Decreet houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen

Datum 20/01/2012

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen en definities
  2. HOOFDSTUK 2 De informatie en voorbereiding door het Steunpunt Adoptie
    1. Afdeling 1 De informatiesessie
    2. Afdeling 2 De voorbereiding
    3. Afdeling 3 Erkenning van het Steunpunt Adoptie
    4. Afdeling 4 Kosten van de voorbereiding en subsidiëring van het Steunpunt Adoptie
  3. HOOFDSTUK 3 Maatschappelijk onderzoek
    1. Afdeling 1 Het maatschappelijk onderzoek
    2. Afdeling 2 De erkenning van de [dienst (verv. decr. 16 maart 2018, art. 4, I: 1 september 2018)] voor maatschappelijk onderzoek inzake interlandelijke adoptie
    3. Afdeling 3 De subsidiëring van de [dienst (verv. decr. 16 maart 2018, art. 7, I: 1 september 2018)] voor maatschappelijk onderzoek inzake interlandelijke adoptie
  4. HOOFDSTUK 4 Adoptiebemiddeling
    1. Afdeling 1 Keuze van de adoptant
    2. Afdeling 2 Taken van de adoptiediensten
    3. Afdeling 3 Erkenning van de adoptiediensten
    4. Afdeling 4 Kosten van adoptiebemiddeling en subsidiëring van de adoptiediensten
  5. HOOFDSTUK 5 Het Vlaams Centrum voor Adoptie en de Vlaamse adoptieambtenaar
  6. HOOFDSTUK 6 Nazorg
  7. HOOFDSTUK 7 De zelfstandige adoptie
  8. HOOFDSTUK 8 Inzagerecht
  9. HOOFDSTUK 9 Het toezicht
  10. HOOFDSTUK 10 Strafbepalingen
  11. HOOFDSTUK 11 Slotbepalingen

Inhoud

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen en definities

Artikel 1. (01/01/2013- ...)

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Artikel 2. (01/01/2013- ...)

Dit decreet is van toepassing op de interlandelijke adoptie van een kind, zijnde een persoon van minder dan achttien jaar.

Artikel 3. (01/01/2020- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder :
1° interlandelijke adoptie : de adoptie zoals omschreven in artikel 360.2 van het Burgerlijk Wetboek;
2° adoptant : een persoon of personen zoals vermeld in artikel 343, § 1, van het Burgerlijk Wetboek;
3° afstandsouder : een ouder die voor zichzelf heeft uitgemaakt een kind af te staan;
4° adoptiebemiddeling : elke activiteit van een tussenpersoon die ertoe strekt een adoptie van een kind te realiseren;
5° adoptiedienst : een door de Vlaamse Regering erkende instelling die aan adoptiebemiddeling doet en de nazorg verstrekt;
6° buitenlands kanaal : een instantie, instelling of persoon in het herkomstland van het kind die bij interlandelijke adoptie bemiddelt;
7° zelfstandige adoptie : de adoptie waarbij de adoptant geen beroep doet op een adoptiedienst en de adoptie zelfstandig tot stand brengt;
8° Vlaams Centrum voor Adoptie : de afdeling aangewezen binnen Kind en Gezin, die zal optreden als centrale autoriteit en belast is met de nakoming van de door het Haags Verdrag opgelegde verplichtingen en opdrachten, vermeld in dit decreet;
9° Vlaamse adoptieambtenaar : de ambtenaar, benoemd binnen het Vlaams Centrum voor Adoptie, die de taken vervult die hem door dit decreet toegewezen worden;
10° Haags Verdrag : het verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, ondertekend in Den Haag op 29 mei 1993;
11° samenwerkingsakkoord : het samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de federale staat, de Vlaamse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie;
12° Steunpunt Adoptie : een door de Vlaamse Regering erkende instelling die de taken, vermeld in artikel 7, § 2, uitvoert;
14° afstammingscentrum: het afstammingscentrum, vermeld in het decreet van 26 april 2019 houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank.
 

HOOFDSTUK 2 De informatie en voorbereiding door het Steunpunt Adoptie

Afdeling 1 De informatiesessie

Artikel 4. (03/12/2012- ...)

De kandidaat-adoptanten dienen de informatiesessie te volgen bij het Steunpunt Adoptie. Het Vlaams Centrum voor Adoptie stelt in samenspraak met het adviescomité het programma en de werkwijze vast van de informatiesessie volgens de bepalingen van de Vlaamse Regering.

Afdeling 2 De voorbereiding

Artikel 5. (03/12/2012- ...)

De voorbereiding, vermeld in artikel 346.2, eerste lid, en artikel 361.1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek wordt gevolgd in het door de Vlaamse Regering erkende Steunpunt Adoptie.

Na zijn aanmelding verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de adoptant, rekening houdende met het principe van instroombeheer, door naar het Steunpunt Adoptie. De voorbereiding wordt gegeven binnen een redelijke termijn nadat de adoptant zich bij het Steunpunt Adoptie aangeboden heeft. Aan het einde van de voorbereiding geeft het Steunpunt Adoptie aan de adoptant een attest waaruit blijkt dat hij de voorbereiding heeft gevolgd. Indien de adoptant niet binnen het jaar het verzoekschrift, vermeld in artikel 1231-27 van het Gerechtelijk Wetboek, ontvankelijk neerlegt op de griffie van de jeugdrechtbank, vervalt het voorbereidingsattest.

De Vlaamse Regering legt de principes voor het instroombeheer vast.

Artikel 6. (03/12/2012- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de algemene inhoud en de minimumduur van de voorbereiding.

Het Vlaams Centrum voor Adoptie keurt de voorbereidingsprogramma's goed en bepaalt de momenten waarop de voorbereiding wordt gegeven.

Het Vlaams Centrum voor Adoptie kan nadere richtlijnen vastleggen met betrekking tot het voorbereidingsprogramma en het volgen ervan door kandidaat-adoptanten.

Afdeling 3 Erkenning van het Steunpunt Adoptie

Artikel 7. (01/09/2018- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering erkent het Steunpunt Adoptie op advies van het Vlaams Centrum voor Adoptie.

De erkenning wordt verleend voor minimaal twee jaar en maximaal vijf jaar en kan voor dezelfde termijnen worden verlengd.

§ 2. Het Steunpunt Adoptie heeft de volgende taken :
1° informatie verstrekken aan de adoptanten over alle aspecten van adoptie;
2° optreden als informatiepunt inzake nazorg en expertise rond adoptie bevorderen bij het bestaande hulpverleningsaanbod, alsook een netwerk opzetten met bestaande adoptiesensitieve algemene en gespecialiseerde welzijns- en gezondheidsdiensten, en met de trefgroepen van geadopteerden en adoptanten, met het oog op een efficiënte doorverwijzing;
3° fungeren als aanspreek- en oriëntatiepunt voor geadopteerden, adoptanten en afstandsouders;
4° fungeren als vormings- en expertisecentrum;
5° een documentatie- en informatiecentrum uitbouwen;
6° het organiseren van de voorbereiding, vermeld in artikel 5.

§ 3. Om erkend te worden, moet het Steunpunt Adoptie aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° uitsluitend doelstellingen zonder winstoogmerk nastreven;
2° beschikken over een team dat is samengesteld zoals bepaald door de Vlaamse Regering;
3° zich engageren om regelmatig in het overleg tussen de verschillende actoren interlandelijke adoptie te participeren;
4° voorzien in bijscholing voor de hulpverleners;
5° de persoonlijke levenssfeer van de adoptant eerbiedigen en, zonder enige vorm van discriminatie, zijn ideologische, godsdienstige en filosofische overtuiging respecteren.

§ 4. Het erkende Steunpunt Adoptie moet, om erkend te blijven of een hernieuwing van zijn erkenning te verkrijgen, de volgende voorschriften naleven :
1° de discretie en het beroepsgeheim in acht nemen ten aanzien van de informatie die over de adoptanten wordt verkregen;
2° elke adoptant die door het Vlaams Centrum voor Adoptie wordt doorverwezen voor het volgen van een voorbereidingsprogramma aanvaarden en registreren;
3° een jaarverslag opmaken en het in de loop van het eerste trimester dat volgt op het einde van elk boekjaar bezorgen aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het jaarverslag.

§ 5. De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden en nadere bepalingen vastleggen met betrekking tot paragraaf 3 en paragraaf 4.

§ 6. De Vlaamse Regering legt de procedure vast voor de erkenning en hernieuwing van erkenning van het Steunpunt Adoptie en voorziet in een bezwaarprocedure.
 

Artikel 8. (24/03/2016- ...)

De erkenning van het Steunpunt Adoptie kan door de Vlaamse Regering worden opgeheven of geschorst voor de termijn die ze bepaalt als de bepalingen van dit decreet niet worden nageleefd. Bij stopzetting van de activiteiten wordt de erkenning ambtshalve geschrapt.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure inzake opheffing en schorsing van de erkenning.

Afdeling 4 Kosten van de voorbereiding en subsidiëring van het Steunpunt Adoptie

Artikel 9. (03/12/2012- ...)

Een deel van de kostprijs van de voorbereiding is ten laste van de adoptant. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag dat de adoptant bijdraagt aan de voorbereiding.

Het Steunpunt Adoptie ontvangt een jaarlijkse subsidie voor personeels- en werkingskosten.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de subsidiëring van het Steunpunt Adoptie.

HOOFDSTUK 3 Maatschappelijk onderzoek

Afdeling 1 Het maatschappelijk onderzoek

Artikel 10. (24/03/2016- ...)

Het maatschappelijk onderzoek dat krachtens artikel 346.2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 1231.29, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek door de jeugdrechtbank wordt bevolen, wordt gevoerd door een door de Vlaamse Regering erkende dienst voor maatschappelijk onderzoek.

Nadat de jeugdrechtbank de opdracht tot maatschappelijk onderzoek heeft bevolen, verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de adoptant door naar een dienst voor maatschappelijk onderzoek. Deze dienst neemt onverwijld contact op met de adoptant. De dienst meldt elke nieuwe aanvraag aan het Vlaams Centrum voor Adoptie.

Het Vlaams Centrum voor Adoptie kan nadere richtlijnen bepalen inzake de wijze waarop het maatschappelijk onderzoek gevoerd wordt conform artikel 1231.29 van het Gerechtelijk Wetboek en de bepalingen van het samenwerkingsakkoord.

Afdeling 2 De erkenning van de [dienst (verv. decr. 16 maart 2018, art. 4, I: 1 september 2018)] voor maatschappelijk onderzoek inzake interlandelijke adoptie

Artikel 11. (01/09/2018- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering kan één dienst voor maatschappelijk onderzoek erkennen op advies van het Vlaams Centrum voor Adoptie.

§ 2. Om erkend te worden, moet de dienst voor maatschappelijk onderzoek aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° beschikken over een team dat is samengesteld zoals bepaald door de Vlaamse Regering;
2° de persoonlijke levenssfeer van de adoptant eerbiedigen en, zonder enige vorm van discriminatie, zijn ideologische, godsdienstige en filosofische overtuiging respecteren;
3° ...;
4° naleven van wetenschappelijk onderbouwde criteria;
5° zich engageren om regelmatig in het overleg tussen de verschillende actoren interlandelijke adoptie te participeren.

§ 3. De erkenning wordt verleend voor minimaal twee jaar en maximaal vijf jaar en kan voor dezelfde termijnen worden verlengd. De erkende dienst voor maatschappelijk onderzoek moet, om erkend te blijven of opnieuw erkend te worden, de volgende verplichtingen naleven :
1° de discretie en het beroepsgeheim in acht nemen ten aanzien van de informatie die over de adoptanten wordt verkregen;
2° iedereen die zich voor het maatschappelijk onderzoek aanbiedt, registreren;
3° de vraagstelling beperken tot de informatie die relevant is voor het bekomen van een geschiktheidsvonnis tot interlandelijke adoptie;
4° de werking continu bijsturen in functie van wetenschappelijk onderbouwde criteria, conform de richtlijnen van het Vlaams Centrum voor Adoptie;
5° een jaarverslag opmaken en het in de loop van het eerste trimester dat volgt op het einde van elk boekjaar toesturen aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. De inhoud van het jaarverslag wordt door de Vlaamse Regering bepaald;
6° de taken, vermeld in artikel 10 van dit decreet, kwaliteitsvol uitvoeren.

§ 4. De Vlaamse Regering stelt de procedure vast voor de aanvraag en de hernieuwing van de erkenning van de dienst voor maatschappelijk onderzoek. Tevens voorziet ze in een bezwaarprocedure.

§ 5. ...

Artikel 12. (01/09/2018- ...)

De erkenning, vermeld in artikel 11, § 1, kan door de Vlaamse Regering worden opgeheven of geschorst voor de termijn die ze bepaalt als de bepalingen van dit decreet niet worden nageleefd. Bij stopzetting van de activiteiten wordt de erkenning ambtshalve geschrapt.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure inzake opheffing en schorsing van de erkenning.
 

Afdeling 3 De subsidiëring van de [dienst (verv. decr. 16 maart 2018, art. 7, I: 1 september 2018)] voor maatschappelijk onderzoek inzake interlandelijke adoptie

Artikel 13. (01/09/2018- ...)

De erkende dienst voor maatschappelijk onderzoek ontvangt de volgende subsidies :
1° een jaarlijkse subsidie voor personeels- en werkingskosten;
2° een jaarlijkse subsidie op basis van het aantal gerealiseerde onderzoeken.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen voor de subsidiëring van de dienst voor maatschappelijk onderzoek.
 

HOOFDSTUK 4 Adoptiebemiddeling

Afdeling 1 Keuze van de adoptant

Artikel 14. (01/01/2013- ...)

De adoptant van wie in het kader van een interlandelijke adoptie overeenkomstig artikel 1231.31 van het Gerechtelijk Wetboek de bekwaamheid en de geschiktheid om te adopteren is vastgesteld, kan voor adoptiebemiddeling een beroep doen op een erkende adoptiedienst of kan de adoptie zelfstandig tot stand brengen. De adoptant deelt zijn keuze mee aan het Vlaams Centrum voor Adoptie.

Afdeling 2 Taken van de adoptiediensten

Artikel 15. (01/01/2020- ...)

§ 1. Een adoptiedienst treedt op als tussenpersoon inzake adoptie met als taak te informeren, te bemiddelen en de nazorg te verstrekken.

De adoptiedienst stelt een adoptiedossier samen dat alle stukken bevat die met de adoptie verband houden. Dat dossier bevat minstens:
1° het dossier van het kind, dat de gegevens, vermeld in artikel 361-3, 2°, van het Burgerlijk Wetboek, bevat;
2° de documenten die betrekking hebben op de gerechtelijke en administratieve procedure waarbij de adoptie tot stand komt;
3° de documenten in verband met de nazorg;
4° het dossier met informatie over de kandidaat-adoptant.

§ 2. De taken inzake adoptiebemiddeling zijn :
1° mede op grond van de kindstudie, de juridische en sociaal-psychologische adopteerbaarheid van het kind nagaan;
2° de adoptanten psychosociaal bijstaan en voorbereiden op de komst van het kind;
3° de voortgang van de individuele adoptiedossiers begeleiden;
4° een adoptiesamenwerking aangaan met de buitenlandse kanalen die goedgekeurd zijn door het Vlaams Centrum voor Adoptie;
5° de adoptie opvolgen zoals bepaald is in de voorschriften en de wettelijke bepalingen van de staat van herkomst;
6° de aankomst van het kind in België melden bij het Vlaams Centrum voor Adoptie;
7° voorzien in gestructureerde verkenningssessies voor de adoptanten in de voorbereidingsfase en op vraag van de adoptanten een schriftelijk verslag van deze sessie overmaken aan het Vlaams Centrum voor Adoptie, dat dit toevoegt aan het verslag van het maatschappelijk onderzoek dat aan de jeugdrechter wordt bezorgd;
8° voorstellen voor mogelijke adoptiesamenwerking aanbrengen bij het Vlaams Centrum voor Adoptie;
9° de adoptiewerking periodiek evalueren en hierover rapporteren aan het Vlaams Centrum voor Adoptie.

§ 3. De taak inzake informeren is de kandidaat-adoptanten, gedurende de voorbereidingssessie en in samenspraak met het Steunpunt Adoptie, informeren over de herkomstlanden waarmee een lopende adoptiesamenwerking bestaat.

§ 4. ...

§ 5. De adoptiedienst stelt een schriftelijke overeenkomst op met elke adoptant waarvoor hij bemiddelt. In die overeenkomst wordt zo exact mogelijk de procedure, de kostprijs, de duur en de gewaarborgde dienstverlening omschreven.

§ 6. Van ieder adoptiedossier moet de adoptiedienst, binnen de vier maanden na de totstandkoming van de adoptie, een kopie bezorgen aan de Vlaamse adoptieambtenaar.

§ 7. De Vlaamse Regering kan de taken, bepaald in § 2 tot § 6, nader bepalen.
 

Afdeling 3 Erkenning van de adoptiediensten

Artikel 16. (01/09/2018- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering erkent de adoptiediensten op advies van het Vlaams Centrum voor Adoptie volgens de regels bepaald in dit decreet.

§ 2. Om erkend te worden, moet de adoptiedienst aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° optreden als een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen, of als een publiekrechtelijke rechtspersoon;
2° adoptiebemiddeling en het verstrekken van de nazorg als voornaamste taak hebben;
3° beschikken over of een beroep kunnen doen op een interdisciplinair team dat is samengesteld zoals bepaald door de Vlaamse Regering;
4° geleid worden door een persoon die beschikt over kwalificaties zoals bepaald door de Vlaamse Regering;
5° beschikken over voldoende infrastructuur om de opgelegde verplichtingen uit te voeren en de continuïteit van de dienst te verzekeren;
6° de persoonlijke levenssfeer van de adoptant eerbiedigen en, zonder enige vorm van discriminatie, zijn ideologische, godsdienstige en filosofische overtuiging respecteren;
7° voorstellen doen tot kanaalonderzoek en deze, na proactieve goedkeuring door het Vlaams Centrum voor Adoptie, binnen een redelijke termijn afronden.

§ 3. De erkenning wordt verleend voor een periode van minimaal twee jaar en maximaal vijf jaar en kan voor dezelfde termijnen worden verlengd. De erkende adoptiedienst moet, om erkend te blijven of opnieuw erkend te worden, de volgende verplichtingen naleven :
1° elke aanvraag van een adoptant die aan de voorwaarden, vermeld in artikel 14, voldoet, aanvaarden;
2° de taken, vermeld in artikel 15 van dit decreet, kwaliteitsvol uitvoeren;
3° een jaarverslag opmaken en het in de loop van het eerste trimester dat volgt op het einde van elk boekjaar toesturen aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. De inhoud van het jaarverslag wordt door de Vlaamse Regering bepaald;
4° regelmatig participeren in het overleg tussen de verschillende actoren in interlandelijke adoptie.

§ 4. De Vlaamse Regering stelt de procedure vast voor de aanvraag en de hernieuwing van de erkenning van de adoptiediensten. Tevens voorziet ze in een bezwaarprocedure.

§ 5. De Vlaamse Regering stelt een programmering van de adoptiediensten op.
 

Artikel 17. (24/03/2016- ...)

§ 1. De erkenning van de adoptiediensten kan door de Vlaamse Regering worden opgeheven of geschorst voor de termijn die ze bepaalt als de bepalingen van dit decreet niet worden nageleefd of als een ernstig vermoeden bestaat dat de adoptiebemiddeling niet gebeurt in het belang van het kind. Bij opheffing of schorsing van de erkenning of wanneer een adoptiedienst zijn activiteit stopzet, treft het Vlaams Centrum voor Adoptie maatregelen in verband met afwerking en overdracht van dossiers.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure inzake opheffing en schorsing van de erkenning.

Afdeling 4 Kosten van adoptiebemiddeling en subsidiëring van de adoptiediensten

Artikel 18. (01/01/2013- ...)

§ 1. De adoptant die voor adoptiebemiddeling een beroep doet op een erkende adoptiedienst, betaalt hiervoor een vergoeding aan de adoptiedienst.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels en voorwaarden voor de aanrekening van de bijdragen in de kosten van een adoptie.

Artikel 19. (01/01/2013- ...)

De erkende adoptiediensten ontvangen de volgende subsidies :
1° een jaarlijkse subsidie voor personeels- en werkingskosten;
2° een jaarlijkse subsidie voor de dossierkosten.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen voor de subsidiëring van de adoptiedienst.

HOOFDSTUK 5 Het Vlaams Centrum voor Adoptie en de Vlaamse adoptieambtenaar

Artikel 20. (01/01/2019- ...)

§ 1. Het Vlaams Centrum voor Adoptie is de afdeling binnen Kind en Gezin die zal optreden als centrale autoriteit inzake interlandelijke adoptie.

Het Vlaams Centrum voor Adoptie heeft als missie, samen met zijn partners, de nakoming van de door het Haags Verdrag opgelegde verplichtingen en opdrachten, vermeld in dit decreet.

Het Vlaams Centrum voor Adoptie en de aangestuurde voorzieningen eerbiedigen bij hun optreden de ideologische, filosofische en godsdienstige overtuiging van de personen tot wie zij zich richten.

§ 2. Het Vlaams Centrum voor Adoptie is belast met de volgende opdrachten :
1° de opdrachten, bepaald in dit decreet;
2° het ondersteunen van een Steunpunt Adoptie met de volgende taken :
a) informatie verstrekken over alle aspecten van adoptie aan de adoptant;
b) optreden als informatiepunt inzake nazorg en expertise rond adoptie bevorderen bij het bestaande hulpverleningsaanbod, onder meer door in bijscholing te voorzien voor de hulpverleners;
c) fungeren als aanspreek- en oriëntatiepunt voor geadopteerden, adoptanten en afstandsouders;
d) fungeren als expertisecentrum;
e) een documentatie- en informatiecentrum uitbouwen;
3° de registratie van de adoptanten die zich aanmelden voor adoptie, de doorverwijzing van de adoptant naar het Steunpunt Adoptie en de inning van de bijdrage van de adoptant in de kosten van de voorbereiding en de doorverwijzing naar de dienst voor maatschappelijk onderzoek;
4° de registratie van de keuze van de adoptant voor adoptie met een adoptiedienst of zelfstandige adoptie en, bij adoptie met een adoptiedienst, het doorsturen van het verslag, bedoeld in artikel 1231.32 van het Gerechtelijk Wetboek, aan de adoptiedienst die de adoptant gekozen heeft;
5° het voeren van een gericht beleid voor de adoptie van kinderen met 'special needs';
6° bij zelfstandige adoptie :
a) de adoptant op de hoogte brengen van de bestaande nazorg in Vlaanderen;
b) onderzoek en goed- of afkeuring van het aangebrachte kanaal en het onverwijld doorsturen van het vonnis betreffende de bekwaamheid en de geschiktheid van de adoptant en het verslag, vermeld in artikel 1231.32 van het Gerechtelijk Wetboek, aan de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst;
7° de opdrachten, vermeld in artikel 361.3 van het Burgerlijk Wetboek;
8° de voortgangsrapportage van de adoptie organiseren en bewaken;
9° netwerken opzetten tussen bestaande diensten en projecten die een rol spelen in de nazorg bij adoptie, waartoe zeker gerekend worden : adoptiediensten, het Steunpunt Adoptie, voorbereidingscentra, diensten die deel uitmaken van de preventieve en gespecialiseerde zorg, trefgroepen van adoptanten en geadopteerden;
10° samen met de diensten en projecten, vermeld in punt 9°, een overkoepelende visie op nazorg uitwerken;
11° advies verlenen op eigen initiatief of op verzoek van de Vlaamse Regering met betrekking tot specifieke nazorginitiatieven en -projecten;
12° de trefgroepen inzake adoptie ondersteunen;
13° aan binnenlandse en buitenlandse overheden informatie verstrekken over de regelgeving inzake adoptie, alsook over andere relevante gegevens;
14° de samenwerking met de buitenlandse overheden bewerkstelligen zodat bij interlandelijke adopties het belang van het kind en zijn fundamentele rechten worden gewaarborgd en de rechtsregels van de gemeenschappen, federale en internationale overheden worden gerespecteerd;
15° erkende adoptiediensten begeleiden bij het tot stand brengen van een samenwerkingsverband in het buitenland, concrete bemiddelingsprocedures ontwikkelen en de concrete adoptiebemiddeling evalueren en verbeteren;
16° bemiddelen tussen de bevoegde buitenlandse overheden en de erkende Vlaamse diensten;
17° het consulteerbaar maken voor adoptieouders van de onderzochte kanalen voor zelfstandige adoptie en van de beoordelingsgronden van de toelaatbaarheid ervan;
18° proactief kanaalonderzoek op de door de adoptiediensten aangebrachte kanalen, onder meer op basis van adviezen van de Belgische ambassades en consulaten en dit binnen een kwaliteitskader met een duidelijke timing voor de beslissing over een kanaalonderzoek. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor de nadere regels;
19° de advisering van de erkenning van het Steunpunt Adoptie, de adoptiediensten, de dienst voor maatschappelijk onderzoek en de trefgroepen en de advisering voor het subsidiëren van het Steunpunt Adoptie en de adoptiediensten;
20° ter uitvoering van de opdrachten, vastgelegd in de punten 6° tot 13°, werkafspraken maken met de federale overheid en de andere gemeenschappen;
21° jaarlijks een activiteitenverslag uitbrengen voor 31 mei van het volgend jaar dat wordt bezorgd aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement;
22° ontwikkelen of ondersteunen van programma's in binnen- en buitenland die de doelstellingen ondersteunen van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen en van het Internationaal Verdrag van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind, door België geratificeerd en goedgekeurd met de wet van 25 november 1991;
23° structureel overleg organiseren tussen alle betrokken partners uit het adoptiewerkveld, namelijk het Steunpunt Adoptie, de adoptiediensten, de dienst voor maatschappelijk onderzoek en de trefgroepen.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen met betrekking tot de werking van het Vlaams Centrum voor Adoptie.

§ 3. Onverminderd de behandeling van klachten over de eigen werking en dienstverlening zoals bepaald in titel II, hoofdstuk 5, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 moet Kind en Gezin alle klachten tegen partners, ook ouders, in de adoptieprocedure opnemen, behandelen en, eventueel, sanctioneren. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels voor het opleggen van een eventuele sanctie.

§ 4. Het Vlaams Centrum voor Adoptie voert de taken, vermeld in § 2, voor zover het om beleidsuitvoerende taken gaat, uit in samenhang met :
1° het door andere beleidsdomeinen en beleidsniveaus gevoerde beleid;
2° het door de Vlaamse Gemeenschap gevoerde beleid inzake welzijn en gezondheid.

Het Vlaams Centrum voor Adoptie ontwikkelt terreinexpertise met betrekking tot de taken, vermeld in § 2.

Het Vlaams Centrum voor Adoptie stelt de verworven kennis en expertise ter beschikking in het kader van de toepassing van artikel III.2, derde lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het Vlaams Centrum voor Adoptie zal haar dienstverlening permanent optimaliseren en vernieuwen op basis van actuele ontwikkelingen inzake kennis en expertise.

Het Vlaams Centrum voor Adoptie registreert en verwerkt alle gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens met betrekking tot zijn cliënteel, die noodzakelijk zijn om :
1° de taken, bedoeld in § 2, uit te voeren;
2° de beleidsgerichte input te leveren.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de gegevensregistratie en -verwerking, onverminderd de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.

§ 5. Het Vlaams Centrum voor Adoptie werkt voor de realisatie van zijn taken samen met overheden, instanties, instellingen, diensten en verenigingen die op het vlak van de toegewezen taken actief zijn en waarmee via Kind en Gezin samenwerkingsakkoorden zijn afgesloten.

§ 6. ...

§ 7. Het Vlaams Centrum voor Adoptie kan voor het realiseren van zijn doelstellingen, al of niet binnen het kader van de regels, vermeld in § 6, alle mogelijke activiteiten van welke aard ook ontwikkelen, opzetten en realiseren.

§ 8. Bij het Vlaams Centrum voor Adoptie wordt een raadgevend comité opgericht, dat advies verstrekt op verzoek van het hoofd van het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het raadgevend comité verstrekt tevens op eigen initiatief advies over alle aangelegenheden die van belang zijn voor de taken van het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het raadgevend comité kan ethische reflecties uitbrengen over algemene vragen met betrekking tot interlandelijke adoptie.

Het raadgevend comité is samengesteld uit een evenwichtige vertegenwoordiging van de volgende maatschappelijke geledingen van het beleidsveld :
1° de adoptieouders en de geadopteerden;
2° de voorzieningen die op de vermelde taakgebieden werkzaam zijn;
3° de werknemers van de voorzieningen.

Deze vertegenwoordigers worden benoemd op voordracht van de representatieve middenveldorganisaties van de genoemde geledingen.

In het raadgevend comité zetelt een ethicus en kunnen ook andere, door de Vlaamse Regering aan te wijzen personen zitting hebben, alsook onafhankelijke deskundigen op het werkterrein van het Vlaams Centrum voor Adoptie.

Het lidmaatschap van het raadgevend comité is onverenigbaar met de hoedanigheid van personeelslid van het Vlaams Centrum voor Adoptie.

De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de samenstelling van het raadgevend comité vast, en kan voor de leden ervan een vergoeding bepalen. De leden worden door de Vlaamse Regering voor een periode van vier jaar benoemd.

Het raadgevend comité stelt een huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. Het reglement stelt de praktische werking vast, de deontologie, de informatie- en rapporteringsopdracht van het comité, en de aard van de dossiers en rapporten die aan het raadgevend comité voorgelegd moeten worden.
 

Artikel 20/1. (01/09/2018- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de rechtsgevolgen ten aanzien van kandidaat-adoptanten als een adoptiesamenwerking van een adoptiedienst met een buitenlands kanaal, al dan niet door het Vlaams Centrum voor Adoptie, wordt opgeschort, stopgezet of als niet-actief wordt beschouwd, waaronder de mogelijkheid dat die kandidaat-adoptanten, met respect voor hun individueel opgebouwde wachtanciënniteit, opgenomen worden op een andere wachtlijst voor interlandelijke adoptie.

Een buitenlands kanaal wordt als niet-actief beschouwd indien vanuit dit kanaal gedurende een periode van drie jaar geen kind werd geplaatst bij kandidaat-adoptieouders.

Artikel 21. (01/01/2020- ...)

§ 1. Binnen het Vlaams Centrum voor Adoptie wordt een Vlaamse adoptieambtenaar benoemd.

§ 2. De Vlaamse adoptieambtenaar heeft inzake interlandelijke en binnenlandse adoptie de volgende taken :
1° alle dossiers over adoptie bewaren;
2°...;
3° bijstand verlenen aan geadopteerden die op zoek zijn naar gegevens over hun adoptiedossier en eventueel ter zake zelf actie ondernemen.

§ 3. De Vlaamse adoptieambtenaar gaat na of een adoptiedossier dat werd voorgedragen door een erkende adoptiedienst of een zelfstandige adoptant volledig is en vraagt, in voorkomend geval, elke nadere informatie op.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt op basis van het decreet tot regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen en het decreet van 3 mei 1989 houdende erkenning van adoptiediensten het takenpakket en het profiel, met mandaatfunctie, van de Vlaamse adoptieambtenaar.
 

HOOFDSTUK 6 Nazorg

Artikel 22. (29/08/2016- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering kan, na advies van het Vlaams Centrum voor Adoptie, een vereniging met als leden adoptanten of geadopteerden of een combinatie van deze personen, als trefgroep erkennen. Om als trefgroep te worden erkend, moet zij voldoen aan de volgende voorwaarden :
1° de vorm aannemen van een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen,;
2° in haar beheersorgaan respectievelijk adoptanten of geadopteerden de meerderheid laten uitmaken;
3° als doelstelling hebben respectievelijk adoptanten of geadopteerden te ondersteunen en hun belangen te onderkennen en te behartigen.
 

Artikel 23. (24/03/2016- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering stelt de procedure vast voor de aanvraag en de hernieuwing van de erkenning van de trefgroepen. Tevens voorziet zij in een bezwaarprocedure. De Vlaamse Regering kan bijkomende erkenningsvoorwaarden opleggen.

§ 2. De erkenning kan door de Vlaamse Regering worden opgeheven of geschorst voor de termijn die zij bepaalt indien de bepalingen van dit decreet niet worden nageleefd. Bij de stopzetting van de activiteiten wordt de erkenning ambtshalve geschrapt. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure inzake opheffing en schorsing van de erkenning.

HOOFDSTUK 7 De zelfstandige adoptie

Artikel 24. (01/01/2013- ...)

§ 1. Na het vonnis waaruit blijkt dat hij bekwaam en geschikt is om een interlandelijke adoptie aan te gaan, meldt de zelfstandige adoptant zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie. Hierbij doet hij, met het oog op de goedkeuring ervan, aangifte van het buitenlands kanaal dat bij de adoptie bemiddelt.

§ 2. De adoptant draagt de verantwoordelijkheid voor het goede verloop van de procedure. Binnen vier maanden na de adoptie bezorgt de adoptant een kopie van het adoptiedossier met de gegevens over de afkomst van het kind, namelijk de gegevens over de identiteit van de ouders en de gegevens over het medische verleden van het kind en zijn familie, aan de Vlaamse adoptieambtenaar.

§ 3. De kosten van de vertaling en de verzending van het dossier vallen ten laste van de adoptant.

§ 4. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen inzake de zelfstandige adoptie, met inbegrip van het bepalen van de bijdrage in de kosten van het Vlaams Centrum voor Adoptie.

HOOFDSTUK 8 Inzagerecht

Artikel 25. (01/01/2020- ...)

§ 1. Elke geadopteerde heeft recht op informatie over zijn afkomst en over zijn adoptie. Als de geadopteerde minderjarig is, wordt de inhoud van de verstrekte informatie aangepast aan zijn leeftijd en maturiteit.

§ 2. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft de geadopteerde recht op inzage in zijn adoptiedossier als vermeld in paragraaf 3.

Als de geadopteerde minderjarig is, gebeurt de inzage met professionele begeleiding van een medewerker van de adoptiedienst of het afstammingscentrum en in aanwezigheid van zijn ouder, voogd of een meerderjarige vertrouwenspersoon.

§ 3. De geadopteerde heeft recht op inzage in de stukken van het adoptiedossier, vermeld in artikel 14, tweede lid, 1° tot en met 3°. De geadopteerde heeft daarnaast toegang tot het deel van het dossier met gegevens over de adoptant, vermeld in artikel 14, tweede lid, 4°, die betrekking hebben op de motivatie voor de adoptie, de redenen voor de aanvaarding van de kandidaat-adoptant en de reden tot plaatsing bij de adoptant.

§ 4. De geadopteerde heeft recht op toelichting bij de gegevens uit zijn adoptiedossier. Als bepaalde gegevens ook betrekking hebben op een derde en een volledige inzage in de gegevens door de geadopteerde afbreuk zou doen aan het recht van die derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.

§ 5. De geadopteerde dient zijn verzoek tot inzage schriftelijk in bij het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum registreert de aanvraag en stuurt binnen een maand na de datum van de aanvraag een ontvangstbevestiging aan de aanvrager met informatie over het verdere verloop van de aanvraag.

De inzage kan, naar keuze van de geadopteerde, worden verleend door het afstammingscentrum, door het Vlaams Centrum voor Adoptie of door de adoptiedienst die de adoptie heeft gerealiseerd.

Als de inzage door het afstammingscentrum wordt verleend, bezorgt het Vlaams Centrum voor Adoptie of de adoptiedienst zo snel mogelijk een kopie van de stukken van het adoptiedossier aan het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum werkt bij elke inzage die het verstrekt, nauw samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en met de adoptiedienst die de adoptie heeft gerealiseerd.

§ 6. De inzage wordt verleend binnen een maand nadat het afstammingscentrum aan de aanvrager een ontvangstbevestiging heeft gestuurd.

De termijn, vermeld in het eerste lid, geldt niet als de adoptiedienst of het Vlaams Centrum voor Adoptie het adoptiedossier niet in het bezit hebben en er verder moet worden nagegaan waar de stukken over de adoptie zich bevinden. De geadopteerde wordt daarvan op de hoogte gebracht. Als er maar een beperkt aantal stukken over de adoptie beschikbaar zijn, wordt al inzage in die stukken verleend.

§ 7. Als door de kennisgeving van bepaalde gegevens uit het dossier de fysieke of psychische integriteit van een derde persoon in het gedrang kan komen, neemt de instantie die de inzage verleent, contact op met de betrokken persoon om hem te informeren over het verzoek tot inzage en om na te gaan welke informatie aan de geadopteerde kan worden verstrekt. Als er geen contact kan worden opgenomen met de betrokken persoon, maakt de instantie die de inzage verleent, een afweging tussen de verschillende belangen alvorens te beslissen of, hoe en in welke mate de geadopteerde van die informatie op de hoogte kan worden gebracht. Die afweging wordt beschreven en in het adoptiedossier bewaard.

§ 8. Elke geadopteerde kan het afstammingscentrum verzoeken om verdere informatie over die geadopteerde op te vragen. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en de adoptiedienst die de adoptie heeft gerealiseerd. Daarbij wordt de mogelijkheid onderzocht om via de bevoegde autoriteiten of contactpersonen in het land van herkomst extra informatie op te vragen. Het afstammingscentrum wijst de geadopteerde in voorkomend geval door naar de personen, diensten of instellingen die hem verdere informatie kunnen verstrekken.

Het afstammingscentrum is gerechtigd om bij elke instantie die daarover beschikt, in naam van de geadopteerde alle informatie of stukken op te vragen die betrekking hebben op zijn afstamming en zijn adoptie.

§ 9. Een geadopteerde die contact wil opnemen met leden van zijn biologische familie, kan het afstammingscentrum daarvoor om bijstand verzoeken. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie of de adoptiedienst die de adoptie heeft gerealiseerd. Het afstammingscentrum gaat na of er contact mogelijk is en op welke wijze dat contact tot stand kan worden gebracht. Het verwijst in voorkomend geval door naar andere diensten of instellingen in binnen- of buitenland die de geadopteerde verder kunnen begeleiden om het contact tot stand te brengen.

§ 10. Afstandsouders en biologische verwanten tot de derde graad van de geadopteerde hebben recht op algemene en niet-identificerende informatie over de geadopteerde.

Als verzoekers concretere informatie willen, waardoor de identificatie van de geadopteerde of zijn familieleden mogelijk wordt, kan dat pas na uitdrukkelijke, geïnformeerde toestemming van de geadopteerde en, als hij nog minderjarig is, van de adoptanten. De uitdrukkelijke, geïnformeerde toestemming van de minderjarige geadopteerde is vereist als hij over de nodige maturiteit beschikt en steeds vanaf de leeftijd van twaalf jaar.

§ 11. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de uitoefening van het inzagerecht en voor de wijze waarop het afstammingscentrum de geadopteerde bijstaat als hij meer informatie over zichzelf wil verkrijgen of contact wil opnemen met leden van zijn biologische familie.

HOOFDSTUK 9 Het toezicht

Artikel 26. (01/01/2019- ...)

§ 1. Het Vlaams Centrum voor Adoptie oefent het toezicht uit op de naleving van de bepalingen van dit decreet. Het Steunpunt Adoptie, de dienst voor maatschappelijk onderzoek, de adoptiediensten en de trefgroepen verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht.

§ 2. ...

§ 3. De Vlaamse Regering kan boekhoudkundige regels vastleggen.

§ 4. De Vlaamse Regering kan de regels voor het toezicht en de bevoegdheid van het Vlaams Centrum voor Adoptie nader bepalen.
 

HOOFDSTUK 10 Strafbepalingen

Artikel 27. (01/01/2013- ...)

§ 1. Elke persoon die bij adoptie bemiddelt in de zin van dit decreet, zonder in het bezit te zijn van de vereiste erkenning, wordt gestraft met een gevangenisstraf van een tot vijf jaar en met een geldboete van 12,50 euro tot 620 euro.

§ 2. Elke persoon die enig ongeoorloofd materieel voordeel haalt uit de tussenkomst in een adoptie of die met kennis van zaken een persoon heeft geholpen of bijgestaan om de overtreding te plegen, wordt gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 2,5 euro tot 25 euro of met een van beide straffen.

§ 3. De adoptant die in het kader van een zelfstandige adoptie niet binnen vier maanden na de totstandkoming van de adoptie een kopie van de gegevens over de afkomst van het kind, namelijk gegevens over de identiteit van de ouders en gegevens over het medische verleden van het kind en zijn familie, aan de Vlaamse adoptieambtenaar bezorgt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van een maand of met een geldboete van 2,5 euro tot 25 euro.

§ 4. Iedereen die in het bezit is van een adoptiedossier van een derde en dit dossier niet aan het Vlaams Centrum voor Adoptie heeft bezorgd na de inwerkingtreding van dit decreet, wordt gestraft met een gevangenisstraf van één maand of met een geldboete van 2,5 tot 25 euro.

HOOFDSTUK 11 Slotbepalingen

Artikel 28. (01/01/2013- ...)

Het decreet van 15 juli 2005 tot regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen wordt opgeheven.

Artikel 29. (03/12/2012- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de maatregelen die nodig zijn om de overgang van het in artikel 28 vermelde decreet naar dit decreet op een coherente manier te laten verlopen.

Artikel 30. (03/12/2012- ...)

Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum en uiterlijk op 1 januari 2013.