren, wordt verstaan dat een school- of centrumbestuur elke bijkomende inschrijving weigert, behoudens de gevallen vermeld in paragraaf 6, wanneer ze het vooropgestelde maximaal aantal leerlingen heeft ingeschreven.

Het school- of centrumbestuur meldt de volzetverklaring of de eventuele opheffing ervan aan:
a) het LOP in het geval de school of het centrum is gelegen in een gemeente die behoort tot het werkingsgebied van een LOP;
b) aan de school- en centrumbesturen van de andere scholen en centra gelegen in die gemeente indien de school of het centrum is gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP.

§ 8. Een schoolbestuur kan ook na volzetverklaring, vermeld in paragraaf 7, toch in volgende situaties overgaan tot een inschrijving:
1° voor de toelating van leerlingen in het secundair onderwijs die:
a) hetzij geplaatst zijn door de jeugdrechter of door de comités voor bijzondere jeugdzorg;
b) hetzij als semi-internen verblijven in een semi-internaat dat verbonden is aan een school, of als internen verblijven in een onderwijsinternaat;
c) hetzij opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang;
2° ...;
3° voor de toelating van leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, indien de ouders deze leerlingen wensen in te schrijven in hetzelfde structuuronderdeel, naargelang van het geval, en slechts een van de leerlingen ingeschreven kan worden omwille van de volzetverklaring.

§ 8bis. Een schoolbestuur moet ook na volzetverklaring als vermeld in paragraaf 7, toch overgaan tot een inschrijving voor de terugkeer van leerlingen in het gewoon secundair onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die gedurende die periode in het buitengewoon secundair onderwijs ingeschreven waren.

§ 9. In geen enkel structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs dat behoort tot een graad of onderwijsvorm waarvoor aan de school een minimumpakket is toegekend, kan tijdens het schooljaar van toekenning de inschrijving van een leerling worden geweigerd op basis van capaciteit of volzetverklaring als vermeld in dit artikel.

Artikel 110/10. (01/09/2012- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.16.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar werd uitgeschreven als gevolg van definitieve uitsluiting als tuchtmaatregel. Dergelijke weigering van inschrijving kan eveneens in een school waar de inschrijving van de ene naar de andere school doorloopt op basis van artikel 110/1, § 4.

§ 2. Een schoolbestuur van een school voor gewoon secundair onderwijs waarvan de draagkracht onder druk staat, kan slechts na overleg en goedkeuring binnen het LOP de inschrijving in de loop van het schooljaar weigeren van een leerling die elders werd uitgeschreven als gevolg van definitieve uitsluiting als tuchtmaatregel. Deze weigering moet gebaseerd zijn op en conform zijn aan vooraf door het LOP bepaalde criteria.

Voor het bepalen van deze criteria wordt ten minste rekening gehouden met de volgende elementen :
1° enkel voor het voltijds gewoon secundair onderwijs : het aantal leerlingen dat voldoet aan de indicatoren, vermeld in artikel 110/7, § 3;
2° het aantal leerlingen met een begeleidingsdossier in het kader van problematische afwezigheden;
3° het aantal eerder in de loop van het schooljaar ingeschreven leerlingen die in hetzelfde schooljaar elders werden uitgesloten.

Artikel 110/11. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.17.
Gewijzigd bij 19/06/2015 Decreet betreffende het onderwijs XXV III.4.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften III.6.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.8.
Gewijzigd bij 16/06/2017 Decreet betreffende het onderwijs XXVII III.4.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 36.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 48.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 22.

Inhoud

§ 1. Het recht op inschrijving, vermeld in artikel 110/1, § 1, geldt onverkort voor leerlingen die een gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen met toepassing van gepaste maatregelen, zoals remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, die proportioneel zijn. Leerlingen voor wie deze aanpassingen worden toegepast, blijven in aanmerking komen voor de gewone studiebekrachtiging toegekend door de klassenraad.

§ 2. Leerlingen die beschikken over een verslag als vermeld in artikel 294 worden door een school voor gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Dit verslag maakt deel uit van de informatie die ouders bij een vraag tot inschrijving aan de school overmaken. Het ter beschikking stellen van het verslag door de ouders gaat samen met de verbintenis van de school tot het organiseren van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, binnen een redelijke termijn na de inschrijving over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum. Ook indien de school pas nadat de inschrijving reeds gerealiseerd werd, kennis neemt van een verslag, ten laatste gedateerd op de dag waarop de leerling in de betreffende school instapt, wordt de inschrijving van de leerling omgezet in een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.

Op basis van het overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in het eerste lid, beslist de school binnen een redelijke termijn na de inschrijving en uiterlijk binnen 60 kalenderdagen na de effectieve start van de lesbijwoning of de aanpassingen die de leerling nodig heeft proportioneel dan wel disproportioneel zijn. Als de termijn van zestig kalenderdagen is verstreken zonder dat de school een beslissing heeft genomen, is de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas nadat de inschrijving al is gerealiseerd kennisneemt van een verslag als vermeld in het eerste lid, start de voormelde termijn van zestig kalenderdagen de dag van die kennisneming.

Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum, proportioneel acht, heft het centrum voor leerlingenbegeleiding het verslag op of maakt het een gemotiveerd verslag op. Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum, disproportioneel acht, wordt de inschrijving ontbonden ofwel op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de kennisgeving van de bevestiging van de disproportionaliteit, ofwel met het oog op een daaropvolgend schooljaar. Een school die beslist om te ontbinden met het oog op een daaropvolgend schooljaar beslist eveneens over de termijn waarop ze zullen ontbinden en deelt deze beslissing ook mee aan de betrokken personen.

§ 3. Wanneer tijdens de schoolloopbaan de nood aan aanpassingen voor een leerling wijzigt en de vastgestelde onderwijsbehoeften van die aard zijn dat voor de leerling een verslag dan wel een wijziging van een verslag, als vermeld in artikel 294, nodig is, organiseert de school een overleg met de klassenraad, de ouders en het CLB en beslist op basis daarvan en nadat het verslag of het gewijzigd verslag werd afgeleverd, om de leerling op vraag van de ouders studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum of om de inschrijving van de leerling voor een daaropvolgend schooljaar te ontbinden.

§ 4. In afwijking op paragraaf 2 en 3 is studievoortgang op basis van een individueel aangepast curriculum niet mogelijk in de leertijd.

§ 5. Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd in het kader van het geïntegreerd onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon secundair onderwijs, geldt een onverkort recht op inschrijving.

Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd met het oog op de toegang tot of de inschrijving in het buitengewoon onderwijs, of met het oog op een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon secundair onderwijs of die overgaan van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs, geldt een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.

[Afdeling 4. Procedure (ing. decr. 25 november 2011, art. V. 18, I: 1 september 2012)] (... - ...)

Artikel 110/12. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.19.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.16.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke, overeenkomstig artikel 110/9 bepaalde capaciteit, of niveau waarop volzet verklaard wordt een inschrijvingsregister waarin het alle gerealiseerde, uitgestelde en niet-gerealiseerde inschrijvingen chronologisch, in voorkomend geval per contingent, noteert, in dien verstande dat voor een door het schoolbestuur bepaalde capaciteit die exact uit andere door het schoolbestuur bepaalde capaciteiten bestaat er geen inschrijvingsregister gehanteerd moet worden.

Een school, gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, noteert vanaf de inschrijvingen voor het schooljaar 2015-2016, met behoud van het eerste lid, eveneens de inschrijving in toepassing van artikel 110/5. Een school, gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, noteert voor de niet-gerealiseerde inschrijvingen, met behoud van het eerste lid, eveneens het behoren tot de leerlingen, gevat door artikel 110/5.

§ 2. Met uitzondering van de inschrijvingen, vermeld in artikel 110/9, § 6, wordt voor inschrijvingen door vrijgekomen plaatsen of door verhoogde capaciteit als vermeld in artikel 110/9, § 4, de volgorde van de niet-gerealiseerde inschrijvingen, in voorkomend geval voor de leerlingen wiens inschrijving tijdens de voorrangsperiodes, vermeld in artikel 110/2, § 1, niet gerealiseerd kon worden, per contingent, gerespecteerd en dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had.

Met uitzondering van de inschrijvingen, vermeld in artikel 110/9, § 6, wordt voor inschrijvingen door het opheffen van de volzetverklaring als vermeld in artikel 110/9, § 7, de volgorde van de niet-gerealiseerde inschrijvingen gerespecteerd en dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had.

Vanaf de inschrijvingen voor het schooljaar 2015-2016, wordt in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bij inschrijvingen voor vrijgekomen plaatsen van leerlingen, ingeschreven in toepassing van artikel 110/5, de volgorde van de niet-gerealiseerde inschrijvingen, desgevallend per contingent, in toepassing van paragraaf 1, tweede lid, gerespecteerd, met behoud van artikel 110/3 en 110/4.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister.

§ 4. Het verloop van gerealiseerde en niet-gerealiseerde inschrijvingen kan onderworpen worden aan een controle door het Agentschap voor Onderwijsdiensten.

Artikel 110/13. (01/09/2014- ...)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 17/07/2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (III) en tot wijziging van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.20.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.17.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 23.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur dat een leerling weigert, deelt zijn beslissing binnen een termijn van vier kalenderdagen bij aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs mee aan de ouders van de leerling en volgens afspraak aan de voorzitter van het LOP. Indien de school of vestigingsplaats gelegen is buiten het werkingsgebied van een LOP, meldt het schoolbestuur de niet-gerealiseerde inschrijving aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model waarmee het schoolbestuur de niet-gerealiseerde inschrijving meedeelt aan de ouders en in voorkomend geval het LOP of het Agentschap voor Onderwijsdiensten.

Het model, vermeld in het eerste lid, bevat zowel de feitelijke als de juridische grond van de beslissing tot weigering en bevat de melding dat de ouders voor informatie of bemiddeling een beroep kunnen doen op een LOP of klacht kunnen indienen bij de CLR en de wijze waarop men met één van beide in contact kan treden.

Indien de weigering gebeurde op basis van artikel 110/9 of 110/24, deelt het schoolbestuur mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen opgenomen in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 110/12, § 1, de betrokken leerling staat. In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad deelt het schoolbestuur eveneens mee welke plaats onder de geweigerde leerlingen, vermeld in artikel 110/5, de betrokken leerling inneemt.

§ 3. De ouders krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.

Artikel 110/14. (01/09/2016- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.21.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.9.

Inhoud

§ 1. Ouders en andere belanghebbenden kunnen naar aanleiding van een nietgerealiseerde inschrijving een schriftelijke klacht indienen bij de CLR. Klachten die na de termijn van dertig kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.

§ 2. De CLR oordeelt binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen, die ingaat de dag na die van betekening of van poststempel van de schriftelijke klacht, over de gegrondheid van de niet-gerealiseerde inschrijving.

Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen en de voorzitter van het LOP.

§ 3. Indien de CLR de niet-gerealiseerde inschrijving gegrond acht, schrijven de ouders de leerling in een andere school in.

Indien het gaat om een niet-gerealiseerde inschrijving op basis van artikel 110/11, schrijven de ouders de leerling in een andere school in uiterlijk vijftien kalenderdagen na de schriftelijke kennisgeving van het oordeel van de CLR, vermeld in paragraaf 2, tweede lid. Op vraag van de ouders worden zij bij het zoeken naar een andere school bijgestaan door het LOP, inzonderheid door de CLB die deel uitmaken van het LOP.

§ 4. Indien de CLR de niet-gerealiseerde inschrijving niet of niet afdoende gemotiveerd acht, kan de leerling zijn recht op inschrijving in de school laten gelden.

§ 5. Voor de toepassing van de termijnen bepaald in dit artikel worden zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en de door de Vlaamse Regering, overeenkomstig artikel 12, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.

Artikel 110/15. (01/01/2015- ...)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 17/07/2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (III) en tot wijziging van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.22.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.12.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften III.7.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 24.

Inhoud

§ 1. In geval van een niet-gerealiseerde inschrijving op basis van artikel 110/10, § 2,  start het LOP een bemiddeling om een oplossing voor de geweigerde leerling te zoeken. Het LOP organiseert daartoe een bemiddelingscel, waarvan het de samenstelling en de werkingsprincipes bepaalt. Bij een niet-gerealiseerde inschrijving op basis van andere bepalingen dan deze van artikel 110/10 start het LOP een bemiddeling wanneer de ouders er uitdrukkelijk om verzoeken.

§ 2. Het LOP bemiddelt binnen een termijn van tien kalenderdagen, die ingaat op de dag na die van de betekening of afgifte, vermeld in artikel 110/13, § 1, tussen de leerling en zijn ouders en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school. De bemiddeling schort de termijn van dertig kalenderdagen, vermeld in artikel 110/14, § 1, op.

§ 3. Wanneer de bemiddeling van het LOP binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, niet resulteert in een definitieve inschrijving, wordt de CLR gevat om haar oordeel uit te spreken over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing. De CLR formuleert dit oordeel binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen die ingaat de dag na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2.

Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen en de voorzitter van het LOP.

§ 4. Indien de CLR de weigeringsbeslissing gegrond acht, schrijven de ouders de leerling in een andere school in. Indien het gaat om een niet-gerealiseerde inschrijving op basis van artikel 110/10 schrijven de ouders de leerling in een andere school in uiterlijk vijftien kalenderdagen na de schriftelijke kennisgeving van het oordeel van de CLR, vermeld in paragraaf 3, tweede lid. De ouders kunnen bij het zoeken naar een andere school bijgestaan worden door het LOP, inzonderheid door de centra voor leerlingenbegeleiding die deel uitmaken van dat LOP.

§ 5. Indien de CLR de niet-gerealiseerde inschrijving niet of niet afdoende gemotiveerd acht, kan de leerling zijn recht op inschrijving in de school laten gelden.

§ 6. Voor de toepassing van de termijnen bepaald in dit artikel worden zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en de door de Vlaamse Regering, overeenkomstig artikel 12, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.

Artikel 110/16. (01/01/2015- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.23.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften III.8.

Inhoud

§ 1. De CLR kan in een situatie als vermeld in artikel 110/15, § 5, de Vlaamse Regering adviseren een bedrag op de werkingsmiddelen van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had van de school terug te vorderen of in te houden.

De CLR stelt de Vlaamse Regering onverwijld in kennis van dit advies.

§ 2. Binnen een termijn van veertien kalenderdagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het advies, beslist de Vlaamse Regering over het opleggen van een financiële sanctie die kan bestaan uit een terugvordering of inhouding op de werkingsmiddelen van de school.

Voorafgaandelijk aan het opleggen van een sanctie gaat de Vlaamse Regering na of de betrokken leerling alsnog in de betrokken school werd ingeschreven.

§ 3. De terugvordering of inhouding, vermeld in paragraaf 1 en 2;
1° kan niet meer bedragen dan tien procent van het werkingsbudget van de school;
2° kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou zijn getroffen.

§ 4. Onverminderd de toepassing van paragraaf 1 tot 3, kan de CLR het dossier aanhangig maken bij het orgaan dat in toepassing van artikel 33, § 2, van het VN-verdrag van 13 december 2006 inzake de Rechten van Personen met een Handicap en in toepassing van artikel 40 van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijke- kansen- en gelijkebehandelingsbeleid het mandaat heeft van onafhankelijk mechanisme.

Artikel 110/17. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.24.
Gewijzigd bij 23/11/2023 Decreet tot opheffing van meerdere onderwijsbepalingen 56.

Inhoud

Voor de toepassing van de bemiddeling, vermeld in artikel 110/15, duidt de Vlaamse Regering per provincie een LOP-deskundige aan die voor de gemeenten buiten het werkingsgebied van een LOP de taken van het LOP opnemen.

Artikel 110/18. (01/09/2012- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.25.

Inhoud

Voor de toepassing van artikel 110/14 tot en met artikel 110/17 bepaalt de Vlaamse Regering de nadere procedureregelen. Zij garandeert daarbij de hoorplicht.

[HOOFDSTUK 1/2. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. III.2, I: 1 september 2019)] (... - ...)

[Afdeling 1. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. III.2, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 110/19. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.28.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.18.

Inhoud

§ 1. Aanmelden is het kenbaar maken van een intentie tot inschrijven voor een bepaald schooljaar in één of meerdere scholen of vestigingsplaatsen waarbij een volgorde van keuze wordt aangegeven.

§ 2. De aanmeldingsperiode kan ten vroegste starten op de eerste schooldag na de kerstvakantie van het voorafgaande schooljaar. De aanmeldingsperiode kan bestaan uit meerdere deelperiodes voor de leerlingen, vermeld in artikel 110/3 tot en met artikel 110/7. In voorkomend geval wordt het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, gecommuniceerd overeenkomstig artikel 110/9, § 5. Met respect voor de bepaalde volgorde kunnen twee of meerdere deelperiodes tegelijk plaatsvinden.

Voorafgaand aan en tijdens de aanmeldingsperiode kunnen geen inschrijvingen gebeuren. Indien de aanmeldingsperiode uit meerdere deelperiodes bestaat, mogen de betrokken leerlingen na elke deelperiode, overeenkomstig artikel 110/24, ingeschreven worden.

In afwijking van het tweede lid, kan een schoolbestuur voorafgaand aan de deelperiodes, vermeld in het eerste lid, leerlingen, vermeld in artikel 110/3, artikel 110/4 of, met uitzondering van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, leerlingen vermeld in artikel 110/6, inschrijven zonder aanmeldingsperiode vanaf de eerste schooldag na de kerstvakantie van het voorafgaande schooljaar onder de voorwaarde dat geen enkele van de betrokken leerlingen geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de capaciteit, vermeld in artikel 110/9.

Na de aanmeldingsperiode gebeuren de inschrijvingen, in afwijking van artikel 110/2, § 1, chronologisch.

Artikel 110/20. (31/08/2012- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.29.

Inhoud

Een schoolbestuur kan in één van volgende situaties een aanmeldingsprocedure instellen :
1° voor het optimaliseren van het inschrijvingsproces;
2° voor het streven naar een evenredige verdeling als vermeld in artikel 110/7.

Een schoolbestuur kan een aanmeldingsprocedure instellen voor één of meerdere niveaus waarvoor het schoolbestuur overeenkomstig artikel 110/12, § 1, een inschrijvingsregister hanteert.

Artikel 110/21. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.30.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 31.

Inhoud

§ 1. In gemeenten waar een LOP aanwezig is, moet de aanmeldingsprocedure bij een dubbele meerderheid door het LOP zijn goedgekeurd.

De dubbele meerderheid is bereikt wanneer de goedkeuring verleend wordt door enerzijds meer dan de helft van de participanten, vermeld in artikel VIII.4/1, § 1, 1°, 2° en 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, en anderzijds meer dan de helft van de participanten, vermeld in artikel VIII.4/1, § 1, 4° tot en met 11°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs.

§ 2. In gemeenten zonder LOP kan een schoolbestuur of kunnen meerdere schoolbesturen samen, na kennisgeving aan de schoolbesturen van de andere scholen actief in die gemeente, een aanmeldingsprocedure instellen.

In gemeenten buiten maar grenzend aan het werkingsgebied van een LOP, kan een schoolbestuur, mits akkoord van het betrokken LOP, aansluiten bij de door dat LOP goedgekeurde aanmeldingsprocedure als vermeld in paragraaf 1.

In het geval van aansluiting bij de door het LOP goedgekeurde aanmeldingsprocedure van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, blijven de respectieve ordeningscriteria, vermeld in artikel 110/22 en 110/23, onverminderd gelden.

§ 3. De Vlaamse Regering kan naar aanleiding van de situatie vermeld in artikel 110/20, 1°, een schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen verplichten tot het instellen van een aanmeldingsprocedure voor hun scholen wanneer de vragen tot inschrijving van onderwijszoekenden de door de schoolbesturen, overeenkomstig artikel 110/9 bepaalde capaciteit, benaderen of overschrijden en er als dusdanig een capaciteitsprobleem dreigt of heerst waardoor het recht op inschrijving, vermeld in hoofdstuk 1/1 van dit deel, niet meer kan worden gegarandeerd.

§ 4. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen voorzien ter ondersteuning van het instellen van een aanmeldingsprocedure, en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.

[Afdeling 2. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. III.2, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 110/22. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.32.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.13.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.19.

Inhoud

§ 1. Op het einde van de aanmeldingsperiode of een deelperiode ordent het schoolbestuur, of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP, voor zijn school of voor elk van zijn scholen gelegen in het Vlaamse Gewest alle aangemelde leerlingen als volgt :
1° eerst de leerlingen van dezelfde leefentiteit, vermeld in artikel 110/3;
2° dan de kinderen van personeelsleden van de school, vermeld in artikel 110/4;
3° dan, in voorkomend geval, bij overgang van basisonderwijs naar het eerste leerjaar van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs of naar het buitengewoon secundair onderwijs : de leerlingen, vermeld in artikel 110/6;
4° dan de overige leerlingen aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria :
a) de chronologie van aanmelding, met uitsluiting van fysieke aanmelding;
b) toeval. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met het ordeningscriterium, vermeld in punt a) of c);
c) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders of de leerlingen. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met het ordeningscriterium, vermeld in punt a) of b).

Indien leerlingen overeenkomstig artikel 110/19, § 2, derde lid, worden ingeschreven, kunnen schoolbesturen ervoor kiezen om de ordening van de groepen vermeld in 1°, 2° of 3° van het eerste lid al dan niet te behouden.

Voor alle betrokken scholen en vestigingsplaatsen geldt hetzelfde ordeningscriterium of dezelfde combinatie van ordeningscriteria. Daarvan kan op school- of vestigingsplaatsniveau, gemotiveerd afgeweken worden.

§ 2. Indien de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 110/9, bereikt wordt in een te ordenen groep als vermeld in paragraaf 1, dan wordt binnen die groep aangemelde leerlingen geordend volgens de volgende stappen binnen de procedure, vermeld in paragraaf 1.

Indien slechts één van de vooraf bepaalde contingenten, vermeld in artikel 110/7 bereikt wordt in een te ordenen groep als vermeld in paragraaf 1, dan worden de leerlingen binnen die groep van dat contingent geordend volgens de volgende stappen binnen de procedure, vermeld in paragraaf 1, en nemen ze in die volgorde de openstaande plaatsen in het andere contingent in.

§ 3. Zodra de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 110/9, bereikt wordt, worden de resterende aangemelde leerlingen geordend met toepassing van paragrafen 1 en 2 en in het aanmeldingsregister, vermeld in artikel 110/24, § 1, opgenomen.

§ 4. Bij de toepassing van paragraaf 1 tot en met 3, moet een schoolbestuur, desgevallend met uitzondering van zijn scholen voor het buitengewoon secundair onderwijs, of mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP, betrokken bij een aanmeldingsprocedure de aangemelde leerlingen ordenen met het oog op een evenredige verdeling als vermeld in artikel 110/7.

Artikel 110/23. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.33.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.14.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.14.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.20.

Inhoud

§ 1. Op het einde van de aanmeldingsperiode ordent het schoolbestuur, of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP, voor zijn school of voor elk van zijn scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, alle aangemelde leerlingen als volgt :
1° eerst de leerlingen van dezelfde leefentiteit, vermeld in artikel 110/3;
2° dan de kinderen van personeelsleden van de school, vermeld in artikel 110/4;
3° dan de kinderen van ouders die in overeenstemming met artikel 110/5 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
4° dan, in voorkomend geval, bij overgang van basisonderwijs naar het eerste leerjaar van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs of naar het buitengewoon secundair onderwijs : de leerlingen, vermeld in artikel 110/6;
5° dan de overige leerlingen aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria :
a) de chronologie van aanmelding, met uitsluiting van fysieke aanmelding;
b) toeval. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met het ordeningscriterium, vermeld in punt a) of c);
c) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders of de leerlingen. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met het ordeningscriterium, vermeld in punt a) of b).

Indien leerlingen overeenkomstig artikel 110/19, § 2, derde lid, worden ingeschreven, kunnen schoolbesturen ervoor kiezen om de ordening van de groepen vermeld in 1° of 2° van het eerste lid al dan niet te behouden.

Voor alle betrokken scholen en vestigingsplaatsen geldt hetzelfde ordeningscriterium of dezelfde combinatie van ordeningscriteria. Daarvan kan op school- of vestigingsplaatsniveau, gemotiveerd afgeweken worden.

§ 2. Indien de vooraf bepaalde capaciteit, als vermeld in artikel 110/9, bereikt wordt in een te ordenen groep, als vermeld in paragraaf 1, dan wordt binnen die groep aangemelde leerlingen geordend volgens de volgende stappen binnen de procedure, vermeld in paragraaf 1. In voorkomend geval gelden de aantallen en het percentage, vermeld in artikel 110/5, § 3, niet binnen de groep aangemelde leerlingen van dezelfde leefentiteit als vermeld in artikel 110/3 of de groep aangemelde kinderen van personeelsleden van de school als vermeld in artikel 110/4.

Indien slechts één van de vooraf bepaalde contingenten, vermeld in artikel 110/7 bereikt wordt in een te ordenen groep als vermeld in paragraaf 1, dan worden de leerlingen binnen die groep van dat contingent geordend volgens de volgende stappen binnen de procedure, vermeld in paragraaf 1, en nemen ze in die volgorde de openstaande plaatsen in het andere contingent in. In voorkomend geval gelden de aantallen en het percentage, vermeld in artikel 110/5, § 3, niet binnen de groep aangemelde leerlingen van dezelfde leefentiteit als vermeld in artikel 110/3 of de groep aangemelde kinderen van personeelsleden van de school als vermeld in artikel 110/4.

§ 3. Zodra de vooraf bepaalde capaciteit, als vermeld in artikel 110/9, bereikt wordt, worden de resterende aangemelde leerlingen geordend met toepassing van paragraaf 1 en 2, en in het aanmeldingsregister, vermeld in artikel 110/24, § 1, opgenomen.

§ 4. Bij de toepassing van paragraaf 1 tot en met 3, moet een schoolbestuur, desgevallend met uitzondering van zijn scholen voor het buitengewoon secundair onderwijs, of mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP, betrokken bij een aanmeldingsprocedure de aangemelde leerlingen ordenen met het oog op een evenredige verdeling als vermeld in artikel 110/7.

[Afdeling 3. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. III.2, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 110/24. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.35.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.15.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.21.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 55.

Inhoud

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke, overeenkomstig artikel 110/9 bepaalde, capaciteit betrokken bij de aanmeldingsprocedure, een aanmeldingsregister in dien verstande dat voor een door het schoolbestuur bepaalde capaciteit die exact uit andere door het schoolbestuur bepaalde capaciteiten bestaat er geen aanmeldingsregister gehanteerd moet worden.

Een schoolbestuur komt, per aanmeldingsregister, op basis van artikel 110/22 of 110/23, tot een gunstige of niet-gunstige rangschikking van alle aangemelde leerlingen en neemt die rangschikking op in het aanmeldingsregister. Mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, kan het LOP of buiten het werkingsgebied van een LOP het daartoe gemandateerde schoolbestuur de rangschikking van alle aangemelde leerlingen in het aanmeldingsregister uitvoeren.

§ 2. Van de scholen of vestigingsplaatsen waar de aangemelde leerling een gunstige rangschikking heeft gekregen, wijst het schoolbestuur, of mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP of buiten het werkingsgebied van een LOP het daartoe gemandateerde schoolbestuur, de aangemelde leerling toe aan de school of vestigingsplaats van de hoogste keuze die de ouders of de leerling bij de aanmelding opgaven.

Deze leerling wordt vervolgens verwijderd uit het aanmeldingsregister van de verschillende scholen en vestigingsplaatsen waarvoor de ouders of de leerling een lagere keuze gemaakt hebben. De daardoor vrijgekomen plaatsen in de aanmeldingsregisters worden, voor zover mogelijk, ingenomen door de op basis van dezelfde combinatie van ordeningscriteria, en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad met inachtname van artikel 110/5, § 4, eerstvolgend gerangschikte leerlingen.

Het innemen van vrijgekomen plaatsen in het aanmeldingsregister wordt herhaald totdat er geen toewijzingen als vermeld in het eerste lid meer mogelijk zijn. Daarna worden de niet-toegewezen leerlingen geordend volgens de ordeningscriteria, vermeld in artikel 110/25, § 2, 9°, c).

De aangemelde leerling en zijn ouders krijgen binnen vier werkdagen na de aldus bekomen definitieve toewijzing schriftelijk of via elektronische drager melding over de school of vestigingsplaats waaraan de aangemelde leerling is toegewezen en over de periode waarbinnen de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven. Die periode duurt minimaal vijftien schooldagen.

Aan de aangemelde leerling en zijn ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de aangemelde leerling of zijn ouders een hogere keuze gemaakt hadden dan de toegewezen school of vestigingsplaats, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

Indien de aangemelde leerling en zijn ouders binnen de periode, vermeld in het vierde lid, geen gebruikmaken van de mogelijkheid tot inschrijving, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven.

Indien bij de inschrijving blijkt dat de leerling niet voldoet aan door de ouders opgegeven ordeningscriteria die aanleiding gaven tot de gunstige rangschikking en toewijzing, overeenkomstig § 1, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven, tenzij de behandeling van disfuncties en eerstelijnsklachten, vermeld in artikel 110/25, § 2, 10°, b), leidt tot een andere beslissing.

Wanneer een via een aanmeldingsprocedure ingeschreven leerling alsnog wordt ingeschreven in een school van hogere keuze, mag de school van lagere keuze de eerder gerealiseerde inschrijving beëindigen.

Leerlingen van wie het recht op inschrijving, overeenkomstig het zesde, zevende of achtste lid komt te vervallen, worden overeenkomstig artikel 110/12, § 2, vervangen. In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad worden, in afwijking van artikel 110/12, § 2, leerlingen als vermeld in artikel 110/7 die eveneens beantwoorden aan de criteria, vermeld in artikel 110/5 wiens recht op inschrijving, overeenkomstig het zesde, zevende of achtste lid komt te vervallen, vervangen door de eerstvolgend gerangschikte leerlingen, als vermeld in artikel 110/7 die eveneens beantwoorden aan de criteria, vermeld in artikel 110/5, met behoud van artikel 110/3 en 110/4. Deze ouders krijgen binnen vier werkdagen na de nodige vaststellingen door het schoolbestuur of het LOP schriftelijk of via elektronische drager melding dat de aangemelde leerling alsnog is toegewezen. Deze melding bevat informatie over de periode waarbinnen de ouders de betrokken leerling kunnen inschrijven. Die periode duurt minimaal vijf schooldagen.

In afwijking van het zevende lid, kunnen een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP beslissen om uiterlijk na de einddatum van de aanmeldingsperiode en voordat de resultaten van de aanmelding worden bekendgemaakt deze controle te doen.

§ 3. Indien de leerling in geen enkele school of vestigingsplaats gunstig gerangschikt kan worden, krijgen de aangemelde leerling en zijn ouders binnen vier werkdagen, schriftelijk of via elektronische drager melding over het niet kunnen toewijzen van de aangemelde leerling aan een door de ouders of leerling gekozen school of vestigingsplaats.

Aan de aangemelde leerling en zijn ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de aangemelde leerling of zijn ouders hadden gekozen, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

§ 4. Mits akkoord van de betrokken schoolbesturen kan het LOP de schriftelijke meldingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, uitvoeren. De betrokken schoolbesturen kunnen beslissen een niet-gunstige rangschikking gelijk te stellen met een niet-gerealiseerde inschrijving en kunnen de mededeling van de niet-gerealiseerde inschrijving, zoals bepaald in artikel 110/13, mandateren aan het LOP, of buiten het werkingsgebied van een LOP aan het daartoe gemandateerde schoolbestuur.

§ 5. Overeenkomstig artikel 110/12 en artikel 110/25, § 2, 8°, wordt de volgorde van de toegewezen leerlingen en de volgorde van de niet-toegewezen leerlingen overgenomen in het inschrijvingsregister.

[Afdeling 4. ... (opgeh. decr. 17 mei 2019, art. III.2, I: 1 september 2019)] (... - ...)

Artikel 110/25. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.37.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.16.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.22.
Gewijzigd bij 21/12/2018 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de termijnen van de aanmeldingsprocedure betreft 4.
Gewijzigd bij 22/11/2019 Decreet houdende wijziging van diverse decreten, wat de wijziging van het inschrijvingsrecht betreft 11.
Gewijzigd bij 08/05/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis 26.
Gewijzigd bij 25/06/2021 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VIII) 8.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 32.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 25.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 35.

Inhoud

§ 1. Uiterlijk op 15 november van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, legt een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP een voorstel van aanmeldingsprocedure voor aan de CLR.

§ 2. Het dossier daartoe bevat ten minste de volgende onderdelen :
1° de start en de duur van de aanmeldingsperiode of alle deelperiodes en de motivering ervan, overeenkomstig artikel 110/19;
2° het middel of de middelen tot aanmelden;
3° de wijze waarop de capaciteit, het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, het aanmeldingsmiddel, de aanmeldingsperiode of alle deelperiodes en de inschrijvingsperiodes door het betrokken schoolbestuur of de betrokken schoolbesturen worden bekendgemaakt;
4° de manier waarop de mogelijkheid om een leerling in één aanmeldingsdossier voor verschillende scholen of vestigingsplaatsen tegelijk te kunnen laten aanmelden, indien de aanmeldingsprocedure geldt voor meerdere scholen en vestigingsplaatsen, waarbij tegelijkertijd vermeden wordt dat voor eenzelfde leerling meerdere aanmeldingsdossiers aangelegd kunnen worden binnen het eigen aanmeldingssysteem;
5° een regeling waarbij de aanmeldingen van leerlingen uit eenzelfde leefentiteit, vermeld in artikel 110/3, aan elkaar gekoppeld kunnen worden, of een motivering om deze regeling niet te voorzien;
6° een regeling waarbij ouders of leerlingen bij verschillende scholen of vestigingsplaatsen een duidelijke voorkeurorde kunnen opgeven;
7° een regeling voor de communicatie naar de ouders of de leerlingen, vermeld in artikel 110/24;
8° een regeling voor het bijhouden van een aanmeldingsregister per school of vestigingsplaats en de overdracht van de informatie over de aangemelde leerlingen aan het schoolbestuur;
9° de verdere concretisering van de ordeningscriteria. Dit bestaat uit :
a) het hanteren van de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze, bedoeld in artikel 110/22, § 1, 4°, en artikel 110/23, § 1, 5°, gemaakt door de ouders of de leerling bij de ordening en de toewijzing, vermeld in artikel 110/24;
b) het hanteren van toeval, bedoeld in artikel 110/22, § 1, 4°, en artikel 110/23, § 1, 5°;
c) het bepalen van de verhouding tussen en de volgorde van de verschillende gekozen ordeningscriteria en de ordeningscriteria, in toepassing van de bepaling in artikel 110/24, § 2, derde lid, die gehanteerd worden bij de rangschikking van de niet-toegewezen leerlingen;
d) het maken van afspraken rond het bepalen van de evenredige verdeling, vermeld in artikel 110/7, van de scholen en vestigingsplaatsen, met onder meer het bepalen van de geografische omschrijving waarbinnen de toetsing zal gebeuren en de elementen die in overweging worden genomen bij de berekening van de contingenten;
e) het bepalen van de mate waarin scholen de vrijheid hebben om hun instroom met het oog op de evenredige verdeling, vermeld in artikel 110/7, te sturen;
f) de gemotiveerde afwijking, vermeld in artikel 110/22, § 1, derde lid, en artikel 110/23, § 1, derde lid;
10° beslissingen aangaande de volgende uitvoeringsmodaliteiten :
a) de wijze waarop ouders en schoolbesturen bij de aanmeldingsprocedure ondersteund zullen worden en wie daarbij betrokken zal zijn;
b) de wijze waarop zal omgegaan worden met de behandeling van disfuncties bij en eerstelijnsklachten over het verloop van de aanmeldingsprocedure;
c) de wijze waarop enerzijds de werving, de toeleiding en de ondersteuning van ouders en anderzijds de ondersteuning van de schoolbesturen zal gebeuren met het oog op een evenredige verdeling als vermeld in artikel 110/7;
d) de wijze waarop de aanmeldingsprocedure gemonitord en geëvalueerd zal worden;
11° de wijze waarop over de aanmeldingsprocedure en alle genomen beslissingen daarin gecommuniceerd wordt aan alle belanghebbenden.
12° het al dan niet door de schoolbesturen mandateren aan het LOP, of buiten het werkingsgebied van een LOP aan het daartoe aangeduide schoolbestuur, van:
a) de rangschikking van de aangemelde leerlingen;
b) het uitreiken van de melding van de definitieve toewijzing of van de melding over het niet kunnen toewijzen van de leerling aan een door de ouders gekozen school of vestigingsplaats;
c) de mededeling van de niet-gerealiseerde inschrijvingen.

§ 3. De CLR toetst het voorstel van aanmeldingsprocedure aan de bepalingen inzake het recht op inschrijving en de aanmeldingsprocedures, vermeld in hoofdstuk 1/1 en 1/2, en de volgende uitgangspunten :
1° het realiseren van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor alle leerlingen;
2° het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie;
3° het bevorderen van sociale mix en cohesie;
4° voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, daarnaast ook de bescherming van de gelijke onderwijs- en inschrijvingskansen van Nederlandstaligen en het behoud van het Nederlandstalige karakter van het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs.

§ 4. De CLR neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk twee maanden na de indiening. Enkel indien de einddatum van deze periode van twee maanden valt in de periode tussen 15 juli en 15 augustus, valt de beslissing uiterlijk in de week volgend op 16 augustus.

Artikel 110/26. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.38.
Gewijzigd bij 21/12/2018 Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de termijnen van de aanmeldingsprocedure betreft 5.
Gewijzigd bij 22/11/2019 Decreet houdende wijziging van diverse decreten, wat de wijziging van het inschrijvingsrecht betreft 12.
Gewijzigd bij 08/05/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis 27.
Gewijzigd bij 25/06/2021 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VIII) 9.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over het onderwijs XXXII 33.
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 26.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 36.

Inhoud

§ 1. Bij een negatief besluit van de CLR over het voorstel van aanmeldingsprocedure kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk op 31 januari van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden een van de volgende initiatieven nemen :
1° een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR het voorstel overeenkomstig artikel 110/25, § 3. De CLR neemt over het aangepaste voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;
2° het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 110/25, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 110/25, § 3. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure.

In afwijking van het eerste lid, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk op 31 januari 2022 de initiatieven nemen zoals bepaald in het eerste lid, 1° en 2°.

§ 2. Bij een negatief besluit van de CLR over het overeenkomstig paragraaf 1, 1° voorgelegde aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP uiterlijk dertig kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit het aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure of het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 110/25, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 110/25, § 3.

De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het verloop van de procedure.

§ 3. Bij een negatief besluit, van de Vlaamse Regering over het, overeenkomstig paragraaf 1, 2°, voorgelegde voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 110/25, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP uiterlijk dertig kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure voorleggen aan de CLR. In dat geval toetst de CLR het voorstel overeenkomstig artikel 110/25, § 3.

De CLR neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.

§ 4. Voor de toepassing van de termijnen bepaald in dit artikel worden zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en de door de Regering, overeenkomstig artikel 12, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.

Artikel 110/27. (01/09/2012- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 25/11/2011 Decreet betreffende het inschrijvingsrecht V.39.

Inhoud

Bij een positief besluit van de CLR of de Vlaamse Regering in hoger beroep, blijft de aanmeldingsprocedure van kracht voor de inschrijvingen voor de schooljaren volgend op het schooljaar waarin het positief besluit werd genomen, totdat de aanmeldingsprocedure gewijzigd wordt tenzij de CLR of de Vlaamse Regering anders beslist, totdat :
1° de betrokken regelgeving gewijzigd wordt;
2° het betrokken schoolbestuur, groep schoolbesturen of het LOP de lopende aanmeldingsprocedure wil wijzigen of stopzetten.

[HOOFDSTUK 1/3. Huisonderwijs (ing. decr.19 juli 2013, art. III.17, I: 1 september 2013)] (... - ...)

Artikel 110/28 (01/09/2013- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.18.

Inhoud

Aan de leerplicht kan eveneens worden voldaan door het verstrekken van huisonderwijs.

Ouders die opteren voor huisonderwijs, verbinden zich ertoe onderwijs te verstrekken of te laten verstrekken dat beantwoordt aan de volgende minimumeisen :
1° het onderwijs is gericht op de ontplooiing van de volledige persoonlijkheid en de talenten van het kind en op de voorbereiding van het kind op een actief leven als volwassene;
2° het onderwijs bevordert het respect voor de grondrechten van de mens en voor de culturele waarden van het kind zelf en van anderen.

Artikel 110/29. (01/09/2016- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.19.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.10.
Zie ook 03/06/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis en tot wijziging van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen - (II) 38.
Zie ook 15/07/2022 Decreet tot het nemen, naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, van dringende maatregelen in het onderwijs voor kleuters, leerlingen en cursisten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (III) 17.
Zie ook 23/12/2022 Decreet tot het nemen, naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, van dringende maatregelen in het onderwijs voor kleuters, leerlingen en cursisten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (IV) 18.

Inhoud

§ 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs moeten uiterlijk op de derde schooldag van het schooljaar waarin de leerplichtige huisonderwijs volgt, een verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie over het huisonderwijs, indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Die informatie over het huisonderwijs moet minstens de volgende elementen bevatten :
1° de persoonsgegevens van de ouders en de leerplichtige die het huisonderwijs volgt;
2° de gegevens van wie het huisonderwijs zal geven, met inbegrip van het opleidingsniveau van de lesgever(s) van het huisonderwijs;
3° de taal waarin het huisonderwijs zal worden verstrekt;
4° de periode wanneer het huisonderwijs zal plaatsvinden;
5° de onderwijsdoelen die met het huisonderwijs zullen worden nagestreefd;
6° de afstemming van het huisonderwijs op de leerbehoeften van de leerplichtige;
7° de bronnen en leermiddelen die zullen worden gebruikt voor het huisonderwijs.

In het geval dat voor twee of meerdere leerplichtige kinderen gezamenlijk huisonderwijs wordt georganiseerd en de plaats waar dit huisonderwijs wordt georganiseerd verschilt van het adres waar de kinderen gedomicilieerd zijn, dan kan voor deze leerplichtige kinderen één gezamenlijke verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie over huisonderwijs ingediend worden door de organisator van het huisonderwijs. De bijhorende informatie over het huisonderwijs moet naast de elementen vermeld in het tweede lid ook het adres bevatten waarop het huisonderwijs effectief wordt verstrekt.

De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zullen hiertoe een document ter beschikking stellen.

In afwijking van het eerste lid dienen ouders die hun leerplichtige kinderen inschrijven in één van volgende scholen, geen verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie in te dienen :
1° Europese scholen;
2° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;
3° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;
4° scholen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.

§ 2. In afwijking van de termijn, vermeld in paragraaf 1, kunnen de ouders van volgende leerplichtigen steeds een verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie over het huisonderwijs indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap :
1° leerplichtigen die zich in de loop van een schooljaar domiciliëren in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Vlaamse Gewest;
2° leerplichtigen die in de loop van een schooljaar naar het buitenland gaan, maar gedomicilieerd blijven in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Vlaamse Gewest;
3° leerplichtigen die begeleid worden door een centrum voor leerlingenbegeleiding en indien dat centrum voor leerlingenbegeleiding na de nodige informatie door de ouders, geen gemotiveerd bezwaar indient tegen het starten met huisonderwijs, binnen de tien werkdagen nadat het betrokken centrum voor leerlingenbegeleiding op de hoogte werd gesteld van de verklaring.

Artikel 110/30. (01/09/2019- ...)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 08/05/2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.20.
Gewijzigd bij 25/04/2014 Decreet betreffende het onderwijs XXIV III.23.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.11.
Gewijzigd bij 05/04/2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 66.

Inhoud

§ 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs zijn verplicht de leerplichtige in te schrijven bij de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap van het secundair onderwijs uiterlijk in het schooljaar waarin de leerplichtige vijftien jaar is geworden voor 1 januari.

Als de leerplichtige uiterlijk binnen het schooljaar waarin hij zestien jaar is geworden voor 1 januari, via de examencommissie geen enkel getuigschrift of diploma van het secundair onderwijs behaalt, dienen de ouders de leerplichtige in te schrijven hetzij in een school, centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap of Duitstalige Gemeenschap, hetzij in één van volgende scholen :
1° Europese scholen;
2° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;
3° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;
4° scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.

De regeling bedoeld in deze paragraaf wordt voor het eerst van toepassing op de leerlingen die geboren werden in het jaar 2002.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 moeten ouders de leerplichtige niet inschrijven bij de examencommissie :
1° indien een centrum voor leerlingenbegeleiding uitdrukkelijk een vrijstelling geeft voor de examens, vermeld in paragraaf 1;
2° indien de leerplichtige in het bezit is van een individuele gelijkwaardigheidsbeslissing met minstens het niveau van de eerste graad secundair onderwijs;
3° indien de leerplichtige ingeschreven is in één van de volgende scholen :
a) Europese scholen;
b) internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;
c) internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;
d) scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.

Artikel 110/31. (01/09/2018- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.21.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.12.
Gewijzigd bij 27/04/2018 Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding 112.

Inhoud

§ 1. De onderwijsinspectie is bevoegd om te controleren of het verstrekte huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen, vermeld in artikel 110/28. De Vlaamse Regering legt de criteria vast op basis waarvan deze controle gebeurt.

§ 2. De ouders zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de controle op het huisonderwijs.

§ 2/1. De onderwijsinspectie controleert de deelname aan systematische contacten en de medewerking aan profylactische maatregelen als vermeld in artikel 6, § 4, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

§ 3. Wanneer de controle van de onderwijsinspectie niet aanvaard wordt of wanneer de onderwijsinspectie bij twee opeenvolgende controles vaststelt dat het verstrekte onderwijs kennelijk niet beantwoordt aan de doelstellingen, vermeld in het artikel 110/28, moeten de ouders de leerling inschrijven in hetzij een school, centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap of Duitstalige Gemeenschap, hetzij in één van volgende scholen :
1° Europese scholen;
2° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;
3° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;
4° scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.

Het hervatten van huisonderwijs om aan de leerplicht van de betrokken leerling te voldoen, kan uitsluitend mits voorafgaande toestemming van de onderwijsinspectie. Die toestemming wordt verleend als de onderwijsinspectie oordeelt, op basis van elementen die worden aangereikt door de ouders, dat de tekortkomingen die bij de controle destijds aanleiding hebben gegeven tot beëindiging van het huisonderwijs, zijn of worden weggewerkt.

De Vlaamse Regering legt de aanvraagprocedure voor de ouders vast.

Artikel 110/32. (01/09/2013- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.22.

Inhoud

De Vlaamse Regering bepaalt de formele voorwaarden die moeten vervuld worden bij het organiseren van huisonderwijs.

Artikel 110/33. (01/09/2013- 31/08/2025)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.23.
Gewijzigd bij 17/05/2024 Decreet over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht 53.

Inhoud

De artikelen 110/28 tot en met 110/32 zijn niet van toepassing op het huisonderwijs dat wordt verstrekt in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan, het koninklijk besluit van 1 maart 2002 tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het koninklijk besluit van 12 november 2009 tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.

HOOFDSTUK 2. School- en centrumreglement (... - ...)

Artikel 111. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 01/07/2011 Decreet betreffende het onderwijs XXI III.4.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.24.
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school V.3.
Gewijzigd bij 23/03/2018 Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0 62.
Gewijzigd bij 20/04/2018 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft de modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs 5.
Gewijzigd bij 04/02/2022 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR 29.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 56.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 74octies
Zie ook 30/10/2020 Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) 27.
Zie ook 04/02/2022 Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) 37.

Inhoud

§ 1. Elk schoolbestuur maakt voor elk van zijn scholen, met uitzondering van de scholen van opleidingsvorm 4, type 5, die verbonden zijn aan een ziekenhuis of aan een residentiële setting, een schoolreglement op waarin de rechten en plichten van elke leerling worden vastgelegd.

Elk centrumbestuur maakt voor elk van zijn centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, na advies van de centrumraad, een centrumreglement op waarin de rechten en plichten van elke leerling worden vastgelegd. Elk centrumbestuur maakt voor zijn centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen een centrumreglement op waarin de rechten en plichten van elke leerling worden vastgelegd; dit reglement kan per vestigingsplaats verschillen.

Elk schoolbestuur maakt voor elk van zijn centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs een centrumreglement op waarin de rechten en plichten van elke leerling worden vastgelegd.

§ 1bis. Het school- of centrumbestuur informeert de betrokken personen over het school- of centrumreglement voorafgaand aan de inschrijving van de leerling en bij elke wijziging. Daarbij moeten volgende principes in acht worden genomen :
1° voorafgaand aan een inschrijving wordt het school- of centrumreglement schriftelijk of via elektronische drager aangeboden en verklaren de betrokken personen zich er schriftelijk mee akkoord;
2° bij elke wijziging van het school- of centrumreglement informeert het school- of centrumbestuur de betrokken personen schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en de betrokken personen geven dan schriftelijk of digitaal akkoord. Indien de betrokken personen zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van de leerling een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar;
3° het school- of centrumbestuur vraagt de betrokken personen of ze een papierenversie van het school- of centrumreglement wensen te ontvangen;
4° een wijziging van het school- of centrumreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.

§ 1ter. Voor materies waarbij de betrokken personen een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het school- of centrumreglement geregeld worden.

§ 2. In aansluiting op de informatie die het school- of centrumbestuur via het school- of centrumreglement verstrekt en met het oog op de mogelijke studievoortgang brengt het bestuur de betrokken personen in voorkomend geval ervan op de hoogte dat de school of het centrum :
1° bij de bevoegde overheid een aanvraag tot hetzij erkenning hetzij financiering of subsidiëring met inbegrip van erkenning werd ingediend, of
2° van de bevoegde overheid een voorlopige erkenning voor één schooljaar werd bekomen of een financiering of subsidiëring met inbegrip van voorlopige erkenning voor één schooljaar werd bekomen.

Het bestuur informeert de betrokken personen onmiddellijk tijdens het schooljaar van voorlopige erkenning over de beslissing van de bevoegde overheid over de erkenning, de financiering of de subsidiëring vanaf het daaropvolgende schooljaar.

 § 3. In aansluiting op de informatie die het schoolbestuur via het schoolreglement verstrekt, informeert het bestuur de leerlingen en de betrokken personen over de modernisering van het secundair onderwijs en over de effecten van de uitrol ervan vanaf 1 september 2019 op de structuur en organisatie van het onderwijsaanbod in de school in kwestie, met het oog op een optimale onderwijsloopbaan van de leerling.

Artikel 112. (01/09/2023- 31/08/2024)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 01/07/2011 Decreet betreffende het onderwijs XXI III.5.
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school V.4.
Gewijzigd bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.13.
Gewijzigd bij 27/04/2018 Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding 113.
Gewijzigd bij 15/06/2018 Decreet betreffende het onderwijs XXVIII 73.
Gewijzigd bij 06/07/2018 Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 37.
Gewijzigd bij 22/03/2019 Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de afstemming op het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid 40.
Gewijzigd bij 05/04/2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 67.
Gewijzigd bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 159.
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet over de Vlaamse toetsen in het onderwijs 10.
Gewijzigd bij 28/04/2023 Decreet over de Vlaamse toetsen in het onderwijs 10.
Gewijzigd bij 24/03/2023 Decreet over het hybride onderwijs in het secundair onderwijs 4.
Gewijzigd bij 05/05/2023 Decreet over leersteun 148.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 90.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 74novies.

Inhoud

In het school- of centrumreglement moeten, voor zover van toepassing, minimaal de volgende onderdelen worden opgenomen:
1° de basisprincipes van het schoolbeleid met betrekking tot volgende leerlinggebonden materies:
a) toelatingen;
b) afwijkingen, vrijstellingen en andere flexibiliseringsmaatregelen binnen het curriculum;
c) aan- en afwezigheden;
d) de opzet en de procedure van de screening en trajectbegeleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd;
2° de lesspreiding en de vakantie- en verlofregeling voor leerlingen;
3° de krachtlijnen inzake extra-murosactiviteiten, leerlingenstages, werkplekleren en school- of centrumvervangende onderwijsprogramma's;
4° de samenwerking met andere onderwijsinstellingen, vormingsinstellingen of organisaties voor zover rechtstreekse impact op leerlingen;
5° het tijdelijk onderwijs aan huis en het synchroon internetonderwijs, met vermelding dat de betrokken personen op die onderwijsvoorzieningen zullen worden gewezen in het geval dat de leerling aan de gestelde voorwaarden voldoet om er recht op te hebben;
6° de financiële bijdrageregeling voor de betrokken personen, de mogelijke afwijkingen en de contactpersoon binnen de school, het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen voor vragen of opmerkingen dienaangaande;
7° de inspraakmogelijkheden voor de betrokken personen in de school of het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs;
8° de voorwaarden waaronder de betrokken leerling en de betrokken personen inzage kunnen uitoefenen in of een toelichting kunnen vragen bij of een kopie kunnen bekomen van de leerlingengegevens, waaronder de evaluatiegegevens;
9° de organisatie van de leerlingenevaluatie, meer bepaald:
a) de vermelding dat de school, het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen in de loop van het schooljaar op regelmatige basis of tijdig zal communiceren over:
1) de basisprincipes van het school- of centrumbeleid met betrekking tot leerlingenevaluatie, met inbegrip van, desgevallend, de leerstofonderdelen die via interactief afstandsonderwijs worden aangeboden, waaronder voor het secundair onderwijs de beslissing van de klassenraad wordt verstaan of de leerling in voldoende mate de doelstellingen, vastgelegd door of krachtens decreet- of regelgeving, heeft bereikt of nagestreefd, naargelang van het geval;
1)/1 de wijze waarop de klassenraad, onverminderd de bepalingen van artikel 115/8, §2, tweede lid, 4°, bij de leerlingenevaluatie al dan niet rekening houdt met de resultaten van de Vlaamse toetsen;
2) de studievorderingen van de leerling;
3) de voor de leerling noodzakelijke remediëring;
4) de tijdstippen waarop examens en andere evaluatieopdrachten over grotere leerstofonderdelen, waardoor de lessen worden geschorst, plaatsvinden;
5) de vorm waaronder examens en andere evaluatieopdrachten worden georganiseerd;
6) de, met het oog op examens en andere evaluatieopdrachten, te beheersen materies;
7) de regeling als de leerling door overmacht of gewettigd verlet een examen of andere evaluatieopdracht niet kan volbrengen;
b) de vermelding dat de school, het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen elke genomen beslissing van de klassenraad waarbij aan de leerling niet de beoogde studiebekrachtiging wordt toegekend, schriftelijk motiveren; de vermelding dat, op vraag van de betrokken personen, binnen een aangeduide termijn een overleg zal plaatsvinden en de vermelding van de mogelijkheid tot beroep na desbetreffend overleg;
c) de mogelijkheid voor de betrokken personen tot beroep tegen een beslissing van de klassenraad waarbij aan de leerling niet de beoogde studiebekrachtiging wordt toegekend; worden met betrekking tot het beroep eveneens vermeld: de procedure met overeenkomstige redelijke en haalbare termijnen, de vormvereisten, de principes inzake werking, met inbegrip van de stemprocedure, en samenstelling van een beroepscommissie;
10° de lokale leefregels op materieel en immaterieel vlak, met inbegrip van:
a) de tucht- of andere maatregelen die ten aanzien van de leerling kunnen worden genomen bij regelschending. Met betrekking tot tuchtmaatregelen moeten eveneens worden vermeld:
1) de regels inherent aan tuchtrechtspleging;
2) de mogelijkheid voor de betrokken personen tot beroep tegen een beslissing tot definitieve uitsluiting; worden met betrekking tot het beroep eveneens vermeld: de procedure met overeenkomstige redelijke en haalbare termijnen, de vormvereisten, de principes inzake werking, met inbegrip van de stemprocedure, en samenstelling van een beroepscommissie;
3) de opvangregeling;
4) de mogelijke school- of centrumuitschrijving;
b) de plicht voor de leerling om zich te onthouden van iedere daad van geweld, pesterij of ongewenst seksueel gedrag;
c) de afspraken met betrekking tot het decretaal aan scholen en centra opgelegde rookverbod, de controle op de naleving ervan en de sancties die opgelegd kunnen worden bij overtreding;
11° de eventuele beroepsmogelijkheden voor de betrokken personen ten aanzien van betwiste beslissingen buiten beslissingen in verband met definitieve uitsluiting of leerlingenevaluatie;
12° de basisprincipes van het schoolbeleid met betrekking tot reclame en sponsoring;
13° een engagementsverklaring waarin wederzijdse afspraken worden opgenomen over oudercontact, regelmatige aanwezigheid en spijbelbeleid, vormen van individuele leerlingenbegeleiding en het positieve engagement ten aanzien van de onderwijstaal;
14° de vermelding dat bij schoolverandering leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe school tenzij, en voor zover de regelgeving de overdracht niet verplicht stelt, de betrokken personen er zich expliciet tegen verzetten na op hun verzoek deze gegevens te hebben ingezien;
15° de mededeling dat de school bij schoolverandering verplicht is de school waar nu wordt ingeschreven op de hoogte te brengen van het bestaan en de inhoud van een IAC-verslag, OV4-verslag of GC-verslag;
16° de contactgegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de school of het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs samenwerkt en de concrete afspraken over de dienstverlening van de leerlingenbegeleiding;
17° de krachtlijnen inzake de visie en werking van de school of het centrum van deeltijds beroepssecundair onderwijs binnen het gevoerde beleid op leerlingenbegeleiding;
18° de vermelding dat de betrokken personen, in voorkomend geval, de school onmiddellijk op de hoogte brengen van het feit dat de medische toestand van de leerling die is ingeschreven in een opleiding waar voedingsmiddelen worden verwerkt, een risico inhoudt op (on)rechtstreekse verontreiniging van levensmiddelen, met als gevolg dat na beslissing van de school de leerling hetzij tijdelijk bepaalde programmaonderdelen niet mag volgen, hetzij de opleiding in zijn geheel niet langer mag volgen en naar een andere opleiding moet overstappen. Daarbij wordt eveneens vermeld dat de gegevens over de medische toestand worden verwerkt onder de verantwoordelijkheid van de schooldirecteur en dat de schooldirecteur en de personeelsleden van de school die deze gegevens over de medische toestand verwerken, gehouden zijn tot geheimhouding over deze gegevens;
19° dat er leersteun kan geboden worden voor leerlingen met een IAC-verslag, OV4-verslag of GC-verslag en bij welk leersteuncentrum de school aangesloten is.

Met betrekking tot het positieve engagement van de betrokken personen ten aanzien van de onderwijstaal wordt alleszins vermeld dat leerlingen aangemoedigd worden om Nederlands te leren, maar kunnen andere bepalingen worden toegevoegd mits daarover een akkoord is bereikt in het bevoegde lokaal overlegplatform of, voor scholen en centra gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, mits daarover een akkoord is bereikt met ten minste twee derde van de scholen en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs.

Met betrekking tot regelmatige aanwezigheid en spijbelbeleid wordt gewezen op de koppeling aan de selectieve participatietoeslagen leerling en de mogelijkheid tot niet-toekenning of terugvordering ervan. Met betrekking tot regelmatige aanwezigheid en spijbelbeleid wordt bovendien in het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd ook vermeld dat de betrokken personen het principe van het voltijds engagement moeten naleven, wat enerzijds impliceert dat de leerling de gekozen opleiding daadwerkelijk en regelmatig volgt, behalve in geval van gewettigde afwezigheid, en anderzijds dat de leerling bereid is zich onvoorwaardelijk te schikken naar alle mogelijke maatregelen die door het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen worden genomen om de component werkplekleren ononderbroken een zinvolle invulling te geven.

Artikel 113. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school V.5.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 74decies.

Inhoud

...

Artikel 114. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school V.5.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 74undecies.

Inhoud

...

HOOFDSTUK 3. [Toelatingsvoorwaarden, evaluatie en studiebekrachtiging (verv. decr. 4 april 2014, art. V.6, I: 1 september 2014)] (... - ...)

Artikel 115. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Gewijzigd bij 21/12/2012 Decreet betreffende het onderwijs XXII III.8.
Gewijzigd bij 21/03/2014 Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften III.9.
Gewijzigd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school V.7.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 49.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 48.
Zie ook 31/07/1990 Decreet betreffende het onderwijs-II 84quater.

Inhoud

§ 1. Voor het secundair onderwijs, erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap bepaalt de Vlaamse Regering, tenzij bij decreet bepaald :
1° de toelatings- en overgangsvoorwaarden;
2° de bekrachtiging van de studie;
3° de studiebewijzen, alsmede de vorm en de vermeldingen erop;
4° de samenstelling, de werking en de bevoegdheden van de klassenraad.

§ 2. Een welbepaalde bekrachtiging van de studie impliceert dat de betrokken leerling geacht wordt het overeenkomstig studietraject volledig en met vrucht te hebben doorlopen, ongeacht het tijdstip van aansluiting bij dat traject en ongeacht het feit of dat traject uit leerjaren of een ander ordeningscriterium bestaat.

Artikel 115/1. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 50.

Inhoud

...

Artikel 115/2. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 01/07/2011 Decreet betreffende het onderwijs XXI III.7.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 51.

Inhoud

De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met de studiebewijzen vastgelegd in uitvoering van artikel 115, § 1, eerste lid, 2° en 3°. 

Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering als referentiekader, in voorkomend geval, de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen, de specifieke eindtermen, de doelen, de opleidingsprofielen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving zijn bepaald;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.

Artikel 115/3. (01/09/2022- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 01/07/2011 Decreet betreffende het onderwijs XXI III.8.
Gewijzigd bij 19/07/2013 Decreet betreffende het Onderwijs XXIII III.25.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 52.

Inhoud

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 115/2 zijn opgenomen, met de studiebewijzen vastgelegd in uitvoering van artikel 115, § 1, eerste lid, 2° en 3°. 

De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden, in voorkomend geval, de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen, de specifieke eindtermen, de doelen, de opleidingsprofielen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving zijn bepaald, als referentiekader gebruikt;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.

De financiële bijdrage die de houder van een buitenlands studiebewijs moet betalen aan de erkenningsautoriteit voor een onderzoek met betrekking tot de erkenning van de gelijkwaardigheid van het buitenlands studiebewijs bedraagt 90 euro per aanvraag en per studiebewijs. Indien een onderzoek wordt gevraagd naar de gelijkwaardigheid met aanduiding van een structuuronderdeel bedraagt de financiële bijdrage 180 euro per aanvraag en per studiebewijs. Deze bedragen worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. De referentiedatum voor de jaarlijkse aanpassing is 1 september 2013. De bedragen worden afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal. De Vlaamse Regering kan de bedragen verminderen voor specifieke doelgroepen. Voor asielzoekers, vluchtelingen en subsidiair-beschermden is de behandeling van de erkenningsaanvraag gratis. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen voor een versnelde procedure tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen. De Vlaamse Regering kan het bedrag vermeerderen tot maximaal 500 euro indien de houder van het buitenlands studiebewijs opteert voor deze versnelde procedure.

Artikel 115/4. (01/09/2014- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Opgeheven bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school V.8.

Inhoud

...

Artikel 115/5. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 01/07/2011 Decreet betreffende het onderwijs XXI III.10.
Vervangen bij 17/06/2016 Decreet betreffende het onderwijs XXVI III.14.
Vervangen bij 09/07/2021 Decreet over het onderwijs XXXI 160.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 57.

Inhoud

Een beslissing van de delibererende klassenraad waartegen de betrokken personen geen beroep of een niet ontvankelijk beroep hebben ingesteld, kan door het schoolbestuur omstreden worden geacht. In dat geval kan het schoolbestuur de klassenraad opnieuw doen samenkomen om de omstreden beslissing te heroverwegen. Het opnieuw samenkomen dient te gebeuren uiterlijk op 31 augustus van het schooljaar in kwestie. In afwijking hiervan is dat uiterlijk 15 februari van het schooljaar in kwestie als de omstreden beslissing betrekking heeft op een 7de leerjaar van het technisch of kunstsecundair onderwijs dat eindigt op 31 januari. In het geval de dan genomen beslissing afwijkt van de door het schoolbestuur omstreden beslissing, wordt ze schriftelijk en gemotiveerd onmiddellijk aan de betrokken personen meegedeeld. Als die afwijkende beslissing door de betrokken personen omstreden is, kunnen ze beroep instellen, waarbij de bepalingen van artikel 123/15 tot en met 123/18 van toepassing zijn.

Artikel 115/6. (01/09/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 04/04/2014 Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school V.9.
Gewijzigd bij 08/07/2022 Decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs 53.
Gewijzigd bij 07/07/2023 Decreet over het onderwijs XXXIII 58.

Inhoud

§ 1. ...

§ 2. De school- en centrumbesturen zijn bevoegd voor de regeling van het evaluatiestelsel.

In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regering:
1° de organisatie van specifieke examens of andere evaluatieopdrachten opleggen;
2° de maximumduur bepalen van schorsing van lessen wegens examens, andere evaluatieopdrachten of evaluatiegebonden activiteiten;
3° bepalen onder welke voorwaarden een beslissing over het al dan niet geslaagd zijn, kan worden uitgesteld;
4° het slagen voor een structuuronderdeel afhankelijk stellen van het behalen van externe certificering. Onder externe certificering wordt verstaan: het toekennen aan leerlingen, voor zover ze geslaagd zijn voor bepaalde programmaonderdelen, van studiebewijzen die buiten de onderwijsregelgeving vallen en gerelateerd zijn aan beroepsuitoefeningvoorwaarden.

Bij een evaluatiebeslissing van de klassenraad geldt steeds een vermoeden van deskundigheid.

§ 3. De betrokken personen nemen het evaluatieresultaat in ontvangst op een in het school- of centrumreglement vastgelegde datum en wijze. Het school- of centrumbestuur wijkt af van die datum voor individuele gevallen als de beslissing tot stand komt na uitstel of na beroep; in voorkomend geval stelt het school- of centrumbestuur de betrokken personen schriftelijk in kennis van de voorziene ontvangstdatum. Bij het niet in ontvangst nemen door de betrokken personen wordt het evaluatieresultaat geacht te zijn ontvangen op de voorziene ontvangstdatum.

§ 4. Als het evaluatieresultaat inhoudt dat aan de leerling niet de beoogde studiebekrachtiging wordt toegekend, dan is de school of het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs ertoe gehouden:
1° aan de betrokken personen een schriftelijke motivering te geven;
2° de betrokken personen schriftelijk te verwijzen naar de mogelijkheid tot beroep met overeenkomstige procedure doch enkel mits voorafgaandelijk overleg, vermeld in 3°, te hebben gepleegd;
3° met de betrokken personen te overleggen op hun vraag.

Het overleg, bedoeld in 3°, vindt plaats tussen de directeur of zijn afgevaardigde en de betrokken personen binnen een redelijke termijn nadat die laatsten het evaluatieresultaat in ontvangst hebben genomen. Die termijn wordt in het school- of centrumreglement bepaald. Van het overleg wordt een schriftelijke neerslag gemaakt. Het overleg kan ertoe leiden dat de directeur of zijn afgevaardigde beslist om de klassenraad opnieuw te laten samenkomen. Nadat de klassenraad al dan niet aan de leerling bijkomende proeven of opdrachten heeft opgelegd, beslist diezelfde klassenraad om het oorspronkelijk evaluatieresultaat te bevestigen of door een ander evaluatieresultaat te vervangen. De betrokken personen nemen de beslissing om de klassenraad niet opnieuw te laten samenkomen, dan wel de beslissing van de klassenraad die opnieuw is samengekomen in ontvangst. Bij het niet in ontvangst nemen op de voorziene datum door de betrokken personen wordt de beslissing geacht te zijn ontvangen.

§ 5. De school -en centrumbesturen kennen de van rechtswege geldende studiebewijzen toe in uitvoering van de evaluatiebeslissingen van klassenraden of, in voorkomend geval, de beslissingen van beroepscommissies die worden genomen naar aanleiding van beroepen die door betrokken personen zijn ingediend.

Artikel 115/7. (01/09/2020- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 03/07/2020 Decreet over het onderwijs XXX 102.

Inhoud

De scholen zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren studiebewijs aan de houder van het studiebewijs. Het attest vermeldt de datum van uitreiking van het studiebewijs.

Personen die met toepassing van de wetgeving over de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de scholen waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam.

Bij de aanvraag wordt het oorspronkelijk behaalde studiebewijs ingeleverd en worden stukken gevoegd die de naamswijziging aantonen.

[HOOFDSTUK 3/1. De Vlaamse toetsen (ing. decr. 28 april 2023, art. 11, I: 1 april 2023)] (... - ...)

Artikel 115/8. (01/04/2023- ...)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 12/01/2024 over de organisatie van de Vlaamse toetsen

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 28/04/2023 Decreet over de Vlaamse toetsen in het onderwijs 12.

Inhoud

§1. In het voltijds gewoon secundair onderwijs en in het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, nemen de volgende leerlingen deel aan de Vlaamse toetsen:
1° leerlingen in het tweede leerjaar van de eerste graad: vanaf het schooljaar 2023-2024;
2° leerlingen in het tweede leerjaar van de derde graad: vanaf het schooljaar 2026-2027.

In afwijking van het eerste lid zijn de leerlingen met een individueel aangepast curriculum vrijgesteld van deelname aan de Vlaamse toetsen, behalve wanneer de school of het centrum beslist om ze toch te laten deelnemen.

In afwijking van het eerste lid kan de klassenraad beslissen tot een gemotiveerde vrijstelling van deelname aan de Vlaamse toetsen van de leerlingen die zijn ingeschreven in opleidingsvorm 4 van het buitengewoon onderwijs.

Een school voor buitengewoon secundair onderwijs kan beslissen haar leerlingen van de opleidingsvormen 1, 2 en 3 wel te laten deelnemen aan de Vlaamse toetsen. In het voltijds gewoon secundair onderwijs kan een school of een centrum beslissen om anderstalige nieuwkomers te laten deelnemen aan de Vlaamse toetsen.

De Vlaamse toetsen worden ontwikkeld door het bevoegde steunpunt met betrokkenheid van de onderwijsverstrekkers en kunnen van zodra technisch mogelijk door deze onderwijsverstrekkers worden aangevuld met eigen items in functie van een eigen kwaliteitszorgsysteem. De Vlaamse overheid stelt de Vlaamse toetsen, met inbegrip van oefentoetsen, ter beschikking van de scholen en de centra die ze digitaal en op basis van instructies bij hun leerlingen afnemen. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de praktische organisatie van de Vlaamse toetsen.

De Vlaamse toetsen omvatten een selectie van de eindtermen, vermeld in artikel 139, die van toepassing zijn in de A-stroom of de B-stroom van de eerste graad of in de finaliteit van de derde graad, naargelang van het geval.

De selectie van de eindtermen, vermeld in het zesde lid, wordt gemaakt uit minstens de volgende sleutelcompetenties: competenties in het Nederlands; wiskundige competenties uit de competenties inzake wiskunde, exacte wetenschappen en technologie, en leercompetenties. De Vlaamse Regering beslist over de uitbreiding van voormelde sleutelcompetenties.
 
De Vlaamse toetsen houden rekening met zowel de eindtermen als de gelijkwaardig verklaarde vervangende eindtermen.

§2. De Vlaamse toetsen hebben tot doel de onderwijskwaliteit te versterken en te monitoren door het bereiken van de eindtermen, vermeld in artikel 139, en de leerwinst te meten op onderstaande niveaus.

De resultaten van de Vlaamse toetsen worden op de volgende wijze gebruikt:
1° op Vlaams niveau als bron van informatie over de onderwijskwaliteit, meer bepaald de mate waarin de eindtermen bereikt worden, de mate waarin leerwinst gegenereerd wordt en als element van kwaliteitszorg op systeemniveau;
2° op niveau van de school of het centrum als element van interne en externe kwaliteitszorg:
a)  als een van de elementen in de interne kwaliteitszorg van de school of het centrum. De school of het centrum, en het school- of centrumbestuur zullen daartoe haar eigen feedbackrapport met gecontextualiseerde resultaten op een beveiligde manier kunnen consulteren;
b)  als een van de elementen in de werking van de pedagogische begeleidingsdiensten, vermeld in artikel 15, §1, van het decreet van 8 mei 2009  betreffende de kwaliteit van onderwijs;
c)  als een van de elementen in de werking van de onderwijsinspectie, meer bepaald de doorlichtingen, vermeld in artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs;
3° op niveau van de leerlingengroep als een van de elementen voor reflectie over het pedagogisch-didactisch handelen in het schoolteam;
4° op leerlingniveau als een van de mogelijke elementen waarmee de klassenraad rekening kan houden bij de evaluatie. De resultaten op leerlingniveau worden niet als enige criterium voor de evaluatie gebruikt.

§3. Leerlingen die recht hebben op redelijke aanpassingen of speciale onderwijsleermiddelen, gedurende het schooljaar waarin de Vlaamse toetsen worden afgenomen, hebben recht op behoud en gebruik van die aanpassingen en leermiddelen als ze die Vlaamse toetsen afleggen.
 

Artikel 115/9. (01/04/2023- 31/08/2024)

Document relaties

Type Datum Opschrift
Zie ook 12/01/2024 over de organisatie van de Vlaamse toetsen

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 28/04/2023 Decreet over de Vlaamse toetsen in het onderwijs 13.
Gewijzigd bij 19/04/2024 Decreet over het onderwijs XXXIV 91.

Inhoud

§1. Voor de toepassing van artikel 115/8 worden de volgende gegevens verwerkt door de scholen, de centra, de bevoegde diensten van de Vlaamse overheid en het bevoegde steunpunt:
1°    de identificatiegegevens van de deelnemende leerlingen: naam, voornaam en identificatiecode van de leerling;
2°    de individuele toetsresultaten: het antwoord op elke toetsvraag en de daarop gebaseerde totaalscores van de leerling;
3°    de leerlingenkenmerken die nodig zijn voor een juiste interpretatie van de gegevens. Het gaat over de volgende leerlingenkenmerken:
a)    demografische gegevens: geboortejaar, geslacht;
b)    onderwijskansarmoede-indicatoren: opleidingsniveau van de moeder, thuistaal, schooltoelage, trekkende bevolking, leerling met een zorgthuis;
c)    schoolloopbaangegevens: voorafgaande schoolloopbaan, individueel aangepast curriculum, anderstalige nieuwkomer, vrijstelling, gemotiveerd verslag of verslag gemeenschappelijk curriculum, gebruik van hulpmiddelen, administratieve groep, leerlingengroep Nederlands, leerlingengroep wiskunde;
d)    indicatoren van cultureel kapitaal: aantal boeken thuis;
4°   de kenmerken van de school of het centrum waar de leerling is ingeschreven;
5° de leerlingenkenmerken die nodig zijn voor wetenschappelijk onderzoek waaronder de loggegevens over de toetsafname en de antwoorden op een leerlingenvragenlijst.

De scholen en centra ontvangen en verwerken die gegevens van de leerlingen die bij hen zijn ingeschreven. De bevoegde diensten van de Vlaamse overheid en het bevoegde steunpunt ontvangen en verwerken de gegevens van de leerlingen, vermeld in het eerste lid.

De gegevens worden gedurende maximaal tien jaar bewaard op het dataplatform. De gegevens in de registratiemodule worden gedurende maximaal acht maanden bewaard. De gegevens in het toetsplatform worden gedurende maximaal zes maanden bewaard. De gegevens in de feedbackmodule worden gedurende maximaal twaalf maanden bewaard. Zolang doeleinden van wetenschappelijk onderzoek en statistiek daartoe nopen, worden de gegevens gepseudonimiseerd bewaard. De gepseudonimiseerde persoonsgegevens kunnen onder contractuele voorwaarden doorgegeven worden met het oog op wetenschappelijk onderzoek. Na afloop van de bewaartermijnen worden de persoonsgegevens vernietigd of geanonimiseerd.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor die verwerking en legt de leerlingenkenmerken die verwerkt worden vast.

§2. De Vlaamse overheid en het bevoegde steunpunt treden, ieder voor zijn of haar bevoegdheid, op als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1. Het bestuur van de onderwijsinstelling of de gemandateerde is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen van de persoonsgegevens overeenkomstig artikel 123/6, eerste lid, 5°.

De scholen, de centra, de Vlaamse overheid en het bevoegde steunpunt verwerken de persoonsgegevens om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op hen rust en bepalen, ieder binnen zijn of haar bevoegdheidssfeer, op transparante wijze hun respectieve verantwoordelijkheden.

De verwerkingsverantwoordelijken verduidelijken in een privacyverklaring welke verwerkingen er gebeuren. Zij nemen met het oog op transparantie en de garantie van de rechten van betrokkenen in hun communicatie met de betrokkenen een verwijzing op naar de vindplaats van hun respectieve privacyverklaring. De verwerkingsverantwoordelijken nemen de nodige maatregelen om de juistheid van de persoonsgegevens te garanderen.

De leerlingen of hun ouders hebben het recht op inzage in en kopie van het feedbackrapport met hun resultaten op de Vlaamse toetsen. De leerlingen of hun ouders hebben het recht op inzage in hun toets, op een manier die de vertrouwelijkheid van de toetsvragen garandeert.

Artikel 115/10. (01/04/2023- ...)

Relaties naar artikelen

Type Datum Opschrift Art.
Ingevoegd bij 28/04/2023