Decreet betreffende [de organisatie van het overleg en de advisering van] het Lokaal Cultuurbeleid

Datum 06/07/2012

Inhoudstafel

  1. TITEL 1 Algemene bepalingen
  2. TITEL 2 [... (opgeh. decr. 22 december 2017, art. 21, I: 1 januari 2018)]
  3. TITEL 3 Het lokaal cultuurbeleid
    1. HOOFDSTUK 1 [... (opgeh. decr. 22 december 2017, art. 22, I: 1 januari 2018)]
    2. HOOFDSTUK 2 [... (opgeh. decr. 22 december 2017, art. 23, I: 1 januari 2018)]
    3. HOOFDSTUK 3 [... (opgeh. decr. 22 december 2017, art. 24, I: 1 januari 2018)]
    4. HOOFDSTUK 4 Organisaties met een specifieke opdracht
      1. Afdeling 1 ...
      2. [Afdeling 2 ... (opgeh. decr. 23 juni 2023, art. 20, I: 1 januari 2024)]
      3. Afdeling 3 Voorzieningen voor bijzondere doelgroepen
      4. Afdeling 4 [... (opgeh. decr. 8 juli 2016, art. 4, I: 1 juli 2016)]
      5. Afdeling 5 [... (opgeh. decr. 29 maart 2019, art. 54, I: 1 januari 2019)]
    5. HOOFDSTUK 5 Intergemeentelijke samenwerking voor afstemming van het cultuuraanbod en de communicatie
    6. HOOFDSTUK 6 ...
      1. Afdeling 1 ...
      2. [Afdeling 2 ... (opgeh. decr. 3 juli 2015, art. 17, I: 1 januari 2016)]
    7. HOOFDSTUK 7 ...
  4. TITEL 4 Organisatie van het overleg en de advisering van het gemeentelijk cultuurbeleid
  5. TITEL 5 Provincies
  6. TITEL 6 ...
  7. TITEL 7 Opheffingsbepalingen
  8. TITEL 8 Inwerkingtredingsbepaling

Inhoud

TITEL 1 Algemene bepalingen (... - ...)

Artikel 1. (01/01/2014- ...)

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Artikel 2. (01/01/2024- ...)

...

Artikel 3. (01/01/2018- ...)

...

Artikel 4. (01/01/2024- ...)

...

TITEL 2 [... (opgeh. decr. 22 december 2017, art. 21, I: 1 januari 2018)] (... - ...)

Artikel 5. (01/01/2018- ...)

...

TITEL 3 Het lokaal cultuurbeleid (... - ...)

HOOFDSTUK 1 [... (opgeh. decr. 22 december 2017, art. 22, I: 1 januari 2018)] (... - ...)

Artikel 6. (01/01/2018- ...)

...

Artikel 7. (01/01/2018- ...)

...

HOOFDSTUK 2 [... (opgeh. decr. 22 december 2017, art. 23, I: 1 januari 2018)] (... - ...)

Artikel 8. (01/01/2018- ...)

...

Artikel 9. (01/01/2018- ...)

...

HOOFDSTUK 3 [... (opgeh. decr. 22 december 2017, art. 24, I: 1 januari 2018)] (... - ...)

Artikel 10. (01/01/2018- ...)

...

Artikel 11. (01/01/2018- ...)

...

HOOFDSTUK 4 Organisaties met een specifieke opdracht (... - ...)

Afdeling 1 ... (01/01/2024 - ...)

Artikel 12. (01/01/2024- ...)

...

Artikel 13. (01/01/2024- ...)

...

Artikel 14. (01/01/2024- ...)

...

Artikel 15. (01/01/2024- ...)

...

Artikel 16. (01/01/2024- ...)

...

Artikel 17. (01/01/2024- ...)

...

Artikel 18. (01/01/2024- ...)

...

Artikel 19. (01/01/2024- ...)

...

[Afdeling 2 ... (opgeh. decr. 23 juni 2023, art. 20, I: 1 januari 2024)] (... - ...)

Artikel 20. (01/01/2024- ...)

...

Artikel 21. (01/01/2024- ...)

...

Afdeling 3 Voorzieningen voor bijzondere doelgroepen (... - 31/12/2025)

Artikel 22. (01/01/2013- 31/12/2025)

Voor personen met een leesbeperking subsidieert de Vlaamse Regering een speciale bibliotheek met het oog op de uitbouw van een aangepaste dienstverlening.

Voor langdurig zieken en personen die in een rustoord, een rust- en verzorgingstehuis of een ziekenhuis verblijven, subsidieert de Vlaamse Regering een speciale bibliotheek met het oog op de uitbouw van een aangepaste dienstverlening.

Artikel 23. (01/01/2013- 31/12/2025)

De bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, heeft de volgende opdrachten :
1° de doelgroep, die bestaat uit personen met een visuele of andere leesbeperking, proactief benaderen, met aandacht voor de sociaal-culturele pluriformiteit, en met het oog op de verhoging van het bereik van de doelgroep;
2° samenwerken met stakeholders en strategische partners zoals de openbare bibliotheken, de speciale bibliotheek, vermeld in artikel 22, tweede lid, de rusthuizensector, de dienstverlenende en sociaal-culturele intermediaire organisaties, met het oog op de verwezenlijking van een uitgebreidere dienstverlening;
3° een gediversifieerde en goed uitgebouwde collectie in de diverse aangepaste leesvormen ter beschikking stellen, zoals brailleboeken, luisterboeken en -tijdschriften, onder meer op basis van de overeenkomsten, vermeld in artikel 25;
4° de technologische ontwikkelingen volgen, zoals de ontwikkeling van de Daisy-technologie.

De Vlaamse Regering kan die opdrachten specificeren.

Artikel 24. (01/01/2013- 31/12/2025)

De bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, concretiseert haar opdrachten om de vijf jaar in een meerjarenplan en legt dat ter goedkeuring voor aan de administratie.

Voor de uitvoering van het meerjarenplan kent de Vlaamse Regering een jaarlijkse subsidie toe voor personeel, werking en collectievorming, waarvan ze het bedrag bepaalt. De subsidie wordt toegekend nadat de administratie de overeenkomsten, vermeld in artikel 25, heeft goedgekeurd.

Artikel 25. (01/01/2013- 31/12/2025)

De bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, sluit driejaarlijkse overeenkomsten met de organisaties, vermeld in artikel 28, voor het aanmaken van een bepaald aantal boeken of luistertijdschriften in het Daisy-formaat en in braille. Zowel het aantal, de prijs, het formaat, de kwaliteit, de leveringstermijn als de beschikbaarheid van de aange- paste lectuur zijn voorwerp van onderhandeling en worden opgenomen in de overeenkomsten.

De overeenkomsten, vermeld in het eerste lid, worden ingediend uiterlijk op 15 november van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van de looptijd van de overeenkomsten. Uiterlijk een maand nadat de overeenkomsten zijn ingediend, keurt de administratie die overeenkomsten goed of keurt ze ze af, en deelt ze haar gemotiveerde beslissing mee aan de bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid. Als de overeenkomsten niet worden goedgekeurd, passen de contractanten ze aan en dient de bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, ze binnen een maand opnieuw in bij de administratie.

Artikel 26. (01/01/2013- 31/12/2025)

De bibliotheek, vermeld in artikel 22, tweede lid, heeft de volgende opdrachten :
1° de doelgroep die bestaat uit onder andere langdurig zieken en personen die in een rusthuis, een rust- en verzorgingstehuis of ziekenhuis, een woon- en zorgcentrum, een serviceflat of een psychiatrisch centrum verblijven, proactief benaderen, met aandacht voor de sociaal-culturele pluriformiteit en met het oog op de verhoging van het bereik van de doelgroep;
2° met strategische partners zoals het streekgericht bibliotheekbeleid, de openbare bibliotheken, de speciale bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, de rusthuizensector en eventueel de dienstverlenende en sociaal-culturele intermediaire organisaties samenwerken met het oog op de verwezenlijking van een uitgebreidere dienstverlening;
3° een gevarieerde collectie, in aangepaste leesvormen, ter beschikking stellen van de doelgroep;
4° de vrijwilligerswerking uitbouwen door een actief rekruteringsbeleid te voeren en een degelijke basisopleiding te organiseren.

De Vlaamse Regering kan die opdrachten specificeren.

Artikel 27. (01/01/2013- 31/12/2025)

De bibliotheek, vermeld in artikel 22, tweede lid, concretiseert haar opdrachten om de vijf jaar in een meerjarenplan en legt dat ter goedkeuring voor aan de administratie.

Voor de uitvoering van het meerjarenplan kent de Vlaamse Regering een jaarlijkse subsidie toe voor personeel, werking en collectievorming, waarvan zij het bedrag bepaalt.

Artikel 28. (01/01/2013- 31/12/2025)

Organisaties die lectuur in aangepaste leesvormen produceren, zoals brailleboeken, luisterboeken, luisterkranten en luistertijdschriften, zowel voor fysieke dragers als voor een digitale omgeving, kunnen aanspraak maken op een jaarlijkse personeels- en werkingssubsidie met het oog op de aanmaak van lectuur in aangepaste leesvormen.

Artikel 29. (01/01/2013- 31/12/2025)

De Vlaamse Regering bepaalt het subsidiebedrag dat wordt toegekend aan de organisaties, vermeld in artikel 28, en het percentage van de subsidie dat voorwerp uitmaakt van de overeenkomsten, vermeld in artikel 25.

De subsidie wordt toegekend nadat de administratie de overeenkomsten, vermeld in artikel 25, heeft goedgekeurd.

Artikel 30. (01/01/2013- 31/12/2025)

In aanvulling op de documenten, vermeld in artikel 16, moeten de organisaties, vermeld in artikel 28, jaarlijks uiterlijk op 31 maart volgend op een uitvoeringsjaar, de volgende documenten indienen:
1° een voortgangsrapport over de uitvoering van de overeenkomsten, vermeld in artikel 25, inclusief een overzicht van de aangemaakte lectuur in aangepaste leesvormen;
2° een evaluatie van de overeenkomsten door de contractanten.

Afdeling 4 [... (opgeh. decr. 8 juli 2016, art. 4, I: 1 juli 2016)] (... - ...)

Artikel 31. (01/07/2016- ...)

...

Artikel 32. (01/07/2016- ...)

...

Artikel 33. (01/07/2016- ...)

...

Afdeling 5 [... (opgeh. decr. 29 maart 2019, art. 54, I: 1 januari 2019)] (... - ...)

Artikel 34. (01/01/2019- ...)

...

Artikel 35. (01/01/2019- ...)

...

Artikel 36. (01/01/2019- ...)

...

Artikel 37. (01/01/2019- ...)

...

HOOFDSTUK 5 Intergemeentelijke samenwerking voor afstemming van het cultuuraanbod en de communicatie (... - ...)

Artikel 38. (01/01/2020- ...)

...

Artikel 39. (01/01/2020- ...)

...

HOOFDSTUK 6 ... (02/05/2024 - ...)

Afdeling 1 ... (02/05/2024 - ...)

Artikel 40. (02/05/2024- ...)

...

Artikel 41. (02/05/2024- ...)

...

Artikel 42. (02/05/2024- ...)

...

Artikel 43. (02/05/2024- ...)

...

Artikel 44. (02/05/2024- ...)

...

Artikel 45. (02/05/2024- ...)

...

Artikel 46. (02/05/2024- ...)

...

Artikel 47. (02/05/2024- ...)

...

Artikel 48. (02/05/2024- ...)

...

[Afdeling 2 ... (opgeh. decr. 3 juli 2015, art. 17, I: 1 januari 2016)] (... - ...)

Artikel 49. (01/01/2018- ...)

...

HOOFDSTUK 7 ... (01/01/2024 - ...)

Artikel 50. (01/01/2024- ...)

...

Artikel 51. (01/01/2024- ...)

...

TITEL 4 Organisatie van het overleg en de advisering van het gemeentelijk cultuurbeleid (... - ...)

Artikel 52. (01/01/2013- ...)

Met het oog op de voorbereiding en de evaluatie van het cultuurbeleid, organiseert de gemeente inspraak en participatie met alle lokale belanghebbenden. Ze toont aan dat ze de lokale belanghebbenden heeft betrokken bij de opmaak van de strategische meerjarenplanning.

Artikel 53. (01/01/2013- ...)

De gemeente moet de volgende culturele actoren bij de organisatie van inspraak en participatie betrekken :
1° alle culturele organisaties en instellingen, zowel private als publieke, die het Nederlandstalige culturele leven bevorderen, die werken met vrijwilligers of met professionele beroepskrachten en die een werking ontplooien op het grondgebied van de gemeente;
2° deskundigen op het vlak van cultuur die het Nederlandstalige culturele leven bevorderen en die in de gemeente wonen.

Artikel 54. (01/01/2013- ...)

De gemeente kan de actoren, vermeld in artikel 53, op twee manieren betrekken in het cultuurbeleid :
1° door de oprichting van één gemeentelijke raad, met adviserende bevoegdheid over alle culturele materies voor de hele gemeente;
2° door de oprichting van sectorale deelraden, met adviserende bevoegdheid over hun sectorale materie voor de hele gemeente.

Vertegenwoordigers van elke deelraad vormen daarnaast een overkoepelende gemeentelijke raad met adviserende bevoegdheid over de grote lijnen van het gemeentelijk cultuurbeleid.

Artikel 55. (01/01/2013- ...)

De gemeente moet, in het kader van de beleidsvoorbereiding en -evaluatie, advies vragen aan de adviesorganen over alle aangelegenheden, vermeld in artikel 4, 1° tot en met 10°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met uitzondering van punt 7° (jeugdbeleid) en 9° (sport).

Artikel 56. (01/01/2013- ...)

De adviesorganen kunnen ook op eigen initiatief advies uitbrengen.

Artikel 57. (01/01/2013- ...)

De gemeente moet bij het nemen van beslissingen eventuele afwijkingen op de uitgebrachte adviezen motiveren.

Artikel 58. (01/01/2013- ...)

De gemeente bepaalt de nadere voorwaarden van de werking van de adviesorganen voor cultuur.

TITEL 5 Provincies (... - ...)

Artikel 59. (01/01/2018- ...)

...

Artikel 60. (01/01/2018- ...)

...

TITEL 6 ... (01/01/2024 - ...)

Artikel 61. (01/01/2024- ...)

...

Artikel 62. (01/01/2024- ...)

...

Artikel 62/1. (01/01/2024- ...)

...

TITEL 7 Opheffingsbepalingen (... - ...)

Artikel 63. (01/01/2014- ...)

Het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en inte- graal lokaal cultuurbeleid, gewijzigd bij de decreten van 5 juli 2002, 20 december 2002, 21 maart 2003, 24 december 2004, 23 december 2005, 30 juni 2006, 13 juli 2007, 19 november 2010 en 18 maart 2011, wordt opgeheven.

Artikel 64. (01/01/2014- ...)

Het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2002 ter uitvoering van het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004, 11 juni 2004, 15 september 2006 en 7 december 2007, wordt opgeheven.

Artikel 65. (01/01/2014- ...)

Het ministerieel besluit van 29 mei 2002 houdende vastlegging van de structuur van een gemeentelijk cultuurbeleidsplan, een beleidsplan van een bibliotheek en een beleidsplan van een cultuurcentrum, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 13 februari 2007, wordt opgeheven.

Artikel 66. (01/01/2014- ...)

Het decreet van 6 juli 2001 houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk en houdende ondersteuning van de Vereniging van Vlaamse Cultuurcentra, gewijzigd bij de decreten van 5 juli 2002, 29 november 2002 en 14 maart 2008, wordt opgeheven.

Artikel 67. (01/01/2014- ...)

Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2003 ter uitvoering van het decreet houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk en houdende ondersteuning van de Vereniging van Vlaamse Cultuurcentra wordt opgeheven voor wat de Vereniging van Vlaamse Cultuurcentra betreft.

Artikel 68. (01/01/2014- ...)

Het reglement van 11 april 2008 voor de aanvullende tewerkstelling bij organisaties actief in het kader van de lectuurvoorziening voor personen met een leesbeperking wordt opgeheven.

TITEL 8 Inwerkingtredingsbepaling (... - ...)

Artikel 69. (01/01/2014- ...)

Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2014, met uitzondering van artikel 2 tot en met 11, 40, 47, 49, 61 en 62, die in werking treden op 30 oktober 2012, en artikel 12 tot en met 37, en artikel 50 tot en met 58, die in werking treden op 1 januari 2013.

BIJLAGE (01/01/2024- ...)

...


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 19/05/2024