Ministerieel besluit tot het verlenen van subsidies voor beheerovereenkomsten met toepassing van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Datum 03/04/2015

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Definities
  2. HOOFDSTUK 2 De aanvraag en het sluiten van een beheerovereenkomst
  3. HOOFDSTUK 3 Bijzondere bepalingen over de verlenging, de overname, de omzetting, de uitbreiding en de vervanging van een beheerovereenkomst
  4. HOOFDSTUK 4 De beheerpakketten
    1. Afdeling 1 De beheerpakketten die ingezet kunnen worden voor de beheerdoelstelling botanisch beheer
      1. Onderafdeling 1 De inventarisatie van graslanden
      2. Onderafdeling 2 Het beheerpakket ontwikkeling soortenrijk grasland
      3. Onderafdeling 3 Het beheerpakket instandhouding soortenrijk grasland
    2. Afdeling 2 De beheerpakketten die ingezet kunnen worden voor de beheerdoelstelling erosiebestrijding
      1. Onderafdeling 1 Het beheergebied voor erosiebestrijding
      2. Onderafdeling 2 Het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook
      3. Onderafdeling 3 Het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding
      4. Onderafdeling 4 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding
      5. Onderafdeling 5 Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding
      6. Onderafdeling 6 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding
      7. Onderafdeling 7 Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding
      8. Onderafdeling 8 Het beheerpakket aanleg en onderhoud erosiedam
      9. Onderafdeling 9 Het beheerpakket aanleg en onderhoud strategisch grasland
    3. Afdeling 3 De beheerpakketten die ingezet kunnen worden voor de beheerdoelstelling onderhoud van kleine landschapselementen
      1. Onderafdeling 1 Definities
      2. Onderafdeling 2 Het beheergebied voor het onderhoud van kleine landschapselementen
      3. Onderafdeling 3 Het beheerpakket onderhoud haag
      4. Onderafdeling 4 Het beheerpakket onderhoud kaphaag
      5. Onderafdeling 5 Het beheerpakket onderhoud heg
      6. Onderafdeling 6 [Het beheerpakket onderhoud houtkant 75% afzetten (verv. MB 8 december 2016, art. 9, I: 19 januari 2017)]
      7. [Onderafdeling 6/1 Het beheerpakket onderhoud houtkant 50 % afzetten (ing. MB 8 december 2016, art. 13, I: 19 januari 2017)]
      8. [Onderafdeling 6/2 Het beheerpakket onderhoud houtkant 25 % afzetten (ing. MB 8 december 2016, art. 14, I: 19 januari 2017)]
      9. Onderafdeling 7 Het beheerpakket omvormingsbeheer houtkant
      10. Onderafdeling 8 Het beheerpakket onderhoud knotbomenrij
      11. [Onderafdeling 8/1 Het beheerpakket onderhoud houtsingel (ing. MB 8 december 2016, art. 15, I: 19 januari 2017)]
    4. Afdeling 4 De beheerpakketten die ingezet kunnen worden voor de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer
      1. Onderafdeling 1 Het beheergebied voor het perceelsrandenbeheer
      2. Onderafdeling 2 Het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer
      3. Onderafdeling 3 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer
      4. Onderafdeling 4 Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer
      5. Onderafdeling 5 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer
      6. Onderafdeling 6 Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer
      7. Onderafdeling 7 Het beheerpakket aanleg en onderhoud bloemenstrook
    5. Afdeling 5 De beheerpakketten die ingezet kunnen worden voor de beheerdoelstelling soortenbescherming
      1. Onderafdeling 1 Het beheergebied voor soortenbescherming
      2. Onderafdeling 2 De te beschermen soorten
      3. Onderafdeling 3 Het beheerpakket faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum
      4. Onderafdeling 4 Het beheerpakket faunabeheer grasland beweiden 20 mei
      5. Onderafdeling 5 Het beheerpakket faunabeheer grasland standweide 15 juni
      6. Onderafdeling 6 Het beheerpakket faunabeheer grasland kuikenweide
      7. Onderafdeling 7 Het beheerpakket faunabeheer akkerland voedselgewas
      8. Onderafdeling 8 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming
      9. Onderafdeling 9 Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook
      10. Onderafdeling 10 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus
      11. Onderafdeling 11 Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus
      12. Onderafdeling 12 Het beheerpakket aanleg en onderhoud vluchtstrook
      13. [Onderafdeling 12/1 Het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook vogelakker (ing. MB 8 december 2016, art. 27, I: 19 januari 2017)]
      14. [Onderafdeling 12/2 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook vogelakker (ing. MB 8 december 2016, art. 28, I: 19 januari 2017)]
      15. [Onderafdeling 12/3 Het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook hamster (ing. MB 8 december 2016, art. 29, I: 19 januari 2017)]
      16. [Onderafdeling 12/4 Het beheerpakket hamstervriendelijke nateelt (ing. MB 8 december 2016, art. 30, I: 19 januari 2017)]
    6. Afdeling 6 De beheerpakketten die ingezet kunnen worden voor de beheerdoelstelling bijdragen aan de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen
      1. Onderafdeling 1 Het beheergebied voor de beheerdoelstelling bijdragen aan de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen
      2. Onderafdeling 2 Het beheerpakket verminderde bemesting grasland
      3. Onderafdeling 3 Het beheerpakket verminderde bemesting akkerland
      4. Onderafdeling 4 Het beheerpakket fosfaatuitmijning akkerland
    7. Afdeling 7 Het beheerpakket dat ingezet kan worden voor de beheerdoelstelling verbetering van de waterkwaliteit
      1. Onderafdeling 1 Definities
      2. Onderafdeling 2 Het beheergebied voor het beheerpakket waterkwaliteit
      3. Onderafdeling 3 Het beheerpakket waterkwaliteit
    8. Afdeling 8 Algemene beheervoorwaarde die voor alle beheerpakketten geldt
  5. HOOFDSTUK 5 [De combinatie van beheerpakketten met vergroeningspraktijken en erosiebestrijdingsmaatregelen (verv. MB 8 december 2016, art. 38, I: 19 januari 2017)]
  6. HOOFDSTUK 6 Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,

Gelet op de verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad, gewijzigd bij verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013;

Gelet op de verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, gewijzigd bij verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013;

Gelet op de Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad;

Gelet op de gedelegeerde verordening (EU) nr. 807/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake bijstand voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot invoering van overgangsbepalingen;

Gelet op het uitvoeringsbesluit van de Commissie van 13 februari 2015 tot goedkeuring van het plattelandsontwikkelingsprogramma voor Vlaanderen - België voor bijstand uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, artikel 6bis, § 3, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010;

Gelet op het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, artikel 45 en 46, gewijzigd bij de decreten van 12 december 2008 en 9 mei 2014;

Gelet op het decreet van 8 december 2000 houdende diverse bepalingen, artikel 4;

Gelet op het Mestdecreet van 22 december 2006, artikel 42;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014 tot het verlenen van subsidies voor beheerovereenkomsten met toepassing van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, artikelen 5, 7, § 2, 20, vierde lid, artikel 21, § 2, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2015, en artikelen 25, 26, § 2, 27, § 2, 36, 39, 40, en 42, § 1;

Gelet op het ministerieel besluit van 11 juni 2008 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten en het toekennen van vergoedingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 3 maart 2015;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat landbouwers met ingang van 1 januari 2015 beheerovereenkomsten kunnen sluiten in het kader van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling; dat aan de betrokken landbouwers zo snel mogelijk duidelijkheid gegeven moet worden of ze in aanmerking komen voor het sluiten van een beheerovereenkomst, wat voor de diverse beheerpakketten de instapvoorwaarden, de beheervoorwaarden en de basisnormen zijn en hoeveel de beheervergoeding bedraagt zodat de betrokken landbouwers weten wat de gevolgen zijn van het sluiten van een beheerovereenkomst en de huidige rechtsonzekere situatie wordt opgehelderd;

Gelet op advies 57.269/1 van de Raad van State, gegeven op 23 maart 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Besluit :

HOOFDSTUK 1 Definities

Artikel 1. (19/01/2017- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014 : het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014 tot het verlenen van subsidies voor beheerovereenkomsten met toepassing van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling;
2° besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014: het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreeks betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;
3° blijvend grasland: blijvend grasland als vermeld in artikel 4, eerste lid, h) van verordening (EU) nr. 1307/2013;
4° detailovereenkomst: het deel van de beheerovereenkomst dat slaat op één beheerpakket en één beheervoorwerp;
5° GBCS: het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, vermeld in artikel 67 van verordening (EU) nr. 1306/2013;
6° gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014: de gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/ 2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden;
7° speciale beschermingszones: de speciale beschermingszones, vermeld in artikel 2, 43° van het decreet van 21 oktober 1997;
8° verzamelaanvraag: de verzamelaanvraag, vermeld in artikel 12 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden;
9° gemelde percelen : de percelen waarop jaarlijks via de verzamelaanvraag wordt gemeld waar het beheerpakket wordt toegepast en waarvoor een betalingsaanvraag wordt gedaan;
10° bouwland : alle subsidiabele teelten met uitzondering van blijvend grasland, meerjarige fruit- en sierteelten en houtige gewassen.

HOOFDSTUK 2 De aanvraag en het sluiten van een beheerovereenkomst

Artikel 2. (01/01/2015- ...)

De aanvraag tot het sluiten van een beheerovereenkomst bevat minstens het volgende:
1° gegevens van de aanvrager:
a) de naam en het adres van de aanvrager;
b) als de aanvrager een rechtspersoon is, de naam van de contactpersoon;
c) het landbouwernummer van de aanvrager;
2° gegevens over de percelen: een kaart of luchtfoto waarop op duidelijke wijze de beheervoorwerpen zijn aangeduid waarvoor een beheerovereenkomst wordt gevraagd, uitgezonderd voor de aanvraag van het beheerpakket waterkwaliteit;
3° gegevens over de aanvangsdatum en de beheerpakketten:
a) het kalenderjaar waarin de beheerder de beheerovereenkomst wil beginnen;
b) de volgnummers van de percelen, vermeld op de laatste verzamelaanvraag, waarvoor een beheerovereenkomst wordt aangevraagd, alsook de afmetingen van het beheervoorwerp; het jaartal van de laatste verzamelaanvraag wordt meegedeeld door de aanvrager;
c) de beheerpakketten die de beheerder voor een bepaald perceel wil aangaan;
4° de volgende verklaringen:
a) de verklaring dat de aanvrager geen instantie is, als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
b) de verklaring dat de aanvrager op het ogenblik van de aanvraag niet uitgesloten is op grond van artikel 35, vijfde en zesde lid van gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014;
c) de verklaring dat voldaan is aan artikel 4, derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
d) de verklaring dat de aanvrager voor het beheervoorwerp waarvoor een beheerovereenkomst wordt aangevraagd geen andere vergoeding ontvangt voor dezelfde of soortgelijke maatregelen als opgenomen in het aangevraagde beheerpakket;
e) de verklaring dat de aanvrager voor het beheervoorwerp waarvoor een beheerovereenkomst wordt aangevraagd geen overeenkomst heeft gesloten met een instantie als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014 waarin dezelfde of soortgelijke maatregelen voorkomen als opgenomen in het aangevraagde beheerpakket;
f) de verklaring dat de aanvrager geen weet heeft van een mogelijk verlies van het gebruiksrecht op het beheervoorwerp voor het einde van de looptijd van de beheerovereenkomst met uitzondering van een overname van de beheerovereenkomst conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014.

Artikel 3. (01/01/2015- ...)

In de volgende gevallen kan een ingediende aanvraag tot het sluiten van een beheerovereenkomst na het verstrijken van de uiterlijke indieningsdatum van de aanvraag gewijzigd worden:
1° als de afmeting van het aangevraagde beheervoorwerp wordt verkleind en deze wijziging schriftelijk werd ingediend bij de maatschappij uiterlijk op 31 oktober;
2° als een beheervoorwerp waarvoor een beheerovereenkomst werd aangevraagd, wordt geschrapt.

De wijziging van de aanvraag tot het sluiten van een beheerovereenkomst wordt schriftelijk ingediend en bevat minstens de volgende gegevens:
1° de gegevens, vermeld in artikel 2, 1° ;
2° een kaart of luchtfoto waarop op duidelijke wijze de beheervoorwerpen zijn aangeduid die worden geschrapt of worden verkleind, uitgezonderd voor de aanvraag van het beheerpakket waterkwaliteit;
3° de volgnummers van de percelen, vermeld op de laatste verzamelaanvraag, die worden geschrapt uit de aanvraag of die worden verkleind, alsook de nieuwe afmetingen van het verkleinde beheervoorwerp.

Artikel 4. (01/01/2015- ...)

Als de beheerovereenkomst aanvangt op 1 januari 2015 dan kunnen de exemplaren van de beheerovereenkomst die door de beheerder werden ondertekend, in afwijking van artikel 37, derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014, worden bezorgd aan de maatschappij na de ingangsdatum van de beheerovereenkomst. De beheerder bezorgt de ondertekende exemplaren van de beheerovereenkomst terug aan de maatschappij uiterlijk binnen een maand na het versturen van de beheerovereenkomst aan de beheerder.

HOOFDSTUK 3 Bijzondere bepalingen over de verlenging, de overname, de omzetting, de uitbreiding en de vervanging van een beheerovereenkomst

Artikel 5. (01/01/2015- ...)

Een beheerovereenkomst kan verlengd worden als alle onderstaande voorwaarden zijn vervuld:
1° de te verlengen beheerovereenkomst eindigt op 31 december 2020 of 31 december 2021;
2° de beheerpakketten die verlengd worden, zijn ook opgenomen in het Programma voor Plattelandsontwikkeling 2021 - 2027.

Een beheerovereenkomst kan maximaal twee keer verlengd worden met telkens een jaar.

Artikel 6. (01/01/2015- ...)

 § 1. De beheerder bezorgt de kennisgeving, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014, aan de maatschappij binnen vijf maanden na de effectieve overname van de percelen landbouwgrond.

§ 2. Als de overnemer van de percelen landbouwgrond ook de beheerovereenkomst of een deel ervan wil overnemen, bevat de kennisgeving, vermeld in paragraaf 1, minstens het volgende:
1° gegevens van de overnemer:
a) de naam en het adres van de overnemer;
b) als de overnemer een rechtspersoon is, de naam van de contactpersoon;
c) het landbouwernummer van de overnemer;
2° gegevens over de beheerovereenkomst:
a) het nummer van de beheerovereenkomst die men geheel of gedeeltelijk wil overnemen;
b) het nummer van de detailovereenkomst die men wil overnemen, uitgezonderd voor de overname van het beheerpakket waterkwaliteit;
c) als het een overname betreft van het beheerpakket waterkwaliteit, de oppervlakte die wordt overgenomen;
3° de volgende verklaringen:
a) de verklaring dat de overnemer geen instantie is, als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
b) de verklaring dat de overnemer op het ogenblik van de overname niet uitgesloten is op grond van artikel 35, vijfde en zesde lid van gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014;
c) de verklaring dat voldaan is aan artikel 4, derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
d) de verklaring dat de overnemer voor het beheervoorwerp dat wordt overgenomen geen andere vergoeding ontvangt voor dezelfde of soortgelijke maatregelen als opgenomen in het overgenomen beheerpakket;
e) de verklaring dat de overnemer voor het beheervoorwerp dat wordt overgenomen geen overeenkomst heeft gesloten met een instantie als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014 waarin dezelfde of soortgelijke maatregelen voorkomen als opgenomen in het aangevraagde beheerpakket;
f) de verklaring dat de overnemer geen weet heeft van een mogelijk verlies van het gebruiksrecht op het beheervoorwerp voor het einde van de looptijd van de beheerovereenkomst met uitzondering van een overname van de beheerovereenkomst conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014.

De maatschappij gaat na of de overnemer van de percelen landbouwgrond voldoet aan de voorwaarden om een beheerovereenkomst te sluiten. Als de overname van de volledige beheerovereenkomst mogelijk is, legt de maatschappij een aangepaste beheerovereenkomst voor aan de overnemer. Als de overname van een deel van de beheerovereenkomst mogelijk is, legt de maatschappij een aangepaste beheerovereenkomst voor aan overlater en overnemer.

De datum waarop de percelen landbouwgrond worden overgenomen als vermeld in het GBCS, is dezelfde als de datum waarop de beheerovereenkomst of het betreffende deel van de beheerovereenkomst wordt overgenomen zodat de gebruiksperiode door overlater en overnemer samen de volledige looptijd van de beheerovereenkomst beslaat.

Degene die op 1 januari van het jaar waarin de overname van de beheerovereenkomst plaatsvond bij de maatschappij gekend is als beheerder, ontvangt de beheervergoeding voor dat jaar.

§ 3. De beheerpakketten die ingezet kunnen worden in functie van de beheerdoelstellingen, vermeld in artikel 11, 1° tot en met 6° van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014, kunnen tijdens een kalenderjaar geheel of gedeeltelijk worden overgenomen voor zover het volledige beheervoorwerp wordt overgenomen.

Het beheerpakket dat ingezet kan worden in functie van de beheerdoelstelling, vermeld in artikel 11, 7° van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014, kan tijdens het kalenderjaar geheel of gedeeltelijk worden overgenomen.

Artikel 7. (01/01/2015- ...)

Het verzoek tot omzetting, vermeld in artikel 26, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014, bevat minstens het volgende:
1° de gegevens van de aanvrager, vermeld in artikel 2, 1° ;
2° gegevens over de beheerovereenkomst:
a) het nummer van de beheerovereenkomst die de beheerder geheel of gedeeltelijk wil omzetten;
b) het nummer van de detailovereenkomst die de beheerder wil omzetten met vermelding van het nieuwe beheerpakket;
3° de volgende verklaringen:
a) de verklaring dat beheerder op het ogenblik van de omzetting niet uitgesloten is op grond van artikel 35, vijfde en zesde lid van gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014;
b) de verklaring dat voldaan is aan artikel 4, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
c) de verklaring dat de beheerder geen andere vergoeding ontvangt voor dezelfde of soortgelijke maatregelen als opgenomen in het nieuwe beheerpakket.
d) de verklaring dat de beheerder geen overeenkomst heeft gesloten met een instantie als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014 waarin dezelfde of soortgelijke maatregelen voorkomen als opgenomen in het nieuwe beheerpakket;
e) de verklaring dat de beheerder geen weet heeft van een mogelijk verlies van het gebruiksrecht op het beheervoorwerp voor het einde van de looptijd van de nieuwe beheerovereenkomst met uitzondering van een overname van de beheerovereenkomst conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014.

In de tabel, opgenomen in bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd, zijn de bestaande beheerpakketten opgenomen waarvoor een omzetting in een nieuw beheerpakket mogelijk is en wordt bepaald in welk nieuw beheerpakket zij omgezet kunnen worden.

Artikel 8. (01/01/2015- ...)

Het verzoek tot uitbreiding of vervanging, vermeld in artikel 27, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014, bevat minstens het volgende:
1° de gegevens van de aanvrager, vermeld in artikel 2, 1° ;
2° gegevens over de beheerovereenkomst:
a) het nummer van de beheerovereenkomst die de beheerder geheel of gedeeltelijk wil uitbreiden of vervangen;
b) het nummer van de detailovereenkomst die de beheerder wil uitbreiden of vervangen met vermelding of het een uitbreiding of een vervanging betreft;
3° gegevens over de percelen:
a) een kaart of luchtfoto waarop op duidelijke wijze de extra oppervlakte is aangeduid waarmee de beheerder het beheerpakket wil vergroten, uitgezonderd voor de vergroting van het beheerpakket waterkwaliteit;
b) als het een vergroting betreft van het beheerpakket waterkwaliteit, de extra oppervlakte;
4° de volgende verklaringen:
a) de verklaring dat voor de extra oppervlakte voldaan is aan artikel 4, derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
b) de verklaring dat de beheerder voor de extra oppervlakte geen andere vergoeding ontvangt voor dezelfde of soortgelijke maatregelen als opgenomen in het beheerpakket;
c) de verklaring dat de beheerder voor de extra oppervlakte geen overeenkomst heeft gesloten waarin dezelfde of soortgelijke maatregelen voorkomen als opgenomen in het beheerpakket;
d) de verklaring dat de beheerder geen weet heeft van een mogelijk verlies van het gebruiksrecht op het beheervoorwerp voor het einde van de looptijd van de beheerovereenkomst met uitzondering van een overname van de beheerovereenkomst conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014.

HOOFDSTUK 4 De beheerpakketten

Afdeling 1 De beheerpakketten die ingezet kunnen worden voor de beheerdoelstelling botanisch beheer

Onderafdeling 1 De inventarisatie van graslanden

Artikel 9. (01/01/2015- ...)

§ 1. Een deskundige, aangewezen door de maatschappij, inventariseert de graslandvegetatie conform paragraaf 2. In bijlage 3 die bij dit besluit is gevoegd, worden de diverse graslandtypes gedefinieerd en wordt de fase aangegeven waarin een bepaald graslandtype zich bevindt.

De inventarisatie wordt opgemaakt voordat de beheerovereenkomst wordt gesloten. De beheerder is geen vergoeding verschuldigd voor de inventarisatie.

§ 2. De deskundige maakt per perceel een attest op van de inventarisatie en bezorgt het attest aan de maatschappij voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de gewenste aanvangsdatum van de beheerovereenkomst.

Elk attest van de inventarisatie omvat tenminste :
1° een inventaris van de plantensoorten op het betreffende perceel;
2° een aanduiding van de bedekkingsgraad van de plantensoorten op het betreffende perceel;
3° een omschrijving van de geïnventariseerde graslandvegetatie aan de hand van de graslandtypes, vermeld in bijlage 3;
4° de datum waarop de inventarisatie plaatsvond, de datum waarop het attest werd opgemaakt en de naam en handtekening van de deskundige.

Onderafdeling 2 Het beheerpakket ontwikkeling soortenrijk grasland

Artikel 10. (01/01/2015- ...)

Het beheergebied waarbinnen beheerovereenkomsten gesloten kunnen worden voor het beheerpakket ontwikkeling soortenrijk grasland, is afgebakend op de kaart, opgenomen in bijlage 2 die bij dit besluit is gevoegd. Deze kaart ligt ter inzage bij de maatschappij en wordt tevens gepubliceerd op haar website.

Artikel 11. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket ontwikkeling soortenrijk grasland beoogt de ontwikkeling van het graslandtype grassenmix of het graslandtype dominant stadium naar een graslandtype uit een verdere fase.

Artikel 12. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket ontwikkeling soortenrijk grasland zijn:
1° het perceel ligt in het beheergebied voor botanisch beheer, vermeld in artikel 10;
2° het perceel is grasland;
3° het perceel heeft volgens de inventarisatie, vermeld in artikel 9, als vegetatietype het graslandtype grassenmix of het graslandtype dominant stadium en de bestaande vegetatie wordt gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in stand gehouden; bijvoorbeeld doorzaaien of herinzaaien is niet toegestaan;
4° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket ontwikkeling soortenrijk grasland zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° het perceel wordt op de volgende wijze beheerd, waarbij de wijze van beheer wordt bepaald in de beheerovereenkomst:
a) ofwel wordt het grasland jaarlijks twee keer gemaaid, de eerste keer in de periode vanaf 15 mei tot en met 15 juni en de tweede keer in de periode vanaf 1 september tot en met 1 oktober; beweiding is niet toegestaan;
b) ofwel wordt het grasland jaarlijks één keer gemaaid in de periode vanaf 1 mei tot en met 15 juni; beweiden vanaf 1 juli is toegestaan; bijvoederen op het perceel is niet toegestaan;
4° op het perceel wordt geen enkele activiteit uitgevoerd, behoudens maaien of beweiden voor zover beweiden is toegestaan; als gemaaid wordt, wordt het maaisel afgevoerd binnen dertig dagen na het maaien;
5° de beheerder houdt een maairegister bij waarin per perceel de maaidata worden genoteerd; de maaidatum wordt ten laatste 7 dagen na het maaien in het register genoteerd;
6 op het perceel worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt;
7° op het perceel worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen opgebracht, met uitzondering van bemesting door beweiden als beweiden is toegestaan.

De volgende basisnormen gelden bij het beheerpakket ontwikkeling soortenrijk grasland :
1° met behoud van de toepassing van het tweede lid, 3° wordt het perceel ofwel beweid ofwel minstens een keer per jaar gemaaid om verruiging en verbossing tegen te gaan; als gemaaid wordt, wordt het maaisel afgevoerd;
2° als beweiden is toegestaan volgens de beheerovereenkomst dan houdt de beheerder een bemestingsregister op perceelsniveau bij volgens de bepalingen vastgesteld in uitvoering van artikel 24, § 5 van het Mestdecreet van 22 december 2006; het voormeld register wordt bijgehouden voor het perceel in kwestie en niet voor de perceelsgroep in kwestie.

Artikel 13. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket ontwikkeling soortenrijk grasland bedraagt 881 euro per hectare.

Onderafdeling 3 Het beheerpakket instandhouding soortenrijk grasland

Artikel 14. (01/01/2015- ...)

Conform artikel 21, § 2, eerste lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014, kunnen binnen het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest beheerovereenkomsten gesloten worden voor het beheerpakket instandhouding soortenrijk grasland.

Het beheerpakket instandhouding soortenrijk grasland beoogt de instandhouding van het graslandtype graskruidenmix, het graslandtype bloemrijk grasland of het graslandtype schraalland.

Artikel 15. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket instandhouding soortenrijk grasland zijn:
1° het perceel is grasland;
2° het perceel heeft volgens de inventarisatie, vermeld in artikel 9, als vegetatietype het graslandtype graskruidenmix, het graslandtype bloemrijk grasland of het graslandtype schraalland en de bestaande vegetatie wordt gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in stand gehouden; bijvoorbeeld doorzaaien of herinzaaien is niet toegestaan;
3° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket instandhouding soortenrijk grasland zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° het perceel wordt op de volgende wijze beheerd, waarbij de wijze van beheer wordt bepaald in de beheerovereenkomst:
a) ofwel wordt het grasland elk jaar beweid tijdens de periode vanaf 15 mei tot en met 31 december met een gemiddelde veebezetting van 2 grootvee-eenheden per hectare waarbij de grootvee-eenheden worden berekend conform artikel 3, § 8, 4° van het Mestdecreet van 22 december 2006; bijvoederen op het perceel is niet toegestaan;
b) ofwel wordt het grasland jaarlijks twee keer gemaaid, de eerste keer in de periode vanaf 15 juni tot en met 15 juli en de tweede keer in de periode vanaf 1 september tot en met 1 oktober; beweiding is niet toegestaan;
c) ofwel wordt het grasland jaarlijks gemaaid in de periode vanaf 15 juni tot en met 15 juli en mag het grasland een tweede keer gemaaid worden in de periode vanaf 1 september tot en met 1 oktober; indien geen tweede maaibeurt wordt uitgevoerd moet het grasland nabeweid worden in de periode vanaf 1 september tot en met 31 december waarbij bijvoederen op het perceel niet is toegestaan;
d) ofwel wordt het grasland jaarlijks gemaaid in de periode vanaf 15 juli tot en met 15 augustus en mag het grasland een tweede keer gemaaid worden in de periode vanaf 15 september tot en met 15 oktober; indien geen tweede maaibeurt wordt uitgevoerd moet het grasland nabeweid worden in de periode vanaf 15 september tot en met 31 december waarbij bijvoederen op het perceel niet is toegestaan; 4° op het perceel wordt geen enkele activiteit uitgevoerd, behoudens maaien of beweiden voor zover maaien of beweiden is toegestaan; als gemaaid wordt, wordt het maaisel afgevoerd binnen dertig dagen na het maaien;
5° de beheerder houdt een maairegister bij waarin per perceel de maaidata worden genoteerd; de maaidatum wordt ten laatste 7 dagen na het maaien in het register genoteerd;
6 op het perceel worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt;
7° op het perceel worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen opgebracht, met uitzondering van bemesting door beweiden als beweiden is toegestaan.

De volgende basisnorm gelden bij het beheerpakket instandhouding soortenrijk grasland :
1° met behoud van de toepassing van het tweede lid, 3° wordt het perceel ofwel beweid ofwel minstens een keer per jaar gemaaid om verruiging en verbossing tegen te gaan; als gemaaid wordt, wordt het maaisel afgevoerd;
2° als beweiden is toegestaan volgens de beheerovereenkomst dan houdt de beheerder een bemestingsregister op perceelsniveau bij volgens de bepalingen vastgesteld in uitvoering van artikel 24, § 5 van het Mestdecreet; het voormeld register wordt bijgehouden voor het perceel in kwestie en niet voor de perceelsgroep in kwestie.

Artikel 16. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket instandhouding soortenrijk grasland bedraagt 1174 euro per hectare.

Afdeling 2 De beheerpakketten die ingezet kunnen worden voor de beheerdoelstelling erosiebestrijding

Onderafdeling 1 Het beheergebied voor erosiebestrijding

Artikel 17. (01/01/2015- ...)

 Het beheergebied waarbinnen beheerovereenkomsten gesloten kunnen worden voor de diverse beheerpakketten met betrekking tot de beheerdoelstelling erosiebestrijding, is het gebied dat erosiegevoelig is, met uitzondering van de erosiegevoeligheidsklassen zeer laag en verwaarloosbaar, zoals aangeduid conform artikel 59, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014. De erosiegevoeligheid van een perceel wordt jaarlijks meegedeeld via de verzamelaanvraag.

Onderafdeling 2 Het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook

Artikel 18. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook beoogt de bestrijding van erosie door de afgespoelde bodem op te vangen door de aanleg of het behoud van een grasstrook.

Artikel 19. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook zijn:
1° de grasstrook ligt op een perceel landbouwgrond dat ligt in het beheergebied voor erosiebestrijding, vermeld in artikel 17;
2° het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd, wordt uitgebaat als akkerland en als akkerland geregistreerd in de verzamelaanvraag en heeft een jaarlijkse teeltrotatie; het is niet toegestaan om meerdere opeenvolgende jaren grassen en mengsels van grassen met andere kruidachtige voedergewassen te verbouwen op het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd; als het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd braakliggend land is waarop een minimumactiviteit wordt uitgevoerd als vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 en ecologisch aandachtsgebied is als vermeld in artikel 1, 6° van het voormelde besluit, is een jaarlijkse teeltrotatie niet vereist;
3° de grasstrook wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
4° afhankelijk van de erosiegevoeligheid van het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd, heeft de grasstrook een gemiddelde breedte van zes tot dertig meter;
5° de oppervlakte van de grasstrook is maximaal de helft van de oppervlakte van het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd;
6° de grasstrook ligt of wordt aangelegd op de plaats waar water en sediment afstromen;
7° de grasstrook ligt niet langs een waterloop opgenomen in de Vlaamse Hydrologische Atlas.
De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst en de grasstrook is over de volledige lengte minstens vijf meter breed;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2014;
3° de grasstrook wordt tot stand gebracht door een bestaande grasstrook te behouden of door de strook voor 31 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst in te zaaien met een gras- of een graskruidenmengsel;
4° de grasstrook bestaat gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst uit een aaneengesloten grasmat; schade aan de grasmat moet meteen hersteld worden;
5° als zich een ploegvoor of ploegwal vormt langs de grasstrook, dan moet die verwijderd worden om een goede bestrijding van erosie te verzekeren;
6° het beheervoorwerp wordt niet gebruikt om te voldoen aan een inzaaiverplichting in het kader van de vergroeningsmaatregel tot behoud van blijvend grasland, vermeld in artikel 45 van Verordening (EU) nr. 1307/2013.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook zijn:
1° op het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd, worden de randvoorwaarden voor erosiebestrijding, vermeld in artikel 59 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, nageleefd;
2° de grasstrook wordt minstens om de twee jaar gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd om verruiging en verbossing tegen te gaan.

Artikel 20. (01/01/2015- ...)

 De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook bedraagt 1047 euro per hectare.

Onderafdeling 3 Het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding

Artikel 21. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding beoogt de bestrijding van erosie door de afgespoelde bodem op te vangen door de aanleg of het behoud van een grasstrook en beoogt de bescherming van de kwetsbare elementen, vermeld in bijlage 4 die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 22. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn:
1° de grasstrook ligt op een perceel landbouwgrond dat ligt in het beheergebied voor erosiebestrijding, vermeld in artikel 17;
2° het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd, wordt uitgebaat als akkerland en als akkerland geregistreerd in de verzamelaanvraag en heeft een jaarlijkse teeltrotatie; het is niet toegestaan om meerdere opeenvolgende jaren grassen en mengsels van grassen met andere kruidachtige voedergewassen te verbouwen op het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd; als het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd braakliggend land is waarop een minimumactiviteit wordt uitgevoerd als vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 en ecologisch aandachtsgebied is als vermeld in artikel 1, 6° van het voormelde besluit, is een jaarlijkse teeltrotatie niet vereist;
3° de grasstrook wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
4° afhankelijk van de erosiegevoeligheid van het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd, heeft de grasstrook een gemiddelde breedte van zes tot dertig meter;
5° de oppervlakte van de grasstrook is maximaal de helft van de oppervlakte van het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd;
6° de grasstrook ligt of wordt aangelegd op de plaats waar water en sediment afstromen en de ligging van de grasstrook wordt aangeduid in de beheerovereenkomst;
7° minstens 75 procent van de lengte van de grasstrook grenst aan een kwetsbaar element als vermeld in bijlage 4.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst en de grasstrook is over de volledige lengte minstens vijf meter breed;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° de grasstrook wordt tot stand gebracht door een bestaande grasstrook te behouden of door de strook voor 31 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst in te zaaien met een gras- of een graskruidenmengsel;
4° de grasstrook bestaat gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst uit een aaneengesloten grasmat; schade aan de grasmat moet meteen hersteld worden;
5° op de grasstrook worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt, uitgezonderd voor de manuele pleksgewijze bestrijding van akkerdistel;
6° op de grasstrook worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen opgebracht;
7° de grasstrook mag gemaaid of geklepeld worden vanaf 15 juni;
8° op de grasstrook wordt geen enkele activiteit uitgevoerd, behoudens maaien of klepelen.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn:
1° de grasstrook wordt minstens om de twee jaar gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd om verruiging en verbossing tegen te gaan;
2° het kwetsbare element waarlangs de grasstrook ligt, mag niet beschadigd worden;
3° als de grasstrook ligt langs een waterloop, als vermeld in artikel 21, tweede lid van het Mestdecreet wordt het verbod om meststoffen op of in de bodem te brengen, vermeld in artikel 21, eerste lid, 1°, 2° en 3° van het Mestdecreet, nageleefd;
4° als de grasstrook ligt in een oeverzone als vermeld in artikel 3, § 2, 43° van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wordt het verbod op het gebruik van pesticiden vermeld in artikel 10, § 1, 2° van het voormelde decreet van 18 juli 2003 nageleefd.

Artikel 23. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding bedraagt 1317 euro per hectare.

Onderafdeling 4 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding

Artikel 24. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding beoogt de bestrijding van erosie door de afgespoelde bodem op te vangen door de aanleg en het onderhoud van een kruidenrijke grasstrook en beoogt het bieden van een voldoende geschikt leefgebied aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door een aangepast maaibeheer.

De grasstrook, vermeld in het eerste lid, wordt ingezaaid met een graskruidenmengsel. Bijlage 5 die bij dit besluit is gevoegd, bepaalt de samenstelling waaraan dit graskruidenmengsel moet voldoen.

Artikel 25. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn:
1° de grasstrook ligt op een perceel landbouwgrond dat ligt in het beheergebied voor erosiebestrijding, vermeld in artikel 17;
2° het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd, wordt uitgebaat als akkerland of als meerjarig fruit- of sierteelt en als zodanig geregistreerd in de verzamelaanvraag; het is niet toegestaan om meerdere opeenvolgende jaren grassen en mengsels van grassen met andere kruidachtige voedergewassen te verbouwen op het perceel
3° de grasstrook wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
4° afhankelijk van de erosiegevoeligheid van het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd, heeft de grasstrook een gemiddelde breedte van zes tot dertig meter;
5° de oppervlakte van de grasstrook is maximaal de helft van de oppervlakte van het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd;
6° de grasstrook ligt op de plaats waar water en sediment afstromen en de ligging van de grasstrook wordt aangeduid in de beheerovereenkomst;
7° als het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd, wordt uitgebaat als meerjarig fruit- of sierteelt dan ligt de grasstrook niet op de werkgang.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn:
1° de grasstrook wordt tot stand gebracht door de strook voor 31 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst in te zaaien met een graskruidenmengsel als vermeld in bijlage 5;
2° de factuur of het aankoopbewijs en het zaaizaadetiket worden bijgehouden tot drie jaar na afloop van de beheerovereenkomst;
3° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst en de grasstrook is over de volledige lengte minstens vijf meter breed;
4° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
5° de grasstrook bestaat gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst uit een aaneengesloten grasmat; schade aan de grasmat moet meteen hersteld worden;
6° op de grasstrook worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt, uitgezonderd voor de manuele pleksgewijze bestrijding van akkerdistel;
7° op de grasstrook worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen opgebracht;
8° het perceel wordt op de volgende wijze beheerd, waarbij de wijze van beheer wordt bepaald in de beheerovereenkomst:
a) ofwel mag de grasstrook gemaaid of geklepeld worden waarbij minstens een derde van de grasstrook over de volledige lengte van de strook gedurende het volledige kalenderjaar behouden blijft;
b) ofwel mag de grasstrook gemaaid of geklepeld worden vanaf 15 juli;
9° op de grasstrook wordt geen enkele activiteit uitgevoerd, behoudens maaien of klepelen;
10° in afwijking van punt 8°, b) mag in het eerste jaar van de beheerovereenkomst de grasstrook volledig gemaaid of geklepeld worden in de periode vanaf 15 juni tot en met 31 oktober om zo de verspreiding van ongewenste kruiden tegen te gaan.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn:
1° de grasstrook wordt minstens om de twee jaar gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd om verruiging en verbossing tegen te gaan;
2° als de grasstrook ligt langs een kwetsbaar element als vermeld in bijlage 4, mag dit kwetsbaar element niet beschadigd worden;
3° geen handelingen verrichten met het opzet om vogels of hun nesten te verstoren of te vernietigen;
4° als de grasstrook ligt langs een waterloop, als vermeld in artikel 21, tweede lid van het Mestdecreet wordt het verbod om meststoffen op of in de bodem te brengen, vermeld in artikel 21, eerste lid, 1°, 2° en 3° van het Mestdecreet, nageleefd;
5° als de grasstrook ligt in een oeverzone als vermeld in artikel 3, § 2, 43° van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wordt het verbod op het gebruik van pesticiden vermeld in artikel 10, § 1, 2° van het voormelde decreet van 18 juli 2003 nageleefd.

Artikel 26. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding bedraagt 1812 euro per hectare.

Onderafdeling 5 Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding

Artikel 27. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding beoogt de bestrijding van erosie door de afgespoelde bodem op te vangen door het onderhoud van een bestaande kruidenrijke grasstrook en beoogt het bieden van een voldoende geschikt leefgebied aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door een aangepast maaibeheer.

Artikel 28. (01/01/2015- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn dezelfde als de instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 25, eerste lid.

Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding omvat naast de beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 25, tweede lid, 3° tot en met 9°, de volgende beheervoorwaarde: de grasstrook wordt tot stand gebracht door een bestaande kruidenrijke grasstrook te behouden.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 25, derde lid.

Artikel 29. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding bedraagt 1700 euro per hectare.

Onderafdeling 6 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding

Artikel 30. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding beoogt de bestrijding van erosie door de afgespoelde bodem op te vangen door de aanleg en het onderhoud van een kruidenrijke grasstrook en beoogt het bieden van een voldoende geschikt leefgebied aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door een aangepast maaibeheer zodat een structuurrijke vegetatie bekomen wordt.

De grasstrook, vermeld in het eerste lid, wordt ingezaaid met een graskruidenmengsel. Bijlage 5 die bij dit besluit is gevoegd, bepaalt de samenstelling waaraan dit graskruidenmengsel moet voldoen.

Artikel 31. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn:
1° de grasstrook ligt op een perceel landbouwgrond dat zowel ligt in het beheergebied voor erosiebestrijding, vermeld in artikel 17, als in een beheergebied voor soortenbescherming, vermeld in artikel 81, eerste lid, 1° tot en met 4°;
2° het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd, wordt uitgebaat als akkerland of als meerjarig fruit- of sierteelt en als zodanig geregistreerd in de verzamelaanvraag; het is niet toegestaan om meerdere opeenvolgende jaren grassen en mengsels van grassen met andere kruidachtige voedergewassen te verbouwen op het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd;
3° de grasstrook wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
4° afhankelijk van de erosiegevoeligheid van het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd, heeft de grasstrook een gemiddelde breedte van zes tot dertig meter;
5° de oppervlakte van de grasstrook is maximaal de helft van de oppervlakte van het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd;
6° de grasstrook ligt op de plaats waar water en sediment afstromen en de ligging van de grasstrook wordt aangeduid in de beheerovereenkomst;
7° als het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd, wordt uitgebaat als meerjarig fruit- of sierteelt dan ligt de grasstrook niet op de werkgang.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn:
1° de grasstrook wordt tot stand gebracht door de strook voor 31 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst in te zaaien met een graskruidenmengsel als vermeld in bijlage 5;
2° de factuur of het aankoopbewijs en het zaaizaadetiket worden bijgehouden tot drie jaar na afloop van de beheerovereenkomst;
3° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst en de grasstrook is over de volledige lengte minstens vijf meter breed;
4° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
5° de grasstrook bestaat gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst uit een aaneengesloten grasmat; schade aan de grasmat moet meteen hersteld worden;
6° op de grasstrook worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt, uitgezonderd voor de manuele pleksgewijze bestrijding van akkerdistel;
7° op de grasstrook worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen opgebracht;
8° de grasstrook mag gemaaid of geklepeld worden in de periode vanaf 15 maart tot en met 15 april en de grasstrook moet gemaaid of geklepeld worden in de periode vanaf 15 augustus tot en met 31 oktober; als gemaaid of geklepeld wordt dan moet minimaal een derde en maximaal de helft van de breedte van de grasstrook behouden blijven waarbij per maaiperiode hetzelfde deel ongemaaid moet blijven;
9° op de grasstrook wordt geen enkele activiteit uitgevoerd, behoudens maaien of klepelen;
10° in afwijking van 8° mag in het eerste jaar van de beheerovereenkomst de grasstrook volledig gemaaid of geklepeld worden in de periode vanaf 15 juni tot en met 31 oktober om zo de verspreiding van ongewenste onkruiden tegen te gaan.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn:
1° als de grasstrook ligt langs een kwetsbaar element als vermeld in bijlage 4, mag dit kwetsbaar element niet beschadigd worden;
2° geen handelingen verrichten met het opzet om vogels of hun nesten te verstoren of te vernietigen;
3° als de grasstrook ligt langs een waterloop, als vermeld in artikel 21, tweede lid van het Mestdecreet wordt het verbod om meststoffen op of in de bodem te brengen, vermeld in artikel 21, eerste lid, 1°, 2° en 3° van het Mestdecreet, nageleefd;
4° als de grasstrook ligt in een oeverzone als vermeld in artikel 3, § 2, 43° van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wordt het verbod op het gebruik van pesticiden vermeld in artikel 10, § 1, 2° van het voormelde decreet van 18 juli 2003 nageleefd.

Artikel 32. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding bedraagt 2108 euro per hectare.

Onderafdeling 7 Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding

Artikel 33. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding beoogt de bestrijding van erosie door de afgespoelde bodem op te vangen door het onderhoud van een kruidenrijke grasstrook en beoogt het bieden van een voldoende geschikt leefgebied aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door een aangepast maaibeheer zodat een structuurrijke vegetatie bekomen wordt.

Artikel 34. (01/01/2015- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn dezelfde als de instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 31, eerste lid.

Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding omvat naast de beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 31, tweede lid, 3° tot en met 9°, de volgende beheervoorwaarde: de grasstrook wordt tot stand gebracht door een bestaande kruidenrijke grasstrook te behouden.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 31, derde lid.

Artikel 35. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding bedraagt 1996 euro per hectare.

Onderafdeling 8 Het beheerpakket aanleg en onderhoud erosiedam

Artikel 36. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud erosiedam beoogt de bestrijding van erosie door afspoelende bodem op te vangen via een dam.

Artikel 37. (17/02/2018- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud erosiedam zijn:
1° de erosiedam ligt op een perceel landbouwgrond dat ligt in het beheergebied voor erosiebestrijding, vermeld in artikel 17;
2° het beheerpakket aanleg en onderhoud erosiedam kan gesloten worden
a) ofwel op een beheervoorwerp waarvoor reeds een beheerpakket binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding werd gesloten, met uitzondering van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus en het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus;
b) ofwel op een beheervoorwerp waarvoor gelijktijdig met het sluiten van het beheerpakket aanleg en onderhoud erosiedam een ander beheerpakket binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding wordt gesloten met uitzondering van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus en het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus;
3° de erosiedam wordt aangelegd op de plaats waar het afstromend water en sediment zich concentreren en de ligging wordt aangeduid in de beheerovereenkomst.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud erosiedam zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de erosiedam wordt aangelegd met stro- of hooibalen voor 31 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst;
3° de balen worden tegen elkaar geplaatst en met minstens 2 palen per baal in de bodem verankerd;
4° de erosiedam wordt heraangelegd om de twee jaar en van zodra de strobalen geen aaneengesloten dam met een minimale hoogte van 50 centimeter vormen;
5° het afgezet slib wordt verwijderd zodat de opvanghoogte van de erosiedam overal minstens 30 centimeter bedraagt.

De volgende basisnorm geldt bij het beheerpakket aanleg en onderhoud erosiedam: op het perceel waarvan de afspoeling wordt gebufferd, worden de randvoorwaarden voor erosiebestrijding, vermeld in artikel 59 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, nageleefd.

Artikel 38. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud erosiedam bedraagt 12,86 euro per meter.

Onderafdeling 9 Het beheerpakket aanleg en onderhoud strategisch grasland

Artikel 39. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud strategisch grasland beoogt de bestrijding van erosie door op strategische plaatsen grasland aan te leggen en te onderhouden.

Artikel 40. (05/05/2019- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud strategisch grasland zijn:
1° het perceel ligt in het beheergebied voor erosiebestrijding, vermeld in artikel 17;
2° het perceel is door de subentiteit van het Departement Omgeving, bevoegd voor de bodembescherming aangeduid als perceel dat in aanmerking komt voor de aanleg van extra grasland omdat het perceel strategisch gelegen is om erosie te bestrijden;
3° op het perceel waarvoor het beheerpakket wordt aangevraagd, werd gedurende de vijf jaar voorafgaand aan de gewenste aanvangsdatum van de beheerovereenkomst een eenjarige akkerteelt exclusief grasland verbouwd en als zodanig geregistreerd in de verzamelaanvraag;
4° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud strategisch grasland zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° het perceel wordt voor 31 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst ingezaaid met een gras- of een graskruidenmengsel;
4° het beheervoorwerp bestaat gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst uit een aaneengesloten grasmat; schade aan de grasmat moet meteen hersteld worden;
5° het beheervoorwerp wordt niet gebruikt om te voldoen aan een inzaaiverplichting in het kader van de vergroeningsmaatregel tot behoud van blijvend grasland, vermeld in artikel 45 van Verordening (EU) nr. 1307/2013.

De volgende basisnorm geldt bij het beheerpakket aanleg en onderhoud strategisch grasland: het perceel wordt minstens om de twee jaar gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd om verruiging en verbossing tegen te gaan.

Artikel 41. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud strategisch grasland bedraagt 619 euro per hectare.

Afdeling 3 De beheerpakketten die ingezet kunnen worden voor de beheerdoelstelling onderhoud van kleine landschapselementen

Onderafdeling 1 Definities

Artikel 42. (17/02/2018- ...)

In deze afdeling wordt verstaan onder:
1° haag: een aaneengesloten lijnvormig landschapselement dat door jaarlijkse snoei compact wordt gehouden;
2° heg: een vrijliggend aaneengesloten lijnvormig landschapselement bestaande uit extensief onderhouden struik- en struweelsoorten;
3° houtkant: een vrijliggend aaneengesloten lijnvormig landschapselement bestaande uit meerrijig hakhout;
4° kaphaag: een aaneengesloten lijnvormig landschapselement dat bestaat uit op een rij aangeplant hakhout of op een rij aangeplante halfstammige knotbomen met een plantafstand van maximaal 2 meter;
5° knotbomenrij: een aaneengesloten lijnvormig landschapselement bestaande uit hoogstammige knotbomen;
6° houtsingel : een aaneengesloten lijnvormig landschapselement bestaande uit één of meerdere bomenrijen met een mantelvegetatie bestaande uit struik- en struweelsoorten.

In de tabel, opgenomen in bijlage 6 die bij dit besluit is gevoegd, worden de soorten vermeld die geschikt zijn om voor te komen in een haag, heg, houtkant of knotbomenrij.

Onderafdeling 2 Het beheergebied voor het onderhoud van kleine landschapselementen

Artikel 43. (01/01/2015- ...)

Conform artikel 21, § 2, eerste lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014, kunnen binnen het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest beheerovereenkomsten gesloten worden voor de diverse beheerpakketten met betrekking tot de beheerdoelstelling onderhoud van kleine landschapselementen.

Onderafdeling 3 Het beheerpakket onderhoud haag

Artikel 44. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket onderhoud haag beoogt het onderhoud en de ontwikkeling van bestaande hagen.

Artikel 45. (17/02/2018- ...)

 De instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud haag zijn:
1° de haag ligt voor de volledige lengte op of langs een perceel landbouwgrond;
2° de haag maakt geen deel uit van een tuin en kan niet beschouwd worden als windscherm behorend bij fruit- of sierteelt of als erfbeplanting behorend bij gebouwen;
3° de haag bestaat voor minstens 75 procent uit soorten die geschikt zijn om voor te komen in een haag als vermeld in bijlage 6;
4° de lengte van de haag is minstens 25 meter;
5° de lengte van de haag mag in verhouding met het perceel landbouwgrond waarop de haag ligt maximaal 500 meter per hectare bedragen;
6° de snoeihoogte van de haag bedraagt minstens 0,8 meter;
7° er mogen geen gaten voorkomen in de haag.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket onderhoud haag zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de stambasis van de haag wordt beschermd tegen vraatschade door vee;
3° de haag wordt jaarlijks over de volledige lengte en langs beide zijden geschoren op een snoeihoogte van minstens 0,8 meter; het gebruik van een klepelmaaier met aangepast houtrotor is toegelaten voor zover hiermee enkel de jaarlijkse hergroei wordt verwijderd;
4° soorten die niet opgenomen zijn in bijlage 6 worden binnen de eerste vier jaar van de beheerovereenkomst verwijderd en vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een haag als vermeld in bijlage 6; voor de bestrijding van amerikaanse vogelkers, amerikaanse eik en robinia is een gerichte stobbenbehandeling met herbicide toegelaten;
5° afgestorven planten worden in het eerstvolgende plantseizoen vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een haag als vermeld in bijlage 6.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud haag zijn:
1° behoudens het beheer dat in de beheerovereenkomst is opgenomen, wordt geen enkele activiteit uitgevoerd die de haag of de bijhorende vegetatie beschadigt of vernietigt;
2° vanaf 1 april tot en met 15 juni worden geen werken uitgevoerd aan de haag zodat broedende vogels niet worden verstoord.

Artikel 46. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud haag bedraagt 1,87 euro per meter haag.

Onderafdeling 4 Het beheerpakket onderhoud kaphaag

Artikel 47. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket onderhoud kaphaag beoogt het onderhoud en de ontwikkeling van bestaande kaphagen.

Artikel 48. (17/02/2018- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud kaphaag zijn:
1° de kaphaag ligt voor de volledige lengte op of langs een perceel landbouwgrond;
2° de kaphaag maakt geen deel uit van een tuin en kan niet beschouwd worden als windscherm behorend bij fruit- of sierteelt of als erfbeplanting behorend bij gebouwen;
3° de kaphaag bestaat voor minstens 75 procent uit soorten die geschikt zijn om voor te komen in een houtkant of uit soorten die geschikt zijn om voor te komen in een knotbomenrij als vermeld in bijlage 6;
4° de lengte van de kaphaag is minstens 25 meter;
5° de lengte van de kaphaag mag in verhouding met het perceel landbouwgrond waarop de kaphaag ligt maximaal 500 meter per hectare bedragen;
6° er mogen geen gaten voorkomen in de kaphaag.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket onderhoud kaphaag zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de stambasis van de kaphaag wordt beschermd tegen vraatschade door vee;
3° de kaphaag wordt op de volgende wijze beheerd, waarbij de wijze van beheer wordt bepaald in de beheerovereenkomst:
a) als de kaphaag bestaat uit hakhout wordt minstens 75 procent van de kaphaag afgezet binnen de eerste vier jaar van de beheerovereenkomst; het afzetten kan gebeuren hetzij in een keer, hetzij gefaseerd; het gebruik van een klepelmaaier is niet toegestaan;
b) als de kaphaag bestaat uit knotbomen worden alle knotbomen geknot binnen de eerste vier jaar van de beheerovereenkomst; het knotten kan gebeuren hetzij in een keer, hetzij gefaseerd; het gebruik van een klepelmaaier is niet toegestaan;
4° soorten die niet opgenomen zijn in bijlage 6 worden binnen de eerste vier jaar van de beheerovereenkomst verwijderd en vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een knotbomenrij of houtkant als vermeld in bijlage 6; voor de bestrijding van amerikaanse vogelkers, amerikaanse eik en robinia is een gerichte stobbenbehandeling met herbicide toegelaten;
5° afgestorven planten worden in het eerstvolgende plantseizoen vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een houtkant of knotbomenrij als vermeld in bijlage 6:
6° het snoeiafval wordt niet in het landschapselement achtergelaten, ook niet na het hakselen van het snoeihout;
7° als de kaphaag bestaat uit hakhout worden de stobben vrijgemaakt om te voorkomen dat de hergroei verstikt en de planten afsterven.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud kaphaag zijn:
1° behoudens het beheer dat in de beheerovereenkomst is opgenomen, wordt geen enkele activiteit uitgevoerd die de kaphaag of de bijhorende vegetatie beschadigt of vernietigt;
2° om broedende vogels niet te verstoren, worden werken aan de kaphaag uitgevoerd in de periode vanaf 1 november tot en met 15 maart.

Artikel 49. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud kaphaag bedraagt 1,51 euro per meter kaphaag.

Onderafdeling 5 Het beheerpakket onderhoud heg

Artikel 50. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket onderhoud heg beoogt het onderhoud en de ontwikkeling van bestaande heggen.

Artikel 51. (17/02/2018- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud heg zijn:
1° de heg ligt voor de volledige lengte op of langs een perceel landbouwgrond;
2° de heg maakt geen deel uit van een tuin en kan niet beschouwd worden als erfbeplanting behorend bij gebouwen;
3° de heg bestaat voor minstens 75 procent uit soorten die geschikt zijn om voor te komen in een heg als vermeld in bijlage 6;
4° de lengte van de heg is minstens 25 meter;
5° de lengte van de heg mag in verhouding met het perceel landbouwgrond waarop de heg ligt maximaal 500 meter per hectare bedragen;
6° er mogen geen gaten voorkomen in de heg;
7° als de heg beschouwd wordt als een windscherm, bestaat de heg uit minstens vijf soorten die geschikt zijn om voor te komen in een heg als vermeld in bijlage 6; het aandeel per soort bedraagt maximaal 20 procent van de heg.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket onderhoud heg zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de stambasis van de heg wordt beschermd tegen vraatschade door vee;
3° de volledige heg wordt tijdens het eerste jaar van de beheerovereenkomst teruggesnoeid; de daaropvolgende vier jaren wordt de heg niet gesnoeid; het gebruik van een klepelmaaier is niet toegelaten;
4° de snoeihoogte van de heg bedraagt minstens 1,5 meter en de snoeibreedte bedraagt minstens 1 meter;
5° het snoeiafval wordt niet in het landschapselement achtergelaten, ook niet na het hakselen van het snoeihout;
6° soorten die niet opgenomen zijn in bijlage 6 worden binnen de eerste vier jaar van de beheerovereenkomst verwijderd en vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een heg als vermeld in bijlage 6; voor de bestrijding van amerikaanse vogelkers, amerikaanse eik en robinia is een gerichte stobbenbehandeling met herbicide toegelaten;
7° afgestorven planten worden in het eerstvolgende plantseizoen vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een heg als vermeld in bijlage 6.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud heg zijn:
1° behoudens het beheer dat in de beheerovereenkomst is opgenomen, wordt geen enkele activiteit uitgevoerd die de heg of de bijhorende vegetatie beschadigt of vernietigt;
2° om broedende vogels niet te verstoren, worden werken aan de heg uitgevoerd in de periode vanaf 1 november tot en met 15 maart.

Artikel 52. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud heg bedraagt 2,76 euro per meter heg.

Onderafdeling 6 [Het beheerpakket onderhoud houtkant 75% afzetten (verv. MB 8 december 2016, art. 9, I: 19 januari 2017)]

Artikel 53. (19/01/2017- ...)

Het beheerpakket onderhoud houtkant 75% afzetten beoogt het onderhoud en de ontwikkeling van bestaande houtkanten.

Artikel 54. (17/02/2018- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud houtkant 75 % afzetten zijn:
1° de houtkant ligt voor de volledige lengte op of langs landbouwgrond;
2° de houtkant maakt geen deel uit van een tuin en kan niet beschouwd worden als windscherm behorend bij fruit- of sierteelt of als erfbeplanting behorend bij gebouwen;
3° ...;
4° de oppervlakte van de houtkant is minstens 1 are;
5° de breedte van de houtkant is maximaal 10 meter;
6° er mogen geen gaten voorkomen in de houtkant;
7° de houtkant wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
8° de houtkant bestaat voor minstens 75 procent uit soorten die geschikt zijn om voor te komen in een houtkant als vermeld in bijlage 6.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket onderhoud houtkant 75 % afzetten zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° de stambasis van de houtkant wordt beschermd tegen vraatschade door vee;
4° afgestorven planten worden in het eerstvolgende plantseizoen vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een houtkant als vermeld in bijlage 6;
5° het snoeiafval wordt niet in het landschapselement achtergelaten, ook niet na het hakselen van het snoeihout;
6° de stobben worden vrijgemaakt om te voorkomen dat de hergroei verstikt en de planten afsterven;
7° soorten die niet opgenomen zijn in bijlage 6 worden binnen de eerste vier jaar van de beheerovereenkomst verwijderd en vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een houtkant als vermeld in bijlage 6; voor de bestrijding van amerikaanse vogelkers, amerikaanse eik en robinia is een gerichte stobbenbehandeling met herbicide toegelaten;
8° minstens 75 procent van de houtkant wordt afgezet binnen de eerste vier jaar van de beheerovereenkomst; het afzetten kan gebeuren hetzij in een keer, hetzij gefaseerd; het gebruik van een klepelmaaier is niet toegestaan.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud houtkant 75 % afzetten zijn:
1° behoudens het beheer dat in de beheerovereenkomst is opgenomen, wordt geen enkele activiteit uitgevoerd die de houtkant of de bijhorende vegetatie beschadigt of vernietigt;
2° om broedende vogels niet te verstoren, worden werken aan de houtkant uitgevoerd in de periode vanaf 1 november tot en met 15 maart.

Artikel 55. (19/01/2017- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud houtkant 75 % afzetten bedraagt 40,10 euro per are houtkant.

[Onderafdeling 6/1 Het beheerpakket onderhoud houtkant 50 % afzetten (ing. MB 8 december 2016, art. 13, I: 19 januari 2017)]

Artikel 55/1. (19/01/2017- ...)

 Het beheerpakket onderhoud houtkant 50 % afzetten beoogt het onderhoud en de ontwikkeling van bestaande houtkanten.

Artikel 55/2. (19/01/2017- ...)

Het beheerpakket onderhoud houtkant 50 % afzetten omvat naast de instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud houtkant 75 % afzetten, vermeld in artikel 54, eerste lid, 1° tot en met 7°, de volgende instapvoorwaarde : de houtkant bestaat voor minstens 50 % uit soorten die geschikt zijn om voor te komen in een houtkant als vermeld in bijlage 6.

Het beheerpakket onderhoud houtkant 50 % afzetten omvat naast de beheervoorwaarden van het beheerpakket onderhoud houtkant 75 % afzetten, vermeld in artikel 54, tweede lid, 1° tot en met 7°, de volgende beheervoorwaarde : minstens 50 % procent van de houtkant wordt afgezet binnen de eerste vier jaar van de beheerovereenkomst; het afzetten kan gebeuren hetzij in een keer, hetzij gefaseerd; het gebruik van een klepelmaaier is niet toegestaan.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud houtkant 50 % afzetten zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket onderhoud houtkant 75 % afzetten, vermeld in artikel 54, derde lid.

Artikel 55/3. (19/01/2017- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud houtkant 50 % afzetten bedraagt 26,80 euro per are houtkant.

[Onderafdeling 6/2 Het beheerpakket onderhoud houtkant 25 % afzetten (ing. MB 8 december 2016, art. 14, I: 19 januari 2017)]

Artikel 55/4. (19/01/2017- ...)

Het beheerpakket onderhoud houtkant 25 % afzetten beoogt het onderhoud en de ontwikkeling van bestaande houtkanten.

Artikel 55/5. (19/01/2017- ...)

Het beheerpakket onderhoud houtkant 25 % afzetten omvat naast de instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud houtkant 75 % afzetten, vermeld in artikel 54, eerste lid, 1° tot en met 7°, de volgende instapvoorwaarde : de houtkant bestaat voor minstens 25 % uit soorten die geschikt zijn om voor te komen in een houtkant als vermeld in bijlage 6;

Het beheerpakket onderhoud houtkant 25 % afzetten omvat naast de beheervoorwaarden van het beheerpakket onderhoud houtkant 75 % afzetten, vermeld in artikel 54, tweede lid, 1° tot en met 7°, de volgende beheervoorwaarde : minstens 25 % procent van de houtkant wordt afgezet binnen de eerste vier jaar van de beheerovereenkomst; het afzetten kan gebeuren hetzij in een keer, hetzij gefaseerd; het gebruik van een klepelmaaier is niet toegestaan.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud houtkant 25 % afzetten, zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket onderhoud houtkant 75 % afzetten, vermeld in artikel 54, derde lid.

Artikel 55/6. (19/01/2017- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud houtkant 25 % afzetten bedraagt 17,80 euro per are houtkant.

Onderafdeling 7 Het beheerpakket omvormingsbeheer houtkant

Artikel 56. (01/01/2015- ...)

 Het beheerpakket omvormingsbeheer houtkant beoogt om houtkanten waar gedurende lange periode geen onderhoud in gebeurde terug te onderhouden en te herstellen als waardevol landschapselement.

Artikel 57. (17/02/2018- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket omvormingsbeheer houtkant zijn:
1° de houtkant ligt voor de volledige lengte op of langs landbouwgrond;
2° de houtkant maakt geen deel uit van een tuin en kan niet beschouwd worden als windscherm behorend bij fruit- of sierteelt of als erfbeplanting behorend bij gebouwen;
3° de houtkant wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
4° de oppervlakte van de houtkant is minstens 1 are;
5° de breedte van de houtkant is maximaal 10 meter;
6° het omvormingsbeheer gebeurt in het kader van een project dat door de maatschappij is goedgekeurd en waarin bepaald wordt op welke wijze het achterstallig onderhoud wordt weggewerkt;
7° er mogen geen gaten voorkomen in de houtkant.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket omvormingsbeheer houtkant zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° de stambasis van de houtkant wordt beschermd tegen vraatschade door vee;
4° afgestorven planten worden in het eerstvolgende plantseizoen vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een houtkant of heg als vermeld in bijlage 6:
5° het snoeiafval wordt niet in het landschapselement achtergelaten, ook niet na het hakselen van het snoeihout;
6° de stobben worden vrijgemaakt om te voorkomen dat de hergroei verstikt en de planten afsterven;
7° soorten die niet opgenomen zijn in bijlage 6 worden binnen de eerste vier jaar van de beheerovereenkomst verwijderd en vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een houtkant of heg als vermeld in bijlage 6; voor de bestrijding van amerikaanse vogelkers, amerikaanse eik en robinia is een gerichte stobbenbehandeling met herbicide toegelaten;
8° de houtkant wordt beheerd op de wijze en volgens het tijdstip bepaald in het project, vermeld in het eerste lid, 6°.

De basisnormen van het beheerpakket omvormingsbeheer houtkant zijn:
1° behoudens het beheer dat in de beheerovereenkomst is opgenomen, wordt geen enkele activiteit uitgevoerd die de houtkant of de bijhorende vegetatie beschadigt of vernietigt;
2° om broedende vogels niet te verstoren, worden werken aan de houtkant uitgevoerd in de periode vanaf 1 november tot en met 15 maart.

Artikel 58. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket omvormingsbeheer houtkant bedraagt 80,90 euro per are.

Onderafdeling 8 Het beheerpakket onderhoud knotbomenrij

Artikel 59. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket onderhoud knotbomenrij beoogt het onderhoud en de ontwikkeling van bestaande knotbomenrijen.

Artikel 60. (17/02/2018- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud knotbomenrij zijn:
1° de knotbomenrij ligt voor de volledige lengte op of langs landbouwgrond;
2° de knotbomenrij maakt geen deel uit van een tuin en kan niet beschouwd worden als windscherm behorend bij fruit- of sierteelt of als erfbeplanting behorend bij gebouwen;
3° de knotbomenrij bestaat uit soorten die geschikt zijn om voor te komen in een knotbomenrij als vermeld in bijlage 6;
4° de afstand tussen de knotbomen is minimaal 2 meter en maximaal 10 meter;
5° de knothoogte is minstens 1,8 meter;
6° er mogen geen gaten voorkomen in de knotbomenrij;
7° minstens tien knotbomen in de knotbomenrij voldoen aan de voorwaarden 1° tot en met 5°.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket onderhoud knotbomenrij zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de stambasis van de knotbomenrij wordt beschermd tegen vraatschade door vee;
3° afgestorven planten worden in het eerstvolgende plantseizoen vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een knotbomenrij als vermeld in bijlage 6;
4° het snoeiafval wordt niet in het landschapselement achtergelaten, ook niet na het hakselen van het snoeihout;
5° de knotbomenrij wordt binnen de eerste vier jaar van de beheerovereenkomst geknot op een hoogte van minstens 1,8 meter; het knotten kan gebeuren hetzij in een keer, hetzij gefaseerd; het gebruik van een klepelmaaier is niet toegestaan.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud knotbomenrij zijn:
1° behoudens het beheer dat in de beheerovereenkomst is opgenomen, wordt geen enkele activiteit uitgevoerd die de knotbomenrij of de bijhorende vegetatie beschadigt of vernietigt;
2° om broedende vogels niet te verstoren worden werken aan de knotbomenrij uitgevoerd in de periode vanaf 1 november tot en met 15 maart.

Artikel 61. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud knotbomenrij bedraagt 2,83 euro per knotboom.

[Onderafdeling 8/1 Het beheerpakket onderhoud houtsingel (ing. MB 8 december 2016, art. 15, I: 19 januari 2017)]

Artikel 61/1. (19/01/2017- ...)

Het beheerpakket onderhoud houtsingel beoogt het onderhoud en de ontwikkeling van bestaande houtsingels.

Artikel 61/2. (17/02/2018- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud houtsingel zijn :
1° de houtsingel ligt voor de volledige lengte op of langs landbouwgrond;
2° de houtsingel maakt geen deel uit van een tuin en kan niet beschouwd worden als windscherm behorend bij fruit- of sierteelt of als erfbeplanting behorend bij gebouwen;
3° de houtsingel bestaat voor minstens 75 procent uit soorten die geschikt zijn om voor te komen in een heg als vermeld in bijlage 6;
4° de oppervlakte van de houtsingel is minstens 1 are;
5° de breedte van de houtsingel is maximaal 10 meter;
6° er mogen geen gaten voorkomen in de houtsingel;
7° de houtsingel wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket onderhoud houtsingel zijn :
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° de stambasis van de houtsingel wordt beschermd tegen vraatschade door vee;
4° afgestorven planten worden in het eerstvolgende plantseizoen vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een heg als vermeld in bijlage 6;
5° het snoeiafval wordt niet in het landschapselement achtergelaten, ook niet na het hakselen van het snoeihout;
6° soorten die niet opgenomen zijn in bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd, worden binnen de eerste vier jaar van de beheerovereenkomst verwijderd en vervangen door soorten die geschikt zijn om voor te komen in een heg als vermeld in bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd; voor de bestrijding van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en robinia is een gerichte stobbenbehandeling met herbicide toegelaten;
7° de struik- en struweelsoorten in de mantelvegetatie van de houtsingel worden tijdens het eerste jaar van de beheerovereenkomst voor minstens de helft teruggesnoeid; de snoeihoogte bedraagt maximaal vier meter; de daaropvolgende vier jaren wordt de houtsingel niet gesnoeid; het gebruik van een klepelmaaier is niet toegelaten.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud houtsingel zijn :
1° behoudens het beheer dat in de beheerovereenkomst is opgenomen, wordt geen enkele activiteit uitgevoerd die de houtsingel of de bijhorende vegetatie beschadigt of vernietigt;
2° om broedende vogels niet te verstoren, worden werken aan de houtsingel uitgevoerd in de periode vanaf 1 november tot en met 15 maart.

Artikel 61/3. (19/01/2017- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud houtsingel bedraagt 45,4 euro per are houtsingel.

Afdeling 4 De beheerpakketten die ingezet kunnen worden voor de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer

Onderafdeling 1 Het beheergebied voor het perceelsrandenbeheer

Artikel 62. (01/01/2015- ...)

Conform artikel 21, § 2, eerste lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014, kunnen op het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest beheerovereenkomsten gesloten worden voor de diverse beheerpakketten met betrekking tot de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer.

Onderafdeling 2 Het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer

Artikel 63. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer beoogt de bescherming van de kwetsbare elementen, vermeld in bijlage 4 die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 64. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn:
1° het perceel waarlangs het kwetsbaar element ligt, wordt uitgebaat als akkerland en als akkerland geregistreerd in de verzamelaanvraag en heeft een jaarlijkse teeltrotatie; het is niet toegestaan om meerdere opeenvolgende jaren grassen en mengsels van grassen met andere kruidachtige voedergewassen te verbouwen op het perceel waarlangs het kwetsbaar element ligt; als het perceel waarlangs het kwetsbaar element ligt braakliggend land is waarop een minimumactiviteit wordt uitgevoerd als vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 en ecologisch aandachtsgebied is als vermeld in artikel 1, 6° van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, is een jaarlijkse teeltrotatie niet vereist;
2° minstens 75 procent van de lengte van de grasstrook grenst aan een kwetsbaar element als vermeld in bijlage 4;
3° de grasstrook wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
4° de oppervlakte van de grasstrook is maximaal de helft van de oppervlakte van het perceel waarlangs het kwetsbaar element ligt;
5° de grasstrook heeft een gemiddelde breedte van zes tot twaalf meter.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn dezelfde als de beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 22, tweede lid.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 22, derde lid.

Artikel 65. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud grasstrook 15 juni binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer bedraagt 1317 euro per hectare.

Onderafdeling 3 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer

Artikel 66. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer beoogt de bescherming van de kwetsbare elementen, vermeld in bijlage 4 die bij dit besluit is gevoegd, door de aanleg en het onderhoud van een kruidenrijke grasstrook en beoogt het bieden van een voldoende geschikt leefgebied aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door een aangepast maaibeheer.

De grasstrook, vermeld in het eerste lid, wordt ingezaaid met een graskruidenmengsel. Bijlage 5 die bij dit besluit is gevoegd, bepaalt de samenstelling waaraan dit graskruidenmengsel moet voldoen.

Artikel 67. (01/01/2015- ...)

 De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn:
1° minstens 75 procent van de lengte van de grasstrook grenst aan een kwetsbaar element als vermeld in bijlage 4;
2° de grasstrook wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
3° de oppervlakte van de grasstrook is maximaal de helft van de oppervlakte van het perceel waarlangs het kwetsbaar element ligt;
4° de grasstrook heeft een gemiddelde breedte van zes tot achttien meter;
5° als het perceel waarlangs het kwetsbaar element ligt, wordt uitgebaat als meerjarig fruit- of sierteelt dan ligt de grasstrook niet op de werkgang.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn dezelfde als de beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 25, tweede lid.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 25, derde lid.

Artikel 68. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer bedraagt 1812 euro per hectare.

Onderafdeling 4 Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer

Artikel 69. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer beoogt de bescherming van de kwetsbare elementen, vermeld in bijlage 4 die bij dit besluit is gevoegd, door het onderhoud van een kruidenrijke grasstrook en beoogt het bieden van een voldoende geschikt leefgebied aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door een aangepast maaibeheer.

Artikel 70. (01/01/2015- ...)

 De instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn dezelfde als de instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer, vermeld in artikel 67, eerste lid.

Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer omvat naast de beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 25, tweede lid, 3° tot en met 9°, de volgende beheervoorwaarde: de grasstrook wordt tot stand gebracht door een bestaande kruidenrijke grasstrook te behouden.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 25, derde lid.

Artikel 71. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer bedraagt 1700 euro per hectare.

Onderafdeling 5 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer

Artikel 72. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer beoogt de bescherming van de kwetsbare elementen, vermeld in bijlage 4 die bij dit besluit is gevoegd, door de aanleg en het onderhoud van een kruidenrijke grasstrook en beoogt het bieden van een voldoende geschikt leefgebied aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door een aangepast maaibeheer zodat een structuurrijke vegetatie bekomen wordt.

De grasstrook, vermeld in het eerste lid, wordt ingezaaid met een graskruidenmengsel. Bijlage 5 die bij dit besluit is gevoegd, bepaalt de samenstelling waaraan dit graskruidenmengsel moet voldoen.

Artikel 73. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn:
1° de grasstrook ligt op een perceel landbouwgrond dat zowel ligt in het beheergebied voor perceelsrandenbeheer, vermeld in artikel 62, als in een beheergebied voor soortenbescherming, vermeld in artikel 81, eerste lid, 1° tot en met 4°;
2° minstens 75 procent van de lengte van de grasstrook grenst aan een kwetsbaar element als vermeld in bijlage 4;
3° de grasstrook wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
4° de oppervlakte van de grasstrook is maximaal de helft van de oppervlakte van het perceel waarlangs het kwetsbaar element ligt;
5° de grasstrook heeft een gemiddelde breedte van zes tot achttien meter;
6° als het perceel waarlangs het kwetsbaar element ligt, wordt uitgebaat als meerjarig fruit- of sierteelt dan ligt de grasstrook niet op de werkgang.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn dezelfde als de beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 31, tweede lid.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 31, derde lid.

Artikel 74. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer bedraagt 2108 euro per hectare.

Onderafdeling 6 Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer

Artikel 75. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer beoogt de bescherming van de kwetsbare elementen, vermeld in bijlage 4 die bij dit besluit is gevoegd, door het onderhoud van een kruidenrijke grasstrook en beoogt het bieden van een voldoende geschikt leefgebied aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door een aangepast maaibeheer zodat een structuurrijke vegetatie bekomen wordt.

Artikel 76. (01/01/2015- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn dezelfde als de instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer, vermeld in artikel 73, eerste lid.

Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer omvat naast de beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 31, tweede lid, 3° tot en met 9°, de volgende beheervoorwaarde: de grasstrook wordt tot stand gebracht door een bestaande kruidenrijke grasstrook te behouden.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 31, derde lid.

Artikel 77. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling perceelsrandenbeheer bedraagt 1996 euro per hectare.

Onderafdeling 7 Het beheerpakket aanleg en onderhoud bloemenstrook

Artikel 78. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud bloemenstrook beoogt het tot stand brengen van voldoende voedselaanbod voor bestuivers.

Artikel 79. (17/02/2018- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud bloemenstrook zijn:
1° de ligging van de bloemenstrook is geschikt om het beheerpakket op toe te passen volgens de beoordeling van de maatschappij;
2° de bloemenstrook wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
3° de bloemenstrook heeft een gemiddelde breedte van zes tot twaalf meter.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud bloemenstrook zijn:
1° de bloemenstrook wordt tot stand gebracht door de strook jaarlijks voor 1 mei in te zaaien met een eenjarig bloemenmengsel of door de strook voor 1 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst in te zaaien met een meerjarig mengsel van vlinderbloemigen. De voorwaarden waaraan het eenjarige bloemenmengsel of het meerjarige mengsel van vlinderbloemigen moet voldoen, zijn opgenomen in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd;
2° de factuur of het aankoopbewijs en het zaaizaadetiket worden bijgehouden tot drie jaar na afloop van de beheerovereenkomst;
3° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst en de bloemenstrook is over de volledige lengte minstens vijf meter breed;
4° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
5° op de bloemenstrook mogen alleen de volgende activiteiten worden uitgevoerd:
a) inzaaien of herinzaaien;
b) frezen voor de inzaai of herinzaai;
c) maaien en afvoeren van het maaisel;
6° op de bloemenstrook worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt, uitgezonderd voor de manuele pleksgewijze bestrijding van akkerdistel;
7° op de bloemenstrook worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen opgebracht;
8° als een meerjarig mengsel van vlinderbloemigen wordt ingezaaid, wordt de bloemenstrook als volgt beheerd om de bloei beter te spreiden:
a) de volledige bloemenstrook wordt jaarlijks gemaaid in de periode vanaf 15 september tot en met 15 oktober, waarbij het maaisel wordt afgevoerd;
b) vanaf het eerste jaar dat volgt op het jaar van de inzaai, mag de bloemenstrook daarnaast jaarlijks gemaaid worden in de periode vanaf 1 januari tot en met 15 mei, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Als in de voormelde periode gemaaid wordt, moet minimaal de helft van de breedte van de strook behouden blijven;"
9° als een meerjarig mengsel van vlinderbloemigen wordt ingezaaid, mag de strook in het tweede jaar dat volgt op het jaar van de inzaai van het meerjarige mengsel van vlinderbloemigen, voor 1 mei heringezaaid worden met een eenjarig bloemenmengsel of een meerjarig mengsel van vlinderbloemigen dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd;
10° als een eenjarig bloemenmengsel wordt ingezaaid, mag de strook in een daaropvolgend jaar voor 1 mei heringezaaid worden met een meerjarig mengsel van vlinderbloemigen dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 80. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud bloemenstrook bedraagt 1972 euro per hectare.

Afdeling 5 De beheerpakketten die ingezet kunnen worden voor de beheerdoelstelling soortenbescherming

Onderafdeling 1 Het beheergebied voor soortenbescherming

Artikel 81. (19/01/2017- ...)

De volgende beheergebieden waarbinnen beheerovereenkomsten gesloten kunnen worden voor beheerpakketten met betrekking tot de beheerdoelstelling soortenbescherming, worden afgebakend :
1° het beheergebied voor weidevogelsoorten : dit beheergebied is afgebakend op de kaart, opgenomen in bijlage 12 die bij dit besluit is gevoegd;
2° het beheergebied voor akkervogelsoorten : dit beheergebied is afgebakend op de kaart, opgenomen in bijlage 13 die bij dit besluit is gevoegd;
3° het beheergebied voor de Natura 2000 soort grauwe kiekendief : dit beheergebied is afgebakend op de kaart, opgenomen in bijlage 14 die bij dit besluit is gevoegd;
4° het beheergebied voor de Natura 2000 soort hamster : dit beheergebied is afgebakend op de kaart, opgenomen in bijlage 15 die bij dit besluit is gevoegd;

Deze kaarten, vermeld in het eerste lid, liggen ter inzage bij de maatschappij en worden ook bekendgemaakt op haar website.

Artikel 81/1. (19/01/2017- ...)

Beheerovereenkomsten voor de volgende beheerpakketten kunnen gesloten worden binnen de beheergebieden, vermeld in artikel 81, eerste lid, 1° en 2° :
1° faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum;
2° faunabeheer grasland beweiden 20 mei;
3° faunabeheer grasland standweide 15 juni;
4° faunabeheer grasland kuikenweide.

Binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming kunnen beheerovereenkomsten voor de volgende beheerpakketten gesloten worden binnen de beheergebieden, vermeld in artikel 81, eerste lid, 1° tot en met 4° :
1° aanleg en onderhoud gemengde grasstrook;
2° onderhoud gemengde grasstrook;
3° aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus;
4° onderhoud gemengde grasstrook plus.

Beheerovereenkomsten voor het beheerpakket aanleg en onderhoud vluchtstrook kunnen gesloten worden binnen het beheergebied voor weidevogelsoorten, vermeld in artikel 81, eerste lid, 1°.

Beheerovereenkomsten voor de volgende beheerpakketten kunnen gesloten worden binnen het beheergebied voor de Natura 2000 soort grauwe kiekendief, vermeld in artikel 81, eerste lid, 3° :
1° aanleg en onderhoud gemengde grasstrook vogelakker;
2° aanleg en onderhoud luzernestrook vogelakker.

Beheerovereenkomsten voor de volgende beheerpakketten kunnen gesloten worden binnen het beheergebied voor de Natura 2000 soort hamster, vermeld in artikel 81, eerste lid, 4° :
1° aanleg en onderhoud luzernestrook hamster;
2° hamstervriendelijke nateelt.

Beheerovereenkomsten voor het beheerpakket faunabeheer akkerland voedselgewas kunnen gesloten worden binnen de beheergebieden, vermeld in artikel 81, eerste lid, 1° tot en met 4°, als de beheerwijze, vermeld in artikel 96, tweede lid, 3°, a) wordt toegepast.

Beheerovereenkomsten voor het beheerpakket faunabeheer akkerland voedselgewas kunnen gesloten worden binnen de beheergebieden, vermeld in artikel 81, eerste lid, 3° en 4°, als de beheerwijze, vermeld in artikel 96, tweede lid, 3°, b) of c) wordt toegepast.

Onderafdeling 2 De te beschermen soorten

Artikel 82. (01/01/2015- ...)

De beheerdoelstelling soortenbescherming beoogt de instandhouding en de verbetering van de volgende faunasoorten en hun leefgebied:
1° weidevogelsoorten: tureluur, watersnip, zomertaling, grutto, wulp, slobeend, kievit, scholekster, graspieper, veldleeuwerik, gele kwikstaart;
2° akkervogelsoorten: grauwe gors, geelgors, veldleeuwerik, patrijs, gele kwikstaart, ringmus en kievit;
3° natura 2000 soorten: grauwe kiekendief, grauwe klauwier, kwartelkoning en hamster.

Onderafdeling 3 Het beheerpakket faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum

Artikel 83. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum beoogt het bieden van kansen aan weidevogels op een hoger broedsucces door alle activiteiten op het perceel te verbieden tijdens het broedseizoen en de maaidatum uit te stellen.

Artikel 84. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum zijn:
1° het perceel ligt in het beheergebied voor het beheerpakket faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum, vermeld in artikel 81/1;
2° het perceel wordt uitgebaat als grasland en als grasland geregistreerd in de verzamelaanvraag;
3° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
4° het perceel is geschikt om het beheerpakket op toe te passen volgens de beoordeling van de maatschappij.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° de bestaande vegetatie wordt gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in stand gehouden; bijvoorbeeld doorzaaien of herinzaaien is niet toegestaan;
4° vanaf 20 maart tot en met 22 juni wordt op het perceel geen enkele activiteit uitgevoerd;
5° de beheerder houdt een maairegister bij waarin per perceel de maaidata worden genoteerd; de maaidatum wordt ten laatste 7 dagen na het maaien in het register genoteerd.

De volgende basisnorm geldt bij het beheerpakket faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum: met behoud van de toepassing van het tweede lid, 4° wordt het perceel ofwel begraasd ofwel minstens een keer per jaar gemaaid om verruiging en verbossing tegen te gaan; als gemaaid wordt, wordt het maaisel afgevoerd.

Artikel 85. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum bedraagt 698 euro per hectare.

Onderafdeling 4 Het beheerpakket faunabeheer grasland beweiden 20 mei

Artikel 86. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket faunabeheer grasland beweiden 20 mei beoogt het bieden van kansen aan weidevogels op een hoger broedsucces door alle activiteiten op het perceel te verbieden tijdens het broedseizoen en de beweidingsdatum uit te stellen.

Artikel 87. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer grasland beweiden 20 mei zijn :
1° het perceel ligt in het beheergebied voor het beheerpakket faunabeheer grasland, beweiden 20 mei, vermeld in artikel 81/1;
2° het perceel voldoet aan de instapvoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum, vermeld in artikel 84, eerste lid, 2° tot en met 4°.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer grasland beweiden 20 mei zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° de bestaande vegetatie wordt gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in stand gehouden; bijvoorbeeld doorzaaien of herinzaaien is niet toegestaan;
4° vanaf 20 maart tot en met 20 mei wordt op het perceel geen enkele activiteit uitgevoerd; vanaf 21 mei tot en met 15 juni is op het perceel geen enkele activiteit toegestaan behoudens het beweiden met een veebezetting van maximaal 4 dieren per hectare op elk ogenblik.

De basisnormen van het beheerpakket faunabeheer grasland beweiden 20 mei zijn:
1° met behoud van de toepassing van het tweede lid, 4° wordt het perceel ofwel begraasd ofwel minstens een keer per jaar gemaaid om verruiging en verbossing tegen te gaan; als gemaaid wordt, wordt het maaisel afgevoerd;
2° als beweiden is toegestaan volgens de beheerovereenkomst dan houdt de beheerder een bemestingsregister op perceelsniveau bij volgens de bepalingen vastgesteld in uitvoering van artikel 24, § 5 van het Mestdecreet; het voormeld register wordt bijgehouden voor het betrokken perceel en niet voor de betrokken perceelsgroep.

Artikel 88. (01/01/2015- ...)

 De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket faunabeheer grasland beweiden 20 mei bedraagt 116 euro per hectare.

Onderafdeling 5 Het beheerpakket faunabeheer grasland standweide 15 juni

Artikel 89. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket faunabeheer grasland standweide 15 juni beoogt het bieden van kansen aan weidevogels op een hoger broedsucces door alle activiteiten op het perceel te verbieden tijdens het broedseizoen uitgezonderd het gebruik als standweide met een beperkte veebezetting tot 15 juni.

Artikel 90. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer grasland standweide 15 juni zijn :
1° het perceel ligt in het beheergebied voor het beheerpakket faunabeheer grasland, standweide 15 juni, vermeld in artikel 81/1;
2° het perceel voldoet aan de instapvoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum, vermeld in artikel 84, eerste lid, 2° tot en met 4°.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer grasland standweide 15 juni zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° de bestaande vegetatie wordt gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in stand gehouden; bijvoorbeeld doorzaaien of herinzaaien is niet toegestaan;
4° vanaf 20 maart tot en met 15 juni wordt op het perceel geen enkele activiteit uitgevoerd; gedurende deze periode mag het perceel wel gebruikt worden als standweide met een veebezetting van maximaal 2 dieren per hectare op elk ogenblik.

De basisnormen van het beheerpakket faunabeheer grasland standweide 15 juni zijn:
1° met behoud van de toepassing van het tweede lid, 4° wordt het perceel ofwel begraasd ofwel minstens een keer per jaar gemaaid om verruiging en verbossing tegen te gaan; als gemaaid wordt, wordt het maaisel afgevoerd;
2° als beweiden is toegestaan volgens de beheerovereenkomst dan houdt de beheerder een bemestingsregister op perceelsniveau bij volgens de bepalingen vastgesteld in uitvoering van artikel 24, § 5 van het Mestdecreet; het voormeld register wordt bijgehouden voor het betrokken perceel en niet voor de betrokken perceelsgroep.

Artikel 91. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket faunabeheer grasland standweide 15 juni bedraagt 661 euro per hectare.

Onderafdeling 6 Het beheerpakket faunabeheer grasland kuikenweide

Artikel 92. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket faunabeheer grasland kuikenweide beoogt het bieden van kansen aan weidevogelkuikens om uit te vliegen op kruidenrijke graslanden door een beweidingsverbod of beperking van de veebezetting tot 1 juli en door alle activiteiten op het perceel te verbieden tot 1 juli.

Artikel 93. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer grasland kuikenweide zijn :
1° het perceel ligt in het beheergebied voor het beheerpakket faunabeheer grasland kuikenweide, vermeld in artikel 81/1;
2° het perceel voldoet aan de instapvoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer grasland uitgestelde maaidatum, vermeld in artikel 84, eerste lid, 2° tot en met 4°.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer grasland kuikenweide zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° de bestaande vegetatie wordt gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in stand gehouden; bijvoorbeeld doorzaaien of herinzaaien is niet toegestaan;
4° het perceel wordt op de volgende wijze beheerd, waarbij de wijze van beheer wordt bepaald in de beheerovereenkomst:
a) vanaf 20 maart tot en met 1 juli wordt op het perceel geen enkele activiteit uitgevoerd; gedurende deze periode mag het perceel wel gebruikt worden als standweide met een veebezetting van maximaal 2 dieren per hectare op elk ogenblik;
b) vanaf 20 maart tot en met 1 juli wordt op het perceel geen enkele activiteit uitgevoerd; gedurende deze periode mag het perceel ook niet gebruikt worden als standweide.

De basisnormen van het beheerpakket faunabeheer grasland kuikenweide zijn:
1° met behoud van de toepassing van het tweede lid, 4° wordt het perceel ofwel begraasd ofwel minstens een keer per jaar gemaaid om verruiging en verbossing tegen te gaan; als gemaaid wordt, wordt het maaisel afgevoerd;
2° als beweiden is toegestaan volgens de beheerovereenkomst dan houdt de beheerder een bemestingsregister op perceelsniveau bij volgens de bepalingen vastgesteld in uitvoering van artikel 24, § 5 van het Mestdecreet; het voormeld register wordt bijgehouden voor het betrokken perceel en niet voor de betrokken perceelsgroep.

Artikel 94. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket faunabeheer grasland kuikenweide bedraagt 761 euro per hectare.

Onderafdeling 7 Het beheerpakket faunabeheer akkerland voedselgewas

Artikel 95. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket faunabeheer akkerland voedselgewas beoogt het bieden van kansen aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door tijdens de winterperiode geschikte habitatcondities zoals voedsel en dekking te voorzien zodat deze soorten voldoende fit de winter doorkomen.

Artikel 96. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer akkerland voedselgewas zijn:
1° het perceel ligt in het beheergebied voor soortenbescherming, vermeld in artikel 81;
2° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
3° het perceel is geschikt om het beheerpakket op toe te passen volgens de beoordeling van de maatschappij.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket faunabeheer akkerland voedselgewas zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
° het perceel wordt op de volgende wijze beheerd, waarbij de wijze van beheer wordt bepaald in de beheerovereenkomst :
a) het perceel wordt ofwel jaarlijks voor 31 mei ingezaaid met een eenjarig zaadleverend gewas, ofwel tweejaarlijks voor 31 mei ingezaaid met een meerjarig zaadleverend gewas. Het zaadleverende gewas of gewasmengsel bestaat minstens uit een van de soorten, vermeld in bijlage 8. Het gewas wordt niet geoogst of ondergewerkt voor 15 maart van het volgende jaar;
b) het perceel wordt opgedeeld in twee gelijke delen, waarbij de delen als volgt worden beheerd :
1) beide delen worden in het eerste jaar van de beheerovereenkomst voor 31 mei ingezaaid met een zomergraan;
2) het eerste deel wordt als volgt beheerd :
i) het eerste deel van het perceel wordt in het tweede en het vierde jaar van de beheerovereenkomst voor 31 mei ingezaaid met een zomergraan;
ii) het eerste deel van het perceel wordt in het derde en het vijfde jaar van de beheerovereenkomst niet opnieuw ingezaaid, maar alleen geklepeld in de periode van 15 augustus tot en met 1 oktober;
3) het tweede deel wordt als volgt beheerd :
i) het tweede deel van het perceel wordt in het tweede en vierde jaar van de beheerovereenkomst niet opnieuw ingezaaid, maar alleen geklepeld in de periode van 15 augustus tot en met 1 oktober;
ii) het tweede deel van het perceel wordt in het derde en vijfde jaar van de beheerovereenkomst voor 31 mei ingezaaid met een zomergraan;
4) het zomergraan mag op beide delen van het perceel nooit geoogst worden;
c) het perceel wordt opgedeeld in twee gelijke delen, waarbij de delen als volgt worden beheerd :
1) het eerste deel wordt als volgt beheerd :
i) het eerste deel van het perceel wordt in het eerste jaar van de beheerovereenkomst voor 31 mei ingezaaid met een zomergraan, behalve als er op dat deel van het perceel al een wintergraan is ingezaaid net voor de start van de beheerovereenkomst. In dat geval kan het wintergraan blijven staan;
ii) het eerste deel van het perceel mag in het tweede en het vierde jaar van de beheerovereenkomst geklepeld worden in de periode van 15 augustus tot en met 1 oktober;
iii) het eerste deel van het perceel wordt in het najaar van het tweede en het vierde jaar van de beheerovereenkomst voor 31 december ingezaaid met een wintergraan;
2) het tweede deel van het perceel wordt als volgt beheerd :
i) het tweede deel van het perceel wordt in het eerste jaar van de beheerovereenkomst voor 31 mei ingezaaid met Japanse haver, gevolgd door de inzaai van een wintergraan voor 31 december. De Japanse haver mag geklepeld of gemaaid worden in de periode van 15 augustus tot en met 1 oktober;
ii het tweede deel van het perceel mag in het derde jaar van de beheerovereenkomst geklepeld worden in de periode van 15 augustus tot en met 1 oktober;
iii) het tweede deel van het perceel wordt in het derde jaar van de beheerovereenkomst voor 31 december ingezaaid met een wintergraan;
iv) het tweede deel van het perceel wordt in het vijfde jaar van de beheerovereenkomst voor 31 mei ingezaaid met Japanse haver;
3) het graan mag op beide delen van het perceel nooit geoogst worden.
4° het gewas wordt niet geoogst of ondergewerkt voor 15 maart van het volgende jaar.

De volgende basisnorm geldt bij het beheerpakket faunabeheer akkerland voedselgewas: geen handelingen verrichten met het opzet om vogels of hun nesten te verstoren of te vernietigen.

Artikel 97. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket faunabeheer akkerland voedselgewas bedraagt 1931 euro per hectare.

Onderafdeling 8 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming

Artikel 98. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming beoogt het bieden van een voldoende geschikt leefgebied aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door het aanleggen en onderhouden van kruidenrijke grasstroken waarop een aangepast maaibeheer wordt gevoerd.

De grasstrook, vermeld in het eerste lid, wordt ingezaaid met een graskruidenmengsel. Bijlage 5 die bij dit besluit is gevoegd, bepaalt de samenstelling waaraan dit graskruidenmengsel moet voldoen.

Artikel 99. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming zijn:
1° de grasstrook ligt op een perceel landbouwgrond dat ligt binnen het beheergebied voor het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook, vermeld in artikel 81/1;
2° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
3° het perceel is geschikt om het beheerpakket op toe te passen volgens de beoordeling van de maatschappij;
4° de grasstrook is gemiddeld negen tot dertig meter breed;
5° als het perceel waarlangs de grasstrook ligt, wordt uitgebaat als meerjarig fruit- of sierteelt dan ligt de grasstrook niet op de werkgang.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming zijn dezelfde als de beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 25, tweede lid.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 25, derde lid.

Artikel 100. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming bedraagt 1812 euro per hectare.

Onderafdeling 9 Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook

Artikel 101. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming beoogt het bieden van een voldoende geschikt leefgebied aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door het onderhouden van kruidenrijke grasstroken waarop een aangepast maaibeheer wordt gevoerd.

Artikel 102. (01/01/2015- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming zijn dezelfde als de instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming, vermeld in artikel 99, eerste lid.

Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming omvat naast de beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 25, tweede lid, 3° tot en met 9°, de volgende beheervoorwaarde: de grasstrook wordt tot stand gebracht door een bestaande kruidenrijke grasstrook te behouden.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 25, derde lid.

Artikel 103. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming bedraagt 1700 euro per hectare.

Onderafdeling 10 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus

Artikel 104. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming beoogt het bieden van een voldoende geschikt leefgebied aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door het aanleggen en onderhouden van kruidenrijke grasstroken waarop een aangepast maaibeheer wordt gevoerd zodat een structuurrijke vegetatie bekomen wordt.

De grasstrook, vermeld in het eerste lid, wordt ingezaaid met een graskruidenmengsel. Bijlage 5 die bij dit besluit is gevoegd, bepaalt de samenstelling waaraan dit graskruidenmengsel moet voldoen.

Artikel 105. (01/01/2015- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming zijn dezelfde als de instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming, vermeld in artikel 99, eerste lid.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming zijn dezelfde als de beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 31, tweede lid.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 31, derde lid.

Artikel 106. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming bedraagt 2108 euro per hectare.

Onderafdeling 11 Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus

Artikel 107. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming beoogt het bieden van een voldoende geschikt leefgebied aan faunasoorten verbonden aan het landbouwlandschap door het onderhouden van kruidenrijke grasstroken waarop een aangepast maaibeheer wordt gevoerd zodat een structuurrijke vegetatie bekomen wordt.

Artikel 108. (01/01/2015- ...)

 De instapvoorwaarden van het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming zijn dezelfde als de instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming, vermeld in artikel 99, eerste lid.

Het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming omvat naast de beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 31, tweede lid, 3° tot en met 9°, de volgende beheervoorwaarde: de grasstrook wordt tot stand gebracht door een bestaande kruidenrijke grasstrook te behouden.

De basisnormen van het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming zijn dezelfde als de basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling erosiebestrijding, vermeld in artikel 31, derde lid.

Artikel 109. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket onderhoud gemengde grasstrook plus binnen de beheerdoelstelling soortenbescherming bedraagt 1996 euro per hectare.

Onderafdeling 12 Het beheerpakket aanleg en onderhoud vluchtstrook

Artikel 110. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud vluchtstrook beoogt het bieden van voldoende geschikte leefgebieden aan weidevogelsoorten door een aangepast maaibeheer op de vluchtstrook.

Artikel 111. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud vluchtstrook zijn:
1° de vluchtstrook ligt op een perceel landbouwgrond dat ligt binnen het beheergebied voor het beheerpakket aanleg en onderhoud vluchtstrook, vermeld in artikel 81/1;
2° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
3° het perceel is geschikt om het beheerpakket op toe te passen volgens de beoordeling van de maatschappij;
4° de vluchtstrook ligt niet langs een waterloop opgenomen in de Vlaamse Hydrologische Atlas;
5° de vluchtstrook is gemiddeld zes tot dertig meter breed.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud vluchtstrook zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst en de grasstrook is over de volledige lengte minstens vijf meter breed;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° de vluchtstrook wordt tot stand gebracht door een bestaande grasstrook te behouden of door de strook voor 31 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst in te zaaien met een gras- of een graskruidenmengsel;
4° de vluchtstrook bestaat gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst uit een aaneengesloten grasmat; schade aan de grasmat moet meteen hersteld worden;
5° op de vluchtstrook worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt, uitgezonderd voor de manuele pleksgewijze bestrijding van akkerdistel;
6° op de vluchtstrook worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen opgebracht;
7° de vluchtstrook mag gemaaid of geklepeld worden vanaf 22 juni;
8° op de vluchtstrook wordt geen enkele activiteit uitgevoerd, behoudens maaien of klepelen.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud vluchtstrook zijn
1° de vluchtstrook wordt minstens om de twee jaar gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd om verruiging en verbossing tegen te gaan;
2° geen handelingen verrichten met het opzet om vogels of hun nesten te verstoren of te vernietigen;
3° op het perceel worden de bemestingsnormen, vermeld in het Mestdecreet, nageleefd.

Artikel 112. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud vluchtstrook bedraagt 1616 euro per hectare.

[Onderafdeling 12/1 Het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook vogelakker (ing. MB 8 december 2016, art. 27, I: 19 januari 2017)]

Artikel 112/1. (19/01/2017- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook vogelakker beoogt de inrichting van percelen als foerageergebied voor de grauwe kiekendief.

Artikel 112/2. (05/05/2019- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook vogelakker zijn :
1° de luzernestrook ligt op een perceel landbouwgrond dat ligt binnen het beheergebied voor het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook vogelakker, vermeld in artikel 81/1;
2° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
3° het perceel is geschikt om het beheerpakket op toe te passen volgens de beoordeling van de maatschappij;
4° de luzernestrook is gemiddeld negen tot achttien meter breed;
5° de luzernestrook grenst altijd met een lange zijde aan een gemengde grasstrook vogelakker als vermeld in artikel 112/5.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook vogelakker zijn :
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst en de luzernestrook is over de volledige lengte minstens vijf meter breed;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° de luzernestrook wordt tot stand gebracht door een bestaande luzernestrook te behouden of door de strook voor 1 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst in te zaaien met luzerne of een mengsel van luzerne, rode klaver en voederwikke waarbij het mengsel uit minimaal 75 % luzerne bestaat;
4° vanaf het derde jaar van de beheerovereenkomst mag de luzernestrook eenmaal opnieuw ingezaaid worden met luzerne of een mengsel van luzerne, rode klaver en voederwikke waarbij het mengsel uit minimaal 75 % luzerne bestaat; de luzernestrook wordt ingezaaid tussen 1 januari en 1 mei;
5° op de luzernestrook worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt, uitgezonderd voor de manuele pleksgewijze bestrijding van akkerdistel;
6° de luzernestrook wordt jaarlijks minstens twee keer gemaaid in de periode van 1 maart tot en met 30 september met een tijdsinterval van telkens minstens zestig dagen tussen twee opeenvolgende maaibeurten. De luzernestrook mag bijkomend jaarlijks gemaaid of geklepeld worden in de periode van 1 oktober tot en met 28 februari van het daaropvolgende jaar. Als er gemaaid wordt, moet telkens minstens 75% van de luzernestrook gemaaid worden en moet het maaisel afgevoerd worden binnen vijftien dagen nadat er gemaaid is. In het jaar van de (her)inzaai van de luzerne mag de eerste maaibeurt vervangen worden door klepelen of maaien zonder het maaisel af te voeren;
7° op de luzernestrook mogen alleen de volgende activiteiten worden uitgevoerd:
a) inzaaien of herinzaaien;
b) frezen voor de inzaai of herinzaai;
c) maaien of klepelen, en afvoeren van het maaisel;
8° de beheerder houdt een register bij waarin per luzernestrook alle maaidata en klepeldata worden genoteerd; de data worden ten laatste zeven dagen na het maaien of klepelen in het register genoteerd;
9° op de luzernestrook worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen opgebracht, behalve voor de inzaai van de luzerne.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook vogelakker zijn :
1° als de luzernestrook in een oeverzone ligt als vermeld in artikel 3, § 2, 43° van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wordt het verbod op het gebruik van pesticiden vermeld in artikel 10, § 1, 2° van het voormelde decreet nageleefd;
2° met behoud van de toepassing van het tweede lid, 6° wordt de luzernestrook minstens om de twee jaar gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd om verruiging en verbossing tegen te gaan;
3° geen handelingen verrichten met het opzet om vogels of hun nesten te verstoren of te vernietigen.

Artikel 112/3. (19/01/2017- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook vogelakker bedraagt 1764 euro per hectare.

[Onderafdeling 12/2 Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook vogelakker (ing. MB 8 december 2016, art. 28, I: 19 januari 2017)]

Artikel 112/4. (19/01/2017- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook vogelakker beoogt de inrichting van percelen als foerageergebied voor de grauwe kiekendief.

Artikel 112/5. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook vogelakker zijn :
1° de gemengde grasstrook ligt op een perceel landbouwgrond dat ligt binnen het beheergebied voor het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook vogelakker, vermeld in artikel 81/1;
2° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
3° het perceel is geschikt om het beheerpakket op toe te passen volgens de beoordeling van de maatschappij;
4° de gemengde grasstrook is gemiddeld negen tot achttien meter breed;
5° de gemengde grasstrook grenst steeds met een lange zijde aan een luzernestrook vogelakker als vermeld in artikel 112/2;

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook vogelakker zijn :
1° de grasstrook wordt tot stand gebracht door de strook voor 31 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst in te zaaien met een graskruidenmengsel als vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd;
2° de factuur of het aankoopbewijs en het zaaizaadetiket worden bijgehouden tot drie jaar na afloop van de beheerovereenkomst;
3° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst en de grasstrook is over de volledige lengte minstens vijf meter breed;
4° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
5° op de grasstrook worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt, uitgezonderd voor de manuele pleksgewijze bestrijding van akkerdistel;
6° op de grasstrook worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen opgebracht;
7° de grasstrook wordt jaarlijks gemaaid in de periode vanaf 15 augustus tot en met 31 oktober waarbij het maaisel wordt afgevoerd binnen vijftien dagen na het maaien; minimaal een derde en maximaal de helft van de breedte van de grasstrook moet gemaaid worden; de ligging van het ongemaaide deel van de grasstrook wisselt elk jaar;
8° op de grasstrook wordt geen enkele activiteit uitgevoerd, behalve maaien en afvoeren van het maaisel;
9° de beheerder houdt een maairegister bij waarin per grasstrook de maaidata worden genoteerd; de maaidata worden uiterlijk zeven dagen na het maaien in het register genoteerd.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook vogelakker zijn :
1° met behoud van de toepassing van het tweede lid, 7° wordt de grasstrook minstens om de twee jaar gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd om verruiging en verbossing tegen te gaan;
2° geen handelingen verrichten met het opzet om vogels of hun nesten te verstoren of te vernietigen;
3° als de grasstrook ligt langs een waterloop, als vermeld in artikel 21, tweede lid van het Mestdecreet wordt het verbod om meststoffen op of in de bodem te brengen, vermeld in artikel 21, eerste lid, 1°, 2° en 3° van het Mestdecreet, nageleefd;
4° als de grasstrook ligt in een oeverzone als vermeld in artikel 3, § 2, 43° van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wordt het verbod op het gebruik van pesticiden vermeld in artikel 10, § 1, 2° van het voormelde decreet van 18 juli 2003 nageleefd.

Artikel 112/6. (19/01/2017- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud gemengde grasstrook vogelakker bedraagt 2247 euro per hectare.

[Onderafdeling 12/3 Het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook hamster (ing. MB 8 december 2016, art. 29, I: 19 januari 2017)]

Artikel 112/7. (19/01/2017- ...)

Het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook hamster beoogt hamsters kansen te bieden door in voedsel en dekking te voorzien op vaste plaatsen binnen het landbouwlandschap.

Artikel 112/8. (05/05/2019- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook hamster zijn :
1° de luzernestrook ligt op een perceel landbouwgrond dat ligt binnen het beheergebied voor het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook hamster, vermeld in artikel 81/1;
2° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
3° het perceel is geschikt om het beheerpakket op toe te passen volgens de beoordeling van de maatschappij;
4° de luzernestrook is gemiddeld minstens twintig meter breed.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook hamster zijn :
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst en de luzernestrook is over de volledige lengte minstens vijf meter breed;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° de luzernestrook wordt tot stand gebracht door een bestaande luzernestrook te behouden of door de strook voor 1 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst in te zaaien met luzerne of een mengsel van luzerne, rode klaver en voederwikke waarbij het mengsel uit minimaal 75 % luzerne bestaat;
4° op de luzernestrook worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt, uitgezonderd voor de manuele pleksgewijze bestrijding van akkerdistel;
5° op de strook worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen opgebracht, uitgezonderd voorafgaand aan de inzaai van de luzerne;
6° de luzernestrook wordt in het eerste jaar van de beheerovereenkomst twee maal gemaaid of twee maal geklepeld voor 1 oktober;
7° de luzernestrook wordt in het tweede en het derde jaar van de beheerovereenkomst jaarlijks minstens eenmaal gemaaid of geklepeld in de periode vanaf 1 oktober tot en met 1 maart van het daaropvolgend kalenderjaar;
8° de luzernestrook wordt in het vierde jaar van de beheerovereenkomst ingezaaid met wintertarwe in de periode vanaf 1 november tot en met 31 december en de wintertarwe wordt gedurende het vijfde jaar van de beheerovereenkomst behouden;
9° op de luzernestrook wordt geen enkele activiteit uitgevoerd, behoudens maaien of klepelen of het inzaaien van wintertarwe;
10° de beheerder houdt een register bij waarin per luzernestrook alle maaidata en klepeldata worden genoteerd. De voormelde data worden uiterlijk zeven dagen na het maaien of klepelen in het register genoteerd.

De basisnormen van het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook hamster zijn :
1° de luzernestrook wordt minstens om de twee jaar gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd om verruiging en verbossing tegen te gaan;
2° geen handelingen verrichten met het opzet om vogels of hun nesten te verstoren of te vernietigen;
3° als de luzernestrook ligt langs een waterloop, als vermeld in artikel 21, tweede lid van het Mestdecreet van 22 december 2006 wordt het verbod om meststoffen op of in de bodem te brengen, vermeld in artikel 21, eerste lid, 1°, 2° en 3° van het voormelde decreet, nageleefd;
4° als de luzernestrook ligt in een oeverzone als vermeld in artikel 3, § 2, 43° van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wordt het verbod op het gebruik van pesticiden vermeld in artikel 10, § 1, 2° van het voormelde decreet nageleefd.

Artikel 112/9. (19/01/2017- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket aanleg en onderhoud luzernestrook hamster bedraagt 1871 euro per hectare.

[Onderafdeling 12/4 Het beheerpakket hamstervriendelijke nateelt (ing. MB 8 december 2016, art. 30, I: 19 januari 2017)]

Artikel 112/10. (19/01/2017- ...)

Het beheerpakket hamstervriendelijke nateelt beoogt hamsters kansen te bieden door in voedsel en dekking te voorzien binnen het beheergebied voor de hamster.

Artikel 112/11. (05/05/2019- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket hamstervriendelijke nateelt zijn :
1° het jaar voorafgaand aan de start van de beheerovereenkomst heeft de beheerder volgens de gegevens opgenomen in het GBCS minstens 0,5 hectare bouwland in gebruik dat ligt binnen het beheergebied voor het beheerpakket hamstervriendelijke nateelt, vermeld in artikel 81/1;
2° de maatschappij beoordeelt welke percelen geschikt zijn om het beheerpakket op toe te passen; de oppervlakte van de percelen die geschikt zijn om het beheerpakket op toe te passen, vormen de maximale contractoppervlakte;
3° de minimale oppervlakte waarop het beheerpakket wordt toegepast, wordt vermeld in de beheerovereenkomst en bedraagt minstens 0,5 hectare;
4° jaarlijks melden in de verzamelaanvraag op welke percelen het beheerpakket wordt toegepast. De gemelde percelen liggen binnen het beheergebied voor het beheerpakket hamstervriendelijke nateelt, vermeld in artikel 81/1.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket hamstervriendelijke nateelt zijn :
1° de oppervlakte correct gemelde percelen is minstens de minimale oppervlakte, vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft de gemelde percelen gedurende het volledige jaar in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° op de gemelde percelen wordt een graangewas, uitgezonderd maïs, als hoofdteelt geteeld. Binnen veertien dagen na de oogst van het graangewas en uiterlijk voor 1 augustus wordt een nateelt ingezaaid. De nateelt wordt behouden tot en met 1 maart van het daaropvolgende kalenderjaar;
4° de nateelt wordt ingezaaid met een mengsel als vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd;
5° de facturen of de aankoopbewijzen en de zaaizaadetiketten van de jaarlijks ingezaaide nateelten worden bijgehouden tot drie jaar na afloop van de beheerovereenkomst;
6° op de gemelde percelen worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt na de inzaai van de nateelt, uitgezonderd voor de manuele pleksgewijze bestrijding van akkerdistel;
7° de beheerder houdt een register bij waarin jaarlijks per gemeld perceel de inzaaidata van de nateelt en de oogstdata van hoofd- en nateelt worden genoteerd; de data worden uiterlijk zeven dagen na het inzaaien en het oogsten in het register genoteerd;
8° in afwijking van punt 3° hoeft de nateelt maar behouden worden tot 1 november als de nateelt gevolgd wordt door een wintergraan.

De volgende basisnorm geldt bij het beheerpakket hamstervriendelijke nateelt : als de gemelde percelen gelegen zijn in een oeverzone als vermeld in artikel 3, § 2, 43° van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wordt het verbod op het gebruik van pesticiden vermeld in artikel 10, § 1, 2° van het voormelde decreet nageleefd.

Artikel 112/12. (05/05/2019- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket hamstervriendelijke nateelt bedraagt 584 euro per hectare.

Afdeling 6 De beheerpakketten die ingezet kunnen worden voor de beheerdoelstelling bijdragen aan de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen

Onderafdeling 1 Het beheergebied voor de beheerdoelstelling bijdragen aan de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen

Artikel 113. (01/01/2015- ...)

Het beheergebied waarbinnen beheerovereenkomsten gesloten kunnen worden voor het beheerpakket verminderde bemesting grasland en het beheerpakket verminderde bemesting akkerland, wordt door de minister afgebakend op voorstel van het Agentschap voor Natuur en Bos.

Artikel 114. (01/01/2015- ...)

Het beheergebied waarbinnen beheerovereenkomsten gesloten kunnen worden voor het beheerpakket fosfaatuitmijning akkerland, wordt door de minister afgebakend op voorstel van het Agentschap voor Natuur en Bos.

Onderafdeling 2 Het beheerpakket verminderde bemesting grasland

Artikel 115. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket verminderde bemesting grasland beoogt het creëren van geschikte abiotische condities op grasland gelegen in of rond speciale beschermingszones.

Artikel 116. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket verminderde bemesting grasland zijn:
1° het perceel ligt in het beheergebied voor het beheerpakket verminderde bemesting grasland, vermeld in artikel 113;
2° het perceel wordt uitgebaat als grasland en als grasland geregistreerd in de verzamelaanvraag;
3° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
4° op het perceel waarop het beheerpakket wordt toegepast:
a) zijn de bemestingsnormen van artikel 13, § 2, van het Mestdecreet van toepassing. Bijgevolg kan het beheerpakket niet worden toegepast op onder meer een perceel waarvoor een derogatie is toegestaan conform het Mestdecreet, waarvoor een afwijking geldt van de bemestingsnormen van artikel 13, § 2, van het Mestdecreet, of waarvoor conform het Mestdecreet een beperking van de bemesting wordt opgelegd ten gevolgde van de overschrijding van de nitraatresidudrempelwaarde;
b) geldt geen beperking van de bemesting met toepassing van artikel 41bis en 41ter van het Mestdecreet van 22 december 2006.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket verminderde bemesting grasland zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° op het perceel worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen opgebracht;
4° de bestaande vegetatie wordt gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in stand gehouden; bijvoorbeeld doorzaaien of herinzaaien is niet toegestaan;
5° de beheerder laat jaarlijks op alle percelen van het bedrijf die groter zijn dan 0,3 hectare een nitraatresidubepaling uitvoeren met inachtneming van de volgende voorwaarden:
a) de nitraatresidubepaling gebeurt jaarlijks in de periode vanaf 1 oktober tot en met 15 november door een erkend laboratorium in de discipline bodem, deeldomein bemesting als vermeld in artikel 6, 5°, d) van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (VLAREL);
b) het nitraatresidu wordt gemeten tot op een diepte van 0,90 meter;
c) per oppervlakte van 2 hectare en per perceel wordt het nitraatresidu bepaald; de maatschappij bepaalt welke perceelsgegevens gebruikt worden voor het bepalen van het aantal nitraatresidubepalingen;
d) als een laboratorium vaststelt dat het nitraatresidu lager is dan de rapportagegrens die het laboratorium kan vaststellen dan wordt het nitraatresidu herleid tot die rapportagegrens;
6° de maatschappij bepaalt de uiterste datum en de wijze waarop het resultaat van de nitraatresidubepaling bezorgd moet worden aan de maatschappij;
7° het gemiddelde nitraatresidu per perceel is meer dan 4 eenheden (kg N/ha) lager dan de overeenkomstige eerste nitraatresidudrempelwaarde, vermeld in artikel 14, § 1, tweede lid van het Mestdecreet van 22 december 2006; daarbij wordt rekening gehouden met de kwalificatie van het betreffende bedrijf als focusbedrijf of als niet-focusbedrijf conform artikel 14, § 3, van het voormelde decreet.

De basisnormen van het beheerpakket verminderde bemesting grasland zijn:
1° het perceel wordt minstens om de twee jaar gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd om verruiging en verbossing tegen te gaan;
2° er werd geen administratieve geldboete opgelegd aan de beheerder wegens het overschrijden van de mestbalans voor het nutriënt N als vermeld in artikel 63, § 1, van het Mestdecreet.

Artikel 117. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket verminderde bemesting grasland bedraagt 1036 euro per hectare.

Onderafdeling 3 Het beheerpakket verminderde bemesting akkerland

Artikel 118. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket verminderde bemesting akkerland beoogt het creëren van geschikte abiotische condities op akkerland gelegen in of rond speciale beschermingszones.

Artikel 119. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket verminderde bemesting akkerland zijn:
1° het perceel ligt in het beheergebied voor het beheerpakket verminderde bemesting akkerland, vermeld in artikel 113;
2° het perceel wordt uitgebaat als akkerland en als akkerland geregistreerd in de verzamelaanvraag;
3° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
4° op het perceel waarop het beheerpakket wordt toegepast:
a) zijn de bemestingsnormen van artikel 13, § 3, van het Mestdecreet van toepassing. Bijgevolg kan het beheerpakket niet worden toegepast op onder meer een perceel waarvoor een derogatie is toegestaan conform het Mestdecreet, waarvoor een afwijking geldt van de bemestingsnormen van artikel 13, § 3, van het Mestdecreet, of waarvoor conform het Mestdecreet een beperking van de bemesting wordt opgelegd ten gevolgde van de overschrijding van de nitraatresidudrempelwaarde;
b) geldt geen beperking van de bemesting met toepassing van artikel 15ter van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen of artikel 41bis van het Mestdecreet.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket verminderde bemesting akkerland zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° op het perceel worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen opgebracht;
4° de beheerder laat jaarlijks op alle percelen van het bedrijf die groter zijn dan 0,3 hectare een nitraatresidubepaling uitvoeren met inachtneming van de volgende voorwaarden:
a) de nitraatresidubepaling gebeurt jaarlijks in de periode vanaf 1 oktober tot en met 15 november door een erkend laboratorium in de discipline bodem, deeldomein bemesting als vermeld in artikel 6, 5°, d) van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (VLAREL);
b) het nitraatresidu wordt gemeten tot op een diepte van 0,90 meter;
c) per oppervlakte van 2 hectare en per perceel wordt het nitraatresidu bepaald; de maatschappij bepaalt welke perceelsgegevens gebruikt worden voor het bepalen van het aantal nitraatresidubepalingen;
d) als een laboratorium vaststelt dat het nitraatresidu lager is dan de rapportagegrens die het laboratorium kan vaststellen dan wordt het nitraatresidu herleid tot die rapportagegrens;
5° de maatschappij bepaalt de uiterste datum en de wijze waarop het resultaat van de nitraatresidubepaling bezorgd moet worden aan de maatschappij;
6° het gemiddelde nitraatresidu per perceel is meer dan 4 eenheden (kg N/ha) lager dan de overeenkomstige eerste nitraatresidudrempelwaarde, vermeld in artikel 14, § 1, tweede lid van het Mestdecreet van 22 december 2006; daarbij wordt rekening gehouden met de kwalificatie van het betreffende bedrijf als focusbedrijf of als niet-focusbedrijf conform artikel 14, § 3, van het voormelde decreet.

De volgende basisnorm geldt bij het beheerpakket verminderde bemesting akkerland: er werd geen administratieve geldboete opgelegd aan de beheerder wegens het overschrijden van de mestbalans voor het nutriënt N als vermeld in artikel 63, § 1, van het Mestdecreet.

Artikel 120. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket verminderde bemesting akkerland bedraagt 1391 euro per hectare.

Onderafdeling 4 Het beheerpakket fosfaatuitmijning akkerland

Artikel 121. (19/01/2017- ...)

Het beheerpakket fosfaatuitmijning akkerland beoogt de verbetering van de abiotische condities om de instandhoudingsdoelstellingen te realiseren, vermeld in artikel 2, 61° van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

Artikel 122. (19/01/2017- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket fosfaatuitmijning akkerland zijn:
1° het perceel ligt in het beheergebied voor het beheerpakket fosfaatuitmijning akkerland, vermeld in artikel 114;
2° het perceel wordt uitgebaat als akkerland en als akkerland geregistreerd in de verzamelaanvraag;
3° het beheervoorwerp wordt jaarlijks als een perceel geregistreerd in de verzamelaanvraag;
4° het perceel is geschikt om het beheerpakket op toe te passen volgens de beoordeling van de maatschappij.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket fosfaatuitmijning akkerland zijn:
1° het beheerpakket wordt toegepast voor de afmetingen vermeld in de beheerovereenkomst;
2° de beheerder heeft het beheervoorwerp gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° het perceel wordt op de volgende wijze beheerd, waarbij de wijze van beheer wordt bepaald in de beheerovereenkomst:
a) ofwel wordt het perceel voor 31 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst ingezaaid met een mengsel van grassen, witte klaver en rode klaver en wordt dit gewas behouden voor de volledige looptijd van de beheerovereenkomst;
b) ofwel wordt het perceel voor 31 mei van het eerste jaar van de beheerovereenkomst ingezaaid met een graangewas, vlas of boekweit en wordt na de oogst een mengsel van grassen, witte klaver en rode klaver ingezaaid; deze nateelt wordt behouden gedurende de volledige looptijd van de beheerovereenkomst maar in het laatste jaar van de beheerovereenkomst mag opnieuw een graangewas, vlas of boekweit worden geteeld;
4° het gewas wordt jaarlijks geoogst en afgevoerd;
5° op het perceel wordt in het eerste en het laatste jaar van de beheerovereenkomst de fosforvoorraad, uitgedrukt in totaal fosfor en plantbeschikbaar fosfor, in de bodem opgemeten door een erkend laboratorium in de discipline bodem, deeldomein bemesting als vermeld in artikel 6, 5°, d) van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (VLAREL);
6° op het perceel wordt in het eerste en het derde jaar van de beheerovereenkomst:
a) de stikstof- en kaliumvoorraad en de zuurtegraad van de bodem opgemeten door een erkend laboratorium in de discipline bodem, deeldomein bodembescherming of deeldomein bemesting als vermeld in artikel 6, 5°, c) of d) van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (VLAREL);
b) een bemestingsadvies opgesteld door een erkend laboratorium;
7° het perceel wordt bemest en in voorkomend geval bekalkt volgens het bemestingsadvies maar er mogen geen fosfaathoudende meststoffen gebruikt worden;
8° de factuur of het aankoopbewijs en het zaaizaadetiket van het mengsel van grassen, witte klaver en rode klaver, vermeld in 3°, worden bijgehouden tot drie jaar na afloop van de beheerovereenkomst;
9° geen enkel perceel van de beheerder binnen het beheergebied, vermeld in artikel 114 van dit besluit, wordt met toepassing van artikel 17, § 4 van het Mestdecreet van 22 december 2006 beschouwd als niet-fosfaatverzadigd.

De basisnormen van het beheerpakket fosfaatuitmijning akkerland zijn:
1° op het perceel worden de bemestingsnormen, vermeld in het Mestdecreet, nageleefd;
2° voor het perceel houdt de beheerder een bemestingsregister op perceelniveau bij volgens de bepalingen vastgesteld ter uitvoering van artikel 24, § 5 van het Mestdecreet; het voormeld register wordt bijgehouden voor het betrokken perceel en niet voor de betrokken perceelsgroep.

Artikel 123. (01/01/2015- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket fosfaatuitmijning akkerland bedraagt 704 euro per hectare.

Afdeling 7 Het beheerpakket dat ingezet kan worden voor de beheerdoelstelling verbetering van de waterkwaliteit

Onderafdeling 1 Definities

Artikel 124. (19/01/2017- ...)

In deze afdeling wordt verstaan onder:
1° laag-risico teelt: de teelten die behoren tot de groep van graangewassen, oliehoudende zaden, eiwithoudende gewassen, vlas, bieten, grasland, korrelmaïs, klaver, luzerne, spruitkool, cichorei, witloof, mengsels van vlinderbloemigen en overige groenbedekkers, vermeld in de meest recente toelichting bij de verzamelaanvraag;
2° ...;
3° areaal bouwland van het bedrijf : het areaal bouwland van het bedrijf zoals bepaald op basis van de percelen die het bedrijf in gebruik heeft op de uiterste indieningsdatum van de laatste verzamelaanvraag.

Onderafdeling 2 Het beheergebied voor het beheerpakket waterkwaliteit

Artikel 125. (01/01/2015- ...)

Het beheergebied waarbinnen beheerovereenkomsten gesloten kunnen worden voor het beheerpakket waterkwaliteit, is afgebakend op de kaart, opgenomen in bijlage 9 die bij dit besluit is gevoegd. Deze kaart ligt ter inzage bij de maatschappij en wordt tevens gepubliceerd op haar website.

Onderafdeling 3 Het beheerpakket waterkwaliteit

Artikel 126. (01/01/2015- ...)

Het beheerpakket waterkwaliteit draagt bij aan de verbetering van de waterkwaliteit door opname van een hoog aandeel teelten met een laag risicoprofiel in het teeltplan van het bedrijf. Het risicoprofiel van een teelt wordt bepaald door de gevoeligheid van de teelt voor nitraatuitspoeling, de erosiegevoeligheid van de teelt en de mate waarin de teelt organische koolstof aanvoert.

Artikel 127. (05/05/2019- ...)

De instapvoorwaarden van het beheerpakket waterkwaliteit zijn:
1° het jaar voorafgaand aan de start van de beheerovereenkomst heeft de beheerder volgens de gegevens opgenomen in het GBCS minstens twee hectare bouwland in gebruik dat ligt binnen het beheergebied voor het beheerpakket waterkwaliteit, vermeld in artikel 125;
2° de minimale oppervlakte waarop het beheerpakket wordt toegepast, wordt vermeld in de beheerovereenkomst en bedraagt minstens 2 hectare;
3° jaarlijks melden via de verzamelaanvraag op welke percelen het beheerpakket wordt toegepast.

De beheervoorwaarden van het beheerpakket waterkwaliteit zijn:
1° de oppervlakte van de correct gemelde percelen is minstens de minimale oppervlakte, vermeld in de beheerovereenkomst;
2° elk perceel waarop via de verzamelaanvraag wordt gemeld waar het beheerpakket wordt toegepast, is groter dan 0,3 hectare;
3° de beheerder heeft de gemelde percelen gedurende het volledige jaar in gebruik volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, tenzij het beheervoorwerp wordt overgenomen conform artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
4° op de gemelde percelen wordt als hoofdteelt een laag-risicoteelt verbouwd en na de oogst wordt op deze percelen een nateelt ingezaaid; de nateelt is een laag-risicoteelt en moet minstens aanwezig zijn vanaf 15 oktober tot en met 15 november; in de volgende gevallen hoeft geen nateelt ingezaaid te worden:
a) als de hoofdteelt bestaat uit korrelmaïs en het strooisel op het perceel blijft;
b) als de hoofdteelt bestaat uit grasland dat een volledig jaar behouden wordt;
c) als de hoofdteelt een zaadleverend gewas of gewasmengsel is als vermeld in bijlage 8 dat is ingezaaid in uitvoering van een beheerovereenkomst voor het beheerpakket faunabeheer akkerland voedselgewas;
d) als de hoofdteelt bestaat uit suikerbieten of spruitkool;
e) als de hoofdteelt bestaat uit klaver of luzerne die een volledig jaar behouden wordt;
5° op minstens 90 procent van het areaal bouwland van het bedrijf worden als hoofdteelt laag-risicoteelten verbouwd;
6° op het areaal bouwland van het bedrijf worden als hoofdteelt minstens vier verschillende gewassen verbouwd, waarvan minstens drie laag-risicoteelten; elk van deze drie laag-risicoteelten wordt verbouwd op minstens vijf procent van het areaal bouwland van het bedrijf; hoofdteelten die tot één teeltgroep behoren in het kader van de vergroeningspraktijk gewasdiversificatie, worden als eenzelfde gewas beschouwd;
7° in het eerste jaar van de beheerovereenkomst worden op alle percelen landbouwgrond van het bedrijf die groter zijn dan 0,3 hectare een bodemanalyse uitgevoerd, waarbij minstens het koolstofgehalte en de zuurtegraad worden bepaald; de bodemanalyse gebeurt met inachtneming van de volgende voorwaarden:
a) de analyse gebeurt in de periode vanaf 1 oktober tot en met 15 november door een erkend laboratorium in de discipline bodem, deeldomein bodembescherming als vermeld in artikel 6, 5°, c) van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (VLAREL);
b) per oppervlakte van 2 hectare en per perceel wordt de analyse uitgevoerd; de maatschappij bepaalt welke perceelsgegevens gebruikt worden voor het bepalen van het aantal staalnamen voor koolstof en zuurtegraad;
c) als een laboratorium vaststelt dat het koolstofgehalte en de zuurtegraad lager is dan de rapportagegrens die het laboratorium kan vaststellen dan wordt het koolstofgehalte en de zuurtegraad herleid tot die rapportagegrens;
8° ...;
9° de beheerder laat jaarlijks op alle percelen landbouwgrond van het bedrijf die groter zijn dan 0,3 hectare een nitraatresidubepaling uitvoeren met inachtneming van de volgende voorwaarden:
a) de nitraatresidubepaling gebeurt jaarlijks in de periode vanaf 1 oktober tot en met 15 november door een erkend laboratorium in de discipline bodem, deeldomein bemesting als vermeld in artikel 6, 5°, d) van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (VLAREL);
b) het nitraatresidu wordt gemeten tot op een diepte van 0,90 meter;
c) per oppervlakte van 2 hectare en per perceel wordt het nitraatresidu bepaald; de maatschappij bepaalt welke perceelsgegevens gebruikt worden voor het bepalen van het aantal nitraatresidubepalingen;
d) als een laboratorium vaststelt dat het nitraatresidu lager is dan de rapportagegrens die het laboratorium kan vaststellen dan wordt het nitraatresidu herleid tot die rapportagegrens;
10° de maatschappij bepaalt de uiterste datum en de wijze waarop de resultaten van de nitraatresidubepaling en de bepaling van het koolstofgehalte en de zuurtegraad bezorgd moeten worden aan de maatschappij;
11° het gemiddelde nitraatresidu per perceel is meer dan 4 eenheden (kg N/ha) lager dan de overeenkomstige eerste nitraatresidudrempelwaarde, vermeld in artikel 14, § 1, tweede lid van het Mestdecreet van 22 december 2006; hierbij wordt rekening gehouden met de kwalificatie van het betreffende bedrijf als focusbedrijf of als niet-focusbedrijf conform artikel 14, § 3, van het voormelde decreet.

De basisnormen van het beheerpakket waterkwaliteit zijn:
1° de randvoorwaarden betreffende de zuurtegraad en het koolstofgehalte, vermeld in artikel 60 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, worden nageleefd;
2° er werd geen administratieve geldboete opgelegd aan de beheerder wegens het overschrijden van de mestbalans voor het nutriënt N als vermeld in artikel 63, § 1, van het Mestdecreet.

Artikel 128. (19/01/2017- ...)

De jaarlijkse beheervergoeding voor het beheerpakket waterkwaliteit bedraagt 245 euro per hectare.

De vergoeding zal verlaagd worden met 68 euro per hectare als de resultaten van de nitraatresidubepaling, uitgevoerd om te voldoen aan de beheervoorwaarden, vermeld in artikel 127, tweede lid, van dit besluit, aangewend worden om te voldoen aan de verplichte nitraatresidubepalingen, vermeld in artikel 13, 14 en 15 van het Mestdecreet van 22 december 2006. De vergoeding wordt verlaagd naar rato van het aantal nitraatresidubepalingen die uitgevoerd worden om te voldoen aan zowel de voormelde beheervoorwaarden als aan de voormelde verplichte nitraatresidubepalingen, ten opzichte van het totaal aantal te nemen nitraatresidubepalingen om te voldoen aan de beheervoorwaarde, vermeld in artikel 127, tweede lid, 9°, van dit besluit.

Afdeling 8 Algemene beheervoorwaarde die voor alle beheerpakketten geldt

Artikel 129. (01/01/2015- ...)

De volgende beheervoorwaarde geldt voor alle beheerpakketten als vermeld in afdeling 1 tot en met 7: de beheerder dient jaarlijks tijdig zijn verzamelaanvraag in.

HOOFDSTUK 5 [De combinatie van beheerpakketten met vergroeningspraktijken en erosiebestrijdingsmaatregelen (verv. MB 8 december 2016, art. 38, I: 19 januari 2017)]

Artikel 130. (01/01/2015- ...)

Voor beheerpakketten die gecombineerd kunnen worden met de vergroeningspraktijken waardoor een dubbelfinanciering ontstaat, wordt in de tabel, opgenomen in bijlage 10 die bij dit besluit is gevoegd, aangegeven hoeveel de verlaagde beheervergoeding bedraagt.

Artikel 130/1. (01/01/2016- ...)

Voor beheerpakketten die gecombineerd kunnen worden met de erosiebestrijdingsmaatregelen, vermeld in artikel 59 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, waardoor een dubbelfinanciering ontstaat, wordt in de tabel, opgenomen in bijlage 10 die bij dit besluit is gevoegd, aangegeven hoeveel de verlaagde beheervergoeding bedraagt.

HOOFDSTUK 6 Slotbepalingen

Artikel 131. (01/01/2015- ...)

Het ministerieel besluit van 11 juni 2008 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten en het toekennen van vergoedingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 17 juni 2009, 1 oktober 2010 en 9 juli 2012, wordt opgeheven.

Artikel 132. (19/01/2017- ...)

Het ministerieel besluit van 11 juni 2008 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten en het toekennen van vergoedingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van dit besluit, met uitzondering van artikel 51 van het voormelde besluit, blijft van toepassing op de beheerovereenkomsten, gesloten op grond van het voormelde besluit.

Voor het jaar waarin op een heel hoog of hoog erosiegevoelig perceel een beheerspakket niet-kerende bodembewerking of directe inzaai wordt toegepast en dit eveneens als maatregel wordt gebruikt binnen de erosiebestrijdingsmaatregelen, vermeld in artikel 59 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, wordt vanaf 1 januari 2016 voor de beheerspakketten niet-kerende bodembewerking of directe inzaai geen beheersvergoeding toegekend voor het betreffende perceel. De erosiegevoeligheid van een perceel wordt bepaald conform artikel 59 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014.

Artikel 133. (01/01/2015- ...)

§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
1° de bestaande beheersovereenkomst: een beheersovereenkomst die is gesloten met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juni 2008 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten en het toekennen van vergoedingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling;
2° de nieuwe beheerovereenkomst: een beheerovereenkomst die is gesloten met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014;
3° een bestaand beheerpakket: een beheerpakket als vermeld in titel 2 van het ministerieel besluit van 11 juni 2008 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten en het toekennen van vergoedingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling;
4° een nieuw beheerpakket: een beheerpakket als vermeld in hoofdstuk 4 van dit besluit.

§ 2. Het verzoek tot omzetting, vermeld in artikel 42, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014, bevat minstens het volgende:
1° de gegevens van de aanvrager, vermeld in artikel 2, 1° ;
2° gegevens over de bestaande beheerovereenkomst:
a) het nummer van de bestaande beheerovereenkomst die de beheerder geheel of gedeeltelijk wil omzetten;
b) het bestaande beheerpakket dat de beheerder wil omzetten in een nieuw beheerpakket;
3° het kalenderjaar waarin de beheerder de nieuwe beheerovereenkomst wil beginnen;
4° de verklaringen, vermeld in artikel 2, 4°.

§ 3. Een omzetting van een bestaande beheersovereenkomst naar een nieuwe beheerovereenkomst conform artikel 42 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2014 is mogelijk als alle onderstaande voorwaarden zijn vervuld:
1° de bestaande beheersovereenkomst eindigt op 31 december 2015 of 31 december 2016 en de nieuwe beheerovereenkomst start respectievelijk op 1 januari 2016 of 1 januari 2017;
2° alle beheervoorwerpen binnen hetzelfde bestaand beheerpakket worden opgenomen in het nieuwe beheerpakket.

In de tabel, opgenomen in bijlage 11 die bij dit besluit is gevoegd, zijn de bestaande beheerpakketten opgenomen waarvoor een omzetting in een nieuw beheerpakket mogelijk is en wordt bepaald in welk nieuw beheerpakket zij omgezet kunnen worden.

Artikel 134. (01/01/2015- ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015.

BIJLAGE 1 (19/01/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/09_1.pdf#page=233

BIJLAGE 2 (17/02/2018- ...)

Bijlage 2. Beheergebieden voor de beheerdoelstelling botanisch beheer, beheerpakket soortenrijk grasland als vermeld in artikel 10

BIJLAGE 3 (01/01/2015- ...)

Bijlage 3

BIJLAGE 4 (17/02/2018- ...)

Bijlage 4

*Bij MB 12 december 2017, BS 7 februari 2018, wordt met ingang van 17 februari 2018 een punt 10° toegevoegd dat luidt als volgt:
"10° de beheerder houdt een register bij waarin per luzernestrook alle maaidata en klepeldata worden genoteerd. De voormelde data worden uiterlijk zeven dagen na het maaien of klepelen in het register genoteerd".

BIJLAGE 5 (05/05/2019- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/09_1.pdf#page=236

* Bij MB van 12 december 2017, BS 7 februari 2018, worden met ingang van 17 februari 2018 de volgende wijzigingen aangebracht:

1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Als in het kader van het beheerpakket aanleg en onderhoud bloemenstrook een bloemenmengsel of mengsel van vlinderbloemigen ingezaaid moet worden, moet voldaan worden aan al de volgende voorwaarden:
1° de bloemenstrook wordt uitsluitend ingezaaid met een eenjarig bloemenmengsel of meerjarig mengsel van vlinderbloemigen als vermeld in de volgende tabel b);
2° het eenjarige bloemenmengsel of meerjarige mengsel van vlinderbloemigen wordt ingezaaid volgens de zaaihoeveelheid, vermeld in de volgende tabel b);
3° de Tübinger- en Brandenburgerbloemenmengsels zijn eenjarige bloemenmengsels;
4° het meerjarige mengsel van vlinderbloemigen bestaat uit de soorten, vermeld in de volgende tabel b). Het maximale percentage van een soort die opgenomen mag worden in het meerjarige mengsel van vlinderbloemigen, is vermeld in de volgende tabel b);
5° het eenjarige bloemenmengsel bestaat uit de soorten, vermeld in de volgende tabel b). Het maximale percentage van een soort die opgenomen mag worden in het eenjarige bloemenmengsel is vermeld in de volgende tabel b);
Tabel b)
 

Nederlandse benaming bloemenmengsels en mengsels van vlinderbloemigen wetenschappelijke naam zaaihoeveelheid: minimaal gewicht per hectare maximaal percentage van het ingezaaide gewicht
Tübinger    kg/ha  
Brandenburger    10 kg/ha  
eenjarig bloemenmengsel    10 kg/ha  
korenbloem Centaurea cyanus    15 %
grote klaproos Papaver rhoeas    15 %
echte kamille Matricaria chamomilla    10 %
groep: kruisbloemigen (minstens twee van de onderstaande soorten en altijd zwarte mosterd):     30 %
koolzaad Brassica napus    
raapzaad Brassica rapa subsp. oleifera    
zwarte mosterd Brassica nigra    
groep: vlinderbloemigen (minstens drie van de onderstaande soorten):      
luzerne Medicago sativa  
bonte wikke Vicia villosa    30 %
vogelwikke Vicia cracca    
esparcette Onobrychis viccifolia    
incarnaatklaver Trifolium incarnatum    
meerjarig mengsel van vlinderbloemigen    15 kg/ha  
rode klaver Trifolium pratense    40 %
luzerne Medicago sativa    10 %
vogelwikke Vicia cracca    15 %
incarnaatklaver Trifolium incarnatum    10 %
esparcette Onobrychis viccifolia    10 %
bonte wikke Vicia villosa    15 %

2° in paragraaf 3, tabel c), wordt het woord "zomertarwe" vervangen door het woord " tarwe" en wordt het woord "zomerhaver" vervangen door het woord "haver".

* Bij MB van 7 maart 2019, BS 25 april 2019, wordt met ingang van 5 mei 2019 in paragraaf 2, tabel b) vervangen als volgt:

Tabel b)
 
Nederlandse benaming bloemenmengsels en mengsels van vlinderbloemigen wetenschappelijke naam zaaihoeveelheid: minimaal gewicht per hectare maximaal percentage van het ingezaaide gewicht
Tübinger    10 kg/ha  
Brandenburger    10 kg/ha  
eenjarig bloemenmengsel    10 kg/ha  
korenbloem Centaurea cyanus    15 %
grote klaproos Papaver rhoeas    15 %
echte kamille Matricaria chamomilla    10 %
groep: kruisbloemigen (minstens twee van de onderstaande soorten en altijd zwarte mosterd):     30 %
koolzaad Brassica napus    
raapzaad Brassica rapa subsp. oleifera    
zwarte mosterd Brassica nigra    
groep: vlinderbloemigen (minstens drie van de onderstaande soorten):     30 %
luzerne Medicago sativa    
bonte wikke Vicia villosa    
vogelwikke Vicia cracca    
esparcette Onobrychis viccifolia    
incarnaatklaver Trifolium incarnatum    
meerjarig mengsel van vlinderbloemigen    15 kg/ha  
rode klaver Trifolium pratense    40 %
luzerne Medicago sativa    10 %
incarnaatklaver Trifolium incarnatum    10 %
esparcette Onobrychis viccifolia    10 %
bonte wikke Vicia villosa    30 %

BIJLAGE 6 (01/01/2015- ...)

Bijlage 6

BIJLAGE 7 (19/01/2017- ...)

...

BIJLAGE 8 (05/05/2019- ...)

Bijlage 8

* Bij MB van 7 maart 2019, BS 25 april 2019, wordt met ingang van 5 mei 2019 aan de bijlage 8 een punt 12 toegevoegd dat luidt als volgt:
12) een mengsel dat de maatschappij goedgekeurd heeft.

BIJLAGE 9 (01/01/2015- ...)

Bijlage 9

BIJLAGE 10 (17/02/2018- ...)

Bijlage 10

 

BIJLAGE 11 (01/01/2015- ...)

Bijlage 11

BIJLAGE 12 (17/02/2018- ...)

Bijlage 12

BIJLAGE 13 (21/08/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/08/11_2.pdf#page=85

BIJLAGE 14 (19/01/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/09_1.pdf#page=250

BIJLAGE 15 (19/01/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/09_1.pdf#page=253