Besluit van de Vlaamse Regering houdende de administratieve organisatie van de jacht in het Vlaamse Gewest [citeeropschrift: "het Jachtadministratiebesluit"]

Datum 25/04/2014

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Definities, toepassingsgebied en citeeropschrift
  2. HOOFDSTUK 2. Het jachtverlof en de jachtvergunning
    1. Afdeling 1. Algemene bepalingen
    2. Afdeling 2. Het jachtverlof
    3. Afdeling 3. De jachtvergunning
    4. Afdeling 4. Weigering en intrekking van jachtverlof en jachtvergunning
    5. Afdeling 5. De verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid
  3. HOOFDSTUK 3. De WBE
    1. Afdeling 1. De erkenning van een WBE
    2. Afdeling 2. Administratieve verplichtingen van een erkende WBE
    3. Afdeling 3. De subsidiëring van een WBE
      1. Onderafdeling 1. De basis- en oppervlaktesubsidie
      2. Onderafdeling 2. De projectsubsidie
  4. HOOFDSTUK 4. De plannen voor het uitoefenen van de jacht
    1. Afdeling 1. Het jachtplan
    2. Afdeling 2. Het afschotplan
      1. Onderafdeling 1. De inhoud van een afschotplan
      2. Onderafdeling 2. De aanvraag voor een afschotplan
      3. Onderafdeling 3. De wildbeheercommissie
    3. Afdeling 3. Het faunabeheerplan
    4. Afdeling 4. Het wildrapport
  5. HOOFDSTUK 5. Het jachtexamen
    1. Afdeling 1. Algemene bepalingen met betrekking tot het jachtexamen
    2. Afdeling 2. Inschrijving voor het jachtexamen
    3. Afdeling 3. Deelname aan het jachtexamen
    4. Afdeling 4. De jachtexamencommissie
    5. Afdeling 5. Afwikkeling van het jachtexamen
  6. [HOOFDSTUK 5/1. Het Jachtfonds (ing. BVR 14 december 2018, art. 2, I: 2 maart 2019)]
  7. HOOFDSTUK 5/2. Digitale dienstverlening
  8. HOOFDSTUK 6. Bijzondere bepalingen
  9. HOOFDSTUK 7. Overgangsbepalingen
  10. HOOFDSTUK 8. Slotbepalingen

Inhoud

( ... - ... )

De Vlaamse Regering,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
Gelet op het Jachtdecreet van 24 juli 1991, artikel 5 en 6, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, artikel 7, vervangen bij het decreet van 30 april 2009, artikel 12, vervangen bij het decreet van 12 december 2008, artikel 13, vervangen bij het decreet van 23 december 2010, artikel 14, artikel 15, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, artikel 33, vervangen bij het decreet van 23 december 2010 en artikel 36;
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, artikel 16.4.25;
Gelet op de wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens van 8 juni 2006, artikel 28, § 3;
Gelet op het koninklijk besluit van 15 juli 1963 tot instelling van de verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor het bekomen van een jachtverlof of van een jachtvergunning;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 februari 1977 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 1989 tot uitvoering van artikel 4 van de jachtwet van 28 februari 1882 voor het Vlaamse Gewest;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 1990 tot uitvoering van het decreet van 23 mei 1990 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 1993 betreffende de vorm van het jachtverlof en de jachtvergunning;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 tot invoering van een afschotplan voor reewild;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 januari 1995 betreffende de organisatie van het jachtexamen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 1998 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder afzonderlijke jachtterreinen vrijwillig tot grotere beheereenheden kunnen worden samengevoegd en van de criteria waaronder beheereenheden kunnen worden erkend;
Gelet op het ministerieel besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van het model van overeenkomst zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 tot invoering van een afschotplan voor reewild;
Gelet op het ministerieel besluit van 28 oktober 2005 tot vaststelling van de gegevens die in het wildbeheerplan moeten worden opgenomen;
Gelet op het ministerieel besluit van 2 juni 2009 tot vaststelling van de handleiding en van de formulieren vermeld in artikel 6, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 26 september 2013;
Gelet op het advies 2013/053 van de Minaraad, gegeven op 17 oktober 2013;
Gelet op het advies 2013-021 van de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij, gegeven op 18 oktober 2013;
Gelet op advies 55.492/1 van de Raad van State, gegeven op 31 maart 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Gelet op het overleg dat werd gepleegd tussen de ambtenaren van de drie regeringen van de Benelux Economische Unie op 14 november 2013, overeenkomstig artikel 2 van de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming ondertekend te Brussel op 10 juni 1970;
Overwegende de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming, ondertekend te Brussel op 10 juni 1970;
Overwegende de tweede beschikking M(90)6 van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie van 18 juni 1990 tot wijziging van de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming;
Overwegende het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid agentschap voor Natuur en Bos, artikel 2 en 3;
Overwegende het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, artikel 2 en 3;
Overwegende dat richtlijn 2009/147/EC van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand, aan de lidstaten opdraagt alle maatregelen te nemen om de populaties van de vogelsoorten die van nature op het Europese grondgebied van de lidstaten voorkomen, op een niveau te houden of te brengen dat beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele vereisten;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur;
Na beraadslaging,
Besluit :

HOOFDSTUK 1. Definities, toepassingsgebied en citeeropschrift (... - ...)

Artikel 1. ( 02/03/2019 - ... )

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud;
2° arrondissementscommissaris: de persoon, vermeld in titel II, hoofdstuk IV, van het Provinciedecreet van 9 december 2005, die door de gouverneur is aangewezen als verantwoordelijke voor de aspecten in verband met de jacht;
3° agentschap: het Agentschap voor Natuur en Bos opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid van 23 december 2005;
4° instituut: het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek van 23 december 2005;
5° jachtrecht: het recht, vermeld in artikel 7 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991;
6° jachtrechthouder: de persoon die het jachtrecht heeft;
7° jachtseizoen: de periode van 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar;
8° jachtterrein: een aaneengesloten terrein, dat uit een of meer percelen bestaat waarop eenzelfde jachtrechthouder of een groep van jachtrechthouders het jachtrecht heeft;
9° jachtplan: het plan waarop een jachtterrein wordt aangeduid;
10° WBE: een wildbeheereenheid, dat is een samenwerkingsverband tussen jachtrechthouders als vermeld in artikel 12 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991;
11° WBE-werkingsgebied: het ruimtelijk begrensde gebied waarbinnen de jachtterreinen liggen die tot de WBE behoren;
12° onafhankelijke jachtrechthouder: een jachtrechthouder die niet bij een erkende WBE is aangesloten;
13° duurzaam wildbeheer: het wildbeheer dat gericht is op de instandhouding en de verbetering van de kwaliteit van de leefgebieden van de soorten jachtwild, op het beheer van de populaties van het jachtwild en op het voorkomen en inperken van maatschappelijk onaanvaardbare schade door jachtwild, als onderdeel van een breder faunabeheer;
14° Centraal Comité: het Centraal Comité van het Jachtfonds, vermeld in artikel 32/3, 3°, van het Jachtdecreet van 24 juli 1991.

Artikel 2. ( 01/07/2014 - ... )

Dit besluit regelt de administratieve verplichtingen die gelden voor het uitoefenen van de jacht in het Vlaamse Gewest.

Dit besluit wordt aangehaald als het Jachtadministratiebesluit.

HOOFDSTUK 2. Het jachtverlof en de jachtvergunning (... - ...)

Afdeling 1. Algemene bepalingen (... - ...)

Artikel 3. ( 20/10/2024 - ... )

Het jachtverlof en de jachtvergunning worden afgegeven door een arrondissementscommissaris.

De volgende arrondissementscommissarissen zijn bevoegd:
1° als de woonplaats van de aanvrager zich in het Vlaamse Gewest bevindt: de arrondissementscommissaris van de provincie waarin de woonplaats van de aanvrager ligt;
2° als de woonplaats van de aanvrager zich niet in het Vlaamse Gewest bevindt: de arrondissementscommissaris van een Vlaamse provincie naar keuze;
3° als het gaat om de leden van de koninklijke familie: de arrondissementscommissaris van de provincie Vlaams-Brabant;
4° als het gaat om diplomatieke en consulaire ambtenaren van buitenlandse nationaliteit die erkend zijn door het lid van de Federale Regering van wie de buitenlandse betrekkingen tot zijn bevoegdheden behoren: de arrondissementscommissaris van de provincie Vlaams-Brabant.

Voor de controle van de rechtmatigheid van jachtverloven en jachtvergunningen baseert de arrondissementscommissaris zich op de aangeleverde gegevens uit de aanvraag, de gegevens in het digitale platform van de Vlaamse overheid, de gegevens uit het rijksregister, de gegevens uit het strafregister en de gegevens uit de databanken over wapens.

Artikel 4. ( 20/10/2024 - ... )

...

Artikel 5. ( 01/07/2014 - ... )

Als de arrondissementscommissaris de afgifte van een jachtverlof of jachtvergunning weigert, kan de aanvrager bij het agentschap schriftelijk om terugbetaling van de betaalde belasting verzoeken met toepassing van artikel 16 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991.


De aanvrager legt in voorkomend geval een attest van de arrondissementscommissaris voor waaruit blijkt dat hem geen jachtverlof of jachtvergunning werd uitgereikt voor het jachtseizoen waarvoor de belasting werd betaald.

Afdeling 2. Het jachtverlof (... - ...)

Artikel 6. ( 30/04/2016 - ... )

Een jachtverlof bevat de volgende gegevens:
1° een recente foto van de titularis van het jachtverlof;
2° de voor- en achternaam van de titularis van het jachtverlof;
3° de geboortedatum van de titularis van het jachtverlof;
4° de handtekening van de titularis van het jachtverlof;
5° een uniek nummer met een codering volgens de aanwijzingen van het agentschap;
6° de vermelding van de geldigheidsduur;
7° de woonplaats van de titularis van het jachtverlof.

Het model voor het jachtverlof wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld door het agentschap.

De arrondissementscommissaris brengt op elk afgeleverd jachtverlof een beveiliging tegen vervalsing aan, volgens de aanwijzingen van het agentschap.

Artikel 7. ( 20/10/2024 - ... )

Een aanvraag van een jachtverlof wordt bij de arrondissementscommissaris ingediend met een elektronisch formulier of wordt aangetekend opgestuurd naar de arrondissementscommissaris met een papieren formulier. Het model van beide formulieren wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.

Om een jachtverlof te verkrijgen, worden de volgende documenten bij het aanvraagformulier gevoegd:
1° een recente foto van de aanvrager van het jachtverlof. De foto heeft minstens de volgende afmetingen: 4 cm hoog bij 3,5 cm breed. Het hoofd op de foto moet 1,5 tot 2 cm hoog zijn;
2° een uittreksel uit het strafregister, afgeleverd conform artikel 596, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, of, voor wie niet in België gedomicilieerd is, een gelijkwaardig document, uitgereikt door een gerechtelijke of een overheidsinstantie van het land waar men gedomicilieerd is. Wie sinds minder dan een jaar in België gedomicilieerd is, bezorgt naast het uittreksel tevens een gelijkwaardig document van het land waar men voor de domiciliëring in België gedomicilieerd was. Het uittreksel of het daaraan gelijkwaardige document mag op het moment van de aanvraag niet ouder zijn dan drie maanden;
3° in voorkomend geval het jachtverlof dat aan de aanvrager is afgeleverd voor het jachtseizoen dat voorafgaat aan het jachtseizoen waarvoor een nieuw jachtverlof wordt aangevraagd;
4° in een ander geval dan het geval, vermeld in punt 3°, een geldig getuigschrift, uitgereikt in het Vlaamse Gewest, waaruit blijkt dat de aanvrager geslaagd is voor het praktische gedeelte van het jachtexamen.

Als de aanvrager een Belgisch rijksregisternummer heeft, kan de arrondissementscommissaris de documenten, vermeld in het tweede lid, 1°, 3° en 4°, in de authentieke bron raadplegen en hoeven ze niet meer bij het aanvraagformulier gevoegd te worden. Dat geldt niet in de situatie, vermeld in artikel 9, voor het document, vermeld in het tweede lid, 4°. Personen die zich in die situatie bevinden, moeten het document in kwestie wel bij het aanvraagformulier voegen.

In het geval dat de documenten bij het aanvraagformulier moeten worden gevoegd volstaat het om kopieën of afschriften van de originele documenten bij het aanvraagformulier te voegen. De aanvrager houdt de originele documenten ter beschikking voor controle.

Artikel 8. ( 20/10/2024 - ... )

In afwijking van artikel 7, tweede lid voegen de volgende personen steeds een getuigschrift toe zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, 4° aan hun aanvraag om een jachtverlof te verkrijgen:
1° de leden van de koninklijke familie;
2° de diplomatieke en consulaire ambtenaren van buitenlandse nationaliteit die erkend zijn door het lid van de Federale Regering van wie de buitenlandse betrekkingen tot zijn bevoegdheid behoren.

Artikel 9. ( 20/10/2024 - ... )

Een bewijs van slagen voor het jachtexamen in de volgende landen of gewesten is gelijkwaardig aan het geldig getuigschrift, vermeld in artikel 7, tweede lid, 4° :
1° het Waalse Gewest, op voorwaarde dat het bewijs van slagen is uitgereikt vanaf 1 januari 1998;
2° Nederland;
3° het Groothertogdom Luxemburg;
4° Frankrijk, op voorwaarde dat het bewijs van slagen is uitgereikt vanaf 1 januari 2003, en voor 1 juli 2024, en voor zover de titularis beschikt over een geldig Vlaams jachtverlof voor het jachtseizoen dat voorafgaat aan het jachtseizoen waarvoor het jachtverlof wordt aangevraagd;
5° Duitsland;
6° Oostenrijk.

De minister kan een bewijs van slagen voor het jachtexamen uitgereikt in andere Europese lidstaten gelijkstellen aan het geldig getuigschrift, vermeld in artikel 7, tweede lid, 4°, na het aantonen door de andere lidstaten van de gelijkwaardigheid voor hun concrete situatie.

Een geldig jachtverlof dat is afgeleverd in de volgende landen of gewesten, en dat geldig is voor het jachtseizoen waarvoor het jachtverlof wordt aangevraagd, is gelijkwaardig aan het uittreksel, vermeld in artikel 7, tweede lid, 2°, en aan het getuigschrift, vermeld in artikel 7, tweede lid, 4° :
1° het Waalse Gewest;
2° Nederland;
3° het Groothertogdom Luxemburg.

Als het Waalse Gewest of de landen, vermeld in het derde lid, andere bewijzen van het slagen voor het jachtexamen erkennen dan het geldig getuigschrift van het slagen voor het jachtexamen in het Vlaamse Gewest of een gelijkwaardig bewijs van het slagen voor het jachtexamen, vermeld in het eerste lid, geldt de  gelijkwaardigheid, vermeld in het derde lid, alleen als het jachtverlof is afgeleverd op basis van een geldig getuigschrift van het slagen voor het jachtexamen in het Vlaamse Gewest of een gelijkwaardig bewijs van het slagen voor het jachtexamen als vermeld in het eerste lid, behoudens voor personen die vrijgesteld zijn van het voorleggen van een jachtexamengetuigschrift in het land of gewest waarin het jachtverlof is afgeleverd.

Afdeling 3. De jachtvergunning (... - ...)

Artikel 10. ( 01/07/2014 - ... )

De houder van een geldig jachtverlof, afgeleverd in het Vlaamse Gewest, kan aan de arrondissementscommissaris een jachtvergunning aanvragen voor niet in het Vlaamse Gewest wonende genodigden.

Artikel 11. ( 01/07/2014 - ... )

Een jachtvergunning bevat de volgende gegevens:
1° een recente foto van de titularis van de jachtvergunning;
2° de voor- en achternaam van de titularis van de jachtvergunning;
3° de geboortedatum van de titularis van de jachtvergunning;
4° de woonplaats van de titularis van de jachtvergunning;
5° een uniek nummer met een codering volgens de aanwijzingen van het agentschap;
6° de vermelding van de geldigheidsduur;
7° de handtekening van de titularis van de jachtvergunning;
8° de voor- en achternaam van de aanvrager van de jachtvergunning;
9° het nummer van het jachtverlof van de aanvrager van de jachtvergunning.

Het model voor de jachtvergunning wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld door het agentschap.

De arrondissementscommissaris brengt op elke afgeleverde jachtvergunning een beveiliging tegen vervalsing aan volgens de aanwijzingen van het agentschap.

Artikel 12. ( 20/10/2024 - ... )

Een aanvraag van een jachtvergunning wordt bij de arrondissementscommissaris ingediend met een elektronisch formulier of wordt aangetekend opgestuurd naar de arrondissementscommissaris met een papieren formulier. Het model van beide formulieren wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.

Om een jachtvergunning te verkrijgen, worden de volgende documenten bij het aanvraagformulier gevoegd:
1° een recente foto van de genodigde. De foto heeft minstens de volgende afmetingen: 4 cm hoog bij 3,5 cm breed. Het hoofd op de foto moet 1,5 tot 2 cm hoog zijn;
2° een jachtverlof van de genodigde dat is afgeleverd in het land van oorsprong of in het land van woonplaats van de genodigde en dat geldig is voor het jachtseizoen waarvoor de vergunning wordt aangevraagd;
3° een schriftelijke verklaring van de aanvrager waaruit blijkt dat de aanvrager garandeert dat de genodigde zich niet in een toestand bevindt waarvoor een arrondissementscommissaris een jachtvergunning moet of kan weigeren als vermeld artikel 13 en 14. Het model van de verklaring wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.

Als de genodigde een Belgisch rijksregisternummer heeft, kan de arrondissementscommissaris het document, vermeld in het tweede lid, 1°, in de authentieke bron raadplegen en hoeft het niet meer bij het aanvraagformulier gevoegd te worden.

In het geval dat de documenten bij het aanvraagformulier moeten worden gevoegd volstaat het om kopieën of afschriften van de originele documenten bij het aanvraagformulier te voegen. De genodigde houdt de originele documenten ter beschikking voor controle.

Afdeling 4. Weigering en intrekking van jachtverlof en jachtvergunning (... - ...)

Artikel 13. ( 20/10/2024 - ... )

De arrondissementscommissaris weigert aan de volgende personen een jachtverlof of een jachtvergunning af te leveren:
1° de personen die geschorst zijn, ontzet zijn of vervallen verklaard zijn van het recht om wapens voorhanden te hebben of te dragen, voor de duur van deze maatregel;
2° de personen die minder dan 18 jaar oud zijn;
3° de personen die veroordeeld zijn wegens een schending van artikel 29 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 voor het uitzetten van wilde zwijnen. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt definitief geweigerd;
4° de personen die veroordeeld zijn wegens een schending van artikel 29 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 en de uitvoeringsbesluiten ervan, anders dan deze benoemd onder punt 3. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt geweigerd voor een termijn van twaalf maanden na een eerste veroordeling, voor een termijn van vijf jaar na een tweede veroordeling, en definitief na een derde veroordeling;
5° de personen die veroordeeld zijn wegens het moedwillig schieten of vangen van in het wild levende specimen van soorten, waarvan het afschot of de vangst niet is toegelaten volgens het jachtdecreet van 24 juli 1991 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt geweigerd voor een termijn van twaalf maanden na een eerste veroordeling, voor een termijn van vijf jaar na een tweede veroordeling, en definitief na een derde veroordeling;
6° de personen die veroordeeld zijn wegens een jachtmisdrijf, gepleegd met verboden wapens, in bende, bij nacht, met verboden tuigen of met motorvoertuigen. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt definitief geweigerd;
7° de personen die veroordeeld zijn wegens een jachtmisdrijf, anders dan deze benoemd onder punt 3, 4, 5 of 6. Het jachtverlof of de jachtvergunning worden geweigerd voor een termijn van twaalf maanden na de veroordeling; 
8° de personen die zich niet hebben gehouden aan de strafrechtelijke verplichtingen die volgen uit een veroordeling wegens jachtmisdrijf. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt definitief geweigerd;
9° de personen die veroordeeld zijn wegens een schending van artikel 10, §1, artikel 16 of artikel 31/2, 7°, van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt geweigerd voor een termijn van twaalf maanden na een eerste veroordeling, voor een termijn van vijf jaar na een tweede veroordeling, en definitief na een derde veroordeling;
10° de personen die veroordeeld zijn wegens een misdrijf waarbij daden van geweld of weerspannigheid zijn gepleegd. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt definitief geweigerd;
11° de personen die geheel of ten dele vervallen verklaard zijn van de rechten, vermeld in artikel 123sexies van het Strafwetboek, voor de duur van deze maatregel;
12° de personen die als pleger worden geïdentificeerd in een proces verbaal, opgesteld door een verbalisant, voor vastgestelde feiten zoals bedoeld in de punten 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 9° en 10°. Deze bepaling geldt alleen in afwachting van de gerechtelijke uitspraak.”
    
De termijnen, benoemd in het eerste lid in de punten 3°, 4°, 5°, 6°, 7° 8°, 9° en 10° beginnen te lopen op het moment dat de veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 14. ( 20/10/2024 - ... )

De arrondissementscommissaris kan weigeren om een jachtverlof of een jachtvergunning af te leveren aan de volgende personen:
1° de personen die door een veroordeling ontzet zijn van een van de rechten, vermeld in artikel 31, 1° tot 5°, van het Strafwetboek;
2° de personen die veroordeeld zijn wegens diefstal, oplichting, valsheid in geschrifte of misbruik van vertrouwen. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan definitief worden geweigerd;
3° de personen van wie slecht gedrag, geestestoestand of vorig gedrag laat veronderstellen dat ze een slecht gebruik van wapens kunnen maken;
4° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens een schending van artikel 29 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 voor het uitzetten van wilde zwijnen. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan definitief worden geweigerd;
5° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens een schending van artikel 29 van het jachtdecreet van 24 juli 1991, anders dan deze benoemd onder punt 4. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan geweigerd worden voor een termijn van twaalf maanden na een eerste bestuurlijke geldboete, voor een termijn van vijf jaar na een tweede bestuurlijke geldboete, en definitief na een derde bestuurlijke geldboete;
6° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens het moedwillig schieten of vangen van in het wild levende specimen van soorten waarvan het afschot of de vangst niet is toegelaten volgens het jachtdecreet van 24 juli 1991 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan geweigerd worden voor een termijn van twaalf maanden na een eerste bestuurlijke geldboete, voor een termijn van vijf jaar na een tweede bestuurlijke geldboete, en definitief na een derde bestuurlijke geldboete;
7° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens een jachtmisdrijf, anders dan deze benoemd onder punt 4, 5 of 6. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan geweigerd worden voor een termijn van twaalf maanden na de bestuurlijke geldboete;
8° de personen aan wie, met toepassing van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, een bestuurlijke geldboete is opgelegd wegens een schending van artikel 10, §1, artikel 16 of artikel 31/2, 7°, van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. Het jachtverlof of de jachtvergunning kan geweigerd worden voor een termijn van twaalf maanden na een eerste bestuurlijke geldboete, voor een termijn van vijf jaar na een tweede bestuurlijke geldboete, en definitief na een derde bestuurlijke geldboete;
9° de personen die als pleger worden geïdentificeerd in een verslag van vaststelling of proces verbaal, opgesteld door een verbalisant, voor vastgestelde feiten zoals bedoeld in de punten 1°, 2°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°. Deze bepaling geldt alleen in afwachting van de bestuurlijke uitspraak.
    
De termijnen, benoemd in het eerste lid in de punten 2°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°, beginnen te lopen op het moment dat de veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan. De termijnen benoemd in het eerste lid in de punten 2°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8° zijn maximale termijnen.

Artikel 15. ( 20/10/2024 - ... )

§ 1. Een arrondissementscommissaris kan een afgeleverd jachtverlof of een afgeleverde jachtvergunning bij een met redenen omklede beslissing intrekken in de volgende gevallen:
1° als een jachtverlof werd afgeleverd op grond van bedrieglijke handelingen;
2° als de titularis van het jachtverlof of de jachtvergunning zich na het afleveren ervan bevindt in een toestand waarvoor de arrondissementscommissaris een jachtverlof of een jachtvergunning kan weigeren als vermeld in artikel 14.

Een arrondissementscommissaris moet een afgeleverd jachtverlof of een afgeleverde jachtvergunning intrekken als de titularis van het jachtverlof of de jachtvergunning zich na het afleveren ervan in een toestand bevindt waarvoor de arrondissementscommissaris een jachtverlof of een jachtvergunning moet weigeren als vermeld in artikel 13.

§ 2. Een beslissing waarbij een jachtverlof of een jachtvergunning wordt ingetrokken, wordt door de arrondissementscommissaris met een aangetekende brief aan de betrokken titularis meegedeeld. Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt binnen achtenveertig uur na de kennisgeving aangetekend teruggestuurd aan de arrondissementscommissaris. De arrondissementscommissaris levert daarvan een ontvangstmelding af aan de aanvrager.

Een afschrift van de beslissing tot intrekking of weigering wordt door de arrondissementscommissaris bezorgd aan de gouverneur van de provincie in kwestie, aan de zonechef van de lokale politiezone en aan de gewestelijke entiteit die bevoegd is voor het toezicht op dit besluit.

Artikel 16. ( 01/07/2014 - ... )

§ 1. Zowel tegen een weigering tot het verlenen van een jachtverlof of een jachtvergunning, als tegen een intrekking van een jachtverlof of een jachtvergunning kan beroep worden ingesteld bij het agentschap.

§ 2. Alvorens een beslissing te nemen vraagt het agentschap advies aan de arrondissementscommissaris van de provincie in kwestie. De arrondissementscommissaris vraagt op zijn beurt advies aan de procureur des Konings van het arrondissement in kwestie. Als de arrondissementscommissaris het advies niet binnen twee maanden die volgen op de vraag om advies bezorgt, kan het agentschap geldig beslissen.

Het agentschap bezorgt de beslissing in beroep aan de indiener van het beroep en aan de arrondissementscommissaris.

§ 3. Als een beroep tegen een weigering of een intrekking van een jachtverlof of een jachtvergunning wordt ingewilligd, dan kan de reden waarop de weigering of de intrekking gebaseerd was, in de toekomst niet opnieuw aanleiding geven tot een weigering of een intrekking van een jachtverlof of een jachtvergunning.

Artikel 17. ( 20/10/2024 - ... )

De hoofden van de parketten geven maandelijks aan de arrondissementscommissarissen de nodige informatie over de veroordelingen wegens jachtmisdrijf en wegens een misdrijf waarbij daden van geweld of weerspannigheid zijn gepleegd en die uitgesproken zijn ten laste van personen die in hun provincie wonen.

De gewestelijke entiteit, vermeld in artikel 16.1.2, 4°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, bezorgt in de volgende gevallen een kopie van de beslissing tot oplegging van een bestuurlijke geldboete aan de bevoegde arrondissementscommissaris van de provincie waarin de woonplaats ligt van de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd:
1° als er geen beroep werd ingediend bij het Handhavingscollege, vermeld in artikel 16.4.19 van het voormelde decreet: binnen dertig dagen na het verstrijken van de termijn waarbinnen een beroep tegen de beslissing van de gewestelijke entiteit kan worden ingediend;
2° als er een beroep werd ingediend bij het Handhavingscollege, vermeld in artikel 16.4.19 van het voormelde decreet: binnen dertig dagen nadat de gewestelijke entiteit de beslissing van het Handhavingscollege heeft ontvangen.

Als de woonplaats van de persoon aan wie een bestuurlijke geldboete is opgelegd, zich niet in het Vlaamse Gewest bevindt, wordt de kopie, vermeld in het tweede lid, bezorgd aan de arrondissementscommissaris van de provincie Vlaams-Brabant.

Afdeling 5. De verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid (... - ...)

Artikel 18. ( 01/07/2014 - ... )

De titularis van een jachtverlof of een jachtvergunning beschikt over een verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid.

De verzekering wordt gesloten bij een verzekeraar die gerechtigd is om verzekeringsovereenkomsten te sluiten die verband houden met in België gelegen jachtrisico's.

Artikel 19. ( 01/07/2014 - ... )

De verzekeringsovereenkomst heeft minstens de volgende kenmerken:
1° de verzekering dekt de burgerlijke aansprakelijkheid voor ongevallen die lichamelijke en materiële schade aan derden veroorzaken en die het gevolg zijn van het dragen en gebruiken van vuurwapens tijdens de jacht en van het vervoer van de vuurwapens van en naar de plaatsen waar de jacht plaatsheeft;
2° de geldigheidsduur van de verzekering komt ten minste overeen met de geldigheidsduur van het jachtverlof of de jachtvergunning;
3° de waarborg van de overeenkomst bedraagt minstens 125.000 euro voor elk verzekerd voorval. Dat bedrag kan tot 12.500 euro beperkt worden voor de materiële schade;
4° er wordt vermeld welke rechten de volgende personen hebben die van het recht op een uitkering kunnen worden uitgesloten:
a) de verzekerde, de echtgenoot of echtgenote van de verzekerde en hun bloed- en aanverwanten in rechte lijn die onder hun dak wonen en door hen onderhouden worden;
b) het personeel van de verzekerde, ingeval de wetgeving inzake schadevergoeding voor arbeidsongevallen op hen van toepassing is;
c) de personen die schade geleden hebben bij weddenschappen of uitdagingen;
5° er wordt vermeld dat, onder voorbehoud van artikel 16 van de wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van boek I van het Wetboek van Koophandel, de verzekeraar geen uit de overeenkomst voortvloeiende nietigheid, exceptie of verval tegen de slachtoffers zal inroepen om hun rechten te beperken. Niettemin kan de verzekeraar zich een recht van verhaal voorbehouden tegen de verzekeringsnemer;
6° er wordt vermeld dat ingeval de overeenkomst een vrijstelling bevat, de verzekeraar niettemin ten overstaan van het slachtoffer gehouden is de vergoeding te betalen die krachtens de bepaling ten laste blijft van de verzekerde;
7° er wordt vermeld dat de vernietiging, de opzegging of de schorsing van de overeenkomst of van de waarborg maar vijftien dagen na de kennisgeving daarvan, met een aangetekende brief die de verzekeraar moet zenden aan de overheid die het verlof of de vergunning afgeleverd heeft, tegen het slachtoffer kan ingeroepen worden. Die termijn loopt vanaf de dag die volgt op het neerleggen van de aangetekende brief. De kennisgeving mag ten vroegste worden gedaan:
a) op de dag waarop de verzekering ten aanzien van de verzekerde eindigt, als het een schorsing betreft;
b) op de dag van de kennisgeving van de opzegging of de vernietiging van de overeenkomst door een van de partijen aan de andere;
8° er wordt vermeld dat de contracterende partijen de verbintenis aangaan om de bedingen van de overeenkomst niet in die mate te wijzigen dat de rechten van de slachtoffers zouden worden geschonden;
9° er wordt vermeld voor welke rechtbank eventuele geschillen over de overeenkomst aanhangig zullen worden gemaakt.

Artikel 20. ( 01/07/2014 - ... )

De verzekeraar, zijn gevolmachtigde of zijn correspondent in België reikt aan de verzekerde een verzekeringsgetuigschrift uit dat de data vermeldt waarop de waarborg begint en vervalt, en waarin wordt bevestigd dat de waarborg toegestaan werd onder de in dit besluit gestelde voorwaarden.

Artikel 21. ( 01/07/2014 - ... )

Het jachtverlof of de jachtvergunning worden van rechtswege ongeldig bij de beëindiging, de vernietiging, de opzegging of de schorsing van de verzekeringsovereenkomst.


Het jachtverlof of de jachtvergunning wordt binnen achtenveertig uur na de kennisgeving aangetekend teruggestuurd aan de arrondissementscommissaris. De arrondissementscommissaris levert daarvan een ontvangstmelding af aan de aanvrager.

HOOFDSTUK 3. De WBE (... - ...)

Afdeling 1. De erkenning van een WBE (... - ...)

Artikel 22. ( 20/10/2024 - ... )

Een WBE wordt opgericht met het oog op een duurzaam wildbeheer in het WBE-werkingsgebied.

Het hoofd van het agentschap kan WBE's erkennen.

Voor de controle van de erkenning en subsidiering van de WBE baseert het agentschap zich op de aangeleverde gegevens uit de aanvraag, de gegevens in het digitale platform van de Vlaamse overheid, de gegevens uit het rijksregister en de gegevens uit de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Artikel 23. ( 01/07/2014 - ... )

Een WBE moet aan de volgende voorwaarden voldoen om erkend te worden en te blijven:
1° ze heeft een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid;
2° de statuten bevatten ten minste de volgende onderdelen:
a) een weergave van de doelstellingen en de werkingsprincipes van de WBE, met de vermelding dat die gericht zijn op:
1) het duurzaam wildbeheer;
2) de inpassing van het wildbeheer in het natuurbehoud;
3) het zorgen voor toezicht;
4) het principe van de samenwerking van de individuele jachtrechthouders;
5) het principe van het overleg met andere sectoren;
b) het feit dat de WBE wordt geleid door een raad van bestuur die door een algemene vergadering wordt verkozen;
c) de zetel van de vereniging is gevestigd in het Vlaamse Gewest;
3° ze verenigt de jachtterreinen van minstens vijf jachtrechthouders;
4° de som van de oppervlaktes van de afzonderlijke jachtterreinen die tot de WBE behoren, bedraagt minimaal 1000 hectare;
5° de som van de oppervlaktes van de afzonderlijke jachtterreinen die tot de WBE behoren, bedraagt ten minste 75% van de jachtterreinen waarop het jachtrecht wordt uitgeoefend binnen het WBE-werkingsgebied;
6° binnen het WBE-werkingsgebied liggen geen terreinen die deel uitmaken van het WBE-werkingsgebied van een andere erkende WBE;
7° ze heeft een goedgekeurd faunabeheerplan als vermeld in artikel 43.

Artikel 24. ( 20/10/2024 - ... )

§ 1. Een erkenning geldt voor een periode van zes jaar. Een erkenning kan verlengd worden.

Een aanvraag tot erkenning of tot verlenging van een erkenning van een WBE wordt aangetekend opgestuurd naar het daarvoor aangewezen personeelslid van het agentschap met een papieren formulier of wordt bij het daarvoor aangewezen personeelslid van het agentschap ingediend met een elektronisch formulier. Het model van beide formulieren wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.

§ 2. Een erkenningsaanvraag bevat de volgende gegevens:
1° een afschrift van de statuten en hun eventuele wijzigingen, eensluidend verklaard door de in de statuten aangewezen personen die de vereniging kunnen binden;
2° een verklaring van de voorzitter van de WBE waaruit blijkt dat de WBE voldoet aan de fiscale en sociale verplichtingen;
3° een lijst met de namen, de adressen en de handtekeningen van de leden-jachtrechthouders en het nummer van hun jachtplan;
4° een overzicht van de oppervlakte van de afzonderlijke jachtterreinen die tot de WBE behoren en de totale oppervlakte van alle jachtterreinen die tot de WBE behoren;
5° een afschrift van een goedgekeurd faunabeheerplan als vermeld in artikel 43.

Het agentschap onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag:
1° als de aanvraag ontvankelijk wordt verklaard, wordt binnen een maand een ontvankelijkheidsverklaring aan de aanvrager bezorgd;
2° als een van de gegevens, vermeld in het eerste lid, ontbreekt, onvolledig of incorrect is, stuurt het agentschap binnen een maand het dossier terug naar de aanvrager, met opgave van de redenen van onontvankelijkheid.

Een erkenning van een WBE of een verlenging van de erkenning van een WBE kan ten vroegste ingaan een maand nadat het erkenningsdossier ontvankelijk is verklaard.

Artikel 25. ( 01/07/2014 - ... )

Een erkenning kan bij een met redenen omklede beslissing worden ingetrokken door het hoofd van het agentschap in een van de volgende gevallen:
1° als blijkt dat de erkenning werd verkregen op basis van foutieve verklaringen of documenten;
2° als blijkt dat de WBE niet langer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet.

Afdeling 2. Administratieve verplichtingen van een erkende WBE (... - ...)

Artikel 26. ( 01/07/2014 - ... )

Een erkende WBE moet voldoen aan de volgende administratieve verplichtingen:
1° op de algemene vergadering worden de volgende personen uitgenodigd, die ook telkens een verslag van de vergadering ontvangen:
a) een aangestelde van het agentschap;
b) een vertegenwoordiger van een erkende terreinbeherende natuurvereniging als vermeld in artikel 2, 16°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, die in het werkingsgebied van de WBE actief is;
c) een vertegenwoordiger van de landbouwraad van een of meer gemeenten die in het werkingsgebied van de WBE liggen, of bij ontstentenis daarvan, een lid dat is aangewezen op voordracht van de landbouwkamer;
d) een vertegenwoordiger van de bosbouwsector die in het werkingsgebied van de WBE actief is;
2° jaarlijks voor 1 april worden de volgende documenten bij het agentschap ingediend:
a) een geactualiseerde lijst van stemgerechtigde leden en een gemotiveerd verslag van afgewezen aanvragen van kandidaat-leden enerzijds, en van schorsingen of uitsluitingen van leden anderzijds;
b) een werkingsverslag van het voorbije kalenderjaar.

Afdeling 3. De subsidiëring van een WBE (... - ...)

Onderafdeling 1. De basis- en oppervlaktesubsidie (... - ...)

Artikel 27. ( 01/07/2014 - ... )

§ 1. Binnen de begrotingskredieten kan het agentschap een basis- en oppervlaktesubsidie toekennen aan een erkende WBE.

§ 2. De basissubsidie bedraagt 300 euro.

De oppervlaktesubsidie bedraagt 150 euro voor elke volle schijf van 1000 hectare jachtterrein in het WBE-werkingsgebied die tot de WBE behoort boven de 2000 hectare. De totale oppervlakte van de jachtterreinen in het WBE-werkingsgebied die tot de WBE behoren, wordt bepaald op basis van het jachtplan op 1 juli van het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt toegekend.

§ 3. Bij het niet voldoen aan de administratieve verplichtingen, vermeld in afdeling 2, wordt de subsidie door het agentschap ingehouden.

Artikel 28. ( 20/10/2024 - ... )

Een WBE dient een subsidieaanvraag in bij het agentschap voor 1 april van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Bij die aanvraag voegt de WBE een gedetailleerd financieel verslag van het voorbije kalenderjaar, met een balans waaruit blijkt dat de uitgaven en de inkomsten in evenwicht zijn.

Een subsidieaanvraag wordt aangetekend opgestuurd met een papieren formulier naar het daarvoor aangewezen personeelslid van het agentschap of wordt bij het daarvoor aangewezen personeelslid van het agentschap ingediend met een elektronisch formulier. Het model van beide formulieren wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.

Onderafdeling 2. De projectsubsidie (... - ...)

Artikel 29. ( 01/07/2014 - ... )

§ 1. Binnen de begrotingskredieten kan het agentschap projectsubsidies toekennen aan een erkende WBE.

Het totaalbedrag dat een erkende WBE kan ontvangen voor projectsubsidies, bedraagt maximaal 9000 euro voor de volledige erkenningsperiode van zes jaar.

Bij het niet of onvolledig uitvoeren van het gesubsidieerde project of bij het niet voldoen aan de administratieve verplichtingen, vermeld in afdeling 2, wordt de subsidie door het agentschap geheel of gedeeltelijk ingehouden.

§ 2. De aanvraag en planning van de projecten is opgenomen in het faunabeheerplan. De projecten dienen voor de realisatie van een duurzaam wildbeheer of een verbeterde veiligheid van de jacht. De subsidie wordt uitgekeerd op basis van een schuldvordering voor het project, het werkingsverslag van het afgelopen kalenderjaar, de stukken ter staving en de vaststellingen op het terrein.

De minister kan nadere voorwaarden vaststellen voor de toepassing van deze paragraaf.

HOOFDSTUK 4. De plannen voor het uitoefenen van de jacht (... - ...)

Afdeling 1. Het jachtplan (... - ...)

Artikel 30. ( 01/07/2014 - ... )

Een jachtplan wordt opgemaakt door elke jachtrechthouder. Voor een erkende WBE wordt een jachtplan opgemaakt op het niveau van de WBE.

Een jachtplan voldoet aan de volgende kenmerken:
1° het bestaat uit een of meer kaartbladen op schaal 1/10.000 of uit een digitale kaart volgens het model dat de minister vaststelt;
2° de buitengrens van een jachtterrein waarop het plan betrekking heeft, wordt aangeduid met een groene doorlopende lijn die een gesloten figuur vormt;
3° de percelen binnen een jachtterrein waarop de indiener van het plan geen jachtrecht heeft, wordt uitgekleurd met een rode arcering die begrensd wordt door een rode doorlopende lijn;
4° in het jachtplan van een erkende WBE wordt elk van de afzonderlijke jachtterreinen die tot de WBE behoren, aangeduid met een groene doorlopende lijn die een gesloten figuur vormt;
5° in het jachtplan van een erkende WBE wordt het WBE-werkingsgebied aangeduid met een doorlopende blauwe lijn die een gesloten figuur vormt.

De minister kan nadere regels bepalen met betrekking tot de grenzen van het WBE-werkingsgebied.

[... (vernietigd RvSt, arrest nr. 231.949 van 14 juli 2015)]

Artikel 31. ( 09/05/2016 - ... )

§ 1. Een voorstel van jachtplan wordt jaarlijks voor 1 april door de jachtrechthouder ingediend bij de arrondissementscommissaris van de provincie waarin het jachtterrein of het grootste gedeelte ervan ligt.

Ingeval een voorstel van jachtplan met een digitale kaart wordt ingediend, voegen de jachtrechthouders daarbij een verklaring waarin ze verklaren dat ze akkoord gaan met het voorstel van jachtplan op de digitale kaart. De verklaring wordt opgemaakt met een formulier, waarvan het model wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking wordt gesteld op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.

Ingeval een voorstel van jachtplan wordt ingediend door een erkende WBE, wordt een gemeenschappelijke verklaring toegevoegd van alle leden-jachtrechthouders waarin ze hun akkoord geven dat hun jachtterrein wordt opgenomen in het jachtplan. De verklaring wordt opgemaakt met een formulier, waarvan het model wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking wordt gesteld op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.

§ 2. Ingeval een voorstel van jachtplan geen wijzigingen bevat ten opzichte van het vorige goedgekeurde jachtplan, is het voldoende dat een verklaring wordt ingediend, waarin uitdrukkelijk wordt vermeld dat het plan geen wijzigingen ondergaat ten opzichte van het vorige goedgekeurde jachtplan. De verklaring wordt opgemaakt met een formulier, waarvan het model wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking wordt gesteld op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.

Voor elk perceel dat bij een voorstel van jachtplan aan een jachtterrein wordt toegevoegd en dat niet was opgenomen in een goedgekeurd jachtplan voor het lopende jachtseizoen, wordt een schriftelijk bewijs van jachtrecht voorgelegd waaruit blijkt dat men het jachtrecht heeft op het betreffende perceel. De minister kan bepalen welke gegevens minstens moeten worden opgenomen in het schriftelijk bewijs van jachtrecht. Een model van een schriftelijk bewijs van jachtrecht wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.

In afwijking van de termijn vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt het schriftelijk bewijs dat overeenkomstig het tweede lid moet worden voorgelegd voor een perceel dat is opgenomen in een voorstel van jachtplan en dat niet was opgenomen in een goedgekeurd jachtplan voor het lopende jachtseizoen, in 2016 bij uitzondering voorgelegd vóór 1 juni 2016.

Met behoud van toepassing van het derde lid, verzoekt de arrondissementscommissaris die vaststelt dat in een voorstel van jachtplan dat is ingediend conform paragraaf 1, eerste lid, een perceel is opgenomen dat niet was opgenomen in een goedgekeurd jachtplan voor het lopende jachtseizoen, zonder dat een schriftelijk bewijs van jachtrecht is voorgelegd waaruit blijkt dat men het jachtrecht heeft op het betreffende perceel, in 2016 bij uitzondering aan de indiener van het jachtplan om een dergelijk schriftelijk bewijs voor te leggen vóór 1 juni 2016.

§ 3. Ingeval er voor hetzelfde jachtterrein meerdere jachtrechthouders zijn, zonder dat die jachtrechthouders zich hebben verenigd in een WBE, wordt maar één voorstel van jachtplan ingediend door een van de betrokken jachtrechthouders. De overige jachtrechthouders voegen daarbij een formulier waarin ze verklaren dat ze ook jachtrechthouder zijn van het jachtterrein. De verklaring wordt opgemaakt met een formulier, waarvan het model wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking wordt gesteld op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.

 § 4. De arrondissementscommissaris controleert of een perceel voorkomt in meer dan één voorstel van jachtplan.
Als een perceel voorkomt in meer dan één voorstel van jachtplan en het was niet opgenomen in een goedgekeurd jachtplan voor het lopende jachtseizoen, wordt het toegevoegd aan het jachtplan waarvan de indiener van het voorstel van jachtplan het oudst geldende schriftelijk bewijs van jachtrecht voor het perceel kan voorleggen. De arrondissementscommissaris kleurt het perceel rood op elk ander jachtplan waarvoor dit perceel in het voorstel van jachtplan zat. Als er sprake is van even oude geldende schriftelijke bewijzen van jachtrecht voor het perceel, wordt ervan uitgegaan dat het perceel geen onderdeel van de jachtplannen uitmaakt. De arrondissementscommissaris kleurt het perceel rood op elk van de jachtplannen.

Als een perceel voorkomt in meer dan één voorstel van jachtplan en het was opgenomen in een goedgekeurd jachtplan voor het lopende seizoen, dan nodigt de arrondissementscommissaris binnen een termijn van een maand de indiener van het voorstel van jachtplan voor het jachtterrein waarin het perceel in het lopende jachtseizoen niet was opgenomen uit om een schriftelijk bewijs van jachtrecht voor het perceel voor te leggen vóór 15 mei:
1° als door die persoon vóór 15 mei geen schriftelijk bewijs van jachtrecht wordt voorgelegd, wordt ervan uitgegaan dat het perceel geen onderdeel uitmaakt van het jachtplan voor het jachtterrein waarin het perceel in het lopende jachtseizoen niet was opgenomen. De arrondissementscommissaris kleurt het perceel rood op het jachtplan voor het jachtterrein waarin het perceel in het lopende jachtseizoen niet was opgenomen;
2° als door die persoon vóór 15 mei een schriftelijk bewijs van jachtrecht voor het perceel wordt voorgelegd, nodigt de arrondissementscommissaris binnen een termijn van twee weken de indiener van het voorstel van jachtplan voor het jachtterrein waarin het perceel in het lopende jachtseizoen was opgenomen uit om vóór 15 juni een schriftelijk bewijs van jachtrecht voor het perceel voor te leggen. Het perceel wordt toegevoegd aan het jachtplan waarvan de indiener van het voorstel van jachtplan het oudst geldende schriftelijk bewijs van jachtrecht voor het perceel kan voorleggen. De arrondissementscommissaris kleurt het perceel rood op elk ander jachtplan waarvoor dit perceel in het voorstel van jachtplan zat. Als er sprake is van twee even oude geldende schriftelijke bewijzen van jachtrecht, wordt ervan uitgegaan dat het perceel geen onderdeel van de jachtplannen uitmaakt. De arrondissementscommissaris kleurt het perceel rood op elk van de jachtplannen.

De minister kan bepalen welke gegevens minstens moeten worden opgenomen in het schriftelijke bewijs van jachtrecht. Een model van een schriftelijk bewijs van jachtrecht wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.

§ 5. Een jachtplan is geldig voor het jachtseizoen dat aanvangt in het jaar waarin het plan wordt ingediend.

Het door een WBE ingediend plan vervangt onmiddellijk van rechtswege de individuele jachtplannen van de leden-jachtrechthouders.

Als een WBE niet langer erkend is of als een jachtterrein niet langer deel uitmaakt van de erkende WBE in de loop van de geldigheidsperiode van het jachtplan, wordt voor de rest van die periode voor de jachtterreinen die niet langer tot de WBE behoren, door de betrokken jachtrechthouder teruggevallen op de afzonderlijke jachtterreinen die conform artikel 30, tweede lid, 4°, in het jachtplan van de WBE zijn aangeduid. Die aanduidingen als afzonderlijke jachtterreinen worden tijdelijk als afzonderlijke goedgekeurde jachtplannen beschouwd.

§ 6. Een jachtplan kan worden aangepast in de loop van een jachtseizoen. Een aanpassing kan echter geen betrekking hebben op een uitbreiding van het jachtterrein.

De jachtrechthouder dient een verzoek tot aanpassing van het jachtplan schriftelijk in bij de arrondissementscommissaris. De verzoeker voegt bij dat verzoek een schriftelijk bewijs van jachtrecht voor het perceel in kwestie. De minister kan bepalen welke gegevens minstens moeten worden opgenomen in het schriftelijke bewijs van jachtrecht.

De arrondissementscommissaris nodigt in voorkomend geval de betrokken indiener van het voorstel van jachtplan uit om binnen een termijn van twee weken een schriftelijk bewijs van jachtrecht voor te leggen voor het perceel waarop het verzoek betrekking heeft. De minister kan bepalen welke gegevens minstens moeten worden opgenomen in het schriftelijk bewijs van jachtrecht. Als er binnen die termijn geen schriftelijk bewijs van jachtrecht is voorgelegd voor het perceel in kwestie of als er sprake is van twee even oude schriftelijke bewijzen van jachtrecht, wordt ervan uitgegaan dat het perceel geen onderdeel van het jachtplan kan uitmaken. De arrondissementscommissaris kleurt dat perceel rood op het plan.

Artikel 32. ( 09/05/2016 - ... )

De arrondissementscommissaris bij wie het plan of de verklaring, vermeld in artikel 30 wordt ingediend, keurt vóór 1 juli het jachtplan goed en bezorgt een afschrift van het goedgekeurde jachtplan aan de indiener van het voorstel van jachtplan en aan het daarvoor aangestelde personeelslid van het agentschap. De arrondissementscommissaris bezorgt aan beiden ook een kopie met de aanpassingen, vermeld in artikel 31, § 6.

Ingeval een goedgekeurd jachtplan betrekking heeft op een jachtterrein dat ook in een andere provincie ligt, bezorgt de arrondissementscommissaris bij wie het plan of de verklaring, vermeld in artikel 30, werd ingediend, een afschrift van het goedgekeurde jachtplan aan de arrondissementscommissaris die bevoegd is voor de andere provincie.

Artikel 33. ( 20/10/2024 - ... )

Het jachtplan is raadpleegbaar via een link op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap en bij de arrondissementscommissaris.

Afdeling 2. Het afschotplan (... - ...)

Onderafdeling 1. De inhoud van een afschotplan (... - ...)

Artikel 34. ( 01/07/2014 - ... )

Een afschotplan wordt opgemaakt voor de jacht op grofwild. Het is geldig voor maximaal een kalenderjaar.

In een afschotplan zijn de volgende gegevens opgenomen:
1° het aantal te schieten specimens van een bepaalde soort wild;
2° de geslachts- en leeftijdsverdeling van de te schieten specimens.

Artikel 35. ( 01/07/2014 - ... )

Een afschotplan wordt toegewezen per jachtterrein voor een onafhankelijke jachtrechthouder of per WBE-werkingsgebied voor een erkende WBE. Indien nodig kan het agentschap het afschotplan bij een met redenen omklede beslissing bijsturen in de loop van het kalenderjaar.

Artikel 36. ( 01/07/2014 - ... )

Voor elk specimen dat in een afschotplan wordt toegewezen, wordt in een uniek label voorzien. De labels worden na het verstrijken van de beroepsperiode door het agentschap afgeleverd.

Onderafdeling 2. De aanvraag voor een afschotplan (... - ...)

Artikel 37. ( 20/10/2024 - ... )

Voor een erkende WBE wordt een afschotplan automatisch aangevraagd zodra de WBE voor de soorten in kwestie, doelstellingen voor bejaging heeft opgenomen in het faunabeheerplan.

Voor een onafhankelijke jachtrechthouder of een erkende WBE die voor de soorten in kwestie geen doelstellingen voor bejaging heeft opgenomen in het faunabeheerplan, wordt de aanvraag aangetekend opgestuurd met een papieren formulier naar het daarvoor aangewezen personeelslid van het agentschap of wordt ze bij het daarvoor aangewezen personeelslid van het agentschap ingediend met een elektronisch formulier. Het model van beide formulieren wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.

Ingeval er voor hetzelfde jachtterrein meerdere jachtrechthouders zijn, wordt een gezamenlijk afschotplan aangevraagd door een van die jachtrechthouders. De overige jachtrechthouders voegen daarbij een formulier waarin ze verklaren dat ze akkoord gaan met de aanvraag van het afschotplan. De verklaring wordt opgemaakt met een papieren of elektronisch formulier, waarvan het model wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking wordt gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.

Artikel 38. ( 09/05/2016 - ... )

Het aangewezen personeelslid beslist vóór 1 november over de toewijzing of de weigering van een afschotplan voor het volgende kalenderjaar.

Als een aanvraag tot toewijzing van een afschotplan conform artikel 37, tweede lid, niet is ingediend vóór 15 september van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, beslist het personeelslid binnen anderhalve maand na de ontvangst van de aanvraag over de toewijzing of de weigering van een afschotplan.

Artikel 39. ( 09/05/2016 - ... )

Het personeelslid baseert de beslissing op de gegevens van het wildrapport, op indicatoren met betrekking tot de populatie van de soort in kwestie, in voorkomend geval op de consensus, vermeld in artikel 54 en 55 van het Jachtvoorwaardenbesluit van 25 april 2014, en op de adviezen van het instituut en de wildbeheercommissie.

Artikel 40. ( 01/07/2014 - ... )

Tegen de beslissing van het personeelslid kan beroep worden aangetekend bij het hoofd van het agentschap. Dat beroep wordt in een aangetekende brief aan het hoofd van het agentschap gericht, binnen de periode van veertien dagen die volgt op de dag waarop de beslissing werd verzonden.

Het beroep schort de uitvoering op van een vroeger toegewezen afschotplan totdat over het beroep beslist is.

Binnen de periode van twee maanden die volgt op de dag van de verzending van de aangetekende brief waarbij beroep wordt ingesteld, beslist het hoofd van het agentschap over het gevolg dat aan dat beroep wordt gegeven. In het kader daarvan wordt advies gevraagd aan de wildbeheercommissie.

Onderafdeling 3. De wildbeheercommissie (... - ...)

Artikel 41. ( 01/07/2014 - ... )

§ 1. De minister stelt een wildbeheercommissie in, die is samengesteld uit:
1° twee personeelsleden van het agentschap, waarvan er een fungeert als voorzitter;
2° een personeelslid van het instituut die deskundig is inzake wild;
3° twee jagers die deskundig zijn inzake wild in het Vlaamse Gewest.

Voor elk lid van de wildbeheercommissie wordt een plaatsvervanger aangesteld.

De minister wijst voor de wildbeheercommissie een of meer niet stemgerechtigde secretarissen aan die onder meer belast worden met het opstellen van de notulen van de vergaderingen van de wildbeheercommissie.

De duur van het mandaat van de leden en secretarissen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, is drie jaar. Het mandaat is verlengbaar.

§ 2. De leden van de wildbeheercommissie worden niet vergoed. De leden van de wildbeheercommissie die niet tot de diensten van de Vlaamse overheid behoren, hebben wel recht op een vergoeding van de reis- en verblijfskosten, voorgeschreven door de algemene reglementering ter zake. Die personen worden in dat opzicht gelijkgesteld met de personeelsleden van de Vlaamse overheid die een graad van de rangen 10 tot en met 14 hebben.

Artikel 42. ( 01/07/2014 - ... )

§ 1. De wildbeheercommissie heeft de volgende taken:
1° advies geven over de criteria die gebruikt worden bij de toewijzing van een afschotplan;
2° advies geven over een beroep dat wordt ingesteld tegen de beslissing van het personeelslid van het agentschap die bevoegd is voor de toewijzing of de weigering van een afschotplan;
3° advies geven over de sluiting van de jacht op een kleinwildsoort.

§ 2. De wildbeheercommissie vergadert geldig als de meerderheid van de leden of hun plaatsvervangers aanwezig is.

De wildbeheercommissie beslist bij gewone meerderheid. Bij een staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.

De werkzaamheden van de wildbeheercommissie worden uitgevoerd overeenkomstig een huishoudelijk reglement dat wordt vastgesteld door het hoofd van het agentschap.

Afdeling 3. Het faunabeheerplan (... - ...)

Artikel 43. ( 09/05/2016 - ... )

Het faunabeheerplan bevat ten minste de volgende onderdelen:
1° met betrekking tot het populatiebeheer van wild in het WBE-werkingsgebied of in het jachtterrein van de onafhankelijke jachtrechthouder:
a) de populatiedoelstellingen en eventuele doelstellingen voor bejaging voor elke bejaagbare soort;
b) de oppervlakte en kwaliteit van het aanwezige leefgebied, geschikt voor elke bejaagbare soort. In deze rubriek wordt ook aangegeven welke verbeteringen aan de leefgebieden onder het voorgaande faunabeheerplan werden gerealiseerd;
c) de concrete maatregelen met het oog op een duurzaam wildbeheer;
d) concrete afspraken over jachtplanning in tijd en ruimte voor elke bejaagbare soort om de populatiedoelstellingen per bejaagbare soort te realiseren;
e) een engagement over het verzamelen van gegevens over geschoten en gevangen wild, en een plan van aanpak voor de manier waarop die gegevens zullen worden verzameld voor een jaarlijks wildrapport;
f) ...;
2° met betrekking tot valwild in het WBE-werkingsgebied of in het jachtterrein van de onafhankelijke jachtrechthouder:
a) een engagement over het verzamelen van gegevens over valwild en een plan van aanpak voor de manier waarop die gegevens zullen worden verzameld voor een jaarlijks valwildrapport;
b) concrete en haalbare beheerdoelstellingen en maatregelen om het voorkomen van valwild te reduceren;
3° met betrekking tot schade door wild in het WBE-werkingsgebied of in het jachtterrein van de onafhankelijke jachtrechthouder:
a) een engagement over het verzamelen van gegevens over schade door wild en een plan van aanpak voor de manier waarop die gegevens zullen worden verzameld voor een jaarlijks wildschaderapport;
b) concrete en haalbare beheerdoelstellingen en maatregelen om de schade te reduceren;
4° met betrekking tot soorten die overlast veroorzaken in het WBE-werkingsgebied of in het jachtterrein van de onafhankelijke jachtrechthouder:
a) een engagement over het verzamelen van gegevens over het voorkomen van soorten die overlast veroorzaken en een plan van aanpak voor de manier waarop die gegevens zullen worden verzameld voor een jaarlijks overlastsoortenrapport;
b) concrete en haalbare beheerdoelstellingen en maatregelen om soorten die overlast veroorzaken aan te pakken;
5° met betrekking tot subsidieerbare projecten in het kader van duurzaam wildbeheer of een verbeterde veiligheid van de jacht:
a) een overzicht van de projecten en hun inhoud;
b) een planning van de projecten met een duidelijke vermelding van de deadlines voor de evaluatie;
c) een raming van de kosten per project of deelproject;
d) een overzicht van de bewijzen die de subsidieerbare kosten zullen staven;
6° met betrekking tot een WBE-werkingsgebied of het jachtterrein van de onafhankelijke jachtrechthouder dat geheel of gedeeltelijk overlapt met een speciale beschermingszone die is aangewezen met toepassing van het artikel 36bis van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en natuurlijk milieu: de inhoud van het faunabeheerplan moet overeenstemmen met de instandhoudingsdoelstellingen en de prioriteiten die gelden voor de speciale beschermingszone in kwestie.

Artikel 44. ( 20/10/2024 - ... )

§ 1. Een onafhankelijk jachtrechthouder beschikt over een goedgekeurd faunabeheerplan om de jacht te kunnen uitoefenen.

Bij een WBE maakt het goedgekeurd faunabeheerplan een onderdeel uit van de erkenningsaanvraag, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 1.

§ 2. Een ontwerp van een faunabeheerplan wordt aangetekend opgestuurd naar het daarvoor aangewezen personeelslid van het agentschap met een papieren formulier of wordt bij het daarvoor aangewezen personeelslid van het agentschap ingediend met een elektronisch formulier. Het model van beide formulieren wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.

Een ontwerp van een faunabeheerplan van een WBE moet door de algemene vergadering van de WBE in kwestie met een tweederdemeerderheid van de stemgerechtigde leden worden goedgekeurd.

§ 3. Het daarvoor aangewezen personeelslid van het agentschap beoordeelt het ontwerp van het faunabeheerplan en vraagt indien nodig advies aan het instituut.

Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de verenigbaarheid van het faunabeheerplan met de bepalingen van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Het daarvoor aangewezen personeelslid van het agentschap vraagt in voorkomend geval binnen een maand na de indiening:
1° de indiening van de ontbrekende stukken;
2° aanvullende informatie;
3° de bijsturing van het ontwerp.

Als het ontwerp van het faunabeheerplan door het agentschap wordt goedgekeurd, ontvangt de betrokken WBE of de onafhankelijke jachtrechthouder daarvan een melding binnen de termijn van een maand.

Artikel 45. ( 01/07/2014 - ... )

Een faunabeheerplan is maximaal geldig voor de periode van erkenning van een WBE of voor vijf jachtseizoenen voor een onafhankelijke jachtrechthouder.

Het agentschap kan te allen tijde een tussentijdse evaluatie uitvoeren om het faunabeheerplan bij te sturen.

Een WBE of een onafhankelijke jachtrechthouder kan een wijziging van het faunabeheerplan aanvragen. Daarvoor wordt de procedure gevolgd zoals bij de aanvraag van een nieuw faunabeheerplan. Het nieuwe goedgekeurde faunabeheerplan vervangt van rechtswege het oude faunabeheerplan.

Artikel 46. ( 01/07/2014 - ... )

Het faunabeheerplan van een erkende WBE of een onafhankelijke jachtrechthouder kan worden geraadpleegd bij het agentschap. Indien gebruikers van het buitengebied opmerkingen hebben op het faunabeheerplan kunnen zij die overmaken aan het agentschap of in dialoog treden met de WBE.

Afdeling 4. Het wildrapport (... - ...)

Artikel 47. ( 20/10/2024 - ... )

§ 1. Een wildrapport bevat voor bepaalde soorten die het agentschap heeft aangewezen, de geschatte voorjaarsstand en het gerealiseerde afschot of de gerealiseerde vangst binnen het jachtterrein in het voorgaande kalenderjaar.

Een wildrapport wordt opgemaakt door elke onafhankelijke jachtrechthouder en door elke erkende WBE.

Een wildrapport wordt jaarlijks vóór 1 april ingediend. Als het wildrapport niet tijdig wordt ingediend, kan tijdens het daaropvolgende jachtseizoen niet vroeger worden gejaagd dan vanaf drie maanden na de datum waarop het wildrapport alsnog werd ingediend.

§ 2. Een wildrapport wordt aangetekend opgestuurd met een papieren formulier naar het daarvoor aangewezen personeelslid van het agentschap of wordt bij het daarvoor aangewezen personeelslid van het agentschap ingediend met een elektronisch formulier. Het model van beide formulieren wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap.

Het agentschap bezorgt de gegevens binnen een maand aan het instituut voor verwerking en rapportering.

HOOFDSTUK 5. Het jachtexamen (... - ...)

Afdeling 1. Algemene bepalingen met betrekking tot het jachtexamen (... - ...)

Artikel 48. ( 30/04/2016 - ... )

§ 1. Het jachtexamen omvat een theoretisch gedeelte en een praktisch gedeelte:
1° het theoretische gedeelte omvat de volgende vakken:
a) vak 1: "wetgeving". Voor dit vak worden vijftien schriftelijke vragen gesteld;
b) vak 2: "fauna". Voor dit vak worden dertig schriftelijke vragen gesteld, waarbij gebruik kan worden gemaakt van foto's, diapositieven, tekeningen, opgezette dieren en ander aanschouwelijk materiaal dat werd aanvaard door de jachtexamencommissie;
c) vak 3: "jachtwapens en munitie". Voor dit vak worden vijftien schriftelijke vragen gesteld;
2° het praktische gedeelte omvat de volgende vakken:
a) vak 1: "veiligheid". Dit vak bestaat uit twee onderdelen:
1) een onderdeel "praktische kennis van vuurwapens, munitie en de veiligheidsrisico's ervan", waarbij wordt nagegaan of de kandidaat voldoende kennis heeft van vuurwapens, munitie en veiligheidsrisico's, in een gecontroleerde situatie;
2) een onderdeel "veilig omgaan met vuurwapens en munitie op het terrein", waarbij wordt nagegaan of de kandidaat veilig kan omgaan met vuurwapens en munitie in een situatie die sterk vergelijkbaar is met het uitoefenen van de jachtdaad in de praktijk;
b) vak 2: "schietvaardigheidsproef met het hagelgeweer";
c) vak 3: "schietvaardigheidsproef met het kogelgeweer".

§ 2. De inhoud van het examen wordt per vak opgenomen in bijlage 1 en 2, die bij dit besluit zijn gevoegd.

Het agentschap bepaalt jaarlijks de concrete proeven waaruit elk vak bestaat.

Artikel 49. ( 01/07/2014 - ... )

Elk gedeelte van het jachtexamen wordt ten minste één keer per jaar georganiseerd.

Elk gedeelte van het jachtexamen wordt ten minste 30 dagen voor de op grond van het eerste lid bepaalde datum aangekondigd door een bericht in het Belgisch Staatsblad en daarnaast op elke andere wijze die het agentschap nuttig acht.

Het bericht vermeldt de plaats, de datum en het uur van het examen, alsook de uiterste inschrijvingsdatum.

Afdeling 2. Inschrijving voor het jachtexamen (... - ...)

Artikel 50. ( 20/10/2024 - ... )

§ 1. Om zich op geldige wijze in te schrijven voor het jachtexamen moet een kandidaat voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° zowel voor deelname aan het theoretische gedeelte als voor deelname aan het praktische gedeelte van het jachtexamen wordt een papieren formulier aangetekend opgestuurd naar het agentschap of wordt een elektronisch formulier ingediend bij het agentschap. Het model van beide formulieren wordt opgesteld door het agentschap en ter beschikking gesteld op de website natuurenbos.vlaanderen.be van het agentschap. De volledig ingevulde en ondertekende formulieren worden uiterlijk ingediend op de inschrijvingsdatum die vastgesteld is in het bericht, vermeld in artikel 49;
2° zowel voor deelname aan het theoretische gedeelte als voor deelname aan het praktische gedeelte van het jachtexamen wordt inschrijvingsgeld betaald. Het inschrijvingsgeld wordt uiterlijk betaald op de datum die vastgesteld is in het bericht, vermeld in artikel 49;
3° voor deelname aan het praktische gedeelte van het jachtexamen wordt bij het formulier, vermeld in punt 1°, een uittreksel uit het strafregister dat is afgeleverd conform artikel 596, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering gevoegd. Dat uittreksel wordt afgegeven door het gemeentebestuur van de woonplaats van de kandidaat, binnen twee maanden voor de inschrijving.

§ 2. Het bedrag van het inschrijvingsgeld, vermeld in paragraaf 1, 2°, bedraagt:
1° 70 euro voor een kandidaat die zich inschrijft voor het theoretische gedeelte;
2° 180 euro voor een kandidaat die zich inschrijft voor het praktische gedeelte;
3° 100 euro voor een kandidaat die conform artikel 59, § 1, derde lid, vrijgesteld is voor het onderdeel "veilige omgang met vuurwapens en munitie" van het praktische gedeelte;
4° 40 euro voor een kandidaat die conform artikel 59, § 1, derde lid, vrijgesteld is voor de onderdelen "veilige omgang met vuurwapens en munitie" en "schietvaardigheidsproef met het hagelgeweer" van het praktische gedeelte;
5° 40 euro voor een kandidaat die conform artikel 59, § 1, derde lid, vrijgesteld is voor de onderdelen "veilige omgang met vuurwapens en munitie" en "schietvaardigheidsproef met het kogelgeweer" van het praktische gedeelte.

Het agentschap bepaalt de nadere regels voor de betaling van het inschrijvingsgeld.

Het door een kandidaat betaalde inschrijvingsgeld wordt niet terugbetaald, ook niet als de betrokken kandidaat, om welke reden ook, niet aan het examen kan deelnemen.

§ 3. Een inschrijving is niet geldig als uit het uittreksel, vermeld in paragraaf 1, 3°, blijkt dat een kandidaat zich in een van de volgende gevallen bevindt:
1° het gaat om een persoon die ontzet of vervallen verklaard is van het recht om wapens te dragen;
2° het gaat om een persoon die veroordeeld is wegens een jachtmisdrijf. Deze bepaling geldt alleen voor veroordelingen die dateren van minder dan twaalf maanden voor de datum waarop het uittreksel wordt afgegeven, tenzij in geval van een veroordeling wegens een jachtmisdrijf dat gepleegd is met verboden wapens, in bende, bij nacht, met verboden tuigen of met motorvoertuigen;
3° het gaat om een persoon die zich niet heeft gehouden aan de strafrechtelijke verplichtingen die volgen uit een veroordeling wegens jachtmisdrijf;
4° het gaat om een persoon die veroordeeld is wegens een misdrijf waarbij daden van geweld of weerspannigheid zijn gepleegd.

Voor de controle van de inschrijvingen van het jachtexamen baseert het agentschap zich op de aangeleverde gegevens uit de aanvraag, de gegevens in het digitale platform van de Vlaamse overheid, de gegevens uit het rijksregister, de gegevens uit het strafregister en de gegevens uit de databanken over wapens.

Artikel 51. ( 20/10/2024 - ... )

Uiterlijk vijf dagen voor de datum van het examen worden de geldig ingeschreven kandidaten opgeroepen met een persoonlijke communicatie waarin de datum, de plaats en het uur van het examen en desgevallend bijkomende instructies voor het examen worden vermeld.

Afdeling 3. Deelname aan het jachtexamen (... - ...)

Artikel 52. ( 01/07/2014 - ... )

§ 1. Om aan het jachtexamen te mogen deelnemen moeten kandidaten aan de volgende algemene voorwaarden voldoen:
1° ze hebben de aan hen gerichte oproepingsbrief bij zich;
2° ze hebben hun identiteitskaart bij zich;
3° ze zijn in staat kennis te nemen van de gestelde vragen met eigen middelen, zonder de hulp van een persoon die hen eventueel vergezelt;
4° hun fysieke toestand laat toe om op een zelfstandige basis alle onderdelen van het examen af te leggen.

De volgende personen kunnen het examen mondeling afleggen:
1° analfabeten. Als bewijs van analfabetisme leggen de betrokkenen een attest van het gemeentebestuur van hun woonplaats voor aan het agentschap;
2° personen met een handicap. Als bewijs van de handicap leggen de betrokkenen een medisch attest voor aan het agentschap waaruit hun handicap blijkt.

De personen, vermeld in het tweede lid, leveren het bewijs in kwestie af bij de inschrijving voor het jachtexamen, vermeld in artikel 50, § 1, 1°.

§ 2. Deelnemers aan het theoretische jachtexamen moeten ten minste zeventien jaar oud zijn op de datum van het examen.

§ 3. Deelnemers aan het praktische jachtexamen moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° ze zijn minder dan drie jaar voor de datum van het examen geslaagd voor het theoretische gedeelte van het jachtexamen;
2° om te mogen deelnemen aan vak 2 en vak 3 van het praktische gedeelte moeten ze minder dan drie jaar voor de datum van het examen geslaagd zijn voor vak 1 van het praktische gedeelte.

Artikel 53. ( 01/07/2014 - ... )

Elke poging tot bedrog tijdens het jachtexamen wordt voorgelegd aan de voorzitter van de jachtexamencommissie of aan een door de voorzitter aangewezen lid van de jachtexamencommissie. Die kan beslissen dat de kandidaat wordt uitgesloten en dat zijn examen ongeldig is.

Artikel 54. ( 30/04/2016 - ... )

§ 1. Om te slagen voor het theoretische gedeelte van het jachtexamen moet een kandidaat voor elk vak ten minste 50% van de punten behalen en 60% van de punten in totaal.

§ 2. Om te slagen voor het praktische gedeelte van het jachtexamen moet een kandidaat de volgende resultaten behalen:
1° voor vak 1: ten minste 60% van de punten voor elk onderdeel;
2° voor vak 2: ten minste 50 % van de punten;
3° voor vak 3: ten minste 50 % van de punten.

§ 3. Of een kandidaat voor een bepaald vak van het praktische gedeelte van het jachtexamen als dan niet geslaagd is, wordt beoordeeld door een door de voorzitter aangewezen lid van de jachtexamencommissie of een plaatsvervanger.

De beoordeling, vermeld in het eerste lid, verloopt volgens de volgende modaliteiten:
1° er wordt eensluidend advies gegeven door de aanwezige waarnemers. Een waarnemer is een persoon die door het agentschap is aangewezen om bij het jachtexamen aanwezig te zijn om toezicht uit te oefenen. Het advies van de waarnemers is niet bindend;
2° bij gebrek aan een eensluidend advies wordt de betrokken kandidaat onder voorbehoud toegelaten tot het volgende vak. De jachtexamencommissie beslist in dat geval achteraf over de beoordeling;
3° bij afwezigheid van het lid van de jachtexamencommissie of een plaatsvervanger wordt de betrokken kandidaat, ongeacht het advies, onder voorbehoud toegelaten tot het volgende vak. De jachtexamencommissie beslist in dat geval achteraf over de beoordeling.

Tegen de beoordeling, vermeld in het eerste lid, is geen beroep mogelijk.

Afdeling 4. De jachtexamencommissie (... - ...)

Artikel 55. ( 01/07/2014 - ... )

§ 1. De minister stelt een jachtexamencommissie samen, die bestaat uit zeven leden:
1° twee personeelsleden van het agentschap, waarvan een fungeert als voorzitter;
2° een vertegenwoordiger van de jachtsector;
3° vier specifieke deskundigen: een deskundige inzake de jachtregelgeving, een deskundige inzake wildbiologie, een deskundige inzake vuurwapens en een deskundige inzake de veilige omgang en de schietvaardigheid met vuurwapens.

Voor elk lid wordt een plaatsvervanger aangesteld.

De minister wijst voor de jachtexamencommissie een of meer niet stemgerechtigde secretarissen aan die onder meer belast worden met het opstellen van de notulen van de vergaderingen van de commissie.

De duur van het mandaat van de leden en secretarissen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, is drie jaar. Het mandaat is verlengbaar.

§ 2. De leden van de jachtexamencommissie worden niet vergoed. De leden van de jachtexamencommissie die niet tot de diensten van de Vlaamse overheid behoren, hebben wel recht op een vergoeding van de reis- en verblijfskosten, voorgeschreven door de algemene reglementering ter zake. Die personen worden in dat opzicht gelijkgesteld met de personeelsleden van de Vlaamse overheid die een graad van de rangen 10 tot en met 14 hebben.

Artikel 56. ( 01/07/2014 - ... )

§ 1. De jachtexamencommissie heeft de volgende taken:
1° het vaststellen van een examenreglement voor zowel het theoretische als het praktische gedeelte van het jachtexamen;
2° het vaststellen van de resultaten van de kandidaten voor het theoretische en het praktische gedeelte;
3° het vaststellen van de resultaten van de kandidaten die onder voorbehoud tot bepaalde onderdelen van het praktische gedeelte zijn toegelaten conform de procedure, vermeld in artikel 54, § 3;
4° het afhandelen van geschillen als vermeld in artikel 57;
5° het verlenen van advies in een beroepsprocedure als vermeld in artikel 59, § 2.

§ 2. De jachtexamencommissie vergadert geldig als de meerderheid van de leden of hun plaatsvervangers aanwezig is.

De jachtexamencommissie beslist bij gewone meerderheid. Bij een staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.

De werkzaamheden van de commissie worden uitgevoerd overeenkomstig een huishoudelijk reglement dat wordt vastgesteld door het hoofd van het agentschap.

Afdeling 5. Afwikkeling van het jachtexamen (... - ...)

Artikel 57. ( 01/07/2014 - ... )

Eventuele geschillen over het verloop van het jachtexamen worden met een aangetekende brief ingediend bij het agentschap, uiterlijk een week na het examen. De postdatum van de aangetekende brief geldt als verzendingsdatum. Alvorens een beslissing te nemen vraagt het agentschap advies aan de jachtexamencommissie.

Artikel 58. ( 01/07/2014 - ... )

Na de verbetering van het examen en na beraadslaging van de jachtexamencommissie worden de kandidaten met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing van de commissie.

Het agentschap deelt aan elke kandidaat het cijfer mee dat in totaal en per vak werd behaald.

Artikel 59. ( 09/05/2016 - ... )

§ 1. Een kandidaat die geslaagd is voor het theoretische en/of het praktische gedeelte van het jachtexamen ontvangt daarvan telkens een getuigschrift.

Een getuigschrift wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de jachtexamencommissie.

Een kandidaat die niet geslaagd is voor het volledige praktisch gedeelte, maar wel voor één of twee vakken, ontvangt een vrijstellingsattest voor de vakken waarvoor hij geslaagd is.

§ 2. Een kandidaat die niet geslaagd is voor het theoretische en/of het praktische gedeelte, kan beroep aantekenen tegen de beslissing van de jachtexamencommissie. Dat beroep wordt met een aangetekende brief aan het agentschap gestuurd, binnen de periode van veertien dagen die volgt op de dag waarop de beslissing van de jachtexamencommissie met een aangetekende brief werd verzonden. Alvorens een beslissing te nemen vraagt het agentschap advies aan de jachtexamencommissie.

§ 3. Een getuigschrift als vermeld in paragraaf 1 vervalt in de volgende gevallen:
1° als de titularis veroordeeld is wegens een overtreding van de jachtregelgeving. Deze regel is niet van toepassing als de rechter in voorkomend geval vrijstelling voor een nieuw jachtexamen heeft verleend;
2° als de titularis al meer dan tien jaar geen jachtverlof of jachtvergunning meer heeft verkregen in België, Nederland of het Groothertogdom Luxemburg vanaf de laatste geldigheidsdatum van het laatste uitgereikte jachtverlof of de laatst uitgereikte jachtvergunning. Op verzoek van de arrondissementscommissaris levert de titularis het bewijs dat hij zich niet in die toestand bevindt. Dat bewijs kan worden geleverd met alle rechtsmiddelen, met uitzondering van een eedaflegging of een bekentenis.

[HOOFDSTUK 5/1. Het Jachtfonds (ing. BVR 14 december 2018, art. 2, I: 2 maart 2019)] (... - ...)

Artikel 59/1. ( 20/10/2024 - ... )

Het agentschap staat in voor het beheer van het Jachtfonds. Het agentschap voert daarbij de volgende taken uit:
1° het organiseert de vergaderingen van het Centraal Comité;
2° het raamt de jaarlijkse totale inkomsten en uitgaven van het Jachtfonds, voor 1 mei van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de inkomsten en uitgaven betrekking hebben;
3° het maakt de begroting van het Jachtfonds op in overleg met het Centraal Comité, voor 15 oktober van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, en bezorgt de begroting aan de minister. De begroting omvat een beschrijving van alle uitgaven van het Jachtfonds voor het volgende kalenderjaar, verdeeld over de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991;
4° het maakt de jaarrekening van het Jachtfonds op, voor 1 mei van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, en bezorgt de jaarrekening aan het Centraal Comité. De jaarrekening omvat een beschrijving van alle uitgaven van het Jachtfonds in het voorbije kalenderjaar, verdeeld over de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1 van het voormelde decreet;
5° het voert de boekhouding van het Jachtfonds. Daartoe behoort de inboeking van de inkomsten en het verrichten van de vastleggingen en de uitgaven.

Artikel 59/2. ( 02/03/2019 - ... )

§ 1. Het agentschap vult de doelstellingen in, vermeld in artikel 32/1, 5°, a) tot en met e), van het Jachtdecreet van 24 juli 1991. Het agentschap kan daarvoor jaarlijks, binnen de perken van de jaarlijks goedgekeurde begroting, beschikken over maximaal 335.000 euro uit het Jachtfonds.

Het agentschap vult de doelstelling in, vermeld in artikel 32/1, 5°, e) en 8°, van het voormelde decreet. Het agentschap kan daarvoor jaarlijks, binnen de perken van de jaarlijks goedgekeurde begroting, beschikken over maximaal 160.000 euro uit het Jachtfonds.

§ 2. Voor de invulling, de ondersteuning en de uitvoering van de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, d) en e), 6° en 8°, van het Jachtdecreet van 24 juli 1991, kan de Hubertus Vereniging Vlaanderen vzw jaarlijks, binnen de perken van de jaarlijks goedgekeurde begroting, beschikken over een algemene werkingssubsidie van maximaal 300.000 euro uit het Jachtfonds.

De minister bepaalt de taken die de Hubertus Vereniging Vlaanderen vzw moet uitvoeren met de subsidie, vermeld in het eerste lid. De nader te bepalen taken moeten:
1° betrekking hebben op duidelijk beschreven, praktische activiteiten, die onmiskenbaar verbonden zijn met één of meer van de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, d) en e), 6° en 8°, van het Jachtdecreet van 24 juli 1991;
2° aan elk van de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, d) en e), 6° en 8°, van het Jachtdecreet van 24 juli 1991, minstens één taak in hoofdzaak verbinden, zodanig dat alle doelstellingen in acht genomen worden bij het vaststellen van de taken;
3° complementair zijn aan de taken van het agentschap en desgevallend de taken van het agentschap ondersteunen;
4° het behoud van natuur en biodiversiteit bevorderen.

De subsidieaanvraag moet bij het agentschap worden ingediend in de maand december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

Het agentschap gaat na of de ingediende subsidieaanvraag overeenstemt met de invulling en de uitvoering van de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1, 1°, 2°, 3°, 4° en 5°, d) en e), 6° en 8°, van het Jachtdecreet van 24 juli 1991, en brengt daarover een advies uit aan de minister.

De minister neemt binnen dertig dagen na de ontvangst van het advies van het agentschap een beslissing over de subsidieaanvraag. De minister bepaalt daarbij de modaliteiten van de uitbetaling en rapportering.

§ 3. Het Centraal Comité besteedt het resterende bedrag van de geraamde inkomsten uit het Jachtfonds ten opzichte van de bedragen, vermeld in paragraaf 1 en 2, aan projecten die de doelstellingen invullen, vermeld in artikel 32/1, 1°, 2°, 3°, 4°, 5, e), 6°, 7° en 8°, van het Jachtdecreet van 24 juli 1991.

Artikel 59/3. ( 20/10/2024 - ... )

Voor 1 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, keurt de minister de begroting goed die het agentschap bezorgt, of stuurt de minister de begroting terug naar het agentschap met de vraag om die in overleg met het Centraal Comité bij te sturen. In dat laatste geval bezorgt het agentschap een aangepaste begroting voor 15 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, aan de minister, en keurt de minister de begroting goed voor 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft.

Artikel 59/4. ( 20/09/2024 - ... )

§ 1. Het Centraal Comité is samengesteld uit de volgende leden, die door de minister worden benoemd:
1° drie personeelsleden van het agentschap, waarvan een personeelslid fungeert als voorzitter;
2° een personeelslid van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023 tot oprichting van een intern verzelfstandigd agentschap “Landbouw en Zeevisserij”;
3° een personeelslid van het beleidsdomein Financiën en Begroting;
4° een personeelslid van het instituut;
5° vijf vertegenwoordigers van de jachtsector.

De minister benoemt een plaatsvervanger voor elk van de leden, vermeld in het eerste lid.

§ 2. De leden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2°, 3° en 4°, en hun plaatsvervangers worden voorgedragen door de leidende ambtenaren van de betrokken entiteiten.

De leden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 5°, en hun plaatsvervangers worden voorgedragen door de representatieve verenigingen in de Vlaamse jachtsector.

De duur van het mandaat van de leden en hun plaatsvervangers, vermeld in paragraaf 1, eerste en tweede lid, is vier jaar. Het mandaat is verlengbaar. Als er voor het einde van een mandaat van een lid een vacature openstaat, neemt de plaatsvervanger dat mandaat over en wordt een nieuwe plaatsvervanger voorgedragen overeenkomstig het eerste en het tweede lid.

§ 3. Het agentschap wijst voor het Centraal Comité een of meer niet-stemgerechtigde secretarissen aan, die onder meer de notulen van de vergaderingen van het Centraal Comité opstellen en de reis- en verblijfkosten van de leden van het Centraal Comité afhandelen.

§ 4. De leden van het Centraal Comité worden niet vergoed. De leden van het Centraal Comité die niet tot de diensten van de Vlaamse overheid behoren, hebben wel recht op een vergoeding van de reis- en verblijfskosten, conform de bepalingen die gelden voor de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid.

§ 5. Het Centraal Comité vergadert geldig als de meerderheid van de leden of hun plaatsvervangers aanwezig is.

Het Centraal Comité beslist bij gewone meerderheid. Bij een staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.

Het Centraal Comité voert zijn werkzaamheden uit overeenkomstig een huishoudelijk reglement dat wordt vastgesteld door het hoofd van het agentschap. Dat reglement bepaalt onder meer de dagelijkse werking van het Centraal Comité, het aantal vergaderingen van het Centraal Comité per jaar en het tijdstip ervan. Het kan aan bepaalde leden specifieke taken toekennen ter voorbereiding van de vergaderingen.

HOOFDSTUK 5/2. Digitale dienstverlening (Datum te bepalen door de Vlaamse Regering - ...)

Artikel 59/5.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

( Datum te bepalen door de Vlaamse Regering - ... )

De Vlaamse overheid voorziet in een digitaal platform voor de ontvangst en verwerking van de administratieve verplichtingen van het Jachtdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
    
Het digitale platform is gericht op het principe van de unieke gegevensinzameling. Het principe van de unieke gegevensinzameling wordt alleen gegarandeerd  als de betrokkene een Belgisch rijksregisternummer of BIS-nummer of een Belgisch ondernemingsnummer heeft. Als in een aanvraag of een melding gegevens noodzakelijk zijn die beschikbaar zijn binnen de Vlaamse overheid, worden de gegevens opgehaald in de authentieke bron. Als in een aanvraag of een melding gegevens noodzakelijk zijn die beschikbaar zijn bij een andere Belgische overheid, maakt de Vlaamse overheid een digitale verbinding met de authentieke bron. Als er een digitale verbinding is, worden de gegevens opgehaald in de authentieke bron. Als er geen digitale verbinding is, moet de burger zijn gegevens toevoegen aan de aanvraag of melding.
    
Alle diensten van de Vlaamse overheid die bevoegd zijn voor jacht, voeren de gegevens uit de processen waarvoor ze bevoegd zijn, in het digitale platform in.
    
Alle diensten van de Vlaamse overheid die bevoegd zijn voor jacht, verwerken de gegevens uit de processen waarvoor ze bevoegd zijn, in het digitale platform. De diensten van de Vlaamse overheid die bevoegd zijn voor jacht, kunnen de gegevens uit het digitale platform verwerken voor alle processen waarvoor ze bevoegd zijn. 
    
De diensten van andere Belgische overheden kunnen de gegevens uit het digitale platform verwerken voor alle processen in verband met jacht waarvoor ze bevoegd zijn. De betrokken overheid vraagt daarvoor de gegevens op bij het hoofd van het agentschap. Het hoofd van het agentschap kan de gegevensvraag beperken of weigeren met een met redenen omklede beslissing.
 

HOOFDSTUK 6. Bijzondere bepalingen (... - ...)

Artikel 60. ( 01/07/2014 - ... )

Het agentschap kan ter uitvoering van artikel 33 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991 specifieke afwijkingen verlenen van de bepalingen, vermeld in dit besluit.

Artikel 61. ( 01/07/2014 - ... )

De ambtenaar, vermeld in artikel 24, derde lid, van het Jachtdecreet van 24 juli 1991, wordt aangewezen door het agentschap.

Artikel 61/1. ( 20/10/2024 - ... )

In de gevallen waarin in dit besluit bepaald is dat de bevoegde overheid aan de burger communiceert met een aangetekende zending, kan de bevoegde overheid die correspondentie ook uitvoeren met een e-mail met ontvangstbevestiging, als ze over het e-mailadres van de correspondent beschikt en op voorwaarde dat het niet om de uitreiking van certificaten gaat. Als een ontvangstbevestiging van die e-mail uitblijft, wordt na één week een aangetekende zending verzonden en wordt de daaropvolgende responstijd met één week verminderd.

HOOFDSTUK 7. Overgangsbepalingen (... - ...)

Artikel 62. ( 01/07/2014 - ... )

Het getuigschrift dat vóór 1 januari 1995 werd verkregen voor het slagen voor het jachtexamen in het Vlaamse Gewest, is gelijkwaardig aan het geldige getuigschrift, vermeld in artikel 7, eerste lid, 4°.

Artikel 63. ( 01/07/2014 - ... )

§ 1. Een jachtplan dat is ingediend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 1989 tot uitvoering van artikel 4 van de jachtwet van 28 februari 1882 voor het Vlaamse Gewest, dat wordt opgeheven door artikel 65 van dit besluit, blijft geldig tot 30 juni 2015.

Indien aan een jachtplan dat is ingediend overeenkomstig het eerste lid wijzigingen worden aangebracht voor de in het eerste lid vermelde datum moet dit gebeuren overeenkomstig hoofdstuk 4, afdeling 1, van dit besluit.

§ 2. In afwijking van artikel 31, § 1, eerste lid, dient de jachtrechthouder voor het jachtseizoen 2015-2016 het voorstel van jachtplan in bij de arrondissementscommissaris van de provincie waarin het jachtterrein of het grootste gedeelte ervan ligt, voor 1 januari 2015.

Artikel 64. ( 01/07/2014 - ... )

De WBE's die erkend zijn vóór de inwerkingtreding van dit besluit blijven erkend voor de looptijd van hun erkenning.

Voor de WBE's vermeld in het eerste lid blijft, voor wat betreft het aanvragen van projectsubsidies, artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 1998 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder afzonderlijke jachtterreinen vrijwillig tot grotere beheereenheden kunnen worden samengevoegd en van de criteria waaronder beheereenheden kunnen worden erkend, dat wordt opgeheven door artikel 65 van dit besluit, van toepassing.

De subsidieaanvragen die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend, overeenkomstig artikelen 7 en 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 1998 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder afzonderlijke jachtterreinen vrijwillig tot grotere beheereenheden kunnen worden samengevoegd en van de criteria waaronder beheereenheden kunnen worden erkend, worden behandeld volgens voormelde artikels.

HOOFDSTUK 8. Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 65. ( 01/07/2014 - ... )

De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het koninklijk besluit van 15 juli 1963 tot instelling van de verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor het bekomen van een jachtverlof of van een jachtvergunning, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1963, de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 september 2001 en 4 juli 2008;
2° het koninklijk besluit van 28 februari 1977 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juli 2008;
3° het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 1989 tot uitvoering van artikel 4 van de jachtwet van 28 februari 1882 voor het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 december 1998, 9 september 2005, 7 maart 2008 en 10 juni 2011;
4° het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 1990 tot uitvoering van het decreet van 23 mei 1990 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 en 7 maart 2008;
5° het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 1993 betreffende de vorm van het jachtverlof en de jachtvergunning, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2001;
6° het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 tot invoering van een afschotplan voor reewild, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 november 1996, 23 juni 1998, 14 april 2000, 7 maart 2008, 29 mei 2009 en 10 juni 2011;
7° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 januari 1995 betreffende de organisatie van het jachtexamen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 maart 2012;
8° het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 1998 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder afzonderlijke jachtterreinen vrijwillig tot grotere beheereenheden kunnen worden samengevoegd en van de criteria waaronder beheereenheden kunnen worden erkend, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009;
9° het ministerieel besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van het model van overeenkomst zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 1994 tot invoering van een afschotplan voor reewild;
10° het ministerieel besluit van 28 oktober 2005 tot vaststelling van de gegevens die in het wildbeheerplan moeten worden opgenomen;
11° het ministerieel besluit van 2 juni 2009 tot vaststelling van de handleiding en van de formulieren vermeld in artikel 6, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend.

Artikel 66. ( 01/07/2014 - ... )

De Vlaamse minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Artikel 67. ( 01/07/2014 - ... )

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2014.

BIJLAGE ( 01/07/2014 - ... )

Inhoud van het theoretische gedeelte van het jachtexamen

Vak 1: wetgeving

Dit vak omvat de volgende regelgeving:
1° het Jachtdecreet van 24 juli 1991 en alle uitvoeringsbesluiten ervan;
2° het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, voor wat betreft de aspecten die relevant zijn in relatie tot de uitoefening van de jacht;
3° het Soortenbesluit van 15 mei 2009 en alle uitvoeringsbesluiten ervan, voor wat betreft de aspecten die relevant zijn in relatie tot de uitoefening van de jacht;
4° titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en alle uitvoeringsbesluiten ervan, voor wat betreft de aspecten die relevant zijn in relatie tot de uitoefening van de jacht;
5° de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens en alle uitvoeringsbesluiten ervan, voor wat betreft de aspecten die relevant zijn in relatie tot de uitoefening van de jacht.

Vak 2: fauna

Dit vak omvat de volgende onderwerpen:
1° uitwendige kenmerken, levenswijze, voedsel, kenmerken van het leefgebied, beheer van het leefgebied, ziekten en bedreigingen van de volgende soorten: edelhert, ree, damhert, moeflon, wild zwijn, haas, fazant, korhoen, patrijs, wilde eend, zomertaling, wintertaling, smient, pijlstaart, krakeend, slobeend, kuifeend, tafeleend, toppereend, grauwe gans, Canadese gans, kolgans, rietgans, kleine rietgans, meerkoet, waterhoen, houtduif, konijn, vos, verwilderde kat, bunzing, hermelijn, wezel, boommarter, steenmarter en das;
2° het herkennen van schade, aangericht door de volgende soorten, alsook de kennis van middelen om die schade te voorkomen: edelhert, ree, damhert, wild zwijn, moeflon, haas, konijn, vos, verwilderde kat, bunzing, hermelijn, wezel, boommarter, steenmarter, das, fazant, patrijs, grauwe gans, kolgans, dwerggans, rietgans, kleine rietgans, Canadese gans, brandgans, Nijlgans, wilde eend, meerkoet, waterhoen, houtduif, holenduif, verwilderde duif, zwarte kraai, roek, kauw en ekster;
3° herkenning van de volgende soorten die in België regelmatig in het wild voorkomen: wilde kat, muskusrat, fuut, dodaars, knobbelzwaan, wilde zwaan, kleine zwaan, dwerggans, brandgans, Nijlgans, ooievaar, aalscholver, roerdomp, blauwe reiger, bergeend, tureluur, groenpootruiter, witgatje, oeverloper, kemphaan, bosruiter, grutto, wulp, regenwulp, kievit, goudplevier, zilverplevier, scholekster, houtsnip, watersnip, bokje, kluut, kokmeeuw, zilvermeeuw, holenduif, zomertortel, Turkse tortel, verwilderde duif, bonte kraai, roek, kauw, zwarte kraai, ekster, gaai, raaf, alle soorten dagroofvogels en alle soorten uilen;
4° de rol van de jacht in de natuurlijke ecosystemen;
5° kennis van de rassen, en het gebruik en de verzorging van honden, fretten en roofvogels die gebruikt worden bij de jacht.

Vak 3: vuurwapens en munitie

Dit vak omvat de volgende onderwerpen:
1° de kenmerken en de mogelijkheden van de volgende wapens en munitie: hagelgeweren, hagelpatronen, kogelgeweren, kogelpatronen, gecombineerde geweren;
2° de voorzorgen die moeten worden genomen bij het vervoeren, het dragen, het bewaren en het gebruiken van vuurwapens.

BIJLAGE ( 01/07/2014 - ... )

Inhoud van het praktische gedeelte van het jachtexamen

Vak 1: veilige omgang met vuurwapens en munitie

Dit vak omvat de volgende onderwerpen:
1° het demonteren en het monteren van een vuurwapen;
2° het grendelen en het ontgrendelen van een vuurwapen;
3° het laden en het ontladen van een vuurwapen;
4° het dragen van een vuurwapen;
5° het nemen van een hindernis met een vuurwapen;
6° het schatten van afstanden in open terrein en in een bos;
7° het schieten met een vuurwapen;
8° het veilig en weidelijk gebruik van munitie.

Vak 2: schietvaardigheidsproef met het hagelgeweer

Dit vak omvat het schieten met een hagelgeweer op tien bewegende doelen.

Vak 3: schietvaardigheidsproef met het kogelgeweer

Dit vak omvat het afvuren van tien patronen met een kogelgeweer op een vaste schietschijf, met of zonder steun.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 15/10/2026