Decreet houdende regeling van de binnenlandse adoptie van kinderen en houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen [citeeropschrift: "decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015"]

Datum 03/07/2015

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen en definities
  2. HOOFDSTUK 2 Aanmelding, informatiesessie en voorbereiding
    1. Afdeling 1 De aanmelding
    2. Afdeling 2 De voorbereiding van kandidaat-adoptanten voor een adoptie van een ongekend kind
    3. Afdeling 3 De voorbereiding van kandidaat-adoptanten voor de adoptie van een gekend kind
    4. Afdeling 4 Het Steunpunt Adoptie
  3. HOOFDSTUK 3 Het maatschappelijk onderzoek
  4. HOOFDSTUK 4 De dienst voor binnenlandse adoptie
    1. Afdeling 1 Taken van de dienst voor binnenlandse adoptie
    2. Afdeling 2 Vergunning en subsidiëring van de dienst voor binnenlandse adoptie
  5. HOOFDSTUK 5 Het Vlaams Centrum voor Adoptie en de Vlaamse adoptieambtenaar
  6. HOOFDSTUK 6 Trefgroepen
  7. HOOFDSTUK 7 Het inzagerecht
  8. HOOFDSTUK 8 Het toezicht
  9. HOOFDSTUK 9 Strafbepalingen
  10. HOOFDSTUK 10 Wijzigingsbepalingen
  11. HOOFDSTUK 11 Slotbepalingen

Inhoud

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen en definities

Artikel 1. (24/03/2016- ...)

 Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Artikel 2. (24/03/2016- ...)

Dit decreet is van toepassing op de binnenlandse adoptie van een kind, zijnde een persoon van minder dan achttien jaar oud.

Dit decreet wordt aangehaald als : decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015.

Artikel 3. (01/01/2020- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder :
1° binnenlandse adoptie : de adoptie die geen interlandelijke overbrenging van een kind met zich meebrengt;
2° kandidaat-adoptant : de persoon of de personen die samen een kind willen adopteren;
3° adoptant : een persoon of personen zoals vermeld in artikel 343, § 1, van het Burgerlijk Wetboek;
4° afstandsouder : een ouder of ouders, een toekomstige ouder of ouders, die overwegen om hun kind af te staan voor adoptie;
5° adoptiebemiddeling : elke activiteit van een tussenpersoon die ertoe strekt een adoptie van een kind te realiseren;
6° dienst voor binnenlandse adoptie : een door de Vlaamse Regering vergunde instelling die aan adoptiebemiddeling doet en de nazorg verstrekt;
7° adoptiedossier : dossier als vermeld in artikel 14, § 1;
8° Vlaams Centrum voor Adoptie : de afdeling aangewezen binnen Kind en Gezin, die belast is met de nakoming van de opdrachten, vermeld in dit decreet en in het decreet van 20 januari 2012;
9° Vlaamse adoptieambtenaar : de ambtenaar, benoemd binnen het Vlaams Centrum voor Adoptie, die de taken vervult die door dit decreet en het decreet van 20 januari 2012 aan die ambtenaar toegewezen worden;
10° Steunpunt Adoptie : een door de Vlaamse Regering erkende instelling als vermeld in artikel 7 van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen;
11° adoptie van een gekend kind : de adoptie van een kind dat met de adoptant, met diens echtgenoot of echtgenote, of met de persoon met wie de adoptant samenwoont, zelfs overleden, verwant is tot in de derde graad; of met de adoptant reeds het dagelijkse leven deelt of met wie de adoptant reeds een sociale en affectieve band heeft;
12° decreet van 20 januari 2012 : het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen;
13° instroombeheer : het systeem waarbij kandidaat-adoptieouders worden toegelaten tot de voorbereiding afhankelijk van het aantal kinderen waarvoor, door de dienst voor binnenlandse adoptie, bemiddeld kan worden en afhankelijk van het aantal kandidaat-adoptieouders dat, binnen een redelijke termijn, een kind zal kunnen adopteren;
14° afstammingscentrum: het afstammingscentrum, vermeld in het decreet van 26 april 2019 houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank.

HOOFDSTUK 2 Aanmelding, informatiesessie en voorbereiding

Afdeling 1 De aanmelding

Artikel 4. (24/03/2016- ...)

Elke kandidaat-adoptant meldt zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie dat de kandidaat-adoptant registreert.

Afdeling 2 De voorbereiding van kandidaat-adoptanten voor een adoptie van een ongekend kind

Artikel 5. (24/03/2016- ...)

§ 1. Na aanmelding bij het Vlaams Centrum voor Adoptie, wordt de kandidaat-adoptant voor een adoptie van een ongekend kind uitgenodigd voor een informatiesessie. De informatiesessie wordt gegeven door het Steunpunt Adoptie.

De informatiesessie besteedt naast aandacht aan informatie over adoptie, ook aandacht aan de verschillende vormen van pleegzorg, die staan beschreven in het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, en aan eventueel andere bestaande mogelijkheden waarbij de zorg voor een kind kan worden opgenomen.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere inhoud en de werkwijze voor de informatiesessie alsook de bijdrage van de kandidaat-adoptant in de kostprijs van de informatiesessie.

Artikel 6. (24/03/2016- ...)

§ 1. De voorbereiding, vermeld in artikel 346-2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, voor een adoptie van een ongekend kind wordt gegeven door het Steunpunt Adoptie.

§ 2. De kandidaat-adoptant wordt, na het volgen van de informatiesessie en de schriftelijke bevestiging ervan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie, rekening houdend met het instroombeheer, uitgenodigd voor de voorbereidingssessies. Bij het instroombeheer wordt rekening gehouden met verschillende criteria, waaronder de datum van aanmelding, het kindprofiel waarvoor kandidaat-adoptieouders openstaan, en hun eigen profiel.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere werkwijze voor het instroombeheer.

§ 3. Aan het einde van de voorbereiding geeft het Steunpunt Adoptie aan de kandidaat-adoptant een attest waaruit blijkt dat de kandidaat-adoptant de voorbereiding heeft gevolgd. De kandidaat-adoptant heeft dan één jaar de tijd om het verzoekschrift, vermeld in artikel 1231-27 van het Gerechtelijk Wetboek, ontvankelijk neer te leggen op de griffie van de familierechtbank, zo niet vervalt het attest.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud, de werkwijze voor de voorbereidingssessies, de bijdrage van de kandidaat-adoptant in de kostprijs van de voorbereidingssessies.

Afdeling 3 De voorbereiding van kandidaat-adoptanten voor de adoptie van een gekend kind

Artikel 7. (24/03/2016- ...)

 Na aanmelding bij het Vlaams Centrum voor Adoptie, wordt de kandidaat-adoptant voor een adoptie van een gekend kind uitgenodigd voor de voorbereidingssessies.

Artikel 8. (29/08/2016- ...)

§ 1. De voorbereiding, vermeld in artikel 346-2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, voor de adoptie van een gekend kind wordt gegeven door het Steunpunt Adoptie en bestaat uit voorbereidingssessies die afzonderlijk worden georganiseerd van de voorbereidingssessies voor de adoptie van ongekende kinderen, vermeld in artikel 6.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud, de werkwijze voor de voorbereidingssessies, de bijdrage van de kandidaat-adoptant in de kostprijs van de voorbereidingssessies.

§ 3. Aan het einde van de voorbereiding geeft het Steunpunt Adoptie aan de kandidaat-adoptant een attest waaruit blijkt dat de kandidaat-adoptant de voorbereiding heeft gevolgd. De kandidaat-adoptant heeft dan één jaar de tijd om het verzoekschrift, vermeld in artikel 1231-3 van het Gerechtelijk Wetboek, ontvankelijk neer te leggen op de griffie van de familierechtbank, zo niet vervalt het attest.

Artikel 9. (24/03/2016- ...)

Indien de binnenlandse adoptie een volle adoptie van een gekend kind betreft, nodigt de adoptiedienst de afstandsouder uit voor een informatiegesprek met als doel hen te informeren over de gevolgen van adoptie en hen te begeleiden bij het nemen van een geïnformeerde beslissing.

Afdeling 4 Het Steunpunt Adoptie

Artikel 10. (24/03/2016- ...)

 Het Steunpunt Adoptie verstrekt informatie aan de kandidaat-adoptanten over alle aspecten van adoptie.

HOOFDSTUK 3 Het maatschappelijk onderzoek

Artikel 11. (24/03/2016- ...)

Het maatschappelijk onderzoek dat wordt bevolen krachtens artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 1231-29, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek door de familierechtbank, wordt gevoerd door een door de Vlaamse Regering erkende dienst voor maatschappelijk onderzoek als vermeld in artikel 11 van het decreet van 20 januari 2012.

Artikel 12. (24/03/2016- ...)

Nadat de familierechtbank de opdracht tot maatschappelijk onderzoek heeft bevolen, verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de kandidaat-adoptant door naar een dienst voor maatschappelijk onderzoek. Die dienst neemt onverwijld contact op met de kandidaat-adoptant.

HOOFDSTUK 4 De dienst voor binnenlandse adoptie

Afdeling 1 Taken van de dienst voor binnenlandse adoptie

Artikel 13. (24/03/2016- ...)

De dienst voor binnenlandse adoptie stelt een schriftelijke overeenkomst op met elke kandidaat-adoptant waarvoor de dienst binnenlandse adoptie bemiddelt. In die overeenkomst wordt zo exact mogelijk de procedure, de kostprijs, de duur en de gewaarborgde dienstverlening omschreven.

Van ieder adoptiedossier moet de dienst voor binnenlandse adoptie, binnen de vier maanden na de totstandkoming van de adoptie, een kopie bezorgen aan de Vlaamse adoptieambtenaar.

De dienst voor binnenlandse adoptie sluit alleen een schriftelijke overeenkomst af met de kandidaat-adoptant die beschikt over een geschiktheidsvonnis als vermeld in artikel 1231.31 van het Gerechtelijk Wetboek.

Artikel 14. (01/01/2020- ...)

§ 1. De dienst voor binnenlandse adoptie treedt op als tussenpersoon inzake adoptie met als taak te bemiddelen, de nazorg te verstrekken en de kandidaat-adoptant en afstandsouder te begeleiden en te informeren.

De dienst voor binnenlandse adoptie stelt een adoptiedossier samen dat alle stukken bevat die met de adoptie verband houden. Dat dossier bevat minstens:
1° het dossier van het kind, dat gegevens bevat over zijn identiteit, zijn adopteerbaarheid, zijn persoonlijke achtergrond, zijn gezinssituatie, zijn medisch verleden en het medische verleden van zijn familie, zijn sociale milieu en de levensbeschouwelijke opvattingen ervan, alsook zijn bijzondere behoeften;
2° de documenten die betrekking hebben op de gerechtelijke en administratieve procedure waarbij de adoptie tot stand komt;
3° de documenten in verband met de nazorg;
4° het dossier met informatie over de kandidaat-adoptant.

§ 2. De taken inzake adoptiebemiddeling zijn :
1° de kindstudie opstellen en daarin de juridische en sociaalpsychologische adopteerbaarheid van het kind beschrijven;
2° de kandidaat-adoptant voorbereiden op de komst van het kind;
3° de voortgang van de individuele adoptiedossiers begeleiden;
4° op gemotiveerde wijze een kind voorstellen aan de kandidaat-adoptant na advies van het multidisciplinair team van de dienst voor binnenlandse adoptie;
5° zorgen voor een gepaste opvang van het kind, totdat er een definitieve oplossing gevonden is;
6° het onderzoek voeren, vermeld in artikel 1231.10, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek.

De gepaste opvang van een kind totdat er een definitieve oplossing gevonden is, kan zijn een directe plaatsing waarbij het te adopteren kind rechtstreeks wordt geplaatst bij de kandidaat-adoptanten, of in een tijdelijke pleegzorgplaatsing. De dienst voor binnenlandse adoptie motiveert de keuze voor een directe plaatsing dan wel een tijdelijke pleegzorgplaatsing omstandig en schriftelijk, rekening houdend met de specifieke situatie, wensen en belangen van het kind, de afstandsouder en de kandidaat-adoptant.

§ 3. De taken inzake de nazorg zijn :
1° de adoptant en het geadopteerde kind bijstaan na de komst van de geadopteerde in het gezin en nazorg verlenen gedurende de eerste fase van hechting en integratie;
2° de geadopteerde bij vragen naar herkomst en bij de zoektocht naar de geboortefamilie ondersteunen;
3° de geadopteerde, op verzoek van de geadopteerde, inzage verlenen in zijn of haar adoptiedossier.

Het Vlaams Centrum voor Adoptie garandeert passende nazorg wanneer de dienst voor binnenlandse adoptie in voorkomend geval die nazorg niet kan waarnemen.

§ 4. De taken inzake begeleiding van de afstandsouder zijn :
1° hen begeleiden naar een geïnformeerde beslissing in het belang van het kind;
2° hen inlichten over alternatieven voor adoptie zoals pleegzorg, de juridische en psychologische gevolgen van een adoptie. Daarbij wordt de informatie, vermeld in artikel 348-4, tweede en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, meegegeven;
3° in voorkomend geval, doorverwijzen naar gespecialiseerde hulpverlening;
4° hen begeleiden na de afstand van hun kind;
5° de eerstelijnshulpverlening informeren en sensibiliseren over adoptie;
6° het maatschappelijk onderzoek voeren zoals vermeld in artikel 348-11 van het Burgerlijk Wetboek.

Afdeling 2 Vergunning en subsidiëring van de dienst voor binnenlandse adoptie

Artikel 15. (29/08/2016- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering vergunt één dienst voor binnenlandse adoptie op gemotiveerd advies van het Vlaams Centrum voor Adoptie.

De vergunning wordt verleend voor onbepaalde duur.

§ 2. De Vlaamse Regering stelt de procedure vast voor de aanvraag van de vergunning van de dienst voor binnenlandse adoptie.

Artikel 16. (24/03/2016- ...)

 Om vergund te worden en vergund te blijven, moet de dienst voor binnenlandse adoptie aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° optreden als een vereniging zonder winstoogmerk of als een publiekrechtelijke rechtspersoon;
2° zijn zetel hebben op het grondgebied van het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
3° adoptiebemiddeling, verstrekken van de nazorg en de begeleiding van afstandsouder en kandidaat-adoptant, vermeld in artikel 15, als voornaamste doel hebben;
4° beschikken over of een beroep kunnen doen op een multidisciplinair team dat is samengesteld zoals bepaald door de Vlaamse Regering;
5° geleid worden door een persoon die beschikt over de kwalificaties zoals bepaald door de Vlaamse Regering;
6° beschikken over voldoende infrastructuur om de opgelegde verplichtingen uit te voeren en de continuïteit van de dienst te garanderen;
7° er een strikte functionele en financiële scheiding tussen het begeleiden van de kandidaat-adoptant en de afstandsouder zoals bepaald door de Vlaamse Regering op na houden;
8° de persoonlijke levenssfeer van de kandidaat-adoptant en de afstandsouder eerbiedigen en, zonder enige vorm van discriminatie, hun ideologische, godsdienstige en filosofische overtuiging respecteren;
9° beschikken over een pluralistisch samengestelde raad van bestuur, teneinde de voorwaarden zoals geformuleerd in 8° van dit artikel te kunnen garanderen;
10° optreden in het belang van het kind en met naleving van de fundamentele rechten die het kind werden toegekend in het Belgisch recht en in het internationaal recht.

Artikel 17. (24/03/2016- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering kan de vergunning van de dienst voor binnenlandse adoptie opheffen of schorsen voor de termijn die zij bepaalt als de dienst voor binnenlandse adoptie de bepalingen van dit decreet niet naleeft of wanneer een ernstig vermoeden bestaat dat de adoptiebemiddeling niet gebeurt in het belang van het kind. Bij opheffing of schorsing van de vergunning of wanneer de dienst voor binnenlandse adoptie zijn activiteiten stopzet, treft het Vlaams Centrum voor Adoptie maatregelen in verband met afwerking en overdracht van dossiers alsook wat nazorg betreft.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure inzake opheffing en schorsing van de vergunning.

Artikel 18. (24/03/2016- ...)

§ 1. De dienst voor binnenlandse adoptie moet, om vergund te blijven of opnieuw vergund te worden, de voorwaarden in artikel 16 naleven en aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° de taken, vermeld in artikel 14, kwaliteitsvol uitvoeren;
2° een jaarverslag opstellen en bezorgen aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. De inhoud en de indieningsdatum van het jaarverslag wordt door de Vlaamse Regering bepaald;
3° regelmatig participeren aan het overleg tussen de verschillende actoren in binnenlandse en interlandelijke adoptie;
4° beschikken over een systeem om de kwaliteit van de dienstverlening op te volgen en, waar nodig, bij te sturen. Daarbij is het decreet van 17 oktober 2003 inzake de kwaliteitszorg in gezondheids- en welzijnsvoorzieningen van toepassing.

§ 2. De Vlaamse Regering kan aanvullende voorwaarden bepalen.

Artikel 19. (24/03/2016- ...)

§ 1. De dienst voor binnenlandse adoptie ontvangt jaarlijks een basissubsidie voor haar werking. Die subsidie bestaat uit een vergoeding voor personeels- en werkingskosten. Daarnaast ontvangt de vergunde dienst voor binnenlandse adoptie een forfaitaire subsidie, gebaseerd op het aantal begeleidingen van de afstandsouder.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de subsidiëring van de dienst voor binnenlandse adoptie.

§ 3. De kandidaat-adoptant die voor adoptiebemiddeling een beroep doet op de vergunde dienst voor binnenlandse adoptie, betaalt daarvoor een vergoeding aan deze dienst voor binnenlandse adoptie die niet meer mag bedragen dan de kosten voor de bemiddeling en nazorg van de geadopteerde en kandidaat-adoptant.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de vergoeding die kandidaat-adoptanten moeten betalen.

HOOFDSTUK 5 Het Vlaams Centrum voor Adoptie en de Vlaamse adoptieambtenaar

Artikel 20. (24/03/2016- ...)

 Het Vlaams Centrum voor Adoptie heeft de volgende opdrachten specifiek op het vlak van binnenlandse adoptie :
1° de opdrachten, bepaald in dit decreet;
2° de registratie van kandidaat-adoptanten die zich aanmelden voor adoptie, de doorverwijzing van kandidaat-adoptanten naar het Steunpunt Adoptie, de inning van de bijdragen van de kandidaat-adoptanten in de kosten van de voorbereiding en de doorverwijzing naar een dienst voor maatschappelijk onderzoek;
3° de voortgangsrapportage van de adoptie organiseren en bewaken;
4° het voeren van een gericht beleid voor de adoptie van kinderen met `special needs', waaronder kinderen die ouder zijn dan zes jaar, kinderen met een medische problematiek, kinderen met gedragsproblemen of een extra moeilijke achtergrond, kinderen die samen met een broer of zus geplaatst worden, of kinderen met ontwikkelingsstoornissen.

Artikel 21. (24/03/2016- ...)

Het raadgevend comité bij het Vlaams Centrum voor Adoptie als vermeld in artikel 20, § 8, van het decreet van 20 januari 2012, verstrekt ook adviezen over binnenlandse adoptie, op eigen initiatief of op verzoek van het hoofd van het Vlaams Centrum voor Adoptie.

Artikel 22. (24/03/2016- ...)

§ 1. De Vlaamse adoptieambtenaar voert de taken, vermeld in artikel 21, § 2, van het decreet van 20 januari 2012, ook uit voor binnenlandse adoptie.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt op basis van het decreet van 20 januari 2012 en dit decreet het takenpakket en het profiel, met mandaatfunctie, van de Vlaamse adoptieambtenaar.

HOOFDSTUK 6 Trefgroepen

Artikel 23. (24/03/2016- ...)

De Vlaamse Regering kan, na gemotiveerd advies van het Vlaams Centrum voor Adoptie, een vereniging met als leden adoptanten, geadopteerden of afstandsouders, of een combinatie van die personen, als trefgroep erkennen. Om als trefgroep erkend te worden en te blijven, moet een vereniging voldoen aan volgende voorwaarden :
1° de vorm aannemen van een vereniging zonder winstoogmerk;
2° in haar beheersorgaan adoptanten, geadopteerden of afstandsouders de meerderheid laten uitmaken;
3° als doelstelling hebben adoptanten, geadopteerden of afstandsouders te ondersteunen en hun belangen te onderkennen of te behartigen.

Artikel 24. (24/03/2016- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering stelt de procedure vast voor de aanvraag, de erkenning en de hernieuwing van de erkenning van de trefgroep. Tevens voorziet zij in een bezwaarprocedure. De Vlaamse Regering kan aanvullende erkenningsvoorwaarden opleggen.

§ 2. De erkenning kan door de Vlaamse Regering worden opgeheven of geschorst voor de termijn die zij bepaalt indien de bepalingen van dit decreet niet worden nageleefd. Bij de stopzetting van de activiteiten wordt de erkenning ambtshalve geschrapt. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure inzake opheffing en schorsing van de erkenning.

HOOFDSTUK 7 Het inzagerecht

Artikel 25. (01/01/2020- ...)

§ 1. Elke geadopteerde heeft recht op informatie over zijn afkomst en over zijn adoptie. Als de geadopteerde minderjarig is, wordt de inhoud van de verstrekte informatie aangepast aan zijn leeftijd en maturiteit.

§ 2. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft de geadopteerde recht op inzage in zijn adoptiedossier als vermeld in paragraaf 3.

Als de geadopteerde minderjarig is, gebeurt de inzage met professionele begeleiding van een medewerker van het afstammingscentrum of de binnenlandse adoptiedienst en in aanwezigheid van zijn ouder, voogd of een meerderjarige vertrouwenspersoon.

§ 3. De geadopteerde heeft recht op inzage in de stukken van het adoptiedossier, vermeld in artikel 14, § 1, tweede lid, 1° tot en met 3°. De geadopteerde heeft daarnaast toegang tot het deel van het dossier met gegevens over de adoptant, vermeld in artikel 14, § 1, tweede lid, 4°, die betrekking hebben op de motivatie voor de adoptie, de redenen voor de aanvaarding van de kandidaat-adoptant en de reden tot plaatsing bij de adoptant.

§ 4. De geadopteerde heeft recht op toelichting bij de gegevens uit zijn adoptiedossier. Als bepaalde gegevens ook betrekking hebben op een derde en een volledige inzage in de gegevens door de geadopteerde afbreuk zou doen aan het recht van die derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.

§ 5. De geadopteerde dient zijn verzoek tot inzage schriftelijk in bij het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum registreert de aanvraag en stuurt binnen een maand na de datum van de aanvraag een ontvangstbevestiging aan de aanvrager met informatie over het verdere verloop van de aanvraag.

De inzage kan, naar keuze van de geadopteerde, worden verleend door het afstammingscentrum, door de vergunde dienst voor binnenlandse adoptie of door het Vlaams Centrum voor Adoptie.

Als de inzage door het afstammingscentrum wordt verleend, bezorgt het Vlaams Centrum voor Adoptie of de dienst voor binnenlandse adoptie zo snel mogelijk een kopie van de stukken van het adoptiedossier aan het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum werkt bij elke inzage die het verstrekt, nauw samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en met de dienst voor binnenlandse adoptie.

§ 6. De inzage wordt verleend binnen een maand nadat het afstammingscentrum aan de aanvrager een ontvangstbevestiging heeft gestuurd.

De termijn, vermeld in het eerste lid, geldt niet als de dienst voor binnenlandse adoptie of het Vlaams Centrum voor Adoptie het adoptiedossier niet in het bezit hebben en er verder moet worden nagegaan waar de stukken over de adoptie zich bevinden. De geadopteerde wordt daarvan op de hoogte gebracht. Als er maar een beperkt aantal stukken over de adoptie beschikbaar zijn, wordt al inzage in die stukken verleend.

§ 7. Als door de kennisgeving van bepaalde gegevens uit het dossier de fysieke of psychische integriteit van een derde persoon in het gedrang kan komen, wordt vooraf contact met de betrokken persoon genomen om hem te informeren over het verzoek tot inzage en om na te gaan welke informatie aan de geadopteerde kan worden verstrekt. Dat gebeurt bij voorkeur door de binnenlandse adoptiedienst die de afstandsouder heeft begeleid. Als er geen contact kan worden opgenomen met de betrokkene, maakt de instantie die de inzage verleent een afweging tussen de verschillende belangen alvorens te beslissen of, hoe en in welke mate de geadopteerde op de hoogte kan worden gebracht van die informatie. Die afweging wordt beschreven en in het adoptiedossier bewaard.

§ 8. Elke geadopteerde kan het afstammingscentrum verzoeken om verdere informatie over die geadopteerde op te vragen. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en de dienst voor binnenlandse adoptie, in het bijzonder als die dienst bemiddeld heeft voor de totstandkoming van de adoptie. Het afstammingscentrum wijst de geadopteerde in voorkomend geval door naar de personen, diensten of instellingen die hem verdere informatie kunnen verstrekken.

Het afstammingscentrum is gerechtigd om bij elke instantie die daarover beschikt, in naam van de geadopteerde alle informatie of stukken op te vragen die betrekking hebben op zijn afstamming en zijn adoptie.

§ 9. Een geadopteerde die contact wil opnemen met leden van zijn biologische familie, kan het afstammingscentrum daarvoor om bijstand verzoeken. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en de binnenlandse adoptiedienst. Het afstammingscentrum gaat na of er contact mogelijk is en op welke wijze dat contact tot stand kan worden gebracht. Waar mogelijk gebeurt dit steeds via de dienst die de adoptie heeft gerealiseerd. Het verwijst in voorkomend geval door naar andere diensten of instellingen die de geadopteerde verder kunnen begeleiden om het contact tot stand te brengen.

§ 10. Afstandsouders en biologische verwanten tot de derde graad van de geadopteerde hebben recht op algemene en niet-identificeerbare informatie over de geadopteerde.

Als verzoekers concretere informatie wensen waardoor de identificatie van de geadopteerde of zijn familieleden mogelijk wordt, kan dat pas na uitdrukkelijke, geïnformeerde toestemming van de geadopteerde en, als hij nog minderjarig is, van de adoptanten. De uitdrukkelijke geïnformeerde toestemming van de minderjarige geadopteerde is vereist als hij over de nodige maturiteit beschikt en steeds vanaf de leeftijd van twaalf jaar.

§ 11. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de uitoefening van het inzagerecht en voor de wijze waarop het afstammingscentrum de geadopteerde bijstaat als hij meer informatie over zichzelf wil verkrijgen of contact wil opnemen met leden van zijn biologische familie.

HOOFDSTUK 8 Het toezicht

Artikel 26. (01/01/2019- ...)

§ 1. Het Vlaams Centrum voor Adoptie oefent het toezicht uit op de naleving van de bepalingen van dit decreet. Het Steunpunt Adoptie, de diensten voor maatschappelijk onderzoek en de dienst voor binnenlandse adoptie verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht.

§ 2. ...

§ 3. De Vlaamse Regering kan boekhoudkundige regels vastleggen.

§ 4. De Vlaamse Regering kan de regels voor het toezicht en de bevoegdheid van het Vlaams Centrum voor Adoptie nader bepalen.

HOOFDSTUK 9 Strafbepalingen

Artikel 27. (24/03/2016- ...)

§ 1. Elke persoon die bij adoptie bemiddelt in de zin van dit decreet, zonder in het bezit te zijn van de vereiste vergunning, wordt gestraft met een gevangenisstraf van een tot vijf jaar en met een geldboete van 12,50 euro tot 620 euro.

§ 2. Elke persoon die enig ongeoorloofd materieel voordeel haalt uit de bemiddeling in een adoptie of die met kennis van zaken een persoon heeft geholpen of bijgestaan om de overtreding te plegen, wordt gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 2,5 euro tot 25 euro of met een van beide straffen.

§ 3. Iedereen die in het bezit is van een adoptiedossier van een derde en dit dossier niet aan het Vlaams Centrum voor Adoptie heeft bezorgd na de inwerkingtreding van dit decreet, wordt gestraft met een gevangenisstraf van één maand of met een geldboete van 2,5 tot 25 euro.

HOOFDSTUK 10 Wijzigingsbepalingen

Artikel 28. (24/03/2016- ...)

In artikel 7 van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen, gewijzigd bij het decreet van 21 juni 2013 en door het decreet van 20 maart 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 4 en paragraaf 6 wordt het woord "verlenging" vervangen door het woord "hernieuwing";
2° in paragraaf 6 wordt het woord "beroepsprocedure" vervangen door het woord "bezwaarprocedure".

Artikel 29. (24/03/2016- ...)

In artikel 8 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord "ingetrokken" vervangen door het woord "opgeheven";
2° in het tweede lid wordt het woord "intrekking" vervangen door het woord "opheffing".

Artikel 30. (24/03/2016- ...)

 In artikel 10, eerste en tweede lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden "inzake interlandelijke adoptie" telkens opgeheven.

Artikel 31. (24/03/2016- ...)

 In artikel 11 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "inzake interlandelijke adoptie" worden telkens opgeheven;
2° in paragraaf 2 wordt punt 3° opgeheven;
3° in paragraaf 4 wordt het woord "beroepsprocedure" vervangen door het woord "bezwaarprocedure".

Artikel 32. (24/03/2016- ...)

 In artikel 12 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "inzake interlandelijke adoptie" opgeheven;
2° in het eerste lid wordt het woord "ingetrokken" vervangen door het woord "opgeheven";
3° in het tweede lid wordt het woord "intrekking" vervangen door het woord "opheffing".

Artikel 33. (24/03/2016- ...)

In artikel 13 van hetzelfde decreet worden de woorden "inzake interlandelijke adoptie" telkens opgeheven.

Artikel 34. (24/03/2016- ...)

 In artikel 16, § 4, van hetzelfde decreet, wordt het woord "beroepsprocedure" vervangen door het woord "bezwaarprocedure".

Artikel 35. (24/03/2016- ...)

 In artikel 17 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het woord "ingetrokken" vervangen door het woord "opgeheven";
2° in paragraaf 2 wordt het woord "intrekking" telkens vervangen door het woord "opheffing".

Artikel 36. (24/03/2016- ...)

In artikel 23 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het woord "verlenging" vervangen door het woord "hernieuwing";
2° in paragraaf 1 wordt het woord "beroepsprocedure" vervangen door het woord "bezwaarprocedure";
3° in paragraaf 2 wordt het woord "ingetrokken" vervangen door het woord "opgeheven";
4° in paragraaf 2 wordt het woord "intrekking" vervangen door het woord "opheffing".

Artikel 37. (24/03/2016- ...)

In het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012 betreffende de voorbereiding en de nazorg bij interlandelijke adoptie worden de woorden "inzake interlandelijke adoptie" telkens opgeheven, met uitzondering van artikel 68.

HOOFDSTUK 11 Slotbepalingen

Artikel 38. (24/03/2016- ...)

Het decreet van 3 mei 1989 houdende erkenning van adoptiediensten wordt opgeheven.

Artikel 39. (24/03/2016- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de nodige overgangsbepalingen die een vlotte overgang naar de nieuwe decretale situatie garanderen.

Artikel 40. (24/03/2016- ...)

Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering nader te bepalen datum en uiterlijk op 1 juli 2016.