Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal sportbeleid

Datum 16/11/2012

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2 Subsidiëringsvoorwaarden en bestedingspercentages voor de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen voor de gemeenten en de VGC
  3. HOOFDSTUK 3 Subsidiëringsvoorwaarden voor de Vlaamse beleidsprioriteit Sport voor Allen voor de provincies
  4. HOOFDSTUK 4 Subsidiëringsprocedure voor de gemeenten en de provincies
  5. HOOFDSTUK 5 Subsidiëringsprocedure voor de VGC
  6. HOOFDSTUK 6 Erkenning en subsidiëring van een organisatie voor de begeleiding van de besturen [... (geschr. BVR 20 december 2013, art. 23, I: 1 januari 2014)]
    1. Afdeling 1 Erkenningsprocedure
    2. Afdeling 2 Subsidiëring van een erkende organisatie voor de begeleiding van de besturen [... (opgeh. BVR 20 december 2013, art. 24, I: 1 januari 2014)]
      1. Onderafdeling 1 Subsidiëringsvoorwaarden
      2. Onderafdeling 2 Subsidiëringsprocedure
  7. HOOFDSTUK 7 Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse Regering,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot omvorming van de Vlaamse Openbare instelling Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie tot het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid BLOSO, artikel 5, eerste lid, 6°;

Gelet op het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal sportbeleid, artikel 7, 10, 12, 18, 21, 22, § 2, artikel 24, derde lid, artikel 25, eerste lid, artikel 26, tweede lid, artikel 27, artikel 28, § 2, artikel 30, derde lid, artikel 31, eerste lid, artikel 32, tweede lid, en artikel 33;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 ter uitvoering van het decreet van 9 maart 2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid. - Algemene bepalingen en bepalingen tot het verkrijgen van een beleidssubsidie;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 ter uitvoering van het decreet van 9 maart 2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid - bepalingen tot het verkrijgen van de impulssubsidie;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008 betreffende een aanvullende subsidie voor de verenigingssportbeleidsplannen in de randgemeenten ter uitvoering van artikel 8 van het decreet van 9 maart 2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid;

Gelet op het advies van de Sectorraad voor Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, gegeven op 29 augustus 2012;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 5 juli 2012;

Gelet op advies 52.129/3 van de Raad van State, gegeven op 16 oktober 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen (... - ...)

Artikel 1. (01/01/2016- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder :
1° Sport Vlaanderen: het agentschap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen";
2° decreet van 15 juli 2011 : het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd;
3° decreet van 6 juli 2012 : het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal sportbeleid;
4° jeugdsportcoördinator : een sportgekwalificeerde jeugdsportbegeleider die het jeugdsportbeleid in een sportvereniging coördineert op het sporttechnische, beleidsmatige en organisatorische vlak;
5° lokale beleidscyclus : een beleidscyclus als vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 15 juli 2011;
6° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven;
7° organisatie voor de begeleiding van de besturen : een organisatie voor de begeleiding van de gemeenten, de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de provincies in het kader van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen;
8° ...;
9° VGC : de Vlaamse Gemeenschapscommissie;
10° VGC-beleidscyclus : een beleidscyclus van vijf jaar die gekoppeld is aan de VGC-bestuursperiode en die begint het tweede jaar dat volgt op de verkiezingen van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en eindigt op het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen.

Artikel 2. (30/10/2012- ...)

De subsidies die met toepassing van het decreet van 6 juli 2012 en dit besluit worden uitgekeerd, kunnen uitsluitend aangewend worden voor de ondersteuning van Nederlandstalige sportinitiatieven als vermeld in artikel 3 van het voormelde decreet. Alleen als het om geografische of om sporttechnische redenen vereist is, wordt, in het kader van de toepassing van het voormelde decreet en dit besluit, aanvaard dat bepaalde sportactiviteiten kunnen plaatsvinden buiten het Nederlandse taalgebied, of buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad voor de initiatieven die er hun zetel hebben en die wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd als uitsluitend behorend tot de Vlaamse Gemeenschap.

Artikel 3. (01/01/2014- ...)

De bestedingspercentages, vermeld in hoofdstuk 2, en de invulling van de indicatoren, zoals vermeld in artikel 9 en artikel 10, tweede lid, 4° kunnen na drie jaar geëvalueerd worden.

HOOFDSTUK 2 Subsidiëringsvoorwaarden en bestedingspercentages voor de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen voor de gemeenten en de VGC (... - ...)

Artikel 4. (30/10/2012- ...)

Ten minste 25 % van de door de Vlaamse Regering toegekende subsidie voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen wordt door het gemeentebestuur, respectievelijk de VGC, aangewend voor het ondersteunen van de kwalitatieve uitbouw van de sportverenigingen, zoals voorzien in de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 5, 1°, artikel 11, eerste lid, 1°, en artikel 6, eerste lid, van het decreet van 6 juli 2012.

Om voor subsidiëring voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in het eerste lid, in aanmerking te komen, moet de directe financiële ondersteuning van sportverenigingen aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° ze wordt toegekend door middel van een subsidiereglement waarbij de subsidie geheel of gedeeltelijk verdeeld wordt op basis van door het bestuur bepaalde kwaliteitscriteria;
2° ze wordt toegekend voor de ondersteuning van de inhoudelijke duurzame sportwerking van de sportverenigingen of voor de aankoop door de sportverenigingen van sportmateriaal, noodzakelijk om de sport te beoefenen. Ze kan niet toegekend worden voor infrastructuur en voor evenementen. In afwijking daarvan, kan de VGC de subsidie toekennen aan sportverenigingen voor sportinfrastructuur voor maximaal 40 % van het minimale bestedingspercentage, vermeld in het eerste lid.

Artikel 5. (01/01/2016- ...)

Ten minste 35 % van de door de Vlaamse Regering toegekende subsidie voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen wordt door het gemeentebestuur, respectievelijk de VGC, aangewend voor het stimuleren van sportverenigingen tot professionalisering, zoals voorzien in de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 5, 2°, artikel 11, eerste lid, 2°, en artikel 6, tweede lid, van het decreet van 6 juli 2012.

Om voor subsidiëring voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in het eerste lid, in aanmerking te komen, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan :
1° de subsidie kan verantwoord worden door kosten die verbonden zijn aan de organisatie van eigen initiatieven van de gemeente, respectievelijk van de VGC, die uitgevoerd worden in de sportverenigingen, of door de subsidiëring van sportverenigingen;
2° de subsidie wordt aangewend voor sportverenigingen die aangesloten zijn bij een erkende Vlaamse sportfederatie;
3° de subsidie wordt geheel of gedeeltelijk aangewend voor de kwaliteitsverhoging van de jeugdsportbegeleiders en jeugdsportcoördinatoren. Enerzijds wordt daarbij de kwaliteitsverhoging van de jeugdsportbegeleiders en de jeugdsportcoördinatoren beoogd op het sporttechnische, tactische of sociaal-pedagogische vlak, en voor de jeugdsportcoördinatoren ook op het beleidsmatige en organisatorische vlak. Anderzijds wordt de verhoging van het aantal sportgekwalificeerde jeugdsportbegeleiders en jeugdsportcoördinatoren en van hun sportkwalificatie beoogd. De sportkwalificaties hebben betrekking op sportspecifieke diploma's/getuigschriften of attesten, uitgereikt door de VTS, of daarmee geassimileerd;
4° de subsidie kan bijkomend aangewend worden voor :
a) de gehele of gedeeltelijke vergoeding van de loonkosten voor functies inzake de coördinatie van het beleid op het sporttechnische, beleidsmatige, sociaal-pedagogische of organisatorische vlak in de sportverenigingen. De coördinatoren oefenen de functie actief uit in een of meer sportverenigingen en beschikken over de nodige competenties voor de coördinatieopdracht;
b) de kosten van sportverenigingen in het kader van structurele samenwerkingsverbanden of fusies tussen sportverenigingen met het oog op de uitbouw van een ruimere en kwaliteitsvolle werkingsbasis voor de betrokken sportverenigingen;
5° de subsidie kan niet besteed worden aan materiaal, aan infrastructuur en aan evenementen.

In het tweede lid, 3°, wordt verstaan onder VTS : de Vlaamse Trainersschool, het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen".

Artikel 6. (30/10/2012- ...)

Ten minste 10 % van de door de Vlaamse Regering toegekende subsidie voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen wordt door het gemeentebestuur, respectievelijk de VGC, aangewend voor het voeren van een activeringsbeleid met het oog op een levenslange sportparticipatie, zoals voorzien in de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 5, 3°, artikel 11, eerste lid, 3°, en artikel 6, derde lid, van het decreet van 6 juli 2012.

Om voor subsidiëring voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in het eerste lid, in aanmerking te komen, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan :
1° de subsidie kan verantwoord worden door kosten die verbonden zijn aan de organisatie van eigen initiatieven van de gemeente, respectievelijk van de VGC, of door de subsidiëring van derden;
2° de subsidie mag niet besteed worden aan de bouw of renovatie van infrastructuur of aan de uitbatingskosten die verbonden zijn aan infrastructuur in eigendom of beheer van het bestuur of van een instelling of een rechtspersoon die opgericht is door het bestuur, of waarmee het bestuur een overeenkomst heeft gesloten.

Artikel 7. (30/10/2012- ...)

Ten minste 10 % van de door de Vlaamse Regering toegekende subsidie voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen wordt door het gemeentebestuur, respectievelijk de VGC, aangewend voor het voeren van een beweeg- en sportbeleid voor kansengroepen, zoals voorzien in de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 5, 4°, artikel 11, eerste lid, 4°, en artikel 6, vierde lid, van het decreet van 6 juli 2012.

Om voor subsidiëring voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in het eerste lid, in aanmerking te komen, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan :
1° de subsidie kan verantwoord worden door kosten die verbonden zijn aan de organisatie van eigen initiatieven van de gemeente, respectievelijk van de VGC, of door de subsidiëring van derden;
2° bij de organisatie of ondersteuning van initiatieven is er aandacht voor transversale samenwerking tussen sport en andere relevante beleidssectoren, gelinkt aan de beoogde doelgroepen, zoals welzijn, integratie of gezondheid. De sportsector garandeert daarbij een kwaliteitsvol sportaanbod;
3° de subsidie mag niet besteed worden aan de bouw of renovatie van infrastructuur of aan de uitbatingskosten die verbonden zijn aan infrastructuur in eigendom of beheer van het bestuur of van een instelling of een rechtspersoon die opgericht is door het bestuur, of waarmee het bestuur een overeenkomst heeft gesloten.

Artikel 8. (01/09/2013- ...)

Om voor subsidiëring voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 5, 6 en 11 van het decreet van 6 juli 2012 in aanmerking te komen, moeten de subsidiereglementen van de gemeente, respectievelijk de VGC, in het kader van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen en het erkenningbesluit van de sportraad elektronisch raadpleegbaar zijn via de website van het bestuur. Als het subsidiereglement wijzigt, vermeldt het bestuur dat in de jaarrekening, vermeld in artikel 10 van het decreet van 15 juli 2011, of in het jaarlijkse verslag voor de VGC.

Artikel 9. (30/10/2012- ...)

Om voor subsidiëring voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 5, 6 en 11 van het decreet van 6 juli 2012 in aanmerking te komen, bepaalt de gemeente, respectievelijk de VGC, zelf per Vlaamse beleidsprioriteit Sport voor Allen een of meer indicatoren voor de evaluatie van de uitvoering van die Vlaamse beleidsprioriteit Sport voor Allen.

HOOFDSTUK 3 Subsidiëringsvoorwaarden voor de Vlaamse beleidsprioriteit Sport voor Allen voor de provincies (... - ...)

Artikel 10. (30/10/2012- ...)

De door de Vlaamse Regering toegekende subsidie wordt door het provinciebestuur aangewend voor het stimuleren van personen met een handicap tot sportbeoefening, zoals voorzien in de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 17 van het decreet van 6 juli 2012.

Om voor subsidiëring voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in het eerste lid, in aanmerking te komen, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan :
1° de subsidie kan verantwoord worden door kosten die verbonden zijn aan de organisatie van eigen initiatieven van de provincie, of door de subsidiëring van derden;
2° de subsidie kan alleen aangewend worden voor de organisatie of ondersteuning van initiatieven die kaderen in het Vlaamse sportbeleid voor personen met een handicap en waarbij overleg of samenwerking tussen relevante sportactoren op lokaal en Vlaams niveau in functie van de beoogde doelgroep wordt aangetoond;
3° de subsidie mag besteed worden aan de aankoop van sportmateriaal, maar niet voor de bouw of renovatie van infrastructuur of voor de uitbatingskosten die verbonden zijn aan infrastructuur in eigendom of beheer van de provincie of van een instelling of een rechtspersoon die opgericht is door de provincie, of waarmee de provincie een overeenkomst heeft gesloten;
4° de provincie bepaalt zelf een of meer indicatoren voor de evaluatie van de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteit Sport voor Allen.

HOOFDSTUK 4 Subsidiëringsprocedure voor de gemeenten en de provincies (... - ...)

Artikel 11. (01/01/2016- ...)

Sport Vlaanderen onderzoekt de subsidieaanvraag en de lokale invulling van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen die de gemeenten en de provincies ingediend hebben met toepassing van artikel 7 van het decreet van 15 juli 2011 om tijdens de lokale beleidscyclus gesubsidieerd te worden voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen. Sport Vlaanderen onderzoekt daarbij of de gemeente, respectievelijk de provincie, inhoudelijk en financieel voldoende invulling geeft aan de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen, rekening houdend met de voorwaarden, vermeld in het decreet van 6 juli 2012 en dit besluit.

Sport Vlaanderen brengt bij de minister advies uit over de subsidieaanvraag en de lokale invulling van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen en over de hoogte van het principieel toe te kennen jaarlijkse subsidiebedrag.

Na de kennisname van dat advies aanvaardt de minister al dan niet de subsidieaanvraag.

Ter uitvoering van artikel 8 van het decreet van 15 juli 2011 deelt Sport Vlaanderen uiterlijk op 30 april van het eerste jaar van de lokale beleidscyclus de beslissing van de minister mee aan de gemeente, respectievelijk de provincie, om de subsidieaanvraag al dan niet te aanvaarden, en de hoogte van het principieel toe te kennen jaarlijkse subsidiebedrag.

Artikel 12. (01/01/2016- ...)

Als de minister de subsidieaanvraag heeft aanvaard en als voldaan wordt aan alle subsidievoorwaarden, vermeld in het decreet van 6 juli 2012 en dit besluit, keert Sport Vlaanderen, met toepassing van artikel 9 van het decreet van 15 juli 2011, het voor een bepaald jaar toegekende subsidiebedrag voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen in twee gelijke delen uit aan de gemeente, respectievelijk de provincie, uiterlijk op 30 juni en 30 november van elk jaar.

Artikel 13. (01/01/2016- ...)

§ 1. Sport Vlaanderen onderzoekt de rapportering die de gemeenten en provincies ingediend hebben met toepassing van artikel 10 van het decreet van 15 juli 2011, en gaat na of de gemeente, respectievelijk de provincie, inhoudelijk en financieel voldoende invulling heeft gegeven aan de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen, rekening houdend met de voorwaarden vermeld in het decreet van 6 juli 2012 en dit besluit. Sport Vlaanderen brengt bij de minister advies uit over de rapportering.

Na de kennisname van dat advies aanvaardt de minister al dan niet de rapportering. Sport Vlaanderen deelt de beslissing van de minister mee aan de gemeente, respectievelijk de provincie.

§ 2. Als de rapportering door de minister niet wordt aanvaard, maakt de minister, met toepassing van artikel 11 van het decreet van 15 juli 2011, uiterlijk drie maanden na de ontvangst van de rapportering per aangetekende brief bezwaar bij de gemeente, respectievelijk de provincie.

Binnen twee maanden na de ontvangst van het bezwaar bezorgt de gemeente, respectievelijk de provincie aan Sport Vlaanderen een aangepaste rapportering of een motiverende nota waarom bepaalde engagementen niet zijn nagekomen. Sport Vlaanderen onderzoekt de aangepaste rapportering of motiverende nota en brengt advies uit aan de minister over de aanvaarding ervan en over de uitkering van verdere toegezegde subsidies of de terugvordering van reeds toegekende subsidies.

Na de kennisname van dat advies beslist de minister over de aangepaste rapportering of motiverende nota en over de uitkering van verdere toegezegde subsidies in eerste instantie en over de terugvordering van reeds toegekende subsidies in tweede instantie.

Sport Vlaanderen deelt de beslissing van de minister mee aan de gemeente, respectievelijk de provincie binnen twee maanden na de indiening van de aangepaste rapportering of motiverende nota.

Artikel 14. (01/01/2016- ...)

Sport Vlaanderen kan een controle ter plaatse uitoefenen in het kader van de plannings- en rapporteringsdocumenten of op de aanwending van de subsidies in het kader van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen.

HOOFDSTUK 5 Subsidiëringsprocedure voor de VGC (... - ...)

Artikel 15. (01/01/2016- ...)

Uiterlijk op 15 januari van het eerste jaar van de VGC-beleidscyclus dient de VGC haar subsidieaanvraag in bij Sport Vlaanderen om tijdens de VGC-beleidscyclus gesubsidieerd te worden voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen.

De subsidieaanvraag bestaat uit :
1° een sportbeleidsplan : het meerjarenbeleidsdocument met betrekking tot het sportbeleid dat goedgekeurd is door de Nederlandse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en dat tot stand komt, uitgevoerd en geëvalueerd wordt op basis van een interactieve bestuursstijl. Het sportbeleidsplan bevat minstens de volgende elementen in het kader van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen :
a) een beschrijving van de huidige structuren van de VGC met betrekking tot sport en een inventarisatie van de externe sportactoren die een rol spelen bij het sportbeleid van de VGC;
b) de doelstellingen, met per doelstelling de vermelding van het beoogde resultaat en de indicatoren;
c) de aanpak om de doelstellingen te realiseren, met per doelstelling de vermelding van de maatregelen, de timing en de financiële prognose;
2° de subsidiereglementen ter uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen;
3° het erkenningbesluit van de sportraad van de VGC;
4° het advies van de sportraad van de VGC over het sportbeleidsplan en de subsidiereglementen.

Artikel 16. (01/01/2016- ...)

Sport Vlaanderen onderzoekt de subsidieaanvraag en de lokale invulling van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen om tijdens de VGC-beleidscyclus gesubsidieerd te worden voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen. Sport Vlaanderen onderzoekt daarbij of de VGC inhoudelijk en financieel voldoende invulling geeft aan de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen, rekening houdend met de voorwaarden, vermeld in het decreet van 6 juli 2012 en dit besluit.

Sport Vlaanderen brengt bij de minister advies uit over de subsidieaanvraag en de lokale invulling van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen en over de hoogte van het principieel toe te kennen jaarlijkse subsidiebedrag voor de volledige vijf jaar van de VGC-beleidscyclus.

Na de kennisname van dat advies aanvaardt de minister al dan niet de subsidieaanvraag.

Sport Vlaanderen deelt uiterlijk op 30 april van het eerste jaar van de VGC-beleidscyclus de beslissing van de minister mee aan de VGC om de subsidieaanvraag al dan niet te aanvaarden, en de hoogte van het principieel toe te kennen jaarlijkse subsidiebedrag voor de volledige vijf jaar van de VGC-beleidscyclus.

Artikel 17. (01/01/2016- ...)

Als de minister de subsidieaanvraag heeft aanvaard en als voldaan wordt aan alle subsidievoorwaarden, vermeld in het decreet van 6 juli 2012 en dit besluit, keert Sport Vlaanderen het voor een bepaald jaar toegekende subsidiebedrag in twee gelijke delen uit aan de VGC, uiterlijk op 30 juni en 30 november van elk jaar.

Artikel 18. (01/01/2016- ...)

Uiterlijk op 31 juli van elk jaar rapporteert de VGC via een jaarlijks verslag over de effectieve invulling van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen in het voorafgaande jaar. Het jaarlijkse verslag wordt, na advies van de sportraad, goedgekeurd door het College van de VGC. Sport Vlaanderen stelt de formulieren voor het jaarlijkse verslag ter beschikking.

Het jaarlijkse verslag bestaat uit :
1° de informatiefiche over de dienst die verantwoordelijk is voor sport;
2° in voorkomend geval, de gewijzigde onderdelen van het sportbeleidsplan en de gewijzigde subsidiereglementen;
3° een inhoudelijk overzicht van de realisatie van de maatregelen en de timing ervan, opgenomen in het sportbeleidsplan per Vlaamse beleidsprioriteit Sport voor Allen;
4° de financiële middelen die besteed zijn per Vlaamse beleidsprioriteit Sport voor Allen;
5° de goedgekeurde rekening en een bijbehorende financiële nota op basis waarvan de uitgaven, vermeld in punt 4°, gestaafd worden.

Artikel 19. (01/01/2016- ...)

§ 1. Sport Vlaanderen onderzoekt het jaarlijkse verslag en gaat na of de VGC inhoudelijk en financieel voldoende invulling heeft gegeven aan de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen, rekening houdend met de voorwaarden, vermeld in het decreet van 6 juli 2012 en dit besluit. Sport Vlaanderen brengt bij de minister advies uit over het jaarlijkse verslag.

Na de kennisname van dat advies aanvaardt de minister al dan niet het jaarlijkse verslag. Sport Vlaanderen deelt de beslissing van de minister mee aan de VGC.

§ 2. Als het jaarlijkse verslag door de minister niet wordt aanvaard, maakt de minister uiterlijk drie maanden na de ontvangst van het jaarlijkse verslag per aangetekende brief bezwaar bij de VGC.

Binnen twee maanden na de ontvangst van het bezwaar bezorgt de VGC aan Sport Vlaanderen een aangepast jaarlijks verslag of een motiverende nota waarom bepaalde engagementen niet zijn nagekomen. Sport Vlaanderen onderzoekt het aangepaste jaarlijkse verslag of de motiverende nota en brengt advies uit aan de minister over de aanvaarding ervan en over de uitkering van verdere toegezegde subsidies of de terugvordering van reeds toegekende subsidies.

Na de kennisname van dat advies beslist de minister over het aangepaste jaarlijkse verslag of de motiverende nota en over de uitkering van verdere toegezegde subsidies in eerste instantie, of de terugvordering van reeds toegekende subsidies in tweede instantie.

Sport Vlaanderen deelt de beslissing van de minister mee aan de VGC binnen twee maanden na de indiening van het aangepaste jaarlijkse verslag of de motiverende nota.

Artikel 20. (01/01/2016- ...)

 Sport Vlaanderen kan een controle uitoefenen in het kader van de plannings- en rapporteringsdocumenten of op de aanwending van de subsidies in het kader van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen.

HOOFDSTUK 6 Erkenning en subsidiëring van een organisatie voor de begeleiding van de besturen [... (geschr. BVR 20 december 2013, art. 23, I: 1 januari 2014)] (... - ...)

Afdeling 1 Erkenningsprocedure (... - ...)

Artikel 21. (01/01/2016- ...)

De aanvraag tot erkenning als organisatie voor de begeleiding van de besturen, vermeld in artikel 22 van het decreet van 6 juli 2012, moet ingediend worden bij Sport Vlaanderen uiterlijk op 1 september voorafgaand aan het jaar van de lokale beleidscyclus. De aanvraag wordt ingediend met het formulier dat Sport Vlaanderen ter beschikking stelt.

Sport Vlaanderen brengt voor 15 september voorafgaand aan het jaar van de lokale beleidscyclus per aangetekende brief de organisatie op de hoogte als haar erkenningsaanvraag onontvankelijk is. De reden van de onontvankelijkheid wordt vermeld in de brief. Een aanvraag is onontvankelijk als ze niet tijdig is ingediend of als blijkt dat de organisatie niet kan voldoen aan de erkenningsvoorwaarden.

Sport Vlaanderen onderzoekt de aanvraag tot erkenning en brengt voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar van de lokale beleidscyclus bij de minister advies uit over de erkenning.


Voor 1 november voorafgaand aan het jaar van de lokale beleidscyclus deelt de minister per aangetekende brief aan de organisatie zijn beslissing mee om ze te erkennen of zijn voornemen om ze niet te erkennen voor de volgende beleidscyclus.

De organisatie die het bericht krijgt van het voornemen van de minister om haar erkenning niet in aanmerking te nemen, kan daartegen een gemotiveerd bezwaar indienen dat binnen vijftien dagen na de verzending van het bericht aangetekend verstuurd moet worden naar Sport Vlaanderen. Als de organisatie daarom verzoekt, kan ze gehoord worden.

Sport Vlaanderen stelt binnen dertig dagen na de ontvangst van het bezwaarschrift een gemotiveerd advies op. De minister beslist uiterlijk dertig dagen na de ontvangst van dat advies om de organisatie al dan niet te erkennen.

Artikel 22. (01/01/2016- ...)

§ 1. Als Sport Vlaanderen vaststelt dat de organisatie niet meer voldoet aan een of meer erkenningsvoorwaarden, brengt Sport Vlaanderen de organisatie op de hoogte van de vastgestelde overtredingen.

§ 2. De organisatie krijgt de mogelijkheid om haar standpunt over die overtredingen schriftelijk mee te delen. Daarna stelt Sport Vlaanderen een gemotiveerd advies op over de mogelijke sancties.

§ 3. De minister beslist, na de kennisname van het advies, vermeld in paragraaf 2, en, in voorkomend geval, van het meegedeelde standpunt van de organisatie, om ofwel de erkenning te schorsen en de organisatie een termijn toe te staan waarin ze de vastgestelde overtredingen moet regulariseren, ofwel de erkenning in te trekken. De minister houdt daarbij rekening met de aard van de vastgestelde overtreding en de mogelijkheid tot regularisatie. De beslissing wordt aan de organisatie meegedeeld per aangetekende brief.

§ 4. De erkenning van de organisatie wordt geschorst vanaf de datum waarop de brief met de beslissing tot schorsing naar haar is verstuurd. In de brief wordt ook de termijn meegedeeld waarin ze de vastgestelde overtredingen moet regulariseren.

Als Sport Vlaanderen vaststelt dat de organisatie, na afloop van de in de brief gestelde termijn, niet opnieuw voldoet aan alle erkenningsvoorwaarden, mag de minister onmiddellijk een beslissing nemen tot intrekking van de erkenning.

De beslissing tot intrekking van de erkenning heeft uitwerking met terugwerkende kracht vanaf de datum waarop de erkenning van de organisatie is geschorst.

Als Sport Vlaanderen vaststelt dat de organisatie tijdig de vastgestelde overtredingen heeft geregulariseerd, wordt de schorsing opgeheven. De organisatie wordt op de hoogte gebracht van de beslissing van de minister over de datum van de opheffing van de schorsing.

§ 5. In afwijking van paragraaf 1 tot en met 4 mag de minister de erkenning onmiddellijk intrekken in geval van hoogdringendheid als dat in het belang is van de Vlaamse Gemeenschap en als dat door zwaarwegende feiten wordt verantwoord. In dergelijk geval wordt de organisatie per aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing van de minister om haar erkenning onmiddellijk in te trekken.

De organisatie die het bericht krijgt van de beslissing van de minister om haar erkenning onmiddellijk in te trekken, kan daartegen een gemotiveerd bezwaar indienen dat binnen vijftien dagen na de verzending van het bericht aangetekend verstuurd moet worden naar Sport Vlaanderen.

Sport Vlaanderen stelt binnen dertig dagen na de ontvangst van het bezwaarschrift een gemotiveerd advies op. De minister beslist uiterlijk dertig dagen na de ontvangst van dat advies om de intrekking van de organisatie al dan niet te bevestigen.

Afdeling 2 Subsidiëring van een erkende organisatie voor de begeleiding van de besturen [... (opgeh. BVR 20 december 2013, art. 24, I: 1 januari 2014)] (... - ...)

Onderafdeling 1 Subsidiëringsvoorwaarden (... - ...)

Artikel 23. (01/01/2014- ...)

Het beleidsplan, vermeld in artikel 24, derde lid, van het decreet van 6 juli 2012, omvat enerzijds de volgende generieke elementen, en anderzijds de volgende elementen die voor elke opdracht in het kader van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen aan bod moeten komen :
1° generieke elementen :
a) een inventarisatie en beschrijving van de huidige structuren van de organisatie, en een inventarisatie van de externe actoren die in het kader van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen een rol spelen in het beleid van de organisatie;
b) een overzicht van de personeelsleden die belast zijn met de uitvoering van de opdrachten, met een beschrijving van hun functie, kwalificatie en ervaring;
c) een inventarisatie van de relevante behoeften met betrekking tot de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen;
2° elementen die voor elke opdracht afzonderlijk aan bod moeten komen :
a) de doelstellingen met de motivatie om tot die doelstellingen te komen en de indicatoren. Bij elke doelstelling wordt aangegeven tot de realisatie van welke Vlaamse beleidsprioriteit Sport voor Allen ze bijdraagt;
b) de aanpak om de doelstellingen te realiseren met vermelding van de maatregelen, de timing en de financiële prognose.

Artikel 24. (01/01/2014- ...)

Het jaarlijkse actieplan, vermeld in artikel 24, derde lid, van het decreet van 6 juli 2012, vermeldt de acties, de timing, de indicatoren en de daaraan gekoppelde begroting die de organisatie voor elke opdracht afzonderlijk in het kader van de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen zal uitvoeren.

Artikel 25. (01/01/2014- ...)

...

Onderafdeling 2 Subsidiëringsprocedure (... - ...)

Artikel 26. (01/01/2016- ...)

De organisatie stuurt uiterlijk op 15 november van het jaar dat voorafgaat aan de lokale beleidscyclus, het beleidsplan dat de algemene vergadering heeft goedgekeurd naar Sport Vlaanderen.

Voor 15 januari brengt Sport Vlaanderen bij de minister advies uit over de subsidiëring van de organisatie.

Voor 15 februari deelt de minister per aangetekende brief aan de organisatie zijn beslissing mee om haar te subsidiëren of zijn voornemen om haar niet te subsidiëren.

De organisatie die het bericht krijgt van het voornemen van de minister om haar niet te subsidiëren, kan daartegen een gemotiveerd bezwaar indienen dat binnen vijftien dagen na de verzending van het bericht aangetekend verstuurd moet worden naar Sport Vlaanderen. Als de organisatie daarom verzoekt, kan ze gehoord worden.

Sport Vlaanderen stelt binnen dertig dagen na de ontvangst van het bezwaarschrift een gemotiveerd advies op. De minister beslist uiterlijk dertig dagen na de ontvangst van dat advies om de organisatie al dan niet te subsidiëren.

Artikel 27. (01/01/2016- ...)

Het beleidsplan, vermeld in artikel 23, wordt telkens vertaald in een jaarlijks actieplan. Het jaarlijkse actieplan, vermeld in artikel 24, wordt voor 15 november van het voorafgaande jaar aan Sport Vlaanderen bezorgd.

Sport Vlaanderen kan eventueel bijkomende informatie opvragen. Voor 15 januari brengt Sport Vlaanderen bij de minister advies uit over het jaarlijkse actieplan. Voor 15 februari beslist de minister over de goedkeuring van het jaarlijkse actieplan.

Artikel 28. (01/01/2016- ...)

§ 1. Het jaarlijkse verslag over de uitvoering van het beleidsplan, vermeld in artikel 26 van het decreet van 6 juli 2012, bestaat uit twee delen :
1° een werkingsverslag dat een overzicht bevat van de werking en de behaalde resultaten van de organisatie op basis van de gestelde doelstellingen in het voorgaande jaar, alsook de evaluatie van het beleidsplan op basis van effectmeting en, in voorkomend geval, de bijsturing van het beleidsplan. In het werkingsverslag wordt elke opdracht van de organisatie afzonderlijk behandeld met verwijzing naar de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen;
2° een financieel verslag dat de volgende elementen omvat :
a) de goedgekeurde jaarrekening;
b) een gedetailleerde afrekeningsstaat van de werkings- en personeelsuitgaven per opdracht van de organisatie met vermelding van de Vlaamse beleidsprioriteit Sport voor Allen in het kader waarvan de uitgaven gedaan zijn. Uit de afrekeningsstaat moet blijken dat is voldaan aan artikel 25, tweede lid, van het voormelde decreet.

§ 2. Het jaarlijkse verslag moet door de raad van bestuur van de organisatie worden goedgekeurd.

Het jaarlijkse verslag moet jaarlijks voor 1 april van het jaar na het jaar waarop het verslag betrekking heeft, aan Sport Vlaanderen worden bezorgd.

Voor 1 juni van het jaar dat volgt op het jaar waarop het verslag betrekking heeft, brengt BLOSO bij de minister advies uit over het jaarlijkse verslag.

Artikel 29. (01/01/2014- ...)

Als de minister het beleidsplan voor subsidiëring heeft aanvaard en als voldaan is aan alle subsidiëringsvoorwaarden, wordt jaarlijks tijdens het eerste trimester een voorschot uitbetaald voor het betreffende begrotingsjaar van de lokale beleidscyclus. Het voorschot bedraagt 80 % van de subsidie waarop de organisatie recht zal hebben voor het jaar in kwestie.

Nadat de minister het jaarlijkse verslag aanvaard heeft, wordt het saldo van de subsidies uitbetaald voor 1 juli van het jaar na het betreffende begrotingsjaar van de lokale beleidscyclus.

Artikel 30. (01/01/2016- ...)

Sport Vlaanderen kan op elk moment controle uitoefenen op de uitvoering van de opdrachten van de organisatie en op de aanwending van de subsidies.

Artikel 31. (01/01/2016- ...)

Als Sport Vlaanderen vaststelt dat de organisatie niet meer voldoet aan de subsidiëringsvoorwaarden, of als zwaarwegende feiten de intrekking van de subsidiëring in het belang van de Vlaamse Gemeenschap verantwoorden, brengt Sport Vlaanderen de organisatie op de hoogte van de vastgestelde overtredingen.

De organisatie krijgt de mogelijkheid om haar standpunt over die overtredingen schriftelijk mee te delen. Daarna stelt Sport Vlaanderen een gemotiveerd advies op over de mogelijke sancties.

De minister beslist, na de kennisname van dat advies en, in voorkomend geval, van het meegedeelde standpunt van de organisatie, om de subsidiëring geheel of gedeeltelijk in te trekken en het voorschot in voorkomend geval terug te vorderen. De beslissing wordt aan de organisatie meegedeeld per aangetekende brief.

HOOFDSTUK 7 Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 32. (01/01/2014- ...)

Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 ter uitvoering van het decreet van 9 maart 2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid. - Algemene bepalingen en bepalingen tot het verkrijgen van een beleidssubsidie, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008, wordt opgeheven op 1 januari 2014, met uitzondering van :
1° artikel 32, 33, 34, 35, 39, § 1, artikel 40, 41 en 42, die van kracht blijven tot en met 31 december 2015;
2° artikel 36, 37, 38, 43, 44 en 45 die van kracht blijven tot en met 31 december 2016.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 ter uitvoering van het decreet van 9 maart 2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid - bepalingen tot het verkrijgen van de impulssubsidie wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2014.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008 betreffende een aanvullende subsidie voor de verenigingssportbeleidsplannen in de randgemeenten ter uitvoering van artikel 8 van het decreet van 9 maart 2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 33. (01/01/2014- ...)

...

Artikel 34. (01/01/2014- ...)

In afwijking van artikel 21, geldt de volgende overgangsmaatregel voor de organisatie voor de begeleiding van de besturen die voor erkenning voor de lokale beleidscyclus 2014-2019 in aanmerking wil komen :
1° de aanvraag tot erkenning als organisatie voor de begeleiding van de besturen, wordt ingediend bij het BLOSO uiterlijk op 1 januari 2014;
2° het BLOSO brengt voor 8 januari 2014 de organisatie op de hoogte als haar erkenningsaanvraag onontvankelijk is;
3° het BLOSO brengt voor 7 februari 2014 bij de minister advies uit over de erkenning;
4° de minister deelt voor 28 februari 2014 aan de organisatie zijn beslissing mee om ze te erkennen of zijn voornemen om ze niet te erkennen voor de lokale beleidscyclus 2014 - 2019.

Artikel 35. (01/01/2014- ...)

In afwijking van artikel 26 en 27, geldt de volgende overgangsmaatregel voor de organisatie voor de begeleiding van de besturen die voor subsidiëring voor het subsidiejaar 2014 in aanmerking wil komen :
1° de organisatie stuurt uiterlijk op 1 januari 2014 het beleidsplan dat de algemene vergadering heeft goedgekeurd en het jaarlijkse actieplan 2014 naar het BLOSO;
2° het BLOSO brengt voor 7 februari 2014 bij de minister advies uit over de subsidiëring van de organisatie en over het jaarlijkse actieplan;
3° de minister deelt voor 28 februari 2014 aan de organisatie zijn beslissing mee om haar te subsidiëren of zijn voornemen om haar niet te subsidiëren en beslist over de goedkeuring van het jaarlijkse actieplan.

Artikel 36. (01/01/2014- ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2014, met uitzondering van :
1° artikel 2, 4, 5, 6, 7, 9 en 10, die in werking treden op 30 oktober 2012;
2° artikel 15, 16, 17, 18, 19, 20 die in werking treden op 1 januari 2016;
3° artikel 8, dat in werking treedt op 1 september 2013.

In afwijking van het eerste lid, treden voor de VGC artikel 2, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 in werking op 1 januari 2016.

Artikel 37. (01/01/2014- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven, is belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 18/07/2024