Decreet houdende diverse maatregelen inzake de herstructurering van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie

Datum 20/11/2015

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Algemene bepaling
  2. HOOFDSTUK 2. Definities
  3. HOOFDSTUK 3. Maatregelen met betrekking tot de fusie van de agentschappen Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie en Agentschap Ondernemen tot het Agentschap Innoveren en Ondernemen
  4. HOOFDSTUK 4. Wijzigingen van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002
  5. HOOFDSTUK 5. Wijzigingen van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid
  6. HOOFDSTUK 6. Wijzigingen van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid
  7. HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen

Inhoud

HOOFDSTUK 1. Algemene bepaling (... - ...)

Artikel 1. (10/12/2015- ...)

Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

HOOFDSTUK 2. Definities (... - ...)

Artikel 2. (01/01/2021- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder :
1° Agentschap Ondernemen : het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Ondernemen;
2° Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie : het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid;
3° Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek : het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid;
4° Fonds voor Innoveren en Ondernemen: het fonds, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.

HOOFDSTUK 3. Maatregelen met betrekking tot de fusie van de agentschappen Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie en Agentschap Ondernemen tot het Agentschap Innoveren en Ondernemen (... - ...)

Artikel 3. (10/12/2015- ...)

Met ingang van de datum, bepaald door de Vlaamse Regering, wordt het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie ontbonden onder de voorwaarden en op de wijze, vermeld in artikel 4 tot en met 11.

Artikel 4. (01/01/2021- ...)

Onverminderd hoofdstuk 5 is de ontbinding, vermeld in artikel 3, een ontbinding zonder vereffening waarbij het hele vermogen, alle rechten en plichten en alle activiteiten van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, worden overgedragen aan het Agentschap Ondernemen, met uitzondering van de overdracht van het vermogen, de rechten en plichten en de activiteiten die worden toegewezen aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen of aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek.

Artikel 5. (10/12/2015- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de plaats en de datum of de data van de overdrachten, vermeld in artikel 4.


De Vlaamse Regering bepaalt op welke wijze en op welke datum of data die overdrachten tegenstelbaar zijn aan derden.

Artikel 6. (01/01/2021- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden, de procedure en de gevolgen van de ontbinding zonder vereffening van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie en de overdracht van zijn vermogen, zijn rechten en plichten en zijn activiteiten aan het Agentschap Ondernemen, respectievelijk aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen en aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 4.

De personeelsleden van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie die van rechtswege overgedragen worden aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen, behouden alle rechten en plichten die ze genoten in het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, met dien verstande dat de Vlaamse Regering de nadere voorwaarden kan regelen krachtens het decreet van 28 november 2008 tot regeling van de overdracht van personeelsleden binnen de diensten van de Vlaamse overheid in geval van verschuiving van taken of bevoegdheden.

De Vlaamse Regering neemt de nodige maatregelen met het oog op de overgang van het personeel van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie naar het Agentschap Ondernemen.

Artikel 7. (10/12/2015- ...)

De Vlaamse Regering neemt de nodige maatregelen voor de wijziging van de naam van het Agentschap Ondernemen in "Agentschap Innoveren en Ondernemen".

HOOFDSTUK 4. Wijzigingen van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 (... - ...)

Artikel 8. (10/12/2015- ...)

In het opschrift van hoofdstuk VII van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 worden de woorden "Fonds voor het Flankerend Economisch Beleid" vervangen door de woorden "Fonds Flankerend Economisch en Innovatiebeleid".

Artikel 9. (10/12/2015- ...)

In artikel 41 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 2002, 24 december 2004 en 19 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "Fonds voor het Flankerend Economisch Beleid" vervangen door de woorden "Fonds Flankerend Economisch en Innovatiebeleid";

2° in paragraaf 2 wordt het woord "Fonds" telkens vervangen door het woord "Hermesfonds";

3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. De financiële middelen van het Hermesfonds zijn :
1° een jaarlijkse dotatie ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap;
2° financiële, personele of materiële ondersteuning door openbare besturen of door internationale of supranationale organisaties of organen;
3° tegemoetkomingen van de europese Unie in uitgaven met betrekking tot de tenuitvoerlegging van europese programma's;
4° leningen, na machtiging door de Vlaamse Regering;
5° de terugbetaling van sommen die voortvloeien uit de uitvoering van de taken van het Hermesfonds;
6° ontvangsten die voortvloeien uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot het eigen patrimonium of intellectuele rechten waarvan het Hermesfonds de titularis is;
7° toevallige ontvangsten, met inbegrip van schenkingen, legaten en de opbrengst van sponsoring;
8° alle inkomsten die voortvloeien uit diensten die door het Hermesfonds aan derden worden verstrekt tegen betaling;
9° inkomsten uit eigen participaties, met inbegrip van de verkoop ervan, en uit door het Hermesfonds verstrekte kredieten aan derden;
10° subsidies waarvoor het Hermesfonds als begunstigde in aanmerking komt;
11° inkomsten uit beleggingen;
12° andere inkomsten in het kader van de taken van het Hermesfonds;
13° inkomsten uit de terbeschikkingstelling aan derden, tegen betaling, van overheidsinformatie die zich tot een dergelijke terbeschikkingstelling leent;
14° het eventuele saldo op het einde van het voorgaande begrotingsjaar op het Hermesfonds;
15° andere inkomsten, na goedkeuring door de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie en het technologisch innovatiebeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen.";

4° in paragraaf 3bis wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Het Hermesfonds neemt ook het vermogen, de rechten en plichten en de activiteiten van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, over die ter uitvoering van artikel 4 van het decreet van 20 november 2015 houdende diverse maatregelen inzake de herstructurering van de agentschappen van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan het Hermesfonds.";

5° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
" § 4. Het Hermesfonds neemt de uitgaven voor zijn rekening die voortvloeien uit :
1° de toepassing van de wettelijke en decretale en overige reglementaire bepalingen met betrekking tot het economisch ondersteuningsbeleid en het innovatiebeleid;
2° de studies in verband met het economisch ondersteuningsbeleid en het innovatiebeleid;
3° de Vlaamse cofinanciering in de uitgaven van europese programma's die aansluiten bij de doelstellingen van het Hermesfonds en het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
4° de bijdragen aan de werking van nationale en internationale organisaties die actief zijn op het vlak van economische ontwikkeling of innovatiebeleid;
5° elke andere uitgave die past in het sociaal, economisch, innovatie-, ruimtelijk economisch en handelsvestigingenbeleid van de Vlaamse Regering.";

6° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "Fonds voor al wat dienen kan in het raam van het sociaal, economisch en regionaal ondernemingsbeleid" vervangen door de zinsnede "Hermesfonds voor al wat dienen kan in het raam van het sociaal, economisch, innovatie-, ruimtelijk economisch, handelsvestigingen- en ondernemingsbeleid";

7° paragraaf 6 en 7 worden vervangen door wat volgt :
" § 6. Het Hermesfonds neemt de op 31 december 2001 uitstaande rechten en plichten ten laste van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Grote Ondernemingen en ten laste van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen over.
De middelen die voortvloeien uit de overgedragen rechten en plichten, worden bij de financiële middelen van het Hermesfonds gevoegd.
De op 31 december 2001 beschikbare saldi van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Grote Ondernemingen en het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen worden overgedragen aan het Hermesfonds.
§ 7. Het vastgestelde verschil in de jaarrekening van het Hermesfonds tussen het gecumuleerde bedrijfsresultaat en het gecumuleerde budgettaire resultaat wordt op 1 januari 2016 door een correctieboeking weggewerkt.
De Vlaamse Regering kan de nodige maatregelen nemen om deze bepaling uit te voeren.";

8° paragraaf 8 wordt opgeheven;

9° paragraaf 9 wordt vervangen door wat volgt :
" § 9. De Vlaamse Regering regelt de werking en het beheer van het Hermesfonds. Ze stelt de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden van haar diensten ter beschikking van het Hermesfonds en kan, overeenkomstig de ter zake geldende algemene beginselen, sommige van haar bevoegdheden delegeren aan de leidend ambtenaar die zij daartoe aanwijst.".

Artikel 10. (10/12/2015- ...)

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2012, wordt een artikel 41ter ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 41ter. § 1. Bij het Hermesfonds wordt een beslissingscomité opgericht dat bestaat uit twaalf stemgerechtigde leden, natuurlijke personen, waaronder een voorzitter.

§ 2. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van de economie of de innovatie :
1° aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, de van toepassing zijnde europese regelgeving inzake staatssteun en de uitvoeringsbesluiten;
2° aan entiteiten, die geen onderneming zijn, onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.

Onder onderneming wordt verstaan : iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent.

De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, moeten in ieder geval betrekking hebben op het volgende :
1° een positieve evaluatie van de kwaliteit van de uitvoering;
2° een positieve evaluatie van het economische of maatschappelijke valorisatie|Uppotentieel van de aanvraag.

De Vlaamse Regering kan bijkomende algemene of specifieke voorwaarden opleggen.

De Vlaamse Regering kan de begunstigden, vermeld in het eerste lid, verder concretiseren in functie van de noodzakelijkheden en de beleidsprioriteiten.

De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten.

De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit.

De Vlaamse Regering bepaalt in welke mate er cumulatie van steun is toegelaten, ongeacht de bron en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde kosten.

Er kan op basis van een steunregeling als vermeld in dit decreet pas steun toegekend worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder steun verstaan : elke maatregel die aan alle criteria van artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie voldoet.

Binnen de grenzen bepaald door de Vlaamse Regering staat het beslissingscomité in voor de beslissing over het uitschrijven en bepalen van nadere modaliteiten en criteria van de programma's of combinaties van programma's, de volledige beoordeling en toekenning van de steun en de opvolging ervan.

De Vlaamse Regering bepaalt welke instrumenten met betrekking tot de steunverlening tot de bevoegdheid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds behoren.

Het beslissingscomité bij het Hermesfonds is ervoor bevoegd om een beslissing over de toekenning van steun te nemen, ongeacht het bedrag van de toe te kennen steun.

§ 3. De Vlaamse Regering benoemt de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds :
1° twee leden worden aangesteld op voordracht van de Vlaamse Interuniversitaire Raad, vermeld in artikel II.40 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
2° één lid wordt aangesteld uit een dubbeltal dat voorgedragen is door de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA);
3° één lid wordt aangesteld uit een dubbeltal, gezamenlijk voorgedragen door de Strategische Onderzoekscentra, erkend overeenkomstig artikel 29 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012 en 25 april 2014;
4° vier leden worden aangesteld uit een dubbeltal, voorgedragen door de organisaties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
5° vier leden uit het bedrijfsleven, die vertrouwd zijn met het economisch en het innovatiebeleid.

De leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds worden onder de personen, vermeld in paragraaf 3, door de Vlaamse Regering benoemd voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar.

De termijn van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, vangt aan zes maanden na de beëdiging van een nieuwe Vlaamse Regering na algehele vernieuwing van het Vlaams Parlement. Als tussen de beëindiging van twee opeenvolgende regeringen minder of meer dan vijf jaar is verlopen, wordt die termijn overeenkomstig aangepast.

Als in de loop van de termijn een mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds vrijkomt, stelt de Vlaamse Regering een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan. In voorkomend geval wordt het mandaat van al de zittende leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds van rechtswege verlengd tot wanneer de Vlaamse Regering bij het verstrijken van de termijn de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds heeft aangesteld.

De uittredende leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds zijn herbenoembaar.

De secretaris-generaal van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, woont de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds bij met raadgevende stem.

§ 4. Onder voorbehoud van eventuele andere onverenigbaarheden is het mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds onverenigbaar met :
1° een mandaat in het europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;
2° het ambt van minister of staatssecretaris en de hoedanigheid van kabinetslid van een Vlaams minister;
3° het ambt van personeelslid van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.

Als een lid niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, beschikt hij over een termijn van drie maanden om de mandaten of functies die tot de onverenigbaarheid aanleiding geven, neer te leggen.

Als het lid nalaat de onverenigbare mandaten of functies neer te leggen, wordt hij na afloop van de termijn, vermeld in het tweede lid, van rechtswege geacht zijn mandaat in het beslissingscomité bij het Hermesfonds te hebben neergelegd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen. Hij wordt vervangen conform paragraaf 3, vierde lid.

De Vlaamse Regering bepaalt een regeling inzake de vergoeding van de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.

§ 5. De leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds kunnen op elk moment worden ontslagen door de Vlaamse Regering, al dan niet op voorstel van de instantie die hen heeft voorgedragen, vermeld in paragraaf 3, eerste lid.

§ 6. De Vlaamse Regering wijst onder de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds een voorzitter aan.

Het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen is van rechtswege de secretaris van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.

§ 7. De secretaris van het beslissingscomité, vermeld in paragraaf 6, tweede lid, neemt deel aan alle vergaderingen van het beslissingscomité. De secretaris verzorgt de oproepingsagenda, alsook de voorbereiding van de vergaderingen van het beslissingscomité. De secretaris staat ook in voor het opstellen van de notulen van het beslissingscomité. De secretaris kan zich laten vervangen volgens de regels vastgelegd in het huishoudelijk reglement, vermeld in paragraaf 9. De secretaris van het beslissingscomité bij het Hermesfonds vertegenwoordigt het Hermesfonds in en buiten rechte.

§ 8. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kan bevoegdheden delegeren aan het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, dit alles met mogelijkheid van verdere delegatie door de leidend ambtenaar.

De Vlaamse Regering legt de hoogte van het bedrag vast waarboven beslissingen over individuele steundossiers niet kunnen worden gedelegeerd.

§ 9. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds stelt, met inachtneming van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, een huishoudelijk reglement op waarin het zijn werkwijze nader regelt.

Het huishoudelijk reglement regelt in elk geval :
1° de frequentie en de wijze van bijeenroeping van de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds;
2° de inhoud van de oproeping tot de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds;
3° het aanwezigheidsquorum dat geldt opdat het beslissingscomité bij het Hermesfonds geldig kan beraadslagen;
4° het gebruik van volmachten als een lid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds verhinderd is om deel te nemen aan een vergadering van het beslissingscomité;
5° het meerderheidsquorum dat geldt opdat het beslissingscomité bij het Hermesfonds geldig beslissingen kan nemen;
6° de wijze waarop genotuleerd wordt tijdens de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds en de wijze waarop de notulen bewaard worden;
7° de regeling van belangenconflicten die zich kunnen voordoen bij de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.

Na vaststelling van het huishoudelijk reglement, vermeld in het eerste lid, of na een wijziging ervan, legt het beslissingscomité bij het Hermesfonds het huishoudelijk reglement, respectievelijk de aangebrachte wijziging, ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering.

De Vlaamse Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van het huishoudelijk reglement.

§ 10. De personeelsleden van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds, de externe deskundigen, alsook alle andere personen die ambtshalve kennis krijgen van een steunaanvraag of opvolging ervan, zijn voor de gegevens van of over bedrijven, organisaties, instellingen of personen over vindingen, innovaties of onderzoeksresultaten, of over hun uitgangspunten of methoden om tot dergelijke vindingen, innovaties of onderzoeksresultaten te komen, alsook de tijdens de behandeling of opvolging van een aanvraag geformuleerde adviezen, ertoe gehouden om ze :
1° strikt vertrouwelijk te behandelen;
2° alleen mee te delen of te laten meedelen aan derden als dat in het rechtstreekse belang is van de onderneming, de organisatie, de instelling of de persoon die de steunaanvraag doen, of als dat een functioneel onderdeel is van de behandeling van de aanvraag, of van een lopend dossier door het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
3° nooit in eigen voordeel of met het oog op een persoonlijk voordeel te gebruiken of te verspreiden.

De verplichtingen, vermeld in het eerste lid, blijven gelden, ook na het einde van de tewerkstelling bij de Vlaamse overheid of na de aanstelling als lid van het beslissingscomité bij het Hermesfonds of als externe deskundige, of na het einde van de uitoefening van elke andere opdracht op verzoek van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.".

Artikel 11. (10/12/2015- ...)

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2012, wordt een artikel 41quater ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 41quater. § 1. Het Hermesfonds staat voor de beslissingen die genomen worden door het beslissingscomité bij het Hermesfonds, onder de controlebevoegdheid van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert. Die controle wordt uitgeoefend door een regeringsafgevaardigde, benoemd en afgezet door de Vlaamse Regering, op voordracht van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert.

Daarnaast wordt een regeringsafgevaardigde, benoemd en afgezet door de Vlaamse Regering op voordracht van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, met dezelfde controlefunctie als de regeringsafgevaardigde, vermeld in het eerste lid, inzake alle beslissingen met een budgettaire of financiële weerslag.

Als de regeringsafgevaardigden, vermeld in het eerste en tweede lid, verhinderd zijn, benoemt de Vlaamse Regering een plaatsvervanger op voordracht, naargelang het geval, van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert of van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen. De plaatsvervangende regeringsafgevaardigde heeft, voor de uitoefening van zijn opdracht, dezelfde bevoegdheden als de regeringsafgevaardigden, vermeld in het eerste en tweede lid. De Vlaamse Regering kan op elk moment een plaatsvervangende regeringsafgevaardigde afzetten.

De Vlaamse Regering stelt de vergoeding vast van de regeringsafgevaardigden en hun plaatsvervangers. Die vergoeding is ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Vlaamse Gewest.

De Vlaamse Regering kan regels vaststellen voor de uitvoering van de opdrachten, de actiemiddelen en het statuut van de regeringsafgevaardigden en de plaatsvervangers.

§ 2. De regeringsafgevaardigden waken over de naleving van de wetgeving.

§ 3. De regeringsafgevaardigden worden uitgenodigd om alle vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds bij te wonen en hebben er een raadgevende stem. De regeringsafgevaardigden ontvangen de volledige agenda van de vergaderingen waarop zij worden uitgenodigd, alsook elk bijbehorend document, uiterlijk vijf werkdagen vóór de datum van de vergaderingen, behalve in geval van met redenen omklede buitengewone omstandigheden. De regeringsafgevaardigden ontvangen de notulen van de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.

De regeringsafgevaardigden kunnen op elk moment ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van het Hermesfonds. De regeringsafgevaardigden kunnen van de leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds alle verduidelijkingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die zij nodig achten voor de uitvoering van hun mandaat.

§ 4. Een regeringsafgevaardigde kan binnen een termijn van vier werkdagen beroep aantekenen bij de Vlaamse minister op wiens voordracht hij is aangesteld tegen elke beslissing van het beslissingscomité bij het Hermesfonds die hij strijdig acht met de wetgeving.

De termijn om beroep in te stellen tegen een beslissing van het beslissingscomité bij het Hermesfonds gaat in op de dag van de vergadering waarop de beslissing is genomen, als de regeringsafgevaardigde daarop regelmatig was uitgenodigd, en, in het tegenovergestelde geval, de dag waarop de beslissing aan hem werd betekend of, bij gebrek daaraan, de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft gekregen.

Het beroep, vermeld in het eerste lid, is opschortend.

Elk beroep van een regeringsafgevaardigde wordt dezelfde dag met een aangetekende brief meegedeeld aan de secretaris van het beslissingscomité bij het Hermesfonds, vermeld in artikel 41ter, § 6, tweede lid, en aan de Vlaamse minister op wiens voordracht de betreffende regeringsafgevaardigde is aangesteld.

De secretaris van het beslissingscomité bij het Hermesfonds brengt elk beroep binnen een termijn van twee werkdagen vanaf de ontvangst daarvan schriftelijk, met de elektronische post of elk ander telecommunicatiemiddel dat kan resulteren in een schriftelijk stuk aan de kant van de geadresseerde, ter kennis van de voorzitter en de andere leden van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.

§ 5. Binnen een termijn van tien werkdagen, die ingaat op dezelfde dag als de termijn, vermeld in paragraaf 4, tweede lid, betekent de Vlaamse minister bij wie het beroep werd ingesteld, aan het beslissingscomité bij het Hermesfonds de nietigverklaring van de beslissing.

§ 6. Elk jaar brengen de regeringsafgevaardigden vóór 1 maart verslag uit bij de Vlaamse minister op wiens voordracht zij zijn aangesteld, over de uitvoering van hun taken.

De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een verslag op over de werking en het beheer van het Hermesfonds, alsook over de werking van het beslissingscomité bij het Hermesfonds. Het verslag wordt aan het Vlaams Parlement meegedeeld vóór 30 juni van het daaropvolgende jaar.

§ 7. Als de naleving van de wet dat vereist, kan de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert, of de regeringsafgevaardigden het beslissingscomité bij het Hermesfonds verplichten om, binnen de door hem gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem bepaalde aangelegenheid, binnen de taken van het beslissingscomité bij het Hermesfonds.

§ 8. Dit artikel 41quater wordt opgeheven twee jaar na de inwerkingtreding ervan.".

HOOFDSTUK 5. Wijzigingen van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid (... - ...)

Artikel 12. (10/12/2015- ...)

In artikel 2 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
"2° Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 : de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013;";

2° in punt 4° wordt de zinsnede "artikel 4 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.2 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013";

3° in punt 5° wordt de zinsnede "artikel 5 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013";

4° in punt 6° wordt de zinsnede "artikel 97 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013";

5° in punt 7° wordt de zinsnede "artikel 7 of 8 van het Structuurdecreet" vervangen door de zinsnede "artikel II.1 of II.6 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013";

6° aan punt 16° wordt de zinsnede "die onder- en bovengrensbedragen kunnen worden aangepast door de Vlaamse Regering;" toegevoegd;

7° aan punt 17° wordt de zinsnede "dat ondergrensbedrag kan worden aangepast door de Vlaamse Regering;" toegevoegd;

8° er wordt een punt 20° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"20° onderzoekscentrum : een organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als vermeld in artikel 2, punt 83, van verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.".

Artikel 13. (10/12/2015- ...)

In titel II, hoofdstuk I, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012 en 25 april 2014, worden afdeling I tot en met V, die bestaan uit artikel 3 tot en met 14, opgeheven.

Artikel 14. (10/12/2015- ...)

In artikel 15, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :


"De statuten van het FWO, alsook de wijzigingen die daarin worden aangebracht, moeten worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering.".

Artikel 15. (10/12/2015- ...)

Artikel 16 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt vervangen door wat volgt :


"Art. 16. Jaarlijks worden in de algemene uitgavenbegroting voor wat betreft het FWO behalve een werkingsbudget ook afzonderlijke vastleggingsmachtigingen ingeschreven waarop verbintenissen kunnen worden aangegaan voor :
1° het fundamenteel onderzoek;
2° het strategisch basisonderzoek (projecten/mandaten);
3° het klinisch-wetenschappelijk onderzoek;
4° de investeringen in zware, middelzware en bijzondere onderzoeksinfrastructuur.".

Artikel 16. (10/12/2015- ...)

Artikel 17 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :

"Art. 17. § 1. Het FWO ondersteunt en stimuleert door financiële steun :
1° het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in alle wetenschappelijke disciplines in de Vlaamse universiteiten en hogeronderwijsinstellingen die door de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 worden belast met wetenschappelijk onderzoek, al dan niet in het kader van samenwerkingsverbanden met andere onderzoekscentra;
2° het strategisch basisonderzoek in Vlaamse onderzoekscentra, met inbegrip van samenwerkingsverbanden met andere onderzoekscentra, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen projecten met een economisch doel en projecten met een maatschappelijk doel;
3° het klinisch-wetenschappelijk onderzoek;
4° de aanschaf en inzet van middelzware onderzoeksinfrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek in de universiteiten;
5° de aanschaf en inzet van zware onderzoeksinfrastructuur voor de Vlaamse universiteiten, de hogeronderwijsinstellingen die door de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 worden belast met wetenschappelijk onderzoek, en de strategische onderzoekscentra;
6° het beheer van grote rekencapaciteit.

§ 2. Het FWO kan eigen activiteiten ontwikkelen die verenigbaar zijn met zijn maatschappelijk doel. De raad van bestuur van het FWO beslist vrij en, in voorkomend geval, overeenkomstig de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst, over de marktconforme tariefstructuren voor die activiteiten.

§ 3. Het FWO draagt bij tot de voorbereiding van het wetenschaps- en innovatiebeleid van de Vlaamse Regering.

Het FWO verleent advies over voorontwerpen van decreet en ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering over aangelegenheden die behoren tot de missie en taakstelling van het FWO.".

Artikel 17. (10/12/2015- ...)

In artikel 18 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° paragraaf 1 tot en met 4 worden vervangen door wat volgt :

" § 1. Het FWO realiseert zijn missie door de middelen die de Vlaamse Regering verstrekt, aan te wenden voor de volgende taken :
1° het steunen van individuele onderzoekers aan universiteiten met doctoraatsbeurzen van bepaalde duur en werkingsmiddelen;
2° het steunen van individuele onderzoekers aan universiteiten en hogeronderwijsinstellingen die door de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 zijn belast met wetenschappelijk onderzoek, met postdoctorale mandaten van bepaalde duur en werkingsmiddelen;
3° het steunen van onderzoeksploegen met onderzoeksprojecten en net|Upwerkingsmiddelen;
4° het bevorderen van mobiliteit, internationale contacten en samenwerkingsverbanden;
5° het aantrekken van excellente onderzoekers die actief zijn in het buitenland;
6° het verlenen van wetenschappelijke prijzen;
7° de subsidiëring van middelzware en zware onderzoeksinfrastructuur, met inbegrip van cofinanciering in geval van europese en internationale investerings|Upprogramma's;
8° het beheer en de cofinanciering van de technische installatie en de technische exploitatie van TIER1-computerinfrastructuur aan een universiteit;
9° de cofinanciering van TIER2-computerinfrastructuur in universiteiten of asso|Upciaties.

§ 2. De Vlaamse Regering kan het FWO belasten met bijzondere opdrachten. Die moeten passen in de missie van het FWO.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt per steunprogramma de voorwaarden waaraan steun, verleend door het FWO, moet voldoen. De voormelde voorwaarden kunnen onder andere betrekking hebben op :
1° de essentiële selectie- en beoordelingscriteria, die ten minste de wetenschappe|Uplijke kwaliteit en relevantie van de geselecteerde projecten en de haalbaarheid ervan borgen;
2° het steunbedrag, of het steunpercentage en het maximale steunbedrag, rekening houdend met de subsidiabele kosten;
3° de wijze waarop het aantal ondersteunde projecten wordt beperkt om redenen van doelmatigheid;
4° de wijze waarop oproepen aan de kandidaten worden georganiseerd;
5° de duur van de ondersteuning en de eventuele verlengingsmogelijkheden om objectieve redenen;
6° de modaliteiten waaronder de steun wordt verleend;
7° de precieze omschrijving van de categorie van aanvragers die in het steunprogramma een aanvraag mag indienen.

De Vlaamse Regering bepaalt, op voorstel van het FWO, de wijze waarop de aanvrager van wie de steunaanvraag geweigerd is, een verzoek tot herziening van de beslissing kan indienen op basis van objectiveerbare elementen die op kennelijk onredelijke wijze aan de steunweigering ten grondslag lagen.

§ 4. Het FWO verleent de financiële steun op grond van oproepen aan de kandidaten. De oproepen zijn generiek of thematisch, onder de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering.

De raad van bestuur van het FWO neemt de beslissing over de toewijzing en de begroting van de steun op grond van het advies en de eventuele aanbevelingen van de bevoegde beoordelingcommissie.
Rekening houdend met de eigenheid van de verschillende missieonderdelen, vermeld in artikel 17, en na advies van de raad van bestuur van het FWO kan de Vlaamse Regering richtlijnen vastleggen waaraan de selectie van experten en de samenstelling van beoordelingscommissies moeten voldoen.";

2° aan paragraaf 4, tweede lid, zoals vervangen door punt 1°, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :

"De raad van bestuur respecteert daarbij de door de beoordelingscommissies opgestelde rangschikkingen.";

3° paragrafen 5 tot en met 9 worden toegevoegd, die luiden als volgt :

" § 5. Voor onderzoeksprojecten voor strategisch basisonderzoek houdt de Vlaamse Regering bij het bepalen van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1°, ten minste rekening met de volgende beoordelingsdimensies :
1° de wetenschappelijke kwaliteit van het projectvoorstel;
2° de utiliteitsperspectieven van het projectvoorstel, zijnde de gebruiksmogelijkheden van de resultaten op langere termijn en na vervolgonderzoek door economische, maatschappelijke of overheidsactoren.

De projectaanvragen voor onderzoeksprojecten voor strategisch basisonderzoek worden gerangschikt op basis van een gelijk gewicht aan de scores op de wetenschappelijke kwaliteit van het projectvoorstel en de utilisatieperspectieven en van de nodige diversiteit inzake toepassingsdomeinen bij gelijkwaardige scores. Op basis van de budgettaire mogelijkheden worden de hoogst gerangschikte projectvoorstellen gesteund. Van het principe dat de hoogst gerangschikte projectvoorstellen gesteund worden, kan desgevallend in beperkte mate afgeweken worden als hierdoor meer projecten kunnen worden gesteund.

§ 6. Voor doctoraatsbeurzen voor strategisch basisonderzoek houdt de Vlaamse Regering bij het bepalen van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1°, ten minste rekening met de volgende beoordelingsdimensies :
1° de wetenschappelijke vakkennis van de kandidaat-bursaal en zijn potentiële bekwaamheid tot het zelfstandig uitvoeren van doctoraatsonderzoek;
2° de wetenschappelijke kwaliteit en relevantie van het onderzoeksproject, en de realiseerbaarheid ervan binnen een periode van vier jaar;
3° de strategische aard van het onderzoeksproject met betrekking tot het potentieel voor economische en/of maatschappelijke toepasbaarheid van de resultaten op termijn.

De projectaanvragen voor doctoraatsbeurzen voor strategisch basisonderzoek worden gerangschikt op basis van een vóór de oproep vastgelegd gewicht aan de scores op de kwaliteit van het projectvoorstel, de economische finaliteit en de kwaliteit van de kandidaat en van de nodige diversiteit inzake toepassingsdomeinen bij gelijkwaardige scores. Op basis van de budgettaire mogelijkheden worden de hoogst gerangschikte projectvoorstellen gesteund.

§ 7. De raad van bestuur steunt bij zijn beslissing over het steunen van investeringsinitiatieven voor zware onderzoeksinfrastructuur op het advies van experten die de wetenschappelijke kwaliteit van de aanvragen evalueren, en die vervolgens voor de aanvragen die excellent bevonden zijn, nagaan of de opgemaakte investeringsplannen voldoende realistisch en objectief zijn. De raad van bestuur kan daarvoor een of meer expertencolleges aanwijzen.

§ 8. Het bedrag dat jaarlijks beschikbaar is voor middelzware onderzoeksinfrastructuur, wordt over de associaties verdeeld met toepassing van een verdeelsleutel die door de Vlaamse Regering wordt vastgesteld op basis van het gewogen gemiddelde van de verdeelsleutel, bepaald met toepassing van artikel 63/1, § 5, en de verdeelsleutel, bepaald met toepassing van artikel 57, § 4. De raad van bestuur steunt bij zijn beslissing over het steunen van investeringsinitiatieven voor middelzware onderzoeksinfrastructuur op het advies van het betrokken associatiebestuur.

§ 9. Het bedrag dat jaarlijks beschikbaar wordt gemaakt voor de aanschaf en inzet van onderzoeksinfrastructuur, is voor 60 tot 70 procent bestemd voor de subsidiëring van middelzware onderzoeksinfrastructuur en voor 30 tot 40 procent voor de financiering van zware onderzoeksinfrastructuur.


De Vlaamse Regering kan jaarlijks beslissen om van het interval, vermeld in het eerste lid, af te wijken op grond van objectief vastgestelde noodwendigheden.".

Artikel 18. (10/12/2015- ...)

In hetzelfde decreet wordt een artikel 18/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 18/1. Binnen de beschikbare begrotingskredieten is het FWO belast met :
1° het beheer en de cofinanciering van de technische installatie en de technische exploitatie van TIER1-computerinfrastructuur aan een universiteit;
2° de cofinanciering van TIER2-computerinfrastructuur in universiteiten of associaties.

Het FWO sluit een meerjarenovereenkomst met de betrokken universiteit over het beheer en de cofinanciering van de technische installatie en de technische exploitatie van TIER1-computerinfrastructuur. De voormelde overeenkomst regelt ten minste :
1° de fundamentele modaliteiten voor de technische installatie en de technische exploitatie, alsook de cofinanciering daarvan door het FWO en het kostenverhaal op gebruikers van rekentijd en schijfruimte;
2° de voorwaarden waaronder onderzoekscentra en derden kunnen gebruikmaken van de TIER1-computerinfrastructuur;
3° de opvolging van de technische exploitatie.

Het FWO sluit meerjarenovereenkomsten met de betrokken universiteiten en associaties over de cofinanciering van TIER2-computerinfrastructuur in universiteiten of associaties. De voormelde overeenkomst regelt het bedrag en het betalingsritme, de cofinancieringsvoorwaarden en de monitoring en de controle van de cofinanciering door het FWO.

Voor de ondersteuning van het beheer van de TIER1-infrastructuur en voor het stimuleren van het gebruik van grote rekencapaciteit bij de Vlaamse bedrijven en non-profitinstellingen, zodat ze hun innovatieve capaciteit kunnen versterken, wordt door de raad van bestuur van het FWO een industrial board ingesteld.".

Artikel 19. (10/12/2015- ...)

Artikel 19 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :

"Art. 19. § 1. De Vlaamse Regering benoemt de volgende leden van de raad van bestuur van het FWO :
1° twee leden worden aangesteld op voordracht van de raad van bestuur van de Katholieke Universiteit Leuven;
2° twee leden worden aangesteld op voordracht van de raad van bestuur van de Universiteit Gent;
3° één lid wordt aangesteld op voordracht van de raad van bestuur van de Universiteit Antwerpen;
4° één lid wordt aangesteld op voordracht van de raad van bestuur van de Vrije Universiteit Brussel;
5° één lid wordt aangesteld op voordracht van de raad van bestuur van de UHasselt;
6° één lid wordt aangesteld uit een dubbeltal, gezamenlijk voorgedragen door de raden van bestuur van de strategische onderzoekscentra;
7° vier onafhankelijke bestuurders, die voorgedragen worden door de raad van bestuur onder de voorwaarden en op basis van de procedure, vermeld in paragraaf 2, en van wie hoogstens twee van hetzelfde geslacht mogen zijn.

Ten hoogste vijf van de leden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 5°, mogen van hetzelfde geslacht zijn. Als aan die voorwaarde niet voldaan is, dragen de universiteiten die geen kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht hadden voorgedragen, een bijkomende kandidaat van dat geslacht voor.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de voordrachtenregelingen, vermeld in het eerste lid, 1° tot 6°.

§ 2. De onafhankelijke bestuurders, vermeld in paragraaf 1, 7°, beschikken over deskundigheid op het vlak van het algemeen bestuur van het agentschap en over specifieke deskundigheid met betrekking tot de missie en de taken van het agentschap, vermeld in artikel 17 en 18. De onafhankelijke bestuurders zijn bovendien afkomstig uit het bedrijfsleven en zijn vertrouwd met het wetenschaps- en innovatiebeleid.

Ze zijn onafhankelijk ten aanzien van het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de universiteiten, de strategische onderzoekscentra en de secretaris-generaal. Om die onafhankelijkheid te bepalen, zijn de criteria uit de corporate- governancecode voor beursgenoteerde bedrijven richtinggevend.

De raad van bestuur stelt de vereisten vast waaraan kandidaten voor het mandaat van onafhankelijk bestuurder moeten voldoen op het vlak van bekwaamheden, kennis en ervaring en doet een open oproep tot kandidaatstelling voor een mandaat van onafhankelijk bestuurder. Die oproep bevat een weergave van de vereisten waaraan kandidaten moeten voldoen en regelt de wijze van kandidaatstelling, waarbij minstens een curriculum vitae wordt voorgelegd.

De raad van bestuur vergelijkt de respectieve verdiensten van de kandidaten.

De onafhankelijke bestuurders worden uit lijsten van twee kandidaten per vacant mandaat door de Vlaamse Regering aangesteld, op voordracht van de raad van bestuur.

§ 3. De raad van bestuur verkiest onder zijn leden een voorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, en een ondervoorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 7°.

§ 4. Artikel 18, 19 en 20 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003 zijn van toepassing op de raad van bestuur van het FWO.

§ 5. De leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen woont de vergaderingen van de raad van bestuur van FWO bij met raadgevende stem.".

Artikel 20. (10/12/2015- ...)

Aan artikel 20, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :


"11° de werking van de raad van bestuur en de interne beheersstructuren.".

Artikel 21. (10/12/2015- ...)

In titel II van hetzelfde decreet wordt hoofdstuk II/1, dat bestaat uit artikel 22/1 tot en met 22/13, opgeheven.

Artikel 22. (10/12/2015- ...)

Artikel 66 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Artikel 23. (10/12/2015- ...)

In artikel 68 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid opgeheven.

Artikel 24. (10/12/2015- ...)

In hetzelfde decreet wordt een artikel 69/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 69/2. § 1. Op 1 januari 2016 wordt de stichting van openbaar nut Herculesstichting, opgericht bij notariële akte van 5 december 2007, uit kracht van decreet en zonder formaliteiten ontbonden en vereffend. Haar vermogen wordt van rechtswege overgedragen aan het FWO, vermeld in artikel 15.

Op 1 januari 2016 neemt het FWO van rechtswege de taken van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie over die betrekking hebben op strategisch basisonderzoek en toegepast biomedisch onderzoek met een uitgesproken maatschappelijke toepasbaarheid en een slechts beperkt potentieel voor de industrie.

§ 2. Ingevolge de fusieoperatie, vermeld in paragraaf 1, geldt dat :
1° het FWO volkomen en onmiddellijk in de rechten en plichten treedt van de Herculesstichting en de rechten en plichten van het FWO volledig behoudt;
2° de op 1 januari 2016 lopende subsidieovereenkomsten, gesloten met het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, binnen de door het FWO overgenomen programma's, afgehandeld worden door het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie of zijn rechtsopvolger;
3° een samenwerkingsprotocol tussen het FWO, het Agentschap Ondernemen, het IWT en zijn rechtsopvolger de afspraken regelt inzake de transfer en de terbeschikkingstelling van personeelsleden vanuit Agentschap Innoveren en Ondernemen en inzake de samenwerking tussen het FWO en het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
4° de personeelsleden van de Herculesstichting van rechtswege overgedragen worden aan het FWO, met behoud van alle wettelijke en reglementaire rechten en plichten die ze genoten in de Herculesstichting, met dien verstande dat de Vlaamse Regering de nadere voorwaarden kan regelen krachtens het decreet van 28 november 2008 tot regeling van de overdracht van personeelsleden binnen de diensten van de Vlaamse overheid in geval van verschuiving van taken of bevoegdheden.".

Artikel 25. (10/12/2015- ...)

In hetzelfde decreet wordt een artikel 69/3 ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 69/3. In afwijking van artikel 20 kan de samenwerkingsovereenkomst die loopt op het moment van de bekendmaking van dit decreet, worden beëindigd en vervangen door een nieuwe samenwerkingsovereenkomst.".

Artikel 26. (10/12/2015- ...)

In hetzelfde decreet wordt een artikel 69/4 ingevoegd, dat luidt als volgt :


"Art. 69/4. Het FWO brengt zijn statuten in overeenstemming met de bepalingen van artikel 19 binnen een periode van zes maanden na de bekendmaking van dit decreet.".

Artikel 27. (10/12/2015- ...)

In hetzelfde decreet wordt een artikel 69/5 ingevoegd, dat luidt als volgt :


"Art. 69/5. Naast de evaluatie, vermeld in artikel 22, kan een evaluatie van het FWO worden uitgevoerd in de tweede jaarhelft van 2018.".

HOOFDSTUK 6. Wijzigingen van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid (... - ...)

Artikel 28. (01/04/2016- ...)

In artikel 3 van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid wordt punt 1° vervangen door wat volgt :


"1° onderneming : iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent;".

Artikel 29. (10/12/2015- ...)

In hetzelfde decreet wordt hoofdstuk 7, opgeheven door het decreet van 13 juli 2012, opnieuw ingevoegd in de volgende lezing :

"Hoofdstuk 7. Innovatiesteun

Afdeling 1. - Toepassingsgebied

Art. 27. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van de innovatie :
1° aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, de algemene groepsvrijstellingsverordening en de uitvoeringsbesluiten;
2° aan entiteiten, die geen onderneming zijn, onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.

De Vlaamse Regering kan de begunstigden, vermeld in het eerste lid, verder concretiseren in functie van de noodzakelijkheden en de beleidsprioriteiten.

Afdeling 2. - Steunintensiteit

Art. 28. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten.

De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit.

De Vlaamse Regering bepaalt in welke mate er cumulatie van steun is toegelaten, ongeacht de bron en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde kosten.".

HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 30. (01/01/2021- ...)

De Vlaamse Regering kan de bestaande decreetsbepalingen waarin de werking van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, van het Agentschap Ondernemen of van het Fonds voor Innoveren en Ondernemen nader is geregeld, wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van dit decreet.

De besluiten die krachtens het eerste lid worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben als ze niet bij decreet zijn bekrachtigd binnen negen maanden na de datum van de inwerkingtreding ervan. De bekrachtiging werkt terug tot die laatste datum.

De bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, vervalt twaalf maanden na de inwerkingtreding van dit decreet. Na die datum kunnen de besluiten die krachtens dit artikel zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd, alleen bij een decreet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.

Artikel 31. (10/12/2015- ...)

De Vlaamse Regering kan de bepalingen van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot aan het tijdstip van de coördinatie.

Daarvoor kan de Vlaamse Regering :
1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;
2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen, met de nieuwe nummering overeenbrengen;
3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen om ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen.

De coördinatie zal het volgende opschrift dragen : "Coördinatiedecreet van 30 april 2009".

De coördinatie treedt in werking op de dag van de bekrachtiging ervan bij decreet.

Artikel 32. (01/01/2021- ...)

§ 1. In de volgende besluiten van de Vlaamse Regering, wordt "IWT" na de inwerkingtreding van dit decreet gelezen als "Agentschap Innoveren en Ondernemen", wordt "raad van bestuur" of "raad van bestuur van het IWT" gelezen als "beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen" en wordt "directiecomité" of "directiecomité van het IWT" gelezen als "beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen" :
- besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2004 houdende de oprichting van een programma voor de bevordering van kennistransfer door instellingen van hoger onderwijs;
- besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 2005 betreffende de projectmatige financiering van toegepast collectief onderzoek voor de land- en tuinbouwsector;
- besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot regeling van de steun aan projecten van innovatiestimulering, technologisch advies en collectief onderzoek op verzoek van Vlaamse innovatiesamenwerkingsverbanden;
- besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot regeling van de steun aan projecten van onderzoek en ontwikkeling van het bedrijfsleven in Vlaanderen.

§ 2. Behoudens de regeling inzake het beheer van de op 1 januari 2016 lopende subsidieovereenkomsten door het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie of zijn rechtsopvolger zoals voorzien in artikel 24, § 2, wordt in de hiernavolgende besluiten van de Vlaamse Regering "IWT" na de inwerkingtreding van dit decreet gelezen als "Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek" :
- besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 tot regeling van de steuntoekenning van doctoraatsbeurzen voor de uitvoering van projecten van strategisch basisonderzoek;
- besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de instelling van een financieringskanaal voor het strategisch basisonderzoek in Vlaanderen;
- besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2006 voor de financiering van toegepast biomedisch onderzoek met een primair maatschappelijke finaliteit.

§ 3. In afwijking van § 2 kan het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de instelling van een financieringskanaal voor het strategisch basisonderzoek in Vlaanderen steun toekennen aan projecten welke geheel of gedeeltelijk bestaan uit basisonderzoek uit te voeren door onderzoekscentra.

§ 4. De §§ 1, 2 en 3 blijven in voege tot aan de aanpassing van de daarin vermelde besluiten, in uitvoering van dit decreet.

Artikel 33. (10/12/2015- ...)

De termijn van het eerste beslissingscomité bij het Hermesfonds start op de datum van de omvorming van het Agentschap Ondernemen tot het Agentschap Innoveren en Ondernemen, krachtens besluit van de Vlaamse Regering.


De Vlaamse Regering legt de overgangsmaatregelen vast.

Artikel 34. (10/12/2015- ...)

Dit decreet treedt in werking op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 28, dat in werking treedt op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum, en artikel 17, 2°, dat in werking treedt op 1 januari 2017.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 29/02/2024