Ministerieel besluit met betrekking tot de crisisjeugdhulpverlening in de integrale jeugdhulp

Datum 24/02/2014

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,

Gelet op het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, artikel 44;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, artikel 57 en 58;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 februari 2014;

Overwegende dat artikel 44 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp een subsidiair aanbod crisisjeugdhulpverlening in Vlaanderen installeert;

Overwegende dat het besluit van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp een aantal opdrachten met betrekking tot de crisisjeugdhulpverlening delegeert aan de minister, bevoegd voor de bijstand aan personen en voor het gezondheidsbeleid; dat die opdrachten de verdere operationalisering betreffen van de werking van de meldpunten crisisjeugdhulpverlening en de inhoud en de geldigheidsduur van het samenwerkingsprotocol crisisjeugdhulpverlening;

Overwegende dat de centrale permanente crisismeldpunten sinds 2007 op recurrente basis gesubsidieerd worden door het agentschap Kind en Gezin en de afdeling Welzijn en Samenleving van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; dat de voorzieningen de vergoedingen, vermeld in artikel 58, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp ontvangen van de overheidsinstantie die hen erkent en subsidieert voor hun reguliere werking en dat dit in de integrale jeugdhulp sinds 2008 op die manier verloopt in de crisisjeugdhulpverlening in Vlaanderen,

Besluit :

Artikel 1. (22/03/2014- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° aanmelder: een persoon of voorziening als vermeld in artikel 44, § 1, eerste lid, van het decreet van 12 juli 2013, die een minderjarige aanmeldt bij het crisismeldpunt, op grond van artikel 44, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet;
2° besluit van 21 februari 2014: het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp;
3° crisismeldpunt: een centraal permanent crisismeldpunt als vermeld in artikel 44, § 2, 1°, van het decreet van 12 juli 2013 en in artikel 57 van het besluit van 21 februari 2014;
4° decreet van 12 juli 2013: het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
5° hulpprogramma: het hulpprogramma crisisjeugdhulpverlening, vermeld in artikel 44, § 2, van het decreet van 12 juli 2013.

Artikel 2. (22/03/2014- ...)

Het samenwerkingsprotocol, vermeld in artikel 57, tweede lid van het besluit van 21 februari 2014 heeft een geldigheidsduur van drie jaar vanaf de ondertekening ervan. Het bevat minimaal:
1° de aanwijzing van de jeugdhulpaanbieders en van de andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden en die lid zijn van het hulpprogramma;
2° het werkingsgebied van het hulpprogramma;
3° de engagementen tot samenwerking in het hulpprogramma tussen de betrokken jeugdhulpaanbieders, de andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden en het betrokken crisismeldpunt;
4° de modules die worden aangeboden in het hulpprogramma;
5° in voorkomend geval, de afspraken tot samenwerking met de crisismeldpunten, de jeugdhulpaanbieders en de andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden en die lid zijn van een ander hulpprogramma;
6° de afspraken tussen het crisismeldpunt en de dienst voor pleegzorg in de regio in kwestie over de inzet van de module crisispleegzorg;
7° het engagement tot deelname van alle jeugdhulpaanbieders en andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden en die lid zijn van het hulpprogramma, aan de vorming en bijscholing met betrekking tot het hulpprogramma, aangeboden door de overheid en, in voorkomend geval, aan praktijkoverleg;
8° de afspraken met de jeugdhulpaanbieders en andere personen en voorzieningen in de regio, met de toegangspoort, met de Sociale Diensten voor Gerechtelijke Jeugdhulpverlening, met dienstverleners en met de betrokken jeugdmagistraten.

Artikel 3. (22/03/2014- ...)

De organisatie van een crisismeldpunt kan alleen opgenomen worden door een centrum voor algemeen welzijnswerk als vermeld in artikel 6 van het besluit van 21 februari 2014, of door een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning als vermeld in artikel 3, tweede lid, 1°, van het voormelde besluit.

Artikel 4. (22/03/2014- ...)

De crisismeldpunten hebben met behoud van de toepassing van artikel 44, § 2, van het decreet van 12 juli 2013 en artikel 57, derde lid, van het besluit van 21 februari 2014 de volgende opdrachten binnen het hulpprogramma:
1° crisisjeugdhulpverlening garanderen aan elke minderjarige die wordt aangemeld en die zich in de regio bevindt op het ogenblik van de aanmelding;
2° een kwaliteitsvolle telefonische dienstverlening garanderen in de regio gedurende de hele week, dag en nacht;
3° samenwerken met het crisismeldpunt van een ander hulpprogramma, als dat wenselijk is in het belang van de minderjarige;
4° voor elke aanmelding vraagverheldering organiseren door gebruik te maken van een instrument dat door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp wordt bepaald;
5° bij aanmelding door een dienstverlener of een minderjarige, zijn ouders, zijn opvoedingsverantwoordelijken of de vertrouwenspersoon van de minderjarige starten met de vraagverheldering en tijdig op zoek gaan naar een jeugdhulpaanbieder of een andere persoon of voorziening die jeugdhulpverlening aanbiedt, en die de rol van aanmelder kan opnemen;
6° na vraagverheldering, in voorkomend geval, beslissen om crisisinterventie, crisisbegeleiding en crisisopvang als vermeld in artikel 44, § 2, van het decreet van 12 juli 2013 op te starten;
7° erop toezien dat binnen 72 uur vanaf de opstart van de crisisjeugdhulpverlening de noodzakelijke instemmingen van de personen tot wie de jeugdhulpverlening zich richt, zijn verkregen en de crisisjeugdhulpverlening stopzetten als dat niet het geval is;
8° het registreren van de aanmelding in het door de Vlaamse Overheid aangeleverde registratiesysteem crisisjeugdhulpverlening, de opgestarte hulpverlening en het verdere verloop ervan.

De crisismeldpunten nemen een regierol op tijdens het traject van de minderjarige in de crisisjeugdhulpverlening en garanderen een maximaal efficiënt verloop van de crisisjeugdhulpverlening door:
1° de continuïteit van de crisisjeugdhulpverlening, de communicatie van de gemaakte afspraken met de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval zijn opvoedingsverantwoordelijken, de betrokken jeugdhulpaanbieders en andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden op te volgen en te fungeren als aanspreekpunt in het hele traject van de crisishulpverlening;
2° in voorkomend geval, een beroep te doen op cliëntoverleg om de continuïteit van de jeugdhulpverlening te waarborgen;
3° te bewaken dat de aanmelder betrokken blijft bij de lopende crisisjeugdhulpverlening en dat de aanmelder, in voorkomend geval, de nodige stap zet naar vervolghulp of dit, in voorkomend geval, zelf te doen, met bijzondere aandacht voor minderjarigen die zich in een verontrustende situatie bevinden;
4° te bewaken dat crisisopvang altijd in combinatie met crisisbegeleiding wordt ingeschakeld.

Als de crisisbegeleiding, vermeld in het tweede lid, 5°, niet meteen beschikbaar is, treft het crisismeldpunt de nodige maatregelen om, nadat de crisisopvang is gestart, crisisbegeleiding zo snel mogelijk in te schakelen en maakt het in voorkomend geval, in afwachting van de opstart van de crisisbegeleiding, afspraken met de aanmelder.

De crisismeldpunten participeren in een structureel overleg, voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid, en werken mee aan de bekendmaking van het hulpprogramma in de regio. De crisismeldpunten participeren aan de rapportage over de crisisjeugdhulpverlening aan het managementcomité Integrale Jeugdhulp en signaleren daarbij wat de knelpunten en goede praktijken zijn in de crisisjeugdhulpverlening in de regio.

Artikel 5. (22/03/2014- ...)

 De aanmelding bij het crisismeldpunt bevat minimaal:
1° de persoonsgegevens van de minderjarige;
2° de contactgegevens van de aanmelder;
3° de vindplaats van de minderjarige;
4° de plaats waar de crisis zich afspeelt of heeft afgespeeld;
5° de bereidheid van de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken om in gesprek te gaan.