Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de identificatie[, registratie en sterilisatie (verv. BVR 23 februari 2018, art. 1, I: 1 april 2018)] van katten

Datum 05/02/2016

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2 Identificatiemethodes
  3. HOOFDSTUK 3 Identificatie- en registratieprocedure
    1. Afdeling 1 Identificatie
    2. Afdeling 2 Registratie
  4. HOOFDSTUK 4 Wijziging van de gegevens van de verantwoordelijke of van de kat
  5. HOOFDSTUK 5 Opvang van katten in asielen
  6. [HOOFDSTUK 5/1 Sterilisatie van katten (ing. BVR 23 februari 2018, art. 4, I: 1 april 2018)]
  7. [HOOFDSTUK 5/2 Bestrijding van overlast door zwerfkatten (ing. BVR 23 februari 2018, art. 5, I: 1 april 2018)]
  8. HOOFDSTUK 6 De databank
  9. HOOFDSTUK 7 Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, artikel 7, vervangen bij de programmawet van 22 december 2003 en gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2012;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende het meerjarenplan voor de sterilisatie van huiskatten;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 2 december 2015;

Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen, die op 18 december 2015 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn;

Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. (01/04/2018- ...)

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° minister: de minister, bevoegd voor het dierenwelzijn;
2° verantwoordelijke: de natuurlijke persoon, eigenaar of houder van een kat, die er gewoonlijk een onmiddellijk beheer of toezicht op uitoefent;
3° asiel: een dierenasiel, erkend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren;
4° erkende kwekerij: een kattenkwekerij, erkend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren;
5° verhandelen: het in de handel brengen, te koop aanbieden, tentoonstellen met het oog op verkoop, ruilen, verkopen, of ten kosteloze of bezwarende titel afstaan;
6° sterilisatie :
a) voor katers : de castratie;
b) voor kattinnen : de ovariëctomie of de ovariohysterectomie;
7° identificatie : een individueel, onuitwisbaar en uniek merkteken aanbrengen;
8° databank : de elektronische gegevensbank, vermeld in artikel 21;
9° zwerfkatten : zwervende katten die geen verantwoordelijke hebben en die voornamelijk op openbare plaatsen of in leegstaande gebouwen leven.

Artikel 2. (01/11/2017- ...)

De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op:
1° katten die hun verantwoordelijke vergezellen tijdens een aaneengesloten verblijf van minder dan zes maanden in België;
2° katten die gefokt worden voor het gebruik in dierproeven.

Artikel 3. (01/11/2017- ...)

 De verantwoordelijke laat de kat identificeren en registreren vóór de leeftijd van twaalf weken en in elk geval vóór de kat verhandeld wordt.

Artikel 4. (01/11/2017- ...)

Niemand mag een kat ten kosteloze of bezwarende titel verwerven tenzij die kat geïdentificeerd en geregistreerd is overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.

Artikel 5. (01/11/2017- ...)

Katten, afkomstig uit het buitenland, worden binnen acht dagen na hun aankomst geregistreerd.

Artikel 6. (25/05/2018- ...)

De gegevens van de geregistreerde katten en hun verantwoordelijke worden verzameld en bijgehouden in een databank. Die databank heeft tot doel katten te kunnen identificeren, ze te herenigen met hun verantwoordelijke en de handel in en het verkeer van katten te controleren.

De databank wordt beheerd door de overheidsdienst die bevoegd is voor dierenwelzijn. Die dienst kan voor het geheel of een deel van die taak een beroep doen op een dienstverlenend bedrijf dat dan optreedt als verwerker, als vermeld in artikel 4, 8), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).

Artikel 7. (01/11/2017- ...)

Het bewijs van registratie van katten wordt afgeleverd in digitale vorm.

HOOFDSTUK 2 Identificatiemethodes

Artikel 8. (01/11/2017- ...)

De identificatie gebeurt door het inbrengen van een steriele microchip die beantwoordt aan de ISO-normen 11784:1996 (E) en 11785:1996 (E). Voor de toepassing van dit besluit wordt elke andere microchip als onleesbaar beschouwd.

De minister kan alternatieve identificatietechnieken toestaan.

Artikel 9. (01/11/2017- ...)

De microchip wordt ingeplant door een dierenarts. De dierenarts verifieert de leesbaarheid van de microchip vóór de inplanting en controleert de plaatsing na het inbrengen.

In de asielen en erkende kwekerijen wordt de microchip ingeplant door de dierenarts, vermeld in artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende de erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren.

Artikel 10. (01/11/2017- ...)

De microchip wordt onderhuids ingebracht in het midden van de linkerzijde van de hals.

Artikel 11. (01/11/2017- ...)

Een microchip wordt niet verwijderd, gewijzigd of vervalst.

Een microchip wordt niet hergebruikt.

Artikel 12. (01/11/2017- ...)

Er wordt geen microchip ingeplant bij een kat die al een leesbare microchip draagt.

Artikel 13. (01/11/2017- ...)

Als een kat een onleesbare microchip draagt, wordt een nieuwe leesbare microchip ingeplant overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.

Artikel 14. (01/11/2017- ...)

De minister bepaalt de voorwaarden voor de verdeling en de traceerbaarheid van de microchips.

HOOFDSTUK 3 Identificatie- en registratieprocedure

Afdeling 1 Identificatie

Artikel 15. (01/11/2017- ...)

Voor de identificatie van het dier controleert de dierenarts of niet al een leesbare microchip werd ingeplant.

Als de kat afkomstig is uit het buitenland, controleert de dierenarts de aanwezigheid van de microchip en gaat hij na of het nummer overeenkomt met het nummer, vermeld in het paspoort.

Afdeling 2 Registratie

Artikel 16. (01/11/2017- ...)

Na identificatie van de kat:
1° voert de dierenarts binnen acht dagen de gegevens van het dier en de verantwoordelijke in de databank in;
2° bevestigt de dierenarts de juistheid van de gegevens door middel van zijn elektronische identiteitskaart;
3° bezorgt de dierenarts aan de verantwoordelijke het bewijs van registratie, vermeld in artikel 7.

HOOFDSTUK 4 Wijziging van de gegevens van de verantwoordelijke of van de kat

Artikel 17. (01/11/2017- ...)

In geval van wijziging van verantwoordelijke voert de dierenarts binnen de acht dagen de gegevens van de nieuwe verantwoordelijke in de databank in en valideert ze door middel van zijn elektronische identiteitskaart.

In afwijking van het eerste lid kan bij wijziging van verantwoordelijke de vorige verantwoordelijke binnen de acht dagen de gegevens van de nieuwe verantwoordelijke invoeren, op voorwaarde dat de wijziging gevalideerd wordt door middel van de elektronische identiteitskaart van zowel de vorige als de nieuwe verantwoordelijke.

Artikel 18. (01/11/2017- ...)

Als de verantwoordelijke samen met de kat verhuist, voert de verantwoordelijke of de dierenarts binnen acht dagen het nieuwe adres in de databank in en bevestigt de verantwoordelijke of de dierenarts de juistheid van de gegevens met behulp van zijn elektronische identiteitskaart.

In afwijking van het eerste lid wordt bij verhuizing van een kat naar een adres in het buitenland, in de databank alleen opgenomen dat de kat zich niet meer in België bevindt.

Artikel 19. (01/04/2018- ...)

Als de kat verloren, gestolen of dood is, voert de verantwoordelijke of de dierenarts dat gegeven in de databank in en bevestigt de verantwoordelijke of de dierenarts de juistheid van dat gegeven door middel van zijn elektronische identiteitskaart.

In geval van export van de kat naar het buitenland voert de verantwoordelijke of de dierenarts dat gegeven in de databank in en bevestigt de juistheid van de gegevens door middel van zijn elektronische identiteitskaart.

HOOFDSTUK 5 Opvang van katten in asielen

Artikel 20. (01/11/2017- ...)

In afwijking van artikel 4 kan een asiel niet-geïdentificeerde katten opvangen.

De verantwoordelijke van het asiel laat het dier pas identificeren en registreren na afloop van de termijn, vermeld in artikel 9, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren.

Een niet-geïdentificeerde kat wordt pas teruggegeven aan zijn verantwoordelijke nadat het dier in naam en op kosten van die verantwoordelijke geïdentificeerd en geregistreerd is.


Een geïdentificeerde maar niet-geregistreerde kat wordt pas teruggegeven aan zijn verantwoordelijke nadat het dier in naam en op kosten van die verantwoordelijke geregistreerd is.

[HOOFDSTUK 5/1 Sterilisatie van katten (ing. BVR 23 februari 2018, art. 4, I: 1 april 2018)]

Artikel 20/1. (01/04/2018- ...)

De verantwoordelijke laat zijn kat steriliseren vóór de leeftijd van vijf maanden als deze na 31 maart 2018 geboren is. Katten die voor die datum en na 31 augustus 2014 geboren zijn, worden uiterlijk op 1 januari 2020 gesteriliseerd.

Het eerste lid geldt niet voor erkende kwekers en asielen.

Artikel 20/2. (01/04/2018- ...)

Niet-gesteriliseerde katten worden niet verhandeld, tenzij ze bestemd zijn voor een erkende kweker, voor een asiel of voor iemand die in het buitenland of in een ander gewest verblijft.

Artikel 20/3. (01/04/2018- ...)

In de asielen worden alle katten gesteriliseerd vóór de adoptie.

Artikel 20/4. (01/04/2018- ...)

Katten die afkomstig zijn uit het buitenland of uit een ander gewest en die niet bestemd zijn voor een erkende kweker, worden gesteriliseerd vóór de leeftijd van vijf maanden.

Als de katten, vermeld in het eerste lid, de leeftijd van vijf maanden al overschreden hebben op het moment van hun aankomst op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, worden ze uiterlijk dertig dagen na hun aankomst gesteriliseerd.

Artikel 20/5. (01/04/2018- ...)

Een dierenarts voert de sterilisatie uit. De dierenarts registreert binnen acht dagen de sterilisatie in de databank. Als de kat nog niet geïdentificeerd en geregistreerd is conform hoofdstuk 3, wordt de kat geïdentificeerd en geregistreerd op het moment dat de sterilisatie geregistreerd wordt.

Artikel 20/6. (01/04/2018- ...)

Het bewijs van de sterilisatie van katten wordt afgeleverd in digitale vorm.

[HOOFDSTUK 5/2 Bestrijding van overlast door zwerfkatten (ing. BVR 23 februari 2018, art. 5, I: 1 april 2018)]

Artikel 20/7. (01/04/2018- ...)

De gemeente richt een meldpunt op waar inwoners overlast door zwerfkatten kunnen melden.

Artikel 20/8. (01/04/2018- ...)

De gemeente stelt een plan op voor de bestrijding van overlast door zwerfkatten en voert dit uit. Zij maakt hierbij gebruik van de meest diervriendelijke methoden.

Artikel 20/9. (01/04/2018- ...)

Wanneer zwerfkatten opnieuw worden vrijgelaten, zorgt de gemeente ervoor dat de dieren gecontroleerd gevoederd worden en voldoende beschutting hebben, desgevallend in samenspraak met de omwonenden.

Artikel 20/10. (01/04/2018- ...)

Wanneer een actie voor het vangen van zwerfkatten gepland wordt, verwittigt de gemeente de inwoners die in de omgeving van de vangplaats of vangplaatsen wonen.

Bij de gevangen katten wordt nagegaan of ze een microchip of een ander merkteken dragen. Wanneer ze een microchip of een ander merkteken dragen, worden de dieren vrijgelaten.

Voor de gevangen katten die geen microchip of ander merkteken dragen, wordt de procedure voorzien in het plan, vermeld in artikel 20/8, gevolgd. Zwerfkatten die opnieuw worden vrijgelaten, worden geïdentificeerd met een microchip of een uitwendig merkteken.

Artikel 20/11. (01/04/2018- ...)

De gemeente kan voor het uitvoeren van alle of een deel van de bepalingen van dit hoofdstuk een overeenkomst afsluiten met een asiel of een andere organisatie.

HOOFDSTUK 6 De databank

Artikel 21. (01/11/2017- ...)

De databank is een elektronische gegevensbank die de volgende informatie bevat:
1° de gegevens van de kat:
a) identificatienummer;
b) geboortedatum;
c) identificatiedatum;
d) geslacht;
e) sterilisatiedatum;
f) ras;
g) kleur en type van de vacht;
h) naam;
i) status: verloren, gestolen, dood, geëxporteerd.
2° de gegevens van de verantwoordelijke:
a) voor- en achternaam;
b) rijksregisternummer;
c) volledig adres;
d) telefoonnummer;
e) e-mailadres;
f) voor asielen en erkende kwekers, het erkenningsnummer.
3° de gegevens van de dierenarts:
a) ordenummer;
b) voor- en achternaam;
c) adres.

Artikel 22. (01/11/2017- ...)

De volgende personen hebben toegang tot de gegevens in de databank:
1° de verantwoordelijken van de katten, voor alle actuele gegevens die de katten betreffen waarvoor zij verantwoordelijk zijn;
2° de bevoegde overheid met toepassing van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren;
3° de dierenartsen, de asielen en elke persoon die beschikt over het microchipnummer van het dier, uitsluitend voor de gegevens die nodig zijn voor het terugvinden van de verantwoordelijke van een dolende, verloren of achtergelaten kat;
4° de dierenartsen, voor alle actuele gegevens die de katten betreffen waarvoor zij op verzoek van de verantwoordelijke wijzigingen moeten aanbrengen.

Artikel 23. (01/04/2018- ...)

 Het beheer van de databank omvat:
1° de ontwikkeling en het onderhoud van de databank;
2° de beveiliging van de toegang tot de databank;
3° het verzekeren van het verband tussen de gegevens van de kat en de verantwoordelijke van die kat;
4° het afleveren van een digitaal bewijs van registratie als vermeld in artikel 7;
5° het afleveren van een digitaal bewijs van sterilisatie als vermeld in artikel 20/6.

Artikel 24. (01/11/2017- ...)

De gegevens in de databank kunnen geconsulteerd worden via internet.

Artikel 25. (01/11/2017- ...)

Het beheer van de databank wordt gefinancierd door een retributie waarvan het bedrag en de wijze van inning worden bepaald door de minister. Die retributie wordt betaald uiterlijk op het moment van registratie en komt ten laste van de verantwoordelijke van de kat.

HOOFDSTUK 7 Slotbepalingen

Artikel 26. (01/11/2017- ...)

Dit besluit treedt in werking op de datum bepaald door de minister.

Artikel 27. (01/11/2017- ...)

De minister bevoegd voor dierenwelzijn is belast met de uitvoering van dit besluit.