Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de bescherming van dieren bij het slachten of doden

Datum 19/02/2016

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2. Getuigschrift van vakbekwaamheid
  3. HOOFDSTUK 3. Functionaris voor het dierenwelzijn
  4. HOOFDSTUK 4. Indeling, bouw en uitrusting van slachthuizen
  5. HOOFDSTUK 5. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse Regering,
Gelet op de verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden;
Gelet op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn van dieren, artikel 16, § 3, ingevoegd bij de wet van 7 februari 2014;
Gelet op het koninklijk besluit van 16 januari 1998 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 24 augustus 2015;
Gelet op advies 58.704/3 van de Raad van State, gegeven op 18 januari 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn;
Na beraadslaging,
Besluit :

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen (... - ...)

Artikel 1. (25/01/2019- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° ...;
2° verordening: verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden.

Artikel 2. (24/03/2016- ...)

Dit besluit is van toepassing op:
1° slachthuizen;
2° inrichtingen waar dieren voor hun pels gedood worden.

HOOFDSTUK 2. Getuigschrift van vakbekwaamheid (... - ...)

Artikel 3. (24/03/2016- ...)

Overeenkomstig artikel 7, lid 2, van de verordening is het personeel dat in een slachthuis met levende dieren omgaat, bekwaam en in het bezit van een getuigschrift van vakbekwaamheid als vermeld in artikel 5, 6 of 7 van dit besluit.


Het getuigschrift van vakbekwaamheid, vermeld in het eerste lid, vermeldt de slachtactiviteiten die door de houder mogen worden uitgevoerd.

Artikel 4. (24/03/2016- ...)

Overeenkomstig artikel 7, lid 3, van de verordening worden pelsdieren gedood in aanwezigheid en onder rechtstreekse supervisie van een persoon die beschikt over een getuigschrift van vakbekwaamheid als vermeld in artikel 5, 6 of 7 van dit besluit.

Artikel 5. (28/03/2019- ...)

§ 1. Het getuigschrift van vakbekwaamheid wordt verkregen door een opleiding over het slachten of doden van dieren te volgen en door te slagen voor een onafhankelijk examen als vermeld in artikel 21, lid 1, b), van de verordening.

§ 2. De opleiding wordt verzorgd door een functionaris voor het dierenwelzijn als vermeld in artikel 7, of door een andere persoon die aantoonbare expertise heeft in het domein van dierenwelzijn bij het slachten en doden, op basis van een cursus die de dienst heeft goedgekeurd. Overeenkomstig artikel 21, lid 1, b) van de verordening behandelt de opleiding alle onderwerpen, vermeld in bijlage IV van de verordening, die relevant zijn voor de taken van het personeelslid.

§ 3. Het examen wordt afgenomen door een opleidingsinstituut of vindt plaats onder toezicht van een officiële dierenarts en bestaat uit ten minste vijftien vragen per diersoort waarvoor de kandidaat examen wil afleggen. De vragen komen uit een lijst die de dienst heeft goedgekeurd.

In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° officiële dierenarts: de dierenarts die door de bevoegde overheid aangesteld is om de dierenwelzijnscontroles in de slachthuizen uit te voeren;
2° opleidingsinstituut: een publieke of private instelling die opleidingen aanbiedt en die opgericht, gesubsidieerd of erkend is door de bevoegde overheid om opleidingen te verstrekken.

Om te slagen voor het examen, behaalt de kandidaat ten minste 60% van de punten.

Als de kandidaat niet geslaagd is voor het examen, wacht hij ten minste een week voor hij opnieuw examen kan afleggen.

§ 4. De organisator van het examen, vermeld in paragraaf 1, levert de getuigschriften van vakbekwaamheid af, of stuurt de lijst van geslaagde personen door naar de dienst, waarna de dienst de getuigschriften aflevert.

§ 5. De getuigschriften van vakbekwaamheid worden opgesteld overeenkomstig het modelformulier, opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 5/1. (28/03/2019- ...)

De bedrijfsexploitant van het slachthuis ziet erop toe dat elk personeelslid dat met levende dieren omgaat ten minste driejaarlijks een herhalingsopleiding volgt.

De herhalingsopleiding wordt gegeven door een functionaris voor het dierenwelzijn als vermeld in artikel 7, of door een andere persoon die een aantoonbare expertise heeft op het vlak van dierenwelzijn bij het slachten en doden. Ze behandelt alle onderwerpen, vermeld in bijlage IV van de verordening, die relevant zijn voor de taken van de personeelsleden in kwestie.

De bedrijfsexploitant bewaart de inhoud van de herhalingsopleidingen en de getekende aanwezigheidslijsten gedurende ten minste vier jaar. Hij bezorgt die documenten op verzoek aan de dienst.

Artikel 6. (24/03/2016- ...)

Overeenkomstig artikel 21, lid 5, van de verordening kunnen beginnende personeelsleden van een slachthuis bij de dienst een voorlopig getuigschrift van vakbekwaamheid verkrijgen.

HOOFDSTUK 3. Functionaris voor het dierenwelzijn (... - ...)

Artikel 7. (28/03/2019- ...)

§ 1. De dienst levert het getuigschrift van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 17, lid 4, van de verordening af aan personen die :
1° overeenkomstig artikel 21, lid 6, van de verordening, onverminderd een besluit van een rechterlijke autoriteit of een bevoegde autoriteit tot instelling van een verbod op het behandelen van dieren, een schriftelijke verklaring overleggen die bevestigt dat ze zich in de drie jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag niet schuldig hebben gemaakt aan ernstige overtredingen van de communautaire wetgeving inzake de bescherming van dieren en/of de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, en de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° overeenkomstig de artikelen 17, lid 4, en 21, lid 1, van de verordening, geslaagd zijn voor een examen na het volgen van een opleiding tot functionaris voor het dierenwelzijn. De opleiding wordt georganiseerd door een universiteit, een hogeschool of een andere organisatie die aantoonbare expertise heeft op het vlak van dierenwelzijn bij het slachten en doden en die goedgekeurd is door de dienst. De opleiding behandelt ten minste de onderwerpen, vermeld in bijlage IV van de verordening, aangevuld met de regelgeving over het dierenwelzijn bij het slachten en doden en de recente wetenschappelijke inzichten over het dierenwelzijn bij het slachten en doden.

§ 2. Het getuigschrift van vakbekwaamheid als functionaris voor het dierenwelzijn is vijf jaar geldig.

§ 3. Getuigschriften van vakbekwaamheid als functionaris voor het dierenwelzijn die zijn uitgereikt voor de dag van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 februari 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 februari 2016 betreffende de bescherming van dieren bij het slachten of doden, wat betreft de opleiding van het slachthuispersoneel en de functionaris voor het dierenwelzijn en de onafhankelijkheid van de functionaris voor het dierenwelzijn, zijn geldig tot vijf jaar na de dag van inwerkingtreding van hetzelfde besluit.

§ 4. Als de functionaris voor het dierenwelzijn voor 1 januari 2015 geslaagd is voor een examen dat heeft geleid tot een getuigschrift van vakbekwaamheid, wordt de geldigheidsduur van het getuigschrift van vakbekwaamheid, in afwijking van paragraaf 3, beperkt tot twee jaar na de dag van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 februari 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 februari 2016 betreffende de bescherming van dieren bij het slachten of doden, wat betreft de opleiding van het slachthuispersoneel en de functionaris voor het dierenwelzijn en de onafhankelijkheid van de functionaris voor het dierenwelzijn.

§ 5. De functionaris voor het dierenwelzijn volgt gedurende ten minste zes uur herhalingsopleidingen voordat de geldigheidstermijn van het getuigschrift van vakbekwaamheid, vermeld in paragraaf 2, is verstreken. De herhalingsopleidingen worden georganiseerd door een universiteit, een hogeschool of een andere organisatie die aantoonbare expertise heeft op het vlak van dierenwelzijn bij het slachten en doden en die goedgekeurd is door de dienst. De herhalingsopleiding behandelt ten minste de onderwerpen, vermeld in bijlage IV van de verordening, aangevuld met de regelgeving over het dierenwelzijn bij het slachten en doden en de recente wetenschappelijke inzichten over het dierenwelzijn bij het slachten en doden.

De functionaris voor het dierenwelzijn bezorgt het aanwezigheidsattest van de gevolgde herhalingsopleidingen aan de dienst voordat de geldigheidstermijn, vermeld in paragraaf 2, is verstreken. Na de ontvangst van de aanwezigheidsattesten verlengt de dienst de geldigheidsduur van het getuigschrift van vakbekwaamheid met vijf jaar.

Artikel 7/1. (28/03/2019- ...)

Als de functionaris voor het dierenwelzijn ernstige overtredingen begaat tegenover de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren en de uitvoeringsbesluiten ervan, of als hij geen gepaste maatregelen neemt als zich ernstige dierenwelzijnsproblemen voordoen in het slachthuis, kan de dienst het getuigschrift van vakbekwaamheid, vermeld in artikel 7 van dit besluit, schorsen of intrekken.

De functionaris voor het dierenwelzijn wordt met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de intentie om zijn getuigschrift van vakbekwaamheid te schorsen of in te trekken. Hij kan binnen vijftien dagen vanaf de dag van de ontvangst van de voormelde brief zijn opmerkingen aan de dienst bezorgen. Als die termijn is verstreken, neemt de dienst de definitieve beslissing over het schorsen of intrekken van het getuigschrift van vakbekwaamheid.

Artikel 7/2. (28/03/2019- ...)

In de slachthuizen die conform artikel 17 van de verordening een functionaris voor het dierenwelzijn moeten benoemen, is de functionaris voor het dierenwelzijn op jaarbasis tijdens ten minste de helft van de uren dat er dieren geslacht worden in het slachthuis aanwezig.

De standaardwerkwijzen en de instructies aan het personeel vermelden duidelijk hoe de functionaris voor het dierenwelzijn kan worden gecontacteerd als hij niet aanwezig is op de slachtvloer op het ogenblik dat er dieren geslacht worden.

Artikel 7/3. (28/03/2019- ...)

Bij de uitvoering van zijn opdrachten handelt de functionaris voor het dierenwelzijn in volledige onafhankelijkheid. Hij heeft toegang tot alle gegevens en lokalen van het slachthuis die relevant zijn voor zijn opdracht.

De belangrijkste opdracht van de functionaris voor het dierenwelzijn is het bewaken van het dierenwelzijn. Als de bedrijfsexploitant van het slachthuis nalaat om de nodige maatregelen te nemen om het dierenwelzijn te beschermen, meldt de functionaris voor het dierenwelzijn dat per schriftelijke of elektronische zending aan de dienst en brengt hij de bedrijfsexploitant ervan op de hoogte dat hij een melding heeft ingediend. In de periode tussen de melding en het afsluiten van het dossier door de dienst, kan de functionaris voor het dierenwelzijn niet ontslagen of vervangen worden, tenzij met een zeer grondige motivering.

Artikel 7/4. (... - ...)

De bedrijfsexploitant bezorgt de naam en de contactgegevens van de functionaris voor het dierenwelzijn binnen veertien dagen na de dag van zijn aanstelling aan de dienst.

Artikel 7/5. (28/03/2019- ...)

De functionaris voor het dierenwelzijn bezorgt de dienst zesmaandelijks een kopie van het register van de maatregelen die zijn genomen om het dierenwelzijn te verbeteren. De dienst kan die frequentie verhogen of verlagen naargelang de inspectieresultaten voor het slachthuis.

HOOFDSTUK 4. Indeling, bouw en uitrusting van slachthuizen (... - ...)

Artikel 8. (24/03/2016- ...)

§ 1. Tot en met 8 december 2019 voldoen slachthuizen, onderdelen ervan of apparatuur, die tot 31 december 2012 operationeel werden, aan de bepalingen die zijn opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Overeenkomstig de artikelen 14, lid 1, en 29, lid 1, van de verordening voldoen de slachthuizen, onderdelen ervan en apparatuur, vermeld in het eerste lid, met ingang van 9 december 2019 aan de voorschriften, vermeld in bijlage II van de verordening.

§ 2. Overeenkomstig artikel 29, lid 2, van de verordening voldoen slachthuizen, onderdelen ervan of apparatuur, die operationeel zijn vanaf 1 januari 2013, aan de voorschriften, vermeld in bijlage II van de verordening.

HOOFDSTUK 5. Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 9. (24/03/2016- ...)

Het koninklijk besluit van 16 januari 1998 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 oktober 2006, wordt opgeheven.

Artikel 10. (24/03/2016- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor het dierenwelzijn, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE (24/03/2016- ...)

Het getuigschrift van vakbekwaamheid

België Belgique Belgien

Getuigschrift
vakbekwaamheid
slachthuisactiviteiten
(Verordening (EG) nr. 1099/2009)
Certificat
de compétence professionnelle
de l'abattoir
(Règlement (CE) N° 1099/2009)
Nachweis
Sachkundenachweis
Schlachthofbetriebs
(Verordnung (EG) Nr. 1099/2009)

1. Persoonsgegevens/Données personnelles/Persönliche Daten 1.1. familienaam/nom/Familienname
1.2. voornamen/prénoms/Vornamen
1.3. geboortedatum/date de naissance/Geburtsdatum 1.4. nationaliteit/nationalité/
Staatsangehörigkeit
2. Slachtactiviteiten/Opérations d'abattage/Tätigkeiten im Rahmen der Schlachtung 2.1. behandelen en verzorgen van dieren voorafgaand aan de fixatie/manipulation des animaux et les soins qui leur sont donnés avant leur immobilisation/Handhabung und Pflege von Tieren vor ihrer Ruhigstellung 2.2. fixeren van dieren met het oog op het bedwelmen of doden/l'immobilisation des animaux en vue de l'étourdissement ou de la mise à mort/Ruhigstellung von Tieren zum Zweck der Betäubung oder Tötung; 2.3. bedwelmen van dieren/l'étourdissement des animaux/Betäubung von Tieren; 2.4. beoordelen van de effectiviteit van de bedwelming/l'évaluation de l'efficacité de l'étourdissement/Bewertung der Wirksamkeit der Betäubung; 2.5. aanhaken of optakelen van levende dieren/l'accrochage ou le hissage d'animaux vivants/Einhängen und Hochziehen lebender Tiere; 2.6. verbloeden van levende dieren/la saignée d'animaux vivants/Entblutung lebender Tiere; 2.7. het slachten van dieren zonder voorafgaande bedwelming/l'abattage des animaux sans étourdissement préalable/der Schlachtung von Tieren ohne vorherige Betäubung
3. Getuigschrift/Certificat/Befahigungsnachweis 3.1. nummer/numéro/Nummer
3.2 geldig voor/valable pour/Gültig für:
4. Examen/Examen/Prüfung 4.1. datum/date 4.2. plaats/lieu/Ort
5.1. instantie die het getuigschrift afgeeft/organisme délivrant le certificat/Aufstellungsstelle
5.2. datum/date 5.3. plaats/lieu/Ort 5.4. stempel/cachet/Amtssiegel
5.5. naam en handtekening/nom et signature/Name und Unterschrift

BIJLAGE (24/03/2016- ...)

Indeling, bouw en uitrusting van slachthuizen

I. Algemene voorschriften

1. Elk slachthuis moet beschikken over passende voorzieningen en installaties om de dieren uit de vervoermiddelen uit te laden.

II. Voorschriften voor niet in containers aangevoerde dieren

1. Als het slachthuis beschikt over voorzieningen om de dieren uit te laden, moeten die een stroef loopvlak hebben en zo nodig een bescherming aan de zijkanten. De bruggen, vlonders en loopplanken moeten voorzien zijn van zijwanden, relingen of andere inrichtingen die moeten verhinderen dat de dieren eraf vallen. De vlonders voor het in- en uitladen moeten de grond raken en moeten zo weinig mogelijk hellen.

2. Drijfgangen moeten zo zijn geconstrueerd dat het gevaar voor verwonding van de dieren zo klein mogelijk is, en moeten zo zijn aangelegd dat kan worden gebruikgemaakt van het kudde-instinct.

3. Onverminderd de afwijkingen die toegestaan zijn uit hoofde van artikel 4 en 13 van Richtlijn 64/433/EG moeten de slachthuizen beschikken over voldoende hokken die bescherming bieden tegen ongunstige weersomstandigheden, om de dieren naar behoren onder te brengen.

4. Onverminderd de elders in de wetgeving vastgestelde eisen moeten de stallen beschikken over:
- vloeren die zo weinig mogelijk gevaar van uitglijden opleveren en die geen verwondingen veroorzaken als de dieren ermee in contact komen;
- adequate ventilatie, ook bij voorzienbare extreme omstandigheden qua temperatuur en vochtigheidsgraad. Als ventilatieapparatuur noodzakelijk is, moet worden gezorgd voor noodvoorzieningen die bij eventuele storingen onmiddellijk kunnen worden ingezet;
- kunstlicht dat voldoende intens is om de dieren op elk moment te kunnen keuren. Er moet, zo nodig, ook een adequate noodverlichting voorhanden zijn;
- in voorkomend geval, voorzieningen om de dieren vast te binden;
- indien nodig, voldoende geschikt strooisel voor alle dieren die in de stallen overnachten.

5. Als de slachthuizen niet alleen stallen hebben zoals hierboven bedoeld, maar ook weiden zonder natuurlijke bescherming of schaduw, moet worden gezorgd voor een adequate vorm van bescherming tegen slechte weersomstandigheden. De weiden moeten in een zodanige toestand worden gehouden dat de gezondheid van de dieren niet wordt bedreigd door factoren van fysische, chemische of andere aard.

6. Dieren die niet onmiddellijk na hun aankomst naar de slachtplaats worden gebracht, moeten via adequate voorzieningen altijd over drinkwater kunnen beschikken.

III. Voorschriften in geval van elektrische bedwelming

1. Als de dieren afzonderlijk worden bedwelmd, moet de apparatuur:
a) een systeem bevatten waarmee de impedantie van de belasting wordt gemeten, en dat de apparatuur blokkeert als de minimaal vereiste stroomsterkte niet kan worden bereikt;
b) voorzien zijn van een systeem waarmee op zichtbare of hoorbare wijze wordt aangegeven hoelang het apparaat contact maakt met het dier;
c) in verbinding staan met een toestel waarmee voltage en stroom bij belasting worden aangegeven. Dat toestel moet zo worden geplaatst dat de gegevens voor de bedwelmer duidelijk zichtbaar zijn.

2. Als er waterbaden worden gebruikt om pluimvee te bedwelmen, moet het waterpeil kunnen worden geregeld om een goed contact met de kop van het dier mogelijk te maken.

3. Als pluimvee groepsgewijs in waterbaden wordt bedwelmd, moet een voltage worden aangehouden die voldoende is om stroom op te wekken die sterk genoeg is om ieder stuk pluimvee te bedwelmen.

4. De afmetingen en de diepte van de waterbaden voor de bedwelming van pluimvee moeten zijn afgestemd op de te slachten soorten pluimvee. Het waterbad mag bij het inbrengen van de dieren niet overlopen. De elektrode onder water moet over de volle lengte van het waterbad zijn aangebracht.

IV. Voorschriften in geval van bedwelming met koolstofdioxide

1. De ruimte waarin varkens aan het gas worden blootgesteld, en de apparatuur om de varkens door de ruimte te transporteren, moeten zo zijn ontworpen, gebouwd en onderhouden dat wordt voorkomen dat de varkens verwondingen oplopen en dat de borstkas van de dieren wordt ingedrukt. Voorts moeten de varkens overeind kunnen blijven staan tot ze het bewustzijn verliezen. De aanvoervoorzieningen en de bedwelmingsruimte moeten adequaat zijn verlicht, zodat de varkens elkaar of hun omgeving kunnen zien.

2. De bedwelmingsruimte moet voorzien zijn van apparaten waarmee de concentratie koolstofdioxide kan worden gemeten op de plaats van maximale expositie aan het gas. Die apparaten moeten een duidelijk zichtbaar en hoorbaar waarschuwingssignaal geven als de concentratie koolstofdioxide onder het vereiste niveau daalt.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 18/07/2024