Ministerieel besluit betreffende de nadere bepalingen met betrekking tot de berekening en de uitbetaling van de tegemoetkoming voor de anciënniteitsontwikkeling in de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning

Datum 20/12/2013

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,

Gelet op het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, artikel 8, § 1, gewijzigd bij het decreet van 22 december 2006, § 2, en artikel 12;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning, artikel 54;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26 november 2013,

Besluit :

Artikel 1. (01/01/2013- ...)

De administrateur-generaal van Kind en Gezin stelt jaarlijks de tegemoetkoming voor de anciënniteitsontwikkeling vast die wordt gegeven aan het organiserend bestuur van het centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning, hierna CKG te noemen. Als basis voor de berekening wordt de situatie van het personeelsbestand van het CKG genomen op 1 januari van dat jaar.

De tegemoetkoming wordt berekend per CKG door het aantal jaar dat de gemiddelde geldelijke anciënniteit meer dan 10 jaar bedraagt, te vermenigvuldigen met het percentage van de gemiddelde loonkostenstijging per extra jaar anciënniteit en met 85 % van de subsidie-enveloppe.

De gemiddelde geldelijke anciënniteit, vermeld in het tweede lid, wordt berekend door de som te maken van de vermenigvuldigingen per personeelslid van het aantal jaar geldelijke anciënniteit met het percentage voltijds equivalent waaraan het personeelslid is tewerk gesteld bij het CKG, en door die som vervolgens te delen door het totale aantal voltijds equivalent personeel per CKG.

Het percentage gemiddelde loonkoststijging per extra jaar anciënniteit wordt bepaald door Kind en Gezin, op basis van de toepasselijke salarisschalen en na overleg met de sector.

Als het door de marge van de begrotingskredieten niet mogelijk is om de berekende tegemoetkoming uit te betalen, wordt de tegemoetkoming per CKG verhoudingsgewijs verlaagd totdat het totaalbedrag van de tegemoetkomingen binnen de marge van de begrotingskredieten past.

Artikel 2. (01/01/2013- ...)

De tegemoetkoming wordt jaarlijks uitbetaald na de goedkeuring van het besluit van de administrateur-generaal van Kind en Gezin, vermeld in artikel 1, eerste lid.

Artikel 3. (01/01/2013- ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013.