Decreet betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

Datum 08/03/2013

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2 Missie, doelstellingen en opdrachten
  3. HOOFDSTUK 3 Organisatie van de Vlaamse hulp- en dienstverlening aan gedetineerden
  4. HOOFDSTUK 4 Gegevensverwerking en informatie-uitwisseling
  5. HOOFDSTUK 5 Slotbepalingen

Inhoud

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen (... - ...)

Artikel 1. (21/04/2013- ...)

Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Artikel 2. (01/10/2023- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder :
1° actoren : organisaties die in het kader van de uitvoering van dit decreet hulp- en dienstverlening aanbieden in de gevangenissen;
2° beleidscoördinator : een personeelslid van de Vlaamse Gemeenschap belast met de beleidscoördinatie van de hulp- en dienstverlening in een gevangenis zoals bepaald in punt 5° ;
3° beleidsdomein : een homogeen beleidsdomein als vermeld in artikel III.1, eerste lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, of een onderdeel ervan;
4° gedetineerde : een verdachte, veroordeelde of geïnterneerde die zich voltijds of deeltijds in een gevangenis bevindt;
5° gevangenis : een door de Federale Staat aangewezen inrichting die bestemd is voor de tenuitvoerlegging van veroordelingen tot een vrijheidsstraf en van vrijheidsbenemende maatregelen, als de inrichting in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ligt, of als de inrichting elders ligt en het voorwerp is van een overeenkomst met de bevoegde overheid;
6° gevangenisdirectie : de personeelsleden van de penitentiaire administratie, die belast zijn met het lokaal bestuur van een gevangenis;
7° hulp- en dienstverlening : alle hulp- en dienstverlening die door de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest wordt georganiseerd of verstrekt en die relevant is voor de gedetineerden;
8° penitentiaire administratie: de penitentiaire administratie, vermeld in artikel 2, 11°, van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden.

Een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, als vermeld in artikel 606 van het Wetboek van Strafvordering, wordt gelijkgesteld met een gevangenis, als het centrum in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ligt, of als het centrum elders ligt en het voorwerp is van een overeenkomst met de bevoegde overheid.

Een jongere die verblijft in een centrum als vermeld in het tweede lid, wordt gelijkgesteld met een gedetineerde.

HOOFDSTUK 2 Missie, doelstellingen en opdrachten (... - ...)

Artikel 3. (21/04/2013- ...)

Dit decreet beoogt, binnen de beschikbare budgetten, het recht van alle gedetineerden en hun directe sociale omgeving op een integrale en kwaliteitsvolle hulp- en dienstverlening die gericht is op de realisatie van de doelstellingen, vermeld in artikel 4, te waarborgen, zodat ze zich kunnen ontplooien in de samenleving.

Daartoe neemt de Vlaamse Regering initiatieven om een kwaliteitsvol hulp- en dienstverleningsaanbod uit te bouwen, op basis van de behoeften van de gedetineerden en hun directe sociale omgeving, en dit door sectoroverschrijdende samenwerking tussen hulp- en dienstverleners en door intersectorale afstemming van het aanbod.

Artikel 4. (21/04/2013- ...)

De doelstellingen van de hulp- en dienstverlening zijn :
1° de zelfontplooiing van de gedetineerde stimuleren;
2° het sociale, relationele en psychische evenwicht van de gedetineerde herstellen;
3° de negatieve gevolgen voor de gedetineerde en zijn directe sociale omgeving, veroorzaakt door en tijdens de detentie, beperken;
4° de integratie en participatie in de samenleving na de detentieperiode bevorderen;
5° een proces van herstel tussen dader, slachtoffer en samenleving stimuleren;
6° de kans op herval beperken.

Artikel 5. (21/04/2013- ...)

Om de doelstellingen, vermeld in artikel 4, te realiseren, vervult de Vlaamse Regering minstens de volgende opdrachten of neemt ze initiatieven met het oog op de realisatie ervan :
1° ze bouwt een kwaliteitsvol en integraal hulp- en dienstverleningsaanbod uit voor gedetineerden en hun directe sociale omgeving;
2° ze maakt het aanbod bekend en motiveert gedetineerden om eraan te participeren;
3° ze ontwikkelt en implementeert samenwerkingsmodellen en organisatievormen om tot een optimale inbedding en integratie van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest in de gevangenissen te komen met het oog op de grootst mogelijke efficiëntie en effectiviteit van een integraal aanbod hulp- en dienstverlening;
4° ze creëert een draagvlak om hulp- en dienstverlening aan gedetineerden te organiseren bij de betrokken actoren, de belanghebbenden en de samenleving;
5° ze implementeert, in samenwerking met de betrokken actoren, een personeels- en organisatieontwikkelingsbeleid ter ondersteuning van de hulp- en dienstverlenende actoren.

Artikel 6. (21/04/2013- ...)

Het beleid voor de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden is een inclusief, een gecoördineerd en een samenhangend beleid. De Vlaamse Regering ontwikkelt en realiseert binnen de verschillende beleidsdomeinen een hulp- en dienstverleningsbeleid vanuit een partnerschap tussen alle betrokken actoren.

Per beleidsdomein bepaalt de Vlaamse Regering de initiatieven in het kader van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden.

Artikel 7. (21/04/2013- ...)

De Vlaamse Regering bouwt de hulp- en dienstverlening uit in overleg met de Federale Staat waarmee een samenwerkingsakkoord kan worden afgesloten, en met eventuele andere betrokken overheden.

HOOFDSTUK 3 Organisatie van de Vlaamse hulp- en dienstverlening aan gedetineerden (... - ...)

Artikel 8. (21/04/2013- ...)

De Vlaamse Regering keurt binnen een jaar na haar eedaflegging een strategisch plan goed, waarmee in de diverse beleidsdomeinen invulling zal gegeven worden aan de doelstellingen, vermeld in artikel 4.

Het strategisch plan omvat minstens :
1° een analyse van de context waarin de hulp- en dienstverlening kan worden gerealiseerd;
2° een beschrijving van de algemene en de beleidsdomeinspecifieke strategische doelstellingen;
3° een tijdpad voor de realisatie van de doelstellingen;
4° de indicatoren voor de meting van de voortgang;
5° de ingezette middelen en instrumenten.

Uiterlijk drie jaar na de goedkeuring van het strategisch plan evalueert de Vlaamse Regering de uitvoering van het plan en stuurt ze zo nodig het plan bij.

Het strategisch plan, en elke bijsturing ervan, wordt meegedeeld aan het Vlaams Parlement.

Artikel 9. (21/04/2013- ...)

Er wordt een gemengde commissie opgericht die als opdracht heeft :
1° advies te verlenen aan de Vlaamse Regering over de opmaak van het strategisch plan;
2° de voortgang in de uitvoering van het strategisch plan te volgen;
3° advies uit te brengen over bijsturing van het strategisch plan;
4° ondersteuning en vorming te bieden voor de hulp- en dienstverleners.

De gemengde commissie baseert zich daarvoor ondermeer op de adviezen van de beleidsteams, vermeld in artikel 10.

De gemengde commissie bestaat uit vertegenwoordigers van departementen of agentschappen van de betrokken beleidsdomeinen en uit vertegenwoordigers van organisaties van hulp- en dienstverleners uit die beleidsdomeinen.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de samenstelling, de werking en de opdrachten van de gemengde commissie.

Artikel 10. (21/04/2013- ...)

In elke gevangenis wordt een beleidsteam samengesteld, dat bestaat uit de beleidscoördinator, die personeelslid is van de Vlaamse Gemeenschap en vertegenwoordigers van de actoren. De gevangenisdirectie wordt uitgenodigd om deel uit te maken van het beleidsteam. Het beleidsteam wordt voorgezeten door de beleidscoördinator, en stelt een actieplan op, dat uitvoering geeft aan het strategisch plan van de Vlaamse Regering. Dat actieplan omvat :
1° een analyse van de context waarin de hulp- en dienstverlening kan worden gerealiseerd;
2° een beschrijving van de algemene en de beleidsdomeinspecifieke strategische en operationele doelstellingen;
3° de organisatiestructuur, waaronder het overlegmodel met de verschillende actoren;
4° de concrete acties;
5° een tijdpad voor de realisatie van de doelstellingen;
6° de indicatoren voor de meting van de voortgang;
7° een overzicht van de in te zetten middelen.

Het beleidsteam is ook verantwoordelijk voor de evaluatie en bijsturing van het actieplan. Het beleidsteam baseert zich daarvoor op de adviezen van het coördinatieteam, vermeld in artikel 11, en op eventuele bijsturingen van het strategisch plan, vermeld in artikel 8.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inhoud, de vorm en de geldingsduur van het actieplan.

Artikel 11. (21/04/2013- ...)

Voor de opvolging van de uitvoering van het actieplan, vermeld in artikel 10, wordt in elke gevangenis een coördinatieteam opgericht. Het coördinatieteam staat onder leiding van de beleidscoördinator. De samenstelling en de werking van het coördinatieteam worden bepaald door het beleidsteam met inachtneming van de regels die de Vlaamse Regering vaststelt.

Artikel 12. (21/04/2013- ...)

Per beleidsdomein voorziet de Vlaamse Regering binnen de beschikbare budgetten in de nodige instrumenten, middelen en personeel om de doelstellingen van dit decreet, en de strategische en operationele doelstellingen die ter uitvoering van dit decreet zijn bepaald, op het niveau van de gevangenis uit te voeren.

Voor de coördinatie en ondersteuning van de hulp- en dienstverlening wordt in elke gevangenis voorzien in volgende opdrachten :
1° beleidscoördinatie : de coördinatie van het beleid, de organisatie, de ondersteuning en de opvolging van de hulp- en dienstverlening in de gevangenis, en dit in overleg met de gevangenisdirectie en met de actoren;
2° trajectbegeleiding : voor de realisatie van het onthaal en de vraagverheldering bij gedetineerden, voor het verwijzen van de gedetineerde naar de hulp- en dienstverlening, voor het opstellen van een individueel hulp- en dienstverleningsplan op maat van de gedetineerde, voor de coördinatie, opvolging en afstemming van dat plan met het oog op continuïteit in de hulp- en dienstverlening tijdens en na de detentie;
3° ondersteuning : voor het faciliteren van de praktische organisatie van de hulp- en dienstverlening.

Artikel 13. (21/04/2013- ...)

De Vlaamse Regering wijst een coördinerend minister aan voor de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden.

Ze wijst binnen de Vlaamse administratie een entiteit aan die verantwoordelijk is voor de coördinatie en de ondersteuning van de organisatie van die hulp- en dienstverlening.

HOOFDSTUK 4 Gegevensverwerking en informatie-uitwisseling (... - ...)

Artikel 14. (01/10/2023- ...)

Met het oog op de organisatie en de opvolging van de hulp- en dienstverlening, geregeld bij of krachtens dit decreet, en om die hulp- en dienstverlening op maat van elke gedetineerde te verstrekken, verwerken de beleidscoördinatoren, de personen die belast zijn met de trajectbegeleiding of de ondersteuning, en de actoren de persoonsgegevens van de gedetineerden, met inachtneming van de bepalingen van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. Die persoonsgegevens bevatten ook persoonsgegevens als vermeld in artikel 4, 1), artikel 9, lid 1, en artikel 10 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).

Voor de realisatie van de doelstellingen, vermeld in het eerste lid, kunnen de beleidscoördinatoren, de personen die belast zijn met de trajectbegeleiding of de ondersteuning, en de actoren onder elkaar persoonsgegevens van een gedetineerde uitwisselen, met behoud van de verplichtingen en beperkingen die voortvloeien uit de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens of uit de regelgeving van de sectoren waartoe de actoren behoren.

Met behoud van de toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd, bepaalt de Vlaamse Regering de nadere regels voor de verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, en concretiseert de Vlaamse Regering de persoonsgegevens die worden verwerkt en uitgewisseld in het kader van het eerste en tweede lid.

Voor de gegevensuitwisseling, vermeld in het tweede lid, gebruiken de beleidscoördinatoren, de personen die belast zijn met de trajectbegeleiding of de ondersteuning, en de actoren de volgende identificatiemiddelen:
1° het identificatienummer van het Rijksregister, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die in het Rijksregister opgenomen is;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, vermeld in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister opgenomen is.

Artikel 15. (23/05/2022- ...)

De personen die belast zijn met de coördinatie, de trajectbegeleiding of de ondersteuning, en de actoren bezorgen aan de Vlaamse Regering gepseudonimiseerde gegevens over de hulp- en dienstverlening met het oog op de evaluatie en de bijsturing van het hulp- en dienstverleningsaanbod.

De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit voor de verwerking van persoonsgegevens, de voorwaarden en modaliteiten van de gegevensverwerking, vermeld in het eerste lid, nader.

Artikel 15/1. (01/10/2023- ...)

Het coördinatieteam, vermeld in artikel 11, bezorgt deelnemerslijsten voor het groepsaanbod en het individuele aanbod aan de penitentiaire administratie om de deelname van gedetineerden aan dat aanbod praktisch te kunnen organiseren. Het coördinatieteam bezorgt aanwezigheidslijsten voor het opleidingsaanbod aan de penitentiaire administratie, zodat die gedetineerden kan vergoeden voor hun deelname aan dat opleidingsaanbod.

Met betrekking tot de deelnemerslijsten worden volgende categorieën van persoonsgegevens verwerkt:
1° identificatiegegevens van de gedetineerde;
2° gegevens met betrekking tot de concrete verblijfplaats van de gedetineerde in de gevangenis;
3° gegevens met betrekking tot het aanbod.

Met betrekking tot de aanwezigheidslijsten worden volgende categorieën van persoonsgegevens verwerkt:
1° identificatiegegevens van de gedetineerde;
2° gegevens met betrekking tot het aanbod;
3° de aanwezigheidsstatus van de gedetineerde.

De Vlaamse Regering concretiseert de gegevens die vermeld worden op de deelnemers- en aanwezigheidslijsten, vermeld in het tweede en derde lid.

Artikel 16. (01/10/2023- ...)

De Vlaamse Regering stelt aan de personen die belast zijn met de beleidscoördinatie, de trajectbegeleiding of de ondersteuning, en de actoren een digitaal systeem ter beschikking ter ondersteuning van de gegevensverwerking en -uitwisseling in het kader van de praktische organisatie van het groepsaanbod.

De entiteit die verantwoordelijk is voor de coördinatie en ondersteuning van de organisatie van de hulp- en dienstverlening is verwerkingsverantwoordelijke in het kader van de organisatie van het digitaal systeem vermeld in het eerste lid.

In het tweede lid wordt verstaan onder verwerkingsverantwoordelijke : de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).

De personen die belast zijn met de beleidscoördinatie, de trajectbegeleiding of de ondersteuning, en de actoren zijn verantwoordelijk voor de inhoud die ze ter beschikking stellen via het digitale systeem en voor het zorgvuldige gebruik van de gegevens, al dan niet persoonsgegevens, die ze verkregen hebben via het digitale systeem.

Artikel 16/1. (01/10/2023- ...)

De gegevens over een gedetineerde in het digitale systeem, vermeld in artikel 16 van dit decreet, worden bewaard tot één jaar na de laatste deelname aan het aanbod.

HOOFDSTUK 5 Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 17. (21/04/2013- ...)

In afwijking van artikel 8 keurt de Vlaamse Regering uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van dit decreet een eerste strategisch plan goed.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 25/06/2024